Voorjaarsnota 2021
Tekst van het document
GOEDGEKEURD
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00297
Vergadering van 1 juni 2021 Team Staf Directie
Voorjaarsnota 2021 - Besluitvormend
Zaaknummer: 189284 Portefeuillehouder: Laura Werger Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen kennis te nemen van de Voorjaarsnota 2021.
Besluitpunt 2 Het college besluit de raad voor te stellen bij het opstellen van de programmabegroting 2022-2025 de volgende begrotingstechnische uitgangspunten te hanteren: A: De meerjarenbegroting 2022 – 2025 te baseren op reële inkomsten en uitgaven. B: Behoudens onttrekkingen uit de reserve Kapitaallasten en egalisatiereserves geen middelen te ramen vanuit een reserve ten behoeve van de reguliere exploitatie. C: Voor het begrotingsjaar 2022 de jaarschijf 2022 uit de meerjarenbegroting 2021 – 2024 te hanteren. D: De structurele doorontwikkeling van de lonen vooralsnog op 1,5% te stellen. E: De structurele prijsontwikkeling vast te stellen op 1,4%.
Besluitpunt 3 Het college besluit aan de raad voor te stellen bij het opstellen van de programmabegroting 20222025 de volgende besluiten te verwerken:
1/38
F: Het voorstel om de OZB heffing gebruikers niet-woningen over te hevelen naar de eigenaren nietwoningen zoals vorig jaar voorgesteld in de meerjarenbegroting te laten vervallen. De berekende meeropbrengsten van dit voorstel van €70.000 voor 2022 en €110.000 voor de jaren daarna gelijkelijk te verdelen over de gebruikers en eigenaren niet-woningen. G1: Jaarlijks een bedrag vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 voor het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen en deze te doteren aan een nieuw reserve. of G2: Het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken. H: Het pand De Hanzehof voor een bedrag over te nemen van €7.400.000, zijnde de boekwaarde van de Hanzehof. I: De afschrijvingslasten met betrekking tot het pand de Hanzehof gelijk in omvang te laten zijn met de huidige lasten van rente en aflossing inzake het pand de Hanzehof die na de overname door de gemeente verdwijnen. J: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 een bedrag ter beschikking te stellen van €937.500 ten behoeve van het gebouw de Hanzehof en dit bedrag te storten in een nieuwe voorziening Hanzehof.
K: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 ten behoeve van de Oude IJsselbrug een extra bedrag van €300.000 te doteren aan de reserve Bruggen. L1: Jaarlijks een bedrag van €500.000 vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 - 2025 voor het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid. of L2: Het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 - 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken.
Motivering Aanleiding en context Zie raadsvoorstel Beoogd effect Zie raadsvoorstel Argumenten Zie raadsvoorstel Kanttekeningen Zie raadsvoorstel Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadsvoorstel
2/38
Rapportage / evaluatie Zie raadsvoorstel Financiële consequenties Zie raadsvoorstel Risico’s Zie raadsvoorstel Personele consequenties n.v.t. Programmadoelen Programma 1. Bestuur Programma 2. Veilige stad Programma 3. Duurzame leefomgeving Programma 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee Programma 5. Aantrekkelijke stad, met een sterke economie Toelichting programmadoelen De Voorjaarsnota geeft de kaders aan voor de meerjarenbegroting 2022 - 2025 en daarmee heeft het betrekking op alle programma's.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
raadsvoorstel voorjaarsnota def nc 02062021.pdf voorjaarsnota 2021 def nc 02062021.pdf overzicht projecten vjn 2021.pdf overzicht kosten hanzehof vjn 2021.pdf
3/38
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma
Voorjaarsnota 2021 Algemene dekkingsmiddelen / Financiën keuzelijst
Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
oordeelsvormend Laura Werger Klaas Kamphuis 06-51984879.
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
kaderstellend geen ja
k.kamphuis@zutphen.nl controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: 1: Kennis te nemen van de Voorjaarsnota 2021. 2: Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025 de volgende begrotingstechnische uitgangspunten te hanteren: A: De meerjarenbegroting 2022 – 2025 te baseren op reële inkomsten en uitgaven. B: Behoudens onttrekkingen uit de reserve Kapitaallasten en egalisatiereserves geen middelen te ramen vanuit een reserve ten behoeve van de reguliere exploitatie. C: Voor het begrotingsjaar 2022 de jaarschijf 2022 uit de meerjarenbegroting 2021 – 2024 te hanteren. D: De structurele doorontwikkeling van de lonen vooralsnog op 1,5% te stellen. E: De structurele prijsontwikkeling vast te stellen op 1,4% 3: Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025 de volgende besluiten te verwerken: F: Het voorstel om de OZB heffing gebruikers niet-woningen over te hevelen naar de eigenaren nietwoningen zoals vorig jaar voorgesteld in de meerjarenbegroting te laten vervallen. De berekende meeropbrengsten van dit voorstel van €70.000 voor 2022 en €110.000 voor de jaren daarna gelijkelijk te verdelen over de gebruikers en eigenaren niet-woningen. G1: Jaarlijks een bedrag vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 voor het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen en deze te doteren aan een nieuw reserve.
of G2: Het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken.
4/38
1 van 12
H: Het pand De Hanzehof voor een bedrag over te nemen van €7.400.000, zijnde de boekwaarde van de Hanzehof. I: De afschrijvingslasten met betrekking tot het pand de Hanzehof gelijk in omvang te laten zijn met de huidige lasten van rente en aflossing inzake het pand de Hanzehof die na de overname door de gemeente verdwijnen. J: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 een bedrag ter beschikking te stellen van €937.500 ten behoeve van het gebouw de Hanzehof en dit bedrag te storten in een nieuwe voorziening Hanzehof. K: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 ten behoeve van de Oude IJsselbrug een extra bedrag van €300.000 te doteren aan de reserve Bruggen. L1: Jaarlijks een bedrag van €500.000 vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 voor het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid. of L2: Het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken.
5/38
2 van 12
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding Op 2 juli 2021 is het Voorjaarsgesprek. In dit Voorjaarsgesprek bespreekt u de uitgangspunten voor de programmabegroting 2022 – 2025. Tevens worden een aantal investeringsvoorstellen toegelicht en wordt ingegaan op de financiële consequenties rondom de overdracht van eigendom van de Hanzehof en het wegwerken van het achterstallig onderhoud bij de Hanzehof. Dit alles treft u aan in de Voorjaarsnota die als bijlage is toegevoegd aan dit raadsvoorstel.
Beoogd effect Een door de raad vastgesteld kader dat leidend is bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2022 – 2025.
Argumenten 1. Een kader is nodig om inhoud te geven aan de programmabegroting 2022 – 2025 De raad stelt in november 2021 de meerjarenbegroting 2022 – 2025 vast. Met de uitgangspunten, verwoord in de Voorjaarsnota, stelt u de financiële kaders vast voor deze programmabegroting. 2. De financiële ruimte voor investeringen is naar verwachting uiterst beperkt Het daadwerkelijke begrotingssaldo voor het jaar 2022 is pas begin juli bekend. Alle ingediende begrotingsmutaties worden dan beoordeeld en met bijbehorend advies voorgelegd aan ons college. In de afgelopen jaren is er veel bezuinigd waardoor zaken zijn blijven liggen. Wij zien op diverse fronten dat het niet langer verantwoord is om zaken niet uit te voeren en verwachten daarom flink wat aanvragen voor budgetuitbreiding. Tegelijkertijd weigert het Rijk nog steeds de structureel toegenomen last van de gemeente structureel te compenseren waardoor de extra financiële ruimte voor het jaar 2022 zeer gering of zelfs negatief kan zijn. In het laatste geval leidt dit tot bezuinigingen en lastenverzwaring om de meerjarenbegroting 2022 – 2025 structureel sluitend te maken. 3. Investeringen met hoge prioriteit krijgen hun plek in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 In de Voorjaarsnota wordt ingegaan op het hoge aantal projecten en plannen.
