11b. Bijlage 2 Verstedelijkingsstratgie 14 juni versie
Tekst van het document
De inzet voor de economische opgave
- 42 -
We zorgen dat bij de ontwikkeling van nieuwe locaties er gelijktijdig geïnvesteerd wordt in de versterking van de toekomstbestendigheid van bestaande werklocaties 3 . Door die te helpen met opgaven als: klimaatadaptatie, economisch vitaal houden, energietransitie en mobiliteitstransitie. We versterken de stedelijke economie door te sturen op een schaalsprong in stedelijkheid in Zwolle, waarmee we stevig inzetten op mens- en kennisintensieve economie. Dit type milieu kunnen we alleen hier bereiken, maar is van meerwaarde voor de gehele regionale economie. Bovenstaande inzet vraagt om een regionale economische visie waarin een gezamenlijke strategie staat hoe om te gaan met de ruimtevraag. De visie gaat daarnaast in op de regionale samenwerking/specialisatie differentiatie en het versterken van banden met kennis& onderwijsinstellingen in en buiten de regio en de ruimtelijke vertaling van met name gericht op grote werklocaties, waaronder ook de vraag hoe om te gaan
met grote ruimtevragers. Dit sluit aan op het voornemen van het ministerie van EZK voor verschillende type werklocaties uitwerkt als programma onder de NOVI. We hebben oog voor het belang van een voldoende groot, divers en toekomstbestendig aanbod van werklocaties in de Regio Zwolle (bedrijventerreinen, kantoorlocaties, campussen en gemengde milieus), zodat zowel huidige als nieuwe bedrijvigheid een passende plek kan vinden 6 . Een slimme zonering kan helpen de ontwikkeling van lokaal diverse werkmilieus te sturen. Voor mens- en kennisintensieve economie moeten we goed verbonden locaties benutten. Voor de industriële kant beschermen we kapitaalintensieve locaties en hanteren we de gezamenlijke bedrijventerreinenprogrammering om strategische keuzes te maken. Zo kan de overheid sturen op wenselijke ontwikkelingen en krijgt bedrijvigheid duidelijk richting om toekomstplannen te maken.
- 43 -
De zonering bestaat uit de volgende onderdelen en kan voor elke kern op maat worden gemaakt. Zo zorgen we dat iedere kern verschillende kwaliteiten in huis heeft. We onderscheiden de volgende milieus: Ruis gebieden Hier wordt volop ruimte geboden aan het maken, logistiek en rommeligheid. Hier passen vrijere woonvormen bij die zelf meer tolerantie van de omgeving vragen en ook toleranter zijn t.o.v. hun omgeving. Rust gebieden Hier is ruimte voor wonen, groen en kantoorwerk en ander licht werk.
Reuring gebieden Hier is ruimte voor stedelijke voorzieningen met ruime openingstijden die voor dynamiek en sociale veiligheid zorgen. Vooral in centrumgebieden, rond stations en onderwijsclusters.
Ruig gebieden In deze ruige milieus is de mogelijkheid om functies zoals sport, onderwijs, cultuur en recreatie te combineren met aanwezige bedrijvigheid die we niet kunnen of willen combineren met woongebied.
Hoe helpt deze aanpak de andere opgaven? Een slimme economische zonering helpt... … de klimaatopgaven door druk op de ruimte te houden. Bestaande bedrijventerreinen krijgen door nieuwe zonering momentum om ook klimaatvitaal te worden: inzetten op vergroening en goede waterhuishouding.
Reus gebieden In deze gebieden wordt uitsluitend gewerkt. De grootschaligheid van het werk-landschap en de bebouwing kan wel worden gecombineerd met klimaatadapatie, energieopwekking en natuur.
… de mobiliteitsopgave door concentratie van economische activiteit en menging en de woon-werkpendel te verminderen. Dit ontlast de mobiliteitsnetwerken. Clustering van bedrijven maakt collectieve oplossingen voor personen- en goederenverkeer aantrekkelijk. … de woningbouwopgave met de differentiatie in werkmilieus. Dit zorgt ook voor interessante nieuwe type woonmilieus in de regio. Wel blijft aandacht nodig in regelgeving om te voorkomen dat in een aanvankelijk gemengd milieu de woonfunctie het werk wegdrukt. Andersom heeft het wonen heeft ook een belangrijke functie in het op orde houden van arbeidspotentieel door de juiste woonmilieus te bouwen op plekken waar het bedrijfsleven toekomstbestendig groeipotentieel heeft.
Voorbeeld uit het onderzoek: Hardenberg De IQ-boulevard bij het station is een voorbeeldige leer-werkomgeving, met scholen en bedrijvigheid zoals Wavin en ziekenhuis.
De inzet voor de woonopgave
- 46 -
de veranderende bevolkingssamenstelling gaat het om compacter wonen, nabij voorzieningen, in hechte gemeenschappen. Dit vraagt maatwerk per kern, maar algemeen geldt voor verdichting met menselijke maat dat: • het een impuls geeft aan de directe omgeving; de omliggende bebouwing ‘heeft er iets aan’ • het niet ten koste gaat van (de kwaliteit van) openbaar toegankelijk groen en klimaatadaptatie bevordert • de bouwhoogte past in de omgeving
- 47 -
We verbeteren het functioneren van de woningmarkt en de leefbaarheid, zodat het zowel voor huidige als toekomstige bewoners mogelijk is een passende en aantrekkelijke woonplek te vinden 4 . We werken aan voldoende woningen, met een divers en betaalbaar woningaanbod in diverse woonmilieus, in kwalitatief goede en veilige leefomgevingen. NB: er ligt ook een opgave voor vrijkomende agrarische bebouwing waar een transformatie naar woonfunctie een goede oplossing kan zijn. Dit is geen onderdeel van de verstedelijkingsstrategie omdat het hier gaat om kleinschalige ontwikkelingen. De Provinciale Omgevingsvisies gaan hier nader op in. De Ontwikkelprincipes zijn ook hier wel van toepassing.
Op gebiedsniveau, variërend van hoogstedelijk tot dorps, kan verdichting in onderstaande milieus plaatsvinden:
Stationsgebieden Masterplan ontwikkeling waarin vastgoedontwikkeling en openbare ruimte samenhangend worden aangepakt. Met focus op functiemenging en goede overstapmogelijkheden voor reizigers.
Herontwikkeling woongebieden De aanpak is vaak een schuifoperatie: deze begint bijvoorbeeld bij collectieve oplossingen voor parkeervelden: vervangen door een mobiliteitshub, daardoor ontstaat ruimte voor groen & extra woningen. Ook door infrastructuur af te waarderen (van 50 naar 30 km/h) kan ruimte ontstaan langs ontsluitingswegen en koppen van buurtjes.
Ambities woningbouw per subregio Flevoland IJssel-Vechtdelta Kop v/d Veluwe Kop van Overijssel Salland Vechtdal Zuidwest Drenthe Zwolle Totalen
min. 5.000 4.000 4.000 3.750 3.000 5.750 7.000 17.500 50.000
woonagenda’s 11.100 5.000 7.500 3.750 3.000 6.800 8.000 20.000 65.150
max. 11.000 7.000 9.300 6.000 5.500 8.400 12.700 25.000 84.900
Herontwikkeling van werkgebied tot gemengd gebied Een geleidelijke transformatie van industriegebied naar gemengde wijk, bijvoorbeeld in Rust, Reuring of Ruis. Transformatielocaties Bijvoorbeeld harten van de wijk waar publieke partijen met maatschappelijk vastgoed aan de slag moeten. Of plekken waar een bedrijf niet goed meer past en een andere functie mogelijk wordt.
Hoe helpt deze aanpak de andere opgaven? Bouwen waar de mensen zijn helpt... … de klimaatopgaven door in bestaande buurten het startsein te geven voor klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte. … de mobiliteitsopgave door te bouwen op de juiste plekken. Dat verkleint de pendel en geven we mensen meer keuze nabij. En vice-versa: mobiliteitstransitie biedt ruimte voor woningbouw en vergroenen van bestaande woonmilieus. … de economie door wonen en werken dichter bij elkaar te brengen en waar de arbeidsmarkt krap is en de bevolking vergrijst extra ruimte voor nieuwbouw te bieden daar. Door de juiste zonering (zie Economie) voorkomen we dat woningbouw bedrijfsleven in de weg zit.
