Handelingen raad 10 oktober 2022
Tekst van het document
447
HANDELINGEN VAN DE RAAD DER GEMEENTE ZUTPHEN vergadering van de raad der gemeente Zutphen op 10 oktober 2022 om 19.30 uur in de Burgerzaal van het Oude Stadhuis Voorzitter: mw. A. Vermeulen Griffier: mevrouw M. van den Berg Aanwezig bij de opening van de vergadering zijn 22 leden, te weten: mevrouw P. Ackermans, de heer J. Boersbroek, de heer H.L.A Bouma, de heer A. van Dijken, de heer A. Garritsen, mevrouw H. Godee, de heer S.G.J.G. de Groen, de heer R. Hissink, mevrouw Y. ten Holder, de heer A.W. Jansen, mevrouw I. Kleinrensink, de heer D. Logemann, de heer J. Lok, de heer F.J.G.M. Manders, de heer T. Mehdi, mevrouw M. Moester, de heer G. Pelgrim, de heer M. de Ridder, mevrouw M. Roerdink, de heer B. Sommer, mevrouw L. Stone, mevrouw L. Werger, mevrouw M.T.E. Westerik en de heer E. Yildirim Wethouders: de heer J. Blom, de heer R. Verschure, de heer S. Wannet, mevrouw E. Boswinkel Verslag: Verslagbureau More Support Publiek: Circa 40 personen Pers: Aanwezig Afwezig bij de opening van de vergadering, de leden: de heer J. van Donk, mevrouw M. Elshof, de heer G. Müller, de heer M. Purperhart, mevrouw I. Vellema,
448
AGENDA HANDELINGEN 10 OKTOBER 2022
pagina
Inhoudsopgave 1 2
OPENING ............................................................................................................. 449 VASTSTELLING AGENDA ................................................................................... 449 2a.
Mogelijkheid tot indienen, aanhouden en intrekken van moties en amendementen 449
2.b
Vasstelling agenda ...............................................................................................450
3 4 5 6
ALGEMEEN SPREEKRECHT .............................................................................. 450 ACTIEVE INFORMATIEVOORZIENING VANUIT HET COLLEGE ....................... 456 VRAGEN BETREFFENDE DE ACTUALITEIT ...................................................... 458 VASTSTELLEN HANDELINGEN .......................................................................... 462 6.a
Handelingen openbare raad 13 en 29 september 2022 ........................................462
6.b
Handelingen besloten vergadering van de raad van 13, 22 en 29 september .......462
7 8
LIJST INGEKOMEN STUKKEN RAAD 10-10-2022 .............................................. 463 HAMERSTUKKEN ................................................................................................ 463 8.a
Bekrachtiging geheimhouding Handelingen Raad 13, 22 en 29 september ..........463
8.b
GGD NOG – Zienswijze indexering programmabegroting GGD 2023 ...................463
8.c Verordening benoeming Vertrouwenscommissie waarnemend burgemeester Zutphen ..........................................................................................................................463 BESPREEKSTUKKEN ....................................................................................................... 464 9.a 10 11 12
Inzet specifieke uitkering aanpak energiearmoede ...............................................464 PROCESNOTITIE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE ZUTPHEN .......................... 477 MOTIES VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG................................................ 479 SLUITING ............................................................................................................. 479
449
1
OPENING (Audiopositie 00:10:10)
De VOORZITTER: “Dames en heren, leden van de gemeenteraad, het College, medewerkers, mensen op de publieke tribune en pers: welkom allemaal bij deze raadsvergadering. Afwezig zijn de heer Müller (SP), de heer Purperhart (CDA), mevrouw Vellema(Partij voor de Dieren), mevrouw Elshof (D66) en de heer Van Donk (GroenLinks). Door onvoorziene omstandigheden gaan wij vanavond weer terug in de tijd en gaan wij fysiek stemmen. Ik heb daarom een lootje getrokken. Dat is nummer 13, mevrouw Godee. Dus, met de stemmingen beginnen we bij u en dan loop ik u zo één voor één langs op mijn geschreven lijstje. Ja? Dan gaat deze weer terug in de kluis. Oké.”
2
VASTSTELLING AGENDA (Audiopositie 00:11:10)
2a.
Mogelijkheid tot indienen, aanhouden en intrekken van moties en amendementen
De VOORZITTER: “Dan ga ik met u naar de agenda. Agenda nummer 2.a, de mogelijkheid tot het indienen, aanhouden en intrekken van moties en amendementen. Ik zie vingers. De heer De Ridder en D66, mevrouw Ten Holder. Meneer De Ridder?” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou graag de motie van de kinderboerderij, die aan het einde van de agenda staat, willen aanhouden. Van het bestuur van de kinderboerderij hebben wij te horen gekregen dat er sinds het Forum goed contact is geweest met de ambtenarij. Vandaar dat wij deze motie willen aanhouden. Als het toch echt niet gaat lukken, dan willen wij hem graag indienen tijdens de begroting. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja, prima. Dus, de motie over de kinderboerderij wordt aangehouden. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Wij willen vraag de motie over bezuinigingen op de culturele basisinstellingen niet indienen, maar indienen bij de komende begrotingsbehandeling.” De VOORZITTER: “Ja, oké. Dus, de motie die ingediend was over culturele basisinstellingen houdt u aan tot de begrotingsbehandeling. Meneer Lok, VVD.” De heer LOK: “Ja, dank u wel voorzitter. Naar aanleiding van het laatste Forum van 26 september zullen wij de motie energie-armoedebestrijding, onder agendapunt 9, intrekken.” De VOORZITTER: “Dus, de motie onder punt 9 van de VVD wordt ingetrokken.
Zag ik meneer Manders ook nog een beweging maken? Nee, oké. U was alleen maar aan het wijzen. Oké, dan is iedereen aan bod geweest? Ja. Dan gaan wij de agenda op die manier wijzigen. Oké, ik ga de microfoon dichter naar mij toe trekken. Zo beter? Fijn. ”
450
2.b
Vaststelling agenda (Audiopositie 00:13:00)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar 2.b, de vaststelling van de agenda. Dan heb ik hier staan: “De Raad moet besluiten om het raadsvoorstel isolatie-aanpak energiearmoede, dat wij vandaag aan de Raad hebben aangeboden, als bespreekpunt op de agenda te plaatsen.” Bent u daarmee akkoord? Meneer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Voorzitter, ik zou graag het agendapunt naar de volgende vergadering doorschuiven. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Het agendapunt energie-armoede?” De heer PELGRIM: “Nee, het nieuwe Collegevoorstel dat hier nu ligt. Dat wil ik nog bespreken. Dat heb ik niet voldoende kunnen bespreken en zou ik graag doorschuiven naar de volgende raadsvergadering.” De VOORZITTER: “Oké, dan kijk ik even rond of de rest van de raad dat ook wil? Sorry, meneer Pelgrim, maar ik zie geen bijval. Dus, hij blijft staan. Anderen nog? Nee. Oké, dus dat voegen wij dan toe. Dat wordt agendapunt 9.b, krijg ik ingefluisterd. Dank u wel.”
3
ALGEMEEN SPREEKRECHT (Audiopositie 00:14:08)
De VOORZITTER: “Dan komen we toe aan het algemeen spreekrecht. Drie personen hebben zich hiervoor opgegeven. Ik wil beginnen met mevrouw Hubers, daarna meneer Hendriksen en de heer Nagy.
3.a – Inspreker Mevrouw M. Hubers – Betreft werkende armen in Zutphen, de taxichauffeurs De VOORZITTER: “Mevrouw Hubers. U mag hier naartoe komen. Volgens mij, heeft de griffier verteld dat u daar mag gaan staan. Als u dan op het knopje wilt drukken totdat het rood wordt, dan kunnen wij u ook verstaan. Het knopje in het midden.” Mevrouw HUBERS: “Oh, die!” De VOORZITTER: “Ja, helemaal goed. Gaat uw gang.” Mevrouw HUBERS: “Goedenavond, allemaal. Ik ben Marga Hubers en ik wil graag iets kwijt. In de loop van de zeventien jaar dat ik werkzaam ben als taxi-chauffeuse is er een hoop veranderd. Ik kon redelijk rondkomen en af en toe zelfs nog wat sparen voor leuke dingen of onvoorziene aankopen. Maar, langzamerhand is de stress zo hoog en het uitzicht naar beter ver te zoeken of zelfs niet aanwezig. Nu als alleenstaande ouder, met een studerende dochter in huis, is het financieel niet meer te doen om rond te komen. Ondanks een 32-urige werkweek. Alles wordt duurder en de energierekening, zoals u weet, schiet de pan uit. Bij mij is de energierekening maar liefst verhoogd met 150 euro. Het ophogen van mijn contracturen is onbespreekbaar. Niet door mij, maar door het bedrijf.