Een zorgpunt daarbij is dat veel plannen en projecten onvoldoende financiële dekking kennen en ook de formatie om het uit te voeren niet altijd in orde is. Dat vraagt om een heroriëntatie en keuzes maken welke plannen wel en welke niet doorgang moeten vinden. Dit proces vindt in het najaar 2021 plaats. Echter, een vijftal projecten hebben een zodanige prioriteit dat deze voorafgaande aan de heroriëntatie al een plek krijgen in deze Voorjaarsnota en daarmee in de meerjarenbegroting 2022 – 2025. 4. Het is goed om de belangrijkste begrotingsregels nog eens te benoemen In 2019 heeft de raad een aantal begrotingsprincipes geïntroduceerd die maken dat de financiën van ons weer een solide basis kennen en de financiële situatie toekomstbestendig is. Deze begrotingsprincipes zijn in tijden van begrotingstekorten niet altijd even eenvoudig toe te passen. Daarom is het goed deze principes in de Voorjaarsnota nog even op een rijtje te zetten.
6/38
3 van 12
5. Er wordt gedeeltelijk uitvoering gegeven aan de motie Regie over Cultuur De raad heeft een motie aangenomen op 29 maart 2021 die het college o.a. opdraagt te komen met een voorstel m.b.t. het vastgoed van de Hanzehof. In de Voorjaarsnota wordt hieraan uitvoering gegeven door te schetsen hoe een overname van het vastgoed van stichting de Hanzehof naar de gemeente Zutphen eruit kan zien. 6. Er wordt uitvoering gegeven aan de aangenomen motie inzake verkeer en verkeersveiligheid De raad heeft in de raadsvergadering van 1 juni 2021 een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen middelen ter beschikking te stellen in de Voorjaarsnota 2021 waarmee een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid wordt opgesteld en uitgevoerd. In de Voorjaarsnota is hier een apart hoofdstuk aan besteed. 7. In november 2020 is door de raad besloten dat er in de Voorjaarsnota 2021 wordt terugkomen op de maatregel 29 zoals genoemd in het overzicht Bezuinigingen spoor 2 De raad heeft tijdens de begrotingsbehandeling in november 2020 ingestemd met het besluit maatregel 29 van de lijst spoor-2 bezuinigingen voor het jaar 2021 te schrappen. Daarnaast is tijdens deze bespreking besloten om maatregel 29, de “schuif” van OZB heffing gebruikers niet-woningen naar OZB eigenaren niet-woningen, opnieuw te bespreken in de Voorjaarsnota 2021.
In deze Voorjaarsnota is een nieuw voorstel hieromtrent opgenomen. Kanttekeningen 1. Er is nog geen begrotingssaldo bekend Bij het opstellen van deze Voorjaarsnota is er nog geen begrotingssaldo bekend. Dit saldo is begin juli 2021 bekend. Op dat moment is ook beter in te schatten in hoeverre de voorstellen in de Voorjaarsnota 2021 uitvoerbaar zijn. Desondanks is het belangrijk om de plannen hier wel te noemen omdat anders een inhoudelijk kader voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025 ontbreekt. 2. De prioriteitenlijst 2022 kan nog wijzigen In de Voorjaarsnota is voor een vijftal projecten en plannen toegelicht wat de financiële consequenties zijn voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025 indien deze vijf projecten uitgevoerd worden. Deze prioritering kan nog gewijzigd worden door de raad, de raad bepaalt uiteindelijk welke plannen en projecten uitgevoerd gaan worden in de komende jaren. Risico’s Het risico is dat er enerzijds in de Voorjaarsnota concrete voorstellen worden gedaan m.b.t. investeringen en anderzijds het begrotingssaldo nog onbekend is. Het risico is dat er in de zomer een zodanig begrotingstekort ontstaat voor de jaren 2022 – 2025 dat de meerjarenbegroting niet meer structureel sluitend is te krijgen..
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering De genomen besluiten n.a.v. deze Voorjaarsnota zijn kaderstellend voor de nog te maken meerjarenbegroting 2022 – 2025. Deze programmabegroting heeft haar eigen communicatie en uitvoeringstraject.
7/38
4 van 12
Rapportage/evaluatie De besluiten vanuit de Voorjaarsnota krijgen hun plek in de meerjarenbegroting 2022 – 2025. Vervolgens wordt over de voortgang daarvan gerapporteerd in de twee buraps, de twee actualisaties van de buraps en in de jaarrekening. De jaarrekening 2022 is ook het evaluatiemoment van de begroting 2022.
Financiën De Voorjaarsnota zelf kent geen financiële consequenties, de financiële consequenties van de genomen besluiten komen terug in de meerjarenbegroting 2022 – 2025.
Bijlagen Voorjaarsnota Financieel overzicht onderhoudskosten Hanzehof Overzicht van plannen en projecten
Stukken die ter inzage liggen
8/38
5 van 12
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
met nummer
;
gelet op besluit: 1: Kennis te nemen van de Voorjaarsnota 2021. 2: Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025 de volgende begrotingstechnische uitgangspunten te hanteren: A: De meerjarenbegroting 2022 – 2025 te baseren op reële inkomsten en uitgaven. B: Behoudens onttrekkingen uit de reserve Kapitaallasten en egalisatiereserves geen middelen te ramen vanuit een reserve ten behoeve van de reguliere exploitatie. C: Voor het begrotingsjaar 2022 de jaarschijf 2022 uit de meerjarenbegroting 2021 – 2024 te hanteren. D: De structurele doorontwikkeling van de lonen vooralsnog op 1,5% te stellen. E: De structurele prijsontwikkeling vast te stellen op 1,4% 3: Bij het opstellen van de programmabegroting 2022 – 2025 de volgende besluiten te verwerken: F: Het voorstel om de OZB heffing gebruikers niet-woningen over te hevelen naar de eigenaren nietwoningen zoals vorig jaar voorgesteld in de meerjarenbegroting te laten vervallen. De berekende meeropbrengsten van dit voorstel van €70.000 voor 2022 en €110.000 voor de jaren daarna gelijkelijk te verdelen over de gebruikers en eigenaren niet-woningen. G1: Jaarlijks een bedrag vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 voor het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen en deze te doteren aan een nieuw reserve.
of G2: Het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken.
9/38
6 van 12
H: Het pand De Hanzehof voor een bedrag over te nemen van €7.400.000, zijnde de boekwaarde van de Hanzehof. I: De afschrijvingslasten met betrekking tot het pand de Hanzehof gelijk in omvang te laten zijn met de huidige lasten van rente en aflossing inzake het pand de Hanzehof die na de overname door de gemeente verdwijnen. J: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 een bedrag ter beschikking te stellen van €937.500 ten behoeve van het gebouw de Hanzehof en dit bedrag te storten in een nieuwe voorziening Hanzehof. K: Jaarlijks in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 ten behoeve van de Oude IJsselbrug een extra bedrag van €300.000 te doteren aan de reserve Bruggen. L1: Jaarlijks een bedrag van €500.000 vrij te maken in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 voor het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid. of L2: Het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid mee te nemen in de integrale afweging die in het najaar 2021 gemaakt wordt met betrekking tot alle projecten en plannen. In de meerjarenbegroting 2022 – 2025 hiervoor vooralsnog geen middelen vrij te maken.
