Handelingen Raad 31 januari 2022
Tekst van het document
Want, de machthebbers in ons economische systeem hebben baat bij een systeem wat flexibiliteit en onzekerheid promoot. Als je daar ook nog eens een keer tegen een gigantische energieprijs en gigantische inflatie zet, heb je nu een steeds groter wordende groep van mensen die het lastig heeft om eten op tafel te krijgen of hun energierekening op tijd te betalen. Als het aan ons ligt, moeten we vooral de oorzaak hiervan aanpakken. Goed betaalbaar werk, betaalbaar wonen en betaalbare energie. Maar, ja die oplossing laat nogal ‘n beetje op zich wachten. Voor deze groep mensen is het lezen van huis-aan-huis reclame een goede manier voor het vinden van betaalbaar eten of betere alternatieven voor hen om het leven betaalbaar te houden. Ik begrijp ook als geen ander dat digitale folders en online reclames steeds meer ‘n ding zijn. Een groot deel van de bevolking gebruikt deze vormen nog niet. Ik moet ook wel een beetje denken aan ... Toen ik dit thuis vertelde, toen zei mijn moeder ook: “Ja, oma vindt het fantastisch als de folders binnenkomen. Dan heeft ze weer wat te lezen.”
21
Daarom heb ik toch nog wel een paar vragen aan de indieners. Drie op de tien huishoudens gooit het meteen weg. Is het dan niet beter om die drie op de tien mensen te motiveren om een ‘nee sticker’ te nemen? De ouderen moeten maatwerk krijgen. Als ik van één ding jeuk krijg, is het wel het maatwerk in ons politieke en economische systeem, want dan weten we toch dat het negen van de tien keer niet heel goed lukt. Als het voor meer dan drie op de tien mensen echt daadwerkelijk diep gevoeld is, dat zij nog steeds huis-aan-huis bladen krijgen. Dan moeten we dus promoten dat zij stickers aanvragen. Toch, als laatste puntje: als de Stadspartij, GroenLinks en D66 echt willen dat de reclame van de deurmatten verdwijnt, dan moeten we in onze algemene verordening opstellen dat er helemaal geen commerciële reclame gevoerd mag worden in onze stad. Dat er geen propaganda door de bus komt. Op die manier kunnen we echt daadwerkelijk commerciële propaganda uitbannen en krijgen we vooral reclame van bijvoorbeeld politieke partijen, culturele verenigingen en sportverenigingen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u. Dan ga ik naar de PvdA. Meneer Manders.” De heer MANDERS: “Ja, dank u wel voorzitter. Met betrekking tot het laatste punt van de SP.
Niet voor de reclame, maar met betrekking tot de ouderen en de mensen die op afstand van de maatschappij staan en de eindjes aan elkaar moeten knopen, is digitaal niet helemaal de oplossing. Die folders zijn daar belangrijk in. Wat voor de PvdA wel belangrijk is, is dat wij in de eerste instantie niet tegen de motie zijn, maar de verschillende partijen hebben het al aangehaald. Het is niet alleen maar die ontwerper die folders presenteert, het niet is alleen maar die studio en drukkerijen die het produceren. Tot nu toe is papier een van de best gerecyclede systemen dat bestaat. Dus, daar wordt al ontzettend goed gebruik van gemaakt om die voetprint klein te krijgen. Want, op het moment dat jij een koelkast zoekt, dan ga je die folders openen. Ik weet dat er vanuit Amsterdam, omdat ik daar regelmatig werk, dat ze daar al met verschillende ontwikkelingen gaande zijn om die oude regeling aan te pakken die past binnen het verhaal. Waar ik in ieder geval blij mee ben, is dat de lokale bladen mogen blijven. Die uitspraak is door de rechter ook gedaan en daar ben ik heel blij mee. Dat hoop ik in ieder geval, dat ondernemers die daar gebruik van maken meer gaan adverteren. Dan hebben die bladen ook meer omvang om in leven te blijven en meer redactioneel te kunnen plaatsen. Voor politieke partijen, bijvoorbeeld. En andere zaken. Maar, bij dezen. De overige teksten zijn al uitgesproken.
Dus ik hou het hier even bij.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Westerik, heeft u kunnen meeschrijven? Oh, ik mis nog Kies Bewust Lokaal, mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik wou ook nog iets kleins kwijt. Want, het meeste is al gezegd. Dus ik ga dat niet herhalen. Wij maken ons ook de meeste zorgen om de doelgroep ‘ouderen’, die minder digitaal vaardig zijn en die hier misschien moeite mee gaan krijgen. Waardoor wij ons afvragen ... aan de wethouder vragen: als u deze opdracht krijgt en hij wordt aangehouden: hoelang denkt u nodig te hebben voordat dit in werking gaat? Hoe gaat u maatwerk leveren? Hoe zorgen we daadwerkelijk dat deze mensen gewoon hun foldertje in de brievenbus krijgen?” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Nou, ten eerste, in antwoord op de vraag van de heer Verschure. Ik denk inderdaad dat ik een capslock te lang heb ingedrukt en er een paar plaatsen zijn verdwenen. Want, ik had ze inderdaad in de eerste instantie wel. Dus, dank. Want, het is toch heel fijn om te kunnen melden dat in navolging van Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Haarlem en ook Tilburg zijn overgestapt al tot het ‘Opt-in’ systeem. Breda weet ik, Groningen weet ik, die waren nog aan het wachten op de uitspraak van de Hoge Raad. Ik weet niet of zij het op dit moment al hebben ingevoerd.
En er waren er nog twee, maar die weet ik even niet meer uit mijn hoofd. Dan in reactie op de SP: wij vinden gewoon dat de natuur ook een stem moet krijgen. Dat heeft
22
de natuur nu niet. Ik vind dat je omwille van de natuur, om die ook een stem te geven, je het moet omdraaien. Als je de reclamefolders wilt blijven behouden of wilt blijven krijgen, dat je daar actie voor ontplooit in plaats van dat het nu bij veel gezinnen gewoon simpelweg meteen wordt weggegooid. Dan kan ik ook meteen antwoorden op Kies Bewust Lokaal. Volgens mij, is het gewoon een kwestie dat wij dit als gemeente invoeren en dan is het bekend maken ... Ik weet niet via welk orgaan dit gaat, maar ik zie hier op de VNG-site dat dit vrij eenvoudig is ... Dan heb je te maken met dezelfde stickers. Daar hoeft verder niks voor te veranderen. Alleen, dan zul je nu de ‘neeja’ niet meer hoeven te halen. Alleen de ‘ja-ja’ en de ‘nee-nee’ als je dat zou willen. Volgens mij, kunnen die ook eenmalig verstrekt worden bij de huis-aan-huis bladen. Volgens mij, is dat allemaal heel eenvoudig te regelen. Heb ik een vraag gemist?” De VOORZITTER: “De vraag van de heer Van Dijken. En die was, meneer Van Dijken?” De heer VAN DIJKEN: “Die vraag was, dat er in de motie staat dat het een en ander moet worden uitgewerkt.
