CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen raad 25 april 2022

Raadsvergadering 30 mei 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 25 april 202220.199 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wat daarmee gebeurt, is dat u voorbijgaat aan juist de integrale benadering van het stedenbouwkundig ontwerp, wat niet alleen de nieuwbouw betreft die moet plaatsvinden binnen de ruimte die u begrenst. Maar, er is ook de glastuinbouw en de recreatie in het agrarisch gebied. Door die begrenzing aan te geven van de straten gaat u voorbij aan die ontwikkeling die ook gewoon in dat stedenbouwkundig ontwerp moet komen. Ik kan me voorstellen dat u niet meer wilt aanpassen. Dat is prima. Maar, dat u zich er wel rekenschap van geeft – als u het amendement aanneemt – dat waarschijnlijk het stedenbouwkundig ontwerp breder en verder gaat en meer omvat – juist vanwege die integraliteit, waar u ook in dat amendement toe oproept - zodat u zich daarvan bewust bent. Het is méér dan alleen nieuwbouw. De participatie ...” De VOORZITTER: “Wethouder, wacht even. De heer Logemann trekt een sprintje.” De heer LOGEMANN: “ja, voorzitter, ik heb deze opstelling niet bedacht, hoor. (Lacht) Ik zou de wethouder willen vragen hoe zij dan haar laatste opmerking over het oprekken van het woongebied ziet ten opzichte van het bestemmingsplan wat wij in 2019 hebben afgesproken. Daar is eigenlijk juist dat gebied, dat door die straten wordt omzoomd, aangeduid als het gebied waar we gaan bouwen. Daarnaast is er een stuk waar recreatief groen komt.

Aan de noordkant daarvan sparen we de Emper-meander en de glastuinbouw gaat voor het grootste gedeelte naar het westen: zeg maar, de spoorwegovergang. Dat is de afspraak die we hebben gemaakt en waar ik nog steeds achtersta. Staat u daar dan minder achter? Wilt u dat ter discussie stellen? De VOORZITTER: “Wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik stel helemaal niks ter discussie. Wat ik probeer te zeggen, is dat u een begrenzing aangeeft, maar dat dus juist het stedenbouwkundig ontwerp meer behelst dan alleen de nieuwbouw die u begrenst op die manier zoals afgesproken is. Maar dat stedenbouwkundig onderwerp juist ook de glastuinbouw, de recreatie én het agrarisch gebied behelst. U moet zich realiseren dat door die begrenzing in te stellen, dat u die integrale aanpak, die u juist ook in het amendement heeft opgenomen, daarmee tekortdoet. Dat betekent dus dat het stedenbouwkundig plan inderdaad wel meer gaat omvatten dan alleen maar dat stuk. Dat probeer ik u even mee te geven, zodat u niet over een paar maanden zegt: “Dat hadden we niet afgesproken!”” De VOORZITTER: “De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Ja, ik ben blij dat u die toelichting geeft. Want, daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Het gaat mij er nadrukkelijk om, laat ik dat dan even mondeling – ook voor

54

het verslag – toelichten, dat het mij bij die contour uitdrukkelijk gaat over waar woningen gebouwd worden. Al die andere onderdelen van het bestemmingsplan - zoals recreatief groen, woningbouw en verplaatsing van kassen ... Natuurlijk mag het stedenbouwkundig ontwerpbureau zich daarmee bemoeien. Dat lijkt mij voor de integrale aanpak alleen maar goed. Dus, in die zin zijn we het met elkaar eens.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Dank u wel, voorzitter. Nou, als het gaat om de Omgevingswet, dan is natuurlijk de participatie van groot belang. Dus, natuurlijk nemen we dat mee. Ook dan moet ik wel één ding zeggen, dat geldt dan voor allebei de onderdelen en amendementen: Alle begrip voor het feit dat u het amendement indient, maar de kaders die u vooraf heeft vastgesteld – die u al eerder heeft vastgesteld in de Woonvisie en ook in het vaststellen van het initiatiefvoorstel – zijn leidend in het proces. Die hoeft u niet nog een keer te bevestigen. Ik wil u toch aangeven dat het misschien verstandig is om ook na te denken ... we zijn nu bezig met een voorbereidingskrediet ... om juist alle stakeholders in beeld te krijgen. Om juist, inderdaad te kunnen komen tot dat stedenbouwkundig plan. Om juist dat participatieplan op te stellen om die stappen te gaan maken.

Door helemaal aan de voorkant al allerlei kaders neer te leggen, doet u zichzelf straks tekort als uiteindelijk al die stukken vanuit de participatie met de stakeholder gaan komen, omdat u dan eigenlijk beter kunt sturen. Dat wil ik u dus meegeven voor de toekomst. Dan als het gaat om de motie, voorzitter. Ik zou de motie willen ontraden. Want, over de wijk Leesten is nagedacht, maar de wijk Schouwbroek is complex. Daar ligt een aantal voorzieningen in, zoals een dassenburcht waar je rekening mee moet houden en sowieso, als het gaat om recreatie en groen, mogen wij daar niets mee doen. Er is een hele grote gasleiding met een pijp met een diameter die zo enorm is ... Daar kun je ook niks mee. En er zijn hoogspanningsleidingen. Dat betekent dat als we praten over Schouwbroek, dat dit onderzoek met name ook is om te kijken wat er nou eigenlijk ook echt mogelijk is. Dan durf ik hier bijna wel te zeggen dat de mogelijkheden om daar veel te realiseren niet zo groot zijn.

Dan zult u uiteindelijk, als u niet uitkijkt, moeten kiezen tussen: “Gaan we nu woningen realiseren of gaan we allerlei voorzieningen realiseren met als gevolg dat je minder woningen krijgt?” Gezien het feit dat deze gemeente en heel Nederland staat te springen om woonruimte en er wel degelijk voorzieningen in de omgeving zijn, wil ik u toch meegeven dat u goed nadenkt over wat u met die motie probeert vast te stellen. En dat we daar dan een heel intensief onderzoek moeten gaan doen terwijl er nog uitgewezen moet worden of er überhaupt veel woningen gebouwd kunnen worden in Schouwbroek.” De VOORZITTER: “De heer Jansen, Kies Bewust Lokaal.” De heer JANSEN: “Voorzitter, ik ben het ten dele wel eens met de wethouder. Bouwen, bouwen, bouwen – dat heb ik ook al vaker gezegd. Maar, we moeten niet uit het oog verliezen, dat veel meer componenten van belang zijn. Die moeten we in gezamenlijkheid met elkaar afwegen. Al die aspecten moeten we naast elkaar zetten en moeten we als raad afwegen en de keuzes hierin maken. Dan kan het misschien zijn, dat er hier en daar wat gaat wringen ten aanzien van woningen. Maar, het kan best zijn, dat we minder grote woningen bouwen en daardoor toch meer ruimte hebben voor groen. Die opties, die zitten er misschien straks allemaal in, dat weten we niet. Maar, die zien we op een later moment graag.

Dan gaan we kijken welke keuze we gaan maken.” De VOORZITTER: “Maar, dit was meer een bijdrage dan dat u een vraag stelt aan de wethouder.” De heer JANSEN: “Nou, dat is een mooie vraag en wat u zegt, voorzitter. Maar, het gaat mij erom dat ik hier een plaatje neerzet, dat toch niet strookt met wat de wethouder bedoelt. Dat is volgens mij zo.”

55

De VOORZITTER: “Dank u wel. Wilt u daarop reageren, wethouder?” Wethouder WERGER: “Als het mag wel. Ik begrijp de heer Jansen heel goed. Maar, ik heb u net al aangegeven met die dassenburcht en hoogspanningsleidingen dat er heel veel groen- en recreatiemogelijkheden zijn omdat je daar niet kunt bouwen. Maar, wat er vooral in die motie staat, is dat er een oproep wordt gedaan tot allerlei aanvullend onderzoek terwijl het voorbereidingskrediet ook bedoeld is om te onderzoeken wat er allemaal in dat gebied mogelijk is. Dus, heb je nodig dat je nog een uitgebreid aanvullend onderzoek gaat doen? Dàt is vooral de oproep.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Dank u wel wethouder, voor de reactie. Maar, in de motie staat “bij een volgende investering”. Het gaat hierbij niet over Leesten-Schouwbroek. Het gaat eigenlijk over de hele wijk Leesten sinds die wijk is gebouwd en vooral over wat de veranderingen zijn geweest en wat er nog moet gebeuren. Ik weet niet of het een foutje is van de wethouder, dat ze ‘n dingetje niet heeft gelezen, maar het gaat over héél Leesten en de bouwgeschiedenis erachter. Juist niet om Leesten-Schouwbroek, omdat wij hier als raad al veel dingen eraan toevoegen.” De VOORZITTER: “Wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Ja, voorzitter, ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik doe het toch.

