CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

11b. Bijlage 2 Verstedelijkingsstratgie 14 juni versie

Raadsvergadering 22 september 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college17.060 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Warme Harten in een

Klimaatadaptieve Delta Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle - versie 1.3 14 juni 2022

Warme Harten in een

Klimaatadaptieve Delta Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle - versie 1.3 14 juni 2022

Vooraf

De Regio Zwolle maakt een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie. Nederland kent een grote woningbouwopgave richting 2040. Daarbij maakt Regio Zwolle onderdeel uit van het Stedelijk Netwerk Nederland dat het kloppend hart vormt van ons land en economie en een aanzienlijk deel van deze opgave moet realiseren. Regio Zwolle staat daardoor voor een forse groeiopgave om wonen en werken in de toekomst te kunnen accommoderen. In de periode tot 2040 moeten er in deze regio minimaal 50.000 woningen worden gerealiseerd. Het klimaat-adaptief accommoderen van deze stedelijke en economische groei van de regio, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid, is een belangrijke integrale opgave voor de regio en vraagt om keuzes in een lange termijn strategie. Om uitwerking te geven aan bovengenoemde opgaven spraken Rijk en Regio in het BO MIRT 2019 af om gezamenlijk een verstedelijkingsstrategie op te stellen voor Regio Zwolle, in onderlinge wisselwerking met een gebiedsgericht MIRT Onderzoek bereikbaarheid voor Zwolle en omgeving. Daarnaast is afgesproken een QuickScan watersysteem en klimaatadapatatie voor de regio op te stellen, die als basis dient voor de Verstedelijkingsstrategie. Vervolgens is in juni 2021 de klimaatbestendige groeiregio Zwolle tevens benoemd als NOVI-gebied.

Rijk en Regio hebben hiermee de ambitie uitgesproken om gezamenlijke complexe en gestapelde opgaven in de Regio Zwolle

klimaatbestendig op te pakken waarbij het watersysteem en -huishouding leidend zijn. Naast wonen, werken en mobiliteit is de klimaatrobuustheid van de regio een belangrijke pijler voor de verstedelijkingsstrategie en versterken de ambities voor het NOVI-gebied en de verstedelijkingsstrategie elkaar. De uitdaging om gezamenlijk een verstedelijkingsstrategie op te stellen is opgepakt door de provincie Overijssel, gemeente Zwolle, Regio Zwolle, de ministeries van BZK, IenW, EZK en LNV, RWS Oost-Nederland en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Hierbij heeft een nauwe samenwerking plaatsgevonden met de 22 gemeenten binnen Regio Zwolle, de provincies Drenthe, Flevoland en Gelderland en de waterschappen, Vallei en Veluwe, Zuiderzeeland en Vechtstromen. Flevoland heeft binnen de verstedelijkingsstrategie een bijzondere positie. Op verzoek van het Rijk heeft de provincie, samen met de inliggende gemeenten in beeld gebracht welke bijdrage Flevoland kan leveren aan het leningen van de woningennood. Flevoland biedt ruimte aan meer dan 100.000 woningen waarvan een deel ook binnen Regio Zwolle gerealiseerd gaat worden. Er is voor Flevoland derhalve sprake van een extra opgave die mede afhankelijk is van de eventuele komst van de Lelylijn.

Het resultaat ligt voor u in de vorm van dit gezamenlijk gedragen document, waarin richting wordt gegeven aan de verstedelijking in de regio en handvatten worden geboden om concreet met elkaar aan de slag te gaan. Dit document is voor ons de basis voor de verdere uitwerking in een ontwikkelpad/programmering en het maken van concrete vervolgafspraken over de uitvoering en daartoe in te zetten middelen, als ook voor het uitwerken en vertalen in eigen gemeentelijke-, provinciale-, waterschaps-, en rijksbeleidsinstrumenten. In onderlinge afstemming met deze verstedelijkingsstrategie wordt een MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving uitgevoerd. In dit MIRTonderzoek worden de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen onderzocht om de bereikbaarheid van Zwolle op peil te houden en de verstedelijkingsstrategie te faciliteren. Hierbij wordt ingezet op een regionale mobiliteitstransitie.

Deze verstedelijkingsstrategie is geen integrale omgevingsvisie voor Regio Zwolle, maar richt zich primair op de verstedelijkingsopgave waarbij we hebben gekeken naar waar en hoe de woningbouwopgave van de regio gelet op klimaatadaptatie en met behoud van bereikbaarheid en leefkwaliteit kan worden geaccommodeerd. Deze verstedelijkingsstrategie is ook geen vastomlijnd plan, maar een adaptief document dat de basis vormt voor verder onderzoek, uitwerking en programmering. Daarbij is niet vooruitgelopen op strategische discussies, die elders (nog moeten) plaatsvinden, zoals energietransitie, landbouwtransitie, of een overkoepelende ruimtelijk-economische visie voor de regio. Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie niet uitgewerkt, maar wel geagendeerd.

Proces Het onderzoek om te komen tot een verstedelijkingsstrategie in combinatie met een gebiedsgericht MIRT-Onderzoek is opgedeeld in vier fasen, respectievelijk: de analysefase (1), de ontwikkelperspectieven (2), uitwerking ontwikkelstrategie (3), ontwikkelpad en afspraken (4). Parallel aan fase 1 is de QuickScan watersysteem en klimaatadapatie voor Regio Zwolle opgesteld en vastgesteld in de stuurgroep als richtinggevend document. In fase 3 is de QuickScan verder uitgewerkt uitgangspunten in de rapportage: Klimaat adaptief ruimtelijk ontwikkelen regio Zwolle; Uitgangspunten voor de verstedelijkingsopgave vanuit bodem- en watersysteem en klimaatadaptatie. In fase 1 en 2 heeft het onderzoek ten behoeve van de verstedelijkingsstrategie en gebiedsgericht MIRT Onderzoek Zwolle e.o. geïntegreerd plaats gevonden. Vanaf fase 3 lopen de onderzoeken parallel aan elkaar. Voor het gebiedsgericht MIRT Onderzoek wordt een zelfstandige eindrapportage opgesteld ten behoeve van het BO-MIRT 2022. Fase 1: Analysefase In de analyse zijn op basis van bestaand beleid de doelstellingen voor het onderzoek vastgesteld. Deze doelstellingen zijn vertaald in 13 uitgangspunten, die mede richting hebben gegeven aan het onderzoek in fase 2. Op basis van de doelstellingen en uitgangspunten zijn vier ontwikkelperspectieven geformuleerd die het startpunt vormden om in fase 2 verder te verkennen.

De ontwikkelperspectieven hadden als doel om de randen van het speelveld te onderzoeken. Ze zijn niet bedoeld om er één te kiezen.

Daarbij is afgesproken om de mogelijke omvang van de ontwikkelopgave te verkennen op basis van 3 woningbouwscenario’s te weten: 40.000, 65.0000 en 80.000 woningen. Hierbij is met een schuin oog gekeken naar de benodigde ontwikkelopgave voor een schaal- of systeemsprong ten aanzien van verstedelijking of mobiliteit. Voor de resultaten van de fase 1 verwijzen we naar het Eindrapport Analysefase. Fase 2: Ontwikkelperspectieven In deze fase zijn vier perspectieven ontwikkeld: ‘Zwolle Centraal’, ‘Netwerkdelta’, ‘Lokaal Vitaal’ en ‘Soevereine Subregio’s. Van ieder perspectief is bekeken wat de effecten zijn op de regio op gebied van mobiliteit, stedelijkheid, economie en ruimtegebruik. Er is zowel kwantitatief (met de algoritmes van het Dashboard Verstedelijking en de Mobiliteitsscan) als kwalitatief naar de effecten die optreden gekeken. Door via de perspectieven verschillende oplossingen te verkennen voor hetzelfde vraagstuk is inzicht verkregen in de mogelijke effecten van de verschillende pakketten aan oplossingen. Op basis daarvan zijn keuzes gemaakt ten aanzien van de gewenste ontwikkelrichting. Gekeken naar de opgaven waar Regio Zwolle voor staat en de doelstellingen ten aanzien van verstedelijking, klimaat, economie en mobiliteit, past een combinatie van Netwerkdelta en Zwolle Centraal het best bij de regionale ambitie.