Betekent dat, dat er nog een beslismoment volgt?” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Nou, ik weet even niet waar u nu dan zo letterlijk op doelt?” De heer VAN DIJKEN: “Aan het eind van die motie staat dat het een en ander nog moet worden uitgewerkt.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, je moet het officieel invoeren natuurlijk. Dat je geen ‘opt-out’ meer bent, maar ‘opt-in’, zodat de branche weet dat ze niet meer standaard bij géén stickers huisaan-huis bladen mogen afleveren.” De VOORZITTER: “Klopt. En dan hadden we natuurlijk de aanvullende vraag nog van Kies Bewust Lokaal over ... Nou, die was eigenlijk meer voor het College. Van: hoe gaat u dat dan doen en hoelang gaat het duren?” Mevrouw ACKERMANS: “Ik heb ook nog een interruptie.” De VOORZITTER: “Ja, gaat uw gang.” Mevrouw ACKERMANS: “Ik hoor u zeggen dat de ‘ja-ja sticker’ dan komt in plaats van de ‘neenee sticker’ en dat we die dan ‘ja-ja sticker’ dan in het krantje kunnen doen. Heb ik dat goed begrepen? Want, anders zie ik totaal niet de meerwaarde. Dan kunnen wij ook de ‘nee-nee sticker’ erin stoppen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Nee, het wordt nu omgedraaid. Op het moment dat je nu géén sticker hebt, krijg je automatisch alles. En dan is het eigenlijk standaard géén reclame, maar wél de huis-aan-huis bladen.
Dus, de ‘nee-ja’.” De VOORZITTER: “Laten wij het centraal houden.” Mevrouw WESTERIK: “Nee, daar hoef je dus geen sticker meer voor te ...” De VOORZITTER: “Volgens mij, is het verhaal duidelijk. Meneer Van Dijken.”
23
De heer VAN DIJKEN: “Hoe weten de bezorgers straks dat je bij meneer en mevrouw op nummer 20 en 68 je wel je folder moet stoppen en bij nummer 23 niet? Hoe weten we dat?” Mevrouw WESTERIK: “Als zij een ‘ja-ja sticker’ hebben.” De VOORZITTER: “Precies, laten we ...” De heer VAN DIJKEN: “Mag ik nog één vraag stellen? Dat wordt niet vastgelegd in een of ander systeem?” Mevrouw WESTERIK: “Ja, maar wij gaan niet over dat systeem. Wij willen dat systeem ook niet. Ik haal alleen maar aan dat de branche zelf, omdat zij zelf zien dat landelijk het ‘Opt-in’ systeem veel meer uitgerold gaat worden, willen zij zoveel mogelijk doen om dat ‘Opt-out’ systeem te behouden. Dat is vanuit de branche zelf. Misschien komt het er wel niet eens, ik ga er niet vanuit. Maar, op het moment dat mijnbus.nl er zou komen, landelijk, stel, dan moet je als gemeente dus een voorkeur hebben. Ik vraag dus: Laten wij als gemeente Zutphen dus het ‘Opt-in’ systeem hebben, zodat dan automatisch online het vinkje op ‘nee-ja’ staat.” De VOORZITTER: “Dat is duidelijk uitgelegd. BurgerBelang, meneer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Even een verhelderende vraag. Begrijp ik het nu goed dat als je niets op je deur hebt, krijg je niets. Wil je wel de weekbladen ...” Mevrouw WESTERIK: ”Nee, als je niets op je deur hebt, krijg je altijd de huis-aan-huis bladen.” De heer VERSCHURE: “Nee, nee.
In het nieuwe systeem, hè? In uw systeem. Als je dan niets doet, krijg je altijd de huis-aan-huis bladen?” Mevrouw WESTERIK: “Ja.” De heer VERSCHURE: “Oké, dan verandert er niks ten opzichte van de ‘nee-nee’ sticker, alleen staat er ‘ja-ja’ op je deur?” Mevrouw WESTERIK: “Als je alles wilt.” De heer VERSCHURE: “Ja. En uiteindelijk gaan er heel veel mensen hun brood verliezen.” Mevrouw WESTERIK: “Sorry?” De heer VERSCHURE: “Hun werk verliezen.” Mevrouw WESTERIK: “Ik versta hem niet zo goed.” De VOORZITTER: “Dat er veel mensen hun werk gaan verliezen, aldus meneer Verschure.” Mevrouw WESTERIK: “Oh...” (Lacht). “Ja, ik verstond hem wel, hoor.” De VOORZITTER: “Ja, meneer Brunsveld. Laten we ons niet te veel verliezen in details, mensen. Volgens mij, gaat het om ‘n hele duidelijke uitspraak van de raad, die dan verder uitgewerkt gaat worden. Meer moeten we de details niet in. Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Nou ja, toch met het risico op wat u net noemt. We doen even een suggestie aan het College om over dit onderwerp te communiceren. Elk jaar sturen we vanuit Het
24
Tribuut elk Zutphens huishouden een brief met daarin, onder andere, de uitnodiging voor de afvalstoffenheffing. Misschien is het wel een heel mooi idee om dan die stickers erbij te doen en even uit te leggen met hoe wij omgaan met onze situatie rondom huis-aan-huis reclamefolders en kranten. Eigenlijk wil ik ook wel graag een oproep doen om de ‘nee-nee sticker’ niet zo te promoten. Want, daarmee zorg je er dus voor dat mensen ook hun wekelijkse huis-aan-huis krant niet meer krijgen en juist in die krant staat veel informatie over de gemeente, over sport, over cultuur, informatie die heel veel mensen makkelijk en laagdrempelig kunnen lezen. Dus, laten we dat contact in die steden als het ware promoten en zorgen dat die gewoon zo veel mogelijk verspreid wordt hier in Zutphen en Warnsveld.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, ik ben zeer blij met dit christendemocratisch appèl. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Mooi. Ik denk - eerlijk gezegd - dat u als de motie aanneemt het College er gewoon mee aan de slag gaat. Wat wilt u, mevrouw Ackermans?” Mevrouw ACKERMANS: “Ik had een vraag aan de wethouders gesteld.” De VOORZITTER: “Ja, maar ik zei net, dat als de motie wordt aangenomen het College er gewoon mee aan de slag gaat en dan komen we bij u terug hoe we dat gaan uitvoeren. Zullen wij overgaan tot stemming? Dat gaan wij doen.
