a. Bijlage 1a Toelichting Bestemmingsplan
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘Werkerlaan 4, Hasselt’
Planstatus: vastgesteld Datum: 2021-10-06 IMRO code: NL.IMRO.1896.BP0078-VS01
TOELICHTING
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 3 1. Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing .................................................................................................................. 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 4 1.4 Opzet van de toelichting................................................................................................................ 5
2. Beschrijving bestaande situatie ..................................................................................... 6 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 6 2.2 Het plangebied en omgeving ........................................................................................................ 6 2.3 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 7 2.4 Strijdigheid geldend bestemmingsplan ........................................................................................ 8
3. Relevant ruimtelijk beleid ............................................................................................... 9 3.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 9 3.2 Europees beleid ............................................................................................................................ 9 3.3 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 10 3.4 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 13 3.5 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 19
4. Milieu- en omgevingsaspecten .................................................................................... 22 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 22 4.2 Bodem ......................................................................................................................................... 22 4.3 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 22 4.4 Geluid .......................................................................................................................................... 23 4.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 23 4.6 Geur ............................................................................................................................................. 25 4.7 Watertoets ................................................................................................................................... 25 4.8 Ecologie .......................................................................................................................................
31 4.9 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 33 4.10 Bedrijven en milieuzonering ...................................................................................................... 34 4.11 Externe veiligheid ...................................................................................................................... 34 4.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................ 36 4.13 Besluit Milieu-effectrapportage .................................................................................................. 36
5. Toelichting op de regels ............................................................................................... 38 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 38 5.2 Opzet regels ................................................................................................................................ 38 5.3 Nadere toelichting op de regels .................................................................................................. 40
6. Financiële uitvoerbaarheid ........................................................................................... 41 6.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 41 6.2 Exploitatie .................................................................................................................................... 41
7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................... 42 7.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 42 7.2 Overleg ........................................................................................................................................ 42 7.3 Zienswijzen .................................................................................................................................. 42
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft een bedrijf in de handel en opslag van stenen, verhardingen en bestratingsmaterialen. Het bedrijf is sinds het eind van de vorige eeuw gevestigd aan de Werkerlaan 4 in Hasselt. In het geldende 'Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland' heeft het perceel een agrarische bestemming met landschappelijke waarde met de aanduiding 'afwijkend gebruik voor opslag van en/of handel in stenen'. Deze aanduiding is opgenomen conform de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van november 2011 in een handhavingsprocedure. Door deze aanduiding worden de in maart 2000 (datum inwerkingtreden bestemmingsplan Buitengebied Hasselt) aanwezige bedrijfsactiviteiten gelegaliseerd. Omdat het bedrijf in omvang groeit, is in september 2016 het bestemmingsplan 'Werkerlaan 4, Hasselt' vastgesteld. Dit bestemmingplan voorziet in een passende bestemming voor de bedrijfsvoering van de steenhandel en legaliseert de uitbreiding van het bedrijf buiten de contouren van de aanduiding uit het voorgaande bestemmingsplan. De groei van het bedrijf gaat verder. Momenteel is het bedrijf, met een tijdelijke vergunning van de gemeente Zwartewaterland, in oostelijke richting uitgebreid.
De termijn in de tijdelijke vergunning loopt af, om de bedrijfsactiviteiten voort te kunnen zetten is een herziening van het bestemmingsplan voor het oostelijke deel van het plangebied noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in deze herziening en maakt de voortzetting van de bestaande bedrijfsactiviteiten planologisch mogelijk. Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe bouwmogelijkheden.
1.2 Ligging en begrenzing Het plangebied is gelegen aan de Werkerlaan 4 ten zuidwesten van Hasselt, aan de westkant van het bedrijventerrein Zwarte Water. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de Werkerlaan, aan de noord- en zuidzijde door agrarische percelen en aan de oostzijde door het bedrijventerrein Hasselt. De Werkerlaan is een parallelweg van de N331, de provinciale weg tussen Hasselt en Zwolle.
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied gelden twee bestemmingsplannen. Voor het westelijke deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Werkerlaan 4, Hasselt'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 8 september 2016 en voorziet in de bestemming 'Bedrijf - Steenhandel/-opslag'. Deze bestemming geeft de mogelijkheid om ter plaatse een bedrijf ten behoeve van de handel en opslag van (straat)stenen te voeren met de daarbij behorende bebouwing. In het bestemmingsplan is een bedrijfswoning expliciet uitgesloten. Tevens is de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie 2' van toepassing ten behoeve van het voorkomen van een te hoge geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de ligging van het plangebied naast het bedrijventerrein Zwarte Water.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
4
Verbeelding van het bestemmingsplan 'Werkerlaan 4, Hasselt'. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Voor het oostelijk deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Zwartewaterland'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 10 oktober 2013 en voorziet in de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap'. Deze bestemming is bedoeld voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Ter plaatse van het plangebied is geen bouwvlak opgenomen en zijn dus geen bouwwerken toegestaan. Tevens is de gebiedsaanduiding 'Geluidszone - Industrie 2' van toepassing ten behoeve van het voorkomen van een te hoge geluidsbelasting op de omgeving als gevolg van de ligging van het plangebied naast het bedrijventerrein Zwarte Water.
Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Zwartewaterland'. (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
1.4 Opzet van de toelichting Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beschrijving van de bestaande en toekomstige situatie. In hoofdstuk drie en vier wordt het bouwplan getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijk beleid en milieu- en omgevingswaarden. Hoofdstuk vijf bevat een toelichting op de regels. In hoofdstuk zes en zeven komen achtereenvolgens de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aan de orde.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
5
2. Beschrijving bestaande situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie in en nabij het plangebied beschreven. In eerste instantie staat een beschrijving van het omliggende gebied op hoofdlijnen centraal, waarna vervolgens wordt ingezoomd op het plangebied.
2.2 Het plangebied en omgeving Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van de Werkerlaan op de grens van het buitengebied en de bebouwde kom van Hasselt. Het plangebied ligt circa 50 meter ten westen van het bedrijventerrein Zwarte Water. Op de locatie is een steenhandel/opslag gevestigd. Op het verharde oppervlak van het terrein liggen klinkers en natuursteen opgeslagen. Verder zijn er op het terrein een schuur en een paardenbak gesitueerd. Het plangebied wordt begrenst door agrarische percelen. Het plangebied ligt aan de Werkerlaan 4 te Hasselt. De Werkerlaan ligt parallel aan de N331 van Hasselt naar Zwolle. De Werkerlaan is een historische verbinding tussen Hasselt en Zwolle door de Mastenbroekpolder. De polder strekt zich uit tussen de IJssel en Zwarte Water en wordt begrenst door de IJsseldijk ten zuidwesten, de Kamperzeedijk ten noorden en de dijk van het Zwarte Water ten oosten. Historie In 1330 liet Jan van Diest, de toenmalige bisschop van Utrecht, een plan opstellen tot bedijking van Mastenbroek, een moerassig en onbewoond gebied. Wegens onenigheid werd dit plan toen nog niet verwezenlijkt. De stad Kampen had toen nog de rechten op Mastenbroek. In 1363 ruilde Kampen zijn rechten op Mastenbroek echter met de Utrechtse bisschop Jan van Arkel voor het Kampereiland en het recht op aanwas in de IJsselmonding. Deze bisschop liet een jaar later Mastenbroek bedijken.
Zo begon een van de oudste polders van Nederland. Mastenbroek was daarvoor een groot moerasbos. Naar het moerasbos verwijst de naam Mastenbroek. De straat- en weteringnaam 'Bisschopswetering' herinnert nog aan deze bisschop van weleer. Deze wetering is een van de strakke, kaarsrechte lijnen door de polder, die het gebied herkenbaar en bijzonder maken. Vele malen werd de polder door overstromingen geteisterd. In 1825 was de laatste grote overstroming. Het feit dat de boerderijen in de polder op terpen liggen, herinnert nog aan de bedreiging door het water. Ondanks het feit dat de bebouwing, vooral aan de kant van Zwolle, voortdurend de polder dreigt op te slokken, is het oorspronkelijke karakter van de polder Mastenbroek voor een groot deel nog steeds bewaard. Tegenwoordig is het een beschermd landschap.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
6
Historische kaart van de Polder Mastenbroek met daarop de ligging van het plangebied aangeduid Het bedrijventerrein Zwarte Water waar het plangebied aan grenst is gelegen aan de zuidkant van Hasselt, ten zuiden van Zwarte Water. Het bedrijventerrein is binnendijks ontwikkeld vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw met de aanleg van enkele havenarmen. In de jaren daarna is het bedrijventerrein verder uitgebreid, ook buitendijks, tot aan de N331 ten zuiden van het plangebied. Hierdoor wordt het plangebied nagenoeg geheel omgeven door het bedrijventerrein. Bestaande situatie Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van de Werkerlaan in het buitengebied van Hasselt. In het plangebied is een bedrijf in van de handel in en opslag van stenen, verhardingen en bestratingsmaterialen gevestigd. Het bedrijf verkoopt deze waar met name aan particulieren en kent beperkte openingstijden (alleen geopend op zaterdag en op werkdagen uitsluitend op afspraak). Op het geheel verharde oppervlak van het terrein ligt bestratingsmateriaal opgeslagen. Verder zijn er op het terrein een schuur en een paardenbak gesitueerd. Het plangebied ligt circa 50 meter ten westen van het bedrijventerrein Zwarte Water. Het bedrijventerrein is recent in zuidwestelijk richting uitgebreid en grenst door deze uitbreiding ten zuiden van het plangebied aan de Werkerlaan/N331.
Als gevolg van deze uitbreiding is het plangebied aan de oost- en zuidzijde bijna geheel omgeven door bedrijventerreinen. Ter hoogte van de rotonde in N331 is in 2015 een omgevingsvergunning verleend om een nieuwe ontsluitingsweg van het bedrijventerrein op de N331 te realiseren. In de directe omgeving van het plangebied komen geen woningen of andere gevoelige object voor.
