TOELICHTING Park Helbergen, eerste herziening
Tekst van het document
Bestemmingsplan Park Helbergen, eerste herziening
Gemeente Zutphen
Projectnummer: 3586.01 Datum: 12 september 2022 Versie: vastgesteld IMRO-idn: NL.IMRO.0301.bp0904HBergen1herz-vs01
Toelichting
3
4
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Algemeen Bestaande situatie Toekomstige situatie
10 10 12
Haalbaarheid
17
Inleiding Beleid Milieu- en omgevingsaspecten
17 17 23
Juridische planaspecten
Algemeen Dit bestemmingsplan
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
6 6 8 9 10
Hoofdstuk 4 4.1 4.2
6
Het initiatief
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding
Aanleiding Plangebied Geldende planologische regeling Leeswijzer
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
3
Procedure
Overleg Zienswijzen
41 41 42 45 45 45
5
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 7 april 2015 is voor het hele plangebied Park Helbergen in Zutphen een bestemmingsplan vastgesteld. Het plan bestaat uit twee fases. Voor de fases is toen een ruime bestemming opgenomen: "Woongebied – 1" en "Woongebied - 2". Fase 1 is reeds uitgevoerd. Recentelijk is ook voor fase 2 een definitief ontwerp opgesteld, dat als uitgangspunt voor het vervolg dient. Het plan voorziet in het realiseren van 34 grondgebonden woningen in een groene parkachtige omgeving. Het is noodzakelijk om het bestemmingsplan hierop aan te passen. Een nieuw planologisch-juridisch kader moet daarom worden opgesteld. Het voorliggende bestemmingsplan “Park Helbergen, eerste herziening” voorziet in dit planologisch-juridisch kader.
1.2
Plangebied
Het plangebied ligt ten zuiden van het stadscentrum van Zutphen. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door de dijk gelegen langs de IJssel. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door woonpercelen aan De Waarden. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan woonpercelen aan de Laan van Neder Helbergen uit de eerste fase van Park Helbergen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de Laan naar Eme en het Emerpark. Het plangebied maakt deel uit van Park Helbergen. Park Helbergen Fase 1 en het park zijn al gebouwd en het park is aangelegd. Er liggen fiets- en wandelroutes door en langs het plangebied. In het plangebied staat bebouwing van FC Zutphen. Deze voetbalclub was tot 2012 gevestigd in het plangebied. De bebouwing in het plangebied betreft de voormalige kantine die tot 2021 als stadswerkplaats werd gebruikt. Het plangebied wordt nu tijdelijk door een stichting gebruikt voor kleine initiatieven, zoals stadslandbouw. Het plangebied heeft een oppervlakte circa 40.000 m². Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
6
Globale ligging plangebied
Globale begrenzing plangebied
7
1.3
Geldende planologische regeling
De gronden van het plangebied vallen onder de werking van het bestemmingsplan 'Park Helbergen', vastgesteld op 7 april 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Zutphen. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rode omlijning weergegeven.
Uitsnede geldend bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied Het geldende bestemmingsplan kent ter plaatse van het plangebied de bestemming 'Woongebied - 2'. De voor 'Woongebied - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen, aan-huis-verbonden beroep en consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, bijbehorende bouwwerken bij de woning, voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder voldoende parkeervoorzieningen conform de CROW, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en bij deze bestemming behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen zoals groen, tuinen en erven. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – tijdelijk ander gebruik’ is uitsluitend een tijdelijk gebruik ten behoeve van een stadswerkplaats, atelierruimte en opslagruimte in het bestaande gebouw, stadslandbouw ten behoeve van verbouw van producten en educatie, een speelvoorziening, een stadsweide en maximaal tien standplaatsen voor tijdelijke woonunits toegestaan tot 31 december 2021. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde IJsselbedding' en 'Waarde - Laag verwachte archeologische waarde'. Deze bestemmingen houden in dat de gronden mede bestemd zijn voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.
