CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

10 1 Bijlage - Transitievisie Warmte - Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland

Informatieavond 2 december 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Transitievisie Warmte;15.174 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

26

6.2

Waarmee kunnen bewoners al aan de slag?

De komende jaren zal de focus liggen op energiebesparing. Ook als nog niet bekend is wat de aardgasvrije oplossing wordt, kan hier mee begonnen worden. De ‘geen spijt’ maatregelen kunnen ongeacht de toekomstige techniekkeuze altijd worden genomen. Dit zijn generieke maatregelen, zoals zonnepanelen en inductiekoken, en daarnaast maatregelen die afhankelijk zijn van het bouwjaar van de woning. Onderstaand zijn deze aangegeven voor de relevante bouwperiodes 

Nieuwe woningen (bouwjaar vanaf 2012) zijn al goed geïsoleerd en zijn daarmee geschikt voor verwarming door middel van een warmtepomp. Waar nog geen vloerverwarming aanwezig is, wordt aanbevolen om dit aan te brengen.

Woningen die na 1992 gebouwd zijn, zijn over het algemeen ook geschikt voor laag temperatuurverwarming. Om over te gaan naar een warmtepomp hoeft alleen gecontroleerd te worden op kieren en koudebruggen (een warmtelek in de gebouwschil) en, waar dat nog niet het geval is, de beglazing vervangen door hr++-glas.

Woningen met een bouwjaar van vóór 1992, maar na de oorlog, zijn over het algemeen minder goed geïsoleerd. Om de warmtevraag te beperken, wordt geadviseerd de rendabel toepasbare maatregelen (no-regret) uit te voeren, zoals kierdichting, spouwisolatie en dakisolatie (binnenzijde). Kierdichting is van belang, zeker bij oudere woningen. Met name bij delen zoals kozijnen of een aanbouw kan de kierdichting slecht zijn. Toepassing van een hybride warmtepomp wordt aanbevolen om het aardgasgebruik al zoveel mogelijk te reduceren.

Vooroorlogse woningen zijn alleen geschikt voor hoog temperatuurverwarming door middel van een warmtenet of ketel op duurzaam gas. Om het energiegebruik te beperken, wordt aanbevolen om wel zoveel te mogelijk te isoleren waar dat kan. Denk aan bijvoorbeeld kierdichting, dakisolatie aan binnenzijde en vervanging van beglazing. Door dit te combineren met een hybride warmtepomp kan het aardgasverbruik al fors worden beperkt.

Utiliteit. De aanpak voor utiliteitsbouw lijkt sterk op de maatregelen die aangegeven zijn voor woningbouw, gecategoriseerd naar jaartal. Een verschil is dat we de utiliteitsbouw opdelen in een categorie van vóór 1980 en een categorie daarna. Na 1980 is het waarschijnlijker dat de schil van enige kwaliteit. Er is echter veel variatie hierin. In de panden die na 1980 zijn gebouwd is vaak ook luchtbehandeling aanwezig. Dit betekent dat er ventilatiekanalen zijn en meestal dat er deels via lucht verwarmd wordt, met een verwarmingsbatterij in de luchtbehandelingskast (LBK). Dit is anders dan in woningen.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

27

7. Financiering en betaalbaarheid Op dit moment weten we nog niet precies wat de transitie naar duurzame warmte gaat kosten. Daarbij is de financiële impact van de warmtetransitie voor ieder gebouw verschillend. Er zijn nog veel onduidelijkheden. In de wijkuitvoeringsplannen maken we dit concreter inzichtelijk. Voor nu stellen we dat betaalbaarheid een belangrijk uitgangspunt vormt voor de gemeente Zwartewaterland.

7.1

Woonlastenneutraliteit

De betaalbaarheid van de warmtetransitie is een belangrijk punt van aandacht. In het Klimaatakkoord staat dat “de verduurzaming voor iedereen betaalbaar moet zijn, maar ook gefinancierd (moet) kunnen worden. Ook voor degenen die daar nu geen toegang toe hebben”. Daarbij wordt gestreefd naar woonlastenneutraliteit. Dit houdt in dat de kosten van de duurzame warmteoplossing niet hoger mogen zijn dan de kosten van aardgas. In het geval van energiearmoede gaan de woonlasten idealiter zelfs omlaag. Energiearmoede ontstaat als er onvoldoende financiële middelen zijn voor de energievoorziening. In energiearme huishoudens zetten mensen bijvoorbeeld de verwarming niet aan omdat ze willen bezuinigen. Voor het tegengaan van energiearmoede zijn aparte financieringsmogelijkheden nodig.

7.2

Financieringsmogelijkheden

De overheid wil verschillende financieringsconstructies inzetten om toe te werken naar woonlastenneutraliteit en om energiearmoede tegen te gaan. Hoe dit er precies uit komt te zien is nog onduidelijk. Een belangrijke rol ligt bij het Rijk. Het Rijk is bezig om een breed palet aan aantrekkelijke, toegankelijke en verantwoorde financieringsmogelijkheden te realiseren. Zo kan iedereen een vorm vinden die in de eigen situatie past. Een groot deel van de investeringen die moeten worden gedaan om een woning aardgasvrij te maken, kunnen op termijn worden terugverdiend. Door bijvoorbeeld te investeren in isolatie, bespaar je energie en verlaag je de energierekening. De financieringsmogelijkheden kunnen grofweg onverdeeld worden in twee categorieën: subsidies en duurzaamheidsleningen. Deze hebben we in de kaders hieronder weergegeven. Verschillende typen eigenaren en verschillende typen woningen vergen een andere oplossing. In de uitvoering van de warmtetransitie zal blijken welke maatregelen het meest passend zijn.