Leesten is gebouwd, Schouwbroek is nu een apart onderdeel, maar om de bouwgeschiedenis van Leesten te gaan onderzoeken om te zien hoe het is gebouwd: die ligt er al. Wat is dan het doel? We gaan niet zomaar dingen aanpassen.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Volgens mij, is het de taak van de gemeente, en uiteindelijk dus ook van de gemeenteraad, om daar een oordeel over te vellen om te zorgen voor een leefbare stad en wijk. Volgens mij, hebben we het recent ook nog gedaan in het Waterkwartier. We hebben toen ook gekeken naar leefbaarheid en meer groene ruimte en voorzieningen. Volgens mij, kunnen wij als raad ook wel zeggen dat dat in Leesten ook een keer moet gebeuren. Dat is waar wij hier met deze motie voor staan.” De VOORZITTER: “Dat lijkt me helder zo. Ja? Wethouder, dank voor de tweede termijn. Is er nog behoefte om wat nieuws te zeggen? Nee? Dan gaan we eens even flink oefenen met de stemkastjes. Je moet het wel meteen goed doen. (Lacht). 10.a

Stemming over amendement: Kredietaanvraag voorbereidingskosten Noordrand De Hoven – Kaderstelling nieuwbouw Noordrand De Hoven; GRIFFIENR. 2022-A0006

De VOORZITTER: “Dan beginnen we met 10.a: Het amendement kredietaanvraag voorbereidingskosten Noordrand De Hoven.” De GRIFFIER: “Dank u wel, voorzitter. Ik vraag alle leden van de raad om eerst even te controleren of u uw pasje in het stemkastje heeft. Ik zie dat nog niet iedereen dat heeft gedaan. Meneer van Dijken. Dat ziet er beter uit. Dan ga ik nu de stemming openen.”

56

De VOORZITTER: “Is het duidelijk waar wij over stemmen? Ik zie ‘n paar ... We stemmen nu over 10.a, hè? Het amendement.” De GRIFFIER: “De stemming over 10.a is geopend. (...) Nu gesloten. Ik zou graag het resultaat willen zien? 27 stemmen vóór, twee stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Dit amendement is dus aangenomen. Besluit: Aangenomen. 10.b

Stemming over Kredietaanvraag voorbereidingskosten Noordrand De Hoven; GRIFFIENR. 2022-0028

De VOORZITTER: “Dan gaan we naar het geamendeerde voorstel, 10.b: Kredietaanvraag voorbereidingskosten Noordrand De Hoven.” De GRIFFIER: “10.b, stemming is geopend ... (...) en gesloten. Ik zou graag het resultaat willen zien? 28 vóór en één stem tegen.” De VOORZITTER: “Dan is dit ook aangenomen. Besluit: Aangenomen (Geamendeerd). 11.a

Stemming over Amendement: Kredietaanvraag voorbereidingskosten Leesten Schouwbroek – Kaderstelling nieuwbouw Leesten Schouwbroek; GRIFFIENR. 2022-A0007

De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 11.a: Het amendement kredietaanvraag voorbereidingskosten Leesten-Schouwbroek.” De GRIFFIER: “11.a, de stemming is geopend ... (...) en gesloten. Dat gaat steeds vlotter. Mag ik het resultaat zien? 27 stemmen vóór, twee stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Aangenomen. Besluit: Aangenomen. 11.b

Stemming over Kredietaanvraag voorbereidingskosten Leesten Schouwbroek; GRIFFIENR. 2022-0025

De VOORZITTER: “Dan, 11.b: Het geamendeerde voorstel kredietaanvraag voorbereidingskosten Leesten-Schouwbroek.” De GRIFFIER: “11.b, de stemming is geopend ... (...) en gesloten.

57

Mag ik het resultaat zien? 29 stemmen vóór, geen stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Akkoord, unaniem. Besluit: Aangenomen. 11.c

Stemming over Motie ‘Leefbaarheid en toegankelijkheid Leesten’; GRIFFIENR. 2022-M0006

De VOORZITTER: “Tot slot, de motie: leefbaar- en toegankelijkheid Leesten.” De GRIFFIER: “1.c, stemming is geopend ... (...) en gesloten. Mag ik het resultaat zien? 22 stemmen vóór, zeven stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Dan is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

12

BUDGET BESCHIKBAAR STELLEN VOOR VERKABELING, SUBSIDIEAANVRAAG EN COMMUNICATIE- EN PARTICIPATIEPLAN VERKABELING GRIFFIENR. 2022-0019 (Audiopositie 01:30:22)

De VOORZITTER: “Dan gaan we door naar het volgende voorstel, dat is nummer 12: ‘Budget beschikbaar stellen voor verkabeling, subsidieaanvraag en communicatie- en participatieplan verkabeling.’ Ik kijk even rond wie ik het woord mag geven? GroenLinks, de heer Logemann. Dan zie ik de Stadspartij. De PvdA, de VVD. Niemand gemist? Nee. Oké, GroenLinks. Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u, voorzitter. Allereerst de subsidieaanvraag. We hebben daarover in het Forum kritische vragen gesteld omdat we mede hierdoor mogelijk een ton aan rijkssubsidie zouden mislopen, door de manier van aanpak. Maar dit is achteraf door een adviseur van de gemeente heel bevredigend aan ons uitgelegd. We lopen geen geld mis als we deze subsidieaanvraag indienen. Dus, kunnen wij ook volledig instemmen met de aanvraag. Wel nog een kritische opmerking bij het communicatie- en participatieplan. We snappen niet, ook nog steeds niet na de uitleg van de wethouder, waarom de omwonenden en de organisatie geen plekje kunnen krijgen in het breakteam dat nu fase 1 voorbereid. Namelijk dat van basisontwerp. De neuzen van alle partijen staan immers allemaal dezelfde kant op. Wat ons betreft, zouden de omwonenden en organisaties daar een plek in moeten krijgen. Maar, de wethouder heeft ook omstandig verklaard dat de organisaties zullen worden betrokken bij de vormende fase, die van het definitieve ontwerp.

Aangezien het basisontwerp al halverwege is, denk ik: “Laat maar”. Maar, we zullen de wethouder wel houden aan haar toezegging dat de organisaties bij het definitieve ontwerp wel worden betrokken. Voor het moment wil ik het daarbij laten.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Logemann. Dan is het woord aan de heer Pelgrim van de Stadspartij.”

58

De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Fijn dat we toch nu snel aan de slag gaan met het onder de grond brengen van de kabels van de hoogspanningsmasten. We hebben daar tien jaar op gewacht. Tien jaar geleden heeft de Stadspartij al een initiatief genomen en een motie ingediend om hiermee aan de slag te gaan. We zijn blij dat we daar nu, na tien jaar, eindelijk mee aan de slag gaan en dat we dat ook doen. Wat we wel graag willen, is dat ook de organisatie en de betrokkenen in de eerste fase betrokken worden bij het basisontwerp. Participatie begint bij ons aan de voorkant en niet in de tweede fase. Informeren is ook voor ons participatie. Al kunnen personen niet meedenken, meebeslissen of mee besluiten: neem hen mee aan de voorkant. Dus, ik wil de wethouder oproepen – we hebben het hier in het Forum ook uitgebreid over gehad – maar neem bij de participatie ... Doe dat serieus. Neem de bewoners mee en neem ze mee vanaf het eerste moment. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Het woord is aan de heer Manders van de PvdA.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. De PvdA is hartstikke blij dat dit nu op tafel ligt, maar dat ze onder de grond gaan, vind ik alleen maar jammer. Maar, dat duurt nog even. Wat ik wel wil aanhalen ...

