Handelingen raad 21 februari 2022
Tekst van het document
88
waardoor dit soort zaken dus wel nodig is. Wij willen meegeven dat niet iedere cliënt de bijgevoegde stukken begrijpt en de consequenties hiervan. Om een of andere reden blijkt dit toch lastiger dan gedacht en wij zijn blij om te lezen dat medewerkers extra gaan informeren op dit punt en dat er mogelijkheden zijn door een persoonsgebonden budget af te nemen. Wel vragen wij ons af hoe het in de praktijk werkt, als je een hulpmiddel afneemt dat in bezit van de gemeente blijft en dat je daarnaast een persoonsgebonden budget aanvraagt, voor bijvoorbeeld een reisverzekering. Kan dit naast elkaar lopen? En krijg je altijd een persoonsgebonden budget toegewezen? Of zijn er uitzonderingen? En zo ja, welke? Dat zouden wij heel graag willen horen van de wethouder. Wat betreft de motie. Verder willen wij eigenlijk wel een toezegging van de wethouder, dat als iemand zich in een situatie bevindt waarin wordt getwijfeld aan de schuldvraag – wat wij gelukkig nog niet hebben meegemaakt volgens de wethouder – waar toch blijkt dat inwoners kosten moeten maken, dat er te alle tijden rekening gehouden wordt met het inkomen, dat het bedrag eventueel in termijnen afgelost kan worden en dat de raad hiervan op de hoogte gesteld kan worden.
Is dat mogelijk? Wij willen er namelijk alles aan hebben gedaan, om te voorkomen dat een inwoner in een situatie terechtkomt dat er hoge kosten komen in verband met het niet allrisk verzekeren van de hulpmiddelen door de gemeente. Wij willen zeker voorkomen, dat er een armoedeval komt door te hoge kosten van een hulpmiddel. Daarnaast is het doel dat inwoners ook op reis kunnen met een goed verzekerd hulpmiddel. Als er daadwerkelijk een reisverzekering afgesloten kan worden door middel van persoonsgebonden budget en we krijgen een toezegging, dan hoeft er op zich geen motie tot stemming gebracht te worden. Dan zijn wij daar heel tevreden mee. Anders is het aan de andere raadsleden of de motie in stemming gebracht moet worden. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Is het dan een idee, dat ik omwille van de tijd, eerst even het woord geef aan de wethouder? Ja, vindt u dat goed? Dan is het woord aan de wethouder.” Reactie College (Audiopositie 03:23:45) Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Daar reageer ik graag op. Laat ik beginnen met de situatie die mevrouw Ackermans noemt. In het geval dat er toch sprake van is dat een persoon zelf kosten zou moeten betalen … Laat ik vooropstellen, dat de gemeente er alle belang bij heeft dat die persoon niet verder in de problemen raakt door afbetaling of als daar andere problemen uit voortkomen. Dat moeten we ten alle tijden voorkomen.
Daarom kunt u ervan uitgaan als er sprake van is, dat er in het geheel naar de situatie van een persoon gekeken wordt. Ik denk dat ik dat ter geruststelling kan noemen. Het andere punt over de mogelijkheid van de PGB: voor iedereen die gebruik moet maken van een hulpmiddel, zijn er twee keuzes: òf de keuze voor een hulpmiddel dat verstrekt wordt in eigendom van de gemeente, waarbij alles geregeld wordt. Óf de keuze voor een PGB waarbij een bedrag verstrekt wordt ter hoogte van de exacte kosten, waarmee iemand zelf in staat is om dat hulpmiddel aan te schaffen en daarmee ook in staat is om dat te verzekeren. Dus er is geen optie of tussenoptie dat iemand een hulpmiddel verstrekt krijgt van de eigen gemeente met daarnaast een PGB om een verzekering af te sluiten. Het zijn die twee smaken. Daarmee is eigenlijk iedereen in staat om het op zijn of haar manier te kunnen doen.” Mevrouw ACKERMANS: “Ik heb u gehoord. Dank u voor uw woorden, maar ik wil toch … Is dit nu echt de toezegging dat u gaat zorgen dat ze niet in een armoedeval terechtkomen en gespreid kunnen betalen als het nodig is?
89
Wethouder TEN BROEKE: “Als dat nodig blijkt voor die situatie, dan wordt dat geregeld.” Mevrouw ACKERMANS: “Dan is dit voor Kies Bewust Lokaal in ieder geval voldoende.” De VOORZITTER: “Oké, dus dat betekent dat u de motie weer intrekt. Dan hoeven we daar ook verder niet meer over te spreken.” Besluit: Ingetrokken.
14.c Motie ‘Behoud en meer inzet middelen tegen armoede’ GRIFFIENR. 2022-M0003 (Audiopositie 03:26:52)
De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 14.c ‘Motie: Behoud en meer inzet middelen tegen armoede’. Daar is een memo over gekomen. Levert dat nog vragen op? Ik kijk even naar degene die ‘m heeft ingediend, de PvdA. Wie wil hierover het woord? GroenLinks, de ChristenUnie, Kies Bewust Lokaal en Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, even een punt van orde: u geeft iedere keer aan dat u de tijd in de gaten houdt. Nu gaan wij een motie behandelen waarin we het in een keer over 8,5 ton hebben, waar we nu nog snel over moeten beslissen.” DE VOORZITTER: “Ja, wat stelt u dan voor?” De heer VERSCHURE: “Nou, ik stel voor om deze motie dan uit te stellen.” De VOORZITTER: “Nou, ik vind het fijn. Als u daarmee kan leven. Ik zie D66 reageren, GroenLinks.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dat zouden wij ook willen voorstellen.” De VOORZITTER: “Ja, GroenLinks?” De heer KRANS: “Voorzitter, volgens mij, is dit een dusdanig belangrijk voorstel dat we gewoon maar even hierover moeten stemmen.” De VOORZITTER: “U zegt precies iets anders.” De heer KRANS: “Een voorstel om het aan te houden, het ordevoorstel.” De VOORZITTER: “Aanhouden, oké.” De heer KRANS: “Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg dat we over het ordevoorstel moeten stemmen.