Subsidies

Duurzaamheidsleningen

Subsidies zijn er met name om de ‘onrendabele top’ af

Duurzaamheidsleningen helpen duurzame maatregelen te

te dekken. Een nieuwe maatregel levert vaak

treffen, zonder dat iemand veel eigen geld hoeft te gebruiken.

besparing of meerwaarde voor de woning op. Soms is

Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar

dit niet genoeg om de maatregel terug te betalen, of is

niet direct te financieren. Een duurzaamheidslening moet

het goed om deze maatregel extra te stimuleren.

worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

28

7.3

Wie betaalt wat?

Alhoewel de uiteindelijke kosten nog onduidelijk zijn, weten we wel dat ze gaan verschillen per gebouw en gebied. Dit komt doordat de kosten voor elke techniek en elk type gebouw anders zijn. In het bepalen van de kosten maken we onderscheid tussen maatschappelijke kosten en eindgebruikerskosten. Deze kosten zijn bij voorkeur in balans en zo laag mogelijk. In onderstaand kader staat beschreven wat deze kosten precies zijn.

Eindgebruikerskosten

Maatschappelijke kosten

Eindgebruikerskosten zijn de kosten voor de bewoners

Dit zijn de totale financiële kosten in Nederland

en andere gebouweigenaren en kunnen worden

van alle maatregelen die nodig zijn om in een

onderverdeeld in investeringskosten en jaarlijkse

wijk of dorp van het aardgas af te gaan,

kosten. Deze kosten geven weer welk deel van de

ongeacht wie die kosten betaalt. Dit is inclusief

kosten op de schouders van de bewoner valt. De

de baten van energiebesparing, maar exclusief

investeringskosten zijn de eenmalige kosten voor de

belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat

transitie naar een duurzame warmtetechniek. De

hier onder andere om de aanleg van een

jaarlasten zijn de kosten die de bewoner jaarlijks moet

warmtenet, de verzwaring van het

betalen. Voor meer informatie over mogelijke kosten,

elektriciteitsnet, verwijderen van het gasnet en

zie www.verbeterjehuis.nl.

onderhoud van infrastructuur. Ook de investeringen van de bewoners zitten hierin.

De combinatie tussen technische mogelijkheden en de kosten bepaalt uiteindelijk welke techniek het meest geschikt is. De kosten van een techniek zijn afhankelijk van veel verschillende factoren, waaronder: 

Het type gebouw: de oppervlakte en het aantal buitenmuren van een woning zijn van invloed op de investeringskosten en de maandlasten.

De huidige staat van het gebouw: afhankelijk van de leeftijd van de woning en de mate van onderhoud en renovatie (inclusief de mate van isolatie).

De techniek: het ene alternatief is duurder dan het andere. Ook de kostenopbouw verschilt: in de ene optie gaat het vooral om kosten in de woning (zoals isolatie of installatie), in de andere optie gaat het vooral om kosten buiten de woning (zoals voor de infrastructuur). Daarmee komen de investeringen bij verschillende partijen terecht (eigenaren, netbeheerders, bewoners, energieleveranciers).

Externe factoren: factoren zoals marktwerking en de prijs van aardgas zijn van invloed op alle soorten kosten. De TVW wordt om de 5 jaar herzien. Gedurende die periode veranderen er ook dingen op de markt waar we rekening mee houden.

We maken ook onderscheid in de investeringskosten en de jaarlijkse kosten. De investeringskosten zijn de kosten die iemand van te voren of bij aanschaf van de nieuwe techniek moet maken. De jaarlijkse kosten zijn de vaste lasten van meestal de bewoner of gebouweigenaar. De jaarlijkse kosten zijn afhankelijk van de leefstijl van de inwoners, de exploitatiekosten en de onderhoudskosten aan het systeem. Wat de kosten voor het aardgasvrij ook worden, ze verschillen per situatie. Voor een reeds goed geïsoleerde woning waar al vloerverwarming aanwezig is kan de overstap op een warmtepomp met de huidige subsidies zonder al te grote investering plaatsvinden. Zeker wanneer dit gebeurt op het moment dat de huidige CV ketel aan vervanging toe is. Voor woningen waarin nog veel stappen genomen dienen te worden lopen de kosten al snel op. Het is daarom goed om de natuurlijke momenten te benutten (verhuizing, vervangen keuken, nieuwe ketel, nieuwe vloer) om de kosten zo laag mogelijk te houden. Wat de daadwerkelijke kosten worden en hoe dit gefinancierd gaat worden, dat moet de komende jaren verder worden uitgewerkt.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

29

8. Communicatie en participatie De warmtetransitie gaat ons allemaal aan, als gemeente willen wij daarom samen met onze inwoners werken aan een duurzame toekomst. Om iedereen mee te krijgen met de warmtetransitie is een goede communicatie en participatie met alle betrokkenen essentieel. Hierbij houden we rekening met de behoeften van onze bewoners zodat iedereen in een gewenst tempo kan verduurzamen. Vóór 2030 zetten we daarom nog niet in op concrete wijkuitvoeringsplannen maar in het stimuleren van de verduurzamingsopgave. Kleine stappen zijn voor veel van onze inwoners gewenst. Maar waar al behoefte is aan het nemen van grote stappen bieden wij als gemeente ondersteuning aan, zoals bij het onderzoeken van geschikt alternatief en het opstellen van een wijkuitvoeringsplan.