451 Elk jaar wordt het moeilijker om rond te komen en de kosten worden steeds hoger: voor huur, energie, eten en zelfs voor mijn eigen gezondheid moet ik waken, want ik kan nog niet eens een bril betalen. Tandartskosten en medicijnen horen daar ook bij. Niet dat het mij alleen overkomt, maar duizenden met mij, natuurlijk. Ik ben eigenlijk een arme, werkende Nederlander. Ik heb nog vijftig euro in de week om alles van te doen: mijn boodschappen en alle andere dingen, een cadeautje voor mijn kleinkinderen bijvoorbeeld. Als ik een achturige werkdag heb, dan wordt er rustig aan de bovenkant nog een uur of anderhalf uur vanaf gehaald omdat er dan eventueel geen ritje te doen is. Dan heb ik een halfuur pauze die dag en dan wordt er ook nog eens 6,25 procent ingehouden op mijn gewerkte uren zodat ik ongeveer 5,5 uur van die dag aan loon overhoud. De gemeenten betalen, volgens mij, gewoon die acht uur. Het bedrijf waar ik werk, TCR, steekt de rest dan maar in z’n zak, denk ik? PlusOV, en Zoov, want PlusOV is zoals het hier in deze regio heet en Zoov heet het, bijvoorbeeld, in Winterswijk en Aalten. Dat zijn, in mijn ogen, verdienmodellen die elk taxibedrijf heel graag in zijn portefeuille heeft. Want, het is een verdienmodel waardoor zij zeker zijn van inkomen, omdat zij zeker – ik weet niet hoeveel procent van – ons loon inhouden om in hun eigen zakken te steken.
Wij betalen daar de prijs voor. Ik vind dat best wel erg. Dat dit überhaupt kan met gemeenschapsgeld! Wat kunnen de gemeenten dan voor de chauffeurs betekenen? Want, uiteindelijk worden zij via het bedrijf door de gemeente betaald. Of je nu bij TCR werkt … Ik ben gedetacheerd bij TCR, en ‘Lets Work Now!’ is eigenlijk mijn baas. Dus, wat gaan wij daarmee doen? Het vak waar ik in zit, doe ik met heel veel plezier. Het betreft allemaal mensen met een Wmoof WVG-pas. Dat zijn mensen die hulp nodig hebben om waar dan ook te komen: bij een ziekenhuis, huisarts, tandarts, oogpoli, of wat je dan ook nodig hebt. Die mensen zijn eigenlijk van ons afhankelijk omdat er geen bus rijdt. Er rijdt geen trein in het gebied waar wij rijden. Wij hebben dan eigenlijk ook de hulp nodig van de politiek. Ik wil vragen, alstublieft, een gesprek met ons aan te gaan, zodat wij misschien tot een oplossing kunnen komen of daar in ieder geval over kunnen spreken, wat het allemaal inhoudt in ons vak. En wat het voor ons betekent aan het einde van de rit. Dat je dus met best veel uren werken gewoon niet meer rond kan komen. Dat is wat ik eigenlijk wilde zeggen. Dank u wel, voor jullie aandacht.” De VOORZITTER: “Dank u wel, mevrouw. Moedig! U mag wel even blijven staan. Wat moedig dat u ons dat vertelt. Ik wil de raadsleden de gelegenheid geven om vragen te stellen.
De heer De Ridder, om te beginnen.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. De kern van uw verhaal is in feite dat u rijdt voor PlusOV en Zoov: u werkt best wel hard en heeft hart voor de zaak. Alleen wordt er bij u flink wat geld afgehouden op de ritten die u doet. De essentie is dus - volgens mij - dat PlusOV en Zoov niet helemaal de cao naleven en er te veel geld van u wordt afgesnoept. Dus, in essentie vraag je ons dus om aan het College de oproep te doen: “Stuur, Zoov, PlusOV, bedenk het allemaal maar, ... Breng ze even hier naartoe en laat ze verantwoorden waarom ze zoveel geld van chauffeurs afpakken.” Begrijp ik u goed?” Mevrouw HUBERS: “Ja.” De VOORZITTER: “Dat klopt, vindt u het goed als ik andere raadsleden ook het woord geef?” Mevrouw HUBERS: “Ja, dat mag. Zeker.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, eigenlijk heeft de heer De Ridder het heel goed verwoord. Ik denk dat wij inderdaad een oproep moeten doen om de wethouder ook
452 weg te sturen om daar een goed gesprek over te voeren. Maar, daar helpen wij u op dit moment niet mee. Ik heb veel respect voor wat u heeft gezegd. Wat voor hulp heeft u nog meer nodig? Ik hoor dat u slecht rond kan komen, maar vijftig euro … Ik weet niet hoeveel procent u heeft ... Er zijn heel veel regelingen. Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent? Maar, wat kunnen wij nog meer voor u doen?” Mevrouw HUBERS: “Ik heb het geprobeerd om iets te kunnen regelen, maar ik val overal buiten. Ik heb het geluk en een pech. Ik ben mede-eigenaar van het huis waar mijn moeder in woont. Zij is 87. Samen met mijn twee broers ben ik eigenaar van die woning. Dat wordt in drieën gesplitst. Die woning heeft een waarde, hè. Daaruit krijg ik bijtelling bij mijn loon en daar betaal ik nog 800 euro belasting voor, ook nog, voor dat huis. Elk jaar. Ik kan niet van een bonk stenen eten. Het is dood kapitaal waar ik helemaal niets aan heb. Vandaar dat ik overal buitenval. Ik heb geen huursubsidie, geen zorgtoeslag, helemaal niets. Je mag dus ... Nou ja, je moet het zelf doen. Ik vind dat helemaal prima. Ik heb dat ook altijd gekund. Maar, dat gaat nu niet meer en daar loop ik tegenaan. Dus, alles wat je niet ziet, dat is nu ... De mensen die het het moeilijkst hebben, hebben daar heel veel last van en kunnen gewoon niet meer normaal iets doen.
Je kunt niets meer sparen voor als er een wasmachine kapotgaat of iets. Dat blijft gewoon écht niet over. Ik heb een studerende dochter in huis en omdat ze bij mij in huis woont … Ze is 26 en volgt de Pabo ... Ja, ik kan haar niet eens helpen en zij mij niet. Hoe ga je dat in Godsnaam doen? Dat is ... Hoe ga ik dat flikken volgende maand? De maand daarop? Of volgend jaar? Ik heb werkelijk waar geen idee.” De VOORZITTER: “Mevrouw Hubers, ik zag nog een aantal mensen met vragen. Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, dank voorzitter. Ja, ik vul graag aan op de heer Mart De Ridder. Wij kunnen niet eigenhandig de cao’s aanpassen, maar ik hoor u daadwerkelijk zeggen: “Politiek, help ons.” Bedoelt u daarmee misschien ook dat wij in de contracten die wij aangaan, als gemeente zelf, ook met het bedrijf waar u voor werkt, ook bepaalde prestatieafspraken zouden moeten maken?” Mevrouw HUBERS: “Misschien komt het daar uiteindelijk wel op neer. De mensen die met ons rijden, via dit systeem van vervoer, zijn daar ook afhankelijk van. Uiteindelijk betaalt de gemeente geld aan het bedrijf. De gemeente betaalt gewoon acht uur voor die dag dat ik werk. Ik krijg daar 5,51 procent van betaald.
Daar gaat een pauze af, maar dat restant dat ze dan zo maar even – voor mijn gevoel – inpikken, dat is toch onterecht?” De VOORZITTER: “Oké, laten we proberen om even het punt voor de raad helder te hebben. Wij gaan niet steeds in discussie. Ik heb eerst meneer Van Dijken nog bij de microfoon. “ De heer VAN DIJKEN: “Ja, dank u voorzitter. Hartelijk dank dat u uw verhaal wilt vertellen. Dat op de eerste plaats. Ik schrik hier een beetje van, maar dat daargelaten. Hoeveel collega’s heeft u die in dezelfde situatie zitten?” Mevrouw HUBERS: “Alle collega’s die zichzelf moeten bedruipen en zeker niet nog een partner hebben die meewerkt of niet gepensioneerd zijn. Ik denk dat de helft gepensioneerd is. Zij werken dus, plus hun pensioen. Zij zeggen zelf dat zij er wel iets minder last van voelen. Ook zij leveren natuurlijk wel in, maar zij voelen dat minder. Ik moet voor mijzelf opkomen en met mij - denk ik - de andere helft van de collega’s ook. Dus, ik denk dat wij misschien wel over zestig of tachtig personen praten die puur van dat loon moeten leven. Dat is nu onmogelijk.”
