984062 - Bijlage 8 (motivering) - Weging waterbelang
Tekst van het document
®;
anteagroup
Weging van het EAAE
Antea Group
Verkabeling Zutph Improving tomorrow.
projectnummer 0486826100 definitief revisie 00
12 juni
2024
www.anteagroup.nl
o
anteagroup
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 definitief revisie 00
12 juni 2024
Auteur(s)
(geanonimiseerd) Opdrachtgever Girion B.V. Postbus
50
6920 AB
Duiven
Gecontroleerd
(geanonimiseerd)
datum 12 juni 2024
beschrijving
vrijgave
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 12 juní 2024 revisie 00
, anteagroup
airion8.V.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
“-
1
Inleiding
11
Aanleiding
12
Doel
13
Leeswijzer
n
2.
Huidige situatie
21
Locatie
22
Maaiveld
23
Bodemopbouw
24
Grondwater
25
Watersysteem
26
Vuil- en hemelwater
27
Waterveiligheid
28
Natuur
29
Wateroverlast
3.
Beleid
31
Rijksoverheid
20
32
Provincie
2
33
Waterschap Rijn en IJssel
22
4.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
24
41 42
Waterschap Rijn en IJssel Gemeente Zutphen
24
5.
Toekomstige situatie
25
51
Voorgenomen ontwikkeling
25
52
Oppervlakteverdeling
28
53
Grondwater
28
54
Watersysteem
30
55
Vuilwater
31
56
Hemelwater
32
57
Waterkwaliteit
32
58
Waterveiligheid
32
59
Natuur
32
5.10
Conclusie weging van het waterbelang
32
20 Gelderland
24
Bijlage 1 Lokale bodemopbouw
34
Bijlage 2 Uitgangspuntennotitie Water in ruimtelijke plannen
37
Bijlage 3 Beleidsregel 1.4 Kabels en leidingen
38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
>
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Inleiding 11
Aanleiding Opdrachtgever
Qirion
B.V.
is
voornemens
drie
hoogspanningsverbindingen
ondergronds
te
verkabelen
(ondergronds brengen kabels). Dit voornemen i ter plaatse van: e _ Langerak-Zutphen, tussen mast 55 en 65 (lijncode LGK-ZP-150); e _ Woudhuis-Zutphen, tussen mast 43 en 46 (lijncode WHS-ZP-150); e _ Lochem-Zutphen, tussen mast 1 en 4 (lijncode (LC-2P-150). Het
planvoornemen
past
omgevingsplanwijziging
niet
binnen
doorgevoerd.
het
vigerende
Onderdeel
van
het
omgevingsplan. opstellen
van
Om een
deze
nieuw
reden
wordt
Omgevingsplan
een is het
doorlopen van de verplichte procedure voor de weging van het waterbelang. 12
Doel De weging
van
het waterbelang
is een
belangrijk instrument om
het waterbelang
in ruimtelijke plannen
en
besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en
de waterbeheerders
(in dit geval waterschap
Riijn en IJssel en gemeente Zutphen) in een zo vroeg mogelijk
stadium met elkaar in gesprek brengt.
In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling. 13
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van de locatie beschreven. de randvoorwaarden
uiteengezet.
Hoofdstuk 3 beschrijft het vigerende beleid. In
In hoofdstuk 5 is de toekomstige
situatie beschreven
en
getoetst aan de randvoorwaarden van de waterbeheerders.
blad 4 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 airionB.V.
Huidige situatie 21
Locatie
Het volledige tracé bevindt zich binnen de gemeente Zutphen en heeft een totale lengte van 5,25 km. Het strekt vanuit het zuidelijk deel van de stad tot aan het noorden. Het tracé wordt beschouwd in drie verschillende tracédelen, Langerak, Woudhuis en Lochem. Het te verkabelen tracédeel op de verbinding Langerak-Zutphen heeft een totale lengte van circa 3.410 m, het tracédeel op de verbinding Woudhuis-Zutphen heeft een totale lengte van circa 780 m en het tracédeel op de verbinding Lochem-Zutphen heeft een totale lengte van circa 1.060 m. In Figuur 2-1 is de ligging van de te verkabelen tracés weergegeven.
De tracédelen bestaan uit verschillende secties, deze zijn in Figuur 2-2 weergegeven. Hierin zijn de tracédelen in kleuren weergegeven, namelijk: 1.
Langerak-Zutphen: Rood;
2. 3.
Woudhuis-Zutphen: Blauw; en Lochem-Zutphen: Groen.
blad 5 van 38
Weging van het Waterbelang
,
Verkabeling Zutphen
anteagroup
projectnummer 0486826100 12 Juní 2024 revisie 00 airion B.V.
sectie:10
Zutphen Warnsveld
Figuur 2-2: Indeling met secties.
22
Maaiveld
In een voorgaand geschreven geohydrologisch rapport door Antea Group zijn grondboringen genoteerd. Deze zijn verricht langs het geheel tracé.
jdens deze boringen zijn de maaiveldhoogten gemeten, daarnaast is de AHN4-
viewer geraadpleegd voor meer informatie naar de maaiveldhoogten ter plaatse van het plangebied. De volgende maaiveldhoogten zijn daarin opgenomen. Tracé Zutphen-Langerak
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Sectie 1- (boring Sectie 2 - (boring Sectie 3 - (boring Sectie 4- (boring Sectie 5 - (boring Sectie 6 - (boring Sectie 7- (boring
LAO1 t/m LAO4 t/m LA13 t/m LA22 t/m LA25 t/m LA30 t/m LA40 t/m
LA03) LA12) LA21) LA24) LA29) LA36) LA42)
NAP +7,80 NAP +6,80 NAP +7,00 NAP +6,70 NAP+7,50 NAP+7,40 NAP +7,00
m m m m m m m
Tracé Zutphen-Woudhuis en Tracé Zutphen-Lochem
8. 9. 10. 11.