Daarnaast is de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - tijdelijk ander gebruik' opgenomen. Dit bestemmingsplan maakt 89 woningen mogelijk. De nieuwe ontwikkeling is op basis van het bestemmingsplan functioneel wel toegestaan, maar vanwege de nieuwe stedenbouwkundige structuur met 34 grondgebonden woningen, wil de gemeente Zutphen het bestemmingsplan aanpassen op basis van de veranderde stedenbouwkundige inzichten passend bij de vraag en de behoefte voor deze locatie en de directe omgeving. Om een passend
8
juridisch-planologisch plan te maken voor de gehele ontwikkeling, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit vijf hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader en de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In hoofdstuk 4 volgen de juridische planaspecten. Het vijfde en laatste hoofdstuk is gewijd aan de gevolgde procedure.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Het initiatief
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied maakt deel uit van Park Helbergen. Park Helbergen Fase 1 en het park zijn al gebouwd en aangelegd. In het plangebied waren in het verleden de sportvelden van Helbergen gelegen. Met de realisatie van de sportvelden ’t Meijerink aan de Leestenseweg zijn daar sportvelden in gebruik genomen en kwamen de gronden van sportpark Helbergen vrij voor woningbouw. De bebouwing van FC Zutphen is nog aanwezig. De gronden van het plangebied zijn momenteel in gebruik door Stichting Stadsgoed Helbergen. Zij verzorgen tijdelijk kleine initiatieven in het plangebied. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied.
10
Impressie huidige situatie plangebied (gezien vanaf de Laan naar Eme)
11
2.3
Toekomstige situatie
Op 30 oktober 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om 118 woningen en een parkgebied te realiseren in Park Helbergen. De woningen en het parkgebied worden gefaseerd ontwikkeld, rekening houdend met de veranderende woningmarkt. Fase 1 is reeds uitgevoerd. Voor de ontwikkeling van Park Helbergen fase 2 is een nieuw ontwerp gemaakt. Het landschappelijk ontwerp voor deze fase is met dezelfde uitgangspunten ontworpen als Fase 1. Daardoor is er een groene, duurzame en landschappelijke structuur ontstaan die naadloos aansluit op Park Helbergen en op de bestaande bebouwing van De Waarden. Op de navolgende afbeelding is het ontwerp voor Park Helbergen Fase 2 weergegeven.
Ontwerp Park Helbergen Fase 2 Het plan voorziet in de realisatie van een nieuwe buurt met 34 woningen ten zuiden van het stadscentrum van Zutphen, aan de IJssel. De nieuwe woonwijk kent in de toekomstige situatie zes woonclusters. Deze woonclusters worden van elkaar gescheiden door een groene parkachtige omgeving. Tussen de clusters wordt een boomgaard gerealiseerd. Voor dit plangebied is een stedenbouwkundige verkaveling uitgewerkt. Bij het ontwerp van deze ontwikkeling speelt de groene omgeving en het parklandschap een belangrijke sturende rol. Het ontwerp is gebaseerd op een soort bomenlaan ‘Het Bloesemlint’ met daaraan gelegen woonclusters in het groen. Vanuit het Bloesemlint vertakt het stratenplan. Dit model geeft de meeste verbinding tussen Park Helbergen en de bestaande omgeving waarbij ook rekening gehouden wordt met de zichtlijnen op de stad. Het groen, het lint en de bomen zijn bij het ontwerp als uitgangspunt genomen. De
12
ontwikkeling krijgt daardoor een groene uitstraling. Op de navolgende afbeelding wordt het verkavelingsplan voor het plangebied weergegeven.
Verkaveling Park Helbergen Fase 2 en woonprogramma Het plan bevat 34 vrije kavels, verdeeld over zes woonclusters. Zoals op het verkavelingsplan te zien is, worden er aan de IJssel zes vrijstaande dijkwoningen, twintig vrijstaande levensloopbestendige
13
woningen rondom de boomgaard en acht twee-onder-één-kapwoningen in het plangebied gerealiseerd. De locatie, oriëntatie en maatvoering van de uitgeefbare kavels verschillen. Om die reden is voor elke kavel een apart kavelpaspoort gemaakt. In het kavelpaspoort staan de specifieke bepalingen die gelden voor de bebouwing van het betreffende kavel. Deze kavelpaspoorten zijn bijgevoegd als Bijlage 1. De dijkwoningen bestaan uit maximaal drie bouwlagen en hebben een maximum bouwhoogte van 9,5 meter. Alle andere woningen bestaan uit maximaal 2 bouwlagen, al dan niet met kap, met een maximum bouwhoogte van 10,5 meter. Op deze wijze ontstaat er een divers beeld aan architectuur passend bij het landschap van het plan dat zorgt voor een zorgvuldige overgang vaan fase 1 en de bestaande woningen aan De Waarden. Vanuit de dijkwoningen is zicht op IJssel en op Park Helbergen mogelijk. In het ontwerp zijn zes woonsferen aangeduid. Deze woonsferen zijn bedoeld om een stevige ambitie neer te zetten als het gaat om het woningontwerp. De zes woonsferen in het plan zijn: wonen aan het bloesemlint, wonen aan de boomgaard, wonen aan de dijk, wonen aan park Helbergen, wonen in de scheg en wonen aan De Waarden. Het Bloesemlint vormt de hoofdontsluitingsweg van Park Helbergen fase 2. Woningen langs het bloesemlint zijn georiënteerd op het lint. De Boomgaard is de centrale plek in Park Helbergen fase 2.