453 De heer VAN DIJKEN: “Oké, dank u wel.” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn mening is toch iets anders dan mevrouw Westerik. Wij kunnen als gemeenteraad en stadsbestuur wél wat doen. Wij kunnen TCR en PlusOV even op het matje roepen en zeggen: “Luister, wij krijgen deze verhalen binnen van chauffeurs die voor onze gemeente rijden en waarvan een paar uren worden afgesnoept.” Dus, bij dezen is mijn vraag aan het College en aan de desbetreffende wethouder: “Kan ik bij dezen een toezegging krijgen dat zij TCR en PlusOV op het matje roepen?” En dat zij ervoor gaan zorgen dat iedereen – er zitten er ook een paar op de publieke tribune, trouwens – die chauffeurs die voor TCR en PlusOV werken - in ieder geval de hoop krijgt ... Want, dit is niet iets van de afgelopen maanden. Dit speelt al vanaf maar, dat mensen vijf van de acht uur uitbetaald krijgen. Dus, in essentie: een vraag aan het College en aan de desbetreffende wethouder: of ik bij dezen een toezegging kan krijgen dat zij op het matje geroepen worden. Anders heb ik hier al een motie klaarliggen waarbij we als gemeenteraad die uitspraak kunnen doen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik laat zo even de wethouder aan het woord. Mevrouw ten Holder, ik zag u ook nog.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, dank u wel voorzitter.
Ik had eigenlijk dezelfde afrondende conclusie, maar ik wil mevrouw ook bedanken voor haar verhaal. Ik zou het fijn vinden als zij ook, zelf gaan kijken wat wij hieraan kunnen doen. Want, het gaat ook om de kwaliteit waarop het vervoer geleverd kan worden en dat is duidelijk niet aan de orde met deze prijzen.” Mevrouw HUBERS: “Ja, ik denk dat er iets moet gebeuren. Ik wil mijn nek wel uitsteken voor meerdere collega’s, maar ook voor onze klanten. Zij zijn daar echt afhankelijk van. Deze vorm van vervoer moet blijven bestaan. Daar ben ik van overtuigd. Het is ook hartstikke goed. Maar, je moet wel rond kunnen komen.” De VOORZITTER: “Oké, het punt is heel duidelijk en uw verhaal is goed begrepen. Als u wilt gaan zitten, want dan kan op de plek waar u nu staat de wethouder de vraag beantwoorden.” Mevrouw HUBERS: “Dank u wel. Oké.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter?” De VOORZITTER: “Oh, ik hoor een stem. Meneer Boersbroek?” De heer BOERSBROEK: “Ja, dank voor uw verhaal. Wat mij nog niet helemaal duidelijk is, is of dit een incident is waarbij bij ú de uren worden afgehouden, of is dit structureel binnen het bedrijf zo?” Mevrouw HUBERS: “Dat is structureel.” De heer BOERSBROEK: “En dan praat je over meerdere chauffeurs in de regio?” Mevrouw HUBERS: “Ja.” De heer BOERSBROEK: “Ja. Oké. Dank u wel.”
454 Mevrouw HUBERS: “Ik denk bijna alle taxichauffeurs, want wij hebben allemaal met dezelfde cao te maken. Dus, elke taxichauffeur heeft hier eigenlijk hinder van. Behalve degene die blokuren hebben. Ja, het is een ingewikkeld technisch verhaal. Maar, zij hebben daar geen last van.” De heer BOERSBROEK: “En hebben jullie als collectief hierover al aan de alarmbellen getrokken bij de werkgever? Of zijn jullie hierover in gesprek gegaan?” Mevrouw HUBERS: “Ja.” De heer BOERSBROEK: “Oké, helder.” Mevrouw HUBERS: “Maar, je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Van het uitzendbureau naar de hoofdwerkgever en weer terug. Dus, je kunt niet eens een deur intrappen.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan wil ik u vragen om te gaan zitten zodat de wethouder ook antwoord kan geven en u dat kan horen. Dank u wel.” (Audiopositie 00:27:28)
De VOORZITTER: “Wethouder.” Wethouder BOSWINKEL: “Voorzitter, ik wil allereerst mevrouw Hubers bedanken voor haarverhaal. Zowel ... Het zijn twee dingen in dit verhaal. Pijnlijk voor onze werkende armen. Wij zijn met zowel uw raad, voorzitter, als het College, hard aan het werk om dat in Zutphen in ieder geval minder te maken. Het andere verhaal gaat inderdaad over onze samenwerking met PlusOV en TCR. Ik kan de bestuurder van PlusOV op het matje roepen. Daarmee zou ik – volgens mij – voorbijgaan aan mijn eigen verantwoordelijkheid. Waar het over gaat, is dat ik snel terugga naar PlusOV en hier uitleg over ga vragen. Ik snap uw vragen, maar die heb ik ook. Dus, ik zal eerst moeten vragen wat hier aan de hand is en hoe zij met TCR in gesprek zijn hierover. De toezegging dat ik daar achteraan ga, kan ik natuurlijk doen.” De VOORZITTER: “Dus, de wethouder doet een toezegging dat zij in gesprek gaat en uiteraard houden wij u daarbij op de hoogte, zoals natuurlijk ook de raad. Dus, die toezegging noteren wij nu. Op mijn briefje zie ik nu de heer Hendriksen. Gaat uw gang.” (Audiopositie 00:28:55)
3.b – Inspreker De heer J. Hendrikse, eigenaar sportschool in Zutphen – Betreft herbenoeming burgemeester Vermeulen De heer HENDRIKSEN: “Dank u wel, voorzitter. Geachte raad. Dank u, dat ik dit spreekrecht even kan gebruiken hier. Mijn naam is Jeroen Hendrikse, ik ben ondernemer in Zutphen. Ik heb een sportschool. Ik wil het over het volgende hebben: Wij kampen met vele crises in het land. Daar zullen jullie zeker ook mee bezig zijn. Te veel om op te noemen. Sommige van die crises zijn ook zo groot dat
455 wij als individu of als kleine gemeenschap, niet weten hoe wij zelfs maar een klein begin kunnen maken aan een oplossing. Maar, wij hebben ook te maken met crises die wel degelijk hanteerbaar zijn en binnen een kleine gemeenschap ook op te lossen zijn. De crisis van het vertrouwen is wat mij betreft een gapende crisis, maar een crisis die wij in de lokale gemeenschap voelen. En dit graaft, dat blijkt uit vele onderzoeken en dat zullen jullie ook kennen – neem ik aan – een groot gat tussen politiek en burger. Met name ook landelijk zie je dat populistische partijen garen spinnen bij het grote gevoel van wantrouwen. Waar nu mijn vraag, mijn verhaal, over gaat is dat het herstel van vertrouwen in de politiek en het democratisch bestel zelf ter handen moet worden genomen. Wij moeten in de eerste instantie persoonlijk, en lokaal, ons afvragen hoe groot het gat is tussen onze gekozen volksvertegenwoordigers én onszelf als actieve, of betrokken, burgers. Persoonlijk ben ik niet iemand die veel wantrouwen koestert. Ik wil hier vanavond echter zeggen dat het hele proces rondom de herbenoeming van onze burgemeester bij mij veel vragen heeft opgeroepen en zelfs een groot gevoel van onbehagen. Ik voel mij niet vertegenwoordigd. Dat wilde ik zeggen hier. Ik voel mij niet vertegenwoordigd door het besluit van de raad om niet door te willen met de huidige burgemeester.
