CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

TOELICHTING Park Helbergen, eerste herziening

Raadsvergadering 12 september 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan "Park Helbergen, eerste herziening" (NL.IMRO.0301.bp0904HBergen1herz-vs1) met het bijbehorende beeldkwaliteitsplan13.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? Nee 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Nee 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? Nee 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Nee 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? Nee 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? Nee

Intensiteit

2 2 2 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 1

1 2 2 1 1 1

2

32

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Toelichting watertoets Het plangebied ligt naast de IJsseldijk, een primaire waterkering. De watergang Vierakkerse Laak die direct ten noorden van het plangebied loopt is eigendom van het Waterschap Rijn en IJssel en in beheer bij het Waterschap Rijn en IJssel. In het plangebied zijn in de huidige situatie geen woningen aanwezig. Er is daarom een toename van afvalwater als de 34 woningen gerealiseerd zijn. Er is door de realisatie van woningen, verhardingen en paden ook een toename van meer dan 2500 m² verhard oppervlak. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt hemelwater afgekoppeld en wordt het riool niet met relatief schoon water belast. Het vuilwater wordt afgevoerd via het rioolstelsel. In het plan wordt wateroverlast voorkomen en beperkt door in het openbaar terrein ruimt te reserveren voor hemelwater. Dat gebeurt door middel van hoogteverschillen en plaatselijke doorlatende verharding. Als er langdurig hoge waterstanden in de IJssel aanwezig zijn, is in het plangebied sprake van kwel. Daarom wordt rekening gehouden met het ophogen van de gronden. Situatie plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik door een stichting voor onder andere stadslandbouw. Dit is een tijdelijke overgangssituatie. Het plangebied heeft een oppervlakte circa 40.000 m². In het plangebied zijn 34 nieuwe woningen gepland in grondgebonden vorm.

Daarnaast wordt een parkachtige omgeving tussen de woonclusters aangebracht. In de toekomstige situatie zal circa 17.500 m2 van het plangebied onverhard zijn (circa 44% van het totale oppervlakte van het plangebied). Ten opzichte van de voormalige situatie neemt het percentage verharding toe. Navolgende afbeelding toont de verharding in het plangebied.

Verharding plangebied

33

Het plangebied van Park Helbergen Fase 2 opgehoogd aan de kant van de IJsseldijk. Hierdoor loopt het gebied langzaam op in de richting van de dijk. Hierdoor wordt bijna al het hemelwater afgevoerd in de richting van Park Helbergen. In Park Helbergen wordt het hemelwater opgevangen in de al aanwezige wadi's waar het infiltreert. Daarnaast worden er rond de entree van het plangebied ook wadi's gemaakt die een deel van het hemelwater kunnen opvangen en infiltreren. Het hemelwater wordt door middel van watervoerende wadi's uit Park Helbergen Fase 2 vervoerd. Deze watervoerende wadi's vormen een systeem en zijn onderdeel van de glooiende bermen langs de rijbaan. Om het systeem goed met elkaar te verbinden, worden er op plekken waar het water en bijvoorbeeld opritten elkaar kruisen roostergoten toegepast. Het hemelwater dat op de kavels valt zal voor een deel op de kavel geinfiltreerd worden. Het overige deel wordt via een smalle molgoot langs de oprit naar de roostergoot en watervoerende wadi gevoerd. Op navolgende afbeelding is de waterhuishouding van het plangebied weergegeven.

Waterhuishouding plangebied Overleg Waterschap Rijn en IJssel Het bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg aan het Waterschap Rijn en IJssel gestuurd.

34

Conclusie Op grond van het bovenstaande bestaan er vanuit water en het waterhuishoudkundig systeem geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.3.9

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - IJsselbedding'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Een klein deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Laag Verwachte Archeologische Waarde'. Deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Een archeologisch onderzoek is nodig op het moment dat de bodemingrepen ter plaatse van deze dubbelbestemming groter zijn dan 10.000 m². Om die reden is archeologisch onderzoek voor deze ontwikkeling niet noodzakelijk. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen cultuurhistorisch waardevolle lijnen of elementen aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn geen monumenten gelegen. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie.