8.1

Focus op bewustwording & geen spijt maatregelen

Ons uiteindelijke doel is dat iedereen begrijpt wat de warmtetransitie inhoudt. We vinden het daarbij belangrijk dat we eenduidige informatie met een duidelijke boodschap verschaffen. Om op termijn aardgasvrij te zijn moeten we nu starten met het creëren van bewustwording. We hopen deze bewustwording vóór 2030 zodanig te creëren dat we onze inwoners kunnen aanzetten op het verduurzamen van de woning door te isoleren. Dit is niet alleen de eerste stap naar aardgasvrij wonen, maar levert al vele voordelen op. Zoals een verhoogd comfort in de woning en een lagere energierekening. Dit noemen we daarom de belangrijkste geen spijt maatregel. Bewustwording is daarom onze focus voor de komende vijf jaar. Daarnaast zetten we in op de geen spijt maatregelen. Om te zorgen voor bewustwording en inwoners te stimuleren geen spijt maatregelen te nemen moeten we communiceren en deels ook participeren. Hoe we precies gaan communiceren en participeren bepalen we in een participatie- en communicatiestrategie die we na vaststelling van de TVW opstellen en de jaren daaropvolgend concreter maken. Deze strategie moet duidelijkheid bieden aan inwoners, bedrijven, overheden en instellingen over wat ze kunnen verwachten.

Een aantal belangrijk onderdelen uit de communicatie- en participatiestrategie zijn gedurende het proces om te komen tot de TVW reeds bedacht en worden in de paragraven hieronder beschreven.

Barsbeek als voorbeeldwijk De inwoners van de wijk Barsbeek in Zwartsluis zijn zeer betrokken om de leefbaar- en duurzaamheid in hun wijk te verhogen. Zij hebben daarom al meerdere acties gehouden zoals een gezamenlijke inkoop van zonnepanelen. Nu nemen zij zelf het initiatief om te onderzoeken hoe hun wijk van het aardgas af kan. Met deze energie in de wijk hebben wij Barsbeek als pilot aardgasvrije wijk aangewezen. Financieel ondersteunt Nieuwe Energie Overijssel dit project met provinciale subsidie voor Aardgasvrije wijken. Naast het technische onderzoek naar een aardgasvrij alternatief, is het buurtteam samen met de ambassadeurs in Barsbeek verantwoordelijk voor de communicatie naar de inwoners van de wijk. Als gemeente ondersteunen wij dit project procesmatig, en hebben we gezamenlijk met de inwoners en het buurtteam een stappenplan opgesteld per woningtype. De ervaringen die we opdoen in Barsbeek nemen we mee in de warmtetransitie.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

30

8.2

We communiceren frequent, duidelijk en transparant

We kunnen alleen vorm geven aan de warmtetransitie door het gesprek aan te gaan met inwoners in alle fases van de transitie. Dit gesprek kunnen we alleen aangaan wanneer we de inhoud begrijpelijk maken voor iedereen. Dit betekend dat we soms af moeten wijken van de standaard papieren communicatievorm en moeten kiezen voor iets met beeldmateriaal (infographics, folders, filmpjes etc.). Daarnaast kunnen we inwoners alleen bereiken als we de inhoud van de boodschap afstemmen op dat waar de inwoner behoefte aan heeft. De ene inwoner heeft misschien meer behoefte aan technische informatie terwijl de andere inwoner vooral graag hoort wat hij zelf moet doen en wat het gaat kosten. In al deze vormen van communicatie moeten we eerlijk zijn naar de inwoner. Ook de gemeente heeft nog niet op alles een antwoord en is daarin deels afhankelijk van de beslissingen van het Rijk. Zolang de gemeente hier open en transparant over is naar de inwoners en we ons vooral focussen op dat deel waar we al wel duidelijkheid over hebben kunnen we de komende jaren toch al stappen in de juiste richting zetten. 1.2.1 Middelenmix Wij streven ernaar om onze inwoners in alle fases van de warmtetransitie te betrekken en duidelijk met inwoners te communiceren in begrijpelijke en heldere taal (taalniveau B1). Daarvoor zetten we een mix van communicatiemiddelen in.

De volgende communicatiekanalen zetten we in bij het informeren van onze inwoners: 

Persberichten

Nieuwsbrieven

Gemeentelijke website en/of eigen website

Social media

De volgende communicatiemiddelen zetten we in op interactie en persoonlijk contact: 

Keukentafel gesprekken

Buurtbijeenkomsten

Gesprekken met straatambassadeurs

Informele leiders

Sociale netwerken

Informatie stand op druk bezochte plekken

1.2.2 Communicatie Koppelkansen We maken zo veel we kunnen gebruik van communicatie koppelkansen. Koppelkansen zijn er op verschillende niveaus. Het betekent bijvoorbeeld dat we andere gelegenheden aangrijpen om mee te liften, zoals een dorpsfeest. Maar ook dat we andere werkzaamheden benutten om op aan te sluiten, bijvoorbeeld werkzaamheden in het fysieke domein. Dat houdt in dat we ook intern moeten zorgen voor goede bekendheid over wat we doen en wat de planning is. Voor inwoners kan dat echt het verschil maken, als we aansluiten bij andere werkzaamheden of projecten. We laten daarmee zien dat we oog hebben voor wat zij ervaren. 1.2.3 Jeugd De jeugd heeft de toekomst. Dat is wat we zeggen, ondertussen weten we natuurlijk steeds beter dat deze toekomst niet vanzelf komt. Daarom richten we ons in onze communicatie ook op deze doelgroep. Omdat het

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

31

belangrijk is om ze bewust te maken én omdat ze thuis het gesprek over dit onderwerp ook op gang kunnen helpen. 1.2.4 Energieloket Het is handig om een plek te hebben waar iedereen naartoe kan voor de juiste en meest actuele informatie. De meest voor de hand liggende plek is het Energieloket. Op deze website staat bijvoorbeeld de meest gestelde vragen en de antwoorden, de projectleden met wie je zo maar eens contact kunt hebben, andere wetenswaardigheden en natuurlijk hoe je mee kunt doen als inwoner.