Voorbeeld uit het onderzoek: Hoogeveen Aanpak van stationsgebied, binnenstad en woonwijken. Uniek hier: naast betaalbare appartementen bij voorzieningen is het bouwen van groter en duurdere woningen ivm krapte op arbeidsmarkt strategisch.
Voorbeeld uit het onderzoek: Wezep Ook kleine kernen hebben ontwikkelpotentie nabij het dorpshart en rond een station.
- 48 -
- 49 -
Ontwikkelprogramma’s Integraal samenwerken aan gebieden en systemen
- 50 -
- 51 -
Integraal samenwerken aan gebieden & systemen De ontwikkelprogramma’s Voor iedere hoofdopgave is in het voorafgaande hoofdstuk geschetst hoe ze bijdragen aan de drie anderen. Dit laat zien hoe de warmehartenstrategie leidt tot integrale oplossingen. De warmehartenstrategie is van toepassing op alle bebouwde gebieden/kernen in de regio. De gehele woningbouwopgave landt voor een groot deel in een paar specifieke gebieden. Voor deze gebieden hebben we vijf integrale ontwikkelprogamma’s gedefinieerd, waar we gezamenlijk veel maatschappelijke meerwaarde willen bereiken. Om deze impact te verzilveren is het belangrijk hier afspraken over te maken tussen de gezamenlijke overheden. Deze vormen belangrijke concrete ruimtelijke ontwikkelingen richting 2040. Tegelijkertijd zijn ze niet nieuw: er zijn voor deze gebieden ook al plannen in wording en uitvoering.
Integraal werken aan Warme Harten: vijf ontwikkelprogramma’s voor gebieden De programma’s zijn erop gericht om de krachten te bundelen en dezelfde aanpak te hanteren. Daarom is het voorstel om hier ook gezamenlijk aan te werken om zo niet overal het wiel opnieuw uit te vinden, maar dezelfde methode te hanteren en die vervolgens op basis van gebiedseigen kenmerken verder uit te werken: Stedelijker Zwolle Karakteristieke stationsomgevingen Gezonde buurten Vitale kernen Krachtige binnensteden In elke subregio ligt wel een gebied waar een van de ontwikkelprogramma’s van toepassing is. Overal werken we aan Warme Harten door te verdichten in de bestaande stedelijke gebieden en dorpen 1 : voor specifieke gebieden wordt invulling gegeven aan de opgaven én de rijkdom en verscheidenheid van het landschap behouden 7 . Zo draagt iedereen bij aan de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie.
Systeemverandering voor een Klimaatadaptieve Delta: twee ontwikkelprogramma’s op systeemniveau Een Klimaatadaptieve Delta vraagt ook om veranderingen op systeemniveau 2 , waarbij we het water- en mobiliteitssysteem niet verder onder druk willen zetten. Dat vraagt om aanpak bij de bron. Voor water betekent dat zo veel mogelijk werken met natuurlijke oplossingen. Voor mobiliteit betekent het door gedragsverandering de mobiliteitsbehoefte zo duurzaam mogelijk te faciliteren. Regionale sponsstrategie Regionale mobiliteitsstrategie
Deze kaart geeft een indicatie van waar de vijf ontwikkelprogramma’s voor gebieden van toepassing kunnen zijn en is niet bedoeld om nu al een definitieve selectie voor te stellen. De kaart laat zien dat er in alle subregio’s gewerkt kan worden aan (een van) de programma’s. In de uitwerking spreken we af wie waar meedoet.
In de uitwerking van de programma’s brengen we onderlinge afhankelijkheid in beeld en spreken we af waar samenwerking een concrete meerwaarde biedt. Voor de programma’s ‘Stedelijk Zwolle’ en ‘Karakteristieke Stationsomgevingen’ wordt een eerste verkenning naar de noodzakelijke investeringen gedaan voor de woningproductie, de mobiliteitstransitie en klimaatbestendigheid in deze gebieden (mei/juni 2022).
- 52 -
Stedelijk Zwolle:
Een Warmer hart voor de hele regio De stad Zwolle biedt de regio een uniek stedelijk milieu. De potentie dat Zwolle zich daar verder in ontwikkelt is groot. Deze ontwikkeling is de afgelopen jaren al ingezet, bijvoorbeeld door met Fundatie, de vele investeringen in en om het station, het innovatiecentrum Perron038 en diverse stedelijke woningbouwprojecten zoals de Kamperpoort, Kraanbolwerk en Wezenlanden. Binnenstedelijke locaties waar slimme combinaties van klimaat, wonen, stedelijke economie en nabijheid krachtig invulling hebben gekregen.
Wat moet er gebeuren & wat levert het op? Door voort te bouwen op de Omgevingsvisie van de gemeente en de Ontwikkelvisie ‘Ons Stadshart van Morgen’ ontstaat samenhang in de aanpak van woningbouw, de mobiliteitstransitie, de stedelijke economie en natuurinclusieve, klimaatbestendige aanpak waar de hele regio van profiteert.
Het ontwikkelprogramma “Een Warmer hart voor de hele regio” is een stevige verdichting en vergroening van het historisch centrum, het stationsgebied en langs delen van de stedelijke ring. Deze toename stedelijkheid levert een bijzonder en uniek woonmilieu op voor de hele regio. Randvoorwaardelijk is dat de mobiliteitstransitie in Zwolle en in samenhang met de hele regio concreet en snel op gang komt. Daarin ligt een collectieve uitdaging.
- 53 -
Het verdichten in het Zwolse stadshart biedt de uitgelezen kans om de lokale woon-werk balans meer in evenwicht te brengen. Hiermee wordt nabijheid versterkt en verandert de mobiliteitsbehoefte. In een gemengd, compact milieu wordt meer gelopen en gefietst. Daarbij dragen parkeren op afstand, lagere normen, een snelheid van 30 km/h in bebouwde kom en een autoluwe binnenstad ook sterk aan bij. Dat vraagt om een sterk flankerend mobiliteitsbeleid en daadwerkelijk om mogelijkheden om afstand van de binnenstad de overstap te maken naar alternatief vervoer. Een veel lager autogebruik in het stadshart creëert daadwerkelijk ruimte voor vergroening, voor klimaatrobuuste oplossingen, met name langs historische waterstructuren en invalswegen: de royale klimaatdragers. Dankzij de klimaatingrepen wordt het een aantrekkelijk groen en stedelijk leefmilieu waarin fietsen en lopen het prettigste is. PM: De uitkomsten van het MIRTonderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving biedt een opmaat naar een regionale mobiliteitsstrategie en specifieke maatregelen voor Zwolle en gerichte plekken in de regio.
