Handelingen raad 30 mei 2022
Tekst van het document
De VOORZITTER: “Dan gaan we naar de hamerstukken.”
8.a
Aanvullend krediet nieuwbouw Kompaan College GRIFFIENR. 2022-0040 (Audiopositie 01:07:32)
De VOORZITTER: “Dat is 8.a. Aanvullend krediet nieuwbouw Kompaan College. Sorry? Meneer Purperhart?” Meneer PURPERHART: “We hadden volgens mij vooraf besproken dat de ...” De VOORZITTER: “Ja, zo meteen. Ja, even kijken. 8.a. hamerstuk? Dus, bij dezen.” Besluit: Besloten.
8.b
Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester van Zutphen 2022 GRIFFIENR. 2022-0047 (Audiopositie 01:07:50)
De VOORZITTER: “8.b. Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester. Hamerstuk. Bij dezen besloten.” Besluit: Besloten.
8.c
Bekrachtiging geheimhouding bijlagen 3 en 4 MPG 2022-1 GRIFFIENR. 2022-0036 (Audiopositie 01:07:59)
De VOORZITTER: “Bekrachtiging van geheimhouding van de bijlagen 3 en 4 MPG. Bij dezen.” Besluit: Besloten.
8.d
Ontslag Forumlid Edward Althoff en benoeming Forumlid Tim ter Steege voor CDA GRIFFIENR. 2022-0050 (Audiopositie 01:08:05)
De VOORZITTER: “Dan, het punt waar u om vroeg, meneer Purperhart. Ontslag Forumlid Edward Althoff en benoeming Forumlid Tim ter Steege voor het CDA. De heer Ter Steege is aanwezig en wil de eed afleggen. Dus, dat gaan we nu doen.” De GRIFFIER: “Ik verzoek iedereen te gaan staan.”
114
De VOORZITTER: “Ja? Ik zal de eed voorlezen en u besluit straks met: “Zo waarlijk helpe mij, God Almachtig.” Ik zweer dat ik, om als Forumlid benoemd te worden, rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als Forumlid naar eer en geweten zal vervullen.”” De heer TER STEEGE: “Zo waarlijk helpe mij, God Almachtig.” De VOORZITTER: “Ja, u mag nog even blijven staan, hoor. U heeft zo lang moeten wachten, die kunt u dan thuis lekker opdrinken. Welkom in ons midden. Ik hoop dat u mooie dingen gaat doen voor onze gemeente en dat we u veel gaan zien.” Conclusie: De heer Ter Steege heeft de eed afgelegd.
9
MEERJARENPROGNOSE GRONDEXPLOITATIES 2022-1 GRIFFIENR. 2022-00435 (Audiopositie 01:10:00)
De VOORZITTER: “Dan vervolgen wij onze vergadering met agendapunt 9. Meerjarenprognose grondexploitaties 2022 nummer 1. Wie wil daarover het woord voeren? Niemand? Bij dezen besloten.” Besluit: Besloten.
10
ONTWERPBEGROTINGEN 2023 GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN GRIFFIENR. 2022-0037 (Audiopositie 001:10:20)
De VOORZITTER: “Dan de ontwerpbegrotingen 2023 van de gemeenschappelijke regelingen. Iemand die daarover het woord wil voeren? Bijna niemand. De heer Van Dijken en daarna meneer Lok.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, ik wil eigenlijk een oproep doen in het kader van deze begroting van alle gemeenschappelijke regelingen. Die oproep is, dat we eens moeten nadenken over het democratisch gehalte van alle gemeenschappelijke regelingen. Er is laatst een onderzoek geweest, ik meen eind vorig jaar, en toen bleek dat de democratische controle op gemeenschappelijke regelingen gering tot nihil is. Dat moeten we ons maar eens een keer aantrekken. Ik vraag niet om daar nu al een besluit over te nemen, maar ik kan me wel voorstellen dat we daar eens een keer een Forumspecial over houden. Ik gooi het even in uw midden en dan hoor ik het wel. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Lok, de VVD.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Twee dingen, sowieso nog de felicitatie aan mevrouw Roerdink voor haar maidenspeech. Dat vind ik uiteindelijk toch wel een mooi gebruik om mensen daarmee te feliciteren. Ik heb één vraag: ik heb in het Forum vragen gesteld over de gegronde bezwaarschriften bij Het Tribuut. Er is mij toegezegd, dat ik daar nog antwoord op zou krijgen. Heeft het College die antwoorden al?
115
Zo nee, is er enigszins zicht op, op welke termijn die vragen beantwoord kunnen worden? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja, dat gaat de wethouder zo beantwoorden. Verder nog mensen? Kies Bewust Lokaal.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de heer Van Dijken slaat de spijker op z’n kop en dat is niet nieuw. Ik ageer er al jaren tegen dat, uiteindelijk nu door een onderzoek, is bevestigd dat wij als raad, als raden, nog eens goed moeten kijken waar wij mee bezig zijn, hoe we de controle daarop houden en hoe we daar nu ook op sturen. Bijzonder is ook, dat het voorstel hier over meerdere gemeenschappelijke regelingen gaat. Dat maakt het sowieso, omdat er meer raden over één onderwerp gaan, dan wordt het nog complexer en moeilijker gemaakt voor een raad om daar iets van te vinden. Er wordt dan door een raad nog een veel grotere afstand gecreëerd om nog ergens een besluit op te nemen. We staan al ver weg en als je dan ook nog – laat ik zeggen tien gemeenschappelijke regelingen in één voorstel opneemt ... ja, dan weet je dat je 10-0 achter staat en dat je het nakijken hebt. Dat kan en mag niet en moet zo snel mogelijk veranderen, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even als antwoord op meneer Lok, dat de antwoorden ... Heeft u het gezien?” De heer LOK: “Ja, ik heb het gezien. Ik was er net door de griffier op gewezen. Excuus, ik word ook een dagje ouder.
