CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen Raad 25 januari 2021

Raadsvergadering 1 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 25 januari 202130.901 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Wij weten op dit moment nog niet, waar geld aan is uitgegeven en of er überhaupt geld is uitgegeven, maar wat wij wel belangrijk vinden, is dat u de cultuursector ondersteunt. En dan niet alleen de grote basisinstellingen zoals De Hanzehof, maar ook de kleinere organisaties die zich daarmee bezighouden. Waar ik zelf wel van schrok, maar ik hoop dat ik dat verkeerd heb begrepen, is dat ik vorige week een stuk las in een krant – ik weet niet meer in welke – over een gesprek met wethouder Matser. Hierin werd onder andere gesproken over een bedrag dat is uitgegeven aan De Hanzehof. Toen dacht ik: het kan toch niet waar zijn, dat dat bedrag uit die negen ton komt die door het Rijk ter beschikking is gesteld? Ik hoop dat de wethouder mij gerust kan stellen en kan zeggen: “Dat is niet het geval.” Zoals u kunt lezen in de motie, vindt de voltallige raad, met uitzondering van de SP, dat het geld echt op een andere manier besteed moet worden. Deze motie is door alle partijen mee ingediend, met uitzondering van de SP. Tot zover.” De VOORZITTER: “Ik hoorde u daarstraks zeggen, dat de heer Van Dijken wellicht wat heeft aan te vullen.” De heer VAN DIJKEN: “Niet zo heel veel. Ik kan alleen zeggen dat ik ontzettend blij ben met die brede ondersteuning en dat ik de SP van harte oproep in te stemmen met deze motie.

Ik kan me haast niet voorstellen, dat we het met een tegenstem van de SP moeten doen.” De VOORZITTER: “Ik zie maar liefst twee woordvoerders. Dat lijkt me een beetje veel. De heer Müller, u was eerst.” De heer MÜLLER: “Dank u, voorzitter. Er was wat onduidelijkheid bij ons wie het woord zou voeren. Ik wil even reageren op de indieners van de motie die de SP kritisch aanspreken. Om misverstanden weg te nemen: wij zullen gewoon voor deze motie stemmen. U had gerust even mogen bellen, dan had u al geweten dat wij de motie zouden steunen.”

81

De VOORZITTER: “Oké. Prima. Ik denk dat het verstandig is, dat ik de wethouder zo het woord geef. Ik zag de heer Krans met zijn hand omhoog. De heer Krans.” De heer KRANS: “Dank u, voorzitter. Als mede-indiener namens GroenLinks houd ik het kort. Van de € 150 miljoen die de minister het afgelopen najaar voor 2021 beschikbaar stelde - en dan ging het vooral over het instandhouding van gemeentelijke culturele infrastructuur - is maar liefst € 537.000,= voor Zutphen bestemd. De hoogte van het bedrag is gebaseerd op onder meer de breedte van het aanbod in Zutphen en nogmaals uitdrukkelijk bestemd om de culturele infrastructuur zo goed mogelijk in stand te houden. We vinden het belangrijk, dat er geen geld in stenen wordt gestopt. Of dat nu de stenen van De Witte Vleugel zijn of de stenen van De Hanzehof. De laatste stenen, of liever gezegd: het achterstallige onderhoud daarvan, daar kunnen we corona niet de schuld van geven. Ik noem dat laatste, omdat het gerucht in de stad gaat, dat er wel coronacultuurgelden naar de stenen van De Hanzehof zouden gaan. Belangrijk is welke steun wél. We zien uit naar de beleidsregels en naar de uitgangspunten van de cultuurnota. Dank u wel.” (Audiopositie 02:19:51)

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het was in de bestuursrapportage al uitgesproken, dat we op de coronalijstjes liever geen PMposten willen lezen. Wij zouden graag inschattingen zien, in plaats van PM-posten, omdat we transparantie willen en dat helder is welke steun en compensatiemiddelen beschikbaar zijn, hoe we verwachten die te moeten gaan inzetten en welke rek of tekorten daar liggen. Daarnaast vinden wij als D66 dat er ook geen drempel moet liggen of een soort ontmoediging om aan te kloppen bij de gemeente. Dat betekent een uitnodigend beleid en een actieve voorlichting, als het gaat om de noodzakelijke steun aan onze culturele ondernemers en verenigingen. Dan krijgen we ook niet zulke discussies als nu, over wat er precies met het geld is gedaan. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik stel voor dat we naar de wethouder gaan. De heer Van Dijken nog.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u wel, voorzitter. Nog één punt ter aanvulling. We vragen het College actief culturele instellingen te benaderen. Dus, niet wachten tot ze een keer aan het loket komen, maar zelf actief die mensen en verenigingen opzoeken. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Ten Broeke.” Reactie College Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde net al uitgesproken worden dat er geschrokken zou zijn. Volgens mij, is dat geheel niet nodig.

Ook het College is zich er ontzettend van bewust hoe groot de coronaschade is in de cultuursector. Gelukkig maar, dat we compensatie kunnen bieden door geld dat nu vanuit het Rijk komt. Volgens mij, zijn we het over de noodzaak allemaal eens, dat de cultuursector gesteund zou moeten worden. Met de cultuursector bedoelen wij alle organisaties die op een of andere manier schade hebben geleden. Dus, dat betekent ook niet automatisch en alleen maar de culturele basisinstellingen. U heeft de antwoorden kunnen lezen op de schriftelijke vragen van een paar weken geleden. Daar is vooral ingegaan op de techniek van het geld, dat vanuit het Rijk komt via het gemeentefonds. Ik kan me voorstellen, dat van die vooral technische antwoorden, uw bloed niet sneller gaat stromen, maar ik vind dat we er wel duidelijk in moeten zijn over hóe dit geld bij de gemeente terechtkomt, namelijk: het is geen geoormerkt geld, maar weliswaar opgebouwd uit een heel aantal elementen. Zo is dit bepaald. Van dit geld is het onze taak om hiermee zo goed mogelijk steun te bieden aan de culturele sector, met een eerlijke verdeling en - wat ons betreft - ook een duidelijke onderbouwing. Dat betekent niet voor iedere organisatie een gelijk bedrag en ook zeker niet ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’.

82

Wat ons betreft is er een duidelijke regeling, waar weliswaar een aanvraag voor nodig is, maar natuurlijk kunnen wij daar zelf ook ruchtbaarheid aan geven. Weet wel, dat wij al contact hebben met vrijwel iedere culturele organisatie in Zutphen. Dus, er zal geen sprake zijn van een loket waar aangeklopt wordt. Dus, dat is op zich al geen probleem. Na die regeling zorgen we ervoor, dat we een duidelijk overzicht hebben met alle aanvragen, hoe het financiële plaatje van de organisatie eruit ziet en hoe groot de schade is. Dat zorgt voor inzicht. Dat hebben we ook nodig. Dit overzicht dat we uiteindelijk gaan krijgen, kunnen we ook voorleggen aan de raad. We kunnen helemaal inzichtelijk maken hoe wij denken de steun te kunnen bieden en het geld ook het beste en eerlijkst te kunnen verdelen. Daarna volgt pas een besluit. Dat is wat wij van plan zijn. Op die manier kan het zijn, dat het totaalbedrag dat we aan steun bieden, hoger of lager is dan de onderbouwing zoals het ministerie dat heeft meegegeven, vanuit al die componenten waaruit het bedrag is opgebouwd. Maar, liever dat wij het goed onderbouwd kunnen bieden en zo kunnen besluiten, dan vooraf een bedrag vaststellen en dan maar zien, hoe we daarmee de hort op gaan. Dát is hoe wij het van plan zijn.