2.3 Toekomstige situatie Het bedrijf is in de afgelopen jaren vanaf de Werkerlaan in oostelijke richting uitgebreid. De gemeente Zwartewaterland heeft hiervoor een tijdelijke vergunning verleend, waarvan de termijn verloopt. Om het tijdelijk toegestane gebruik permanent mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Ten behoeve van deze herziening is een landschappelijk
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
7
inpassingsplan opgesteld. In dit plan wordt het terrein waar de handel en opslag van stenen, verhardingen en bestratingsmaterialen plaatsvindt geheel omgeven door een groensingel.
Landschappelijk inpassingsplan De landschappelijke inpassing wordt met verschillende groenelementen gerealiseerd, waarbij gebruik is gemaakt van zoveel mogelijk gebiedseigen soorten. De voorzijde van het terein, grofweg ter hoogte van de bebouwing, wordt afgeschermd door singel met struwweelbeplanting. Deze singel bestaat uit een menging van liguster, bosroos, vlier, meidoorn en Spaanse aak. Deze beplanting wordt ook toegepast om de achtergrens van het verharde terrein af te schermen. Verder in oostelijke richting wordt het terrein omgeven door een singel van afwisselend schietwilg en haagbeuk. De 10 knotwilgen die in deze beplantingslijn staan worden gerooid, waarvoor 10 zwarte elsen worden geplaatst. Aan de voorzijde wordt de struwweelbeplanting afgewisseld met open delen die worden ingezaaid met een bloemrijk grasmengel voor natte ondergrond. Tot slot wordt de ingang tot het terrein gemarkeerd door enkele bomen, zwarte elsen en essen. Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen als bijlage 1 van de bijlagen bij toelichting.
2.4 Strijdigheid geldend bestemmingsplan Het bestaande gebruik van de als 'Agrarisch met waarden - Landschap' bestemde oostelijke deel van het plangebied is in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied Zwartewaterland' uit 2013. De bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' staat het gebruik ten behoeve van een bedrijf in de handel en opslag van (straat)stenen niet toe.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
8
3. Relevant ruimtelijk beleid 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
3.2 Europees beleid 3.2.1 Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 4.5 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan. 3.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 4.6.
3.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Natuurbeschermingswet. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. Deze zijn opgenomen in de Flora- en faunawet. In en rond Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten geldt voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de natuur een vergunningplicht. Activiteiten uitvoeren zonder vergunning is strafbaar. In paragraaf 4.7 wordt besproken in hoeverre de bestemmingswijziging de aanwezige natuurwaarden raakt. 3.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg.
In paragraaf 4.8 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
9
3.3 Rijksbeleid 3.3.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de SVIR geeft de rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en op de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten meer ruimte geven om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Het motto van deze structuurvisie is 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'. Dit is vertaald naar drie concrete doelstellingen: • • •
concurrentiekracht verbeteren; bereikbaarheid verbeteren; leefbare en veilige leefomgeving met unieke en cultuurhistorische waarden.
De drie doelstellingen die het motto van de SVIR vertegenwoordigen, zijn terug te vinden in dertien nationale (gelijkwaardige) belangen. Voor de realisatie van de nationale belangen zijn vier instrumenten voorhanden: • • • •
kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld met provincies en gemeenten); financieel (bijvoorbeeld infrastructuurfonds); kennis (bijvoorbeeld inzetten College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen).
In de realisatieparagraaf van het SVIR is per nationaal belang aan de hand van de hierboven genoemde instrumenten aangegeven hoe het belang gerealiseerd zal worden. 3.3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Barro geeft juridische kaders voor borging van het ruimtelijke rijksbeleid. Het Barro is in werking getreden op 30 december 2011. In het Barro wordt een aantal onderwerpen dat van rijksbelang is concreet benoemd. 3.3.3 Realisatieparagraaf National Ruimtelijk Beleid De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) verlangt niet alleen dat verantwoordelijkheden en belangen worden benoemd, maar ook dat inzichtelijk is hoe deze belangen zullen worden verwezenlijkt. Het Rijk heeft de nationale ruimtelijke belangen opgenomen in de zogenaamde 'Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid'. Nationale ruimtelijke belangen zijn zaken waarvoor de rijksoverheid een specifieke verantwoordelijkheid neemt, hetgeen blijkt uit de inzet van diverse bevoegdheden en instrumenten om deze belangen te behartigen en te realiseren. Het overzicht van nationale belangen in de Realisatieparagraaf is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de Planologische Kernbeslissingen (PKB's) van het Rijk.
De uitspraken in deze PKB's zijn op een beleidsneutrale wijze, dat wil zeggen inhoudelijk ongewijzigd, verwerkt in het overzicht van nationale ruimtelijke belangen, aangevuld en waar aan de orde geactualiseerd. Een beperkt aantal belangen zal worden geborgd met de (toekomstige) AMvB Ruimte. Het Rijk geeft met deze werkwijze een transparante en scherp geselecteerde invulling aan de sturingsfilosofie 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Het resultaat hiervan is een heldere en scherpe markering van datgene wat centraal moet. Hierdoor wordt niet alleen voor medeoverheden duidelijk wanneer afstemming moet worden gezocht met het Rijk, maar wordt ook voor burgers, maatschappelijke en andere private organisaties duidelijk waar het Rijk voor staat. De Realisatieparagraaf heeft de status van structuurvisie.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
10
3.3.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 januari 2010 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren met behulp van drie opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. 3.3.4.1 Wettelijk kader Met ingang van 1 oktober 2012, is in artikel 3.1.6, tweede en derde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: de Ladder) opgenomen. In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet vanaf genoemde datum beschreven worden dat de ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Naast voor bestemmingsplannen is deze onderbouwingsplicht van overeenkomstige toepassing voor andere planologische besluiten, zoals de omgevingsvergunning voor het buitenplans afwijken, het uitwerkings- en wijzigingsplan en de provinciale ruimtelijke verordening. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6, tweede en derde lid Bro (de Ladder) gewijzigd.
