CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_Bp Noorderhaven Kompaan College_Toelichting

Raadsvergadering 11 oktober 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noorderhaven, Kompaan College25.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Voor deze groep is per AMvB bepaald dat een ontheffing verleend kan worden (met inachtneming van het voorgaande) bij:  dwingende reden van groot openbaar belang;  ruimtelijke ontwikkeling en inrichting (zolang er geen sprake is van benutting of gewin) van de beschermde soort;

074897562:0.4!

ARCADIS

12

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

 enkele andere redenen die geen verband houden met ruimtelijke ontwikkeling, zoals volksgezondheid, openbare veiligheid, voorkomen van ernstige schade;  er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort;  er zorgvuldig wordt gehandeld. Ook kan door het ministerie een beschikking worden afgegeven waarin goedkeuring wordt gegeven voor maatregelen ter voorkoming van het overtreden van verbodsbepalingen. Deze goedkeuring heeft de vorm van een afwijzing van de ontheffingsaanvraag. Categorie: Tabel 3 Soorten op Bijlage IV Europese Habitatrichtlijn Ontheffing of vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen: Voor volgens art 75 lid 6 aangewezen soorten die voorkomen op bijlage IV van de Habitatrichtlijn geldt een zwaar beschermingsregime. Voor deze soorten geldt, ook wanneer wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode, geen vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen kan alleen verleend worden wanneer:  er geen andere bevredigende oplossing bestaat;  er sprake is van een bij AMvB bepaald belang.

Voor deze groep is bij AMvB bepaald dat een ontheffing verleend kan worden (met inachtneming van het voorgaande) bij:  dwingende reden van groot openbaar belang Nb: voor deze groep kan er geen ontheffing worden verleend op basis van het belang “ruimtelijke ontwikkeling en inrichting”. Volgens de AMvB kan dit wel, echter recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) laten zien dat de AMvB op dit punt een onjuiste implementatie van de Europese Habitatrichtlijn is.  enkele andere redenen die geen verband houden met ruimtelijke ontwikkeling, zoals volksgezondheid, openbare veiligheid, voorkomen van ernstige schade;  er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort;  er zorgvuldig wordt gehandeld. Ook kan door het ministerie een beschikking worden afgegeven waarin goedkeuring wordt gegeven voor maatregelen ter voorkoming van het overtreden van verbodsbepalingen (LNV hanteert nu de term “Positieve Afwijzing”). Deze goedkeuring heeft de vorm van een afwijzing van de ontheffingsaanvraag Vogels Vanwege de bepalingen in de Europese Vogelrichtlijn, die overgenomen zijn in de Flora- en faunawet, geldt voor vogels een afwijkend beschermingsregime.

Uit recente uitspraken van de ABRvS blijkt dat de manier waarop in Nederland tot voor kort werd omgegaan met ontheffingen voor vogels in strijd is met de Europese Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn staat een ontheffing alleen toe wanneer:  er geen andere bevredigende oplossing is;  er tevens sprake is van één van de volgende belangen - bescherming van flora en fauna; - veiligheid van luchtverkeer; - volksgezondheid en openbare veiligheid.

074897562:0.4!

ARCADIS

13

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Dit betekent dat voor het verstoren van broedende vogels, hun eieren of jongen slechts in uitzonderlijke gevallen ontheffing kan worden verleend voor een ruimtelijke ingreep, namelijk als voldaan is aan het bovenstaande. In de praktijk betekent dit dat voor vogels gestreefd moet worden naar het voorkomen van het overtreden van verbodsbepalingen. In veel gevallen kan overtreding van verbodsbepalingen worden voorkomen door (verstorende) werkzaamheden buiten het broedseizoen (de perioden dat het nest in gebruik is voor het broeden of grootbrengen van jongen) aan te laten vangen. Binnen de groep van vogels zijn er soorten waarvan het nest wordt aangemerkt als een zogenaamde “vaste rust- of verblijfsplaats”. Dergelijke verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd onder artikel 11 van de algemene verbodsbepalingen, en vormen de meest streng beschermde groep. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels zijn aangewezen in de “aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten” (Ministerie van LNV, 2009) en bestaan uit de categorieën van vogelsoorten opgenomen in onderstaande tabel 2.2. Vogels

Tabel 2.1 Categorieën broedvogels

Categorie

Type verblijfplaatsen

Categorie 1

Vaste rust- en verblijfplaatsen; nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.

Categorie 2

Nesten van koloniebroeders; nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop

Categorie 3

Honkvaste broedvogels en vogels afhankelijk van bebouwing; nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop

Categorie 4

Vogels die zelf niet in staat zijn een nest te bouwen; vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen

Categorie 5

Niet jaarrond beschermd, inventarisatie gewenst; nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Of voor het (buiten het broedseizoen) wegnemen van jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen een ontheffing noodzakelijk is, dient te worden vastgesteld met behulp van een zogenaamde omgevingscheck2. Daarnaast is de noodzaak tot een ontheffing mede afhankelijk van de mogelijkheid tot het mitigeren (inclusief het aanbieden van vervangende nestgelegenheid) van negatieve effecten. PLICHT OM VOORAF TE

Wanneer plannen worden ontwikkeld voor ruimtelijke ingrepen of voornemens ontstaan

TOETSEN

om werkzaamheden uit te voeren, dient vooraf goed te worden beoordeeld of er mogelijk nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. In beginsel is daarvoor de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Deze moet tijdens de uitwerking van zijn plannen of tijdens het plannen van werkzaamheden het volgende in kaart brengen:  welke beschermde dier- en plantensoorten komen in en nabij het plangebied voor?  heeft het realiseren van het plan of de uitvoering van geplande werkzaamheden gevolgen voor deze soorten?

2

Een deskundige dient vast te stellen of in de omgeving voldoende gelegenheid is voor de soort om

zelfstandig een vervangend nest te vinden.

074897562:0.4!

ARCADIS

14

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

 zijn deze gevolgen strijdig met de algemene verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet betreffende planten op hun groeiplaats of dieren in hun natuurlijke leefomgeving?  kunnen het plan of de voorgenomen werkzaamheden zodanig aangepast worden dat dergelijke handelingen niet of in mindere mate gepleegd worden, of zodanig uitgevoerd worden dat de invloed op beschermde soorten verminderd of opgeheven wordt?  is, om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten, vrijstelling mogelijk of is ontheffing (ex-artikel 75 van de Flora- en faunawet) van de verbodsbepalingen betreffende planten op de groeiplaats of dieren in hun natuurlijke leefomgeving vereist (tabel 3, soorten van bijlage 1, AMvB)?  is er, op basis van een gedegen maatregelenpakket ter voorkoming van het overtreden van verbodsbepalingen, zicht op een beschikking van het ministerie waarin goedkeuring wordt gegeven voor dit maatregelenpakket (LNV hanteert nu de term “Positieve Afwijzing”, eerder werd een ontheffing afgegeven) ( tabel 3, soorten van Bijlage IV Europese Habitatrichtlijn)?  welke voorwaarden zijn verbonden aan vrijstellingen of ontheffingen en welke consequenties heeft dit voor de uitvoering van het plan?

074897562:0.4!

