Handelingen Raad 12 en 13 juli 2021
Tekst van het document
De winst van dit beleidsplan zit - wat D66 betreft - in het versterken van de zogenaamde ‘nulde lijn’, maar ook het zo vroeg mogelijk starten met kwalitatieve en betaalbare voorzieningen die de opgroeikansen
549
voor kinderen en jongeren verbeteren. Dat is heel hard nodig, vooral nu uit het onlangs verschenen rapport van de SER blijkt, dat ons onderwijssysteem juist de tweedeling nog vergroot. Er is een goede koers uitgezet in deze notitie. Nu nog een goede monitoring, zodat we als raad zicht houden op de uitvoering. Wat D66 betreft, zou het fijn zijn als we van allerlei incidentele projectsubsidies, die wij ook kennen - kijk naar het onderwijsachterstandsbeleid - structurele subsidies zouden kunnen maken. Want, het blijkt dat dát vooral helpend is - of het nou het onderwijs of de zorg betreft - om een goede structuur op te bouwen, om juist aan die tweedeling en aan gelijke kansen voor kinderen goed te werken. Dank u wel.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. De Stadspartij vindt dat er een mooi beleidsplan ligt. We hebben het dan ook uitvoerig besproken in het Forum. De complimenten voor de wethouder. Mooi dat dit ook samen met de ketenpartners is opgesteld. Maar, ook mooi dat er ervaringsverhalen zijn opgenomen en dat die ervaringsverhalen ook zijn gebruikt in het opstellen van dit beleidsplan. Wij kunnen ons vinden in de doelstellingen die er staan. Wij vinden ook dat we veel meer aan de preventieve kant moeten komen en dat we heel veel preventieve maatregelen moeten nemen om te voorkomen dat jongeren jeugdzorg nodig hebben.
Ambitieus, maar het gaat over de toekomst van onze inwoners. En, waar begint de toekomst? Die begint bij de jeugd. Dus, we vinden het heel belangrijk om de jeugd de zorg te geven die zij nodig hebben, ook om te voorkómen dat zij eventueel zorg nodig hebben. Wij steunen dit beleidsplan. We vinden het ambitieus en zijn heel benieuwd hoe het uitwerkt. We willen graag meegenomen worden in de monitoring. We zullen vóór dit Beleidsplan Jeugd stemmen.” (Audiopositie 01:03:18)
Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Er zijn verschillende momenten geweest waarop wij over het beleidsplan Jeugd hebben gesproken. Dat is afgerond in het laatste Forum. Daar heb ik al de loftrompet geblazen. Een aantal jaren geleden zag ik het echt heel somber in, wat het beleid voor de jeugd betreft, omdat het leek alsof in Zutphen alles nogal vastlag. Het is verrassend, zoals de wethouder kans heeft gezien - ook met een paar pilots - om de zaak behoorlijk los te krijgen en vooral de grote beweging te maken naar preventie. Die preventie gaat - wat de VVD betreft niet alleen maar over de kinderen, de jeugd, maar met name ook over de ouders. Omdat is gebleken, dat in veel gevallen de ouders een stuk ondersteuning nodig hebben. Ik hoop dat daar voldoende aandacht voor blijft. Verder is de VVD erg blij met de insteek van de wethouder, dat zij toch zo min mogelijk etiketten wil plakken. Etiketten plakken, kan helpend zijn, als je financiële stromen wilt laten gaan, maar het is voor vrijwel ieder kind alleen maar een last en geen winst. Wij zijn ontzettend blij met dit plan. Gedurende de periode dat de wethouder met de ambtenaren hiermee bezig was, heeft ze ook telkens er blijk van gegeven, dat ze onze opmerkingen serieus nam. Die heeft zij verwerkt. We hebben zelfs een mooi beeld gekregen op één A4 van wat het Jeugdplan inhoudt.
En, we zijn ook heel blij, dat zij met name aandacht is gaan geven aan drugs en alcohol, omdat dat toch ook in Zutphen absoluut een belangrijk punt is in de opvoeding van de kinderen. Dus, het is een mooi plan. In het Forum heb ik haar toegewenst, dat over een paar jaar misschien dit beleidsplan zodanig vorm heeft gekregen, dat ze daar een mooie presentatie van kan maken: “Zo doen wij dit in Zutphen.” Ik wens haar dat van harte toe.” De heer YILDIRIM: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we zijn tevreden met het beleidsplan dat nu voorligt. Wij zien dat er veel meer wordt samengewerkt met de andere betrokken gemeenten en ketenpartners. Wij, als Burgerbelang, zijn natuurlijk voorstander van het samen oppakken van problemen. Maar in dit beleidsplan zien wij, dat er een verandering komt in het sociaal domein. Eìndelijk een verandering. Toch zijn er zaken in het beleidsplan waarmee wij moeite hebben, onder andere: werken met budgetplafonds. De wethouder heeft ook aangegeven, dat zij ook geen voorstander was van het werken met budgetplafonds, maar dat zij wel gelooft in dit voorstel en de vroegtijdige aanpak. Wij vertrouwen op haar woorden en het werk dat de wethouder heeft verzet. Wij verwachten ook zonder problemen verder te gaan. Burgerbelang zal dit kritisch blijven volgen. Dank u wel, voorzitter.”
550
De heer VAN DIJK: “Dank u, voorzitter. Ik ben niet zo lang van stof, denk ik. In het Forum is al genoeg gezegd over dit onderwerp. Ook hebben wij daar onze waardering uitgesproken. Wij hebben met name onze waardering uitgesproken, omdat alle betrokkenen bereid waren over hun eigen grenzen te kijken. Als er ergens sprake was van ontschotting, dan was het hièr wel, bij de opstelling van dit beleidsplan. Ik hoop van harte dat onze kinderen daarvan profijt hebben. Ik hoop tevens dat dit een voorbeeld is voor alle andere beleidsterreinen, om bij vragen over de eigen schuttingen heen te kijken. Dank u, voorzitter.” (Audiopositie 01:07:43)
Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben trots. Ik ben niet zo vaak trots op een stuk dat er ligt, maar nu ben ik wel erg trots hierop. Trots op de manier waarop we dat samen hebben gedaan. Alle raadsleden hebben samen hard gewerkt, de ambtenaren hebben heel hard gewerkt en ook het College heeft heel hard gewerkt om dit samen voor elkaar te krijgen. Ook in de samenleving zijn heel veel verhalen opgehaald. Met de ketenpartners is samengewerkt. Met de mensen om wie het gaat, die gebruik maken van de jeugdzorg - zowel ouders als jongeren - is gesproken. Alles bij elkaar heeft gemaakt, dat hier echt een plan ligt dat ook door iedereen gedragen wordt en waarvan iedereen denkt: dit zou wel eens heel goed kunnen gaan werken. Sterker nog: een aantal onderdelen loopt al en werkt al heel goed. Dus, ik ben hier ontzettend trots op. Het is ook een voorbeeld van hoe we dat kunnen doen met beleid. Ik hoop dan ook, dat we ook op andere beleidsterreinen op deze manier kunnen gaan werken. Ik hou echt heel erg goed in de gaten hoe dit verder gaat lopen. Dank u wel.” Mevrouw DOLFING: “Dank u wel, voorzitter. Ook van GroenLinks op dit moment geen inhoudelijke opmerkingen meer. En dat kan ook haast niet, door de integrale manier waarop dit plan tot stand is gekomen, en de manier waarop de raad en ketenpartners heel goed zijn meegenomen en blijvend worden meegenomen.