Daar is het belangrijk genoeg voor.” De VOORZITTER: “Ik was even aan het inventariseren, wat er … PvdA?” De heer BLOEM: “Ik kan me voorstellen dat het belangrijk is om het juist wél vanavond te behandelen en …” De VOORZITTER: “Ja, nou, dan ga ik stemmen tellen.” De heer BLOEM: “En wat ook mogelijk is, is dat de raadsvergadering verdaagd kan worden. Ik bedoel, het is niet … Natuurlijk ben ik graag morgen vrij, maar die mogelijkheid moet in ieder geval wel geboden worden, in plaats …”
90
De VOORZITTER: “Ik ga gewoon even democratisch stemmen. Dat lijkt mij het beste. Wie wil dit voorstel vanavond nog aan de orde hebben? We gaan het stemkastje gebruiken.” De GRIFFIER: “De stemming is geopend. (…) En gesloten. Achttien stemmen vòòr en tien stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Van wie is de motie? Die gaan dan eerst. De PvdA, GroenLinks en de Stadspartij. Wie wil verder nog het woord? De ChristenUnie, het CDA, de VVD, de SP, Burgerbelang, Kies Bewust Lokaal.” Eerste termijn (Audiopositie 03:29:50)
De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik vind het bijna bijzonder dat we net nog over een ordevoorstel hebben moeten stemmen, want ik denk juist dat het thema ontzettend urgent is. Ik heb de afgelopen maanden met meerdere mensen gesproken die op dit moment maar moeilijk kunnen rondkomen, vooral door de enorme stijging van energierekeningen. We horen dat gezinnen per maand meer dan 300 euro betalen aan energiekosten. Ook dat mensen de thermostaat op zestien graden zetten en binnen noodgedwongen met dekens op de bank zitten. Daarom vind ik het belangrijk dat wij het hier vanavond even over hebben en dat wij als raad even de moeite nemen om - ook al is het elf uur - over dit thema te spreken, want dit is niet iets … Die mensen waar we het over hebben, die hebben het de komende twee maanden tot de volgende raadsvergadering ook last van die dingen die ik nu net noem en dat gaat wel om hen. Het gaat niet alleen om mensen die in de bijstand zitten.” De VOORZITTER: “Interruptie van D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil heel even reageren op wat meneer Bloem aangeeft, dat er mensen hebben gevraagd om de behandeling van deze motie uit te stellen en dat er mensen in nood zitten in verband met de energieproblematiek. Ik heb in het stuk van het College gelezen dat dat de volle aandacht heeft van het College.
Dus, ik vind het niet goed dat u het ‘framed’ naar ons, alsof de mensen die net voor behandeling in de volgende raad stemden, alsof dit probleem voor ons niet urgent is.” De heer BLOEM: “Ja. Ik denk juist, dat het goed is dat de politiek zich uitspreekt over dit onderwerp en door het vooruit te schuiven, denk ik dat het door de inwoners wel gevoeld wordt als het ontbreken van het gevoel van urgentie. Ook al wordt het misschien door een aantal partijen niet zo bedoeld, dan ben ik in ieder geval blij dat een aantal partijen aangeeft dat niet zo te zien. Dan ga ik verder op de inhoud van het voorstel. Onze zorgen, zeg maar, dat mensen niet kunnen rondkomen, dat ze met een slecht geïsoleerd huis zitten en dat het niet alleen gaat om mensen in de bijstand, maar ook bijvoorbeeld over mensen met een klein pensioen en zelfstandigen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat de middelen voor het armoedebeleid onbesteed blijven. Dat zien wij ook in de memo die wij van de week hebben ontvangen. Het is zelfs nog meer dan wat wij zelf hadden becijferd in die motie, maar het is bij elkaar meer dan twee miljoen euro over 2020 en 2021. Voor de PvdA is het een gemiste kans als middelen voor armoedebestrijding niet benut worden. Het slim inzetten van armoedebeleid kan juist een bijdrage leveren om grotere problemen te voorkomen.
Door te stimuleren dat kinderen kunnen meedoen aan sport en cultuur, stimuleren we ook een gezonde mentale en fysieke ontwikkeling van kinderen en voorkomen we andere problemen zoals overgewicht en een beroep op de jeugdzorg. Door te zorgen dat er onderwijsmateriaal en huiswerkbegeleiding is, voorkomen we leerachterstanden en door te investeren in een energiebesparing, voorkomen we dat de kosten van de energierekening de pan uit rijzen. Allemaal voorbeelden hoe armoedebeleid bijdraagt aan preventie.
91
De PvdA gelooft in een aanpak zoals die van de doorbraakmethode. Daarin bekijkt de gemeente waarmee een gezin het meest geholpen wordt. De ondersteuning wordt dan daarop ingezet. Deze aanpak heeft resultaten gehad in andere gemeenten. Ik hoor graag van de wethouder hoe ze aankijkt tegen de doorbraakmethode en ook hoe zij aankijkt tegen de samenwerking die daarvoor nodig is binnen het sociaal domein. Afgelopen week heeft de raad een memo over het armoedebeleid ontvangen. Ik heb de indruk dat onze motie over het armoedebeleid een goede stimulans is geweest voor de portefeuillehouder om dit memo op te stellen. We zijn verheugd dat het memo van het College ambitie uitstraalt om het armoedebeleid te versterken. Uit het memo spreekt de wil om het armoedebeleid meer gericht in te zetten en om inderdaad ervaringsdeskundigen te benutten, zoals we ook in onze motie hebben voorgesteld. Ook zijn we enthousiast over de voorstellen om de doelgroep van het armoedebeleid te verbreden. Door bijvoorbeeld de inkomensgrens te verhogen, maken we het armoedebeleid meer toegankelijk, bijvoorbeeld voor werkenden met een laag inkomen. Met het memo kan de gemeente de door ons gewenste impuls aan het armoedebeleid geven. Daarom vraag ik aan de portefeuillehouder welke stappen op korte termijn gezet kunnen worden, om de plannen uit het memo in de praktijk te brengen.
