Handelingen Raad 31 mei en 1 juni 2021
Tekst van het document
En je moet er ook niet aan denken dat als je een rolstoelduwer bent of in ieder geval ondersteuner bent, en dan heb ik het ook nog niet over kinderwagengebruik, over rollators, over allerlei ... Ik denk dat ik mijn vragen helder heb gemaakt voor het College en ik hoor ze ook graag vandaag beantwoord. Dank je wel.” De VOORZITTER: “Oké. Voordat ik het woord geef aan de heer ten Broeke ... De heer Verschure, er was een vraag gesteld aan u.” De heer VERSCHURE: “Ja, dat klopt en ik wilde graag even toelichten dat het toilet nu in een keer heel groot wordt gemaakt, maar het toilet is een wens van de ambassadeurs. Die rollen er tegenaan dat ze nergens naar toe kunnen. Dus, wat De heer Bloem zegt: ‘Ja, dat klopt!’ We zullen in Zutphen altijd een plekje blijven houden dat mogelijk niet toegankelijk kan worden gemaakt. Dus, vandaar dat verzoek. We willen ook absoluut geen openbaar toilet. Nee, het is een toilet voor mindervaliden en waar ouders eventueel kinderen verschonen omdat ze daar net iets meer ruimte hebben dan in een gemiddeld café, grand café, restaurant, of wat er nog meer is. Dus, het gaat er juist om dat we die VN-ambassadeurs inzetten: hun kennis, kunde en ervaring, dat we díe gaan inzetten en dit is hun eerste wens die zij op hun prioriteitenlijstje hebben gezet. En de dekking die komt uit ‘De kracht van Zutphen’. Daar is overleg over geweest.
Dus, we hopen dat het daarbinnen past. En voor de rest worden de overige kosten op de projecten afgeschreven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Ten Broeke. Reactie College (Audiopositie (01:03:22)
399
Wethouder TEN BROEKE: “Ja, dank u wel, voorzitter. Goed dat met deze motie het onderwerp weer aandacht krijgt. Dat verdient het ook, wat ons betreft. Maar het is ook gewoon een wettelijke verplichting om dit onderwerp op de kaart te zetten en hiermee bezig te zijn. Ik wil ondanks de woorden van de heer Verschure toch eerst even ingaan op het meest concrete. Dat vind ik namelijk het openbare toilet. Daar kan ik ook het meest kort over zijn. Het verzoek daartoe, de wens daarvoor, die ligt er al langer. Dat is ook al even genoemd. Op dit moment zijn we als stad eigenlijk gewoon niet gastvrij en doen vele andere steden het ook beter. Dus, hier moet gewoon een plan voor komen. Een dekking binnen de middelen van Kracht van Zutphen is volgens ons ook gewoon een goede aanwending hiervoor. Dus, laten we ermee aan de slag gaan. En dan het andere onderdeel, en dat heeft de heer Verschure - denk ik - terecht gezegd, is belangrijker: het inzetten van de kennis, kunde, en ervaring van de VN-ambassadeurs in Zutphen. Belangrijk is om te noemen dat we de afgelopen jaren zeker ook veel hebben gedaan. Toen ook nog in samenwerking met Stichting Platform Gehandicapten en Chronisch Zieken, wat inmiddels niet meer bestaat. Maar, zij hebben ook een belangrijke bijdrage geleverd aan het inventariseren van knelpunten waarmee wij ook aan de slag konden. Dat platform bestaat op dit moment niet meer.
