2a. Bijlage - Eindrapportage provinciedekkende aanpak vitalisering vakantieparken Overijssel
Tekst van het document
1
Inleiding .......................................................................................................... 3
2
De opgave....................................................................................................... 5
3
Werkzaamheden en bevindingen kwartiermaker ................................ 10
4
Provinciebrede aanpak.............................................................................. 14
4.1 Beoogd expertisecentrum 4.2 Doelen van het expertisecentrum 4.3 Taken van het expertisecentrum 4.4 Inschakelen van het expertisecentrum 4.5 Informatiepositie op orde 4.6 Organisatie expertisecentrum Vitale Vakantieparken Overijssel 4.7 Communicatie
5
14 14 14 15 16 17 19
Voorgesteld instrumentarium .................................................................. 21
5.1 De aanpak van parken 5.2 Algemene instrumenten 5.3 Koppeling aan de landelijke actie-agenda
21 24 25
6
Financieel overzicht ................................................................................... 27
7
Afsluiting ....................................................................................................... 30
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
2
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
organisatiestructuur en een provincie-dekkend ‘expertisecentrum’ die gemeenten kan ondersteunen in een onderbouwde en integrale aanpak van de problematiek. De eindrapportage In deze eindrapportage gaan we allereerst in op de opgave waar we met elkaar aan gaan werken (hoofdstuk 2). Vervolgens gaan we in hoofdstuk 3 in op de stappen die de kwartiermaker heeft gezet en de belangrijkste bevindingen van de kwartiermaker. In het vierde hoofdstuk beschrijven we hoe we met de opzet van een expertisecentrum de provinciebrede aanpak voor ons zien. Hoofdstuk 5 illustreert welk instrumentarium het expertisecentrum zou kunnen gebruiken en verder ontwikkelen. In hoofdstuk 6 gaan we in op het financiële plaatje en het zevende, laatste, hoofdstuk bevat enkele afsluitende woorden.
Ervaring vanuit het Vechtdal Al eerder is een leer- en ontwikkeltraject in het Vechtdal gestart voor minder vitale parken (Vitale Vakantieparken Vechtdal). Binnen dit traject wordt samengewerkt met betrokken partijen om de kwalitatieve achteruitgang van parken een halt toe te roepen. De opgedane ervaringen in het Vechtdal vormen een bouwsteen voor een vervolgaanpak voor vakantieparken, die voor de hele provincie wordt ontwikkeld. Hiermee kan het traject in het Vechtdal een passend organisatorisch vervolg krijgen en kunnen de overige Overijsselse gemeenten direct hun voordeel doen met de daar opgedane kennis en ervaring. Kwartier maken voor een provinciedekkende aanpak Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben op 31 maart 2020 besloten om burgemeester Vroomen van de gemeente Ommen te vragen als kwartiermaker voor het uitwerken van een “provincie-dekkende aanpak voor minder vitale vakantieparken”. In het afgelopen jaar heeft hij, in nauwe afstemming met de provincie, gewerkt aan een organisatorisch en financieel voorstel, met een EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
3
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
4
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
De achterblijvers, waar geen recreatief toekomstperspectief meer ligt. Daar ligt de opgave om te transformeren of te saneren.
In de figuur op de volgende pagina vindt u een weergave van de uitkomsten van de vitaliteitsonderzoeken en de omvang van de genoemde groepen (zorgenkindjes en achterblijvers). Inschatting aantallen parken Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kunnen we een inschatting2 geven van de aantallen vakantieparken waar het om gaat in de provincie Overijssel: ▪ Zorgenkindjes: ongeveer 60 in de gehele provincie ▪ Achterblijvers: ongeveer 25 parken in de gehele provincie
In deze vitaliteitsonderzoeken1 zijn niet alleen vakantieparken, maar ook andere accommodatievormen meegenomen. Een totaaloverzicht voor de gehele provincie, vindt u hieronder. Elk stipje staat voor één bedrijf of park. De steekproef aan parken en bedrijven was ruim 50%. Focus van de aanpak In de aanpak maken we een tweetal keuzes qua focus:
We komen deze parken in de gehele provincie tegen. In de onderzoeken zijn in 13 van de 25 Overijsselse gemeenten parken gevonden die door de onderzoekers zijn ingedeeld bij de zorgenkindjes of de achterblijvers. Onder de niet-onderzochte parken (de parken die niet in de steekproef zaten) kunnen zich natuurlijk ook nog zorgenkindjes of achterblijvers bevinden in één van de andere Overijsselse gemeenten.
Focus 1: vakantieparken De focus van de aanpak ligt op vakantieparken: bungalowparken en campings of gemengde bedrijven (waarin een kampeer- en/of bungalowpark gecombineerd wordt met een andere verblijfsrecreatie functie) met een recreatieve bestemming. De focus ligt daarmee niet op de hotels, groepsaccommodaties, B&B’s en mini-campings.
Vanuit het vitaliteitsonderzoek is geen zicht op de aanwezigheid en omvang van ondermijnings- of veiligheidsissues op parken. In welke mate die problematiek op Overijsselse vakantieparken speelt, is op dit moment dus nog niet helder.
Focus 2: zorgenkindjes en achterblijvers De focus van de aanpak ligt, zoals aangegeven, op de onderkant van de markt. Dat betreft dan in de genoemde onderzoeken gebruikte indeling twee groepen: ▪ De zorgenkindjes, waarbij achteruitgang dreigt. Om dat te voorkomen is het van belang dat parken die zich in de ‘gevarenzone’ bevinden te revitaliseren tot recreatiebedrijven met een gezonde bedrijfsvoering.
1
Vitaliteitsonderzoeken verblijfsrecreatie, Bureau voor Ruimte & Vrije Tijd
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Belangrijk om te beseffen is dat in de onderzoeken niet álle parken hebben meegedaan; een totale inschatting is dan ook gebaseerd op de (omvangrijke) steekproef die is gebruikt in de onderzoeken. 2
5
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
6
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
Wat als we niets doen? Vakantieparken met een zorgelijke kwaliteit en/of toekomstperspectief zijn slecht voor het recreatief product en vatbaar voor verdere afglijding: verpaupering, maatschappelijke problemen, ondermijning, opvang van nietrecreatieve doelgroepen. Zo zijn er mensen die hun heil zoeken op een vakantiepark, omdat er onvoldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn op de reguliere woningmarkt en vinden op sommige terreinen illegale activiteiten plaats. In sommige gevallen is de situatie al dusdanig afgegleden dat van een recreatief park geen sprake meer is, en dat het perspectief op revitaliseren ontbreekt (ongeveer 25 parken in de provincie). In dat geval komt transformatie naar een nieuwe functie in beeld. Een veelal complexe opgave, dat een integrale aanpak, veel expertise en een lange adem vereist. In veel meer gevallen (ongeveer 60 parken) is de situatie zorgelijk, maar waarschijnlijk niet onomkeerbaar. De kwaliteit blijft achter en/of er zijn redenen tot zorg over het toeristische toekomstperspectief. Dit zijn juist de parken waar verdere afglijding op de loer ligt. Ook in deze gevallen is de problematiek in veel gevallen complex, maar kan met een integrale aanpak op maat (de zogenaamde ‘1-park-1-plan gedachte’) het tij nog gekeerd worden.