Dit besluit roept bij mij wantrouwen op. Ik heb daarom de volgende vragen aan de raad: Wie is van buiten de raad om input gevraagd over het functioneren van de burgemeester? Wat is het profiel waaraan moet worden voldaan? Wie heeft dit profiel dan precies opgesteld? Hoe zijn de burgers in Zutphen meegenomen bij het opstellen van dit profiel? Sinds wanneer functioneert de burgemeester, naar het oordeel van de raad, niet meer conform het profiel? Ik dank u voor de antwoorden die, wellicht niet vanavond, zullen komen maar op een ander moment. Ik blijf een positief en betrokken burger die op zoek is naar vertrouwen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Hendriksen. Ik kijk even naar de raadsleden voor antwoorden dan wel vragen. Niemand? Dank u wel. Dan gaan wij door naar de heer Nagi.” (Audiopositie 00:32:08)
3.c – Inspreker De heer Nagy – Betreft herbenoeming burgemeester Vermeulen De heer NAGI: “Beste voorzitter, beste raadsleden, fijn dat ik even mijn stem mag laten horen. Ik moet wel bekennen dat meneer Hendriksen mij eigenlijk een beetje voor was en dat ik met hetzelfde punt hier stond. Maar, ik zal het iets anders formuleren. Er hangt namelijk een grote, prangende, vraag boven de stad. Ik praat hier niet zozeer namens alle inwoners, ik praat hier vooral namens heel veel ondernemers die ik zelf heb gesproken. Dit komt eigenlijk op hetzelfde neer: wat is er aan de hand? Zes jaar geleden is onze burgemeester aangesteld op basis van haar profiel, capaciteiten en cv et cetera. En, inderdaad, nu blijkt dat profiel niet meer te kloppen. Ik weet dat er een andere raad is en die andere raad zal wel weer andere eigenschappen of verwachtingen hebben. Maar, deze vraag overvalt bijna iedereen die ik spreek. Iedereen die ik spreek, spreekt mij aan, ik spreek anderen aan, en wij hebben allemaal zoiets van: “What’s going on?” Daar zouden, niet alleen ik, ook de ondernemers en inwoners van Zutphen, graag een keer een duidelijk en goed antwoord op willen hebben. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil beide laatste twee inspreken bedanken voor hun inspraakreactie.
Maar, de raad kan gewoon geen antwoord geven omdat zij gehouden is aan geheimhouding. Het hele proces is een vertrouwelijk proces en duidelijk is dat wij
456 nooit over personen spreken in openbare raadsvergaderingen. Als laatste wil ik opmerken dat het hele proces bij de Commissaris van de Koning ligt nu. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.” De heer NAGY: “Ja, teleurstellend. Want, daarmee kan – denk ik – niemand iets. Dan krijg je roddels, denk ik. Je krijgt het gevoel: “Hé, wie zit hier achter?” Dat zou ik jammer vinden. Ik zou het mooier vinden als dáár in ieder geval een beetje antwoord op zou kunnen komen. Dat zou het enige zijn. Want, ik verwacht wel dat hier de komende tijd ... Ik hoor al veel roddels … Ik ga er zelf niet in mee, want daarom sta ik hier. Ik zou graag een antwoord willen. Maar, je voorkomt niet dat je met dit soort beslissingen – en ik praat ook uit ervaring natuurlijk, want van die zes jaar zijn twee coronajaren geweest, dat is niet makkelijk om dan te regeren. Ik heb beslissingen gezien waarvan ik dacht: “Petje af. Ik weet niet of ik dat had gekund.” Dit is precies wat er nu speelt. Daarom zou ik het mooi vinden als we iets kunnen voorkomen. Want, jullie kunnen toch wel íéts naar buiten brengen?” De VOORZITTER: “Ik zie mevrouw Ten Holder reageren. Gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Als afronding wil ik nog graag zeggen dat ik het toch opmerkelijk vind, want de raad én de burgemeester hebben gezamenlijk besloten om van de herbenoeming af te zien.
Hier wil ik het graag bij laten.” De heer NAGI: “Oké. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank voor uw inspraak. Als u het knopje weer uit wilt drukken? Dank.”
4
ACTIEVE INFORMATIEVOORZIENING VANUIT HET COLLEGE (Audiopositie 00:35:26)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar agendapunt 4, de actieve informatievoorziening vanuit het College. Dan geef ik als eerst het woord aan wethouder Boswinkel.”
4.a – Wethouder Boswinkel inzake begeleiding van bewoners in de bijstand; vooraankondiging memo met plan van aanpak Wethouder BOSWINKEL: “Voorzitter, afgelopen zomer kreeg ik van verschillende kanten signalen over de begeleiding van inwoners in de bijstand. Onder meer, dat inwoners die een uitkering hebben, lange tijd niet gezien of gesproken zijn door de gemeente. Hierdoor hebben wij eigenlijk geen zicht op hoe het met hen gaat en wat er voor hen nodig is. Vanwege deze signalen heb ik besloten een steekproef uit te voeren waaruit blijkt dat deze signalen niet op zichzelf staan. Het is geen incident. Dit vraagt om directe actie en één daarvan is hierbij uw raad inlichten. Er komt deze week een memo naar u toe met meer informatie. Onder andere, met alle cijfers uit de door mij genoemde steekproef. Ik kom dan uiterlijk in januari naar u terug met een plan van aanpak dat ik ook graag met u bespreek. Bijvoorbeeld tijdens een extra Forum. Voor nu, tot zover, voorzitter. Maar, dit wordt zorgvuldig vervolgd.” De VOORZITTER: “Ik kijk even rond. Dank u wel. Dan wethouder Verschure, twee mededelingen.”
457
4.b – Wethouder Verschure inzake het Zutphens Sport- en Accommodatiebedrijf, ZSA Wethouder VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de afgelopen tijd is er door betrokken ambtenaren de Zutphense Sport- en Accommodatiebedrijf, wat ik vanaf nu even ZSA noem – dan gaat het wat sneller – en mijzelf stevig ingezet om een compleet beeld te brengen van de huidige ontwikkelingen binnen het ZSA. We zijn tot de conclusie gekomen dat het ZSA goed van start is gegaan. Er wordt gewerkt aan het bouwen van de organisatie, het integreren van de verschillende systemen en de exploitatie van De IJsselslag, De Hanzehal, de gemeentelijke gymzalen en ’t Warnshuus. De grote uitdaging momenteel is het toevoegen van de buitensportaccommodaties aan de opdracht van het ZSA. Er is gebleken dat veel informatie die hierover nodig is, niet up-to-date is. Denk hierbij aan actuele rechten van opstal, meerjareninvesteringen, onderhoudsplannen en de demarcatielijsten. Er zal duidelijkheid moeten komen voordat wij de nodige duidelijkheid kunnen geven aan het ZSA. Dat is een flinke klus. Er zal op korte termijn een opdracht verleend worden aan een gespecialiseerd bureau om te ondersteunen in de benodigde inhaalslag. Duidelijk is al wel, dat de voorgenomen overdracht van de buitensportaccommodaties per januari 2023 niet gehaald gaat worden. Er wordt nu ingezet op een overdracht eind 2023.
In de tussentijd is het vanzelfsprekend dat er hard doorgewerkt wordt met de verdere optimalisatie van de exploitatie van de binnensportaccommodaties, de effectieve inzet van de buurtsportcoaches en het optuigen van efficiënte overlegstructuren tussen ZSA en de gemeente. Sinds medio september is een parttime, extern projectleider aan de slag gegaan om het proces in goede banen te leiden. Eind november, of begin december, zal ik u via een informerend Forum verder op de hoogte brengen van de stappen die dan gezet zijn met betrekking tot het ZSA.” De VOORZITTER: “Geen vragen? Ah, wel. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Wij zijn benieuwd wat de financiële consequenties hiervan zijn en of u dat kunt meenemen in het memo?” Wethouder VERSCHURE: “Ik heb niet gezegd dat er een memo komt. Er komt een overleg. Er komt een informerend Forum waarin u heel mooi meegenomen wordt in wat de stand van zaken is, ook in wat de financiële consequenties zijn, want deze zijn nu nog on-inzichtelijk omdat alles nog in kaart gebracht moet worden. Dus, daar kan ik nu nog geen uitspraken over doen.” Mevrouw ACKERMANS: “Dit komt mij nu, in ieder geval, rauw op m’n dak. Ik neem aan u ook, omdat wij ervan uit gingen dat dit nu vanaf 1 januari zou overgaan. Dan vind ik eind volgend jaar wel lang.