ARCADIS

15

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

3.1

3

Projectgebied

PLANNEN Aan de rand van de binnenstad en grenzend aan de IJssel ligt de planlocatie Noorderhaven. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit bedrijventerrein, dat onderdeel uitmaakt van het grotere bedrijventerrein De Mars. Een groot deel van het gebied ligt momenteel echter braak, in afwachting van de planontwikkeling. Het gebied heeft een oppervlakte van 21 hectare en wordt in het zuiden begrensd door de spoorlijn Arnhem – Deventer en in het noorden door de Family Mall, Eijerkamp en het NUON kantoor. Onderdeel van de planlocatie is daarnaast het meest zuidelijke deel van de uiterwaarden (tot de Houthaven). Via de IJsselonderdoorgang, het station en de Overweg is het plangebied verbonden met de binnenstad. Noorderhaven wordt ontwikkeld naar woon- en werkgebied met een stedelijk karakter. Het plangebied wordt herontwikkeld met circa 1100 woningen en ruimte voor voorzieningen, kantoren, kleinschalige bedrijfsruimten, detailhandelprogramma, middelbare scholen en culturele voorzieningen. Daarnaast komt er een divers raamwerk van openbare ruimte met straten, pleinen, parken en een haven welke het plangebied moeten verbinden met de stad en de IJssel.

3.2

AANWEZIGE NATUURWAARDEN In het gebied zijn verschillende natuurwaarden aanwezig. Het gaat hierbij ten eerste om planten- en diersoorten binnen de begrenzing van het plangebied Noorderhaven. Deze soorten zijn te omschrijven als soorten die grotendeels gebonden zijn aan een bebouwd / stedelijk milieu zoals vleermuizen en steenmarter. Daarnaast is het natuurgebied Uiterwaarden IJssel een waardevol gebied, dat valt onder de bescherming van de Natuurbeschermingswet doordat het gebied is aangewezen als Natura 2000-gebied. Voor dit gebied zijn verschillende soorten en habitattypen van belang. Niet alle door de wet beschermde soorten komen ook daadwerkelijk in dit deel van de uiterwaarden voor.

074897562:0.4!

ARCADIS

16

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Afbeelding 3.2 Ligging Natura 2000-gebied ten opzichte van plangebied (globaal).

074897562:0.4!

ARCADIS

17

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

4

Toetsing Flora- en

faunawet 4.1

INLEIDING In het plangebied is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten (ecologisch adviesbureau Mulder, 2009). Op basis van de resultaten van de risicoscan (Risicoscan de Mars, ARCADIS 2008) is vervolgonderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van de volgende soort(groep)en.  Vaatplanten;  Vaste verblijfplaatsen van broedvogels;  Steenmarter;  Vleermuizen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde onderzoeksmethode.

4.2

RESULTATEN INVENTARISATIES

Onderstaand zijn samengevat de conclusies van de veldbezoeken weergegeven. In bijlage 2 is een totaaloverzicht opgenomen van de inventarisaties.

4.2.1

VAATPLANTEN Op de dijk werd één exemplaar van gevonden van karwijvarkenskervel (Rode Lijst). De Karwijvarkenskervel is vrij zeldzaam in het rivierengebied (Rijn en IJssel, zeldzaam langs de Maas) en zeer zeldzaam elders in het midden en oosten van het land. Aan de Bolwerksweg (tegenover Schamperdijkstraat) werden vele muurvarens ontdekt, groeiende op een oude muur, vooral langs een lekkende hemelwaterafvoer. Ook langs een regenpijp op een van de gebouwen aan de Noorderhaven groeien muurvarens. Soort

Locatie / coördinaat

Beschermingsregime

Karwijvarkenskervel

Uiterwaarden IJssel

Rode Lijst

(209.855/462.297) Muurvaren

Noorderhaven

-

Bolwerksweg

074897562:0.4!

ARCADIS

18

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

4.2.2

BROEDVOGELS In de groenstrook tegenover het pand Onstein Meubelen BV zongen een braamsluiper en een bosrietzanger. Boven het zandige terrein ten westen van de Bolwerksweg en bij de oude panden bij het spoor vlogen gierzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw. Langs de IJssel werd een broedende graspieper ontdekt. Er zijn geen spechten waargenomen noch spechtengaten ontdekt. Op het zandige terrein ten westen van de Bolwerksweg zit mogelijk een nest van zwarte kraai. Rond zonsondergang is een zingende zwarte roodstaart gehoord op een gebouw bij het spoor (tussen Havenstraat en Noorderhaven). Later werd een vrouwtje zwarte roodstaart op het gebouw in de zuidwesthoek gezien (andere kant van Parkstraat). Aangenomen moet worden dat zich in een van deze gebouwen een nest bevindt. Soort

Broedgeval

Braamsluiper

Niet aangetoond

Locatie

Bosrietzanger

Niet aangetoond

Gierzwaluw

Niet aangetoond

Noorderhaven

Boerenzwaluw

Niet aangetoond

Zandige terrein ten westen

Huiszwaluw

Niet aangetoond

van de Bolwerksweg

Graspieper

Ja

Uiterwaarden IJssel

Zwarte kraai

Ja

Noorderhaven Zandige terrein ten westen van de Bolwerksweg

Zwarte roodstaart

Ja

Noorderhaven Havenstraat / Noorderstraat

Van de aangetroffen broedvogels zijn zwarte roodstaart en zwarte kraai opgenomen op de “aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten” (Ministerie van LNV, 2009). De soorten vallen onder categorie 5 van deze lijst (zie voor uitleg § 2.3.1 onderdeel Vogels).

4.2.3

STEENMARTER In een garage aan de Bolwerksweg (Noorderhaven) is aan de achterzijde van het gebouw een beschadiging aan de spouwmuur waargenomen. De spouw zelf en de garage zijn toegankelijk voor dieren en lijkt geschikt voor steenmarter. Er werden geen sporen gezien. Tijdens een volgend bezoek werden twee steenmarters gezien in de Bolwerksweg vlakbij deze garage. Ook werd een egel gezien die de Marsweg overstak. Soort

Locatie

Beschermingsregime

Steenmarter

Noorderhaven

Tabel 2 FFW

Bolwerksweg Egel

Mars midden

Tabel 1 FFW

Marsweg

074897562:0.4!

ARCADIS

19

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

4.2.4

VLEERMUIZEN

Onderzoek voorjaar / zomer De meeste gebouwen binnen het gebied zijn ongeschikt voor vleermuizen vanwege de bouw en gebruikte constructiematerialen waaronder gladde materialen en gedegen afdichting van de dakranden. Noorderhaven De huizen aan de Schamperdijkstraat en Elshorststraat en westelijk daarvan gelegen straatjes en enkele overige panden in het industrieterrein lijken in principe geschikt voor vleermuizen. Ook de vervallen grote bedrijfspanden tussen Havenstraat en Noorderhaven lijken geschikt voor vleermuizen. Hier zijn minstens vier foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Uit het dagonderzoek bleek al dat zich vleermuizen bevonden in een pand aan de Bolwerksweg. Er waren namelijk keutels aanwezig op de raamkozijnen. Nachtelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om een grote kolonie gewone dwergvleermuizen. Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat vrijwel de gehele muur van het bedrijf (Onstein Meubelen BV., adres voorzijde is Coenensparkstraat 3) gebruikt wordt voor verblijf (in- en uitvliegen). Van de vele openingen naar de spouw zijn er drie die als belangrijkste invliegopeningen aangemerkt kunnen worden. Op de geluidsopnames blijkt dat sommige dieren een laagste frequentie van 39,7 kHz hebben. Dit zou er op kunnen duiden dat er zich ook één of meerdere ruige dwergvleermuizen in de kolonie (of alleen tijdens het zwermen) bevinden.

Mars Midden De huizen aan de Marsweg en enkele overige panden op het industrieterrein lijken in principe geschikt voor vleermuizen. Aan de Marsweg is een foeragerende gewone en een ruige dwergvleermuis waargenomen. Mars Noord In het noorden ligt een parkje dat in gebruik is als crossbaan (voormalige vuilstort Fort de Pol) waar in principe zeer geschikt foerageergebied aanwezig lijkt. Hier is slechts een keer een vleermuis vliegend waargenomen. Foeragerende dieren konden niet ontdekt worden.