Doen we niets, dan behoren deze 60 parken over een aantal jaren tot de groep achterblijvers, en is onze opgave vele malen groter dan die nu al is. Niets doen is dus geen optie. Hoewel het om een private sector gaat heeft de overheid een belangrijke rol in het waarborgen van veiligheid en leefbaarheid en het faciliteren van de economische waarde van de parken. Daarbij is het belangrijk te erkennen dat de opgaven op en rond vakantieparken vaak meervoudig zijn en niet eenvoudig op te lossen. Een aanpak vraagt dus in sommige gevallen een lange adem.
provincies stevig wordt ingezet, kan het zijn dat problemen zich naar onze provincie zullen verplaatsen. Immers: als niet-recreatieve gebruikers van vakantieparken niet meer terecht kunnen in de omliggende regio’s, zullen zij mogelijk hun blik gaan richten op onze provincie. Dat maakt het des te belangrijker dat we in Overijssel de problematiek en de opgaven serieus nemen. Waarom een gezamenlijke aanpak? Gemeenten hebben een regierol in de vraagstukken rondom vakantieparken gezien hun kerntaken rondom economie, ruimte, volkshuisvesting, openbare orde en veiligheid en het sociaal domein. Vanuit deze domeinen heeft de lokale overheid niet alleen een sleutelpositie in het tegengaan van oneigenlijk gebruik en ongewenste effecten op parken, maar ook in het faciliteren van kansen en stimuleren van innovatie binnen de sector. Hoewel de dynamiek rondom vakantieparken vaak een bovenlokale oorzaak hebben, manifesteren ze zich op het laagste schaalniveau. Gemeenten zullen in veel gevallen als eerste moeten optreden, maar voor velen is deze opgave nog relatief nieuw en onbekend. Het ontbreekt gemeenten in veel gevallen aan de juiste kennis, expertise en ervaring en bovendien kan aanpak van de parken een kostbare aangelegenheid worden, die vele malen efficiënter en goedkoper kan worden indien gezamenlijk gekozen wordt voor een aanpak.
Gedurende de verkennende gesprekken van de kwartiermaker is dit veelvuldig door gemeenten beaamd. Daarnaast heeft de onderkant van de markt bij uitstek te maken met een ‘waterbedeffect’; een aanpak in de ene gemeente kan de problemen gaan verschuiven naar een gemeente een stuk verderop. Ook daarom is een gezamenlijke aanpak wenselijk, waarbij er voor de provincie vanwege het gemeente-overstijgende belang een belangrijke faciliterende rol is weggelegd. Bovendien heeft veel provinciaal beleid (bijv. betrokkenheid bij regionale woonafspraken, ruimtelijk beleid) een duidelijke relatie met het thema. Daarom zou de provinciale een belangrijke rol kunnen pakken bij het beleidsmatig oppakken van signalen die vanuit een gezamenlijke aanpak naar voren komen.
Belangrijk om hier op te merken is dat op veel plekken in Nederland wordt gewerkt aan de vitalisering van de vakantieparken. In de meeste omliggende regio’s wordt al intensief gewerkt aan de vitalisering van de sector (Veluwe, Drenthe) of worden daartoe de eerste stappen gezet (Achterhoek, Fryslân). Als handhaving en vitalisering van parken in de ons omliggende regio’s en EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
7
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
Integrale benadering en regie Het is een vraagstuk dat enkel vanuit meerdere disciplines aangepakt kan worden. De bestaande programma’s en instrumenten op het gebied van vitaliteit in Nederland hebben dan ook veelal een integrale benadering. Ondertussen wordt ook in landelijk verband al gesproken over het Klavertje-Viermodel3 dat uiterst eenvoudig, maar doeltreffend, laat zien dat er verschillende belangrijke domeinen betrokken zijn bij het vraagstuk van (re)vitaliseren en transformeren. Om die reden is het belangrijk dat het gehele college van B&W van een gemeente betrokken is bij de aanpak van vakantieparken. Hetzelfde geldt voor het college van Gedeputeerde Staten. Tegelijkertijd is de kans van slagen het grootst als het dossier op één heldere plek binnen een college is belegd. Die regierol kan per gemeente verschillen. In sommige gevallen ligt het voor de hand de burgemeester deze rol te geven (bijvoorbeeld als het meer over openbare orde en veiligheid gaat), in andere gevallen zal een portefeuillehouder de trekker zijn, bijvoorbeeld een portefeuillehouder vrijetijdseconomie, als het vooral om het revitaliseren van verouderde parken gaat. We laten deze keuze met nadruk bij de colleges zelf.
Bron: Eefsway, Informatiegericht Handelen Vakantieparken, in opdracht van provincie NoordHolland (2020) 3
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
8
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
9
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
Uitgevoerde werkzaamheden De vraag van het provinciebestuur was om te komen tot een gedragen, provinciedekkende aanpak voor de niet-vitale vakantieparken. Om te komen tot een dergelijk voorstel hebben de kwartiermaker en de projectleider de volgende stappen ondernomen: ▪
▪
▪
Oriënterende en verdiepende gesprekken met gemeentebestuurders De kwartiermaker heeft proactief gemeentebesturen benaderd om met hen het gesprek te voeren over een mogelijke provinciedekkende aanpak. Zo is met een groot aantal burgemeesters en/of portefeuillehouders recreatie en toerisme gesproken om te kijken of zij de problematiek herkennen, wat zij nodig hebben om met de opgaven aan de slag te gaan en welk voorstel daar het beste op zou kunnen aansluiten. Om te zorgen dat iedere Overijssels gemeente de gelegenheid kreeg om het gesprek te voeren, is voor de zomer een brief verstuurd naar alle Colleges van B&W binnen de provincie Overijssel. In januari 2021 hebben alle gemeentelijke colleges opnieuw een brief ontvangen, dit keer met de tussenrapportage die de kwartiermaker had opgesteld voor Gedeputeerde Staten. Oriënterende en verdiepende gesprekken met gemeenteambtenaren Om te zorgen dat de gemeentelijke organisaties ook ambtelijk goed zijn aangehaakt, heeft de projectleider bij een aantal regionale ambtelijke overleggen aangeschoven, om de aanwezigen te informeren over de
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
▪
10
ideeën en hen om input en feedback te vragen. Daarnaast hebben een aantal verdiepende individuele gesprekken plaats gevonden. Leren van andere regio’s Met nadruk willen we in de provincie niet opnieuw het wiel uitvinden, maar ook leren van ervaringen elders in het land. Zo heeft een verdieping plaats gevonden in de aanpakken elders in Nederland, en met name in die van onze directe buurregio’s Drenthe en de Veluwe, waar ze ook al de meeste ervaringen hebben opgedaan met de aanpak van vakantieparken. Deze regio’s stonden nadrukkelijk open voor kennisuitwisseling en de verkenning om waar mogelijk aan te sluiten met een vergelijkbare werkwijze in Overijssel. Ook met de Duitse grensregio’s is contact gezocht. De situatie in Duitsland lijkt wezenlijk anders te zijn dan in Nederland. Vanuit de Duitse buurregio’s is teruggekoppeld dat de problematiek van niet-vitale vakantieparken niet op de bestuurlijke agenda staat en dat men er ook niet bekend mee is. Afstemming met Gedeputeerde Staten Gedurende het proces is op verschillende momenten contact geweest met individuele leden van Gedeputeerde Staten, om zo ook een goed beeld te krijgen van de wensen en ideeën vanuit verschillende disciplines binnen het provinciebestuur. Begin november 2020 is met het college van Gedeputeerde Staten van gedachten gewisseld over de problematiek en een mogelijke aanpak.