Sectie Sectie Sectie Sectie
8- (boring LO1, L02 en WO1) 9 - (boring LO3 t/m LO7) 10 - (boring LO8 t/m L14) 11- (boring WO2 t/m WO5)
NAP NAP NAP NAP
+7,90 m +8,00 m +7,80m +7,10m blad 6 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 Girion 8.
Figuur 2-3: Maaiveldhoogten plangebied (bron: AHN4-viewer) 23
Bodemopbouw Regionale bodemopbouw op basis van REGIS I! (TNO) De diepere bodemopbouw is in Figuur 2-4 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS I! v2.2. In dit
profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan.
Voor de holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (c-waarden, k-waarden, KD-waarden) aanwezig. Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS k-waarden en kD waarden opgenomen. Voor de kleiige formaties zijn kv waarden en c-waarden vermeld.
blad 7 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 Girion 8.
x
BXz
HLe
x
hNmtoe.Ant0e.Pgrvts.e Verklaring codes: HLc _ BXz _ KRz _ KRZUk KRTWK DRGIk DRz _ PZWAz MSz _
Holocene deklaag, complexe eenheid; Formatie van Boxtel, zandige eenheid; Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid; Formatie van Kreftenheye, laagpakket van Zutphen, kleiige eenhei Formatie van Kreftenheye, laagpakket van Twello, kleiige eenheid; Formatie van Drenthe, laagpakket van Gieten, kleïige eenheid Formatie van Drenthe, zandige eenheid Formatie van Peize en Waalre, zandige eenheid Formatie van Maassluis, zandige eenheid
n Figuur 2-4:
Geohydrologische bodemopbouw gehele tracé (bron: DINOloket).
In Figuur 2-4 is te zien dat de maaiveldhoogte overal circa NAP +7,5 m bedraagt. Op het noordelijk deel van het
tracé, grofweg ten noorden van de rivier ‘De Berkel is een holocene deklaag van enkele meters dik aanwezig. Zeer lokaal is op het zuidelijk deel van het tracé een zeer dunne zandige afzetting behorende tot de Formatie van Boxtel aanwezig. Vanaf het maaiveld of onder de holocene deklaag/Formatie van Boxtel tot een diepte van NAP -3m à NAP -4 m is een (derde) zandige afzetting behorende tot de Formatie van Kreftenheye aanwezig. Vervolgens is een kleiige afzetting (Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Zutphen) tot NAP -6 m à NAP -7 m aanwezig. Onder de kleiige afzetting komt een (vierde) zandige afzetting tot ca. NAP -35 m voor welke behoort tot de Formatie van Kreftenheye. Vervolgens is een tweede kleiige laag tot NAP-60 m aanwezig welke behoort tot de Formatie van Kreftenheye,
Laagpakket van Twello en de Formatie van Drenthe, Laagpakket van Gieten.
Vanaf NAP -60 m komen zandige afzetting behorende tot de Formatie van Peize en Waalre en/of Maassluis voor. De parameterwaarden voor de overige Formaties zijn in Tabel 2-1 samengevat.
blad 8 van 38
o
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
anteagroup
projectnummer 0486826100 12 juní 2024 revisie 00 airionB.V.
Tabel 2-1: Doorlatendheden volgens REGIS I! (bron: DINOloket).
Boxtel (BX22 t/m BXz4)
+75tot46,5
|
25-5
-
5-25
Kreftenheye (KR23)
+6,5t0t-35
|
kreftenheye, Laagpakket Zutphen (KRZUK1)
-3,5tot-6,5
Kreftenheye (KRz4)
-
10725
-
250-500
-
-
0,01-0,05
-
50-500
-6,5tot-35
10-25
-
500-1.000
-
Kreftenheye, Laagpakket Twello (KRTWKI)
-35 tot-55
-
0,001-0,005
-
1.000-10.000
Drenthe, Laagpakketvan Gieten (DRGIkI)
-55 tot-60
-
0,001-0,005
-
100-1.000
Peize en Waalre (PZWA22 t/m PZWAz4)
-60 tot-65
10-25
-
5-50
-
Maassluis (MSz1 /m MSz4)
-65 tot-80
5-10
-
100-250
-
Lokale bodemopbouw
Op basis van veldonderzoek en grondboringen uit het DINOloket is de bodemopbouw in de directe omgeving van het tracé vastgesteld. De gebruikte profielbeschrijvingen zijn in Bijlage 1 opgenomen. De bodemopbouw is per sectie (deellocatie) in tabellen beschreven. 24
Grondwater Veldonderzoek
De grondwaterstanden ter plaatse van de grondboringen zijn in mei 2022 gemeten. Tevens zijn de GHG en GLG
bij het veldwerk ingeschat.
De gemeten grondwaterstanden
en de geschatte GHG
en GLG
zijn in Tabel 2-2
samengevat. Tabel 2-2: Gemeten grondwaterstanden en geschatte GHG/GLG.