Volgens mij, is dat een zorgvuldige manier en is de motie niet per se nodig om dit te verbeteren.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel voor dit antwoord. Ik heb bewust even gewacht tot het hele verhaal af was. Mevrouw Schriks.” Tweede termijn Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Ik schrik toch een beetje van het antwoord van de wethouder, want de reden waarom deze motie is ingediend, is vanwege de antwoorden die we hebben gehad op de schriftelijke vragen. Als je die antwoorden leest, dan is het vrijwel onmogelijk voor culturele instellingen om gebruik te maken van die coronagelden. Daarnaast zegt de wethouder ook: “Wij gaan mensen niet benaderen. Dat doen wij op een andere manier.” Ik heb ook gevraagd hoe het zit met De Hanzehof. Daar krijgt ik óók geen antwoord op. Dus, ik krijg de indruk dat, ondanks het feit dat wij de motie indienen naar aanleiding van de schriftelijke vragen, de wethouder eigenlijk gewoon bij het standpunt blijft dat bij de schriftelijke vragen is weergegeven. Daar heb ik wel moeite mee, want dat staat nadrukkelijk nièt in de motie. Als je gaat kijken naar de regelingen van het Rijk, dan heb je daar niet voldoende aan. Dan is het te makkelijk om te zeggen: “Als je daar gebruik van hebt gemaakt, ga dan maar aantonen of je onze subsidie nodig hebt.” Bovendien wordt het er heel erg bureaucratisch van, want het duurt allemaal heel erg lang.

Het Rijk heeft regelingen ingesteld waarbij ze hebben gezegd: “Geef maar aan wat je omzetdaling is, dan kun je sowieso gebruik maken van de NOW-regeling en achteraf bepaal je of het werkelijk zo was.” Dus, zij hebben gezegd dat er noodzaak bij is en dat het allemaal snel moet gebeuren. Als ik dít zo hoor, dan denk ik: het gaat dus allemaal heel langzaam en dat gaat voor die bedrijven of culturele instellingen te langzaam. Ik wil graag horen van de wethouder hoe hij daar werkelijk tegenaan kijkt. Misschien dat ik het verkeerd begrijp, maar ik ben in ieder geval niet tevreden met de antwoorden van de wethouder. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Helder. De heer Krans.” De heer KRANS: “De wethouder stelt dat de motie niet per se nodig is. Dat is wat anders dan de motie ontraden. Dat is ook iets anders dan een echt bezwaar. Een echt bezwaar hoorde ik niet. Wel hoorde ik een – ik zou bijna zeggen – Collegeroep om vrijheid, waar de wethouder stelt: “Het geld is niet geoormerkt.” Dat is juist, maar het geld is wel specifiek ergens voor bestemd. Dan zegt het Rijk in algemene zin: “Raad, pas op uw zaak. Zorg dat u hier het gemeentebestuur in de zin van het College op de vingers kijkt en zelf bepaalt wat er gebeurt.” Deze Minister die de uitkering beschikbaar heeft gesteld, heeft zelfs de raden specifiek opgeroepen om dat laatste te doen.

Dat is wat mij betreft precies wat we met deze motie ook beogen. Dank u.”

83

De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Manders.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben iets positiever over de antwoorden van de wethouder. Maar goed, ik ben een positivist, dus dat kan ook aan mij liggen. Ik wil een voorbeeld noemen. Een Hanzehof heeft personeel in loondienst en kan aanspraak maken op regelingen. Dat doen ze al. Maar een Luxor met maar anderhalf fte en meer dan vijftig vrijwilligers kan dat niet. Dus, daar is juist dat extra cultuurgeld voor bestemd. Op die manier zou er vooral gekeken moeten worden naar hoe het geld wordt ingezet. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank. De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Aansluitend bij mevrouw Schriks, stemt de reactie van de wethouder niet tot tevredenheid. Ik wil eigenlijk gewoon klip-en-klaar van de wethouder weten of hij die motie gaat uitvoeren.” De VOORZITTER: “Dan moeten we ‘m wel eerst aannemen. Even kijken. Heb ik iedereen aan het woord gehad? Wethouder, gaat u de motie uitvoeren als hij wordt aangenomen?” Reactie College (Audiopositie 02:28:56)

Wethouder TEN BROEKE: “Ja, voorzitter. Als de motie wordt aangenomen, dan gaan we ‘m uitvoeren. Dat is het probleem niet. Volgens mij, zit er ook niet heel veel verschil van inzicht in, maar er is wel een paar aspecten. Laat ik ook nog even noemen, dat we wel gek zouden zijn als we met een regeling komen waar niemand voor in aanmerking komt of waar zoveel aanvragen voor worden afgewezen omdat er gebruik zou worden gemaakt van andere regelingen. Het is niet zo, dat daarmee alle instellingen en organisaties direct worden uitgesloten. Dat is niet de gedachte erachter, maar we moeten er wel iets over opnemen, juist om te komen tot een zorgvuldig overzicht. Het zou ook niet eerlijk zijn als een organisatie wèl allerlei regelingen kan stapelen. We willen er júist voor zorgen dat een organisatie die buiten een landelijke regeling valt, wel gesteund kan worden door ons. Om daar een voorbeeld van te noemen en ook direct een feit erbij te noemen waar we mee te maken hebben, is bijvoorbeeld De Hanzehof, die inderdaad veel personeel in vaste dienst heeft. Dat is een organisatie die géén gebruik blijkt te kunnen maken van de NOWregeling omdat een deel van de omzet uit subsidie bestaat. Nou ja, er zit nog van alles achter waarom dat zo is. Zij hebben wel een aanvraag gedaan, maar blijken geen gebruik te kunnen maken van de NOW-regeling.

Dat is ook de reden dat De Hanzehof waarschijnlijk wél in aanmerking komt voor een deel van onze eigen lokale regeling. Volgens mij, is het niet gek dat van alle organisaties ook De Hanzehof daar ook gebruik van zou kunnen maken. Volgens mij, is daar op zichzelf ook geen bezwaar tegen. Het gaat juist om de totale verdeling en een totaaloverzicht daarvan. Het is niet zo, dat wij geen geld terecht willen laten komen bij de cultuursector. Dat is het niet. We willen het duidelijk onderbouwd en niet per se uitgaan van een vast bedrag en daarna pas over een verdeling gaan. Dat is het ‘m. Mocht de motie straks aangenomen worden, dan gaan we het op die manier doen, maar wat ons betreft, wel met die duidelijke onderbouwing erbij waar iedereen achter kan staan.” De VOORZITTER: “Dank. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. U zegt net dat we het kort moeten houden, want het scherm is vermoeiend voor de ogen. We hebben een raadsbrede motie liggen die aangenomen wordt en we zijn er bijna twintig minuten over aan het praten. Ik ben aan het luisteren en uit-

84

eindelijk hoor ik de wethouder zeggen dat De Hanzehof niet in aanmerking komt voor de NOWregeling. Maar, me dunkt: ze hebben twee ton gehad voor de NOW-regeling, dus zij komen wel degelijk in aanmerking daarvoor. Als ik de wethouder was, zou ik er niet zoveel woorden meer aan vuil maken, maar gewoon accepteren en uitvoeren. De hele raad wil het op deze manier. Laten we hier nu gewoon een hamerslag op geven. Ga me niet zeggen dat ze geen recht hebben op de NOW-regeling, want dat hebben ze wel. Ze hebben geld uitgekeerd gekregen.” De VOORZITTER: “Oké. Een reactie van de wethouder, misschien?” Wethouder TEN BROEKE: “Hier gaan we zeker niet over welles-nietes. Ik weet toch zeker wel wat ik zelf van De Hanzehof heb gehoord. Ze hebben de aanvraag gedaan. Ze hebben het destijds snel uitgekeerd gekregen, maar ze moeten het nu terugbetalen omdat ze er geen recht op blijken te hebben. Zo zit het. Daar ga ik verder niet over soebatten. Wat u gaat besluiten, dat zullen we uitvoeren. Ook dat is simpel.” De VOORZITTER: “Duidelijk antwoord. Dank u wel. Mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat ik de wethouder hoor zeggen dat wat wij besluiten in de motie, als deze wordt aangenomen, u dat gaat uitvoeren. Ik heb echter nog steeds geen antwoord gehad op de vraag of er inderdaad geld van deze coronagelden toegezegd is aan De Hanzehof.

