10 1 Bijlage - Transitievisie Warmte - Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland
Tekst van het document
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland Transitievisie Warmte
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland Datum 29 oktober 2021
Status Definitief Opdrachtgever Gemeente Zwartewaterland
Uitgevoerd door DWA B.V. Postbus 136 7460 AC RIJSSEN E-mailadres heide@dwa.nl Telefoonnummer 06 202 102 20 In samenwerking met Tauw bv Kamperstraat 21 7418 CA Deventer
Auteurs T.A. Boschma MSc. E. van Empel K. Toole Co-lezing: drs J. van der Heide Leden projectgroep Deze rapportage kwam tot stand dankzij de medewerking van een aantal belangrijke partners van de Zwartewaterland in de warmtetransitie. Wij danken hen voor de inbreng en constructieve feedback.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
2
Inhoud
Voorwoord
5
1.
Op weg naar aardgasvrij in 2050
8
1.1
Visie op de warmtetransitie
8
1.2
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
9
1.3
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden
9
1.4
Betrokken stakeholders
10
1.5
Leeswijzer
10
2.
Ambitie en uitgangspunten
11
2.1
Ambitie
11
2.2
Uitgangspunten
11
3.
Alternatieven voor aardgas
13
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
13
3.2
Marktrijpheid en geschiktheid voor woningen
14
4.
De opgave in Zwartewaterland
15
4.1
Huidige situatie
15
4.2
Huidige warmtevraag
15
4.3
Beschikbare bronnen in Zwartewaterland
16
4.4
Koppeling buurten aan bronnen
16
5.
De route naar aardgasvrij in 2050
18
5.1
Koppelkansen
18
5.2
Buurtgroepen
20
5.3
Warmteoplossing per buurtgroep
20
5.4
Onderzoek naar TEO-warmtenetten
21
5.5
De energiemix
22
5.6
De route tot 2030: waar willen we starten?
23
6.
Naar uitvoering
25
6.1
Uitvoeringsstrategie
25
6.2
Waarmee kunnen bewoners al aan de slag?
27
7.
Financiering en betaalbaarheid
28
7.1
Woonlastenneutraliteit
28
7.2
Financieringsmogelijkheden
28
7.3
Wie betaalt wat?
29
8.
Communicatie en participatie
30
8.1
Focus op bewustwording & geen spijt maatregelen
30
8.2
We communiceren frequent, duidelijk en transparant
31
1.2.1
Middelenmix
31
1.2.2
Communicatie Koppelkansen
31
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
3
1.2.3
Jeugd
31
1.2.4
Energieloket
32
8.3
Samenwerking tussen stakeholders
32
8.4
Rol gemeente en partners
32
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
4
Voorwoord Stap voor Stap In de gemeente Zwartewaterland worden alle huizen en gebouwen op termijn op een duurzame manier verwarmd. Dit is een van de opdrachten uit het Nationaal Klimaatakkoord die de CO2 uitstoot moet beperken. Om deze overgang richting te geven, heeft de gemeente samen met verschillende partijen een plan gemaakt: de Transitievisie Warmte. Hierin staan de stappen omschreven die de route vormen naar aardgasvrije woningen en gebouwen. Stappen, want de overgang naar duurzame warmte hoeft niet in een keer. Dit doen we stap voor stap. Welke opties zijn er en waar beginnen we mee? We weten nog langs niet alles, maar we weten wel dat we de komende jaren aan de slag moeten. Zoals bij elke transitie het geval is, zal de overgang naar aardgasvrij niet van de één op de andere dag gaan. Maar het is belangrijk dat de stappen die we vanaf nu zetten, de goede stappen zijn. De belangrijkste boodschap van deze Transitievisie Warmte is dat isoleren altijd een goede stap is. Daarnaast laat de visie zien dat het in onze gemeente niet aannemelijk is dat we door middel van een warmtenet in de toekomst onze woningen gaan verwarmen. Een uitzondering daargelaten. Daarmee weten we dat de meeste woning en gebouwen een individuele oplossing nodig hebben. Maar individueel, betekent hier niet alleen.
De visie is namelijk een gezamenlijk vertrekpunt voor het uitwerken van de volgende stap, de zogenoemde wijkuitvoeringsplannen. Vanaf volgend jaar gaat de gemeente hiermee in een aantal wijken starten met de verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte. Samen met de bewoners en ondernemers van die wijken zal gekeken worden welke concrete stappen genomen kunnen worden om op termijn daadwerkelijk van het aardgas af te kunnen. We kiezen er hierbij voor om met die wijken te starten waarvan we zeker weten wat de alternatieve warmtebron zal zijn én die waar mogelijk wel een warmtenet mogelijk is. Daarnaast willen we alle inwoners en ondernemers helpen bij het maken van duurzame keuzes. Een van de belangrijke speerpunten uit de Transitvisie Warmte. Zo zijn verbouwen, verhuizen of vervangen van een cv-ketel momenten dat inwoners en ondernemers nadenken over hoe ze hun huis of bedrijfspand gaan verwarmen. Daarbij aansluiten en inwoners en ondernemers helpen bij maken van duurzame keuzes zal een belangrijke opgave worden de komende jaren. Als gemeente geven wij natuurlijk graag het goede voorbeeld. En we begrijpen dat dit een grote impact heeft op onze inwoners. Het is belangrijk om het samen te doen. Samen met inwoners, vastgoedeigenaren en de overheid. Samen gaan we aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland!
Harrie Rietman Wethouder
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
5
Begrippenlijst Alternatieve
Verwarmingssystemen die geen gebruik maken van de fossiele brandstof aardgas noemen we alternatieve warmtebronnen.
warmtebronnen Collectieve oplossingen
Warmteoplossingen waarbij meer dan één woning of gebouw aangesloten zijn op de warmtebron of -techniek zijn collectieve oplossingen.
Duurzaamheidsleningen
Duurzaamheidsleningen zijn leningen die gebruikt worden om duurzaamheidsmaatregelen te nemen. Een duurzaamheidslening moet worden terug betaald, maar kent in de regel een lage rente.
Energietransitie
De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze energievoorziening noemen we de energietransitie.
Gebouwvoorraad
De gebouwvoorraad is het aantal gebouwen totale aantal gebouwen in een gebied.
Individuele oplossingen
Warmteoplossingen waarbij één woning of gebouw aangesloten is op de warmtebron of -techniek zijn individuele oplossingen.
Klimaatakkoord
In het Klimaatakkoord heeft Nederland afspraken gemaakt om maatregelen te nemen die de gevolgen van klimaatverandering tegengaan. Er zijn twee soorten Klimaatakkoorden: het Klimaatakkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord.
Levensbestendigheid
Het levensbestendig maken van je woning houdt in dat de woning voorbereid is op alle levensfasen die je als bewoner doorloopt.
Maatschappelijke
Maatschappelijke kosten zijn de totale financiële kosten van alle maatregelen die nodig zijn om in een woning, wijk of dorp van het aardgas af te
kosten
halen, ongeacht wie die kosten betaalt.
Marktrijpheid
Een warmtebron of -techniek is marktrijp als deze zodanig ontwikkelt is dat hij klaar is om de 'markt' op te gaan. Oftewel, als de techniek volwassen is en gebruikt kan worden om woningen en gebouwen te verwarmen.
No-regret of 'geen spijt'
Maatregelen die je als woning- of gebouweigenaar hoe dan ook kan nemen om je woning of gebouw te verduurzamen zonder dat je al weet
maatregelen
op welk duurzaam warmte alternatief je overgaat. Voorbeelden van dit soort maatregelen zijn isoleren, elektrisch koken of het plaatsen van een waterbesparende douche.
Proceswarmte
Proceswarmte is warmte die nodig is voor industriële processen, dit valt niet binnen de kaders van de warmtetransitievisie.
Regionale Energiestrategie
De Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten. Daarnaast geeft de RES aan hoe gemeenten kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren.