Ik verwacht daarbij dat de portefeuillehouder dan wat breder kijkt dan wat binnen de wet mogelijk is en oog heeft voor wat in andere gemeenten mogelijk is. De motie van de PvdA, GroenLinks, de SP, het CDA, de CU en de Stadspartij zien wij als een steun in de rug om de doelstellingen uit het memo te halen. Met de motie markeren we als raad dat we de middelen voor armoedebeleid blijven inzetten en dat we regelmatig met het College in gesprek gaan over de voortgang van het armoedebeleid.” (Audiopositie 03:35:30)
De VOORZITTER: “Dank u wel. Het valt me op, dat u het steeds heeft over de portefeuillehouder, maar u spreekt natuurlijk het College aan. Dan gaan we verder naar GroenLinks.” Mevrouw WESTERIK: “Dank u wel, voorzitter. Enige tijd geleden hebben wij, namens meerdere partijen de motie ‘Verdieping transitie sociaal domein’ ingediend, die toentertijd met een ruime meerderheid in 2019 is aangenomen. Vervolgens is het College oprecht heel succesvol en zeer druk bezig geweest met het behouden van de gemeentepolis, de zorgverzekering. Daarvoor echt complimenten. Daartoe heeft mevrouw Werger oprecht de nek uitgestoken, waarvoor dank. Dat is - volgens ons - voor een verdieping binnen het sociaal domein alleen niet voldoende. Dit gaat voor ons, zoals wij al eerder hebben gepleit, verder dan bezuinigen en geen geld uitgeven, zoals dit vooral nu het geval is, maar we moeten met visie kijken wat er nù nodig is op dit moment, maar ook wat voor de lange termijn verstandig en haalbaar is en positieve effecten met zich meebrengt. Daarom hebben wij al eerder een aantal voorzetten gedaan. Combineer bij schuldenaanpak de inzet van ervaringsdeskundigen en wellicht is het ook binnen andere terreinen goed inzetbaar. Oftewel: ga moeite doen om de taal te spreken en zodoende echt een bijdrage te leveren waar nodig en niet onbedoelde randzaken aanpakken.
Verhoog de grens van het sociaal minimum tot 130 procent, zodat ook de zzp’ers geholpen worden die door corona nog zo veel achterstanden hebben weg te werken. Verhoog de leeftijdgrens voor de minimamiddelen voor gezinnen van achttien naar 21 jaar om een armoedeval tegen te gaan. Over deze punten hebben wij helaas tot afgelopen dinsdag niets meer vernomen en wederom bleef er ook dit jaar weer ruim een miljoen voor armoede op de plank liggen. Vandaar ook dat we vorig jaar nog een keer een pamflet ‘armoede en schuldenvrij Zutphen’ .... Daarom vragen wij ook via deze motie om actie. Er is namelijk letterlijk een doorbraak nodig in Zutphen en daarom, wethouder en College: ga aan het werk met de doorbraakmethode. Zet het perspectief van de inwoner weer centraal en kom in actie waar men het meest en het snelst mee geholpen is, zoals bijvoorbeeld nu op dit moment bij energiearmoede en het verzorgen van extra handen voor ondersteuning bij de aanwezige buurthuizen voor advies, het invullen van formulieren en het samen aanvragen van de minimaregelingen waar recht op is.
92
Ik zou hier willen zeggen, dat binnen minimagelden en het armoedebeleid nog steeds curatief gewerkt wordt, in plaats van preventief, maar met het derde jaar op rij zoveel geld op de plank laten liggen, is - volgens ons - zelfs van curatief beleid niet eens meer sprake. Voorzitter, afgelopen dinsdag kwam er op de valreep, voor de laatste raadsvergadering, alsnog een lijst met maatregelen waaraan gewerkt zal worden en waaraan gewerkt is. Blijkbaar was onze motie inderdaad hard nodig om dit ineens wél op papier te krijgen en ons als raad te informeren. Blijkbaar heeft onze motie ook geïnspireerd, want veel maatregelen zijn nog ideeën en moeten nog worden uitgevoerd. Onze motie is dan ook een mooie steun in de rug, maar dat de mensen waar de hulp hard voor nodig is niet zijn te vinden, is natuurlijk klinkklare onzin. Als je tot je oren in de penarie zit, dan ga je echt niet nadenken over de vraag of een overheid wel of niet te vertrouwen is. Dan wil je geholpen horen. Hoewel ik de VVD landelijk ook niet te vertrouwen vindt, maar dat is een andere discussie ....
Waarom hebben de buurthuizen nog steeds niet die extra handen gekregen, waar ze al zo lang naar vragen? En waarom zitten daar nog steeds geen professionals, die meteen preventief laagdrempelig onze inwoners effectief kunnen bijstaan? Dit is proactief handelen in plaats van informatie in de ether gooien en brieven sturen die vaak door de armoedestress zelfs ongeopend blijven of niet eens begrepen worden. Dit memo is prachtig, maar laat het niet bij deze woorden en ga nu echt daadkrachtig en proactief via de bestaande kanalen, zoals de buurthuizen, aan het werk. Ga direct aan het werk met die gezinnen waarvan de energierekening proportioneel hoog is gestegen, waardoor de primaire levensbehoeften direct in het geding raken. Ga dan vervolgens als een malle werk maken van het verduurzamen van deze woningen, zodat dit volgende winter anders is en men het weer zelf kan. Wij van GroenLinks willen daarin nog een stap verder gaan: ga met de energiearmoede aan de slag door bijvoorbeeld het opplussen van de klussendiensten bij woningcorporaties of richt er zelf een op via de buurtservice. Laat in ieder geval een klussendienst energiebesparende maatregelen uitvoeren, niet alleen bij huurwoningen, maar vooral ook bij de koopwoningen van mensen die daarvoor zelf de middelen niet hebben of ga langs bij ouderen die wel willen verduurzamen, maar fysiek zelf niet in staat zijn om dit te doen.