De reden waarom De Hanzehof waarschijnlijk geen gebruik kan maken van de NOW-regeling, is omdat zij subsidie toegekend krijgen die zal worden aangemerkt als omzet. Dat geldt dus voor alle gesubsidieerde instellingen. Daar zijn ze dus niet uniek in. Waar het ons om gaat in de motie, is dat dat geld wordt verdeeld onder vooral ook de wat kleinere culturele initiatieven en instellingen en niet dat driekwart naar De Hanzehof gaat waardoor er voor de rest niets overblijft. Of dat het in onderhoud van De Hanzehof gaat zitten, want dat kan ik niet zien. Dus mijn vraag is nog steeds: is er nou geld aan De Hanzehof toegezegd of is dat niet zo? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Wethouder, die vraag stond nog open.” Wethouder TEN BROEKE: “Een deel was inderdaad bestemd voor De Hanzehof omdat wij weten, met de informatie die we tot nu toe al hebben, dat bij hen de schade groot is en dat we daar rekening mee moeten houden. Wat wij beogen, is om heel binnenkort een totaaloverzicht te hebben van alle organisaties en hun schade. Dat betekent niet alleen maar de organisaties met betaald personeel, zoals De Hanzehof, maar ook de andere organisaties. Als daar niets voor zou overblijven, dan zijn we niet goed bezig en dat is ook zeker niet onze bedoeling.” De VOORZITTER: “Oké. De heer Krans nog.” De heer KRANS: “Voorzitter, heel kort.

Gelet op het antwoord van de wethouder, ben ik buitengewoon blij dat de motie wordt ingediend en naar verwachting ook wordt aangenomen, want het zou mooi zijn als De Hanzehof-uitkering meegewogen wordt, samen met alle anderen en niet apart. Dank u.” De VOORZITTER: “Oké. Dank u wel. Ik maak nog wel even de opmerking over de datum die u zegt: vóór 15 februari. Ik help u even herinneren aan mijn oproep dat zaken mogelijk vertraging hebben door alle thuiswerkende ambtenaren. Dat zou hiervoor kunnen gelden, hoewel ik de haast snap. Ik geef even deze ‘winstwaarschuwing’ af. Dan stel ik voor, dat ik nu ga constateren dat deze motie unaniem door u wordt gesteund, zelfs door de SP. Dat zeg ik zo, omdat dat zo werd geïntroduceerd. Ik ga er geen woorden meer aan vuil maken. Bij dezen is de motie aangenomen.

85

Besluit: Aangenomen.

14

MOTIE: KERKPAD WARNSVELD VEILIG EN LEEFBAAR GRIFFIENR. 2021-M0002 (Audiopositie 02:35:35)

De VOORZITTER: “We hebben nog twee moties liggen die wèl behandeld worden. Dat is de motie over het Kerkpad en de motie over de steun voor het MKB. Ik heb over het Kerkpad een heel feitenrelaas liggen. Er zijn ook schriftelijke vragen over gesteld. Dus dat gaat wel even tijd in beslag nemen. Ik laat het graag aan u over hoe uitgebreid u het wilt hebben. Ik geef het woord aan mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik zou het prettig vinden, aangezien er ook een inspreker is geweest, dat we dit punt vanavond goed kunnen behandelen.” De VOORZITTER: “Dan gaan we dat doen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. D66 dient samen met het CDA, de Stadspartij, de ChristenUnie en de PvdA de motie ‘Kerkpad Warnsveld veilig en leefbaar’ in. De afgelopen jaren spelen er problemen op het Kerkpad, zijnde een openbare weg. Het zijn geen problemen in de zin van buren die elkaar overpad moeten verlenen, maar het gaat hier om een inbreuk op de openbare weg. Er liggen feiten, en dat hebben we vanavond ook van de inspreker gehoord, waaruit blijkt dat er geen vrij toegankelijke, maar vooral geen veilige doorgang van deze openbare weg mogelijk is.

In de afgelopen drie jaar is er in de raad zo goed als raadsbreed aandacht hiervoor gevraagd, in de zin dat er zorgen zijn geuit via mondelinge vragen die zijn gesteld, er zijn schriftelijke vragen ingediend en ook is verzocht om een specifiek Forum. Deze slepende kwestie heeft gemaakt, dat de betrokken inwoners en wijkbewoners zich niet gehoord voelen. Sterker nog: zij zijn geen gesprekspartner voor de gemeente omdat ze geen rechtspersoonlijkheid hebben. Ze voelen zich daardoor in de steek gelaten door de gemeente. Dit is nu precies wat wij als raad, als hoogste bestuursorgaan in de gemeente, niet willen. Enige weken geleden hebben we nog raadsbreed een D66-motie aangenomen die heet “Samenleven is samen kiezen en samen doen”, een motie waarin we als raad hebben uitgesproken dat we willen dat inwoners meer invloed kunnen uitoefenen op de politieke besluitvorming. Kortom, dat we inwoners serieus nemen, vertrouwen en medezeggenschap geven. Dat gaat ook op voor zaken die betrekking hebben op hun leefomgeving. Dat is hier aan de orde. We zijn de afgelopen jaren voor het College van B&W in meerdere raadsvergaderingen geïnformeerd, maar het feit ligt er nog steeds, iedere dag opnieuw, dat er geen veilige doorgang mogelijk is op een openbare weg in onze gemeente. Dat noodzaakt tot deze motie. Voorzitter, ik hoef - denk ik - de motie niet inhoudelijk toe te lichten.

Het is bij iedereen genoeg bekend. De indieners van de motie willen vanavond graag een uitspraak van de raad en daarmee hopelijk een unaniem gedragen besluit op de volgende punten:  Ten eerste, dat onze burgemeester zorgt, dat er vanaf vandaag dusdanig gehandhaafd wordt, dat de weg dagelijks vrij toegankelijk is en dat intimiderende en bedreigende gedragingen op de weg per direct stoppen;  Ten tweede, dat de betrokken inwoners door de gemeente erkend worden als gesprekspartner en dat een afvaardiging van hen kan participeren in het proces om tot een oplossing te komen van de problemen op deze openbare weg;  Ten derde, het laatste punt, dat de raad maandelijks wordt geïnformeerd over de voortgang van het proces en dat de definitieve oplossing aan ons wordt voorgelegd, zodat wij er als raad ook iets van kunnen vinden. Ik weet niet of mijn mede-indieners nog iets willen toelichten.”

86

De VOORZITTER: “Even kijken. Ik ga zo meteen het voorzitterschap overdragen. Anders wordt het een beetje te druk hier. De heer Hissink.” De heer HISSINK: “Even een korte aanvulling. De gemeente Zutphen heeft het afgelopen jaar getoond dat zij een zeer ondernemersvriendelijke stad is, die altijd probeert een oplossing voor een probleem te vinden. Naar onze mening heeft deze ondernemer door zijn absurde gedrag zijn credits verspeeld. De boer wist wat hij kocht en zijn gedrag is en was niet te tolereren. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Logemann.” (Audiopositie 02:40:14)

Eerste termijn De heer LOGEMANN: “Dank u wel. Ik ben overigens niet één van de mede-indieners, maar ik heb wel een bijdrage. Onze eerste vragen over intimidatie en agressie op het Kerkpad stelden wij in de raad van 4 november 2019. De laatste zijn van elf dagen geleden. Daartussen liggen meerdere momenten waarop wij aandacht vroegen voor de situatie met het Kerkpad. In onze mondelinge en schriftelijke vragen hebben wij altijd de ruimte gelaten om de handschoen op te pakken en actie te ondernemen. Dat heeft u tot op zekere hoogte ook gedaan. Er is geverbaliseerd en u heeft een poging gedaan om een omleiding rond de boerderij aan te leggen. Maar, het gaat gewoon te traag en er is te weinig resultaat. In september meldde u op één van onze vragen dat er over die omleiding een akkoord op hoofdlijnen was. Inmiddels zijn we vier maanden verder en is daar nog niets van te merken. Over wat er nu écht is afgesproken, tasten we nog steeds in het duister. Feitelijk is er sinds het begin van het probleem in 2017 geen enkele verbetering te bespeuren.