Voor ons is het belangrijkste adviesorgaan op dit moment de Brede Adviesraad Sociaal Domein. Maar dat laat onverlet dat de VN-ambassadeurs ook een belangrijke plek moeten hebben. Nu is het zo, dat de motie gisteren is ingediend, maar niet in deze vorm is besproken. Ik zou graag ook heel uitgebreid willen reageren, maar voor ons is het echt wel belangrijk om nog even goed in kaart te brengen wat dit met zich meebrengt en wat dit betekent om dit ook goed uit te voeren. We willen dit niet zomaar ... dat het aangenomen wordt en dat het neergelegd wordt en over een paar jaar weer opnieuw geagendeerd moet worden. Dat we weer niet serieus ermee aan de slag gaan. Dus, ik zou zeggen: mochten we deze motie aannemen, geef ons dan ook even de gelegenheid om met een reactie te komen wat voor consequenties dit heeft. We kunnen dat op dit moment simpelweg niet zomaar benoemen. Dus, daar wou ik het voor nu ook even bij laten.” De VOORZITTER: “Prima. Dat is een duidelijk antwoord. Even kijken of er nog behoefte is aan een tweede termijn?” Tweede termijn (Audiopositie (01:06:00)
De VOORZITTER: “Dat is mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel. Ik heb toch een vraag aan de wethouder. U geeft aan dat een openbaar toilet belangrijk is en we niet gastvrij zijn en we daar wat mee moeten doen. Nou bedoelt u dat alleen voor de mindervalide mensen of écht voor iedereen? Alle mensen, zoals we in der eerste instantie hadden bedacht? Het pure toilet dat helemaal zelfreinigend was voor zowel invaliden als man, vrouw, kind ... nou alles. En mijn andere vraag nog: we hebben natuurlijk inderdaad de BASD. Kunnen ze samen met de VN-ambassadeurs? Kunnen ze niet zeggen, bepaalde punten leggen we via de BASD ook bij hen neer? Zodat het een combinatie wordt. Dat is eigenlijk de vraag.” De VOORZITTER: “Wethouder.” Reactie College tweede termijn (Audiopositie (01:06:48)
Wethouder TEN BROEKE: “Ja. Het eerste punt. Kijk, het toilet ... Volgens mij, moeten we gewoon bekijken in wat voor vorm dat het beste is. Er zijn verschillende voorbeelden van. Iedere stad doet weer iets anders. Laten we dat niet op dit moment bepalen, maar kijken wat het beste past in onze situatie. Dus, laten we daar later op terug komen.
400
Op het andere punt, zover ik weet is één van de drie VN-ambassadeur ook lid van de BASD. Dus als het goed is, en daar ga ik vanuit, is die samenwerking daar ook en moet dat ook wel goed komen de komende tijd. Daar ga ik vanuit.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie inderdaad dat dat zo is. Even kijken, mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, toch graag nog even in de tweede termijn omdat er zo begrijpelijk op punt zeven wordt ingestoken, het openbare toilet. Dat begrijp ik heel goed dat men dat allemaal naar voren haalt. Maar, voor de VVD is de écht belangrijke essentie van deze motie dat we met elkaar een gedachtegoed opbouwen. Dat we met elkaar een wijze van er tegenaan kijken opbouwen. En dát vind ik het allerbelangrijkste. En in dat verband wil ik ook even de BASD noemen. Want, waar de VN-ambassadeurs zich mee bezighouden, is niet alleen het sociale domein. Het is de hele stad. En het heeft ook te maken met ons bouwen, het heeft ook te maken met onze straten enzovoort, enzovoort. Dus, de VVD vindt dat eigenlijk het allergrootste belang van deze motie en steunt deze écht van harte.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Jansen?” De heer JANSEN: “Ja, voorzitter. Dank aan de wethouder voor de beantwoording.
Ik had gevraagd over de voorjaarsnota, die we over ruim een maand gaan bespreken, of we nog enig zicht kunnen krijgen op de daadwerkelijke invoering, want dat kader van de motie is helder, duidelijk en klip en klaar. Daar is niks mis mee. Maar om daar op een of andere manier ook vertrouwen naar inwoners te geven en daadwerkelijk aan te kunnen geven van: ‘Dan en dan gaan we die stappen zetten op deze manier van uitvoering en dan kunt er ook gebruik van maken.’ Om daar een basis op aan te geven, is mijn vraag aan de wethouder of hij kans ziet om daar iets van te zeggen. Ook ten behoeve van de Voorjaarsnota.” De VOORZITTER: “Volgens mij, heeft de wethouder net gezegd dat hij daarop terugkomt omdat hij even tijd nodig heeft om alles op een rijtje te zetten. Dus, dat is dan gek om dat nu te zeggen. Althans, voor de wethouder. Dus, die houdt u even tegoed.” De heer JANSEN: “Ja, dat klopt. Maar, dat is mijn vraag en dat heb ik niet gehoord, of dat laatste dan gaat lukken vóór de Voorjaarsnota. Want, dat is gezegd, inderdaad, en daar vertrouw ik natuurlijk op, dat dat kan voor die tijd. Ik hoor wel graag of dat zo is. Want, dat is al heel snel.” De VOORZITTER: “Ja, inderdaad. U geeft al bijna zelf het antwoord.