La02(sectie1)
|
7,80
150-250
|2642022
680
720
6,00
452022
682
AI
|
692
150-250
|2842022 |
587
622
5,42
9.5-2022
5,90
aa (sectieg) | 762 aa (sectie7) | 697
250-350 |552022 | 572 150-250 | 652022 | 607
637 647
5,02 547
13-5-2022 13-5-2022
591 5,99
Lo2 (sectie 8}
7,90
250-350
|2542022 |
584
679
489
452022
581
Los (sectie 9}
805
300-400
|2542022
675
675
475
452022
5,50
|
7,80
300-400
|2642022
540
6,20
45
9.5-2022
5,35
wos (sectie11) |
7,09
270-370
|2542022 |
509
5,89
4,59
9-5-2022
5,01
Uit de gemeten
grondwaterstanden
blijkt dat ten
(sectiea)
ii (sectie10)
|
jde van het
bemonsteren
het grondwater
op
het tracé
Zutphen-Langerak (sectie 1 t/m 8) zich gemiddeld tussen de 10 en 1,5 m -mv. diep bevindt. Op het tracé ZutphenLochem en Zutphen-Woudhuis (sectie 9 t/m 12) bevindt het grondwater zich gemiddeld tussen de 1,5 en 2,0 m- mv.
De grondwaterstanden
zijn gemeten
in de
periode
mei
2022.
Verwacht
wordt
dat
de gemeten
grondwaterstanden zich tussen de GHG en GLG bevinden. DINOloket/Grondwatertools In het DINOloket zijn in de
omgeving
van
de
tracés
diverse
representatieve
peilbuizen
aanwezig.
De
meetresultaten zijn in Tabel 2-3 samengevat.
blad 9 van 38
Weging van het Waterbelang
o
Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Tabel 2-3: Grondwaterstanden grondwatermeetputten DINOloket/Grondwatertools.
833H0347
300 m westelijk
4,1
19972019 1984-2019
B33H1477
200 m oostelijk
4767
20132020
e33H0216
200 m oostelijk
+8,59
19922019
e33H0349
200 m oostelijk
+8,56
g33h1478
400 m westelijk
B33h1476
400 m westelijk
e33H0052
+5,23 tot+4,23 -37,3 tot-40,3
+6,10 +6,20
+5,65 +5,70
+4,32 tot+3,92
1625
+5,85
-14,69tot-17,69
1625
+5,75
19972019
+5,87 tot +4,87
+635
+5,85
+47,14
20132020
+3,00 tot +2,00
+6,00
+5,55
18,78
2013-2020
+5,88 tot +4,88
16,55
+6,00
250 m oostelijk
1879
1950-1992
-13,71t0t-18,71
+6,60
+5,80
e33F1200
150 m westelijk
+792
2013-2020
+4,42 tot +3,42
+6,15
+5,15
g33F0223
1.000 m westelijk
18,62
1966-2003
+6,12 tot +5,62
47,55
+6,85
|
|
Uit de geraadpleegde monitoringspeilbuizen uit het DINOloket blijkt dat de fluctuatie van de GHG en de GLG over
het algemeen circa 0,8 m bedraagt. Verder blijkt uit DINOloket dat de GHS nagenoeg gelijk is met de GHG van het vrije freatische grondwater. Conclusie grondwaterstanden Op basis van de gemeten grondwaterstanden in onderhavig onderzoek en de meerjarige grondwaterstanden uit het DINOloket zijn per sectie de gemiddelde GHG en GLG bepaald. De gehanteerde grondwaterstanden per sectie
zijn in Tabel 2-4 weergegeven. Tabel 2-4: Gehanteerde freatische grondwaterstanden.
Sectie |_ Maaiveldhoogte (m NAP)
25
GHG
66
(m NAP)
{m NAP)
1
+7,8
+7,0
+6,0
2
+6,8
+5,9
+5,1
3
+7,0
+5,8
+,2
4
+6,7
+5,9
+5,0
5
+7,5
+6,5
+5,8
6
+74
13
+5,7
7
+7,0
+6,1
+5,6
IJ
+7,9
+6,5
+5,6
9
+8,0
13
153
10
+7,8
+6,0
+4,8
1
+,1
+9
6
Watersysteem De
huidige
situatie
van
het
watersysteem
wordt
bekeken
door
gebruik
te
maken
van
de
legger
van
waterbeheerder waterschap Riijn en IJssel. In Figuur 2-5 zijn de locaties opgenomen waar de verkabeling het oppervlaktewater van het waterschap kruist. In Figuur 2-6, Figuur 2-8, Figuur 2-10, Figuur 2-12 en Figuur 2-14 zijn
deze
locaties
verder
uitgewerkt.
De
oppervlaktewateren
hebben
bij
waterschap
Riijn
en
IJssel
een
beschermingszone van 5 meter.
blad 10 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 airionB.V.
fr"l/\
Figuur 2-5: Locati
waar de verkabeling in oppervlaktewater wordt gelegd (bron achtergrondkaart: Legger Waterschap Rijn en lJssel).
Locatie 1: ‘Berkel, Wijnhofpark’ De eerste locatie waar de verkabeling het oppervlaktewater kruist is ter plaatse van het Wijnhofpark. Hier wordt
waterlichaam de Berkel gekruist, zie Figuur 2-6. Door gebruik te maken van de legger van waterschap Rijn en IJssel worden de specifieke gebiedseigen eigenschappen van dit deel watergang, met code LV80950126, ter plaatse van de verkabeling (ingetekend in rood) bekeken.
blad 11 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Figuur 2-6: Verkabeling locatie 1 bestaande kabels in rood (bron achtergrondkaart:
StreetSmart).