8.3

Samenwerking tussen stakeholders

De warmtetransitie is een gezamenlijke opgave die vraagt om bundeling van kennis, investeringen en belangen. De samenwerking van veel verschillende stakeholders en een brede communicatie en participatie is daarom belangrijk. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin wij als gemeente de regie hebben. Daarnaast staat de opgave niet op zich, maar maakt deel uit van de bredere energietransitie en klimaatopgave. Wie zijn de belangrijkste stakeholders?  Wetland Wonen  Enexis  Rendo  Waterschap Drentse Overijsselse Delta (WDO Delta) Bovenstaande is geen uitputtende lijst van stakeholders, gaandeweg de transitie naar aardgasvrij spelen vele andere stakeholders eveneens een rol. Geen enkele stakeholder kan deze transitie zelfstandig bereiken, samenwerking is daarom noodzakelijk.

8.4

Rol gemeente en partners

Gemeenten hebben vanuit de rijksoverheid de regie gekregen over de warmtetransitie op lokaal niveau. Dit betekent dat een gemeente zelf invulling en sturing geeft aan het van het aardgas afgaan van de gebouwde omgeving. Een gemeente kan die rol op verschillende manieren invullen, van proactief en sturend tot meer afwachtend en overlatend aan inwoners en andere stakeholders. Gemeente Zwartewaterland kiest voor de rol als projectregisseur. Samen met onze inwoners en lokale partners gaan we werken aan de warmtetransitie. Als gemeente werken wij hierin als aanjager en verbinder op zowel de inhoud als het proces. Voor collectieve oplossingen zoals thermische energieopslag uit oppervlaktewater is extra onderzoek noodzakelijk, de gemeente treedt voor deze onderzoeken op als opdrachtgever en is in een eventueel vervolgtraject verantwoordelijk voor het opstellen van een wijkuitvoeringsplan.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

32

Bijlage 1 - Potentie warmtebronnen en technieken Wanneer we kijken naar de warmte-alternatieven voor aardgas kunnen we deze onderverdelen naar temperatuurniveau. Warmtebronnen met een temperatuur onder de 40°C noemen we laagtemperatuurwarmtebronnen. Warmtebronnen met een temperatuur boven de 70°C noemen we hoogtemperatuurbronnen. Deze bronnen kunnen over het algemeen rechtstreeks in de woning toegepast worden. Warmtebronnen tussen deze temperatuurniveaus in, noemen we midden-temperatuurbronnen. Het is afhankelijk van de isolatiegraad van de woning of deze warmte rechtstreeks of via een warmtepomp ingezet kan worden. 1

Omgevingswarmte

Met omgevingswarmte bedoelen we de warmte in de buitenlucht. Luchtwarmtepompen onttrekken warmte uit de buitenlucht en waarderen deze warmte elektrisch op naar een temperatuur van minimaal 40°C. Dit doet het onder een gunstig rendement; gemiddeld levert één deel elektriciteit, drie tot vier delen warmte op. Voor de luchtwarmtepomp neemt dit rendement af bij koude winters. De warmte wordt afgegeven in de woning via lucht of water (radiatoren). Bij een temperatuur van 40°C moet de woning goed geïsoleerd zijn om warmteverlies/-verval te beperken en ook bij koude winterdagen een comfortabel binnenklimaat te hebben. Voor alle nieuwbouwwoningen vanaf 2015 is de techniek, zonder aanvullende maatregelen, toepasbaar. Woningen die gebouwd zijn na 1992, zijn met beperkte maatregelen geschikt te maken voor toepassing van deze techniek. Dit betekent veelal het vullen van de spouwmuur en het vergroten van de oppervlakte aan warmteafgifte doormiddel van vloerverwarming of grotere radiatoren of convectoren. Wanneer een pand oud is en het gecompliceerd en duur is om te isoleren tot een label A, kan worden gekozen voor een hybride warmtepomp, waarbij de piekvragen met (duurzaam) gas worden ingevuld. Het pand blijft bij een hybride warmtepomp dus aangesloten op het gasnet.