De inrichting van deze groene centrale ruimte wordt voor een groot deel door de toekomstige bewoners vormgegeven. De woningen aan de boomgaard oriënteren zich naar twee zijden. De woningen in de clusters aan de IJssel krijgen het karakter van een dijkwoning. Dijkwoningen oriënteren zich naar twee zijden. De parkzone is de verbinding tussen Park Helbergen en de gebouwde omgeving. Woningen aan de noordzijde van het plan zijn georiënteerd op Park Helbergen. De woningen aan de scheg vormen een overgang tussen de sferen langs het Bloesemlint/Boomgaard en langs de Waarden. De woningen langs de Waarden hebben hun entree richting de scheggen. Ontsluiting De hoofdontsluitingsweg van Park Helbergen Fase 2 is het Bloesemlint. Het plangebied wordt ontsloten op de Harenbergweg. Langzaam verkeer krijgt extra ontsluitingen. Voor fietsers en voetgangers wordt een padenstructuur aangelegd. De auto is te gast. Hulpdiensten kunnen gemakkelijk tot elke woning komen. Er is een extra ontsluiting via de IJsseldijk mogelijk. Het wandelpad dat aansluit vanuit het park aan de kant van de IJsseldijk wordt verstevigd aangelegd waardoor de hulpdiensten hier overheen kunnen rijden. Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk parkeerplaatsen op eigen terrein te maken. Op deze manier wordt het openbaar gebied niet te veel belast met parkeerplekken.
Het parkeren in het plan gebeurt voor het grootste deel op eigen erf. Op eigen terrein worden 35 parkeerplekken gerealiseerd. In het openbaar gebied zijn 28 parkeerplekken beschikbaar. Parkeren voor bezoekers vindt plaats op vakken van grasbeton. In onderstaande afbeelding zijn de parkeerplaatsen in de openbare ruimte (blauw) en op eigen terrein (geel) weergegeven. Bij de meeste woningen wordt een dubbele oprit gerealiseerd.
14
Openbare ruimte De openbare ruimte is ingericht als een verlengstuk van de groene omgeving van het plan, park Helbergen en de uiterwaarden van de IJssel. Dit wordt versterkt door het toevoegen van het centrale Bloesemlint en de boomgaard als ontmoetingsplek voor de buurt. De centrale boomgaard wordt afgeschermd van de rest van het gebied door middel van een subtiel houten hekje. In de boomgaard krijgen verschillende houten speelvoorzieningen een prominente plek. De bomen en bloemenmengsels dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit in het plangebied. De keuzes voor de soorten vloeien voort uit de reeds toegepaste bomen in Park Helbergen Fase 1 en Park Helbergen en worden in overleg met de toekomstige bewoners nader ingevuld. Om de groene uitstraling van Park Helbergen Fase 2 te ondersteunen worden de erfafscheidingen vormgegeven door middel van hagen. Naast de groene uitstraling heeft klimaatadaptie een sturende rol gespeeld bij het ontwerp van de ontwikkeling. In het kader van klimaatbestendigheid wordt het plangebied van Park Helbergen Fase 2 opgehoogd aan de kant van de IJsseldijk. Hierdoor loopt het gebied langzaam op in de richting van de dijk. Door de ophoging van het terrein ontstaan er op sommige plekken een flink hoogteverschil dat niet op te lossen is met een talud. Hier worden keerconstructies aangebracht.