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 3.3.10 Ecologie Algemeen Voordat ruimtelijke ingrepen mogen plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties in het kader van de geldende natuurwet- en regelgeving in beeld te zijn gebracht. Bij de natuurwetgeving kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming. Toetsing Quickscan natuurtoets Door SAB is in oktober 2019 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna behandeld. Het onderzoek is als Bijlage 6 bijgevoegd. Gebiedsbescherming

35

Het plangebied ligt op een afstand van circa 10 meter van Natura 2000-gebied Rijntakken en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het dichtstbijzijnde gedeelte van het Gelders Natuurnetwerk bevindt zich op ongeveer 250 meter ten noorden van het plangebied en betreft een gedeelte van het NNN 'Groot Zutphen'. Significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de Rijntakken door de voorgenomen plannen zijn uit te sluiten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Aangezien het plangebied niet in het GNN of GO ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorngenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Gelders Natuurnetwerk hebben. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Navolgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied ten opzichte van de GO en GNN aan.

Ligging plangebied (rood) ten opzichte van GO (lichtgroen) en GNN (donkergroen) Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen op Natura2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een AERIUS-stikstofberekening is daarom noodzakelijk. Op de mogelijk negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie wordt later in deze paragraaf ingegaan. De GO kent geen externe werking. Een toetsing van indirecte negatieve effecten van de ontwikkeling op de GO is daarmee niet noodzakelijk. Houtopstanden In het plangebied is een houtopstand aanwezig en als onderdeel van het plan worden bomen of struiken van deze houtopstand geveld. Op deze velling is het beschermings-regime voor houtopstanden van de Wet natuurbescherming echter niet van toepas-sing, want de houtopstand die wordt geveld ligt binnen de grenzen van de bebouwde kom met betrekking tot de bescherming van houtopstanden van de gemeente. Soortenbescherming

36

Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Het betreft leefgebied van de ringslang en verblijfplaatsen van vleermuizen en kleine marters. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Uit de quick scan blijkt verder dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Nestplaatsen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd, worden niet verwacht. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Nader onderzoek Naar aanleiding van de conclusies van de quickscan is door SAB in de zomer van 2020 een aanvullend onderzoek naar de ringslang, kleine marterachtigen en vleermuizen gedaan. Het nader onderzoek is verdeeld over twee rapportages. De onderzoeken zijn als Bijlage 7 en Bijlage 8 bijgevoegd.

Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de ringslang en de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet aanwezig zijn in het onderzoeksgebied. De steenmarter is wel aangetoond. De steenmarter gebruikt het terrein om te foerageren. De aanwezigheid van de steenmarter is onderzocht met behulp van een camera in de aanwezige bebouwing. Hoewel er geen opnames zijn van een steenmarter op dat moment, kan dit de aanwezigheid niet uitsluiten. Ruim voor de sloop van de bebouwing dient een intensieve inspectie op sporen van de steenmarter uitgevoerd te worden. Voor het verstoren van een steenmarter is geen ontheffing benodigd, voor het vernielen van een verblijfplaats echter wel. Er zijn geen beschermde functies voor vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Er mag worden aangenomen dat het plangebied geen vaste rust- of voortplantingsplaats vormt voor vleermuizen. Bij het kappen van de bomen en het bebouwen van het plangebied zal daarom geen overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming plaatsvinden. Het kappen kan daarom worden uitgevoerd zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van vleermuizen. Stikstofberekening Door Bureau Waardenburg is in oktober 2020 een voortoets stikstof uitgevoerd2. De voortoets is als Bijlage 9 bijgevoegd.

In het onderzoek is uitgegaan van de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan, waarin maximaal 88 woningen zijn toegestaan. In de gebruiksfase vindt depositie van 0,08 mol/ha/jr plaats op het Natura 2000-gebied Rijntakken. In voorliggend bestemmingsplan worden 34 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De overschrijding zal daardoor kleiner zijn. Provincie Gelderland heeft de resulaten beoordeeld. Dit ontwerpbesluit is als Bijlage 10 bijgevoegd. In de gebruiksfase vindt depositie van stikstof plaats. Het betreft hexagonen die zijn gelegen op percelen met regulier agrarisch gebruik. Op de geactualiseerde leefgebiedtypenkaart Rijntakken 2021 is aangegeven dat deze percelen uit Aerius worden verwijderd. Het uiterwaardgebied dat in de invloedsfeer ligt van het plangebied wordt gebruikt voor extensieve dagrecreatie. Gezien de al aanwezige verstoring en het geringe oppervlak dat door de aanleg en het gebruik van de woningen kan worden verstoord zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Rijntakken uitgesloten. De ontwikkeling leidt niet tot een toename van effecten, waaronder de effecten van stikstofdepositie. Er is geen sprake van een vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

