Bijlage 9 TOE Voortoets stikstof
Tekst van het document
3.4.7
H4010A – Vochtige heiden (hogere zandgronden) Kenschets Vochtige heiden komen voor op voedselarme, zeer natte tot zeer vochtige, matig zure tot zure standplaatsen op de hogere zandgronden en in het heuvelland en het laagveengebied. Kenmerkend is de hoge bedekking van Gewone dophei. Vochtige heide komt in ons land zowel op zandgronden voor als in het laagveen. Kwalitatief goede vochtige heiden kunnen goed samen voorkomen met rompgemeenschap met Pijpenstrootje en Veenmos. Deze grazige delen mogen echter niet overheersen en komen alleen in een mozaïekvorm voor. De begroeiingen van het subtype Vochtige heiden op zandgronden (H4010A) variëren afhankelijk van de waterhuishouding, de ouderdom en het leemgehalte van de bodem. Landschappelijk gezien komen natte heiden op zandgrond o.a. voor op de oevers van vennen, op beekdalflanken,in laagten met een ondoorlaatbare ondergrond en in tot op het zand afgegraven voormalige hoogveengebieden. In laagveengebieden vormt het subtype H4010B het eindstadium in de verlanding. Vochtige heide ontwikkelt zich uit eerdere successiestadia (trilveen en veenmosrietland) doordat bij het dikker worden van de kragge geleidelijk een dikkere regenwaterlens ontstaat en de bereikbaarheid van de bovengrond voor basenrijker water onder de kragge afneemt.
Ook op vast veen kan verzuringdoor regenwaterlenzen leiden tot ontwikkeling van moerasheide, bijvoorbeeld vanuit voorheen bevloeide rietlanden. De vegetatie wordt gedomineerd door ondiep wortelende zuurminnende soorten. De spaarzaam voorkomende basenminnende soorten, zoals Riet en
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
29
Paddenrus, bevinden zich met hun wortelstelsel in diepere veenlagen die (nog) voldoende basenrijk zijn (Smits et al., 2020). Plaatselijke situatie Het habitattype vochtige heiden, hogere zandgronden (subtype A) komt voor op een kleine oppervlakte, in een gradiënt met H6410 blauwgraslanden en H6230 heischrale graslanden. De kwaliteit is matig tot goed. Vochtige heiden zijn vooral te vinden op de Tondensche heide en een klein perceel ligt op de Empesche heide. Door plagbeheer wordt de optredende vergrassing tot staan gebracht, waardoor het oppervlakte geen verdere achteruitgang laat zien. De Associatie van gewone dopheide geeft een goede kwaliteit aan. De Rompgemeenschap met pijpenstrootje van de Klasse der hoogveenbulten en natte heiden en de Rompgemeenschap met wilde gagel van de Klasse der hoogveenbulten en natte heiden zijn niet volledig ontwikkelde associaties en geven daarmee een matige kwaliteit aan. Deze rompgemeenschappen komen in mozaïek met de Associatie van gewone dopheide voor. De heide is grotendeels niet vergrast, de bedekking door dwergstruiken is meer dan 50% en in de heideterreinen staan vrijwel geen bomen en struiken. De kwaliteit wat betreft structuur is hiermee voldoende. Binnen dit habitattype zijn geen van de (bijzondere) kwaliteitssoorten flora die Bijlsma et al. genoemd zijn aanwezig. Wel zijn kenmerkende soorten als Veenbies en Blauwe zegge aanwezig.
