CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen Raad 20 september 2021

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 20 september 202129.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vandaar dat mijn microfoon uit was.” De VOORZITTER: “Maar, wethouder, heeft u alle vragen beantwoord die in de raad zijn gesteld?” Wethouder BOSWINKEL: “Nee, dat heb ik nog niet.” De VOORZITTER: “Nee. Dus, gaat u verder.” Wethouder BOSWINKEL: “Wat vind ik van het amendement van ChristenUnie en GroenLinks over het vaststellen van randvoorwaarden?

599

Dit is mij gevraagd door de VVD onder andere. Dat er veel reuring is en veel weerstand rondom de RES en het vaststellen van de zoekgebieden, dat is evident. Ik heb ook met inwoners gesproken en ik heb met u gesproken. Wij spreken onderling en er zit hier natuurlijk ongemak. Als wij zorg willen dragen voor goede participatie van inwoners, van stakeholders ... Als wij zorg willen dragen voor het goed inrichten en uitvoeren daarvan voor integrale gebiedsontwikkeling waar zorg en borg is voor natuur én de financiële baten lokaal besteed kunnen worden, dan lijkt het mij een ontzettend goed idee om daar participatie met heldere randvoorwaarden in te stellen voor die initiatieven, mochten die komen in de zoekgebieden, als we die vastgesteld hebben. Er zijn meerdere zonneladders, werd aan gerefereerd. Of het handig zou zijn om daar er één van te maken. Dat lijkt mij wel. Nu is het zo - en die vraag heb ik ook in het Forum beantwoord - dat er een zonneladder in de RES staat en dat er vanuit de RES nu wordt gestuurd op een lokale zonneladder om verder uit te werken. Daar zou ik op zich voorstander van zijn. Als u dat anders ziet, kan ik dat natuurlijk anders meenemen naar de stuurgroep voor RES 1.0. De vorderingen van de taskforce op dak die ik inderdaad in het Forum heb genoemd, daar zijn wij drukdoende mee.

Waar dat dan over gaat, is dat wij een regierol zien in de gemeente voor het - onder andere - in kaart brengen van zon op dak bij particulieren, bij huurders, bij wooncorporaties en bij commerciële bedrijven. Wij kunnen daar zowel een verbinderrol spelen als datagestuurd daar van alles doen. Wij zijn daar nu de eerste opdrachten voor aan het formuleren, zodat wij daar snel mee aan de slag kunnen. Volgens mij, heb ik zo de vragen beantwoord.” De VOORZITTER: “Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Ja, voorzitter, ik heb de wethouder ook nog gevraagd wat zij op dit moment vindt van IJsselwind? Van de handelswijze van IJsselwind? En op welke wijze zij IJsselwind heeft geadviseerd over de stappen die IJsselwind moet gaan zetten?” De VOORZITTER: “Ja, wethouder.” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u, voorzitter. Ja, wij hebben u hierover vanuit het College een memo doen toekomen. IJsselwind wilde graag een snelle reparatie, ook in verband met subsidie. Wij hebben aangegeven dat wij geenszins van plan zijn om hier nog veel ambtelijke capaciteit in te stoppen of milieunormen vast te stellen die nu vanuit het Rijk in verband met het Arrest Nevelen niet gegeven kunnen worden. Dat is de mening van het college. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Ja, dan toch nog even een aanvullende vraag. Ik begrijp technisch inderdaad - denk ik - wat u zegt.

Dat is dan ook correct. Maar, wat vindt u hier nu zelf moreel van? Dus, niet technisch. Maar, wat vindt u nou moreel van de wijze waarop de IJsselwind handelt? Hoe ze omgaan met de inwoners? Dat ze gewoon in de krant zeggen van: “Ja, dit is even vervelend. Maar, als je even slikt, dan gaan we straks weer verder praten.” Wat vindt u daar nou zelf van? Is dat ook een moreel verwerpbare werkwijze, of zegt u van: ‘Zo werkt dat nu eenmaal.’ Wat vindt u daar nou van? De VOORZITTER: "Wethouder." Wethouder BOSWINKEL: “Dank u, voorzitter. Ik heb het idee dat u meer wat wil zeggen dan dat u mij een vraag stelt en dat is lastig voor mij. Dus, ik kan daar zo geen antwoord op geven.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel. Zijn er nog vragen aan de wethouder? De ChristenUnie.”

600

De heer VAN DIJKEN: “Ja, voorzitter. Ik was even benieuwd hoe ... Die vraag had ik ook gesteld, maar misschien niet duidelijk genoeg, over de positie van Liander. Hoe u als college daar tegenaan kijkt?” De VOORZITTER: “Ja. Wethouder.” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u, voorzitter. Ik heb ook naar aanleiding van de vragen daarover in het Forum een gesprek gehad met Liander hierover en hoe zij dit zien. Zij geven aan dat zij met de huidige biedingen in de RES rekening hebben gehouden en dat zij dat dus kunnen leveren, uiterlijk 2030, als dit allemaal in eerste instantie gerealiseerd zou moeten zijn.” De VOORZITTER: “Dan zag ik meneer Siemes nog.” De heer SIEMES: “Ja, dat was nog een vraag die - volgens mij - door de VVD werd gesteld, maar ook door anderen. Dat is de rol van de grote boeman ‘de Provincie’ en u gaf het zelf in het Forum ook aan. Maar, klopt het nu dan, dat de Provincie ons als een soort afvallige kolonie gaat beschouwen en een strafexpeditie stuurt? Klopt dit?” De VOORZITTER: “Dat heb ik de wethouder niet horen zeggen. Wethouder?” Wethouder BOSWINKEL: “Dank u, voorzitter. Ik betwijfel of er strafexpedities plaatsvinden vanuit de provincie.” De VOORZITTER: “Oké. Ik kijk even verder, anders gaan we door met de tweede termijn. Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Ja, voorzitter. Ik wil graag een ordevoorstel doen.

Ik wil u verzoeken om de vergadering even te schorsen tot tien uur om heel kort nog even na te denken over de amendementen ... Het nummer 1 amendement dat voorligt. De VOORZITTER: “En als u dan toch met elkaar aan het overleggen bent, kijkt u dan ook even tot hoe laat u vanavond wilt doorgaan en of u ook denkt dat we met elkaar de agenda kunnen afronden. Ik schors voor tien minuten.” De vergadering wordt kort geschorst. De vergadering wordt hervat.

Tweede termijn (Audiopositie 02.46.53)

De VOORZITTER: “Dames en heren, ik heropen de vergadering en als voorzitter doe ik eerst zelf een voorstel. Ik wil niet dat de raad nu onder zo’n tijdsdruk allerlei besluiten gaat wijzigen. Want, ik denk, dat dit niet voldoende doordacht is en het doet geen recht aan de tijd die u er allemaal in heeft zitten. Ik stel voor dat we dit punt nu echt parkeren. Daar gaan we nu niet meer op door. We gaan kijken of we kunnen verdagen tot de volgende raadsvergadering of dat het een eerdere besluitvorming vereist. Dan komen we met een nieuwe datum. Ik kan hier als voorzitter gewoon niet instaan voor de degelijkheid van de besluitvorming. De SP.” De heer DE RIDDER: “Daar ben ik het tot op zekere hoogte wel mee eens en niet mee eens, voorzitter. Ik merk ook wel dat heel veel sprekers - we zitten met elf fracties hier - ook niet echt heel concreet zijn. Dus, ik wil het voor vandaag best wel goedkeuren, allen ik wil ook wel even naar ons als raad kijken. Het was eerst normaal dat we gewoon één avond vergaderden, maar er zijn mensen die op dinsdagavond ook gewoon andere zaken moeten doen.” De VOORZITTER: “U loopt vooruit ...”