De energiebesparing met een hybride warmtepomp is lager, maar de techniek kan een goede tussenstap zijn in de transitie naar aardgasvrij. Voor de potentieberekeningen in dit rapport is aangenomen dat de piekvraag en tapwaterverhitting respectievelijk met gas en elektriciteit wordt ingevuld (hybride). De potentie van omgevingswarmte is in principe ongelimiteerd.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

33

2

Aquathermie

Aquathermie is het benutten van warmte uit water. Op dit moment zijn er technieken beschikbaar of ontwikkeling voor de benutting van warmte uit oppervlaktewater (TEO), warmte uit afvalwater (TEA) en warmte uit drinkwater (TED). Onderstaand wordt op deze drie warmtebronnen nader ingegaan. 2a

TEO

Bij thermische energy uit oppervlaktewater (TEO) wordt warmte onttrokken uit een rivier, kanaal of meer. In Nederland zijn open waterlichamen alleen in de zomer voldoende warm (>15°) om warmte aan te onttrekken. Er is daarom seizoensopslag nodig om de warmte in de winter te kunnen gebruiken. Dit wordt veelal gedaan in een WKO-systeem (zie 4b WKO). Ook bij TEO wordt een warmtepomp gebruikt om de warmte op te waarderen voordat het naar de woning gaat. De warmte die onttrokken wordt via TEO wordt meestal toegepast met een collectieve hoogtemperatuurwarmtepomp en via een warmtenet naar de woningen/panden getransporteerd. Omdat TEO dus vraagt om 1) een warmtenet vanaf de waterbron, 2) opslag, 3) een warmtepomp en 4) een warmtenet naar de woning, is het over het algemeen een duur warmtealternatief. Wanneer naar de techniek gekeken wordt is alleen in gebieden met hoge bebouwingsdichtheid en oude bebouwing waar geen andere hoogtemperatuurbron is, een hoogtemperatuur TEO warmtenet een goede optie. In een dergelijk gebied is er geen ruimte is voor individuele systemen en de kosten van isolatie liggen vaak te hoog om met een laagtemperatuurtechniek te verwarmen. Daarnaast wordt warmte uit oppervlaktewater benut om de thermische balans in een WKO te realiseren door toevoeging van warmte uit oppervlaktewater. Bij TEO is de locatie van de warmtebron van groot belang.

Deze kan niet te ver liggen van de afzet omdat er warmteverlies optreed in het transport. Daarnaast is een grotere afstand ongunstig voor de businesscase door een toename in de infrastructurele investeringskosten voor het warmtenet. Een afstand van 500 – 1.000 meter is algemeen aanvaard. Binnen de gemeente bevinden zich onder anderen het Meppelerdiep en het Zwartewater als stromende rivieren. Hiernaast zijn er ook nog meerdere zeer langzaam stromende rivieren, zoals het Galgenrak en de Oude Vaart. Een voordeel van deze rivieren is dat de drie dorpskernen binnen de gemeente gebouwd zijn rond de rivieren en kanalen in de gemeente. De theoretische potentie aan thermische energie uit oppervlaktewater in de gehele gemeente is berekend op 186 TJ op basis van STOWA, 2018. Hierbij is de limiterende factor van opslagcapaciteit (WKO of buffervat) niet meegenomen. Deze potentie is voldoende om enkele buurten volledig van warmte te voorzien. Vanwege de potentie van TEO binnen de gemeente is er een onderzoek gestart door DWA naar het toepassingsgebied van TEO binnen de gemeente, en welke buurten hieraan gekoppeld kunnen worden. De uitkomsten hiervan zullen verwerkt worden in de technische analyse en de warmtetransitievisie.

2b

TEA

Bij thermische energie uit afvalwater wordt - zoals de naam doet vermoeden- warmte onttrokken aan afvalwater. Er zijn verschillende bronnen van afvalwater waarvan de grootste ons rioolsysteem. De warmte kan op verschillende plekken gewonnen worden zoals rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), pompgemalen of rioolbuizen of bij de bron zelf zoals een productiebedrijf. TEA lijkt in vele opzichten op TEO maar onderscheidt zich op één belangrijk punt: de temperatuur van het afvalwater is veel stabieler gedurende het jaar - 12 graden in de winter tot 20 graden in de zomer bij de RWZI. Dit betekent dat opslag geen vereiste is. Korte termijn opslag is vaak wel een vereiste wanneer de momenten van afvalwaterproductie niet overeenkomen met de momenten van warmtevraag.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

34

Er is één rioolwaterzuiveringsinstallatie in Zwartewaterland: RWZI Genemuiden. Hiernaast zijn er drie gemalen met een beperkte potentie. Met een potentie van circa 39 TJ primaire energie per jaar levert de RWZI de meeste warmte. De warmte van de RWZI kan met een collectieve warmtepomp worden opgewaardeerd en via een warmtenet naar de woningen worden getransporteerd. Met de opgewaardeerde warmte kunnen zo’n 1470 WEQ voorzien worden van warmte. De meest dichtstbijzijnde buurt is ‘Genemuiden industrieterrein’ met circa 1000 WEQ. De bebouwing in deze wijk is geschikt voor individuele laagtemperatuur oplossingen, waardoor het gebruik van deze restwarmte mogelijk niet geschikt is voor deze buurt. Overige buurten liggen te ver weg van de RWZI om gebruik van te maken. 2c

TED

De laatste vorm van aquathermie is thermische energie uit drinkwater (TED). Dit is een nieuwe techniek die nog niet veel is toegepast. De potentie van TED per regio of de bijdrage die TED leveren kan aan de energietransitie is onbekend. 3

