CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

6.b. Nota van zienswijzen (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college10.003 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

woning Hanzeweg is daarmee een woning die is gelegen in de gebiedscategorie werken en valt daarmee onder de definitie en het beschermingsniveau van een categorie B geurgevoelig object volgens de Beleidsregel geur bedrijven (niet -veehouderij) Overijssel 2018.

Uit de resultaten van de verspreidingsberekeningen in het geuronderzoek blijkt dat bij alle geurgevoelige objecten in de omgeving uit categorie A, B‚C en D wordt voldaan aan de

streefwaarden uit de Beleidsregel geur bedrijven (niet veehouderijen) Overijssel 2018. Ter plaatse van de woning gekwalificeerd als categorie B, treedt geen onaanvaardbare geurhinder door het te vergunnen bedrijf. Dit zou niet anders zijn indien de woning in categorie A zou vallen, ook dan is geen sprake van onaanvaardbare geurhinder. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbesluit. 6.8.

Onjuist geuronderzoek Reclamant voert aan dat het geuronderzoek niet ten grondslag kan worden gelegd aan

de beoordeling van de vergunningaanvraag omdat geen kengetallen beschikbaar zijn. Reclamant vraagt zich af of de maal-menglijn, waar aansluiting bij wordt gezocht, niet te optimistisch is. Daarnaast wordt de geur ingedeeld in de categorie minder hinderlijke geuren, terwijl de geur onaantrekkelijk is en 24 uur per dag aanwezig is. Reactie college: Het college ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat de

beoordeling van de geurhinder te optimistisch is. Omdat de inrichting nog niet in werking is, kunnen geen geuremissiemetingen ter plaatse worden uitgevoerd en wordt in het geuronderzoek gebruik gemaakt van geurmetingen van vergelijkbare processen op andere locaties. Voor het kwantificeren van de geuremissie van de inrichting is in het

geuronderzoek van Buro Blauw (BL2022. 10569.01-V03) gebruik gemaakt van een 22

van

25

g nysingh advocaten

en

notarissen

gemeten geuremissie van een maal-menglijn van de diervoederfabriek van ForFarmers in Delden (BL2019.9600.01-V02). Wij zijn van mening dat hiermee een realistische voorstelling wordt gegeven van de te verwachten geursituatie. De aard van een geur is een van de parameters die wordt gebruikt bij het vaststellen van het aanvaardbaar geurhinderniveau (artikel 2.7a derde lid onder c Activiteitenbesluit). De

Beleidsregel geur bedrijven (niet-veehouderij) Overijssel 2018 houdt rekening met de aard van een geur door de betreffende geur in te delen in een van de vier

hinderlijkheidsklassen: 1. 2. 3. 4.

zeer hinderlijk; hinderlijk; minder hinderlijk, of: _niet hinderlijk.

De hinderlijkheidsklasse wordt bepaald door de hedonische waarde van de geur, die wordt gemeten conform de norm NVN2818 met een olfactometer en een panel van waarnemers. Omdat de inrichting nog niet in werking is kunnen geen geurmonsters ter plaatse worden genomen voor bepaling van de hedonische waarde. In het

geuronderzoek is daarom gebruik gemaakt van hedonische metingen van de geur van een ander bedrijf dat premixen produceert (Buro Blauw rapport BL2018.8774.01-VO1). Op basis hiervan valt de geur van premixen in de hinderlijkheidsklasse ‘minder hinderlijk’. Dat indiener de geur als onaantrekkelijk ervaart, brengt op zichzelf geen verandering in de indeling in de categorie ‘minder hinderlijk’. Verder staat de systematiek van de onderliggende regelgeving in deze procedure niet ter discussie. De nieuwe inrichting is

getoetst aan de streefwaarde conform artikel 5 van de Beleidsregel geur. Het maximale geurhinderniveau ter plaatse van de geurgevoelige objecten is aanvaardbaar geacht. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbesluit. 6.9.