Het onderwerp waar we het hier over hebben, met betrekking tot waar we gaan graven en boren, wordt voorgelegd aan alle instanties – ook de bewoners – vóórdat er een klap op wordt gegeven. Dus, de bewoners worden in fase I meegenomen in dit verhaal. Dus, dat is mijn mening.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Lok van de VVD. Ik heb ook genoteerd voor zo meteen: KiesBewustLokaal en de ChristenUnie.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. Ook mijn fractie is erg verheugd dat we dit nu eindelijk gaan doorvoeren. We hebben er de afgelopen jaren als raad en als College hard aan gewerkt om a) keuzes te maken en dit voor te bereiden. We hebben ook al stappen gemaakt met de toekomstige financiering en met dit plan zetten we eindelijk de volgende stap om die hoogspanningsleidingen eindelijk onder de grond te brengen. Wij zullen hier van harte mee instemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Kies Bewust Lokaal, de heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, vandaag wordt een nieuwe piketpaal geslagen als de raad akkoord gaat met dit voorstel. Het ziet er naar uit, van wel gehoord hebbende de reacties in het Forum ... Ik heb er namens Kies Bewust Lokaal voor gepleit: “Zorg nou – daar had de Stadspartij het ook al even over – dat je de bewoners, in de omgeving in ieder geval, eventueel betrokkenen, zo vroeg mogelijk in het proces meeneemt.

Ik snap wel dat TenneT met een tracékeuze wil komen. Daar zullen allerlei overwegingen aan ten grondslag leggen, ook NEN-normen en vul maar in. Wellicht wettelijke bepalingen nog wel. Ik snap dat. Maar, toch vraag ik via het College ook aan TenneT om dat wel op een andere manier met elkaar te gaan bespreken. En niet eerst iets neer te leggen en te zeggen: “Dit is het en nu mag u nog eventjes een paar bloemetjes en plantjes en van alles invullen.” Dat gaan we verder in het traject wel zien. Dus, ik roep het College op om dát met name ook bij TenneT aan de orde te stellen en daarvoor te pleiten. Om daar fors druk op te zetten om dat op die manier te doen. Wat ik al zei, voorzitter: “Vandaag gaan we een nieuwe piketpaal slaan in de weg naar het ondergronds brengen van de kabels.” Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Van Dijken, de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, blij dat we dit besluit nu eigenlijk eindelijk kunnen nemen. Er moet mij nog één ding van het hart. Wij hadden het hier laatst in het kleine verband ook over: de bijdrage van de Provincie ad € 250.000 per gemeente. Ik heb gezegd dat het “een fooi” is. Eigenlijk zou de Provincie zich een beetje moeten schamen. Ik heb via mijn kanalen nog een

59

keer Provinciale Staten opgeroepen om daar nog eens even goed over na te denken. Ik heb nog geen positief signaal gehad, dat kan ik u wel vertellen. Maar, het zou mooi zijn, als alle partijen dit signaal nog een keer afgeven richting Arnhem, zodat het luid en duidelijk daar nog een keer terechtkomt. Dat laat onverlet, dat ik blij ben met dit besluit wat we nu kunnen nemen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ben ik niemand vergeten? Nee. Ik heb geen vragen gehoord aan het College. Bestaat er behoefte aan een tweede termijn? Nee? Dan kunnen we overgaan tot stemming.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend voor nummer 12 ... (...) en gesloten. Mag ik het resultaat zien? 29 stemmen vóór, geen stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Unaniem aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

13

REGIONAAL THEMAJAAR LANG LEVE DE HANZE 2023

13.a Amendement: Regionaal themajaar Leve de Hanze 2023 – Geen evenementen met dieren en geen vuurwerk tijdens de Hanzedagen GRIFFIENR. 2022-A0008

13.b Regionaal themajaar ‘Leve de Hanze 2023’ GRIFFIENR. 2022-0024 (Audiopositie 01:38:30)

De VOORZITTER: “Dan gaan we naar 13: ‘Het regionaal themajaar Lang leve de Hanze’. Hierbij hoort ook het door de Partij van de Dieren ingediende amendement. Ja, ik ga jullie dan als eerste ook het woord geven. Helemaal goed. Wie wenst verder nog het woord? Ik zie de SP, de PvdA, KiesBewustLokaal, de VVD en GroenLinks. Ja, oké. Partij voor de Dieren. Dit is uw maidenspeech.” Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad afgelopen vrijdag door de griffier het een en ander uitgelegd gekregen. Ik begrijp dus dat dit, inderdaad, mijn maidenspeech is. Wat ik ook begrijp, is dat mijn speech niet geïnterrumpeerd mag worden en dat ik hier zo lang mag praten als ik wil. Maar, maak u niet ongerust: ik hou het kort. Toch wil ik nog even iets persoonlijks zeggen voordat ik mijn punt maak over het Hanzefeest. Ik ben namelijk heel erg trots en voel me zeer vereerd, dat ik hier mag staan. Dat ik samen hier met Lindsey Stone deel mag nemen aan deze vergadering. De Partij voor de Dieren is al meer dan tien jaar actief in Zutphen. Het is een lange weg geweest, maar we zìjn er toch maar. Ik ben dankbaar voor alle support, voor alle mensen die ons het vertrouwen hebben gegeven. Voor alle doorzetters, alle idealisten en alle stemmers. Uiteraard. Ook ben ik hier dankbaar voor de hartelijke ontvangst in uw midden. Als volksvertegenwoordiger sta ik hier voor alle inwoners van Zutphen.

Niet alleen voor de mensen, maar ook voor de dieren. Er wonen namelijk meer dieren dan mensen in Zutphen en zij verdienen het om ook meegenomen te worden in alle beslissingen. Ik realiseer me dat als ik dit hier twintig jaar geleden had gezegd, er wel een paar fronzen waren geweest en een paar opgetrokken wenkbrauwen. Maar, ik zie ze nu niet voor me, dus dat is al

60

gunstig. De Partij voor de Dieren staat voor duurzaamheid, mededogen, persoonlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat zijn onze ijkpunten. Langs deze lat leggen we alle voorstellen. Zo ook bij dit onderwerp. We hebben vanmiddag een amendement ingediend. De viering van achthonderd jaar Hanze is een mooie gelegenheid voor een feest. Ook wij, van de Partij voor de Dieren, houden erg van feesten. Het voorstel om een gedeelte van de extra opbrengsten voor versterking van de economische positie van de binnenstad beschikbaar te stellen, vinden wij op zich geen slecht idee. We willen alleen dat iedereen er plezier aan beleeft en dat er in hoge mate rekening wordt gehouden met de omgeving, de impact op de natuur en de dieren. Ik hoorde in de raadsvergadering van 31 januari jongstleden een discussie over het opt-in-systeem. GroenLinks zegt dat ze de natuur graag een stem willen geven. Dat klonk als muziek in mijn oren. Ik hoop dat ze de dieren, die uiteraard onderdeel zijn van de natuur, ook willen vertegenwoordigen. Samen met ons. Bij historische evenementen, worden nogal eens dieren gebruikt. Denk aan roofvogelshows, paarden die karren trekken, of de geïmproviseerde stallen met landbouwdieren. We zijn tegen evenementen waar dieren een onderdeel zijn van het vermaak van mensen. Helaas worden dieren nog altijd gebruikt en lijden de dieren daaronder.

Dieren die voor evenementen worden ingezet, kunnen over het algemeen hum soorteigen gedrag niet vertonen en ondervinden angst en stress. Tevens vinden we eventuele vuurwerkshow niet meer van deze tijd: denk aan de milieuschade, door fijnstof in de lucht, zware metalen in de bodem, in het water en ernstige overlast voor dieren. Er zijn genoeg alternatieven te bedenken. De invulling van het evenement in Zutphen is op dit moment nog niet bepaald. Als er geen garantie komt wat betreft het niet inzetten van dieren en het niet-organiseren van een vuurwerkshow, kunnen wij dan ook niet instemmen met het voorstel. We vragen hierbij dan ook een reactie van de wethouder met hierin een toezegging. Als we de toezegging niet krijgen, hebben we nog een amendement achter de hand. Dit is inmiddels al rondgestuurd. Als we de toezegging krijgen, trekken we het amendement in. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik ga naar de SP, de heer Müller. Het is voor u ook een maidenspeech. Puntje van orde van meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, mevrouw Vellema had een duidelijk voorstel, wat betreft de wethouder, is het niet verstandig om eerst de wethouder aan het woord te laten?” De VOORZITTER: “Het lijkt mij verstandig dat te doen na uw eerste termijn, maar u bent de baas.