Per genoemde datum is het de bedoeling dat bij het toepassen van de Ladder wordt beschreven welke behoefte aan de ontwikkeling bestaat, en als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, een motivering waarom niet binnen het bestaande stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De twee treden van de Ladder schrijven vooraf geen bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. In artikel 1.1.1 Bro worden de relevante begrippen 'stedelijke ontwikkelingen' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: • •
Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen; Bestaand stedelijk gebied (BSG): bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. In artikel 1.1.1. Bro worden relevante begrippen gedefinieerd. Met de bovengenoemde wijzigingen is voor ‘bestaand stedelijk gebied’ de volgende definitie opgenomen: •
bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
In de toelichting op de wijziging van artikel 3.1.6. Bro is de wijziging gemotiveerd: ‘Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Daarom voegt artikel II van dit besluit een tweetal nieuwe leden toe aan artikel 3.1.6 van het Bro, op grond waarvan overheden - indien zij een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk willen maken - standaard een aantal stappen dienen te zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Deze stappen zijn geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen. Dat zou voorbij gaan aan de specifieke lokale omstandigheden, die van invloed zijn op de inpassing van ruimtevragende functies en het regionale maatwerk dat de overheden moeten kunnen leveren. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken,
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
11
nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt’. De twee treden van de Ladder schrijven vooraf geen bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. In artikel 1.1.1 Bro worden de relevante begrippen 'stedelijke ontwikkelingen' en 'bestaand stedelijk gebied' gedefinieerd: • Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen; • Bestaand stedelijk gebied (BSG): bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
3.3.4.2 Uitwerking Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens de twee treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking uit te werken, dient allereerst de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen bouwplan te beschouwen is als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijf is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van art. 1.1.1 Bro. Bestaand stedelijk gebied Het plangebied ligt buiten bestaand stedelijk gebied. Daarbij geldt dat door de recente uitbreiding van het bedrijventerrein Zwarte Water ten zuiden van het plangebied richting de N331, het plangebied nagenoeg geheel omgeven wordt door het bedrijventerrein. Voor de uitbreiding van het bedrijventerrein is in 2017 een bestemmingsplan vastgesteld. De agrarische percelen ten noorden en zuiden van het plangebied zijn dan nog slechts als restanten van het voormalige buitengebied aanwezig. In die situatie is het plangebied ruimtelijk gezien onderdeel geworden van het bedrijventerrein en binnen bestaand stedelijk gebied komen te liggen.
De initiatiefnemer heeft in het verleden, bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan en het verlenen van de tijdelijke omgevingsvergunning voor de huidige bedrijfsactiviteiten, samen met de gemeente nagegaan of er op bedrijventerreinen geschikte percelen beschikbaar zijn om de bedrijfsactiviteiten binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk te maken. Op bedrijventerreinen in de gemeente Zwartewaterland, bijvoorbeeld het aangrenzende bedrijventerrein Zwarte Water, zijn percelen beschikbaar om de voorgenomen bedrijfsactiviteiten uit te voeren. Maar door de omvang of ligging zijn deze percelen niet geschikt voor de voorgenomen bedrijfsactiviteiten. Daarnaast geldt dat het verplaatsen van de bedrijfsactiviteiten naar een eventueel beschikbaar en geschikt perceel op een bedrijventerrein om financiële redenen niet haalbaar is. Daarnaast heeft de gemeente Zwartewaterland een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsgebouw ten behoeve van de huidige bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied. Een verplaatsing van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten naar een andere locatie, maakt deze vergunning overbodig, terwijl de kosten voor de voorbereiding, aanvraag en het verlenen van de omgevingsvergunning al gemaakt zijn. Tot slot is het bedrijf een lokaal geworteld bedrijf.
Op grond van de Omgevingsverordening van Overijssel is uitbreiding van deze bedrijven buiten bestaand stedelijk gebied toegestaan. 3.3.4.3 Conclusie Binnen bestaand stedelijk gebied zijn geen geschikte bedrijfspercelen beschikbaar voor het verplaatsen van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten. Het verplaatsen van deze activiteiten is daarnaast om financiële redenen niet haalbaar.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
12
3.3.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen nationale ruimtelijke belangen en past binnen de doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.4 Provinciaal beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: • •
• •
•
goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur door multifunctioneel en complementair ruimtegebruik (zowel- boven als ondergronds), hergebruik en herbestemming en het concentreren van ontwikkelingen rond bestaande infrastructuurknooppunten; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.
