CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a.14. Bijlage 14 Toelichting Quickscan natuurwaardenonderzoek

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Zevenhont-Midden10.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

Heutink Groep BV

Concept

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464

Colofon

E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

21-496

20 oktober 2021

Concept

K. (Katrijn) de Doncker & A.J.A. (Astrid) van Teeffelen

R. (Rik) van Heumen

M. (Marco) van der Sluis

Heutink Groep BV

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. De Doncker, K. & A.J.A. van Teeffelen (2021). Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 21-496. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

5

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.2.1 Huidige situatie 1.2.2 Voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

7 7 7 7 7 9

2.

Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.1.1 Wet Natuurbescherming 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 2.2 Onderzoeksmethode 2.2.1 Literatuuronderzoek 2.2.2 Quickscan veldbezoek 2.2.3 Toets gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) 2.2.4 Toets Natuurnetwerk Nederland 2.2.5 Toets houtopstanden 2.2.6 Toets soortbescherming

10 10 10 11 12 12 12 12 12 13 13

3.

Beschermde gebieden en houtopstanden 3.1 Natura 2000 3.1.1 Algemeen 3.1.2 Stikstofdepositie 3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.3 Weidevogelgebied 3.4 Houtopstanden 3.4.1 Algemeen 3.4.2 Bomenrij ten zuiden van het bedrijventerrein 3.4.3 Houtopstand ten oosten van het bedrijventerrein 3.4.4 Gemeentelijke regels

14 14 14 14 14 15 16 16 18 18 18

4.

Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.2.1 Vleermuizen 4.2.2 Grondgebonden zoogdieren 4.3 Vogels 4.3.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten 4.3.2 Overige vogels 4.4 Vissen 4.4.1 Grote modderkruiper 4.4.2 Overige beschermde soorten 4.5 Amfibieën

19 19 19 19 20 22 22 23 24 24 24 24

4.6

4.7

Ongewervelden 4.6.1 Grote weerschijnvlinder 4.6.2 Gestreepte waterroofkever 4.6.3 Platte schijfhoren 4.6.4 Overige beschermde soorten Reptielen

Geraadpleegde bronnen

Bijlagen Bijlage 1 - Waterstructuurplan Bijlage 2 - Aangetroffen natuurwaarden (landhabitat) Bijlage 3 - Leefgebied grote modderkruiper

25 25 25 25 25 25 27

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Heutink Groep BV heeft het voornemen om haar activiteiten op bedrijventerrein Zevenhont in Genemuiden uit te breiden. Hiertoe wil men direct ten zuiden van het huidige bedrijventerrein bedrijfspanden en bijbehorende infrastructuur realiseren. De huidige bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein wordt hiervoor gekapt en de watergangen worden gedempt. Ten oosten van het bedrijventerrein en de voorgenomen uitbreiding wordt de huidige groen-blauwe zone verbreed ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. Omdat uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, dient dit initiatief getoetst te worden aan het natuurbeschermingsrecht. In opdracht van Heutink Groep BV heeft Ecogroen daarom een quickscan natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein.

Beschermde gebieden en houtopstanden • Het plangebied ligt buiten Natura 2000, op ongeveer 240 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Gezien de aard van het voornemen en de tussenliggende bebouwing en infrastructuur worden negatieve gevolgen - met uitzondering van stikstofdepositie - op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden uitgesloten. • Het plangebied ligt op ongeveer 220 meter afstand van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende bebouwing, infrastructuur en groenstructuren veroorzaakt het plan geen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. • De houtopstand gelegen aan de oostzijde binnen het plangebied is beschermd onder de Wet natuurbescherming. De plannen bestaan uit het uitbreiden van deze groen-blauwe zone. Wanneer voor de waterberging bomen gekapt moeten worden, dan is een kapmelding en een herplantplicht van toepassing. De bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein bestaat uit populieren en is daarom niet beschermd onder de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden. Behalve regels ten aanzien van de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden, kunnen ook gemeentelijke kapregels van toepassing zijn.

Soortbescherming • De houtopstanden binnen het plangebied vormen geschikt leefgebied (foerageergebied en potentiële vaste verblijfplaatsen) voor egel en kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing en wezel). Als gevolg van de plannen gaat geschikt leefgebied van egel en kleine marterachtigen verloren.

05

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

• In de bomen zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Mogelijk zijn er wel potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de oostelijke houtopstand: vanwege het aanwezige bladerdek was een volledige inspectie niet mogelijk. In de bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Van aantasting van vliegroutes of onmisbare foerageergebieden als gevolg van de plannen is geen sprake. • In de oostelijke houtopstand is een potentieel jaarrond beschermd nest aangetroffen dat mogelijk in gebruik is door sperwer, ransuil of boomvalk. Mogelijk zijn er meer potentiële jaarrond beschermde nesten aanwezig: vanwege het aanwezige bladerdek was een volledige inspectie niet mogelijk. In de bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein zijn geen potentieel jaarrond beschermde nesten aanwezig. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten en/of essentieel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Tevens zijn er algemeen voorkomende vogels broedend te verwachten. • De watergangen in het plangebied vormen geschikt leefgebied voor grote modderkruiper. Als gevolg van de plannen gaat dit leefgebied verloren.

• Exemplaren van grauwe wilg op beschutte plaatsen in de oostelijke houtopstand vormen potentieel leefgebied voor grote weerschijnvlinder. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk vaste voortplantingsplaatsen van grote weerschijnvlinder verloren. • In het plangebied zijn geen groei-, voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van bij de Wet natuurbescherming beschermde flora, overige grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, overige vissen of overige ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd de soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel.