Ik heb ze in elk geval gezien.” De VOORZITTER: “Voor meneer Jansen: naar mijn weten heeft de raad zelf besloten om alle gemeenschappelijke regelingen juist in één Forum te behandelen. Dus, als u dat anders wilt, dan moet u dat met elkaar weer gaan veranderen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, als ik daar op mag reageren. Ik snap het. Maar, ik neem aan dat u ook begrijpt wat ik nu bedoel. Het is een voorstel dat uiteindelijk naar de raad toe komt, daar kan de raad iets van vinden, we kunnen ook met elkaar afspreken dat we dat afzonderlijk met elkaar als raadsvoorstellen gaan behandelen. Wel één Forum, maar niet in één besluit.” De VOORZITTER: “Dank u wel voor deze opmerking. Daar moeten we dan de volgende keer met elkaar naar kijken. Bent u verder akkoord met dit agendapunt? Met deze gemeenschappelijke regelingen? Dat is het geval. Bij dezen. Besluit: Aangenomen.
11
OPHEFFEN RESERVES 2022 GRIFFIENR. 2022-0039 (Audiopositie 01:14:40)
De VOORZITTER: “Dan 11, opheffen van de reserves 2022. Ik begrijp dat dit ook als hamerstuk mag. Zie ook reactie Partij van de Dieren bij de opening van agendapunt 4. Oh ... Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Op zich heeft mijn fractie geen bezwaar tegen het voorstel om die reserves op te heffen en de budgetten over te hevelen. Wel is het zo, dat bij de stukken een lijst, toelichting en beschrijving zat van een groot aantal reserves en voorzieningen die we in deze gemeente hebben. Het is de wens van onze fractie om dit ‘n keer in samenhang met elkaar te bespreken op een rustiger moment, omdat het om veel geld gaat en het nut en de noodzaak van die reserves soms ook wel discutabel is. Vandaar het verzoek wat uiteraard
116
via het Presidium, of de agendacommissie, nog een keer bevestigd zal worden. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Verder nog iemand? Dat is niet het geval. Dan is aldus besloten.” Besluit: Besloten.
12
MOTIES VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG GRIFFIENR. 2022-0039 (Audiopositie 01:16:15)
De VOORZITTER: “Dan hebben we de moties vreemd aan de orde van de dag. Er zijn er twee ingediend over de industriehaven. Even kijken, ik zie alleen maar 12.a, maar we hebben ook 12.b. De eerste motie is ingediend door ChristenUnie, volgens mij. Daar is een reactie op gekomen.”
12.a Motie: Industriehaven GRIFFIENR. 2022-M0004 Besluit: Verworpen.
12.b Motie: Geen gemeenschapsgeld naar verdieping industriehaven GRIFFIENR. 2022-M0008 De VOORZITTER: “Meneer Van Dijken, gaat uw gang.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Het is een beetje wankel hier, maar het gaat lukken. Ik lees voor alle zekerheid, voor de liefhebber, de motie even voor. Het is een korte motie. ‘De raad van de gemeente Zutphen in vergadering bijeen, overwegende dat: Zutphen via water, het Zwolle-IJsselkanaal en het Twentekanaal goed bereikbaar is, de industriehaven op dit moment té ondiep is voor de beroepsvaart, van mening door de aanleg van de nieuwe sluizen in het Twentekanaal en bij Zwolle grotere schepen gebruik zullen maken over water langs Zutphen, een aantal bedrijven en anderen, heeft aangegeven de mogelijkheid van het gebruik van grotere binnenvaartschepen te willen benutten omdat vervoer over water - mede uit oogpunt van duurzaamheid - onbenutte groeikansen heeft voor Zutphen, verzoekt het College het uitdiepen van de Industriehaven in de begroting van 2023 op te nemen en de raad hierover bij de voorjaarsnota 2022 nader te informeren.’ Dat is volgens mij volstrekt duidelijk. In de eerder vastgelegde avonden waarin we konden meedenken en praten over het nog vast te stellen programma-akkoord, heeft de ChristenUnie ook gesproken over de noodzaak van een goed functionerende industriehaven.
Sterker nog: dit had een prominente plek in ons verkiezingsprogramma. Nog afgezien van ons pleidooi voor het ontwikkelen van een visie over de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de stad, staat - wat ons betreft - het uitdiepen van die industriehaven buiten kijf. Sterker nog: het is bijna voorwaardelijk voor de ontwikkeling van Zutphen. In De Stentor van 11 mei is dit nog een keer uitgebreid aan de orde geweest. Wat ons betreft, moet Zutphen eind 2023 bereikbaar zijn voor grotere schepen. Dat is misschien wat optimistisch, maar ik noem het toch maar. Dan nog even over de motie van de SP. Als ik die motie goed interpreteer, dan mogen de investeringskosten niet uit de algemene middelen worden gefinancierd. Dat is een beetje vreemd, voorzitter. Als een basisvoorziening, zoals een bereikbare haven, niet uit de algemene middelen mogen worden gefinancierd, geldt dat bijvoorbeeld dan ook voor fietspaden? Of wegenonderhoud? Waarom dat onderscheid? Dat vraag ik mij af?
117
Dan nog een tegemoetkoming aan het bezwaar, misschien, van de SP. Voor het gebruik van de haven zullen ongetwijfeld liggelden worden gevraagd. Ik kan mij voorstellen dat bij het investerings- en financieringsplaatje inkomsten uit liggelden worden meegenomen. Verder heb ik nog gesproken met één van de bedrijven daar, met een van de directies ...” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder, kunt u uw reactie gewoon geven op het moment dat u hierna mag spreken?” De heer DE RIDDER: “Nou voorzitter, het is eigenlijk een vraag die ik meteen gesteld wil hebben want, dan kan ik er makkelijker op reageren zo meteen.” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” De heer DE RIDDER: “Ja, bij dezen. Meneer Van Dijken, u heeft de afgelopen jaren toch wel vaker gezegd dat het idee van neoliberalisme, het idee van de druk op het kapitaal en de bedrijven, lager moet zijn, zodat zij meer winst kunnen maken, wat uiteindelijk beter is. Maar, daar tegenover staat dat de lasten voor inwoners dus hoger zijn. Daar heeft u zich vaak tegen verzet de afgelopen paar jaren. Nu komt u met een voorstel wat precies het tegenovergestelde is. U gaat dus niet het bedrijfsleven vragen om bij te betalen aan iets waar zij zelf baat bij hebben, maar, u gaat dus eigenlijk wel, indirect, de lasten voor inwoners verhogen doordat er gemeenschapsgeld gaat naar een haven die zij zelf niet gaan gebruiken? Bij een fietspad is dit anders.