De teller van het meldpunt Kerkpad staat inmiddels op 129 meldingen, sinds de oprichting in november 2019, waarbij het niet blijft bij verbaal geweld en het gevaarlijk inrijden op mensen en zelfs kinderwagens; ook fysieke handtastelijkheden zijn regelmatig aan de orde, zoals mensen vastgrijpen, duwen en trekken en – in coronatijd echt taboe – het bespugen van mensen. Het agressieve gedrag lijkt eerder meer dan minder te worden en nog steeds is de openbare weg aldaar bijna dagelijks gebarricadeerd. Kennelijk kan dat zomaar. Het is tijd voor hardere actie, want dat die situatie nu al bijna drie jaar bestaat, is te gek voor woorden. Burgemeester, kom nu niet aan met het argument dat dat allemaal complex ligt of dat er altijd twee kanten aan de zaak zitten. Dat passanten zich ook niet altijd even netjes gedragen, realiseren we ons heus wel. Maar na jaren van intimidatie en agressie geldt nu maar één ding: dit moet ogenblikkelijk stoppen. Het probleem ligt niet bij de wandelaars en fietsers. De tijd van praten met de boer is echt voorbij, wat ons betreft. Burgemeester, stap af van het pappen en nathouden, stel de boer een ultimatum en gebruik uw bevoegdheden. Voorzitter, natuurlijk steunen wij de motie van D66.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Dank u wel, voorzitter.

Ik wil graag even beginnen met een persoonlijke ervaring die ik daar heb meegemaakt. We gaan even terug naar zaterdagmiddag 7 november 2020. Ik moet eerlijk zeggen: ik heb heel veel gehoord over het Kerkpad en ik was eigenlijk wel benieuwd hoe de situatie ter plekke er ook alweer uitzag. Ik was er - eerlijk gezegd - al een aantal jaren niet meer geweest en ik noemde dat maar een soort werkbezoek. Ik moet heel eerlijk zijn: ik had ook wel het idee dat sommige mensen wellicht wat overdreven reageerden, want zó erg kan het toch niet zijn? Nou, zo erg was het wèl. Op het erf werd ik niet aangesproken, nee, compleet verrot gescholden. De bedoeling was duidelijk: ik mocht daar niet fietsen van de betreffende boer. Mijn poging om de boel een klein beetje te

87

sussen en in gesprek te raken, was kansloos. Na een doodswens en een keer verdoemd te zijn, ben ik maar snel doorgefietst. Het was werkelijk ongelooflijk en ongehoord. De huidige situatie is onwenselijk en onhoudbaar. Dat is - denk ik - duidelijk voor iedereen, maar welk gesprek of welk overleg voert u als burgemeester nu met de betreffende agrariër? Er ís urgentie. Er is stevige actie nodig. Burgemeester, wat doet u nu écht op dit moment? Deel dat met ons. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Intimidatie en bedreigingen kunnen we niet accepteren. Deze situatie duurt al ongeveer drie jaar en ik vind dat dat we nu tot een oplossing moeten komen en dat er strakke maatregelen genomen moeten worden. Het betoog van de heer Logemann en de toelichting van mevrouw Ten Holder maken het helder. Ik wil niet in herhaling vallen. De heer Brunsveld heeft zijn eigen ervaring verteld. Ik denk dat we nu moeten handelen en dat u uw bevoegdheden moet gebruiken om deze ellende en het intimiderende gedrag van de boer tot een einde te brengen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij hebben misschien een iets andere kijk.

Ik wil op de eerste plaats wel melden dat we iedere vorm van agressiviteit van de boer aan de Kapperallee - want daar woont de beste man - veroordelen. Waar we als fractie ook heel veel moeite mee hebben, is dat alle fracties iets vinden van deze situatie, maar dat geen één fractie de boer heeft uitgenodigd om met hun fractie te komen praten. Dan praat ik over de beide boeren die er wonen. Ik zal geen namen noemen. Wij hebben namelijk wèl met beide boeren gesproken. De boer geeft aan, dat hij last heeft van de wandelaars. De gemeente heeft wat dat betreft ‘boter op haar hoofd’, want de gemeente heeft in de jaren tachtig hekwerken ter beschikking gesteld en geplaatst om daar doorgang te voorkomen. De boeren konden de weg afsluiten. Inmiddels hebben die hekken een andere bestemming gekregen bij de boeren, maar dat was wel wat de gemeente heeft gedaan. Mijn grootste punt is wel, dat alle politieke partijen één kant van het verhaal hebben gehoord. Als je kijkt wat die boer moet doen: hij heeft zijn verzekering fors moeten verhogen en mensen laten hun honden in de weide lopen. Ik snap, als die hond daar zijn behoefte doet, dat dit de melkkwaliteit geen goed doet. De melk kan afgekeurd worden. Zo kunnen we door blijven gaan. Voorzitter, nogmaals: wij keuren ieder wangedrag af van deze boer. Dat wil ik benadrukken.

Maar, ik keur ook af dat wij als Burgerbelang, door hiervoor op te komen, vanuit de buurtbewoners ook weer in een kwaad daglicht komen door een website die de lucht in is geslingerd: raadslidzutphen.nl. Ik vind dat óók ongehoord. Uiteindelijk denk ik, burgemeester: pak uw rol op hier en ga erheen. Wij zullen deze motie niet steunen. Wij zijn het wel eens met de intenties, alleen zoals de buurt zich daar gedraagt … Ze staan daar mensen op te wachten: “Goh, bent u al lastiggevallen?” Dat zal ongetwijfeld ook zijn gebeurd. Daar kunnen wij niet achter staan. De overige zaken wel. Wij zullen hier samen uit moeten komen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “De heer Verschure geeft aan, dat hij de enige partij is die met de boer heeft gesproken, maar dat heeft u mis. Wij hebben ook zeker met de boer gesproken. Dat wilde ik even aangeven.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.”

88

Mevrouw TEN HOLDER: “Ik vind het jammer, dat Burgerbelang, de heer Verschure, doet alsof deze motie partij trekt, want in deze motie staat heel nadrukkelijk: “Een veilig en leefbaar Kerkpad.” Dat geldt dus voor iedereen. Vervolgens geeft de motie puur een aantal harde feiten weer, dat er ligt. Dat is het.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer De Groen.” De heer DE GROEN: “Dank u wel, voorzitter. Wij steunen de motie. Wij vinden nog steeds dat er een oplossing moet komen. Het heeft te lang geduurd, denk wij. Geweld, van welke kant ook, moet niet getolereerd worden. Wij steunen de motie en we hopen dat aan deze soap eindelijk een eind komt. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de motie verzoekt de burgemeester en de burgemeester is als zodanig verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Zo zie ik de strekking van de motie ook en die steunen we natuurlijk ook omdat hier fysiek geweld en ook ander geweld wordt of is gepleegd op omwonenden of voorbijgangers die rechtelijk over het pad mogen. Ik ga niet over de eventuele uitwerking en verlegging van het pad. Dit is puur gericht op openbare orde en veiligheid. Ik ben het eens met de motie: hier moet wat aan gedaan worden. Ik vind dat we dat van niemand in Nederland moeten tolereren.” De VOORZITTER: “Dank u wel.

Mevrouw Van Dijk, de VVD.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Mijn fractie heeft inderdaad ook van beide kanten informatie ingewonnen. Wij willen heel graag eerst de reactie van de burgemeester horen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, waar het mij ook om gaat, is dat als je kijkt naar wat op dit moment op sociale media gebeurt … We weten allemaal wat er nu in het land gebeurt op sociale media. Er wordt nu gewoon gezegd: “Jongens, we gaan met honderd man naar die boer toe. We gaan er even verhaal halen.” Dat soort zaken moeten wij niet willen. Dit moet echt opgelost worden. Ik hoop dat u met een oplossing komt waar iedereen zich in kan vinden. Uiteindelijk zal die boer ook gehandhaafd moeten worden. Wat ik ook nog wil zeggen, is dat in heel veel berichtgevingen de verkeerde boerderij wordt afgebeeld. Als de verkeerde boerderij wordt afgebeeld, wordt de verkeerde boer aangevallen, die er helemaal niets mee heeft te maken. We moeten dus heel goed oppassen wat we hier doen en vooral met de stemmingmakerij. Het ligt ook bij u, burgemeester, om dat aan te pakken.” De VOORZITTER: “Even kijken. De laatste woorden. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Deze situatie duurt nu al drie jaar. De manier waarop de boer wandelaars en recreanten benadert, is op zijn zachtst gezegd niet om naar huis te schrijven.