Advies en vervolgstappen • Om de effecten van stikstofemissie op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, is het advies om een stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS uit te (laten) voeren voor de gebruiksfase van het plan. Sinds 1 juli 2021 geldt een vrijstelling voor bouwactiviteiten in de aanlegfase. • Indien er bomen geveld worden in de oostelijke houtopstand, is een meldplicht en herplantplicht van toepassing. Door het uitbreiden van de groen-blauwe zone is herplant op dezelfde locatie mogelijk. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. • Nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde nesten van vogels en grote weerschijnvlinder is noodzakelijk als het niet mogelijk is om de bomen in de oostelijke houtopstand te behouden en in te passen in de uitbreiding van de groen-blauwe zone. Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van vogels is ook nodig wanneer de bomen behouden blijven maar wanneer er werkzaamheden gepland staan in de broeperiode, tussen februari en augustus. • Voor het uitvoeren van de plannen is een ontheffing Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming) nodig voor egel, kleine marterachtigen en grote modderkruiper. Er is in voorliggende situatie zicht op ontheffing, omdat o.a.

maatregelen kunnen worden getroffen om schade aan individuen te voorkomen en er alternatief leefgebied kan worden gerealiseerd. Zodoende vormt de aanwezigheid van leefgebied voor deze soorten geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. • Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen moeten altijd voorkomen worden. Dit is voor de te verwachten soorten mogelijk door de werkzaamheden in elk geval op te starten na half juli en voor begin maart. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren.

06

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

1. Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling Heutink Groep BV heeft het voornemen om haar activiteiten op bedrijventerrein Zevenhont in Genemuiden uit te breiden. Hiertoe wil men direct ten zuiden van het huidige bedrijventerrein bedrijfspanden en bijbehorende infrastructuur realiseren. De huidige bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein wordt hiervoor gekapt en de watergangen worden gedempt. Ten oosten van het bedrijventerrein en de voorgenomen uitbreiding wordt de huidige groen-blauwe zone verbreed ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Omdat uitvoering van dit plan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden, dient dit initiatief getoetst te worden aan het natuurbeschermingsrecht. In opdracht van Heutink Groep BV heeft Ecogroen daarom een quickscan natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die kunnen optreden door de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomsten van de toetsing aan het natuurbeschermingsrecht beschreven.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling

1.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich ten zuiden van Genemuiden en grenst aan het huidige bedrijventerrein Zevenhont (figuur 1.1). Het zuidelijke deelgebied bestaat op dit moment uit een bomenrij inclusief ondergroei (de omzoming van het huidige bedrijventerrein) met meer zuidelijk graslanden en watergangen (zie foto op omslag). Het oostelijke deelgebied bestaat op dit moment uit een houtopstand, watergangen en grasland (figuur 1.2). Het plangebied ligt ingeklemd tussen het huidige bedrijventerrein Zevenhont en agrarisch gebied met graslanden met sloten (figuur 1.1).

1.2.2

Voorgenomen ontwikkeling Plangebied Voor het zuidelijk deelgebied bestaan de plannen uit het verwijderen van de groenstrook en het vellen van de bomen, het bouwrijp maken van het plangebied (sloten dempen, terrein afgraven en opnieuw inrichten). Vervolgens worden op dit deelgebied een aannemersbedrijf en een timmerfabriek incl. kantoorruimte gerealiseerd. Ook is hiereen logistieke uitbreiding gepland van één van de tapijtfabrieken die reeds aanwezig is op bedrijventerrein Zevenhont. Aan de oostzijde van het plangebied wordt de huidige groen/blauwe zone verbreed voor waterberging en het visueel afschermen van het bedrijventerrein (landschappelijke inpassing; zie Bijlage 1). Hiervoor wordt aan de oostzijde van

07

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

de houtopstand een nieuwe watergang gegraven ten behoeve van het agrarische watersysteem. De waterbergingscapaciteit voor het stedelijk water wordt uitgebreid door aanleg van een dijkje en het vergraven van de bestaande watergang (bijlage 1). Uitgangspunt is om de houtopstand ongemoeid te laten en verder uit te breiden zodat een brede groen-blauwe zone ontstaat (bijlage 1).

Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd). Bron luchtfoto: Nationaal georegister.

Figuur 1.2 Zicht op het oostelijk deel van het plangebied, met links het huidige bedrijventerrein. Foto: Ecogroen.

08

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

Ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn meer ontwikkelingen gaande (figuur 1.3). Direct ten zuiden van het plangebied is verdere uitbreiding van bedrijventerrein Zevenhont voorzien, het zogeheten plan Zevenhont Zuid (lichtblauw in figuur 1.3). De werkzaamheden hiervoor staan gepland vanaf februari 2022. Ten noordoosten van het plangebied is ook een uitbreiding van het plangebied in voorbereiding: het plan Zevenhont Oost (groen in figuur 1.3), dat waarschijnlijk vanaf de tweede helft van 2022 zal worden ontwikkeld. Ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein naar het zuiden toe, zal op de N759 een rotonde worden aangelegd, tevens worden watergangen aangepast en een fietspad aangelegd (roze in figuur 1.3). Tussen de uitbreiding Zevenhont Zuid en de Roebollige kreek, is een zonnepark voorzien (rood in figuur 1.3). Om de waterbergingscapaciteit van Genemuiden op orde te houden is de gemeente Zwartewaterland voornemens extra waterbergingscapaciteit te realiseren (paars in figuur 1.3)

Figuur 1.3 Het plangebied (oranje) en overige ontwikkelingen in de (directe) omgeving. Blauw: Zevenhont Zuid. Groen: Zevenhont Oost. Rood: Zonnepark. Roze: N759 – aanleg rotonde en fietspad; Paars: waterberging.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn het wettelijk kader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de onderzoeksmethodiek beschreven. Op basis van de verzamelde informatie volgt een korte beschrijving van te verwachten effecten op beschermde gebieden en houtopstanden (hoofdstuk 3) en beschermde soorten (hoofdstuk 4). Tevens is beschreven of, en zo ja, welke, vervolgstappen nodig zijn in het kader van wet- en regelgeving omtrent de bescherming van natuur. Tot slot zijn de geraadpleegde bronnen vermeld in hoofdstuk 5.