Ik kan me wel aansluiten bij de woorden van mevrouw Van Wamel, dat het belangrijk is om te blijven kijken hoe vanuit het beleidsterrein Jeugd, maar ook vanaf andere terreinen, met dit plan verbinding kan blijven worden gelegd. Wij zullen het zeker met warme belangstelling blijven volgen en kijken uit naar de monitoringbijeenkomst dit najaar.” Mevrouw MÜLLER: “Dank u wel, voorzitter. Er is inderdaad heel veel gepraat over dit stuk. Dat gesprek is goed, volgens mij. We hebben het veel gehad over preventie, over de integrale aanpak, over de samenwerking, ook over de gesprekken die zijn gevoerd met de mensen en jongeren die straks of nu al te maken hebben met het plan dat hier voorligt. Wat ons erg aanspreekt, wil ik even uitlichten: dat is de manier van werken met de zorgaanbieders. Niet meer op inkoop en concurrentie, maar op langlopende afspraken, op basis van subsidies. Ik hoop ook dat we daarmee vooral doorgaan. Want, volgens mij, kunnen we dan mooie dingen gaan neerzetten.” Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. We zijn het eens met de mooie woorden die zijn gesproken over dit prachtige en vooral vernieuwende beleidsplan Jeugd. In het Forum had ik al gevraagd naar de extra jongerenwerkers. Eén is al begonnen bij Perspectief en de andere bij een andere organisatie. Echter, jongerenwerkers worden betaald met de coronagelden. Dit is dus niet structureel.
Dus, dat verdient nog aandacht. Ik sluit me aan bij de woorden van D66, die ook daarover sprak. Probeer om structurele financieringen te organiseren. Afgesproken is ook, dat elke drie maanden een Forum wordt gehouden over een bepaald thema van het beleidsplan. Ons idee is om ‘n keer een Forum te houden over jongeren om daar de specifieke problematiek rond jongeren te bespreken en ook het effect van corona daarin mee te nemen. Dan kunnen we ook kijken of je ‘handen en voeten kunt geven’ aan het preventieve van de jongerenwerkers, dat je dat ook kunt staven met resultaten. Tot slot, kunnen wij concluderen, dat we - volgens de Burap1 - dit jaar binnen het budget voor de jeugdzorg zijn gebleven en dat daarmee de bezuiniging gehaald lijkt te worden. Dank u wel, voorzitter.” De heer JANSEN: “Dank u wel, voorzitter. In het Forum is al een en ander gezegd, ook door mij. Daar zijn ook opmerkingen gemaakt. Voorzitter, het beleidsplan Jeugd heeft een prima proces
551
doorlopen. Er zijn ook veel betrokkenen gehoord en die hebben ook invloed gehad op het beleidsplan. Een aantal jaren geleden heb ik in de gemeenteraad gezegd, dat de wethouder “de tanker moet bijsturen”. Ze reageerde nogal boos en ik moest mijn woorden terugnemen. Ik heb dat vorige week ook nog even in het Forum gezegd. Mevrouw De Jonge gaf dat ronduit toe. Ze zei: “Ik had inderdaad toentertijd misschien wel anders kunnen reageren.” Maar, we zijn nu op een punt met elkaar dat daadwerkelijk die tanker bijgestuurd gaat worden. En, we zijn in die zin trots op het College, maar ook - als ik het zo hoor in de gemeenteraad - trots dat we dit proces met elkaar zo hebben kunnen invullen, dat we nu een beleidsplan Jeugd hebben. De vraag is altijd weer: neem de raad en de partijen mee in de processen! Blijf dat op tijd doen en zorg ervoor; niet alleen voor dit proces. We hebben dit nu al een aantal keer meegemaakt en dat blijven we natuurlijk ook doen. Dus, de oproep is: neem de raad tijdig in de processen mee, zeker gezien het feit dat we nu halverwege het jaar zijn, richting de verkiezingen volgend jaar. Ik noem het maar vast. We gaan ook naar de begrotingsbehandeling toe. Dan is het zó belangrijk om te weten, hoe op dat moment de zaak ervoor staat en dat we werkelijk de jeugd preventief gaan helpen in dit proces.
Voorzitter, we zijn het vierkant eens met het voorliggende voorstel.” De VOORZITTER: “Dat is heel mooi. Ik hoor eigenlijk heel veel waardering en enthousiasme en zelfs trots. Dat is mooi. Die boodschap geven wij graag door aan de wethouder. Ik constateer dat er verder geen vragen zijn gesteld. Er zijn wat opmerkingen gemaakt, die wij ons natuurlijk ter harte nemen. Dan geef ik er zo meteen een hele dikke klap op, omdat u unaniem akkoord bent. Besluit: Aangenomen.
5
OVERDRACHT VAN PLAN VAN AANPAK LHBTI+ TOT BELEIDSVORMING EN UITVOERINGSAGENDA AAN HET COLLEGE VAN B&W GRIFFIENR. 2021-0073 (Audiopositie 01:14:15)
De VOORZITTER: “Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 5 ‘Overdracht van plan van aanpak LHBTI+ tot beleidsvorming en uitvoeringsagenda aan het College van B&W’. De SP wil het woord voeren.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Misschien toch een ordevoorstel: ik gok dat wij, als hele raad, wel vóór zullen zijn bij punt 5. Het tweede ordevoorstel is, of wij punten 6 en 7 gezamenlijk kunnen behandelen. Dus, dat de eerste en tweede termijn over beide voorstellen gaan. Dat scheelt ons ook in de tijd, denk ik.” De VOORZITTER: “Dank voor de hulp. Dat gaan we doen. Dat zijn onderwerpen die allemaal bij elkaar horen, wat mij betreft. Waarschijnlijk wilt u allemaal het woord hierover voeren. Ik begin met mevrouw Van Dijk.” Eerste termijn Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Daarna graag het woord aan mevrouw Van Wamel en vervolgens aan mevrouw Kleinrensink. Vijf jaar geleden behandelde de raad een motie die pleitte voor de aanleg van een regenboogzebrapad. Het zebrapad is er nog niet gekomen, omdat daaraan ook verkeerstechnisch ‘haken en ogen’ zitten. Maar, een aantal fracties heeft ervoor gezorgd, dat de aandacht op het onderwerp ‘Ruimte voor LHTBI+’ op de agenda bleef staan. Een initiatiefgroep van een drietal raadsleden en twee COC-ambassadeurs uit Deventer ging aan de slag.
Het onderwerp kwam in de portefeuille van de wethouder Sociaal Domein, destijds wethouder Withagen, met ‘n bescheiden ambtelijke ondersteuning.