Het nieuwe woningaanbod in het hart van de stad, bij het Station en op de flanken rondom de Stadsring geeft een kwaliteitsimpuls aan heel Zwolle en de regio. Wonen en leven in hoogstedelijk milieu wordt mogelijk, voor jong en oud. Een nieuw spectrum voor wonen en werken dient zich aan met groeikansen voor stedelijke economie. De kansen dat de regio talent meer en langer vasthoudt en de arbeidsmarkt in de regio verder verbreed nemen toe. Waar de Spoorzone, het Stadshart en de Zwarte Waterallee alle potentie voor de korte termijn in zich meedragen dienen meer zachte kansen voor de langere termijn zich aan. De Ceintuurbaanzone verbindt complexe opgaven van de regionale mobiliteitstransitie, de regionale en lokale bereikbaarheid aan regionale voorzieningen als Isala, leisure en onderwijs. Juist hier kan Zwolle als Warm hart voor de regio verder groeien in samenhang hoge leefkwaliteit en een aantrekkelijk klimaatrobuust landschap met kansen voor een subregionale klimaataanpak. Deze Ceintuurbaanzone, zo volgt uit het onderliggende onderzoek, verbindt stad en regio naast de spoorzone en het historisch stadshart. Governance Gemeente Zwolle aan zet, samen met Rijksoverheid, Waterschap, provincie Overijssel Bandbreedte stedelijke groei 15.000-25.000 woningen en 0-20.000 arbeidsplaatsen
- 54 -
- 55 -
KLIMAAT Royale klimaatdragers: Grotere ecologische verbindingen naar de stad, Snelle verbindingen naar landschap rondom de stad voor klimaat ecologie volksgezondheid en aantrekkelijke leefomgeving
Bereid je voor op een integrale oplossing voor een gebied met meervoudige opgaven en kansen: De Ceintuurbaanzone
Indicatief Toekomstbeeld Zwolle
Groene straten: Meer ruimte voor vegetatie en water in het straatprofiel om bebouwde kom aantrekkelijker te maken voor fietsers, voetgangers en klimaatadaptatie. Park/bos buurten: Nieuwe ontwikkeling met focus op cimate adaptief en groen wonen. Bestaand stadsgroen verbeteren: Verbeteren en intensiveren van de kwaliteit van bestaand groen in de stad
MOBILITEIT Vergroenen en verfijnen van stedelijke straten Bepaalde wegen downgraden en snelheden verlagen zodat de hoofdwegen voor auto’s veiliger kunnen worden met frequente oversteekplaatsen. OV verbeteren: Verbetering van de toegang tot het openbaar vervoer. Programma en faciliteiten toevoegen rondom ov knoppen
2 2
Geclusteerd parkeren: Clusterparkeren in parkeerknooppunten bij binnenkomst in steden, waardoor autovrije straten ontstaan.
3
ECONOMIE
1
Reus gebieden: In deze ruige gebieden wordt uitsluitend gewerkt. De grootschaligheid van het werklandschap en de bebouwing kan worden gecombineerd met klimaatadaptatie en energie opwekking
4
Ruig gebieden: In deze ruige milieu’s is de mogelijkheid om functies zoals sport en recreatie te combineren in onderbenutte plekken in combinatie met de aanwezige bedrijvigheid. Ruis gebieden: In de Ruis-zone wordt volop ruimte geboden aan het ‘maken’, logistiek en rommeligheid. Hier passen vrijere woonvormen die meer tolerantie van de omgeving vragen en in return dat ook aan buurfunctie bieden
2
Reuring gebieden: Ruimte voor hoogstedelijke voorzieningen met ruime openingstijden die voor dynamiek en sociale veiligheid zorgen. Rust gebieden: Ruimte voor wonen, groen en kantoor werk.
WONEN Stationsgebied: Grote ontwikkeling met focus op verdichting en functiemenging: Stadsentree, parkeerknooppunt, meer voorzieningen, werken, voetgangersgebied Herontwikkeling tot gemengd gebied: Geleidelijke transformatie van industriegebied naar gemengde wijk: wonen + werken + voorzieningen + onderwijs Revitalisatie locaties: Vernieuwing bestaande wijken- Kleinschalige verdichting +10% van bestaande woningvoorraad Uitbreidingslocatie: Focus op het toevoegen van meer woningen samen met klimaatadaptieve maatregelen. Denk aan bosbuurt, parkbuurt, etc.
4
Binnenstad, stationsgebied Gezonde stadsbuurten Ceintuurbaanzone Nieuwe uitbreidingen Ontwikkelvolgorde
Binnen dit ontwikkelpakket is de Ceintuurbaanzone een cruciaal element voor de langere termijn. In de zone tussen de afrit Zwolle-Noord op de A28 en Marslanden komen de vier opgaven samen. Er liggen voor de gehele zone kansen om binnen dit multifunctionele gebied ruim 5 duizend woningen toe te voegen, met behoud van de huidige omvang van werkgelegenheid. Eén van de voorwaarden voor succesvolle verstedelijking is dat het gebied volledig aangehecht raakt aan de bestaande stad en het omliggende waardevolle landschap. In het landschap ligt de mogelijke kans ‘opgesloten’ om een robuuste klimaatoplossing te realiseren voor de waterveiligheidsopgave vanuit de Sallandse weteringen voor de stad Zwolle. De huidige Westerveldse Aa kan worden her)ontwikkeld als ‘Oer-Vecht’. De Ceintuurbaan zelf, als onderdeel van het hoofdwegennet (N35) met bovenregionale waarde, fungeert echter nu nog te veel als ruimtelijke barrière. Naar verwachting zal deze barrière nog verder toenemen door de opwaardering (verdubbeling) van de N35 tussen Zwolle en Almelo. Een toekomstige bestendige oplossing voor deze weg is direct verbonden aan de invulling van de verstedelijkingspotentie van de Ceintuurbaanzone. Hiervoor is een verdiepende samenwerking tussen gemeente, Rijk, provincie, waterschap en private partijen (ondernemers, ontwikkelaars, vervoerders, corporaties, e.d.) essentieel.
Tegelijkertijd biedt de zone kansen voor maatregelen in de regionale mobiliteitstransitie (HUB’s in combinatie met een HOV-knooppunt). Het MIRT onderzoek Bereikbaarheid Zwolle e.o. verschaft hiervoor de noodzakelijke inzichten en bijbehorende maatregelen.
Ontwerpend onderzoek naar de kansen in de stad Zwolle heeft per hoofdopgave mogelijkheden en kansen in kaart gebracht.
- 56 -
voor
- 57 -
na
Kortom, serieus werk maken van de ontwikkeling van deze stationsgebieden helpt de breedte aan opgaven die spelen in de kernen. De organisatie van deze knooppuntontwikkeling kent overeenkomsten (bestemmingen toevoegen en verblijfskwaliteit verhogen) – de vormgeving en type
Voorbeeld uit onderzoek: Stationsomgeving Meppel
Karakteristieke stationsomgevingen Het uitgebreide spoornetwerk kan meer voor de regio betekenen dan het nu al doet, door bestemmingen en verblijfskwaliteit toe te voegen in de stationsomgevingen. Goede voorbeelden kennen we al, zoals de aanpassingen bij station Zwolle en de IQ-boulevard in Hardenberg, maar er is ook nog veel onderbenutte potentie. Wat moet er gebeuren & wat levert het op? Dit ontwikkelprogramma omvat de stationsgebieden van de middelgrote kernen in de regio, waar een stevige ontwikkeling mogelijk is, met focus op verdichting en functiemenging. Het doel is om van deze gebieden karakteristieke (passend bij lokale identiteit) stadsentree’s, met ruimte voor voorzieningen, werk, woningen en vooral: verblijfskwaliteit voor voetganger en fietser. Om deze verblijfskwaliteit te maken zetten we in op vergroening: openbare ruimte met veel water en groen, passend is bij de biodiversiteitsdoelstellingen en klimaatadaptatie en -mitigatie.
Zo worden ze aantrekkelijk voor bewoners én bezoekers: belangrijk, zodat deze gebieden kunnen gaan helpen een betere woonwerkbalans in de regio te krijgen. Daarvoor bouwen we voort op subregionale triple helixsamenwerkingen: plekken om te werken en te leren. Deze economische activiteiten laten zich over het algemeen goed mengen met wonen. Een kans voor een woonmilieu aantrekkelijk voor kleine, uithuizige huishoudens (demografische trend). Wie dichtbij het station woont, is minder afhankelijk van de auto en bedrijvigheid is multimodaal bereikbaar. Om hier te komen zijn soms strategische ingrepen in het huidige wegennet van de kern nodig (knijpen, knippen, omleiden).