Deze manier van communiceren gaat in onze ogen veel te ver en het duurt ook te lang. Forumlid Heini Papperse heeft ook met de boer gesproken. De punten die de heer Verschure aangeeft, wat betreft de boer, onderschrijven wij ook. Wij zouden graag zien dat op elk vlak gehandhaafd gaat worden. Natuurlijk zijn er twee kanten en zal erop moeten worden gehandhaafd. Echter, zoals de boer zich gedraagt, is ontoelaatbaar en daar moet hard tegen opgetreden worden. Daarnaast horen wij graag, hoe lang het nog gaat duren voordat de omlegging van de route een feit is. Ook dit duurt in onze ogen te lang.”

89

De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, mijn iPad is bijna leeg. Dus, ik stel voor dat we zo de vergadering stoppen. Het is verbazingwekkend dat we hier al zo lang bezig zijn over het gedrag van één man. Dat is op zich wel raar. Dat zouden we als raad niet moeten willen. Het is bijna lachwekkend als het niet zo ernstig zou zijn. Mijn oproep is vrij simpel: kom in actie, mevrouw de burgemeester. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan geef ik het voorzitterschap over aan de heer Jansen.” De VOORZITTER: “Aan u het woord, burgemeester.” Reactie College (Audiopositie 02:52:38)

Burgemeester VERMEULEN: “Dank u wel. Dit probleem heeft twee portefeuillehouders: eentje van openbare orde en veiligheid. Dat ben ik. Ik ga zo beginnen. Mevrouw Werger heeft alles te maken met de omlegging op zich, wat natuurlijk een onderdeel is van de oplossing. Het idee wat ik hoor en lees, dat ik als burgemeester niet zou handhaven, is dus echt niet de gang van zaken. Er wordt wel degelijk gehandhaafd. Ik heb hier een lijstje met registraties van de politie, bijvoorbeeld. Dat zijn er 48. Ik heb elf aangiftes, waarvan negen keer bedreiging, één keer mishandeling, drie keer poging tot zware mishandeling, meneer is twee keer gedagvaard: drie keer was er onvoldoende bewijs, één keer was er geen strafrechtelijke bedreiging, één keer hadden beide partijen schuld en een ander onderzoek loopt nog. Twaalf februari komt er een rechtszaak. Dan zijn er nog 37 meldingen, waarvan 23 vanwege agressieve bejegening, zeven van agressief rijgedrag en twaalf blokkades op het pad. Allemaal niet om vrolijk van te worden, maar ik meld ze u omdat u dan in ieder geval ook een beeld krijgt dat wij wel degelijk weten wat er aan de hand is en ook hierop acteren. Alleen, uiteindelijk is de rechter vaak de laatste in de rij. Als dan bepaalde zaken onvoldoende bewijs hebben, enzovoorts, dan staan wij ook te kijken.

Ik hoor u zeggen: “Ja, burgemeester, gaat u nu een ultimatum stellen? Ja, wat is dat dan?” Ik bedoel, wij hebben nu dagelijks de BOA’s die daar hun ronde doen. Politie komt bij meldingen en ik ben er ook met onze nieuwe teamchef van de politie langsgelopen. We hebben de zaak bekeken. We hebben gesprekken gevoerd met meneer Van Schooten. Ik heb meneer Van Schooten afgelopen woensdag nog aan de telefoon gehad, samen met zijn advocaat, om te zeggen dat ik het helemaal zat ben met zijn gedrag en dat ik ook nu alles op alles zet om hem elke dag, als het moet, te controleren. U moet zich wel voorstellen dat onze BOA’s en politie dat doen náást alle coronazaken. Dus, dat is geen kleinigheid. Wij spreken hem dus aan op zijn gedrag en waar mogelijk krijgt hij een bekeuring. We zijn al met heel veel zaken bezig geweest, waaronder ook een tijdelijk rijverbod met de tractor, omdat hij daar zulke gevaarlijke dingen mee heeft gedaan. Op 12 februari komt dus nog een zitting naar aanleiding van aangiftes met agressief rijgedrag. Daar moeten we natuurlijk op wachten. Bij het CBR is meneer ook bezig geweest met zijn rijbewijs. Voor dit jaar hebben we controles gehouden. De blokkades hebben wij op dagen geconstateerd, maar ook op dagen niet. De meeste blokkades zijn vooral blokkades voor de auto’s, die er niet mogen komen.

Het is wel hinderlijk voor fietsers en voetgangers, maar de blokkades maken het voor hen niet onmogelijk om er doorheen te komen. Ik geef u alleen even de feiten. Ik keur het gedrag van de boer af. Dat heb ik hem ook in hele duidelijke bewoordingen gezegd. Ik zet alles in wat ik in kán zetten. Er is nog één instrument dat wij nog aan het onderzoeken zijn. Dat is een lichte bevelsbevoegdheid van de burgemeester volgens artikel 172, lid 3 van de Gemeentewet. We zijn nu aan het onderzoeken of we dat instrument kunnen inzetten. Dat is eigenlijk een instrument wat je voor acute ordeverstoringen gebruikt die direct ingrijpen noodzakelijk maken. Dit speelt natuurlijk al heel lang, maar we gaan dat pad wel op.

90

Verder zijn we dus maximaal bezig met de handhaving. Vaak zijn de meldingen ernstig die mensen bij de politie doen, maar voor de politie niet ernstig genoeg om het als aangifte te zien omdat het gewoon nét niet strafbaar is. Die regels kan ik niet veranderen. Wij hebben natuurlijk in het College gezien dat dit een onhoudbare situatie is. Het gedrag van de boer en de situatie waarin ook het bedrijf zit … Het bedrijf wordt in feite verdeeld door het pad. De boer is – denk ik – oprecht angstig voor ongelukken met kinderen en mensen die in stallen lopen. Die kant is er ook. Dat is natuurlijk niet vergelijkbaar met de agressie van de boer, maar het is soms ook ernstig. Dus, het zit daar gewoon niet lekker. Daarom hebben we als College gezegd: laten we dan de omlegging doen om zijn huis heen, op een goede manier, ook ingekaderd. Ik heb daar ook met hem over gesproken. Dat zou een oplossing zijn. Het duurt mij ook veel te lang, want dingen worden ook aan elkaar geknoopt. Wethouder Werger heeft dit deel weer opgepakt. Ze wil mij misschien aanvullen over de brief die wij hebben verstuurd.” De VOORZITTER: “Een interruptie van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. De lijst die u opnoemt, is indrukwekkend, burgemeester.