10/38
7 van 12
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
11/38
8 van 12
12/38
9 van 12
13/38
10 van 12
14/38
11 van 12
15/38
12 van 12
Inleiding Voorjaarsnota 2021 Vorig jaar is er vanwege de coronacrisis geen Voorjaarsnota opgesteld. Dit jaar gaat het Voorjaarsgesprek wel door. Ter voorbereiding hierop treft u hierbij de Voorjaarsnota 2021 aan. De Coronacrisis heeft forse impact gehad op onze samenleving, niet alleen op sociaal en medisch gebied maar ook op het economische vlak. Het Rijk heeft fors bijgesprongen om de financiële gevolgen van de Coronacrisis te beperken en dat heeft ertoe geleid dat wij voor 2021 een Coronareserve hebben van ruim €4.000.000. Ook buiten Corona om was het jaar 2020 voor ons in financieel opzicht een goed jaar. Exclusief het Corona resultaat bedroeg het rekeningresultaat ruim €6.000.000. Een flink gedeelte hiervan voegen wij toe aan de Algemene Reserve waardoor deze nu een stand kent die bijna gelijk is aan de minimaal benodigde omvang. Toch zijn er ook zorgen. De bezuinigingen van de afgelopen jaren in combinatie met het toegenomen takenpakket van een gemeente zorgen voor veel druk op onze organisatie. Dit gegeven komt ook een paar maal terug in deze Voorjaarsnota. Daarnaast blijft het Rijk weigeren om de structurele financiële tekorten bij de gemeenten structureel te compenseren. Het blijft bij incidentele compensaties waardoor wij weliswaar een mooi jaarresultaat kunnen tonen, maar onze meerjarenbegroting steeds lastiger structureel dekkend is te krijgen.
Desondanks blijven wij trouw aan uw begrotingsprincipes en gaan wij ervan uit dat u deze principes blijft onderschrijven en wij samen bouwen aan een financieel solide meerjarenbegroting 2022 – 2025. Wat vindt u in deze nota? In deze Voorjaarsnota gaan we in op de meerjarenbegroting 2022 – 2025. We geven een toelichting op de technische uitgangspunten voor deze begroting en daarnaast lichten we nog eens de uitgangspunten toe die al enige jaren gelden binnen het begrotingsproces. Dit is belangrijk omdat het daadwerkelijk opstellen van de meerjarenbegroting 2022 – 2025 in de zomer van dit jaar plaatsvindt. Het is dan goed om te weten welke kaders gelden. Op 8 maart 2021 is tijdens een besloten raadsvergadering een inleiding gegeven over de financiering en de investeringsruimte in relatie tot de projecten. In deze nota gaan we in op het beslag dat een aantal projecten met topprioriteit vraagt. We stellen voor om een afwegingskader op te stellen om de verschillende projecten te prioriteren. We zien dat door onze verbeterde financiële situatie op termijn weer investeringsruimte ontstaat. Anderzijds is er een aantal projecten dat nog geen of onvoldoende financiering kent Ook is de formatieve bezetting in een aantal gevallen een probleem. Tijdens het Voorjaarsgesprek willen wij u hierover nader informeren.
Tenslotte besteden we in deze Voorjaarsnota uitgebreid aandacht aan de Hanzehof. Uw raad heeft 29 maart 2021 een motie aangenomen waarin wij o.a. de opdracht hebben gekregen uit te werken welke financiële consequenties er zijn als de gemeente eigenaar wordt van het gebouwencomplex De Hanzehof. Ook wordt een separaat hoofdstuk besteed aan de Oude IJsselbrug. Het vervolgproces Op 14 juni wordt er een forum georganiseerd rondom de Voorjaarsnota. Dit als voorbereiding op het Voorjaarsgesprek op 2 juli. Dit Voorjaarsgesprek heeft het karakter van een raadsvergadering. Besluitvorming over de Voorjaarsnota vindt ook plaats op 2 juli. Besluitvorming over de Hanzehof vindt plaats in de raadsvergadering van 12 juli. In deze vergadering behandelt u ook de cultuurnota. De toekomstige ontwikkelingen van de Hanzehof zijn onderdeel van deze cultuurnota.
1 16/38
Hoofdstuk 1 Financiële uitgangspositie Voordat de diverse uitgangspunten worden toegelicht is het goed om de financiële situatie van dit moment voor u te schetsen. De hier gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de huidige stand van zaken, de accountant is in de afrondende fase met zijn werkzaamheden inzake de jaarstukken 2020. De cijfers kunnen dus nog wijzigen. Stand Algemene Reserve 31/12/2020 Jaarrekeningresultaat 2020 Resultaatbestemming Toegevoegd aan Algemene Reserve
€5.381.000 €10.202.000 -€5.542.000 €4.660.000
Stand Algemene Reserve na verwerking resultaat 2020
€10.041.000
Benodigde Algemene Reserve op basis van vastgesteld weerstandsvermogen
€10.200.000
“tekort” Algemene Reserve
-€159.000
Bovenstaande tabel geeft aan dat de werkelijke Algemene Reserve lager is dan de minimaal noodzakelijke Algemene Reserve. Dit betekent dat er voor het jaar 2022 geen financiële ruimte zit in de Algemene Reserve en er geen investeringen gedaan kunnen worden ten laste van de Algemene Reserve. De meerjarenbegroting 2022 – 2025 wordt in de zomer 2021 opgesteld. Op dit moment is er nog geen begrotingssaldo bekend. De verwachting is dat er veel aanvragen worden ingediend voor extra budget waardoor er weinig tot geen geld beschikbaar zal zijn voor extra uitgaven c.q. investeringen. Consequentie hiervan is dat ruimte voor nieuwe investeringen alleen maar beschikbaar komt door nieuwe bezuinigingen, inkomstenverhogingen en lastenverzwaringen.
2 17/38
Hoofdstuk 2 Begrotingstechnische uitgangspunten meerjarenbegroting 2022 – 2025 In dit hoofdstuk leggen wij als college aan u een aantal technische uitgangspunten voor. Ieder begrotingstechnisch uitgangspunt wordt kort toegelicht. Begrotingstechnisch uitgangspunt A: De meerjarenbegroting 2022 – 2025 baseren we op reële inkomsten en uitgaven Dit uitgangspunt betekent dat de begrotingscijfers in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 niet bewust lager c.q. hoger worden geraamd dan verwacht mag worden. Dus, uitgaven worden niet lager ingeschat en inkomsten niet hoger ingeschat dan dat op basis van de feiten mag worden verwacht. Begrotingstechnisch uitgangspunt B: Behoudens onttrekkingen uit de reserve Kapitaallasten en egalisatiereserves worden er geen middelen geraamd vanuit een reserve ten behoeve van de reguliere exploitatie. Dit uitgangspunt houdt in dat structurele uitgaven niet gedekt mogen worden door incidentele inkomsten vanuit reserves. Reserves zijn incidentele middelen waarvan de omvang eindig is, vanuit een solide financieel perspectief is het daarom niet gewenst deze incidentele middelen aan te wenden voor structurele uitgaven omdat dan op termijn een dekkingsprobleem ontstaat. Dit uitgangspunt geldt niet voor de reserve kapitaallasten, omdat deze reserve exact die kapitaallasten omvat die gedurende een periode ook nodig zijn.
Daardoor is er geen risico dat de baten zich niet meer tot de lasten verhouden. Begrotingstechnisch uitgangspunt C: Voor het begrotingsjaar 2022 is het uitgangspunt de jaarschijf 2022 uit de meerjarenbegroting 2021 – 2024 Dit technisch uitgangspunt betekent dat de basis voor de begroting 2022 is vastgelegd in de vorig jaar opgestelde meerjarenbegroting 2021 – 2024. Alle mutaties op de begroting 2022 worden verwerkt binnen de opgestelde begroting 2022 zoals in november 2020 door de raad is vastgesteld. Begrotingstechnisch uitgangspunt D: De structurele doorontwikkeling van de lonen wordt vooralsnog vastgesteld op 1,5% Bij het reëel ramen hoort ook een loonindexatie die recht doet aan de verwachting hierover. Daarom maken we hierbij gebruik van een indexatie, afgegeven door het Centraal Plan Bureau (CPB). De werkelijke loonstijging is afhankelijk van de onderhandelingen tussen de VNG en de vakbonden. Een hogere of lagere werkelijke indexatie zal verrekend worden via de Algemene Uitkering. Vooralsnog rekenen we met het hierboven genoemde percentage van 1,5%. Begrotingstechnisch uitgangspunt E: De structurele prijsontwikkeling van de overige budgetten wordt vastgesteld op 1,4% Ook de prijsontwikkeling van de overige budgetten, niet zijnde de lonen, moet reëel zijn. Ook hier wordt gebruik gemaakt van het CPB.