09

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

2. Kader en methode 2.1

Wettelijk kader

2.1.1

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Overheid, 2021a) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In dit rapport wordt het plan getoetst aan alle drie de onderdelen. Kader 2.1 bevat een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR).

Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve gevolgen kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve gevolgen optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve gevolgen niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: - Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd.

- Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in:

10

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

- Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. - Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt. Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden.

Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

Toetsingskader bestemmingsplannen Ten behoeve van vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan dient (conform jurisprudentie1) ten aanzien van Natura 2000 de Wet natuurbeschermingstoets uitgevoerd te worden. Deze is vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wnb. Dit houdt kortweg in dat voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve gevolgen op een Natura 2000-gebied. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets uit een vergelijking tussen de huidige feitelijke, planologisch legale situatie en de toekomstige maximale plansituatie. Ten aanzien van soortbescherming (Hoofdstuk 3, Wet natuurbescherming) is in de Wet natuurbescherming geen toetsingskader opgenomen ten aanzien van plannen. Voor soortbescherming wordt in het kader van plannen de uitvoerbaarheidstoets uitgevoerd, die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat beantwoord. Vrij vertaald wordt bepaald of er een ontheffing nodig is en zo ja, of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing voor het project dat voortvloeit uit het bestemmingsplan. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Overheid, 2021b) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij ________________________________________________________________________________ 1 ECLI:NL:RVS:2020:2318

11

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen of nabij het NNN, waarbij een nieuw bestemmingsplan wordt vastgesteld of een omgevingsvergunning wordt verleend waarbij in bepaalde gevallen wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee-tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen en verankerd in de bestemmingsplannen. Indien geen sprake is van een nieuw vast te stellen bestemmingsplan, dan wel dat een omgevingsvergunning voor afwijken bestemmingsplan niet vereist is, is toetsing aan het NNN niet aan de orde.

2.2

Onderzoeksmethode

2.2.1

Literatuuronderzoek Om de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van het plangebied inbeeld te brengen is gestart met een literatuuronderzoek. Hierbij is onderzocht of beschermde soorten bekend zijn in of in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Ook is gekeken naar de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en houtopstanden.

2.2.2

Quickscan veldbezoek De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 4 oktober (droog, licht bewolkt, 16 °C en matige wind) is uitgevoerd door een ecoloog van Ecogroen. Tijdens het veldbezoek is aandacht besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming en aan de situering ten opzichte van omliggende beschermde gebieden. Bij bomen is gelet op de (mogelijke) aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van vogels en potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Ook is gelet op sporen, verblijfplaatsen en potentieel leefgebied van marterachtigen en egel. Vanwege de aanwezigheid van grote modderkruiper in de directe omgeving van het plangebied zijn de watergangen in het plangebied intensief bemonsterd met een schepnet (RAVON-net met maaswijdte 3 mm en netgrootte 70x40 cm). Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van andere beschermde soorten zoals gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren. Ook is de geschiktheid van de watergangen als leefgebied voor grote modderkruiper ingeschat (biotoopbeoordeling).

2.2.3

Toets gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) In een voortoets is beoordeeld of het plan kan leiden tot (significant) negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Er is gestart met het bepalen van de (mogelijke) negatieve gevolgen die als gevolg van de plannen kunnen optreden. Vervolgens is beoordeeld of negatieve gevolgen te verwachten zijn op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden, en zo ja, of deze significant (kunnen) zijn. Indien (mogelijk) sprake is van significant negatieve gevolgen is advies gegeven over te nemen vervolgstappen.

2.2.4

Toets Natuurnetwerk Nederland Aan de hand van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld of er door het plan effecten kunnen optreden ten aanzien van de wezenlijke kenmerken en waarden NNN. Indien dit het geval is, is er een advies opgenomen over de te nemen vervolgstappen.

12

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

2.2.5

Toets houtopstanden Aan de hand van het uitgevoerde literatuuronderzoek is beoordeeld of er door het plan effecten kunnen optreden ten aanzien van onder de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden. Indien dit het geval is, is er een advies opgenomen over de te nemen vervolgstappen.

2.2.6

Toets soortbescherming Aan de hand van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld of er beschermde soorten voorkomen of te verwachten zijn binnen de invloedssfeer van het plan. Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Ook is bepaald of vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming nodig zijn zoals het uitvoeren van nader onderzoek en of er uitzicht is op een eventuele ontheffing Wet natuurbescherming.

13

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

3. Beschermde gebieden en houtopstanden 3.1

Natura 2000

3.1.1

Algemeen Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht, op een afstand van circa 240 meter ten oosten van het plangebied (zie figuur 3.1). Binnen een straal van drie kilometer rondom het plangebied bevinden zich nog twee Natura 2000-gebieden: De Wieden en Olde Maten & Veerslootslanden. Het Natura 2000-gebied Zwarte Meer ligt op ca. vijf kilometer van het plangebied. Vanwege deze afstand, tussenliggend landschap (waaronder boerderijen en een dijk tussen het plangebied en het dichtst bijgelegen Natura 2000-gebied) worden mogelijke negatieve gevolgen van het initiatief op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied -met uitzondering van het onderdeel stikstofdepositie- op voorhand met zekerheid uitgesloten.