Subsidies
Een nieuwe duurzame maatregel levert vaak besparing, of meerwaarde voor de woning op. Soms is dit niet genoeg om de maatregel terug te kunnen betalen, of is het goed om deze maatregel extra te stimuleren. Subsidies worden dan gebruikt om bewoners te helpen de maatregel te nemen.
Transitievisie Warmte
De Transitievisie Warmte, ofwel Warmtevisie, is een document waarin we de route naar de aardgasvrije verwarming van een gemeente beschrijven. Elke gemeente moet een dergelijke visie in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien. Op deze manier wordt de visie steeds concreter en blijft er ruimte om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen of nieuwe onderzoeksinzichten.
Utiliteitsgebouwen
Gebouwen die niet bedoeld zijn om in te wonen, zoals kantoren en scholen, noemen we utiliteitsgebouwen.
Warmtetransitie
De overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen naar het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor onze warmtevoorziening noemen we de energietransitie.
Warmtevisie
De Warmtevisie, ook wel de Transitievisie Warmte (TVW) genoemd, is een document waarin de route naar een aardgasvrije gemeente wordt beschreven. Elke gemeente moet een dergelijke visie in 2021 hebben vastgesteld en tenminste eens in de vijf jaar herzien.
Warmtevraag
De hoeveelheid warmte die nodig is om een gebouw, wijk of gemeente te voorzien van warmte.
Woningequivalent
Een woningequivalent is een eenheid om woningen en andere gebouwen met elkaar te vergelijken. Eén woningequivalent is het gemiddelde warmteverbruik per jaar van een gemiddelde woning in Nederland. Om het warmteverbruik van woningen en gebouwen te kunnen vergelijken, wordt het energieverbruik van gebouwen omgerekend naar woningequivalenten.
Wijkuitvoeringsplan
Een wijkuitvoeringsplan is een document waarin concreet wordt beschreven hoe een wijk, buurt of kern van het aardgas afgaat. Deze uitvoeringsplannen vormen het vervolg op een Warmtevisie
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
7
1. Op weg naar aardgasvrij in 2050 In Zwartewaterland gaan we net als alle andere gemeenten in Nederland van het aardgas af. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame warmtebron voor aardgas. Dit doen we om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te halen en onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland te beperken. Aan de nationale Klimaattafel Gebouwde Omgeving is afgesproken dat elke Zwartewaterland een Transitievisie Warmte opstelt, die uiterlijk in 2021 gereed moet zijn. De Transitievisie Warmte geeft de Zwartewaterland handelingsperspectief voor de transitie naar een alternatief voor aardgas, uiterlijk in 2050. In dit hoofdstuk beschrijven wij het doel en de positie van de Transitievisie Warmte.
1.1
Visie op de warmtetransitie
In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO₂. Eén van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Dat klinkt nog ver weg, maar die tijd is echt nodig om samen onze woningen klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst. Daarom willen we voor 2030 al de beweging richting aardgasvrij op gang brengen. De energietransitie betekent de overgang van energiegebruik uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water, bodem en biomassa. De warmtetransitie is onderdeel van de energietransitie. De warmtetransitie in Nederland betekent het verwarmen van circa 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen op duurzame warmte en elektriciteit. Dit betekent dat er de komende jaren in fasen veel gebouwen van het aardgas af gaan. Op welke
Figuur 1-1: Tijdlijn tot 2050 op hoofdlijn
manieren bewoners en ondernemers over kunnen stappen op andere warmte beschrijven we in deze Transitievisie Warmte (TVW). Daarbij leggen we de focus op de doelen en stappen die we nemen tot 2030, de voorzienbare toekomst. Het is een grote opgave, daarom starten we nu, zodat iedereen op een geschikt moment mee kan doen. In Figuur 1.1 is de tijdlijn tot 2050 op hoofdlijn weergegeven. Ondanks dat de transitie naar aardgasvrij een opgave is voor heel Nederland en daardoor grotendeels generiek is, is Zwartewaterland uniek en vraagt de transitie om maatwerk. Zwartewaterland omvat meerdere woonkernen en buurtschappen. Elk van deze kernen en buurtschappen heeft een rijke historie en een eigen karakter. Dat zien we terug in de diverse monumentale panden in de kernen, en de landelijke gebieden buiten de kernen. De TVW sluit aan op de unieke kenmerken van de Zwartewaterland en haar inwoners, en zoekt de oplossingen die het beste zijn voor de gemeente. In deze TVW voor Zwartewaterland geven we richting aan hoe woningen en gebouwen in Zwartewaterland in de toekomst verwarmd kunnen worden zonder aardgas. Daarnaast wordt er beschreven welke stappen hiervoor gezet moeten worden vóór 2030. Het gaat hierbij om uitgangspunten en potentiële oplossingen, niet om definitieve beslissingen.
In het volgende hoofdstuk (uitgangspunten) gaan we in op de uitgangspunten die bepalen waar we wel willen starten.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
8
De visie is geen startdocument en wordt elke vijf jaar of zoveel eerder als nodig herzien. Op deze manier is het goed mogelijk om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Goede ideeën van inwoners, de Zwartewaterland en bedrijven kunnen de TVW de komende jaren verder aanscherpen.
1.2
Positie en doel van de Transitievisie Warmte
Deze TVW maakt onderdeel uit van drie documenten die we in het kader van het nationale Klimaatakkoord moeten opstellen, namelijk de Regionale Energiestrategie (RES), de Transitievisie Warmte (TVW) en de (Wijk)uitvoeringsplannen (WUP). Deze documenten hangen nauw met elkaar samen. De wettelijke grondslag komt in de nieuwe Omgevingswet. In de kaders hieronder lichten we de Regionale Energiestrategie, TVW en wijkuitvoeringsplannen verder toe. Aandachtspunt hierbij is dat we in Zwartewaterland in de TVW minder de nadruk op een wijkaanpak leggen, maar meer op de deelgebieden waar de meeste duurzaamheidswinst te bereiken is, met aandacht voor de inwoners met een kleine beurs. Regionale Energiestrategie - RES Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) moeten opstellen. Zwartewaterland maakt onderdeel uit van de RES regio West-Overijssel. Het concept van de RES voor West-Overijssel is in het voorjaar van 2020 opgesteld. In de RES komt de bovenregionale afstemming om warmtebronnen te verdelen tussen regio’s en gemeenten aan bod. Daarnaast geeft de RES aan hoe Zwartewaterland kunnen samenwerken voor de opwekking van duurzame elektriciteit en bevat het inzicht in hoe de regio de energieproductiecapaciteit voor de regio kan realiseren.
Uit de regionale concept RES WestOverijssel blijkt dat zowel, ondiepe als diepe geothermie veel theoretische potentie hebben, en er hier naast ook ruime potentie aan aquathermie en biomassa aanwezig is. Er is op basis van de concept RES geen warmte aanwezig van bedrijventerreinen. Transitievisie Warmte - TVW Uiterlijk in 2021 moet elke Zwartewaterland in Nederland een Transitievisie Warmte (TVW) hebben vastgesteld. Daarin moet het tijdspad staan waarop wijken van het aardgas af gaan. Dit tijdspad noemen wij de routekaart. Voor wijken waarvan de transitie voor 2030 is gepland, staan in de TVW ook de potentiële alternatieve warmtebronnen en is er inzicht in de maatschappelijke kosten en baten en de integrale kosten voor de eindgebruikers. Het einddoel voor 2050 staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen. Wijkuitvoeringsplannen - WUP De concrete uitwerking van het duurzame warmte alternatief op wijk-/buurt-/gebiedsniveau vindt plaats in het wijkuitvoeringsplan (WUP). Een WUP hoeft dus niet per definitie betrekking te hebben op een wijk. In het WUP betrekt de Zwartewaterland bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders nauw bij de keuze voor de warmtebron en -techniek voor de wijk en op welk moment de wijk van het aardgas gaat. Samen maken we de keuze hoe de wijk wordt verduurzaamd op basis van wat technisch en financieel haalbaar is.