Onderzoek najaar Het onderzoek naar paarverblijfplaatsen en zwermverblijfplaatsen is op 13 augustus en 2 september 2009 uitgevoerd. Er werden zes paarterritoria van gewone dwergvleermuizen gevonden. Noorderhaven  Er is een kraamkolonieplaats aan de Bolwerksweg aanwezig waar tijdens beide onderzoeksnachten een roepend mannetje gehoord werd vliegend voor de muur waar eerder een verblijfplaats vastgesteld werd.

074897562:0.4!

ARCADIS

20

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

 Een tweede plek waar ook beide keren een mannetje vleermuis gehoord werd ligt net buiten de rand van het plangebied aan de zuidpunt (overkant van Havenstraat).  Op de kruising van de Dreef en de Hermesweg lijkt de verblijfplaats te liggen bij het uit bakstenen opgetrokken woonhuis. Beide keren werd hier een vliegend baltsroepend mannetje gehoord. Mars Midden  Een andere plek waar een baltsroepende gewone dwergvleermuis gehoord werd is de kruising Pollaan – Kleine en Grote belt. Tijdens het tweede bezoek lag de plek iets zuidelijker, maar mogelijk gaat het om hetzelfde dier.  Er werd tijdens het eerste bezoek kort een baltsroepend mannetje gehoord aan de westpunt van de Industrieweg bij de kruising van de Marsweg. Mars Noord  In de uiterste noordoostpunt in de IJslandsestraat werd op beide momenten een roepend mannetje gehoord, welke waarschijnlijk toegeschreven kan worden op een woonhuis.

Conclusies vleermuisonderzoek Al met al zijn in het onderzoeksgebied zelden vleermuizen aan te treffen, behalve bij de ontdekte verblijfplaats (en een keer bij een van de grote vervallen gebouwen). Het lijkt er op dat de dieren voor het foerageren vrijwel allemaal het plangebied verlaten. Waarschijnlijk foerageren vleermuizen vooral buiten het gebied.

Resultaten onderzoek voorjaar / zomer Soort

Locatie

Gebruik

Beschermingsregime

Verblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Foerageergebied

Tabel 3 (HR bijlage IV) Tabel 3 (HR bijlage IV)

Noorderhaven Gewone

Achterzijde van het

dwergvleermuis

gebouw van Onstein Meubelen BV.

Gewone

populieren bij gebouw

dwergvleermuis

aan Parkstraat

Ruige dwergvleermuis

Achterzijde van het

Mogelijke

gebouw van Onstein

verblijfplaats

Meubelen BV. Mars midden Gewone

Populieren bij gebouw

dwergvleermuis

aan Marsweg

Ruige dwergvleermuis

Marsweg

074897562:0.4!

Foerageergebied

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Foerageergebied

Tabel 3 (HR bijlage IV)

ARCADIS

21

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Resultaten najaarsonderzoek Soort

Locatie

Gebruik

Noorderhaven Gewone

Bekende

dwergvleermuis

kraamkolonieplaats

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

Paarverblijfplaats

Tabel 3 (HR bijlage IV)

aan de Bolwerksweg Gewone

Kruising van de Dreef

dwergvleermuis

en de Hermesweg, bij het uit bakstenen opgetrokken woonhuis

Gewone

Net buiten de rand

dwergvleermuis

van het plangebied aan de zuidpunt (overkant van Havenstraat) Mars Midden

Gewone

Westpunt van de

dwergvleermuis

Industrieweg bij de kruising van de Marsweg

Gewone

Kruising Pollaan-

dwergvleermuis

Kleine en Grote belt Mars Noord

Gewone

Uiterste

dwergvleermuis

noordoostpunt in de IJslandsestraat

4.3

CONCLUSIES In het gebied zijn meerdere bijzondere planten- en diersoorten waargenomen. Voor al deze soorten geldt dat moet worden voldaan aan de zorgplicht (zie ook paragraaf 2.3.1). Voor een aantal van deze soorten is het daarnaast noodzakelijk een ontheffing / positieve afwijzing aan te vragen. Het gaat hierbij om steenmarter, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Voor de broedvogels zwarte kraai en gekraagde roodstaart geldt dat deze staan vermeldt op de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten. De soorten vallen echter onder categorie 5. Dit wil zeggen dat de nesten niet jaarrond beschermd zijn. Het gaat om nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. In de omgeving zijn mogelijkheden aanwezig om zich te vestigen. Vervolgstappen zijn dan ook niet noodzakelijk voor deze vogelsoorten.

074897562:0.4!

ARCADIS

22

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Soort

Maatregel

Steenmarter

Ontheffing aanvragen voor vernietigen van verblijfplaatsen en (tijdelijk) aantasten van een deel van het leefgebied

Gewone dwergvleermuis

Positieve afwijzing aanvragen als gevolg van vernietigen foerageergebied en vernietigen verblijfplaatsen (paar- en kraamverblijf) Alleen het nemen van voldoende mitigerende maatregelen kan leiden tot het toezeggen van een positieve afwijzing.

Ruige dwergvleermuis

Positieve afwijzing aanvragen als gevolg van vernietigen foerageergebied en vernietigen verblijfplaats (kraamverblijf) Alleen het nemen van voldoende mitigerende maatregelen kan leiden tot het toezeggen van een positieve afwijzing.

074897562:0.4!

ARCADIS

23

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

5

Toetsing Natuurbeschermingswet 5.1

INLEIDING In dit hoofdstuk is aangegeven of effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel aan de orde zijn. Na een inleiding tot het gebied volgt de beoordeling van effecten. Deze beoordeling bestaat uit meerdere onderdelen. Ten eerste is aangegeven welke activiteiten een verstorende werking met zich mee kunnen brengen, opgedeeld in tijdelijke en permanente effecten. Hierbij zijn randvoorwaarden gegeven om negatieve effecten te voorkomen (paragraaf 5.3.1, 5.3.2.). Vervolgens is in paragraaf 5.3.3 aangegeven op welke aanwezige aangewezen soorten negatieve effecten verwacht worden. Ook cumulatieve effecten worden in deze beoordeling benoemd (paragraaf 5.3.4). Tot slot is in paragraaf 5.4 een overzicht gegeven van mogelijke inrichtingsplannen van een deel van de uiterwaarden, grenzend aan Noorderhaven. Dit deel valt buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied maar de inrichtingsplannen kunnen wel negatieve effecten met zich meebrengen op het gebied. Gezien het detailniveau van de plannen, zijn de effecten globaal beoordeeld en er zijn maatregelen gegeven ten behoeve van het voorkomen van negatieve effecten.

5.2

NATURA 2000-GEBIED UITERWAARDEN IJSSEL Het plangebied Noorderhaven grenst aan het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel. In onderstaande afbeelding is de begrenzing globaal weergegeven.

074897562:0.4!

ARCADIS

24

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Afbeelding 5.3 Begrenzing Natura 2000gebied Uiterwaarden IJssel. Bron: Gebiedendatabase Ministerie van LNV. Blauw omcirkelt de globale ligging van Noorderhaven.

Voor dit Natura 2000-gebied zijn voor verschillende soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. De soorten en habitattypen waarvoor doelstellingen zijn opgesteld, zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 5.2 Soorten en habitattypen waarvoor voor het Natura 2000-gebied IJssel instandhoudingsdoelstellingen

Code

Habitatttype

H3150

Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion of Hydrocharition

H3260

Submontane en laagland rivieren met vegetaties behorend tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion

H3270

Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion rubri p.p. en Bidention p.p.

zijn opgesteld. H6120*

Kalkminnend grasland op dorre zandbodem

H6430

Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones

H6510

Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis)

H91E0 *

Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)

H91F0

Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia langs grote rivieren (Ulmenion minoris)

Code

Soorten habitatrichtlijn

H1134

Bittervoorn

H1145

Grote modderkruiper

H1149

Kleine modderkruiper

H1163

Rivierdonderpad

H1166

Kamsalamander

H1337

Bever

Code

Broedvogels

A017

Aalscholver

A119

Porseleinhoen

A122

Kwartelkoning

A197

Zwarte stern

A229

IJsvogel

074897562:0.4!