37

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. 3.3.11 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 34 nieuwe woningen. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van 'koop, huis, vrijstaand' en 'koop, huis, twee-onder-één-kap' van de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen per woning respectievelijk maximaal 8,6 en 8,2 per dag. Dit betekent dat met de realisatie van voorliggend project (26 x 8,6) + (8 x 8,2) = maximaal 289,2 verkeersbewegingen per dag extra tot stand komen. Functie

Aantal

Vrijstaand 26 Twee-onder-één-ka 8 p

Categorie (op basis van kengetallen CROW) koop, huis, vrijstaand koop, huis, twee-onder-één-kap

Verkeersgeneratie per woning (maximaal) 8,6 8,2

Totaal 223,6 65,6

Volgens het vigerende bestemmingsplan zijn maximaal 89 wooneenheden toegestaan. Ten opzichte van de huidige planologische situatie zal de realisatie van 34 woningen naar verwachting niet leiden tot een toename van het aantal verkeersbewegingen in de omgeving van het plangebied. De woningen worden ontsloten op de Harenbergweg. Deze ontsluitingsweg heeft voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Parkeren Het parkeren in het plan gebeurt voor het grootste deel op eigen erf. Daar zijn 35 parkeerplekken beschikbaar. In het openbaar gebied zijn 28 parkeerplekken beschikbaar. Doordat op eigen erf vaak plek voor twee of meer auto’s zijn er in totaal in het plan ruim 87 parkeerplekken beschikbaar. Er zijn er circa 71 nodig waardoor er in theorie een parkeeroverschot is van circa 16 parkeerplaatsen. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. In navolgende tabel is de parkeerbalans weergegeven.

38

Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.3.12 Economische uitvoerbaarheid Algemeen Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan dan wel ruimtelijke onderbouwing onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een project kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Bij het tweede gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Economische uitvoerbaarheid Sinds de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 zijn gemeenten verplicht een exploitatieplan vast te stellen om het gemeentelijke kostenverhaal te verzekeren indien een ruimtelijk plan (in casu het bestemmingsplan) voorziet in bouw- en/of verbouwplannen. Deze bouwplannen zijn nader gedefinieerd in artikel 6.2.1.

van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): - de bouw van een of meer woningen; - de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; - de uitbreiding van een gebouw met tenminste 1000 m2 bruto vloeroppervlakte of met een of meer woningen; - de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m2 bruto vloeroppervlakte bedraagt; - de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m2 bruto vloeroppervlakte. Artikel 6.12 lid 2 Wro geeft aan dat het vaststellen van een exploitatieplan niet hoeft als: - bij amvb aangegeven gevallen: 1. het totaal van exploitatiebijdragen dat kan worden verhaald minder is

39

dan € 10.000,00; 2. er geen verhaalbare kosten zijn (kosten bodemsanering, dempen oppervlaktewater, verrichten van grondwerken, kosten aanleg van voorzieningen, kosten van maatregelen, plannen, besluiten en rechtshandelingen, kosten van compensatie van natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen, kosten voor bouw- en woonrijp maken); 3. de verhaalbare kosten uitsluiten de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting van nutsvoorzieningen betreffen; - het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd; - het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en - het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels over bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en de uitvoering hiervan niet nodig is. Park Helbergen is een ontwikkeling die door de gemeente in eigen beheer wordt gerealiseerd. Er zijn daarmee geen verhaalbare kosten, waardoor er geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. De vertrouwelijke exploitatie van het project laat zien dat het plan financieel haalbaar is. Conclusie Het aspect economische uitvoerbaarheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

40

Hoofdstuk 4

Juridische planaspecten

4.1

Algemeen

4.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 4.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.

41

4.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

4.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting waarbij deze is gebaseerd op het moederplan. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De regels sluiten zoveel mogelijk aan bij de regels van het aansluitende gebied van Fase 1. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

42

4.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen Bedrijf - Nutsvoorziening, Groen, Verkeer Verblijfsgebied en Wonen en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Laag verwachte archeologische waarde', 'Waarde - IJsselbedding' opgenomen. Hieronder volgt een korte toelichting op de genoemde bestemmingen. De woonclusters zijn bestemd als Wonen. Op deze gronden zijn bouwvlakken opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn vrijstaande woningen toegestaan en ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn halfvrijstaande woningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd, en mogen niet binnen de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken mogen binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd. Verder zijn de gronden bestemd voor bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, aan-huis-verbonden beroepen en consumentverzorgende bedrijvigheid, tuinen, erven en verhardingen, toegangspaden, nutsvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, groen- en speelvoorzieningen en parkeervoorzieningen. In de regels is opgenomen dat het aantal woningen in het plangebied niet meer mag bedragen dan 34. Daarnaast moet de bebouwing voldoen aan de bijbehorende kavelpaspoorten voor dat specifieke kavel. Hiervoor is in de regels opgenomen voor welke kavel welk kavelpaspoort geldt.