In januari 2021 is met gedeputeerde Roy de Witte gesproken over de bevindingen en voorstellen uit de tussenrapportage. Ambtelijk is er gedurende het gehele traject intensief contact geweest met de provincie. Afstemming met Gastvrij Overijssel Gastvrij Overijssel is de netwerkorganisatie voor de vrijetijdssector in Overijssel. Doel van deze netwerkorganisatie is door marktgerichte samenwerking in de vrijetijdssector verbetering van het toeristisch aanbod, meer bezoeken en vakanties aan Overijssel en hogere bestedingen realiseren. Als het gaat om vitaliteit van de verblijfsrecreatie, dan richt deze organisatie zich voornamelijk op het vitale deel van de vrijetijdssector, via bijvoorbeeld kennis, subsidies en het aanjagen van duurzaamheid en VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
innovatie. De organisatie werkt nog aan een specifieke nadere invulling van het onderdeel van hun programma dat zich richt op de vitale parken. Daarmee liggen de focus van voorliggende aanpak en die van Gastvrij Overijssel duidelijk anders, maar het is wel van belang om te kijken hoe beide aanpakken elkaar kunnen versterken en een aanpak van de nietvitale vakantieparken geen ongewenste negatieve effecten heeft op het vitale deel van de sector. Daarom is afstemming gezocht met Gastvrij Overijssel. Afstemming met het RIEC Ook is intensief afgestemd met het RIEC Oost Nederland om te kijken welke rol het RIEC kan vervullen als het gaat om het inventariseren van mogelijke problemen op het gebied van veiligheid, ondermijning en mogelijk andere problematiek (bijvoorbeeld sociale) op vakantieparken. Op basis van deze gesprekken heeft het RIEC een voorstel gedaan voor een mogelijke rol, die we een plek hebben gegeven in de voorgestelde aanpak.
▪
Er zijn ook een drietal belangrijke aandachtspunten naar voren gekomen uit de gesprekken:
Belangrijkste conclusies gesprekken Vanuit de gesprekken die hebben plaats gevonden, heeft de kwartiermaker een aantal belangrijke conclusies getrokken: ▪
▪
▪
Herkenbare problematiek De opgave om met niet-vitale parken aan de slag te gaan wordt breed binnen de provincie door gemeenten gezien. Allereerst kwam deze opgave uiteraard al duidelijk naar voren vanuit het leertraject in het Vechtdal, maar ook breed daarbuiten wordt de urgentie gevoeld. Sommige gemeenten zijn al actief begonnen met een aanpak (of om daarover na te denken), voor anderen heeft het uitgevoerde vitaliteitsonderzoek een belangrijke signalerende functie. Voor veel gemeenten geldt zij nog zoekende zijn in een aanpak en velen geven dan ook aan dat het hen aan kennis, ervaring en expertise ontbreekt. Interesse in gezamenlijke aanpak Het nut en de noodzaak om binnen de provincie gezamenlijk aan de slag te gaan met een aanpak van de niet-vitale vakantieparken, wordt breed
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
gedeeld. Enerzijds vanuit het mogelijke waterbedeffect (de aanpak in de ene gemeente kan problematiek verschuiven naar een andere gemeente), anderzijds vanuit het gezamenlijk opdoen van ervaringen en ook niet telkens opnieuw het wiel te hoeven uitvinden. Wens om de informatiepositie op orde te krijgen en al aan de slag te gaan Opvallend is dat enkele gemeenten al staan “te trappelen” om met specifieke parken aan de slag te gaan. Dat doen ze het liefst binnen een soort gezamenlijk kader, zodat efficiënt gewerkt kan worden en er alvast geleerd kan worden van de opgedane ervaringen. Om die reden is de wens geuit om alvast met pilots aan de slag te gaan, waarbij (aanvullend op de al uitgevoerde provinciebrede vitaliteitsscan) de informatiepositie van een park (op het gebied van vitaliteit, veiligheid, omgeving en eventuele mogelijke transformatie-opties) alvast op orde wordt gekregen. Deze pilots worden in de eerste maanden van 2021 geconcretiseerd.
▪
11
Voorkomen van negatieve beeldvorming Het is belangrijk om met parken aan de onderkant van de markt aan de slag te gaan. Belangrijk daarbij is wel om te voorkomen dat het aanpakken van niet-vitale parken zorgt voor een negatieve beeldvorming voor de sector als geheel. Het overgrote merendeel van de sector is vitaal en we kennen in Overijssel gelukkig ook veel voorlopers in de markt. Het is een schrikbeeld voor de sector dat er, bijvoorbeeld via uitingen van de pers, vooral beelden naar buiten zouden komen van vervallen parken, politiecontroles en sociale problematiek, terwijl de vitale parken daar geen relatie mee hebben. Deze negatieve beeldvorming moeten we met zijn allen weten te voorkomen. Voorkom ongewenste negatieve effecten van te nemen maatregelen. Er wordt aandacht gevraagd voor een goede afweging van in te zetten instrumenten. Soms kan een instrument een positief effect hebben voor de aanpak van niet-vitale vakantieparken, maar tegelijkertijd ook een VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
potentieel negatief bijeffect hebben voor het vitale deel van de sector. Als voorbeeld vraagt brancheorganisatie HISWA-RECRON aandacht voor het invoeren van de BAG-registratie voor recreatie-objecten, een actie die nu staat opgenomen in de zogenaamde Landelijke Actie Agenda Vakantieparken. Het beoogde effect is een beter zicht op de situatie op recreatieparken, maar leidt volgens HISWA-RECRON in veel gevallen tot een (forse) lastenverzwaring voor de sector als geheel. Het is daarom belangrijk om die negatieve bijeffecten ook goed in kaart te hebben, zodat een goede afweging gemaakt kan worden of een dergelijk instrument al dan niet door een gemeente wordt ingezet. Voorkom een te grote organisatie met een top-down benadering De oproep hierbij is vooral om niet iets ‘heel groots’ op te tuigen, dat zichzelf ‘in stand moet houden’. Daarom is de oproep: kies voor een vraaggerichte, casusgerichte insteek, waarbij telkens gekeken wordt wat er nodig is en bouw tijdig een evaluatie in. We hebben in dit voorstel daarom gekozen voor zowel een opbouwfase als een tijdige evaluatie.
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
12
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
13
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
over een continuering, bijstelling of beëindiging van de voorgestelde aanpak. Het is belangrijk daarbij wel te beseffen dat de aanpak van de problematiek in veel gevallen langer duurt.
Het expertisecentrum ondersteunt gemeenten en provincie om te werken aan de volgende doelen: ▪ Het revitaliseren van parken: zorgen voor vitale parken met een helder toekomstperspectief en waar de kwaliteit weer op orde is. Daarmee ook bijdragen aan meer economische vitaliteit en economische spinoff. ▪ Het tegengaan van verloedering en verdere afglijding van parken. ▪ Het aanpakken van eventuele ondermijnende activiteiten en de weerbaarheid van parken op dit gebied vergroten. ▪ Het aanpakken van eventuele sociale problematiek (sociaal zwakkeren, zorgbehoevenden) op parken. ▪ Het transformeren van parken zonder toeristisch toekomstperspectief naar een andere, goed gereguleerde, functie.
We stellen voor een expertisecentrum op te zetten, dat problemen niet zelf volledig gaat oplossen, maar dat gemeentebesturen expertise en instrumenten biedt om zelf met de parken aan de slag te gaan. Gemeenten blijven daarbij telkens zelf verantwoordelijk, maar kunnen daarbij wel worden gefaciliteerd vanuit deze op te zetten organisatie. Opzet Het voorstel is om in te zetten op een kleine en wendbaar expertisecentrum, dat extra expertise en instrumenten kan inhuren waar dat nodig is. Het gaat met nadruk om een lerende organisatie, die leert van de opgedane ervaringen binnen, maar ook buiten de provincie Overijssel. Het bewijzen van de toegevoegde waarde De term ‘expertisecentrum’ roept voor sommigen een associatie op met iets omvangrijks en daarmee het risico dat het een organisatie zal zijn die zichzelf in stand wil houden (zie ook de beschreven aandachtspunten aan het einde van hoofdstuk 3). Dat is uiteraard geenszins de bedoeling. In de komende periode zal het expertisecentrum uiteraard al moeten bewijzen toegevoegde waarde te kunnen leveren bij de aanpak van de problematiek van niet-vitale vakantieparken in onze provincie. 2021 zien we daarbij als een opstartjaar, waarin we het expertisecentrum stap voor stap opbouwen, naar gelang de vragen en wensen die naar boven komen, zodat het centrum al vanaf de start vraaggericht te werk kan gaan.