De ambitie om al het hemelwater oppervlakkig af te voeren in de richting van Park Helbergen wordt door de ophoging deels haalbaar. In Park Helbergen wordt het hemelwater opgevangen in de al aanwezige wadi’s waar het infiltreert. Daarnaast worden er rond de entree van het gebied ook wadi’s gemaakt. Deze watervoerende wadi’s vormen één systeem en zijn onderdeel van de bermen langs de rijbaan. Er wordt daarnaast zo min mogelijk verharding toegepast om hittestress tegen te gaan. Beeldkwaliteit Er zijn een aantal randvoorwaarden waaraan nieuwe woningen moeten voldoen. Deze zijn tevens doorvertaald in de kavelpaspoorten per kavel, waar ter plaatse ook uitzonderingen en afwijkingen zijn benoemd. Deze kavelpaspoorten zijn bijgevoegd als Bijlage 1. Woningen met twee lagen en een kap mogen gebouwd worden tot een maximum van 10,5 meter. Woningen met een plat dak mogen worden gebouwd tot een maximum van 7,5 meter, bestaande uit maximaal 3 lagen. Door de plaats en de vorm van sommige hoekkavels is er op die plekken aanleiding voor een verbijzondering in de architectuur. De woningen kunnen worden uitgevoerd met een zadeldak of plat
15
dak. Bij een aantal hoekkavels kan van deze kapvorm worden afgeweken om een accent te creëren. Verschillende architectonische elementen dragen bij aan een goede uitstraling naar de representatieve zijde van de woning. Woningen op hoekkavels oriënteren zich naar twee zijden, waar in architectuur rekening mee is gehouden. De hoofdontsluitingsweg van Park Helbergen Fase 2 is het Bloesemlint. Opritten die hier aan liggen worden in dezelfde kleur aangelegd. De rijbanen door de parkzone krijgen een lichtere kleur die aansluit bij het park. Ook hier worden de aangrenzende opritten in dezelfde kleur aangelegd. Voor de openbare verlichting is er gekozen om dezelfde armaturen als in Park Helbergen Fase 1 toe te passen.
16
Hoofdstuk 3 3.1
Haalbaarheid
Inleiding
Ten behoeve van de planologische procedure moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.
3.2
Beleid
3.2.1
Algemeen
In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is het relevante beleid op Europees niveau buiten beschouwing gelaten en op Rijksniveau beperkt gehouden. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan. 3.2.2
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en gezonder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, electriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.
17
Toetsing Het plangebied ligt nabij de IJssel. Deze rivier maakt deel uit van de 'Grote rivieren' op basis van het Barro. Voor het rivierbed van de grote rivieren zijn regels opgenomen. Het rivierbed is aangeduid op de kaart die hoort bij de regels over de grote rivieren. In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien in het (stroomvoerende) rivierbed en in de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied grenst direct aan de waterkering en aan de uiterwaarden als EHS. Het hiervoor aangegeven beleid is geen belemmering voor het plan. Het plan leidt niet tot een aantasting van de functie van de IJssel en zijn rivierbed. Het voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek is opgenomen. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nieuwe ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Volgens het geldende bestemmingsplan zijn in het plangebied maximaal 89 woningen toegestaan. In voorliggend bestemmingsplan worden 34 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Ten opzichte van de planologische mogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan neemt het aantal woningen daarmee per saldo af. Het plan wordt daarom niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. 3.2.3
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit initiatief is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo
18
worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Toetsing Voor dit bestemmingsplan is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing.
De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Het initiatief voorziet in de realisatie van 34 woningen. Er is rekening gehouden met de veranderende woningmarkt. Hiermee draagt het initiatief bij aan een divers woon- en leefklimaat in de gemeente Zutphen. Het plan is daarmee in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland.
Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant. In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Toetsing Het initiatief voorziet in de realisatie van 34 nieuwe woningen. Deze woningen vallen onder de harde plancapaciteit van de gemeente Zutphen. De woningen voorzien in de woningbehoefte in Zutphen. Het plan is overeenstemming met de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Woonagenda Cleantech regio 2018 en het addendum Evaluatie en herijking Regionale woonagenda inclusief de nieuwe bandbreedte
19
woningbouw en daarmee ook met de provinciale Omgevingsverordening. Het initiatief is in lijn met provinciaal beleid. 3.2.4
Regionaal beleid
Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 De Stedendriehoek bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer (Overijssel), Epe, Lochem, Voorst en Zutphen. De hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkelingen van de Stedendriehoek is in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 vastgelegd. Deze structuurvisie richt zich op het zogenaamde bundelingsgebied1. De gemeenteraden van Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen hebben de structuurvisie vastgesteld, waardoor deze vanaf mei 2007 voor alle deelnemende gemeenten geldt. Het stedelijke netwerk Stedendriehoek kiest uitdrukkelijk voor verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied boven nieuwe stadsuitbreidingen. De Stedendriehoek heeft voor werken de ambitie om als eerste stap de bestaande bedrijventerreinen beter te benutten door intensief en meervoudig ruimtegebruik. Bestaande terreinen hebben een extra kwaliteitsimpuls nodig door ze te herstructureren. Toetsing In de regionale structuurvisie wordt Helbergen expliciet genoemd als gebied waar stedelijke inbreiding plaats zal vinden. De ontwikkeling binnen het plangebied is overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030. Woonagenda Cleantech regio 2018 De acht gemeenten uit de Cleantech Regio hebben samen met de provincie Gelderland in 2018 een nieuwe Woonagenda voor deze regio opgesteld.
Hierin zijn voor de komende 10 jaar afspraken vastgelegd hoe om te gaan met sturing op de woningbouwprogrammering en welke thema's regionaal verdere aandacht vragen. Dit betreffen de thema's 'sterke steden', 'dynamische kernen' en 'vitaal platteland'. Ook wordt ingegaan op het verduurzamen en klimaatbestendig maken van de woningvoorraad alsmede op Wonen en zorg. De Regio zet in op goede toevoegingen aan de woningvoorraad, waarbij de volgende speerpunten van toepassing zijn: woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; de programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van ons beleid en actuele marktontwikkelingen. In de woonagenda wordt Zutphen aangemerkt als één van de sterke steden, naast Deventer en Apeldoorn. Deze steden zijn unieke steden om te wonen. Midden in het land, (groot)stedelijk met een menselijke maat, sociaal én groen. Drie aantrekkelijke steden, niet alleen voor reguliere huishoudens zoals ook in de andere regiokernen, maar mede door hun aantrekkingskracht als stad, ook voor nieuwe generaties van inwoners, talenten/kenniswerkers, ondernemers en bezoekers.
Deze komen niet alleen uit de aangrenzende regio’s maar steeds meer ook uit de rest van het land en internationaal. De groei van de bevolking in onze steden zoals die de afgelopen drie jaar is gezien, zet de komende jaren door.
20
Dat geeft een kans om sociaaleconomisch en kwalitatief evenwichtig te blijven groeien in vitaliteit, inclusiviteit, gezondheid en duurzaamheid. De regio zet in op ‘Gezinsstad Apeldoorn’, Zutphen met ‘een sterke en kleurrijke samenleving’ en Deventer als de ‘bruisende historische stad aan de IJssel’. Toetsing Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De beoogde woningen zijn reeds opgenomen in de harde plancapaciteit van de gemeente Zutphen. Park Helbergen is aangemerkt als een prioritaire woningbouwlocatie van de gemeente Zutphen. De ontwikkeling sluit zowel kwalitatief als kwantitatief goed aan bij de woningbouwbehoefte. Met de realisatie van deze woningen wordt voorzien in de woningbouwopgave van de gemeente Zutphen. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda Cleantech regio 2018 en het addendum Evaluatie en herijking Regionale woonagenda inclusief de nieuwe bandbreedte woningbouw. 3.2.5
Gemeentelijk beleid
Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020 De Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020 behelst de vertaling van de gemeentelijke ambities in een ruimtelijk functioneel toekomstperspectief tot 2020. In de visie wordt gesteld dat Zutphen zijn bestaande identiteit wil behouden en versterken, maar zich tegelijkertijd verder wil ontwikkelen als een moderne stad, waarin historie en dynamiek hand in hand gaan. De gemeente wil zich profileren als een duurzame gemeente, met een sterke sociale en economische structuur en burgers die tevreden zijn over het woon- en leefklimaat. Daarvoor zijn in de ontwikkelingsvisie negen actiegebieden aangewezen die gezamenlijk het ruimtelijk programma voor de hele stad vormen. Toetsing De sportvelden Helbergen zijn in de ontwikkelingsvisie als inbreidingslocatie opgenomen. Het voorliggende bestemmingsplan past daarom binnen de kaders van de ontwikkelingsvisie. Woonvisie 'Zutphen: daar wil ik wonen' gemeente Zutphen 2019-2024 De woonvisie is een actualisatie van de woonvisie 2013-2017. Er is bewust gekozen voor actualiseren in plaats van een geheel nieuwe woonvisie op te stellen: de zes thema’s uit de vorige woonvisie zijn nog steeds actueel en behoeven nadere verdieping en uitwerking. De gemeente identificeert een zestal opgaven waar ze echt mee aan de slag moeten.