Moet je daar de conclusie uit trekken, dat het garanderen van de veiligheid van wandelaars niet mogelijk is op die openbare weg?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Zoals het nu gaat, blijkt dat zo te zijn. Ik ben in zekere zin ook in mijn mogelijkheden beperkt. Je bent daar natuurlijk niet de hele dag aanwezig om elk feit te noteren. Nogmaals: we proberen er zoveel mogelijk te zijn. We proberen alles te doen, maar meneer Van Schooten is wel vaak bedreigend, maar nogmaals is dat voor de politie dan toch niet voldoende. Dat is heel frustrerend, ook voor het rechtsgevoel van de burger. Dat begrijp ik heel erg goed. Maar, ik kan u zeggen dat wij - wat mij betreft - álles inzetten om het goede gedrag te krijgen. Ik denk óók, en daar ben ik ook realistisch in, dat we dat pas echt kunnen krijgen op het moment dat de boer gewoon zijn bedrijfsvoering kan doen en wandelaars ongehinderd langs het huis kunnen lopen. Ik denk dat iedereen dan rustiger zit. Daarmee praat ik niet het gedrag goed en is het ook geen bonus voor slecht gedrag, maar het is een oplossing voor een modern bedrijf dat op een oud kerkpad zit waar nieuwe problemen ontstaan.” De VOORZITTER: “Een interruptie van de heer Hissink.” (Audiopositie 02:59:57)

De heer HISSINK: “U heeft het over wandelaars, maar hoe gaat het dan met de fietsers? Ik heb vorige week een filmpje gezien van Omroep Gelderland. Als je dan ziet, hoeveel fietsers daar dagelijks fietsen, hoe gaat dat dan in zijn werk in de toekomst, als er een omleiding is?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Die weg zal niet voor fietsers zijn. Die moeten dan via de weg langs het AZC. Dat zal dan een kleine omleiding zijn.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Voorzitter, ik vraag mij af of er een mogelijkheid is om daar tijdelijk camera’s op te hangen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Nee, dat staat ook nog niet in onze APV. Dat is nu dus zeker nog niet mogelijk.”

91

De VOORZITTER: “De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. De burgemeester heeft gesproken met de boer. Heeft hij al dingen toegezegd die hij op korte termijn zal gaan veranderen, zoals blokkades opheffen en dergelijke? Daar ben ik wel benieuwd naar, want daar begint de ellende, zeg maar.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Ja, daar heb ik zeker met hem over gesproken. Hij heeft ook gezegd, dat hij zelf achteraf of de volgende ochtend vaak ook naar zijn gedrag kijkt en dat hij denkt: “Dat had ik eigenlijk niet zo moeten doen.” Hij heeft gezegd, dat hij inderdaad die blokkades niet zal neerleggen, maar hij is natuurlijk wel aan het werk en dan zet hij de tractor ergens neer. Is hij bijvoorbeeld aan het werk en is hij dan bijvoorbeeld even naar binnen gelopen, is het dan een blokkade? Het heeft ook alles te maken met bewijslast. Het is allemaal niet zo helder. Als dat zo was geweest, dan hadden wij veel meer zaken kunnen uitschrijven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie nog twee handjes. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Voorzitter, wij hebben in de motie aangegeven, dat het niet uniek is in Nederland dat een openbare weg over een boerenerf loopt of dat een boerenerf op een openbare weg ligt. Dat moet je eigenlijk zeggen. Het lijkt toch alsof onze mogelijkheden uitgeput zijn.

Die boerderij is altijd in functie geweest tot aan 2017 en toen waren er géén problemen. Ik begrijp niet waarom we dit zo lang gedogen en nu ook nog aangeven, dat er nauwelijks mogelijkheden zijn. Mijn tweede vraag is: welke oplossing er ook komt, is de burgemeester het niet met de indieners van de motie eens, dat het dan ontzettend belangrijk is dat betrokkenen en belanghebbenden mee aan tafel zitten? Het is essentieel dat er draagvlak komt, voor welke oplossing dan ook wordt gekozen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Ik gedoog helemaal niets. Dus ik begrijp die woordkeuze niet. Er wordt helemaal niet gedoogd. We pakken alles aan wat we kúnnen aanpakken om te verbaliseren. Zo ver zijn we helaas gekomen. Dat is echt geen hobby. Verder hebben wij al helemaal in kannen en kruiken hoe de omlegging eruit moet gaan zien. Ik heb het u al geschetst: achter zijn huis langs. We zijn er gewoon te laat mee om mensen vanuit de omgeving daarbij te betrekken omdat wij al helemaal klaar zijn met de planvorming daaromtrent. Nogmaals is wethouder Werger daarmee bezig. Zij kent daar de laatste stand van zaken van.” De VOORZITTER: “Ik zie nog een handje van de heer Hissink.” De heer HISSINK: “Ik heb nog één korte vraag.

Denkt u dat de bedreigingen en de intimidaties ophouden als de omlegging er ligt?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Het is altijd eng om daar een antwoord op te geven, maar dat denk ik wel, want anders waren wij dat pad niet op gegaan, letterlijk en figuurlijk. Ik heb er ook nog met meneer Van Schooten over gesproken. Wat hem betreft, is 98 procent van het ongemak dan weg. 98 procent omdat hij ook nog wel eens aan die kant van zijn weilanden moet zijn. Dat is het antwoord wat hij mij heeft gegeven.”

92

De VOORZITTER: “Dan ga ik over naar mevrouw Werger.” (Audiopositie 03:04:50)

Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik ben echt van de techniek, van de uitvoering. Laat ik daarbij meteen zeggen, dat het omleggen van het pad gaat over een stuk van onze grond, zijnde gemeentegrond, maar die zit in een pachtovereenkomst met de heer Van Schooten. Wij zijn heel ver in dat proces, maar we hebben daar ook gewoon met de wandelvereniging over gesproken. Laten we wel wezen: het wandelpad is al heel oud. Het was ook echt een wandelpad. De wandelvereniging heeft meegedacht in de oplossing omdat het ook gewoon in hun routes zit. Dus het is heel belangrijk om dat te doen. Maar dat is al helemaal aan het begin geweest. Nu is het zo ver, dat we de pachtovereenkomst hebben opengebroken om dat mogelijk te maken, want dat pad moet dan uit de pachtovereenkomst gehaald worden. De heer Van Schooten heeft geprobeerd om allerlei zaken te combineren met elkaar, als het gaat om bouwblokken en dergelijke. Daarvan hebben wij nu heel duidelijk gezegd: “Ho! We gaan niet allerlei zaken combineren. We gaan hier niet allerlei deals sluiten.” Het is heel duidelijk dat het heel belangrijk is dat die omlegging zo snel mogelijk aangelegd wordt omdat we gewoon een scheiding moeten maken tussen de wandelaars en het boerenbedrijf voor de veiligheid van de wandelaars. Ik ben op dit moment dus bezig om die definitieve uitwerking vorm te geven.” De VOORZITTER: “Helder.

Ik zie een interruptie van de heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel. Als mevrouw Werger met de wandelvereniging Wandelnet bedoelt, dan heb ik andere informatie. Wandelnet, de beheerder van de langeafstandsroute naar de boer, geeft juist aan, dat zij in eerste instantie wel gesprekken hebben gehad, maar juist nièt betrokken zijn bij die omleiding. Sterker nog: dat hebben ze wel aangeboden, want er zijn bepaalde kwaliteitseisen aan de wandelingen van Wandelnet verbonden, maar daar is geen gebruik van gemaakt. Op dat punt wil ik de wethouder dus even corrigeren.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, helemaal aan het begin van dit hele proces is al besproken dat er een omlegging zou kunnen zijn op deze manier. Daar is Wandelnet onder andere ook bij geweest. Alle omwonenden hebben in eerste aanleg een keer meegesproken omdat we toen in een soort mediationtraject zaten. Op die basis zijn we nu verder gegaan.” De VOORZITTER: “De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben benieuwd hoe lang dat pad voor mevrouw Werger al een wandelpad is, want het is al heel lang een wandelpad, maar het is niets méér geweest dan een pad tussen twee boerderijen om elkaar te kunnen helpen. De boeren hielpen elkaar vroeger.