Griffier.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. De stemming is gesloten. Pak alstublieft de weergave. 18 stemmen vóór en 8 stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Met 18 stemmen vóór en 8 stemmen tegen is de motie aangenomen.” Besluit: Motie is aangenomen.
13.c Motie: Hulpmiddelen vanuit Wmo Allrisk verzekeren Griffienr. 2022-M0001 (Audiopositie (01:11:30)
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 13.c. ‘Hulpmiddelen vanuit Wmo Allrisk verzekeren.’ Die motie kwam - volgens mij - van Kies Bewust Lokaal. Klopt, hè? Ja. Gaat uw gang mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is gebleken, of iedereen weet, dat als je een beperking hebt je een rolstoel nodig hebt en je daarvoor naar de gemeente kan. Dan krijg je die netjes in bruikleen. Omdat het in bruikleen wordt gegeven, is de eigenaar van het hulpmiddel òf de leverancier óf de gemeente. Elektrische rolstoelen en scootmobielen worden voor de wet gezien als motorrijtuigen en ze dienen dan dus ook WA verzekerd te zijn. Dat gebeurt ook netjes door de gemeente. Alleen het probleem bij de gebruiker is, dat als zij zelf schade rijden - net zoals wanneer wij zelf schaden rijden met een WA-verzekerde auto - dat je je schade niet vergoed krijgt. Die moet je dus zelf betalen. Dus, stel je voor: je rijdt met je elektrische scootmobiel. Je rijdt verkeerd van de stoep af tegen een auto en je scootmobiel is stuk, de auto is stuk, je ligt in het ziekenhuis ... Dan kom je uit het ziekenhuis en er ligt een mooie rekening van zowel de auto, als je scootmobiel. Of, de auto niet, want dat valt onder de WA. Maar je scootmobiel moet je zelf betalen. Als je zelf probeert een Allriskverzekering af te sluiten, krijg je nul op je rekest omdat het jouw eigendom niet is.
25
Waar deze mensen ook tegenaan lopen, is dat ze geen reisverzekering kunnen afsluiten. Dus, als jij een rolstoel hebt en je gaat in het vliegtuig en je rolstoel gaat stuk, dan kun je die niet zelf verzekeren. Wat wij met deze motie willen doen, is het College oproepen om voor de hulpmiddelen te zorgen dat deze Allrisk verzekerd worden, omdat je ook praat over soms tienduizenden euro’s. Elektrische rolstoelfietsen worden niet verzekerd. Het zijn ook duizenden euro’s wat die mensen gewoon zelf niet hebben. Daarnaast, ook deze mensen willen wel eens met vakantie. Al dan niet met een begeleider of familie. Als je dan je rolstoel of hulpmiddelen kapot terugkrijgt, dan word je daar niet vrolijk van. Dat moet gewoon verzekerd zijn. Dus, dit vragen wij via de motie: om uit te zoeken wat de reden is waarom er alleen een WA-verzekering afgesloten kan worden en het verzoek is om mogelijkheden te kunnen gaan bieden dat inwoners die gebruik maken van de Wmo hulpmiddelen een Allriskverzekering kunnen afsluiten. Én te onderzoeken op welke manier de reisverzekering afgesloten kan worden en dit - in dien mogelijk - ook daadwerkelijk af te gaan sluiten. Wij horen daar graag vóór het zomerreces een terugkoppeling op zodat we vóór de zomer deze mensen gewoon veilig op vakantie kunnen sturen. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik even een rondje maken voor reacties. De VVD zie ik.
De Stadspartij, de ChristenUnie, het CDA, GroenLinks. Ja, en de PvdA. Oké, VVD. Mevrouw Van Dijk.” Eerste termijn Mevrouw VAN DIJK: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik ben verrast door deze motie omdat ik er tot nu toe ook al werkend, maar dat is al lang geleden, nooit tegenaan gelopen ben. Maar, ik steun deze motie graag. Ik vind het heel goed dat er wordt gevraagd om het een en ander uit te zoeken. Misschien dat er ook nog situaties zijn, dat uiteindelijk de leverancier hier ook een rol in zou kunnen spelen. De indieners hebben het onder andere over een reisverzekering. Maar, ik heb ook informatie gekregen van iemand die gewoon dagelijks over lastige verkeerspunten in Zutphen moet rijden en zich daar dan ook al zorgen over maakt. Dat er ongelukken kunnen gebeuren en dan de rolstoel niet Allrisk verzekerd is. In dit geval gaat het over een scootmobiel. Misschien dat het ook nog een suggestie is om, als het College hiernaar gaat kijken, ook de BASD te vragen om hier commentaar op te geven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk nog een paar technische vragen aan de indieners en daarna misschien ook aan de wethouder. Het gaat hier over mensen die gebruiker zijn of die het Wmo hulpmiddel in bruikleen krijgen.
En voor zover ik weet, als je ergens gebruiker van bent, kun je het niet Allrisk verzekeren omdat je niet het risico draagt voor het middel zelf, maar alleen voor de schade die je als wettelijk aansprakelijke tweede toebrengt aan een ander. Ik wil eigenlijk graag weten hoe vaak het voorkomt en of dit zo is geregeld? Dus, dat het College dat verder uitzoekt. Want, of het vaker voorkomt en dat de kosten voor de gebruikers zelf zijn: Is hier écht sprake van een probleem? Dank u wel.” De VOORZITTER: “De ChristenUnie. Nee, mevrouw Ackermans. U mag de vragen even verzamelen. Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Ja, dank u voorzitter. Het toeval wil, dat ik vandaag een technische vraag met dezelfde strekking via de griffier aan het College heb gesteld. Het bekruipt mij ook, dat ik het op zich een sympathieke motie vind, maar, voor mij had deze vraag eerst technisch of formeel gesteld moeten worden aan het College. Dan had je al antwoord gekregen en alsnog kunnen overwegen om dan aan de hand van het antwoord een motie te kunnen indienen. Wellicht stem ik in, maar ik vind het een beetje een motie waarin het vraagstuk anders benaderd had kunnen worden. Dank u.”