De kwaliteitssoort Klokjesgentiaan, komt niet voor binnen het habitattype, maar wel in de nabijheid op de grens van een gagelstruweel. De kwaliteit wat betreft flora is als basaal beoordeeld. De kwaliteitssoorten Heidesabelsprinkhaan, Groentje, Heideblauwtje, Adder en Levendbarende hagedis komen voor. De kwaliteit wat betreft fauna is hiermee voldoende. De oppervlakte van dit habitattype is in de loop van de tijd sterk verkleind door verdroging en door verbossing ten gevolge van het uitblijven van goed beheer. Ook is hierdoor een aantal typische soorten verdwenen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan verzuring door het wegvallen van basenrijke kwel op gebiedsniveau in combinatie met verdroging en hoge stikstofdepositie. Door plagbeheer is de optredende vergrassing echter tot staan gebracht, waardoor het oppervlakte geen verdere achteruitgang laat zien. Als gevolg van recent uitgevoerde hydrologische herstelmaatregelen is ook de achteruitgang van de kwaliteit van dit habitattype gestopt (Runhaar, 2017). De volgende knelpunten vormen een bedreiging voor de instandhoudingsdoelen: • Verdroging als gevolg van ontwatering in gebied en omgeving • Verdroging door bebossing/bosopslag • Stikstofdepositie Voor het habitattype zijn PAS-beheersmaatregelen geformuleerd.
Dat betekent dat er effecten zijn van stikstofdepositie die door middel van maatregelen dienen te worden bestreden of gemitigeerd. Significante effecten zijn daarmee niet op voorhand uitgesloten en nadere analyse moet plaatsvinden.
3.5
3.5 Natura 2000-gebied Veluwe Op landgoederen Brummen zijn 10 door het project belaste hexagonen. Ze zijn vrijwel alle reeds overbelast met stikstof door de achtergronddepositie. De hoogste (eenmalige) deposities die hier 20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
30
optreden (tijdens de bouwfase) zijn 0,01 mol N/ha/jr. De Veluwe is aangewezen voor 19 habitattypen, 7 habitatrichtlijnsoorten en 10 broegvogels. De instandhoudingdoelen van De Veluwe zijn opgenomen in Bijlage III.
3.5.1
3.5.1 Lg14 – Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden Dit leefgebiedtype is nauw verwant in zijn eigenschappen met basishabitattype H9120 Beukeneikenbossen met hulst. Dit leefgebiedtype lijkt qua terreintype (bos) op het habitattype, maar voldoet niet aan de juiste criteria voor bijvoorbeeld de vegetatie, die vaak gedomineerd wordt door andere boomsoorten, bijvoorbeeld naaldbomen. Er kunnen echter wel min of meer dezelfde dieren leven. Het is dan ook het leefgebied van enkele aangewezen vogel- en/of habitatrichtlijnsoorten. Binnen het Leefgebiedtype Lg14 zijn draaihals en zwarte specht als mogelijk stikstofgevoelig gekarakteriseerd in de gebiedsanalyse (Provincie Gelderland, 2017). De draaihals is een soort van open bos met zandige bodems en leeft vaak in de nabijheid van heideterreinen. Zijn voedsel bestaat uit mieren en mierenpoppen. De Nederlandse broedvogels zijn trekvogels en overwinteren in Afrika. De doelstellingen voor draaihals zijn verbeteren van kwaliteit en omvang van het leefgebied. De landelijke staat van instandhouding van draaihals is als zeer ongunstig beoordeeld. Het huidige aantal broedparen op de Veluwe ligt tussen de <1015. Het streven is om hervestiging van de draaihals te realiseren. De trend sinds 1990 is negatief (Provincie Gelderland, 2017). De trend is negatief of onbekend, maar het aantal ligt op of boven het instandhoudingsdoel.