De opgave voor verstedelijking en mobiliteit in Regio Zwolle, vraagt om een concentratie rond Zwolle. De klimaatopgave van de bestaande stad is vooral geholpen met natuurlijke systeemingrepen.

Met behulp van de geleerde lessen is verder gewerkt aan de ontwikkelrichting voor de regio. Er zijn gezamenlijk 7 ontwikkelprincipes opgesteld die richtinggevend zijn voor de verstedelijkingsstrategie. Deze principes komen samen in de overall-ontwikkelstrategie: de ‘warmehartenstrategie’. Het Perspectievenboek beschrijft het resultaat van deze fase 2 en de onderbouwing van de gekozen strategie. De effecten van de doorrekening van de verschillende perspectieven zijn als bijlagen opgenomen. Van de Dashboardrun is eveneens een zelfstandige rapportage gemaakt. Fase 3: Uitwerking ontwikkelstrategie In fase 3 zijn de principes verder uitgewerkt en is de potentie van de ‘Warme Harten’ strategie verder verkend. Er heeft verdiepend onderzoek plaatsgevonden naar de potentie van het Ontwikkelgebied Zwolle, de potentie van woningbouw rondom OV knooppunten in streekcentra (Meppel, Hoogeveen, Raalte, Hardenberg, Dronten, Steenwijk en Kampen) en de mogelijkheden om ook in de vitale kernen in te zetten op een ‘warm hart’. De onderzoeken hebben in een aantal werksessies in nauwe samenwerking met en tussen de betrokken gemeenten plaatsgevonden. Parallel hieraan is vanuit het MIRT onderzoek de inbreng vanuit mobiliteit, gericht op de regionale mobiliteitstransitie geleverd.

Gezamenlijk leidt dit tot de verstedelijkingsstrategie die de basis vormt voor de afspraken tussen Rijk en Regio over wat nodig is om deze strategie ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen, wie welke rol speelt en welke instrumenten ingezet moeten worden.

Fase 4: Ontwikkelpad en afspraken De hoofdlijnen van de verschillende programma’s moeten landen in het Ontwikkelpad. Dit adaptief Ontwikkelpad (het adaptieve uitvoeringsprogramma) bevat de belangrijke keuzemomenten, kantelpunten en raakvlakprojecten en vormt de basis voor het de afspraken tussen Rijk en Regio en het MIRTmaatregelenpakket. Samenwerken aan de verstedelijkingsstrategie Met 22 gemeenten, 4 provincies, 4 departementen en 4 waterschappen is samengewerkt aan de verstedelijkingsstrategie. In de verschillende fasen hebben er werksessies plaatsgevonden met betrokken ambtenaren van de verschillende partijen. De resultaten zijn na iedere (deel)fase breed teruggekoppeld door middel van Webinars, zowel ambtelijk als voor bestuurders en raads- en statenleden en AB-leden van de waterschappen. Bestuurlijk zijn we gestart met een PFO-Ruimte (bestuurders betrokken gemeenten en provincies) en een Bestuurlijk Maatschappelijke Adviesgroep (maatschappelijke organisaties) beiden hebben de stuurgroep geadviseerd. Soms aangescherpt met een brief naar de voorzitter van de stuurgroep. In fase 2 en 3 hebben we wanneer mogelijk (in verband met COVID-beperkingen) bestuursbijeenkomsten georganiseerd, waar bestuurders en maatschappelijke organisaties het gesprek hebben gevoerd over de te volgen koers. PM Vaststelling

- 10 -

Inhoudsopgave

Leeswijzer De verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle is opgebouwd in vijf delen. Hoofdstuk 1 is een korte kennismaking met de regio Zwolle, een beschrijving van de vier hoofdopgaven en de overkoepelende conclusies die hebben geleid tot de inhoudelijke keuzes van deze verstedelijkingsstrategie. Vervolgens presenteren we onze visie. Waar willen we naar toe? Op welke manier willen we vormgeven aan de verstedelijkingsopgave: met andere woorden, welke richting, welke strategie kiezen we? Hier wordt het toekomstbeeld geschetst waar we gezamenlijk naar toe willen werken. De 7 Ontwikkelprincipes die het uitgangspunt vormen voor de toekomstige verstedelijking worden hier toegelicht.

- 11 -

In het derde deel wordt voor de vier hoofdopgaven (het klimaatsysteem, het mobiliteitssysteem, economische ontwikkelingen en de aanpak van de woningbouwopgave) de strategie thematisch uitgewerkt. Hierbij schetsen we eerst de kern van de opgave in relatie tot de verstedelijkingsopgave, geven aan hoe de 7 Ontwikkelprincipes uitwerken voor deze opgave en wat onze inzet is als Regio Zwolle.

1 W  aar komen we vandaan? De Regio Zwolle in vogelvlucht

2 Waar willen we naar toe? De Warmehartenstrategie

In het vierde deel volgt de integrale uitwerking: de belangrijkste strategische programma’s waar we gezamenlijk mee aan de slag willen. Deze zogenaamde ontwikkelprogramma’s spelen zowel op systeemniveau als op gebiedsniveau.

3 Aanpak van de vier hoofdopgaven

In het vijfde deel werken we uit hoe we samen volgens deze verstedelijkingsstrategie aan de slag gaan. Wie doet wat, wanneer en hoe?

4 Ontwikkelprogramma’s

Klimaat, mobiliteit, werken & wonen

Integraal samenwerken aan gebieden en systemen

5 Samen verder werken

Aanzet voor uitvoeringsafspraken

- 12 -

- 13 -

De Regio Zwolle in vogelvlucht

Waar komen we vandaan?

- 14 -

- 15 -

Welkom in de regio Zwolle! Een kennismaking met de regio Dit gebied, de delta van de IJssel en de Vecht, met natte en droge, hoge en lage gebieden, wordt ook wel ‘Nederland in het klein’ genoemd. Er speelt een stevige woningbouwopgave in een dynamische delta. Alle opgaven waar Nederland nationaal voor staat, spelen in Zwolle op regionale schaal.

De regio Zwolle is een grote regio in oppervlakte en hoeveelheid betrokken gemeenten (22 stuks, van Urk tot Duitse grens en van net boven Deventer tot net onder Assen). De regio telt zo’n 780.000 inwoners (2020), 380.000 arbeidsplaatsen en 340.000 woningen. Kenmerkend voor de Regio Zwolle is de relatie met het landschap. Gelegen in de delta van de IJssel en de Vecht is er in de historie altijd een haat-liefdeverhouding geweest tussen de rijkdom die de zee en de rivieren met zich mee brachten en de gevaren die daar achter schuil gaan. De

strategische samenloop van waterwegen maakten ook dat de regio tot bloei kon komen: de verstedelijkte gebieden zijn herleidbaar op die ondergrond en de historische Hanzestadcentra herinneren daaraan. Het deltalandschap wordt gekenmerkt door een sterke afwisseling van hoog en laag en droog en nat en is daardoor enorm divers: van de hoge noordrand van de Veluwe tot het natte natuurschoon van de Weerribben, van de Vechtdelta met afwisseling van bos en beeklandschap tot de weidse polderlandschappen aan het IJsselmeer. Dat maakt de regio een aantrekkelijke omgeving waar het heel prettig wonen, werken en recreëren is. De brede welvaart in de regio is hoog, bijvoorbeeld terug te zien op de Leefbaarometer. De stad Zwolle biedt stedelijke voorzieningen en veel werkgelegenheid voor de hele regio, de streekcentra met economische specialisatie bieden subregionale voorzieningen en in de karakteristieke dorpen is het aangenaam wonen.

Kaart: MUST

Verhoogde waterstand in Zwolle door piekafvoer van de Sallandse Weteringen

Wanneperveen, bij de Weerribben

Hooglanderkalfjes in het Vechtdal

- 16 -

- 17 -

Rijkdom en verscheidenheid

Lokale verschillen in de regio Deze verschillende ‘streken’ of ‘subregio’s’ met elk hun eigen stedelijke centra en dorpen maken samen de Regio Zwolle. Ze hebben ieder een eigen ruimtelijke kwaliteit, die waardevolle aanknopingspunten biedt voor de manier waarop de verstedelijkingsopgave wordt ingezet. Deze ruimtelijke kwaliteit hangt samen met natuur (ondergrond/landschap) en cultuur (economie/geschiedenis). De subregio’s met hun identiteit worden door de lokale experts als volgt beschreven:

Zuidwest

Drenthe Kop van Overijssel Flevoland

IJssel-Vecht

Delta

Vechtdal

Z

Kop van de Veluwe

Salland

De gebiedsbiografie Regio Zwolle concretiseert de cultuurhistorische subregio’s en helpt de eigenschappen in te zetten bij gebiedsspecifiek bouwen (wordt i.s.m Rijk (BZK/OCW en regio) opgesteld en start binnenkort).