Ik heb zelf ook baat bij een fietspad. Ik heb geen baat bij een industriehaven.” De heer VAN DIJKEN: “Dan moet ik u bijna teleurstellen. U heeft ook belang bij een goed functionerende industriehaven. Want, juist bij zo’n industriehaven hoort werkgelegenheid. Als Zutphen ergens om verlegen zit, is het om werkgelegenheid. Het spin-off-effect van een goed functionerende haven heeft écht een positief effect op de werkgelegenheid hier in de stad. Ik maak mijn verhaal even af. Ik heb ook nog even met een van de bedrijven gebeld en vanmiddag gevraagd: “Joh, zou je bereid zijn om mee te praten, mee te denken, over de financiering van de haven? Immers, jullie hebben jullie daar ook profijt van.” De directeur van dit bedrijf gaf aan: “Nou, als jullie langskomen, wil ik daar met jullie best een over gedachten wisselen.” Dus, mijn oproep aan het – toekomstig – College is: Ga vooral praten met alle bedrijven die daar belang bij hebben en wat nog meer zij. Want, die zijn misschien best bereid om mee te denken, en ook mee te betalen, aan die haven. Ik zeg niet dat ze het gaan doen, maar het gesprek aangaan is zonder meer de moeite waard. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Dan de SP.” De heer JANSEN: “Voorzitter, een punt van orde.” De VOORZITTER: “Ja, meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Volgens mij, is het gebruikelijk dat de mede-indiener ook direct het woord voert na degene die het woord heeft gevoerd?” De heer VAN DIJKEN: “Ik juich dat toe.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder, als u het goed vindt dan... Ja, u vindt het goed. Gaat uw gang.” De heer JANSEN: “Voorzitter, we hebben de motie in die zin onderstreept, dat we mede-indieners zijn. Dat is al enige tijd geleden, maar dat is nog niet doorgekomen. Dat is vanavond wel doorgezet, ook in de documenten. Kies Bewust Lokaal is zeker voorstander van het verondiepen van de haven. Maar, er is nog een basis. Die basis is vaker aan de orde geweest hier door mij. Dit is nog steeds niet besproken. Het College heeft een halfjaar geleden kenbaar gemaakt, dat
118
er een havenvisie is. Die havenvisie, die heb ik al vaker op de agenda geprobeerd te krijgen en dat is nog steeds niet gelukt. Er is een havenvisie die, als het goed is, nu wel op een lijst staat en nog een keer in een Forum wordt besproken. Maar, dit hoeft misschien helemaal niet. Het nieuwe College wordt gevraagd, de haven zo snel mogelijk te verondiepen. Ik ga ervan uit, dat dit past binnen datgene wat in die havenvisie staat. Het lijkt mij verstandig - dat heeft de heer van Dijken ook al aangegeven - dat er wordt gesproken met de ondernemers om te kijken of zij ook kunnen participeren in de daadwerkelijke kosten en het doel waar we met elkaar voor zitten. Dat is niet alleen economisch, maar ook werkgelegenheid, nou vul maar in. Dat is door de heer van Dijken ook al aangegeven. Dat is mijn bijdrage, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar de SP.” (Audiopositie 01:24:22)
De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Als gemeenschap horen we netjes met onze gezamenlijke pot geld om te gaan. In dit gebouw kiezen wij, vanuit voorstellen, naar wat voor stad wij willen gaan. Willen wij betere zorg? Willen wij meer fietspaden – heb ik net gehoord -? Of willen we ervoor zorgen, dat iedereen een betaalbaar huis kan vinden? Die kwesties liggen bij ons elke dag voor. Wat daar - wat ons betreft - niet bij hoort, is ervoor zorgen dat bedrijven wél collectief kunnen verduurzamen met gemeenschapsgeld, zonder dat daar wat voor wat wordt teruggevraagd, terwijl huishoudens vaak op het individualistische gedachtegoed wordt gevraagd: “Ga het zelf maar regelen.” Dat is wat er gebeurt met deze industriehaven. De industrie geeft aan: “Wij willen er graag voor zorgen dat wij schepen kunnen laden en lossen in deze haven.” Dan zien we dat er heel snel een motie klaarligt die oproept dat het gemeenschapsgeld gebruikt moet gaan worden voor het uitbaggeren van een haven waar de gemiddelde inwoner toch wat minder aan heeft. Tegelijkertijd zien we dat als je zegt: “We moeten collectieve energievoorzieningen gaan regelen, of we moeten collectief gaan verduurzamen,” dat de kwestie dan wat anders ligt in de raad. Daarom vind ik het cru, dat de motie hier van de heer ‘Van Dijken en de heer Jansen zo makkelijk op tafel werd gelegd.
Het is uiteindelijk best wel pijnlijk, dat de gemeenschap betaalt voor de winsten van een paar ondernemers. Wat we zien, is dat de gemeenschap altijd betaalt. Daarom dat we met deze motie eigenlijk aangeven dat als de industrie graag deze haven wil, dat ze vooral eerst zelf moeten gaan betalen. Want, uiteindelijk is het in de cijfers ook gewoon te zien dat de industrie een steeds groter deel van onze industrievoorraad gebruikt. Ik zie een interruptie.” De VOORZITTER: “Ja, zag ik ook. PvdA, de heer Manders.” De heer MANDERS: “Dat was bijna niet te missen, ik denk: “Die moet ik effe inkoppen.” Want, ik snap de SP niet. U bent tegen het feit dat er een werkgever is die een bedrijft runt, en die in een haven zit, die wij verplicht ... Een van onze onderdelen is in dat je die uitbaggert, namelijk naar het gewone diepteniveau zodat er een schip binnen kan ... Daar zitten werknemers die door u vaak aangestipt worden van: “Ja, die stemmen op ons.” Dus, u bent een beetje ondernemers aan het pesten waardoor uw eigen stemmers, mensen die achter u staan, zeggen van: “Ja, nee maar dit gaan we niet betalen met gemeenschapsgeld.” Ik snap dat niet.” De heer DE RIDDER: “Ik vind het een hele bijzondere economische analyse van de PvdA. Want, uiteindelijk zijn het inderdaad de mensen die werken, die het geld verdienen bij die bedrijven.