Hierin trekken wij samen op met actieve bewoners in de wijk, zoals een bewonersinitiatief of een energiecoöperatie.
1.3
De gemeente als regisseur: schakelen en verbinden
Gemeenten hebben de regie in de warmtetransitie. Door middel van de Transitievisie wordt hier richting aan gegeven. In de verdere uitwerking en uitvoering kan de gemeente een van de volgende regisseursrollen invullen:
Afwachtende regisseur. In deze rol neemt de gemeente een afwachtende houding aan. Zij legt de TVW ter inzage aan inwoners voor conform de Omgevingswet, maar consulteert alleen de noodzakelijke stakeholders zoals woningcorporaties en netbeheerders. Een snelle transitie is geen prioriteit en er gaan maar weinig woningen van het gas voor 2030. De warmtetransitie wordt daarbij gezien als een op zichzelf staande opgave.
Procesregisseur. Een gemeente die de rol van procesregisseur aanneemt brengt de TVW tot stand in cocreatie met een brede groep inwoners en andere stakeholders. Het tempo van de warmtetransitie is niet
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
9
leidend, maar vooral een zorgvuldige belangenafweging is prioriteit. De warmtetransitie wordt in principe gezien als een op zichzelf staande opgave, maar de gemeente kan dit aanpassen afhankelijk van de uitkomsten van het proces.
Sturende regisseur. De sturende gemeente legt de TVW voor aan inwoners conform de Omgevingswet. Beslissingen worden gemaakt met een beperkte groep stakeholders die nodig is om de beoogde doelen te halen. Tempo en snel resultaat zijn hoge prioriteiten voor de sturende gemeente. De warmtetransitie wordt als een op zichzelf staande uitdaging gezien.
Integrale regisseur. De integrale regisseur is een gemeente die zich laat raad plegen door een diverse groep inwoners om te komen tot integraal beleid. Stakeholders uit diverse domeinen worden betrokken om integraal beleid te maken en de gemeente werkt met hen samen via co-creatie. Het tempo van de warmtetransitie wordt bepaald door de mate waarin de transitie past binnen de integrale aanpak. De warmtetransitie wordt aangepakt in samenhang met andere opgaven.
In de gemeente Zwartewaterland lopen op dit moment al diverse initiatieven waarin de gemeente een belangrijke rol heeft in faciliteren en stimuleren. Het proces wat nu loopt in Barsbeek is daar een voorbeeld van. De gemeente werkt hierin samen met diverse stakeholders om stappen te zetten naar aardgasvrij. Hierin komen de rollen van procesregisseur en sturende regisseur samen. Gemeente Zwartewaterland treedt op als aanjager en verbinder van partijen en geeft samen met hen invulling aan de uitvoering. Om in de hierboven beschreven rollen te blijven; de gemeente regisseert het proces en stuurt om de realisatie van doelen in samenwerking met de stakeholders. Concrete voorbeelden hiervan zijn het optreden als opdrachtgever voor uit te voeren onderzoeken, stimuleren van woningeigenaren tot energiebesparing door middel van het energieloket en initiëren van de wijkuitvoeringsplannen. In hoofdstuk 7 en 8 wordt dit verder uitgewerkt.
1.4
Betrokken stakeholders
De energietransitie is een opgave waarvoor intensieve samenwerking belangrijk en noodzakelijk is. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte werkt de gemeente Zwartewaterland intensief samen met interne en externe stakeholders waaronder netbeheerder Enexis en Rendo, woningcorporatie Wetland Wonen, Waterschap Drents Overijsselse Delta, provincie Overijssel, wooncoaches en plaatselijke verenigingen. Vanuit de Zwartewaterland hebben medewerkers vanuit de beleidsvelden ruimtelijke ordening, vastgoed, sociaal domein en duurzaamheid meegewerkt. In meerdere bijeenkomsten met verschillende deelnemers bespraken we techniek, communicatie en participatie. De bijeenkomsten gaven de input voor de Transitievisie Warmte. Een belangrijk element van de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte is de ‘sprintsessie’ voor de gemeenten Zwartewaterland, Steenwijkerland en Meppel die plaatsvond in juni 2019 met de bovengenoemde partners. In de tweedaagse sessie zijn de eerste technische oplossingen op gebiedsniveau geschetst en is een daarbij behorende concept routekaart opgesteld. De indeling van de gebieden kan zijn op buurt-, wijk- of clusterniveau, afhankelijk van wat ruimtelijk gezien een voor de hand liggende indeling is. We werken dus in eerste instantie gebiedsgericht.
1.5
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk bekijken we de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten voor Zwartewaterland, deze zijn belangrijk voor het bepalen op welke wijze we van het aardgas af gaan. In hoofdstuk 3 gaan we in op de alternatieven van aardgas: welke warmtebronnen zijn er nog meer, en wat kenmerkt deze bronnen? In hoofdstuk 4 nemen we u mee in de opgave voor de gemeente. We analyseren de warmtevraag en de potentie van bronnen in de Zwartewaterland. In hoofdstuk 5 bespreken we de route naar een aardgasvrij Zwartewaterland en de oplossingsrichtingen per deelgebied. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoeringsstrategie. De betaalbaarheid van de warmtetransitie voor de verschillende doelgroepen en mogelijke instrumenten om de financiering te verbeteren, bespreken we in hoofdstuk 7. De warmtetransitie kan alleen succesvol verlopen als er draagvlak is voor de transitie. Hoofdstuk 8 gaat daarom over samenwerking, communicatie en participatie.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
10
2. Ambitie en uitgangspunten De uitgangspunten voor de warmtetransitie tot 2050 moeten recht doen aan de belangen van de inwoners en bedrijven van Zwartewaterland. Via een duidelijke visie en haalbare stappen wil Zwartewaterland haar inwoners meenemen in de warmtetransitie.
2.1
Ambitie
Het nationale klimaatakkoord uit 2019 stelt dat de CO2-uitstoot in 2050 met minimaal 90% is gedaald ten opzichte van 1990. Praktisch gezien houdt dit in dat in 2050 alle 7 miljoen woningen en 1 miljoen (commerciële) gebouwen van het aardgas af moeten. De negatieve gevolgen van ons huidige fossiele energiemix zoals eindigheid, schade en vervuiling bijwinning en gebruik, betaalbaarheid en de afhankelijkheid van derden, gecombineerd met de gevaren van klimaatverandering, vereisen een versnelling van de transitie naar een duurzame energiehuishouding. De gemeente Zwartewaterland zet deze versnelling in met de ambitie in haar coalitieakkoord om uiterlijk in 2040 onafhankelijk te zijn van aardgas.
2.2
Uitgangspunten
Gezamenlijk met onze partners zijn de uitgangspunten voor de Transitievisie Warmte bepaald. Deze vier uitgangpunten staan centraal in de totstandkoming én uitvoering van de Transitievisie Warmte voor Zwartewaterland. Iedereen kan meedoen De warmtetransitie kost geld. Ons uitgangspunt is een energievoorziening die betaalbaar en toegankelijk is voor alle inwoners, ondernemers en andere gebruikers in Zwartewaterland. Het streven daarbij is dat de woonlasten zoveel mogelijk gelijk blijven. Het ontstaan van energiearmoede is onwenselijk. Energiearmoede ontstaat wanneer de energierekening meer dan 10% van het maandelijkse inkomen inneemt. We zoeken dus naar de maatschappelijk goedkoopste oplossing op basis van een optimale afstemming van de investeringen van en door woningeigenaren en -corporaties, Zwartewaterland en nuts-infrabedrijven en werken aan financieringsconstructies en betaalbare proposities voor woningeigenaren. We sluiten hiermee aan op het nationale Klimaatakkoord dat woonlastenneutraliteit als uitgangspunt stelt.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
11
Adaptief en uitvoerbaar We willen aan de slag daar waar we kansen zien, bijvoorbeeld waar veel corporatiebezit is. Dankzij de schaalgrootte kunnen we zorgen voor een versnelling in de warmtetransitie doordat grote groepen bewoners relatief snel over kunnen op andere warmte en daarbij ontzorgd worden. Dit hoeft niet gelijk naar aardgasvrij te betekenen. We willen dat de maatregelen adaptief zijn; een eerste stap moet niet per se een techniek uit te sluiten wanneer nog niet zeker is of dit de beste optie voor een buurt is. Het aardgasvrij maken van een woning hoeft niet altijd in 1 grote stap te gebeuren, de stappen richting aardgasvrije woningen moeten daarom helder, adaptief, en uitvoerbaar voor bewoners zijn. We starten met isoleren Daar waar de energielabels het laagste zijn, is de meeste winst te behalen. Het terugdringen van de warmtevraag is noodzakelijk in de transitie naar aardgasvrij. Om gebouwen met een laag energielabel op duurzame wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau is goede isolatie noodzakelijk. Daarom is het belangrijk om woning- en gebouweigenaren te stimuleren om te isoleren. Er hoeft niet altijd gewacht te worden tot een woning goed geïsoleerd is, vaak loopt de overstap op een alternatieve warmtebron parallel.