601

De heer DE RIDDER: “Ik wil gewoon een voorstel doen, voorzitter. Dat we dit gewoon eens goed gaan bespreken in het presidium en dat doen we al vaker, maar dan komt er altijd uit: ‘Ja, maar we gaan door op dezelfde voet.’ En volgens mij, hoor het niet op die manier te gaan. Dank u wel. De VOORZITTER: “Ik vind dit meer iets, inderdaad, om op een andere plek te bespreken en ik ga er helemaal niet vanuit dat we morgenavond verder gaan vergaderen. Maar, vooralsnog wilde ik kijken hoever we komen en dan kijk ik als er nog punten over zijn of die ook verdaagt kunnen worden naar de volgende raadsvergadering. Of niet en dat hoor ik dan van u. Dat betekent dan agendatechnisch dat we dus agendapunt 14 niet in stemming brengen en ook de amendementen niet. Wordt vervolgd. Dan gaan wij nu naar 15.a en 15.b.” Besluit: Behandeling wordt verdaagd tot nader order.

15

VASTSTELLING STRUCTUURBEELD KLEIN VATICAAN GRIFFIENR. 2021-0057 (Audiopositie 02.49.00)

De VOORZITTER: “Vaststelling Structuurbeeld klein Vaticaan. De motie is ingebracht over geen sloop Baudartius College. Ik ga eens even kijken wie daar het woord over wil voeren? Ik zie GroenLinks, de VVD, PvdA, D66, de SP, Burgerbelang, de Stadspartij en BewustZW. Oké, we gaan kijken hoe ver we komen. GroenLinks.” Eerste termijn De heer KRANS: “Ja, dank u wel voorzitter. GroenLinks is content met het structuurbeeld. Niet alleen omdat het een mooie denkrichting is, maar ook omdat het een mooie samenwerking is met partners zoals de Parochie, de Vrije School en Ons Huis. Dat betekent ... Dat zijn natuurlijk een aantal hoofdrolspelers in dit gebied en daardoor kan er werkelijk iets bereikt worden als alle neuzen dezelfde kant op staan. Dus, GroenLinks verleent graag haar steun aan het structuurbeeld. We hebben wel een aantal vragen en opmerkingen. Onze fractie kiest voor alsnog duidelijk voor scenario één, wat betreft het Baudartius: behoud en herbestemming, dat is in lijn met alle rapporten en adviezen over gemeentelijke monumenten. Wij vragen ons eigenlijk af ... Die vraag zou ik dus aan het College willen stellen, van waarom dan toch hier in dit structuurbeeld sprake is van twee scenario’s? Ook een scenario twee, waarin sprake is vaan sloop en nieuwbouw.

Zijn er bij het College plannen in die richting? Waarom wordt er niet gewoon aangesloten bij alle adviezen die in het verleden daarover opgesteld zijn? De motie van D66 die over Baudartius gaat, daar neigen wij naar om die te steunen, maar we willen ook wel graag horen hoe het College tegenover de formulering daarvan staat. Met name ook het punt van het weer een nieuw leven inblazen van de Vakgroep ‘Erfgoed Zutphen.’ Ik kan niet overzien of dat bepaalde consequenties heeft. Dus, daar wil ik graag nog even commentaar op. Maar, wij neigen er wel naar om die motie zeker te steunen. Dan wil ik nog even in brengen hier in de raad dat wij in het Forum gepleit hebben op nog een aanvulling op het structuurbeeld ten aanzien van het plaveisel. Het plaveisel, bijvoorbeeld, tussen de Beekstraat en de Haltestraat, dat is rampzalig voor ouderen en die heb je in deze buurt nogal veel. Dus, het gaat toch om een structuurbeeld. Als er nou op lange termijn iets aan het plaveisel moet gebeuren - herbestrating of wat dan ook - dat dan ook rekening wordt gehouden met toegankelijkheid voor, bijvoorbeeld, mensen met een rollator. En dat andere punt wat ik genoemd heb in het Forum, is dat van de speelgelegenheden.

Doordat er wat nieuw wordt gebouwd, zou de samenstelling van de bevolking, die nu heel erg bestaat uit ouderen, ook wel wat kunnen veranderen in meer kinderrijke gezinnen en dan moeten die wijken ook wel interessant zijn voor die kinderrijke gezinnen. Dat betekent onder meer - denk ik - dat ook daar in al die groene hofjes, ook wel ruimte is voor speelgelegenheid. Dank u wel.”

602

De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD.” Mevrouw SCHRIKS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij hebben ook met veel plezier de plannen gelezen die hier nu voorliggen. We hebben daar overigens wel een paar opmerkingen over. Wat zojuist mijn voorganger al zei: Het is goed dat er zoveel wordt samengewerkt en met partners wordt gesproken. Dat is goed voor het draagvlak en dat mensen zich daarin kunnen vinden. Maar, dit is een structuurbeeld. Dus het is ‘slechts’ een structuurbeeld. Dat betekent dat er nog van alles en nog wat moet gebeuren. In 2017 is er begonnen. Het is nu 2021 dus we zijn al vier jaar verder en het duurt ook nog eens een heel aantal jaar voordat er dingen zijn gerealiseerd. Daarbij is de grote vraag natuurlijk: ‘Wie gaat dat betalen?’ En op wie dat gaat betalen is eigenlijk nog niet echt zicht. Dus, wellicht nog wel een uitdaging voor ons om te zorgen dat wat wij allemaal willen ook echt werkelijkheid wordt gemaakt. Daar kijken wij dan met veel enthousiasme, of nieuwsgierigheid, naar. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de Poort van Zuid. Dat gaat natuurlijk ook niet zoals wij dat hadden gewild. Nou, ik weet niet hoe het gaat met de financiën de komende jaren, maar het zou dus best kunnen zijn, dat het nog best lastig wordt.

Maar, wij vinden in ieder geval wel het plan aansprekend zoals het er nu zo ligt en dat geldt ook voor de ideeën en de visies die erachter zitten. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u, dan gaan we naar de PvdA.” De heer BLOEM: “Ja, dank u voorzitter. Het voorliggende plan ziet eruit als een goed en weldoordacht, plan. Met partners opgesteld. Als het wordt uitgevoerd, geeft het ook ruimtelijk gezien een goede impuls aan de noordkant van het centrum en worden ook andere doelstellingen behaald. Zo ook op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Eén doelstelling waar wij nog wel vragen over hebben, is met name de vraag: als dat gebied ontwikkeld wordt en er komen woningen, komen er dan ook woningen waar een jong stel uit Zutphen zou kunnen wonen? Kunnen zij daar een huis kopen als die woningen daar worden gebouwd? Want, dat zou toch heel mooi zijn als wij als gemeenschap 2,8 miljoen euro in dat gebied willen investeren, dat onze toekomstige jonge gezinnen daar ook gaan wonen en het gebied niet alleen ontwikkeld wordt voor mensen uit de Randstad die dààr een woning voor veel geld verkopen en het hier opkopen. Ik vraag toch even omdat dit wel issues zijn die er spelen.