Het expertisecentrum zal naar verwachting begin 2022 volledig bezet en operationeel zijn. Eind 2022 zal een eerste evaluatie plaatsvinden aan de hand waarvan een besluit kan worden genomen EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Het expertisecentrum is allereerst inzetbaar bij concrete casussen voor revitalisering en transformatie (zie paragraaf 4.4). Het expertisecentrum helpt daarbij concreet bij het aanzetten tot actie; het moet (onder regie van de betreffende gemeente) gaan zorgen voor concrete toepassingen van methodieken. Daarnaast heeft het expertisecentrum de volgende taken: ▪ Het expertisecentrum werkt aan de ontwikkeling en het delen van kennis, handreikingen en werkwijzen. Het centrum zorgt daarbij voor afstemming met andere regio’s, zodat het wiel niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Te denken valt aan handreikingen als ‘inschrijving bewoners 14
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
▪
▪ ▪
op een vakantiepark4’, een handreiking over de stappen om te doorlopen bij transformatie of de beschrijving van concrete instrumenten. Het expertisecentrum draagt bij aan beleidsconsistentie in de regio, door inconsistenties te signaleren en met voorstellen voor verbetering te komen. In die zin heeft het expertisecentrum ook een agenderende functie. Het legt verbindingen met bestaande relevante beleidstrajecten, zoals de woonagenda. Het expertisecentrum heeft een makelaarsfunctie; het brengt kennisvragen en instrumenten (aanbod) bij elkaar, ook waar nodig van buiten de provincie Overijssel. Het expertisecentrum zorgt voor een lerend netwerk met en tussen gemeenten. Het expertisecentrum legt verbindingen met mogelijke financieringspartijen.
casus zich leent voor verdere ondersteuning van het expertisecentrum en zo ja: op wat voor wijze. Gemeente wil aan de slag In veel gevallen zal de gemeente het intiatief nemen om met het park aan de slag te gaan. De gemeente heeft in dat geval voor ogen om het park te revitaliseren naar een vitaal, het park te transformeren naar een andere (nietrecreatieve) functie en/of eventuele ondermijnings- of sociale problematiek op een park aan te pakken. Belangrijk is dat de gemeente eerst contact legt met het park zelf (ondernemer of vertegenwoordiger van de eigenaren, in veel gevallen een eigenaarsvereniging). De gemeente geeft aan dat zij zich zorgen maakt over de toekomst van het park, licht dit nader toe en geeft aan het expertisecentrum in te willen schakelen. Belangrijk is daarbij ook aan te geven wat de meerwaarde voor het park zelf is. Wil het park meewerken, dan kan het expertisecentrum worden ingeschakeld. Mocht het park niet meewerken, en de gemeente wil wél aan de slag met het park, dan kan de handhaving geïntensiveerd worden, om zo oneigenlijk gebruik aan te pakken én aan te tonen, en deze als drukmiddel te gebruiken om de ondernemer of eigenaarsvereniging tot actie te bewegen5.
Signalering van problemen: informatiebasis op orde Allereerst zal er een indicatie moeten zijn dat een park dat de categorie ‘achterblijvers’ of ‘zorgenkindjes’ behoort. Vindt er (veel) permanente bewoning of ander oneigenlijk gebruik plaats? Is er sprake van achterblijvende kwaliteit? Zijn er zorgen over de toekomst van het park? Zijn er zorgen over ondermijning, sociale problematiek of veiligheid? Als er zorgen over één of meerdere van deze elementen zijn kunnen vanuit het expertisecentrum de in paragraaf 4.5 genoemde scans worden ingezet om de kennisbasis op orde te krijgen. Dat geeft een nader inzicht in de situatie en of de
Park wil aan de slag Het kan ook zijn dat een park (ondernemer of eigenaarsvereniging) aangeeft graag te willen transformeren of revitaliseren. Zij melden zich dan tot de betreffende gemeente, die inventariseert of de casus inderdaad in aanmerking zou kunnen komen voor een traject met het expertisecentrum, al dan niet daarbij gebruik makend van de scans die daarvoor ter beschikking staan. De
Deze handreiking is al in Drenthe ontwikkeld om te zorgen dat áls iemand zich inschrijft op een park in de basisregistratie (wat volgens de wet niet geweigerd gaat worden) er een protocol in werking wordt gezet om met de inschrijvers in gesprek te gaan, afspraken te maken met de handhavers en te kijken naar de oplossingen. Het updaten van deze handreiking is tevens
onderdeel van de landelijke actie-agenda vakantieparken; het is dus interessant om te kijken hoe daar het beste op aangehaakt kan worden. 5 NB handhaving wordt hier als drukmiddel beschreven om een park te bewegen om zelf ook in actie te komen en gebruik te maken van de geboden expertise (de aanpak van de stok en de wortel). Uiteraard kan handhaving ook zelfstandig worden ingezet met een ander doel.
4
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
15
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
gemeente schakelt dan zelf het expertisecentrum in.
2.
Het park behoort tot de groep ‘zorgenkindjes’ (d.w.z. de kwaliteit en/of het perspectief geven reden tot zorg, maar er worden nog kansen gezien om het park te revitaliseren). 3. Het park behoort tot de groep ‘achterblijvers’ (d.w.z. de kwaliteit en het perspectief zijn dusdanig zorgelijk dat de onderbouwde aanname is dat een recreatieve toekomst niet meer mogelijk is; het gaat hierbij om parken waarvoor een transformatie gezocht moet worden). De scan is met nadruk bedoeld als hulpmiddel om voor de gemeente als uitvoerende partij keuzes te maken. De scan heeft geen dwingend karakter.
Een succesvolle aanpak van de problematiek op een niet-vitaal vakantiepark vereist een goede inventarisatie van de aard van de problematiek van een park (denk daarbij aan: vraagstukken van permanente bewoning, vraagstukken rond arbeidsmigranten, sociaal-maatschappelijke problematiek, eigendomsverhoudingen, vormen van tijdelijke bewoning, signalen van onveiligheid of ondermijning). Aan de hand van een dergelijk vooronderzoek kan een handelingsperspectief voor een gemeentebestuur worden geformuleerd. Gemeentebestuurders hebben in de gevoerde gesprekken aangegeven dat zij ook hulp kunnen gebruiken om in te kunnen schatten wat er precies speelt op een park in hun gemeente. De ervaring in andere regio’s in Nederland leert dat een effectieve aanpak staat af valt bij een goede informatiepositie over een park. Daarom stellen we voor verschillende vooronderzoeken ter beschikking te stellen vanuit het expertisecentrum om de gemeente te helpen inschatten wat de beste aanvliegroute is voor de betreffende casus en of een park inderdaad in aanmerking komt voor verdere ondersteuning vanuit het expertisecentrum. Het vooronderzoek helpt om de kennisbasis over het betreffende park op orde te krijgen. Op basis van het vooronderzoek kan onder andere gekozen worden voor de volgende aanpakken:
Transformatiescan Op het moment dat een gemeente graag een park zou willen transformeren naar een nieuwe functie (bijvoorbeeld omdat uit de vitaliteitsscan blijkt dat een park geen recreatieve toekomst meer heeft), kan een transformatiescan worden ingezet. In de transformatiescan wordt verkend voor welke andere functies een park mogelijk in aanmerking zou kunnen komen (wonen, tijdelijk wonen, natuur, energiepark, etc.) en welke beperkende factoren er zijn en wat er op hoofdlijnen nodig is voor een transformatietraject. Het geeft belangrijke basisinzichten voor het transformatiespoor. Veiligheids- en leefbaarheidsscan Veiligheids-, ondermijnings- en leefbaarheidsissues kunnen op alle parken spelen. Bij parken waar er aanleiding is om zorgen te hebben over deze aspecten, kan een veiligheids- en leefbaarheidsscan ingezet, die inzicht geeft in (het risico op) veiligheids- en leefbaarheidsissues op het park. Mochten er hieruit zaken naar voren komen, dan gekozen worden om het veiligheids- en leefbaarheidsspoor in te zetten (al dan niet in combinatie met een revitaliserings- of transformatiespoor. Het RIEC Oost Nederland heeft aangegeven een belangrijke rol te kunnen vervullen bij een eerste inventarisatie.