ARCADIS

25

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

5.2.1

Code

Niet-broedvogels

A005

Fuut

A017

Aalscholver

A037

Kleine zwaan

A038

Wilde zwaan

A041

Kolgans

A043

Grauwe gans

A050

Smient

A051

Krakeend

A052

Wintertaling

A053

Wilde eend

A054

Pijlstaart

A059

Tafeleend

A056

Slobeend

A061

Kuifeend

A068

Nonnetje

A125

Meerkoet

A130

Scholekster

A142

Kievit

A156

Grutto

A160

Wulp

A162

Tureluur

AANWEZIGE BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Habitattypen Op basis van een veldbezoek (ARCADIS, augustus 2008) is de aanwezigheid van aangewezen habitattypen in het plangebied bepaald. In het totale plangebied van de Mars is daarbij op één locatie het habitattype eutrofe meren aangetroffen. De ligging van dit habitattype valt echter buiten de planlocatie en de invloedssfeer van het project Noorderhaven. Overige habitattypen zijn niet aangetroffen en worden ook niet binnen het plangebied verwacht. De ligging van het habitattype eutrofe meren is weergegeven op bijlage 3.

Habitatsoorten Op basis van de algemene kenmerken van het gebied, kan een aantal habitatsoorten verwacht worden. Het gaat hierbij om kleine modderkruiper, grote modderkruiper, bittervoorn. Uit verspreidingsgegevens (Webatlas provincie Gelderland) blijkt dat deze soorten ook in de omgeving van Noorderhaven voorkomen. Het voorkomen van deze soorten binnen het deel van het Natura 2000-gebied nabij Noorderhaven is daardoor zeer aannemelijk. De kamsalamander komt voor in de omgeving van De Mars, maar niet binnen de begrenzing. Op een afstand van ongeveer 2000 meter ten zuidwesten van Noorderhaven zijn waarnemingen van kamsalamander bekend. Ook in het noordoosten van het Fort de Pol is de soort waargenomen. De afstand bedraagt hier ruim 4000 meter.

Vogelsoorten Ten behoeve van het vaststellen van aanwezige vogels zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Ten eerste zijn gegevens opgevraagd bij SOVON. Daarnaast zijn bestaande rapportages (SOVON, 2008) geraadpleegd met verspreidingsgegevens van vogels.

074897562:0.4!

ARCADIS

26

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Tabel 5.3 Overzicht aanwezige broedvogelsoorten

Code

Broedvogel

Aanwezigheid in / nabij plangebied

A017

Aalscholver

Niet aanwezig als broedvogel

A119

Porseleinhoen

Niet aanwezig als broedvogel

A122

Kwartelkoning

Niet aanwezig als broedvogel

A197

Zwarte stern

Niet aanwezig als broedvogel

A229

IJsvogel

Niet aanwezig als broedvogel

In de omgeving van het plangebied De Mars zijn broedgevallen van ijsvogel en kwartelkoning bekend. Deze broedlocaties liggen echter op geruime afstand (> 1000 meter) buiten het plangebied Noorderhaven. Tabel 5.4 Overzicht aanwezige nietbroedvogelsoorten

Code

Niet-broedvogels

A005

A053

Fuut Aalscholver Kleine zwaan Wilde zwaan Kolgans Grauwe gans Smient Krakeend Wintertaling Wilde eend

A054

Pijlstaart

A059

Tafeleend

A056 A061

Slobeend Kuifeend

A068

Nonnetje

A125

Meerkoet Scholekster Kievit Grutto Wulp Tureluur

A017 A037 A038 A041 A043 A050 A051 A052

A130 A142 A156 A160 A162

5.3

Aanwezigheid in / nabij plangebied X X X X X X X X X X

X X X X X X X X

EFFECTEN De genoemde effecten zijn opgedeeld in tijdelijke effecten, als gevolg van de aanleg en permanente effecten als gevolg van de ingebruikname van het woongebied Noorderhaven. Onderstaand is beschreven welke effecten aan de orde zijn en hoe deze effecten, indien mogelijk, voorkomen kunnen worden. In paragraaf 5.3.3 is een samenvattend overzicht gegeven van de aanwezige soorten en de eventuele effecten op deze soorten.

5.3.1

EFFECTEN TIJDENS DE AANLEGFASE Effecten op aangewezen soorten tijdens de aanlegfase zijn beperkt. Mogelijke effecten zijn onder te verdelen in effecten door geluid en licht. Overige effecten zijn niet aan de orde omdat Noorderhaven niet binnen de begrenzing ligt van het Natura 2000-gebied en omdat in de huidige situatie al sprake is van bebouwing. Hierdoor zijn al verstorende effecten aanwezig. De planlocatie is in de huidige situatie dus niet vrij van bebouwing en bijbehorende activiteiten. Eventueel aanwezige soorten kennen dus al enige gewenning of vermijden dit deel van de uiterwaarden.

074897562:0.4!

ARCADIS

27

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Door tijdens de aanlegfase van Noorderhaven een aantal maatregelen te nemen kan men extra effecten voorkomen. Maatregelen bij de uitvoering van de werkzaamheden zijn:  Werkzaamheden met een hoge geluidproductie (zoals heien) buiten het overwinteringsseizoen van de aangewezen niet-broedvogelsoorten uitvoeren om eventuele geluidverstoring te voorkomen. Het gaat hierbij om werkzaamheden die de ter hoogte van het Natura 2000-gebied de 42 dBA contour of (in het geval de huidige geluidcontour al hoger ligt) de bestaande geluidcontour overschrijden.  Bij voorkeur werken tijdens daglichtperiode. Indien toch verlichting gebruikt moet worden, mag verlichting niet uitstralen naar de omgeving.

5.3.2

EFFECTEN GEBRUIKERSFASE Het plan Noorderhaven bevindt zich buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel. Daarom is geen sprake van direct ruimtebeslag als gevolg van het plan. Wel is er mogelijk sprake van externe effecten. Deze effecten hangen samen met geluid- en lichtverstoring. Ook kan een toename van het aantal bezoekers van de uiterwaarden verstorende effecten met zich mee brengen.

Geluid In de huidige situatie staan in het plangebied vooral bedrijven. Deze zorgen al voor enige geluidproductie. Het gebruik voor woondoeleinden brengt geen extra geluidverstoring met zich mee.

Licht In de huidige situatie is al verlichting in het plangebied Noorderhaven aanwezig. De nieuw aan te leggen verlichting mag niet verder naar de uiterwaarden uitstralen dan in de huidige situatie het geval is. Zo wordt extra verstoring door licht voorkomen.

Recreatie Het aantal gebruikers van de planlocatie zal met de komst van nieuwe woningen toenemen. In de huidige situatie wordt het plangebied al gebruikt voor extensieve recreatiedoeleinden zoals wandelen en de hond uit laten. Met name het deel van de uiterwaarden dat buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied valt, zal gebruikt gaan worden als uitloopgebied voor de nieuwe bewoners van Noorderhaven (zie Afbeelding 5.4). Uitgaande van de situatie waarin geen nieuwe voorzieningen in dit deel van de uiterwaarden aangelegd worden, kan gesteld worden dat de toename in bezoekers van dit deel van de uiterwaard, geen extra verstoring met zich mee zal brengen in het Natura 2000-gebied. Momenteel geeft het recreatief gebruik in de uiterwaarden al een zekere mate van verstoring. Daarnaast kan opgemerkt worden dat weliswaar over het algemeen veel soorten maar slechts een beperkt aantal vogels gebruikt maakt van het smalle deel van de uiterwaarden direct grenzend aan De Mars. De westzijde van de IJssel (ter hoogte van het plangebied) is van groter belang (Bureau Waardenburg, 2006). Het in Afbeelding 5.4 weergegeven deel is waarschijnlijk het minst intensief gebruikte deel door aangewezen vogelsoorten, als gevolg van het recreatieve gebruik.