We benutten de initiatieven en energie in de Zwartewaterland De transitie naar aardgasvrij kan alleen succesvol zijn met draagvlak en het meedoen en denken van bewoners en andere partijen. Wij gaan actief op zoek naar de energie van eigen initiatieven van bewoners en zien dit als dé kans om samen concrete stappen te zetten om wijken van het aardgas te halen. De transitie naar een aardgasvrije gemeente is een gezamenlijke opgave. We hebben bewoners, bedrijven, de woningcorporatie en maatschappelijke organisaties nodig. Daarnaast haken we waar mogelijk aan op ontwikkelingen in de omgeving, zoals renovaties van corporatiewoningen en/of de openbare ruimte, zoals vervanging van riolering, aanpassingen van het openbaar groen en klimaat.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
12
3. Alternatieven voor aardgas Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden beschikbaar om van aardgas af te stappen. Veel mogelijkheden zijn echter te groeperen op gemeenschappelijke eigenschappen, waardoor het beeld overzichtelijker wordt. In dit hoofdstuk komen de alternatieven voor aardgas in het algemeen aan bod. In hoofdstuk 4 en 5 spitsen we dit vervolgens toe op Zwartewaterland.
3.1
Van aardgas over op hernieuwbare energiebronnen
Om in 2050 een aardgasvrije Zwartewaterland te zijn moeten alle woningen in Nederland die nu nog op aardgas aangesloten zijn over op andere manieren van koken en verwarmen. Daarnaast zullen ook bedrijven en instellingen van het aardgas af moeten. Een grote en ambitieuze opgave, waarmee zo snel mogelijk gestart moet worden. Technisch gezien zijn er veel verschillende mogelijkheden om van het aardgas af te stappen in de gebouwde omgeving, met verschillende technieken en met verschillende temperaturen. We maken daarbij over het algemeen onderscheid in collectieve oplossingen en individuele oplossingen. Bij collectieve oplossingen stapt meer dan één woning over op een bepaalde technologie, vaak is dit een heel gebied. Een voorbeeld van een collectieve oplossing is een warmtenet. Individuele oplossingen kunnen voor iedere woning los worden toegepast. Een voorbeeld daarvan is een warmtepomp. In deze Transitievisie Warmte voor Zwartewaterland maken wij onderscheid in drie hoofdcategorieën: warmtenetten, individuele elektrische oplossingen en bronnen waarvan gebruik wordt gemaakt van het bestaande gasnet voor (duurzaam) gas. Deze zetten wij hiernaast verder uiteen. In bijlage 2 leest u meer over de verschillende alternatieve warmtebronnen. Gasnetten (Bestaande) gasnetten kunnen duurzame, hoog-energetische gassen als groengas en waterstofgas naar woningen vervoeren.
De beschikbaarheid en marktrijpheid van deze gassen is nog deels onbekend. De vraag naar duurzaam gas kan worden verminderd door de inzet van hybride warmtepompen en isolatie. Hybride warmtepompen verwarmen het grootste deel van de tijd met elektriciteit en schakelen enkel bij koude dagen over op gas. Individueel (all-electric) Woningen worden elektrisch verwarmd, meestal met een warmtepomp. Warmtepompen verwarmen meestal met een lage temperatuur. Als bron wordt de warmte uit de lucht, bodem of grondwater gebruikt. Deze techniek wordt vaak op individueel woningniveau toegepast, maar kan ook op grotere schaal. Een wijk all-electric maken vraagt vaak om een verzwaring van het elektriciteitsnet. Warmtenetten Netwerken van warm water om gebouwen mee te verwarmen. Mogelijke energiebronnen zijn aardwarmte, restwarmte van
Wat is het verschil tussen HT-, MT- en LT-warmte?
HT-warmtebronnen: diepe geothermie, restwarmte, biomassa, hernieuwbare gassen, doorgaans 70-90°C.
MT-warmtebronnen: ondiepe geothermie, restwarmte, doorgaans 40-70°C. LT-warmtebronnen: grondwater, lucht, energie uit afvalwater, oppervlaktewater, doorgaans 10 tot maximaal 40°C.
bedrijven en vormen van aquathermie zoals warmte uit oppervlaktewater of rioolzuiveringswater. Afhankelijk van de bron en de mate van isolatie kan het gaan om een hoogtemperatuur (HT), middentemperatuur (MT) of laagtemperatuur (LT) warmtenet. Hierbij geldt dat hoe lager de temperatuur van de warmte is, hoe beter je de woning moet isoleren. Warmtenetten hebben veel impact op de omgeving en gebouweigenaren.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
13
Figuur 3.1 Temperatuurniveau van diverse warmtebronnen van LT (links) naar HT (rechts)
We maken een onderscheid tussen hoog- en laagtemperatuurwarmtebronnen. De temperatuur van de warmtebron bepaalt welke mate van isolatie en afgiftesysteem (radiatoren of muur- en vloerverwarming) de woning moet hebben. Voor HT-warmtebronnen zijn vaak geen tot weinig aanpassingen in de woning nodig. Dit is daarom met name geschikt voor oudere woningen. Bij LT-warmtebronnen moet de woning wel worden aangepast (andere radiatoren, vloerverwarming et cetera) en moet de woning goed geïsoleerd zijn. LT-warmtebronnen zijn daarom met name voor nieuwere woningen geschikt. Figuur 3.1 geeft het temperatuurniveau van diverse warmtebronnen weer op een schaal van LT (links) naar HT (rechts).
3.2
Marktrijpheid en geschiktheid voor woningen
De verschillende alternatieven voor aardgas hebben allemaal voor- en nadelen. Niet elke techniek is al marktrijp of een logische keuze voor alle woningen. Sommige technologieën moeten nog verder worden uitgewerkt, terwijl andere technologieën zich meer lenen voor bedrijven en industrie. In bijlage 2 laten we de marktrijpheid en toepasbaarheid van technieken voor woningen zien. Op dit moment zijn met name een warmtenet en all-electric verwarming (met een warmtepomp) interessante oplossingen voor de huidige woningbouw. Ook is de hybride warmtepomp een geschikte oplossing, waarbij de warmtepomp samenwerkt met een extra warmtebron, doorgaans een cv-ketel. Met een hybride warmtepomp is minder aardgas nodig. Later kan dit worden vervangen door een duurzaam gas. Duurzaam gas is op dit moment schaars en zal voornamelijk benut gaan worden door de industrie en mobiliteit. Alleen daar waar laag temperatuursystemen niet toepasbaar zijn, zoals in bijvoorbeeld vooroorlogse woningen en vrijstaande monumentale boerderijwoningen, is levering van groen gas op termijn denkbaar. De keuze voor duurzame warmtebronnen en -technieken hangt sterk samen met isolatie. Hoe beter de isolatie van een gebouw, hoe minder het warmteverlies. Hoe lager de warmtevraag van woningen, hoe meer woningen verwarmd kunnen worden vanuit dezelfde warmtebron.
