CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

01 05 01 Bijlage - Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het Plan-MER

Informatieavond 11 december 2025, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Eerste en tweede herziening Omgevingsvisie20.644 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Plan-MER tweede herziening omgevingsvisie Zwartewaterland Notitie Reikwijdte en Detailniveau Gemeente Zwartewaterland 7 november 2025

Project Opdrachtgever

Plan-MER tweede herziening omgevingsvisie Zwartewaterland Gemeente Zwartewaterland

Referentie

Notitie Reikwijdte en Detailniveau Definitief 03 7 november 2025 147255/25-017.472

Projectcode

147255

Document Status Datum

Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbaar vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gercertificeerd op basis van ISO9001.

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

© Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING | WAAROM EEN TWEEDE HERZIENING VAN DE OMGEVINGSVISIE ZWARTEWATERLAND EN EEN MER?

5

1.1

Reden voor de tweede herziening van de omgevingsvisie

5

1.2

Reden voor onderzoek naar milieueffecten

6

1.3

Doel van de NRD

7

1.4

Reageren op de NRD

8

1.5

Leeswijzer

8

2

OPGAVEN EN DOELEN | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF?

9

2.1

Beleidsanalyse

9

2.1.1 2.1.2

9 11

2.2

3

Bovenlokaal beleid Lokaal beleid

Opgaven, ruimteclaims en uitgangspunten

14

2.2.1 2.2.2 2.2.3

14 14 15

Opgaven Parallelle ambities met ruimteclaims Beleidsmatige uitgangspunten

ALTERNATIEVENONTWIKKELING | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE?

17

3.1

Ontwikkeling alternatieven

17

3.2

Alternatieven

17

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?

19

4.1

Aanpak van het MER

19

4.2

Beoordelingskader

20

4.3

Beoordelingsschaal

21

4.4

Plan- en studiegebied

22

4.5

Detailniveau van het onderzoek

23

4.6

Monitoring en bijsturing

23

5

VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN?

24

5.1

Inzage van de NRD

24

5.2

Procedure tweede herziening van de omgevingsvisie en MER

24

Laatste pagina

25

Bijlage(n) I

Beleidsanalyse

Aantal pagina's 30

1 INLEIDING | WAAROM EEN TWEEDE HERZIENING VAN DE OMGEVINGSVISIE ZWARTEWATERLAND EN EEN MER? Voor u ligt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de tweede herziening van de omgevingsvisie van de gemeente Zwartewaterland. Deze NRD is de eerste formele stap in de milieueffectrapportage (mer). De mer-procedure leidt tot een milieueffectrapport (MER) bij de tweede herziening van de omgevingsvisie van Zwartewaterland. In dit hoofdstuk leest u meer over de tweede herziening van de omgevingsvisie, de rol van de merprocedure, het plan-MER en de NRD.

1.1

Reden voor de tweede herziening van de omgevingsvisie

Aanleiding voor de tweede herziening van de omgevingsvisie De gemeente Zwartewaterland stelt inhoudelijke thematische bouwstenen voor de omgevingsvisie op. De bouwstenen worden verwerkt in de omgevingsvisie en krijgen hierdoor een wettelijke status. Deze inhoudelijke wijzigingen leiden tot de tweede herziening van de omgevingsvisie. Het gaat om de implementatie van de volgende drie bouwstenen: 1 bouwsteen: visie energietransitie; 2 bouwsteen: visie buitengebied; 3 bouwsteen: ontwikkellocaties wonen en bedrijvigheid. De tweede herziening van de omgevingsvisie volgt naar verwachting begin 2027. De NRD bevat een onderzoeksvoorstel voor dit plan-MER. Nieuwe opgaven en doelen De gemeente wil haar doelen voor de energietransitie en het buitengebied actualiseren en wil ontwikkellocaties voor woon- en werkgebieden aanwijzen. Deze aanvullingen landen in de tweede herziening van de omgevingsvisie van de gemeente Zwartewaterland. Bouwsteen: visie energietransitie In deze bouwsteen werkt de gemeente aan de actualisering van haar ambities voor de energietransitie. De bouwsteen geeft duidelijkheid over de koers en prioriteiten voor de komende jaren. Het vormt een kader voor besluitvorming, samenwerking en investeringen, en zorgt ervoor dat de lokale energiedoelstellingen in lijn blijven met regionale en nationale ambities richting 2030 en 2050.

De bouwsteen wordt opgenomen in de tweede herziening van de omgevingsvisie van Zwartewaterland. Bouwsteen: visie buitengebied Het buitengebied van de gemeente Zwartewaterland is gevarieerd. Zo zijn er veenweiden, zeekleipolders, Polder Mastenbroek en natuurgebieden zoals de Olde Maten & Veerslootslanden en het rivierenlandschap van het Zwarte Water en Zwarte Meer. De sporen uit het verleden zijn nog goed te zien in de verkaveling, de waterwerken en de vele kolken en kreken. Mensen wonen in kleine kernen of op boerderijen in het buitengebied. Het gebied wordt vooral gebruikt voor landbouw, wat het landschap uniek maakt. Het gebied is grotendeels in agrarisch gebruik. Het buitengebied staat voor uitdagingen die invloed hebben op hoe het buitengebied wordt gebruikt en beleefd.

5 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Bijvoorbeeld door bevolkingsgroei, vergrijzing, klimaatverandering en bodemdaling. De keuzes werkt de gemeente uit in deze bouwsteen. De bouwsteen behandelt de functies in het buitengebied en de ruimtelijke inpasbaarheid van deze functies. Ook deze bouwsteen wordt opgenomen in de tweede herziening van de omgevingsvisie van Zwartewaterland. Bouwsteen: ontwikkellocaties wonen en bedrijvigheid De gemeente staat voor een urgente opgave op het gebied van wonen en bedrijvigheid. De druk op de woningmarkt is hoog: de vraag naar woningen blijft toenemen, en starters en ouderen vinden steeds moeilijker passende woonruimte. Daarbij blijven de inwoners graag binnen de eigen kern wonen en heeft de gemeente ook een aantrekkingskracht vanuit de regio Zwolle. Op het gebied van bedrijvigheid bestaat een tekort aan ruimte voor bedrijfslocaties, wat de economische ontwikkeling en vitaliteit van de gemeente onder druk zet. Op basis van prognoses en woonbehoefteonderzoek is tot 2030 een opgave van 775 woningen voorzien met een doorkijk naar nog 600-750 extra woningen in de periode tot 2040. In het bijzonder in Zwartsluis wordt gezocht naar extra ruimte voor potentiële woningbouwplannen.

Wat betreft bedrijvigheid is er behoefte aan een toename van werklocaties in lijn met de afspraken uit de WestOverijsselse regionale programmering, waarbij wordt gezocht naar extra ruimte onder andere voor de periode na de prognose. De huidige, planologisch vastgelegde ontwikkellocaties bieden onvoldoende ruimte om de prognoses voldoende in te vullen. Met het opstellen van deze bouwsteen wil de gemeente de regie nemen om nieuwe locaties voor wonen en bedrijvigheid in de gemeente aan te wijzen, passend binnen wat er (ruimtelijk) mogelijk is. De bouwsteen wordt opgenomen in de tweede herziening van de omgevingsvisie van Zwartewaterland.