Ik hoor een stem? Ja.” Mevrouw WESTERIK: “Ik kan hier wel mee instemmen, want op het moment dat de toezegging er eventueel komt van de wethouder, dan is het hele amendement niet nodig en lijkt mij de eerste ronde ook niet van sprake.” De VOORZITTER: “Ik kijk even naar de heer Müller, want hij staat hier nu. Dus, we gaan u eerst nog even beluisteren. Vindt u dat een goed idee? Ja. Daarna laten we de wethouder aan het woord. Dit hoort er allemaal bij vanavond.” De heer MÜLLER: “Dank u wel, voorzitter. ‘Leve de Hanze’ is bedoeld om het Hanze-gedachtegoed te eren, te gedenken en te vieren en Zutphen als handelsstad, als Hanzestad, op de kaart te zetten. Begrijpelijk leggen we dan de verbinding tussen het heden en de historie van de voorspoed en handel die de Hanzesteden, dus ook Zutphen, heeft gebracht en nog zal brengen. Voor de SP is historisch besef belangrijk. Je kunt het heden alleen begrijpen als je stilstaat bij de geschiedenis. Voorzitter, historisch gezien, is de Hanze de bakermat van onze Hollandse handelsmentaliteit. De handel in stokvis, graan en hout groeide later met de VOC uit met de handel in specerijen

61

en slaven en gaf ons rijkdom en macht. Althans, voor de koopman, de adel en de geestelijkheid. Boeren en burgers kregen niks. Die handel leidde uiteindelijk tot wat we nu zijn: één van de belangrijkste spelers op de wereldmarkt. Zo bezien, is de Hanze ook de bakermat van het kapitalisme met als motto: winst maken ongeacht de gevolgen: handel gaat voor alles. Als we vanuit het historisch perspectief het heden willen snappen, zien we dat we nu letterlijk alles tot handel hebben gemaakt. We hebben alles vermarkt. We kunnen nu niet alleen rijk worden met handel in graan of hout. Er is goed geld te verdienen aan de handel in ziektes, de handel in jeugdproblematiek en kinderopvang. We kunnen nu rijk worden met de handel in schulden. De nieuwe koopmannen en machthebbers zijn de banken, investeringsmaatschappijen, energiemaatschappijen, de Tech-bedrijven en de wapenindustrie. Voorzitter, de SP is ontstaan vanuit kritiek op het kapitalisme en de vermarkting van alles. Kapitalisme is ondemocratisch, vergroot de ongelijkheid, zet ons tegen elkaar op, het individualiseert en ontneemt ons onze zeggenschap. Daarom vinden wij, dat we onze historie niet alleen moeten verheerlijken, maar met passende waarden moeten duiden. Sociale samenhang in Zutphen en omgeving vergroten door gezamenlijke vieringen van tradities, zoals Bockbierdag en kermis, vinden we belangrijk.

We nemen de geschiedenis, de mindere kanten daarvan, voor lief, net als de overlast en het lawaai wat bij die festiviteiten hoort. Daarom zijn wij vòòr het voorstel om deel te nemen aan het themajaar en het voorstel om hiervoor budget beschikbaar te stellen. Als het gaat om het amendement van e Partij voor de Dieren, begrijpen we dat dit verandering wil brengen in de manier waarop wij omgaan met dieren, feesten en vieringen. Zo is een tijd geleden besloten om dieren niet meer in het circus te laten werken. Dat is wat ons betreft een logische keuze. Maar, we moeten niet te makkelijk een oordeel vellen over de tradities die voor veel mensen, ook in Zutphen, heel belangrijk zijn. Vooral in deze globaliserende en veranderende samenleving zijn tradities heel belangrijk als houvast en verbinding. Het amendement geeft voor ons een te snel en negatief oordeel over die tradities die voor Zutphen belangrijk zijn en daarom stemmen we niet in met het amendement. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Müller. Ik wil wethouder Boswinkel de gelegenheid bieden om in te gaan op het amendement.” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u wel, voorzitter. Was ik zomaar wat eerder aan de beurt dan dat ik had verwacht. Er werd mij gevraagd om een toezegging. Dat is niet geheel gebruikelijk. Maar, dit is een sympathiek amendement en Partij voor de Dieren heeft goed uitgelegd wat ze betrachten.

Het amendement, zoals het nu is opgesteld, met dat er in Zutphen geen evenementen met dieren plaatsvinden en dat er in Zutphen geen vuurwerk afgestoken mag worden, kan ik in die breedte wettelijk niet toezeggen. Wat ik u kan toezeggen - volgens mij, hoor ik dan ook goed wat u betracht, is dat er tijdens de vieringen van het Hanzejaar – die geprogrammeerd zijn onder Zutphen Promotie en Hanze Marketing – er geen evenementen zullen plaatsvinden met dieren of vuurwerk afgestoken wordt. Als u dat een voldoende toezegging vindt, dan kunt u zo bepalen wat u doet met uw motie. Ik wil u ook graag toezeggen dat we ervoor zullen zorgen in de programmering dat de sociale samenhang vergroot wordt en dat daar aandacht voor is. Want, ook dat lijkt mij een schitterend aspect van de maidenspeech die net door meneer Müller van de SP werd gehouden. Ik wil daar nog wel aan toevoegen dat het natuurlijk niet bestaande tradities betreft op het moment dat we het op deze manier inkleden, want het gaat over een eenmalige viering van een 800-jarig verbond met acht andere Hanzesteden. Dank u, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dat lijkt me een duidelijke reactie van de wethouder. Zal ik nu doorgaan met het lijstje wat ik hier heb liggen? Of wil de Partij van de Dieren nog even reageren? Ja, dat gaat u doen.” Mevrouw VELLEMA: “Wij zijn heel blij met de toezegging door de wethouder.

Het ging inderdaad om het Hanzefeest. We zouden geen enkel evenement dieren willen hebben, maar ik begrijp dat we dan nog vaker moties moeten gaan indienen. Dat gaan we trouwens ook doen. Dat is bij

62

dezen een belofte. Maar, ik ben heel blij met de toezegging van de wethouder wat betreft dieren en vuurwerk. Erg bedankt. We hoeven het amendement niet meer in te dienen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dat is voor iedereen heel duidelijk. Oké, even kijken of jullie allemaal snel kunnen schakelen. De PvdA.” Mevrouw WESTERIK: “Een punt van orde. Gaan we nu het hele rondje af? Want, volgens mij, is het amendement nu van tafel en kunnen we over tot ...” De VOORZITTER: “Dat laat ik over aan de sprekers. Nu staat op mijn lijst: de PvdA, u kunt altijd zeggen dat u geen gebruik maakt van uw spreekrecht. Meneer Manders, u gaat dat wel doen.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik snap de opmerking. Ik wil alleen even wat toevoegen aan het verhaal wat hier op tafel ligt. Ik ben blij dat het amendement wordt ingetrokken. Ik heb toch wel een vraag aan de Partij voor de Dieren, want u heeft het over àlle evenementen. Een kinderboerderij, hoe kijk je daar dan tegenaan? Gaan we daar ook een motie over krijgen dat we die gaan intrekken? Ik geef die terug en daar praten we later nog wel een keer over. Ik ben blij dat we de Hanzefeesten op die manier gaan ondersteunen. Ik ben zelf ooit een keer – op verzoek van de raad – met mijn raadslid en meneer Bosch toentertijd naar een Internationaal Hanzefeest geweest.