Vul deze klussendienst eventueel aan vanuit de kaartenbak. Ga direct daadkrachtig met uw collega’s van duurzaamheid hiermee aan de slag, zodat ook volgend jaar de kosten voor energie niet de pan uit rijzen. Zet dit niet alleen op papier, maar zet actie in op het in de kracht zetten van onze inwoners en werk zo aan een krachtig Zutphen. U heeft de middelen ervoor. Nu nog de daadkracht. Dank u, voorzitter.” (Audiopositie 03:40:30)
De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Hoe komt het dat er een fors bedrag op armoedebeleid over is? Er is veel stille armoede in Zutphen. Dat hoor ik in gesprekken op straat en via andere reacties. Waarom is er niet actief gezocht? Mensen die in armoede leven, kunnen waarschijnlijk het loket niet vinden of ze weten helemaal niet dat het er is. Ik vind het jammer dat we het College nu met deze motie moeten oproepen om in actie te komen. Met het memo dat er nu ligt, is de actie nu ingezet. Het systeem werkt volgens ons niet goed. We moeten dichter bij onze inwoners staan en moeten beter zien hoe we onze inwoners kunnen betrekken bij deze armoedebestrijding. Ik roep het College dan ook op om nu in actie te komen, te ondersteunen en de energiearmoede op te lossen op andere manieren. Wij zullen in de volgende periode met een nieuwe visie komen op armoedebeleid.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Eigenlijk schaam ik me een beetje, voorzitter. Als raadslid heb ik het College onvoldoende gecontroleerd en wellicht zijn veel inwoners daarvan afgelopen jaar of jaren de dupe geworden. Dat wil niet zeggen, dat er geen inspanning is geleverd op het punt van armoedebestrijding. Echter, bijna 2,4 miljoen is de afgelopen twee jaar op de plank blijven liggen. Het ambtelijk
93
apparaat en anderen betrokkenen bij het sociaal domein, slaagden er niet in om dat deel van de bevolking te bereiken dat recht had en recht heeft op deze miljoenen. Helemaal nu de energieprijzen met ruim 85 procent zijn gestegen en de inflatie tot boven de vijf procent, moet alle energie gericht worden op het effectief bereiken van juist deze groep bewoners. Ik ben blij met de aanzet die in het memo is verwoord: dit jaar de inspanning al te vergroten. Eigenlijk had dat twee jaar geleden al moeten gebeuren. Het is jammer dat een mede door mij ingediende motie daarvoor nodig was om College en ambtelijke apparaten in beweging te krijgen. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota hoor ik graag hoe het staat met de uitputting van de beschikbare budgetten voor deze groep inwoners, in onze mooie stad. Dank u.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij dat de laatste motie, die ik mede indien, vanavond nog behandeld wordt. Dan niet even, maar dat we er serieus over praten, want het is belangrijk. De verhalen erachter zijn meer dan triest. Ik heb sterk de indruk dat deze motie als vliegwiel heeft gediend voor de memo. Dat geeft niet, maar het is wel jammer dat het moest. Dan nog vinden wij dat er meer kan, dan in het memo staat. Het is zo te gek voor woorden dat er geld op de plank blijft liggen en dat aan de andere kant mensen het zo hard nodig hebben.
Dat we dan blijkbaar die mensen niet kunnen vinden, dat is bizar! Ik stel voor dat wij meer inzetten op nóg meer de wijken in. Betrek alle organisaties die mensen al kennen, die het moeilijk hebben. Ik noem als klein voorbeeld de GGZ. Betrek die erbij, want die kennen de mensen. Dat mag zo niet doorgegeven worden, want daar hebben we de AVG voor, maar als je die in de wijken zet: zij kennen de mensen. Dat geldt hetzelfde voor perspectief, die ook mensen spreken. Geloof me, de mensen zijn wel vindbaar. Ik roep het College op om naast het uitvoeren van het memo, van de plannen die daarin staan, echt superveel inzet te plegen op: ga de wijk in. Blijf niet achter het loket zitten. Vindt de mensen, gewoon daar waar ze zijn. Dank u wel.” (Audiopositie 03:44:49)
De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de achterliggende intenties van de motie, raadsbreed gedeeld worden. We willen allemaal dat budget voor armoedebestrijding, dat we vrijmaken in de begroting, ook daadwerkelijk inzetten en dat wij ook daadwerkelijk alles op alles zetten om in elk geval armoede te bestrijden. Alleen wat je nu ziet – en dat laat het memo ook duidelijk zien – is dat het College daar al gewoon mee bezig is. De middelen die niet worden ingezet: duidelijk is, dat het College nu kijkt naar manieren om die gelden op een andere manier in te zetten. Om in te zetten op de aanpak van onder meer menstruatiearmoede, of armoede als het gaat om het betalen van de energierekening, of het aanpakken van de schuldenproblematiek. Dat maakt dat mijn fractie van mening is, dat deze motie overbodig is. Dan hoor ik: “Ja, de motie, dat is een steuntje in de rug.” Ja, hij is overbodig, want het College is eigenlijk al bezig om zich in te zetten. Dat maakt dat mijn fractie van mening is, dat deze motie prematuur is, want heel veel beleid moet nog uitgezet worden. Hij is overbodig en wij geloven juist, dat het memo wat het College al heeft gegeven de stap in de goede richting is. Laten we dat dan ook gewoon gaan uitvoeren. Dat draagt deze motie eigenlijk dan niks aan bij en daarom zal mijn fractie ook tegen de motie stemmen.
Dank u wel.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Het is pijnlijk dat er veel geld voor armoedebestrijding onbesteed blijft, terwijl Zutphenaren dagelijks van crisis naar crisis gaan. Dan hebben we het over de wooncrisis, de energiecrisis en ik durf hier ook wel een benzinecrisis aan toe te voegen. Inflatie en het achterblijven van lonen op de kosten. Allemaal oorzaken waardoor mensen in armoede terechtkomen. Die armoede moeten we vooral bij de bron aanpakken. Wat ik de afgelopen jaren zie gebeuren, is dat er vanuit de raad meerdere voorstellen zijn gekomen om wat te doen aan vormen van armoede. Ik heb menstruatiearmoede gehoord, ik heb energiearmoede gehoord, maar dat is het bestrijden van het symptoom en niet de ziekte zelf. Dit voorstel is eigenlijk ook een begin van een pleidooi om te stoppen met het ‘pleisterplaksyndroom’ van de landelijke en lokale politiek en te zorgen dat wij mensen uit die armoede gaan
94
organiseren door te kiezen voor het zelf isoleren van woningen in plaats van tochtstrips en energiecoaches aan te bieden. Door te zorgen voor een gratis en goed OV-netwerk, zodat mensen niet honderden euro’s per maand kwijt zijn aan benzine. Door bijvoorbeeld te zorgen voor goed en zeker werk in onze gemeente, in plaats van te denken dat we met schuldhulpbuddy’s de problemen kunnen oplossen. Dit is voor ons - zeg maar - daar een eerste stap voor, voorzitter. We hopen, dat er mooie plannen komen om mensen daadwerkelijk uit iedere vorm van armoede te organiseren, want de oorzaak van iedere vorm van armoede, is armoede zelf. Dank u wel.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil even een ding rechtzetten over de urgentie van het verplaatsen van dit debat. Ik betwijfel of dit ook was gedaan als de verkiezingen niet voor de deur hadden gestaan. Dan hadden we een uitgebreid Forum gehad, was het behandeld en hadden we het goed behandeld in de raad. Dus, ik vind dat eigenlijk jammer en een gemiste kans. Had eerder met deze motie gekomen. Voorzitter, armoede, wij hebben het er allemaal over, maar ik denk dat slechts weinigen weten wat échte armoede is. Ook het College pakt het nu op. Het memo hebben we ontvangen. In het memo staat, wat de heer Lok ook zegt: ze zijn ermee bezig.
