CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels_Omgevingsplan Landelijk gebied Zutphen

Raadsvergadering 4 juli 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan (bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) Landelijk gebied34.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevingsplan | Regels

Landelijk gebied

Gemeente Zutphen Datum: april 2022 Projectnummer: 160109.01 ID: NL.IMRO.0301.op0101Landelijkgeb-vs01

INHOUD REGELS

1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

3 18

2

Functies - Agrarisch

21

Artikel 3 Artikel 4

Agrarisch Agrarisch - Glastuinbouw

21 27

3

Functies - Bedrijven

30

Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bedrijf Gemengd Horeca

30 34 35

4

Functies - Infrastructuur

37

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Verkeer Verkeer - Spoor Water Water - Kanaal Water - Rivier

37 37 38 38 39

5

Functies - Maatschappelijk

40

Artikel 13 Artikel 14

Maatschappelijk Maatschappelijk - Begraafplaats

40 41

6

Functies - Natuur

43

Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Bos Groen Natuur

43 44 45

7

Functies - Recreatie

47

Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24

Recreatie - Bedrijf 1 Recreatie - Bedrijf 2 Recreatie - Recreatiewoning Recreatie - Verblijfsrecreatie Recreatie - Volkstuin Sport Sport - Manege

47 48 49 50 53 54 54

8

Functies - Wonen

58

Artikel 25 Artikel 26

Landgoed Wonen

58 62

9

Gebiedskwaliteit - Archeologie

70

Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32

Waarde - Archeologie zeer hoge bekende waarde Waarde - Archeologie hoge bekende waarde Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde Waarde - Archeologie IJsselbedding

70 73 76 79 81 84

10

Gebiedskwaliteiten - Cultuurhistorie

88

Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38

Vrijwaringszone - molenbiotoop Waarde - Beschermd dorpsgezicht Waarde - Beschermd stadgezicht Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Gemeentelijk monument Waarde - Rijksmonument

88 88 90 91 92 94

11

Gebiedskwaliteit - Landschap

95

Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45

Waarde - Beekdal Waarde - Bos en landgoederen Waarde - Broeklanden Waarde - Kampen en essen Waarde - Kronkelwaarden Waarde - Oeverwal en rivierduin Waarde - Uiterwaarden

95 96 96 97 98 99 100

12

Gebiedskwaliteit - Natuur

101

Artikel 46 Artikel 47 Artikel 48 Artikel 49 Artikel 50

Waarde - Gelders Natuurnetwerk Waarde - Groene Ontwikkelingszone Waarde - Natte landnatuur Waarde - Natura 2000 Waarde - Waardevolle bomen

101 102 105 106 106

13

Gebiedskwaliteit - Water

108

Artikel 51 Artikel 52 Artikel 53

Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie Vrijwaringszone - dijk

108 108 109

14

Overige regels - Energie

110

Artikel 54 Artikel 55

Windturbines Zonne-energie

110 110

15

Overige regels - Leidingen

112

Artikel 56 Artikel 57 Artikel 58 Artikel 59 Artikel 60

Leiding - Buisleidingenstrook Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Riool Leiding - Water

112 112 113 113 114

16

Algemene regels - Aanduidingsregels

115

Artikel 61 Artikel 62 Artikel 63 Artikel 64

Veiligheidszone - Bevi Veiligheidszone - Gasdrukmeet- en regelstation Veiligheidszone - lpg Veiligheidszone - nutsvoorziening

115 115 115 116

17

Algemene regels - Bouwen

117

Artikel 65 Artikel 66 Artikel 67 Artikel 68

Algemene bouwregels Anti-dubbeltelregel Welstand Parkeren

117 118 118 118

18

Algemene regels - Flexibiliteit

123

Artikel 69 Artikel 70 Artikel 71 Artikel 72 Artikel 73

Algemene afwijkingsbevoegdheden Algemene belangenafweging Nadere eisen Procedure melding Wijzigingsbevoegdheden

123 123 123 124 124

19

Algemene regels - Gebruik

129

Artikel 74

Algemene gebruiksregels

129

20

Algemene regels - Milieuregels

130

Artikel 75 Artikel 76 Artikel 77 Artikel 78

Bodem Externe veiligheid Geluid Stikstof

130 130 130 130

21

Algemene regels - Uitvoeren werken/werkzaamheden

132

Artikel 79 Artikel 80 Artikel 81

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden Kapverbod Bestrijding van boomziekten

132 134 135

22

Algemene regels - Verblijfsgebied

136

Artikel 82

Bruikbaarheid en aanzien van de weg

136

Artikel 83 Artikel 84 Artikel 85 Artikel 86 Artikel 87 Artikel 88 Artikel 89 Artikel 90 Artikel 91 Artikel 92

137 137 137 138 138 138 139 140 140

Artikel 93 Artikel 94

Veiligheid op de weg Maatregelen tegen overlast en baldadigheid Vuurwerk Bodem-, weg- en milieuverontreiniging Kamperen buiten kampeerterreinen Parkeerexcessen Venten Standplaatsen Openbaar water Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Oplaadpalen Bescherming gemeentelijke houtopstanden