3.1.2

Stikstofdepositie Stikstofdepositie kan zelfs op grote afstand (>10 kilometer) van de bron mogelijk negatieve gevolgen hebben op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden van soorten die hiervoor gevoelig zijn. Sinds 1 juli 2021 geldt een vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming voor vervolgstappen als gevolg van stikstofdepositie door bouw- en aanlegwerkzaamheden. Voor de inrichting van de groen-blauwe zone en de aanleg van het bedrijventerrein is het daardoor niet langer noodzakelijk om effecten door stikstofdepositie inzichtelijk te maken middels een AERIUS-berekening. Het nemen van vervolgstappen inzake stikstofdepositie in de aanlegfase is niet aan de orde. De gebruiksfase van het plan is echter niet vrijgesteld. Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om de eventuele effecten door een toename van verkeersbewegingen en gebruik van het bedrijventerrein (beide mogelijke bronnen van stikstofemissie) te bepalen.

3.2

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op ca. 220 meter ten westen van de begrenzing van het NNN (zie figuur 3.2). In het dichtstbijzijnde NNN-gebied zijn diverse natuurtypen aanwezig, zoals Vochtig weidevogelgrasland, Glanshaverhooiland en Vochtig hooiland. Tussen het plangebied en dit natuurgebied liggen agrarische graslanden en een winterdijk met daarop de weg Cellemuiden. Gezien de tussenliggende afstand, de aansluiting van het plan op het huidige bedrijventerrein, de landschappelijke inpassing en de tussenliggende afstand, wordt significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en

14

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

waarden van het NNN met zekerheid uitgesloten. De regels ten aanzien van het NNN in de provincie Overijssel staan vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Verdere stappen in het kader van de bescherming van het NNN, zoals een nadere toetsing, zijn niet aan de orde.

Figuur 3.1 Ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden. Blauw: Vogelrichtlijngebied. Geel: Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied. Groen: Habitatrichtlijngebied. Bron gebieden: Provincie Overijssel (2021c). Bron kaart: Open topo.

Figuur 3.2 Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van begrenzing Natuurnetwerk Nederland (blauw). Bron gebieden: Provincie Overijssel (2021c). Bron kaart: Open topo.

3.3

Weidevogelgebied Het gebied ten zuiden van het huidige bedrijventerrein is in de Omgevingsvisie van provincie Overijssel (2021a) aangewezen als weidevogelgebied voor kritische soorten (figuur 3.3). Kritische

15

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

soorten zijn grutto, tureluur en wulp. Ook het natuurbeheerplan (Provincie Overijssel, 2020; p18) noemt het belang van de uitgestrekte weilanden rondom Genemuiden voor weidevogels. Voor deze gebieden geldt echter geen actieve planologische bescherming. Het natuurbeleidsplan vormt daarmee geen beletsel voor vaststelling van het bestemmingsplan.

Figuur 3.3 Weidevogelgebieden in de omgeving van het plangebied (in rood). In donkerblauw ‘open grasland weidevogelbeheer kritische soorten’. In lichter blauw (niet zijnde water): ‘open grasland weidevogelbeheer niet-kritische soorten’. Kaartbron: Provincie Overijssel (2021a), kaartbeeld behorende bij paragraaf 10.3.2.1 Leefgebieden agrarisch natuurbeheer (inclusief weidevogelgebieden).

3.4

Houtopstanden

3.4.1

Algemeen Binnen het plangebied zijn twee houtopstanden aanwezig: De bomenrij die de zuidzijde van het bedrijventerrein begrenst (zie foto op het omslag) en de houtopstand ten oosten van het bedrijventerrein (figuur 1.2). Deze houtopstanden vallen buiten de bebouwde kom Boswet (tegenwoordig Wet natuurbescherming) (Gemeente Zwartewaterland, 2004; zie figuur 3.4 en figuur 3.5). Houtopstanden buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming genieten in bepaalde gevallen bescherming vanuit de Wet natuurbescherming. Om te beoordelen of de plannen conflicteren met beschermde houtopstanden, zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming, is per houtopstand bepaald of er uitzonderings- of vrijstellingsregels gelden.

16

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

Figuur 3.4 Grens bebouwde kom Boswet/Wet natuurbescherming aan de zuidzijde van Genemuiden. Bron kaart: Gemeente Zwartewaterland (2004).

Figuur 3.5 Grens bebouwde kom Wet natuurbescherming (blauw omlijnd) ten opzichte van het plangebied (rood omlijnd). Kaart ondergrond: Open topo.

17

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

3.4.2

Bomenrij ten zuiden van het bedrijventerrein De bomenrij ten zuiden van het bedrijventerrein bestaat uit meer dan 20 bomen. Het betreft een eenrijige beplanting van 29 populieren, grenzend aan het bedrijventerrein en een watergang. Artikel 4.1 lid f van de Wet natuurbescherming stelt dat houtopstanden welke bestaan uit populieren of wilgen en fungeren als wegbeplanting, beplanting langs waterwegen of éénrijige beplantingen langs landbouwgronden, géén bescherming genieten onder de wet natuurbescherming. Deze houtopstand valt daarmee onder één van de uitzonderingsregels. Het vellen van deze houtopstand conflicteert niet met de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden. Er is geen melding, herplantplicht, ontheffing en/of compensatie nodig.

3.4.3

Houtopstand ten oosten van het bedrijventerrein De houtopstand ten oosten van het bedrijventerrein betreft een bosstrook met een mix aan boomsoorten. De meest voorkomende soorten zijn Spaanse aak, zwarte els en gewone es, in combinatie met voornamelijk schietwilg, grauwe wilg, gewone vlier en hazelaar. Deze houtopstand heeft een oppervlakte van minimaal 35 are en is daarmee groter dan 10 are. Het vellen van (delen van) deze houtopstand conflicteert met de Wet natuurbescherming onderdeel houtopstanden. Het voornemen betreft het herinrichten van dit deel van het plangebied tot een brede groen-blauwe zone, waarbij de groenstrook wordt uitgebreid. Indien voor de realisatie van de toekomstige situtatie een (deel van) de houtopstand wordt geveld, geldt een meldplicht en een herplantplicht bij bevoegd gezag (Provincie Overijssel). De instructies hiervoor zijn terug te vinden op de provinciale website (Provincie Overijssel, 2021d). Een melding voor het vellen van een (deel van een) houtopstand, die onder de definitie van de wet valt, moet minimaal 6 weken vóór het vellen worden gedaan bij de provincie. Binnen drie jaar nadat een houtopstand is geveld, dient op de plaats van velling te worden herplant.