De locatie betreft een rivier genaamd de Berkel welke bij locatie 1 gelegen is langs een park genaamd het Wijnhofpark. De watergang is geclassificeerd als A-water en stroomt naar het westen, zie Figuur 2-7. De bodemhoogte bovenstrooms
is NAP +5,5 m en benedenstrooms NAP +5,6 m. Daarnaast is het waterschap zelf
onderhoudsplichtige.
Figuur 2-7: Legger waterschap Rijn en IJssel locatie 1 (bron: Waterschap Rijn en IJssel).
Locatie 2: ‘Bonenlaak, Rijksstraatweg’ De tweede
locatie waar de verkabeling het oppervlaktewater
kruist is ter plaatse van de Rijksstraatweg.
Hier
wordt waterlichaam ‘de Bonenlaak!' gekruist, zie Figuur 2-8. Door gebruik te maken van de legger van waterschap Rijn en IJssel worden de specifieke gebiedseigen eigenschappen van dit leidingvak, met code LV80950070, ter plaatse van de verkabeling (ingetekend in rood) bekeken. blad 12 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Figuur 2-8: Verkabeling locatie 2 bestaande kabels in rood (bron achtergrondfoto:
StreetSmart).
De locatie betreft een watergang genaamd ‘de Bonenlaak’ welke bij locatie 2 gelegen is langs een weg genaamd
ijksstraatweg. De watergang is geclassificeerd als A-water en stroomt naar het westen, zie Figuur 2-9. De bodemhoogte bovenstrooms onderhoudsplichtige.
en
benedenstrooms
is
NAP+4,7
m.
Daarnaast
is
het
waterschap
zelf
0l
Figuur 2-9: Legger waterschap Rijn en IJssel locatie 2 (bron: Waterschap Rijn en IJssel)
Locatie 3: ‘Afw. Van de Vijver, Draaiomsdreef’ De derde locatie waar de verkabeling het oppervlaktewater kruist is ter plaatse van de Draaiomsdreef. Hier wordt waterlichaam ‘Afw. Van de Vijver’ aangetast, zie Figuur 2-10. Door gebruik te maken van de legger van waterschap
Rijn en IJssel worden de specifieke gebiedseigen eigenschappen van dit deel watergang, met code LV80950065, ter plaatse van de verkabeling (ingetekend in rood) bekeken.
blad 13 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
|
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 GrionBV.
Figuur 2-10: Verkabeling locatie 3, bestaande kabels n rood (bron achtergrondkaart:
De locatie betreft een vijver genaamd
StreetSmart)
'Afw. Van de Vijver’ welke bij locatie 3 gelegen i langs een weg genaamd
de Draaiomsdreef. De watergang is geclassificeerd als A-water en stroomt naar het westen, zie Figuur 2-11. De bodemhoogte bovenstrooms onderhoudsplichtige.
en
benedenstrooms
@
B 7
is
NAP
+4,7
m.
Daarnaast
is
het
waterschap
zelf
D
Figuur 2-11: Legger waterschap Rijn en IJssel locatie 3 (bron: Waterschap Rijn en IJssel)
blad 14 van 38
Weging van het Waterbelang
o
Verkabeling Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 12 juni 2024 evisie 00
anteagroup
Girion 8.
Locatie 4: ‘BERS6.106, Ida Gerhardtsingel” De derde locatie waar de verkabeling het oppervlaktewater kruist is ter plaatse van de weg Ida Gerhardtsingel.
Hier wordt waterlichaam 'BER56.106’ aangetast, zie Figuur 2-12. Door gebruik te maken van de legger van waterschap Riijn en IJssel worden de specifieke gebiedseigen eigenschappen van dit deel watergang, met code LV80950022, ter plaatse van de verkabeling (ingetekend in rood) bekeken.
Figuur 2-12: Verkabeling locatie
4, bestaande kabels n rood (bron achtergrondkaart:
De locatie betreft een watergang genaamd
StreetSmart).
‘BER56.106' welke bij locatie 4 gelegen is langs een weg genaamd de
da Gerhardtsingel. De watergang is geclassificeerd als A-water en stroomt naar het oosten, zie Figuur 2-13. De bodemhoogte bovenstrooms is NAP +5,7 m en benedenstrooms is NAP +4,7 m. Daarnaast is het waterschap zelf onderhoudsplichtige.
4
ò
Figuur 2-13: Legger waterschap Rijn en Issel Iocatie 4 (bron: waterschap Rijn en IJsse!] blad 15 van 38
Weging van het Waterbelang
o
Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Locatie
‘Ooierhoekselaak, Betsy Kerlenpad’ & ‘Afw. v.d. Eme, Betsy Kerlenpad’ De derde locatie waar de verkabeling het oppervlaktewater kruistis ter plaatse van de weg Betsy Kerlenpad. Hier
worden de waterlichamen ‘Afw. v.d. Eme’ en ‘Ooierhoekselaak! gekruist, zie Figuur 2-14. Door gebruik te maken van de legger van het waterschap worden de specifieke gebiedseigen eigenschappen van deze delen watergangen, met code LV80950025 en LV80950028, ter plaatse van de verkabeling (ingetekend in rood) bekeken.