Daarnaast denk ik ook, dat er op termijn ook een nieuwe raad komt en laat alsjeblieft ook die nieuwe raad met nieuwe inzichten hier de kans krijgen om te bedenken: “Hoe gaan we deze gelden eventueel besteden?” Maar mijn vraag is ook nog anders. Als Burgerbelang hebben wij vanaf dag één van deze raadsperiode gevraagd: “Wat moeten wij honderd procent doen in armoedebestrijding, in het sociaal domein, vanuit wet- en regelgeving?” En tot op de dag van vandaag heb ik daar nog steeds geen antwoord op gekregen en ik zou de wethouder willen vragen om toch nog een keer te proberen om mij die antwoorden te geven. ‘ De indieners spreken over een positief saldo. Ja, dat kan je doorschuiven naar volgend jaar, maar wat gebeurt er daarna? Want een positief saldo houdt een keer op, natuurlijk. Dat blijft niet komen. Anders zitten we weer in dezelfde problemen als waar we uitkomen, want we hebben natuurlijk heel veel moeten bezuinigen.” De VOORZITTER: “Interruptie van de PvdA.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik durf het bijna niet te doen, omdat het al aardig laat is, maar ik heb toch nog een vraag aan de heer Verschure.
Waarom vraagt u om de minimumvariant in het sociaal domein? Is het uw intentie om op dat niveau te zitten? Is dat waarom u dat vraagt?” De heer VERSCHURE: “Jammer dat de heer Bloem de afgelopen jaren niet goed opgelet heeft, want de reden dat ik het vraag, is dat je eerst moet weten wat je maximaal moet doen en geef dan de raad de ruimte om te kijken hoe je nog méér zou kunnen doen. Dat is de reden geweest. Het is niet de reden om af te schalen en te zeggen van: “Nee, jongens, dit is wat we moeten. Meer doen we niet.” Nee, het is om inzicht te krijgen. Wij hebben geen inzicht in dat hele métier. Dat is de reden geweest, meneer Bloem. Voorzitter, net werden ook even de buurthuizen aangehaald …” (Audiopositie 03:50:07)
De VOORZITTER: “Sorry, nog een interruptie GroenLinks.” Mevrouw WESTERIK: “Ik hoor nu de heer Verschure en zojuist de heer Lok zeggen, dat er nu een motie ligt, dus … Zelfs de woorden “prematuur en overbodig” zijn gevallen, maar mag ik u erop wijzen dat deze motie er met name op wijst dat we het budget in stand houden. Zoals het memo aangeeft, is dat ook heel hard nodig, maar het gaat er met name om, dat wij het budget in stand houden zodat we dat voor armoede kunnen blijven inzetten. Dus dat gaat wel iets verder dan alleen het memo.”
95
De heer VERSCHURE: “Dank u, voorzitter. Het woord ‘overbodig’ heb ik – volgens mij – niet uitgesproken. Voorzitter, er viel net ook het woord ‘buurthuizen’ en ‘buurtcentra’ om daar de mensen ook inderdaad te ondersteunen. Nou ja, dan moeten zij wel altijd open zijn, want we krijgen ook wel eens klachten, dat onder andere Waterkracht, die wel midden in een wijk zit waar deze problematiek is, maar ook in Warnsveld en ook in De Hoven – echt overal, we weten het allemaal – wel open moet zijn. Dat is een klacht die wij ook hebben gekregen. Ik heb eigenlijk de vraag aan de wethouder: leg mij nog eens een keer uit hoeveel honderd procent is en geef alsjeblieft deze raad de mogelijkheid om zelf keuzes te maken wat we méér willen doen.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Het is best wel bizar - als ik eerlijk ben - dat er zoveel geld op de plank ligt dat bedoeld is voor het armoedebeleid. Ik lees 1,2 miljoen aan minimabeleid onbesteed. Wie had dit kunnen vermoeden, na zo veel genomen maatregelen in het sociaal domein na al die tekorten? Komt dit door de toegenomen maatregelen tijdens de bezuinigingen? Waarom is deze doelgroep niet bereikt? Hoe komt dit? Wij willen dit heel graag weten van de wethouder.
In de basis is Kies Bewust Lokaal van mening dat als er geld overblijft, dat dit – zoals afgesproken – weer in de algemene reserves terecht dient te komen, want het is gevaarlijk om snel zaken weer los te laten omdat er geld over is. Aan de andere kant, is het van groot belang dat mensen in armoede op de juiste wijze ondersteund worden. Kies Bewust Lokaal zou willen dat er meer geld geïnvesteerd gaat worden in het voorkomen van armoede. Investeren. Als wij kijken naar punt drie, de hoge energielasten en andere gestegen kosten die ertoe leiden dat huishoudens op dit moment moeite hebben om rond te komen, is dit wel een goed voorbeeld dat inwoners die nooit in armoede leefden, nu in een situatie terechtkomen waarbij armoede wél een rol gaat spelen. Schulden krijgen, is simpel als de energierekening explodeert. Uit de schulden komen, dat is moeilijker. Wij willen dat de inwoners op het gebied van energie - als we dat voorbeeld nemen - niet alleen geld krijgen om de rekeningen te betalen. Wij willen dat inwoners geholpen worden de rekening naar beneden te brengen door te investeren in energiearme woningen, bijvoorbeeld via een subsidie. Zo kunnen inwoners ondersteund worden om de energielasten blijvend omlaag te brengen. Wij willen weten of het mogelijk is om dit uit te voeren, als wij deze motie ondersteunen. Wij horen dit ook graag van de wethouder.