(Bij Draaihals is overigens sinds 2006 een kentering in de trend opgetreden. De langetermijntrend wordt nog steeds als negatief beoordeeld, maar de kortetermijntrend is positief. De aantallen laten dit ook zien. Of de positieve ontwikkeling doorzet is nog onduidelijk) (Provincie Gelderland, 2017). De kwaliteit van het bestaande leefgebied op de Veluwe lijkt te laag om een levensvatbare populatie draaihalzen te herbergen. Doorslaggevend is de beschikbaarheid van voedsel in de vorm van mieren. De omvang van het potentiële leefgebied van de draaihals is op de Veluwe grofweg gelijk gebleven over de afgelopen decennia, en zelfs iets toegenomen door boskap voor corridors en stuifzand/heideontwikkeling. Extra stikstofdepositie zou kunnen leiden tot afname van prooibeschikbaarheid en een koeler en vochtiger microklimaat. Voortgaande vergrassing heeft een negatief effect op het voorkomen of het bereikbaar zijn van prooien. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat de extra stikstofdepositie negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de draaihals en nadere analyse moet plaatsvinden. Voor de zwarte specht is de landelijke staat van instandhouding beoordeeld als matig ongunstig. De landelijke trend is zowel voor de laatste 10 jaar als sinds 1990 significant negatief.
De perspectieven worden echter als redelijk gunstig ingeschat bij voortgaande veroudering van de bossen samen met het streven naar veel liggend en staand dood hout. De doelstellingen voor zwarte specht is behoud van kwaliteit en oppervlakte van het leefgebied. Er is echter op dit moment geen goed totaalbeeld van de kwaliteit van het leefgebied. Gezien het huidige niveau van de populatie (met ongeveer 390 broedparen net beneden de doelstelling van 400), zou geconcludeerd kunnen worden dat de kwaliteit redelijk tot goed is. De zwarte specht is een echte bossoort. De Nederlandse habitat omvat vooral naaldhout (foerageerplekken) met dikke bomen (nestplaats). Het optimale leefgebied bestaat uit aaneengesloten opgaand bos met kleinere 20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
31
onderbrekingen (open plekken, kaalslagen, jonge aanplant) of randen waar de zon op de bodem kan vallen. De Veluwe is van grote betekenis voor het behoud van de zwart specht in Nederland. Het is daarom van belang dat een aantal sleutelfactoren op orde zijn, zoals voldoende oppervlakte bos met afwisseling in leeftijd en openheid van het bos. Ook de aanwezigheid van aftakelend of dood hout en het voorkomen van nestlocaties speelt een belangrijke rol. Stikstofdepositie kan vooral een knelpunt vormen doordat het leidt tot vergrassing, waardoor bosmieren minder voorkomen, het belangrijkste voedsel van de zwarte specht (Provincie Gelderland, 2017). Het is niet op voorhand uit te sluiten dat de extra stikstofdepositie negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de zwarte specht en nadere analyse moet plaatsvinden. Significante effecten zijn op voorhand niet uitgesloten voor de soorten van leefgebied Lg14 – eiken- en beukenbos van lemige zandgronden en nadere analyse moet plaatsvinden.
3.5.2
Lg13 – Bos van arme zandgronden Het leefgebied bestaat uit vrij laag tot matig hoog opgaand bos met een vrij open structuur, voorkomend op leemarme, oligo- tot mesotrofe, meestal (matig) droge, zure zandgrond. De boomlaag bestaat uit Grove den (subtype a) en/of hoofdzakelijk uit Zomereiken en berken (subtype b). De struiklaag is weinig tot niet ontwikkeld, met eventueel Sporkehout en Wilde lijsterbes of Amerikaanse vogelkers. Dit bos is kenmerkend voor het stuifzandlandschap en de leemarme delen van het dekzandlandschap op de Hogere zandgronden. Het door Grove den gedomineerde bos komt van nature alleen voor als pionierbos op stuifzand; de ondergroei bestaat uit korstmossen en wolfsklauwen en later uit bladmossen. Na maximaal vijftig jaar gaat zich humus ontwikkelen in de bodem en ontstaan fasen met schrale grassen, gevolgd door bosbessen, Struikhei of Kraaihei. Het door Zomereik en Ruwe berk gedomineerde bos ontstaat uit naaldbos (als gevolg van successie) of ontwikkelt zich rechtstreeks vanuit bosopslag op bijvoorbeeld heidevelden. De ondergroei is vergelijkbaar met die van het dennenbos. Uiteraard kan zowel naaldbos als loofbos van arme zandgronden ook ontstaan door aanplant van de genoemde boomsoorten op de betreffende gronden. Het leefgebied is in de Veluwe aangewezen voor draaihals, zwarte specht en nachtzwaluw. Zoals eerder vermeld is de trend van draaihals positief.