Het onderwijspark Ezinge (met een internationale pabo) is een mooi voorbeeld van een (boven)regionale functie die gebruik maakt van de directe ligging aan het station. In de gebiedsvisie stationsgebied Meppel wordt ingezet op de kracht van dit intercitystation op een kwartier reistijd van Zwolle. Door de combinatie van publieksfuncties, nieuwe woningen en werkgelegenheid nabij het station (in samenhang met het bedrijventerrein Blankenstein) wordt dit knooppunt een hartelijk welkom. Opgespannen tussen beide klimaatdragers de Hoogeveense Vaart en De Reest ontstaat een helder netwerk van wandel- en fietsroutes. De lommerrijke bomenlanen bieden een kapstok voor verdere gebiedsontwikkeling. Het autoverkeer wordt afgevangen in mobiliteitshubs waardoor de openbare ruimte autovrij kan worden. Het nieuwbouwproject De Kromme Elleboog laat zie hoe een parkeergarage mooi ingepakt kan worden met woningen. De barrièrewerking van spoor en snelweg wordt sterk verminderd. Het stationsgebied fungeert als schakel tussen oost en west; het ziekenhuis in groene Reestdal verbonden met theater Ogterop in het centrum.
gebruikers zorgt voor interessante variatie. Door deze gebieden intensief te ontwikkelen benutten we bestaande investeringen in spoor, werken we aan economisch elan en verminderen we de autoafhankelijkheid van de regio als geheel.
- 58 -
Er zijn al veel grotere en kleinere bestaande woningbouwplannen die hieraan meedoen. Hier kan echter nog veel meer planvorming plaatsvinden, hier is samenwerking van de overheden onderling nodig – het is geen gemakkelijke opgave en vraagt een integrale aanpak. Om duidelijk te maken aan welk type ontwikkeling men kan denken zijn twee voorbeelden toegelicht: de IQ-boulevard in Hardenberg en het stationsgebied van Meppel.
Zwolle
- 59 -
Governance Gemeentes aan zet, samen met Rijksoverheid (Rijkswaterstaat & Prorail), provincies Bandbreedte stedelijke groei In de 7 stationsgebieden van Steenwijk, Meppel, Hoogeveen, Hardenberg, Raalte, Kampen en Dronten is ruimte voor in totaal 9-12.000 woningen (exclusief de ruimte rond station Zwolle, zie Stedelijker Zwolle). Inclusief Zwolle en alle andere stations is de potentie hoger: 20-32.000 woningen. 0-20.000 arbeidsplaatsen
In het onderzoek voorafgaand aan deze verstedelijkingsstrategie zijn de kansen voor integrale ontwikkeling (klimaat, mobiliteit, economie en wonen) onderzocht van de onderstaande stationslocaties. Andere gebieden die interessant zijn om te onderzoeken zijn de stationsgebieden van ’t Harde * Wezep * Ommen * Dalfsen * Heino * Olst * Wijhe.
Meppel
Kampen/IJsselmuiden
Kampen Zuid
Steenwijk
Hoogeveen
Dronten
Raalte
Hardenberg
Voorbeeld: IQ Boulevard bij station Hardenberg De IQ boulevard Hardenberg als boegbeeld van innovatie, hier bundelen ondernemers hun krachten. Er is uitwisseling tussen onderwijs en bedrijven. Lokaal en nationaal. Een stevig leer-werk milieu zo dicht bij het station. Met nieuwe woningen nabij voor starters en jongeren. Zo blijft kennis in de regio behouden. Dat is van cruciaal belang voor grote werkgevers als het ziekenhuis en Wavin. Ook andere (veelal familie)bedrijven hebben baat bij het versterken van het economisch profiel en weerbaarheid. Het gezellige centrum aan de Vecht ligt op loopafstand via een nieuwe onderdoorgang onder het spoor. Het autoverkeer richting de binnenstad wordt al eerder opgevangen in een mobiliteitshub. Hiermee wordt een stimulans gegeven aan een gezonde mobiliteit. En laat dat nou goed aansluiten op het naastgelegen sporten gezondheidspark. De IQ boulevard als ‘etalage’ van de DutchTechZone!
- 60 -
voor
- 61 -
na
Gezonde buurten
Het grootste gedeelte van de woningvoorraad van 2040 staat er nu ook al. Grotendeels in woonbuurten die wel toe zijn aan een opfrisbeurt: ook deze moeten verduurzamen en klimaatadaptief worden. Differentiatie is hard nodig: betaalbare woningen voor 1-2-persoons huishoudens. We kunnen de woningbouwopgave inzetten om deze buurten gezond te krijgen in plaats van deze te bouwen in nieuwe uitleggebieden. Goede voorbeelden kennen we al, zoals in de Zwolse wijk Diezerpoort, maar veel buurten wachten nog op hun beurt. Wat moet er gebeuren & wat levert het op? Het ontwikkelprogramma “Gezonde buurten” gaat om het stimuleren van slimme herstructurering van met name naoorlogse woonbuurten. Het doel is om deze buurten te updaten naar de standaarden van nu, meer ruimte te bieden voor menging (passend binnen zonering ‘Rust’) en meekoppelkansen te verzilveren door in samenhang klimaatadapatie en energietransitie op te pakken. De aanpak is een schuifoperatie: deze begint bij collectieve oplossingen voor parkeervelden: vervangen door een hub met deelmobiliteit, daardoor ontstaat ruimte voor groen & extra woningen.
Deze woningen kunnen als ‘schuifruimte’ worden gebruikt voor bestaande inwoners, wanneer hun eigen woning wordt verduurzaamd. Zo krijgen we huishoudens in passendere woningen. Instrumenten zoals flexwoningen helpen bij deze opgave, bijvoorbeeld door als tijdelijk ‘schuifhuis’ te functioneren in een buurt waar dan gewerkt kan worden aan herstructurering, verdichting en verduurzaming. Ook maatschappelijke vastgoed (geclusterd publiek bezit) kan transformatie ruimte bieden, bijvoorbeeld voor meer werk in de wijk. Dat draagt weer bij aan het vergroten van kansen voor mensen nabij en dus verminderen van pendel en onbalans in het mobiliteitssysteem (aanpak bij de bron).
De verduurzaming en vergroening van bestaande buurten is onafwendbare opgave voor de komende decennia. Door hier een proactief, regionaal ontwikkelprogramma van te maken kunnen we het mes aan twee kanten laten snijden: meer woningen en betere buurten. Gemeentes kunnen veel van elkaars ervaringen leren. De effecten zijn in potentie groot: voor gezondheid, klimaatmitigatie, ontwikkelkansen van inwoners. Daarom een integrale opgave waar meerdere overheden een steentje aan kunnen bijdragen. Er zijn al veel grotere en kleinere bestaande woningbouwplannen die hieraan meedoen. Hier kan echter nog veel meer planvorming plaatsvinden, hier is samenwerking van de overheden onderling nodig. Om duidelijk te maken aan welk type ontwikkeling men kan denken zijn is een voorbeelden toegelicht: een buurthub voor de Aalanden in Zwolle.
Governance Gemeentes aan zet, in onderlinge samenwerking, samen met provincies, waterschap, woningcorporaties Bandbreedte stedelijke en economische groei woningen De totale potentie schatten we op 0-5.000 woningen, gerekend met zo’n 10% toevoeging per buurt. Daarnaast biedt het veel mogelijkheden om de bestaande voorraad te transformeren en daarbij beter te laten aansluiten bij de lokale demografische behoefte (bijvoorbeeld door splitsen, optoppen). Potentiele economische groei is afhankelijk van hoe sterk daarop gestuurd wordt door gemeentes – neemt niet weg dat elke baan die in de eigen buurt kan worden ingevuld de druk op het mobiliteitssysteem verlaagt.
Voorbeeld uit onderzoek: de buurthub De groene jaren zeventig wijken met voornamelijk grondgebonden woningen zijn gewild. Doorstroming op de woningmarkt zit echter vast en de karakteristieke woonerven staan tegenwoordig vol met auto’s. Met de introductie van een centraal gelegen buurtgarage komen er parkeerplaatsen in de openbare ruimte vrij. Zo ontstaat er (weer) ruimte voor klimaatadaptatie, spel en ontmoeting en een paar extra woningen voor bijvoorbeeld senioren of jongeren uit de buurt. De hub faciliteert deelmobiliteit van auto’s en (bak)fietsen en biedt ook ruimte voor een pakketkluis en buurtbatterij. Deze centrale ontmoetingsplek zorgt bovendien voor meer reuring in de buurt. Met deze update is de naoorlogse woonwijk klaar voor de toekomst!