552
Een jaar later, in oktober 2017, is de gemeente Zutphen-Warnsveld opgenomen in de landelijke lijst van regenbooggemeenten. Daarmee gebeurt er nog niets vanzelf. De aandacht is gegaan naar de beleidsterreinen waar het gemeentebestuur verantwoordelijk voor is: onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg. In 2020, mede door de beperkingen in contacten vanwege corona, bleek de initiatiefgroep niet voldoende directe invloed te kunnen uitoefenen. Nu kan het plan van aanpak voor de komende jaren, via de raad, worden overgedragen aan het College, om tot een beleidsnotitie met een uitvoeringsprogramma te komen. Het sleutelwoord in dezen is: ‘diversiteit’. Ik geef het woord graag door aan mevrouw Van Wamel en daarna aan mevrouw Kleinrensink voor de inleiding.” Mevrouw VAN WAMEL: “Diversiteit is iets anders dan inclusiviteit. Inclusiviteit gaat namelijk over dat je kunt meedoen als je een beperking hebt. Wat ons betreft, gaat je geaardheid nooit over een beperking. De initiatiefgroep heeft heel hard gewerkt om de diversiteit te bevorderen, om verdraagzaamheid te bevorderen, om activiteiten die vanuit de samenleving kwamen te ondersteunen, onder andere het Café Inclusief. Dat heet dat wel weer ‘Inclusief’, maar u snapt het punt. Daar zijn verschillende thema’s geweest.
Wat daar ook gebeurde, is dat het besef langzaam doordrong - ook bij ambtenaren die aanwezig waren, bij het College dat aanwezig was - dat het nog niet zo vanzelfsprekend was, dat mensen geaccepteerd worden. Dat veiligheid helemaal niet vanzelfsprekend was. Dat het helemaal niet vanzelfsprekend was, dat mensen van hetzelfde geslacht hand in hand in Zutphen door de straat kunnen lopen. Dat is verdrietig. Het werk is dus ook nog niet klaar. Vandaar ook, dat wij graag het plan van aanpak overdragen en ook zeker in de gaten zullen houden, dat er nog wat mee gebeurt. Een van de thema’s die in Café Inclusief aan de orde kwam, was sport. Tot onze grote schrik kwam helemaal niemand van de besturen van de sportverenigingen die we hadden uitgenodigd, opdagen. Helemaal niemand. We kregen reacties van sportverenigingen, waarbij werd gezegd: “O, maar wij hebben helemaal geen LHBTI’ers in onze vereniging.” Nou, statistisch kan dat niet. Maar, het zegt wel iets over hoe hierover wordt gedacht. En, daar is helaas nog veel werk te verzetten. Dus, wij wensen het College erg veel sterkte en zeker succes met het uitvoeren van dit plan van aanpak.” (Audiopositie 01:19:28)
Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u, voorzitter. En, dank aan mevrouw Van Dijk en mevrouw Van Wamel. Ik kan me inhoudelijk helemaal aansluiten bij hun verhaal. Een paar jaar geleden heeft de initiatiefgroep het nieuwe logo van Zutphen regenbooggemeente overhandigd aan het College. Nou raken we fonteinen kwijt. Dus dat zo’n logo ook kwijtraakt, is dan niet zo gek. Dus, wij hebben nu voor ieder lid van het College een nieuw exemplaar. Die kunnen ze op hun kamer hangen. We hopen dat ze bij elk nieuw beleid of uit te voeren beleid even eraan denken dat wij een regenbooggemeente zijn, en dat ze altijd nadenken over de doelgroep. Vanavond viel al een paar keer de term ‘uit eigen zak betaald’. Het ging over bankjes of fonteinen. Mevrouw Van Dijk, mevrouw Van Wamel en ik hebben dit écht uit eigen zak betaald. Dus, wees er héél zuinig op. Dank u.” (Exemplaren worden uitgereikt.) De VOORZITTER: “Dank, mevrouw Kleinrensink en mevrouw Van Dijk. Gaat u nog iets zeggen? Dat is niet het geval. Ik zie een reactie van D66. Ik ga zo even een ronde maken.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Allereerst, een groot woord van dank en een compliment aan de werkgroep. Dat is echt op z’n plaats. D66 blijft zich inzetten voor de sociale acceptatie en veiligheid van LHBTI’ers in onze gemeente. Mevrouw Van Dijk noemde het net al: na een eerst ingediende motie, die ook weer werd ingetrokken.
In 2016, heeft D66 samen met GroenLinks aan de wieg gestaan van het initiatiefvoorstel ‘Zutphen regenbooggemeente’. Samen met GroenLinks en VVD is dat initiatiefvoorstel uiteindelijk, in oktober 2017, ingediend. D66 heeft de laatste tijd niet meer geparticipeerd in de initiatiefgroep, omdat wij eigenlijk al vonden dat het kon worden overgedragen aan het College. Maar er ligt nu een prachtig handvat voor het College om het stokje ook écht over te nemen. Er is grondig verkend de afgelopen tijd, wat er in
553
Zutphen speelt. En dat is de basis van zinvol beleid. Het is iedere dag weer belangrijk hieraan te werken. Ruimte voor conservatieve denkbeelden lijkt ook in Nederland te groeien. Dit bedreigt de gelijke rechten voor een gelijke behandeling van LHBTI’ers. D66 stemt dan ook van harte in met dit voorstel.” De VOORZITTER: “Vergeet u ook vooral niet op de moties te reageren. Het woord is aan de SP.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Als we dan meteen op de moties reageren, wil ik graag het spits afbijten. Nederland was lange tijd koploper, als het ging om de emancipatie van de LHBTI-gemeenschap. We waren het eerste land ter wereld waar het huwelijk is opengesteld voor partners van hetzelfde geslacht. We zien onszelf eigenlijk altijd nog steeds als één van de meest tolerante landen ter wereld. Echter, van die koploperspositie is weinig over. Onderzoeken hebben aangetoond, dat één op de tien mensen in de LHBTI-gemeenschap in de laatste vijf jaar fysiek is aangevallen om hun geaardheid. En, dan hebben we het nog niets eens over pesten op school of werk of andere vormen van negatieve reacties uit de samenleving. Als het gaat om transgenderacceptatie, zijn we ook ver van de gewenste acceptatie. Vergeleken met de gemiddelde Nederlander, heeft een transgender zeven keer zoveel kans om mishandeld of bedreigd te worden.
Zo kunnen we - denk ik - wel een hele raadsvergadering vullen met statistieken en onderzoeken. Het is mede aan ons om te zorgen voor een omgeving waarin mensen zichzelf kunnen zijn, ongeacht hun afkomst, hun identiteit of van wie ze houden. Toch is een vaak voorkomende reactie van de politiek, als instituut, bij emancipatievraagstukken zoals deze, eigenlijk een soort van symboolpolitiek. Bijvoorbeeld het uithangen van de pride-vlag wanneer Nederland in Hongarije moet voetballen voor het EK, waar de Hongaarse president homohatende beleidsvoorstellen invoert. Of zelfs op gemeentelijke schaal: het realiseren van een regenboogzebrapad in de gemeente. Immers, échte emancipatie organiseer je hier niet mee. Emancipatie organiseer je mede door scholing en door mensen van verschillende culturen en afkomst met elkaar in contact te laten komen. Een mens wordt immers in zijn denkwijze gevormd door de directe omstandigheden in zijn/haar omgeving. Daarom zijn we, als SP, eigenlijk heel erg tevreden met de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’, omdat het een voorstel is om dat contact en die scholing te organiseren. Dat steunen wij ook van harte. De motie over artikel 1 zou in alle opzichten passen bij een vorm van politiek zenden en symboolpolitiek. Het lijkt, qua plan, in de mal te passen van het regenboogpad of het ophangen van de pride-vlag als we naar Hongarije moeten.