3.4.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie Overijssel is een Uitvoeringsmodel ontwikkeld voor het sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit waarbij drie stappen worden onderscheiden. Allereerst moeten ontwikkelingen getoetst worden aan generieke beleidskeuzes. Deze stap stelt de vraag aan de orde OF er wel een opgave is. De generieke beleidskeuzes zijn benoemd in hoofdstuk 7 van de Omgevingsvisie. De tweede stap is de toets van ontwikkelingen aan de ontwikkelingsperspectieven. Deze stap stelt de vraag aan de orde WAAR deze opgave een plek zou kunnen krijgen. In hoofdstuk 8 van de Omgevingsvisie Overijssel is de (richtinggevende) betekenis van de aanduidingen op de kaart Ontwikkelingsperspectieven benoemd. De derde stap is de toets van ontwikkelingen aan de gebiedskenmerken en stelt de vraag aan de orde HOE de opgave op een goede wijze kan worden ingepast. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe ruimtelijke opgaven worden verbonden met bestaande gebiedskenmerken. In hoofdstuk 9 van de Omgevingsvisie en de bijbehorende Catalogus Gebiedskenmerken is benoemd welke gebiedskenmerken we van provinciaal belang vinden en waarom. Generieke beleidskeuzes (OF) Het provinciale Uitvoeringsmodel begint met de vraag of er wel een maatschappelijke opgave is op de gekozen locatie.
Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen generieke beleidskeuzes die voor heel Overijssel gelden (de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking) en gebiedsspecifieke beleidskeuzes die op voorhand bepaalde ontwikkelingen uitsluiten in een bepaald gebied. Integraliteit Het Besluit ruimtelijke ordening eist een integrale afweging van alle betrokken belangen bij de vaststelling van ruimtelijke plannen. Deze afweging moet inzichtelijk gemaakt worden in de
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
13
toelichting op bestemmingsplannen. In deze afweging zullen ook de aspecten die samen de duurzaamheid van een ontwikkeling bepalen aan de orde moeten komen. In deze toelichting op het bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling zo veel mogelijk integraal afgewogen. Daar komen de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling in het gebied, de beleidsmatig relevante aspecten en de van belangzijnde milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Toekomstbestendigheid Volgens de Omgevingsvisie Overijssel (paragraaf 7.1.2) moeten oplossingen die gekozen worden voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig zijn. Dit betekent dat initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. In de Omgevingsverordening (artikel 2.1.4) komt de eis van toekomstbestendigheid terug als een motiveringseis. Deze motiveringseis houdt in dat bij bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in het geding zijn, aannemelijk gemaakt moet worden dat wordt voldaan aan de eis van toekomstbestendigheid. Het plangebied ligt in de Groen Omgeving. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een lokaal geworteld bedrijf in de Groene Omgeving.
Het bedrijf voorziet in een bestaande behoefte, die gezien de groei van het bedrijf ook in de toekomst aanwezig zal zijn. Het realiseren en in stand houden van ruimtelijke kwaliteit in de Groene Omgeving is een provinciaal belang, die door de gewenste uitbreiding in het geding kan komen. Om te komen tot een goede landschappelijke inpassing van het bedrijf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De realisatie van dit plan is geregeld in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Concentratie In het kader van het sturen op ruimtelijke kwaliteit wordt in artikel 2.1.2 in de verordening het principe van concentratie van stedelijke bebouwing vastgelegd. Dit houdt in dat stedelijke opgaven zoveel mogelijk geconcentreerd moeten worden in stedelijke netwerken. Daar mag gebouwd worden voor de bovenregionale behoefte. Voor de overige kernen geldt dat alleen voor de lokale behoefte en bijzondere doelgroepen gebouwd mag worden. Deze kernen mogen ruimte bieden aan lokaal gewortelde bedrijvigheid. Onder lokaal gewortelde bedrijvigheid wordt in dit verband verstaan: bedrijven die hun oorsprong óf verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een lokaal geworteld bedrijf, dat sinds enkele decennia op deze plek is gevestigd en voorziet in een lokale behoefte.
(Boven)regionale afstemming In de Omgevingsvisie wordt duidelijk gemaakt waarom (boven)regionale afstemming nodig is als het gaat om de programmering van woningbouw, werklocaties en stedelijke voorzieningen. De verantwoordelijkheid daarvoor wordt gelegd bij de gemeenten die samen een regionale markt van vraag en aanbod omvatten. De provincie ziet het als haar taak om te zorgen dat het proces van regionale afstemming zodanig vorm krijgt dat daardoor vraag en aanbod in balans is of wordt gebracht. De verplichting tot (boven)regionaal afstemmen van het aanbod voor wonen, werken en voorzieningen is geregeld in enkele specifieke bepalingen in de Omgevingsverordening (artikel 2.2 wonen, 2.3 werklocaties en artikel 2.4 detailhandel). Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een lokaal geworteld kleinschalig bedrijf, dat sinds enkele decennia op deze plek is gevestigd en in een lokale behoefte voorziet. Het bestemmingsplan voorziet niet in de aanleg van een nieuw bedrijventerrein dat voorziet in de nieuwvestiging van bedrijvigheid. Het (boven)regionaal afstemmen van de in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling is daarmee niet van toepassing. Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
14
uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 2.1.3) wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.
Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een bestaand bedrijf in de Groene Omgeving. Hierbij wordt tevens gebruik gemaakt van de bestaande gebouwen en worden geen nieuwe gebouwen mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Hasselt en grenst aan de oostzijde aan het bedrijventerrein Zwarte Water. Voor dit bedrijventerrein is in 2017 een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de uitbreiding in westelijke richting. Het plangebied wordt als gevolg hiervan aan drie zijden, met een kleine buffer ten noorden en zuiden ervan, omgeven door bedrijventerreinen. Door de uitbreiding van het bestaande bedrijf in oostelijke richting, grenzend aan het bestaande bedrijventerrein, is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Hierna wordt ingegaan op andere gebiedsspecifieke beleidskeuzes die relevant zijn voor het plangebied.
Weidevogel- en ganzengebied De provincie besteedt speciale aandacht aan de instandhouding en bescherming van weidevogelen ganzengebieden. Via het benoemen van specifieke gebiedskenmerken wordt de waarde geborgd voor weidevogels en ganzen. Verbetering van inrichting en beheer vindt plaats op vrijwillige basis via weidevogelgebiedsplannen. Het plangebied ligt in een ganzengebied. Het plangebied is beperkt van omvang en grenst aan het bestaande bebouwde gebied van Hasselt. In de huidige situatie wordt het plangebied al sinds enkele decennia gebruikt ten behoeve van een bedrijf in de handel in en opslag van stenen, verhardingen en bestratingsmaterialen. In de nieuwe situatie zal dit gebruik gelijk blijven en worden uitgebreid in oostelijke richting aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein Zwarte Water. Gezien de ligging van het plangebied en de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden de waarden voor weidevogels en ganzen niet verstoort. Beekdal- en veenweidegebieden Het herkennen, koesteren en verder uitbouwen van de dragende structuren van het agrarisch cultuurlandschap is een leidraad van de provincie. Door het voortborduren op die dragende structuren wordt samenhang en karakter versterkt. Door nieuwe initiatieven zorgvuldig en royaal in te passen en aan te sluiten op de dragende structuren kan dit worden vermeden en kunnen nieuwe kwaliteiten ontstaan.
Herontdekken van de landschappelijke dragers en daarop voortbouwen kan ook het contrast tussen de verschillende landschappelijke ensembles groter maken. Het plangebied ligt in een veenweidegebied met opstrekkende kavels vanaf de Werkerlaan in oostelijke richting en van wisselende breedtes. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande verkavelingsstructuur van het veenweide landschap, waarbij de bestaande slootstructuur
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
15
in tact wordt gelaten. Ten behoeve van de inpassing van het bedrijf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De realisatie van dit plan is geregeld in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Nationale Landschappen De provincie zet hier in op het koesteren, conserveren, consolideren van -bestaande kwaliteiten en het versterken van deze kwaliteiten door ze ontwikkelingsgericht in te zetten in ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied ligt in een gebied dat wordt aangemerkt als een Nationaal Landschap. Het plangebied is beperkt van omvang en grenst aan het bestaande bebouwde gebied van Hasselt. In de huidige situatie wordt het plangebied al sinds enkele decennia gebruikt ten behoeve van een bedrijf in de handel in en opslag van stenen, verhardingen en bestratingsmaterialen. In de nieuwe situatie zal dit gebruik gelijk blijven en worden uitgebreid in oostelijke richting aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein Zwarte Water. Ten behoeve van de inpassing van het bedrijf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De realisatie van dit plan is geregeld in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Gezien de ligging van het plangebied en de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling worden de waarden van het Nationale Landschap niet verstoort.
Windenergie De provincie heeft voor de ontwikkeling van duurzame energie een kaart met zoekgebieden voor windenergie opgezet. Het plangebied valt in een gebied wat aangemerkt is als 'uitsluitingsgebied nationale landschappen'. Het plangebied voorziet in de bouw van windmolens voor het opwekken van windenergie. Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Het plangebied ligt op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart in de 'stedelijke omgeving' en ligt in een gebied wat aangemerkt is als 'gepland bedrijventerrein'. Voor de stedelijke omgeving geldt dat het een uitdaging is om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van bedrijfslocaties te vergroten. Dit is in overeenstemming met de voorgenomen ontwikkeling. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag Binnen deze laag ligt het plangebied binnen 'laagveengebieden (in cultuur gebracht)'. In de veenweidelandschappen is een hoog waterpeil van belang om inklinking tegen te gaan. Het open karakter is zowel ruimtelijk waardevol, als voor weidevogels en ganzen. Het plangebied ligt in een veenweidegebied met opstrekkende kavels vanaf de Werkerlaan in oostelijke richting en van wisselende breedtes. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande verkavelingsstructuur van het veenweide landschap, waarbij de bestaande slootstructuur in tact wordt gelaten.