Restwarmte

Restwarmtebronnen komen in veel vormen en maten voor. Het is de warmte die “overblijft” na bijvoorbeeld een productieproces. Deze warmte kan zich bevinden in een gas of vloeibare stroom en de temperatuur verschilt per bron. Restwarmte wordt via een warmtenet getransporteerd naar de woningen of andere bebouwing. Restwarmte van een hoge temperatuur kan direct worden toegepast in woningen zonder gebruik van een warmtepomp en vraagt weinig tot geen aanpassingen in de woning. Dit is financieel dus een heel gunstig scenario (bij een voldoende hoge bebouwingsdichtheid). Bij een lagere temperatuur restwarmte moet deze eerst met een (individuele of centrale) warmtepomp worden opgewaardeerd. Een risico bij het gebruik van restwarmte is dat bij vertrek van het bedrijf, de bron dus ook verdwijnt. Niet alle bedrijven zijn bereid een overeenkomst aan te gaan met betrekking tot levergarantie voor een specifiek aantal jaren. Binnen de gemeente Zwartewaterland zijn er geen wezenlijke restwarmte bronnen bekend, waarvan de leveringszekerheid over een langere periode gegarandeerd kan worden. 4

Bodem- en aardwarmte

Warmte uit de bodem kan met behulp van diverse technieken gewonnen worden, afhankelijk van de bodemgesteldheid en beschikbaarheid van warmte. Onderstaand wordt op deze technieken ingegaan. 4a

Bodemlus

Een bodemlus is een techniek om warmte te winnen uit de ondiepe bodem 1 -100 meter diep. Hierbij wordt een gesloten buis de bodem in geboord, ofwel horizontaal, ofwel verticaal, en gevuld met een water en antivries mengsel. De vloeistof in de buis neemt de temperatuur over van de omgeving, de bodem. De bodemtemperatuur is gedurende het jaar betrekkelijk constant en rond de 12°C. Zo kan er met een bodemlus in de winter warmte worden gewonnen en in de zomer koude. Een warmtepomp waardeert de warmte op naar 40°C of hoger om de woning te verwarmen. Een groot voordeel van een bodemlus gekoppelde warmtepomp ten opzichte van een luchtwarmtepomp (zie 2.1) is dat het rendement hoger ligt en er in de zomer (passief) gekoeld kan worden, zonder elektriciteitsverbruik. Een nadeel van de techniek is dat er voor bestaande bouw vaak twee bodemlussen per woning nodig zijn met een onderlinge afstand van 8 meter om interferentie te voorkomen. Dit vraagt om voldoende tuinoppervlak per woning. Daarnaast resulteert het boren van de buizen in het overhoop halen van de tuin, wat niet iedere bewoner wil. Bodemlussen zijn een individuele techniek; voor hoogbouw, of industriegebieden met een grote warmtevraag zijn bodemlussen minder geschikt dan een open WKO-systeem, omdat de bodem dan overmatig aangeboord wordt (geperforeerd).

Er zijn binnen de gemeente geen gebieden waar de bodem helemaal niet aangeboord mag worden en slechts tot een bepaalde diepte om vervuiling van drinkwaterbuffers te voorkomen.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

35

Samenvattend zien we vaak dat bodemlussen vooral worden aangelegd bij nieuwe woningen. Dit komt door twee hoofdredenen; enerzijds draaien de warmtepompen efficiënter wanneer het vermogen van warmtevraag in de woning lager is, anderzijds moet de tuin vaak op de schop wanneer er bodemlussen aangelegd worden. Dit ziet niet iedere huiseigenaar zitten (Vakblad warmtepompen 6-6-2019). 4b

WKO

Bij warmte-koudeopslag wordt warmte en koude gewonnen uit afgesloten een waterpakket in de bodem op een diepte tussen de 100-500 meter en via een warmtenet getransporteerd naar de woningen/panden. Het temperatuurniveau is tussen de 8°C en 15°C. Het is gunstig wanneer de panden aangesloten op dit warmtenet zowel koude- als een warmtevraag hebben. Bij een WKO-systeem moet namelijk evenveel warmte onttrokken worden aan de bodem als er in wordt teruggebracht. Is dit niet het geval, dan raakt de bron uitgeput. Wanneer er een onbalans is tussen de warmte en koudevraag, kan deze worden hersteld door warmte en/of koude toe te voegen uit een externe bron, bijvoorbeeld oppervlaktewater of elektrisch. Dit noemen we regeneratie. Als de benodigde regeneratie omvangrijk is, is een WKO-systeem minder rendabel. Hoe dichter de warmteen koudevraag dus bij elkaar liggen, hoe gunstiger de businesscase. Bij goed beheer gaan WKO-systemen 30 jaar mee. Een WKO warmtenet wordt dus toegepast daar waar zowel een warmte- als koudevraag is. Dit geldt bijvoorbeeld voor kantoorpanden, verzorghuizen of hotels maar ook sommige industrie. Ook goed geïsoleerde nieuwbouwwoningen hebben een grotere koudevraag dan bestaande woningen. Maar het aandeel aan koudevraag ten opzichte van warmte blijft klein. Het potentieel voor WKO-opslag in Zwartewaterland wordt ingeschat op circa 1-2 TJ/ha.

Er zijn binnen de gemeentegrenzen geen dieptebeperkingen in verband met de winning van drinkwater.