Daarnaast zorgt isoleren voor een lagere piekvraag (de vraag naar energie op momenten dat het erg koud is), wat belangrijk is om de kosten van energienetten en duurzame bronnen beperkt te houden. Woningen van na 1992 zijn relatief goed geïsoleerd of relatief makkelijk te isoleren. Dit heeft te maken met het Bouwbesluit 1992, waar een eis is opgenomen voor de isolatiewaarde van een nieuwbouwwoning. Vanaf 2005 is deze eis nog verhoogd, waardoor woningen vanaf 2005 nog beter geïsoleerd zijn. Deze woningen zijn over het algemeen beschikt voor toepassing van laag temperatuurverwarming. Als regel geldt: hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de temperatuur kan zijn om je woning te verwarmen. Bij woningen gebouwd vóór 1992 zijn er sterke verschillen in isolatiewaarde en moet deze per woning worden vastgesteld.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
14
4. De opgave in Zwartewaterland Voor het uitstippelen van de route naar een ‘aardgasvrij’ Zwartewaterland is het belangrijk om te bepalen waar we op dit moment staan. Op deze manier geven we richting aan de strategie om van het aardgas te gaan. Zo kijken we naar de omvang van de woningvoorraad, de bouwjaren, de gebruiksfuncties en de huidige energievraag van de gebouwde omgeving in Zwartewaterland.
4.1
Huidige situatie
De gemeente Zwartewaterland heeft drie grote kernen: Zwartsluis, Genemuiden en Hasselt. Hiernaast bestaat de gemeente voornamelijk uit buitengebied. De gebouwde omgeving in Zwartewaterland bestaat voornamelijk uit woningen, ongeveer 64 procent van het vloeroppervlak zijn woningen. Circa een kwart van het vloeroppervlak in gebouwen bestaat uit industrie. Er zijn drie grotere bedrijventerreinen: bij iedere dorpskern één. Op deze terreinen bevinden zich vooral grote distributiecentra en tapijtindustrie (Hasselt). In Zwartewaterland staan ongeveer 9.500 woningen. De meeste woningen bevinden zich in een van de drie woonkernen. De nieuwbouw wordt al aardgasvrij gebouwd. De bestaande bouw is de opgave. Ter illustratie: vanaf 2020 zouden ieder jaar gemiddeld
Bouwjaar woningen
ongeveer 317 woningen van het aardgas afgekoppeld moeten worden om in 2050 van het aardgas af te zijn. Met bedrijfspanden erbij gaat het om circa 13.000 ‘woningequivalenten’1 en zouden ieder jaar gemiddeld 432
1992heden 30%
woningequivalenten aardgasvrij gemaakt moeten worden. In figuur 4-1 zijn bouwjaren te zien van de woningvoorraad van Zwartewaterland. Circa een derde van de woningvoorraad van Zwartewaterland is gebouwd in de periode van 1992 tot het heden. De
19751991 23%
t/m 1945 20% 19461964 11% 19651974 16%
bouwperiode van 1975 tot 1991 is goed voor respectievelijk een kwart van de woningvoorraad. Daarna volgen de bouwperiodes 1965-1974 (16%),
Figuur 4-1 Bouwperiode woningen
1946-1964 (11%) en voor 1946 (20%). Er staat relatief weinig oude bebouwing in Zwartewaterland. Het overgrote deel van de 8.500 woningen bestaat uit laagbouw (circa 90%).
4.2
Huidige warmtevraag
De totale warmtevraag voor verwarming en tapwater van woningen en utiliteitsbouw in Zwartewaterland is ongeveer 500 TJ (ongeveer 18 miljoen m3 aardgas). Figuur 4-2 laat zien waar de warmtevraag is uit opgebouwd. Het is niet verrassend dat 84% hiervan gebruikt wordt in laagbouw, gezien de samenstelling van de gebouwvoorraad in Zwartewaterland. De warmtevraag van de utiliteitsbouw is in vergelijking met woningen lager. Dit is echter een inschatting. Er zijn geen openbare gegevens beschikbaar over
Huidige warmtevraag Utiliteit zonder koudevraag 7%
Utiliteit met koudevraag 7%
Hoogbouw 2%
de warmtevraag van utiliteitsbouw op gebouw- of buurtniveau. Ook kan dit verschil te maken hebben met het ontbreken van de warmtetapwatervraag in utiliteitsbouw, die in woningen een substantieel deel van de vraag beslaat.
Laagbouw 84% Figuur 4-2: Opbouw huidige warmtevraag Zwartewaterland
1 100 m2 bedrijfspand staat gelijk aan één woning.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
15
De vraag naar proceswarmte (bijvoorbeeld voor sterilisatie, of maakindustrie) is niet meegenomen in onderstaande grafiek. Dit is geen onderdeel is de Transitievisie Warmte. In Zwartewaterland is relatief veel industrie, gekeken naar het aandeel in de oppervlakte van de gebruiksfuncties, maar dit betreft geen zware industrie. Wel is er tapijtindustrie aanwezig binnen de gemeente.
4.3
Beschikbare bronnen in Zwartewaterland
Niet elke gemeente heeft de beschikking over dezelfde alternatieve warmtebronnen. Zo heeft de ene gemeente bijvoorbeeld meer mogelijkheden voor energie uit oppervlaktewater en een andere uit aardwarmte. Ook voor de gemeente Zwartewaterland is er een inschatting gemaakt hoe veel iedere bron kan bijdragen aan het aardgasvrij maken van woningen. Een overzicht hiervan is toegevoegd in bijlage 1. Dit overzicht is een inschatting van verschillende studies, aangevuld met kennis, inzichten en data uit de uitgevoerde analyse. Een uitgebreide toelichting op de verschillende warmtebronnen en hun toepassingen vindt u in bijlage 1.
4.4
Koppeling buurten aan bronnen
Na het in beeld brengen van de opgave in de gebouwde omgeving en de warmtebronnen binnen Zwartewaterland is er in een technische analyse een voorkeurstechniek voor iedere buurt opgesteld. Deze voorkeurstechniek is bepaald op basis van de informatie die nu aanwezig is over de aanwezigheid van bronnen, de laagste maatschappelijke kosten,
Type bebouwing
Leeftijd bebouwing
en het type bebouwing (figuur 4-3), binnen de huidige stand van de techniek. In figuur 4-4 is de voorkeurstechniek voor alle buurten op basis van de technische analyse weergegeven. Deze analyse is gemaakt op de meest kosteneffectieve optie. De uiteindelijke techniek kan hiervan afwijken. Per kern is dit
Bebouwingdichtheid
Aanwezigheid bronnen
weergegeven in bijlage 3. Wanneer er met de buurten in gesprek gegaan wordt
Voorkeurstechniek
voor het opstellen van uitvoeringsplannen kan de voorkeurstechniek in samenspraak met de buurt wijzigen. Hier hoeft immers niet de meest kosteneffectieve optie gekozen te worden. Bovendien kan door innovatie een andere techniek
Figuur 4-3: Input voorkeurstechniek
uiteindelijk de voorkeur hebben. Dit is verder uitgewerkt in volgend hoofdstuk.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
16
Figuur 4-4: Voorkeurstechniek per buurt op kaart
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
17
5. De route naar aardgasvrij De landelijke horizon tot 2050 lijkt nog ver weg. Echter om de transitie naar aardgasvrij te maken, zal er nu gestart moeten worden. In dit hoofdstuk gaan we op zoek naar kansen waar we met de transitie op aan kunnen haken. Verder maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag op wijk- en gebiedsniveau. Daarnaast maken we een doorkijk naar de (nabije) toekomst: hoe bepalen we nu waar de transitie gaat beginnen? En waar in de gemeente gaan we (als eerste) in gesprek over een alternatief voor aardgas?