Omdat in dit geval herplant op dezelfde locatie kan worden gerealiseerd vormt het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

3.4.4

Gemeentelijke regels Naast bescherming van houtopstanden onder de Wet natuurbescherming hanteren gemeenten ook beschermingsregels voor kap. Mogelijk is een omgevingsvergunning vanuit gemeente Zwartewaterland noodzakelijk.

18

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

4. Soortbescherming 4.1

Flora Tijdens het quickscan veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. In de oevers van de watergangen zijn voornamelijk algemene plantensoorten aangetroffen zoals liesgras, grote egelskop, grote brandnetel, kikkerbeet, gewone smeerwortel en pitrus. Ook de ondergroei van de houtopstanden bestaat voornamelijk uit algemene plantensoorten. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (o.a. NDFF, 2021) worden geen wettelijk beschermde soorten verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

4.2

Zoogdieren

4.2.1

Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaand kader (kader 4.1) worden deze onderdelen nader beschreven en op welke wijze ze beschermd zijn. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen.

Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. In de bomen ten zuiden van het bedrijventerrein zijn geen voor vleermuizen geschikte holten, spleten of loszittend schors aanwezig. In bomen in

19

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

de oostelijke houtopstand zijn evenmin voor vleermuizen geschikte holten, spleten of loszittend schors aangetroffen. Aanwezigheid van dergelijke potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in deze houtopstand kan op basis van het quickscan veldbezoek echter niet worden uitgesloten doordat het aanwezige blad het zicht deels belemmert. Indien er in de oostelijke houtopstand bomen worden geveld is nader onderzoek naar potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in de bomen noodzakelijk (bij voorkeur in de bladloze periode). Indien potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen dan zijn verdere vervolgstappen aan de orde, zoals nader vleermuisonderzoek. Aan de hand van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied worden uitgesloten of aangetoond. Daarna kan worden bepaald of, en zo ja welke, verdere vervolgstappen nodig zijn om door te kunnen gaan met vaststellen van het bestemmingsplan. Vliegroutes Binnen het plangebied zijn lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van houtopstanden en watergangen. In principe kunnen de lijnvormige houtopstanden fungeren als vliegroute van vleermuizen (kader 4.1), mits deze een verbindingszone vormen tussen verblijfplaatsen en foerageergebied. In dit geval vormen de houtopstanden geen verbinding: zij omlijnen slechts het huidige bedrijventerrein.

Evenmin zijn deze houtopstanden onmisbaar als geleidend element: bij verlies van één of beide houtopstanden kunnen de bedrijfsgebouwen bovendien de geleidende functie overnemen. De watergangen in het plangebied zijn alle dusdanig smal dat ze voor vleermuizen geen geleidende functie vervullen. Vervolgstappen (zoals nader onderzoek of een ontheffing) zijn voor vliegroutes van vleermuizen niet aan de orde. Foerageergebieden Het huidige plangebied bestaat voor het grootste deel uit grasland, doorsneden door smalle watergangen waarvan de oevers intensief onderhouden worden. Parallel aan het huidige bedrijventerrein zijn ook houtopstanden aanwezig. Het open landschap vormt slechts marginaal foerageergebied voor vleermuizen. De opgaande begroeiing vormt voor vleermuizen geschikter foerageergebied, maar is beperkt van omvang. Als gevolg van de plannen wordt de hoeveelheid opgaande begroeiing aan de oostzijde uitgebreid (Bijlage 1). Daarnaast is in de omgeving ruim voldoende alternatief foerageergebied voorhanden, zoals de uiterwaarden van het Zwarte Water ten oosten van het plangebied. Als gevolg van de plannen verdwijnen geen essentiële foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen (zoals nader onderzoek of een ontheffing) voor foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. 4.2.2

Grondgebonden zoogdieren Egel en kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing en wezel) In het plangebied zijn geen waarnemingen van egel of kleine marterachtigen bekend (NDFF, 2021). In de omgeving van het plangebied zijn in de singel ten noordwesten van plangebied Zevenhont Oost (figuur 1.3) wel waarnemingen van egel bekend (met cameravallen vastgelegd; Van Teeffelen, Lindhout & Wallink, 2021) Ook bij de erven aan de Cellemuiden (dijk) zijn waarnemingen van egel bekend (NDFF, 2021). Van kleine marterachtigen zijn geen waarnemingen bekend in de omgeving van het plangebied; de dichtstbijzijnde waarneming is uit 2019 van hermelijn nabij de Roebollige hoek, op ca. 570 meter van het plangebied (NDFF, 2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) egels of kleine marterachtigen aangetroffen. De houtopstanden in het plangebied vormen geschikt foerageergebied voor deze soorten en aanwezige takken- en bladerhopen bieden mogelijk verblijfplaatsen (bijlage 2).