23

Overgangsrecht

144

Artikel 95 Artikel 96

Overgangsrecht Slotregel

144 144

Bijlagen Bijlage 1: Inventarisatielijst Bijlage 2: Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 3 : Inrichtingsplan Geesinkweg 2 Bijlage 4 : Inrichtingsplan Lansinkweg 2 Bijlage 5 : Inrichtingsplan Oude Borculoseweg 18 Bijlage 6 : Inrichtingsplan Driesteek 7 Bijlage 7: Inrichtingsplan Hoveniersweg 16 Bijlage 8: Inrichtingsplan Lochemseweg 32a Bijlage 9: Inrichtingsplan Mettrayweg 2 Bijlage 10: Beleidsregel Plussenbeleid Bijlage 11: Oppervlakte niet-agrarische bedrijven Bijlage 12: Inrichtingsplan Vordenseweg 21-23 Bijlage 13: Inrichtingsplan Bronsbergen 10 Bijlage 14: Inrichtingsplan Oude Borculoseweg 3 Bijlage 15: Inrichtingsplan Dennendijk 7 Bijlage 16: Inrichtingsplan Hoekendaal Bijlage 17: Sloopkaart Bronsbergen 10 Bijlage 18: Sloopkaart Oude Borculoseweg 3 Bijlage 19: Schetsontwerp Geesinkweg 2 (sloop voormalige bedrijfswoning) Bijlage 20: Beleidsregel Welstand landelijk gebied Bijlage 21: Beleidsregel Welstand landelijk gebied kaart Bijlage 22: Beleidsregel Procedure melding Bijlage 23: Maximaal aantal dieren Bijlage 24: Tabel uitvoeren van werkzaamheden Bijlage 25: Masterplan Poppink Bijlage 26: Inrichtingsplan Zonneakker Revelhorst Bijlage 27: Landschapsplan Vlietbergweg 2 Bijlage 28: Toelichting parkeerbehoefte basisscholen en kinderdagverblijven

141 142 143

1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1

plan het omgevingsplan Landelijk gebied met identificatienummer NL.IMRO.0301.op0101Landelijkgeb-vs01 van de gemeente Zutphen;

1.2

omgevingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie;

1.4

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

aan huis verbonden beroep beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is, dat deze activiteiten in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel of consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten. Onder aan huis verbonden beroepen worden in ieder geval begrepen: architect, advocaat, acupuncturist, beeldhouwer, belastingadviseur, fysiotherapeut, grafisch ontwerpen, huisarts, hypotheekadviseur, (juridisch) adviseur, kunstschilder, makelaar, notaris, psycholoog, tandarts, verloskundigenpraktijk, dierenarts (kleine huisdieren), zakelijke dienstverlening en logopedie;

1.7

afwijken van de bouwregels en/of gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

1.8

agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen;

1.9

ammoniakbuffergebied Gebied in een zone van 250 meter rondom zeer gevoelige natuur in het Gelder natuurnetwerk waar de emissie van ammoniak niet mag toenemen bij uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij;

3

1.10

archeologisch onderzoek onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst of instelling dat beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet;

1.11

archeologische deskundige de gemeentelijk (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;

1.12

archeologische verwachting de toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.13

archeologische waarde een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.14

bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.15

bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bestemmingsvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald;

1.16

bed & breakfast een overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, geen verblijf in verband met seizoensgebonden werkzaamheden of tijdelijke werkzaamheden;

1.17

bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;

1.18

bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.19

bedrijfsmatige activiteit bij wonen activiteit, niet zijnde een aan huis verbonden beroep en/of consumentverzorgende activiteit, gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, waaronder ook (verblijfs)recreatieve activiteiten en agrarische, niet zijnde volwaardige, activiteiten worden verstaan;

1.20

bedrijfsmatige exploitatie het via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon voeren van een zodanig beheer c.q. exploitatie, dat in de in de regels aangegeven recreatieverblijven daadwerkelijk recreatief verblijf plaatsvindt;

4

1.21

bedrijfsplan een plan waarin de gewenste ontwikkeling en doelstellingen van een onderneming voor een bepaalde periode zijn vastgelegd en onderbouwd;

1.22

bedrijfswoning een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, de instelling of de inrichting, ten behoeve van beheer van en/of toezicht op het bedrijf, de instelling of de inrichting;

1.23

beperkt kwetsbaar object a verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, dienst- en bedrijfswoningen van derden, sporthallen en terreinen, zwembaden en speeltuinen; b kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbaar object, onder c, vallen; c kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbaar object, onder d, vallen; d objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; e objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;

1.24

bestaand a bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime waarbij uitgegaan wordt van bijlage 1 van deze planregels;

1.25

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.26

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.27

Bevi Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen);

5

1.28

bijgebouw een gebouw ten dienste van een groter genot van het gebruik van het hoofdgebouw, zoals garages, hobbyruimten, schuurtjes, bergingen, hobbykasjes, tuinhuisjes en huisdierenverblijven;