5.1
Koppelkansen
Koppelkansen zijn concrete aanleidingen om nu in een buurt te beginnen. Het idee daarbij is om ‘werk met werk te maken’. Gaat er in een buurt de aankomende de schop in de grond? Heeft een buurt een herstructureringsopgave of juist een actief bewonersinitiatief? Wordt het gasnet vervangen? Dit kunnen aanleidingen zijn om de aansluiting te zoeken met de warmtetransitie en daarmee opgaven met elkaar te verbinden. We kijken daarvoor met name naar: corporatie- en VvE-bezit;
vervanging aardgasnet;
andere werkzaamheden aan (ondergrondse) infrastructuur en ontwikkellocaties;
daadwerkelijke beschikbaarheid van een alternatief voor aardgas;
klimaatadaptieve projecten;
actieve bewoners of buurtinitiatieven.
Uit het overleg met de netbeheerders bleek dat er op dit moment geen plannen zijn voor vervanging van het gasof elektriciteitsnet. Vervanging van het gasnet of verzwaring van het elektriciteitsnet zal dus plaatsvinden op basis van de gemeentelijke plannen voor de warmtetransitie. Van belang hierbij is om rekening te houden met de doorlooptijd voor realisatie. Deze is op dit moment minimaal twee jaar. Een andere interessante koppelkans is aansluiten bij de renovatie van huren. Wetland Wonen trekt hierin graag samen om met de gemeente. Zij werken daarbij niet zozeer wijkgericht, maar gebruiken de natuurlijke (vervangings)momenten. Waar zinvol en mogelijk haken we hierbij aan om ook particuliere woningeigenaren in dezelfde rijwoningen of buurt te stimuleren tot verduurzaming. Naast directe aanleidingen is het zinvol om koppelingen te vinden met andere thema’s waardoor bewoners eerder geneigd zijn om over te gaan tot verduurzaming. Denk daarbij onder andere aan vergroten van de biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen Biodiversiteit De biodiversiteit neemt de gemeente mee vanwege de maatregelen die we gaan treffen in de openbare ruimte. Aanpassingen in de openbare ruimte geven een kans om de biodiversiteit te versterken. Naast de versterking van biodiversiteit heeft een gevarieerde natuur in de openbare ruimte invloed op schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat.
Met name bij collectieve warmtebronnen zijn er veel aanpassingen in de openbare ruimte nodig waarin er op drie niveaus naar biodiversiteit wordt gekeken: ‘in de woning’ (door het plaatsen van nestkasten, verblijf- en broedplaatsen), ‘om de woning’ (groene daken, groene gevels, geveltuintjes, verharding/tegels verwijderen) en met ‘natuur in de buurt’ (aanleg van groenstroken, ‘groen en blauwe verbindingsroutes’, terrein bestaat niet alleen uit gazons, maximaal vijf per soort beplanting, veel variatie). Bij bestaande bouw kan biodiversiteit in de woning lastig worden met het plaatsen van nestkasten. Bij nieuwbouwprojecten en ontwikkellocaties kan biodiversiteit en natuurinclusiviteit worden opgenomen in de bouwkundige schil. Maatregelen om de woning en in de buurt kunnen zowel in de bestaande omgeving als bij nieuwbouwprojecten worden uitgevoerd.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
18
Klimaatadaptatie Bij voorkeur treffen we maatregelen die het percentage groen en water in de stad vergroten, ook om hittestress te voorkomen en op een natuurlijke manier te koelen. Als bijvoorbeeld dakisolatie gewenst is, kan worden gekeken in hoeverre dit te combineren is met een groen dak, dat isoleert én koelt in de zomer én voor extra waterberging zorgt én bijdraagt aan de biodiversiteit. Bij toepassen van klimaatadaptatieve maatregelen en hoge bomen is een temperatuurdaling mogelijk van 2°C op zomerdagen. De gevoelstemperatuur kan zelfs 16°C dalen. De temperatuur in het centrum van Zwartewaterland kan oplopen tot 1,8°C hoger dan in het buitengebied2. Het wordt koeler in het buitengebied, waar hittestress minder van toepassing is doordat kleiner percentage verharding aanwezig is (zoals asfalt en baksteen die de warmte vasthouden). Het verbinden van omliggende blauw en groene structuren zorgt voor verlaging van de temperatuur en het opvangen van regenwater. Daar waar grote kans is op overlast van regenbuien 70 millimeter (mm) in twee uur en 140 mm in twee uur kunnen klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast om het regenwater vast te houden en te bergen.
Figuur 5.1 Voorbeeld klimaatadaptieve en biodiverse woonwijk (bron: Urban Synergy)
Deze maatregelen hebben ook een positief effect op het hitte-eilandeffect. Tegelijk stimuleert het inwoners in laagbouwwoningen om geveltuintjes, groene daken aan te leggen en achtertuinen te vergroenen (zie figuur 5.1). Naast het vergroenen versterkt het toevoegen van bloeiende planten de biodiversiteit. Plekken in de openbare ruimte die voornamelijk bestaan uit verharding, zoals beton en asfalt, kunnen bij groot onderhoud worden vergroend, zoals groene parkeerplaatsen met open verharding. De ‘optelsom’ van koppelkansen maakt een wijk erg geschikt om het gesprek over de warmtetransitie te starten.
2
Op basis van Klimaateffectatlas (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017)
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
19
5.2
Buurtgroepen
We groeperen buurten in Zwartewaterland met dezelfde woningkenmerken zoals pandfunctie, bebouwingsdichtheid en bouwjaar tot één gebied of cluster. Dat helpt ons om voor een beperkt aantal gebieden in 5.3 de best passende techniek te kiezen. Bij het vormen van deze clusters of buurtgroepen is ook gekeken naar de kansrijkheid van het toepassen van alternatieve warmtebronnen (potentie en nabijheid). We hebben zes groepen gevormd.
Buitengebied: Woningen zijn hier ruim verspreid en van verschillende bouwperioden. Er is veel ruimte rond woningen voor eventuele individuele oplossingen.
Bedrijventerrein: Utiliteit op bedrijventerreinen heeft een groot vloeroppervlak en een zeer diverse warmtevraag. De koudevraag op bedrijventerreinen is vaak groter dan in woonwijken, waardoor koelbehoefte ook van belang kan zijn.
Historische kern: Binnen historische kernen zijn woningen vaak dicht op elkaar gebouwd en slecht geïsoleerd. De aanwezigheid van (rijks)monumenten maakt het isoleren van sommige van deze woningen lastig.
Oudere woonwijken (tot 1992): Woonwijken zijn vaak in een of twee fases gebouwd. Veel woningen vertonen gelijksoortige kenmerken, waardoor een buurtgerichte aanpak mogelijkheden biedt. De bouwperiode van de wijk biedt hierbij richting in de route die genomen moet worden.
Nieuwe woonwijken (vanaf 1992): Nieuwe woonwijken bevatten veel woningen met gelijke kenmerken. Het isolatieniveau is hier van een zodanig niveau dat all-electric oplossingen direct, of met kleine aanpassingen in de woning toepasbaar zijn.
TEO-woonwijken: Op basis van afzonderlijk uitgevoerd onderzoek zijn er wijken geselecteerd waar de mogelijkheid tot het aanleggen van een warmtenet op basis van TEO verder onderzocht kan worden. Deze wijken zijn geselecteerd op basis van bebouwingsdichtheid en afstand tot de rivier.
5.3
Warmteoplossing per buurtgroep
Uit hoofdstuk 4 weten we welke warmtebronnen in Zwartewaterland kansrijk zijn en wat daarvan de potentie is (zie ook bijlage 1). Op basis van de bronnenanalyse brengen we in dit onderdeel per cluster in kaart wat de meest voor de hand liggende techniek is om toe te passen, en wat een logisch handelskader is voor deze buurten. In tabel 5-1 geven we deze technieken weer voor de eerder genoemde buurtgroepen, waarbij eerst de meest voor de hand liggende techniek wordt weergegeven en vervolgens de alternatieve opties. Deze keuzes liggen nog niet vast en worden in de loop van het proces verder geconcretiseerd en in de tijd uitgezet. Zoals zichtbaar is in Figuur 4-4 worden aan veel buurten buiten de woonkernen all-electric/hybride opties toegewezen. In het buitengebied bevindt zich veel gemêleerde bebouwing. Waar mogelijk kan hier een all-electric oplossing worden geïnstalleerd. Wanneer de bebouwing hier te oud voor is, of het onmogelijk is om voldoende te isoleren zijn hybride oplossingen hier voor handen. In de nieuwste wijken is de isolatie van een zodanig niveau dat een all-electric optie hier direct toe te passen is. In de oudere delen van de woonkernen wordt een duurzaam gas/hybride optie geadviseerd; er bevinden zich hier zeer veel oude woningen en monumenten.