Graag horen wij ook van de wethouder wat het effect is als wij hiermee instemmen. Gaat men kijken naar de mogelijkheid om de bijzondere bijstand uit te breiden naar 21 jaar of 110 procent, zoals in punt drie beschreven staat? Wat zijn daar de effecten van? Hebben wij daar geld genoeg voor op de lange termijn of is dit een eenmalige keuze die wij gaan maken? Het is goed om ons uiterlijk bij de Voorjaarsnota te informeren over de voortgang van de genoemde maatregelen en het is zeker goed om elke drie maanden middels een Forum ons te informeren over de resultaten, zodat het niet weer kan gebeuren dat er zo veel miljoenen op een plank blijven liggen terwijl dit hard nodig is voor de inwoners die hun portemonnee nu niet eens kunnen trekken omdat er geen geld in zit. Wij horen graag de antwoorden.” (Audiopositie 03:54:13)
Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal het toch proberen wat in te korten, want ja, je ziet dat het een hele inhoudelijke discussie geeft en dan is het inderdaad heel jammer dat we daar niet voldoende de ruimte voor hebben, middels het Forum en middels de raad. Een aantal partijen heeft een motie ingediend en eigenlijk kun je wel concluderen dat de hele raad armoede de gemeente uit wil hebben. Dat is geen privilege voor een paar partijen die nu een motie indienen. Nee, dat is al sinds het begin van deze raad, het streven van de gehele raad. Daarom hebben we ons beleid vorig jaar ook aangescherpt en hebben we meer geld om het beleid uit te voeren meerjarig beschikbaar gesteld. Wij hebben ook voorzieningen getroffen voor transformatie van het sociaal domein. Nu blijkt dat er drie jaren op rij ruim een miljoen euro per
96
jaar overblijft, geld dat niet is besteed. Ik - en mijn fractie - zou dan verwachten dat partijen, indieners van deze motie, onder andere de Partij van de Arbeid en GroenLinks als hoofdindieners, aan het College zouden vragen om een analyse waarom ons beleid een zodanige uitvoering geeft waarin we een miljoen euro overhouden. Nee, deze partijen gaan op de pot met geld zitten en claimen het geld, zonder zich af te vragen wat precies de reden is dat we geld overhouden. Dit vinden wij oude politieke ‘potjescultuur’, waarvan wij dachten dat wij in Zutphen daar al lang afscheid hadden genomen. Want, hebben wij wel de cijfers scherp in beeld van het aantal huishoudens met een laag besteedbaar inkomen? Van het aantal huishoudens met kinderen in een laag besteedbaar inkomen? Van huishouders met huurachterstand van drie maanden? Van huishoudens met betalingsachterstanden bij de zorgverzekeraar en de energieleverancier? Hebben wij die cijfers in beeld en weten wij ook of de situatie en de problemen van deze mensen de afgelopen twee jaar zijn afgenomen of juist zijn toegenomen? En hoeveel ze zijn toegenomen?” De VOORZITTER: “Interruptie van mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ik wilde wachten op een adempauze om uw mooie betoog niet in de war te … Maar dat duurde wel heel erg lang.
Ik wil toch even terugkomen op het punt dat wij het College niet eerder bevraagd zouden hebben of iets dergelijks. Volgens mij, bent u vergeten dat er wel degelijk schriftelijke vragen zijn geweest. Er zijn meerdere momenten geweest dat wij hier echt aandacht voor hebben gevraagd en het gaat - zoals u kunt lezen in de motie - met name om het beschikbaar houden. Daarbij hebben wij een aantal voorstellen gedaan en dat is niet een voorbeeld van “daadwerkelijk op potjes zitten”.” Mevrouw TEN HOLDER: “Zo interpreteer ik het wel, want we hebben gewoon geen helder beeld hoe het precies zit bij de verschillende doelgroepen zit, zoals zzp’ers, werkende armen, lichtverstandelijk beperkten, bijstandsgerechtigden, ouderen en statushouders. Dat beeld hebben we gewoon niet. Monitoring en evaluatie is essentieel om te kunnen beoordelen: zitten we op de goede weg? Of moeten we als raad allerlei oplossingen beginnen of voorstellen, zonder dat wij daar sociale professionals eerst in horen? Voordat we fatsoenlijk kunnen beoordelen of we te weinig, voldoende of te veel geld beschikbaar stellen ... Dat zou D66 echt essentieel vinden. Niet alleen Zutphen worstelt met het bereiken van mensen met armoede. Dat probleem zie je bij alle gemeenten in Nederland. Dat is inderdaad nog moeilijker geworden in verband met corona.
Ja, ik vind het belangrijk daarbij toe te voegen dat armoede niet alleen gaan om meer geld, maar het gaat over sociale uitsluiting op vele levensdomeinen. Dat moeten we doorbreken, die vicieuze cirkel, middels armoedebeleid en …” De VOORZITTER: “Interruptie van mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Mag ik u er even op wijzen, mevrouw Ten Holder, dat wij hier niet vragen om méér geld, maar dat wij vragen om het beschikbaar houden van hét geld.” Mevrouw TEN HOLDER: “Datzelfde budget hebben we ook weer beschikbaar in de begroting van 2022 en volgende jaren. Ik heb nog niet gezegd dat wij als D66 tegen deze motie zullen stemmen, maar wij vinden de insteek van met oplossingen komen zonder een duidelijke analyse van de oorzaken waarom we jaar op jaar het besteedbare budget niet uitgeven, dàt vinden wij essentieel. Als daaruit blijkt dat er meer middelen beschikbaar moeten zijn, dan moeten die er gewoon komen. Dan vraagt dat om een keuze binnen de raad. Wij zijn voor een goede, deugdelijke analyse. We zien in het memo van het College dat daarvoor een bedrag van vijf ton wordt gevraagd, geloof ik. Daar zien wij extra inspanningen waarbij we
97
eigenlijk aan het College ook zouden willen vragen: hoe groot is daar de reële resultaatverwachting in? Want met alleen geld beschikbaar stellen, lijkt het alsof we tot een oplossing komen, maar volgens ons is dat een onvoldoende garantie dat wij dan ook een concrete stap verderzetten in de aanpak van armoede in Zutphen en dat is ook zeer zeker de intentie van D66.” Mevrouw WESTERIK: “Dan wil ik toch nog heel even mevrouw Ten Holder erop wijzen dat deze motie met name voortkomt uit te actualisatie van de tweede Burap. Dus, we hebben wel degelijk die stappen gevolgd. Dat vond ik toch wel even belangrijk om te benoemen. Dus, het is nu pas echt duidelijk.” De VOORZITTER: “Fijn. Dan geef ik het woord aan de wethouder.” Reactie College (Audiopositie 04:00:35) Wethouder WERGER: “Wat doe je als je belt en je zegt tegen iemand: “Je hebt recht op een tegemoetkoming. Je hebt recht erop dat wij jou kunnen ondersteunen.” Wat doe je dan als diegene tegen je zegt: “Ik wil het niet.” “Ja, maar je hebt er recht op. We kunnen het overmaken naar je. Je hebt gewoon hier recht op. Je hoeft er niks anders voor te doen.” “Dat wil ik niet, straks moet ik het terugbetalen. Nee, nee, nee, dat wil ik niet. Ik red het zelf wel.” Dat is wat er gebeurt, letterlijk.