1.2

Reden voor onderzoek naar milieueffecten

Keuze voor een milieueffectrapport (MER) De gemeente stelt inhoudelijke thematische bouwstenen voor de omgevingsvisie op. Deze bouwstenen worden geïntegreerd in de omgevingsvisie. Deze integratie leidt tot de tweede herziening van de omgevingsvisie. In deze tweede herziening worden nieuwe ruimtelijke keuzes gemaakt en de bouwstenen kunnen tot milieueffecten leiden. Zo wijst de gemeente Zwartewaterland middels de bouwsteen ontwikkellocaties wonen en bedrijvigheid locaties aan waar een toename van de woningvoorraad en werklocaties mogelijk is. Woon- en werklocaties raken direct aan mogelijke milieueffecten. In het plan-MER worden daarom de milieueffecten (zoals geluid, omgevingsveiligheid en natuur) in beeld gebracht. In paragraaf 4.2 staat hoe het beoordelingskader is vormgegeven. Wat is een milieueffectrapport (MER)? Een milieueffectrapport geeft milieu een volwaardige plaats in het besluitvormingsproces (hier: besluitvorming over de tweede herziening van de omgevingsvisie van de gemeente Zwartewaterland). Dit doet een plan-MER door de milieueffecten ten gevolge van een voornemen en mogelijke alternatieve invullingen daarvan te beschrijven. Het plan-MER sluit aan bij het detailniveau van het voornemen. Dit houdt in dat de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem wordt onderzocht.

Het plan-MER onderzoekt daarom niet concrete initiatieven in detail.

6 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Mer-plicht (wettelijke grondslag) Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met potentieel significante milieueffecten een mer-procedure wordt doorlopen. Nederlandse wet moet voldoen aan de Europese merrichtlijn voor projecten (2014/52/EU, 2011/92/EU)) en de Europese SMB-richtlijn (Strategische milieubeoordeling, 2001/42/EG) voor plannen en programma’s. De Europese wetgeving is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow) (afdeling 16.4) en verder uitgewerkt in het Omgevingsbesluit (Ob) (hoofdstuk 11, bijlage V). Het type mer-procedure (plan-mer, project-mer of mer-beoordeling) hangt af van de aard, omvang van de activiteit en het type besluit. Onder de Omgevingswet geldt voor dit plan een plan-merbeoordelingsplicht (artikel 16.34 Ow). Het voorgenomen beleid betreft een omgevingsvisie die wettelijk voorgeschreven is met een initiatiefnemer en procedure. Omdat de omgevingsvisie wettelijk voorgeschreven is en kaders stelt aan mer-(beoordelings-)plichtige projecten die gevolgen kunnen hebben voor het milieu, doorloopt de gemeente de procedure van de milieueffectrapportage (mer) (artikel 16.36). Bijlage V van het Omgevingsbesluit bevat een lijst met mer-(beoordelings-)plichtige projecten. De milieueffectrapportage (mer) is de procedure en is nader toegelicht in hoofdstuk 5.

Hoofdvragen voor het MER Het plan-MER gaat in op de volgende hoofdvragen: 1 wat is de huidige staat en kwaliteit van het milieu en de leefomgeving? 2 hoe ontwikkelt het milieu en de leefomgeving zich autonoom (zonder de tweede herziening van de omgevingsvisie) tot 2050? 3 wat zijn de effecten van de alternatieven? 4 wat zijn de effecten van de tweede herziening van de omgevingsvisie voor 2050? 5 wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Initiatiefnemer en Bevoegd Gezag In de mer-procedure voor tweede herziening van de omgevingsvisie is de gemeente Zwartewaterland zowel initiatiefnemer als bevoegd gezag. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de tweede herziening van de omgevingsvisie en het plan-MER. Zij treden op als initiatiefnemer. Het college stelt de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vast. De omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad met het plan-MER als bijlage. De gemeenteraad vormt daarmee het bevoegd gezag. Naast de initiatiefnemer en bevoegd gezag zijn er ook diverse partijen die adviseren over de inhoud van het plan-MER. Bijvoorbeeld andere overheden, zoals de provincie Overijssel en het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook kunnen partijen met belangen in de regio, zoals TenneT, reageren. Iedereen krijgt de gelegenheid om een reactie te geven op de NRD.

1.3

Doel van de NRD

Wat is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)? Voordat gestart wordt met het opstellen van een plan-MER moet kennis worden gegeven van het voornemen en wordt deze notitie ter inzage gelegd. Deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is weliswaar vormvrij, maar dient voldoende informatie te bevatten zodat belanghebbenden begrijpen wat de inhoud en de opzet van het op te stellen plan-MER gaat worden. De afbakening van het onderzoek - ofwel het bepalen van de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek - is belangrijk voor het opstellen van het plan-MER. De reikwijdte heeft betrekking op welke alternatieven en/of varianten, welke milieuaspecten onderzocht gaan worden in het plan-MER en het onderzoeksgebied van het plan-MER. Tevens geeft de notitie inzicht in het beoordelingskader en de wijze van beoordelen dat wordt gehanteerd bij het beoordelen van de effecten. Dit betreft het detailniveau van het onderzoek: hoe uitgebreid en op welke manier worden de verschillende milieuaspecten onderzocht. Voorliggende document betreft de NRD.

7 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

1.4

Reageren op de NRD

De gemeenteraad van de gemeente Zwartewaterland biedt u de mogelijkheid aan om een reactie op de NRD in te dienen bij de gemeente. Hoe kunt u reageren? U kunt als volgt uw mening geven over de NRD: Schriftelijk per post Zet in uw brief aan de gemeente: - het voorgenomen plan of besluit waarover u uw mening geeft; - het dossiernummer van het voorgenomen plan of besluit; - de redenen waarom u een zienswijze indient; - de datum; - uw naam en adres; - uw handtekening; - als iemand anders een zienswijze voor u indient, moet u een door u ondertekende schriftelijke machtiging meesturen. U richt uw brief aan degene die het besluit heeft genomen (het college van burgemeester en wethouders). Mondeling Bel naar de gemeente Zwartewaterland via 14 038 om een afspraak te maken. Digitaal (DigiD) U dient uw zienswijze digitaal in via het online formulier. Voor het online indienen van uw zienswijze is een controle van uw identiteit nodig. Bij de gemeente Zwartewaterland kunt daarom u inloggen met uw DigiD inlogcode. Heeft u geen DigiD inlogcode, vraag deze dan aan website van DigiD. Wat gebeurt er met uw reactie? De binnengekomen reacties worden waar mogelijk gebruikt bij het bepalen van de inhoud en aanpak van de onderzoeken in het plan-MER. De gemeente raadpleegt ook de wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen plan-MER.

Een zienswijze dient te worden ingediend gedurende de periode dat het voorgenomen besluit ter inzage ligt. Doorgaans is dit een periode van zes weken. Indien van toepassing wordt de zienswijze verwerkt in het plan-MER.

1.5

Leeswijzer

Tabel 1.1 geeft weer welke informatie elk hoofdstuk van deze notitie bevat.

Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk

Informatie

1. inleiding

waarom stelt de gemeente Zwartewaterland een tweede herziening van de omgevingsvisie op en waarom is het nodig om hier een milieueffectrapport bij op te stellen?

2. opgaven en doelen

beschrijving van de opgaven en doelen die voortkomen uit het huidige beleid dat relevant is voor de tweede herziening van de omgevingsvisie

3. alternatieven

de alternatieven die de gemeente Zwartewaterland onderzoekt voor de tweede herziening van de omgevingsvisie. alternatieven zijn verschillende manieren waarop de doelen bereikt kunnen worden

4. onderzoeksaanpak

de aanpak van het milieueffectrapport dat wordt opgesteld bij de tweede herziening van de omgevingsvisie

5. vervolg

toelichting op de vervolgstappen

8 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

2 OPGAVEN EN DOELEN | WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE AF? 2.1

Beleidsanalyse

In de onderstaande secties worden de meest relevante beleidsstukken (op bovenlokaal en lokaal niveau) beschreven. Deze kaders geven context aan de opgave, maar fungeren niet als referentiesituatie of toetsingsmechanismen voor het plan-MER. De beleidsanalyse is opgenomen als bijlage I bij deze NRD. De eerste herziening van de omgevingsvisie wordt begin 2026 vastgesteld en is daarmee onderdeel van de referentiesituatie van dit plan-MER.