26
De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Het CDA, mevrouw van Wamel.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Nou, sterk staaltje volksvertegenwoordiging dit. Ja, het is een probleem. Het maakt mij niet zoveel uit hoe vaak het voorkomt: Je zal die ene maar zijn. Ja, dit is een probleem wat opgelost moet worden. Dus, wij zullen de motie steunen.” De VOORZITTER: “Dank u. GroenLinks.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, dank u voorzitter. Ja, wij vinden het zeker een zeer sympathieke motie, alhoewel wij ons ook kunnen vinden in de woorden van de heer Van Dijken. Maar, wat vooral bij ons naar voren komt, is een tweetal vragen die we toch ook aan het College zouden willen voorleggen. Zoals de vraag: ‘Wat doet het College nu al in deze gevallen en wat doet de gemeente nu al in deze gevallen?’ En: ‘Wat zijn de financiële gevolgen van deze motie?’” De VOORZITTER: “Dank u wel. De PvdA.” De heer BLOEM: “Ja, dank u voorzitter. Eigenlijk evenals de voorgaande sprekers vind ik het goed dat dit wel wordt geadresseerd. Tegelijkertijd heb ik ook die technische vragen die eerder zijn gesteld. Dus, wat doet het College al en wat is het effect? En zijn er niet al bestaande oplossingen voor het probleem? Dus, ik hoor graag het antwoord hierop van de bestuurder.” De VOORZITTER: “Is het een interruptie, meneer Verschure? Nee, nee, nee.
Oké, dan nu D66 en daarna BurgerBelang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, wij staat ook sympathiek tegenover deze motie. Maar, we hebben echt de vraag: Is het niet té gedetailleerd op de uitvoering? En is het niet een administratieve zaak die het College, waarschijnlijk, als die er kennis van zou nemen, gewoon zou oplossen? Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. BurgerBelang.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u voorzitter. Voorzitter, horende de woorden van de heer Van Dijken denk ik, dat het verstandig is dat we gewoon eerst de schriftelijke vragen afwachten en dat we ... Ik wil eigenlijk de indieners verzoeken om deze motie nog even aan te houden, zodat wij een gedegen besluit kunnen nemen over de motie en of hij daadwerkelijk nodig is.” De VOORZITTER: “Is het misschien een idee om even naar het College te kijken wat er al bekend is? Vindt u dat goed? Dan gaan we dat eerst even doen. Eerst het College en daarna kijken wat mevrouw Ackermans nog wil aanvullen.” Reactie College (Audiopositie 01:19:25)
Wethouder TEN BROEKE: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik reageer graag omdat ik denk dat ik, in ieder geval een groot deel, van de zorgen wel kan wegnemen terwijl ik de zorgen over deze situaties heel goed begrijp. Precies wat mevrouw Van Wamel al zei: ‘U zult diegene maar zijn.’ Want, het verschilt wel degelijk per gemeente hoe dit geregeld is. Maar, ik zal het echt puur hebben over de Zutphense situatie en hoe wij dagelijks uitvoering hieraan geven. Want, iemand die een rolstoel, scootmobiel of ander hulpmiddel nodig heeft ... In dat geval is het zo, dat wij een contract hebben met de leverancier die het hulpmiddel verstrekt aan de betreffende persoon. De gemeente wordt de eigenaar van het hulpmiddel en de persoon
27
krijgt het hulpmiddel in bruikleen. De leveranciers verzekeren het hulpmiddel. Niet de gemeente zelf. Zij nemen ook het risico van schades. Het geldt ook als hulpmiddel als het meegenomen wordt naar het buitenland, voor vakanties of wat voor doeleinden dan ook. Dan geldt die verzekering ook. Daar maakt de gemeente geen probleem van. Bij slijtage, onderhoud en schades komt de rekening nooit bij de cliënt terecht. Er is één uitzondering, namelijk als er opzet in het spel is, die ook nog aantoonbaar is. Dat is de enige uitzondering en dat is - volgens mij - ook niet meer dan normaal. Omdat dit zo is geregeld, zou ik ook willen afraden om over te gaan op Allriskverzekeringen. Zoals bij iedere verzekering het geval is, moet je je afvragen wat nu het risico is wat je ermee afdekt. In dit geval, zoals wij het nu dagelijks uitvoeren, levert een Allriskverzekering dus niet meer op dan wat nu al het geval is. Dus, een rekening zal alleen naar een cliënt toegestuurd worden als er aantoonbaar sprake is van opzet bij schade die gerepareerd moet worden.” De VOORZITTER: “Fijn, wethouder. Dank voor dit antwoord. Mevrouw Ackermans, wilt u nog wat aanvullen?” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, heel graag. Wij hebben meerdere mensen gesproken en rekeningen gezien dat er niks vergoed wordt.
Dus, ik zou heel graag aan de wethouder willen opdragen om goed zwart op wit te krijgen en álle gebruikers die de hulpmiddelen gebruiken een brief te sturen waarin zwart op wit staat dat ze nooit verantwoordelijk zijn voor schulden en dat alles vergoed wordt. Dan wil ik ook heel graag dat besproken wordt wat ‘eigen schuld’ is. Want, dat is het probleem. Er wordt altijd gezegd: ‘U had er anders mee moeten omgaan.’ Dus, moeten ze het uiteindelijk, in de praktijk, zelf betalen. Reisverzekeringen, nou ik heb echt meerdere mensen gesproken. Maar, zij krijgen het gewoon niet verzekerd en het is niet verzekerd! Dus, ik vraag me echt af hoe dit gecommuniceerd is en hoe het dan kan, dat in de praktijk gebruikers daar tegenaan lopen. Om een vraag te beantwoorden: neem eens contact op met de wethouder. Dat heb ik netjes gedaan. We hebben contact gehad, we hebben het erover gehad. Dat is ook de reden dat deze motie hier ligt. Dus, er klopt iets niet. En dat de leverancier zegt dat de levering gedekt is ... In de praktijk is dat niet zo. Dus, dan ... Ja, als u daar een antwoord op kan geven, dan geef ik daarna de antwoorden. ” De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder TEN BROEKE: “Voorzitter, wij zijn, in ieder geval, in korte tijd nagegaan hoe wij het op dit moment hebben geregeld. Wat ik in ieder geval - los van wat we net bespraken - nuttig vind, is om na te gaan hoe die communicatie loopt.