Uiteindelijk staat in één van de koopcontracten die ook de boer Van Schooten heeft, dat het recht van overpad was voor de heer Jansen, voor de gemeente en voor het Waterschap. Dus, ik weet niet waar dit allemaal vandaan komt. Het schijnt in 2018 in één keer een openbare weg te zijn geworden. Dat is de informatie die ík heb gekregen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, dat is niet correct. Ik wil daar heel duidelijk in zijn. Wandelnet heeft het al lang in zijn routes opgenomen. Het bestaat ook al heel lang. In de pachtovereenkomsten die wij hebben, maar ook in het destijds aankopen van de boerderij, is de heer Van Schooten altijd medegedeeld en heeft hij geweten dat het een openbare weg was en dat daar inderdaad toegang was die over zijn bedrijf liep. Dat hebben wij in die tijd ook echt heel zorgvuldig

93

en samen met de rentmeester besproken. Hij was daar volledig van op de hoogte. Het is dus gewoon een openbare weg.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Precies. Het is ook een weg geweest voor gemotoriseerd verkeer. Dus, het was ook nog méér dan een wandelpad, meneer Verschure. Mijn vraag is: U bent met plannen bezig, maar is daar ook een bestemmingsplanwijziging voor nodig?” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Nee, voorzitter. Het gaat over onze eigen grond en het is geen verharde weg in de vorm van een echte straat. Het is echt een wandelpad. Vandaar dat er ook geen fietsers meer komen, maar dat je echt alleen kunt wandelen. Een bestemmingsplanwijziging is dan niet nodig.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dan heb ik nog een tweede vraag: wordt het plan nog voorgelegd en kunnen wij daar een zienswijze op geven als raad?” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, we zijn ontzettend ver in de procedure. We hebben net de boer heel duidelijk te verstaan gegeven: “We gaan dit doen.

We gaan de pachtovereenkomst openbreken om dit mogelijk te maken.” Als u nu nog zienswijzen wilt geven - even los van het feit dat er geen bestemmingsplanprocedure is - dan vraag ik me af: “Wilt u nu dat we met elkaar proberen het probleem op te lossen om de wandelaars zo veilig mogelijk te kunnen laten wandelen zonder dat we nog langer in deze situatie blijven? Of wilt u nu een hele discussie hebben over hoe wij een pad op onze eigen grond aanleggen om dat mogelijk te maken?” (Audiopositie 03:10:01)

Mevrouw TEN HOLDER: “Ik vind het een beetje jammer, dat u nu zo reageert. We streven als raad ook al drie jaar naar een oplossing, maar we zien hoe ingewikkeld het probleem ligt. We hebben vanavond ook een inspreker gehoord die zegt: “Ik vraag me af, of die omlegging een oplossing gaat bieden.” Ik denk dat het wel van belang is, dat de raad als bestuursorgaan mee kan kijken naar de wijze waarop die oplossing wordt gecreëerd en voorgesteld.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik wil de raad best informeren over hoe het definitief geheel eruit moet komen te zien, maar het is ook een stukje uitvoering. We leggen gewoon een wandelpad om. Ik begrijp heel goed dat het belangrijk is …” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, ter interruptie.” Mevrouw TEN HOLDER: “In november hebben wij al om een Forum gevraagd en dat is toegezegd op het moment dat dat kon, qua onderhandelingen. Ik begrijp dat als het plan al zover in kannen en kruiken zit, dat het geen probleem hoeft te zijn om daar op 8 februari een Forum over te organiseren.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.”

94

Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik ben graag heel erg bereid om hoe dat plan eruit komt te zien en wat we gaan doen, aan de raad voor te leggen, maar als de raad een hele procedure wil starten om te zeggen: “We willen het toch anders hebben”, dan gaat het wel langer duren om een oplossing te realiseren.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik denk dat het jammer is, dat u het interpreteert als dat wij het nog van allerlei kanten misschien zouden beïnvloeden. Het is voor ons van belang om te zien of het echt een oplossing gaat bieden. Het is niet de bedoeling om te zeggen: “Het moet die kant of die kant op liggen.” Ik denk dat het wenselijk is, gezien alle vragen en deze schriftelijke motie. U zegt nu eigenlijk dat u niet van plan bent om het definitieve plan voor te leggen aan de raad.” De VOORZITTER: “Uw punt is duidelijk. De heer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Even een reactie op mevrouw Ten Holder. Gaat het u erom dat het probleem wordt opgelost? Of wilt u gewoon inzage en inspraak hebben in hoe het pad komt te liggen? Als het College zegt: “Jongens, dit is onze oplossing voor het probleem” dat moet u juist aanspreken. Míj in ieder geval wel.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Klopt precies, meneer Verschure, zoals u het verwoordt.

Wij willen een soort zekerheid hebben dat dit de oplossing is, dus we willen géén inspraak over hoe dat pad precies gaat lopen, maar we willen er wel kennis van nemen, zodat wij ook overtuigd zijn dat we hiermee een juiste oplossing hebben gecreëerd voor het probleem. Ik denk dat we daar als raad ook wel medeverantwoordelijk voor zijn, richting naar onze inwoners toe.” De VOORZITTER: “De heer Verschure. Gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Een laatste opmerking. Uiteindelijk moeten we - denk ik - ook volledig vertrouwen in hebben dat het College dit gewoon goed oppakt. Als ik hoor hoe de burgemeester erover spreekt en hoe mevrouw Werger erover spreekt, zijn ze zich echt wel bewust van de gevaren en moeten we dit gewoon bij hen neerleggen: “Jongens, jullie hebben ons vertrouwen. Pak het goed op.” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat we nu het woord geven aan de heer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Dank u wel. Ik heb eigenlijk een hele korte vraag. Het gaat zonder twijfel geld kosten, zo’n pad omleggen. Wie gaat dat betalen? Ik zou er niet voor zijn, dat de gemeente voor de kosten gaat opdraaien, als ik eerlijk ben.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, heel simpel: als we het snel willen realiseren, zullen wij het wel even moeten voorfinancieren. Wij gaan uiteraard wel de kosten verhalen bij de boer, in ieder geval een deel ervan.

Laat ik heel helder zijn: ik ben nogmaals heel bereid om even het definitieve verhaal te laten zien aan de raad. Ik zeg er wel meteen bij, dat ik nooit kan garanderen dat iets voor honderd procent een oplossing gaat zijn, want het gaat ook gewoon om gedrag. Gedrag van de boer. Als hij zijn gedrag niet aanpast, dan maakt het niet uit waar ik het pad omleg. Dan moet ik het hélemaal buitenom gaan leggen om überhaupt te zorgen dat hij niet in aanraking komt met mensen. Dat lijkt me ook niet gewenst, want het gaat er juist om dat die prachtige, mooie route uniek blijft en dat dat vanuit het wandelen ook mogelijk blijft. We proberen met deze oplossing zo dicht mogelijk bij dat pad te blijven, zodat we zorgen dat de stromen uit elkaar gaan, maar dat het unieke wandelen wel mogelijk blijft.”

95

De VOORZITTER: “De heer De Groen.” De heer DE GROEN: “Dank u, voorzitter. Het verbaast me, dat u zegt het te gaan voorfinancieren om vervolgens te kijken of de boer bereid is om een paar centen bij te betalen. Daar zijn we totaal niet van. Dan zou je agressiviteit en rare dingen gaan belonen. Sorry, hoor. Dat willen wij niet.” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Mevrouw WERGER: “Voorzitter, dat zei ik niet. Kijk, op een gegeven moment moet je wel een pad aanleggen. Je moet meters maken. Dus dan moet je een keer ergens betalen om het pad aan te leggen. Wat ik vervolgens zei, is dat wij de kosten gaan verhalen op de boer. Wij kunnen niet alle kosten volledig verhalen, maar wij zullen het deel dat wel verhaald kan worden - juridisch gezien - natuurlijk gaan verhalen. Dat hebben we ook al bij hem aangekondigd. Anders kunnen we dat gewoon verrekenen in de pachtovereenkomst en moet hij het alsnog betalen. Dus, daar hoeft u zich echt geen zorgen over te maken.” De VOORZITTER: “De heer De Groen.” De heer DE GROEN: “Nogmaals: onze fractie is ervan overtuigd dat er geen cent van ons gemeenschapsgeld naar de boer gaat. Die boer gaat het maar zelf oplossen. Ik vind het ook absurd dat het pad omgelegd wordt, want hij krijgt min of meer zijn zin. En dan zou de gemeenschap er ook nog voor moeten betalen ...