2.1.1

Bovenlokaal beleid

Tabel 2.1 Kaderstellende ambities uit het bovenlokaal beleid Beleid

Kaderstellende ambitie

Nationale Omgevingsvisie (2020)

centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgeving inclusief beleid) dit zijn de vier NOVI-prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2 duurzaam economisch groeipotentieel 3 sterke en gezonde steden en regio’s 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Voorontwerp Nota Ruimte (2024)

het voorontwerp Nota Ruimte onderscheidt 3 leidende principes. Inhoudelijk zijn deze gelijk aan de NOVI, de bewoording en de volgorde zijn wel aangepast: 1 recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen 2 recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik 3 recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal het voorontwerp Nota Ruimte onderscheidt 3 bewegingen: 1 beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur 2 beweging naar een klimaat neutrale en circulaire samenleving 3 beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland de basis voor de 3 bewegingen is het water- en bodem sturend werken

9 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Beleid

Kaderstellende ambitie

Omgevingsvisie provincie Overijssel (2017)

de provincie streeft vanuit de POVI naar negen ambities: 1 klimaatadaptatie en waterbeheer: ontwikkeling van veilige en robuuste watersystemen 2 energietransitie: verminderen van broeikasgasemissies en opschaling van duurzame energie 3 duurzame landbouw: balans tussen landbouw en natuur, bevorderen van biodiversiteit 4 natuurbehoud: versterken van natuurkwaliteit en realiseren van groene verbindingen 5 verstedelijking en mobiliteit: slim ruimtegebruik, betere bereikbaarheid en gezonde mobiliteit 6 cultureel erfgoed: behouden en versterken van regionale identiteit en erfgoed 7 gezonde leefomgeving: vergroenen van steden en verbeteren van luchtkwaliteit 8 sociaal welzijn: creëren van inclusieve en veilige gemeenschappen 9 economische ontwikkeling: duurzame economische groei en betere mobiliteit

De omgevingsvisie wordt momenteel geactualiseerd en is naar verwachting in 2026 gereed

Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle

-

de nadruk ligt op het versterken van bestaande steden en dorpen door binnenstedelijke verdichting klimaat robuuste oplossingen staan centraal integrale oplossingen voor klimaat en water, mobiliteit, economie en wonen, om synergiën te benutten

er zijn zeven ontwikkelingsprincipes opgesteld om invulling te geven aan de bouw van 50.000 woningen in de regio: 1 zuinig omgaan met ruimte 2 klimaataanpak bij de bron 3 nieuw helpt bestaand met transitie opgaven 4 passend woonaanbod voor iedereen 5 voorrang aan voetganger, fietser en OV 6 vergroten van regionaal economisch elan 7 lokale identiteit behouden Regionale Energiestrategie (RES 1.0) West-Overijssel (2021)

de RES 1.0 West-Overijssel heeft de volgende doelstellingen: opwek van duurzame energie: realiseren van 1,8 TWh duurzame energieopwekking door zon en wind in 2030 met een verhouding van 60 % wind en 40 % zon netwerk: afstemmen van energieprojecten met het elektriciteitsnetwerk regionaal en lokaal om transport schaarste te voorkomen en systeemefficiëntie te verbeteren warmte: · verkennen van regionale warmtetechnologieën zoals geothermie en groen gas · het ondersteunen van lokale warmteprojecten participatie: minimaal 50 % van de duurzame energieprojecten in lokaal eigendom om maatschappelijke acceptatie te verhogen en opbrengsten lokaal te houden

Regionale woonzorgvisie WestOverijssel (2024)

doelen: flexibele en duurzame nultredenwoningen; meer tussenvoorzieningen tussen zelfstandig wonen en verpleeghuiszorg; ouderenwoningen in zorgzame gemeenschappen; bevorderen van doorstroming; creëren van dementievriendelijke wijken; behoeften: basisscenario (2030): landelijke prognoses die door het Rijk zijn opgesteld. Dit betekent voor gemeente Zwartewaterland: · 30 nultredenwoningen; · 15 geclusterde woningen; · 40 zorggeschikte woningen; -

10 | 25

trendscenario (2030): hierbij gaat een groter deel van de mensen met een WLZindicatie buiten een woonzorgcentrum wonen, waardoor de opgave van geclusterde woningen toeneemt. Dit betekent voor gemeente Zwartewaterland: · 140 nultredenwoningen; · 140 geclusterde woningen; · 40 zorggeschikte woningen

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Beleid

Kaderstellende ambitie

Actualisatie Woondeal WestOverijssel 2025 tot en met eind 2030: wonen met kwaliteit (2025)

in de Woondeal ‘Wonen met Kwaliteit’ (december 2022) heeft de provincie Overijssel en West-Overijsselse gemeenten vastgelegd welke bijdrage regio West-Overijssel in de periode tot en met eind 2030 levert aan de nationale ambities op het gebied van woningbouw. In de woondeal is opgenomen dat gemeente Zwartewaterland in de periode 2024 tot en met eind 2030 559 woningen toevoegt (Tag West, Binnenveld I en Hasselt om de Weede)

Brief college Regionale programmeringsafspraken bedrijventerreinen 2023-2026 (09-05-2023)

-

-

Ruimtelijk economische bouwsteen Regio Zwolle 2040 (2024)

doorlopend bewaken van de balans tussen vraag en aanbod van bedrijventerreinen; ontwikkelen van toekomstbestendige bedrijventerreinen; verbeteren van de kwaliteit van de bedrijventerreinen (inclusief bodem, water, circulariteit, duurzaam gebruik, gezonde en groene leefomgeving, groene energie, zorgvuldig ruimtegebruik en regionale/lokale meerwaarde); ruwe inschatting voor Zwartewaterland: · vraag naar 10 - 30 hectare met een kleinschalige vraag, omvang vanaf 3 ha valt hierbuiten; · voor de categorie grootschalige distributie is regionaal tussen de 106-165 ha geprognotiseerd, waarbij de planologische invulling per geval/plan gemotiveerd moet worden. Voor Zwartewaterland zou dit gaan om bijvoorbeeld watergebonden industrie, de bouwsector of de tapijtindustrie

ruimtelijke ontwikkelprincipes: zuinig met ruimte: benut bestaand en cluster in (deel) regio, havens, corridors; biedt ruimte voor transitie economie; nieuw helpt bestaand: schuifruimte voor transitie; werk aan economisch elan: ruimte voor vernieuwing economie; regionale identiteit: meerwaarde voor (sub) regionale veranderkracht; regio Zwolle staat voor een groeiopgave van 50.000 woningen en 20,000 arbeidsplaatsen. Dit vraagt om investeringen in infrastructurele ontsluiting, op het gebied van wegen, havens, spoorlijnen, energienetwerken en watersystemen de bouwsteen zet in op grootschalige bedrijfsvestigingen en de doorontwikkeling van innovatie omgevingen

2.1.2

Lokaal beleid

Wonen Zwartewaterland is een gemeente met unieke en vitale kernen en een goed woon- en leefklimaat. De ambitie is dat iedereen met wortels in de gemeente kan (blijven) wonen. De nadruk qua woningen moet liggen op woningen die betaalbaar zijn en passen bij de behoefte van alleenstaande jongeren, starters, gezinnen en ouderen, in het bijzonder voor mensen met een maatschappelijke binding met de gemeente. Om te voldoen aan de groei van kleinere huishoudens wordt bij nieuwe plannen gefocust op kleinere woningen (<80 m2). Ook wil de gemeente uitgaan van gemengd wonen en in elke kern ruimte bieden aan bijzondere woonvormen. De woningbouw moet bijdragen aan het karakter en de ruimtelijke en sociale kwaliteit van de kernen, het buitengebied en het kenmerkende landschap. De vraag naar woningen is het grootst in Hasselt, mede doordat in deze kern veel mensen van buitenaf een woning zoeken, gevolgd door Genemuiden en Zwartsluis. De programmering is als volgt: - in 2030 minimaal 775 woningen: 290 in Hasselt, 265 in Genemuiden, 170 in Zwartsluis en 40 in Kamperzeedijk; - tot 2040 is er naar verwachting een aanvulling van 675 woningen benodigd; - ter compensatie van mogelijke tegenvallers kiest de gemeente ervoor 130 % van de woonbehoefte te programmeren.