Voor deze eerste inventarisatie worden (half) open bronnen bekeken en wordt informatie vanuit de gemeentelijke organisatie over, onder andere, overlast, overtredingen permanente bewoning, overige overtredingen, signalen van ondermijning verzameld. Tevens wordt de
Vitaliteitsscan Allereerst is het belangrijk om te weten of een park al dan niet vitaal is. Daartoe kan een verdiepende vitaliteitsscan worden uitgevoerd. Deze vitaliteitsscan gaat gedetailleerd en onderbouwd in kaart brengen hoe een park scoort op ‘kwaliteit’ en ‘perspectief’, met een concrete onderbouwing voor het betreffende park. Er zijn dan drie concrete uitkomsten mogelijk: 1. Het park is vitaal (d.w.z. de kwaliteit en het perspectief blijken toch niet zorgelijk te zijn). EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
16
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
bedrijfsstructuur verder in kaart gebracht om te kijken of daar bijzonderheden te zien zijn6. Afhankelijk van de uitkomsten van deze eerste analyse, kan het RIEC mogelijk ook een rol vervullen in eventuele vervolgstappen (NB de raakvlakken met de taken van het RIEC moeten zowel bij de inventarisatie als vervolgstappen groot genoeg zijn).
Opzet expertisecentrum met drie sporen We werken in stappen toe naar een organisatie, die inzet op drie verschillende sporen, ondersteund vanuit verschillende programmamanagers:
Omgevingsscan Soms liggen parken niet solitair in het landschap, maar liggen meerdere parken naast elkaar in een soort van recreatieve zone. Het revitaliseren of het transformeren van het ene park heeft daarmee mogelijk invloed op het toekomstperspectief van het andere park en vice versa. Daarom is het goed om te kijken in hoeverre deze parken zich afzonderlijk van elkaar kunnen ontwikkelen of dat een gezamenlijke opgave voor dergelijke parken zal moeten worden geformuleerd.
▪
Overige scans of onderzoeken Er kunnen ook andere aspecten zijn die van belang zijn om goed in beeld te hebben, voordat men tot een passende strategie voor het aanpakken van de problemen kan komen. Er moet dus zeker ook ruimte zijn om parkgerichte aanvullende onderzoeksvragen te beantwoorden. Daartoe kan de Handreiking informatiegericht handelen vakantieparken behulpzaam zijn. In opdracht van de provincie Noord-Holland en in samenspraak met een aantal betrokken gemeenten heeft bureau Eefsway deze handreiking opgesteld. Het is een document, dat in 2020 ook getest is in de praktijk, om te kijken welke informatie je nodig hebt en hoe je deze zou kunnen verkrijgen. Het document richt zich op gemeenten en is zeer praktisch van aard. Het expertisecentrum kan gemeenten ondersteunen in de toepassing van de handreiking. Op dit moment is de handreiking nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat dat in de loop van 2021 wel zal gebeuren.
▪
▪
Het RIEC heeft ook voorgesteld om een overzicht maken van vakantieparken die al in andere trajecten zijn genoemd als mogelijke probleemparken waar ondermijnende activiteiten plaats zouden kunnen vinden of veiligheidsissues spelen. Een dergelijk overzicht kan agenderend werken
bij de betreffende gemeentebesturen. Belangrijk is wel dat het gemeentebestuur altijd zelf besluit of zij al dan niet met een park concreet aan de slag willen.
6
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Revitaliseringsspoor Binnen het revitaliseringssppoor kan de vitaliteitsmanager worden ingezet, op vraag van de deelnemende gemeenten. Ook de vitaliteitsmanager is een adviseur die verbindt, naast de gemeenten gaat staan, aanpakken voorstelt en meeloopt gedurende het proces van revitalisering. De gemeente blijft echter altijd in de lead. Het park moet bereid zijn om mee te werken en een duidelijke vertegenwoordiging hebben aangewezen of bereid zijn zichzelf te organiseren. De inschatting is dat per jaar 10 tot 15 revitaliseringstrajecten zouden kunnen worden opgestart. Transformatiespoor. Binnen het transformatiespoor kan de transformatiemanager worden ingezet, op vraag van de deelnemende gemeenten. De transformatiemanager is een adviseur die verbindt, naast de gemeenten gaat staan, aanpakken voorstelt en meeloopt gedurende het proces van transformatie. De gemeente blijft echter altijd in de lead. Het park moet bereid zijn om mee te werken en een duidelijke vertegenwoordiging hebben aangewezen. De inschatting is dat per jaar 5 tot 6 transformatietrajecten zouden kunnen worden opgestart. Veiligheids- en leefbaarheidsspoor Binnen het veiligheids- en leefbaarheidsspoor adviseert een manager veiligheid en leefbaarheid gemeenten met betrekking tot toezicht en
17
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
handhaving op en rondom vakantieparken en het in kaart brengen van eventuele ondermijnende activiteiten, sociale problematiek en/of oneigenlijk gebruik van recreatieve objecten. Deze manager kan enerzijds ondersteund worden vanuit het RIEC (indien de problematiek daar aanleiding toe geeft), anderzijds vanuit een projectleider bij de provincie, die de coördinatie bij integrale controles op zich kan nemen. De problematiek op het vakantiepark is leidend voor de ondersteuning die het project biedt. Het gaat daarbij om het organiseren en voorbereiden van een (integrale) vakantieparkcontroles, maar vervolgens ook adviseren over de vervolgstappen die te nemen zijn om ondermijning op parken aan te pakken en veiligheidsissues op te lossen. De betrokkenheid van de ‘driehoek’ (naast de gemeente ook justitie en politie) is hierin in veel gevallen van belang. We geven waar nodig ook het sociaal domein en de zorg een plek in de aanpak, zodat ook hulpbehoevenden op parken geholpen kunnen worden (denk aan verslavingszorg, huisvesting, reclassering, etc.).
regelmaat wenselijk. Doel is elkaar informeren, zorgen dat aanpakken elkaar waar mogelijk kunnen versterken en zeker niet in de weg zullen zitten. Stuurgroep Er is reeds een stuurgroep7 aangesteld, die straks stuurt op het realiseren van de doelstellingen van het expertisecentrum en de verbinding onderhoudt met de bestuurders van de gemeenten die gebruik maken van het expertisecentrum. De stuurgroep is bestuurlijk opdrachtgever van het expertisecentrum. Deze stuurgroep bestaat uit gemeentebestuurders en een provinciebestuurder. De stuurgroep wordt voor gezeten door een gemeentebestuurder. Gemeentelijke betrokkenheid via coördinatoren Gemeenten kunnen op verschillende manieren aanhaken bij het expertisecentrum. Allereerst door betrokkenheid bij concrete casussen in hun gemeente. Anderzijds door aan te haken op eventueel te organiseren kennisen expertisebijeenkomsten omtrent handreikingen en werkwijzen. Van belang voor het expertisecentrum is dat elke gemeente die op één of andere manier ‘deelneemt’ aan de provinciedekkende aanpak, een ambtelijke coördinator vitale vakantieparken aanstelt, die zorgt voor een integrale aansluiting in de eigen gemeente (waarbij de samenstelling per gemeente kan verschillen, afhankelijk van de opgaven en de problematiek).