1.29

bomeneffectanalyse een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg van een houtopstand;

1.30

bomenkwekerij het telen van laan- en sierbomen, vruchtbomen en/of heesters;

1.31

boom een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal 55 cm gemeten op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamomtrek van de dikste stam. In afwijking van deze minimale stamomtrek van 55 cm geldt geen minimale stamomtrek indien het bomen zijn, geplant op grond van de voorgeschreven herplantplicht en bij bomen als waarvoor algemene regels gelden op grond van dit plan;

1.32

boomgaard stuk grond, hobbymatig beplant met fruitbomen;

1.33

boomwaarde de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;

1.34

bosbouw het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de intandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van één of meer van de functies natuur, houtproductie, landschap, milieu en recreatie;

1.35

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergoten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.36

bouwobjecten materiaal ten dienste van bouw-, sloop- en onderhoudswerkzaamheden of van de daarbij betrokken personen, zoals steigers, puinbakken, containers, keetcontainers, verhuisliften, pompinstallaties, ecotoiletten, stenen, cement zand en tegels;

1.37

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.38

bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel;

6

1.39

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.40

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.41

calamiteit een (natuurramp) of een niet-verwachte gebeurtenis, die ernstige schade veroorzaakt;

1.42

carbid schieten het in een bus/ container- /opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water- of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;

1.43

compensatieplan voor de onderbouwing met betrekking tot mitigatie en compensatie wordt een compensatieplan vastgesteld, waarin moet worden ingegaan op de voorwaarden waaronder de ontwikkeling mogelijk is en daarnaast:  de wijze waarop wordt verzekerd dat de mitigatie en de compensatie daadwerkelijk worden uitgevoerd;  de wijze van monitoring en rapportage van de tenuitvoerlegging van de mitigatie en de compensatie;

1.44

compensatieplan bomen overzicht, waarin opgenomen:  boomwaarde van alle bomen in het plangebied behorend bij het project van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden;  aantal en soort te plaatsen nieuwe bomen in het gebied behorend bij het project van de aanvraag als vervanging van aantal en soort te kappen bomen in hetzelfde gebied;  financiële bijdrage aan het Bomenfonds, zijne boomwaarde van de bomen die niet binnen het gebied behorend bij het project van de aanvraag kunnen worden vervangen;

1.45

compenserende maatregelen maatregelen die worden getroffen in verband met een, op een andere locatie voorkomende, aantasting van kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone;

1.46

consumentverzorgende bedrijfsactiviteit het als eenmanszaak beroepsmatig uitoefenen van een dienstverlenende bedrijvigheid gericht op consumentverzorging, dan wel ambachtelijke bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat, wanneer deze in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en er geen aantasting plaatsvindt van de fysieke leefomgeving.

7

Onder consumentverzorgende bedrijfsactiviteit wordt in ieder geval verstaan: adviesbureau, fotograaf, autorijschool, bloemschikker, decorateur, fietsenreparateur, gouden zilversmid, hoedenmaker, hondentrimmer, pottenbakker, instrumentenmaker, kaarsenmaker, kantooractiviteiten, klompenmaker, lijstenmaker, loodgieter, meubelmaker, computerservice (o.a. systeembouw/-analyse), schoonheidsspecialiste, kapsalon, traiteur, muziekinstrumentenmaker, zadelmaker, nagelstudio, tv/radio reparateur, reisorganisatie (kleinschalig), koerierdienst, prothesemaker, reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s, TV’s/horloges etc.) en glazenwasser; 1.47

consumentenvuurwerk vuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is;

1.48

cultuurhistorische waarden a het cultuurpatroon van een gebied, dat kenmerkend is voor het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van de gronden gemaakt heeft, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de kavelindeling, de waterhuishouding, het bodemrelief, de beplanting en de bebouwing; b de aan een bouwwerk eigen zijnde waarde in verband met de herkenbaarheid van de in het verleden ontstane elementen van het bouwwerk in relatie tot de geschiedkundige ontwikkeling van het gebied; architectonische waarden worden hier mede onder begrepen;

1.49

dagrecreatie het totaal van mogelijkheden en voorzieningen voor ontspanning of vrijetijdsbesteding op een bepaalde plaats zonder overnachtingsmogelijkheden;

1.50

detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.51

diepploegen het omzetten van de grond, gemeten vanaf peil met een diepte van minimaal 0,80 meter ten behoeve van agrarisch gebruik;

1.52

drijvend bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die drijft, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is en bedoeld is om ter plaatse te functioneren;

1.53

dunning een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van na dunning overblijvende bomen;

8

1.54

duurzaam opwekken van energie Het opwekken van energie door middel van energiebronnen die onbeperkt beschikbaar zijn door het gebruik van het leefmilieu, zoals windenergie, zonne- energie, warmte-energie;

1.55

erf a ter plaatse van de aanduiding ‘erf’: een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; b al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;

1.56

erfinrichtingsplan een inrichtingsplan in tekst en kaartbeeld waaruit blijkt hoe de nieuwe ontwikkeling op een streekeigen wijze wordt ingepast in de omgeving, waarbij aandacht wordt besteed aan:  de landschappelijke inpassing;  de locatie van de nieuwe bebouwing;  de versterking en de ontwikkeling van het gebiedsDNA Landschap en het gebiedsDNA Erven;  de overige erfinrichting;  de wijze waarop rekening is gehouden met de aanwezige beschermde flora en fauna; en waarop in ieder geval staat:  het betreffende perceel;  de bestaande bebouwing;  de bestaande beplanting (locatie en soort en grootte);  de locatie van de nieuwe bebouwing (maatvoering en uitstraling/gevelbeeld);  de locatie van nieuwe beplanting (locatie en soort en grootte).