Ik kan mij echt voorstellen dat niet alle gebruikers van de hulpmiddelen ook direct meekrijgen hoe het nu eigenlijk is geregeld. Ook als dat wel in een brief ergens in de kleine lettertjes heeft gestaan, kan ik mij best voorstellen dat dit niet duidelijk is. Dat vind ik reden genoeg om nog eens tegen het licht te houden of we die procedure kunnen verbeteren. Ik zou willen voorstellen, dat het College schriftelijk nog even terugkomt op hoe het nu feitelijk is geregeld. En wellicht als daar nog licht tussen bestaat, tussen de situatie die mevrouw Ackermans kent, dat we daarover verder contact kunnen hebben.” De VOORZITTER: “Oké, dus om kort te gaan: U doet eigenlijk de toezegging om na te gaan hoe het zit en dat u ook gaat kijken of we de procedure kunnen verbeteren? Oké. Nou, lijkt mij voldoende gewisseld. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, ik wil toch nog de andere vragen uit beleefdheid nog even beantwoorden. Dat lijkt mij wel zo netjes. Hoe vaak het voorkomt: wat dit betreft, sluit ik me bij de reactie van het CDA: iedere keer is er één te veel. Deze mensen hebben dan niet alleen schade die ze moeten betalen, maar ze komen daardoor ook in eenzaamheid terecht omdat zij de deur niet meer uitkomen. Ze komen in schulden, die schulden kosten de gemeente nog meer geld. Dus, laten we dat voornemen dat voor iedereen één te veel is.
28
Ik heb sowieso persoonlijk al zeven mensen gesproken die daar problemen mee hebben, ook met reizen. Dus, vandaar dat ik echt heel verbaasd ben en ik hoop echt dat wij de antwoorden krijgen en dat iedereen veilig verzekerd wordt. Want, dat is gewoon ons doel. Volgens mij, heb ik dan alle vragen beantwoord. Ik wil het punt aanhouden tot de volgende raadsvergadering, met de vraag aan de wethouder of hij dan uiterlijk de gegevens op tafel kan hebben. Als hij mij die toezegging kan doen, dan wil ik ‘m aanhouden tot de volgende raadsvergadering.” De VOORZITTER: “Ik zie de wethouder knikken, dus dat vat ik op als een “Ja”. Dat betekent dat we de motie aanhouden en we de antwoorden zo spoedig mogelijk krijgen. Oké, volgens mij, was dat de laatste. Oh! Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Ja, gelukkig dat mijn buurman mij even hintte. Ik had een technische vraag gesteld via de griffier. Het zou ook mooi zijn als die voor die tijd beantwoord wordt.” De VOORZITTER: “Dan kan de wethouder die meteen meenemen. De heer VAN DIJKEN: “Prima.” De VOORZITTER: “Oké, dat is mooi. Dat betekent dat wij alle geagendeerde moties hebben behandeld. Dus, dat wij de agenda hebben afgewikkeld. Ja, ik zeg het zo omdat ik zelf verbaasd ben dat het allemaal lukt.
Dat betekent dan, dat wat mij betreft, als u daar behoefte aan heeft, dat wij de vergadering even zes minuten kunnen schorsen voor allerlei handelingen. Dan gaan we om 21.00 uur verder met het afscheid nemen van de wethouder. Ik schors de vergadering.” De vergadering wordt kort geschorst. De vergadering wordt hervat.
14
AFSCHEID WETHOUDER ANNELIES DE JONGE (Audiopositie 1:35:20)
De VOORZITTER: “Lieve mensen, kan iedereen weer op zijn plek gaan zitten, inclusief de wethouder die weer van haar plek af moet komen? Kijk, gezellig dichtbij. Even wachten tot iedereen zit (...) En dat is nu het geval. Dus ik zou zeggen … Ik zou me kunnen voorstellen dat we elkaar nu gewoon even het tutoyeren. Anders wordt het zo afstandelijk. Ik geef het woord aan Jasper Bloem. De heer BLOEM: “Ja, dank je, voorzitter. Ik heb hier zestien rozen bij me, natuurlijk, kan niet anders. Als PvdA kom ik altijd met rozen, ook al hebben wij in een krantenartikel van vier jaar geleden nog gezegd dat we daar niet meer aan doen. Maar onze tradities zijn hardnekkig. Zestien rozen staat ongeveer ook wel voor zestien jaar lokale politiek. Eerst als voorzitter van de afdeling, daarna als raadslid en daarna als bestuurder. Ik moet zelf nog terugdenken aan de eerste keer dat ik net in Zutphen woonde en jou net ontmoette. En wat ik zag was een raadslid die heel gedreven was met heel veel elan en ook heel veel elan bij anderen opriep, waardoor het eigenlijk leuk was om meteen bij de afdeling aan te sluiten. Dus wat ik leuk vond, was hoe levendig je de Zutphense politiek al maakte, ook al toen je raadslid was. Acht jaar geleden, iets meer dan acht jaar geleden kreeg ik de kans om ook bestuurder van deze stad te worden.
En ik noem een aantal toch memorabele dingen die je hebt bereikt, waar ik trots op ben, dat je dat voor ons als stad hebt bereikt. Bijvoorbeeld de Broederenkerk, het was in die tijd … lag dat politiek … was daar erg veel verdeeldheid over in de raad en op een of
29
andere manier is het ... Mede dankzij jou, ook dankzij anderen, dat moet ik ook zeggen natuurlijk. Het is altijd een gedeelde … iets wat we hebben bereikt in de stad. Maar daar heb je zeker aan bijgedragen. De Broederenkerk is zorgvuldig ontmanteld en ik denk dat we nu allemaal trots kunnen zijn op het alternatief wat er nu is in het museum. Wat ik ook heel bijzonder vond, is hoe jij het AZC oppakte. Ook altijd een lastig dossier. En wat ik ook natuurlijk heel mooi vind is hoe je het armoedebeleid op de kaart hebt gezet. En, nou goed, Aangezien wij niet in Noord-Korea leven en ik nu alleen maar een lofzang doe, moet ik … Tenminste, zo zijn we niet bij de PvdA en zo zijn we ook niet in Zutphen. Wil ik toch ook natuurlijk wat minder leuke momenten in de politiek noemen. Ik denk ook dat het gek is om het daar niet over te hebben. Als je in de politiek zit, zit je zo af en toe ook op een plek waar de klappen vallen. Kijk, de motie van wantrouwen liet je natuurlijk ook niet onberoerd. Voor ons als PvdA was het ook lastig, die debatten en toch vind ik het knap, daarna ook, hoe je je hebt herpakt. En ik denk, dat wij juist heel blij mogen zijn, dat je bent doorgegaan omdat je op het jeugdbeleid en ook op andere onderwerpen waarvoor je verantwoordelijk was de laatste jaren, ontzettend veel voor de stad hebt gedaan. Het zou echt een gemis zijn geweest als je niet had doorgezet.