Samen met de stuurgroep zal nog gekeken worden of het zinvol is om een aantal gemeentelijke coördinatoren (bijvoorbeeld één per regio) met enige regelmaat bij elkaar te laten komen om ervaringen uit te wisselen, de werkzaamheden van het expertisecentrum te bespreken, de kennis- en instrumentenbehoefte te inventariseren en casussen voor te dragen.
Om te zorgen voor afstemming met de stuurgroep (zie hieronder), individuele gemeenten en regie op de totaalaanpak wordt daarnaast voorgesteld een algemeen programmanager aan te stellen die eindverantwoordelijkheid voor het programma draagt. Daarbij is deze persoon verantwoordelijk voor de communicatie rondom het programma en zorgt voor het lerend netwerk en kennisontwikkeling. Het expertisecentrum moet daarnaast kunnen beschikken over een flexibele schil van externe expertise, budget om deze in te schakelen en werkwijzen/instrumenten om gestructureerd in te kunnen zetten. Alhoewel de focus van Gastvrij Overijssel vooral ligt op het vitale deel van de sector is afstemming tussen expertisecentrum en Gastvrij Overijssel met enige
Deze stuurgroep bestaat uit de burgemeesters van Ommen en Tubbergen, wethouders van de gemeenten Steenwijkerland en Enschede en een gedeputeerde van de provincie Overijssel. 7
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
18
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
Huisvesting De gemeente Ommen is bereid om het expertisecentrum te ‘hosten’. Dat wil zeggen dat het expertisecentrum gehuisvest in het gemeentehuis, en vanuit de gemeente Ommen kan worden gefaciliteerd.
Het succes van het expertisecentrum valt of staat mede door de wijze waarop we met elkaar de communicatie organiseren. Het centrum moet met nadruk vraaggericht te werk gaan (op verzoek van gemeentebesturen), maar daarvoor is het wel van belang dat gemeentebesturen goed op de hoogte zijn van wat het expertisecentrum te bieden heeft, waar kansen liggen, wat er speelt en welke ervaringen al zijn opgedaan. Daarom is het voor het expertisecentrum belangrijk dat er een heldere communicatiestructuur wordt opgezet. In dit eindrapport werken we nog niet concreet uit hoe deze communicatiestrategie eruit komt te zien, omdat we het belangrijk vinden dat het expertisecentrum straks vraaggericht kan kijken wat er nodig is: het opzetten van een website, een nieuwsbrief en aanvullende overlegstructuren dienen vooral ondersteunend te zijn aan het einddoel.
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
19
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
20
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
De volgende instrumenten kunnen door het expertisecentrum worden ontwikkeld, ontsloten en ingezet om gemeenten te ondersteunen bij het revitaliseren of transformeren van parken, danwel het aanpakken van sociale of ondermijningsproblematiek. Het is belangrijk voor gemeenten om, waar dat nodig is, hierbij zelf ook voldoende capaciteit vrij te maken om echt met een park aan de slag te gaan. Het expertisecentrum kan immers wel ondersteunen, maar niet de verantwoordelijkheid van de gemeente overnemen. Onderstaand overzicht is niet uitputtend bedoeld.
Belangrijk is dat bij de ontwikkeling en uitwerking van instrumenten een goede afweging wordt gemaakt van de effecten op niet-vitale én vitale parken. Soms kan een instrument immers een positief effect hebben voor de aanpak van nietvitale vakantieparken, maar tegelijkertijd ook een potentieel negatief neveneffect hebben voor het vitale deel van de sector. Bij het voorstellen van instrumentarium zal het expertisecentrum daarom niet alleen de voordelen, maar ook eventuele nadelen van een instrument benoemen, zodat de gemeente altijd een gedegen afweging kan maken.
▪
In onderstaande beschrijving geven we een overzicht van mogelijke instrumenten. Veel instrumenten (al dan niet in een wat andere vorm) worden of zijn al ingezet in andere regio’s (of een plek hebben in de landelijke actieagenda, zie paragraaf 5.3). Het is nadrukkelijk de bedoeling dat het expertisecentrum gebruik maakt van deze ervaringen en waar mogelijk niet opnieuw het wiel uitvindt. Andersom kan het expertisecentrum uiteraard de ervaringen in Overijssel weer delen met andere regio’s en provincies.
▪
Het inzetten van vooronderzoeken/scans om de informatiepositie rondom een park te verbeteren staan beschreven in paragraaf 4.5 en zullen we hier niet herhalen.
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
21
Versterking kennisbasis en coaching van parken Soms hebben ondernemers of eigenaarsverenigingen de grip op hun park wat verloren. Zij weten bijvoorbeeld dat hun park een sterke kwaliteitsimpuls nodig heeft, dat het oneigenlijk gebruik van recreatieobjecten toeneemt en maken zich zorgen over de toekomst. Maar soms weten ze ook niet meer waar ze moeten beginnen. Het is te groot, te complex en soms te gevoelig geworden om de eerste stap te gaan zetten. In die gevallen kan het helpen om ondersteuning te bieden aan parkeigenaren (ondernemers en/of eigenaarsverenigingen), door hun kennisbasis te versterken en waar nodig te coachen bij het daadwerkelijk aan de slag gaan om het park weer vitaal te krijgen. Een ‘wake-up call’ en een steuntje in de rug om de eerste stappen te gaan zetten, zijn dan mogelijk het vliegwiel om het park weer te revitaliseren. Vitaliteitsteam Overijssel Soms is het vraagstuk van revitaliseren zo complex, dat het zinvol is om meerdere expertises zich te laten buigen over een park. In de Veluwe en Drenthe is de afgelopen jaren al veel goede ervaring opgedaan met het werken met een ‘expertteam’ (Drenthe) of ‘kwaliteitsteam’ (Veluwe). In zo’n team is een groep van specialisten met verschillende expertises beschikbaar om zich gezamenlijk over een vraagstuk van een bedrijf of VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
▪
▪
park te buigen en tot een advies te komen. In Drenthe en de Veluwe zijn deze teams er vooral op gericht om de ‘middenmoters’ (vitale bedrijven) te ondersteunen en zitten er dan ook vooral experts in de genoemde teams die verstand hebben van bedrijfsmatige exploitatie, conceptontwikkeling en marketing. In Overijssel stellen we voor een dergelijk instrument in te zetten voor de ‘zorgenkindjes’ (de niet-vitale bedrijven die nog wel te revitaliseren zijn). Daarom zal de samenstelling van het voorgestelde Overijsselse ‘vitaliteitsteam’ gedeeltelijk anders zijn. Naast mensen met verstand van toeristische bedrijfsvoering, is het van belang om bijvoorbeeld ook juridische kennis of ruimtelijke kennis een prominente plek in het team te geven. Vaak is een vervolgstap door middel van begeleiding door een coach een zinvolle aanvulling, blijkt uit de ervaringen elders. Versterking organisatiestructuur van een park Bij veel niet-bedrijfsmatige geëxploiteerde parken is de organisatiegraad beperkt. Er zijn vaak wel eigenaarsverenigingen, maar niet alle gevallen zijn deze even professioneel georganiseerd, is lidmaatschap vrijblijvend en zijn er weinig tot geen (juridische) sturingsmogelijkheden op onderhoud en gebruik van recreatieve objecten.