Of we het willen of niet, moeten we dan mensen dwingen? Moeten we het door het strot drukken? Moeten we dan zeggen: “Nou we schrijven het toch op uw rekening over”? Dit is wat er gebeurt en dat is heel triest. Dat is ontzettend triest. Het is triest om te constateren dat mensen dus op de een of andere manier bang zijn dat ze het moeten terugbetalen. Het is ook zo, dat er mensen zijn – en dan denk ik inderdaad aan de zzp’ers, de kleine zelfstandige ondernemers – die zeggen: “Ik red het zelf wel. Hoezo: ik leef in armoede? Het gaat prima zo. Ik wil niks hebben” en al die verschillen die daar tussenin zitten. Het is ontzettend moeilijk om deze groep te bereiken. En we weten ongeveer wel waar ze zitten. We bellen ze dus gewoon op, maar het blijkt in de praktijk nog niet zo makkelijk te zijn. Dan snap ik dat er geld overblijft. Vind ik dat leuk? Vindt het College dat leuk? Natuurlijk niet. Als mensen ergens recht op hebben, dan moeten ze dat ook kunnen vragen en dan moeten ze dat ook krijgen. En toch zitten er andere factoren bij. Neem nou bijvoorbeeld het feit dat we in januari 2019 in totaal 1.650 mensen in de bijstand hadden. In november 2021 hadden wij er nog maar 1.450. Dus, ook zien we dat gewoon het aantal mensen dat zelf in het eigen inkomen voorziet en dus uit de armoede en de bijstand komt, groter is. Dat daar een beweging in gang is gekomen.
Zo zijn er vele feiten en cijfers die ertoe leiden dat we zo veel geld overhouden. En ja, dat is niet fijn en aan de andere kant: niemand van ons had in 2019 kunnen bedenken dat we zo’n groot vraagstuk rond energiearmoede zouden hebben. Doordat wij dat nu hebben en dat er ruimte is, doordat wij vet op de botten hebben, kunnen we dus ook opeens met elkaar gaan kijken: “Zouden we een verdubbelaar kunnen regelen? Zouden we die mensen die dat echt nodig hebben, die inderdaad met 16 graden thuis zitten …” Ik moet u heel eerlijk zeggen: ik woon in een Rijksmonument en mijn kachel zet ik ook niet altijd hoger, want ik betaal ook heel veel. Dat is koud. Dat realiseer ik me, maar dat kunnen we nu ook wel oplossen. Er is opeens wel ruimte om dus hier wat extra’s te doen. Dus, ben ik blij met het feit dat we het geld beschikbaar houden? Natuurlijk. Is het zo, dat we niks hebben gedaan? Volgens mij, hebben we met elkaar unaniem een schuldbeleid vastgesteld. Er is unaniem armoedebeleid vastgesteld. Je kunt niet zomaar even in een jaar of een paar maanden, iets veranderen. Daar is tijd voor nodig. Daar zijn wij met elkaar mee bezig, maar geef ons dan wel de
98
tijd om die beweging goed te maken. En zorg er dan voor, dat wij ruimte met elkaar nemen om te kijken wat er wel of niet werkt. Dat zijn we aan het doen. Dat staat ook in dat memo. Wat er ook in die memo staat, is: “Hé, we zien een aantal zaken dat we in 2017 hebben vastgesteld. Laten we nou eens even dat wat hoger zetten.” We zien een aantal zaken waarvan we denken: “Hier moeten we wat mee. Hier ontwikkelt zich wat.” Die memo geeft daar richting aan. Ik word harstikke blij van het geld beschikbaar houden om daar iets mee te doen. Wat ik vooral zou willen voorstellen, is dat naar aanleiding van de memo en alle gedachten die hier leven, dat een nieuwe gemeenteraad daar een goed Forum aan besteedt en dat we de stappen daarna gaan zetten naar de toekomst toe. Laten we hier niet met elkaar overhaast allerlei dingen doen, want volgens mij, is het da niet waard. Dit is zo’n belangrijk onderwerp en hier hebben we de afgelopen vier jaar zoveel goede stappen met elkaar in gezet .... Om dat nu overboord te gooien en te gaan zeggen: “Wij … Jij … We hebben niet goed gecontroleerd en dit en dat.” Dat hebben we samen met elkaar gedaan. Unaniem. Laten wij dat nu voortzetten. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan krijgen wij de tweede termijn. Zijn er nog nieuwe zaken die gezegd moeten worden? GroenLinks, de Stadspartij, de VVD, Burgerbelang, de PvdA.
GroenLinks krijgt het woord.” Tweede termijn (Audiopositie 04:05:02)
Mevrouw WESTERIK: “Dank u, voorzitter. Nou, blijkbaar schijnt een paar belletjes de oorzaak te zijn van de hele onderbezetting. Dat lijkt ons niet, want er ligt pas sinds een paar dagen een memo met deze voorstellen. Dus, ik blijf bij mijn eerdere woorden. Ik denk dat het heel goed is, dat we deze motie hebben. Daar wil ik het verder bij laten.” De heer PELGRIM: “Voorzitter, ik hoor de wethouder zeggen: “We moeten het eerst goed uitzoeken,” maar als ik nu op straat loop, hoor ik schrijnende gevallen. Een vrouw van 85 die haar verwarming om acht uur op achttien graden zet en daarna de hele dag op zestien graden laat staan, omdat ze bang is dat ze in de schulden komt. Dus zij heeft geen schulden, zij heeft een AOW. De hele dag met een deken om zitten, in huis. Dat soort gevallen, daar gaat het mij om. Dat is de stille armoede die er is.” De heer LOK: “Voorzitter, het meeste is eigenlijk al wel gezegd. Ik zou toch een oproep willen doen aan de indieners om in te gaan op de uitreikende hand van de wethouder, om hier ook in de nieuwe raadsperiode een Forum over te organiseren, zodat we het in breed verband daarover kunnen hebben. Niet alleen wat er nu moet gebeuren, met betrekking tot het budget, want er is eigenlijk helemaal geen aanleiding om te denken dat dat gekort zou worden of dat dat op de tocht zou komen te staan.