Flevoland Het nieuwe land en de jongste telg in de regio. In maat en schaal groter dan het oude land. Dronten en Emmeloord zijn als middelgrote kernen met weg, trein en bus goed verbonden met Zwolle, maar oriënteren zich ook via Lelystad en Almere op de regio Amsterdam. Ook in die context wordt er naar de verstedelijkingsopgave gekeken. Helemaal met de komst van de Lelylijn kan dat tot een extra woningbouwopgave bovenop die in deze strategie leiden. Waar het nieuwe land in tijden van klimaatverandering vooral de sponswerking moet vergroten heeft Urk een voordeel als voormalig eiland. Kop van de Veluwe Een mooi voorbeeld van onderlinge samenwerking zijn de gemeenten aan de Kop van de Veluwe, onder Gelders provinciebestuur. Met kernen als Hattem en Elburg ademen, in de schaduw van Zwolle, de Hanzestadcultuur. De ligging tussen heuvel en rivier zorgt voor gezamenlijke uitdagingen als het gaat om water en droogte. De samenwerking heeft zich geuit in een gezamenlijke gebiedsverkenning, waarin een ontwikkelvisie op de lange termijn is opgesteld.

IJssel-Vecht Delta Het deltagebied rondom Kampen heeft van oudsher een sterke (handels)relatie met Zwolle, langs de IJssel, als onderdeel van het netwerk van Hanzesteden. Samenwerkingsverband ‘Port of Zwolle’, tussen Kampen, Meppel en Zwolle, is daar nog steeds een actueel voorbeeld van. Op sociaal-cultureel gebied liggen er vooral relaties langs de oude Zuiderzeekust, met kernen als Oldebroek, Genemuiden en Elburg.

Zwolle Het hart van de regio en het meest verstedelijkte gebied is de stad Zwolle. Geografisch ligt het aan het Zwarte Water ingeklemd tussen IJssel en Vecht. Goed verbonden met havens, bruggen en wegen, wat goed was voor de handel en de groei van de stad. Als regionaal centrum is hier een grote concentratie werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen te vinden. De grote economische aantrekkingskracht in een landschappelijk krap gebied zorgt ook voor de grootste uitdagingen om Zwolle veilig, bereikbaar en aantrekkelijk te houden.

Kop van Overijssel De gebieden langs de Vecht en de Weerribben-Wieden kenmerken zich door een rijk en divers palet aan landschappen, met grote contrasten tussen hoog, droog, laag en nat. Het gebied kent zijn oorsprong in het laagveen moeras, dat in cultuur is gebracht met een oude veeneconomie. Daaruit zijn enkele specialistische clusters zoals de tapijtindustrie zijn voortgekomen. Meer recent is het plassengebied ontdekt als toeristische trekpleister. Cultureel ligt een deel van de identiteit in de religieuze achtergrond, met name in het zuidelijk deel. Steenwijk is de grootste kern, die veel uitwisseling kent met Meppel.

Salland De uitstekende bereikbaarheid met meerdere treinlijnen naar Zwolle, Deventer en Twente en de landschappelijke kwaliteit tussen IJssel en het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug maken het gebied interessant voor werknemers uit de steden die graag in het mooie coulissen-, rivieren en landgoederenlandschap wonen.

Zuidwest Drenthe Op het Drents plateau liggen de hoger gelegen veen- en zandlandschappen. Deze subregio kent opvallende economische accenten, zoals de high-tech maakindustrie in Hoogeveen en de strategische positie van Meppel in het netwerk tussen Steenwijk, Hoogeveen en Zwolle. Hier ligt naast een landschappelijke binding ook een belangrijke bestuurlijke samenhang: de gemeenten in deze regio hebben een gezamenlijke partner in de provincie Drenthe.

Vechtdal Het water en de spoorlijn zijn twee elementen die de kernen in het Vechtdal van oudsher met elkaar en met Zwolle verbinden. De rivier heeft mooie beboste oevers met vele landgoederen, wat het gebied voor toerisme steeds aantrekkelijker maakt. De spoorlijn zorgt voor een grote uitwisseling tussen de kernen en de streekcentra Hardenberg en Zwolle. Opvallend is het ondernemerschap van Hardenberg, met bijbehorende economische profilering waaronder de IQ-boulevard. De Vechtdalkernen werken al veel samen en weten elkaar goed te vinden.

- 18 -

- 19 -

Regionale opgaven De regio groeit en bloeit

Poort naar Noord en de Delta

De regio Zwolle groeit, zoals in zoveel regio’s in Nederland is de druk op de woningmarkt in de regio Zwolle groot. Ook hier zijn de huizenprijzen en er is een forse woningbehoefte: we gaan uit van een basisopgave van minimaal 50.000 nieuw te bouwen woningen tot 2040. Dit komt deels door autonome groei, maar ook door de positie van de regio in het Stedelijk Netwerk Nederland: de regio Zwolle is populair als alternatief voor de krapte op de woningmarkt in de Randstad en een aantrekkelijke plek op de schakel tussen Randstad en het noorden.

De regio Zwolle heeft een centrale en cruciale positie in het OV-netwerk van Nederland. Na Utrecht is station Zwolle het grootste spoorknooppunt qua aantal in- en uitgaande spoorlijnen en is het de enige (spoor)schakel tussen de noordelijke provincies en de rest van Nederland. In het wegennetwerk is een vergelijkbare situatie te zien, waar de A28 een belangrijke corridor is tussen de Randstad en het noorden, maar ook op een hoger schaalniveau tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen, naar Duitsland en verder Europa in.

Daarnaast komt de woningbouwopgave grotendeels voort uit huishoudensverdunning. Dit treedt overal op: in de stad, in streekcentra en in de dorpen. Het zijn met name ouderen en jongeren die behoefte hebben aan een één- of tweepersoonswoning waarvoor gebouwd moet worden.

De regio Zwolle bloeit, het aantal arbeidsplaatsen groeide de afgelopen decennia flink en zelfs harder dan het Nederlands gemiddelde. De economie in de Regio Zwolle kent een vrij brede en daarmee relatief sterke economische structuur waarin veel sectoren zijn te onderscheiden. Het accent lig op de sectoren kunststoffen, gezondheid en agrofood. De kracht is het resultaat van een optelsom van veel relatief kleine bedrijven en is zeer verspreid over de regio. De opgave voor het bedrijfsleven bestaat uit het meegroeien in grote transities zoals digitalisering, circulariteit en energietransitie. Ontgroening en vergrijzing zorgt voor krapte op de arbeidsmarkt. Zowel bedrijf als burger is gebaat bij een werknemer of baan in de buurt. Zwolle, en in mindere mate in Hoogeveen en Meppel, kennen grote ruimtelijke concentraties voor economische activiteiten, denk daarnaast aan Port of Zwolle. Deze plekken zijn belangrijk de stedelijke economie (de regio kan weinig leunen op ‘borrowed size’ van andere steden – Zwolle is hét voorzieningencentrum met grote zorg- en onderwijsinstellingen) en voor interactie in triple-helixverbanden.

Zwolle is naast een landelijke ook een regionale schakel: als spin in een web verbonden per spoor met de meeste grotere Analyse Analyse plaatsen en vele kleinere plaatsen in de regio – het OV-netwerk is behoorlijk uitgebreid. Dit zijn kansrijke, multimodaal bereikbare plekken voor verdere ontwikkelingen. Buiten die OV-netwerk is een groot deel van de regio afhankelijk van automobiliteit door de lage dichtheid en daardoor afwezigheid van (frequent en kwalitatief) openbaar vervoer.