De trend van de zwarte specht op de Veluwe is stabiel en de populatieomvang is (vrijwel) op het gewenste peil. Echter is niet op voorhand uit te sluiten dat de extra stikstofdepositie negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelen van de draaihals en zwarte specht.
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
32
Voor de nachtzwaluw geldt dat de ingeschatte staat van instandhouding gunstig is. Het streefaantal broedparen is 610 en het huidige aantal is 650-680. De doelstelling is behoud van oppervlakte en kwaliteit van het leefgebied. De trend sinds 1990 in de Veluwe is positief (Provincie Gelderland, 2017). De nachtzwaluw is een soort van bosranden en heiden met verspreide vliegdennen. Met name geleidelijke overgangen van bos naar heide zijn van belang. Extra stikstofdepositie kan leiden tot dichtere bossen, waardoor de prooibeschikbaarheid minder wordt. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat de extra stikstofdepositie effect heeft op de instandhoudingsdoelen van de nachtzwaluw.
Significante effecten zijn op voorhand niet uitgesloten voor de soorten van leefgebied Lg13 – Bos van arme zandgronden en nadere analyse moet plaatsvinden.
3.6
Cumulatie Zutphen is een stad met dynamiek. In Zutphen zal de komende jaren nog meer gebouwd worden. Daarnaast is Zutphen (en omgeving) een stad met veel bedrijvigheid, waarin ook andere ontwikkelingen plaatsvinden die stikstof uitstoten. De kans op projecten die cumulatie opleveren is dan ook groot. Daarnaast zijn er projecten die op veel grotere schaal stikstofdepositie veroorzaken. Bij een Passende Beoordeling dienen projecten die in cumulatie met dit project bezien moeten worden dan ook in de beschouwing worden meegenomen. Tegelijkertijd is de inschatting dat hieruit geen beletsels voor vergunningverlening worden verwacht.
3.7
Conclusie Op grond van bronnenonderzoek en analyse van de AERIUS-berekeningen, wordt geconcludeerd: •
•
Het project Park Helbergen fase 2 in Zutphen leidt tijdens de aanlegfase tot een extra depositie van stikstof op de Natura 2000-gebieden Rijntakken, Landgoederen Brummen en Veluwe. In de gebruiksfase vindt berekende depositie plaats op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Significante negatieve effecten kunnen voor een aantal habitattypen/leefgebiedtypen op voorhand worden uitgesloten op grond van objectieve gegevens zoals beschreven in de Gebiedsanalyse. Een ecologische beoordeling en daarmee een vergunning is echter noodzakelijk, omdat voor de volgende habitattypen significante effecten op voorhand niet geheel kunnen worden uitgesloten: Binnen N2000-gebied Rijntakken: o H6150A - Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
33
•
•
•
o ZGH91F0 – Droge hardhoutbossen o H6210 – Stroomdalgraslanden Binnen N2000-gebied Landgoederen Brummen: o H3130 – Zwakgebufferde vennen o H4010A – Vochtige heiden (hogere zandgronden) o H6230vka – Heischrale graslanden, vochtig kalkarm o H6410 – Blauwgraslanden o H91E0C – Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) o H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst o H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen. Binnen N2000-gebied Veluwe: o Lg13 – Bos van arme zandgronden o Lg14 – Eiken- beukenbos van lemige zangronden Vergunbaarheid is mogelijk via een combinatie van: o een passende beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming o het Stikstofregistratiesysteem SSRS. Gezien de lage belasting op 13 kritische habitattypen waarvoor een nadere beoordeling moet plaatsvinden en de mogelijkheid om via 2 wegen het doel te bereiken, is de kans op een vergunning zeer groot. Op 2 december 2020 is de laatste doorrekening met AERIUS gedaan en daarbij is in de jaren 2021, 2022 en 2023 voldoende ruimte beschikbaar in het SSRS. Waarschuwing: dit garandeert niet dat die ruimte er ook is bij aanmelding door het bevoegd gezag.