1.57

erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

1.58

extensieve dagrecreatie dagrecreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte;

1.59

gebiedsDNA landschap de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorische en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht;

1.60

gebiedsDNA erven karakteristieke patronen en structuren op een erf of ensemble van bebouwing en landschapselementen;

9

1.61

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.62

gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;

1.63

geitenhouderij veehouderij met geiten;

1.64

geluidsgevoelige functies woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen;

1.65

gemeentelijk monument a een zaak die van belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; b een terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder a;

1.66

gevoelige functie (recreatie)woningen en terreinen ten behoeve van bedrijfsvoeringen waarbij sprake is van biologische teelt van gewassen overeenkomstig de regels van de biologische productiemethoden.

1.67

glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij waarbij het telen van gewassen (nagenoeg) volledig in kassen plaatsvindt;

1.68

GNN: Gelders Natuurnetwerk gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligheidstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten;

1.69

GO: Groene Ontwikkelingszone Gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met de Gelders natuurnetwerk, waaronder weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen;

1.70

groepsaccommodatie een gebouw bestemd voor recreatief verblijf van groepen van maximaal 50 personen voor ten hoogste 28 aaneengesloten nachten;

1.71

groepsrisico de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is;

10

1.72

grondgebonden veehouderijbedrijf een veehouderijbedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten, waarbij de productie van meer dan 50% afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waarover het bedrijf in de omgeving van de bedrijfsgebouwen kan beschikken;

1.73

grondgebonden veehouderijtak onderdeel van een agrarisch bedrijf waarvoor het bedrijf over voldoende agrarische cultuurgrond in de omgeving van de bedrijfsgebouwen om de dieren binnen de veehouderijtak voor meer dan 50% zelf te kunnen voeren;

1.74

grondgebruiksplan plan waarin de ondernemer informatie biedt over de grondgebondenheid van het veehouderijbedrijf of de veehouderijtak waarin in ieder geval een overzicht van nabijgelegen gronden waarover een ondernemer langdurig kan beschikken en waarin gerekend wordt met de eenheid kg per gedroogde stof;

1.75

herplant  het opnieuw (elders) planten van een te verplanten boom;  het vervangen van een gevelde boom door nieuwe aanplant;

1.76

hobbymatig agrarisch gebruik het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd;

1.77

hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.78

horeca een bedrijf waar overdag en/of in de avonduren dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt vertrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension en naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzodering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;

1.79

houtopstand één of meer bomen, boomvormers, houtwal, hakhout of ander houtig gewas;

1.80

houtproductie het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mee daarop afgestemd duurzaam beheer van bos;

1.81

huishouden een persoon die of groep personen die die in onderlinge verbondenheid en in vast verband samenleven;

1.82

inwoning het bewonen van één bestaande woning door twee of meer huishoudens met een gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen

11

c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn en de woning het karakter van één woning in visueel opzicht behoudt; 1.83

kampeermiddel a een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan; b enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele tijdelijk of blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.84

kampeerterrein een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop een gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

1.85

kantoor een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen/het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.86

karakteristieke bebouwing een gebouw of een complex van gebouwen dat vanwege zijn cultuurhistorische en architectonische waarde in relatie met zijn cultuurhistorisch waardevolle omgeving als waardevol wordt beschouwd; hieronder vallen in ieder geval de T-boerderij en de traditionele Saksische boerderij;

1.87

kas een agrarisch gebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal;

1.88

kavel een stuk cultuurgrond (grond in gebruik voor akkerbouw en-of veeteelt) toebehorend aan een agrarisch bedrijf en omgeven door de grond van een ander;

1.89

kelder

een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen; 1.90

kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk aanwezige en potentiële waarden gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied;

1.91

kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone de bestaande en te ontwikkelen kwaliteiten voor het gebied;

12

1.92

kleinschalig kampeerterrein een kampeerterrein voor ten hoogste 30 kampeermiddelen;

1.93

kwetsbaar object a. woningen, hieronder begrepen woonwagens en woonschepen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 2 1.500 m per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het geza2 menlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m bedraagt en winkels met een 2 totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

1.94

teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 3 m uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolie, containervelden, tunnels;

1.95

landhuis een gebouw of complex van gebouwen dat vanwege zijn cultuurhistorische, architectonische en monumentale waarde in relatie met zijn cultuurhistorische waardevolle omgeving als waardevol wordt beschouwd;