Kunt u daar iets meer over zeggen waarom dat zó lang moet duren?” Wethouder VERSCHURE: “Omdat wij daar duidelijk de tijd voor moeten nemen om dit goed in kaart te kunnen brengen. Er zijn zo veel verschillen. Iedere vereniging is anders ingericht. Wat hoort bij de vereniging? Wat hoort bij de gemeente? Wij moeten dit echt goed in kaart brengen om het over te kunnen dragen aan ZSA. Daar hebben wij de tijd voor nodig. Boekhoudkundig is het ook beter om het per 1 januari te doen.” De VOORZITTER: “Ja, meneer Manders. Ik zag uw vinger.” De heer MANDERS: “Ja, dank u wel voorzitter. In een gesprek met het bestuur van de gymnastiekvereniging hoorde ik dat de contacten tussen de kwartiermaker vanuit de Z ... Zutphense Sport- en Accommodatiebedrijf helemaal nul
458 komma nul was. Ik geef het u even mee, want zij hadden al – vooral – problemen met het inplannen van uren met andere gymverenigingen, gymzalen.” Wethouder VERSCHURE: “Ik zal het meenemen. En ZSA gaat er heel snel insluipen. Dat kunt u er zo ingooien.”
4.c – Wethouder Verschure inzake de kunstgrasvelden van FC Zutphen De VOORZITTER: “Volgens mij, had u nog een mededeling, toch? Ik had er hier nog een staan. Over de kunstgrasvelden van FC Zutphen? Oh, dat wordt een memo. Dan heb ik even niet opgelet. Dank u wel.” Wethouder VERSCHURE: “Nee, in het technisch blok is een vraag gesteld door de Partij voor de Dieren met betrekking tot wat voor granulaat er gebruikt wordt bij de kunstgrasvelden. Daar komen wij in het memo op terug.” De VOORZITTER: “Zo was het.”
5
VRAGEN BETREFFENDE DE ACTUALITEIT (Audiopositie 00:41:08)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar de actualiteitsvragen. Ik heb er al een viertal genoteerd. Op mijn lijstje staat in ieder geval de SP, is die vraag nog? Ja. Meneer De Groen. Wacht, mevrouw Ackermans? Oh, u wilt ook straks een vraag stellen. Ja, ik doe ze eerst van mijn lijstje, daarop staan: D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Daarna kijk ik gewoon nog rond, ja?”
5.a – Vraag SP – inzake de gemeentelijke zorgverzekering De heer DE GROEN: “Dank u wel, voorzitter. Ik had een vraag gesteld over de gemeentelijke zorgverzekering. Ik heb begrepen dat deze doorgaat en wij een contract hebben voor drie jaar. Dit wordt dan het tweede jaar. Ik zou eigenlijk de wethouder willen oproepen om te zorgen dat wij binnen de kortste keren een nieuwe aanbieder krijgen zodat er niet onnodig veel geld richting Malta verdwijnt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Antwoord?” Wethouder BOSWINKEL: “Ach, voorzitter. Heb ik mij helemaal ingelezen in hoe de contracten waren en waar uw raad voor heeft getekend voor drie jaar. Helemaal uitgezocht hoe wij zo meteen, half november, natuurlijk weer de campagne gaan starten om te zorgen dat die mensen, die inwoners, die het nodig hebben weer gebruik kunnen maken van ons gemeentepolis. Ik heb uitgezocht dat er nu 1.300 polissen zijn, waarvan 672 verzekerden, want kinderen zijn gratis verzekerd. Dan is het de vraag: Gaan wij naar een hele andere polis? Wij hebben nu drie jaar een contract met Aevitea. Wij horen daar goede verhalen over van onze inwoners. Wij hebben met veel pijn en moeite, vorig jaar, en daar heeft u bij geholpen, gezorgd dat wij van een andere verzekering konden overstappen naar deze en nu moet er weer een andere komen? Ja, het ligt niet voor het oprapen, meneer De Groen.
Dus, ik zou zeggen: laten we zorgen dat zoveel mogelijk inwoners hier gebruik van kunnen maken, die dit nodig hebben. Daar gaan wij half november weer goed campagne voor voeren. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Ten Holder voor de vraag die zij al had laten weten.”
459
5.b – Vraag D66 – inzake de staat van de herinrichting van het Leestensepad in Warnsveld Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, D66 heeft een vraag over de staat van de herinrichting van het Leestensepad in Warnsveld. Daar zou het groen heringericht worden en wij horen van bewoners dat zij zorgen hebben over de staat van de gazons daar.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Wannet.” Wethouder WANNET: “Dank u, voorzitter. Wij begrijpen die zorgen, maar het is al heringericht daar. Wat er is gebeurd, is dat het met kruidenrijke vegetatie is ingezaaid en voordat het eindbeeld wordt behaald wat wij allemaal voorzien, en ook in andere delen van de stad zien, duurt dat een aantal jaar. Dus, het ligt inderdaad nu ... Ik kan mij voorstellen dat inwoners vinden dat het er wat armoedig bij ligt, maar over twee, drie, jaar is het eindbeeld wel zoals we het in de rest van de stad zien. Dat heeft met het groeiproces van de kruidenrijke vegetatie te maken, hetgeen ons beleid is zodat wij tegemoet komen aan de biodiversiteit.” De VOORZITTER: “Aanvullende vraag, mevrouw Ten Holder?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, betekent dit dat inwoners nog lang – voor hun gevoel – naar onkruid in hun straat kijken? Is daarover communicatie met de bewoners?” Wethouder WANNET: “Nou ja, ik kan u toezeggen dat wij de communicatie met hen nog eens opstarten.
Maar, dit is wel het beeld wat zij krijgen te zien komend jaar. Want, dat heeft gewoon groeitijd nodig. Maar, wij zullen extra communiceren naar de inwoners wanneer het eindbeeld bereikt wordt en wat dat dan betekent in de tussentijd.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan had ik meneer Logemann genoteerd, van GroenLinks.”
5.c – Vraag GroenLinks – inzake verzakken gemeentelijk monument De IJsselstroom aan de Vliegendijk De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Ik had namens de GroenLinks fractie de volgende vraag: bij verschillende gelegenheden heeft de eigenaar- bewoner van het gemeentelijk monument de IJsselstroom de aandacht gevraagd voor het verzakken van het pand aan de Vliegendijk. Als één van de oorzaken wordt daarbij het regenwater van de openbare weg genoemd, want nu over en door de terp stroomt waarop het monument staat. De GroenLinks fractie vraagt zich af welke maatregelen de gemeente inmiddels heeft genomen om die oorzaak weg te nemen? Ik wil daaraan toevoegen dat wij ons heel goed realiseren dat afstromend regenwater, vanaf de openbare weg, niet de enige oorzaak is van het verzakken. Misschien zelfs niet eens de belangrijkste. Maar, de indruk is dat de gemeente daar niet heel erg actief in heeft geacteerd. Dat is ook mede de achtergrond van de vraag die wij stellen. Tot zover, dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Wannet.” Wethouder WANNET: “Dank u wel, voorzitter. De gemeente heeft daar wél in geacteerd. Wat daar is gebeurd, is dat er op kosten van de gemeente een goot is aangelegd. Die goot die vangt een deel van het regenwater op, zijnde het deel wat over de terp heen stroomt. Recentelijk is die goot weer opnieuw schoongemaakt zodat hij weer zijn werk gaat doen.
Er zijn ook al gesprekken met de eigenaar van IJsselstroom over de vraag of wij die goot moeten verbreden zodat de uitstroom in de terp nog minder is. Die gesprekken worden op dit moment gevoerd. Als die goot wordt verbreed, betekent dit ook dat er meer regenwater wordt opgevangen. Maar, er is dus al een deel aangelegd door de gemeente.”
460 De VOORZITTER: “Fijn. Dank u wel voor dat antwoord. Dan heb ik nog een vraag staan van de ChristenUnie. Meneer Van Dijken.”
5.d – Vraag ChristenUnie – inzake oproep Staatssecretaris over huisvesting alleenstaande minderjarigen Meneer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Afgelopen week deed de rechter, na een kort geding aangespannen door Vluchtelingenwerk Nederland, de uitspraak dat kwetsbare mensen, waaronder alleenstaande, minderjarige, jongeren en minderjarige vreemdelingen, per direct niet meer mogen worden opgevangen in noodlocaties. Staatssecretaris van den Burg roept gemeenten op om voor deze groep, van circa 1.700 personen, extra plaatsen te zoeken. Aangenomen wordt dat het College bekend is met deze oproep. Want ook in Zutphen willen wij zo veel als het kan, gevrijwaard blijven van zwervende, minderjarige, alleenstaande, asielzoekers. Dat lijdt tot de volgende vraag: is het College bereid om haar verantwoordelijkheid te nemen en te zoeken naar een plek in onze gemeente voor deze alleenstaande kinderen?” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wethouder Verschure.” Wethouder VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk is het geen vraag. Ja, wij zijn bereid om te kijken. Wij zijn ook in gesprek met het COA. Want, het COA wil een kantoorfunctie ergens in onze gemeente hebben. Wij gaan erop aandringen om te kijken naar een locatie waar óók kinderen opgevangen kunnen worden. Dat is een toezegging die wij hier doen.” De VOORZITTER: “Ja, meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank, voorzitter.