Je praat over 300.000 bezoekers die dan naar deze regio komen en acht steden gaan bezoeken. Dus, ik ben blij met de steun voor het motieverhaal.” De VOORZITTER: “Dank u wel. We gaan naar Kies Bewust Lokaal, mevrouw Ackermans. Mevrouw WESTERIK: “Ik heb nog wel een punt van orde, voorzitter. Misschien een domme vraag, maar technisch gezien, is het nu toch van tafel? Dus, waar praten we ...” De VOORZITTER: “Ja, we hebben toch nog gewoon het voorstel 13.b?” Mevrouw WESTERIK: “Oh, ja. Excuus, ja.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans, gaat uw gang.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Mijn bijdrage gaat heel kort zijn, want wij kunnen instemmen met de € 50.000 die wordt gevraagd. Toch heb ik een vraag over de toezegging van de wethouder. We hebben gelezen dat er acht gemeenten zijn die hieraan meedoen en dat het programma al klaarligt. In hoeverre kunnen wij zelf bepalen of er dieren zijn of vuurwerk is? Is dat geen gezamenlijk programma? Komt dat niet in de klit? Kunnen we nu alsnog verwachten dat het toch nog komt? Dat zou ik graag van de wethouder willen weten.” De VOORZITTER: “De wethouder heeft de toezegging al gedaan.” Mevrouw ACKERMANS: “Oké, dan heb ik het in ieder geval gezegd.” De VOORZITTER: “Dat klopt. Dan ga ik naar de VVD, meneer Hissink.” De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter.

Het is dat Hein Brunsveld geen deel meer uitmaakt van de raad, want anders had hij zeker met een verbastering van een citaat van Balkenende gekomen, hè? “Leve de Hanze-mentaliteit!” Dus, ik vind dat wel een heel mooi voorstel wat hier

63

ligt. Het is een positief verhaal, wat erg op de start is gericht, wat ons betreft. Wat de VVD betreft. Maar, ook zeker voor de Hanzesteden kan het nog beter op de kaart worden gezet. Wat ik wel een beetje mis, dat wil ik ... misschien is het niet gebruikelijk, maar daar wil ik toch het College nog even een vraag over stellen. De vraag is hoe ze kijken naar de connectie met het buitengebied. Er wordt wel veel over gezegd in het stuk, maar ik zie er geen ontwikkeling in. Dus, dat is nog even een vraag van mij, wat dat betreft. We zijn wel voornemens om het voorliggende voorstel te steunen, zoals het is beschreven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. GroenLinks, de heer Logemann.” Mevrouw WESTERIK: “Nee, voorzitter, wij hebben niks meer. Wij hadden een opmerking over het amendement en dat is van tafel. Dus, wij zullen instemmen met het voorstel wat er ligt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan de wethouder voor de vraag vanuit de VVD.” Wethouder BOSWINKEL: “Voorzitter, in tegenstelling tot wat misschien werd gedacht door KiesBewustLokaal, is de programmering in Zutphen nog niet rond. Want, u had ook nog een beslissing te maken. Die moet u nog maken. Er is nog geen programmering. Natuurlijk wordt er ‘overstads’ geprogrammeerd en zijn er de eerste ideeën.

Maar, de kern – en dat is volgens mij zo mooi aan deze spotlight – is dat we hier met bestaande structuren, in de wijken, met culturele instellingen, aan de slag gaan om samen een Zutphens identiteitsprogramma neer te gaan zetten. Hoe dat buitengebied erbij betrokken gaat worden, kan ik u nog niet precies vertellen. Wat ik wel weet, is dat we in het najaar terugkomen met een schitterend Forum hierover waarin we u enthousiast gaan laten zien hoe het programma eruitziet. U moet natuurlijk nog wel instemmen. Dank u, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dat is een goede tip. Ik stel voor, dat we overgaan tot stemming. Ja, 13.b.” De GRIFFIER: “Agendapunt 13.b, de stemming is geopend ... (...) en gesloten. Mag ik het resultaat zien? 28 stemmen vóór, één stem tegen. De VOORZITTER: “Aldus aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

14

VASTSTELLEN BESTEMMINGSPLAN LUNETTE EILAND, EERSTE HERZIENING GRIFFIENR. 2022-0029 (Audiopositie 01:57:30)

De VOORZITTER: “Dan ga ik met u naar agendapunt 14. ‘Vaststellen bestemmingsplan Lunette Eiland, eerste herziening.’ Wie wil hierover het woord? Ik zie een hele snelle vinger van de SP. Daar lijkt het bij te blijven. De heer De Groen, gaat uw gang.” De heer DE GROEN: “Dank u wel, voorzitter. Wonen is een recht. Betaalbaar wonen is een grondrecht. In deze gemeente is de gemeente het met de fractie van de SP eens, dat we hebben afgesproken dat we betaalbaar zouden gaan bouwen. Vorig jaar hebben wij als raad een doorbraak in het woonbeleid gehad waarin wij zeiden dat de helft van de woningen daadwerkelijk betaalbaar moest zijn. Nu spreken we voor het eerst over nieuw te bouwen woningen, maar we zien hier weinig van terug.

64

Is de SP tegen bouwen? Nee, wij zijn voor betaalbare woningen bouwen. Mogelijk met een eigen woningbedrijf. Ook kan de gemeente eisen stellen, dat vijftig procent van de inwoners van Zutphen een voorkeursrecht heeft. Dat hebben we ook nog niet gezien. Dus, het hele plan kan - wat ons betreft - terug naar de tekentafel. Ook op onze vragen in het technisch blok, over de ontsluitingsweg, daar hebben wij geen goed antwoord op gekregen. Het blijkt dat al het verkeer door de Lunettestraat en de Wambuisstraat komt en dat zou er dus op lijken dat we een tweede Paulus Potterstraat krijgen. Ook over goedkoop wonen in het Waterkwartier - ook een argument, dat je daar goedkoop kan wonen - dat is al lang niet meer zo. Als je daar dertig jaar woont, ja, dan betaal je misschien nog 300 euro. Maar, als je er pas bent komen wonen, dan zit je tegen de subsidiegrens aan. Dus, samenvattend: wonen is een recht, betaalbaar wonen is een grondrecht. Wij zijn hier pertinent op tegen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik heb u geen vraag horen stellen aan de wethouder.” De heer DE GROEN: “Ik ben even terug. Ik denk dat ik heb verwoord dat ik de ontsluitingsweg niet heel zinvol vind.

Misschien moeten ze dus terug naar de tekentafel en misschien zouden ze er bijvoorbeeld over kunnen nadenken dat ze van het Lunette Eiland een wijk maken zonder auto’s.” De VOORZITTER: “Zullen we daar dan een antwoord van de wethouder op vragen?” De heer DE GROEN: “Ja.” De VOORZITTER: “Nou, dan gaan we dat doen. Niemand verder meer? Nee. Dan, de wethouder.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, dank u wel. Dit plan is al heel oud, hè. In 2008 is het al begonnen. Het loopt dus al langer. Het past ook in de Woonvisie die door de gemeenteraad in 2021 is vastgesteld. Als het gaat om de verkeerscapaciteit en de afwikkeling daarvan, dat is al schriftelijk beantwoord naar aanleiding van de behandeling in het Forum. Dan is dit gewoon onmogelijk, ook met de verkeersintensiteit die niet passend zou zijn op deze wegen. Dit is al gewoon schriftelijk beantwoord.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer de Groen wil daar graag op reageren.” De heer DE GROEN: “Het verhaal dat het plan al oud is, dat ontneemt ons niet de verantwoording dat we er goed over moeten nadenken. Ik heb ook gevraagd of de gemeente vijftig procent aan inwoners kan toewijzen. Die mogelijkheid bestaat binnenkort. Ik vind dat de gemeente daarvan gebruik zou kunnen maken, zodat we dus nu ook eens voor de eigen inwoners gaan bouwen en niet alleen voor mensen uit de Randstad.” De VOORZITTER: “Ja, ik denk dat de wethouder daar ...