Dat we het er breeduit over kunnen hebben over hoe we dat armoedebeleid verder gaan vormgeven in de komende tijd. Dat zou ik dan toch wel als een oproep willen doen aan de indieners.” De heer VERSCHURE: “Dank u, voorzitter. Voorzitter, even een reactie op de heer Pelgrim. Volgens mij, is dat namelijk ook hét probleem. We weten niet waar die mensen zitten. U weet nu waar deze vrouw woont. Breng ze alsjeblieft in contact met de gemeente. Dat is dan - denk ik - ook onze taak, die we moeten oppakken. Mensen gaan, zeker die generatie, niet zeggen van: “Jongens, hallo. Ik zit hier en ik heb schulden of ik dreig in de schulden te komen.” Dat gaat niet gebeuren. Voorzitter, ik ben het met de heer Lok eens. Laat dit aan de nieuwe gemeenteraad over. Ga hier nog eens een keer goed over in discussie en ga waakzaam om met alle signalen die we krijgen van mensen in armoede, want dat is - volgens mij - ook onze taak als volksvertegenwoordigers. En dan de laatste - dat heeft niks met armoede te maken - maar op het moment dat partijen hier al gaan zeggen dat ze landelijk andere partijen wantrouwen, dan ben ik blij en dan ben ik ervan overtuigd dat ik bij een lokale partij zit.”
99
De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik vind het in ieder geval een goed teken dat alle partijen het een belangrijk onderwerp vinden en alle partijen zich gecommitteerd voelen om armoede effectief te bestrijden. Deze motie heeft ook niet de intentie om daar een helder onderscheid in te maken: dat de partijen die tegen zijn, dus tegen armoedebestrijding zijn. Dat willen we ook nadrukkelijk niet zeggen. Ik heb wel wat oproepen gehoord om het uit te stellen en een Forum hierover te houden. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Wat we juist in deze motie voorstellen, is om regelmatig het overleg tussen College en raad te hebben, om het goed te hebben over de voortgang van deze aanpak. Het is allemaal hartstikke mooi wat allemaal op papier staat in het memo, maar wat ik eerder al zei in de eerste termijn, worden we daar ook enthousiast over, maar nu komt het ook echt aan op de uitvoering. Dat het geen papieren werkelijkheid blijft en dat we - zoals we dat in de motie hebben voorgesteld regelmatig een Forum kunnen houden. Eigenlijk ook de handreiking die ik geef aan de woordvoerder van de VVD om dat wel te doen. Dus, volgens mij, zijn we het helemaal niet zo erg met elkaar eens.
Met deze motie zetten we bewust niet de boel op scherp en willen we juist ervoor zorgen dat er raadsbreed een debat blijft om armoede te bestrijden in Zutphen.” De VOORZITTER: “Dank u wel, tenslotte … Oh, nog meer. Ik had mijn lijstje al gemaakt. U moet meteen wel graag even u melden, want zo blijven we de hele avond vullen. Het CDA, Kies Bewust Lokaal. D66 had ik al gezien. Mevrouw Van Wamel, het CDA.” Mevrouw VAN WAMEL: “Ik ben blij om te horen dat de wethouder blij is met het overhevelen van de middelen, zodat de gelden beschikbaar blijven. Ik vind het wel belangrijk dat we dat juist met deze motie doen en de nieuwe raad daardoor meegeven van: “Er is geld. Je kunt er wat mee doen. Dat geldt ook voor het oproepen van Fora. We geven het mee. De helft van de raad is er straks niet meer. Dat zijn allemaal nieuwe mensen. Dus, dit is ook een kwestie van netjes doorgeven waar wij mee begonnen zijn. In die zin vind ik het helemaal niet gek om nu dan wel die motie aan te nemen en te zeggen: “Nou, wij hebben de paaltjes geslagen, vullen jullie het verder in?” Dank u wel.” (Audiopositie 04:10:00)
Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Wij hebben eigenlijk ook, als we het zo zien … De wethouder heeft er geen problemen mee dat ze extra geld ter beschikking krijgt. Dat ze het er extra bijhoudt, met de werkzaamheden die ze al keihard heeft ingezet, om te zorgen dat inwoners wel de armoede kunnen gaan bestrijden. Het is een ontzettend zware klus. Ook als ik u hoor vertellen, dat inwoners het niet willen. Ik denk zeker dat de toeslagenaffaire daar een bijdrage aan heeft geleverd. Dus laten wij als gemeente zorgen dat wij betrouwbaar zijn, dat wij mensen benaderen, dat de wethouder door kan zetten waar ze mee bezig is en dat wij iedere keer geïnformeerd worden en meegenomen worden in de stappen die gezet gaan worden op het gebied van armoede. Dan wensen wij vanuit Kies Bewust Lokaal, dat er vooral geïnvesteerd wordt in het voorkomen van armoede.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb het in mijn eerste termijn ook gezegd: armoede gaat niet alleen over geld. Voor D66 is het ontzettend belangrijk dat we tot goede monitoring en evaluaties komen en dat het meer een verantwoordelijkheid gaat worden voor Zutphen in z’n geheel. Dat er een agenda van de stad komt. Dat al onze sociale partners daarin ook meer aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid.
Dan heeft mijn partij er voldoende vertrouwen in dat de toekomstige raad op een goede manier het beleid gaat voortzetten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mogen wij dan overgaan tot stemming? Dat mag.” De GRIFFIER: De stemming is geopend (…) en gesloten met 22 stemmen vòòr en zes stemmen tegen.”
100
De VOORZITTER: “Dan is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
15
SLUITING (Audiopositie 04:12:12)
De VOORZITTER: “Dan was dit ons laatste agendapunt. Later dan normaal zijn wij klaar, maar u heeft nog een heleboel werk verricht vanavond. Dank daarvoor. Ik sluit deze vergadering. De laatste inhoudelijke, maar we nemen natuurlijk nog op een heel ander moment afscheid van elkaar. Ik wens iedereen heel veel succes met de verkiezingen. Ik sluit de vergadering.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 23.45 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 maart 2022,
, de voorzitter
, de griffier