1.96

landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorische en/of ecologische en/of geomorfologisch opzicht;

1.97

landschapselement een vast onderdeel van het landschap, dat bepalend is voor de structuur van het landschap, zoals bijvoorbeeld houtsingel, sloot;

1.98

LPG-doorzet 3 de afzet van PG in m per jaar;

1.99

maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, (kinder)opvang- en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en ondersteunende horeca ten dienste van deze voorzieningen;

13

1.100

manege een bedrijf, dat gericht is op het (laten) verzorgen, (laten) stallen, (laten) dresseren en (laten) trainen van paarden en/of pony's ten behoeve van de (recreatieve) ruitersport, waaronder begrepen het (laten) geven van lessen in ruitersport;

1.101

melding de gemeente in kennis stellen van de beoogde plannen waarvoor een meldingsplicht geldt in het omgevingsplan;

1.102

milieugevoelige functie functies die beschermd moeten worden tegen milieubelastende activiteiten teneinde een goed verblijfsklimaat te borgen, zoals woningen, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie;

1.103

mitigerende maatregelen maatregelen die de aantasting van kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk of het de Groene Ontwikkelingszone beperken;

1.104

molenbiotoop Gebied rondom een historische of monumentale molen met een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen;

1.105

nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening;

1.106

natuurwaarden de aan een gebied eigen zijnde ecologische waarden;

1.107

nevenactiviteit binnen agrarische bedrijfsbestemming activiteit die in ruimtelijk en bedrijfseconomisch opzicht een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale agrarische bedrijfsactiviteiten;

1.108

niet-grondgebonden veehouderijbedrijf een veehouderijbedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op veehouderij waarvan het voer voor de landbouwhuisdieren voor het grootste gedeelte niet geteeld wordt op de gronden die in de nabijheid van het erf zijn gelegen, en waarop de veehouderij rechten heeft;

1.109

niet-grondgebonden veehouderijtak onderdeel van een agrarisch bedrijf dat is gericht op niet-grondgebonden veehouderij;

1.110

normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten tenminste het bestaande kwaliteitsniveau bereikt;

1.111

omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.112

omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening; 14

1.113

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder b van de Wet ruimtelijke ordening;

1.114

onderkomen voor verblijf geschikte -al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokkenvoer- of vaartuigen, toer- of stacaravans, kampeermiddelen, pleziervaartuigen, tenten, loodsen, keten en andere soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover bovengenoemde zaken niet als bouwwerken zijn aan te merken;

1.115

ondersteunende horeca horeca die ondergeschikt is en gerelateerd is aan een andere, nadere in de regels omschreven (hoofd)functie;

1.116

overkapping een overkapt bouwwerk, bestaande uit maximaal twee al dan niet tot de constructie behorende wanden;

1.117

paardenbak een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal en behoeve van het rijden van paarden;

1.118

paardenhouderij een agrarisch verwant bedrijf voor het bedrijfsmatig stallen, trainen en africhten van paarden en pony’s;

1.119

peil a voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;

1.120

permanente bewoning bewoning door een persoon of groep van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats;

1.121

plattelandswoning woning behorende tot of voorheen behorende tot een agrarisch bedrijf, die door een derde bewoond mag worden als bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.122

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.123

recreatiewoning een gebouw dat naar aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;

15

1.124

recreatieve bewoning de bewoning die plaatsvindt in het kader van recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.125

seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang als of zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.126

Staat van Bedrijfsactiviteiten de als bijlage 2 bij deze regels behorende en daarvan deel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;

1.127

standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, met dien verstande dat niet onder standplaats wordt verstaan: a een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b een vaste plaats op een evenement.

1.128

streekeigen producten producten gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van de desbetreffende regio wordt geproduceerd;

1.129

teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, niet zijnde kassen, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen, hieronder mede begrepen afdekfolies;

1.130

toeristisch kampeerterrein kampeerterrein ten behoeve van recreatief verblijf waar jaarrond gekampeerd mag worden;

1.131

uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren of in uitvoering geven;

1.132

veehouderij een bedrijf, geheel of gedeeltelijk bestemd voor het fokken en houden van landbouwhuisdieren;

16

1.133

vellen (vellen, doen vellen of laten vellen)  rooien, kappen, of verplanten of het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen;  het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben;

1.134

venten het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis, met dien verstande dat onder venten niet wordt verstaan: a het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22; c het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 90.

1.135

verblijfsrecreatie recreatie in ruimten welke zijn bestemd of gericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, hotel, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben;

1.136

volkstuin een perceel grond waarop de gebruiker gewassen teelt voor eigen gebruik;

1.137

voorgevel de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel(s) van een hoofdgebouw, (doorgaans) gekeerd naar de weg of het openbaar gebied;

1.138

weg zoals verstaan onder artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;

1.139

wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.140

wonen het gehuisvest zijn in (een) woning(en);

1.141

woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

17

1.142

woonark een drijvend bouwwerk, niet (meer) bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een rechthoekige opbouw, en bestemd voor het wonen;

1.143

woonschip een vaartuig dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart en dat wordt gebruikt voor wonen, niet zijnde een drijvend bouwwerk;

1.144

zaak een tastbaar object;

1.145

zomer-seizoensgebonden nevenactiviteiten nevenactiviteiten die afhankelijk zijn van het zomerseizoen.