Ter plaatse van de bedrijventerreinen wordt er in eerste instantie geadviseerd om uit te zoeken of er interne uitwisseling van warmte binnen het bedrijventerrein mogelijk is. Binnen de warmtetransitie hebben bedrijventerreinen een unieke positie in de zin dat er vaak meer koudevraag aanwezig is dan in een woonwijk. Deze koudevraag kan gebruikt worden om energiestromen tussen bedrijven te balanceren.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
20
Tabel 5-1: Buurttypen en maatregelen Buurttype
Isolatiemaatregelen
Overige maatregelen
Techniek
Buitengebied
Isoleren naar label B voor warmtepompen
1
Mechanische ventilatie voor verdere verlaging warmtevraag Mogelijke aanpassing warmteafgiftesystemen
1 2
Warmtepomp Hybride warmtepomp
2 Bedrijventerrein
-
1
-
1 2
Interne regeling Warmtepomp
Historische kern
Isoleren (waar mogelijk)
1
-
1
Hybride warmtepomp Duurzaam gas
2 Oudere woonwijken (tot 1992)
Isoleren naar label B voor warmtepompen
1 2 3
Nieuwe woonwijken (vanaf 1992)
-
1 2 3
TEO-woonwijken
Isoleren naar label B
1 2 3
5.4
Vloerverwarming voor warmtepompen Mechanische ventilatie voor verdere verlaging warmtevraag Mogelijke aanpassing warmteafgiftesystemen
1 2
Warmtepomp Hybride warmtepomp
Vloerverwarming voor warmteafgifte van 1 warmtepompen Inductiekoken Mechanische ventilatie voor verdere verlaging warmtevraag
Warmtepomp
Vloerverwarming voor warmteafgifte van 1 warmtepompen 2 Inductiekoken Mechanische ventilatie voor verdere verlaging warmtevraag
TEO – net Warmtepomp
Onderzoek naar TEO-warmtenetten
Voor twee buurten is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheid om een warmtenet aan te leggen op basis van de karakteristieken in de wijk en de uitvraag van de provincie. Uit dit onderzoek zijn de buurten Greente en Dedemsvaart-Zuid naar voren gekomen als de meest kansrijke buurten voor het opzetten van een warmtenet in combinatie met een TEO-centrale voor de toevoer van warmte. De opzet en de uitkomsten van het onderzoek zijn bijgevoegd in Bijlage 4.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
21
5.5
De energiemix
Met de voorgestelde techniekkeuze uit tabel 5-1 ontstaat inzicht in de benodigde inzet aan warmtebronnen in Zwartewaterland. In het Zwartewaterland zal de nadruk voornamelijk liggen op individuele oplossingen; all-electric (lucht- of bodemgekoppelde warmtepomp) en hybride warmtepompen. De verzwaringen van het elektriciteitsnet om deze all-electric of hybride oplossingen te kunnen voorzien van elektriciteit zijn mogelijke bottlenecks. Het is daarom van groot belang om binnen de uitvoeringsstrategie en eventueel de wijkvolgorde rekening te houden met wijken waar de zwaarte van het elektriciteitsnet een beknellende factor kan zijn. Tabel 5-2 geeft indicatief weer wat de toegenomen elektriciteitsvraag is binnen de gemeente als we ervan uitgaan dat de woningen gebouwd ná 1992 (nieuwbouw) en utiliteit gebouwd ná 1981 all-electric oplossingen toepassen. Tabel 5-3 geeft de elektriciteitsvraag van de hybride oplossing, waarbij we ervan uitgaan dat de woningen gebouwd vóór 1992 en utiliteit gebouwd vóór 1981 deze variant gaan toepassen. Beide tabellen geven een inschatting op hoofdlijnen wat er ruimtelijk nodig is aan zonnepanelen/zonnevelden of hoeveel windturbines nodig zijn om de elektriciteitsvoorziening te borgen. Er is hier alleen gekeken naar het gebruik van elektriciteit en de opwekking hiervan over de periode van een heel jaar.
Gelijktijdigheid in de vorm van een piekvermogen en leveringszekerheid wanneer er onvoldoende wind of zon beschikbaar is, is hierin niet mee genomen. De getallen in onderstaande tabellen zijn indicatief en zijn berekend op basis van het huidige gasverbruik voor ruimteverwarming en warm tapwater. Tabel 5-2 Elektriciteitsvoorziening bij toepassen all-electric in Zwartewaterland ALL-ELECTRIC
Elektravraag woningen gebouwd ná 1992
Elektravraag utiliteitsbouw gebouwd na 1981
Totaal
Elektravraag (MWh)
13.000
5.000
18.000
Aantal zonnepanelen
42.000
14.000
48.000
Aantal m2 zonnepark
134.000
48.000
182.000
Aantal hectare
14
5
19
Aantal windturbines
1,3
0,4
1,7
Wanneer utiliteit gebouwd na 1981 en de nieuwbouw een all-electric variant zullen toepassen zijn daar 2 windturbines of circa 19 hectare aan zonneparken voor nodig.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
22
Om een globaal beeld te krijgen van de effecten van het toepassen van hybride warmtepompen in Zwartewaterland, geven we een bandbreedte en gaan we bij een hybride systeem uit van een warmtepomp die 40% tot 60% van de warmtevraag dekt. Het overige deel van de warmtevraag wordt gedekt door een ketel op aardgas of duurzaam gas. Tabel 5-3 Elektriciteitsvoorziening bij toepassen hybride warmtepompen in Zwartewaterland HYBRIDE WARMTEPOMP
Elektravraag woningen gebouwd vóór 1992
Elektravraag utiliteitsbouw gebouwd vóór 1981
Totaal
40% dekkend
60% dekkend
40% dekkend
60% dekkend Bandbreedte
Elektravraag (MWh)
12.000
18.000
900
1.000
13.000 - 20.000
Aantal zonnepanelen
40.000
60.000
3.000
4.000
43.000 – 64.000
Aantal m2 zonnepark
130.000
190.000
9.000
14.000
139.000 – 204.000
Aantal hectare
13
19
1
1
14 - 20
Aantal windturbines
1,2
1,8
0,1
0,1
1,3-1,9
Wanneer Zwartewaterland inzet op individuele oplossingen (all-electric en hybride) is er een extra elektriciteitsvraag van ongeveer 31.000 tot 38.000 MWh. Om in die vraag te voorzien is circa 23 tot 39 hectare aan zonnepark nodig of 3-4 windturbines van 4,2 MW. Het effect op de elektriciteitsvoorziening is dus groot met de all-electric en hybride warmtepomp oplossingen. Naast de ruimtelijke impact dat het opwekken van elektriciteit heeft, betekent dit ook dat grootschalige netverzwaring noodzakelijk zal zijn binnen de gemeente wanneer we inzetten op deze individuele oplossingen.
5.6
De route tot 2030: waar willen we starten?