Is daar een tijdspad bij in gedachten?” Wethouder VERSCHURE: “Daar is op dit moment geen tijdspad bij in gedachten. Ik weet ook dat de uitspraak die er is geweest ... daar wordt ook een hoger beroep op aangetekend. Omdat ook de overheid meer tijd nodig heeft om dit verder uit te werken. Dus, ik kan u nu geen tijdspad noemen. Maar, wij doen ons best om dit gewoon goed op te lossen.” De VOORZITTER: “Meneer Van Dijken.” Meneer VAN DIJKEN: “Kan de wethouder toezeggen dat hij er dit jaar nog op terugkomt?” Wethouder VERSCHURE: “Ja. Er is nood. Dus, het lijkt mij logisch dat ik dat toezeg.” De VOORZITTER: “Ik schudde net naar u omdat het de gewoonte is dat een partij vragen stelt ... Nee, maar ik leg het graag even uit, want ik kan mij de verwarring voorstellen. Maar, het zijn uw eigen regels. Dus, die wilde ik maar handhaven. Ik zag nog mevrouw Ackermans, ook. En twee mensen van de PvdA? Oké? Ja. In uw reglement staat ook dat het één vraag per fractie mag zijn. Ik ga er vanavond nog flexibel mee om, maar of u daar voortaan over wilt nadenken. Mevrouw Ackermans.”
5.e – Vraag Kies Bewust Lokaal – inzake lichtvervuiling Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Onze fractie krijgt de laatste tijd veel vragen over lichtvervuiling. Ze vragen zich af wat de gemeente zelf gaat doen om minder energie te verspillen. Zeker met de hoge prijzen krijgen wij vragen of er actief ingezet kan worden om lichtvervuiling tegen te gaan en over het niet overbodig laten branden van verlichting. Ze vragen zich voornamelijk ook af in hoeverre de eyecatcher van de lichttunnel nog passend is in deze tijd van energiebesparing en of daar wat aan gedaan kan worden. Wij zijn benieuwd naar het antwoord.”
461
De VOORZITTER: “Ik kijk even rond naar wie er van de lichtjes in de tunnel is. Nou, het kan van alles zijn. Mag ook zijn dat het antwoord nog gaat komen. Wethouder Bloem pakt de handschoen op.” Wethouder BLOEM: “Dank u, voorzitter. Als ik de vraag goed heb begrepen, dan gaat het over de lichten in de tunnel naar de Noorderhaven.” Mevrouw ACKERMANS: “Nee, alle lampen in de gebouwen, de lantaarnpalen die onnodig branden. Eigenlijk alle lampen die onnodig branden, in de ogen van de bewoners.” Wethouder BLOEM: “Oké. Nou, sowieso om nog even terug te komen waar ik mee begon: de lichten in de tunnel naar de Noorderhaven. Deze zijn met ledverlichting voorzien en over de hele linie zien wij juist dat wij de afgelopen jaren juist flink hebben geïnvesteerd in goedkopere apparatuur en ook met name energiebesparende apparatuur. Dat is een van de belangrijkste dingen die de gemeente kan doen. Als het gaat om het gebruik van licht heb je altijd verschillende belangen die je tegen elkaar moet afwegen. Waarbij licht natuurlijk ook wordt ingezet om inwoners een gevoel van veiligheid te geven, in ieder geval. Dus, uitgaande van de gemeentelijke taak om dit op een zo goed mogelijke en zuinig mogelijke manier te doen, is inderdaad ingezet op besparende apparatuur. Dat is, denk ik, voor nu even het allerbelangrijkste.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel.
Ik begrijp wat u zegt. Toch wil ik u erop aandringen dat u nog eens kritisch gaat kijken of echt elke verlichting noodzakelijk is. Ook in de gebouwen. En of de manier van de verlichting noodzakelijk is.” Wethouder BLOEM: “Dank u, voorzitter. Dat zou ik zeker willen doen. Als ik nu, bijvoorbeeld, om mij heen kijk, zou je zelfs de vraag kunnen stellen of deze verlichting – of überhaupt deze verwarming – nodig is, in deze vorm. Dus, ik zie uw vraag ook als een gezonde oproep om toch kritisch te kijken naar het energieverbruik.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan de PvdA. De heer Bouma.”
5.f – Vraag PvdA – inzake ondersteuning aan bewoners van monumentale panden om energiebesparende en zelfvoorzienende maatregelen goedgekeurd te krijgen De heer BOUMA: “Dank u wel, voorzitter. Zutphen staat als Hanzestad bekend om haar cultuur-historische waarde en telt honderden beeldbepalende panden en monumenten. Een mooie stad om te wonen, te werken en te recreëren. Het aantal huishoudens met een variabel contract voor de levering van elektra en gas is naar schatting van de ACM – Autoriteit Consument en Markt – op dit moment zo’n zestig procent. Dat aantal neemt iedere maand toe en naar verwachting heeft in januari volgend jaar zeventig procent van de mensen een flexibel energiecontract. Energiebesparende en zelfvoorzienende maatregelen worden maar moeizaam gehonoreerd voor de gemeente Zutphen; althans, hierover krijgen wij signalen. Dubbele beglazing, zonnepanelen om elektra op te wekken, en zonnecollectoren voor warm tapwater of de verwarming te ondersteunen, zijn slechts enkele voorbeelden van duurzame investeringen die bewoners van monumenten goed kunnen gebruiken. Energiearmoede raakt iedereen in onze gemeente. Daarom vraagt de fractie van de Partij van de Arbeid Zutphen-Warnsveld het volgende: wat gaat het College concreet doen om de bewoners van monumentale panden te ondersteunen
462 om energiebesparende en zelfvoorzienende maatregelen goedgekeurd te krijgen op korte termijn?” De VOORZITTER: “Wethouder Wannet.” Wethouder WANNET: “Dank u, voorzitter. Op dit moment zijn wij bezig met de herziening van het beleid waarbij wij in een moeilijke afweging zitten tussen enerzijds het behouden van de monumenten en anderzijds de verduurzamingsregels, de verduurzaming die wij willen toepassen om daar een optimum in te vinden. Dat beleid, daar zijn wij mee bezig, om dat optimum te kunnen vinden. Wat wij op korte termijn doen: op dit moment staat er in de hal van het gemeentehuis al een kleine tentoonstelling die wij samen met de Rijksdienst voor ... In ieder geval, samen met de Rijksdienst is neergezet. Deze toont wat kleine maatregelen die al toegepast kunnen worden op kleine monumenten. Die zijn toegankelijk voor iedereen en ook alle monumenteneigenaren, zodat de eerste stapjes al gezet kunnen worden. Dus, dat doen wij al op korte termijn, zogezegd.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik kijk nog even naar meneer Mehdi? Ja, ga uw gang.”
5.g – Vraag PvdA – inzake ontbreken directe busverbinding tussen Zutphen en de bushalte van GG-net De heer MEHDI: “Dank u wel, voorzitter. De fractie van de PvdA heeft de vraag ontvangen waarom er geen directe busverbinding is tussen Zutphen en de bushalte van GG-net. Het gaat daar om bewoners die niet altijd kunnen bellen om speciaal een bus te bestellen, want dat is nu hoe dat precies geregeld is via Reis. Maar, die bushalte staat daar. Dus, wij vroegen ons af waarom die busverbinding is opgeheven.” De VOORZITTER: “Ja, even kijken wie van het College dit wil beantwoorden?” De heer WANNET: “Waarom die buslijn is opgeheven, daar kan ik nu geen antwoord op geven. Maar, wij zullen uw vragen en zorgen over die lijn meenemen als wij weer een concessiegesprek houden met de provincie Gelderland en spreken over ons OV-netwerk in Zutphen.” De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Was er verder nog animo voor actualiteitsvragen? Nee. Wij hebben iedereen gehad. Dat is fijn. Dan ronden wij dat punt af.”