Het doel, directe emancipatie, wordt eigenlijk met dit middel niet gehaald. Toch steunen we het voorstel. Mede omdat - volgens de indiener - de kosten relatief laag uitvallen voor het bedrag van de werkgroep LHBTI+. En, het zou goed kunnen worden gebruikt in scholingsmomenten, die we dan toch gaan organiseren met het eerste voorstel. Als laatste opmerking wil ik vermelden, dat het toch een kleine vorm van hypocrisie is, dat wij, als volksvertegenwoordiging, affiches met daarop de tekst van artikel 1 aanbieden. Want, mede door onze landelijke politieke keuzes en dominante denkwijze, overtreden wij, als dé politiek, artikel 1 eigenlijk ook. Door onze politieke keuzes na de Bulgarenfraude bestempelde de Belastingdienst grote groepen mensen als fraudeur, puur op hun buitenlands klinkende achternaam, zelfs als ze in een volkswijk in Rotterdam geboren waren. Dan hebben we het nog niet eens over de ramp van de toeslagenaffaire, die dit fraudedenken maal drie was. Door het ontbreken van politieke keuzes, kunnen uitzendbureaus nog steeds aan werkgevers de mogelijkheid bieden, om mensen met een allochtone achternaam te weren, als die bedrijven dat willen. Laten we dan vooral de moderne slavernij ook niet vergeten, zoals arbeidsmigranten die met z’n tienen in een kleine kamer worden gehuisvest, omdat zij niet op de politieke radar van heel veel politieke partijen zitten.
Dus, laten we - naast hier vóór stemmen ook vooral naar onszelf kijken, als politieke partijen. Dank u wel.” (Audiopositie 01:26:21)
De VOORZITTER: “Dank u wel. Interrumpeert u nu?”
554
Mevrouw KLEINRENSINK: “Nee, ik was in de veronderstelling dat 5 apart was, maar 6 en 7 niet. Dus, ik wil graag toch nog ...” De VOORZITTER: “Ik ga eerst de eerste termijn afmaken. Ik heb, op verzoek van de SP, gezegd: “We behandelen 5, 6 en 7 als één punt, want het zijn onderwerpen die aan elkaar zijn verwant.” Dus, ik kom bij u zo terug in de tweede termijn of aan het einde van de eerste. Ik ga nu eerst het rondje afmaken. Had u een interruptie, mevrouw Ten Holder?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, mevrouw de voorzitter, ik heb dat ook niet begrepen. Ik heb het op dezelfde manier begrepen. Ik wil nog heel graag onze motie kort toelichten en ook een reactie geven op de motie over artikel 1. Ik zal het inkorten. Maar, ik heb eigenlijk alleen op het LHBTIvoorstel gereageerd.” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “D66 roept op - samen met de PvdA en GroenLinks - in de motie ‘Op weg naar de inclusieve samenleving’, om als gemeente het voortouw te nemen en samen met belangenorganisaties, maatschappelijke organisaties, verenigingen en ondernemers de noodzakelijke en gewenste maatregelen te nemen tegen discriminatie en racisme. Niet slechts op papier, maar gewoon op straat, in de klas, op het werk, in de kroeg en bij de sportclub.
Dat zou kunnen door een interactief proces te starten en een lokale agenda met actiepunten en activiteiten op te stellen, mogelijk gewoon middels de reguliere overleggen met alle organisaties en ondernemers. Dus, geen bureaucratisch gedoe, maar gewoon via ons zogenaamde ‘co-creatie-werken’, dat we zo hoog in ons bestuurlijk vaandel hebben staan. Dus niet top-down, maar starten met een constante wederkerige dialoog. Naar aanleiding van de reactie van D66 op de motie ‘Artikel 1 uitreiken op scholen’: deze motie is opgesteld met de argumentatie, dat een van de afspraken uit het coalitieakkoord nog moet worden uitgevoerd. Het coalitieakkoord, waarin de coalitie heeft gesteld, dat artikel 1 van de Grondwet op verschillende plekken prominent zichtbaar wordt gemaakt. Wij vinden het te gemakkelijk om deze verantwoordelijkheid op te pakken middels het slechts zichtbaar maken van artikel 1. Maar ja, wij zaten dus ook niet aan tafel bij het coalitieakkoord. Wij vinden het té top-down en té gemakkelijk. We vinden het nog extra bijzonder om hiervoor een motie in te dienen. D66 vindt het echter prima om de scholen die dat wensen, een affiche aan te bieden. Wij vinden een raadsbesluit met een opdracht aan het College daarvoor te ver gaan. Wij gaan ervan uit, dat de afspraak uit het coalitieakkoord ook zonder deze motie wordt uitgevoerd.
U voelt het misschien: het druist een beetje tegen ons gevoel in en we vinden het een beetje betuttelend richting de scholen en - onbedoeld - ook een beetje een regenteske bestuursstijl weergeven. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ik zie een interruptie van de heer Siemes. Klopt dat?” De heer SIEMES: “Ja, ik heb een verhelderende vraag. U begon er namelijk mee, dat u vindt dat de gemeente het voortouw moet nemen voor de inclusieve samenleving. Nu geeft u bij de motie aan, dat u tegen een top-downbenadering bent. Ik ben toch benieuwd, ook van deze motie: kunnen we dit zien als een bottom-up motie? Hoeveel mensen moeten wij hiermee bereiken en van wie moet het dan komen?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik vind het echt de verantwoordelijkheid van de lokale overheid om te voorkomen dat er racisme en discriminatie in onze samenleving is. Dat is gewoon een verantwoordelijkheid die wij hebben. Maar, in de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ hebben wij, samen met met PvdA en D66, neergezet hoe wij dat in de praktijk zien. Wij geloven dus heel erg - en dat werd net ook al rondom het VN-verdrag Handicap gezegd - dat we het eigenlijk integraal moeten opnemen in alles wat we doen. En, dat vragen we hier ook heel specifiek met die motie.
Eigenlijk was misschien de tijd rijp - zowel rondom LHBTI+ als rondom racisme en discriminatie - om dat als raad vanavond expliciet uit te spreken.” (Audiopositie 01:31:11)
555
De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik ga even terug naar mevrouw Kleinrensink. Dan maak ik het cirkeltje nu alvast af. U kunt reageren. Dan ga ik daarna die kant op.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u wel, voorzitter. Dat is fijn. Artikel 1 van de Grondwet, u allen wel bekend: ik had ‘m willen citeren, maar dat is niet nodig, volgens mij. Uit recent onderzoek en recente gesprekken blijkt, dat in Zutphen nog steeds volwassenen, jongeren én kinderen worden gediscrimineerd op hun geaardheid, godsdienst of levensovertuiging. Dit kan en mag niet, vindt GroenLinks. Het is van groot belang dat de gemeente zich inspant en samen met ervaringsdeskundigen zorgt voor een omgeving waarin iedereen zichzelf kan en mag zijn en - bovenal - waarin iedereen zichzelf dúrft te zijn. Daarom dienen wij de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ van D66 mede in. Dan kom ik even terug op het coalitieakkoord: ‘Met elkaar kleuren we Zutphen’. We hebben daarover al even wat gehoord. Ik vind het niet top-bottom, eigenlijk. Het is gewoon belangrijk, dat het op scholen wel zichtbaar is en dat leerkrachten de gesprekken aangaan met kinderen. Ik weet ook uit ervaring, dat er echt gewoon gesprekken over worden gevoerd, sinds het in het gemeentehuis hangt. Dus, het heeft gewoon nut om het zichtbaar te maken. Mark Wijkamp heeft voor ons dan ook artikel 1 mooi vormgegeven.