De heer Ten Broeke, kunt u daar kort op antwoorden.” Wethouder TEN BROEKE: “Ja, volgens mij, kan ik dat niet beloven, dat we dat voor die tijd helemaal compleet kunnen weergeven. Volgens mij, is het zo, dat mocht dat niet lukken, dat er dan nog wel ruim gelegenheid is om dat te behandelen voor de begroting. Volgens mij, is dat de beste weg.” De heer JANSEN: “Oké, dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Dank u wel, voorzitter. Ja, ik betreur het toch, dat het toilet er zo uitgebreid uit wordt gehaald. We zijn volksvertegenwoordigers. De heer Verschure heeft uitgebreid met de VN-ambassadeurs gesproken en op uitdrukkelijke wens van hen staat dit punt erin. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik ook overleg heb gehad met de heer Verschure over de vraag of het wel verstandig is omdat ik eigenlijk al bang was dat dit op deze manier uit de hand zou lopen. Dus, ik wil toch nadrukkelijk ook naar mijn collega’s hier in de raad zeggen en vragen: ‘Kijk alsjeblieft niet alleen naar het toilet, maar kijk naar de rol van de VN-ambassadeurs.’
401
En ik ben héél blij met de woorden van mevrouw van Dijk. Volgens mij, slaat ze de spijker op de kop en dat is volgens mij de inbreng die ik hoop dat u allen volgt. En laat het toilet nu alsjeblieft even met rust.” De VOORZITTER: “Oké, even kijken, hoor. Bij mij stagneert er iets. Volgens mij, zag ik ... De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil de oproep ondersteunen die mevrouw Van Dijk net deed en die dan even nu opdook doordat die door mevrouw Westerik werd uitgesproken. Het gaat er met name om dat we de mindervaliden in het proces opnemen en zij een aandeel hebben in alles wat we in Zutphen organiseren. En dat het incident erin staat van het invalidetoilet, daar kijk ik even overheen, maar ik vind de motie in ieder geval ... De Stadspartij vindt dat we aandacht moeten hebben voor mindervaliden in onze stad en ook meer oor moeten hebben om daarnaar te luisteren.” De VOORZITTER: “Ja. Precies. Volgens mij, zijn wij toe aan een afronding in de zin van een stemming. Ik heb het vermoeden dat dit een unaniem akkoord is. Dat betekent dat ik niet het hele lijstje afga. Ik wacht heel even tot ik een handje zie van: ‘Ik ben helemaal niet akkoord.’ (...) Nou, dan is het bij deze unaniem aangenomen.” Besluit: Aangenomen. De VOORZITTER: “Oké, dan gaan we terug in de agenda. Sorry, voor de rommelige toestand.
Nummer tien (10).” Het verslagdeel dat aansluit op de agendapunten die op 31 mei zijn behandeld, zijn aansluitend op dat verslagdeel in het verslag opgenomen. Onder de betreffende agendapunten zijn de verslagdelen van 31 mei en 1 juni duidelijkheidshalve aansluitend opgenomen, inclusief de stemming over deze punten.
19
SLUITING
(Audiopositie 02:12:212)
De VOORZITTER: “Nou, dan hebben wij toch een productieve tweedaagse erop zitten en zijn wij - volgens mij - nu klaar met de agenda. Ik ben maar even heel voorzichtig, want het was een beetje rommelig. Maar, ik zie niemand reageren en ik krijg ook geen appjes van de Griffie, dat het niet klopt. Oké. Dat betekent dan dat wij toegekomen zijn aan het slot van deze vergadering. Ik dank u allemaal voor uw inzet en geniet nog van deze mooie, bijna tropische avond. Het is nog licht buiten. Dus ik zou willen zeggen: geniet er nog eventjes van! Tot gauw.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 21.45 uur.) Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering op 2 juli 2021,
, de voorzitter
, de griffier