Figuur2-14: Verkabeling locatie 5, bestaande kabels n rood (bron achtergrondkaart:
De locatie betreft twee watergangen genaamd
StreetSmart).
‘Ooierhoekselaak’ en ‘Afw. v.d. Eme’ welke bij locatie 4 gelegen
zijn langs een pad genaamd het Betsy Kerlenpad. De watergangen zijn geclassificeerd als A-water en stromen naar het zuidwesten, zie Figuur 2-15. De bodemhoogte bovenstrooms en benedenstrooms van de Ooierhoekselaak is +4,2 m NAP en deze van de Afw. v.d. Eme is NAP +5,2 m. Daarnaast is het waterschap zelf onderhoudsplichtige.
blad 16 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
>
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
. Figuur 2-15: Legger waterschap
Rijn en Jssel locatie 5 (bron: waterschap Rijn en IJsse!]
Naast de bovenstaand benoemde 5 |ocaties zijn er nog diverse niet in de legger opgenomen, smalle watergangen en waterlopen welke worden gekruist door de verkabeling. Deze dienen nader te worden onderzocht. 26
Vuil- en
hemelwater
Doordat de ontwikkeling een verkabeling betreft zonder afvalwaterproducerende of aanbrenging van verharding, heeft deze geen invloed op vuil- en hemelwater.
Het waterschap
Riijn en IJssel heeft aangegeven
dat persleidingen worden
gekruist door de verkabeling.
De
desbetreffende persleiding is weergegeven in Figuur 2-16.
blad 17 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 12 Juní 2024 revisie 00 airion B.V.
f
H
H H
H 1 \
1 1
Figuur 2-16: Kaart met persleiding van waterschap Rijn en IJssel (bron: opendata-wrij.opendata.arcgis.com),
27
Waterveiligheid Doordat de ontwikkeling een verkabeling betreft en niet door of onder een waterkering gaat, heeft deze geen invloed op de waterveiligheid.
28
Natuur
De verkabeling raakt enkele gebieden welke behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (zie Figuur 2-17) en/of het natuurbeheerplan
2024.
De
gebieden
behorende
tot
het Gelders
Natuurnetwerk
zijn ten
noorden
van
de
projectlocatie gelegen. Uit het Natuurbeheerplan 2024 blijkt dat voor de terreinen de beheertypen ‘Poel en klein historische wateren’, ‘Droog bos met productie’, ‘Park- of stinzenbos’ of ‘Houtwal en houtsingel' van toepassing zijn.
blad 18 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 airionB.V.
Figuur 2-17: Natuurnetwerk Nederland ter plaatse van het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving).
29
Wateroverlast
Doordat de ontwikkeling een verkabeling betreft heeft deze geen invloed op wateroverlast. blad 19 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Beleid 31
Rijksoverheid Omgevingswet 2024
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet wordt de leefomgeving op een andere manier benaderd dan voorheen, waarbij wordt ingezet op een duurzame economische structuur met borging van de kwaliteit en veiligheid daarvan. In de Omgevingswet worden de wetgeving en regels voor ruimte,
wonen, infrastructuur, milieu natuur en water gebundeld. Deze wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling met minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Ingezet wordt
op
integraliteit,
vertrouwen
en
participatie
van
alle
belanghebbenden.
De
wet
krijgt
vorm
in de
omgevingsvisie, waarbij de huidige provinciale plannen komente vervallen en worden geïntegreerd in deze visie. Weging van het waterbelang
De watertoets, zoals deze bestond onder de Waterwet, is in de Omgevingswet overgegaan in de weging van het waterbelang. In de Omgevingswet is opgenomen dat ruimtelijke plannen (waaronder omgevingsplannen) die ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een weging van het waterbelang. Ruimtelijke plannen van de
initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de verschillende waterbeheerders. In de weging van het waterbelang geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen
n het plan ten aanzien van
water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft initiatiefnemer aan welke rol de waterhuishoudkundige aspecten hebben gespeeld bij de besluitvorming.
de De
weging van het waterbelang grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027
Het Nationaal Water Programma
2022-2027
is de opvolger van het Nationaal Waterplan
2016-2021
en het
Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen werd
geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: e _ Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water;
e
Maatregelen
vanwege
nationale
belangen
en om wateropgaven
te bereiken
en daaraan
te blijven
voldoen.
Nationaal
Bestuursakkoord
Water
Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rij, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke
termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot
de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Kaderrichtlijn Water (KRW)
Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen
om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe. Waterbeheerders mogen
hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.
blad 20 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt perspectief gegeven om grote opgaven
aan te pakken, ons land
samen mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden.
Het
stuk
behandelt
een
nieuwe
aanpak
waarin
wordt
gericht
op
integrale
samenwerking
en
een
zorgvuldige afweging van belangen met ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De nieuwe aanpak krijgt vorm door het geven van toekomstperspectieven, de nationale belangen en de daaruit voortkomende opgaven. Voor de opgaven is een prioritering opgesteld van:
1. 2.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel;
3.
Sterke en gezonde steden en regio's;
4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk beleid.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie maakt deel uit van het Deltaprogramma. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van het beperken van de gevolgen van overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte. Het Riijk, provincies, gemeenten en waterschappen hebben de
gezamenlijke ambitie dat in 2050 alle steden en dorpen in Nederland
klimaatbestendig en waterrobuust zijn
ingericht. Bij het hevige neerslag blijven in een klimaatbestendige stad, de bedrijven en woningen droog en blijven de hoofdwegen begaanbaar. Ook wordt regen benut voor droge en zeer warme periodes, om zo schade te voorkomen.