Zoals Zwolle in het mobiliteitssysteem ligt, ligt het ook in het watersysteem: op een strategische positie, maar met de lusten komen ook de lasten: “er stroomt veel door de regio heen” en dat brengt bijbehorende opgaven met zich mee. Wateraanvoer vanaf de rivieren, beken en weteringen staat via de singels van Zwolle in rechtstreekse verbinding met het IJsselmeer. Dit deltasysteem hebben we veelvuldig aangepast aan onze behoeftes, maar we zien dat het huidige systeem tegen zijn grenzen aan loopt en kwetsbaar is voor klimaatverandering. We willen de balans herstellen tussen water- en bodemsysteem en inrichting, met als belofte een aantrekkelijkere en robuustere leefomgeving.

Geconcentreerde Geconcentreerde werkgelegenheid werkgelegenheid

Brandpunt Brandpunt van stedelijkheid van stedelijkhei

Analyse

Geconcentreerde Brandpunt werkgelegenheid van stedelijkheid Stedelijkheid in de regio

Zwolle als centrum van werkgelegenheid

Knooppunt vanBrandpunt van stedelijkheid vervoersbewegingen Knooppunt van vervoersbewegingen Zwolle als knooppunt van mobiliteit

Zwolle als knooppunt in het watersysteem

Knelpunten Knelpunten in het watersysteem in het watersysteem

- 20 -

- 21 -

Van opgaven naar doelen De regionale uitdagingen De op de vorige pagina’s beschreven opgaven zijn dusdanig dat ze vragen om oplossingen op een regionaal schaalniveau, waarbij verschillende overheden (rijk, provincies, gemeentes, waterschappen) samenwerken. Daarbij staan de volgende doelen voor de Regio Zwolle centraal: Het accommoderen van de ontwikkelopgave (woningen en bedrijvigheid), waarbij groen meegroeit, het behoud van de huidige ruimtelijke kwaliteit op basis van een klimaatadaptieve verstedelijkingsstrategie. De grote verstedelijkingsdruk biedt een kans maar ook een uitdaging voor ruimtelijke kwaliteit. Het accommoderen van de ontwikkelopgave buiten bestaand bebouwd gebied zet druk op water en groen. Dat is iets wat we willen voorkomen: want de bestaande omgeving kent ook een stevige klimaatadaptatieopgave. Een klimaatadaptieve verstedelijking vraagt op alle schaalniveaus, van straat en sloot tot de hele regio; dat we de opgave niet vergroten; en dat we conform nationaal beleid water en bodem leidend laten zijn. Dat geldt niet alleen voor de nieuwe ontwikkelingen, maar ook voor de bestaande. We hebben als regio de ambitie om met de ontwikkelopgave de klimaatopgave vooruit te helpen.

Het versterken van de concurrentiekracht van de Regio Zwolle door een sterk en duidelijk economisch profiel in combinatie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat. De uitdaging voor meer concurrentiekracht ligt in het doen van de juiste ingrepen op verschillende plekken. Bij gebrek aan ‘borrowed size’ in de directe nabijheid, moet de kracht van concentratie en stedelijke economie vooral in de stad Zwolle gevonden worden, om zo massa te maken voor een stedelijke economie, die de regio als geheel nodig heeft, concurrentiekracht heeft en tegen een conjunctureel stootje kan. Naast die concentratie moeten we het economisch profiel versterken in combinatie met aantrekkelijk vestigingsklimaat: de uitdaging is daar door te bouwen op de diversiteit van cultuur, natuur en bedrijfsleven in de verschillende streken die de regio rijk is. We moeten strategisch investeren op alle schaalniveaus stad, streekcentra en clusters van bedrijvigheid. Ook hier gelden de uitdagingen van bovenstaand doel. Bereikbaar houden van huidige en toekomstige economische toplocaties op regionaal en nationaal niveau in combinatie met een goed functionerend daily urban system. De uitdaging voor bereikbaarheid ligt in het werken aan een betere balans in de regio. De relatief grote pendel naar Zwolle is deels onvermijdelijk vanwege de regionale centrumfunctie, maar de mobiliteitssystemen kunnen niet veel meer aan.

De uitdaging ligt in een mobiliteitstransitie, waarbij oplossingsruimte ligt in het voorkomen van mobiliteit (als mensen nabij terecht kunnen hoeven ze niet ver te reizen) en het verduurzamen van mobiliteit (het kunnen kiezen voor de fiets of het OV in plaats van de auto). Hier kunnen de verstedelijkingskeuzes (waar wonen en werken faciliteren) sterk in sturen.

Benutten en versterken van huidige en toekomstige ambities op het gebied van leefbaarheid, natuurinclusiviteit, landschap en energietransitie. De uitdaging ligt hierin dat deze ambities niet alleen gelden voor de nieuwe ontwikkelopgave, maar juist ook voor de bestaande steden en dorpen in de regio. Overal moeten we hiermee aan de slag. Kunnen we daar de verstedelijkingsopgave voor inzetten?

Deze verstedelijkingsstrategie is ons gezamenlijke antwoord op hoe we deze doelen willen bereiken. Om te bepalen wat deze strategie moet zijn is onderzocht welke verschillende ruimtelijke ontwikkelrichtingen er zijn en welke effecten die hebben. Zo hebben we inzicht gekregen in welke strategische keuzes wel en niet bijdragen aan de doelen. Op basis van dit gezamenlijke onderzoek concluderen we dat de wenselijke ontwikkelrichting voor ons samen te vatten is als het werken aan “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta” – het overkoepelende motto en integrale koers voor verstedelijking in de Regio Zwolle.

- 22 -

- 23 -

Warmehartenstrategie

Waar willen we naar toe?

- 24 -

Warmehartenstrategie als verstedelijkingskoers volgens 7 Ontwikkelprincipes Het motto voor verstedelijking is het werken aan “Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta”. Deze strategie betekent bewust kiezen voor het zo veel mogelijk verstedelijkingsdruk oplossen binnen bestaand bebouwd gebied om bestaande steden en dorpen te versterken in de kern, in het hart. Warme Harten… Dit idee van ‘warme harten’ is gebaseerd op de gedachte dat, als je bouwt waar de mensen al zijn, dit een hefboom kan zijn voor grote opgaven van de bestaande gebouwde omgeving. Met deze strategie kunnen we alle kernen op maat een impuls geven en opgaven die in de bestaande steden en dorpen spelen aanpakken, zodat zowel nieuwe als bestaande inwoners van de investeringen profiteren. Als we niet bouwen in de harten, maar de ontwikkelopgave van steden en dorpen faciliteren in ‘nieuwe vleugels’, vergroten we de voetafdruk op het buitengebied, en verdunnen onze steden en dorpen

waardoor bewoners meer op afstand van elkaar en bestaande voorzieningen komen te wonen. De belofte is dat we door de warmehartenstrategie niet in een vicieuze cirkel van “groter en meer”, maar een virtuoze cirkel van “anders en beter” belanden: een verdichting die vergroening, verduurzaming en vitaliteit brengt. Daarbij betekent ‘zo veel als mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied’ dat gemeenten er niet alleen voor staan en dat er terugvalopties zijn (‘second best’) wanneer de grenzen hiervan bereikt zijn.

- 25 -

7 Ontwikkelprincipes

We hebben zeven integrale ontwikkelprincipes als uitwerking van het motto om ruimtelijke keuzes te kunnen sturen. Deze principes vormen samen de koers. Ze zijn het kompas van de verstedelijkingsstrategie en ze bepalen onze inzet op de hoofdopgaven voor wonen, werken, mobiliteit en klimaat (hoofdstuk 3) en de keuze voor de verschillende integrale ontwikkelprogramma’s die we als regio gezamenlijk oppakken (hoofdstuk 4).

…in een Klimaatadaptieve Delta Een ‘klimaatadaptieve delta’ is gebaseerd op de gedachte dat we een omslag willen maken naar natuurlijke oplossingen waar bodem en water leidend zijn. Daarbij staat niet symptoombestrijding, maar investeren in veerkrachtige en toekomstbestendige systeemoplossingen centraal.

Dit schema verbeeldt de opbouw van de verstedelijkingsstrategie en is tegelijkertijd een leeswijzer voor dit stuk. Aan de linkerzijde staat de koers: de aanleiding en de strategische keuzes die we daarin maken. Het hart daarvan is de Warmehartenstrategie. De 7 Ontwikkelprincipes bepalen onze kijk (“wat vinden we ervan”) op de hoofdopgaven en hebben richting gegeven aan de ontwikkelprogramma’s. Aan de rechterzijde staat de inzet: die beschrijven we deels in hoofdstuk 3 onder “waar zetten we op in” en verder in hoofdstuk 4 & 5 met de ontwikkelprogramma’s en aanzet voor uitvoeringsafspraken.