Dat doorzettingsvermogen vind ik ook wel heel tekenend voor je. Het is eigenlijk, ja, juist bij mensen … Bij wie dit anders is en het niet is komen aanwaaien, die hebben moeten knokken, zie je juist dat dat doorzettingsvermogen ontzettend sterk is. Dat vind ik heel mooi om te zien. Wat ik ook heel mooi vind, ook als persoon in de politiek, is de enorme betrokkenheid die je toont. Ook bij gezinnen die in de problemen zitten. Dat je soms ook wel echt wakker hebt gelegen, zeker ook bij de onderwerpen waar je de laatste jaren als bestuurder bij betrokken was: van de problemen waar de inwoners van Zutphen mee te maken hebben en hoe je zoveel mogelijk hebt gedaan om toch voor die mensen het verschil te maken. Dat vind ik heel mooi om te zien. Ook een mooi voorbeeld voor andere bestuurders in het land. Die gedrevenheid die je … Die zullen we missen en ook de hilarische momenten. De lachbuien af en toe in de debatten. En ook af en toe over de App de grapjes die je ontvangt. Vanavond ook weer eentje ontvangen. Maar goed, die krijgen wij over de app. Die kan ik hier niet verwoorden. (Gelach) En wat ik ook altijd wel erg bijzonder vond, was dat je ook als bestuurder liet zien dat mensen een privéleven hebben en zeker in de tijd van Teams was dat nogal eens hilarisch.
Ik weet nog wel een moment dat we een raadsvergadering … of Forum was en dat het geluid aanstond en dat het ARA-alarm afging … Dus alle toeschouwers konden de sirene van thuis meekrijgen. Dus ja, maar goed, aan de andere kant maakt het de politiek ook menselijk. En ik moet zeggen dus dat we Annelies als bestuurder, als politicus en vooral ook als persoon wel echt zullen missen en we willen je ook veel succes wensen met je nieuwe baan bij B&T”. (Er worden rode rozen overhandigd aan wethouder De Jonge)
Burgemeester VERMEULEN: “Ja, dan sta ik hier. En ooit begon ik hier en toen stond jij hier en zat ik ongeveer daar. Ik ga natuurlijk het hele verhaal vertellen en voor jouw eerste periodes, ja, daar was ik niet bij, dus moet ik het toch een beetje uit de overlevering hebben. Ik wil de mensen heel erg bedanken die mij hebben geholpen bij het verzamelen van geschikt materiaal. Dus ik put ook een beetje vanuit anderen en uit de geschiedenis. Je was raadslid van maart 2010 tot december 2013. Op 2 december 2013 ben je begonnen als wethouder, waarbij je de portefeuilles overnam van Rick de Lange. Je werd wethouder van het ruimtelijk domein, wonen, monumenten en toerisme. Daarna volgde er een turbulent jaar. Na de verkiezingen in maart 2014 duurde de onderhandelingen vanwege het project Broederenklooster heel erg lang. Zutphen werd in juli als laatste College van Nederland geïnstalleerd. Jij verwierf toen de portefeuilles Participatiewet, armoedebeleid, economie en toerisme, de oprichting van het AZC en krachtig Zutphen, hoewel dat toen volgens mij nog anders heette. Ook ging jij in het bestuur van de Cleantech-regio met de acht omringende gemeenten en dat was niet altijd een genoegen. Ik leerde jou - ik zei het net al - persoonlijk kennen toen jij in Leusden kwam, maar vooral tijdens mijn installatie … een dag voor de Kerst in 2016 werd ik geïnstalleerd en jij sprak mij daar toe
30
en gaf me een warm en welkom gevoel. We hebben toen anderhalf jaar in het toenmalige College gezeten en ik kan u zeggen, dat was een volstrekt anders dan dit College. Jij was ook volstrekt anders. Althans, jij liet een andere kant zien die jij ook hebt. Jij vocht samen met Patricia voor de ontvlechting van Delta en Het Plein. Dat was ingewikkelde materie en politiek en ook bestuurlijk uiterst gevoelig. Dit bracht schermutselingen in de raad en schermutselingen met de raad en dat resulteerde, we hoorden het net al, in een motie van wantrouwen. Die motie, die jij aan het eind van je eerste periode kreeg, heeft jou veel gedaan. Je was verdrietig, je was gekwetst, je was beschadigd. Alle emoties die er ook bij horen, als je vindt dat je keihard hebt gewerkt, maar daar toch niet de waardering voor krijgt. Maar terugkijkend – nou wil ik niet zeggen dat dit het beste is wat je kan overkomen, een motie van wantrouwen; die aanmoediging wil ik de raad zeker niet geven – weet ik wel, dat je je die motie echt hebt aangetrokken, maar je hebt er niet het bijltje bij neergegooid. Je hebt je in je in de tweede periode echt enorm ontwikkeld tot een zeer empathische wethouder met oog en oor voor de behoeftes van de gemeenteraad. Je kon echt luisteren en ook gemotiveerd aan de slag gaan met inzichten en vragen van Forum- en raadsleden. Dat vind ik echt bewonderenswaardig.
Dat heb jij ontzettend goed gedaan. Na acht jaar wethouderschap is het niet eenvoudig om een korte opsomming te geven van de zaken waar jij je tanden in hebt gezet. Ik licht er een paar onderwerpen uit. De Meisjesvakschool, een lastig en tijdrovend dossier. Trots mag je zijn op de realisatie van de nieuwe huisvesting van musea, een andere aanpak van werkeloosheid, de aanpak van de aanbevelingen uit Sterk Bestuur, het in het zadel helpen van maatschappelijke initiatieven, zoals high five, empower en de Techniekfabriek, de aanpak van het jeugddomein en passend onderwijs in Zutphen. Met jouw enthousiasme, met name op de portefeuille jeugd, heb jij rechts en links voor je gewonnen. Gedreven, enthousiast en vol energie heb jij de raad meegenomen in dit boeiende beleidsterrein en je mag echt op jouw conto schrijven dat er een enorme ontwikkeling is gemaakt en zelfs een paradigmashift. De beweging gemaakt van de problematisering van jeugd naar het voorkomen van problemen. De aanpak is echt omgedraaid. Dus: niet meer achteraf een probleem oplossen, maar vooraf inzetten op preventie. Daar heb jij je met hart en ziel voor ingezet. Jongeren zijn niet hun problemen, ze hebben soms gewoon wat hulp nodig. Ik heb je in veel gemoedstoestanden gezien, maar altijd handelend vanuit jouw hart en met compassie voor mensen in problemen. Enthousiast, bevlogen en met oog voor ieder mens.