De gemeente streven dus naar een woningbouwprogramma van 1.010 woningen; - hanteren verdeling 30-40-30 (sociale huur, middenhuur/betaalbare koop, overig);

11 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

-

verdeling prijssegmenten tot en met 2030: · sociale huur: 30 % (+/- 300 woningen); · midden huur 5 % (+/- 50 woningen); · goedkope koop 15 % (+/- 150 woningen); · middel dure koop 20 % (+/- 200 woningen); · overig (dure koop en vrije huur) 30 % (+/- 300 woningen).

Tabel 2.2 Overzicht woningbehoefte en programmering (Bouwsteen wonen, 2025) Gebied

Woningbehoefte tot en met 2030

Aantal te programmeren woningen tot en met 2030

Genemuiden

265

± 345

Hasselt

290

± 380

Zwartsluis

170

± 220

Kamperzeedijk

40

± 50

Buitengebied

eigen woningvraag

eigen woningvraag

775

1.010

Totaal

De gemeente wil de kansen verkennen om woningen toe te voegen door bijvoorbeeld transformatie van bedrijventerreinen, herstructurering, woningsplitsing en optoppen. Zij zet in op kleinschalig woningbouw met voldoende groen, water, ruimte voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en ruimte voor bewegen, ontmoeten, sporten en spelen. Laagbouw is de norm, hoogbouw moet deugdelijk gemotiveerd worden en passen bij de waarden en ambities van het gebied. Wonen is leidend ten opzichte van parkeren. Wonen op bedrijventerreinen is niet toegestaan, met uitzondering van de bedrijfswoningen die in het verleden al zijn toegestaan en met uitzondering van Waterfront in Hasselt en de zuidkant van het Meppelerdiep. Ook wil zij inzetten op een adaptieve programmering en het gefaseerd ontwikkelen van woningbouwplannen en locaties. Genemuiden - extra inzet op betaalbare koopwoningen voor lokale starters. Ook is er ruimte voor gestapelde woningbouw van 3 tot 5 verdiepingen, bij voorkeur centraal gelegen in Genemuiden. Hasselt - inzet op betaalbare huur- en koopwoningen voor lokale starters. Zwartsluis - inzet op woningbouwlocaties nabij het water naast reguliere locaties; - verkenning of - en zo ja in welke vorm - er met hoger bouwen (maximaal 3 à 4 lagen) aan de woonbehoefte kunnen voldoen.

Kamperzeedijk - voor Kamperzeedijk geldt dat er hoofdzakelijk wordt ingezet op betaalbare en middel dure grondgebonden koopwoningen. Als er uitbreiding in de sociale huursector plaatsvindt, dan zijn dit uitsluitend grondgebonden woningen; - behouden van de jongere generatie en maatwerk bieden voor de oudere generatie. De school is in Kamperzeedijk van belang voor de leefbaarheid, om de school in stand te houden zijn er leerlingen nodig. Hierom is het belangrijk dat jonge gezinnen zich kunnen vestigen in de kleine kernen en in het buitengebied.

12 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Economie De gemeente Zwartewaterland beschikt op dit moment niet over een actuele gemeentelijke economische visie. Op basis van een contourennotitie is hier een aanzet hiertoe gemaakt. Hieruit komt naar voren dat de kracht van Zwartewaterland ligt in enkele kenmerkende economische pijlers. Allereerst is er het sterke industriële tapijtcluster rondom Genemuiden en Hasselt. Dat cluster heeft zowel nationaal als internationaal een vooraanstaande positie. Daarnaast kent Zwartsluis een concentratie van maritieme maakindustrie in de scheeps- en jachtbouw. Tot slot laat de gemeente Zwartewaterland zich in economisch verband kenmerken door een sterke bouwsector. De tapijtindustrie, de bouwsector en ook de scheepsbouw zijn diepgeworteld in de lokale gemeenschap en profiteren bovendien van onderlinge samenhang. Economische ambities op basis van omgevingsvisie en regionale programmeringsafspraken - het is een nationale doelstelling om in 2050 over een circulaire economie te beschikken; - de gemeente streeft naar een goede bereikbaarheid van de werklocaties en een goed woon- en leefklimaat om inwoners aan te trekken; - de gemeente wil blijven inzetten op de sterke en kansrijke bedrijvigheid, dit zijn de tapijt- en textielindustrie, watergebonden industrie en bouw- en nijverheidsbedrijven.

Deze bedrijven krijgen de ruimte, binnen de gestelde kaders voor duurzaamheid en ruimtelijke inpassing; - er moet worden ingezet op het efficiënt gebruiken van de bestaande ruimte op de bedrijventerreinen. Op de bedrijventerreinen wordt een hoge bouwhoogte gehanteerd om zo efficiënt en zuinig mogelijk gebruik te maken van de ruimte. De gemeente gaat na of er nog ruimte beschikbaar is op de bestaande terreinen, of dat er door herschikking of herstructurering ruimte gemaakt kan worden. Pas wanneer er geen mogelijkheden zijn gaat de gemeente over tot aanleg van nieuw terrein. Deze nieuwe terreinen zorgen ook voor schuifruimte voor bestaande terreinen waar bedrijven weg moeten door de groei van andere bedrijven op de locatie. Hierover zijn in West Overijssel programmeringsafspraken gemaakt; - de bedrijven die willen uitbreiden worden bij voorkeur bediend vanuit de eigen kern. Ook hier gaat inbreiding dus boven uitbreiding. Er is slechts ruimte voor beperkte uitbreiding, mits dit geen onevenredige nadelige effecten heeft op de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten; - nieuwe bedrijventerreinen moeten toekomstbestendig zijn, hierbij moet aandacht zijn voor: de bodem, water, circulariteit, duurzaam gebruik, een gezonde en groene leefomgeving, groene energie, zorgvuldig ruimtegebruik en regionale en lokale meerwaarde.

De terreinen moeten bereikbaar zijn voor fietsers en via het openbaar vervoer; - met ondernemers aandacht besteden aan de kwaliteit van bedrijventerreinen. Natuur en landschap - de gemeente Zwartewaterland heeft een uniek landschap. Zo maakt de gemeente deel uit van Nationaal Landschap IJsseldelta. Voor heel de gemeente geldt dat inbreiding boven uitbreiding gaat. Bij het aanwijzen van ontwikkellocaties is het een belangrijke voorwaarde dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het karakter en de kwaliteit van het landschap (ruimtelijk en sociaal); - de ontwikkelingen mogen geen onevenredige afbreuk doen aan het karakteristieke open landschap, het (cultuur)historisch dijk- en wegen patroon, of het groene netwerk van de gemeente. In de bouwsteen over het buitengebied worden de landschappelijke karakteriseringen opgenomen; - nieuwe ontwikkelingen mogen geen onevenredige afbreuk doen aan recreatieve gebieden; - de gemeente wil de groenstructuur in de kernen uitbouwen tot een stevig groen raamwerk dat verbindingen legt met de grote groenzones, parken, water en het buitengebied. Verkeer en mobiliteit De gemeente ambieert de werking van het STOMP-principe. Gemotoriseerd verkeer De gemeente heeft over het algemeen een goede bereikbaarheid voor de auto. De gemeente wil de doorgaande verkeersstromen zo veel mogelijk buiten de woonkernen houden.