Aan de raad wordt voorgesteld te besluiten in te stemmen met de begrotingstechnische uitgangspunten A tot en met E.
3 18/38
Hoofdstuk 3: Uitgangspunten programmabegroting 2022 – 2025. In dit hoofdstuk noemen we de begrotingsprincipes met een korte toelichting. De begrotingsprincipes A tot en met E zijn eerder door u vastgesteld en gelden ook voor de komende meerjarenbegroting 2022 – 2025. Tenslotte leggen wij u in dit hoofdstuk één besluitpunt voor. Begrotingsprincipe A: De meerjarenbegroting 2022 – 2025 is structureel sluitend over alle jaren. Uitgangspunt A is al enige jaren een uitgangspunt, maar is pas in de vorige meerjarenbegroting geëffectueerd. Concreet betekent dit dat het begrotingstekort over de jaren 2021 – 2024 structureel is gedekt. Er is geen gebruik gemaakt van tijdelijke bezuinigingen of van incidentele vrijval van reserves om de begroting sluitend te maken. Ook voor de komende meerjarenbegroting willen wij dit uitgangspunt voor de begroting hanteren. Een eventueel begrotingstekort wordt gedekt middels structurele besparingen, lastenverzwaringen of inkomstenverhogingen. Begrotingsprincipe B: In de programmabegroting 2022 – 2025 worden structurele lasten met structurele baten gedekt. Daar waar uitgangspunt A vooral gaat over een eventueel negatief begrotingssaldo gaat dit uitgangspunt over de reguliere, structurele, lasten.
Om te voorkomen dat de dekking van de structurele lasten in gevaar komt omdat hier incidentele dekking tegenover staat, zorgen wij ervoor dat tegenover de structurele lasten, structurele baten staan. Daarmee wordt voorkomen dat er zich in de meerjarenbegroting dekkingsproblemen voordoen. Begrotingsprincipe C: In de programmabegroting 2022 – 2025 worden incidentele lasten met incidentele baten gedekt. Dit uitgangspunt zorgt in combinatie met uitgangspunt B ervoor dat een begroting altijd structureel in evenwicht is en er geen begrotingsproblemen opdoemen. Begrotingsprincipe D: De raad bepaalt hoe een eventueel positief begrotingssaldo over 2022 wordt aangewend. Op dit moment is het begrotingssaldo voor het jaar 2022 nog niet bekend. Het begrotingssaldo wordt in juli voorgelegd aan ons als college. Indien er sprake is van een positief begrotingssaldo beoordelen we in eerste instantie of het begrotingssaldo of een gedeelte daarvan aangewend moet worden om te komen tot de minimaal benodigde Algemene Reserve. Is daarna nog steeds sprake van een positief begrotingssaldo kan dit saldo worden aangewend voor een, door de raad te bepalen, doel. In het volgende hoofdstuk van deze voorjaarsnota gaan we in op diverse projecten waarvan u eerder hebt aangegeven deze graag tot uitvoer te brengen.
Begrotingsprincipe E: Een eventueel begrotingstekort wordt structureel gedekt Dit uitgangspunt is een uitwerking van uitgangspunt A. Het is mogelijk dat de meerjarenbegroting 2022 – 2025 één of meerdere jaren een begrotingstekort heeft. Uitgangspunt A geeft aan dat er sprake moet zijn van een structureel sluitende meerjarenbegroting. Dit houdt in dat een tekort structureel moet worden opgelost, zelfs als in de jaren daarna sprake is van een begrotingsoverschot. Immers, het jaar van het tekort geeft aan dat er tegenover de structurele uitgaven te weinig structurele baten staan. De dekking van het begrotingstekort kan bestaan uit structurele besparingen, structurele inkomstenverhogingen of structurele lastenverzwaring.
4 19/38
De meerjarenbegroting 2021 – 2024 bevatte het voorstel de OZB heffing van de gebruikers niet-woningen over te hevelen naar de eigenaren niet-woningen. Deze zogenaamde “schuif” levert uiteindelijk een voordeel op van €105.000 in 2023. Dit voordeel komt door minder uitvoerende kosten bij Tribuut en geen derving van opbrengsten door leegstand. Vorig jaar besloot de raad invoering van dit voorstel in ieder geval een jaar op te schuiven. De gederfde meeropbrengsten van €35.000 in 2021 worden doorberekend aan de geldende OZB tarieven voor gebruikers en eigenaren niet-woningen waardoor de opbrengst van deze maatregel gegarandeerd blijft. Er is destijds besloten dat wij in de Voorjaarsnota 2021 hierop terugkomen. Wij hebben nog eens goed naar het oorspronkelijke voorstel gekeken en geconcludeerd dat de impact van deze maatregel te groot is. Voor de eigenaren niet-woningen was het effect dat het tarief voor de OZB uiteindelijk met 40% zou stijgen, terwijl het onduidelijk bleef in hoeverre deze tariefstijging kon worden doorberekend in de huur aan de gebruiker. Immers de gebruiker betaalde geen OZB meer in het voorstel.
Daar de effecten van deze maatregel te groot zijn stellen wij voor de opbrengst van deze maatregel, €70.000 in 2022 en vanaf 2023 €105.000 te realiseren door de OZB tarieven voor eigenaren en gebruikers niet-woningen zodanig te verhogen dat deze opbrengst gegarandeerd is. Dit betekent een tariefsverhoging van 1,17% voor 2022 en 1,75% voor de jaren daarna. Deze ophoging van het tarief staat los van eventuele andere maatregelen op het terrein van de OZB. Besluitpunt F: De eerder voorgenomen “schuif” van heffing OZB van gebruiker niet-woningen naar eigenaar niet-woningen wordt vervangen door het voorstel de berekende meeropbrengsten van dit oorspronkelijke voorstel toe te rekenen aan de huidige OZB tarieven voor gebruikers en eigenaren niet-woningen. De raad wordt voorgesteld in te stemmen met uitgangspunt F.
5 20/38
Hoofdstuk 4: Investeringen 2022 en de dekking hiervan Op 8 maart bent u ambtelijk geïnformeerd over de stand van onze financiën. Tijdens deze bijeenkomst spraken we over de investeringen in de vorm van plannen en projecten die wij als gemeente uitvoeren en de wijze waarop we deze investeringen financieren. Tenslotte is op 8 maart aangegeven dat dit thema in de Voorjaarsnota terug komt. Op dit moment is de organisatie bezig om alle projecten en plannen in kaart te brengen. Per project/plan brengen we in beeld wat het plan kost, welke formatie nodig is om het uit te voeren, hoe het met de financiële dekking staat en welke prioriteit het heeft. Het blijkt namelijk dat het aantal plannen dat de gemeente wil uitvoeren zodanig groot is dat dit om een heroriëntatie vraagt. Het aantal is simpelweg te groot om te bekostigen en uit te voeren. Tijdens de forumvergadering van 14 juni geeft de gemeentesecretaris hier een toelichting op . Na het zomerreces informeren wij u over deze inventarisatie en de uitkomsten. In deze Voorjaarsnota willen wij stilstaan bij vier plannen die voor het jaar 2022 e.v. van zo groot belang zijn dat wij voorstellen dat ze, vooruitlopend op de heroriëntatie, hun plek in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 krijgen.