Op basis daarvan zijn drie woonambities geformuleerd en worden in zestien strategische acties beschreven hoe de gemeente haar ambities willen realiseren. Woonopgaven De gemeente gaat aan de slag met de volgende woonopgaven: 1. Demografische ontwikkeling; 2. Kwaliteitsslag in de bestaande woningvoorraad; 3. Doorgaan met werken aan een beter woonevenwicht; 4. Doorstroming en toegankelijkheid van de woningmarkt; 5. Blijvende aandacht voor wonen en zorg en ondersteuning in de woning; 6. Nieuwe samenwerkingsverbanden. Aan de hand van deze opgaven is de volgende gemeentelijke visie 2019-2024 op het wonen gemaakt. Zutphen gaat uit van drie woonambities die onderling sterk met elkaar samenhangen, elkaar ondersteunen en/of versterken. Deze ambities dragen allemaal bij aan de vier doelen van het gemeentelijke Focustraject om ook met wonen de sociaal-economische kracht van de gemeente en haar inwoners te versterken:
21
1. 2. 3. 4.
een aantrekkelijke gemeente om te wonen en te bezoeken; iedereen hoort erbij en kan meedoen; een goed ondernemersklimaat; ambitieus in de energietransitie en de klimaatagenda.
Voor de uitvoering van de ambities is een aantal strategische acties benoemd. De woonambities zijn als volgt: Ambitie 1: Sterke positie als centrumgemeente Zutphen behoudt en versterkt haar brede waaier aan woonmilieus voor alle typen huishoudens. De gemeente maakt daarvoor gebruik van een strategisch woningbouwprogramma waarin plannen staan en/of worden toegevoegd die bijdragen aan de door de gemeente gewenste kwaliteitsslag. Dit doet Zutphen door het toevoegen van woningen in het duurdere segment (huur en koop) om het evenwicht in de woningvoorraad (verhouding sociaal en vrije marktsector) en de bevolkings- en inkomensdifferentiatie beter in balans te brengen. De gemeente blijft investeren in wonen in de binnenstad en zet eerste stappen naar een transformatiestrategie voor de bestaande woningvoorraad. Eventuele sloop of vervanging van woningen voor het herstellen van het sociaal-economisch evenwicht wordt daarbij zorgvuldig onderzocht. Ambitie 2: Ambitieus in energietransitie en verlaging van woonlasten Zutphen heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Als onderdeel van de aanpak van de bebouwde omgeving krijgt wonen een prominente plek in het Zutphens Energieakkoord. Een onderdeel daarvan is het maken van een routeplan voor verduurzaming. Daarmee wil de gemeente enerzijds inzetten op fossielvrij en energiezuinig wonen.
Anderzijds wil Zutphen hoge woonlasten aanpakken van woningen van zowel huurders als eigenaar-bewoners. Bij dit laatste is de gemeente er zich van bewust dat stijgende energieprijzen en verschillen in kwaliteitsniveaus in de koopwoningvoorraad ertoe leiden dat de verlaging van woonlasten voor eenieder anders uit zal pakken. Zutphen investeert in bewustwording en verandering van houding en gedrag bij energiegebruik, isoleren van woningen en het ondersteunen bij de aanpak. Nieuwbouw wordt (zoveel) mogelijk energieneutraal. Ambitie 3: Sociaal-economisch evenwicht in woonwijken De gemeente streeft naar gebalanceerde wijken met een mix van inkomensgroepen en leefstijlen. Zutphen verbetert het evenwicht tussen de primaire doelgroep en de kernvoorraad. Segregatie vindt de gemeente ongewenst en daarom wil Zutphen in het bijzonder in het Waterkwartier het sociaaleconomisch evenwicht terugbrengen. Ook wil de gemeente in de Zuidwijken nog meer aandacht besteden aan leefbaarheid, aanpak van sociale problematiek en benutting van de eigen kracht van de wijk en haar bewoners. De gemeente wil met haar partners de slaagkans voor jongeren vergroten en aandacht besteden aan huisvesting voor senioren. Daarnaast maakt de gemeente een plan van aanpak voor huisvesting van zorgdoelgroepen.