Er zijn plannen om een klein deel van de uiterwaarden aangrenzend aan Noorderhaven (buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied), in te richten als recreatiegebied. Dit kan verstorende effecten tot gevolg hebben. Omdat de exacte inrichting van dit gebied nog niet bekend is, zijn in paragraaf 5.4 de mogelijke inrichtingsvarianten besproken. Hierbij zijn randvoorwaarden genoemd om negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te voorkomen.

074897562:0.4!

ARCADIS

28

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Afbeelding 5.4 Deel van de uiterwaarden dal wordt gebruik als recreatief gebied.

5.3.3

EFFECTEN OP SOORTEN In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van alle aanwezige soorten en het effect van het project Noorderhaven op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied Uiterwaarden IJssel.

Tabel 5.5 Overzicht effecten op habitattypen en soorten

Code H1134

H1145

Soort

Instandhoudingsdoel

Effect

Behoud verspreiding, omvang en

Geen effecten (geen

kwaliteit leefgebied voor behoud

watergangen aanwezig

populatie

binnen plangebied)

habitatrichtlijn Bittervoorn

Grote

Uitbreiding verspreiding, omvang en

modderkruiper

verbetering kwaliteit leefgebied voor uitbreiding populatie

H1149

Kleine

Behoud verspreiding, omvang en

modderkruiper

kwaliteit leefgebied voor behoud populatie

Code A005

A017

Niet-

Instandhoudingsdoel

Effect

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

Het plan Noorderhaven zal

met een draagkracht voor een

de omvang en kwaliteit van

populatie van gemiddeld 220 vogels

het leefgebied van

(seizoensgemiddelde)

overwinterende vogels niet

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

aantasten, mits wordt

met een draagkracht voor een

voldaan aan de genoemde

populatie van gemiddeld 550 vogels

voorwaarden.

broedvogels Fuut

Aalscholver

(seizoensgemiddelde). A037

Kleine zwaan

074897562:0.4!

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

De draagkracht van het

met een draagkracht voor een

gebied zal door de aard van

populatie van gemiddeld 70 vogels

de ingreep niet aangetast

(seizoensgemiddelde)

worden, mits wordt voldaan

ARCADIS

29

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

A038

Wilde zwaan

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

aan de genoemde

met een draagkracht voor een

voorwaarden.

populatie van gemiddeld 30 vogels (seizoensgemiddelde) A041

A043

A050

A051

Kolgans

Grauwe gans

Smient

Krakeend

Voorwaarden

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een

De gebruikte verlichting

populatie van gemiddeld 16.700 vogels

straalt niet uit naar de

(seizoensgemiddelde)

uiterwaarden.

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

Werkzaamheden buiten

met een draagkracht voor een

broedseizoen en

populatie van gemiddeld 2.600 vogels

werkzaamheden met een

(seizoensgemiddelde).

geluidbelasting (> 42 dBA

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied

ter hoogte van het Natura

met een draagkracht voor een

2000-gebied) buiten

populatie van gemiddeld 8.300 vogels

overwinteringsperiode

(seizoensgemiddelde).

uitvoeren.

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 100 vogels (seizoensgemiddelde)

A052

Wintertaling

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 380 vogels (seizoensgemiddelde).

A053

Wilde eend

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 2.600 vogels (seizoensgemiddelde)

A056

Slobeend

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 450 vogels (seizoensgemiddelde)

A061

Kuifeend

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 690 vogels (seizoensgemiddelde)

A125

Meerkoet

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 3.600 vogels (seizoensgemiddelde)

A130

Scholekster

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 210 vogels (seizoensgemiddelde)

A142

Kievit

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 3.400 vogels (seizoensgemiddelde)

A156

Grutto

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 490 vogels (seizoensgemiddelde)

A160

Wulp

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 230 vogels (seizoensgemiddelde)

074897562:0.4!

ARCADIS

30

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

A162

Tureluur

Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 30 vogels (seizoensgemiddelde)

Toelichting effecten habitatsoorten Effecten op de aangewezen vissen zijn niet aan de orde. Er zijn geen watergangen aanwezig binnen het plangebied.

Toelichting effecten niet- broedvogels Over het algemeen kan worden opgemerkt dat weliswaar veel soorten maar slechts een beperkt aantal vogels gebruikt maakt van het smalle deel van de uiterwaarden direct grenzend aan De Mars. De westzijde van de IJssel (ter hoogte van het plangebied) is van groter belang (Bureau Waardenburg, 2006).

5.3.4

CUMULATIEVE EFFECTEN De effecten als gevolg van het plan Noorderhaven op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel zijn zeer minimaal wanneer het gaat om de aanlegfase en de gebruikersfase van Noorderhaven, indien wordt voldaan aan de randvoorwaarden zoals genoemd in paragraaf 5.3.1. Dit komt omdat het beïnvloede deel van de uiterwaarden buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied valt en zelf geringe natuurwaarden heeft. Projecten / plannen die kunnen leiden tot cumulatieve effecten zijn de wijzigingen in de zonegrens voor industrielawaai, ten behoeve van de ontwikkeling van Noorderhaven en de komst van nieuwe industrie in het noorden van het plangebied De Mars. Voor beide geplande wijzigingen van de geluidzone is/wordt een separate natuurtoets uitgevoerd.

5.4

INRICHTING EN ACTIVITEITEN IN DE UITERWAARDEN Het stedenbouwkundig plan bevat enkele uitspraken over de inrichting van het uiterwaardengebied, voor zover gelegen buiten het Natura 2000-gebied. De inrichting en het gebruik van dit gebied mogen niet in strijd zijn met de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied. Onderstaande afbeelding geeft de begrenzing van het plangebied in de uiterwaarden aan.

074897562:0.4!

ARCADIS

31

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Afbeelding 5.5 In te richten deel van de uiterwaarden ten behoeve van plan Noorderhaven

Onderstaand is de toetsing van de plannen voor de inrichting opgenomen. Daarnaast geven wij richtlijnen voor het gebruik welke ervoor zorg dragen dat de instandhoudingdoelstellingen niet in het geding komen.

5.4.1

HUIDIG GEBRUIK VAN DE UITERWAARDEN Dit deel van de uiterwaarden bestaat uit grasland dat met enige regelmaat wordt gemaaid. Daarnaast staan er enkele bomen. De uiterwaarden worden in de huidige situatie gebruikt als wandelgebied door zowel individuele wandelaars als mensen die hun hond uitlaten. Af en toe wordt er gevliegerd. Van verdere activiteiten is geen sprake. Door het wandelen (in het bijzonder met honden) is sprake van enige verstoring van het gebied.

5.4.2

BEOORDELING PLANNEN Momenteel geeft het recreatief gebruik in de uiterwaarden al een zekere mate van verstoring. Dit geldt onder andere voor het gebruik van de jachthavens en de grote plas als zwemwater. De mate van verstoring is afhankelijk van weer en het seizoen. Er is sprake van een aantal mogelijke ontwikkelingen in dit gebied:

Aanleg paden in uiterwaarden Door de komst van Noorderhaven zal een toename in het aantal wandelaars te zien zijn omdat het aantal bewoners van het gebied toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De spreiding van wandelingen over de dag zal niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie, alleen het aantal bewegingen neemt toe. Het extensieve gebruik van de uiterwaarden zal geen negatieve effecten met zich meebrengen, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie paragraaf 5.4.3).