Het gaat dan om de volgende vier projecten: - Ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen - Motie Investering Transformatie Sociaal Domein - De Hanzehof - De Oude IJsselbrug In dit hoofdstuk komen het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen en de motie Investering Transformatie Sociaal Domein aan bod. Het gaat dan met name om de vraag of de financiering voor het plan rond is en of het plan zonder beperking opgenomen kan worden in de meerjarenbegroting. Daar waar dat nog niet het geval is, geven we de financiële consequenties aan voor de meerjarenbegroting. In hoofdstuk 5 komt de Hanzehof separaat aan de orde en in hoofdstuk 6 de Oude IJsselbrug. Spelregels bij investeringen Alvorens in te gaan op de bovengenoemde onderwerpen hieronder nog even de spelregels bij investeringen zoals ook toegelicht tijdens de bijeenkomst op 8 maart 2021. De kosten van vervangingsinvesteringen zoals auto’s en meubilair hoeven niet bij aanvang van de investering al beschikbaar te zijn. Deze mogen naar de toekomst doorgeschoven worden. Concreet betekent dit dat de jaarlijkse kosten van rente en afschrijving ieder jaar van gebruik opgenomen worden in de begroting. Deze zijn onderdeel van de structureel sluitende begroting. Dus: tegenover de structurele lasten van deze investering staan structurele baten.
De kosten van éénmalige investeringen zoals het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen moeten bij aanvang van de investering beschikbaar zijn en ondergebracht worden in een reserve. Jaarlijks worden de benodigde lasten vanuit de reserve toegevoegd aan de begroting. Zo dekken we de lasten van deze investering op voorhand. In tegenstelling tot de vervangingsinvesteringen is het bedrag van een éénmalige investering maar éénmaal nodig. Daarom is het financieel niet verstandig om de lasten van deze investering naar de toekomst te schuiven. Tenslotte zijn er nog uitgaven die vaak investeringen genoemd worden maar dat strikt genomen niet zijn. Voorbeelden hiervan zijn ontwikkelplannen of verbeterplannen voor de organisatie. De uitgaven hiervan mogen we niet activeren. Dat wil zeggen dat de uitgaven niet over meerdere jaren verdeeld mogen worden. We moeten deze direct ten laste van de begroting brengen. Hieronder lichten we de eerder genoemde investeringen en hun financiële consequenties voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025 toe. 6 21/38
Ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen Op 25 januari 2021 riep u ons per motie unaniem op de hoogspanningslijnen ondergronds te brengen. De kosten voor het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen worden geraamd op €4.500.000. Daar komen echter ook nog onze eigen projectkosten bij. De totale investering wordt geraamd op een bedrag van €5.000.000. Nogmaals, dit is een raming. De te ontvangen offerte gaat hierover duidelijkheid geven. De werkelijke kosten zijn beduidend hoger maar 80% van de kosten wordt door het Rijk gedragen. Dit is een incidentele investering, het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen hoeft niet om de zoveel jaar opnieuw gedaan te worden. Dit houdt in dat het bedrag bij aanvang van de investering beschikbaar moet zijn, waardoor uitgaven niet naar de toekomst worden doorgeschoven. Wanneer de hoogspanningslijnen ondergronds worden gebracht is nog onduidelijk. Wij zijn nu in afwachting van de offerte van Tennet. Pas dan weten wij ook hoeveel tijd wij hebben om het benodigde bedrag bij elkaar te sparen. Natuurlijk kan wel de keuze gemaakt worden om vanaf 2022 hiervoor geld te reserveren. Zoals in de financiële inleiding reeds is gemeld moet deze reservering gerealiseerd worden door bezuinigingen, inkomstenverhogingen of lastenverzwaring.
Hieronder volgen twee alternatieve besluitpunten waaruit uw raad op 2 juli een keuze kan maken: Besluitpunt G1 inzake het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen: Aan de raad wordt voorgesteld in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 jaarlijks een bedrag vrij te maken voor het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen en dit bedrag te storten in de daartoe aangewezen reserve. Besluitpunt G2 inzake het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen: Aan de raad wordt voorgesteld het besluit inzake het ondergronds brengen van de hoogspanningslijnen te betrekken in de integrale afweging die gemaakt moet worden binnen alle projecten/plannen en investeringen. Deze integrale afweging vindt plaats in het najaar van 2021 ten behoeve van de meerjarenbegroting 2023 – 2026 waardoor besluitvorming inzake de hoogspanningslijnen geen invloed meer heeft op de begroting 2022. Motie Investering Transformatie Sociaal Domein U heeft in november 2020 bij de behandeling van de meerjarenbegroting 2021 - 2024 de motie Investering Transformatie Sociaal Domein aangenomen. Dit investeringsprogramma beoogt een versnelling in het anders werken binnen het Sociaal Domein. Het investeringsprogramma is onlangs goedgekeurd door de raad en heeft betrekking op 2021 en 2022. De motie heeft als dekking het voordelig jaarrekeningresultaat 2020.
Bij de besteding van het rekeningresultaat 2020 is hiermee rekening gehouden en is voorgesteld een bedrag van €650.000 aan te wenden voor uitvoering van het investeringsplan Transformatie Sociaal Domein. Indien u dit voorstel vaststelt bij de behandeling van de jaarstukken 2020 in de raad op 2 juli 2021, is voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025 geen verdere besluitvorming nodig en zijn de benodigde middelen voor de uitvoering van het plan beschikbaar gesteld.
7 22/38
Hoofdstuk 5: De Hanzehof Gezien de complexiteit van de Hanzehof besteden we hier een apart hoofdstuk aan. We gaan nader in op de financiële consequenties van het overdragen van het gebouw aan de gemeente. Er ligt namelijk een principebesluit van het college om tot overname van het pand de Hanzehof over te gaan. Tevens wordt het college in een aangenomen motie in de raadsvergadering van 29 maart 2021 opgedragen bij de Voorjaarsnota 2021 een integraal plan te presenteren voor de stichting Hanzehof en het gebouw de Hanzehof. De portefeuillehouder gaf aan dat de strekking van de motie zodanig uitgebreid is dat volledige nakoming van de motie tijdens het Voorjaarsgesprek naar alle waarschijnlijkheid onmogelijk is. Dat blijkt ook zo te zijn. Het bleek niet mogelijk om in een tijdbestek van 2 maanden uit te voeren waartoe in de motie werd opgeroepen. In deze Voorjaarsnota gaan wij in op het principebesluit dat wij als gemeente eigenaar worden van het gebouwencomplex de Hanzehof. Dit besluit heeft wellicht consequenties voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025. Naast deze consequenties brengen we ook in beeld welke financiële consequenties er zijn verbonden aan het aanpakken van het achterstallig onderhoud. Deskundigen zijn het er over eens dat dit niet langer kan wachten. Ook dit heeft gevolgen voor de meerjarenbegroting.
Overname van het gebouw De Hanzehof heeft in de boekhouding van stichting de Hanzehof een boekwaarde van €7.400.000. Deze boekwaarde wordt voor een belangrijk deel “gevoed” door de toneeltoren waarvoor via de gemeente een lening is afgesloten bij de BNG. Deze lening heeft op dit moment een saldo van €6.200.000. Naast deze leningen zijn er nog enkele andere leningen verbonden aan het vastgoed van de Hanzehof. Onlangs is door een externe deskundige de taxatiewaarde bepaald van de Hanzehof. De taxatiewaarde is vastgesteld op €0,00. Eigenlijk is de waarde negatief, tegenover de getaxeerde waarde van €1.700.000 staat een post achterstallig onderhoud van €2.600.000. Boekhoudkundig kan een gebouw echter geen negatieve waarde hebben en daarom wordt de waarde op €0,00 gesteld. De overname van het pand de Hanzehof kan op de volgende manier verwerkt worden: Uitgangspunt is dat de Hanzehof een pand is met maatschappelijke waarde. Dit betekent dat de waarde van een pand niet alleen wordt bepaald door de economische waarde maar ook door de maatschappelijke relevantie. In dat geval is de overnameprijs de boekwaarde van de Hanzehof, namelijk €7.400.000. Stichting de Hanzehof gaat vervolgens met die verkrijgingsprijs van €7.400.000 alle leningen aflossen die verbonden zijn aan het gebouw de Hanzehof. Het gebouw is het onderpand voor deze leningen.