6
VASTSTELLEN HANDELINGEN (Audiopositie 00:57:38)
De VOORZITTER: “Dan ga ik met u naar punt 6, handelingen van de openbare raad van 13 en 29 september.”
6.a
Handelingen openbare raad 13 en 29 september 2022
De VOORZITTER: “Akkoord.”
6.b
Handelingen besloten vergadering van de raad van 13, 22 en 29 september
De VOORZITTER: “Dan, agendapunt 6.b, de Handelingen besloten vergadering Raad 13, 22 en 29 september 2022?
463 Ook iedereen akkoord.”
7
LIJST INGEKOMEN STUKKEN RAAD 10-10-2022 (Audiopositie 00:58:00)
De VOORZITTER: “Dan ga ik naar 7, lijst ingekomen stukken raad. Mevrouw Ackermans.” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, dank u wel. Wij willen hier vast kenbaar maken - maar zullen dit ook in het presidium doen - dat er twee brieven zijn waar wij een Forum over willen. Dat is over de oprichting van de Jeugdautoriteit toezichthoudende continue jeugdhulp en de brief van de heer Mengveld over veiligheid en uitgaan bij de Vaaltstraat. Dus, dat geven wij nu vast aan.” De VOORZITTER: “Gaat naar het presidium. Verder nog? Nee, niemand.”
8
HAMERSTUKKEN (Audiopositie 00:58:32)
De VOORZITTER: “Dan ga ik met u naar de hamerstukken.”
8.a Bekrachtiging geheimhouding Handelingen Raad 13, 22 en 29 september De VOORZITTER: “Dan 8a, bekrachtiging geheimhouding handelingen raad 13,22 en 29 september. Bij deze.”
8.b
GGD NOG – Zienswijze indexering programmabegroting GGD 2023
De VOORZITTER: “Dan de GGD NOG - zienswijze indexering Programmabegroting GGD 2023. Meneer Manders, u ging volgens mij een stemverklaring geven?” De heer MANDERS: “Dat is correct, voorzitter. Dank. Een hele korte stemverklaring, maar dit gaat vooral over het feit dat de verhoging van de kosten, de indexering, van meer dan vijf procent geaccepteerd wordt. Maar, ik wil wel waarschuwen dat dit wéér een verhoging is naar de burgers toe. Ik wil daar aandacht voor vestigen dat bij de volgende keer wel degelijk een zienswijze wordt ingediend. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan dus aangenomen.”
8.c
Verordening benoeming Vertrouwenscommissie waarnemend burgemeester Zutphen
De VOORZITTER: “Dan, de verordening benoeming vertrouwenscommissie waarnemend burgemeester. Ook een hamerstuk. Ja, is akkoord.”
464
9.
BESPREEKSTUKKEN (Audiopositie 00:59:29)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij naar de bespreekstukken.”
9.a
Inzet specifieke uitkering aanpak energiearmoede (Griffienummer 2022-0084)
9.b
Isolatieaanpak Energiearmoede (Griffienummer 2022-0089)
9.c
Motie: Uitvoeren en financiering motie Hanteren Zutphens sociaal minimum voor energietoeslag Griffienummer 2022-M0038
9.d
Motie: Energiearmoedebestrijding Griffienummer 2022-M0037
De VOORZITTER: “9.a, inzet specifieke uitkering aanpak energiearmoede met de bijbehorende motie, want die van de VVD is ingetrokken. Ja. Ik ga eens even rond kijken. Oh, een ordevoorstel. Meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb deze drie punten bij elkaar gezien. Tenminste, ik dacht dat we deze drie punten bij elkaar zouden behandelen en dan daarna stemmen. Ik zie een knik, dus ik denk dat het goed is. En verder wilde ik mij dus aanmelden voor het spreken.” De VOORZITTER: “Oké, dan heb ik u genoteerd. Ik kijk even rond wie nog meer het woord wenst over dit stuk? Dat is meneer Pelgrim en de ChristenUnie – ik ga het even zo doen - ook D66, PvdA, VVD, Kies Bewust Lokaal. Heb ik dan iedereen gehad? Burgerbelang én Partij voor de Dieren én GroenLinks. Oké, meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel voorzitter. Volgens mij, merkte iedereen wel in het afgelopen jaar dat de energierekeningen door het dak gaan. Dit komt, grotendeels, door de gasprijzen die sinds de oorlog in Oekraïne gigantisch door het dak zijn geschoten. De kern, het probleem, waarom zoveel mensen nu in de problemen komen, is dan dat nog steeds de leus geldt: “Wie rijk is, mag groen zijn.” De werkelijkheid is voor veel mensen. Als jij de middelen hebt om een elektrische auto met laadpaal voor de deur te zetten, dan kan je dat doen en heb je een lager brandstofgebruik.
Als jij kan isoleren, dan heb jij de mogelijkheden om te isoleren en gaat je energierekening omlaag. Kan jij zonnepanelen op je dak zetten omdat jij een koopwoning hebt, dan ga jij zelf energie opwekken en gaat je energierekening omlaag. De essentie is dus dat als jij je schaapjes op het droge hebt, je eigenlijk meer schaapjes kan hebben. Om het maar heel droog te zeggen. Vandaar is het heel goed, met het voorstel van het College, om voor een grote groep mensen die misschien wel een koopwoning hebben, maar niet de middelen hebben om dit te verduurzamen, om daar geld voor vrij te maken. Ik moet ook wel zeggen: oprecht complimenten aangezien dit de eerste keer is dat een College
465 in aanstelling iets concreets, fundamenteels, doet aan de energieproblemen, aan een probleem dat inwoners in onze stad ervaren. Daarom, zou ik het dan wel weer kort houden. Daar krijgen ze gewoon de steun van ons voor. Maar, er staat ook nog een voorstel voor ons bij. Daar hebben wij het – denk ik – de afgelopen vergaderingen ook al vaak genoeg over gehad. Dus, ik zal niet een ellenlang betoog houden over de financiering daarvan. Maar, ik wil wel nog steeds de keiharde vraag stellen, dat het juist nu in de afgelopen maanden nodig is geweest dat er ook een grote groep mensen is die buiten de alle regelingen valt. We hoorden hier vanavond een taxi-chauffeuse die precies daar over sprak, die vijftig euro in de week heeft om uit te geven. Precies die groep mensen, die wordt nu het hardst geraakt. Zij vallen overal buiten de regeling, hebben vaak wél een koopwoning en hebben juist de afgelopen maanden een keiharde verhoging van de energierekening gehad omdat zij ook het meest variabele contract hebben afgesloten. Ik vind juist voor die groep mensen, die nu zeggen: “Gemeenteraad, help ons een keer.
Kom eens een keer op en geef ons ook eens een keer iets om aan vast te houden, iets zodat wij van die vijftig euro per week toch iets beters te kunnen doen.” Voor hen, wil ik toch nog steeds dit voorstel indienen en ik hoop daarmee ook een meerderheid van jullie in de gemeenteraad, ook een plus-stem, een vóór-stem, voor te kunnen vinden. Want, aan het einde van de rit is het mooi dat wij nu concreet, consequent, fundamenteel, iets gaan doen voor een grote groep mensen. Maar, het afgelopen jaar heeft het voor een grote groep te lang geduurd. Een groep, die juist onzichtbaar is geweest voor de politiek en de maatschappij. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer De Ridder. Dan ga ik naar meneer Pelgrim, van de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Wij hebben in het Forum, in de afgelopen twee weken, uitgebreid gesproken over de notitie die er nu ligt om het aan te pakken en 180 woningeigenaren toch 130 procent van het minimum aan isolatiemaatregelen te laten treffen. Dan ligt er nu een aanvullend besluit, of voorstel, vanuit het College, om dit uit te breiden met € 551.000 - uit mijn hoofd - waarvan € 441.000 afkomstig is uit de aanvullende isolatiemaatregelen en 111.000 euro uit het Armoedefonds. Maar, ook weer voor mensen met een eigen woning.