1.146

zonneakker een veld met zonnepanelen

1.147

zonneladder een prioritering van locaties die geschikt zijn voor de plaatsing van (grootschalige) installaties voor de opwekking van zonne-energie, zoals de provinciale verordening beoogd.

Artikel 2 2.1

Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: de afstand tot de perceelsgrens de kortste afstand tussen de perceelsgrens van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; de bebouwde oppervlakte het gezamenlijk oppervlak op een bouwperceel van de gebouwen en uitsluitend die bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die een overdekte ruimte vormen tenminste 1 meter boven peil. Het oppervlak van de laatstgenoemde bouwwerken wordt gemeten door middel van projectie en wel 1 meter boven peil; de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; de hoogte van een drijvend bouwwerk de afstand gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals masten, schoorstenen, antennes, mastkoker en naar aard daarmee gelijk te stellen onderdelen, mits de maximale toegestane bouwhoogte voor de ondergeschikte onderdelen met niet meer dan een meter wordt overschreden. Deze beperking geldt niet voor masten.

18

de breedte van een drijvend bouwwerk de afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het breedst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. de lengte van een drijvend bouwwerk de afstand gemeten daar waar de constructie van het bouwwerk, inclusief loopranden, stootranden, dakranden, zeemranden, goten en vergelijkbare constructies, het langst is. Ondergeschikte delen die buiten de constructie steken, zoals rondhouten, roerbladen en boegsprieten en eenvoudig demontabele voorzieningen, worden niet meegerekend. de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping; de tiphoogte van een windturbine vanaf peil tot aan de uiterste punt van de wiek in hoogste positie; ondergronds bouwen Vanaf het bouwkundige peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

19

2.2

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

2.3

Bij de toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.

2.4

Daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken dan wel aanduidingsvlakken door middel van de figuur ‘relatie’ met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken dan wel aanduidingsvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak dan wel één bouwvlak dan wel één aanduidingsvlak.

20

2 Artikel 3 3.1

Functies - Agrarisch Agrarisch Bij recht - Gebruiken De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a grondgebonden veehouderijbedrijven, met dien verstande dat het gebruik in overeenstemming is met artikel 78; b niet-grondgebonden veehouderijbedrijven uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘niet grondgebonden’, met dien verstande dat het gebruik in overeenstemming is met artikel 78; c agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijbedrijven, met dien verstande dat: 1 een boomkwekerij met bijbehorende detailhandel in eigen voortgebrachte producten uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bomenteelt’; 2 glastuinbouw niet is toegestaan; d een grondgebonden en/of niet-grondgebonden veehouderijtak, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - ammoniakbuffergebied’ uitsluitend de bestaande niet-grondgebonden veehouderijtakken zijn toegestaan; e een paardenhouderij in combinatie met een grondgebonden agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘paardenhouderij’; f een manege in combinatie met een grondgebonden agrarisch bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘manege’ ; g de bestaande recreatieve nevenactiviteiten ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’; h het beoefenen van de touwtreksport ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - touwtrekvereniging’; i één bedrijfswoning dan wel de

ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal bedrijfswoningen’ aangegeven aantal bedrijfswoningen op de bestaande locatie, waarbij inwoning is toegestaan, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ géén bedrijfswoning is toegestaan; 2 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - Lage Lochemseweg 10’ de tweede bedrijfswoning uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ is toegestaan; j aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, 2 met dien verstande dat maximaal 50 m van de bedrijfswoning mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; 2 k een bed & breakfast met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van de bed & breakfast met maximaal 4 slaapplaatsen waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; l detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten, met dien ver2 stande dat de oppervlakte ten behoeve van detailhandel maximaal 25 m mag bedragen; m bestaande nevenactiviteiten met de bestaande oppervlakte;

21

n o p q r s

hobbymatig agrarisch gebruik; bestaande paardenbakken; paardenbakken bij een manege en paardenhouderij en -fokkerij; het behoud, het herstel en /of de ontwikkeling van landschapselementen; extensieve dagrecreatie; een ontsluitingsweg ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer ontsluitingsweg’; t een parkeerterrein uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘parkeerterrein’; u water en voorzieningen voor de waterhuishouding; v een zonneakker met bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - zonneakker; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder teeltondersteunende voorzieningen, ruiter-, fiets- en wandelpaden, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, tuinen en erven, met dien verstande dat buiten de aanduiding ‘erf’ uitsluitend de bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan, mits anders bepaald in deze regels. 3.2 3.2.1