Toen we begonnen met Klein-Vaticaan, dat nog niet zo pregnant was, maar juist dit structuurbeeld die mogelijkheden nog laat ...” De VOORZITTER: “Interruptie van D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Loopt u nu als PvdA niet te ver op de feiten vooruit? Want, we geven nog geen invulling en ik hoor u ook een bedrag noemen dat geïnvesteerd zou gaan worden. Maar in het Forum is heel nadrukkelijk door het College uitgelegd dat het eigenlijk alleen maar indicatief is en er nog geen besluit voorligt?” De VOORZITTER: “De PvdA.” De heer BLOEM: “Nee, dat klopt. Het is inderdaad indicatief, maar het stààt er wel. Dus, als wij een ambitie neerleggen over wat er ongeveer nodig is om die impuls in de openbare ruimte te investeren, dan moet je ongeveer wel aan de orde van grootte van deze bedragen denken. Dat is ook wel goed, dat dit tenminste wordt genoemd, het geeft enigszins richting aan de discussie. Het is ook niet zo, dat het meteen wordt uitgegeven. Ook terecht wordt aangegeven dat zoveel mogelijk koopfinanciering wordt gezocht en ook de Provincie geeft steeds meer mogelijkheden om met specifieke programma’s daarin mee te doen. Dus, wat ik eerder al zei in mijn betoog, dat ik deze aanpak om met verschillende partners te werken juist heel goed vindt ...

Het is ook een ontwikkeling die in 2015 is gestart en gaandeweg in zo’n traject zie je ook dat andere issues steeds pregnanter worden en één issue wat nu heel

603

erg speelt in Zutphen is, wat ik net noemde: dat als we als gemeenschap tijd en energie steken in de ontwikkeling van zo’n gebied, dat we ook willen dat uiteindelijk die woningen worden ontwikkeld en betaalbaar zijn voor onze eigen inwoners. Dat vind ik geen rare vraag.” De VOORZITTER: “Interruptie. Meneer Jansen, BewustZW.” De heer JANSEN: “Voorzitter, volgens mij, is het punt van de PvdA wel duidelijk. Dat hoeven we niet tien keer te herhalen. We hebben er hier in de raad al zo vaak met elkaar over gesproken dat we allerlei doelstellingen hebben. Bovendien hebben we de Woonvisie, die we binnenkort weer bespreken. Dus, dat is juist het moment om ook met elkaar te kijken: wat willen we en wat gaan we doen voor de komende jaren? Plus het feit dat die perceeltjes - om klein-Vaticaan maar als een perceel te betitelen - die komen dan allemaal voorbij om te kijken waar we nu op gaan inzetten en waar we op gaan sturen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Bloem, kunt u uw betoog afmaken?” De heer BLOEM: “Ja, dat zeker. Dat komt inderdaad ook nu bij deze discussie terug. Dus, ik heb nog wel één vraag, in ieder geval. Ook omdat in de plannen stond, dat er de intentie was om voor jongeren huisvesting te ontwikkelen. Klopt het dat het pand van de Morgenster daarvoor bedoeld is? Als er één verhelderende vraag die niet helemaal duidelijk in de eerdere bespreking naar voren kwam ...

Die vraag vind ik belangrijk te stellen omdat dat te maken heeft met het onderwerp. Dan heb ik nog één punt wat ik wilde opmerken over het amendement van D66. Voor ons heeft de woningbouw prioriteit. Door met een amendement op voorhand aan te geven welke ontwikkeling een bepaald pand moet hebben, daarmee maak je misschien ook andere ontwikkelingen onmogelijk. Wij vinden als PvdA echt het te vroeg om nu al te sturen op de status van een amendement. Mocht het wel de uitkomst zijn, dan is het prima ...” De VOORZITTER: “Interruptie van D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Het is geen amendement, maar een motie. Er wordt niet gevraagd om de functie zoals in het structuurbeeld is geschetst. De functie van wonen of de functie van cultuur, om daar iets aan af te doen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De PvdA.” De heer BLOEM: “Nee, ik kan begrijpen dat andere partijen zo’n waarde als het huidige pand zo belangrijk vinden dat hier een motie voor wordt ingediend. Dat is een keuze die ik ook goed begrijp. Wij vinden een andere waarde belangrijk en dat is, dat je ruimte geeft aan de ontwikkeling van het gebied waarbij je ook andere waarden, zoals goed betaalbare woningen realiseren, daarin meeneemt.” De VOORZITTER: “Ik zou u allemaal willen verzoeken om toch wat puntiger te zijn in uw formuleringen, want anders komen we echt niet verder met deze agenda.

Meneer Brunsveld.” De heer BRUNSVELD: “Meneer Bloem, dus u vindt het op zich geen heel vervelend idee als dat pand van Baudartius wordt afgebroken van woningbouw, is dat wat u nu ook zegt?” De VOORZITTER: “Meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Nee, niet per se. Maar, wat ik ook zeg, is dat je niet op voorhand moet zeggen dat dit pand koste wat het kost moet blijven staan. Dàt is wat ik zeg. En sorry dat mijn betoog wat lang duurt, maar ik ben volgens mij vier keer geïnterrumpeerd en daar kan ik niks aan doen.” De VOORZITTER: “U bent nu klaar? Dank u wel. Dan ga ik naar D66.”

604

Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal een aantal onderdelen schrappen in verband met de tijd. Ik hou het zo kort mogelijk, maar ik wil toch nog gezegd hebben dat stadsontwikkeling zo’n belangrijk deel is. Dat moet je meteen in één keer goed doen. Er liggen prachtige kansen voor de toekomst en dat zien we ook heel duidelijk in het stuk terug. Eigenlijk zijn wij ook heel content met het plan zoals het voorligt. Maar, wij hadden dus één groot probleem en dat is de reden waarom er een motie is ingediend. Dat probleem werd eigenlijk net ook al door GroenLinks aangekaart en ik kom daar zo op terug. We zijn ook heel blij om te lezen dat de voorrang aan de fietser en de voetganger in het gebied wordt gegeven. Ook veel aandacht voor vergroening en verkoeling en wat D66 betreft, is dat ook voor het Hubertusplein het uitgangspunt. We zien een duidelijke lijn in het plan, wat betreft de koers naar natuurhistorische waarden. Het is voor D66 belangrijk, want cultureel erfgoed houdt ons dna van de historische stad levend. Daar moeten wij zuinig op zijn, zodat het ook voor volgende generaties behouden blijft. Dat is de reden waarom wij ... Omdat er op pagina 31, twee scenario’s worden geschetst. Want, er worden namelijk veel meer monumenten genoemd in het hele stuk. Maar, als het gaat om de Baudartiuslocatie dan worden er twee scenario’s geschetst.

En dat betekent dat wij vinden, als D66, deze keer als raad eens vroegtijdig kleur moeten bekennen zodat hiermee een kostbaar en langdurig traject, zoals we dat bij de meisjesvakschool hebben gezien, voorkomen wordt. De discussie is dus actueel omdat hier een plan voorligt waarin twee mogelijkheden voor het Baudartius zijn opgenomen. Het zijn de sloop of behoud. Dat vinden wij ook wel bijzonder, omdat de historische erfgoedverenigingen al veel jaren pleiten voor behoud. De Vakgroep Monumentaal Erfgoed Zutphen - door een vorig College in het leven geroepen - heeft dat pand in 2018 al op de tweede plaats gezet en het pand stond ook op een gemeentelijke intentielijst. Wij vinden het dus echt een gemiste kans dat het College zich op voorhand niet duidelijk heeft uitgesproken en geen helder kader voor het Baudartius neerzet. Het is een historisch pand uit de Delftse School en dat zou dan eventueel gesloopt mogen worden als we dit plan zo aannemen. De fractie van D66 is van mening dat behoud van monumentaal erfgoed dus van belang is. Het is de Delftse School, dat is een bouwstijl tussen ongeveer 1925 en 1955. Het is een traditionele stijl: schoonheid lag in de eenvoud en de bestemming van het gebouw kwam tot uitdrukking in de vorm. En dan komt ‘ie: Publieke gebouwen hadden meer monumentaal karakter.