Krekenbuurt Zwolle
Voorbeeld van een gezamenlijke buurtgarage
- 62 -
voor
- 63 -
na Vitale kern L - Wezep, Ommen, Dalfsen, etc...
Vitale kern M - Hasselt, Elburg, Dedemsvaart, etc...
Vitale kern S - Balkbrug, Ruinen, Vollenhove, etc...
In het onderzoek is naar voren gekomen dat er in de Vitale Kernen ook veel variëteit zit: van kleinere, middelgrote tot grotere vitale kernen, die elk een ander accent in de aanpak vragen. Wezep, Hasselt en Balkbrug zijn als ‘typische’ voorbeelden verder onderzocht.
Vitale dorpskernen We zetten in op het bouwen waar de mensen zijn, het werken aan warme harten. De regio bestaat uit een sterrenhemel aan grotere en kleinere kernen die allemaal vitaal willen blijven: dat betekent bewoners vasthouden (door passende woningen), voldoende draagvlak voor voorzieningen en een aantrekkelijke klimaatbestendige openbare ruimte. Goede voorbeelden kennen we al, zoals de investeringen in het centrum van Dalfsen, Elburg en Ommen, maar nog veel kernen wachten op een integrale impuls. Wat moet er gebeuren & wat levert het op? Het ontwikkelprogramma “Vitale Dorpskernen” is voor alle kernen in de regio. Het gaat hier niet om grote absolute woningbouwproductie of werkgelegenheidsgroei, maar om een relatieve groei van circa 5% t.o.v. de huidige omvang van de kern. Het is cruciaal om de nieuwbouw zo veel mogelijk in het hart van de kern in te zetten, aantrekkelijk voor de eigen bevolking, minder voor de ‘import’, betaalbaar en compact voor lokale jongeren en ouderen. Het vasthouden van de jongeren draagt bij aan de vitaliteit en is goed voor het ondernemersklimaat: wie zich thuis voelt in het dorp wil daar ook in investeren.
Daarnaast is het belangrijk om te investeren in een prettige ontmoetingsplek in het hart van de kern. Door te inversteren in verouderde bedrijfslocaties bijvoorbeeld. Daar maken we ruimte voor de mens, de auto’s houden we op afstand. Dit is met name bedoeld om de verblijfskwaliteit te verbeteren. Dit vraagt een lokale mobiliteitsstrategie. Dit ontwikkelprogramma is voornamelijk bedoeld om samenwerking tussen buurgemeenten te bevorderen. Gemeenten zoeken naar slagkracht om tegengas te geven aan ontwikkelende partijen. Samenwerken en het versterken van ambtelijke organisaties op gebied van kennis en kunde biedt kansen: als de buurman er hetzelfde instaat als jijzelf
kan je samen sterker worden. Als iedereen op dezelfde manier de 7 Ontwikkelprincipes hanteert, zijn we betrouwbaar als één overheid en kunnen we een hoge kwaliteitsstandaard aanhouden en voorkomen we onderlinge concurrentie of afwenteling. Er zijn al veel grotere en kleinere bestaande woningbouwplannen die hieraan meedoen. Het zijn vaak kleine, maar zeer strategische plannen die voorzien in een lokale behoefte. Voorbeeld hiervan is hoe je jongeren kunt vasthouden in het dorp.
Voorbeeld uit onderzoek: Slim bouwen voor jonge doelgroepen
Governance Gemeentes aan zet, in onderlinge samenwerking, samen met provincies en waterschap Bandbreedte stedelijke groei De totale potentie schatten we op 1012.000 woningen, gerekend met zo’n 5% toevoeging per kern. Dit is inpasbaar in het bestaand bebouwd gebied (zeker als transformatiekansen binnen de bestaande voorraad worden benut) en zo zorgen we in ieder geval dat de populatie in de kernen niet afneemt. Economische groeipotentie is zeer lokaal bepaald.
Hoe houden we de dorpen en kleine stadjes in de regio vitaal? We willen jongeren vasthouden en senioren prettig oud laten worden. Nieuwe woningen worden echter vaak gekocht door mensen met diepere zakken van buiten. Laten we daarom betaalbare kleinere woningen middenin de dorpsgemeenschap bouwen, tussen ‘brink en bakker’. Deze woningen zijn minder interessant voor ‘import’ en zijn meteen ook een impuls om het centrum groen (klimaatbestendig) en voetgangersvriendelijk (autoluw) in te richten.
- 65 -
voor
na
Krachtige binnensteden In middelgrote en vitale kernen is vaak een centrumgebied voor dagelijkse voorzieningen voor inwoners van het dorp of landelijk gebied. Deze voorzieningen zijn van groot belang voor lokale identiteit en een voldoende voorzieningenniveau op subregionaal niveau. Een krachtige winkelstraat behouden voor de toekomst vraagt inzet van zowel private als publieke partijen. Daarbij is het vaak balanceren tussen ideeën over autobereikbaarheid en verblijfskwaliteit. Het is mogelijk om daar een goede balans in te vinden. Goede voorbeelden kennen we al, zoals de investeringen in het centrum van Hoogeveen, maar nog veel kernen wachten op een integrale impuls. Wat moet er gebeuren & wat levert het op? Het ontwikkelprogramma “Krachtige Binnensteden” is voor alle kernen met een voorzieningencentrum. Zo’n winkelgebied heeft een groter verzorgingsgebied en moet afwegingen maken tussen bereikbaarheid voor ondernemers en verblijfskwaliteit. Deze gebieden hebben vaak veel parkeerruimte en verharding. De aanpak start dan ook met een strategische mobiliteitsstrategie, waarbij er zo veel
mogelijk geconcentreerd op een handige plek geparkeerd wordt. De winkelstraat kan zo autovrij en klimaatadaptief worden ingericht. Dit ontwikkelprogramma is voornamelijk bedoeld om kennis en ervaring uit te wisselen. Veranderingen in centrumgebieden met veel stakeholders en een mobiliteitsaanpak vraagt een goede samenwerking tussen overheden onderling.
Binnenstad Kampen
Binnenstad Dronten
Binnenstad Hardenberg
Binnenstad Meppel
Binnenstad Raalte
Binnenstad Steenwijk
Binnenstad Hoogeveen
Uit verkennend onderzoek is naar voren gekomen dat er in veel binnensteden en stadscentra ruimte kansen liggen om de bestaande ruimte, voorzieningen, groen en mobiliteitsstructuren beter te benutten. Bovenstaande kaarten maken deze kansen inzichtelijk en laten zien dat centra nog krachtiger kunnen worden.
Een gezamenlijk leerprogramma op het vlak van slimme mobiliteitsstrategieën (proeven met deelauto’s, hubs, autoluwe zones, 30 km/h) kan de kern van de samenwerking vormen.
Governance Gemeentes aan zet, in onderlinge samenwerking, samen met provincies en waterschap Bandbreedte stedelijke groei Een deel van de 5% toevoeging van woningen per kern kan in deze gebieden landen. Ook is een aantrekkelijkere openbare ruimte goed voor de omzet van lokale ondernemers.
Voorbeeld uit onderzoek: Klimaatstraat Dalfsen De gemeente Dalfsen kiest ervoor om een deel van het centrum in te richten als aantrekkelijk winkel-verblijfsgebied, zonder auto’s en met maximale ruimte voor voetgangers en fietsers. Hierdoor ontstaat er veel ruimte om te vergroenen, ontmoetingsplekken te creëren en het water een zichtbare plek in het straatbeeld te geven: een ‘klimaatwinkelstraat’. ‘Autovrij is mogelijk, waarbij de bestaande parkeervoorzieningen op loopafstand beter benut gaan worden en gedeeltelijk anders worden gesitueerd. Fietsers- en voetgangers krijgen primaat’.
- 66 -
- 67 -
Regionale sponsstrategie
De regio heeft uitgesproken een klimaatbestendige groeiregio te willen zijn (NOVI-gebied Zwolle). Deze verstedelijkings-strategie heeft systeemoplossingen nodig in het klimaat- en watersysteem om succesvol te kunnen worden gerealiseerd. In lijn met de Ontwikkelprincipes hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur. Daarmee kan de sponsstrategie ook het ecologisch netwerk helpen versterken en gebiedseigen landschappelijke verschillen accentueren. Om het systeem als geheel bij een veranderend klimaat robuust te krijgen en te houden, zijn gebiedsgerichte maatregelen nodig op drie schaalniveau’s: lokaal, regionaal en nationaal.