Het geven van (veelal juridische) ondersteuning bij het versterken van de organisatiestructuur kan een belangrijke stap zijn om revitalisering van een park mogelijk te maken. Ondersteuning bij opstellen toekomstvisie Bij veel parken is er geen (gedragen) toekomstvisie voor een park. Belangen tussen eventuele perceeleigenaren, ondernemers en projectontwikkelaars zijn in veel gevallen niet dezelfde en er is geen gedeelde visie op de toekomst van een park. Het (integraal) ondersteunen van parken bij het maken van een gedragen visie op de toekomst van een park en in kaart brengen van wat er nodig is om dit te realiseren, is soms van belang. Ondersteuning bij bedrijfsopvolging Ondernemers oriënteren zich in sommige gevallen te laat op mogelijke bedrijfsopvolging (al dan niet binnen de familie) of er is überhaupt geen bedrijfsopvolger beschikbaar. Vroegtijdige kennisfacilitering op dit punt
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
▪
▪
▪
▪
22
kan problemen voor de toekomst voorkomen. Mogelijk kan het Landelijk Expertisecentrum Familiebedrijven hierin iets betekenen, omdat deze problematiek veel vaker voorkomt binnen familiebedrijven. Daarnaast kan aansluiting worden gezocht bij acties die al voor het MKB worden ingezet. De ervaring leert dat een goed en tijdig georganiseerde bedrijfopvolging een kwaliteitsimpuls kan geven aan soms verouderde vakantieparken. Bij uitbreidingsplannen: borging bedrijfsmatige exploitatie Bij uitbreidingsplannen is het wenselijk om bedrijfsmatige exploitatie (het aanbieden van een recreatief nachtverblijf) te borgen, zodat het risico op ander gebruik dan beoogd verkleind wordt, en de kans op toeristisch perspectief op lange termijn vergroot. Deze borging kan worden opgenomen als gebruiksregel van een bestemmingsplan. Tijdelijke bestemming Op sommige recreatieparken kan een tijdelijke functie worden gereguleerd om te zorgen voor een mogelijke vitaliseringsslag of overgang om transformatie naar een andere functie mogelijk te maken. Het kan bijvoorbeeld gaan om het tijdelijk gereguleerd huisvesten van arbeidsmigranten, om zo te zorgen voor voldoende financiële middelen om weer te investeren in het park of bedrijf tot een vitaal toeristisch geheel of deze bijvoorbeeld terug te geven aan de natuur.
Planologisch bonusmodel Hoe meer stappen een verblijfsrecreatieondernemer zet in de richting van kwaliteitsverbetering, hoe groter de vrijheid om het terrein naar eigen inzicht in te richten, te gebruiken en te bebouwen. Door op deze manier ruimtelijk ‘bonussen’ te geven (meer mogelijk te maken) kan, bij goede begeleiding, een park mogelijk weer gevitaliseerd worden. Transformatieplan De provincie heeft aangegeven bereid te zijn om mee te werken aan het transformeren van recreatieparken onder strikte voorwaarden. Belangrijke voorwaarde is dat aantoonbaar is dat een recreatieve toekomst uitgesloten is. Als dat zo is, is het van belang voor een zorgvuldige en gereguleerde transformatie naar een andere functie. Hierbij is regionale afstemming gewenst, zodat bijvoorbeeld via transformatie op afgestemde VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪
▪
wijze invulling gegeven kan worden aan de regionale opgaven, zoals de woonagenda’s. Integrale parkcontroles en handhaving De sector is gebaat bij integrale controles indien daar aanleiding toe is. Het gaat enerzijds om controles op oneigenlijk gebruik, maar ook op aanwezigheid van sociale problematiek of ondermijnende activiteiten. Deze controles zijn integraal vanwege de mogelijke betrokkenheid van veel verschillende instanties en organisaties, maar kunnen per park sterk verschillen. Het is daarbij van belang om maatwerk te leveren en er bewust van te zijn dat onaangekondigde grootschalige invallen van politie en belastingdienst op parken van welwillende ondernemers kunnen kwaad doen voor de sector. Het RIEC kan in veel gevallen een rol vervullen bij voorbereiding van parkcontroles. Belangrijk daarbij is dat er signalen van ondermijnende activiteiten of veiligheidsissues spelen. Voor de handhaving die controles met zich meebrengen (en daarop volgen) geldt dat deze vooral zin hebben als ook wordt meegedacht over het lange termijnperspectief. Sommige parken zal handhaving mogelijk leiden tot vertrek van de ongewenste gebruikers, maar zal in veel gevallen weer leiden tot terugkeer van andere ongewenste gebruikers, simpelweg omdat het bedrijf toeristisch gezien geen of een lastig perspectief heeft. Het expertisecentrum kan meedenken over dat lange termijnperspectief.
Investeringsfonds Aan de kwartiermaker is ook gevraagd te onderzoeken op welke wijze een investeringsfonds ingericht kan worden om middelen beschikbaar te stellen ter ondersteuning van de per park benodigde aanpak. Dit is een mogelijk in te zetten instrument, maar verdient nog verdere uitwerking. Daarom heeft de kwartiermaker voorgesteld om in de komende periode ervaringen die elders in Nederland zijn opgedaan te inventariseren, als input voor het voorgestelde evaluatiemoment eind 2022. Op dat moment kan vervolgens gekeken worden óf een investeringsfonds in Overijssel wenselijk is, op basis van de opgedane ervaringen met het expertisecentrum en zo ja, op welke wijze deze het beste geïmplementeerd zou kunnen worden.
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
▪
▪
23
Ondersteuning vanuit Gastvrij Overijssel Gastvrij Overijssel is momenteel bezig met de invulling van een programmalijn vitale verblijfsrecreatie dat zich specifiek richt op het reeds vitale deel van de sector en hoe deze te versterken en bedrijven te laten excelleren. Daarmee is de focus van Gastvrij Overijssel een duidelijk andere dan die van het expertisecentrum, dat zich immers richt op ondersteuning van gemeenten bij de aanpak van niet-vitale vakantieparken. Tegelijkertijd beseffen we ons dat alhoewel de focus van beide aanpakken duidelijk anders ligt, in de praktijk er wel degelijk enige overlap kan bestaan. De scheidslijn tussen vitaal en niet-vitaal lijkt theoretisch gezien immers een scherpe, maar gaat in de praktijk gepaard met een grijs tussengebied. Daarom kan het zijn dat ondernemers die zich met hun park in dat grijze gebied bevinden (bijv. een park dat na een kwaliteitsimpuls weer een prima vitaal bedrijf kan zijn), ook baat kunnen hebben bij ondersteuning (bijvoorbeeld via subsidie of kennissessies) vanuit Gastvrij Overijssel. Daarom is afstemming met Gastvrij Overijssel op dit punt ook blijvend van belang. 1-park-1-plan Het is belangrijk om te beseffen dat iedere situatie weer uniek is. Ondanks dat veel niet-vitale parken met vergelijkbare opgaven te maken krijgen, is elke situatie toch weer anders.
Daarom is het uitgangspunt van de ondersteuning vanuit het expertisecentrum met nadruk ook de ‘1-park-1plan’-gedachte die bijvoorbeeld ook op de Veluwe wordt gehanteerd: elke situatie vraagt om maatwerk, qua vooronderzoek, qua proces, qua inzet van instrumenten. Daarom is niet op voorhand te zeggen welke instrumenten precies hoe vaak ingezet zullen worden en of de beschreven instrumenten volstaan. Het expertisecentrum moet, samen met gemeenten, wendbaar in kunnen springen op vragen die naar voren komen en waar nodig nieuwe instrumenten in kunnen voorstellen of bestaande instrumenten op maat aanpassen.
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
kunnen andere gemeenten in Overijssel leren van de overwegingen en afwegingen die de gemeente Ommen heeft gemaakt om tot dit kader te komen. Het expertisecentrum kan deze kennisuitwisseling faciliteren en stimuleren.