Nou, dat hebben dus al heel veel én organisaties, maar ook de gemeente zelf is dat opgevallen en wij waren ook eigenlijk in het Forum best wel content met de reactie van het College, dat er goed werd gekeken naar het monumentaal erfgoed en dat er versnelling in zou komen. Maar, wij vinden het toch ontzettend belangrijk om deze motie vanavond door de raad ... dat daar duidelijkheid in komt: krijgt die motie steun en wordt die aangenomen? Omdat we gewoon willen voorkomen zelfde dat we eenzelfde soort historie gaan creëren als bij de Meisjesvakschool en we zijn blij dat Kies Lokaal deze motie mede indient. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar de SP.” De heer DE GROEN: “Dank u wel voorzitter. Ik zal het iets korter maken: akkoord met het hele plan, met de toevoeging dat er ook voor mensen uit Zutphen wordt gebouwd in het lagere en middensegment. De motie van D66 is sympathiek, maar we willen eerst graag horen wat de mening is van het College.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dat was inderdaad lekker kort. Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, Klein-Vaticaan, hier heb ik als klein Rooms-Katholiek jongetje heel wat voetstappen liggen. Sint Jan, de kleuterschool bij de nonnen. Het Hubertusgebouw, Sint Elisabeth en de korte overstap naar het Christelijke Baudartius college.

En door deze persoonlijke historie gaat mij dit gebied aan en ben ik blij dat er eindelijk een structuurbeeld ligt. Toch is er nog een paar kleine punten dat mij zorgen baart. Op pagina 35 van het structuurbeeld staat nog steeds: ‘Sloop Sint

605

Anna en Sint Josef.’ Dit zijn gemeentelijke monumenten. Dus, dat lijkt me niet van toevoeging dat die daar staan. Dus, ik zou dat eigenlijk wel aangepast willen zien. D66 heeft vandaag een motie ingediend, als het gaat om het behoud van het schoolgebouw van Baudartius. Burgerbelang zou deze motie steunen om de discussie - dus bijvoorbeeld over de Meisjesvakschool - in de toekomst te voorkomen. Echter, er zijn nog wel meerdere panden in het Klein-Vaticaan die in aanmerking komen voor de status ‘gemeentelijk monument’. Neem de Mariaschool: deze staat nog niet op de gemeentelijke monumentenlijst. Het lijkt Burgerbelang zaak om dit duidelijk in kaart te brengen. Is het College hier al mee bezig? Daarnaast is het zaak om de verdere invulling van de openbare ruimte te spreken en met de VNambassadeurs te kijken naar de toegankelijkheid binnen dit gebied. Verder is deze structuurvisie een mooie basis om een historisch stukje Zutphen weer de glans te geven die het ooit in z’n rijke, mooie Roomse leven heeft gehad in het stadsdeel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan de Stadspartij.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij met de structuurvisie die er nu ligt: een mooie ontwikkeling in dit gebied. De Stadspartij is ook blij met de motie die is ingediend door D66, want het Baudartiuspand ... We hebben hier te maken met wederopbouwarchitectuur.

Verder heb ik een vraag, namens de Stadspartij, aan de wethouder. Want, wethouder, hoe mooi zou het zijn als we jongerenwoningen mogelijk zouden kunnen maken met behoud van het historisch karakter van het voormalige Baudartius College. Onze vraag is ook: ‘Welke rol kunt u hierin spelen als gemeente?’ en: ‘Is het voor u een uitdaging om hierop voor te sorteren?’ Verder zouden wij graag wat meer willen weten over hoe het staat met de participatie van de omwonenden, burgers in het project en ook mijn sympathie voor meneer Verschure. Ik denk dat het goed is om in kaart te gaan brengen om welke historische panden het nu gaat. Wat gaat er gesloopt worden en wat niet? Ik denk dat we daar eerst met elkaar goede afspraken over moeten maken. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar BewustZW.” De heer JANSEN: “Voorzitter, in het Forum heb ik al aangegeven hoe we erover denken. Eén punt wil ik toch even uitlichten. Er staat namelijk in de besluittekst - ik zeg het even zonder punten en komma’s want die staan er ook niet in en dat is écht onduidelijk – (citaat) “Het structuurbeeld Klein-Vaticaan vast te stellen als in samenwerking opgesteld kwaliteitskader waarbinnen in de komende periode uitvoering kan worden gegeven aan de wensen en ambities voor het gebied.” Ik heb het aan de wethouder gevraagd. Die probeerde daar een antwoord op te geven, naar mijn inzichten.

Je kunt er van alles op denken, je kunt erop inzoomen, maar het is natuurlijk wel vaag. Ik heb al eens eerder gezegd, dat we - volgens mij - dat soort besluitteksten niet moeten opschrijven want, daar begrijpt niemand wat van. Ik heb een poging gedaan het te begrijpen en ik heb de indruk dat ik het begrijp. Maar, ik zeg het toch hier nogmaals, kijkend naar het voorstel wat hier nu ligt. De kans is groot, dat een aantal gebouwen wordt gesloopt. We hebben de afgelopen periode vaker momenten gehad dat we zeggen: ‘Ja, is het wel gelopen zoals we hadden gedacht als raad, zoals het had moeten lopen?’ Je zou kunnen zeggen: ‘Ik wil in beginsel geen sloop.’ Zo denk ik er ook over. Maar, we willen de gebiedsontwikkeling wel ruimte geven. Dat betekent dat het College niet tot sloop overgaat, anders dan dat een voorstel ook aan de raad wordt voorgelegd. Dus, dan laat je de ruimte om de plannen verder te ontwikkelen. Want, het zou best kunnen zijn, dat er mogelijkheden zijn in het huidige Baudartius College, maar dan moet je aan allerlei bepalingen voldoen. Misschien kan het helemaal niet, misschien komt er wel weer iets anders moois uit. Geen idee. Maar, het College ...” De VOORZITTER: “Interruptie van meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Ja, dank u voorzitter. Ik hoor graag uw betoog meneer Jansen.

Kan ik eigenlijk uit uw betoog concluderen dat voor het behouden van monumenten het niet nodig is om moties in te dienen? Maar, dat het ook via een andere weg kan?”

606

De VOORZITTER: “Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, in beginsel hoeft dat natuurlijk niet. Dat is hier vanavond ook aangegeven dat die ruimte in het vervolg ook aanwezig is ...” De VOORZITTER: “Nog een interruptie. Sorry, van D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag aan mijn collega Van Brunsveld vragen wat hij heeft geleerd van het hele traject ‘Meisjesvakschool’ en of hij daar geen conclusies uit heeft getrokken?” De VOORZITTER: “Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Nou, voorzitter. Ik heb daar geen conclusies uit getrokken. Het is niet anders dan dat we in de raad een besluit hebben genomen op informatie waarvan we dachten dat we een structuur hebben. Dat is misschien anders gelopen dan we dachten, maar daarom ben ik er nu scherper op: zorg ervoor, dat als je in het volgende traject met plannen en voorbereidingen bezig bet, zorg dan ook, dat je met eventuele sloop ook privaatrechtelijke afspraken maakt met welke partijen dan ook en je teruggaat naar de raad van: “Dat is de verdere uitwerking, zo ziet het eruit en beste raad bent u het eens dat we het ook zo doen?”’ Meestal hoort dat wel bij het College, maar in dit soort gevallen is het beter om dit bij de raad neer te leggen om te toetsen wat de raad daarvan vindt, volgens mij. Ik hoor graag van het College wat ze daarvan vindt, kijkend naar de motie die daar ligt.