32
Provincie Gelderland Regionaal Waterprogramma
Provincie Gelderland
Het Regionaal Waterprogramma
(RWP) bevat de ambities en doelen voor het waterbeheer, een duurzaam en
veerkrachtig watersysteem met een goede waterkwaliteit binnen de Provincie Gelderland. Het gaat hierbij om: + _ Vestigingsklimaat: Voldoende water van voldoende kwaliteit
e _ Een robuust watersysteem; + _ Een goede kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater;
o _ Bescherming openbare drinkwatervoorziening o _ Bescherming andere (private) onttrekkingen voor menselijke consumptie +
_
Voldoende water voor mens, landbouw en natuur;
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie
Gaaf Gelderland
bevat de ambities van trends en ontwikkelingen,
met hun
kernopgaven,
geformuleerd. De ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn:
Nonswnr
Energietransitie
Klimaatadaptatie, een klimaatbestendig en CO2-neutraal Gelderland Circulaire economie, een duurzame en innovatie economie Biodiversiteit Bereikbaarheid
Vestigingsklimaat Woon- en leefomgeving, uitstekend wonen, werken en level in Gelderland
Omgevingsverordening Vanuit de nieuwe Omgevingswet
omgevingsvisie
staat wat
de
zijn alle
provincie
wil
provincies
verplicht om
bereiken
en wat
een
omgevingsvisie
ze wil doen
om
op
te stellen.
dat te bereiken.
Naast
In de
een
omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De Gelderlandse Omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen, zoals de
provinciale milieuverordening en de provinciale verordening water.
blad 21 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100 12 juní 2024 reviie 00
anteagroup
Girion 8.
33
Waterschap Rijn en IJssel Waterbeheerprogramma
2022-2027
Het waterschap heeft het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld. Hierin worden de visie en ambities van het
waterschap
in opgenomen
zijn.
Daarin
wordt
waterschap steeds sneller gaan en dynamischer biodiversiteit en energietransitie, maar ook kansen
benoemd
dat
de
ontwikkelingen
en
opgaven
voor
het
worden zoals: klimaatverandering, de stikstof-opgave, zoals digitale transformatie. Op basis van deze opgaven
worden door het waterschap vier speerpunten opgesteld, dit zijn: ons gebied klimaatrobuust maken;
zorgen voor bescherming tegen overstromingen; het verhogen van de kwaliteit van ons water en ook de omgeving; het blijven
inzetten
voor
het beperken
van
klimaatverandering
door circulair te werken
en zo min
mogelijk grijze energie te gebruiken. Waterschapsverordening Waterschap Riijn en IJssel 2024
Door de ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervangt de Waterschapsverordening Waterschap Rijn en IJssel de Keur. De Waterschapsverordening is een verordening met de wettelijke regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van oppervlaktewaterlichamen (beken, sloten en rivieren), waterkeringen,
bergingsgebieden,
grondwater
en
bijbehorende
kunstwerken
(gemalen,
stuwen,
etc).
In
de
Waterschapsverordening wordt specifieker gekeken naar de regelgeving voor verschillende soorten gebieden en activiteiten.
Kabels en leidingen Volgens de Waterschapsverordening zijn er verschillende regels voor de aanleg van kabels en leidingen parallel
aan een watergang en kruisend aan een watergang. De algemene regel bij het leggen van kabels parallel aan een watergang zijn:
e
de kabel mag niet worden gelegd buiten een oppervlaktewaterlichaam met de functie HEN (hoogst ecologische niveau), SED (specifiek ecologische doelstelling) of natte EVZ (ecologische verbindingszone). Daarnaast dient deze buiten de kern- of beschermingszone van een primaire, regionale, zomerkade of
kadete liggen; en e _ de kabel mag niet worden aangelegd door een damwand, een duiker of inspectieput; en e _ de kabel wordt aangelegd op een afstand van minimaal 10 m van een bestaand of gepland kunstwerk; en
e
de kabel wordt op ten minste 1 m van de insteek van het oppervlaktewater aangelegd en heeft een gronddekking van minimaal 0,7 m.
De aanwijzing algemene regels bij het leggen van kabels kruisend aan een watergang zijn: e
de kabel wordt gelegd of behouden in een kernzone van een oppervlaktewaterlichaam buiten de kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone 1 van een primaire waterkering, regionale
waterkering of zomerkade; en e _ de kabel wordt niet aangelegd door een damwand, duiker of inspectieput; en « _ de kabel wordt aangelegd op een afstand van minimaal 10 m van een bestaand of gepland kunstwerk; en
e _ de kabel heeft een buitendiameter van maximaal 0,3 m; en
e
de
°
oppervlaktewaterlichaam of kade, gemeten vanaf de bovenzijde van de kabel; en de kabel wordt aangelegd op een diepte van minimaal 1 m onder de vaste
kabel
wordt
aangelegd
op
een
diepte
van
minimaal
1
m
onder
het
leggerprofiel bodem
van
het
van
het
oppervlaktewaterlichaam; en e
de kabel wordt bij het kruisen van een duiker aangelegd op minimaal 1 m onder de binnenonderkant van een duikerof wordt aangelegd aan de bovenzijde van een duiker met tussenliggende gronddekking
van minimaal 0,2 m en een gronddekking van minimaal 0,5 m op de kabel.
blad 22 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
)
projectnummer 0486826.100 12 juní 2024 eviie 00
anteagroup
Girion 8.