Het expertisecentrum ondersteunt zoals aangegeven niet alleen bij concrete casussen, maar ontwikkelt en deelt ook kennis en werkwijzen om dit mogelijk te maken. Daarnaast heeft het expertisecentrum een agenderende functie. Het centrum draagt bij aan beleidsconsistentie in de regio, door inconsistenties te signaleren en met voorstellen voor verbetering te komen. Daarvoor kunnen een aantal taken worden opgepakt door het expertisecentrum: ▪
▪
▪
Kennisdeling en uitwisseling Bij veel gemeenten ontbreekt ook bepaalde expertise, ervaring of kennis. Het expertisecentrum kan rondom verschillende vraagstukken (thema’s als omgang met eigenaarsverenigingen, tijdelijk bestemming, handhaving e.d.) gemeenten bij elkaar brengen en kijken of een kennisprogramma, een webinar of de ontwikkeling van een handreiking op een bepaald thema wenselijk is. Ontwikkeling van nieuwe handreikingen of delen van bestaande handreikingen Het revitaliseren en transformeren van bedrijven of parken is in sommige gevallen een complexe opgave. Een belangrijke taak van het expertisecentrum is om ervoor te zorgen dat gemeenten gebruik kunnen maken van elders opgedane ervaringen. Uiteraard zal er altijd maatwerk nodig zijn, maar sommige werkwijzen zijn wellicht ook bruikbaar op andere plekken; zowel als het gaat om revitaliseren als om preventie van verdere afglijding. Daartoe kan het expertisecentrum handreikingen uitwerken. Delen van ervaringen We starten in onze provincie niet vanaf het begin. Sommige gemeenten in Overijssel hebben al ervaringen opgedaan met parken of zijn bezig met het ontwikkelen van kaders die behulpzaam kunnen zijn. Zo is de gemeente Ommen bezig met het ontwikkelen van een afwegingskader vitalisering vakantieparken, dat richtlijnen geeft voor beleid bij parken die willen transformeren of revitaliseren.
Alhoewel dit gemeentelijk beleid betreft,
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Een voorbeeld van een handreiking die al ontwikkeld is in het programma Vitale Vakantieparken Drenthe: een stappenplan voor parken die graag zouden willen transformeren. Dergelijke stappenplannen of handreikingen kan het expertisecentrum ook gaan ontwikkelen; op basis van eigen ervaringen én ervaringen elders in het land.
24
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Door heel Nederland wordt ondertussen gewerkt aan een vitale verblijfsrecreatie. Onlangs hebben het Ministerie van BZK, het IPO en de VNG het vervolg van de landelijke actie-agenda ondertekend. De acties uit deze agenda zijn gestructureerd aan langs drie hoofdlijnen: 1.
2. 3.
Park en mens in beeld – Informatie over park en mens wordt verder ontsloten. Deze data moeten beter toegankelijk worden voor betrokken overheden, zodat betrokken partijen beter inzichten krijgen in de opgaven. Toereikend instrumentarium – Betrokken partijen hebben behoefte aan effectief beleid en werkbare instrumenten voor de uitvoering. Lerend netwerk – Kennis wordt verder ontwikkeld en ervaringen worden met elkaar gedeeld. Door een steviger netwerk te creëren, versterken we de uitvoering.
Het is belangrijk om hierbij twee kanttekeningen te plaatsen: 1. Het uitgangspunt voor het expertisecentrum in Overijssel moet zijn dat de landelijke actie-agenda vooral versterkend moet werken voor het expertisecentrum. Dus: daar waar we in Overijssel denken dat het aanhaken op een landelijk actiepunt de lokale of provinciale behoefte kan versterken, zal het expertisecentrum in overleg met de provincie kijken hoe aangehaakt kan worden. 2. Het expertisecentrum zal ongetwijfeld keuzes moeten gaan maken. Het expertisecentrum moet vooral concrete casussen in de provincie Overijssel gaan ondersteunen; we moeten voorkomen dat er zo veel tijd gaat zitten in het aanhaken bij landelijke trajecten dat de ondersteuning van gemeentelijke casussen in het geding komt.
Door de opzet van een expertisecentrum in Overijssel kunnen we optimaal aanhaken op de structuren en kennis die op landelijk niveau worden geboden. Op dit moment worden de actiepunten uit de landelijke actie-agenda nader geconcretiseerd en wordt aan provincies (in de IPO werkgroep verblijfsrecreatie) gevraagd bij welke actiepunten zij nader betrokken zouden willen worden. De provincie Overijssel is daarvoor op dit moment in de lead. Het is op dit moment nog niet helder op welke wijze de landelijke actie-agenda ondersteunend kan zijn aan de hier voorgestelde provinciedekkende aanpak, maar dat er aanknopingspunten liggen, is wel zeker. Hieronder noemen we een aantal acties die nu al interessant lijken om vanuit de aanpak niet-vitale vakantieparken op aan te haken (NB dit overzicht is niet uitputtend bedoeld, in de praktijk kan het interessant zijn om aan te haken bij hieronder nietgenoemde actiepunten): EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Actiepunt 1.1 Bundelen van informatiestromen Actiepunt 1.4 Data-analyse ondermijning op vakantieparken Actiepunt 1.5 Update handreiking inschrijving BRP Actiepunt 1.6 Fenomeenanalyse ondermijning op vakantieparken Actiepunt 2.3 Workshop voor toezichthouders Actiepunt 2.6 Kwaliteits- en afwegingskader permanente bewoning Actiepunt 2.8 Expert- en aanjaagteam transformatie Actiepunt 3.2 Leerkring aanpak ondermijning op vakantieparken
Met de provincie Overijssel zal nader worden afgestemd over de verdere concretisering van de landelijke actie-agenda en de meerwaarde voor het expertisecentrum.
25
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
26
VOORSTEL PROVINCIEDEKKENDE AANPAK VITALISERING VAKANTIEPARKEN OVERIJSSEL
Financieel overzicht per jaar Onderstaand geven we een overzicht van de financiën per jaar. Kosten per jaar vanaf 2022
Totaal
Inzet vitaliteitsmanager
€
100.000
Inzet transformatiemanager
€
100.000
Inzet manager veiligheid en leefbaarheid
€
100.000
Inzet programmanager
€
80.000
Totaal personele inzet
€
380.000
Kosten vitaliteitsscans
€
60.000
Kosten veiligheidsscans
€
30.000
Kosten transformatiescans
€
30.000
Kosten andere onderzoeken
€
40.000
Totaal informatiepositie op orde
€
160.000
Inzet en ontwikkeling instrumenten revitalisering
€
68.000
Inzet en ontwikkeling instrumenten transformatie
€
68.000
Inzet op veiligheid en ondermijning
€
80.000
Totaal inzet en ontwikkeling instrumenten
€
216.000
EINDRAPPORTAGE KWARTIERMAKER
Kantoor en overhead, communicatie
€
60.000
Totaal overhead en communicatie
€
60.000
Inzet uren vanuit gemeenten afstemming
€
96.000
Inzet uren vanuit gemeente voor casussen
€
384.000
Totaal inzet uren gemeenten
€
480.000
Totaal
€
1.296.000
Gevraagde bijdrage (excl. uren) voor onderzoeken gemeenten (25%)
€
Gevraagde bijdrage provincie
€ 776.000,00
40.000,00
Totale begroting Met deze begroting zou in de komende twee jaar tijd naar schatting een start gemaakt kunnen worden met: ▪ Het revitaliseren van 20 tot 24 parken ▪ Het transformeren van 10 tot 12 parken ▪ Het aanpakken van veiligheids- en ondermijningsissues op 10 tot 12 parken (waarschijnlijk grotendeels overlappend met parken met een revitaliserings- of transformatieopgave) NB deze aantallen zijn mede afhankelijk van de hoeveelheid parken door gemeentebesturen worden aangedragen. Als deze lijn doorgetrokken zou worden, zouden we naar schatting vijf jaar tijd nodig hebben om met alle parken die binnen de focus van dit programma liggen aan de slag te gaan (NB voor het ondermijningsvraagstuk kennen we de omvang van de problematiek nog niet). Omdat sommige vraagstukken om meerjarige aanpakken vragen (bijvoorbeeld in het geval van transformatie), is in die vijf jaar niet ieder probleem opgelost, maar is (potentieel) wel met alle parken een start gemaakt.