Voorzitter, ik heb het vaker gezegd dat er allerlei groepen in het verleden zijn geweest die allerlei adviezen, al dan niet wettelijke adviezen, konden geven. In deze gevallen ben ik blij dat die er niet meer zijn. Ik denk dat het niet verstandig is om dergelijke groepen weer in het leven te roepen. Ik vind dat we ook in de tijd van het nú moeten kijken. Wie daar ook iets van denkt, moet dat kenbaar maken in de vorm van participatie. Dat hoeft niet wie dan ook te zijn. De VOORZITTER: “Ja, interruptie: D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Er staat ook heel nadrukkelijk: “Op wat voor wijze dan ook.” Er wordt dus eigenlijk gevraagd: alle erfgoedverenigingen die we lokaal hebben, een vakgroep, College, kijk in het traject wat u gaat lopen hoe die betrokken kunnen worden.” De VOORZITTER: “Ja. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Ja, voorzitter. Dat begrijp ik, maar ik weet ook hoe het eerder is gegaan. In het verleden waren dergelijke groepen er ook. Maar, zij hadden een soort adviesrecht bij het College liggen, of ze hadden afspraken waarbij bijna niet aan dat soort adviezen voorbij kon worden gegaan door het College of de raad. Die periode hebben we afgesloten: we doen het op de werkwijze zoals we het nu hebben met elkaar en ik denk dat het College ook verstandig is als ze zeker naar de raad toekomt, met welk plan dan ook. En op tijd.” De VOORZITTER: “Ja.

Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw Ten Holder: “Ja, heel kort nog. Dank u, voorzitter. Ik vind het jammer dat er de hele tijd wordt teruggegrepen op een of ander verleden. We hebben het gewoon over nù en we willen het College vragen of dat een nieuw leven kan worden ingeblazen. Dus, we hebben het niet over het verleden. De heer JANSEN: “Voorzitter, heel kort, hoor. Maar, volgens mij, ben ik heel duidelijk. We moeten participeren, dat is ook een toverwoord hier. Dat gaan we ook doen met elkaar. Dat betekent dat elke individu die hier iets van vindt, ook in het vervolgproces, en dat hoeft niet in verenigingsverband en ook niet in adviesverband of welke groep dan ook: dat kan altijd.

607

De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan tenslotte Kies Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wij worden hier eigenlijk ook wel heel blij van. Al helemaal omdat we het ook heel levend hebben meegemaakt toen er een rondleiding was waar wij met veel plezier van hebben genoten en waarin wij ook partijen hebben gesproken in Klein -Vaticaan. Het was erg behulpzaam om ook stukken daarover te lezen. Wat wij belangrijk vinden om de motie te steunen van Baudartius, is omdat we inderdaad niet dezelfde gevolgen willen hebben zoals van de Meisjesvakschool, maar dat we duidelijkheid gaan brengen, ook naar eventuele investeerders. Als ik iedereen hoor, dan denk ik dat er in KleinVaticaan heel veel kansen liggen voor jonge gezinnen, voor oudere gezinnen, voor bejaarden, voor iedereen die maar in Zutphen zou willen wonen. Dit plan is daar heel helpend bij. Het enige waar wij ons nog wat zorgen over maken, dat zijn dan natuurlijk de financiën. Het is ook logisch dat het nog niet bekend is omdat nog niet alles is ingevuld. Maar, waar wij voor willen waken, is dat wij willen voorkomen dat als wij nu instemmen met dit plan er straks te veel geld nodig is - dat we niet hebben - en dat er dan gezegd kan gaan worden: “Ja, maar u heeft ingestemd. Dus we moeten nu wel.” Dus, wij willen daar wel heel kritisch in zijn en we zijn benieuwd wanneer daar wat meer duidelijkheid over komt.

Want, er zijn wel bedragen genoemd, maar ja, dat is absoluut niet duidelijk. Voor de rest vinden we het een schitterend plan met veel mooie kansen en we hopen dat die goed en optimaal benut gaan worden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan heb ik de ronde gedaan. Dan zou ik eerst aan wethouder Ten Broeke willen vragen om te reageren en daarna aan wethouder De Jonge, als het gaat om de motie. Oh, wethouder Ten Broeke doet alles.” Reactie College (Audiopositie 03.14.02) Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel voorzitter, ik doe alles. Ik reageer ook tegelijk op zowel de reactie op het structuurbeeld, als op de moties. Alles tegelijk. Ik begin ook meteen met de reacties inzake het Baudartiuspand. In het structuurbeeld wordt inderdaad zowel een optie voor herbestemming, als voor sloop genoemd. Dat komt omdat wij nog in verkenning zijn wat de best mogelijke toekomst is voor die plek en wat tegelijkertijd ook op dit moment loopt, is het doorgaan met mogelijk nieuw aan te wijzen monumenten in onze gemeente. Dat staat daar even los van, maar natuurlijk komt het Baudartiuspand daar ook mogelijk voor in aanmerking. Die heeft ook al op de lijst gestaan, zoals genoemd. Ik wil u over enige tijd graag apart informeren over hoe wij omgaan met het aanwijzen van mogelijk nieuwe monumenten. Daar zitten we namelijk middenin en dat heeft hiermee te maken.

We willen het zorgvuldig doen, maar uiteraard wel vòòrdat het pand de huidige functie verliest. Want, anders dan komen we in herkenbare situaties die niemand wil. U begrijp wat ik bedoel, denk ik. Maar, dat proces loopt en volgens mij loopt dat goed. De motie, zoals ingediend, die loopt vooruit op dit proces. Daar kunt u als raad uw redenen voor hebben om dat te doen, maar ik heb in ieder geval net geschetst hoe wij er op dit moment al mee bezig zijn en volgens mij, is dat een manier die ook een goede afloop kent. In ieder geval een tijdige afloop om tot een besluit te komen over de toekomst van het pand. Dan ga ik even in op alle aspecten wat betreft de woningbouw in het gebied. Verschillende locaties zijn genoemd in het structuurbeeld en eigenlijk geldt voor de woningbouw dat er voor iedere mogelijke plek nog een heel traject aan voorafgaat. Wat voor programmeringen? Wat voor exacte soorten? Wat voor categorieën komen daar? Ik kan me voorstellen dat als u het structuurbeeld leest, dat u denkt, dat hierin al allerlei keuzes gemaakt worden. Maar, natuurlijk houden wij daar als gemeente grip op. Dus, daar komen we bij de uitvoering nog op terug, bij de uitzonderlijke locaties. En wat voor woningbouw op wat voor plek komt, daar gaat een bredere discussie aan vooraf.

608

Eén opmerking kwam nog voorbij over speelgelegenheden in dit gebied. Daarvoor is het goed om te weten dat het de bedoeling is om in 2022 sowieso ook het speelbeleid te herzien. Dus, dat is daarvoor ook van belang. Een specifieke opmerking nog over de Sint Anna School en Sint Jozef School, waar de heer Verschure ook nog jeugdherinneringen aan heeft. Dit zijn monumenten. Zij worden genomen in het structuurbeeld als verschillende modellen waarbij sloop gesuggereerd wordt, dat komt uit 2017. Maar, ik wil daar ook duidelijk over zijn: het zijn monumenten die niet voor sloop in aanmerking komen. Ja en verder wil ik nogmaals ...” De VOORZITTER: “Ik heb nog een vraag van D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja een korte vraag, dank u, voorzitter. Zegt u eigenlijk dat monumenten niet gesloopt mogen worden?” De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder TEN BROEKE: “Ja, mij is hier geen procedure bekend waarbij men bij een monument zomaar tot sloop overgaat. Dat zie ik zeker bij deze gebouwen ook niet voor me. Wat ik verder nog ...” De VOORZITTER: “Burgerbelang, sorry wethouder. Interruptie.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, blij om te horen. Ik had ook niet anders verwacht. Maar, volgens mij, kan dan gewoon met de editing daar een dikke streep doorheen gehaald worden. Dan is het weg, dan staat het niet meer ergens en dan is het gewoon klaar en helder.” De VOORZITTER: “Dank.