Sallandse Weteringen en een hoge waterstand (opstuw) van het IJsselmeer wordt de druk op de dijken snel (te) hoog. Dit kan niet alleen lokaal of met een enkele maatregel worden opgelost.
Lokaal: iedere gebiedsontwikkeling dient bij te dragen aan de sponswerking van het gebied en directe omgeving.
a.
Nationaal: staat de IJssel-Vechtdelta natuurlijk niet op zichzelf. Het watersysteem is nauw verbonden met de afvoerverdeling over Rijntakken, het peilniveau in het IJsselmeer en de zeespiegelstijging. Bij afwegingen op dit niveau zullen de belangen van deze strategie en regio mee worden genomen vanwege de grote invloed op de regionale opgaven. Met maatregelen op deze twee schaalniveaus komen we een heel eind. Tegelijkertijd blijft er nog een flinke regionale opgave. Hoe kunnen we de lokale, nationale en regionale opgaven met elkaar verbinden. Waar zitten de samenhangende mogelijke oplossingsrichtingen vanuit de principes van vasthouden, vertragen, besparen en meervoudig benutten van (drink) water? Dit geldt voor de hele regio. Daarnaast zien we dat Zwolle een ‘flessenhals’ in het watersysteem vormt. Vergelijkbaar met de mobiliteitsopgave: alles culmineert in Zwolle. De regionale waterafvoer gaat op dit moment dwars door deze stad. Het watersysteem staat in open verbinding met IJsselmeer en Vecht en is daardoor kwetsbaar bij extreme omstandigheden. Het stedelijk gebied in Zwolle wordt beschermd door dijken, maar in het geval van hoogwater door piekafvoer vanuit de
Het vraagt om een samenhangend pakket van ingrepen op verschillende plekken in de regio. Daarbij kun je denken aan de volgende mogelijke oplossingsrichtingen: Meer ruimte voor water lokaal in Zwolle: met de schaalsprong ‘Stedelijker Zwolle’ zetten we maximaal in op groen-blauwe netwerken en ruimte voor piekberging. Met het verruimen van waterlopen wordt lokaal maximaal ruimte geboden voor de opvang van piekbuien, periodes van droogte, hittestress en piekafvoer. Dit sluit aan op de ontwikkeling van de het watercasco zoals opgenomen in de Zwolse Omgevingsvisie. b. Op de Sallandse Heuvelrug elke druppel zo hoog mogelijk vasthouden: het vertragen van de afvoer. Ook belangrijk voor de watervoorziening voor natuur en landbouw. c. De afvoer van de Sallandse Weteringen vertragen door waterkundige aanpassingen d. Retentiegebied toevoegen vóór het water in Zwolle komt (combineren met recreatie) e. Een bypass in de vorm van “De Nieuwe Vecht” – die waterafvoer van de weteringen om Zwolle heen leidt f. Golfoploop uit het IJsselmeergebied remmen met vooroevers in het Ketelmeer Deze investeringen vergroten de klimaatrobuustheid van de hele regio, verhogen de waterveiligheid en beperken wateroverlast, hittestress en droogte. Ze bieden kans om hiermee de de verschillende karakters binnen de regio te versterken, op basis van een gebiedsbiografie.
Daarnaast bieden ze ook meekoppelkansen op andere thema’s.
f
e
a
d c b
In een volgende stap zal deze sponsstrategie verder uitgewerkt worden. Dit is een gezamenlijke opgave waar alle in deze verstedelijkingsstrategie betrokken partijen voor staan: waterschappen, provincies, rijk en de betreffende gemeenten. Dit zal in samenhang met het NOVI-gebied, Deltaprogramma en de gebiedsuitwerkingen van het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) dienen plaats te vinden.
- 68 -
- 69 -
Regionale mobiliteitsstrategie De regio wil stedelijke en economische groei faciliteren en tegelijkertijd de bereikbaarheid op peil houden. Door de relatief sterke auto-afhankelijkheid van delen van de regio en de concentratie van werk en voorzieningen in Zwolle staat de bereikbaarheid onder druk. Met de voorgaande ontwikkelprogramma’s komen we een heel eind. Tegelijkertijd blijven we zien dat de problemen in ‘flessenhals Zwolle’ daarbij niet volledig opgelost worden. Dit is vergelijkbaar met de wateropgave: “er stroomt veel door de stad heen”. Dit is de centrale opgave van de Regionale Mobiliteitsstrategie. Ook dit is een samenhangend maatregelenpakket: het zoet en het zuur moet hierin beiden vertegenwoordigd zijn. Deze ingrepen zijn niet alleen goed voor de mobiliteitsopgave, maar is ook nodig om ruimte te bieden voor de klimaat, economie en woningbouwopgave. Deze mobiliteitsstrategie is volledig gericht op de mobiliteitstransitie naar meer actieve en schone vormen van vervoer die ook minder plek innemen. Daarbij is sterke samenhang tussen waar we nieuwe woningen bouwen: in het verstedelijkt gebied bouwen verhoogt de dichtheid en nabijheid waardoor een ander mobiliteitsgedrag mogelijk en aantrekkelijk wordt (meer lopen en fietsen door bestemmingen nabij en draagvlak voor OV). Dit noemen we ook wel de ‘virtueuze’ cirkel.
Daarnaast zijn er de volgende strategische investeringen nodig om aan het mobiliteitssysteem om de transitie te versnellen:
•
• •
•
•
• •
Versterken OV-bereikbaarheid door HOVbus in combinatie met de hubstrategie & intensiever gebruik van het bestaande spoor (benutten en waar noodzakelijk ook capaciteitsuitbreiding) Inzetten op een regionale hubstrategie (realisatie van herkomst- en bestemmingsmobihubs) Regionale afspraken ten aanzien van parkeerbeleid (betaald bezoekersparkeren rondom voorzieningen en werken) en parkeren op afstand. Uitgangspunt hierbij is maatwerk en passend bij de lokale situatie Toevoegen van aantrekkelijke en kwalitatieve ontbrekende schakels voor fiets en voetganger rondom hubs, OVknopen en belangrijke bestemmingen (last-mile via fiets/voet) Verder invoeren van het principe van 30 km/uur, in combinatie met het op specifieke locaties afwaarderen van weg-infrastructuur binnen bebouwd gebied ook om ruimte vrij te maken voor verstedelijking en (extra) kwaliteit voor fiets en lopen Inzetten op deelmobiliteit, communicatie en werkgeversbenadering in combinatie met inzetten op slimme (Smart) mobiliteit Logistieke transitie: stads distributie (minder en schoon, Zero Emissie zones) en vervoer via water en spoor
Uitwerking opgave voor de stad Zwolle en omgeving - MIRT Onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving Momenteel wordt door Rijk, Provincie, Zwolle en buurgemeenten gewerkt aan het MIRT Onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving. Dit onderzoek geeft inzicht in de concrete uitwerking van de mobiliteitstransitie voor Zwolle en omgeving. Zwolle is namelijk de draaischijf in de mobiliteit en bereikbaarheid van de regio. De auto, de trein, de bus, veel routes lopen langs, door of in- en uit Zwolle. Een verdere toename van automobiliteit brengt toenemende file in de regio met zich mee en heeft ook impact op de doorstroming van de A28. Potentieel langere reistijden en afnemende doorstroming zorgen voor waardeverlies voor economie en leefbaarheid, in de regio én in Zwolle. De vele ontwikkelingen op en langs de ring van Zwolle dragen bij aan verstedelijking, aan meer nabijheid. De mobiliteitsstrategie zet in op een mobiliteitstransitie, waarbij geïnvesteerd wordt in fiets en OV aangevuld met lokale benuttingsmaatregelen voor de auto. Grootschalige infrastructuuringrepen voor de auto worden hiermee voorkomen. In lijn met de mobiliteitstransitie zijn maatregelen voor de aanpak van bereikbaarheidsen leefbaarheidsopgaven noodzakelijk. Het MIRT-gebiedsonderzoek is naar verwachting na de zomer 2022 gereed.