Wel is de parkeerdruk in het centrum van Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis hoog. Hierdoor komt de leefbaarheid onder druk te staan. De gemeente wil per situatie maatwerk leveren. Bijvoorbeeld door het aantal blauwe zones uit te breiden. Hierdoor zal de parkeerdruk mogelijk verschuiven naar de randen van de centra, daarom wil de gemeente aan de randen de parkeercapaciteit uitbreiden.

13 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Openbaar vervoer De gemeente wil de bereikbaarheid van het centrum en het bedrijventerrein verbeteren voor mensen die met het openbaar vervoer naar Genemuiden komen. Ook wil de gemeente onderzoeken of het OV in Zwartsluis verbeterd kan worden. Langzaam verkeer De gemeente wil de voorzieningen voor fietsers en wandelaars vergroten. Het gaat om de verkenning van een fietspad langs het Zwarte Water en het verbeteren van de mogelijkheden op het industrieterrein. Ook wil de gemeente een fietsveilige ontsluiting voor nieuwe woonkernen. Water en bodem - het is een nationale doelstelling om in 2050 water robuust en klimaatbestendig te zijn; - bij het aanwijzen van nieuwe ontwikkellocaties klimaatadaptatie vanaf het begin van het proces integraal worden meegenomen in het besluitvormingsproces. Er zijn problemen met droogte, de grondwaterstand en bodemdaling. Wateroverlast voor woningen en bedrijfsgebouwen is in alle kernen een knelpunt. In Genemuiden speelt dit het meest, mede door de afwatering van bedrijventerreinen. De verstening leidt tot hittestress en de bodemdaling verergert de wateroverlast. Het waterbergingssysteem in de gemeente moet worden verbeterd. Ook moet er worden ingezet op meer groen in en rond de centra, groenarme delen en bedrijventerreinen. In het groenbeleidsplan zijn er per kern kansen aangeduid.

Daarnaast moeten nieuwbouwwoningen zo veel mogelijk toekomstbestendig zijn; - de zeespiegelstijging leidt tot een hoger waterpeil van het IJsselmeer en de verbonden wateren. Het risico op overstroming door een dijkdoorbraak bij hoogwatersituaties neemt toe. Dit leidt vooral (in het buitengebied) van Genemuiden tot een knelpunt. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling moet worden bekeken of deze een bijdrage kan leveren aan verdere compartimentering van de woonwijken van Genemuiden en zo mogelijk ook (delen van) het bedrijventerrein, om zo de risico’s bij een overstroming te minimaliseren. Energie De gemeente heeft zoekgebied Genne-Holten aangewezen als gebied voor energieopwekking. Het uitgangspunt is om minimaal 50 GWh op te wekken, met 20 GWh per windturbine als uitgangspunt. Provincie Overijssel en gemeente Zwartewaterland hebben daarbij afgesproken dat de gemeente Zwartewaterland maximaal 60 GWh aan duurzame energie door wind op land wordt opgewekt in 2030. Hierbij gaat de provincie Overijssel uit van maximaal 20 GWh aan opgewekt vermogen per windturbine.

2.2

Opgaven, ruimteclaims en uitgangspunten

2.2.1

Opgaven

De volgende opgaven spelen een belangrijke rol in de tweede herziening van de omgevingsvisie: - in hoeverre kan de ambitie voor de uitbreiding van de woningvoorraad en het ruimte bieden aan bedrijvigheid samengaan en landen in de beschikbare ruimte en het unieke landschap? - in hoeverre kan de voorziene groei samengaan met mobiliteit en het voorzieningenaanbod? - in hoeverre past de ambitie voor de uitbreiding van de woningvoorraad en het ruimte bieden aan bedrijvigheid bij actuele opgaven zoals water- en bodem sturend werken en netcongestie?

2.2.2

Parallelle ambities met ruimteclaims

In het beleid worden de volgende ambities genoemd die een ruimteclaim met zich meebrengen en daarom relevant zijn voor de tweede herziening van de omgevingsvisie. Genemuiden - groenstructuur uitbreiden en laten aansluiten op groenzones, parken, water en het buitengebied; - de wens is om ruimte te reserveren voor parkeren aan de randen van de kern.

14 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Hasselt - groenstructuur uitbreiden en laten aansluiten op groenzones, parken, water en het buitengebied; - versterken en herinrichten groene gordel rondom de oude binnenstad van Hasselt; - entree van Hasselt opnieuw inrichten, aantrekkelijk maken en ruimte toevoegen voor voetgangers; - wandelpad over het Diamanten Bolwerk, langs Haven de Beer maken; - de wens is om ruimte te reserveren voor parkeren aan de randen van de kern. Zwartsluis - groenstructuur uitbreiden en laten aansluiten op groenzones, parken, water en het buitengebied; - parkgebied Piepertkolk laten aansluiten op natuurgebied de Wieden; - de wens is om ruimte te reserveren voor parkeren aan de randen van de kern. Het buitengebied - verzwaring van de 380 kV verbinding Ens-Zwolle, dit doorkruist het buitengebied van Hasselt en de Mastenbroekerpolder; - de aanwijzing van zoekgebieden voor wind- en zonne-energie, waarbij het zoekgebied Genne-Holten prioriteit heeft; - fietspad aanleggen langs het Zwarte Water; - natuurgebied Zwartsluis toegankelijk maken voor wandelaars.

2.2.3

Beleidsmatige uitgangspunten

Inbreiding gaat voor uitbreiding Inbreiding is een verzamelnaam geworden voor vele typen gebiedsveranderingen. Mogelijkheden voor het toevoegen van met name woningen in de bestaande bebouwing zijn een belangrijke ontwikkelrichting. Uitgangspunt is dat nieuwe woningen nabij voorzieningen gerealiseerd worden. Onder inbreiding valt bijvoorbeeld het herontwikkelen van leegstaande of leegkomende gebouwen, verdichting door bijvoorbeeld hoger bouwen of door delen van open terreinen te bebouwen, het veranderen van een bestemming naar een woonbestemming en het daadwerkelijk bebouwen van gebieden die bedoeld (bestemd) zijn voor bebouwing, maar nog niet gerealiseerd. Alleen indien inbreiding niet realistisch of haalbaar is kan worden overgegaan tot uitbreiding. Water en bodem is leidend Vooral voor de uitbreidingsgebieden is het belangrijk om het bodem- en watersysteem te beoordelen op mogelijkheden en risico’s. We onderzoeken wat bodemdaling (veen) en CO2-uitstoot voor effecten hebben op bebouwingsmogelijkheden. De gemeente wil bijvoorbeeld voorkomen dat woningen in de toekomst verzakken. Bij inbreidingslocaties wordt de afweging gemaakt of herinrichting van bestaand gebied of nieuwbouw op terreinen leidt tot ongewenste effecten, zoals noodzakelijke of gewenste ruimte voor wateropvang bij extreme buien, het tegengaan van hittestress en droogte of ruimte voor spelen en bewegen.

Bij uitbreiding in het buitengebied is landschappelijke inpassing noodzakelijk De gemeente Zwartewaterland heeft een uniek landschap. Bij het aanwijzen van ontwikkellocaties is het belangrijk dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de landschappelijke inpassing en de aanwezige groene structuren. De ontwikkelingen mogen geen onevenredige afbreuk doen aan het karakteristieke open landschap, het (cultuur)historische dijk- en wegenpatroon, of het groene netwerk van de gemeente. Zie ook het Landschapsontwikkelingsplan, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en het Groenbeleidsplan.