Als uiteindelijk die bedrijven zoveel geld overhouden, want in onze economie worden die bedrijven nu eenmaal gespekt, dan zul je uiteindelijk zien, dat wij vinden dat die bedrijven ook moeten meebetalen. Dat hebben ze gewoon te weinig gedaan. De VOORZITTER: “De heer Van Dijken, interruptie.” De heer VAN DIJKEN: “Maar, beste ... Dank u, voorzitter. Maar, dat geldt dan toch voor alle infrastructurele voorzieningen die wij hebben?
119
Daar maakt het bedrijfsleven toch altijd gebruik van? Ook van onze snelwegen en de wegen hier in de stad, vind je dan, dat ze daar ook voor moeten betalen? De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Voorzitter, ik zou het heel fijn vinden als het bedrijfsleven eindelijk eens wat meer ging betalen zodat wij niet zoveel belasting hoeven te betalen op energie, inkomen en ga zo maar door. Maar, als we het over lokale voorbeelden hebben: wij zorgen er inderdaad voor dat er fietspaden zijn, dat er wegen liggen en dat iedere wijk is aangesloten. Dat is omdat wij vinden dat wij als gemeenschap daarvoor moeten zorgen. Wij vinden dat wij er als gemeenschap niet voor hoeven zorgen dat het bedrijfsleven collectief makkelijker kan verduurzamen dan een inwoner van onze stad. Dat is de kritiek die wij hierop hebben.” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Eerlijk gezegd, ik snap het argument echt niet.
Als wij er nu voor zorgen dat infrastructureel, vervoer over water makkelijker wordt gemaakt, dan heeft dat toch een enorme impact op de verduurzaming? Als we dan die investeringskosten nog deels kunnen terughalen via liggelden, en misschien nog op een andere manier, waar blijft dan uw bezwaar?” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Mijn bezwaar is hier grotendeels: verduurzaming voor wie? Naar wie gaan de winsten? Volgens mij, hoort gemeenschapsgeld niet gebruikt te worden om de winsten van ondernemers en bedrijven te spekken. Daar zit mijn grootste kritiek. Vooral omdat ik weet dat bedrijven gewoon over het algemeen minder belasting betalen dan jij en ik met het werk wat wij doen. De heer VAN DIJKEN: “Ik wil hier best graag een uitgebreide discussie aangaan over belastingheffing en ik ben het ook eens dat de belastingheffing hier in Nederland ook best aangepast mag worden, maar daar gaat het hier niet om. Hier gaat het om werkgelegenheid en verduurzaming. Daar gaat u té gemakkelijk aan voorbij.” De VOORZITTER: “Burgerbelang.” Mevrouw ROERDINK: “Ja, ik ben wel een beetje verbaasd, inderdaad. Want, u zegt dat we moeten zorgen voor de inwoners vanwege et cetera et cetera.
Maar, tegelijkertijd zijn we toch ook verantwoordelijk om te zorgen voor werkgelegenheid zodat die huizen die nu veel te duur zijn ook betaalbaar worden voor de inwoners? De heer DE RIDDER: “Nou, gezien het feit dat er al een gigantisch tekort is aan arbeid, is het misschien ook maar gewoon goed om te zorgen dat iedereen goed betaalbaar werk heeft. Volgens mij hoeven we er dan niet voor te zorgen ... Ik zie de heer Verschure achter mij al lachen. Maar, als we ervoor zorgen dat de mensen die nu werk hebben het gewoon goed hebben en als we ervoor zorgen dat nog meer werkgevers gaan strijden om die ene werknemer, dan gaat het probleem alleen maar erger worden. Uiteindelijk ... Ik vind het eigenlijk wel een idee wat al een beetje doodgeslagen is, dat als je maar zorgt voor genoeg werkgelegenheid dat het allemaal wel goed gaat komen. Daar wil ik best wel vaker met u over in discussie gaan, maar wat hier nu gewoon voor ons ligt is dat u gewoon het bedrijfsleven wil spekken blijkbaar. Met winsten. Ervoor zorgen dat als zij aan de bel trekken er wél een collectieve energieverbetering komt. Maar, als inwoners hier willen dat hun woningen verduurzaamd worden, dat er dan tegen hen wordt gezegd: “Kijk maar wat je als individu kan doen.” Dat vind ik het meest cruciale aan deze discussie en ik hoop dat u ook daarop ingaat.
120
Want, uiteindelijk is het wel zo dat het bedrijfsleven makkelijker aan de bel kan trekken en makkelijker geld krijgt, dan de gemiddelde inwoner hier in Zutphen. Ik hoop dat u dat toch ook wel begrijpt.” De VOORZITTER: “Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat u daar een beetje te makkelijk doorheen gaat. U zegt wel dat de ondernemers geld krijgen, maar wij vinden best wel dat wij met gemeenschapsgeld samen mogen zorgen dat het bedrijfsleven op orde komt. Door bedrijven naar Zutphen te halen en daardoor juist het gebied nog aantrekkelijker te maken voor andere bedrijven. Juist om ook inwoners naar Zutphen te krijgen, die ervoor zorgen dat iedereen hier aan het werk blijft en dat iedereen voldoende inkomsten heeft en uiteindelijk huizen kan kopen. Net als wel meer mensen hier in de regio willen. Dat kan met een goede baan die wordt aangeboden door de bedrijventerreinen hier.” De heer DE RIDDER: “Dus u vindt het ook niet erg – bijvoorbeeld – dat als de betaling bedacht wordt om de OZB te verhogen voor niet-huishoudens? Dat het bedrijfsleven wel mee gaat betalen? Een mooi voorbeeld om het hier wel te betalen zonder dat er gemeenschapsgeld naartoe gaat. Mevrouw ROERDINK: “Ik verstond de eerste vraag niet.” De heer DE RIDDER: “Nou, je kan OZB vragen van het bedrijfsleven.