4c

Ondiepe geothermie

Ondiepe geothermie is het boren tot een diepte tussen de 500 en 1.500 meter. Op deze diepte wordt grondwarmte onttrokken met een temperatuur tussen de 15°C en 40°C. Wanneer het water 40°C is, kan de warmte via een warmtenet rechtstreek worden gebruikt voor het verwarmen van goed geïsoleerde woningen in combinatie met individuele boilers voor het tapwater. Bij andere temperaturen of woningtypen zal de warmte eerst opgewaardeerd worden met een (centrale) warmtepomp. In tegenstelling tot een WKO-systeem hoeft er bij ondiepe geothermie geen balans te zijn in de koude- en warmteonttrekking. Omdat ondiepe geothermie hoge investeringskosten vraagt, is er een minimale gegarandeerde afzet nodig om de techniek financieel haalbaar te laten zijn. Voor ondiepe geothermie is de minimale schaalgrootte tussen de 1.000 en 2.500 woningen afhankelijk van de brondiepte. Daarnaast is een hoge woningdichtheid (oftewel warmtevraagdichtheid) een vereiste om de kosten van het warmtenet te beperken. In deze analyse is de grens gesteld op een minimum van 40 woonequivalenten per hectare. Er is binnen de gemeente voldoende potentie is voor ondiepe geothermie (circa 745 TJ/jaar op basis van RHDHV/IF). Ook wordt het minimale aantal WEQ behaald binnen de kernen Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis. Binnen deze kernen is de bebouwingsdichtheid ook voldoende hoog voor deze oplossing.

De aanwezigheid van rivieren en kanalen door de stadskernen kan echter de investeringskosten voor het aanleggen van het warmtenet wel verder verhogen. 4d

Diepe (en ultradiepe) geothermie

Wanneer er nog dieper wordt geboord spreekt men van diepe geothermie (1.500 tot 4.000 meter) en ultra diepe geothermie (dieper dan 4.000 meter). Diepe geothermie wordt al langer toegepast in sectoren met een continue, hoge warmtevraag zoals de glastuinbouw en kan temperaturen leveren tot 100°C (stoom). Net als bij ondiepe geothermie, is een minimale afzet een vereiste voor het ontwikkelen van een geothermische boring. Woningen lenen zich al minder voor deze techniek omdat de warmtevraag sterk fluctueert tussen de

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

36

zomer en winter. Voor een geothermische boring wordt in het algemeen uitgegaan van een minimale afzet van 4.000 tot 5.000 woningen. Omdat er veel verlies optreedt in transport en een hoogtemperatuur warmtenet duur is, moeten deze woningen dicht bij elkaar en dicht bij de bron staan. Een serie van galerijflats in een stadscentrum is dan ook het meest gunstige scenario voor het toepassen van geothermie voor woningen (40-50 woningen per hectare). Als we kijken naar de minimale schaalgrootte van diepe geothermie (4.000 – 5.000) dan betekent dat alleen in de woonkern Genemuiden diepe geothermie mogelijk financieel haalbaar is onder de voorwaarde dat het merendeel van de bewoners en ondernemers in de kern zich op het warmtenet aansluiten. Daar komt bij dat de geothermiebron zich in de buurt moet bevinden. 5

Biomassa

Vaste biomassa zoals hout gebruiken voor het verwarmen van woningen is omstreden. Het is een goedkope optie (bij resthout en snoeiafval) en levert hoogtemperatuurwarmte maar er komt fijnstof en CO2 vrij bij verbranding. Er zijn vraagtekens over het effect op de CO2-uitstoot door biomassa: op papier is dit energieneutraal, maar onder andere het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) waarschuwen dat biomassa in de praktijk een grotere uitstoot dan kolen kan hebben, met name als niet alleen snoeiafval wordt verbrand. Daarnaast is er in Nederland te weinig biomassa beschikbaar om in onze warmtevraag te kunnen voorzien. Met name in stedelijk gebied is het zeer de vraag waar de biomassa vandaan komt. Bij het ontwikkelen van een biomassacentrale is het dan ook van groot belang dat over een lange periode een toestroom van lokale restbiomassa gegarandeerd kan worden. Zo moet voorkomen worden dat er biomassa uit andere landen moet worden gehaald of minder duurzame biomassa wordt gebruikt. In Zwartewaterland wordt de potentie van reststromen uit bosrijk gebied geschat op circa 15 TJ per jaar. Hiernaast heeft de gemeente biomassa afkomstig van huishoudelijk snoeiafval. Dit kan apart worden ingezameld om ofwel lokaal in een biowarmtecentrale, ofwel in individuele houtkachels te gebruiken.

Het geschatte potentieel aan warmte uit huishoudelijk snoeiafval in Zwartewaterland is 5 TJ (Warmteatlas 2018). Met houtkachels kunnen in totaal rond de 400 woningen worden verwarmd door biomassa op basis van deze schattingen. De schatting is gebaseerd op een ruwe informatie. Bij voorgenomen gebruik van biomassa moet realistisch gekeken worden naar de potentie en de wenselijkheid van het gebruik van deze bron. 6

Groengas

Biogas is het gas dat vrijkomt bij de vergisting van natte biomassa zoals mest en GFT afval. Biogas zelf kan niet worden gebruikt met onze huidige apparatuur omdat er naar ratio te veel koolstofdioxide, stikstof- en zwaveloxiden in het gas zitten. Deze kunnen worden verwijderd om zo biogas om te zetten naar groengas: gas dat 1:1 aardgas kan vervangen. Dit opwaarderen van biogas naar groengas kost ongeveer 5% van de energetische waarde van het totale volume aan groengas en de kosten van een dergelijke installatie zijn hoog. Maar hiermee kan het gas worden gebruikt in onze bestaande aardgasleidingen, wat logischerwijs vele voordelen oplevert. Het aanbod aan biogas is op dit moment zeer beperkt en zal volgens de sector in 2030 ongeveer 5% van onze huidige gasconsumptie kunnen vervullen.3 Dit stelt de grootste discussie rondom groengas aan de kaak: moeten we dit gas in willen zetten voor de gebouwde omgeving? Met de energietransitie (en een stijgende CO 2-belasting) zal straks ook de industrie, die nu aardgas gebruikt voor ondervuring of als grondstof, een alternatief gaan

3

Green gas Roadmap Netherlands, Juli 2014. De geraamde hoeveelheid is het equivalent van 2,2 miljard m³ aardgas.