Op het moment dat het onderpand niet meer in eigendom is van de stichting, moet de stichting de leningen die verbonden zijn met het gebouw, aflossen. Dit kan via de overnameprijs die de gemeente Zutphen betaalt. Hiermee is voor de stichting de overname een feit en is de balans van de stichting zowel debet als credit met eenzelfde bedrag verlaagd, namelijk €7.400.000. Zoals hierboven vermeld, is de werkelijke waarde van het gebouw de Hanzehof €0,00. Omdat het een gebouw met maatschappelijke waarde is, mag het pand voor het aankoopbedrag van €7.400.000 op de balans gezet worden, maar moet er wel op worden afgeschreven. Dit betekent dus extra kosten voor de gemeente. Daar staat tegenover dat de gemeente op dit moment de lasten van de lening van de toneeltoren van €6.200.000 op zich neemt en een exploitatievergoeding betaalt aan de stichting voor de kosten van rente en aflossing van de overige leningen, gekoppeld aan het gebouw. 8 23/38
Omdat de stichting met de verkrijgingsprijs van €7.400.000 alle leningen aflost, komen deze kosten te vervallen voor de gemeente. Door een afschrijvingspatroon te hanteren dat gelijk is aan de kosten van alle leningen, kan de overname van het gebouw voor de gemeente kostenneutraal verlopen. Met andere woorden, als de gemeente nu jaarlijks €600.000 kwijt is aan alle leningen, gaat vanaf de datum van overname €600.000 afgeschreven worden op de boekwaarde van het pand en vervallen de kosten van rente en aflossing. Tenslotte is het belangrijk om op te merken dat als we de Hanzehof willen verkopen er een andere situatie ontstaat. In dat geval is er geen sprake meer van een pand met maatschappelijk nut en mag het pand De Hanzehof niet voor €7.400.000 op de balans worden gezet. In dat geval is de boekwaarde van het pand €0,00 en moeten we het boekverlies van €7.400.000 direct uit de Algemene Reserve dekken. Besluitpunt H t.a.v. de overname van het pand de Hanzehof: De raad wordt voorgesteld het pand de Hanzehof over te nemen van de stichting de Hanzehof voor een bedrag van €7.400.000. De stichting lost de leningen, gekoppeld aan dit gebouw af met de ontvangen middelen van €7.400.000. Besluitpunt I t.a.v.
de overname van het pand de Hanzehof: De raad wordt voorgesteld de afschrijving van het pand de Hanzehof gelijke tred te laten houden met de geraamde rente en aflossingsverplichtingen die golden voor het pand werd verkocht aan de gemeente. Achterstallig onderhoud aan het pand de Hanzehof Het gebouw de Hanzehof heeft te maken met achterstallig onderhoud. In de bijlage van deze Voorjaarsnota staat een overzicht van dit achterstallig onderhoud. Als besloten wordt tot overname van het pand is het daarmee ook de verantwoordelijkheid van ons om een voorstel te doen inzake het achterstallig onderhoud en de consequenties in beeld te brengen voor de meerjarenbegroting 2022 – 2025. Voor het uitvoeren van al het achterstallig onderhoud, verduurzaming en het aanpassen van installaties aan wettelijke voorschriften zijn de volgende kosten geraamd: 2022: €1.110.000 2023: €217.000 2024: €600.000 2025: €1.823.000 In totaal is er een bedrag nodig van €3.750.000. Het betreft hier geen investering maar achterstallig onderhoud. In dat geval moeten de lasten direct genomen worden en is er geen sprake van afschrijving. De geraamde kosten voor achterstallig onderhoud hebben als uitgangspunt continuering van de huidige situatie. Dit laatste is echter wel de vraag, wij zijn al langer bezig om de Hanzehof toekomstbestendig te maken en dat vraagt de nodige investeringen.
Het is maar zeer de vraag of het wegwerken van het achterstallig onderhoud in hetzelfde tempo en omvang moet gebeuren indien het helder is hoe een toekomstbestendige Hanzehof eruit ziet. Wij vinden het verstandig om het bedrag van €3.750.000 voor de komende vier jaren wel te gaan reserveren. Dat betekent dat er jaarlijks een bedrag van €937.500 ten laste van de meerjarenbegroting wordt gebracht. Net als bij de hoogspanningslijnen moet dit bedrag hoogstwaarschijnlijk worden gevonden in bezuinigingen, inkomstenverhogingen en lastenverzwaring. Het gereserveerde geld wordt ondergebracht in een aparte voorziening de Hanzehof. Vervolgens wordt steeds geanalyseerd welk groot onderhoud niet uitgesteld kan en mag worden waarbij de plannen rondom het toekomstbestendig maken van de Hanzehof een belangrijk kader zijn. 9 24/38
Besluitpunt J m.b.t. het achterstallig onderhoud bij de Hanzehof: De raad wordt voorgesteld akkoord te gaan met het beschikbaar stellen van een jaarlijks bedrag van €937.500 ten behoeve van het gebouw de Hanzehof. Dit bedrag wordt gedoteerd aan een nieuwe voorziening Hanzehof.
10 25/38
Hoofdstuk 6: De Oude IJsselbrug De oude IJsselbrug bestaat uit twee bruggen, een verkeersbrug en een spoorbrug. De verkeersbrug is in bezit van de gemeente Zutphen. De spoorbrug is van ProRail. De verkeersbrug bestaat uit een boogbrug, een hefbrug en een flink aantal aanbruggen (7 aan de Hovense kant en 1 aan de centrumzijde). De totale constructie bestaat uit verschillende leeftijden. De boogbrug is het meest recent gerealiseerd in 1947. De hefbrug is eveneens in 1947 gerealiseerd, maar bestaat deels uit materiaal van 1865. De aanbruggen aan de Hovense zijde zijn van 1865. De aanbrug aan de centrumzijde is van 1947. De IJsselbrug is financieel en beheermatig een zeer grote verantwoordelijkheid van de gemeente Zutphen. De brug vormt een cruciale verkeerskundige schakel tussen de west- en oostzijde van de IJssel en de stad. De brug wordt intensief benut door autoverkeer, fietsers en wandelaars. Waterstaatkundig is de brug een bottleneck voor doorstroming en scheepvaart. De IJsselbrug is een beeldbepalende constructie in het stadssilhouet. De gemeente heeft inzicht in de staat van de constructie en heeft een langjarig beheer- en onderhoudsplan. Er is een gemeentelijk team bemenst en direct beschikbaar met directe handelingsbevoegdheid. De gemeente overlegt regelmatig en intensief met betrokken partijen Rijkswaterstaat en ProRail.
Er is een efficiënt en effectief calamiteitenplan ingeval van calamiteiten. In 2017 is het laatste groot onderhoud verricht aan de IJsselbrug. Deze werkzaamheden richtten zich met name op de boogbrug. Bij deze werkzaamheden is onder meer het fietspad op de boog- en hefbrug verbreed en is een vrij liggend voetpad aan de boog- en hefbrug toegevoegd, met rechtstreekse wandeltoegang vanaf de brug naar de uiterwaarden. Voorafgaand aan deze werkzaamheden heeft de raad in 2016 vragen gesteld over een mogelijke realisatie van een vrijliggend voetpad op de aanbruggen aan de Hovense zijde. In de beantwoording is aangegeven dit mee te nemen bij de benodigde vervanging van de aanbruggen. In 2019 is door de raad krediet beschikbaar gesteld om het meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) van de IJsselbrug te actualiseren. Dit krediet had twee aanleidingen. Enerzijds ten behoeve van werkzaamheden als gevolg van een calamiteit aan de hefbrug, anderzijds omdat in 2033 de aanbruggen vervangen moeten worden vanwege het verstrijken van de technische levensduur. De actualisatie betreft een nadere technische analyse van het benodigde onderhoud aan de brug en specificatie van de kosten voor dit onderhoud.