Dat betekent dus OZB die je niet vraagt van huishoudens, maar van het bedrijfsleven zelf. Dus stel u zegt: “Het is goed wat hier gebeurt.” Vindt u het dan ook goed dat we het bedrijfsleven dan meer gaan belasten als gemeente? Dus, dat zij zelf uiteindelijk betalen voor deze ...” De VOORZITTER: “Nee, stop. Dit is niet ‘n soort debatwedstrijd. Gewoon even via de voorzitter spelen. Meneer De Ridder, kunt u afronden? De heer DE RIDDER: “Ja, maar dat is in essentie wat deze discussie eigenlijk is. Vinden wij dat het bedrijfsleven mag meebetalen aan iets waar zij zelf baat bij hebben? Zullen we er uiteindelijk voor kunnen zorgen dat iedereen baat heeft bij een goede energievoorziening, bij een goede toegang? Daarom vraag ik toch wel om vóór mijn motie te stemmen en tegen de motie van de ChristenUnie en Kies Bewust Lokaal. Je moet er uiteindelijk wel voor zorgen dat iedereen zijn rekening betaalt en dat gaat nu anders niet gebeuren.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Logemann. Daarna kom ik bij de Partij voor de Dieren en dan de PvdA. Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Als groene partij zijn wij vóór vervoer over water. Dat is altijd beter dan al die vrachtwagens over de weg. Als linkse partij zijn wij voor maatregelen die werkgelegenheid bevorderen.
Als GroenLinkse partij zijn wij voor een situatie te creëren die mogelijk maakt dat we op De Mars een soort circulaire hub kunnen creëren. Dus, voor circulair materiaal. Daar is binnenvaart een belangrijk transportmiddel voor. Dus, in grote lijnen zijn wij het eens met de motie van de ChristenUnie. Deze zullen wij ook steunen. De heer De Ridder heeft, met de SP, wel een punt als hij zegt: “Moet de gemeente nu alles betalen?” Het zou wat ons betreft heel goed zijn als het nieuwe College ook aan de slag gaat met medefinanciering door het bedrijfsleven. Zij hebben er ook baat bij en ik denk dat het een goede zaak zou zijn als niet alleen de gemeente ervoor opdraait, maar ook andere partijen. Misschien kan ook de provincie een bijdrage leveren. Maar, in essentie, aangezien de moties elkaar ook uitsluiten, stemmen we vóór de motie van de ChristenUnie en tegen de motie van de SP. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Partij voor de Dieren.”
121
Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Wij stemmen tegen de motie van de ChristenUnie. Dat is om de volgende redenen: Ten eerste, ligt de IJssel in een Natura2000 gebied en de stikstofdepositie en de toenemende scheepvaart is schadelijk voor de natuur. Volgens een analyse van Anthea is de stikstofdepositie ten gevolge van binnenvaart in de meeste natuurgebieden al aanzienlijk. Door meer vrachtverkeer – scheepvaart – toe te staan, wordt de uitstoot alleen maar groter. We zouden de Partij voor de Dieren niet zijn als we het volgende onderwerp niet onder uw aandacht willen brengen. Uit een onderzoek van de Universiteit van Groningen en Leiden is gebleken dat zoetwatervissen veel last kunnen ervaren van onderwatergeluiden. Ze zijn in 2007 met een onderzoek gestart. Ik citeer: “Twee-derde van alle zoetwatervissen behoort tot de hoorspecialisten en is uitzonderlijk gevoelig voor geluid. Met name deze groep zal vermoedelijk aanzienlijke hinder ondervinden van geluidstoename onder water.
Afhankelijk van de mate waarin vissen worden verstoord, kan dit onder andere consequenties hebben voor akoestische communicatie, voortplanting, gezondheid, verspreiding, migratie en daarbij mogelijk het voortbestaan van de populatie.” We constateren echter een schrijnend gebrek aan kennis over de geluidsbelasting die de menselijke activiteit onder water veroorzaakt en aan inzichten in de effecten die deze geluidsbelasting heeft op de Nederlandse zoetwatervissen. Ook andere rapporten en wetenschappelijke onderzoeken concluderen dat verder onderzoek noodzakelijk is, maar het is zeer aannemelijk dat vissen ernstige schade ondervinden van geluid dat wordt veroorzaakt door motoren van binnenvaartschepen. We zijn te gast in hun habitat en daarmee dienen we rekening te houden. We dienen rekening te houden met de niet-menselijke medebewoner in Zutphen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de PvdA, de heer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik begin meteen met de motie van de ChristenUnie. Die kunnen wij steunen. Maar, ik ga het even opsplitsen. Dat heeft te maken met het feit dat het uitbaggeren van de haven van Zutphen een gemeentelijke taak is. Dus, de Houthaven, de Industriehaven, de Museumhaven, de Vispoorthaven, dat betreft een verplichting dat we die moeten uitbaggeren om te zorgen dat de havens niet dichtslibben.
De Industriehaven is een van de urgentste op dit moment omdat die aan het dichtslibben is. Die taak ligt gewoon bij de gemeente. Maar, uit een onderzoek dat wij hebben laten doen, zes jaar geleden, door een motie die wij raadsbreed hebben aangenomen, hebben we geconstateerd dat de haven meer potentie heeft dan wat er op dit moment is. Dat zou betekenen dat de haven nog – naast de meter uitbaggeren die nu een taak van de gemeente is – een meter extra uitgebaggerd moet worden. Alleen daarvoor hebben wij extra gelden nodig. Daarvoor zouden wij moeten kunnen aankloppen bij Brussel en Arnhem in verband met de gelden die daar beschikbaar zijn. Dan zou de haven echt commercieel veel beter tot zijn recht komen. Op die manier kijken we naar deze motie. Die is dus breder dan alleen maar het uitdiepen van het eerste deel. We hopen dat het nieuwe College deze informatie gaat meenemen in het ontwikkelen daarvan. We zijn tegen de motie van de SP.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Hissink van de VVD.” (Audiopositie 01:38:45)
De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. Als eerste, de motie van de ChristenUnie en Kies Bewust Lokaal. Ja, het is een hele mooie motie. Dat ben ik meteen met u eens. Alleen volgens ons zit het al in de pijplijn. Het is volgens mij namelijk meegenomen in de civiele kunstwerken, op 25 oktober aangenomen, dat het al uitgediept gaat worden in 2023-2024. Ik heb het net nog opgezocht, 2023-2024. Dus, wat ons betreft ... Ik sta achter de motie. Alleen het zit al in de pijplijn. Dus, wat ons betreft, is deze motie niet nodig. De motie over de SP daar hebben wij al genoeg argumenten voor gehoord die ik ook had kunnen noemen waarom wij deze motie niet gaan steunen. Misschien kan het nog even uitgelegd worden over de motie voor de ChristenUnie waarom wij deze nu wel zouden aannemen wanneer deze al in werking is gezet.”