Ik kan mij voorstellen, dat er best doelen zijn in Zutphen waar we dat geld beter aan kunnen besteden.” De VOORZITTER: “Uw punt is duidelijk, meneer De Groen. Ik geef het woord aan mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Even een verduidelijkingsvraag. Hoor ik de wethouder zeggen, dat de boer dat pad betaalt en dat u het alleen voorfinanciert? De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, wat ik zeg, is dat wij inderdaad voorfinancieren om te zorgen dat die oplossing gerealiseerd wordt en dat wij, daar waar juridische mogelijkheden zijn en het wettelijk allemaal kan, al die kosten zullen verhalen op de boer. Anders doen we een aantal zaken in de pachtovereenkomst. Daar kan ook iets. Ik moet wettelijk uitzoeken wat ik wel of niet mag verhalen. Ik ga geen dingen doen die niet passen binnen de wet, maar natuurlijk gaan we daar zo goed mogelijk naar kijken.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Maar het pad dat er nu ligt, is een openbare weg. Als u dat afsluit, wordt dat dan eigendom van die boer? Hoe zit dat dan?” De VOORZITTER: “Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Nee, voorzitter, dat gaan we dan niet opeens afsluiten van een openbare weg. Dat blijft wel een openbare weg.

Alleen, wat we proberen te doen, is te zorgen dat we de twee stromen scheiden en dat we het mogelijk maken dat mensen kunnen blijven wandelen in die unieke omgeving, zonder dat we altijd het gedoe krijgen dat mensen zich bedreigd voelen of wat dan ook. We proberen het op die manier op te lossen.”

96

De VOORZITTER: “Helder. Ik denk dat het goed is, dat we tot een afronding van dit onderwerp komen. Ik vraag aan de indieners – het CDA, de Stadspartij, de ChristenUnie en de PvdA – of zij de motie als zodanig in stemming willen brengen. Als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag. Anders gaan we over tot stemming. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik wil eigenlijk een ordevoorstel doen. Er is nogal iets geopperd. Is het de bedoeling dat we morgenavond opnieuw vergaderen en zouden we dán de motie in stemming kunnen brengen? Ik zou anders namelijk om schorsing willen vragen.” De VOORZITTER: “Het is in ieder geval aan de indieners van de motie om te beslissen of er morgenavond een vervolg komt. Deze raadsavond gaat dan morgenavond verder. Als dat zo is, dan past het wellicht in uw beeld dat deze motie wordt aangehouden tot morgenavond.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dat is inderdaad mijn verzoek.

Het ligt eraan of morgenavond een vervolg is voor die andere moties.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Gezien het feit dat wij vanavond te horen hebben gekregen dat wethouder De Jonge deze week ondernemers gaat bellen en eventueel hulp gaat aanbieden, willen wij voorstellen om de motie - ook gezien de tijd - te behandelen in de eerstvolgende Forumvergadering waarbij de wethouder ook haar bevindingen van de gesprekken met de ondernemers mee kan nemen.” De VOORZITTER: “Helder, dank u wel. Ik heb begrepen, de motie van biomassa. Klopt dat, meneer Brunsveld?” De heer BRUNSVELD: “Ja, wat heeft u van de heer Brunsveld begrepen, voorzitter?” De VOORZITTER: “Die staat geagendeerd voor de raadsvergadering van vanavond, mogelijk met een doorloop naar morgenavond. Vindt u dan ook, dat de motie morgenavond als zodanig behandeld moet worden of kan het op 1 maart in de gemeenteraad?” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, dat kan ook op 1 maart behandeld worden. Er zit geen dusdanige urgentie bij, dat dat per se vanavond of morgenavond behandeld moet worden.” De VOORZITTER: “Mag ik dan de conclusie trekken dat de motie over het Kerkpad vanavond, samen met de laatste twee punten, de sluiting van vandaag is? Dan is het aan mevrouw Ten Holder hoe ze denkt verder om te gaan met deze motie.

Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Kan ik twee minuten schorsing krijgen om even te overleggen met de indieners?” De VOORZITTER: “Dat kan, wat mij betreft. Ik denk dat het verstandig is om dat even te doen. Dan stel ik voor, dat we over vijf over elf met elkaar doorgaan. Wel aanwezig blijven nu, want anders missen we elkaar. Mochten we tot stemming overgaan, dan moeten we compleet zijn. Ik schors voor een paar minuten tot vijf over elf.” De vergadering wordt drie minuten geschorst. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 03:21:30)

De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, u heeft gevraagd om een schorsing. Aan u het woord.”

97

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. De indieners van de motie hebben met elkaar overleg gevoerd. Wij willen ‘m graag nu in stemming brengen.” De VOORZITTER: “Dat kan. Dat betekent, dat een hoofdelijke stemming gaat plaatsvinden. Ik heb de lijst voor me liggen. Ik ga ervan uit, dat de griffier ook de lijst bij zich heeft liggen en gezamenlijk met mij bijhoudt wat de uitkomst van de stemming is. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, volgens mij kunnen we terug naar de reguliere voorzitter van de vergadering, omdat er nu geen vragen meer gesteld worden. Daarbij wil ik vooraf een stemverklaring afgeven. Ik weet niet of dat ook kan voor mijn twee partijgenoten of dat zij dat apart moeten doen.” De VOORZITTER: “Uw eerste vraag is of we terug kunnen naar de reguliere voorzitter. Dat zou kunnen, maar omdat dit punt als zodanig bij de plaatsvervangend voorzitter is neergelegd, had ik het voornemen om dit punt nog even af te ronden en daarna weer aan de voorzitter terug te geven. U wilt nog een stemverklaring afleggen. Gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Wij willen zeggen, dat wij tegen deze motie zullen stemmen omdat wij dit een taak vinden die bij het College ligt en dat wij als raad niet als rechter kunnen gaan optreden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie mevrouw Van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Ik wil graag ook een stemverklaring afgeven.

Wij zullen tegen de motie stemmen. Dat heeft met name te maken met punt 2. Wij hebben er volledig vertrouwen in, dat het College met de omlegging van het pad bijdraagt aan een goede oplossing. Wij hopen dat dit bijdraagt aan goede omgangsvormen van beide partijen. Wij zijn zeker van mening dat ook degenen die het meldpunt hebben ingesteld, laakbaar geweest zijn in hun gedrag. Wij zullen dus tegen stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Verder nog raadsleden die een stemverklaring willen afleggen? Ik wacht even op een eventuele reactie. Dat is niet het geval. Dan ga ik over tot stemming. Ik heb de lijst zoals gebruikelijk voor me liggen. Ik begin ermee. De heer DE GROEN: “Vòòr.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” Mevrouw MÜLLER: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr.” De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.”

98

Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” Mevrouw SCHRIKS: “Tegen.” De uitkomst is aan te geven door de griffier.” De GRIFFIER: “22 stemmen voor en vijf tegen.” De VOORZITTER: “Met 22 stemmen vòòr is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen met 22 stemmen voor en vijf stemmen tegen. De VOORZITTER: “Dan geef ik het woord weer aan mevrouw Vermeulen als voorzitter van de gemeenteraad. Gaat uw gang.”

15

Motie: Ondersteuning mkb, detailhandel, horeca en aanverwanten GRIFFIENR. 2021-M0003 Besluit: Aangehouden.

16

SLUITING (Audiopositie 03:27:17)

De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan zijn wij bijna toe aan de sluiting. Het heeft iets langer geduurd, maar we zijn nu wel klaar en dan hoeven we morgen niet te vervolgen. Ik wil u nog even meegeven, dat de situatie in Zutphen gelukkig weer rustig is. Er was wat jeugd met snode plannen, zullen we maar zeggen, maar die plannen zijn inmiddels de kop ingedrukt. De politie is er goed bij geweest, onze BOA’s en ook mensen uit de samenleving hebben ons daarbij geholpen. Daarvoor mijn dank. Laat ik ook iedereen oproepen om ook echt die rust te bewaren. Het heeft helemaal geen zin om te gaan zitten rellen. Het wordt er niet anders van. Laten we vooral respect hebben voor onze hulpverleners. Dat lijkt mij een mooi einde van deze avond. Ik dank u allemaal.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 23.11 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 maart 2021,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=3f215106-4ddd-433e-8961-bb84f8718439