Ten aanzien van de maatregelen zal gekeken worden naar de korte, middellange en lange termijn, waarbij ook huidige (lopende initiatieven) worden meegenomen. Binnen het MIRT - Onderzoek zal ook een gevoeligheidsanalyse worden uitgevoerd naar de komst van de Lelylijn en de impact daarvan op het spoorsysteem en het functioneren van het regionale mobiliteitssysteem. Uitkomsten hiervan zullen meegenomen worden in het adaptieve ontwikkelpad Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle.
De inzet voor de woonopgave
- 44 -
‘Naar vitale steden en dorpen... Aanpak woonopgave
Wat is er aan de hand? Het aantal huishoudens in de regio groeit de komende decennia flink De regio Zwolle groeit, zoals in zoveel regio’s in Nederland is de druk op de woningmarkt in de regio Zwolle groot. Ook hier zijn de huizenprijzen hoog en er is een forse woningbehoefte: we gaan uit van een basisopgave van minimaal 50.000 nieuw te bouwen woningen tot 2040. Hierbij geldt een bandbreedte van minstens voldoen aan de autonome groei (circa 42.000 netto) en maximaal 130% plancapaciteit. Dit komt enerzijds door huishoudverdunning (steeds minder mensen per huishouden, waardoor er meer huizen voor zelfde aantal mensen nodig is) en door migratie naar stedelijke regio’s (binnen Nederland en binnen EU). Deze twee factoren zorgen elk voor ongeveer de helft van de vraag in de regio. Mismatch tussen vraag en aanbod De groei in de Regio Zwolle betreft grotendeels die van 1- en 2-persoonshuishoudens. Tegelijkertijd bestaat de woningvoorraad grotendeels uit ruime eengezinswoningen. Dat is een mismatch, zeker omdat die woningen regelmatig in woonwijken staan met een lager voorzieningen- en OV-aanbod, waar juist kleine, maar ook vergrijzende huishoudens behoefte aan hebben. In het Toekomstbeeld Wonen 2050 Regio Zwolle wordt dit uitgebreid toegelicht. Wat we al hebben staan kan wel een impuls gebruiken De nieuwbouwopgave is groot en staat op ons netvlies.
Tegelijkertijd zijn meer dan 80% van de woningen die we in 2040 nodig hebben al lang gebouwd. De voorliggende opgave gaat dus voor verreweg het grootste deel over de aanpassingen die nodig zijn in de bestaande stedelijke gebieden.
- 45 -
... door te bouwen waar de mensen zijn.’
Wat vinden we ervan? Vraag faciliteren door meer woningaanbod We moeten dus veel woningen bouwen in de regio. Daarbij staat differentiatie centraal: we willen vooral bouwen wat we nu nog niet of te weinig hebben: vooral kleine betaalbare huizen, dichtbij voorzieningen 4 . Er liggen ook mogelijkheden in de bestaande voorraad om extra woningen te creëren uit transformatie. Verdichten heeft de voorkeur Om nieuwbouw de bestaande voorraad te laten helpen 3 kunnen we het beste bouwen binnen bestaand stedelijk gebied 1 . Nieuwe uitbreidingen leggen vaak meer druk op klimaat- en mobiliteitssystemen en bestaande wijken hebben meestal niet zo veel aan investeringen in nieuwe buurten omdat ze niet dichtbij liggen. Sterker nog ze zien vaak hun kansrijke inwoners naar die wijken vertrekken. Met woningbouw als investeringsmotor de andere drie opgaven helpen 3 We vinden het randvoorwaardelijk dat nieuwbouw de bestaande voorraad vooruithelpt. Woningbouw is per definitie een kapitaalkrachtige investering die het liefst substantieel bijdraagt aan klimaat-, mobiliteit- en economische opgaven van zijn omgeving. Het betekent niet dat nieuwbouw alles moet betalen: er kan bijvoorbeeld gewerkt worden met een fonds waar plannen die aantoonbaar helpen bij de opgaven extra middelen kunnen krijgen om dit mogelijk te maken.
Ook kunnen instrumenten zoals flexwoningen helpen bij deze opgave, bijvoorbeeld door als tijdelijk ‘schuifhuis’ te functioneren in een buurt waar dan gewerkt kan worden aan herstructurering, verdichting en verduurzaming.
Legenda: Warm hart Nieuwe vleugel
Waar zetten we op in? Maximale bijdragen leveren met verstedelijking: Liever een warm hart dan een nieuwe vleugel: we zetten de verstedelijkingsopgave in om te de bestaande omgeving zo veel mogelijk vooruit te helpen. De regionale aanpak is: Zo veel mogelijk woningen binnen bestaand bebouwd gebied realiseren 1 . Uit onderzoek blijkt dat de netto autonome groei daarbinnen past: verdeeld over de vitale kernen, de middelgrote kernen en Zwolle. Daarbij betekent ‘zo veel als mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied’ dat gemeenten er niet alleen voor staan en dat er terugvalopties zijn (‘second best’) wanneer de grenzen hiervan bereikt zijn. Plannen op de korte termijn (waarbij er binnen 5 jaar woningen worden opgeleverd, die niet allemaal binnen
de bebouwde kom liggen) niet ter discussie stellen. Wel kijken we hoe die plannen beter kunnen aansluiten bij de 7 Ontwikkelprincipes. Plannen voor de middellange en lange termijn passen binnen een van de vijf ontwikkelprogramma’s. Zachte plannen van nu die goed aansluiten proberen we te versnellen. Zachte plannen die dat niet doen bewaren we als reserve. Zie ook de tabel op de volgende pagina. Verdichten met menselijke maat, passend bij de lokale context 7 . Het sturen op het bouwen aan warme harten betekent dat we ons moeten gaan toeleggen op het verdichten met menselijke maat. Als we bouwen waar de mensen zijn, moeten we aansluiten bij de behoeftes die lokaal spelen. Dat betekent gebiedsspecifiek bouwen en een passend woonaanbod realiseren. Aansluitend op
- 70 -
- 71 -
Overzicht ontwikkelprogramma’s
Hierover worden afspraken gemaakt in het kader van de Mobiliteitsstrategie als onderdeel van het Gebiedsgericht MIRT Onderzoek Zwolle en omgeving.
Regionale Sponsstrategie In een volgende stap zal deze sponsstrategie verder uitgewerkt worden. Dit is een gezamenlijke opgave waar alle in deze verstedelijkingsstrategie betrokken partijen voor staan: waterschappen, provincies, rijk en de betreffende gemeenten. Dit zal in samenhang met het NOVI-gebied en de gebiedsuitwerkingen van het NPLG (Nationaal Programma Landelijk Gebied) dienen plaats te vinden. De gebiedsontwikkelingsprogramma’s
Stedelijker Zwolle Kwalitatieve schaalsprong waarin de vier hoofdopgaven van klimaatbestendig, mobiliteitstransitie, stedelijke economie en woonmilieu worden gecombineerd. Totaal: 15 - 25 duizend woningen 0 - 20 duizend banen Vraagt samenwerking tussen Zwolle, provincie, waterschap en Rijk
Flevoland IJssel-Vechtdelta Kop van Overijssel
De systeemopgaven
Regionale Mobiliteitsstrategie
Ontwikkelprogramma’s per subregio
Karakteristieke Stationsomgevingen Omvat de stationsgebieden van de middelgrote kernen in de regio, waar een stevige ontwikkeling mogelijk is, met focus op verdichting en functiemenging en verblijfskwaliteit voor voetganger en fietser. Onderdeel daarvan zijn: 9 - 12 duizend woningen 0 - 7 duizend banen Vraagt samenwerking tussen de gemeenten (Dronten, Kampen, Steenwijk, Meppel, Hoogeveen, Hardenberg en Raalte), de vier provincies en waterschappen, betrokken vervoerders en Rijk
Gezonde Buurten Verduurzaming, vergroening en update van woonbuurten (focus op jaren ’50-80) met behulp van verdichting. Onderdeel hiervan zijn: 9 - 12 duizend woningen 0 - 7 duizend banen Vraagt samenwerking tussen betreffende gemeenten, hun provincies, waterschappen en Rijk
Zuidwest Drenthe Vechtdal Salland Kop van de Veluwe Zwolle
Vitale Kernen
Krachtige Binnensteden
Omvat alle kernen in de regio. Door nieuwbouw te plegen met aandacht voor lokale identiteit, vitaliteit en klimaatopgaven.