20

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

Bij uitvoering van de plannen, namelijk het rooien van de zuidelijke houtopstand, gaan mogelijk verblijfplaatsen van egel, hermelijn, bunzing en wezel verloren. Door inpassing van de houtopstand aan de oostzijde van het plangebied gaan hier geen verblijfplaatsen verloren. Daarnaast gaat beperkt foerageergebied verloren. In het de omgeving van het plangebied is echter ruim voldoende alternatief foerageergebied voorhanden door de aanwezigheid van groenstroken (oostzijde bedrijventerrein) en omliggende erven en tuinen. Door de aanleg/uitbreiding van de landschappelijke inpassing van bedrijventerrein Zevenhont is ook in de toekomst in en om het plangebied in ruime mate foerageergebied voorhanden. Voor egel en kleine marterachtigen geldt sinds februari 2021 geen nadere onderzoeksplicht meer (Veldman, Troost & Klink, 2021). Het uitgangspunt is als volgt “als op basis van de combinatie van de ecologische functiekaart(en) en het projectplan blijkt dat potentiële rustplaatsen en/of voortplantingsplaatsen worden beschadigd of vernield is een ontheffing nodig” (Veldman, Troost & Klink, 2021). Voor het verwijderen van de zuidelijke bomenrij en het verwijderen van de ondergroei worden potentiële vaste verblijfplaatsen van egel, hermelijn, bunzing en wezel beschadigd of vernield.

Voor uitvoering van de plannen op deze locatie is daarom een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming vereist. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. Er dient gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol waarin instructies worden gegeven voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. Er is uitzicht op ontheffing omdat aan onderstaande voorwaarden kan worden voldaan: • In voorliggende situatie kan de functionaliteit van de leefomgeving gegarandeerd worden door het realiseren van nieuw leefgebied of bestaand leefgebied te verbeteren. • Schade aan individuen tijdens de werkzaamheden kan worden voorkomen door de werkperiode en werkwijze af te stemmen op deze soorten (werken buiten de kwetsbare winter- en voortplantingsperiode en potentiële schuilplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden controleren). • Het belang van de werkzaamheden kan worden onderbouwd met het volgende belang: In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde (Wnb artikel 3.10, tweede lid, onderdeel a). Zodoende vormt de aanwezigheid van leefgebied voor egel, hermelijn, bunzing en wezel geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

Overige grondgebonden zoogdieren Overige beschermde zoogdieren, zoals waterspitsmuis en otter, worden op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) niet verwacht. Vervolgstappen ten aanzien van deze en andere beschermde soorten zonder provinciale vrijstelling zijn niet aan de orde. In het plangebied zijn wel vaste verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten te verwachten. Dit zijn onder andere veldmuis, aardmuis, bosmuis en huisspitsmuis. Bij de voorgenomen activiteiten kunnen enkele exemplaren van deze zoogdieren verstoord of gedood worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. De zorgplicht (Wnb artikel 1.11; kader 2.1) is echter altijd van toepassing. Hier kan onder meer invulling aan worden gegeven door bij het verwijderen van groenelementen één kant op te werken zodat aanwezige dieren kunnen vluchten.

21

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

4.3

Vogels Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wet natuurbescherming verwijderd worden. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Kader 4.2 Vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige soorten, waaronder zwarte roodstaart, grutto, tureluur en wulp, geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

4.3.1

Vogels met jaarrond beschermde nesten Soorten van categorie 1 tot en met 4 In (de omgeving van) het plangebied zijn waarnemingen van vogels met jaarrond beschermde nesten als sperwer, boomvalk, buizerd, ransuil en kerkuil bekend (Van Teeffelen et al., 2021 en NDFF, 2021). Binnen het plangebied is tijdens het quickscan veldbezoek één nest aangetroffen dat mogelijk in gebruik is door buizerd, sperwer, ransuil of boomvalk en daarmee jaarrond beschermd is (figuur 4.1; bijlage 2). Het betreft een nest in een wilg in de oostelijke houtopstand. In deze houtopstand is tijdens eerder onderzoek ook een potentieel jaarrond beschermd nest aangetroffen in een els. In 2020 was dit nest echter niet bezet, hoewel hier wel nest-indicerend gedrag van sperwer is waargenomen (Van Teeffelen et al., 2021). Mogelijk zijn in deze houtopstand meer potentiële jaarrond beschermde nesten aanwezig, omdat de bomen door de dichte bladerdek niet goed te inspecteren waren. In de zuidelijke bomenrij zijn met zekerheid geen potentiële jaarFiguur 4.1 Potentieel jaarrond beschermd nest in de oostelijke houtopstand. Foto: Ecogroen rond beschermde nesten aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast nesten van buizerd (2x) en kerkuil bekend (bijlage 2). Deze nesten bevinden zich op ruime afstand van het plangebied (buizerd >450 meter; kerkuil >320 meter).

De werkzaamheden leiden niet tot verlies van onmisbare foerageergebieden die kunnen leiden tot het verlaten van jaarrond beschermde nesten. In de omgeving van blijven ruim voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig in de vorm van graslanden, erven en perceelsranden als sloten, bermen en houtopstanden. Indien bomen in de oostelijke houtopstand geveld moeten worden, is nader onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten noodzakelijk (met een eerste bezoek in de bladloze periode en overige bezoeken afgestemd op de aangetroffen nesten en de te verwachten soorten). Nader onderzoek is ook nodig als de oostelijke houtopstand behouden kan blijven, maar als uitvoering van