Gisteren was ik jarig en had ik willen trakteren, maar ik doe het vandaag. Dus, ik kom nog ‘n keer naar u toe.” (Exemplaren worden uitgereikt) Mevrouw KLEINRENSINK: “Wij hopen dat dit leerkrachten stimuleert om meer aandacht aan artikel 1 te besteden. Het wordt hoog tijd dat gelijke behandeling een vanzelfsprekendheid wordt. Dank u wel.” Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook beginnen met het bedanken van de initiatiefnemers van dit voorstel: het CDA, GroenLinks en de VVD. Ik vind het echt een geweldig plan van aanpak, dat jullie hebben gemaakt. Fijn dat jullie dit onderwerp bij de hand hebben genomen, want de analyses van de problematiek rond LHBTI+ deel ik. Dat is natuurlijk een té grote problematiek, waaraan iets moet worden gedaan. Er is – denk ik – heel veel werk te verrichten om iedereen te laten zijn wie hij/zij wil zijn. Ik denk dat het goed is, dat dit nu wordt overgedragen aan de gemeente. Ik hoop dat de gemeente goed hiermee aan de slag gaat en dat wij worden geïnformeerd over hoe het verdergaat. Het lijkt mij toch nog best wel een uitdaging, om dit voor elkaar te krijgen. Over de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’: daarvan zijn wij mede-indiener, omdat wij streven naar een inclusieve samenleving. Daar zij wij, als PvdA’ers, een groot voorstander van. Maar, we houden ook van concrete doelen en acties.
Daarom hebben wij deze motie mede ingediend. Daarnaast vinden wij het ook goed, dat een lokale overheid gewoon het goede voorbeeld geeft. Ik denk dat dát ook effect gaat hebben op de samenleving. Over de motie ‘Artikel 1 op alle scholen’: het lijkt ons een goed idee om dat juist wél te doen. Ik ben het eens met mevrouw Kleinrensink wanneer zij zegt dat er een gesprek gaande is omdat het ook in het gemeentehuis hangt. Mensen voelen zich aangesproken. De doelgroep voelt zich ook aangesproken. Dus, ik denk dat het goed is om het ook op scholen op te hangen. Ook gezien de recente gebeurtenissen in Engeland, wat is gebeurd na de voetbalwedstrijd van het EK. Zulke emoties zijn er. Ik denk, dat we daarover met z’n allen het gesprek moeten aangaan en dat we daar met z’n allen iets aan kunnen doen. Ik denk dat het een eerste stap is, om artikel 1 ook op alle scholen te hangen, net zo mooi als hoe het hier in het gemeentehuis hangt. Dank u wel.” (Audiopositie 01:35:51)
De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. De Stadspartij vindt dat Zutphen ook een plek moet zijn waar iedereen zich veilig voelt, thuis voelt en ook kan zijn, ongeacht afkomst, geaardheid of geslacht. Dat is ontzettend belangrijk. Artikel 1 is daarvan natuurlijk de uiting in onze Grondwet. Artikel 1 is ook niet voor niets artikel 1. Maar, het moet niet alleen bij beleid blijven. We bedanken de werkgroep, hoe ze dit hebben uitgewerkt. Maar, in de praktijk moeten we dat in Zutphen ook uitstralen, ook in gesprekken
556
met organisaties en verenigingen, zodat dit in Zutphen daadwerkelijk wordt uitgevoerd. We hebben een aantal krantenartikelen gezien, waarin ze zeggen: “Het komt niet echt van de grond.” Maar, dat gesprek moet wel echt worden gevoerd en aangejaagd. ‘[Op weg naar] een inclusieve samenleving’ is daarvoor heel erg belangrijk. Wat daarin staat, een stukje praktische aanpak, dat ondersteunen wij ook. Met betrekking tot de motie over artikel 1 op scholen: dat lijkt ons een heel goed initiatief, maar waarom alleen op scholen? Sportverenigingen werden net genoemd door mevrouw Kleinrensink. Sportverenigingen wilden niet in gesprek gaan. Waarom niet in meerdere gebouwen waarin mensen samenkomen? Zodat artikel 1 de bewustwording bij die mensen brengt en dat iedereen bewust wordt in Zutphen. Artikel 1 is bij ons het belangrijkste artikel. Iedereen doet mee, ongeacht afkomst. Iedereen is gelijk in Nederland. Dus, wij steunen de beide moties. Dank u wel.” De VOORZITTER: “De heer Yilderim van Burgerbelang krijgt het woord, begrijp ik dat goed? Nee, de heer Siemes.” De heer SIEMES: “Ik hoor er ook ‘n beetje bij.” De VOORZITTER: “Iedereen hoort erbij.” De heer SIEMES: “Inderdaad, ik wou het maar zeggen. Wij vinden dit altijd een beetje een lastige discussie, lokaal gezien. Dat begrijpt u waarschijnlijk ook wel.
Zoals wij ons eerder ook altijd hebben opgesteld: wij trekken een landelijk thema naar de lokale omgeving en dan liggen grote woorden op de loer. “Wij gaan het voortouw nemen. Wij zullen wel even laten zien hoe tolerant we zijn.” Het doet mij heel erg deugd, dat dát in het voorliggende voorstel subtieler is. Daar zit natuurlijk ook een commissie achter, die inderdaad alle lof verdient. Dit is op een gedegen manier uitgewerkt. En, als lokale partij kunnen we ook niets anders concluderen dan dat wij graag een stad en dorp willen waarin iedereen zich prettig en veilig voelt om zich te kunnen uiten zoals die is, voor alle religies en seksuele geaardheden en ook voor mensen zoals ik. Dat brengt nog wel steeds wat verantwoordelijkheden met zich mee. Dat brengt vooral lokaal verantwoordelijkheden met zich mee van nabijheid. Het is heel leuk dat hier ‘top-down’ en ‘bottom-up’ al ter sprake kwamen. Want, ik zie ook die motie voor inclusiviteit als een verlengstuk van het voorliggende voorstel. Maar, daarin bespeurde ik in de woorden van mevrouw Van Wamel wel een angst. Dat was het onbegrip dat bijvoorbeeld de sportverenigingen geen interesse toonden in dit gesprek of in een gesprek. Dat onbegrip, daar helpen wij niemand mee. En, ik denk dat wij juist voor het open gesprek moeten gaan. En, ik denk dat het ook wel kan.
Je moet mensen de ruimte geven om de hakken uit het zand te halen. En, we moeten niet over mensen heen walsen. We moeten niet over LHBTIQ+-mensen heenwalsen. We moeten mensen allemaal hierin kunnen betrekken. En, dat is - denk ik - wel een belangrijke boodschap. Want, het is gewoon geen wedstrijd. Het is niet zo, dat wij binnen nu en zoveel jaar dit kunnen behalen, want het ligt ook niet aan de gemeente. Dat de gemeente het voortouw neemt, dat is voor een gemeente als de onze een volwassen aanpak. Wij stappen naar scholen, maar wij moeten wel beseffen: op scholen zitten kinderen die ook ouders en een omgeving hebben. Dus, het moet veel dieper en het moet veel subtieler dan de grote woorden vaak impliceren. Dan komen we bij de motie voor artikel 1. Daar komen al mijn angsten wel een beetje bij elkaar. Want, het is geen wedstrijd. Artikel 1 is niet het allerbeste Grondwetsartikel dat we hebben. Dat zou suggereren dat 2 en 3 zilver en brons zijn. Het recht om niet gemarteld te worden, valt dan buiten de prijzen. Ik vind dat niet netjes. Het is ook tegenover scholen - met inachtneming van artikel 23 - zeker niet netjes om te zeggen: “Hier hebben jullie artikel 1.” Het woord ‘betuttelend’ is al gevallen. Want daarmee impliceer je: er wordt niet genoeg aandacht besteed door de scholen aan artikel 1 of 2 of 3 of de hele Grondwet, terwijl dat gewoon wél zo is.