15 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Zachte randvoorwaarden - water en groen moet beschikbaar zijn in de nabije omgeving; - bouwen nabij de bestaande voorzieningen; - uitvoering geven aan het STOMP-principe; - groenstructuur in de kernen uitbouwen tot een stevig groen raamwerk dat verbindingen legt met de grote groenzones, parken, water en buitengebied.

16 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

3 ALTERNATIEVENONTWIKKELING | WAAR WIL DE GEMEENTE NAARTOE? Dit hoofdstuk beschrijft de alternatievenontwikkeling die wordt toegepast.

3.1

Ontwikkeling alternatieven

Als onderdeel van het plan-MER worden er alternatieven ontwikkeld voor de tweede herziening van de omgevingsvisie. De alternatieven gelden als zogeheten ‘redelijke alternatieven’ vanuit de mer-regelgeving. Er worden twee alternatieven ontwikkeld. Deze alternatieven hebben als doel om inzicht te geven in de gevolgen van ruimtelijke keuzes. Beleidskeuzes zijn in verschillende bandbreedtes opgenomen in de twee alternatieven. De alternatieven helpen bij de te maken afwegingen voor de tweede herziening van de omgevingsvisie. De alternatieven worden vormgegeven op basis van ontwerpend onderzoek. Met ontwerpend onderzoek wordt verwezen naar een proces waarbij het doen van onderzoek en het (direct) implementeren van mogelijke oplossingen in een proces verweven zijn. Dit is de reden waarom de alternatieven vooralsnog niet opgenomen zijn in de NRD. De alternatieven worden opgesteld met beleidsmedewerkers van de gemeente Zwartewaterland. De invulling van de programmering voor woon- en werklocaties is hierbij leidend. Voor de ontwikkeling van de alternatieven worden de volgende stappen gevolgd: 1 in beeld brengen van de wettelijke en beleidsmatige kaders; 2 de aanwijzing van ontwikkellocaties voor wonen en bedrijvigheid is niet overal mogelijk. Daarom worden in de alternatievenontwikkeling met behulp van een GIS-analyse de ruimtelijke belemmeringen in kaart gebracht.

Deze kaarten geven inzicht in waar ontwikkellocaties zijn uitgesloten (rode gebieden) en waar ontwikkellocaties mogelijk wel verkend kunnen worden (oranje gebieden). De zogeheten rode gebieden worden uitgesloten op basis van de volgende factoren: · ruimtelijke claims in omgeving (woningbouw, RES); · bestaande structuren (wegen, wonen); · aanwezigheid van beschermde natuurgebieden (Natura 2000- en NNN-gebied; · nabijheid van energie-infrastructuur (bovengronds en ondergronds, niet in een beschermingszone); · nabijheid van risicobronnen (niet in een aandachtsgebied); · waterveiligheidsassets (o.a. primaire waterkeringen, niet in een beschermingszone); 3 opzoeken van de hoeken van het speelveld (zie paragraaf 3.2).

3.2

Alternatieven

Er worden twee alternatieven ontwikkeld. De bouwstenen visie energietransitie en visie buitengebied worden geïntegreerd in de tweede herziening en zijn ten tijde van het opstellen van de tweede herziening reeds vastgesteld. Vastgestelde bouwstenen worden daarom als constante factor opgenomen en worden beschouwd als ‘het basisalternatief’. In het andere alternatief wordt gevarieerd op het bouwprogramma.

17 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Daarnaast wordt bij de formulering van de alternatieven rekening gehouden met onder andere de volgende elementen: - opgaven, trends en ontwikkelingen (programmering voor woon- en werkgebieden); - vertaling van het voornemen: alleen mogelijke ruimtelijke keuzes voor het behalen van de nieuwe opgaven worden onderzocht, bijvoorbeeld rekening houdend met Natura-2000 gebieden; - de fase waarin een ruimtelijke keuze zich bevindt: ruimtelijke keuzes waarover al besluitvorming is geweest (zoals de harde planvoorraad) maken deel uit van de referentiesituatie; - de ruimte die potentieel kan worden benut als toekomstige oplossing voor een opgave of probleem (de zogenoemde ‘hoeken van het speelveld’, te verkennen via ontwerpend onderzoek). De locaties die onderdeel uitmaken van de alternatieven worden vervolgens inhoudelijk beoordeeld middels het beoordelingskader (zie paragraaf 4.2).

18 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT? Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeksaanpak die wordt toegepast.

4.1

Aanpak van het MER

Het plan-MER wordt als onderzoeksmiddel ingezet tijdens de ontwikkeling van de tweede herziening van de omgevingsvisie. Tijdens het opstellen van de tweede herziening van de omgevingsvisie worden keuzes mogelijk gemaakt die mogelijk effect hebben op het milieu en de leefomgeving. Het ontwerpend plan-MER brengt tijdens dit ontwerpproces in beeld wat deze mogelijke effecten zijn en wat de bandbreedte is van deze effecten op het milieu en de leefomgeving. De wisselwerking tussen het spoor van de tweede herziening van de omgevingsvisie en het MER-spoor faciliteren wij middels ‘ontwerploops’. Een ontwerpend plan-MER geeft tijdig inzicht in met welke keuzes negatieve effecten te beperken zijn en met welke keuzes juist kansen ontstaan. Zo toetst het plan-MER dus niet enkel achteraf op haalbaarheid, maar faciliteert het, met tussenproducten, de ontwikkeling van de visie. Met inzichten vanuit het plan-MER worden de keuzes in de tweede herziening van de omgevingsvisie onderbouwd en wordt er in beeld gebracht wat, onder welke voorwaarden, mogelijk is. Het gekozen voorkeursalternatief wordt ook beoordeeld in het plan-MER. Ook worden randvoorwaarden, aandachtspunten en onzekerheden vastgelegd in het plan-MER, zodat daar in de beleidsuitwerking aandacht aan besteed kan worden.

Onderzoeksaanpak voor het MER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit de volgende stappen: 1 het beschrijven van de huidige situatie; 2 het opstellen van een beschrijving van de referentiesituatie voor het plan-MER; 3 het ontwikkelen van alternatieven voor de tweede herziening van de omgevingsvisie; 4 het beschrijven en beoordelen van de effecten op milieu en leefomgeving van alternatieven en deze vastleggen in een rapport, het plan-MER. Via expert judgement worden op hoofdlijnen de effecten van de alternatieven in beeld gebracht; zodoende geeft het plan-MER-spoor ontwerpprincipes mee; 5 het uitwerken van de tweede herziening van de omgevingsvisie welke potentiële locaties omvat en het in beeld brengen van de effecten op het milieu en de leefomgeving van deze tweede herziening; 6 het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing in de uitwerking van de tweede herziening van de omgevingsvisie. Bij het beschrijven en beoordelen van de referentiesituatie en de effecten van de alternatieven en de tweede herziening van de omgevingsvisie (voorkeursalternatief) wordt een beoordelingskader gehanteerd. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het plan-MER en aspecten en criteria waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. Paragraaf 4.2 licht het beoordelingskader toe.

19 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Situaties in het onderzoek In het plan-MER worden op allerlei aspecten van milieu en leefomgeving informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: 1 huidige situatie: de huidige staat van de leefomgeving; 2 referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook voordoen als de tweede herziening van de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Voor het jaar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen. In het plan-MER wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt voor het schetsen van de referentiesituatie. In de referentiesituatie is de eerste herziening van de omgevingsvisie de basis; 3 alternatieven: de alternatieven schetsen twee uitersten voor de gemeente Zwartewaterland; 4 tweede herziening van de omgevingsvisie (voorkeursalternatief): de tweede herziening bevat de keuzes voor woon- en werklocaties in de gemeente Zwartewaterland en de implementatie van de bouwstenen visie buitengebied en visie energietransitie. In het plan-MER vervult de tweede herziening van de omgevingsvisie de rol van het ‘voorkeursalternatief’.