Ten behoeve van de inpassing van het bedrijf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De realisatie van dit plan is geregeld in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Daarnaast ligt het plangebied aan de rand van de bebouwde kom van Hasselt en grenst het aan de oostzijde aan het bedrijventerrein Zwarte Water. Voor dit bedrijventerrein is in 2017 een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de uitbreiding in westelijke richting. Het open karakter van het gebied in de directe omgeving van het plangebied staat hierdoor al onder druk. Tot slot heeft de voorgenomen ontwikkeling geen invloed op het waterpeil. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het plangebied ligt binnen 'laagveenontginning'. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides met
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
16
weidevogels geven dit landschap grote belevingswaarde. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap en in polder Mastenbroek op terpen) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/werkmilieus. Het voorgestelde plan voor het plangebied draagt bij aan het beleefbaar maken van het cultuurhistorische kwaliteiten. Het plangebied ligt in een veenweidegebied met opstrekkende kavels vanaf de Werkerlaan in oostelijke richting en van wisselende breedtes. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande verkavelingsstructuur van het veenweide landschap, waarbij de bestaande slootstructuur in tact wordt gelaten. Ten behoeve van de inpassing van het bedrijf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, met beplanting van een gebiedseigen karakter. De realisatie van dit plan is geregeld in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan. Daarnaast ligt het plangebied aan de rand van de bebouwde kom van Hasselt en grenst het aan de oostzijde aan het bedrijventerrein Zwarte Water.
Voor dit bedrijventerrein is in 2017 een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de uitbreiding in westelijke richtting. Het open karakter van het gebied in de directe omgeving van het plangebied staat hierdoor al onder druk. Als gevolg de ligging van het plangebied en de beperkte omvang van de ontwikkelingen zijn de specifieke cultuurhistorische en natuurlijke waarden van het laagveenlandschap niet onder druk. Stedelijke laag Voor het plangebied is de stedelijke laag niet van toepassing. Lust- en leisurelaag Voor het plangebied en omgeving is 'donkerte' van belang. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen en dergelijke en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Ingezet wordt op bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden. In het plangebied zijn de bedrijfsactiviteiten reeds toegestaan. Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met lichthinder. 3.4.3 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Om ruimtelijke ontwikkelingen die niet gebonden zijn aan de Groene Omgeving mogelijk te maken, hanteert de provincie de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.
De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing in de volgende gevallen: • • • • •
Nieuwe verblijfsrecreatieve verblijven en complexen; Uitbreidingen van bestaande verblijfsrecreatieve complexen; De bouw van nieuwe woningen; Nieuwe bouwlocaties voor bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden; Grootschalige uitbreiding van bestaande locaties voor niet-agrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een bestaande locatie voor nietagrarische bedrijvigheid die niet aan de Groene Omgeving is gebonden. Of een uitbreiding als grootschalig of kleinschalig moet worden aangemerkt, hangt af van de aard van de ontwikkeling en het type landschap waar de ontwikkeling zich voordoet. Kleinschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving worden afgewogen via het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
17
De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op een plangebied van beperkte omvang, ligt tegen het bebouwde gebied van Hasselt en wordt aan drie zijden omgeven door andere bedrijventerreinen. De ontwikkelingen hebben geen gevolgen voor het landschapstype en andere gebiedsspecifieke gebiedskenmerken waarin het plangebied ligt. Deze afweging is in paragraaf 3.4.2 gemaakt. Daarnaast worden de ontwikkelingen zorgvuldig landschappelijke ingepast en wordt deze inpassing geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarmee aan te merken als een kleinschalige uitbreiding en valt daarmee buiten het toepassingsbereik van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. 3.4.4 Omgevingverordening 3.4.4.1 Algemeen De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.
Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.4.4.2 Uitwerking In de Omgevingsverordening worden als gevolg van de ligging van het plangebied regels gesteld ten aanzien van een aantal onderwerpen. Deze worden hierna puntsgewijs beschreven. Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door Het Oversticht. Dit is beschreven in paragraaf 2.3 van de toelichting. Glastuinbouw Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een verbod op nieuwvestiging glastuinbouwbedrijven geldt. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in de bouw van een glastuinbouwbedrijf. Verblijfsrecreatie Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een verbod op de bouw van nieuwe recreatiewoningen geldt. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in de bouw van nieuwe recreatiewoningen. Waterveiligheid Het plangebied ligt in een gebieden met een risico op overstroming (minder snel en ondiep onderlopende gebieden).
In het kader van de watertoets is een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen in paragraaf 4.6 van de toelichting. Windenergie Het plangebied ligt in een uitsluitingsgebied voor windturbines. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in de bouw van nieuwe windturbines. 3.4.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen raken geen provinciale belangen en passen binnen het ruimtelijke beleid van de provincie Overijssel.
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
18
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Structuurvisie Zwartewaterland 2013 Op 25 april 2013 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie, tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ vastgesteld. Met de structuurvisie spreekt het gemeentebestuur zich uit over het beoogde beleid voor de komende jaren. De structuurvisie biedt het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Werken De unieke bedrijvigheidstructuur in Zwartewaterland met veel maakindustrie en hiervan afhankelijke sectoren is typerend en bepalend voor de sociaal-economische structuur van de gemeente. De gemeente vindt het daarom cruciaal dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor bedrijven om dit in stand te kunnen houden. De aanleg van nieuwe bedrijventerreinen is echter nauwelijks mogelijk, omdat er nauwelijks ruimte beschikbaar is vanwege landschappelijke en ecologische waarden. De gemeente wil daarom zo efficiënt mogelijk omgaan met de nog beschikbare bedrijfsgronden. In nauw overleg met het bedrijfsleven wordt er gekeken naar de mogelijkheden om het huidige areaal bedrijventerreinen te transformeren naar moderne bedrijventerreinen. Op het bedrijventerrein van Hasselt vindt momenteel een ingrijpende herstructurering plaats.