22

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

werkzaamheden in het broedseizoen van de te verwachten soorten (februari tot en met augustus) is gepland. Aan de hand van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan de aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten of aangetoond. Daarna kan worden bepaald of, en zo ja welke, verdere vervolgstappen nodig zijn om door te kunnen gaan met vaststellen van het bestemmingsplan. Soorten van categorie 5: Zwarte roodstaart Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig, waardoor nestgelegenheid voor zwarte roodstaart ontbreekt. Grenzend aan het plangebied zijn twee broedgevallen van zwarte roodstaart bekend: aan de oostzijde van het pand Sisalstraat 81 (Van Teeffelen et al., 2021) en in de zuidwestelijke punt van het huidige bedrijventerrein, de Blokmat 23 (NDFF, 2021). Deze territoria/ nestplaatsen gaan als gevolg van de plannen niet verloren. De ontwikkeling van het bedrijventerrein biedt daarnaast kansen voor zwarte roodstaart, welke een voorkeur heeft voor hogere bebouwing (broedlocatie, zangpost) in combinatie met open, droog en zonnig terrein (zoals braakliggende grond en korte vegetatie). Vervolgstappen zijn voor zwarte roodstaart niet aan de orde en aanwezigheid van de soort vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

Soorten van categorie 5: grutto, tureluur en wulp (weidevogels) De graslanden in het plangebied zijn onaantrekkelijk voor weidevogels om te broeden, vanwege de verstorende werking die uitgaat van het huidige bedrijventerrein en de N759 (Bruinzeel & Schotman, 2011). Eerder onderzoek van Ecogroen toont ook aan dat er geen broedende weidevogels aanwezig zijn in het plangebied (Heinen en Schermerhorn, 2017; Van Teeffelen, 2021). Feitelijk gaat er door de plannen geen geschikt weidevogelgebied verloren. De verstorende werking op omliggend weidevolgebied die kan ontstaan door de realisatie van Zevenhont Midden treedt feitelijk niet op, doordat in de verstoringszone reeds Zevenhont Zuid wordt ontwikkeld (zie figuur 1.3). Van Zevenhont Midden gaat daarom geen aanvullende verstoring uit welke niet al ontstaat als gevolg van de ontwikkeling van Zevenhont Zuid. In de effectbeoordeling van Zevenhont Zuid (Van Teeffelen et al. 2021 en Van Teeffelen, 2021) is al rekening gehouden met effecten op weidevogels en weidevogelgebied. Weidevogels met jaarrond beschermde nesten van categorie 5 vormen daarmee geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. 4.3.2

Overige vogels In en rond het plangebied is broedbiotoop aangetroffen voor algemene broedvogels. In de bomen, groenelementen en wateren worden algemene broedvogels zoals wilde eend, krakeend, scholekster, kievit, knobbelzwaan, meerkoet, ekster, fitis, tjiftjaf, roodborst en houtduif verwacht. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op vogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als broedseizoen. Bij uitvoering van de werkzaamheden in de periodes tussen half februari en half december wordt geadviseerd na te gaan of nog bewoonde nesten van de vroeg of laat in het seizoen broedende soorten zoals houtduif of Turkse tortel aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgstappen voor vogels (zonder jaarrond beschermde nesten) zijn niet aan de orde, mits rekening gehouden wordt met het broedseizoen.

Het onderdeel vogels vormt daarmee geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

23

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

4.4

Vissen

4.4.1

Grote modderkruiper Tijdens het quickscan veldbezoek zijn geen exemplaren van grote modderkruiper aangetroffen. Wel is geschikt leefgebied aanwezig binnen het plangebied, in de vorm van zowel voortplantings- als overwinteringshabitat (zie bijlage 3). Waarnemingen van grote modderkuiper zijn bekend in de omgeving (NDFF, 2021). Daarnaast heeft Ecogroen in 2020 via e-DNA analyse grote modderkruiper vastgesteld in de plangebieden Zevenhont Zuid en Zevenhont Oost (Van Teeffelen et al., 2021). Dit vastgestelde leefgebied staat in directe verbinding met de wateren binnen het plangebied (WDOD, 2021; Peilgebied 31). Er kan daarom worden aangenomen dat het water binnen het plangebied in gebruik is als leefgebied van grote modderkruiper. Door het dempen en vergraven van wateren wordt leefgebied van grote modderkruiper beschadigd of vernield. Voor werkzaamheden aan de watergangen is daarom een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming vereist. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen dient in de regel voorzien te worden in alternatief leefgebied. Er dient gewerkt te worden volgens een ecologisch werkprotocol waarin instructies worden gegeven voor een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden.

Er is uitzicht op ontheffing, omdat aan onderstaande voorwaarden kan worden voldaan: • In voorliggende situatie kan de functionaliteit van de leefomgeving gegarandeerd worden door het realiseren van nieuw leefgebied of bestaand leefgebied te verbeteren en grote modderkruipers tijdens het uitvoeren van de dempingswerkzaamheden te ontzien. • Het belang van de werkzaamheden kan worden onderbouwd met het volgende belang: In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde (Wnb artikel 3.10, tweede lid, onderdeel a). Zodoende vormt de aanwezigheid van leefgebied voor grote modderkruiper geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.4.2

Overige beschermde soorten Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) wordt in het plangebied geen voortplanting of vast leefgebied verwacht van overige beschermde vissen uit de Wet natuurbescherming. Vervolgstappen zijn voor overige vissen niet aan de orde en overige vissen vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.5

Amfibieën Op basis van het veldbezoek, de terreinkenmerken en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) wordt de aanwezigheid van soorten van de in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en overige nationaal beschermde amfibieën (zoals heikikker en knoflookpad) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde en vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Wel is binnen het plangebied leefgebied van algemene soorten amfibieën zoals de kleine watersalamander, gewone pad, bastaardkikker en bruine kikker te verwachten in de sloten en op het land in (muizen)holen, ruigtes en de strooisellaag. Bij de geplande ingrepen kunnen exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor

24

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. De zorgplicht (Wnb artikel 1.11; kader 2.1) is echter altijd van toepassing. Hier kan onder meer invulling aan worden gegeven door bij het verwijderen van groenelementen in de actieve periode waarin amfibieën in het plangebied worden verwacht (april – oktober) één kant op te werken zodat aanwezige dieren kunnen vluchten.