122
De VOORZITTER: “Er is een vraag gesteld aan de heer Van Dijken, maar de heer Jansen staat op.” De heer JANSEN: “Ja, voorzitter. Dat zegt u terecht. De heer Hissink heeft een opmerking gemaakt, maar volgens mij, is deze meer bedoeld om de opmerking bij het College neer te leggen. Reageer even: wat staat er in de komende jaren voor visie, maar ook voor uitvoering, gepland. Volgens mij is het antwoord daar. Dan kunnen we verder.” De heer HISSINK: “Dat klopt helemaal.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Geen vragen meer? Dan het College.” Reactie College (Audiopositie 01:41:00) Wethouder BOSWINKEL: “Ja, voorzitter. Zo fijn dat ik nog mag. Want, ik wil sowieso even zeggen dat er gewoon door de twee wijze nestors uit uw raad, meneer Jansen en meneer van Dijken, een motie zonder dekking wordt ingediend. Potjandriedubbeltjes. Ik blijf het zeggen als wethouder financiën: “We hadden samen afgesproken dat we dat niet meer zouden doen!” Waarom is dat nu wel van belang dat ik dat zeg hier? Dat is omdat het baggeren wel degelijk is opgenomen in de begroting, maar het verdiepen niet. Dat verdiepen kost in de oude berekeningen - en dan heb ik het dus nog los van de huidige indexaties en gekkigheid op de bouwmarkt en materialen - incidenteel € 2.500.000. Dan heb ik het nog niet over de € 80.000,= per jaar aan kapitaallasten die we dan moeten begroten.
Ik vind het toch wel even fijn om dat gezegd te hebben hier. Dan weet u welke beslissingen u kunt maken vanavond met deze motie. Natuurlijk kan dat terugkomen in de voorjaarsnota. Dat is een mooi moment om alles met elkaar af te wegen. Maar, dan zou ik zeggen: “Neem ‘m nog niet op in de begroting, maar verzoek het College om de motie hetzij het mee te nemen in een van de opties òf hetzij geld vrij te maken om onderzoek te doen waardoor we de laatste cijfers hebben en op een perfecte manier met een voorgestelde begroting kunnen komen.” Dit bedrag dat ik nu noem, is overigens nog minus het feit dat er woonschepen weggehaald moeten worden, dat er nog een waterscoutvereniging ligt die tijdelijk een andere plek zou moeten zoeken et cetera et cetera. Daarom, voorzitter, was ik heel blij dat ik nog even het woord kreeg. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Even een verduidelijkende vraag, u zegt: “In de begroting hebben we gelden opgenomen voor de Industriehaven.” Is dat gewoon voor het reguliere werk of is dat ook voor het onderzoek om te kijken of die verdieping van de Industriehaven, waar al eens onderzoek naar geweest is, om dat voortgang te geven? Wethouder BOSWINKEL: “Op dit moment is er geld opgenomen voor het baggeren van al onze havens. Daar ligt ook een mooie planning voor. Dat is al een paar keer genoemd.
Dus, dat geld is benoemd. Die baggerwerkzaamheden gaan zeker gebeuren. Er zijn inderdaad goeie onderzoeken geweest. Die heeft u ook al eerder ontvangen. Wat u mij natuurlijk ook hoort zeggen, is dat de tijden nu ongelooflijk zijn veranderd en dat ik denk dat de prijzen nog veel hoger zullen stijgen dan dat er daar staat. Dat geld is nog niet opgenomen in de begroting.” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Ik heb niet goed geluisterd: wat is precies uw advies nu op deze moties?” Wethouder BOSWINKEL: “Voorzitter, ik begeef me op een hellend vlak met betrekking tot het advies. Maar, als wethouder financiën vind ik het écht heel belangrijk dat u weet waar u “Ja” of
123
“Nee” op zegt. Dat start - volgens mij - met een goede financiële raming. We hebben het nu over de duim van een aantal jaar geleden en die raming staat nog niet eens in de motie. U zou ervoor kunnen kiezen om geld vrij te maken voor een nieuw onderzoek. U kunt ook zeggen: “Nou, dan gaan we weer een nieuw onderzoek doen ...” Dus, dat is echt aan u. Ik wil u geen adviezen geven, maar ik wil wel gewoon heel graag de cijfers genoemd hebben hier.” De VOORZITTER: “Voldoende antwoord? Oké. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Anders gaan wij stemmen. Ja, mevrouw Ten Holder en daarna de heer De Ridder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Naar aanleiding van de informatie die we zojuist hebben gekregen van het College zou ik willen vragen of de ChristenUnie en Kies Bewust Lokaal de motie zouden willen aanhouden tot na de voorjaarsnota zodat we eerst eens goed bij de voorjaarsnota met elkaar in debat gaan over hoe de begroting eruitziet en wat voor kansen we daarin zien.” De VOORZITTER: “De heer Jansen. Er is een vraag gesteld, gaat uw gang.” De heer JANSEN: “Heldere vraag. Het doel van de motie is ... Het is een terechte opmerking van de wethouder als zodanig, dat heb ik natuurlijk zelf ook wel gezien. We hebben inderdaad de afspraak dat moties bijna altijd met een dekking komen.