Héél soms moest ik je behoeden voor al te veel compassie met gezinnen in nood, omdat je als bestuurder soms ook even moet wachten tot alle feiten op een rij staan voordat je ergens inspringt. Ook binnen de organisatie ben je graag gezien als degene waar medewerkers graag bij aankloppen om een persoonlijk verhaal bij je te doen. Met of zonder tissues. Ook daar ben je professioneler in geworden. Makkelijk vond je het niet, maar je snapte zelf ook dat de medewerker vooral moet aankloppen bij een leidinggevende en niet bij jou als bestuurder. Jij gaat echt met iedereen die het vraagt een gesprek aan en houdt daarbij ook nog de controle over veel details. Dat betekende dus dat jouw agenda vaak veel te vol was en ik hoorde, dat je daardoor ook vaak echt te laat kwam bij afspraken. Nooit bij mij hoor, maar kennelijk deed je dat wel eens. Dus het komt vanuit de ambtelijke organisatie. Jouw eerste vraag is altijd; “Hoe gaat het?” en meestal is dat een soort plichtpleging, deze vraag, maar jij neemt echt tijd voor het antwoord. En, ja, dat brengt je soms ook in de problemen, ja. Ja, Annelies, we gaan jou enorm missen. Je bent verbindend in het College en van elke portefeuille ken jij de ‘ins and outs’. Dat is erg helpend. Kenmerkend is – en die zal ik ook missen – je felle toon als je het ergens niet mee eens bent. Maar ook de relativering heel vlak erna.
Je kunt enorm boos zijn, maar je houdt het eigenlijk nooit zo lang vol. Je bent echt zacht op de relatie. Je gaat nu net voordat de eindstreep is bereikt, maar we mogen wel zeggen dat jouw werk wel is afgerond voor zover dat ooit kàn, als wethouder. Af is het natuurlijk nooit. Na acht jaar wethouderschap besloot je dat het genoeg is geweest. En dan las ik in de krant, die u morgen – geloof ik – gaat lezen, dat je wat meer tijd gaat hebben voor het gezin. Tja, voor de komende maand geloof ik dat zeker. Maar dan begint het nieuwe avontuur, je nieuwe baan
31
als senior adviseur bij B&T, verantwoord veranderen. Waar je aan de slag gaat met jouw passie, het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en maatschappelijke partners in het belang van versterken van kans en gelijkheid van kinderen. Nou ja, dat is op jouw lijf geschreven. Je hebt het ook op LinkedIn geplaatst en dat leverde je 273 reacties op en voor zover ik kan zien heb je op al die reacties persoonlijk en los gereageerd. 273 antwoorden heeft ze gegeven, jawel. Nou ja, tijd voor je gezin, in ieder geval ook gelegenheid om weer eens een beetje mee te feesten in de stad. Maar ik weet zeker, dat jij per 1 maart meteen in het diepe springt. Je houdt van werken, dus ik hoop dat Juda goed kan koken en je gezin kan managen, want je gaat natuurlijk ook heel veel het land in. Zo’n nieuwe baan geeft energie, maar vraagt ook heel veel tijd. Namens de raad mag ik jou een cadeau aanbieden. En daar gaat mijn lieftallige assistent, oh, dat mag ik niet meer zeggen … Nee, mag niet meer. De griffier gaat mij daarbij helpen. Als jij het wilt geven - dat is helemaal goed - dan laat ik het in ieder geval niet vallen. Je mag het al uitpakken. Je mag het ook zo vervoeren. Er zit een vaas in van David Belien, inmiddels ook woonachtig in Zutphen. Hij heeft ons Zutphense wapen als inspiratie gebruikt voor een hele mooie vaas in gelimiteerde oplage.
Vrijdag nemen wij als College afscheid van jou met een etentje, dan krijg je de ongecensureerde versie van mijn speech. Op 24 februari neem je afscheid van externe relaties. Lieve Annelies, we gaan je schaterlach, je donderwolk, je gedrevenheid, je belangstelling, je inzet en je passie missen en we wensen jou een prachtige volgende stap toe. Dank je wel.” (Applaus) Audiopositie 01:52:50
Wethouder DE JONGE: “Nou, nou, wat een dag, hè. Bedankt, echt bedankt voor jullie mooie woorden. Ik ben ook wel een beetje beduusd ervan, zoals jullie merken. Maar goed, de hele dag is al zo en eigenlijk de afgelopen paar weken als een soort martelgang richting mijn einde, continu afscheid, mooie woorden en de hele tijd tranen rekkend. Ik raad het jullie allemaal aan, neem na een tijdje afscheid. Dan is het heel leuk. Voorzitter, leden van de gemeenteraad, leden van de Griffie, lieve leden van het College, beste mensen thuis, leden van de ambtelijke organisatie en leden van de pers. Ik denk, dat ik al wel driehonderd keer opnieuw begonnen aan deze speech, mijn laatste woorden in deze gemeenteraad. Vanaf deze plek, in deze rol. Wat kan ik nu eigenlijk nog meer zeggen dan wat ik al heb gezegd, of had kunnen zeggen? Welke woorden beklijven nog? De eeuwige zoektocht van een wethouder - denk ik - en trouwens van iedereen die politiek actief is. Wat kan ik doen om impact te maken en hoe pak ik dat aan? Met wie? Bovenal vóór wie? En wat wordt er dan anders? U bent allen hier, omdat u verschil wilt maken voor een ander en dat is wat ons onderling bindt. Soms denk ik wel eens, dat wij daar met elkaar veel te weinig bij stilstaan. Zeker in deze tijd die nu aanbreekt, de tijd van verkiezingen.