De algemene regel kruisende kabels en leidingen is: e _ de kabel wordt niet met een open ontgraving aangelegd, tenzij deze een duiker aan de bovenzijde kruist; en
e _ de kabel wordt haaks op het oppervlaktewaterlichaam of de kade aangelegd, dwars op de as van het oppervlaktewaterlichaam of kade; en e _ de kabel over een duiker wordt aangelegd met een mantelbuis. Bronbemaling
Bij het onttrekken van grondwater Waterschapsverordening als:
a. b.
voor
bronbemaling
wordt
voldaan
aan
de
regelgeving
uit
de
de pompcapaciteit niet meer is dan 10 m? per uur; en er niet meer dan 100.000 m? grondwater per aaneengesloten periode van 30 dagen wordt onttrokken; en
<
de onttrekking niet langer duurt dan 180 dagen.
De algemene regel bij bronbemaling is: 1. defreatische grondwaterstand en de stijghoogte n het eerste watervoerend pakket worden niet verder
verlaagd dan 0,5 m beneden het gewenste ontgravingsniveau; 2.
als de gewenste grondwaterstandsverlaging is bereikt, wordt de bemalingscapaciteit teruggebracht om verdere verlaging te voorkomen.
3.
zo dicht mogelijk bij het op dat moment diepste ontgravingsniveau wordt een peilbuis geplaatst.
4.
na definitieve beëindiging van de onttrekking worden oorspronkelijke scheiding van de bodemlagen hersteld,
de
bronnen
gedicht
en
daarbij
wordt
de
Ook is er sprake van een meldplicht. De bronbemaling moet minstens vier weken en ten hoogste één jaar voor het begin ervan worden gemeld. Bij deze melding dient het volgende te worden gemeld: o
het doel waarvoor het te onttrekken grondwater wordt gebruikt;
b. c
het aantal in te richten putten; de coördinaten volgens het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting van iedere put;
d.
de diepte in meters van de onderkanten de bovenkant van de filters van iedere put ten opzichte van het
0
de lengte in meters van het effectieve filter in iedere put;
g.
de hoeveelheid water in kubieke meter water per uur, etmaal, maand onttrokken;
h.
een
maaiveld en het Normaal Amsterdams
Peil;
de capaciteit van de pomp in kubieke meter per uur per put;
beschrijving
van
de
mogelijke
negatieve
gevolgen
van
de
en jaar, die ten hoogste wordt
onttrekking
en de
maatregelen
voorzieningen die worden getroffen om die gevolgen te voorkomen of te beperken.
Daarnaast is het verboden zonder vergunning grondwater te onttrekken voor bronbemaling als:
3.
meer dan 100.000 m? grondwater wordt onttrokken per aaneengesloten periode van 30 dagen;
b.
de onttrekking langer duurt dan 180 dagen.
blad 23 van 38
of
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Uitgangspunten en randvoorwaarden 41
Waterschap Rijn en IJssel Op
05-06-2024
is per e-mail afstemming
geweest
met
het waterschap
over de voorgenomen
ontwikkeling.
Onderstaand zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen die door het waterschap zijn meegegeven voor de ontwikkeling. Het waterschap geeft aan dat veel verschillende waterbelangen worden geraakt met de verkabeling. Dit zijn vooral het doorkruisen van watergangen en persleidingen. Dit is vergunningplichtig, hiervoor heeft het waterschap verwezen naar de richtlijnen uit de Waterschapsverordening waarop een vergunningaanvraag wordt
getoetst. Aanvullende uitgangspunten van het waterschap zijn te vinden in de uitgangspuntennotitie (Bijlage 2). Vervolgstappen
Het waterschap gaf ook aan dat ter vervolg van het proces er diverse vereisten zijn. De watergangen moeten op voldoende diepte worden gekruist en er moet per kruising een boorprofiel worden aangeleverd. Het waterschap verwijst hier naar de aangeleverde bijlage beleidsregel kabels en leidingen (Bijlage 3). Als onderdeel van de vergunningaanvraag geeft het waterschap aan de volgende gegevens te moeten ontvangen: 3. een omschrijving van de aard, de omvang, de reden en het doel van de voorgenomen activiteit; b. de sstartdatum en einddatum van de werkzaamheden; c een situatietekening met kadastrale gegevens, waarop duidelijk de locatie van de te leggen of te behouden kabel of leiding staat afgebeel
d.
de buitendiameter van de kabel of leiding; en
e
naam, adres, woonplaats en telefoonnummer van de uitvoerder, als de handeling wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager.
Ook wil het waterschap een kaart ontvangen met het kabeltracé ingetekend in de legger. Dit geeft goed weer waar de belangen van het waterschap worden gekruist. 42
Gemeente Zutphen Op 26-04-2024 i per e-mail contact opgenomen met de gemeente Zutphen over de voorgenomen ontwikkeling.
Tot de dag 12-06-2024 is hierop geen concrete reactie gegeven.
Het is raadzaam
om
bij vervolgstappen de
gemeente opnieuw te berichten.
blad 24 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 airionB.V.