Wilt u nog iets zeggen? Nee, nee oké. Nee. Ja, ik denk van niet, hè? Maar, we zullen het dan nog een keer horen van d’r.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, volgens mij, is het zo dat ... We kunnen niet vooruitlopen op wetten die eraan gaan komen en allerlei eigen regels gaan creëren. Er is een motie aangenomen die - volgens mij - is ingediend door BurgerBelang - ik kijk even naar de heer Verschure als het gaat om zelfbewoningsrecht, ook bij nieuwbouw. Daar hebben we afspraken met elkaar over gemaakt. Nogmaals: we hebben een Woonvisie en daar staat alles in. Ik snap dat de SP graag allerlei regels wil toevoegen, maar deze gemeenteraad heeft gewoon al een aantal besluiten op dit vlak genomen. Dit plan ligt er al een hele tijd en laten we nu eindelijk eens een keer zorgen dat we bouwen en ook dat unieke karakter handhaven van het

65

oude gebouw wat er is. Er komen appartementen in. Dus, volgens mij, past het ook bij de woningbehoefte die in het waterkwartier juist is en ook is onderzocht.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik stel voor dat we gaan stemmen over deze motie. Zeg ik dat goed? Oh, nee wacht even nu doe ik het verkeerd. We gaan stemmen over 14: ‘Vaststellen bestemmingsplan Lunette Eiland, eerste herziening’.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend ... (...) en gesloten. Mag ik het resultaat zien? 25 stemmen vóór, vier stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

15

MOTIES VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG (Audiopositie 02:04:06)

15.a Motie: Van Inspraak- naar Participatieverordening GRIFFIENR. 2022-M0005 De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar 15.a. ‘Motie: Van Inspraak- naar Participatieverordening’. Deze is ingediend door D66, in ieder geval. Gaat uw gang. Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, deze motie is ingediend door het CDA, BurgerBelang, CDA, GroenLinks, de Stadspartij en de PvdA. We hebben het eigenlijk al gehoord bij de behandeling van de amendementen over De Hoven en bij het onderwerp ‘hoogspanning’. Onze inwoners hebben vaak toch een ander idee bij inspraak. Dat gaat voor hen verder dan alleen geïnformeerd en geraadpleegd worden. Het lijkt alsof onze gemeente eigenlijk last heeft van het fenomeen van de remmende voorsprong. Want, we kennen gewoon een lange en rijke historie als het gaat om inspraak, geregeld middels onze dorps- en wijkaanpak, onze wijkregisseurs en ook de beleidskaders van ons werken, zoals wij die vorig jaar hier in de raad hebben vastgesteld. We kennen, wat dat betreft, een hoge ambitie als het gaat om het versterken van de lokale democratie. Toch krijgen we steeds als raad signalen dat inwoners én ook ondernemers vinden, dat er te weinig naar hen wordt geluisterd, dat men onvoldoende serieus wordt genomen, dat men niet mee kan bepalen en dat men zich op cruciale momenten buitenspel gezet voelt. Kijk naar het hele verhaal rondom de hoogspanning.

Participatie anno 2022, door ons als raad, kunnen we gewoon dwingender gaan regelen en dat zullen we ook moeten. Het blijkt dat de politieke wil daartoe er is. Dat is eigenlijk de reden waarom nu - aan de start van deze nieuwe bestuurlijke periode door ons als raad - deze motie er ligt. Want, ja ... het is vanavond al eerder gezegd door de heer Logemann: we hebben onszelf eigenlijk wel een opdracht gesteld, dat we meer proactief gaan worden. Dat kan heel mooi met deze motie. Want, er moet meer gebeuren om onze blik meer naar buiten te richten. Dat betekent ook, dat we onze houding en gedrag moeten veranderen. Dat we tegengeluiden meer moeten gaan waarderen en omarmen. De wijze van werken bij ons in de gemeente mag op de schop. We zullen samen met inwoners, organisaties en ondernemers de puzzels anno 2022 meer samen moeten gaan leggen. De Inspraakverordening uit 2004 is echt toe aan vernieuwing. Als we kijken naar de wijk- en dorpsraden, onze wijkregisseurs, dan ligt er gewoon een hele goede basis waarop we verder kunnen werken.

66

Dat is ook de reden, voorzitter - tot slot - dat we een verzoek hebben om met een vernieuwende aanpak te komen die uiteindelijk zal uitmonden in een verordening. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wie van de fracties wil hierover het woord voeren? De ChristenUnie, de Stadspartij, GroenLinks, Kies Bewust Lokaal. Oké, meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Ja, dank u voorzitter. Inhoudelijk ben ik het helemaal met deze motie eens. Laat daar geen twijfel over bestaan. Ik vind hem alleen vroeg. Ik wil eigenlijk het College, de wethouder, oproepen zo snel mogelijk een uitgebreid, informerend Forum over participatie te organiseren. Nòg een keer dus. Juist om de raad, die hier nu voor een groot deel vers en nieuw is, daarin volledig mee te nemen en tijdens dat Forum deze motie mee te nemen. Want, wat er in die motie staat, daar ben ik het volledig mee eens. Nogmaals. Maar, ik roep de indieners op om de motie aan te houden en ik roep het College op om zo snel mogelijk het initiatief te nemen om een uitgebreid Forum hierover te houden. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Een interruptie. Burgerbelang, de heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Meneer van Dijken, ik snap wat u zegt en ik hoor ook wat u zegt.

Maar, wat is uw angst om nu een opdracht te geven aan het College? Het College moet toch bij de raad terugkomen door middel van een Forum om dit bespreekbaar te maken? Wat is uw angst als het op deze manier gaat? Want, volgens mij, maakt u nu een stap sneller zodat u eerder daaraan toe bent?” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, dank u. Ja, mannen zijn nooit angstig, hè. Die hebben hoogstens zorgen. Ik zal die zorg uitspreken. Mijn zorg is deze: de snelheid die nu wordt gevraagd om met een stuk te komen terwijl wij met zijn allen dan moeten wachten tot de wethouder, welke wethouder dat dan ook is, komt met een goed verhaal. Dan loop je de kans dat het nog erg lang duurt. In de motie staat “vóór oktober 2022”, maar ik zou het liever in juni hebben, gezien alles wat op ons afkomt. Het is terecht door mevrouw Ten Holder genoemd: de bekabeling, de uitbreidingsplannen en er komt zo nog wel wat op ons af. Er was nog een uitspraak van de raad van State waarvan je kunt zeggen dat we daar de participatie nog niet helemaal goed aan hebben gedaan. Ik vind dat we als raad zo snel mogelijk moeten worden meegenomen. Er is al heel veel bekend over participatie, maar het zit nog niet volledig en goed tussen onze oren.

Ook nog zeker niet – die stelling durf ik wel aan – bij alle nieuwkomers in de raad.” De VOORZITTER: “De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, voorzitter. De heer Van Dijken loopt net zo lang als ik mee, hier in de raad en hij weet dat twee maanden om met een voorstel te komen, vrij snel is. Dus, ik denk dat oktober al ambitieus is. Dus, juist zou ik dan willen verzoeken om wel in te stemmen met deze motie om die voortgang er voor dan juist in te houden en die doelen die het heeft, die u net zelf ook noemde, te verwezenlijken. Ik denk namelijk, dat die stap die u zet een vertraging met zich meebrengt.” De VOORZITTER: “De heer Van Dijken. De heer VAN DIJKEN: “Ik laat het hier even bij, voorzitter.”

67

De VOORZITTER: “Prima. Ik ga naar de Stadspartij, de heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Ten Holder heeft daarnet al heel goed uitgelegd waarom dit zo belangrijk is, maar ik wil er nog iets bij benadrukken. Participatie en het mee laten denken van onze inwoners: dat is echt noodzaak. We moeten bestuurlijk vernieuwen! Dat betekent dat we ook als raad moeten durven loslaten. Op het antwoord van de heer Van Dijken net, dat deze motie niet nodig is: Nee, deze motie is het agenderen door de raad dat dit echt een belangrijk onderwerp is, een belangrijk thema. Willen we dat blijven agenderen, dan is deze motie niet overbodig. Maar met deze motie hebben we een punt gezet met deze eerste raadsvergadering van onze nieuwe vierjaarlijkse termijn waarin wij op een andere manier met onze inwoners willen omgaan. Daarom vind ik deze motie ontzettend belangrijk en denk ik ook, dat we met deze motie onze inwoners recht doen zoals we in al onze partijprogramma’s bijna hebben opgenomen. De inwoners op 1 dus! Laten we dat met deze motie ook benadrukken en komen tot een mooi voorstel waarin we de inspraak- en participatieverordening als borging voor de inspraak en participatie in deze gemeente neerzetten, dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. GroenLinks, de heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u, voorzitter.