Wethouder.” Wethouder TEN BROEKE: “Wat mij betreft wel. Maar, daar kan ik nu alleen even procedureel op reageren, dat het structuurbeeld zoals dit er nu ligt, enige tijd geleden als concept is afgerond en naar uw raad is toegestuurd. Dus, daar kan ik geen streep meer doorheen halen. Maar, volgens mij, is dat zoals hier in deze raad is besproken en vastgelegd ook nog audiovisueel. Dan kan het volgens mij geen kant meer op. Wat ik eerder in het Forum ook al heb benadrukt en nogmaals wil doen, is dat het een structuurbeeld is en dat we bij de uitvoering nog allerlei stappen tegenkomen waar we nog allerlei afwegingen bij zitten. Dus, daar laat ik het graag even bij.” De VOORZITTER: “Fijn ik ga even kijken. Tweede termijn.” Tweede termijn (Audiopositie 03.19.01)

De VOORZITTER: “Ik zie Burgerbelang en D66. Gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ‘n hele korte vraag, want daar heb ik geen antwoord op gekregen. Mijn vraag was: Hoe gaan we om met de VN-ambassadeurs met betrekking tot de toegankelijkheid? Die zouden hierbij betrokken worden, of althans, mijn vraag was of we die mensen hierbij betrekken? Daar zou ik graag een antwoord op willen hebben. De VOORZITTER: “En D66?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik heb geen vraag.” De VOORZITTER: “Oh, ik dacht ...”

609

Mevrouw Ten HOLDER: “Ik had gewoon voor de tweede termijn mijn hand opgestoken.” De VOORZITTER: “Ja, gaat uw gang.” Mevrouw Ten HOLDER: “Oh, nou ik ben blij met de woorden van de wethouder. Ik hoor de wethouder eigenlijk zeggen dat ze volop bezig zijn met de monumentenlijst. Ik denk dat het daarom alleen al fijn is dat we vandaag die motie in stemming brengen, want dat betekent maar dat er geen kans is dat het Baudartius gesloten gaat worden als we nu zeggen: “Zet het op de monumentenlijst.” Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Anderen nog voor de tweede termijn? Ja, ik zie helemaal links de SP.” De heer DE GROEN: “Dank u wel, we zijn altijd links. Sympathie voor de motie van D66 en nog meer sympathie als er ook nog jongerenwoningen in komen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Nog één vraag gehoord aan de wethouder over de VN-ambassadeurs.” Reactie College tweede termijn (Audiopositie 03.20.24)

Wethouder TEN BROEKE: “Ja, ook daar kan ik alleen maar positief op reageren. We hebben hier eerder bij stilgestaan, in z’n algemeenheid, om VN-ambassadeurs te betrekken bij de ontwikkelingen. Volgens mij, is dit hier een mooi voorbeeld van hoe we het in de praktijk kunnen brengen. Dus, ik hoop ook over enige tijd ook een terugkoppeling te kunnen geven van hoe wij daar in de praktijk mee omgaan.” De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Even kijken, kan ik dan constateren dat u allemaal zou instemmen met het structuurbeeld? Ja? Oké. Dan is dat dus aldus besloten. Besluit: Voorstel aangenomen. De motie ‘geen sloop Baudartius College’. Ik heb het idee dat we daarover moeten gaan stemmen. Dat gaan we ten minste nog een keer oefenen. Oh, wat gebeurt er? Mevrouw van Dijk?” Mevrouw VAN DIJK: “Ik wil graag een hoofdelijke stemming.” De VOORZITTER: “Een hoofdelijke stemming. Oké. Ik neem dat daar een inhoudelijke argumentatie achter zit? Goed. Dan gaan wij hoofdelijk stemmen. We hebben het over de motie, graag vóór of tegen.” Mevrouw KLEIN-RENSINK: “Vóór.” Meneer LOGEMANN: “Vóór.” Meneer KRANS: “Vóór.” Mevrouw WESTERIK: “Vóór.” Meneer BRUNSVELD: “Vóór.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vóór.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” Mevrouw SCHRIKS: “Vóór.” Meneer HISSINK: “Tegen.” Meneer PELGRIM: “Vóór.” Meneer BOERSBROEK: “Vóór.”

610

Mevrouw AKKERMANS: “Vóór.” Mevrouw MOESTER: “Tegen.” Meneer MANDERS: “Tegen.” Meneer HISSINK: “Tegen.” Meneer BLOEM: “Tegen.” Meneer YILDIRIM: “Vóór.” Meneer SIEMES: “Vóór.” Meneer VERSCHURE: “Vóór.” Meneer VAN DIJKEN: “Vóór.” Meneer JANSEN: “Vóór.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vóór.” Meneer RUTTEN: “Vóór.” Meneer MÜLLER: “Vóór.” Mevrouw MULLER: “Vóór.” Meneer DE RIDDER: “Vóór.” Meneer DE GROEN: “Vóór.” De VOORZITTER: “Eventjes ruimte om te tellen. 21 vóór en zes (6) tegen. Dan is de motie aangenomen.” Besluit: Motie aangenomen. De VOORZITTER: “Dan kijk ik even naar de tijd. Het is tien vóór elf en dan zou ik eigenlijk willen voorstellen om de rest van de punten door te zetten naar een volgende raadsvergadering. Ik zie geen grote ... Iedereen vindt het jammer en iedereen heeft het liefst z’n eigen motie eerst, maar ... Meneer Brunsveld?” De heer BRUNSVELD: “Ja, ik doe toch even een poging. De SP heeft een motie ingediend over het ziekenhuis. Die lijkt mij buitengewoon actueel op dit moment? Is het een optie om die nog te behandelen? Die andere punten kunnen wellicht even wachten.” De VOORZITTER: “Ja, dan is dat een idee om dat wel kort en bondig te doen. Ik zag ook GroenLinks?” Mevrouw WESTERIK: “Ja, over de handhaving in het sociaal domein. Volgens mij, was dat vrij duidelijk en kunnen we dat ook vrij snel - volgens mij - met elkaar afstemmen.

Toch?” De VOORZITTER: “Nou, agendapunt 16 heeft geen haast, volgens mij. Ja, ... dan moeten we. De raad moet ook een keer naar zichzelf kijken en misschien zelf toch ook even kijken naar de planning van zo’n avond. Ik stel voor dat we in ieder geval de motie van het behoud verloskunde doen. Die had ik zelf ook al gezien en die is natuurlijk superactueel. Maar, laten we het daarbij laten en dan gaan we met de Griffie, in overleg met de presidiumvoorzitters, wel kijken wat wijsheid is. Maar, in ieder geval niet morgenavond. Ja? Oké.”

AGENDAPUNTEN 16, 17 EN 18 ZIJN NIET BEHANDELD 16

BELEIDSPLAN HANDHAVING SOCIAAL DOMEIN GEMEENTE ZUTPHEN 2021-2024 GRIFFIENR. 2021-0079

17

MOTIE: DUURZAAM EN INTEGRAAL HERSTELPLAN CORONA GRIFFIENR. 2021-M0021

611

18

MOTIE: CORONA GEDENKPLAATS GRIFFIENR. 2021-M0029

Besluit: Agendapunt 16, 17 en 18 zijn niet behandeld.