3.2.2

3.2.3

3.2.4

Specifieke gebruiksregels Houden van dieren a Het houden van dieren is uitsluitend op de begane grondvloer toegestaan. b Het houden van dieren ten behoeve van een nieuwe niet-grondgebonden veehouderijtak is uitsluitend toegestaan binnen de bestaande oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Houden van geiten Het is verboden om: a een geitenhouderij te vestigen; b een veehouderij of veehouderijtak met andere landbouwhuisdieren geheel of gedeeltelijk te wijzigen in een geitenhouderij; c het aantal geiten dat op een bestaande geitenhouderij wordt gehouden te vergroten; d de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten te vergroten, tenzij de ten tijde van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan vergunde dan wel het gemelde aantal geiten aantoonbaar niet groeit; e een dierenverblijf voor een geitenhouderij op te richten en een gebouw of gronden voor het houden van gieten in gebruik te nemen; f bouwwerken of gronden tijdelijk te gebruiken voor een geitenhouderij. Spuitafstand Het is verboden om: Binnen een afstand van 50 m ten opzichte van gevoelige functies chemische gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Landschappelijke inpassing Geesinkweg 2 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Geesinkweg 2’ dienen ingericht en ingericht te blijven conform de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 3 opgenomen inrichtingsplan.

22

3.2.5

3.2.6

3.2.7

3.2.8

3.2.9

3.2.10

3.2.11

Landschappelijke inpassing Lansinkweg 2 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - voorwaardelijke verplichting Lansinkweg 2’ dienen ingericht en ingericht te blijven conform de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 4 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de recreatieve bedrijfsactiviteiten binnen de bestemming ‘Recreatie - Bedrijf’. Landschappelijke inpassing Oude Borculoseweg 18 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Oude Borculoseweg 18’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 5 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting Oude Borculoseweg 18’.

Landschappelijke inpassing Driesteek 7 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Driesteek 7’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 6 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Driesteek 7’. Landschappelijke inpassing Hoveniersweg 16 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hoveniersweg 16’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 7 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting Hoveniersweg 16’.

Landschappelijke inpassing Lochemseweg 32a De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Lochemsweg 32a’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 8 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen voorwaardelijke verplichting Lochemseweg 32a. Landschappelijke inpassing Mettrayweg 2 De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Mettrayweg 2’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 9 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de woningen binnen de bestemming ‘Wonen’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Mettrayweg 2’. Specifieke vorm van agrarisch - zonneakker De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - zonneakker’ dienen ingericht te blijven ten behoeve van de landschappelijke inpassing conform het in bijlage 26 opgenomen inrichtingsplan, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing van de zonneakker.

23

3.3 3.3.1

3.3.2 3.3.3

3.3.4

3.3.5

Bij recht - Bouwen Bedrijfsgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘erf’; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 12 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 6 m; d in afwijking van het bepaalde onder a bedraagt de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen van een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘niet grondgebonden’ de bestaande oppervlakte aan bebouwing; e nieuwe bedrijfsgebouwen mogen aansluitend aan de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd, mits: 1 er op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ geen reële mogelijkheden bestaan; 2 er, indien het een (melk)rundveehouderijtak betreft, aan de uitbreiding een grondgebruiksplan ten grondslag ligt; 3 er, indien het een bestaande niet-grondgebonden veehouderijtak betreft, maatregelen worden getroffen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving conform de beleidsregel Plussenbeleid van de gemeente, met dien verstande dat deze maatregelen niet getroffen hoeven te worden bij een 2 fictieve uitbreiding van de aanduiding ‘erf’ van maximaal 500 m eens per vijf jaar; 4 er, indien het een bestaande niet-grondgebonden veehouderijtak ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - ammoniakbuffergebied’ betreft, geen sprake mag zijn van een toename van de emissie van ammoniak op de locatie.

Uitsluitend de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - touwtrekvereniging’ is toegestaan. Bedrijfswoningen en plattelandswoningen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; 3 c de inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m ; d herbouw is uitsluitend mogelijk op de bestaande fundering. Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning en plattelandswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m per woning. Paardenbakken voldoen aan de volgende kenmerken: a gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - manege Lansinkweg’ aansluitend aan het bouwvlak van de bestemming 'Sport - manege'; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de aangrenzende woning van derden bedraagt minimaal 50 m; 2 c de oppervlakte bedraagt maximaal 1.500 m ; d verlichting is niet toegestaan.

24

3.3.6

3.3.7

3.4 3.4.1

3.4.2

Teeltondersteunende voorzieningen voldoen aan de volgende kenmerken: 2 a een maximale oppervlakte van 2.000 m , met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt uitsluitend binnen dan wel direct aansluitend aan de aanduiding ‘erf’; b in afwijking van het bepaalde onder a zijn tevens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - wijngaard' de bestaande hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’; b nieuwe bouwwerken, geen gebouwen zijnde en vervanging van bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten de aanduiding ‘erf’ mogen aansluitend aan de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd, mits er op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ geen reële mogelijkheden bestaan, en voldoen aan de volgende kenmerken: 1 de bouwhoogte bedraagt maximaal: a silo's 8 m; b overige silo's 3 m; c hooibergen 9 m; d erfafscheidingen 3 m; e overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m; 2 de goothoogte van hooibergen bedraagt maximaal 6 m; 2 3 de oppervlakte van hooibergen bedraagt maximaal 36 m ; c in afwijking van het bepaalde onder b zijn buiten de aanduiding ‘erf’ bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale bouwhoogte van 1,5 m.