- 26 -

1

2

Warme Harten in een Klimaatadaptieve Delta is zuinig omgaan met de ruimte De regio kent een groot grondgebied met compacte (Hanze)steden en veel ruimte voor het landschap. Dat is haar kracht en daar moeten we zuinig mee omgaan. Deze ruimte maakt de kwaliteit van de regio en willen we niet onnodig onder druk zetten. Gebieden met hoge natuur- of landschappelijke waarde blijven vrij van uitbreiding van verstedelijking, infrastructuur en grootschalige economie (bijv. logistiek). Verstedelijking mag niet ten koste gaan van de natuur- en biodiversiteitsdoelstellingen. Daarom kijken we eerst naar een verantwoorde en gezonde wijze van ontwikkeling binnen het bestaande bebouwde gebied en kijken naar mogelijkheden van versterking van het waardevolle landschap. Door te investeren in de kwaliteit van de steden en dorpen houden we ze vitaal en klimaatbestendig. In een Klimaatadaptieve Delta pakken we opgaven aan bij de bron Decennialang zijn we uitgegaan van de technische maakbaarheid van deze natuurlijke systemen. Meer en meer komen we tot inzicht dat dit niet altijd het geval is. We willen inzetten op maatregelen die duurzaam de wateropgave verlichten, passend bij het natuurlijke bodem- en watersysteem. Nieuwe verstedelijking mag niet leiden tot een grotere klimaaten wateropgave, maar moet juist leiden tot een verkleining daarvan.

Niet alleen in het ontwikkelgebied zelf, maar ook voor de omgeving. Daarbij hebben natuurlijke oplossingen de voorkeur boven technische omdat ze zich ook beter laten combineren met andere opgaven zoals onze gezondheid, de biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De hanteren deze aanpak ook voor het mobiliteitssysteem: we pakken mobiliteitsopgaven aan bij de bron door met slimme verstedelijkingskeuzes een betere balans tussen wonen en werken op fietsafstand te maken.

- 27 -

In Warme Harten helpt nieuw bestaand met transitieopgaven De ambities op het gebied van woningbouw zijn groot. Er zijn veel woningen nodig, maar de nieuwbouw blijft altijd maar een klein gedeelte van de totale voorraad. In al bestaande huizen wonen ook mensen die te maken (kunnen) krijgen met opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en met mobiliteitsarmoede. We willen dat wat we nieuw toevoegen in de regio het bestaande versterkt: bestaande wijken en kernen met hun opgaven kunnen geholpen worden door middel van nieuwbouw. Dit noemen we ook wel ‘buiten het bouwhek’ denken, waarmee we bedoelen dat hetgeen dat gebouwd wordt niet alleen zelf van goede kwaliteit moet zijn, maar ook als hefboom voor noodzakelijke transities in de omgeving moet dienen. Warme Harten bieden een passend woningaanbod voor iedereen Iedere ontwikkeling maakt het woningaanbod diverser. Nu bestaat dat uit veel op elkaar lijkende, grote eengezinswoningen. Dit past niet zo goed met de demografische trends. Dit betekent met name dat we goed kijken naar welke woningen er al zijn, wie erin wonen en hoe we de (toekomstige) vraag goed kunnen bedienen. Algemeen geldt dat nieuwe ontwikkelingen aanvullend moeten zijn op het bestaande qua typologie, rekening houdend met demografische trends, zodat het totale aanbod diverser en veerkrachtiger wordt.

3

4

5

In Warme Harten geven we voorrang aan voetganger, fietser en OV Iedere ontwikkeling draagt bij aan de mobiliteitstransitie door in te zetten op een andere manier van verplaatsen: meer lopen, fietsen en OV-gebruik. We kiezen voor ruimte-efficiënte vervoerswijzen. Dat betekent inzet op een regionale mobiliteitstransitie in combinatie met verdichten in de kernen, rond OV-knopen en het mengen van wonen en werken waardoor inwoners minder (ver) hoeven te reizen: multimodale plekken maken waar een alternatief voor de auto voor handen is. Met dit principe maken we mobiliteit voor voor iedereen toegankelijker duurzamer en gezonder.

6

Elk Warm Hart speelt een rol in het vergroten van regionaal economisch elan Iedere ontwikkeling kan bijdragen aan het versterken van economische samenhang van de regio als gehee. We zetten in op een stedelijke economie in Zwolle, de enige kern in de regio waar een schaalsprong in stedelijkheid mogelijk zou zijn (met bijbehorende lokale agglomeratiekracht, stedelijke economie en functiemix) en op specialisatie in subregio’s voortbouwend op de lokale cultuur en historie. We beschermen en ontwikkelen diverse milieus zodat alle typen bedrijvigheid op de juiste plek komen en stimuleren uitwisseling van kennis en kunde. Bijvoorbeeld in binnensteden en stationsgebieden kunnen ‘interactiemilieus’ tot stand komen door concentratie en clustering van mensen en bedrijvigheid.

De 7 Ontwikkelprincipes samen vormen de Warmehartenstrategie

In een Klimaatadaptieve Delta bouwen we gebiedspecifiek Omdat identiteit in grote mate bepalend is voor leefbaarheid en sociale samenhang, omarmen we in dit principe de gebiedspecifieke unieke eigenschappen van onze diverse regio. De ondergrond en het watersysteem zijn bepalend voor waar en hoe we bouwen om ook op lange termijn bij klimaatverandering een florerende regio te kunnen zijn. Iedere ontwikkeling heeft oog voor de door de landschappelijke ondergrond, natuur, cultuurhistorie en bouwcultuur gevormde karakteristieken en identiteit van de plek en behoudt of versterkt deze. Daar zetten we vol op in en bouwen zo aan een afwisselende regio. De gebiedsbiografie Regio Zwolle concretiseert de cultuurhistorische subregio’s en helpt de eigenschappen in te zetten bij gebiedsspecifiek bouwen (wordt i.s.m Rijk (BZK/OCW) en regio opgesteld en start binnenkort).

In hoofdstuk 3 worden deze iconen gebruikt om aan te geven waar welk van de zeven ontwikkelingsprincipes toegepast worden. 1

2

3

4

5

6

7

7

- 28 -

Warme Harten in een

Klimaatadaptieve Delta Wat levert het op om te werken volgens de warmehartenstrategie? Wat hebben we dan bereikt in 2040? Een terugblik…

bedrijfsleven, waardoor men van elkaar profiteert en elkaar aanvult in plaats van concurreert.

In de verschillende kernen in de regio zie je het resultaat van het werken volgens de warmehartenstrategie. De al goede leefkwaliteit van de regio is versterkt doordat wonen, economie en vergroening hand in hand gaan. Niet alleen de nieuwe inwoners in de regio profiteren daarvan, ook de uitdagingen waar de woon- en leefomgeving van de bestaande inwoners twintig jaar geleden voor stonden hebben geprofiteerd van de impuls die de regio heeft gekregen.

Overal in de regio hebben de centra en dorpsharten een impuls gekregen. Het zijn prettige publieke plekken gebleven waar veel mensen een passende woning hebben gevonden. Vooral de stationsomgevingen hebben een transformatie ondergaan. Dit zijn dynamische en bruisende plekken geworden, met de verschillende gebiedspecifieke natuurlijke en culturele kenmerken als visitekaartje. Er wonen meer mensen dicht op het station, die profiteren van de impuls in het OV-netwerk. Hun leven kan nabij worden georganiseerd. De (deel-) auto speelt voor hen een steeds kleinere rol.

De regio is een stuk diverser geworden qua woon- en werkmilieus. Iedere kern is herkenbaar, benut en beschermt de eigenschappen van het omliggende landschap en is daar goed mee verbonden. Door de vergroening en toegenomen ruimte voor water zijn de uitdagingen voor klimaatadaptatie omarmd en is ook de biodiversiteit vergroot. ‘Rood’ en ‘groen’ zijn meer verweven dan ooit. De stad Zwolle heeft zich nog verder ontwikkeld als warm hart voor de regio, door een stuk stedelijker te worden. Dit heeft bijvoorbeeld een nieuw hoogstedelijk milieu toegevoegd aan de regio en daarmee de hele regionale economie versterkt. Er is uitwisseling en afstemming in het regionale

In de stationsgebieden is het aantal in- en uitstappers in balans: werknemers en studenten zorgen voor ‘tegengestelde pendel’. De automobiliteit in de regio is teruggelopen doordat mensen hun leven meer nabij en met duurzame mobiliteit kunnen invullen. De regio is in balans, tussen stad en land, tussen rood en groen, tussen wonen en werken. En de regio heeft zich klimaatbestendig ontwikkeld. Al deze warme harten, van groot tot klein, worden verbonden door een robuust en duurzaam water- en mobiliteitsnetwerk (in de volle breedte) dat zich steeds meer voegt naar het natuurlijke systeem.