Het staat gewoon in het curriculum. Iedereen krijgt Staatsrecht en Staatsinrichting. Daar wordt zeker over gesproken. Je zou de scholen toch wat meer vertrouwen willen geven.
557
Ik zie in de andere voorstellen inderdaad handvatten, die we kunnen geven. Maar, we willen ze wat meer vertrouwen geven. En, lekker praktisch en nuchter bekeken: het is nogal een operatie, om vanuit de gemeente overal zo’n ingelijst dingetje naartoe te sturen. Terwijl, bij de Xenos haal je voor twee euro zo’n A4-fotolijstje. Je laat het even printen en voor honderd euro ben je klaar. Maar, hier zullen er weer allerlei ambtenaren aan moeten werken, van Diversiteit en Logistiek en Onderwijs. Dus, met wat ik al eerder op de avond zei: dat lijkt mij niet zo handig. Dus, als iemand dit wil, doe dat alstublieft, maar doe dat dan als partij, doe het als verkiezingscampagne. Daar zijn hele mooie dingen mee te bereiken, maar dit is niet de manier waarop. Onze fractievoorzitter is er niet. Dus ik kan dit wel zeggen: ik vind het geen mooie uitwerking van artikel 1. Ik vind de plakkaten niet mooi. Dus, daar wil ik ook niet achter staan, als gemeenteraadslid.”
De VOORZITTER: “Mevrouw Kleinrensink heeft een interruptie.” (Audiopositie 01:42:29)
Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u, voorzitter. Smaken verschillen natuurlijk, maar hierover is gewoon nagedacht, met poppetjes, inclusiviteit en de kleuren van de regenboog. Nou ja, goed, er is echt wel over nagedacht.” De VOORZITTER: “Over smaak valt niet te twisten, volgens mij.” De heer SIEMES: “Nou ... Nee, laten wij dat maar niet doen. Maar, wij kunnen in ieder geval aangeven, dat wij die motie niet steunen. Wij steunen wel het voorstel en de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Dank aan de werkgroep LHBTI+. Wij steunen het plan van aanpak. Ik hoop dat we goed worden geïnformeerd over de uitwerking ervan. Wat betreft de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’: vanuit de ChristenUnie zijn wij tegen elke vorm - ik herhaal: élke vorm - van discriminatie en uitsluiting. Het is triest om waar te nemen - zoals de SP ook al zei - dat racistische uitingen en uitsluitingen op grond van geaardheid of welke grondslag dan ook, eerder toe- dan afnemen. Ik ben er niet gerust op. Hoewel ik verwacht dat deze motie niet veel zal uithalen, is deze als signaal naar de samenleving wel belangrijk. Ik stem uiteraard vóór. Dan de motie ‘Artikel 1 op alle scholen’: het is goed dat we er weer eens aandacht aan schenken. Ik vind het eigenlijk ook wel een overbodige motie, ondanks dat ik vóór zal stemmen.
Ik vind het een taak van elke school op hieraan überhaupt aandacht te schenken. Ik vind dat op de basisscholen hieraan aandacht geschonken zou moeten worden, maar ook in het voortgezet onderwijs, in welke vorm van voortgezet onderwijs dan ook. Dus, het is triest om te veronderstellen dat we hieraan nog apart aandacht moeten schenken. Maar, het is niet anders. Ik stem vóór. Dank u.” De heer JANSEN: “Voorzitter, wij hebben over dit onderwerp al meerdere keren met elkaar gesproken. Het overdrachtsdocument - dat hebben wij al eerder aangegeven - ondersteunen wij van harte. Wederom dank voor de werkgroep, om met zoveel inzet en betrokkenheid van veel personen te komen tot het procesmoment waar we nu in staan. Dit is ook een goed moment om het over te dragen aan het College. Maar dan? Hoe gaan we verder? Hoe gaat het College verder? Ik ga ervan uit, dat ook het College de raad meeneemt in de veranderingsprocessen waar we naartoe willen. Ik vind ook, dat vanavond politiek-bestuurlijk stelling moet worden genomen en dat duidelijk moet worden, dat een aantal zaken ingevuld moet worden. Onder andere artikel 1. Dat geldt niet voor een paar personen, maar dat geldt voor iedereen. Daar moeten we ook zorg voor dragen.
558
Kijkend naar de motie over discriminatie en racisme: het is te bizar voor woorden dat dit zich zo ernstig verspreidt. De technieken die we met elkaar hebben en gebruiken, de digitale media, zorgen er ook voor, dat we veel sneller berichten naar elkaar kunnen sturen. En, dan is het bericht al naar buiten voordat je daar adequaat op hebt kunnen reageren. Dat is zeer triest. Maar goed, de motie steunen we zeker. Over motie ‘Artikel 1 op alle scholen’ heeft mijn fractie wel nagedacht. Is het wel de rol van de gemeenteraad om aan de scholen te vragen - want het is ook een vraag - om artikel 1 als zodanig helder en duidelijk in elke school op te hangen? In beginsel hebben we daar wat twijfels over, maar we denken tóch dat het een duidelijke stellingname is: hoe jong je ook bent, je moet zo vroeg mogelijk weten wat onder andere artikel 1 betekent. Het wonderlijke is: als kinderen geboren zijn, dan is er geen verschil. Op één of andere manier ontstaat dat. En, dan is het natuurlijk ook direct belangrijk om, als dat op een bepaalde leeftijd gaat ontstaan, het direct de kop in te drukken en beter in te vullen, zodat het niet aan de orde is. Verder over de motie ‘Artikel 1 op alle scholen’: we weten dat er in Zutphen heel veel laaggeletterdheid is. Daar hebben we het nog niet over gehad. Maar, als we artikel 1 opvangen, dan gaan we ervan uit dat iedereen begrijpt wat er staat.