Het is de fractie van GroenLinks er veel aan gelegen om de komende vier jaar veel energie te steken in de manier waarop de gemeente met haar inwoners omgaat. Inwonerparticipatie. Zutphen loopt bepaald niet voorop bij het gebruik van de denkkracht en betrokkenheid van onze inwoners. Er is een inhaalslag nodig. Inwoners vragen hierom en wij, GroenLinks, geloven in de kracht van inwoners, zeker als zij zelf medeverantwoordelijkheid voelen voor hun eigen leefomgeving. De Deventerweg is daar een voorbeeld van. Samen maken wij Zutphen en Warnsveld mooier. Maar er zijn ook minder goede voorbeelden. Ik denk dan – bijvoorbeeld - aan de manier waarop er gecommuniceerd is over de kap van bomen op verschillende locaties in de stad. We hebben onvoldoende gebruik gemaakt van de verantwoordelijkheid die de direct omwonenden daar voelden. Natuurlijk ligt er een grote kans om goede communicatie te verzilveren in het nieuwe coalitieakkoord waaraan nu wordt gewerkt. Dat zullen we ook zeker gaan doen. Maar, het kan zeker geen kwaad om - als de raad zich nu uitspreekt over één van de onderdelen van die betere samenwerking tussen gemeente en inwoners - het modificeren van de inspraakverordening en deze om te vormen tot participatieverordening.

Een verordening waarin niet alleen plaats is voor het uitdagingsrecht, wat we kennen als ‘The Right to Challenge’, maar zeker ook als burgerverordening en burgerberaad. Voorzitter, wij bedanken D66 voor het initiatief. Als mede-indiener zullen we de motie zeker steunen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan heb ik alle aangemelde sprekers gehad. Oh, KiesBewustLokaal nog, sorry. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Participatie is voor Kies Bewust Lokaal eigenlijk het allerbelangrijkste wat er is. Bij alles wat wij doen, vinden wij het van belang: Wat vindt de inwoner hiervan? Niet alleen tijdens de verkiezingen, maar eigenlijk altijd. Wij zijn ook van mening dat het goed is, dat er een wet in voorbereiding is. De Wet Versterking Participatie op decentraal niveau juichen wij toe. Voor Kies Bewust Lokaal is het van belang dat inwoners op zoveel mogelijk manieren worden betrokken. Wij zijn echter ook van mening dat participatie inhoudt dat we éérst de inwoners vragen wat zij willen. In deze motie zien wij dat eerst het College gevraagd wordt om participatiebeleid aan de raad voor te leggen met daarin participatievormen die mogelijk en passend zijn bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. Wat maakt dat wij niet vragen: “Wat willen de inwoners eigenlijk?

68

Wanneer en hoe zij inspraak willen?” Of is het de bedoeling dat het College aangeeft wanneer en waar op welk stuk inspraak mogelijk is? KiesBewustLokaal vraagt zich af - net als de ChristenUnie - of het niet beter is om eerst een Forum te organiseren waarin goed duidelijk wordt wat wij als raad verwachten. Dat vragen wij ons af, zeker gezien de vele moties die afgelopen jaren over participatie zijn ingediend. Is dat niet raadzaam? Wij vragen ons ook af, in hoeverre het ambtelijk apparaat hierop is voorbereid? We horen graag van indieners en College hoe zij daarnaar kijken. We vinden het ook van belang dat er een Forum georganiseerd wordt omdat we dan de inwoners kunnen uitnodigen om te vragen wat voor inspraak zij eigenlijk willen. We vinden het wel heel goed, dat hier aandacht voor is. Wij zijn het in grote lijnen ook eens met deze motie. Alleen, het stuk ‘inwoners’ hierin, juist in dit stuk, missen wij. Wij zien dus graag ook eerst een informerend Forum, vóór juni, zodat het College onze inbreng kan meenemen en inwoners kunnen inspreken om hun wensen, bedenkingen en hun mening kunnen geven, zodat er in oktober een goed plan ligt. Dank u wel.” De VOORZITTER: “De eerste reactie van de indiener. Vertegenwoordiger van.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter.

Heeft u als Kies BewustLokaal niet een route voor ogen die heel erg op de stoel van het College is gericht en op de uitvoering die de College moet gaan doen? Gaat u daar niet te veel op zitten met al uw vragen?” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “De enige vraag die ik eigenlijk heb is: betrek de inwoner. Juist bij dit plan zullen we moeten vragen wat de inwoners willen. Welke inspraak willen ze? Die vraag is hier niet gesteld.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik denk dat in de gedachte, zoals wij die hebben verwoord in de motie, wij ervan uitgaan dat het College, die uitvoering gaat geven aan iets ontwikkelen, samen met de ambtelijke organisatie dat zij niet zomaar ‘ins blaue Hinein’ beginnen, maar, dat ... Als je kijkt, bijvoorbeeld, hoe wij als raad in de vorige periode de hele beleidsnotitie voor jeugd hebben behandeld, dan heeft de wethouder ons als portefeuillehouder gewoon meegenomen. Maar, ook de inwoners en ook alle maatschappelijke organisaties en stakeholders. Dus, ik denk niet dat wij hier niet straks – zoals we hebben gevraagd aan het College – iets krijgen wat gewoon bedacht is vanuit een ivoren toren of zo. Bent u daar bezorgd om, dat dat los van de inwoners komt te staan?” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ik ben er niet bang voor.

Ik hoor van inwoners dat zij zich niet gehoord en niet gezien voelen. Ik denk dat het een hele kleine, makkelijke manier is om inwoners zich gezien en gehoord te laten voelen door een special Forum of een Forum te organiseren waarin ze kunnen langskomen, hun stem kunnen laten horen. Doen ze dit, dan kunnen ze hun wensen en bedenkingen overbrengen. Doen ze het niet, dan is dat ook prima. Want, dat is aan hen. Maar, wij kunnen – en met name het College – kan dit dan meenemen. Dan neem je ze gewoon serieuzer, dat zullen ze - denk ik - ook zo voelen. Maar, dat is onze mening.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, tot slot.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, tot slot. Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we een verschillende visie hebben van hoe je zoiets aanpakt. Dank u wel.”

69

De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik kijk dan toch maar even naar wethouder Boswinkel. Ja, iemand moet het doen, hè? Met name even over het ambtelijk apparaat en de planning, denk ik.” (Audiopositie 02:20:35)

Reactie College Wethouder BOSWINKEL: “Voorzitter, gelukkig is het altijd wel een dankbare taak om over participatie te praten. Dus, als toch iemand het moet doen, dan vind ik het wel leuk om te doen. Daarentegen - dat is dan wel weer gelijk een disclaimer - is dit een ongelooflijk politiek onderwerp waar ik mij dus ook wat ongemakkelijk bij voel. Want, ik zit niet voor niets een beetje in de hoek. Ik vind hier van alles van en tegelijkertijd wordt hier op dit moment ook nog van alles over besproken. Dus, ik houd het even bij de zwart-witte dingen. Tijdslijnen, Fora, is aan u, hè? Er staat een tijdslijn in dit voorstel en als dat wordt aangenomen, dan is dat onze vraag: is de ambtelijke organisatie hier klaar voor? Dat is een beetje de vraag die ik hoorde. Ja, dan vind ik het jammer dat er geen financieel dekkingsvoorstel hierbij ligt, als ik eerlijk ben. Want, het zijn grote ambities en het moet allemaal snel. Dus, dat vind ik nog wel fijn om even mee te geven. Verder laat ik het toch even aan u. Dank u, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dat begrijp ik. Dank, wethouder. We zitten natuurlijk als demissionair College. Dus dat maakt dat wij ons buiten alle politieke beschouwingen houden. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Maar, u zit aan de andere kant van het verhaal, hè. U zit allemaal al op de juiste stoel, wellicht.