Dit wordt gedaan om te bekrachtigen dat de gemeente terughoudend is met het ruimte bieden voor nieuwe initiatieven voor zorgdoelgroepen, waarvoor in de gemeente al voldoende aanbod is of dat alleen ter afronding van het aanbod nog wordt toegevoegd. De gemeente blijft met woningcorporaties afstemmen over de huisvesting van vergunninghouders. Tot slot stelt de gemeente eisen aan gezonde en groene woonwijken. Toetsing Met het plan is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van het
22
plangebied maakt reeds deel uit van de harde plancapaciteit van Zutphen. De gemeente streeft naar gebalanceerde wijken met een mix van inkomensgroepen en leefstijlen. Met de realisatie van deze woningen wordt voorzien in de behoefte aan vrijstaande woningen binnen de gemeente. De ontwikkeling is in overeenstemming met de woonvisie en daarmee ook met het gemeentelijk beleid.
3.3
Milieu- en omgevingsaspecten
3.3.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht. 3.3.2
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 2 bijgevoegd. Op grond van de aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan 'Park Helbergen, eerste herziening' kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld. 3.3.3
Bodem
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing Voor het initiatief is door Econsultancy in oktober 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage is als Bijlage 3 bijgevoegd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken kunnen de navolgende conclusies getrokken worden. Op navolgende afbeelding is aangegeven waar verontreiningen zijn waargenomen.
23
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn tot matig grof zand. De bodem is plaatselijk zwak humeus en/of zwak grindig. Plaatselijk bestaat de bodem uit zwak tot matig zandige klei. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. Ter plaatse van drie boringen (in de afbeelding: rood, geel en blauw) is een puinlaag onder de verhardingen aangetroffen. Voor de aard en milieuhygiënische kwaliteit van deze puinlagen is een separate rapportage opgesteld (het verhardingsonderzoek, bijgevoegd als Bijlage 4). In de bovengrond zijn plaatselijk bijmengingen van voornamelijk baksteen en kolengruis waargenomen. In de zintuiglijk schone bodemlaag onder een puinlaag ter plaatse van één boring (geel) zijn lichte verontreinigingen met cadmium, nikkel, lood, zink en PAK aangetoond. In de overige zintuiglijk schone bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater ter plaatse van de peilbuis is een lichte verontreiniging met barium aangetoond. In het opgeboorde bodemmateriaal van het opslagterrein zijn zintuiglijk geen verontreinigingen aangetroffen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater ter plaatse van de peilbuis is een lichte verontreiniging met barium aangetoond. Ter plaatse van een boring (groen) op het overig terrein is in de bovengrond een zwakke bijmenging van baksteen waargenomen.
In deze laag zijn lichte verontreinigingen met kobalt, nikkel, lood, zink en PAK aangetoond. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn lichte verontreinigingen met lood, kwik en/of nikkel aangetoond. In het grondwater ter plaatse van de peilbuis (oranje) is een lichte verontreiniging met barium aangetoond.
24
Op de bodem van de brandplaats is een laag van 10 cm houtskool aanwezig. In de bodem direct daaronder zijn geen verontreinigingen aangetoond. Gelet op de aard en mate van verontreinigingen aangetoond binnen de diverse deellocaties, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek, locatieinspectie en historisch gebruik zijn er geen aanwijzingen om een asbestverontreiniging in de bodem te verwachten op de onderzoekslocatie. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 3.3.4
Geluid
Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Toetsing Voor het initiatief is door Buro Ontwerp & Omgeving in november 2021 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd. Laan van Eme De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Laan van Eme bedraagt 58 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden. De hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt echter niet overschreden. Bij de nieuwe woningen wordt de streefwaarde van 48 dB uit het gemeentelijke geluidsbeleid overschreden. De hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 58 dB uit het gemeentelijke geluidsbeleid wordt niet overschreden.