074897562:0.4!

ARCADIS

32

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Uiterwaarden als platform voor evenementen In het stedenbouwkundig plan wordt het idee geopperd om de uiterwaarden ’s zomers te gebruiken voor bijzondere evenementen. Afhankelijk van het type evenementen, waarover nog geen concrete informatie beschikbaar is, kan sprake zijn van verstoring van het aanliggende Natura 2000-gebied. Voor evenementen die kunnen leiden tot verstoring geldt een vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet. Omdat op dit moment nog geen concrete informatie beschikbaar is over het type evenementen, kunnen er bij voorbaat geen maatregelen worden aangegeven waardoor negatieve effecten voorkomen of beperkt kunnen worden.

Aanleggen van struinroutes in de uiterwaard en aanverwante activiteiten Het gebied kan gebruikt worden voor extensieve activiteiten, bijvoorbeeld wandeltochten onder begeleiding van een gids of realisatie van struinroutes. Deze vorm van gebruik van de uiterwaarden zal geen significant negatieve effecten met zich meebrengen mits er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie paragraaf 5.4.3). Indien aan al deze randvoorwaarden kan worden voldaan, is geen sprake van negatieve effecten.

Aanleg waterberging Mogelijk zal de uiterwaard ingericht worden ten behoeve van waterberging. De aanleg van een waterberging zal mogelijk negatieve effecten met zich meebrengen. Deze effecten zijn echter niet te kwantificeren zonder nadere gegevens over inrichtingsplan. Daarom is deze ontwikkeling niet nader beoordeeld.

5.4.3

RANDVOORWAARDEN  Realisatie van voorzieningen en activiteiten vinden uitsluitend plaats buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied, in het deel zoals aangegeven in Afbeelding 5.5.  De uiterwaard vormt geen vertrekpunt voor vormen van waterrecreatie  Er vinden enkel extensieve vormen van landrecreatie plaats op het aangegeven deel van de uiterwaarden  Er wordt geen verlichting op de uiterwaard geplaatst, of extra verlichting gebruikt  De extensieve activiteiten die in de uiterwaarden georganiseerd worden, vinden tijdens daglichtperiode plaats  Geen aanleg van verharde wandelpaden  Grootschalige activiteiten (met groepen groter dan +/- 50 personen) vinden niet plaats tijdens broed- en overwinteringsperiode

5.5

CONCLUSIE De aanleg en het gebruik van plangebied Noorderhaven leiden niet tot negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel, mits wordt voldaan aan een aantal randvoorwaarden. Het gebruik van de uiterwaard voor evenementen kan voor negatieve effecten zorgen. Het houden van evenementen is daarom vergunningplichtig. Er kunnen bij voorbaat geen (algemene) maatregelen aangedragen worden om negatieve effecten volledig te voorkomen. Extensief recreatief gebruik kan onder voorwaarden zonder vergunning plaatsvinden.

074897562:0.4!

ARCADIS

33

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

6

Toetsing Ecologische Hoofdstructuur 6.1

KENMERKEN EN WAARDE VAN DE EHS De voor het plangebied relevante kernkwaliteiten (bron: Gebiedsplan Natuur en Landschap Gelderland, 2006) van de IJsseluiterwaarden zijn de volgende:  De grote variatie en de hoge kwaliteit van de aanwezige natte natuurterreinen en wateren (beken en sprengen), die samenhangen met de toevoer van grondwater uit de Veluwe.  Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei waarin soorten als amfibieën en vleermuizen voorkomen.  Het goed bewaard gebleven reliëf en de daarmee samenhangende variatie en hoge kwaliteit van de natuur in de IJsseluiterwaarden. Met in deze uiterwaarden zowel gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibosjes, als goede kansen voor een grootschalige, weinig gestuurde natuurontwikkeling.

6.2

TOETSING De uiterwaard grenzend aan De Mars behoort tot zogenaamd verwevingsgebied. Hier is beleidsruimte voor extensieve recreatievoorzieningen (zie ook Risicoscan de Mars, 2008). Wanneer bij de inrichting van de uiterwaard wordt voldaan aan de maatregelen zoals genoemd in paragraaf 5.4.3, worden de waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur niet bedreigd. Wanneer bij inrichting van Noorderhaven niet aan deze maatregelen kan worden voldaan, zal in overleg met de provincie Gelderland (Bevoegd Gezag) naar een oplossing gezocht moeten worden.

074897562:0.4!

ARCADIS

34

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

7

Conclusies en aanbevelingen 7.1

FLORA- EN FAUNAWET In het gebied is een aantal waardevolle soorten aanwezig. Voor al deze soorten (beschermd of niet) geldt de zorgplicht. Voor een aantal soorten is het aanvragen van een ontheffing / positieve afwijzing noodzakelijk. Het gaat hierbij om gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en steenmarter. Daarnaast is er een aantal broedvogels aanwezig met een vaste verblijfplaats. Deze soorten zijn voldoende flexibel om zich elders te vestigen.

7.2

NATUURBESCHERMINGSWET De aanleg- en gebruiksfase van het plangebied Noorderhaven leidt niet tot negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel, mits wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden. Het mogelijke gebruik van de uiterwaard voor evenementen kan voor negatieve effecten zorgen. Het houden van activiteiten in de uiterwaard is daarom vergunningplichtig. Extensieve recreatief gebruik kan onder voorwaarden plaatsvinden.

7.3

ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR Wanneer bij de inrichting van de uiterwaard wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden zijn de waarden en kenmerken van de Ecologische Hoofdstructuur niet in het geding. Wanneer niet aan deze maatregelen kan worden voldaan, zal in overleg met de provincie Gelderland (Bevoegd Gezag) naar een oplossingsrichting gezocht moeten worden.

074897562:0.4!

ARCADIS

35

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

HOOFDSTUK

8

Literatuur

 Risicoscan de Mars, 2008. ARCADIS, Apeldoorn.  Bestemmingsplan Marswegkwartier (3e herziening, Zutphen) in relatie tot de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet 2002 / Beoordeling van effecten op Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel, op het IJsseldal als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en op beschermde soorten, 2006, Bureau Waardenburg bv, Culemborg.  Gebiedendocument Uiterwaarden IJssel, 2006, Ministerie van LNV, Den Haag.  Haalbaarheidsonderzoek gedeeltelijke dezonering De Mars, 2008. DGMR.  Akoestische onderbouwing aanpassing industrieterreingrenzen, 2008. DGMR  Factsheets van niet-broedvogels in de Natura 2000-gebieden van Gelderland. H. Sierdsema, J. van Diermen, B. Aarts, L. van den Bremer en A. van Kleunen. SOVON, Beek-Ubbergen.  Factsheets van broedvogels in de Natura 2000-gebieden van Gelderland. H. Sierdsema, J. van Diermen, B. Aarts, L. van den Bremer en A. van Kleunen. SOVON, Beek-Ubbergen.  De Boer, V. 2009. De Mars Zutphen. Levering vogelgegevens. SOVON rapport GAS2009044. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.  Nader ecologisch onderzoek Noorderhaven, 2009. Ecologisch adviesbureau Mulder, Apeldoorn.  Verstoringsgevoeligheid van vogels: Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, drs. K.L. Krijgsveld, drs. R.R. Smits, drs. J. van der Winden, Vogelbescherming Nederland, Zeist.

 Webatlas provincie Gelderland, werkkaarten Beheerplan Rijntakken

074897562:0.4!

ARCADIS

36

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

BIJLAGEN

074897562:0.4!