4.6

Ongewervelden

4.6.1

Grote weerschijnvlinder In de wijdere omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van de grote weerschijnvlinder, op drie tot vier kilometer afstand (NDFF, 2021). In het plangebied is voortplantingshabitat van deze soort aanwezig in de vorm van grauwe wilgen op een schaduwrijke standplaats (zie bijlage 2). Indien er grauwe wilgen in deze houtopstand gekapt moeten worden is nader onderzoek naar grote weerschijnvlinder noodzakelijk om na te gaan of bomen in het plangebied voortplantingsplaatsen vormen voor deze soort. Onderzoek is mogelijk aan de hand van de karakteristieke vraatsporen en/of het zoeken naar rupsen op de waardplanten. Aan de hand van de uitkomsten van het aanvullend onderzoek kan de aanwezigheid van grote weerschijnvlinder worden uitgesloten of aangetoond. Daarna kan worden bepaald of, en zo ja welke, verdere vervolgstappen nodig zijn om door te kunnen gaan met vaststellen van het bestemmingsplan.

4.6.2

Gestreepte waterroofkever Tijdens het schepnet-onderzoek zijn geen exemplaren van gestreepte waterroofkever aangetroffen. Op basis van het intensief uitgevoerde veldonderzoek en het ontbreken van recente verspreidingsgegevens in en in de nabijheid van het plangebied (NDFF, 2021) wordt aanwezigheid van gestreepte waterroofkever niet verwacht. Vervolgstappen voor deze soort zijn niet aan de orde en vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.6.3

Platte schijfhoren Tijdens het schepnet-onderzoek zijn geen exemplaren van platte schijfhoren aangetroffen. Op basis van het intensief uitgevoerde veldonderzoek wordt aanwezigheid van platte schijfhoren niet verwacht. Vervolgstappen voor deze soort zijn niet aan de orde en vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.6.4

Overige beschermde soorten Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens wordt in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van overige beschermde ongewervelden. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde en vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.7

Reptielen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens wordt in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde reptielen.

25

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde en vormen geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

26

Quickscan Quickscannatuurtoets natuurtoetsZevenhont-Midden, Zevenhont-Midden,Genemuiden Genemuiden

Geraadpleegde bronnen Literatuur Broekhuizen, S. K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center &EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Bruinzeel, L.W. & A.G.M. Schotman (2011). Onderbouwing verstoringsafstanden werkplan weidevogels in Fryslân, A&W rapport 1624/Alterra rapport 2184. Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden/Alterra Wageningen Heinen, M.A. & P.W. Schermerhorn (2017). Weidevogels in de IJsseldelta in 2017. Inventarisatie van weidevogels in kansrijke gebieden voor weidevogelbeheer in de IJsseldelta. Rapport 17-125. Ecogroen bv Zwolle. Overheid (2021a). Wet natuurbescherming. http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Geraadpleegd 15 oktober 2021. Overheid (2021b). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378/. Geraadpleegd 15 oktober 2021. Provincie Overijssel (2019). Lijst van nationaal beschermde soorten. http://www.overijssel.nl/publish/pages/163396/lijst_nationaal_beschermde_soorten.pdf. Geraadpleegd 15 oktober 2021. Provincie Overijssel (2020). Natuurbeheerplan Provincie Overijssel 2021. Zwolle, september 2020. Beschikbaar via: https://www.overijssel.nl/publish/pages/180730/natuurbeheerplan_provincie_overijssel_2021_vdt.pdf Provincie Overijssel (2021a).

Omgevingsvisie Overijssel 2017 - Beken kleur, meest recente actualisatie 3 maart 2021. Beschikbaar via: https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Omgevingsvisie2017-GV07 Provincie Overijssel (2021b). Omgevingsverordening Overijssel 2017, meest recente actualisatie 3 maart 2021. Beschikbaar via: https://overijssel.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9923Omgevingsvisie2017-GV07 Scholten-Huizendveld, H.T. (2021). Soortenbescherming in Overijssel. Handreiking voor het aanvragen van een ontheffing. Provincie Overijssel, rapport 2021/0043454. Van Teeffelen, A., S. Lindhout, & M. Wallink (2021). Aanvullend ecologisch onderzoek bedrijventerrein Zevenhont, Genemuiden. Onderzoek beschermde soorten. Rapport 19-527. Ecogroen bv Zwolle. Van Teeffelen, A. (2021). Aanvullend onderzoek weidevogels uitbreiding Zevenhont Zuid, Genemuiden. Beoordeling Wet natuurbescherming categorie 5-vogels van de lijst met jaarrond beschermde nesten in Overijssel. Rapport 20-581-4. Ecogroen bv Zwolle. Veldman, J., C. Troost. & A. Klink (2021). Brochure Soortenbescherming in Overijssel. Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Provincie Overijssel, rapport 2021/0035915. Vleermuisvakberaad (2021). Vleermuisprotocol 2021.

27

Quickscan natuurtoets Zevenhont-Midden, Genemuiden

Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). Geraadpleegd 15 oktober 2021. NDFF (2021). Nationale Databank Flora en Fauna uitvoerportaal. https://ndff-ecogrid.nl. Geraadpleegd 15 oktober 2021. Provincie Overijssel (2021c). Atlas van Overijssel (https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1). Geraadpleegd 15 oktober 2021. Provincie Overijssel (2021d). https://www.overijssel.nl/loket/vergunning-ontheffing-melden/milieu-natuur/wet-0/ Informatie voor beschermde houtopstanden, kapmelding en herplantplicht. Geraadpleegd 15 oktober 2021. RAVON.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). Sovon.nl (website met soortinformatie over vogels). Vlinderstichting.nl (website met soortinformatie over vlinders en libellen). Zoogdiervereniging.nl (website met soortinformatie over zoogdieren).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12485549/1