Harenbergweg De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Harenbergweg bedraagt 45 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Tevens wordt dan voldaan aan echter de streefwaarde van 48 dB uit het gemeentelijke geluidsbeleid. Op basis van het gemeentelijke geluidbeleid kan de gemeente Zutphen een hogere waarde verlenen afkomstig van de Laan van Eme. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. Conclusie Het aspect geluid vormt na verlening van hogere waarden geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
25
3.3.5
Luchtkwaliteit
Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.
Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging.
De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige
26
bestemmingen'. Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.3.6
Externe veiligheid
Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten.
Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe
27
veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie gemeente Zutphen Met de Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Zutphen. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. Deze visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico's anderzijds. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Zutphen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. Het toetsingskader voorkomt afwegingen en besluiten op ad hoc basis en brengt consistentie door heldere uitgangspunten en reële ambities.
De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het in dit document weergegeven externe veiligheidsbeleid in acht. De uitgangspunten uit deze visie worden verder toegepast bij alle gemeentelijke activiteiten en ontwikkelingen waarbinnen externe veiligheid een rol speelt (o.a. vergunningverlening en handhaving, routering gevaarlijke stoffen, ruimtelijk beleid, rampenbestrijding en risicocommunicatie). Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 34 nieuwe woningen. Het geldende bestemmingsplan maakt 89 woningen mogelijk. Er is daarmee sprake van een afwaardering van het aantal kwetsbare objecten in het plangebied. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een blauwe cirkel.
28
Uitsnede risicokaart Nederland Stationaire risicobronnen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig waarvan de risicocontour of het invloedsgebied reikt tot aan het plangebied. Mobiele risicobronnen Transport over het water Het plangebied ligt op een afstand van circa 85 meter ten oosten van de IJssel, die deel uit maakt van de Corridor Rijn - Oost Nederland. Het invloedsgebied van deze route ter plaatse van het plangebied bedraagt 35 m. Op grond van afstand vormt deze waterweg formeel geen belemmering voor de planontwikkeling. Het plangebied ligt verder niet binnen het invloedsgebied van wegen of spoorlijnen waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waardoor transport van gevaarlijke stoffen over de weg en spoor geen aandachtspunt vormt voor de planontwikkeling. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.7
Bedrijven en milieuzonering
Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en
29
'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies. Toetsing In het plangebied is sprake van de realisatie van nieuwe hindergevoelige functies in de vorm van woningen. Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied Er is één functie in de omgeving van het plangebied die eventuele hinder kan veroorzaken. 1.Gemaal Helbergen, Schouwlaaksweg 3 Op grond van de VNG Brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt voor een gemaal een richtafstand van 10 m ten opzichte van milieugevoelige functies, zoals wonen. Er wordt voldaan aan de afstand.
Hinderveroorzakende functies in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig. Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3.3.8
Water
Beleid Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vierthema’s. Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te
30
invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat ze daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. Het waterschap voert hun beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij willen ze in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze hun taken klimaatneutraal uitvoeren. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Zij streven ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners van het waterschap (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken ze de (digitale) watertoets. Watertakenplan 2021-2025 De gemeente Zutphen beschrijft in het Watertakenplan 2021-2025 hoe de aankomende jaren (2021-2025) invulling zal worden gegeven aan de gemeentelijke watertaken en hoe dit bijdraagt aan de ambities een groene, gezonde én klimaatbestendige gemeente te zijn. Elke gemeente in Nederland heeft drie watertaken, ook wel zorgplichten genoemd, als het gaat om de (afval)waterketen in de gemeente: de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht. In het Watertakenplan beschrijft Zutphen hoe zij als gemeente invulling geeft aan de zorgplichten. Watertoets Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen.
Als erop een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met 'nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden.
31
Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord). Thema Veiligheid
Riolering en Afvalwaterketen
Wateroverlast (oppervlaktewater)
Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast
Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer Volksgezondheid
Natte natuur
Verdroging Recreatie
Toetsvraag Relevant 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) Ja 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? Nee 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? Ja 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? Nee 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? Nee 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m2? Ja 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? Ja 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? Ja 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Ja 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? Nee 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? Ja 2. Is in het plangebied sprake van kwel? Ja 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Nee 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Nee 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? Nee 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? Ja 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Nee 1.