ARCADIS

37

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

BIJLAGE

1

Methode veldonderzoek Planten In de regio zijn enkele beschermde of Rode Lijstsoorten bekend zoals gulden sleutelbloem, grasklokje, rapunzelklokje en grote kaardenbol. Het onderzoek zal zich richten op deze soorten en met name de gulden sleutelbloem. Deze soort komt voor in vochtig grasland, uiterwaarden en rivierdijken en bloeit in de periode april tot juni. Waarnemingen zijn bekend van onder andere de nabijgelegen gebieden Cortenoever en Rammelwaard. Het terrein wordt in de maand mei bezocht om bijzondere plantensoorten te inventariseren. Hiertoe worden geschikt lijkende biotopen doorkruist en op zicht onderzocht op voorkomen van dergelijke soorten. Voorkomen wordt gemeld met vermelding van aantallen, locatie met amersfoortcoördinaten en foto. Vogels Bij vaste verblijfplaatsen van broedvogels moet gedacht worden aan onder andere spechten, uilen en zwaluwen. De aanwezige bomen en gebouwen worden in april-mei gecontroleerd op holtes, nesten en sporen van deze vogelgroepen. Het onderzoeksgebied wordt daartoe doorkruist en visueel onderzocht. Kerkuil is een moeilijk te detecteren soort, omdat deze vaak binnen in gebouwen zit en sporen als braakballen ook vaak daarbinnen liggen. Bij aanwezige of passerende bewoners en gebruikers (bijvoorbeeld bij geschikte gebouwen) wordt navraag gedaan over eventuele kennis van aanwezigheid van deze soorten.

Voor gierzwaluw is een bezoek later in het seizoen nodig, vanwege de late aankomst uit het wintergebied. Steenmarter De steenmarter heeft een ruime verspreiding in de regio en komt tot midden in de stad voor. Onderzoek naar verblijfplaatsen is veelal moeilijk. De soort zit meestal in gebouwen (zolders, kelders, spouwen, schuren en dergelijke). Bewoners of gebruikers zij vaak op de hoogte. Naast geluidsoverlast en stank zijn vaak ook latrines van uitwerpselen aanwezig. Het onderzoek wordt op diverse manieren uitgevoerd. Ten eerste wordt het terrein doorkruist en onderzocht op sporen (uitwerpselen, latrines). Ten tweede kunnen bewoners of gebruikers tijdens dat onderzoek gevraagd worden naar waarnemingen. Ten derde kan aan het begin van de nacht het terrein onderzocht worden op steenmarters (op zicht/geluid met behulp van sterke zaklamp). Vleermuizen Het vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd volgens het protocol van NGB opgesteld in overleg met VLEN/VZZ en Gegevensautoriteit Natuur. Verondersteld wordt (op basis van habitat) dat de kans op grootoorvleermuizen miniem is. Onderzoek dient plaats te vinden naar het gebruik door vleermuizen gedurende het gehele seizoen. Dit om zomerverblijfplaatsen / kraamkolonies, vliegroutes en foerageergebieden, paarverblijven en zwermplaatsen en winterverblijven te detecteren.

Het onderzoek naar vliegroutes, foerageergebieden, zomerverblijfplaatsen en kraamkolonies wordt uitgevoerd in twee nachtelijke rondes aan zowel het begin als einde van de nacht.

074897562:0.4!

ARCADIS

38

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Gezien de grootte van het gebied, de verscheidenheid aan structuren (open grazige delen, parkjes, grote wateren en gebouwen) zijn per ronde twee bezoeken nodig, waarbij ieder bezoek de helft gedaan wordt. Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van zowel heterodyne, frequentiedeling- en tijddelingdetectoren. Het onderzoek naar paarplaatsen/zwermlocaties is in 2008 in het vooronderzoek eenmalig uitgevoerd, waarbij toen niets is waargenomen. Het protocol schrijft nu twee bezoeken voor. Per bezoek kan het gehele terrein onderzocht worden. Onderzoek naar winterverblijven is niet uitvoerbaar vanwege gebrek aan geschikt lijkende ondergrondse structuren.

074897562:0.4!

ARCADIS

39

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

BIJLAGE

2

Resultaten veldonderzoek Door Ecologische Adviesbureau Mulder

De Mars Zutphen Veldbezoeken (2009): 13 mei (vaatplanten, vogels, Steenmarter) 14/15 mei (vleermuizen, Gierzwaluw, Steenmarter) 17/18 mei (vleermuizen, Gierzwaluw, Steenmarter) 4/5 juni (vleermuizen, Gierzwaluw, Steenmarter) 9/10 juni (vleermuizen, Gierzwaluw, Steenmarter) 13 augustus en 2 september (najaarsonderzoek vleermuizen) Vaatplanten Op 13 mei werd het plangebied te voet doorkruist op zoek naar bijzondere vaatplanten. In het bijzonder naar Gulden sleutelbloem. Op de luchtfoto's is aan de IJsselzijde een brede groene strook zichtbaar. In het veld blijkt dit nabij de brug voornamelijk uit bramen te bestaan, verder noordelijk uit Riet (met plaatselijk Grote brandnetel), landinwaarts met een steeds groter aandeel Grote vossenstaart. In deze vegetatie groeien vrijwel geen andere soorten, behalve langs enkele smalle paadjes, maar ook hier algemene soorten. De dijk is grazig met een grote variatie aan meest algemene kruiden. Er werd op de dijk één vegetatief exemplaar van gevonden van Karwijvarkenskervel. Ook lijkt de plant op Echte Karwij. Echte karwij bloeit echter gewoonlijk al in mei, terwijl Karwijvarkenskervel dat pas later doet. Beide soorten zijn vegetatief moeilijk uit elkaar te houden. Beiden staan op de Rode Lijst. Tijdens latere onderzoeken bleek de plek gemaaid te zijn. De Amersfoortcoördinaten zijn 209.855/462.297.

Karwijvarkenskervel is vrij zeldzaam in het rivierengebied (Rijn en IJssel, zeldzaam langs de Maas) en zeer zeldzaam elders in het midden en oosten van het land en staat op de Rode Lijst. Waarnemingen van deze soort zijn bekend van de overkant van de IJssel bij Voorst en Brummen. Aan de Bolwerksweg (tegenover Schamperdijkstraat) werden vele Muurvarens ontdekt, groeiende op een oude muur, vooral langs een lekkende hemelwaterafvoer. Ook langs regenpijp op een van de gebouwen aan de Noorderhaven groeien muurvarens.

074897562:0.4!

ARCADIS

40

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Karwijvarkenskervel of Echte karwij?

Muurvarens aan Bolwerksweg (tegenover Schamperdijkstraat).

074897562:0.4!

ARCADIS

41

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Vogels Op 13 mei werd het terrein te voet doorkruist en onderzocht op vogels. Met name uilen, spechten, zwaluwen, roofvogelhorsten, kraaiennesten (mogelijk gebruikt als broedplaats door Ransuil) en vogelkolonies werden gezocht. In de groenstrook tegenover het pand waar vleermuizen bleken te zitten zongen een Braamsluiper en een Bosrietzanger. Boven het zandige terrein ten westen van de Bolwerksweg en bij de oude panden bij het spoor vlogen Gierzwaluw, Boerenzwaluw, Huiszwaluw. Gezocht is naar mogelijke nestplaatsen van deze soorten, maar deze zijn niet gevonden. Bij het onderzoek naar vaatplanten langs de IJssel werd een broedende Graspieper ontdekt (verstoord). Er werden geen spechten waargenomen noch spechtengaten ontdekt. Hoog boven in een hoge Suikeresdoorn op het zandige terrein ten westen van de Bolwerksweg zit mogelijk een kraaiennest (Zwarte kraai ter plaatse ook aanwezig op het zandige terrein). De locatie is op onderstaande afbeelding weergegeven.