Ik heb ook kortgeleden nog een motie gezien van een andere partij gezien, daar was ook geen dekking. Maar goed, soms komt het voor. Maar, deze motie heeft tot doel om het College te vragen om uit te zoeken ... Het is al een beetje gememoreerd door het College in de woorden van de wethouder ... Hoe ziet het er op dit moment uit? Als we met elkaar willen besluiten dat we verder uitdiepen van de haven, wat zijn dan de kosten? Wat gaan we in de voorjaarsnota met elkaar behandelen op basis van die informatie en verdere besluiten? Dat is het doel van de motie. Als we de motie zouden aanhouden tot ergens in de behandeling van de voorjaarsnota – dat kan zo maar dat, dat na de zomer is – dan is het een gemiste kans.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, heeft u ook gehoord met de begrotingsbehandelingen, dat 2023 best een lastig jaar wordt voor onze gemeente. Ik lees in de motie toch heel nadrukkelijk dat u vraagt om bedragen op te nemen in de begroting 2023. Ook weten we, dat we uitgaan van een beleidsarme voorjaarsnota. Ik begrijp niet zo goed de logica van u beiden, als indieners, om nu toch op grond van de informatie die al bekend is – zijnde: een lastig budget voor 2023, een beleidsarme voorjaarsnota, een inhoudelijk coalitieakkoord wat nog gaat komen ...
Ik zou het jammer vinden om nu een vlucht naar voren te nemen op zoiets essentieels wat gewoon in de raad, in een goed debat besproken moet kunnen worden. Maar, het is aan u.” De VOORZITTER: “De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, mevrouw Ten Holder heeft natuurlijk een voorsprong van informatie doordat ú weet wat er in het coalitieakkoord staat. Dat weet ik nog niet. Dat verklap ik dan toch nog bij dezen. Ik weet inmiddels meer dan ik van u heb gehoord. Daar komt bij: ik heb ook een artikel in de krant gelezen: “Het is weer feest in Zutphen! Er is tien miljoen over.” Die gaan we zorgvuldig en adequaat en met elkaar afgewogen gaan we die op bepaalde doelstellingen hier bespreken en ook met elkaar besteden. Daar past dit wellicht ook in. Dat weet ik niet, maar dat zien we dan bij de voorjaarsnota.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, ik wil toch heel graag reageren op dat u nu zegt, dat ik meer zou
124
weten dan u. Want we hebben in het kader van het coalitieakkoord een aantal werkbijeenkomsten gehouden. Daar is rondom het thema ‘ondernemersgerichte gemeente’ precies opgeschreven waaraan wordt gedacht en daar is uw mening op gevraagd. Daarin wordt de Industriehaven genoemd. Dus, ik weet niets meer of minder dan dat u kunt weten.” De VOORZITTER: “De heer Jansen. De heer JANSEN: “Met ander woorden, de Industriehaven – als doelstelling – staat daar dus in. Nou, deze motie past perfect in het plaatje dat ik net heb geschetst. Dus, wat mij betreft, kan die ... Ik heb van de heer Van Dijken gehoord dat we gaan stemmen over deze motie en dan weten we het. Voorzitter, ik loop even naar een andere microfoon als u dat goed vindt. Ik moet nog iets zeggen over de motie van de SP. (...) Voorzitter, de motie van de SP had ik nog niet aangehaald, anders dan dat ik wel heb gezegd dat het verstandig is dat het nieuwe College ook met ondernemers gaat praten om te participeren in het uiteindelijke doel van de motie. De motie van de SP gaat veel verder. Dat ondersteunen wij niet. Dus de motie van de SP ondersteunen wij niet. Dat is daarmee ook vastgesteld. De Partij voor de Dieren heeft een aantal belangrijke punten aangehaald. Ik heb het rapport via de media ook gelezen. Dan kom je toch wel tot verrassende informatie, moet ik zeggen.
Maar, ik weet ook dat als er verontreinigde bagger is, de leefomgeving van allerlei diersoorten er ook bij is gebaat dat de zwaar verontreinigde bagger verdwijnt van de locatie waar het nu is. Het is ook vaak afwegen wat beter is en wat niet.” (Audiopositie 01:50:11)
De VOORZITTER: “Goed, even kijken. Ik zie de SP nog en daarna Burgerbelang.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Dat is wel even schrikken als je dan hoort dat het toch wel meteen zo’n € 2.500.000 gaat kosten en dan ruim berekend. € 2.500.000 aan gemeenschapsgeld en dan € 80.000 euro per jaar. Daar kun je toch best wat leuke hobby’s van betalen, denk ik zo. Dus, toch even een oproep: wij verzoeken in deze motie - dat staat in punt één - nog geen geld vrij te maken uit de begroting ten behoeve van het uitdiepen. Volgens mij, hoor ik de wethouder nu zeggen: “Als u dat nu doet, dan moeten we € 2.500.000 ergens gaan vinden en moeten we € 80.000 euro per jaar ergens gaan vinden.” Is dat iets wat jullie als raad willen gaan doen? Aan de ene kant dus eigenlijk al zeggen: “Wij willen best betalen voor die haven.” En aan de andere kant zeggen: “Ja, de kosten willen we eigenlijk nu al wel voor rekening nemen.” Dus, ik hoor jullie, meerdere fracties, zeggen: “Het is eigenlijk wel handig om nog geen geld vast te leggen.” Maar, dan reageren jullie tegelijkertijd best wel raar op mijn motie. Dus, daarom alsnog: als jullie als fracties nog niet echt willen dat er geld wordt vastgelegd, staat er een motie voor jullie klaar. Dan hoeft die discussie niet gevoerd te worden.
Uiteindelijk is het vaker zo, dat een SP-motie misschien wat scherper van taal is, maar, dat heeft jullie vaker niet tegengehouden. Dus, als jullie het met mij eens zijn, of met onze fractie eens zijn, dat er nog geen gemeenschapsgeld naar onze haven toe moet: u kunt altijd op het groene knopje drukken. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Burgerbelang.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. In navolging van mijn collega, mevrouw Ten Holder, wil ik ook het verzoek aan u allen doen om toch nog een keer na te denken over het aanhouden van deze motie. Over twee dagen weten jullie allemaal meer. De informatie uit de werksessies heeft u ook ontvangen en vanuit daar kunnen we onzes inziens weer goed vooruit, ook met betrekking tot de Industriehaven. De VOORZITTER: “Dank u wel. De PvdA.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de woorden van de financiële wethouder hier. Maar, ik wil toch even duidelijk maken wat ik net al heb aangegeven: die splitsing.