4.2

Beoordelingskader

Het beoordelingskader is het centrale onderdeel van het plan-MER. Het beoordelingskader bevat een uitwerking van de onderzoeksthema’s in het plan-MER en aspecten en indicatoren waarmee effecten gestructureerd in beeld gebracht worden. Wijze van beoordeling In het plan-MER worden in totaal 23 aspecten beschreven en beoordeeld voor de huidige situatie, referentiesituatie, de alternatieven en het voorkeusalternatief. De beoordeling wordt gebaseerd op een trapsgewijze indeling. Als de hoogste treden niet aanwezig dan wel beschikbaar is, wordt overgegaan tot een beoordeling op basis van de onderliggende trede: 1 behalen van wettelijke normen (bijvoorbeeld vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving); 2 behalen van advieswaarden (bijvoorbeeld WHO); 3 behalen van gemeentelijke beleidsdoelen; 4 enkel in de huidige situatie: vergelijking met gemiddelde van provincie Overijssel en/of Nederland; 5 expert judgement: kwalitatieve beschrijving en beoordeling uitgevoerd door een adviseur opgeleid in het aspect, bijvoorbeeld op basis van richtlijnen en handreikingen. Beoordelingskader Het beoordelingskader staat in tabel 4.1. Het beoordelingskader is opgebouwd vanuit de 3 P’s: people, planet en profit. De 3 P’s zijn onderdeel van het principe van duurzaam ontwikkelen.

Tabel 4.1 Beoordelingskader Pijler

Thema

Aspecten

Indicatoren

people

gebruiksfuncties

woningaanbod

balans vraag en aanbod, inclusief betaalbaarheid

voorzieningenaanbod

aanbod van scholen, supermarkten en huisarts in de nabije omgeving

sociale veiligheid

mate van sociale veiligheid

geluidbelasting en trillingen

blootstelling aan geluidshinder

luchtkwaliteit

concentratie fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2

geur

hinder door geur

milieu en gezondheid

20 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Pijler

planet

Thema

natuur en landschap

Aspecten

Indicatoren

omgevingsveiligheid

plaatsgebonden risico aandachtsgebieden

gezondheidsbevordering

bevordering van gezond gedrag

beschermde natuurgebieden

Natura 2000 NNN-gebieden weidevogelgebied

soortenbescherming

beschermde soorten en rode lijst soorten

landschap en cultuurhistorie

aanwezigheid landschappelijke en cultuurhistorische waarden aanwezigheid aardkundige en archeologische waarden

water en bodem

profit

droogte en bodem

mate van bodemdaling

bodemkwaliteit

aanwezigheid bodemverontreiniging

wateroverlast

risico op wateroverlast door hevige regenval

waterveiligheid

risico op overstromingen (overstromingskans- en diepte)

hittestress

mate van verharding nabijheid groen

waterkwaliteit

KRW-doelen

economie

vestigingsklimaat

kwaliteit, omvang, toegankelijkheid en arbeidsmarktpotentieel van het vestigingsklimaat

energie en klimaatmitigatie

energiebeschikbaarheid

potentie van duurzame energiesystemen

emissie broeikasgassen

CO2-uitstoot door mobiliteit, energie en gebouwde omgeving

bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer

vervoersbewegingen gemotoriseerd verkeer

bereikbaarheid en toegankelijkheid openbaar vervoer

serviceniveau openbaar vervoer

bereikbaarheid langzaam verkeer

netwerkkwaliteit en -gebruik langzaam verkeer

verkeer en mobiliteit

4.3

Beoordelingsschaal

Beoordeling huidige situatie en referentiesituatie De huidige situatie en referentiesituatie wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingsschaal uit tabel 4.2.

21 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Tabel 4.2 Beoordeling van de huidige situatie en referentiesituatie Beoordeling

Toelichting

goed

de staat is goed, er zijn geen knelpunten

overwegend goed

de staat is overwegend goed, lokaal zijn er wat knelpunten

redelijk

de staat is redelijk, verspreid zijn er enkele knelpunten

matig

de staat is matig, er zijn redelijk wat knelpunten

slecht

de staat is slecht, er zijn redelijk veel knelpunten

Beoordeling alternatieven en voorkeursalternatief Voor elk van de alternatieven en het voorkeursalternatief worden de effecten per indicator beschreven en uiteindelijk op aspectniveau beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. De beoordeling van de milieueffecten wordt gedaan ten opzichte van de referentiesituatie met behulp van de beoordelingsschaal in tabel 4.3.

Tabel 4.3 Beoordelingsschaal voor de effecten Score

Toelichting

++

zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie, risico op niet voldoen aan wettelijke normen

Beoordeling doelbereik voorkeursalternatief Naast de effectbeoordeling wordt voor het voorkeursalternatief inzichtelijk gemaakt in welke mate het voorkeursalternatief bijdraagt aan het behalen van de doelen (ambities) van de gemeente Zwartewaterland. Hiervoor geldt de maatlat die is weergegeven in tabel 4.4.

Tabel 4.4 Beoordelingsschaal voor het doelbereik van het voorkeursalternatief Beoordeling

Toelichting

hoge potentie

hoge potentie voor behalen van het doel

beperkte potentie

beperkte potentie voor behalen van het doel

geen potentie

geen potentie voor behalen van het doel

4.4

Plan- en studiegebied

De tweede herziening van de omgevingsvisie richt zich op het gehele grondgebied van de gemeente Zwartewaterland. Dat geldt ook voor de bouwsteen visie energietransitie. De bouwsteen ontwikkellocaties wonen en bedrijvigheid richt zich op het zoeken naar inbreidingslocaties in de kernen Genemuiden, Hasselt, Zwartsluis en Kamperzeedijk en naar uitbreidingslocaties direct rondom deze kernen voor de realisatie van de ambities voor woningbouw en economie.

22 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

De bouwsteen visie buitengebied richt zich op het buitengebied. Indien milieueffecten optreden in gebieden die de gemeentegrenzen overschrijden dan wordt dit bij het betreffende aspect aangeduid en beschreven.

4.5

Detailniveau van het onderzoek

Het plan-MER voor de tweede herziening van de omgevingsvisie is een strategisch MER en sluit daarmee aan bij het abstractieniveau van de beleidskeuzes die worden voorgesteld in de omgevingsvisie. Dit betekent dat de effectbeoordeling kwalitatief en op basis van expert judgement op hoofdlijnen worden beschreven en beoordeeld. Waar mogelijk vindt kwantitatieve beoordeling plaats. Daarbij wordt gebruik gemaakt van open data en reeds uitgevoerde (beleids-)analyses. Deze bronnen worden voornamelijk gebruikt voor het bepalen van de huidige staat en kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De referentiesituatie en de alternatieven worden veelal kwalitatief of op basis van expert judgement beoordeeld. Het gaat om een beschrijving van de verwachte effecten en de onzekerheden per alternatief of overkoepelend voor alle alternatieven (afhankelijk van aspect en beschikbare informatie).

4.6

Monitoring en bijsturing

Op basis van de tweede herziening van de omgevingsvisie en het toegepaste beoordelingskader wordt in het plan-MER een voorzet gedaan voor een monitoringssystematiek, waarmee de huidige staat gevolgd kan worden en, indien nodig, kan worden bijgestuurd.