Op 14 mei werd 's avonds nog door gierzwaluwen gevlogen nabij het spoor toen de vleermuizen al uitvlogen. Er werd geen zwermgedrag of naar nestplaatsen invliegende dieren gezien. Op 17 mei werden tot ver na zonsondergang Gierzwaluwen boven het gebied gezien, die meest in de richting van het centrum verdwenen. Op 17 mei werd rond zonsondergang een zingende Zwarte roodstaart gehoord op een gebouw bij het spoor (tussen Havenstraat en Noorderhaven). Op 18 mei rond zonsopkomst werd het dier zingend gezien op een antenne op dat gebouw. Op 4 juni werd een vrouwtje Zwarte roodstaart op het gebouw in de zuidwesthoek gezien (andere kant van Parkstraat). Op 9 juni werd daar een mannetje gezien. Aangenomen moet worden dat zich in een van deze gebouwen een nest bevindt.

074897562:0.4!

ARCADIS

42

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Steenmarter Op 13 mei werd een achterkant van een garage aan de Bolwerksweg ontdekt met grote beschadigingen aan de spouw. De spouw zelf en de garage zijn toegankelijk voor dieren en lijkt geschikt voor Steenmarter. Er werden geen sporen gezien. Op 9 juni werden om 22.20 uur twee Steenmarter gezien in de Bolwerksweg vlakbij deze garage. Op 14 mei werd ook een Egel gezien die de Marsweg overstak.

074897562:0.4!

ARCADIS

43

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Locatie van de waargenomen twee Steenmarters (blauw) en openingen in garage (rood) Vleermuizen Onderzoek naar vleermuizen is verricht op 13 mei overdag (sporen), 14 mei (begin van de nacht), 15 mei (tegen zonsopkomst), 4 juni (begin van de nacht), 5 juni (tegen zonsopkomst), 9 juni (begin van de nacht), 10 juni (tegen zonsopkomst). De nachtonderzoeken zijn verricht met behulp van een batdetector en registratie door middel van infraroodvideo. Uit het dagonderzoek bleek al dat er zich vleermuizen bevonden in een pand aan de Bolwerksweg. Er waren namelijk keutels aanwezig op de raamkozijnen. Nachtelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het gaat om een flinke kolonie Gewone dwergvleermuizen. Het grootste aantal uitvliegers aan het begin van de nacht (22.13-22.30 uur) betrof minimaal 33 exemplaren. Het gaat, gezien de data om adulte dieren, d.w.z. het aantal is niet beïnvloed door reeds vliegvlugge jonge dieren. Het onderzoek heeft verder uitgewezen dat vrijwel de gehele muur van het bedrijf (Onstein Meubelen BV., adres voorzijde is Coenensparkstraat 3) gebruikt wordt voor verblijf (in- en uitvliegen). Van de vele openingen naar de spouw zijn er drie die als belangrijkste invliegopeningen aangemerkt kunnen worden. Tijdens de verschillende onderzoeksmomenten verschilden de meest gebruikte openingen. Er werd alle keren flink gezwermd bij de verblijfplaats.

Daarbij vliegen dieren rond vlak bij de plek en vliegen regelmatig aan (en soms zeer kort landen) op de openingen om direct weer weg te vliegen. Op 4 juni bleek er een grote vrachtwagen geparkeerd te staan recht voor de verblijfplaats. Het blijkt dat de vleermuizen zich daar weinig van hebben aangetrokken. Vleermuizen verhuizen regelmatig en nemen daarbij hun jong mee, die zich aan de tepel vasthoudt. Op 9 juni werd aan het begin van de nacht een invliegende vleermuis gefilmd die een groot jong meedroeg. Op de video is te zien dat het dier kort hiervoor al een keer naast het gat 'aantikte' en weer wegvloog met het jong. Op de geluidsopnames die gemaakt zijn blijkt dat sommige dieren een laagste frequentie van 39,7 kHz hebben. Dit zou er op kunnen duiden dat er zich ook één of meerdere Ruige dwergvleermuizen in de kolonie (of alleen tijdens het zwermen) bevinden.

074897562:0.4!

ARCADIS

44

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

De meeste gebouwen binnen het gebied zijn ongeschikt voor vleermuizen vanwege de bouw en gebruikte constructiematerialen: gladde materialen, gedegen afdichting van de dakranden etc. De huizen aan de Schamperdijkstraat, Eishorststraat, Marsweg en westelijk daarvan gelegen straatjes en enkele overige panden in het industrieterrein lijken in principe geschikt voor vleermuizen. Aan de Marsweg werden een foeragerende Gewone en een Ruige dwergvleermuis waargenomen. Ook de vervallen grote bedrijfspanden tussen Havenstraat en Noorderhaven lijken geschikt voor vleermuizen. Op 17 mei bleek dat tussen naar de Parkstraat gekeerde muur en de er kort op staande populieren door minstens vier Gewone dwergvleermuizen gedurende tien minuten van onderzoek daar bleven foerageren. In het noorden ligt een wild parkje dat in gebruik is als crossbaan waar in principe zeer geschikt foerageergebied aanwezig lijkt. Hier werd slechts een keer een dier vandaan vliegend waargenomen. Foeragerende dieren konden niet ontdekt worden. Al met al zijn in het onderzoeksgebied zelden vleermuizen aan te treffen, behalve bij de ontdekte verblijfplaats (en een keer bij een van de grote vervallen gebouwen). Het lijkt erop dat vooral buiten het gebied gefoerageerd wordt.

Op 13 augustus en 2 september werd tegen middernacht met een batdetector gezocht naar vleermuizen die middels sociale geluiden een paarterritorium afbakenen. De batdetector wordt daarbij afgesteld op een relatief lage frequentie waarop sociale geluiden geproduceerd worden. Foeragerende dieren worden daardoor licht over het hoofd gezien. De sociale geluiden hebben meestal een hoger volume en kunnen van verdere afstanden gehoord worden. Een deel van het geluid ligt binnen de grenzen van het menselijk gehoor en kan bij gunstige omstandigheden gehoord worden en bijdragen aan de richtingbepaling. Bij Gewone dwergvleermuizen die al vliegend in de buurt van hun verblijfplaats roepen, speelt het probleem dat vaak niet aangegeven kan worden waar de verblijfplaats precies is. Conclusies vleermuisonderzoek: Er bevindt zich een verblijfplaats van tientallen adulte (waarschijnlijk vrouwelijke) Gewone dwergvleermuizen in de spouwmuur van een gebouw aan de Bolwerksweg (achterzijde van het gebouw van Onstein Meubelen BV. (Bolwerksweg, adres voorzijde is Coenensparkstraat 3). Het lijkt er op dat de dieren voor het foerageren vrijwel allemaal het plangebied verlaten. Slechts op één plek werd substantieel gefoerageerd (bij populieren bij gebouw aan Parkstraat). Elders is sporadisch hooguit een enkel foeragerend dier waargenomen.

074897562:0.4!

ARCADIS

45

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Gebouw met de vleermuisverblijfplaats aan de Bolwerksweg.

Vleermuiskeutels op de raamkozijnen.

074897562:0.4!

ARCADIS

46

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Pand aan de Bolwerksweg met verblijfplaats Gewone dwergvleermuizen en twee belangrijke in-/uitvliegopeningen.

074897562:0.4!

ARCADIS

47

NADER ECOLOGISCH ONDERZOEK NOORDERHAVEN ZUTPHEN

Twee uitvliegopeningen waar regelmatig uit- of invliegende exemplaren gezien werden (boven) en een keer een uitvliegend dier (onder).

Geparkeerde vrachtwagen op 4 juni.

074897562:0.4!

ARCADIS

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=1cf0ef3d-7ef0-4cc0-a1dd-8677808e3c5f