Op grond van de kosten voor onderhoud de komende twintig jaar is te begroten hoe we de gemeentelijke reserve langjarig moeten opbouwen, rekening houdend met de afschrijvingstermijnen van vervangingsinvesteringen. De grootste kostenpost in het MJOP betreft de vervanging van de aanbruggen en vraagt een investering van €15.000.000 tot €20.000.000. In de raming zit een onzekerheidsmarge (30%). Veiligheidshalve worden de geraamde kosten momenteel met een second opinion getoetst op volledigheid. Voor het meerjarenonderhoud is een reserve aanwezig waarop jaarlijks een dotatie wordt gedaan. Recente berekeningen wijzen uit dat deze jaarlijkse toevoeging te weinig is om in 2033 het gehele bedrag beschikbaar te hebben. Om de vervangingsinvestering van de brug financieel goed geregeld te hebben, moeten we jaarlijks €300.000 extra aan de reserve toevoegen. De vervanging van de brug is technisch noodzakelijk, anders ontstaan er te grote risico’s. Daarom is deze extra jaarlijkse dotatie onvermijdelijk. Momenteel verricht het ministerie van I&W in overleg met RWS, ProRail, gemeente Zutphen, provincies Gelderland en Overijssel en Schuttevaer onderzoek naar de verbetering van de doorvaart van de hefbrug voor schepen. Eén van de alternatieven in de préverkenning is het verbreden van de 11 26/38
hefbruggen (verkeersbrug en spoorbrug). De voorbereidingstermijn van een dergelijke (ingrijpende) maatregel is lang en ook met onzekerheden omgeven. Indien het ministerie van I&W besluit tot uitvoering hiervan, is het logisch deze uitvoering in samenhang aan te pakken met benodigde vervanging van de aanbruggen om ‘werk met werk’ te maken en uitvoeringskosten te reduceren. Eveneens vindt overleg plaats met de provincie Gelderland voor een eventuele gezamenlijke aanpak van het gebied rondom de oude IJsselbrug in het kader van Integraal Rivier Management (IRM), waarbij ook aspecten zoals ecologie, hydrologie en klimaatadaptatie een plek hebben. Los van bovenstaande heeft de gemeente Zutphen een zelfstandige verantwoordelijkheid voor het op orde houden van haar essentiële infrastructuur en het op orde houden van de benodigde financiële middelen. We informeren de gemeenteraad in het derde kwartaal 2021 middels een raadsmemo en –forum over de verrichte technische inspectie, de kostenraming en meerjarenaanpak van de IJsselbrug. Hierbij gaan we ook in op de samenhang met de verkenning door het ministerie I&M en het Integraal Rivier Management.
Ook al ligt de vervanging van de Hovense aanbruggen nog enige tijd voor ons, het is belangrijk om op tijd over randvoorwaarden na te denken, zoals bijvoorbeeld de oversteekbaarheid voor voetgangers, eventuele mogelijkheden om bochtstralen te verbeteren en het betrekken van hogere overheden bij de benodigde investering. De IJsselbrug maakt met de zes IJsselhavens deel uit van de door de gemeente Zutphen te beheren en onderhouden waterstaatkundige civiele kunstwerken. Deze kunstwerken hebben samenhang en karakteriseren Zutphen als watergebonden stad. Goed beheer en onderhoud is een belangrijke verantwoordelijkheid en legt structureel beslag op middelen en capaciteit. Voor de havens geldt eveneens een meerjaren-onderhoudsprogramma. In de toelichting aan de raad geven we eveneens inzicht in het onderhoudsprogramma voor de havens. Voor de komende jaren staan diverse beheer- en onderhoudswerkzaamheden op stapel, waaronder baggerwerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden aan de brug. Hierover informeren we u in het betreffende forum. Besluitpunt K inzake de Oude IJsselbrug: Aan de raad wordt voorgesteld in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 jaarlijks €300.000 meer te doteren aan de Reserve Bruggen en hiervoor middelen beschikbaar te stellen.
12 27/38
Hoofdstuk 7: Verkeer- en verkeersveiligheid Op 1 juni heeft u unaniem een motie aangenomen waarin wij worden opgeroepen een uitvoeringsprogramma te maken rondom verkeer en verkeersveiligheid. In dit uitvoeringsprogramma moet de situatie rondom de Paulus Potterstraat en het uit 1996 stammende Verkeerscirculatieplan een prominente plek krijgen. Daarnaast draagt u ons op om hiervoor in de Voorjaarsnota 2021 middelen vrij te maken om dit uitvoeringsprogramma op te stellen en ook uit te voeren. In deze Voorjaarsnota is door ons aangegeven dat er in de Algemene Reserve geen vrije middelen aanwezig zijn om vanuit deze reserve investeringen te kunnen bekostigen. Alle investeringen die in 2021 om uitvoering vragen moeten gefinancierd worden vanuit de reguliere begroting. Zoals eerder in deze nota vermeld wordt een begrotingstekort verwacht die, conform de geldende begrotingsregels, gedekt moet worden door bezuinigingen, inkomstenverhogingen en lastenverzwaring. De verwachte kosten voor de diverse maatregelen inzake verkeer en verkeersveiligheid zijn nog niet exact bekend, maar worden op enkele miljoenen euro’s ingeschat. In dit bedrag zitten ook reguliere investeringen die langjarig mogen worden afgeschreven. Wij schatten in dat er vanaf 2022 jaarlijks €500.000 moet worden gedoteerd in een reserve Verkeer om het uitvoeringsplan ook daadwerkelijk uit te kunnen rollen.
Daarnaast moeten de kosten nog opgehoogd worden met uitvoeringscapaciteit, op dit moment is die capaciteit onvoldoende om bovengenoemde plannen en maatregelen uit te voeren. Eerder in deze Voorjaarsnota is aangegeven dat wij als gemeente veel plannen en projecten in de steigers hebben staan maar waarvan uitvoering geblokkeerd wordt door een gebrek aan middelen en capaciteit. Het geheel vraagt om een heroriëntatie. Met de uitkomsten hiervan komen wij in het najaar 2021 bij u terug. Dan willen wij u een hanteerbare en uitvoerbare lijst van plannen en projecten voorleggen waarin u vanzelfsprekend nog volop inbreng heeft. Het is een keuze van u om de plannen inzake verkeer en verkeersveiligheid naar voren te trekken en deze geen onderdeel meer te laten zijn van de genoemde heroriëntatie. Hieronder volgen twee alternatieve besluitpunten waaruit uw raad op 2 juli een keuze kan maken: Besluitpunt L1: inzake het beschikbaar stellen van middelen voor verkeer en verkeersveiligheid: Aan de raad wordt voorgesteld in de meerjarenbegroting 2022 – 2025 jaarlijks een bedrag van €500.000 vrij te maken voor het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan Verkeer en Verkeersveiligheid.
Besluitpunt L2: inzake het beschikbaar stellen van middelen voor verkeer en verkeersveiligheid: Aan de raad wordt voorgesteld het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid te betrekken in de integrale afweging die gemaakt moet worden binnen alle projecten/plannen en investeringen. Deze integrale afweging vindt plaats in het najaar van 2021 ten behoeve van de meerjarenbegroting 2023 – 2026 waardoor besluitvorming inzake het uitvoeringsplan verkeer en verkeersveiligheid geen invloed meer heeft op de begroting 2022.
13 28/38
14 29/38
PROJECTENLIJST (VERSIE 26 MEI 2021) titel
omschrijving (wat is het?)
status/fase
SPEERPUNT COALITIEAKKOORD: IN 2030 IS ZUTPHEN ENERGIENEUTRAAL Regionale Energie Strategie Cleantech Regio (RES)
Met de RES geeft de regio uitvoering aan afspraken klimaatakkoord. RES is een instrument om ruimtelijke inpassing concept RES vastgesteld dec. 2020 van energietransitie te organiseren. Uit RES volgen projecten voor opwekking, bijvoorbeeld bevordering grootschalige zon op daken (industrie en voorzieningen) en zonnevelden.