19

MOTIE(s) vreemd aan de orde van de dag 19a: Motie behoud verloskunde in het Gelre ziekenhuis Zutphen

(Audiopositie 03.33.53)

De VOORZITTER: “Dan een vriendelijk verzoek om, kort en bondig de motie verloskunde te behandelen. Dan geef ik als eerste natuurlijk het woord aan de SP.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal het daadwerkelijk kort houden en het is een verademing om te horen dat ik morgenavond naar een andere afspraak kan gaan. Ik begin met een van de verhalen uit het verhalenboek uit het actiecomité van Red het Gelre: “Onze zoon kwam zeer onverwacht met 32 weken op de wereld. Wonen in Warnsveld was er nog nauwelijks om in het ziekenhuis te komen. We waren net op tijd en door zeer snel en goed optreden van de gynaecoloog heeft onze zoon het gered. Hij lag in een stuit, er moest een spoedkeizersnee nadat zijn hartslag daalde. Als we verder hadden moeten rijden, had mijn zoon de geboorte waarschijnlijk niet overleefd. Deze familie is een van velen die gered zijn door de goede zorg in het Gelre ziekenhuis. Maar 16 september werd duidelijk dat vanaf deze week de verloskunde-afdeling in het Zutphense Gelre ziekenhuis is gesloten. Daarin staat Zutphen niet alleen. Alleen al in de komende weken sluiten er verloskunde-afdelingen in Nieuwegein, Stadskanaal en Hoogeveen en meneer Galjee – alom bekend in deze gemeenteraad – geeft aan dat er een personeelstekort is en dat ‘ze’ - de Gelre Ziekenhuizen - niet genoeg kunnen garanderen dat er kwaliteitszorg wordt geleverd.

Dat verloskunde-afdelingen door het hele land sluiten, is geen plotseling fenomeen. Er zijn meerdere oorzaken die hiervoor hebben gezorgd. Het eerste: werk op de verloskunde-afdeling is zwaar en onregelmatig. Daarnaast is het slecht betaald werk, vergeleken met andere functies in de zorg. Als je je suf werkt op een afdeling en je je longen uit je lijf werkt, maar je er weinig voor terugkrijgt, dan ga je ook kijken naar plekken waar je meer gewaardeerd wordt. Ten tweede, dat is misschien echt nog belangrijker, is dat de macht van particuliere zorgverzekeraars zo groot is en de gevolgen hebben we hiervan al kunnen ervaren en ervaren we nu al. Dat is dat zij met hun macht proberen hun zorgkosten zo laag mogelijk te houden en daarmee druk bezig zijn om daar waar het kan afdelingen te sluiten. Want één ietwat grotere afdeling verloskunde is goedkoper om te onderhouden dan twee kleinere in verschillende ziekenhuizen. De hoge bestuurderslonen moet immers ergens van betaald worden ... De reden die ze daarvoor geven is de 45 minuten norm. Oftewel de regel, dat iedere inwoner binnen 45 minuten het ziekenhuis moet kunnen bereiken. Dat is in ons opzicht gewoon spelen met vuur. Ik had niet willen weten wat er was gebeurd als dit eerdere verhaal wat ik net aanhaalde deze week was gebeurd.

Dat het bestuur van het Gelre zo laat op de rem trapt en naar de media stapt, had niet hoeven te gebeuren en toch is het gebeurd. Want, ik kan natuurlijk ook niet op de stoel van de communicatieafdeling van het Gelre ziekenhuis zitten en kijken of het expres nu wordt verteld, terwijl de hele stad in rep en roer is over de toekomst van het ziekenhuis. Maar ik kan hier in ieder geval wel mijn twijfels over hebben. Want het ziekenhuis moet nu een keuze maken: kiezen tussen jaknikken naar machthebbende zorgverzekeraars en een mogelijke, blijvende sluiting van de verloskunde. Of als bestuur zelf het voortouw nemen en meer geld van de verzekeraars en het kabinet eisen om dit soort wanpraktijken te voorkomen. Als hij er dan toch is, kan hij er meteen

612

voor zorgen dat er genoeg geld is voor het gehele ziekenhuis in Zutphen. Dan is het idee van gesloten afdelingen iets van het verleden. Laat deze motie een steun in de rug zijn voor hen.” (Audiopositie 03:36:46)

De VOORZITTER: “Dank u wel. Korte reacties? Mevrouw Schriks, u wacht even. We kunnen ook meteen stemmen. GroenLinks.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, ik wil er toch nog even wat over zeggen. Hoewel wij in het begin vraagtekens hadden bij deze motie, omdat inderdaad - zoals gezegd - de verloskundeafdeling niet moedwillig, maar inderdaad door personeelstekort op dit moment gesloten zou zijn. Maar als we inderdaad kijken naar de bedrijfsvoering en de keuzes die op dit moment worden gemaakt zijn die zeker niet ten gunste van de goede zorg voor ons en onze mede-inwoners. Daarom steunen wij deze motie. Want, ook wij vinden dat elk signaal moet worden afgegeven ten behoeve van het behoud van een volwaardige zorg in haar verzorgingsgebied. Dit is een noodzakelijk signaal.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken, meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Ja, het is laat. Ik had hier een heel betoog over kunnen houden. Dit moet mij wel van het hart. In de laatste berichtgeving, ook vanuit deze raad, is het een heel sterk “wij” / “zij” verhaal geworden met het ziekenhuis. Ik neem daar afstand van. Burgerbelang neemt daar afstand van. Het ziekenhuis is niet onze vijand. We hebben nu mensen, politici gezien, ook in de media die het ziekenhuis van van alles betichten, zoals dat ze geen gevoelens zouden hebben voor onze burgers. Of dat ze een speelbal zijn van de politiek of van verzekeraars.

Dat ademt dit helaas ook uit. Het is echt een kwestie van: wij mogen als Zutphen ook dankbaar zijn voor dit ziekenhuis. Wij mogen ook wel eens een handreiking doen. Wij kunnen niet aan het ziekenhuis opleggen: doe dit, doe dat en doe wat wij zeggen. Dat is ons recht misschien helemaal niet. Wij moeten de hand reiken. Dat is ook mijn vraag aan de wethouder: wat wordt voor actie hier nu ondernomen? Voor de motie betreft punt 1: ja, staat hier ‘afkeurt’. Ja, zoals GroenLinks het al aangaf: ik denk dat we meer moeten aangeven dat we betreuren. Want, ook het ziekenhuis kiest hier niet voor, ook de verzekeraars kiezen hier niet voor. De vraag om te pleiten bij het kabinet. Ja, moeten wij aan een ziekenhuis gaan vragen dat zij bij het kabinet … Ja, het staat heel paternalistisch. Ik kan daar heel moeilijk achter gaan staan. Het laatste punt, ja, daar kunnen wij wel volledig achter staan. We zullen waarschijnlijk deze motie ook wel steunen, maar wel met deze opmerking en ook voor het vervolg van deze discussie. Want, we zullen het er wel vaker over hebben. Het ziekenhuis is niet de vijand en wij mogen best wel eens gaan helpen.” De VOORZITTER: “Ik ga niet elke keer de SP weer het woord geven, hè. Dat doen we gewoon één keer. Even een rondje fracties maken. Nee, nee. Een rondje fracties, dan mag u nog een keer reageren. Wat zegt u?” De heer MÜLLER: “Wij houden de hele avond onze mond.