Binnen de kavelpaspoorten zijn maatvoeringseisen zoals maximale goothoogte, maximale bouwhoogte, maximum aantal bouwlagen en locatie van de voorgevelrooilijn opgenomen. De bebouwing dient hieraan te voldoen. De hoofdontsluitingsweg is bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangegeven gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer zoals wegen, straten en voet- en fietspaden, voornamelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, kunstobjecten, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden opgericht. De boomgaard en de overige ruimte in het plangebied is bestemd als Groen. De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, speelvoorzieningen, fiets-, wandel- en toegangspaden, op- en inritten, water, wadi's en voorzieningen voor de waterhuishouding, (potentieel) aanwezige landschappelijke- en natuurwaarden, straatmeubilair, kunstobjecten en nutsvoorzieningen. In het plan is gestreefd naar zo min mogelijk verharding.

Het is daarom verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag werkzaamheden uit te voeren, zoals het aanleggen van verhardingen, afgraven van gronden en aanleggen van poelen. Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde met een maximum bouwhoogte van 10 meter ten dienste van de bestemming worden opgericht. De als Bedrijf - Nutsvoorziening aangewezen gronden zijn bestemd voor nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige werken. En de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen zoals groen, verhardingen, parkeervoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen en laad- en losvoorzieningen. Gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd tot de maximaal aangegeven hoogte op de verbeelding. In gehele plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde - IJsselbedding. De voor Waarde – IJsselbedding aangewezen gronden zijn, bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. In een deel van het zuiden van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde - Laag verwachte archeologische waarde. De voorWaarde – Laag Verwachte Archeologische Waarde aangewezen gronden zijn ook bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van (een) bouwwerk (en) groter dan 10.000 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden zijn vastgesteld.

43

4.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen en de hiervoor genoemde algemene aanduidingsregels, bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

44

Hoofdstuk 5 5.1

Procedure

Overleg

Conform artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van en bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader wordt het bestemmingsplan voor advies toegezonden aan betrokken instanties. Reactie waterschap Rijn en IJssel Voor het waterschap Rijn en IJssel gaf het ontwerpbestemmingsplan aanleiding tot het maken van opmerkingen. Dit betreft de volgende twee opmerkingen: 1. In tekstpassage over het beleid van het waterschap wordt nog verwezen naar het waterbeheerplan 2016-2021. In december 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Het verzoek is om de tekst aan te passen; 2. Een deel van de woningen in plan Park Helbergen zal gerealiseerd worden binnen de keurzonering, incl. profiel van vrije ruimte (PvVR) van de waterkering langs de IJssel. Alle (grondroerende) activiteiten, zoals woningbouw, tuinaanleg, bodemenergiesystemen, etc. zijn vergunningplichtig op basis van de Keur. In de verbeelding ontbreekt de dubbelbestemming voor de waterkering. Hiervoor dient de PvVR contour gebruikt te worden.

Het verzoek is om de dubbelbestemming op te nemen op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de opmerkingen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd aan het bestemmingsplan: 1. De tekst in paragraaf 3.3.8 is aangepast naar het nieuwe Waterbeheerprogramma 2022-2027. Hiervoor is het tekstvoorstel van het waterschap Rijn en IJssel gebruikt; 2. De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is opgenomen in het bestemmingsplan 'Park Helbergen', vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Zutphen op 07-04-2015. Onderhavig bestemmingsplan zal geen gronden behorende tot de dubbelbestemming - Waterstaat Waterkering' bevatten. De regels uit het bestemmingsplan 'Park Helbergen' blijven om deze reden gelden. Om deze reden is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' niet opgenomen in onderhavig bestemmingsplan.

5.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Park Helbergen, eerste herziening' heeft vanaf 31 maart 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid gesteld schriftelijk of mondeling een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar te maken. Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan zijn binnen de daarvoor gestelde termijn geen zienswijzen naar voren gebracht.

45

Eindnoten

1. Het gaat globaal om het stedelijk netwerk Stedendriehoek, bestaande uit delen van de gemeenten Apeldoorn, Deventer en Zutphen, met de daarbinnen gelegen kernen van de gemeenten Brummen, Lochem en Voorst. 2. Ziel, H.W. van, 2020: Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen. Project 20-0561. Bureau Waardenburg, Culemborg.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=aa3064ec-7770-4488-aec9-67e64a0b09f1