Realiseren warmtenet (Wijk Helbergen)
Eerste stap naar een open warmtenet via de pilot Helbergen
fase subsidie aanvraag
Warmtevisie
Warmtevisie geeft stappen en tijdpad richting aardgasvrij wonen. Dit wordt mogelijk een structurele taak voor de gemeente: elke 5 jaar vaststelling van deze warmtevisie. Onderdeel van de warmtevisie zijn de wijkuitvoeringsplannen. Komen via particiapatie tot stand, meerjarig uit te voeren van 2022 - 2040.
bestuursopdracht vastgesteld
Windmolens
Uitvoeren procedure
vergunning door RvS vernietigd
Klimaatadaptatie
Opstellen van een kader ten behoeve van toetsing initiatieven van derden of initiatieven gemeente.
opdrachtformulering
SPEERPUNT COALITIEAKKOORD: VERSTERKEN WOONKLIMAAT Groeiambitie/schaalsprong
Verkenning groeiambitie/schaalsprong van Zutphen na 2030 (samenhang met Omgevingsvisie)
verkenning, proces starten
Leesten Oost
Woningbouw en inrichting openbare ruimte
(af)bouwfase
Gebiedsontwikkeling Noorderhaven (de woonwijk) Noordrand De Hoven
Realisatie van de woonwijk.
uitvoering
Gebiedsontwikkeling (wonen, recreatie, bosontwikkeling en glastuinbouw).
bestuursopdracht in voorbereiding
Park Helbergen fase 2
Woningbouw en inrichting openbare ruimte
voorbereiding
Project Schouwbroek
Laatste/extra gebied Leesten Oost. Hiervoor opdracht nodig
verkenning
30/38
Ontwikkeling Sport- en accomodatiebedrijf
Beheer en exploitatie van gemeentelijke sportaccommodaties onderbrengen bij op te richten Sport- en Accommodatiebedrijf
start oprichting
Emerpark
Oplevering visiedocument in 2021 (als ruimtelijk kader en input Omgevingsvisie)
concept gebiedsvisie in inspraakfase
Hoogspanningleidingen ondergronds
Verkabelen van hoogspanningsleidingen
voorbereiding
Bestuursopdracht Noorderhaven Noord
Woningbouw, invulling commerciële ruimtes en inrichting openbare ruimte. Samenhang met locaties Kompaan, Techniekfabriek en bedrijfskavels.
onderzoeksfase
Vispoortplein 16, meisjesvakschool Begeleiding procedures bij planvorming externe partij (samenhang met ontwikkeling parkeervoorzieningen)
in afwachting van aanvraag projectontwikkelaar
Vakantiewoningen Bronsbergen
te starten in 2022
Voorbereiding legalisering
SPEERPUNT COALITIEAKKOORD: ZORG DICHTBIJ MENSEN Investeringsprogramma versnellen Programma betreft meerdere projecten die gaan over: Versnellen van maatregelen gericht op preventie en raadbesluit (april 2021), besluit dekking bij sociaal domein activering. Doorvoeren andere werkwijze, samenwerken en innovatie. Kwaliteitsimpuls dienstverlening organisatie. voorstel jaarrekening 2020.
Huishoudelijke zorg
Contractering huishoudelijke zorg voor de periode van sept. 2021 tot 2026 met als uitgangspunt om de huishoudelijke zorg op te dragen aan maximaal 3 uitvoeringspartners waarmee een duurzame samenwerkingsovereenkomst wordt aangegaan.
aanbesteding loopt
Beleidsplan Jeugd (2021-2024)
Uitwerking van ambities en ontwikkelagenda gebaseerd op visie: ' Alle kinderen groeien gezond, veilig en kansrijk op' .
conceptplan in inspraakfase
Ziekenhuis
Lobby traject. Samen met buurgemeenten in gesprek met bestuur van het ziekenhuis over de toekomst.
uitvoering
SPEERPUNT COALITIEAKKOORD: INVESTEREN IN BINNENSTAD IJsselkade fase 2 (programma Rivier in de Stad (RIDS))
Fase 2 is het deel van de kade vanaf het waterwerk tot aan de Noorderhaven. Hier komt onder andere het IJsselplateau met trappen. Ook de aanleg van een coupure in de waterkering en het aanpassen van dijklichaam Noorderhaven horen hierbij.
31/38
uitvoering
Kade restaurant (programma RIDS) Realisatie van een nieuwe horecavoorziening via een prijsvraag. Het gebouw moet een architectonisch hoge beeldkwaliteit hebben, die aansluit bij de herinrichting van de IJsselkade. Het horeca-aanbod moet een aanvulling zijn op het bestaande aanbod en de ondernemer is een ambassadeur van de IJsselkade.
uitvoering
IJsselkade fase 3 (programma RIDS)
De aanpak van de Havenstraat, de omgeving van het IJsselpaviljoen en het zichtbaar maken van de historische kademuur staan ‘on hold’ tot er middelen zijn om deze alsnog, eventueel in versoberde vorm uit te voeren. Het voorstel komt nadat fase 2 voor een groot deel is afgerond.
Uitvoering in afwachting van afronding IJsselkade fase 2
Weg naar Voorst, Kanonsdijk, Ijsselplein, Hertog van Gelreplein (programma RIDS)
Verbeteren fysieke verbinding tussen De Hoven, Ijsselkade en de binnenstad en het wegnemen van de barriere van voorbereiding Weg naar Voorst en Kanonsdijk in De Hoven.
Routenet De Hoven (programma RIDS)
Het realiseren van een fietsroute en een wandelroute die De Hoven en Zutphen met elkaar verbinden én zorgen voor verbinding met de Veluwe. De routes verhogen ook de leefbaarheid in De Hoven.
planvorming, voorbereiding
Buurthuis de Hoven (programma RIDS)
Het verstrekken van een subsidie voor het realiseren van een buurthuis in De Hoven. Doel: leefbaarheid te verhogen en de gemeenschapszin te vergroten. Vanwege de benodigde middelen voor investering en exploitatie, richt de Stichting Buurthuis zich nu op renovatie en uitbreiding van het bestaande pand van de voetbalvereniging in plaats van nieuwbouw.
In afwachting van duidelijkheid over haalbaarheid
Parkrand de Teuge en grenscorrectie (programma RIDS)
Aanleg van een groene buffer tussen de rondweg en de bebouwing van De Teuge. In plaats van een park onderzoeken we de mogelijkheden van een smalle groene zone langs de bebouwing De Teuge.
onderhandelingen lopen
Afronding haven Noorderhaven
Uitvoeren onderzoek optimalisatie. Besluit keuze en uitvoering in 2021. Technische aanpassing haven. Aanpassingen loopbruggen, sanitairgebouw.
uitvoering
Oude IJsselbrug
De Ijsselbrug (autobrug) is van de gemeente, qua verkeersbelang, technisch en financieel een serieus te beheersen verkenning object. De aanbruggen moeten in 2033 worden vervangen (Eind technische levensduur). I&W / RWS verkent de aanpak van de doorvaarbaarheid voor schepen en mogelijkheden voor verbeterde waterdoorstroming van de IJsselbruggen (rail en verkeer). Dit heeft samenloop en mogelijk effectiviteitsvoordelen in aanpak. Betrokken partners: ProRail, I&W, RWS, Provincie, Schuttevaer, Waterschap, gemeente, wijk.
32/38
Gastvrijheid (programma Binnenstad - Krachtig Zutphen)
Transformatie strategie binnenstad, vitale bestemmingen en gebruik panden in partnerschap met BMZ en VCOZ, uitvoering Partnerschap vastgoedeigenaren en horeca en versterken ondernemerschap, Wonen en slapen boven winkels, Ondermijning, Klimaat en groen, Ruimtelijke kwaliteit via reclame, gebruik en inrichting, Campagnes en informatie