De tijd waarin wij allemaal onze vrienden en familie voorlopig vaarwelzeggen om van deur tot deur te gaan, zaaltjes ingaan om te overtuigen. Folders te maken. Snelle oneliners te verzinnen en ook mooie filmpjes en moties ontwerpen, heel veel moties en schriftelijke vragen. Verontwaardiging ligt altijd op de loer en trekt zo ook soms onze zaal in. Een pen is snel gepakt. Maar beste leden van de gemeenteraad, vaak zijn scherp gestelde, mondelinge vragen gebaseerd op kennis en achtergrondinformatie effectiever dan de kletterende motieregen van de laatste jaren. Oprechte interesse in de beweegredenen van de ander, ruimte creëren waar twijfel mag bestaan. Samen naar oplossingen zoeken voor problemen, dat heeft invloed, echte invloed. Wellicht is het de bestuurder in mij die zich heeft ontwikkeld, maar ik denk dat wij met elkaar veel meer bereiken door goed te luisteren, te begrijpen en in dialoog te gaan. Véél meer dan in een debat. De overtuiging zit namelijk niet in het maken van verwijten, de overtuiging schuilt in argumenten. Grote stappen binnen smalle marges. Actief zijn in de politiek is werkelijk mooi en onze persoonlijke motivatie hier in deze zaal is gelijk aan die van ieder ander. Samen willen we zaken veranderen in het hier en nu, voor later. Wees daarom zacht voor elkaar en
32
luister. Luister ook naar de vragen van de ambtelijke organisatie. Ik bedoel niet klakkeloos of zonder een kritische blik, maar oprecht. Wat speelt daarbinnen nu eigenlijk, aan de overkant en wat heeft de organisatie van u nodig om op een goede manier uitvoering te kunnen geven aan alle opdrachten die er liggen? En die stapelen zich op. Hoe doen zij hun werk nu eigenlijk? Ik zou het echt heel bijzonder mooi vinden als u tijd zou scheppen voor dat gesprek. Ik voel diep respect voor de manier waarop zij de klus altijd weer klaren en soms zou ik echt willen dat zij wat minder bescheiden zouden zijn, als het gaat om de vraag wat zij nodig hebben. Alleen samen kunnen wij onze stap maken. Ik ben hen dan ook zeer erkentelijk. Voorzitter, aan al uw leden hier in de zaal, koester ik bijzondere herinneringen. De heer Janssen, onze nestor, dankzij u weten we alles over stille reserves en olietankers. Tweemaal per jaar trakteert de heer Brunsveld ons met bespiegelingen, gevoed door de wijsheid van Franciskus, heilig is zijn naam. Mochten wij het even kwijt zijn, dan kunnen wij altijd in de tas van de heer Krans een in kleur geprinte versie van het regelement van orde vinden. Met de heer Logemann had ik een gesprek over het oliën van ganzeneieren en mevrouw Müller, ja, het kapitaal is altijd schuldig, zélfs al gaat het over de plek van de kermis.
Mevrouw van Wamel – ik heb echt getwijfeld of ik dit zou durven, maar ik doe het gewoon. Mevrouw van Wamel heeft blauw of paars haar, de heer Siemens een staartje tegenwoordig en de heer Rutte een matje met krulletjes, zeker in coronatijd. Met mevrouw Ten Holder heb ik heel wat verwondering gedeeld en samen naar nieuwe wegen gezocht. Ik dank Jasper Bloem, Martine Westerik en Niels Müller voor het mogelijk maken van dit fantastische College van Burgemeester en Wethouders, waarvan ik … Ja, ik heb enorm genoten. Zeker de afgelopen jaren. Natuurlijk u, mevrouw Van Dijk, u heeft mij geleerd dat in het tonen van twijfel en het delen van kwetsbaarheid grote kracht ontstaat. Dat vergeet ik nooit meer. Voorzitter, ik zou mijzelf niet zijn als ik niet over de spreektijd heen zou gaan. Om toch nog iets te zeggen over mijn portefeuille, waarin ik mijn ziel en zaligheid heb gelegd. Graag vraag ik u en uw raad om de ingezette koers op het gebied van jeugd en onderwijs, twee portefeuilles die bij elkaar horen, te bewaren en verder uit te bouwen. Want zoals hoogleraar sociaal beleid en bestuur, Jan Kees Heldeman van de Radboud universiteit in Nijmegen mij vorige week vertelde: “De echte transformatie en de mooiste stappen daarbinnen, vinden plaats binnen een context van politieke en sociale stabiliteit.
Binnen een context waarin een stip op de horizon rotsvast staat en de neuzen dezelfde kant opgaan”. Zutphen wordt landelijk gezien als één van de gemeenten, waar echte verandering in gang is gezet. Daarom kwam het Ministerie van Volksgezondheid hier op bezoek. Daarom verwelkomen we binnenkort het Ministerie van Onderwijs, zijn we uitgenodigd om input te verzorgen voor de monitor op het gebied van preventie door het Nederlands Jeugdinstituut, hebben we al heel wat gemeenten over de vloer gehad die komen rondneuzen om te vragen hoe wij dat doen, ben ik op uitnodiging in gesprek met collega-wethouders in het land over Zutphense initiatieven. Heb ik gesproken tijdens een diner met de voorzitters van de VNG, het IPO en de VO-raad over samenwerking tussen jeugd en onderwijs. En neemt een hoogleraar de moeite om zijn gedachten met mij te delen. Voorzitter, leden van de gemeenteraad, ieder kind verdient het om gezien te worden en te worden omarmd. Niet ieder kind verdient een stempel. Niet ieder kind is beter af met zorg. Juist niet! Laat ons blijven gaan voor een inclusieve samenleving waarin kinderen en jongeren in veiligheid kunnen opgroeien, spelen, ontdekken en leren, zichzelf kunnen zijn en worden en er altijd bij kunnen horen. Blijf werken aan een preventief jeugdbeleid in samenwerking met het onderwijs.
Laat ons ook de stad zijn en blijven, die ruimte, tijd en middelen vrijmaakt voor al die kleintjes die het het hardste nodig hebben. Zorg voor jeugd gaat vooral over liefde. Het gaat over lef, over leren, over durven, over vertrouwen, over doorpakken, over loslaten, over veel luisteren, over er écht zijn, durven zien, over dromen en over samenwerken. En als we dat goed blijven doen, dan hebben we het echt heel goed gedaan met elkaar.
33
Voorzitter, alles is gezegd wat ik had moeten zeggen … Het was me echt een waar genoegen. Dank u wel voor alles.” (Applaus)
15
SLUITING
De VOORZITTER: “Dan komen we nu bij de sluiting van deze vergadering. Ik nodig u allen uit om aan de andere kant van de zaal afscheid te komen nemen van Annelies.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 21.30 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari 2022,
, de voorzitter
, de griffier