Dit programma kent een sterke overlap met de Karakteristieke Stationsomgevingen en Vitale Kernen.
Onderdeel daarvan zijn: 10 - 12 duizend woningen 0 - 3.200 banen
Indien de afspraken daarover minder vergaand zijn zou dit programma als alternatief kunnen dienen. Gezien de overlap geven we hier nu geen aantallen bij, om verwarring te voorkomen.
Vraagt samenwerking tussen de betreffende gemeenten, de vier provincies, waterschappen en Rijk
Indicatief overzicht plancapaciteit Ont wik k e lpr ogr amma's Stadser Zwolle Karakteristieke Stationsomgevingen* Vitale Kernen** Gezonde Buurten Krachtige Binnensteden
Wo n in gbo u w min. 15.000 9.000 10.000 7.000
max. 25.000 12.000 12.000 12.000
Wer kgelegen h eid min. max. 0 20.000 0 7.000 0 3.200 0 4.500
*) Plannen binnen 800m van een station in Dronten, Kampen, Steenwijk, Meppel, Hoogeveen, Hardenberg en Raalte **) groei met 5 à 6% van het huidige aantal woningen per kern
- 72 -
- 73 -
Aanzet voor uitvoeringsafspraken Samen verder werken
- 74 -
Samen verder werken
Met de verstedelijkingsstrategie grensoverschrijdend samenwerken aan een klimaatadaptieve invulling van de regionale groeiopgaven van wonen en werken. Deze verstedelijkingsstrategie geeft de ambitie en richting van de regio Zwolle voor zijn verstedelijkingsopgaven tot 2040. De verstedelijkingsstrategie biedt de basis voor nadere uitwerking en programmering. De succesvolle realisatie van de strategie is afhankelijk van samenwerking tussen alle betrokken overheden in de regio. Met de Verstedelijkingsstrategie is een belangrijk fundament onder deze samenwerking gelegd. Deze moet nu verder worden uitgebouwd en verstevigd in het kader van de ruimtelijke uitwerking en de programmering. Met een regio die zich uitstrekt over vier provincies, vier waterschappen en 22 gemeenten is het evident dat grensoverschrijdende samenwerking randvoorwaardelijk is. De volgende stap is het opstellen van een gezamenlijke uitvoeringsstrategie, waarin wordt geborgd dat de collectieve ambities worden waargemaakt. In deze strategie wordt tevens het handelingskader verder uitgewerkt waarbij voldoende ruimte voor maatwerk en uitvoeringskracht wordt gecreëerd. De bestuurders van de betrokken partijen verbinden zich aan de strategie en spannen zich gezamenlijk in om deze strategie verder uit werken en te implementeren in hun beleid, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid.
Partijen spreken elkaar aan indien beslissingen genomen worden die niet rijmen met de strategie en de daarin vastgelegde uitgangspunten en principes.
Werken in programma’s Voor de uitwerking van de verstedelijkingsstrategie zijn in hoofdstuk 4 vijf programma’s voorgesteld. Binnen de regio en tussen regio en Rijk worden in het ontwikkelpad nadere afspraken gemaakt over ambities, randvoorwaarden, planning en investeringen. Dit ontwikkelpad bevat de belangrijke keuzemomenten, kantelpunten en raakvlakprojecten en vormt de basis voor de verstedelijkingsafspraken voor de regio Zwolle en het MIRT-maatregelenpakket. Deze worden in het najaar aan het BOMIRT voorgelegd. In de uitwerking van de programma’s brengen we onderlinge afhankelijkheid in beeld en spreken we af waar samenwerking een concrete meerwaarde biedt. Voor de programma’s ‘Stedelijk Zwolle’ en ‘Karakteristieke Stationsomgevingen’ wordt een eerste verkenning naar de noodzakelijke investeringen gedaan voor de woningproductie, de mobiliteitstransitie en klimaatbestendigheid in deze gebieden (mei/juni 2022). Bij de doorontwikkeling van het Ontwikkelpad hoort ook een voorstel om periodiek te bezien of de doelen gehaald worden en of bijsturing nodig is. Daarvoor wordt een monitoringsprogramma ontwikkeld. Woningbouwprogrammering Ten behoeve van het ontwikkelpad wordt een concrete lijst ogpesteld met woningbouwplannen gekoppeld aan planning en investeringen.
- 75 -
Regionale mobiliteitsstrategie In de verstedelijkingsstrategie is een regionale mobiliteitsstrategie opgenomen. Dit is een tussenstap in het gebiedsgericht MIRTonderzoek Zwolle en omgeving. Het MIRTonderzoek wordt verder uitgewerkt tot een maatregelenpakket. Uitvoering hiervan vormt een randvoorwaarde voor de totstandkoming van de mobiliteitstransitie, noodzakelijk om Zwolle e.o. bereikbaar te houden in combinatie met de toename van minimaal 50.000 woningen. Klimaatadaptieve regio In de rapportage Klimaatadaptief ruimtelijk ontwikkelen Regio Zwolle zijn de uitgangspunten voor de verstedelijkingsopgave vanuit het bodemen watersysteem en klimaatadaptatie en de randvoorwaarden die daaruit volgen voor verstedelijking in onze regio weergegeven. Naast uitgangspunten en randvoorwaarden zien we ook veel kansen om integraal te werken aan de klimaatopgave, het versterken van groen-blauwe structuren en biodiversiteit en de verstedelijkingsopgave. Groen-blauwe structuren kunnen de verstedelijkingsopgave versterken door de (verdere) ontwikkeling van natuur- en recreatiegebieden en door toevoeging van ruimtelijke kwaliteit en verbetering van het leefklimaat. Andersom kan de verstedelijkingsopgave een belangrijke rol spelen in het klimaatbestendig maken van de regio. In een volgende stap worden de raakvlakken in beeld gebracht en vertaald naar concrete kansen en een ruimtelijke vertaling.
Met de ‘Regionale sponsstrategie’ zoals genoemd in de programmatische benadering wordt op systeemniveau ingezet om de klimaatrobuustheid en waterveiligheid van de regio te vergroten én flexibiliteit te houden voor het landelijk watersysteem lange termijn. Daarnaast biedt deze meekoppelkansen op andere thema’s.
Relatie andere landelijke programma’s In de uitvoeringsstrategie van wordt daar waar relevant de verbinding gemaakt naar andere landelijke programma’s zoals landelijk gebied, stikstof en energie, deltaprogramma, integraal riviermanagment en zeespiegelstijging. Verstedelijking buiten de programma’s: de ontwikkelprincipes als leidraad Naast de ontwikkelprogramma’s is er uiteraard nog steeds sprake van allerhande lokale ontwikkelingen in de regio. Denk bijvoorbeeld aan aanpassingen in de openbare ruimte, onderhoud en kleinschalige bouwen transformatieplannen. Ook voor deze ontwikkelingen zijn de ontwikkelprincipes de leidraad. Daarmee draagt iedere ontwikkeling bij aan het bereiken van de regionale doelen. Als onderdeel van de regionale samenwerking dagen de overheden elkaar onderling doorlopend uit in de toepassing van de principes en leren zij van en met elkaar hoe principes kunnen worden toegepast. Ervarend leren is daarmee een krachtig instrument van en voor de hele regio.
Ontwikkelprincipes van de warmehartenstrategie 1. Wees zuinig met ruimte 2. Klimaataanpak bij de bron 3. Nieuw helpt bestaand 4. Passend woonaanbod 5. Lopen, fietsen en OV 6. Werk aan economisch elan 7. Lokale identiteit