Dat maakt het lastiger om er wat meer inhoud aan te geven als College. Dat eventjes om vanuit de wethouder aan te vullen. Wilt u nog een tweede termijn? Dat is niet het geval. Zullen we dan gaan stemmen?” De GRIFFIER: “Agendapunt 1.a, stemming is geopend ... (...) en gesloten. Mag ik het resultaat zien? 23 stemmen vóór, vijf stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Dan is hij dus aangenomen.” Besluit: Aangenomen.

15.b Motie: Het zo snel mogelijk uitkeren van de energietoeslag van 800 euro GRIFFIENR. 2022-M0007 (Audiopositie 02:23:00)

De VOORZITTER: “Dat brengt ons, als ik het goed heb gevolgd, bij het einde van de vergadering. Oh, 15.b. Ik dacht al dat het te mooi was om waar te zijn. 15.b heb ik hier niet staan. Even kijken. Oh ja, natuurlijk. De motie ‘Het zo snel mogelijk uitkeren van de energietoeslag van 800 euro.’ Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Dank, voorzitter. Laat ik eerst beginnen met het feit dat ik hier namens de hele raad en alle partijen spreek. Dat voorkomt wellicht straks een rondje dat we de motie allemaal heel erg goed vinden. Ja, ik dacht ... Het is al conform afspraak in het Presidium. Dus, ik dacht: ik herhaal het nog maar even. Daarnaast zou ik toch even willen beginnen met bedanken van wethouder Werger. Er ligt een enorm mooi voorstel vanuit het College. De website is al aangepast en er staat een tijdsplanning op. Er staat een enorm mooie toevoeging. Ik kan het toch niet nalaten om te zeggen dat het mij wel bevreemdt dat er weer eerst een motie nodig is om heel snel in actie te komen bij dit soort

70

zaken. U kunt natuurlijk zeggen dat dit zeker niet het geval is, maar dat vermoeden was er bij onze fractie toch. Dus, laten we het positief houden: We zijn ontzettend blij met wat er ligt. We zijn ontzettend blij met de voortvarendheid en ook dat jullie verder zijn gegaan dan de 120 procent die wij eigenlijk hadden beoogd. Daarvoor, echt oprecht, ontzettend veel dank. Daar is veel werk in gestoken en ik denk ook zeker dat het, met de huidige tijd, echt nodig is. Dus, dat is heel erg mooi wat dat betreft. Vervolgens heeft u uitleg gegeven, we hebben een schorsing gehad, en we zijn toch weer even bij elkaar gekomen omdat er veel vragen bleven bij mensen binnen de schulddienstverlening en de schuldsanering. Daarom hebben we laten opnemen om te bezien of er onderzoek gedaan kan worden over hoe kan worden voorkomen dat dienstverleners in de schulddienstverlening en schuldsanering de energietoeslag moeten aanwenden voor bestaande schulden en dat ze dit geld ook daadwerkelijk kunnen uitkeren aan energie. Dus, dat zij daarin niet te kort worden gedaan doordat het aangewend wordt voor het aflossen van andere schulden. Wij zijn benieuwd of dat eventueel mogelijk is. Dan lijkt het me, na eventueel aanvulling vanuit het College, dat we kunnen overgaan tot stemming in plaats van een heel rondje, maar dat laat ik over aan de voorzitter.” De VOORZITTER: “Dat gaat niet lukken.

De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik kreeg al commentaar van de heer Van Dijken dat ik het maar snel moest doen, want hij moest naar huis toe. Maar, ik ga toch wel wat meer systeemkritiek eraan toevoegen dan enkel dat we hier positief over moeten zijn. Want, ik ben misschien niet snel iemand die een compliment geeft aan de zittende regering in Den Haag, maar laat ik dit vandaag deels wel doen. Want, de energiecrisis die er voor velen al was, is de afgelopen maanden alleen maar heftiger geworden. Sinds de start van de oorlog in Oekraïne heeft de overheid snel gehandeld om de stijgende energieprijzen voor inwoners te verlagen. Met als gevolg dat er nu voor de gemeente een pot met geld klaarstaat en wij hier nu gaan beslissen hoe we dat gaan uitgeven. Dat is nodig, want als het aan ons ligt, hoort niemand zichzelf in de schulden te steken om zichzelf in leven te houden. Daarom is het ook goed dat ons stadsbestuur met een zo ruim mogelijk plan komt zodat meer Zutphenaren recht kunnen hebben op een zo groot mogelijke tegemoetkoming. Die tegemoetkoming moeten we ook zeker niet onderschatten als volksvertegenwoordiging. Ook daarvoor, als we nu kijken hoe we de afgelopen weken hebben gehandeld, oprechte complimenten.

Maar, wat wij ook merken – de deur staat nog open – dat wij in het zaaltje hierachter een kwartier hebben moeten nadenken over hoe wij het wettelijk hebben kunnen regelen dat hopelijk mensen in de schuldhulpverlening of de schuldsanering ook gewoon die 800 euro krijgen. Daarom is het ook wel nodig om een analyse te maken over waarom het zover is gekomen. Het is bijvoorbeeld ook de landelijke overheid geweest die de afgelopen jaren de energiebelasting op gas heeft verhoogd. Uiteindelijk betalen wij als inwoners dus deze eenmalige toeslag gezamenlijk door de afgelopen jaren al te veel belasting te betalen. Alsnog, wordt alweer een toeslag in het leven geroepen. Dit keer zodat mensen niet in de schulden komen voor gas, water en licht. Dat vinden wij persoonlijk het teken van een falende economie. Want, een toeslag zegt in feite: “Wij als overheid zien dat deze levensvoorziening te duur is geworden. Maar, wij gaan niks doen aan de oorzaak van die prijsstijging. We geven je wel een som geld achteraf om de pijn te verlichten.” Dan hebben we het nu dus al over wonen, zorg, opvang, inkomen over het algemeen en daar komt nu dus ook een energietoeslag bij door deze crisis. Het overkoepelende probleem in dit alles is dat algemene voorzieningen allemaal op de markt zijn gegooid.

Van wonen tot zorg, van inkomen tot energie: Allemaal zijn we afhankelijk geworden van het bedrijfsleven en hun jacht naar winst. Achter al deze levensvoorzieningen zit een leen-verdienmodel voor een select groepje economische machthebbers. Zij hebben baat bij een toeslagensysteem. Wij, als inwoners, als werkenden van dit land, hebben dat niet. Het gevolg: ons belastinggeld – dat we nu blijven rondpompen om de lasten te verlichten voor onze inwoners - gaat direct in de zakken van bedrijven die het vertikken om hun eigen winst te verlagen voor het algemeen nut van onze samenleving. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de algemene nutsvoorzieningen als zorg, wonen en energie weer van ons allen worden en wij stoppen met

71

het spekken van kapitaal. Daarom moeten we dus weer opbouwen wat het jarenlang neo-liberaal denken heeft gesloopt. Daar moeten wij als stad ook wat aan gaan doen: met minder markt en meer democratie en zeggenschap. Met een lagere energierekening voor iedereen die het niet meer kan betalen, door bijvoorbeeld een collectieve verduurzaming met een gemeenschappelijk energiebedrijf. Ik hoop dat wij de hele raad daarin kunnen vinden en ik hoop ook van harte dat iedereen in deze raad instemt met dit voorstel. Want, in het dagelijks leven kunnen mensen de energierekening al jaren niet betalen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan zou ik de wethouder willen vragen om te reageren op het punt ‘b’ vanuit het verzoek. Wethouder? Punt B is het verzoek van de schulddienstverlening en de schuldsanering.” Reactie College Wethouder WERGER: “Voorzitter, ik vind het prima om dat te onderzoeken. Maar, laat ik vooral voorop stellen dat deze regeling is bedoeld om mensen te helpen en te compenseren. Het zou niet moeten leiden tot dat het op een andere manier wordt uitgegeven dan aan de energielasten die men heeft. Maar, om dat te onderzoeken: prima.” De VOORZITTER: “Uitstekend. Dank u wel. Kunnen we overgaan tot stemming? Ook al spreekt u namens iedereen lijkt het me toch verstandig dat even te checken. Dat is het geval.” De GRIFFIER: “Stemming is geopend ... (...) en gesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=a99d5278-f195-4634-87aa-4b69f4bc0db5