- 29 -

- 30 -

- 31 -

Aanpak van de vier hoofdopgaven

De inzet voor de klimaatopgave

- 32 -

- 33 -

‘Naar een klimaatbestendige delta... Aanpak klimaatopgave

Wat is er aan de hand? De grenzen van maakbaarheid Het bodem en watersysteem dicteerden tot aan de twintigste eeuw de mogelijkheden qua grondgebruik en inrichting van het landschap. Daarna zorgden technische innovaties voor de ontkoppeling van watersysteem en grondgebruik. De nieuw ontstane situatie blijkt kwetsbaar als gevolg van klimaatverandering. Het wordt natter, droger en heter. Voldoende drinkwater is geen vanzelfsprekendheid. Daarmee komen er ook problemen voor gezondheid, leefkwaliteit en biodiversiteit. Grote en kleine opgaven, overal in de regio De noodzakelijke vernieuwing van het (technisch vormgegeven) systeem en het klimaatbestendig inrichten van stedelijk gebied, om extremen op te vangen, is een grote opgave: niet zozeer financieel, juist ook voor het ecosysteem, de biodiversiteit en de ruimtelijke kwaliteit en het is de vraag of de bestaande benadering overlast en schade kan blijven voorkomen. In Zwolle komt de grootste klimaatopgave bij elkaar door de manier waarop het regionale watersysteem is georganiseerd: Sallandse weteringen dreigen Zwolle te overstromen als het water in IJssel en Vecht ook hoog staat. Tegelijkertijd zien we hetzelfde op kleiner schaalniveau gebeuren in vele andere kernen in de regio. Zo heeft ieder deel van de regio haar eigen klimaatopgave, terwijl een lokale keuze in het ene gebied consequenties heeft voor andere gebieden.

Onzekere opgave, groei opgave onwenselijk De onzekerheid van de adaptatieopgave is op systeemniveau afhankelijk van keuzes elders. Naast de adaptatieopgave is er ook een grote mitigatieopgave. Groei en nieuwe verstedelijking kunnen leiden tot een toename van de vraag naar energie, groen, drinkwater en rioolwaterzuivering. Tot slot: de klimaatopgave wordt gekenmerkt door een grote onzekerheid. We weten nog niet goed wanneer we ‘genoeg’ doen om kwaliteit en veiligheid te garanderen.

Wat vinden we ervan? Water vormt verleden en toekomst De regio wil een klimaatbestendige groeiregio zijn en wil aansluiten bij het nieuwe adagium ‘bodem en water leidend’ in onze ruimtelijke ordening 2 . Kort door de bocht gedacht zou je dan kunnen zeggen dat enkel op klimaatrobuuste plekken gebouwd zouden mogen worden. Echter, wat betekent dat voor de huidige bewoonde omgevingen, waarvan een groot deel in klimaatkwetsbaar gebied ligt? De regio is juist gegroeid rondom strategische, met water verweven locaties. Een switch naar ‘hoog en droog’ is nu niet haalbaar: als we dat doen voor de nieuwe woningen, ontkennen we het verleden en de opgave die we hebben voor de bestaande bewoonde gebieden. De consequentie hiervan is dat we anders willen bouwen en ontwikkelen om de omgeving klimaatbestendig te maken. ‘Flexibiliteit en aanpasbaarheid in inrichting’ en ‘wederkerigheid en eigenaarschap in samenwerking’ zijn sleutelwoorden. Nieuw helpt bestaand, aanpak bij de bron We kiezen voor het zuinig zijn met de ruimte. 1 We stimuleren daarom gebiedsontwikkelingen in bestaand bebouwd gebied. We ontwikkelen gebiedsspecifiek, passend bij het bodemen watersysteem. We erkennen dat we een klimaatopgave hebben voor de bestaande bebouwde gebieden en stellen dat nieuwe woningen moeten bijdragen aan het vergroten van klimaatbestendigheid en/of andere maatschappelijke opgaven in de regio 3 .

We voegen ons zo veel mogelijk naar het natuurlijke systeem in plaats van het enkel met technische maatregelen oplossen van kwetsbaarheden. Daarbij hoort ook de inzet op het verminderen van de energie- en warmtevraag, zodat de regio ook structureel bijdraagt aan klimaatmitigatie. En een inzet op circulariteit waarbij onder andere de afvalwaterinzameling en verwerking bijdraagt aan goede en gezonde waterkwaliteit en het terugwinnen van energie en grondstoffen.

... d  oor de sponswerking van het bebouwde gebied te vergroten.’ !) sen aan we s a g e np

(ho (aa gio n kaart ) e r de e e t aar e opgav io Zwoll olle en k t e Fac tegisch in Reg art Zw rnen a m Str n ka de ke ee o e s m r s n u hie bi t rten va m Co e kaa loss

Legenda: Royale klimaatdrager Bebouwde kom Natuurgebieden

Waar zetten we op in? Voor de verstedelijkingsopgave kiest de Regio Zwolle voor de warmehartenstrategie, waarbij toekomstige verstedelijking vooral plaatsvindt in bestaande kernen. Om die kernen, klein en groot, stapsgewijs te transformeren, waarbij water, klimaat, wonen, mobiliteit en economie integraal worden opgepakt. De hiermee gepaard gaande investeringen bieden de mogelijkheid om de ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden te gebruiken om de klimaatopgave van de bestaande kernen deels of helemaal op te lossen 3 .

We ontwikkelen klimaatrobuust: in een van nature nat gebied wil je in principe niet bouwen. Maar als dat gebied al verstedelijkt is, kan juist de transformatie van zo’n wijk helpen om waterberging, opname, een meer natuurlijke afvoer en de veerkracht van de bebouwing te vergroten. In overstroombare gebieden bouwen we zo dat de gebouwde omgeving door gevolgbeperkende maatregelen voorbereid is op overstromingen door dijkdoorbraken of extreme neerslag.

De inzet voor de klimaatopgave

- 34 -

Water en bodem zijn leidend. We bouwen nieuwe woningen robuust volgens de beste inzichten wat nodig is om op lange termijn klimaatadaptief te blijven. Nieuwe ontwikkelingen voldoen hierbij aan de ambitie van een klimaatadaptieve groeiregio. Hiervoor zijn concrete doelen ontwikkeld voor nieuwbouw, met een onderliggende normatieve uitwerking om de klimaatadaptatie opgave te duiden.

Voorbeeld uit het onderzoek: Steenwijk De ‘laagte’ van de voormalige Steenwijker Aa rondom station Steenwijk is niet alleen een klimaatprobleem maar biedt allerlei ontwikkelkansen. Dankzij de strategische aankoop van het stationsgebouw door de gemeente Steenwijkerland kunnen die opgaven worden gecombineerd in één gebiedsontwikkeling.

Bij de locatiekeuze voor nieuwe uitbreidingen moeten we kiezen voor locaties waarbij de flexibiliteit en adaptatiemogelijkheden van het bodemen watersysteem naar de toekomst toe niet beperkt worden. Integendeel, kies locaties en werk deze met ontwerpend onderzoek en uitgangspunten beschreven in Klimaatadaptief ruimtelijk ontwikkelen in Regio Zwolle zodanig uit dat zij de flexibiliteit en veerkracht van het bodemen watersysteem vergroten 2 . Hierdoor worden de gevolgen van wateroverlast, overstromingen en droogte beperkt. Die natuurlijke maatregelen op gebiedsniveau draaien om het zo hoog en lang mogelijk vasthouden van elke druppel water. Dit verkleint de opgaven verderop in het stroomgebied. Dit vraagt ook om oplossingen op regionale schaal. Zie ook de aanzet tot een Regionale Sponsstrategie die een opmaat biedt voor specifieke maatregelen voor Zwolle en gerichte plekken in de regio.