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van agrarisch - zonneakker’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter; 2 b de totale oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m . Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a afrasteringen zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 m; b zonnepanelen zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 2 m, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneakker'; c beveiligingscamera's en soortgelijke voorzieningen zijn toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 6,5 m, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneakker';

25

3.5 3.5.1

3.5.2

3.6 3.6.1

3.6.2

3.6.3

Flexibiliteit - Melden Nevenactiviteiten Met voorafgaande melding zijn nevenactiviteiten toegestaan, mits: a uitgeoefend binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat: 2 1 maximaal 350 m van de bestaande bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit gebruikt mag worden; 2 buiten de bebouwing uitsluitend zomer-seizoensgebonden nevenactiviteiten zijn toegestaan; b herbouw ten behoeve van de nevenactiviteit mag niet plaatsvinden; c detailhandel uitsluitend in de vorm van detailhandel in streekeigen producten plaatsvindt; d geen sprake is van buitenopslag; e de afwikkeling van het verkeer niet tot verkeersonveilige situaties leidt. Kleinschalig kamperen Met voorafgaande melding is een kleinschalig kampeerterrein toegestaan, mits: 2 a de sanitaire voorzieningen met een maximale oppervlakte van 30 m binnen de bestaande bebouwing worden gerealiseerd; b de afstand tussen het kleinschalig kampeerterrein en het meest nabijgelegen bestemmingsvlak van een milieugevoelige functie minimaal 50 m bedraagt; c de afstand tussen het begin van het terrein van het kleinschalige kampeerterrein en de bedrijfswoning van de initiatiefnemer maximaal 50 m bedraagt; d de kampeermiddelen op het kleinschalige kampeerterrein niet gebruikt worden ten behoeve van permanente bewoning.

Flexibiliteit - Afwijken 2 Nevenactiviteiten met oppervlakte groter dan 350 m Met omgevingsvergunning zijn nevenactiviteiten toegestaan met een grotere opper2 vlakte dan 350 m , mits: a voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.5.1, maar met een 2 grotere oppervlakte dan 350 m ; b de behoefte aan de activiteit wordt aangetoond door middel van een bedrijfsplan. Herbouw woning Met omgevingsvergunning kan de woning op een andere locatie worden herbouwd, mits: a er op enig punt aansluiting plaatsvindt op de bestaande fundering; b er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wordt gerealiseerd; c achter de gevel van het dichtstbijzijnde bouwwerk wordt gebouwd dat het dichts bij de weg is gelegen. Kortere spuitafstand Met omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de afstand in artikel 3.2.3, mits: a een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd blijft; b uit deskundig onderzoek blijkt dat er geen negatieve effecten zijn voor gevoelige functies door chemische gewasbestrijdingsmiddelen.

26

3.6.4

3.6.5

3.6.6

Artikel 4 4.1

Paardenbakken Met omgevingsvergunning is een paardenbak toegestaan, mits: a gerealiseerd op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ of aansluitend aan deze aanduiding of aansluitend aan de bestemming ‘Wonen’; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de aangrenzende milieugevoelige functies van derden minimaal 50 m bedraagt; 2 c de oppervlakte maximaal 1.500 m bedraagt; d geen verlichting wordt gerealiseerd. Schuilgelegenheden Met omgevingsvergunning zijn schuilgelegenheden op de gronden buiten de aanduiding ‘erf’ toegestaan, mits: a maximaal één schuilgelegenheid per hectare wordt gebouwd; b de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt; 2 c de oppervlakte maximaal 20 m bedraagt. Uitbreiding niet-grondgebonden veehouderijbedrijven Met omgevingsvergunning kan een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf zoals opgenomen in bijlage 23 uitbreiden in oppervlakte en aantal dieren, mits voldaan wordt aan de beleidsregel Plussenbeleid in bijlage 10.

Agrarisch - Glastuinbouw Bij recht - Gebruiken De voor ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a glastuinbouwbedrijven; b grondgebonden veehouderijbedrijven; c een grondgebonden en/of niet-grondgebonden veehouderijtak; d één bedrijfswoning op de bestaande locatie, waarbij inwoning is toegestaan; e aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, 2 met dien verstande dat maximaal 50 m van de bedrijfswoning mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; 2 f een bed & breakfast met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van de bed & breakfast met maximaal 4 slaapplaatsen waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; g nevenactiviteiten; h hobbymatig agrarisch gebruik; i het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschapselementen; j extensieve dagrecreatie; k water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ruiter-, fiets- en wandelpaden, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, tuinen en erven, met dien verstande dat buiten de aanduiding ‘erf’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=a42dbeb6-804a-44e0-9a99-2c6969094edb