Huidig richten we de warmtetransitie in Zwartewaterland zo in dat we het tempo van de bewoners kunnen volgen. Dit doen we aan de hand van de volgende uitgangspunten:
Vóór 2030 leggen we de focus op isoleren
We starten in 2022 met het samen opstellen van de eerste wijkuitvoeringsplannen
We zoeken de verbinding met de verduurzamingsopgaven bij woningcorporaties
We stimuleren lokale initiatieven
We onderzoeken de mogelijkheden voor collectieve oplossingen zoals thermische energie uit oppervlaktewater (TEO)
Onze woningen en andere gebouwen moeten aardgasvrij worden om onze CO2 uitstoot drastisch omlaag te brengen. In 2050 moeten we energieneutraal zijn en moet het aardgasgebruik dus volledig zijn gestopt. Voor 2030 ligt er een tussendoelstelling van 20% CO2 reductie in de gebouwde omgeving. Dit percentage kan behaald worden door een x aantal woningen volledig aardgasvrij te maken de komende 9 jaar, maar kan ook worden behaald door een grotere groep oudere woningen te isoleren. Omdat isoleren ongeacht de woning altijd een stap in de juiste richting is en het volledig aardgasvrij maken voor veel woningen op de korte termijn nog lastig is focust de gemeente Zwartewaterland zich op isoleren. Door ons hier op te focussen kunnen we de tussentijdse doelstelling ook behalen, zonder dat we daarmee mensen nu al verplichten om voor een bepaalde aardgasvrij techniek te kiezen. Tegelijkertijd gaan we in een aantal wijken wel starten met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen om te onderzoeken op welke termijn deze wijken daadwerkelijk van het aardgas af kunnen. In de isolatieopgave kijken we waar we de verbinding kunnen leggen met de verduurzamingsopgaven bij woningcorporaties. Worden er veel woningen in een wijk, dorp of straat aangepakt door de woningcorporatie dan kunnen de particuliere koopwoningen hier mogelijk in meeliften door gezamenlijke inkoop of informatievoorzieningen.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
23
Daarnaast betekent de focus op isolatie niet dat we helemaal niet aan de slag gaan met aardgasvrij. Ieder individu heeft zelf de keuze om de overstap te maken naar een individuele techniek (warmtepomp of hybride warmtepomp). Daarnaast wil de gemeente lokale initiatieven ondersteunen. Wanneer een groep inwoners aangeeft graag gezamenlijk met een uitvoeringsplan te willen starten of een goed idee heeft kijken wij als gemeente hierin graag mee om te kijken hoe wij hierbij kunnen ondersteunen. En tot slot zoekt de gemeente de mogelijkheden voor een collectief verder uit. Om inwoners duidelijkheid te geven over de technieken die geschikt zijn voor hun woning moeten we de komende 5 jaar een uitsluitsel kunnen geven over de haalbaarheid van een warmtenet in de omgeving. Concreet zien wij op dit moment kansen voor een warmtenet op TEO in Greente en Dedemsvaart-zuid. Verder onderzoek naar de daadwerkelijke haalbaarheid, maar ook naar de wens van inwoners in deze wijken is de komende 5 jaar wenselijk.
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
24
6. Naar uitvoering Met deze eerste versie van de Transitievisie gaan we in de gemeente Zwartewaterland verder met het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Daarvoor dient deze visie te worden vastgesteld in de gemeenteraad. Vervolgens gaan we op wijk- en buurtniveau de warmtetransitie concretiseren en maken we wijkuitvoeringsplannen hoe de verschillende deelgebieden op termijn van het aardgas afgaan. In dit hoofdstuk wordt deze uitvoeringstrategie beschreven en wordt ingegaan op wat de bewoners nu al kunnen doen.
6.1
Uitvoeringsstrategie
Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, ligt de focus tot 2030 op het beperken van het aardgasgebruik door energiebesparing. Dit betekent echter niet dat er geen verdere stappen zullen worden ondernomen naar aardgasvrij. Zo zal aanvullend onderzoek worden uitgevoerd naar de toepassing van TEO in Greente en Dedemsvaart-Zuid en waar initiatieven zich voor doen de realisatie van aardgasvrij worden verkend. Voor de uitvoering zijn er daarom drie sporen gedefinieerd. Spoor 1: energiebesparing (uitvoering loopt en heeft focus tot 2030) Het eerste spoor zet in op energiebesparing en daarmee volgen we één van de uitgangspunten van de warmtetransitie in Zwartewaterland. Het terugbrengen van de energievraag is de meest logische eerste stap richting CO2-reductie en een aardgasvrij Zwartewaterland. Daarnaast kan grondige isolatie van de woning energiearmoede tegengaan. Energie besparen is de eerste stap van de stapsgewijze aanpak die vaker gehanteerd wordt. Dit spoor volgt hoofdzakelijk de volgende stappen: 1
Energiebesparing door isolatiemaatregelen wordt al gedaan en we gaan daar komende jaren mee verder.
2
Inzet van hybride warmtepompen vanaf 2022.
3
Keuze voor duurzaam verwarmingssysteem (aardgasvrij) na 2030.
Het spoor van de energiebesparing is er tot 2030 op gericht om de voorwaarden te creëren om na 2030 versneld (want er is dan minder warmte nodig) een groter aantal woningen van het gas af te kunnen koppelen. De eerste stap richting 2030 is inzetten op energiebesparing door het nemen van isolatiemaatregelen zoals vloer-, dak- en gevelisolatie, vervangen van glas (HR++/HR+++), opwek duurzame energie met zonnepanelen en bewuster om gaan met energie. Deze ‘no-regret’ maatregelen kunnen bewoners vandaag al nemen en vergroten het wooncomfort. Om de energievraag nog verder te beperken, kunnen woningeigenaren (afhankelijk van de mate van woningisolatie) daarna investeren in een hybride warmtepomp die een groot deel van de warmtevraag dekt. De eerste twee stappen zijn altijd goed, ongeacht de keuze voor een duurzaam verwarmingssysteem die in de laatste stap richting 2050 wordt gezet: de keuze waarmee een gebouw volledig aardgasvrij wordt. Op die manier
Samen aan de slag voor een aardgasvrij Zwartewaterland | Warmtetransitievisie Zwartewaterland
25
voeren we de transitie stapsgewijs uit. De stapsgewijze aanpak draagt naar verwachting bij aan rust bij onze inwoners, in de wetenschap dat hun woning voor 2030 niet per se van het aardgas wordt afgekoppeld.
Bron foto: ANP
Spoor 2: verdieping toepassing TEO (uitvoering in 2022 en 2023) Het tweede spoor is een verdiepingsslag op de toepassing van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). In opdracht van provincie Overijssel is een eerste verkenning uitgevoerd naar de potentie van TEO in Zwartewaterland. Uit dit onderzoek bleek dat TEO kansrijk is voor de buurten Greente en Dedemsvaart-Zuid (zie bijlage 5). Verdieping is nodig om, bijvoorbeeld samen met een klankbordgroep van bewoners, de businesscase uit te werken, vergelijking te maken met alternatieven en de mogelijke exploitatievormen te onderzoeken. Spoor 3: eerste stappen richting aardgasvrij Met het derde spoor zetten we de eerste stappen richting aardgasvrij. Aardgasvrij in 2050 klinkt nog ver weg, maar we moeten nu beginnen om die doelstelling te behalen. Zo worden nu in Barsbeek al de mogelijkheden verkend om aardgasvrij te worden. Achter \t Tag en Hasselt om de Weede zijn eveneens wijken waar de verkenning naar aardgasvrij kan worden gestart. Greente en Dedemsvaart-Zuid zijn twee andere wijken waar verdere verkenning naar aardgasvrij mogelijk interessant is. Als de uitkomsten van spoor 2 positief zijn, zal in deze wijken ook het gesprek met de bewoners worden gestart.
De drie sporen lopen door elkaar De drie sporen hebben allen dezelfde stip op de horizon: een aardgasvrije warmtevoorziening van de gebouwde omgeving in Zwartewaterland. We starten met energie besparen want dat is de meest logische eerste stap richting aardgasvrij. Tegelijkertijd willen we ook dieper kijken naar kansrijke alternatieve warmtebronnen voor de toekomst en ook te verkennen of de wijken Oranjekwartier, IJsselveld-Oost en Achterveld verder kunnen gaan dan alleen energie besparen. De sporen gaan elkaar kruisen en logischerwijs op een bepaald punt in de toekomst in elkaar over naarmate we dichter bij het einddoel komen van 2050: aardgasvrij.