De gemeente zet, conform rijks- en provinciaal beleid en vanuit landschappelijk oogpunt, in op de toepassing van de SER-ladder bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Daarbij wordt eerst nagegaan of er nog ruimte beschikbaar is op de bestaande bedrijventerreinen of dat er door herstructurering ruimte kan worden gecreëerd. Daarbij worden tevens de mogelijkheden onderzocht om de bestaande ruimte intensiever te benutten. Pas wanneer blijkt dat er geen mogelijkheden zijn gaat de gemeente over tot aanleg van nieuw terrein. Parallel hieraan richt de gemeente zich, bij het uitvoeren van de herstructureringsopgave, op kansen voor intensiever ruimtegebruik. Op de volgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de kaart behorend bij de structuurvisie met daarbij de globale ligging van het plangebied.
Uitsnede kaart behorend bij structuurvisie Zwartewaterland 2013
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
19
Het plangebied ligt in een gebied ligt wat aangeduid wordt als toekomstig werkterrein, waarbij de gronden langs de weg net als bij het bestaande bedrijventerrein bedoeld zijn voor groene inpassing van het terrein. De locatie is een bestaande bedrijfslocatie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herstructureringsopgave waarmee de ruimtelijke kwaliteit aanzienlijk verbetert. 3.5.2 Landschapsontwikkelingsplan Zwolle-Zwartewaterland-Kampen Het landschapsontwikkelingsplan heeft als doel om de bijzondere landschappelijke kwaliteiten van de regio Zwolle-Zwartewaterland-Kampen te verbeteren. Hierbij is het uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen mogelijk zijn als die voldoende rekening houden met of bijdragen aan de bijzondere landschappelijke kwaliteiten en kenmerken. Het plangebied ligt in de polder Mastenbroek. Voor dit gebied de volgende randvoorwaarden bij ontwikkelingen opgesteld: • • • • • • •
Versterken van de weidsheid, behouden van bijzondere verkaveling. Behouden van terpen en kreken. Versterken van de landbouw en inzetten op recreatief medegebruik (over water en wegen). Versterken van erfbeplanting. Behouden van de bruggen. Ontwikkelen van natuur lang weteringen en sloten en langs de randen van de polder. Ontwikkelen van halfnatuurlijke graslandvegetaties en weidevogelgebied.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een goede landschappelijke inpassing van de bedrijfsactiviteiten, deze is beschreven in paragraaf 2.3 van de toelichting. Ingezet wordt op het versterken van belijning van de verkaveling door middel van de aanplant van bomen. Het versterken van erfbeplanting vindt plaats door middel van een streekeigen erfbosje en de aanplant van wilgen en haagbeuken. Tevens zal langs de randen van de sloten die langs het plangebied lopen een 'groene' grasberm/talud worden gerealiseerd. 3.5.3 Stadsrandvisie Hasselt De historische ontwikkeling van de Hanzestad Hasselt heeft geleid tot een aantal zelfstandige ruimtelijke gebieden met elk een stadsrand. Het stadshart, rivier en dijken, omliggend landschap, 20e-eeuwse woongebieden, recreatie en bedrijven vormen nu niet één ruimtelijk geheel met daaromheen één stadsrand, maar vormen een vlechtwerk van gebieden en randen die het historische centrum aan het zicht onttrekt. De opgave voor de Stadsrandvisie Hasselt is om de barrièrewerking van de stadsranden en infrastructuur te veranderen in verbindingen, waardoor de verschillende gebieden elkaar weer meer betekenis en belevingswaarde kunnen geven. Het plangebied ligt in deelgebied 4 Mastenbroeker Polder. Op deze plek bestaat er een contrast tussen de rand van het bedrijventerrein en het open laagveenlandschap van de polder.
Vanaf de N331 is dit contrast goed zichtbaar. De voorgenomen ontwikkeling past met name door de landschappelijke inpassing binnen uitgangspunten van de Stadsrandvisie. 3.5.4 Groenbeleidsplan 2019 - 2029 Het beleid van de gemeente ten aanzien van de groenstructuur is vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2019 - 2029. In dit Groenbeleidsplan zijn de visie en het beleid van de gemeente Zwartewaterland verwoord voor het openbaar groen in de kernen Genemuiden, Hasselt, Zwartsluis en Kamperzeedijk. De groenvisie en het groenbeleid zijn samenvattend aan onderstaande opgaven gekoppeld. • • •
Groene raamwerk beschermen, versterken en ontwikkelen; Cultuurhistorie zichtbaar maken; Biodiversiteit en klimaatadaptief handelen vergroten;
6 oktober 2021 | Bestemmingsplan ‘Werkerlaan 4, Hasselt’ | Witpaard
20
• •
Belevingswaarde van groen vergroten; Betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij groen vergroten.