23 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

5 VERVOLG | WAT ZIJN DE VERVOLGSTAPPEN? 5.1

Inzage van de NRD

De NRD ligt gedurende 6 weken ter inzage. Tijdens deze termijn kan eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie, die in het milieueffectrapport moet worden opgenomen, kenbaar kunnen maken bij de gemeente Zwartewaterland. In een Reactienota geeft de gemeente Zwartewaterland na afloop van de inzage een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen, de reactie van de gemeente. Waar van toepassing worden de zienswijzen verwerkt in de milieueffectrapportage.

5.2

Procedure tweede herziening van de omgevingsvisie en MER

Een plan-MER volgt de stappen in de mer-procedure. De formele procedure start met een kennisgeving van het voornemen tot het opstellen van een plan-MER voor de tweede herziening van de omgevingsvisie. Op basis van de NRD (voorliggende notitie) heeft iedereen de gelegenheid gekregen te reageren. De reacties en adviezen worden voorgelegd aan het college, waarna de reikwijdte en het detailniveau van het plan-MER definitief worden vastgesteld. De vastgestelde NRD vormt daarna het vertrekpunt voor het plan-MER en het vertrekpunt voor het maken van de tweede herziening van de omgevingsvisie. Het plan-MER wordt uiteindelijk één van de achtergronddocumenten bij de tweede herziening van de omgevingsvisie en doorloopt daarmee de wettelijke procedure die daarbij hoort. Daarbij is ook weer gelegenheid voor iedereen om zienswijzen in te dienen voordat de tweede herziening van de omgevingsvisie (inclusief definitief plan-MER) vastgesteld wordt. Tabel 5.1 geeft de formele stappen van de mer-procedure en de tweede herziening van de omgevingsvisie weer.

Tabel 5.1 Formele stappen in de procedure (cursief: onderdeel van procedure moederbesluit) Stap

Uitleg

openbare kennisgeving

het voornemen om de tweede herziening van de omgevingsvisie te gaan opstellen en een plan-mer-procedure te doorlopen wordt openbaar aangekondigd door de gemeente Zwartewaterland

ter inzage leggen NRD

deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt 6 weken ter inzage gelegen. De zienswijzen worden beantwoord in een reactienota

raadpleging bestuursorganen

bestuursorganen die met het plan te maken kunnen krijgen, worden geraadpleegd over de reikwijdte en het detailniveau (artikel 16.38 Ow)

opstellen plan-MER

het plan-MER wordt opgesteld volgens de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau en de inhoudsvereisten uit de Omgevingswet (artikel 11.3 Ob)

opstellen plan, inclusief

de tweede herziening van de omgevingsvisie wordt opgesteld met motivering van mer

motivering mer en participatie

en participatie

24 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Stap

Uitleg

ter inzage leggen plan-MER als

het plan-MER wordt, gelijktijdig met het ontwerp voor 6 weken ter inzage gelegd.

bijlage van de ontwerp tweede

Eenieder kan een zienswijze indienen (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht)

herziening van de omgevingsvisie toetsingsadvies Commissie mer

de Commissie mer wordt om advies gevraagd over het plan-MER (artikel 16.39 Ow en 11.2 Ob)

vaststellen tweede herziening van

de Raad stelt de tweede herziening van de omgevingsvisie vast. In de tweede herziening

de omgevingsvisie

wordt aangegeven hoe met de resultaten van het plan-MER, participatie, de zienswijzen en het advies van de Commissie mer is omgegaan (artikel 11.4 Ob)

evaluatie van de effecten na

het is verplicht om (na realisatie) de daadwerkelijk optredende milieugevolgen van de

realisatie

uitvoering van het plan te monitoren en te evalueren (artikel 11.5 Ob)

25 | 25

Witteveen+Bos | 147255/25-017.310 | Definitief 02

Bijlage(n)

I BIJLAGE: BELEIDSANALYSE I.1

Bovenlokaal beleid

Rijksoverheid

Tabel I.1 Kaderstellende ambities beleid Rijksoverheid Beleid

Kaderstellende ambities

Nationale Omgevingsvisie (2020)

centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond (omgevingsinclusief beleid) de NOVI hanteert drie afwegingsprincipes: combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal afwentelen wordt voorkomen dit zijn de vier NOVI-prioriteiten: 1 ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie · water en bodem zijn sturend · voldoende zoet water van goede kwaliteit · maatregelen tegen verzilting, daling van het grondwaterpeil en verontreiniging · zuinig omgaan met water, water vasthouden en water bergen · rioolwaterzuiveringsinstallatie zet maximaal in op hergebruik van afvalwater · de omgeving is in 2050 klimaatbestendig en water robuust · waterveiligheid is gegarandeerd · klimaatneutraal in 2050 · circulaire economie in 2050 2 duurzaam economisch groeipotentieel 3 sterke en gezonde steden en regio’s: · goed bereikbaar netwerk · impuls aan woningbouw · leefomgeving bevordert een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie · luchtkwaliteit voldoet in 2030 aan advieswaarden van de WHO 4 toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: kringlooplandbouw in evenwicht met natuur en landschap; economische vitale landbouw

Voorontwerp Nota Ruimte (2024)

het voorontwerp Nota Ruimte onderscheidt 3 leidende principes. Inhoudelijk zijn deze gelijk aan de NOVI, de bewoording en de volgorde zijn wel aangepast. De 3 leidende principes bij oplossingen en een rechtvaardige verdeling van de schaarse ruimte, lusten en lasten zijn: 1 recht doen aan volgende generaties: niet afwentelen: goed voorouderschap is belangrijk. We schuiven problemen niet af naar elders of naar toekomstige generaties en we streven naar een eerlijke verdeling van de lusten en lasten 2 recht doen aan schaarste: meervoudig ruimtegebruik: Ruimte is schaars en waardevol. Daarom zoeken we waar het kan naar mogelijkheden voor slimme functiecombinaties en naar efficiënt ruimtegebruik met behoud van ruimtelijke kwaliteit 3 recht doen aan eigenheid: gebiedskenmerken centraal: We beschermen en benutten wat er is en ontwikkelen nieuwe, onderscheidende ruimtelijke kwaliteit. We werken aan lokaal passende oplossingen

Witteveen+Bos | 147255/25-017.472 | Bijlage I | Definitief 03

Beleid

Kaderstellende ambities het voorontwerp Nota Ruimte onderscheidt 3 bewegingen: 1 beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur 2 beweging naar een klimaat neutrale en circulaire samenleving · waar mogelijk besparen op gebruik van energie en grondstoffen · vraag en aanbod in samenhang optimaliseren · beter benutten en beschermen van het bestaande · strategisch uitbreiden 3 beweging naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland (woningbouwlocaties in balans met werklocaties en bereikbaarheid) de basis voor de 3 bewegingen is het water- en bodem sturend werken, met een inzet op het zoveel mogelijk regionaal oplossen van zoetwatervragen en reserveren van voldoende ruimte rond het hoofdwatersysteem om de effecten van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden. Ook wordt ingezet op ruimtelijke kwaliteit en brede welvaart

Programma Energiehoofdstructuur (2024)

het Programma Energiehoofdstructuur is de juridisch-beleidsmatige opvolger van de structuurvisies Buisleidingen, Wind op Land en Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het Programma Energiehoofdstructuur biedt inzicht in de (nieuwe) nationale energie-infrastructuur die in de toekomst nodig is, zoals hoogspanningskabels, buisleidingen, elektrolysers, regelbare centrales en plekken voor de opslag van energie. Dit met respect voor natuur, cultureel erfgoed en leefbaarheid. De PEH draagt zo bij aan de missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050 voor de gemeente Zwartewaterland is er tot 2030 een verzwaring van de 380 kVverbinding Ens-Zwolle voorzien, dit tracé doorkruist het buitengebied van Hasselt. Ook na 2030 wordt er een uitbreiding van de verbinding tussen Ens-Zwolle verwacht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16356294/1