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
34
4 Literatuur Anoniem, 2009: Profieldocument H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen. Arts, G.H.P., E. Brouwer & N.A.C. Smits, 2020. Herstelstrategie H3130: Zwakgebufferde vennen. Beije, H.M., A.J.M. Jansen, Q.L. Slings & N.A.C. Smits, 2012. Herstelstrategie H6410: Blauwgraslanden. van Dobben, H.F., R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000., Rapport 2397, Alterra, Wageningen. Nijssen, M.E., A.S. Adams, H.M. Beije, J.H., Bouwman, D. Groenendijk & N.A.C. Smits, 2012. Herstelstrategie Dotterbloemgrasland van veen en klei (leefgebied 7). Nijssen, M.E, H.M. Beije, J.H. Bouweman, D. Groenendijk, D. Bal en N.A.C. Smits, 2012. Herstelstrategie Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied (leefgebied 11). PAS-bureau, 2017. Gebiedsrapportage Natura 2000 gebied nr. 39 Rijntakken. Provincie Gelderland, 2017. PAS-gebiedsanalyse 038 Rijntakken. Provincie Gelderland, Arnhem. Provincie Gelderland, 2018. Beheerplan Natura 2000 Veluwe (057). Runhaar, H., 2017: PAS-gebiedsanalyse 058 Landgoederen Brummen. KWR in opdracht van Provincie Gelderland. Smits, N.A.C., Beije, H.M., A.J.M. Jansen, L. van Tweel-Groot, J. Smits & J.J. Vogels, 2020. Herstelstrategie H4010A: Vochtige heiden (hogere zandgronden). Smits, N.A.C., R. Bobbink, A.J.M. Jansen & H.F.
van Dobben, 2020. Herstelstrategie H6230: Heischrale graslanden. SOVON, 2015: Leefgebiedkaarten van de Gelderse Natura 2000-gebieden. SOVON-rapport 2015/67.
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
35
Bijlage I
Instandhoudingsdoelen Natura 2000gebied 038 Rijntakken
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
36
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
37
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
38
Bijlage II Instandhoudingsdoelen N2000-gebied 058 Landgoederen Brummen
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
39
Bijlage III Rapportage Stikstofdepositie
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
40
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
41
Bijlage IV AERIUS- berekeningen
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
42
Uitgangspunten voor de AERIUS-berekeningen:
20-0561 Voortoets stikstof project Park Helbergen fase 2, Zutphen
43
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening bouw Helbergen fase 2 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 1/9
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Bouwfase Helbergen fase 2 Zutphen
De Waarden, 7206 GV Zutphen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Bouwfase Helbergen fase 2 Zutphen
RiUsbu1eRKFy
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 oktober 2020, 15:01
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
NOx
375,16 kg/j
NH3
1,01 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Bijdrage
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Rijntakken
4,27
Toelichting
Bouwfase Helbergen fase 2 Zutphen
Berekend met meest recente versie van Aerius (v.2020), inclusief uitgangspunten zoals gebruikt in deze release.