Ontoereikende vergunningvoorschriften Reclamant voert aan dat er voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden die de geuruitstoot beperken tot de berekende uitstoot van het onderzoek, in plaats van de maximale toegestane uitstoot ter plaatse. Reactie college: Vooropgesteld wordt dat de geurhinder wordt beperkt tot een aanvaardbaar niveau (zie paragrafen 6.7 en 6.8 van deze zienswijze). Uitgangspunt is

het zo veel mogelijk beperken van bestaande hinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Daarbij staat het afwegingsproces voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau centraal. Dit aanvaardbare hinderniveau is gedefinieerd en opgenomen als vergunningvoorschrift. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbesluit.

Zienswijze reclamant 7 7.

Reclamant verwijst in de eerste plaats naar de zienswijzen zoals ingediend door reclamanten

1 en 4.

23

van

25

g nysingh advocaten

en

notarissen

Reactie college: Terugverwezen wordt naar de reactie van het college op zienswijzen 1 en 4. 7.2.

Verzoek om

intrekking

of aanpassing

leidraad

‘Hoger bouwen

met

Hogere

kwaliteit’

Reclamant verzoekt de leidraad ‘Hoger bouwen met Hogere kwaliteit’ in te trekken, dan wel aan te passen. Reactie college: Het college ziet geen aanleiding voor intrekking of aanpassing van de leidraad ‘Hoger bouwen met Hogere kwaliteit. Voor een bespreking van de toepassing van de leidraad verwijst het college naar de reactie in paragraaf 1.4 en 4.1 van deze zienswijzennota.

Zienswijze reclamant 8 8.1.

De zienswijze van reclamant is identiek aan de zienswijze zoals ingediend door reclamant 1.

Reactie college: Terugverwezen wordt naar de reactie van het college op zienswijze 1.

Zienswijze reclamant 9 9.1.

Reclamant verwijst in de eerste plaats naar de zienswijze zoals ingediend door reclamant 1.

Reactie college: Terugverwezen wordt naar de reactie van het college op zienswijze 1. 9.2.

Aantasting Natura 2000 Reclamant voert aan dat bij het ontwerpbesluit geen rekening is gehouden met de gevolgen van de fabriek voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Reactie college: Terugverwezen wordt naar de reactie in paragraaf 4.2 van deze zienswijzennota.

9.3.

Strijd met goede ruimtelijke ordening Reclamant merkt op dat het bouwen van de silo zorgt voor de verdere verdozing van het landschap. Volgens reclamant is dit in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Terugverwezen wordt naar de reactie in paragraaf 1.3 van deze zienswijzennota.

9,4,

Reclamant merkt op reeds veel hinder te ervaren van bestaande bedrijven op het

bedrijventerrein. Reclamant vreest dat de hinder als gevolg van de nieuwe fabriek verder zal toenemen.

24

van

25

g nysingh advocaten

en

notarissen

Reactie college: Met de zienswijze kan reclamant reageren op het ontwerpbesluit. De hinder afkomstig van bestaande bedrijven maakt geen onderdeel uit van het ontwerpbesluit. Het college beperkt zich in de beantwoording van de zienswijze tot de hinder als gevolg van het te vergunnen bedrijf. Voor zover reclamant vreest voor geur- en

geluidhinder als gevolg van het te vergunnen bedrijf, wordt terugverwezen naar paragraaf 3.2.

Voor zover reclamant vreest voor stofoverlast van het te vergunnen bedrijf wijst het college op bijlage 11 van het ‘Advies over aanvraag omgevingsvergunning, activiteit milieu’, waaruit volgt dat negatieve effecten door stofemissie worden voorkomen. In deze bijlage is aangegeven hoe rekening wordt gehouden met stofoverlast, bijvoorbeeld door

te werken met gesloten verpakkingen, gesloten systemen en inpandige processen. Daarnaast wordt voldaan aan stofemissie-eisen (NeR regelgeving) door middel van het plaatsen van een filterinstallatie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbesluit. 10. 10.1.

Reclamant verwijst naar de zienswijzen zoals ingediend door reclamanten 1 en 4. Reactie college: Terugverwezen wordt naar de reactie van het college op zienswijzen 1 en 4,

25

van

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12372557/1