125
Het uitbaggeren tot het wettelijke gemeentelijke niveau staat gewoon in de planning. En wat meneer Hissink net aanhaalde, juist in die planning en in dat Forum heb ik richting de wethouder ook duidelijk gemaakt: de planning was, dat als eerste de historische haven gedaan zou worden en pas als laatste de Industriehaven. Ik heb daar toen al aangegeven om alstublieft de Industriehaven in de planning naar voren te halen: puur voor die eerste meter. Want, in de ingang en in het Twentekanaal zelf - het Twentekanaal moet door Rijkswaterstaat gedaan worden maar de ingang loopt al dicht bij de Industriehaven. Dus, dat kunnen we – en daar is geld voor, want het zit gewoon in de planning. Met betrekking tot het geld over het verder uitdiepen om het commercieel aantrekkelijk te maken gaf ik net al aan dat er andere gelden moeten bijkomen dan alleen de gemeentelijke gelden. Die € 2,4 miljoen gaan we niet in ons eentje opbrengen. Vandaar dat ik toch nog steeds voorstander ben. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken, hoor. De heer Van Dijken, nog een keer.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, ik wil nog even reageren op het verzoek van – onder andere – D66 en ook Burgerbelang om de motie aan te houden. Dat gaat we niet doen. We brengen de motie gewoon in stemming. Ik heb ook al aangegeven, dat met het bedrijfsleven gesproken kan worden over de financiering. Zij zijn daar ...
Er worden natuurlijk geen garanties afgegeven, maar zij zijn beslist bereid daarover te praten. Dus, ik zie niet in waarom we de motie zouden moeten aanhouden. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik stel voor dat we gaan stemmen. Ik zie al één fan. Oh, de heer Hissink.” De heer HISSINK: “Ja, ik wil eigenlijk zo een stemverklaring afleggen.” De VOORZITTER: “Dat kan zeker. Even kijken, we nemen eerst motie 12.a. natuurlijk. Even helemaal terug in mijn scherm. Wilt u daar de stemverklaring over afgeven? De heer HISSINK: “Ja, dat is van de ChristenUnie, hè?” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” De heer HISSINK: “Wij vinden het echt een hele mooie motie. We zouden ook echt graag willen instemmen, maar wat ook al eens aan de orde is geweest: wij missen de dekking. Daarom zullen wij tegen deze motie stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Nog andere stemverklaringen? Mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Gaat ook over de motie met betrekking tot de Industriehaven van ChristenUnie en Kies Bewust Lokaal. Wij zullen tegen deze motie stemmen, omdat wij denken dat de motie aangehouden zou moeten worden en we liever afwachten tot we bij de voorjaarsnota kunnen kijken wat er daadwerkelijk binnen de begroting mogelijk is.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Nog andere stemverklaringen? Ja, meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Bij nader inzien - ook gehoord hebbende de antwoorden van de heer Van Dijken en de heer Jansen, maar ook het antwoord dat de wethouder heeft gegeven - zullen wij toch tegen de motie van de ChristenUnie stemmen. Waarbij we het vooral betreuren dat de motie niet wordt aangehouden zodat hij in een breder verband besproken kan worden als zo meteen het coalitieakkoord duidelijk is. Dus, anders dan wij eerder hebben gezegd, zullen wij tegen de motie stemmen.”
126
De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Meneer Manders?” De heer MANDERS: “Ja, even het verzoek om vijf minuten te schorsen.” De VOORZITTER: “Nee, dat kan niet we zijn aan het stemmen. Wij gaan beginnen met de stemming van 12.a.” De GRIFFIER: “Allereerst verzoek ik alle leden van de raad om even te controleren of het pasje erin zit. Ik denk met name Burgerbelang en PvdA. 12.a. De Stemming is geopend. (...) De stemming is gesloten. Mag ik het resultaat zien? Drie stemmen vóór, 24 stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Dan is die motie verworpen. Dan gaan we naar motie 12.b. van de SP.” De GRIFFIER: “12.b. Stemming is geopend. (...) De stemming is gesloten. Mag ik het resultaat zien? Vijf stemmen vóór, 22 stemmen tegen. Dan is de motie verworpen.” Besluit: Verworpen.
12.c Motie: Naar aanleiding van gang van zaken Kerkpad GRIFFIENR. 2022-M0009 (Audiopositie 01:58:09)
De VOORZITTER: “Oké, op mijn scherm staat nu nog de motie van het Kerkpad, maar die hebben we al behandeld.”
13 AFSCHEID WETHOUDERS (Audiopositie 01:58:13)
De VOORZITTER: “Dan komen we bij het afscheid van de wethouder. Dan ga ik even naar link om een mededeling te doen.” Burgemeester VERMEULEN: “Want, in een normaal geval – maar, wat is normaal, hè? – zou ik een ronkende speech houden en daarna zou ik wachten tot u daar allemaal op zou reageren en dan zou meneer Ten Broeke nog een veel betere speech houden. Zo zou dat dan gaan. Maar, ik kijk een beetje op de klok en ik denk aan uw welbevinden. Trouwens ook voor mezelf. Ik had al met Matthijs afgesproken, ook niet wetende hoe de sfeer zou zijn en hoe de avond zou lopen, dat we het anders gaan doen. Als ik het uit m’n hoofd goed zeg, nemen we op 14 juni afscheid van Matthijs. Dan komt die ronkende speech, want dan houden we een bijzondere raadsvergadering. Dat doen we op locatie doen bij de IJsselstroom, ’s avonds om 19.00 beginnen we dan. Dan schat ik in, dat we met een uurtje alle loftuitingen wel hebben behandeld. Matthijs denkt dat we langer tijd nodig hebben. Maar, dan gaan we daarna over op een borrel. Zowel de bijzondere raadsvergadering, als de borrel, daar wordt u natuurlijk voor uitgenodigd en ook anderen. Dus, als u het goed vindt, wil ik nu volstaan met Matthijs alvast een mooie fles te geven en hem heel erg te bedanken voor zijn inzet. Je had misschien gedacht dat je laatste raadsvergadering iets anders zou gaan, maar zo is het niet.
Dus, alvast een bedankje met de belofte dat er nog een veel beter afscheid gaat komen. Maar, voor nu alvast dank je wel, Matthijs.”
127
14
SLUITING (Audiopositie 02:00:15)
De VOORZITTER: “Dan sluit ik nu de vergadering. Voor de diehards nodig ik u nog even uit voor een nabespreking.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 23.15 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 juli 2022,
, de voorzitter
, de griffier