Woningen en de industrie gebruiken allebei ongeveer 20 miljard m³ aardgas per jaar, samen ruim 40 miljard m³.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

37

zoeken. En ook mobiliteit is een sector waar biogas goed gebruikt kan worden: zwaar transport is nog steeds moeilijk te verwezenlijken met een elektrische motor. Deze sectoren hebben weinig tot geen alternatieven omdat zij de hoge ontbranding van gas nodig hebben. Woningen daarentegen kunnen al verwarmd worden met een temperatuur van 40°C. Het is daarom de vraag of het verstandig is om deze beperkte bron nu al in zijn geheel te reserveren voor de gebouwde omgeving. De invloed van een verhoogde vraag naar biogas vanuit de industrie kan ook gevolgen hebben voor de marktprijs van biogas waardoor dit straks niet meer betaalbaar is voor woningeigenaren. Groengas nú inzetten via het bestaande aardgasnet als transitiewarmtebron is wel een goede keuze. Idealiter in combinatie met een hybride warmtepomp. Dit maakt het mogelijk om woningen die zich niet in één keer laten verduurzamen, of waarvoor er nu nog geen betaalbare warmtetechnieken zijn, toch van het aardgas af te halen en de warmtepomp vermindert het totale energieverbruik. In Zwartewaterland is het geschatte potentieel aan groengas 157 TJ (RES). Een groot deel van deze potentie (149 TJ) komt voor uit rundermest. Wanneer dit groengas wordt gebruikt in een gasketel staat deze potentie gelijk aan circa 3300 woningen. Het is onduidelijk wat er op dit moment gebeurd met deze reststromen.

Het is goed mogelijk dat dit gedeeltelijk hergebruikt wordt binnen de landbouw.

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

38

Tabel I.1 Theoretische potentie warmtebronnen Warmtebron

Technisch potentieel in TJ

Potentieel in woningequivalenten huidig verbruik

Omgevingswarmte (lucht)

Ongelimiteerd

> 13.000

> 13.000

Goed geisoleerde gebouwen

n.v.t.

Thermische energie uit oppervlaktewater, TEO

186

4100

4900

Bebouwing nabij waterstromen, voorkeur voor geïsoleerde bebouwing

STOWA

Thermische energie uit afvalwater, TEA (RWZI, gemalen)

81

1.800

2.100

Bebouwing nabij RWZI

STOWA

Restwarmte

geen

geen

Geen

-

Warmteatlas

5

Potentieel in woningequivalenten na rendabel4 isoleren

Toepassingsgebied

Bron

Bodemlus

10.000

Circa 3.500

Circa 3.500

Meestal niet gebruikt voor Warmteatlas, bestaande bouw (Bijlage 3-I). WKO-tool, GEOVeelal mogelijk in buitengebied, in register kernen is ontwikkelen hiervan maatwerk.

Ondiepe geothermie

745

17.000

20.000

Kernen met hogere bebouwingsdichtheid

RES

Diepe geothermie

8.400

190.000

220.000

Grotere kernen met hoge bebouwingsdichtheid

RES

Biomassa

20

450

500

Nader te bepalen

Warmteatlas

Groengas

160

3.500

4.100

Nader te bepalen

RES

4

Onder rendabel isoleren wordt verstaan dat de investeringen in de maatregelen zich terugverdienen binnen de technische levensduur van datgeen waarin geïnvesteerd is.

5

Er is groot potentieel voor bodemlussen in de gemeente, echter is hier wel ruimte voor nodig. In de praktijk zullen alleen nieuwbouwwoningen en mogelijk woningen in de buitengebieden aangesloten worden op bodemlussen.

Daarom zijn hier het aantal woningen in de buitengebieden ingeschat op basis van CBS buurten. Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

39

Bijlage 2 - Marktrijpheid technieken

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

40

Bijlage 3 - Voorkeurstechniek technische analyse

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

41

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

42

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

43

Bijlage 4 - Kaarten Zwartewaterland

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

44

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

45

1 Genemuiden Kern

10 Kamperzeedijk-Oost

19 Ter Wee's Hoek

28 Zomerdijk

2 Genemuiden Noord-Oost

11 Kamperzeedijk-West

20 Molenwaard

29 De Nieuwesluis

3 Cellemuiden

12 Landelijk gebied Genemuiden

21 Hasselt om de Weede

30 Zwartsluis Industrieterrein

4 Zuiderzeepolder

13 Pieperpolder

22 Genne-Overwaters

31 De Velde-Zwartewatersklooster

5 Genemuiden Industrieterrein

14 Hasselt Kern

23 Streukel-Holten-Genne

32 Landelijk gebied Zwartsluis

6 Vogelbuurt

15 Hasselt Dedemsvaart-Zuid

24 Zwartsluis Kern

33 Barsbeek

7 Achter 't Tag

16 Hasselt Dedemsvaart

25 Buitenkwartier

34 Mastenbroek

8 Binnenlanden-West

17 Hasselt Industrieterrein

26 Prinsessenbuurt

9 Greente

18 Nadorst

27 Achter het Singel

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

46

Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10825581/1