Ik vind toch dat wij daar een aantal Zutphenaren mee tekortdoen: huurders worden daarin niet genoemd en worden ook uitgesloten om daar gebruik van te maken. Maar, huurders zitten ook in een situatie van energiearmoede en kunnen ook, eventueel, energie besparende apparatuur kopen wat los komt van energiemaatregelen. Daarnaast, vind ik die € 111.000 euro die wij uitgeven vanuit het Armoedefonds en daarvoor beschikbaar stellen – en als ik het verhaal net hoor met het inspreken van “Wij zitten ook in de problemen” – dan wil ik die € 111.000 graag behouden voor het Armoedefonds en ook voor 2022 daar nog aan besteden om ook op deze manier mensen daarin tegemoet te komen. Dus, ik zal tegen het aanvullend voorstel stemmen en mede op het voorstel. Dank u wel.” De VOORZITTER: “U mag even blijven staan. Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, dank voorzitter. Ja, ik hoor de heer Pelgrim heel duidelijk uitspreken dat u ook een antwoord wil hebben ten aanzien van de huurwoningen. U haalt even, zojuist, de mevrouw aan die hier insprak. Zij gaf duidelijk aan dat zij juist buiten regelingen valt omdat zij op dit moment in een koopwoning zit. Wij hebben het hier de vorige keer in het Forum ook uitgebreid over gehad, dat de groep die wij nu gaan helpen juist ook een groep is die buiten allerlei regelingen valt.
Dus, volgens mij, zitten hier helemaal – echt een doekje voor het bloeden - maar is dit een structurele maatregel. Maar, wij hebben ook gezegd dat wij met die overige gelden – dat staat ook in het raadsvoorstel – nog gaan kijken hoe wij daarmee de groep die u benoemt ook heel goed kunnen helpen. Dus, ik snap niet zo goed waarom u dit 1+1=2 noemt, terwijl dit volgens mij twee heel goede maatregelen zijn en juist dàt doet wat u hier allemaal zegt.”
466 De VOORZITTER: “De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Ja, ik heb dat stuk net kunnen lezen en daar stond in, dat het niet voor huurders wordt bestemd. Dat staat letterlijk in het laatste stuk genoemd. “Het is voor mensen met een eigen woning” en dat vind ik jammer. Er worden wel energiecoaches beschikbaar gesteld om mensen daarmee te helpen. Maar, die mensen kunnen hun energiemaatregelen niet bekostigen uit dat fonds. Ik vind dat dit beschikbaar moet blijven, ook voor huurders. En ik vind dat het Armoedefonds ook beschikbaar moet blijven voor mensen met armoede om daar ook de maatregelen te kunnen nemen in de bestrijding daarvan.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, voorzitter. Hoor ik de heer Pelgrim hier nu zeggen dat, dat wat als in het Forum is duidelijk gemaakt, dat de groep die nu geholpen gaat worden – wat ook bewezen is door het gemeentebestuur – dat dit nu juist de doelgroep is die juist ook weinig middelen heeft en hoge energielasten heeft, dat u zegt: “Die hoeven we eigenlijk niet te helpen.”?” De VOORZITTER: “Meneer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Nee, dat zeg ik niet. Voor het basisvoorstel wat er ligt, stem ik in, tot die 130 procent: dat stuk dat er nu ligt over de energiearmoede, die € 631.000 euro.
Maar in die aanvullende documenten, vind ik dat de huurders tekort worden gedaan en dat het geld van het Armoedefonds voor armoede moet worden besteed om daarin mensen dit jaar nog tegemoet te komen die ook in de problemen komen en buiten deze regeling vallen.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, voorzitter. Ik zal het afronden. Ik vind het zeer spijtig dat de heer Pelgrim dit heel anders ziet. Wij hebben juist te horen gekregen dat juist heel veel mensen die écht enorm krap in de portemonnee zitten, met tochtige woningen zitten die zij hebben gekocht, maar helaas geen middelen hebben om daar aanpassingen aan te doen, nu dus niet geholpen kunnen worden door de Stadspartij. Helaas.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb een vraag aan de Stadspartij, de heer Pelgrim, omdat ik u hoor zeggen dat de armoedegelden voor een doelgroep, waarvan u eigenlijk zegt dat zij volgens uw definitie niet horen binnen de gelden die wij beschikbaar stellen voor armoedebestrijding. Maar, bent u bekend met het feit dat er echt wel heel veel MKBbedrijven ... dat zij geen kans krijgen om pensioen op te bouwen, maar wel vaak een koopwoning hebben, maar nu in net zulke armoede zitten als mensen in een huurwoning? Hetzelfde gebeurt met Zzp’ers en het zelfde kan gebeuren met mensen die uiteindelijk in de WAO of de WIA terechtkomen.
Ik vind uw definitie van mensen in armoede zo smal, terwijl u vervolgens ook strijdt, hier, voor een MKB-fonds. Dus, kunt u uitleggen waarom u, als het gaat om dit voorstel, zo’n smalle opvatting heeft over armoede? Mensen in armoede.” De heer PELGRIM: “Ik heb geen smalle denkwijze over armoede. Maar, ik vind het geld wat nu beschikbaar komt in één groot voorstel, waar het Armoedefonds wordt toegevoegd aan gelden voor isolatiemaatregelen, extra wordt toegevoegd ... Ik vind dat dit geld beschikbaar moet blijven voor armoedebestrijding. Binnen Zutphen is er heel veel armoede. De inflatie stijft. We horen zeventien procent, we horen twaalf procent. Mensen komen tekort en moeten naar de Voedselbank en dan nog kunnen ze niet rondkomen omdat er nog sportverenigingen zijn en andere zaken. Dus, ik vind dat het geld daarvoor beschikbaar moet blijven en dat wij daar ook daadwerkelijk oog voor moeten hebben. Dat wij het kunnen aanvullen met de extra bijdragen die wij nog hebben gekregen om isolatiemaatregelen te treffen? Prima. Maar, dan moet het in de aanvullende stukken ook deels voor huurders zijn en niet alleen voor de kopers.”
467 De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Zegt u nu dat mensen met hoge energierekeningen geen ondersteuning in armoedebestrijding nodig hebben? En ik hoor een tweede bijzondere opmerking van u, namelijk dat u zegt ... Zegt u nu ook dat wanneer mensen in een koopwoning zitten, vaak slechte woningen, dat zij dan ook in een andere categorie vallen? Want, zo gaan wij toch niet met mensen in armoede om?” De heer PELGRIM: “Nee, mevrouw Ten Holder. Dat zeg ik niet. Ik zeg dat wij nu te eenzijdig op de kopers zijn gericht, op eigenwoningbezitters, en een deel, hier binnen deze nieuwe maatregelen, uitsluiten daarvan gebruik van kunnen maken. Ik wil ook dat huurders gebruik kunnen maken van het aanvullende fonds en dat wij het armoedegeld behouden voor het armoedebeleid.” Mevrouw TEN HOLDER: “Nou, volgens mij, heeft u goed geluisterd naar wat de wethouder in het Forum ook zei, dat er maar een deel ... U kent ook de bedragen die voor armoedebestrijding beschikbaar zijn in deze gemeente. Het gaat om een klein deel. Het gaat om incidenteel geld. U heeft ook gehoord dat de wethouder ook een deel wil aanwenden, voor de mensen in huurwoningen. Dus, ik begrijp uw argumentatie echt niet.” De VOORZITTER: “Nee, maar ik denk dat het nu een herhaling van zetten aan het worden is. Meneer Lok.” De heer LOK: “Ja, dank u wel voorzitter.
Ik probeer goed te luisteren naar wat de heer Pelgrim hier zegt. Alleen … ik ben toch wel benieuwd waarom hij bepaalde antwoorden die in het Forum zijn gegeven, toch niet helder voor de geest heeft. Want, daarin heeft de wethouder aangegeven dat – met name de middelen die door het Rijk beschikbaar gesteld worden – die niet beschikbaar gesteld kunnen worden voor huurwoningen. Dat wordt gezien als staatssteun. Dat kan niet. Dus, de enige dingen die dus eventueel voor u beschikbaar zouden zijn is het Armoedefonds. Daar werd aangegeven dat wij daar ook een gedeelte voor willen gebruiken, bijvoorbeeld voor het vervangen van witgoed. Daar kijkt het College later dus nog naar, of dat kan. Maar, ik hoor hem ook zeggen dat die fondsen in het Armoedefonds voor armoede moet worden gebruikt. Maar, het zijn nu juist die mensen in die koopwoningen die te maken hebben met energiearmoede, die hun energierekening niet kunnen betalen en niet de gelden hebben om zelf hun huis te verduurzamen waardoor dus ook op de lange termijn die energierekening niet omlaag gaat. Dus, juist die mensen leven nu in armoede. De exacte definitie die de heer Pelgrim hier geeft, daar wordt gewoon invulling aan gegeven.