Op scholen wordt dat ongetwijfeld uitgelegd, maar, ik denk dat het verstandig is, om op een of andere manier het symbolisch ... Het is al met kleurtjes gedaan. Zodat ook degene die laaggeletterd is, op een of andere manier toch ook begrijpt wat we met elkaar bedoelen. Dat is niet alleen het doel van artikel 1, maar met name ook wat er verder op die poster staat, om duidelijk te maken met welk doel dat is en wat voor uitwerking daarvan we in de samenleving verlangen. Voorzitter, volgens mij, ben ik helder en duidelijk geweest. We zijn het eens met het plan. Met de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ zijn we het eens. Met de motie ‘Artikel 1 op elke school’ zijn we het ook eens.” (Audiopositie 01:48:12)
De VOORZITTER: “Prima. Dan zijn alle fracties aan het woord geweest. Het lijkt mij goed om de wethouder ook nog even het woord te gunnen. Mevrouw Van Dijk wil nog het woord.” Mevrouw VAN DIJK: “Ik heb alleen mijn inleiding gehouden, maar ik heb nog niets over de moties gezegd. Daarover zou ik graag nog even iets willen zeggen. De motie over artikel 1: die is voor mij een logisch gevolg van het werk dat wij met de scholen hebben gedaan. Ik zou die heel graag steunen. Ik heb - heel wonderlijk - moeite met de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Natuurlijk ben ik daarvóór. Maar, ik heb moeite met het gemak waarmee het woord ‘discriminatie’ wordt gebruikt. Er zijn natuurlijk situaties waarbij dat werkelijk ernstig is en waarbij je zegt: “Daar móét je ook wat tegen doen.” Maar, ik ben bang dat het verband dat je wilt leggen, de brug die je wilt slaan, er gewoon niet komt, omdat de discussie over discriminatie gaat. “Discrimineer je wel of discrimineer je niet?”” De VOORZITTER: “Ik heb een interruptie van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp niet zo goed dat mevrouw Van Dijk spreekt over het ‘gemak’ waarmee over discriminatie wordt gesproken. We hebben een discriminatiemeldpunt. Daarin staat heel duidelijk welke problemen er liggen, ook in onze gemeente.
Het is ook duidelijk door onderzoek aangetoond, hoe moeilijk het is - omdát er zulke taboes op liggen - voor mensen om melding te doen van discriminatie. Mijn vraag aan u is eigenlijk: bent u op de hoogte van hoe moeilijk het is voor kinderen met een andersluidende achternaam om überhaupt een baan te krijgen? Bent u op de hoogte, dat óók in Zutphen kinderen met een andersoortige achternaam deze omzetten in een Nederlands klinkende achternaam? Dat is dan niet alleen van niet-westerse landen, maar ook van westerse landen, gewoon een Poolse achternaam. Ik vind dat nogal wat doen met je identiteit. Vindt u dat niet?”
559
Mevrouw VAN DIJK: “Ik vind het jammer dat ik op deze manier word toegesproken. Als ik zeg dat in de discussie vaak met gemak het woord ‘discriminatie’ wordt gebruikt, dan is dat niet omdat ik vind dat discriminatie makkelijk is of dat wat er onderligt makkelijk is. Maar de discussie wordt beheerst door discrimineren en gebruik van het woord ‘discriminatie’, ja of nee. En, dát is mijn zorg, dat je daardoor niet de brug slaat naar degene die in een andere situatie leeft, in andere omstandigheden leeft, met een andere naam leeft enzovoort. Dus, ik wil alleen maar pleiten voor een goede verbinding. Als ik naar de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’ kijk, dan heb ik er moeite mee dat de werkgroep LHBTI op deze manier daarin is opgenomen. Mevrouw Van Wamel heeft net al gezegd: “Een andere geaardheid is geen beperking.” Zoals je op gegeven moment misschien gebonden bent aan een rolstoel en daardoor niet makkelijk toegang hebt tot een deel van onze openbare ruimten. Ik ben me heel goed ervan bewust, dat u alles dat ik hier zeg, volstrekt verkeerd kunt begrijpen. Ik vind dat in deze motie gewoon te veel bij elkaar is gezet. Ik zou ervoor willen pleiten, om dat een beetje uit elkaar te halen en zo nu en dan even te kijken: wat kunnen we aan impulsen aan de samenleving geven? Want, dáár zal het vooral moeten gebeuren.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter.
Ik heb een vraag: is mevrouw Van Dijk ervan op de hoogte dat er zelfs in de Tweede Kamer een voorstel ligt - onder andere van D66, maar ook van de PvdA - om artikel 1 uit te breiden? Juist voor de groep waarover u het nu heeft, die dus wel degelijk ook onder artikel 1 valt, maar nu niet expliciet daarin wordt genoemd. Dus, er ligt een voorstel om artikel 1 uit te breiden met de LHBTI+’ers.” Mevrouw VAN DIJK: “Daarvan ben ik niet direct op de hoogte. Dat vind ik ook niet nodig. Ik hoop niet, dat u mij nog verder gaat overhoren. Ik wil er alleen enorm ervoor pleiten, dat wij in de gemeente moeten zien, dat we impulsen geven om in de samenleving met elkaar de bruggen te slaan, een ander te helpen om - vanuit een ander standpunt - ook mee te luisteren en mee te kijken. Ik heb moeite met de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’.” DE VOORZITTER: “Dank u wel. Ben ik nu dan helemaal rond in de eerste termijn? Het woord is aan de heer Siemes.” De heer SIEMES: “Dank u wel. Het is misschien een aanvulling op wat de VVD net aangaf: ik zou toch graag wat van het College willen horen over de uitvoerbaarheid van de motie.” De VOORZITTER: “Prima. U bent me voor in die zin. Ik wou de wethouder net het woord gaan geven. Wethouder Ten Broeke, gaat uw gang.” Reactie College (Audiopositie 01:53:55) Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Op een aantal punten zal ik ingaan.
Vooraf vind ik het wel goed om even te benoemen wat ik zelf merkte, net tijdens de discussie. Namelijk: in een paar jaar tijd zijn de onderwerpen LHBTI+, inclusiviteit en diversiteit geen onderbelichte onderwerpen meer, maar echt wezenlijke thema’s. Dat is wel echt toe te schrijven aan de inzet van de raad. Ook de burgemeester heeft de afgelopen jaren een duit in het zakje gedaan. Maar dit heb ik van dichtbij echt zien veranderen in een aantal jaren tijd. Dat vind ik wel mooi om op te merken. Over de woorden en de definities: het lijkt bijzaak, maar het is geen kleinigheid, volgens mij. Ik hoorde net, dat het woord ‘inclusiviteit’ gauw wordt geassocieerd met een beperking. Maar, wat mij betreft, is het woord ‘inclusiviteit’ niets anders dan dat iedereen ertoe doet, en heeft het niet direct de associatie met een beperking. Daarover wil ik verder niet uitweiden of een heel debat aangaan. Maar, ik wil wel even noemen hoe wij tegen het begrip ‘inclusiviteit’ aankijken, als College, en hoe we daarmee willen omgaan. Wat ik noemde, over hoe het een thema is geworden in de afgelopen jaren, daarmee vind ik het ook een hele logische stap, dat het College dit plan van aanpak overneemt en daarbij een
560
uitvoeringsagenda maakt. Ik vind dat een logische en belangrijke stap. Zoals daarin ook is opgenomen, komen wij tenminste binnen een half jaar te spreken over de voortgang daarvan. Dat is een mooie stap, volgens mij. Over de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’: wat wij zeker wel voor ons zien, is dat wij de punten die aan het College worden opgedragen, kunnen verweven in het reguliere beleid. Dat is een manier die ik voor mij zie. Maar, zoals het staat genoemd - toch een lokale agenda opstellen, toch een uitvoeringsplan daarbij - dat vergt wel echt veel. En, ik wil daarbij wel die waarschuwing geven, de voorzichtigheid vragen om direct daartoe over te gaan. Wat we kunnen doen, is het meenemen en een plek geven in de reguliere stukken en de beleidscyclus. Volgens mij, is dat ook het belangrijkste waar het om gaat: dat het verweven raakt. Maar, ik wil daarbij wel echt de verwachting bijstellen, dat we daarvoor aparte agenda’s of uitvoeringsprogramma’s maken. Het zou heel goed een logische stap kunnen zijn voor een volgende raadsperiode of een nieuw beleid. Maar, nu zou ik daar echt voorzichtig mee willen zijn. De andere motie, over artikel 1: over artikel 1 kunnen we heel veel zeggen. Wat mij betreft, is het idee echt heel goed en charmant.