Resultaten
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 2/9
Resultaten
Locatie bouw Helbergen fase 2
Emissie bouw Helbergen fase 2
Resultaten
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Bouwfase Helbergen fase 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
373,89 kg/j
aanrijdroute Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
1,27 kg/j
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 3/9
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden (mol/ha/j)
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Rijntakken
4,27
Landgoederen Brummen
0,02
Veluwe
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 4/9
Resultaten
Resultaten per habitattype
Rijntakken Habitattype
Hoogste bijdrage
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivierenen zeekleigebied
4,27
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,33
ZGLg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,05
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,05
H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen)
0,04
Lg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,03
ZGH91F0 Droge hardhoutooibossen
0,03
ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,02
H3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,02
ZGLg07 Dotterbloemgrasland van veen en klei
0,02
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
ZGLg02 Geïsoleerde meander en petgat
0,01
H91F0 Droge hardhoutooibossen
0,01
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,01
H6430C Ruigten en zomen (droge bosranden)
0,01
ZGH3150 Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Resultaten
bouw Helbergen fase 2
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,05
-
-
-
-
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 5/9
Resultaten
Landgoederen Brummen Habitattype
Hoogste bijdrage
H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)
0,02
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst
0,02
H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen
0,01
H6230vka Heischrale graslanden, vochtig kalkarm
0,01
H6410 Blauwgraslanden
0,01
H3130 Zwakgebufferde vennen
0,01
H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)
0,01
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Veluwe Habitattype
Hoogste bijdrage
Lg14 Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden
0,01
Lg13 Bos van arme zandgronden
0,01
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 6/9
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
bouw Helbergen fase 2
NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
STAGE IIIa, 18 <= kW < 37, bouwjaar 2007 (Diesel)
Bemaling 20kVA aggregaat, STAGE IV 19-37 kW, 480 uur
Voertuig
Omschrijving
AFW
Bouwfase Helbergen fase 2 210224, 460459 373,89 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
1.920
0
0,0 NOx NH3
48,85 kg/j < 1 kg/j
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Graafmachines 60 kw 2015, 408 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
13,51 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachines 200 kw 2014, 400 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
44,16 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graafmachines 100 kw 2015, 1696 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
93,73 kg/j < 1 kg/j
AFW
Betonstorters 200 kw 2014, 124 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
17,11 kg/j < 1 kg/j
AFW
Hijskranen 200 kW 2014, 744 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
102,67 kg/j < 1 kg/j
AFW
Graaflaadcombinaties 70 kw 2015, 1200 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
41,58 kg/j < 1 kg/j
AFW
Laadschoppen 200 kw 2014, 124 uur
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
12,28 kg/j < 1 kg/j
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 7/9
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
bouw Helbergen fase 2
aanrijdroute 210287, 460330 1,27 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
700,0 / jaar NOx NH3
1,18 kg/j < 1 kg/j
Licht verkeer
2,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 8/9
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
bouw Helbergen fase 2
RiUsbu1eRKFy (22 oktober 2020) pagina 9/9
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening gebruik Helbergen fase 2 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Gebruiksfase Helbergen fase 2 Zutphen
De Waarden, 7206 GV Zutphen
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Gebruiksfase Helbergen fase 2 Zutphen
S2pNbJJTu1xx
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 oktober 2020, 15:00
2023
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
NOx
10,50 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Bijdrage
Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Rijntakken
0,08
Toelichting
Gebruiksfase Helbergen fase 2 Zutphen. Aantal verkeersbewegingen volgens CROW (2018) vrijstaande woningen: 8,6 / etmaal / woning. Berekend met meest recente versie van Aerius (v.2020), inclusief uitgangspunten zoals gebruikt in deze release.
Resultaten
gebruik Helbergen fase 2
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 2/7
Resultaten
Locatie gebruik Helbergen fase 2
Emissie gebruik Helbergen fase 2
Resultaten
Bron Sector
aanrijdroute Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
gebruik Helbergen fase 2
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
10,50 kg/j
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 3/7
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Rijntakken
0,08
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
gebruik Helbergen fase 2
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 4/7
Resultaten
Resultaten per habitattype
Rijntakken Habitattype
Hoogste bijdrage
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivierenen zeekleigebied
0,08
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
*
Resultaten
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
gebruik Helbergen fase 2
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 5/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
gebruik Helbergen fase 2
NOx NH3
Resultaten
aanrijdroute 210287, 460330 10,50 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
267,0 / etmaal NOx NH3
10,50 kg/j < 1 kg/j
gebruik Helbergen fase 2
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
gebruik Helbergen fase 2
S2pNbJJTu1xx (22 oktober 2020) pagina 7/7