- 35 -

Klimaatkwesties verschillen per kern en zelfs ook binnen een kern, dus wat bijdraagt is zeer lokaal bepaald. De volgende oplossingen kunnen een waardevolle bijdrage leveren op gebiedsniveau:

Royale klimaatdragers Het bebouwd gebied krijgt een fijnmazig netwerk van groene aders en blauwe vingers die stad en dorp met het landschap rondom verbinden. Dit netwerk wordt multifunctioneel gebruikt door dieren, planten en mensen. Het zijn meestal geen nieuwe verbindingen, maar al onderdeel van de identiteit van de kern en zijn vaak verbonden aan bestaande waterstructuren of landschappelijk erfgoed. Wel kunnen ze bijna overal royaler. Bijvangst: ze maken de stad aantrekkelijker, bevorderen de ecologie en maken lopen en fietsen leuker.

Hoe helpt deze aanpak de andere opgaven? Meer sponswerking helpt... … de mobiliteitstransitie aan groenere straten die aantrekkelijker zijn voor lopen en fietsen. Andersom maakt de mobiliteitstransitie ruimte voor sponswerking. Het organiseren van nabijheid van wonen en werken reduceert de mobiliteits- en daarmee de energievraag en helpt zo klimaatmitigatie. … de economische opgave door ook klimaatoverlast op bedrijfsterreinen te verminderen. Een groene werkomgeving is bovendien een impuls voor het economisch vestigingsklimaat. … de woningbouwopgave door aantrekkelijkere woonmilieus. Vergroenen gaat hand in hand met verdichten. Andersom kan nieuwe woningbouw kan de aanleiding en/of investeringsmotor zijn voor de lokale klimaatmaatregelen.

Groene straten In combinatie met de mobiliteitstransitie kan in straten ruimte ontstaan (door minder parkeren) voor water en groen. Dit is een virtuoze cirkel: daardoor wordt ook actieve mobiliteit aantrekkelijker, in een groene straat is het fijn fietsen en lopen.

Warme groene harten Hieronder valt het vergroenen en ontharden van de (historische) centrumgebieden. Doel is om hittestress te verminderen en regenwater geleidelijk in de bodem te laten opnemen i.p.v. afvoer via riool. Middelen zijn bomen in de volle grond, tegelwippen en groene daken. Kan bij bestaande en nieuwe ontwikkelingen. Vuistregel: “alle beetjes helpen”.

Klimaatadaptieve buurten In bestaande woonbuurten liggen ook kansen om samen met een mobiliteitstransitie ruimte vrij te spelen voor klimaatadaptieve maatregelen en energietransitie: groene daken, zonnepanelen, meer groen op straat, etc. Vuistregel: “een kwart onverhard”.

De inzet voor de Analyse mobiliteitsopgave & Opgave

- 36 -

‘Naar een efficiënt en duurzaam mobiliteitssysteem... Aanpak mobiliteitsopgave

Wat is er aan de hand? De regio is sterk auto-afhankelijk De afstanden in de regio zijn relatief groot en men moet daardoor ver reizen om voorzieningen, werk of sociale contacten te bereiken. Een aantal middelgrote kernen binnen de regio heeft meer ‘inwoners met een baan’ dan banen. Deze regionale onbalans dwingt inwoners tot grote pendelafstanden en maakt ze afhankelijkheid van de auto. Uitgebreid OV-netwerk dat beter benut kan worden Daar waar een kern wel goed ontsloten is via trein en bus zijn de gebieden rondom de haltes en stations vaak beperkt geprogrammeerd en ontwikkeld. Daarnaast ligt een aantal stations aan de randen van het bebouwde gebied (Stadshagen, Kampen-Zuid, Wijhe, Hoogeveen en Raalte) of soms zelfs hierbuiten (Heino, Dalfsen en Ommen, ‘t Harde). Dat draagt niet bij aan een aantrekkelijke bereikbaarheid met het OV. Regionale verschillen: “autoland” en “fiets- en OV-wereld” In centraal Zwolle is de auto minder belangrijk dan in het omliggende gebied en zijn de voetganger, fiets en het OV de primaire vervoermiddelen. In de regio is dat anders, daar zijn veel mensen afhankelijk van de auto. De alternatieven zijn er beperkt. Door de regionale centrumfunctie en de werkgelegenheid trekt Zwolle veel verkeer aan uit de regio. Dit zorgt voor congestie met bijbehorende problematiek.

Tegelijkertijd is congestie ook hetgeen dat zorgt dat mensen alternatieven gaan verkennen. Deze zijn echter nog niet voor iedereen beschikbaar of voldoende aantrekkelijk.

- 37 -

... d  oor de mobiliteitstransitie te versnellen.’

Wat vinden we ervan? De bereikbaarheid moet op peil blijven, dat doen we door in te zetten op de mobiliteitstransitie 5 Dit betekent dat we willen groeien zonder de automobiliteit te vergroten: we willen namelijk klimaatbestendig groeien: dus niet de opgave vergroten door meer auto reizigerskilometers die extra (duurzame) energie kosten. Dat betekent dus inzetten op nabijheid zodat mensen de keuze hebben om hun leven nabij (op de fiets en te voet) of met OV te organiseren. Een bijkomend voordeel is dat we hiermee ook bijdragen aan de verkeersveiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. De regio wil goed bereikbaar zijn op drie schaalniveaus: nationaal (van, naar en door Regio Zwolle), regionaal en lokaal. Hoe we dat bereiken verschilt per gebied en bijbehorend mobiliteitsaanbod. We pakken mobiliteitsopgaven aan bij de bron door met slimme verstedelijkingskeuzes een betere balans tussen wonen en werken op fietsafstand te maken. 2 Een duurzamer mobiliteitssysteem bereiken we door zoet en zuur te combineren Op sommige plekken accepteren we files en weren we de auto ten behoeve van ruimtelijke kwaliteit door stringent parkeerbeleid (in parkeertarieven en -normering) i.c.m. ruim aanbod van alternatieven en aantrekkelijker (groenere) omgeving met minder auto’s.

Dit geldt voor gebieden in harten van Zwolle, middelgrote kernen en vitale kernen: als plek voor ontmoeting, verblijf, ondernemer, voetganger, fietser, klimaatadaptatie. Echter moeten er wel goede alternatieven voor handen zijn om andere keuzes te maken. Dit vraagt precies kijken naar ketenmobiliteit op alle schaalniveaus.

Legenda: van autoland...

2

Waar zetten we op in? Maximale bijdrage leveren met verstedelijking 1 In de verstedelijkingsstrategie liggen belangrijke sleutels om de mobiliteitstransitie van de regio te versnellen. Niet alles kan op de schop, het huidige systeem en de bestaande woningen en arbeidsplaatsen zijn een 3 gegeven. Maar als we de nieuwe woningen en economische groei op de juiste plekken organiseren, verminderen we de regionale onbalans, grote pendelafstanden met de auto en kunnen we daarmee groei van automobiliteit voorkomen.

... naar OV&fietswereld Stationsgebieden Hubs aan stadsrand

De verstedelijkingsopgave biedt kansen om de mobiliteitstransitie te versnellen en andersom helpt de transitie ruimte te maken. De mobiliteitstransitie in deze regio draait voornamelijk om het verminderen van de auto-afhankelijkheid door meer mensen op meer plekken een alternatief te bieden (bouwen op multimodale plekken en toevoegen van HOV-bereikbaarheid). Daarbij geldt voor ons het STOMP-principe als basis voor het prioriteren van de (gebieds)maatregelen en alternatieven. Bij voorkeur eerst inzetten op meer Stappen, Trappen, dan OV, MaaS (deelmobiliteit) en als laatste maatregelen t.b.v. de privéauto.

De inzet voor de mobiliteitsopgave

- 38 -

De uitkomsten van het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Zwolle en omgeving biedt een opmaat naar een regionale mobiliteitsstrategie en specifieke maatregelen voor Zwolle en gerichte plekken in de regio. We zetten in op verdichting in Zwolle. Hoe meer woningen we daar toe voegen, hoe meer mensen kunnen profiteren van de nabijheid van werkgelegenheid. Hoe Stedelijker Zwolle, (in combinatie met passend mobiliteitsbeleid) hoe minder (auto)kilometers 2 . Zo vergroten we de onbalans en bijbehorende pendel niet verder. Prioriteit voor lopen en fietsen.