Het enige wat ik belangrijk vind om aan te stippen, is: als dit vanuit de gemeente wordt gedaan, treden wij met deze vorm wel de school binnen. Even los van waar het om gaat, welk onderwerp het is en op welke manier het gebeurt ... daar wil ik wel terughoudend in zijn. Wat nog wel verschil maakt, is: in de motie wordt opgedragen aan het College om dit uit te rollen, naar alle scholen toe te gaan en het affiche aan te bieden, óf dat in de motie wordt gekozen om dit bij de raad te houden en daarvoor een vorm te vinden, om dit als raadsleden aan te bieden. Dat is - volgens mij - een betere vorm, om het punt van zorg dat ik noemde, weg te nemen. Volgens mij, zou dat een meer sjieke vorm zijn, ook om te voorkomen dat we later op andere manieren daarmee te makkelijk omgaan en met andere onderwerpen de school binnentreden. Ik pleit er dus voor om dat toch aan de school zelf over te laten, wat zij wel of niet willen doen. Dat wil ik vooral even meegeven.”
Mevrouw KLEINRENSINK: “Mogen wij even schorsen?” De VOORZITTER: “U mag altijd schorsen. De vergadering wordt geschorst voor tien minuten.” De vergadering wordt geschorst op audiopositie. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 02:07:07)
De VOORZITTER: “We gaan verder met de vergadering. Mevrouw Kleinrensink had gevraagd om een korte schorsing.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u, voorzitter. We wilden even overleggen over het idee van de wethouder om het als raad uit te reiken op de scholen. Maar, we hebben net het hele plan van aanpak overgedragen aan het College. Dus, zij komen op de scholen. Dus, we willen het toch heel graag houden zoals het er staat. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Het woord is aan mevrouw Moester.” Tweede termijn (Audiopositie 02:07:40)
Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil reageren op wat de wethouder zei over de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Ons idee is eigenlijk, dat het geen taakuitbreiding is voor de gemeente, maar dat het juist ook heel goed aansluit bij het uitvoeringsprogramma LHBTQI+, wat nu is overgedragen. Dus, daarbij kun je heel goed aansluiten, volgens mij. Daarin wordt twee keer per jaar gerapporteerd aan de raad. Dus, ik denk dat je daarbij heel goed kunt aansluiten en dat het geen extra uitvoeringsprogramma moet worden. Wij denken ook, dat je op dit vlak gewoon een heel duidelijke voorbeeldfunctie kunt hebben, als gemeente. Juist bijvoorbeeld als iemand bij de
561
balie staat, hoe je de bejegening doet. Want, daar ligt het vaak natuurlijk ook aan. Dus, dat wou ik even toevoegen. Ik wil ook nog even reageren op de motie over artikel 1. De wethouder zegt: “Het is lastig om in de school te treden.” Ik begrijp dat. Mijn fractie begrijpt dat ook. Dus, ons idee is om misschien de Communicatiewerkgroep Raad deze taak te geven. Maar, dat leg ik de raadsleden voor, dus om op die manier toch je doel te bereiken, maar via een iets andere route.”
De VOORZITTER: “Daarop kan worden gereageerd. Ik zie de heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, met alle respect voor het voorstel, ik denk dat het typeren naar een klein groepje uit de raad niet verstandig is. Dan wordt het politiek gemaakt. Dan heeft het allerlei prikkels naar buiten toe. Ik denk niet dat dát verstandig is. Ik denk: de motie is een motie. Het College kan kijken wat zij ermee doet. Als ze op termijn zegt: “Het gaat ons niet helemaal lukken.” Kom dan terug naar de raad, dan gaan we kijken hoe we het dan gaan invullen. Ik denk dat dát de Koninklijke weg is. Het signaal van de wethouder is heel duidelijk. Maar, volgens mij, is dit wel een prima werkwijze, om te kijken hoe dat op een of andere manier kan.” Mevrouw Van WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft, zijn allebei de moties uitvoeringen van het plan van aanpak. Ook in die zin ligt het nu bij het College en kan het College dat gewoon meenemen. Wat dat betreft, steunen wij beide moties.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Mag ik een stemverklaring geven? Eigenlijk is het al gezegd, maar wij vragen in de motie over de inclusieve samenleving om een uitvoeringsagenda. Maar, wij zijn het wel eens met hetgeen de wethouder vroeg, het alternatief: dat het gewoon terugkomt in de reguliere rapportages.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter.
Wij willen graag een stemverklaring afgeven over de motie over artikel 1. Wij hebben onze gevoelens verwoord. Wij vinden het een overbodige motie en symboolpolitiek. Maar, het antwoord van de wethouder, dat er terughoudend door het College in gaat worden gehandeld, maakt dat wij vóór zullen stemmen.” De VOORZITTER: “Ik heb het idee, dat de overdracht van het plan van aanpak, agendapunt 5, unaniem akkoord is bevonden. Dan geef ik daar vast een klap op.” Besluit: Aangenomen.
6
MOTIE: OP WEG NAAR EEN INCLUSIEVE SAMENLEVING GRIFFIENR. 2021-M0017 (Audiopositie 02:11:00)
De VOORZITTER: “Dan hebben we de motie ‘Op weg naar een inclusieve samenleving’. Deze motie is reeds besproken onder agendapunt 5. Over deze motie gaan we stemmen.” GroenLinks: “Vòòr.” Het CDA: “Vòòr.” De VVD: “Tegen.” De Stadspartij: “Vòòr.” De PvdA: “Vòòr.” Burgerbelang: “Vòòr.” De ChristenUnie: “Vòòr.” BewustZW: “Vòòr.” D66: “Vòòr.” De SP: “Vòòr.”
562
De VOORZITTER: “Dan zijn er 21 stemmen vóór en één stem tegen. Daarmee is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
7
MOTIE: ARTIKEL 1 OP ALLE SCHOLEN GRIFFIENR. 2021-M0018 (Audiopositie 02:11:46)
De VOORZITTER: “Dan hebben we de motie ‘Artikel 1 op alle scholen’. Deze motie is reeds besproken onder agendapunt 5. Over deze motie gaan we stemmen.” GroenLinks: “Vòòr.” Het CDA: “Vòòr.” De VVD: “Vòòr.” De Stadspartij: “Vòòr.” De PvdA: “Vòòr.” Burgerbelang: “Tegen.” De ChristenUnie: “Vòòr.” BewustZW: “Vòòr.” D66: “Vòòr.” De SP: “Vòòr.” De VOORZITTER: “Dan zijn er twintig stemmen vòòr en twee stemmen tegen. Daarmee is de motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
8
SLUITING
(Audiopositie 02:12:20)
De VOORZITTER: “Dan zijn we aan het einde gekomen van deze vergadering. Ik sluit de vergadering en wens u allemaal een heel goed en welverdiend reces toe. Geniet ervan en kom vooral weer uitgerust en gezond terug.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 21.40 uur) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 september 2021,
, de voorzitter
, de griffier