Wij zeggen niets. De heer De Ridder wil …” De VOORZITTER: “Meneer, we doen dit steeds zo. Als u een motie indient, net zoals het College, we maken een eerste ronde. Na de eerste ronde krijgt u de gelegenheid om gebundeld te reageren. Dan gaan wij eventueel door met een tweede ronde. Zo doen we het altijd, ook nu. Ik kijk gewoon. Ik laat u ook niet te veel elkaar interrumperen. Ik wil graag toe naar een afronding van de avond en ook recht doen aan uw motie. De VVD.” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, ik ben me bewust dat ik wellicht niet voor de hele VVD spreek, maar ik sluit me heel graag aan bij de woorden die net zijn uitgesproken door Burgerbelang. Het is niet

613

aan ons om op dit moment … Straks komt er een andere afdeling en dan krijgen we een andersoortige motie. Ik ben het daar niet mee eens.” De VOORZITTER: “Ik kijk even verder rond. Fracties die willen reageren? Kies Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel. Ik kan deels met de SP meegaan met de zorgen die ze hebben, dat de verloskundigen juist op dit moment stopgezet worden. Alleen, onze ogen zijn wel opengegaan tijdens de bijeenkomst in het Gelre. Daar hebben ze ons heel duidelijk uitgelegd wat de reden is waarom ze bepaalde specifieke zorg onder één ziekenhuis willen laten gelden, bijvoorbeeld Apeldoorn of Zutphen of Deventer, waardoor mensen meer gespecialiseerd werk gaan afleveren. Ik heb het onlangs meegemaakt in Haarlemmermeer, waar 154.000 inwoners wonen. Daar moet je gewoon met hartklachten naar Haarlem en niet naar Hoofddorp vlakbij. De VOORZITTER: “Het gaat nu over de motie over verloskunde.” Mevrouw ACKERMANS: “Dat snap ik, voorzitter, met alle respect. Maar ik zou toch graag mijn verhaal willen uitspreken. Want, wij focussen ons nu alleen maar op dat wij niet alle zorg in Zutphen houden. Maar dat is er al niet. Als ik nu een hartaanval krijg, word ik ook naar Arnhem of naar Zwolle gebracht.” De VOORZITTER: “Ik onderbreek u wel. Want, dit gaat niet over de motie. De motie gaat over verloskunde.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, klopt. Het is één onderdeel.

Maar als iemand bevalt en het gaat fout, moet ik ook naar Arnhem toe en niet in Zutphen, omdat ze die zorg nu ook niet hebben en vorige week ook niet en de week ervoor ook niet. Ze willen het meer specialiseren. Ik denk dat we beter het gesprek aan kunnen gaan met het Gelre en kijken wat echt noodzakelijk is voor onze inwoners. Verder zal ik dan m’n mond maar houden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. CDA.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel. Wij zullen van harte instemmen met deze motie. Het kan niet zo zijn dat met de geboortegolf die corona heeft veroorzaakt – min of meer – die er nog aankomt, dat het levens gaat kosten van kinderen in Zutphen, omdat hun moeders niet op tijd in het ziekenhuis kunnen zijn om daar geboren te worden. Mijn kinderen waren niet in leven geweest als ik hier niet had kunnen bevallen. Dus, ik voel dit zeer mee. Wij zullen vòòr stemmen.” De VOORZITTER: “Burgerbelang … Ik bedoel BewustZW.” De heer JANSEN: “Andere partij, voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Westerik, GroenLinks.” De VOORZITTER: “Dank u wel. D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, verloskunde heeft gewoon jaren als de belangrijkste en meest kwalitatieve afdeling van het ziekenhuis bekend gestaan. Het moment en de maatregel vinden wij zo verstrekkend dat we die motie op dat eerste punt ook helemaal kunnen steunen.

De andere twee punten, daar hebben we wat meer moeite mee.” De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. De PvdA.” De heer BLOEM: “Ja, dank u, voorzitter. Wij steunen deze motie ook. Dit moet niet worden gezien als een aanval op het ziekenhuis, maar juist als een signaal van betrokkenheid van volksvertegenwoordigers die nog eens benadrukken hoe belangrijk verloskunde is in het ziekenhuis van Zutphen.”

614

De VOORZITTER: “Dank u wel. De Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Wij zullen ook de motie steunen. Alleen, er zijn wel andere argumenten die dit teweegbrengen, zoals het personeelstekort. Dus, wij willen het ziekenhuis daarbij ook wel een steuntje in de rug geven. Dus, we vinden het treurig dat we deze motie moeten aannemen, maar we zullen deze wel steunen.” De VOORZITTER: “Oké. Dank u wel. Tot slot, de SP.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Het had een interruptie kunnen zijn, maar ik zal het gewoon even kort zeggen. We moeten dankbaar zijn. We moeten het ziekenhuis vooral een steun in de rug bieden. Volgens mij, doet dit voorstel dat ook. Als ik in ieder geval Burgerbelang zo hoorde, dan weet ik niet of ik met Burgerbelang aan het praten ben of met bestuurdersbelang. Maar ik ben blij om te horen dat tenminste het grootste gedeelte van de raad deze motie steunt en daar zal ik het bij houden.” De VOORZITTER: “Fijn. Dan gaan we nu over tot stemming. Mevrouw Schriks.” Mevrouw SCHRIKS: “Ik wil graag een hoofdelijke stemming aanvragen.” De VOORZITTER: “Ja. Dat lijstje heb ik hier toevallig liggen. U wilt gewoon, niet hè, met z’n allen. Meneer Siemes.” De heer SIEMES: “Ik had nog een vraag gesteld aan de wethouder of er contact was geweest of hoe de communicatie was verlopen over dit onderwerp.” De VOORZITTER: “Er is contact geweest, ja.

Dat kan ik u zeggen.” De heer SIEMES: “Maar? Wat was de uitkomst daarvan? Nee, ik had net een vraag gesteld aan de wethouder over de communicatie over dit onderwerp met het ziekenhuis. Of hier contact over is geweest, over de sluiting van de verloskunde.” De VOORZITTER: “Ja, dat zeg ik u. Er is contact gezocht met het College. Ik vertel u, dat dat zo is. Die is … ongeveer op hetzelfde moment heeft u op de fractievoorzittersapp het nieuws ook kunnen vernemen. Ik antwoord dat omdat ik ben gebeld. Ik ga nu over tot de hoofdelijke stemming. Te beginnen met mevrouw Kleinrensink.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vóór.” Meneer LOGEMANN: “Vóór.” Meneer KRANS: “Vóór.” Mevrouw WESTERIK: “Vóór.” Meneer BRUNSVELD: “Vóór.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vóór.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” Meneer HISSINK: “Vóór.” Mevrouw SCHRIKS: “Vóór.” Meneer PELGRIM: “Vóór.” Meneer POERSBROEK: “Vóór.” Mevrouw AKKERMANS: “Tegen.” Mevrouw MOESTER: “Vóór.” Meneer MANDERS: “Vóór.” Meneer HISSINK: “Vóór.” Meneer BLOEM: “Vóór.” Meneer YILDIRIM: “Vóór.”

615

Meneer SIEMES: “Vóór.” Meneer VERSCHURE: “Vóór.” Meneer VAN DIJKEN: “Vóór.” Meneer JANSEN: “Vóór.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vóór.” Meneer RUTTEN: “Vóór.” Meneer MÜLLER: “Vóór.” Mevrouw MULLER: “Vóór.” Meneer DE RIDDER: “Vóór.” De heer DE GROEN: “Vóór.” De VOORZITTER: “25 voor, twee stemmen tegen. Dan is de motie dus aangenomen.

20

SLUITING

De VOORZITTER: “Dan beëindig ik nu de raadsvergadering, maar ik wil u namens de jarige job nog wel uitnodigen om even het glas te heffen om op zijn verjaardag te drinken. Ik sluit de vergadering. (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 23.10 uur)

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 oktober 2021,

, de voorzitter

, de griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=0bd62f8d-0410-4f35-b001-63f655b2c47f