Alle andere stations geschikter maken voor een soepele overstap van auto naar OV (of fiets).

- 39 -

Ingrepen om de mobiliteitstransitie bieden ook aanknopingspunten voor nieuwe (ruimtelijke kwaliteit), zoals bijvoorbeeld de volgende oplossingen:

Hubs organiseren op de plekken waar autoland en de fiets- en OV-wereld elkaar raken. Dit parkeren op afstand is zowel voor bezoekers als voor bewoners interessant. De parkeerruimte die we in buurten besparen kan ingezet worden voor klimaatadaptatie. In de hubs kan deelmobiliteit geleidelijk groeien.

De beste multimodaal bereikbare plekken van de regio zo goed mogelijk benutten. Dit zijn vooral Karakteristieke Stationsomgevingen in de regio waar in de directe omgeving nog ruimte is voor ontwikkeling. Prioriteit voor de overstap van fiets en OV.

Hoe helpt deze aanpak de andere opgaven? De mobiliteitstransitie helpt... … de klimaatopgaven door ruimte (minder verharding) op strategische plekken t.b.v. klimaatadaptatie (piekbuien, hittestress, droogte). Ook het niet vergroten van de mobiliteitsvraag helpt klimaatmitigatie. … de economische opgave door meer nabijheid te organiseren: dit zijn plekken waar interactiemilieus kunnen ontstaan (leer-werkplekken, innovatiemilieus en ruimte voor de stedelijke economie). Daarnaast kan bedrijvigheid op knooppuntlocaties in middelgrote kernen profiteren van de investeringen in een goede OV-kwaliteit. … de woningbouwopgave door ruimte te maken en het versterken van bestaande woonmilieus. Vice-versa: woningbouw op de juiste plekken is belangrijkste motor achter mobiliteitstransitie.

Verblijfskwaliteit vergroten op centrale plekken en overstappunten Kort samengevat: ‘meer bomen en ruimte voor verblijf’ maakt plekken aantrekkelijk om lopend of op de fiets te zijn. Ook de routes erheen zijn aantrekkelijk en logisch. Minder ruimte voor stilstaande voertuigen (auto’s, fietsen, scooters etc) creëert deze ruimte.

Vergroenen en verfijnen van stedelijke straten Bepaalde wegen downgraden en snelheden verlagen zodat de hoofdwegen voor auto’s veiliger kunnen worden met frequente oversteekplaatsen. Andere straten beter maken voor lopen en fietsen.

Geclusterd parkeren in (buurt)hubs Parkeren in hubs bij binnenkomst in steden, waardoor autoluwe straten kunnen ontstaan. Bewoners kunnen terecht in buurthubs als ze een (deel)auto nodig hebben; in de wijk zelf zetten we in op (deel)fietsen en lopen. De grotere hubs dienen multifunctioneel te zijn en aangename (en veilige) plekken om te verblijven.

Voorbeeld uit het onderzoek: Meppel Het stationsgebied is nu nog onderbenut. Infrastructuur is dominant. De flyover over het spoor bijvoorbeeld kan worden vervangen door een hub die het autoverkeer hier opvangt (de zuidelijke en noordelijke afrit blijven de westkant van het spoor bedienen). Met deze ingreep kan het gebied rond het station en centrum uitgroeien tot een prettige groens stedelijke om te wonen, werken, leren. Waar vooral voetgangers en fietsers voorrang krijgen.

De inzet voor de economische opgave

- 40 -

- 41 -

‘Naar een conjunctuuurbestendige economie… Aanpak economische opgave

Wat is er aan de hand? De economie van de regio is afgelopen decennium sterk gegroeid Regio Zwolle richt zich op de topsectoren kunststoffen, gezondheid (health) en landbouw (agrofood) en daarnaast zijn logistiek, e-commerce en vrijetijdseconomie groot. Het bedrijfsleven bestaat uit veel familiebedrijven en drijft op een beroepsbevolking die voor een groot deel uit MBO’ers bestaat. Het ruimtelijk-economisch systeem kenmerkt zich door grote afstanden Er zijn in Zwolle meer banen dan werkzame inwoners. Op Hoogeveen na is dat in geen enkele andere kern in de regio het geval. Dat betekent dus dat dagelijks veel mensen van buiten Zwolle naar de stad reizen voor hun werk. Deze ‘suburbanisatie’ van de regio maakt haar kwetsbaar. Dit stimuleert een onwenselijke onbalans waardoor (sommige) inwoners kans op werk missen en congestieproblemen verergeren. Een betere balans tussen wonen en werken maakt een gemeente veerkrachtiger. In delen van de regio is sprake van ontgroening en vergrijzing Zwolle heeft een productieve HBOkenniseconomie, maar verliest ook jongeren die naar (universiteits)steden elders in het land verhuizen. De regio heeft (nog) geen hoogstedelijk milieu om te kunnen concurreren met het aanbod in andere regio’s. Dit zorgt voor structurele krapte op de arbeidsmarkt.

De zwakke link tussen MKB en onderzoek & onderwijs maakt de regio kwetsbaar om economische veranderingen op te vangen. Blijvende en diverse ruimtevraag In de regio is sprake van een stevige ruimtevraag naar werklocaties in verschillende milieus.

... door differentiatie en verbeterde uitwisseling.’

Wat vinden we ervan? Groeien zonder veel meer ruimte te vragen 1 We willen groeien zonder natuurlijke systemen verder onder druk te zetten. Dat betekent dat we manieren moeten vinden om te groeien zonder veel meer ruimte te gebruiken: clustering en intensivering, zorgvuldig ruimtegebruik, het beschermen van landschappelijk waardevolle gebieden, maar ook de revitalisering en herstructurering van bedrijventerreinen. De vraag naar grootschalige logistiek staat op gespannen voet met ontwikkelprincipe ‘wees zuinig met de ruimte’ en moeten we in regionaal verband behandelen, waarbij bijdrage aan lokale ketens uitgangspunt is. Werken aan een betere verdeling van werkgelegenheid 2 Investeringen in onderwijs en triplehelixverbanden (en daarmee slimme subregionale specialisaties versterken) is belangrijk om overal in de regio de economie vitaal te houden. We willen niet dat werkgelegenheid binnen de regio verplaatst naar Zwolle en de onbalans vergroot. Maar ook locatiekeuze van nieuwe woningen speelt een belangrijke rol (bouwen waar veel werk is). Door meer variatie werken aan weerbaarheid 6 We willen flexibeler zijn als de economie verandert en ruimte kunnen bieden voor verschillende vormen van werk: van productie tot interactiemilieu. Iedere ontwikkeling, groot of klein, kan bijdragen aan het versterken van economische samenhang van de regio als geheel.

We beschermen en ontwikkelen diverse milieus zodat alle typen bedrijvigheid op de juiste plek komen en stimuleren uitwisseling van kennis en kunde, bijvoorbeeld in binnensteden en stationsgebieden kunnen ‘interactiemilieus’ tot stand komen door concentratie en clustering van mensen en bedrijvigheid.

Legenda: Stedelijke economie Streekcentra Onderscheidend profiel

Waar zetten we op in? Mede vanuit het oogpunt van brede welvaart, houden we gebieden met hoge natuur, landbouw of landschappelijke waarde vrij van uitbreiding van verstedelijking: infrastructuur, nieuwe werklocaties en grootschalige economie (bijv logistiek). Het landschap vormt de contouren van de verstedelijking 1 . De uitgangssituatie en de karakteristieken van het landschap in relatie tot verstedelijking verschillen binnen de Regio Zwolle 7 . Binnen Regio Zwolle kiezen we voor een regio in balans; we bouwen woningen in de nabijheid van werkgelegenheid.

En werken we vanuit de Economische Agenda aan het versterken van economische clusters in de hele regio, om ook bij te kunnen dragen aan groei van de werkgelegenheid. Dit doen we om de pendel en afhankelijkheid van Zwolle te verkleinen 2 . Balans betekent ook dat economie niet mag worden weggedrukt door woningbouw, als daar niet een binnen deze principes passende toekomstbestendige locatie voor gevonden is. In de stationsgebieden en gekoppeld aan economische clusters zetten we in op ruimte voor de groei van arbeidsplaatsen. Dat kan gestimuleerd worden door ruimte te bieden aan triple-helix verbanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11818448/1