Toekomstige situatie 51
Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever Qirion B.V. is voornemens drie hoogspanningsverbindingen ondergronds te verkabelen (ondergronds brengen kabels). De werkzaamheden betreffen het verwijderen van de hoogspanningsmasten en het leggen van de kabels ondergronds. Voor het Ieggen van de kabels ondergronds dient te worden bemaald. De werkzaamheden worden verricht ter plaatse van (zie Figuur 5-1): * _ Langerak-Zutphen, tussen
mast 55 en 65 (lijncode LGK-ZP-150);
* _ Woudhuis-Zutphen, tussen mast 43 en 46 (lijncode WHS-ZP-150); e _ Lochem-Zutphen, tussen mast 1 en 4 (lijncode (LC-ZP-150).
Figuur 5-1:
Locatie volledig te verkabelen tracé.
De verschillende tracés bestaan uit verschillende secties met aanleg door open ontgraving en aanleg door middel van gestuurde boring. In Figuur 5-2 zijn deze ingetekend en is het type aanleg door middel van kleur weergegeven. De verder uitgewerkte tekening van de secties van de tracédelen is weergegeven in Figuur 5-3.
blad 25 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Tracé Zutphen-Langerak 1. Se 1- van hoogspanningsstation Zutphen tot HDD Berkel
“onson
Sectie 2 — van Sectie 3 — van Sectie 4 - van Sectie 5 - van Sectie 6 - van Sectie 7 — van
HDD HDD HDD HDD HDD HDD
Berkel tot HDD Warnsveldseweg Warnveldseweg tot HDD Spikerpad/Draaimomsdreef Spikerpad/Draaimomsdreef tot HDD tennisvelden tennisvelden tot HDD Ooyerbrug Ooyerbrug tot HDD Ooyershoek/N314 Ooyershoek/N314 tot einde verkabeling (mast 55)
Tracé Zutphen-Woudhuis en Tracé Zutphen-Lochem
8. 9.
Sectie 8 van hoogspanningsstation Zutphen tot HDD Voorsteralleekwartier Sectie 9 van HDD Voorsteralleekwartier tot HDD's Oostveensepad
Tracé Zutphen-Woudhuis
10. Sectie 10 - van HDD Oostveensepad tot einde verkabeling (mast 43) Tracé Zutphen-Lochem
11. Sectie 11 van HDD Oostveensepad tot einde verkabeling (mast 4)
sectie
11
sectie:10 /
sectie 9
sectie 8 sectie
1
naa6
.
het verwijderen van de hoogspanningsmasten
en de toebehorende
Zutphen
sertie 4
Warnsveld
„=
Figuur 5-2: Indeling met secties verkabeling Zutphen.
De werkzaamheden
bevatten
betonvoeten
en het verkabelen van het gehele tracé ondergronds. Voor het ondergronds leggen van de kabels is bemaling benodigd. blad 26 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zuiphen
o
)
projectnummer O486B26.100 12 juní 2024 revisie 00 airionB.V.
Figuur 5-3: Uitgewerkt Iocatie kabeltracé Zutphen.
blad 27 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100 12 juní 2024 reviie 00
anteagroup
Girion 8.
52
Oppervlakteverdeling De toekomstige oppervlakteverdeling wordt veranderd hoogspanningsmasten. De overige werkzaamheden en
door de verwijdering van de betonvoeten van de wijzigingen in de openbare ruimte bevatten geen
alternatieve indeling van het oppervlak. De verdeling gaat in de toekomst bestaan uit 100% onverhard oppervlak.
Hierdoor is geen sprake van lozingen op oppervlaktewater of HWA-systemen. 5.3
Grondwater Bemaling
Onderdeel van de verkabeling is het bemalen van het werkterrein. Hierdoor wordt de grondwaterstand tijdelijk verlaagd. Hiervoor is in het geohydrologisch rapport van Antea Group, “20231103-486826 Geohydrologisch rapport verkabeling Zutphen (revOA)”, onderzocht wat de effecten van de berekende omgeving. Voor de bemaling worden
verticale filters tot maximaal
5,0 m -mv geadviseerd.
bemaling gaat zijn op de
Het maximaal te verwachten
waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 187200 m? en het maximale debiet bedraagt circa 300 m?/uur (GHG situatie). Het maximaal te verwachten waterbezwaar voor het gehele tracé bedraagt circa 72.000 m? en het maximale debiet bedraagt circa 140 m?/uur (GLG situatie). De verwachting is dat de werkzaamheden minimaal 2 maanden duren. Ten aanzien van de grondwateronttrekking kan naar verwachting worden volstaan met een melding. Indien de werkzaamheden langer dan 180 dagen duren
en er meer dan 100.000 m? grondwater opeenvolgend wordt onttrokken is er volgens waterschap Rijn en IJssel een vergunningsplicht.
Grondwaterbeschermingsgebied Volgens de digitale Kaartbank van de Provincie Gelderland
zijn binnen
het invloedsgebied van de bemalingen
geen grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Grondwaterwingebieden
Volgens de digitale Kaartbank van de Provincie Gelderland zijn binnen het invloedsgebied van de bemalingen geen grondwaterwingebieden aanwezig.
De overige onttrekkingen binnen het invloedsgebied van de bemalingen zijn geïnventariseerd met behulp van de wfs-service van het LGR. Uit de gegevens blijkt dat binnen het invloedsgebied van de bemalingen geen bodemenergiesystemen aanwezig zijn. Wel zijn binnen het invloedsgebied van de bemalingen diverse
grondwateronttrekkingen geregistreerd. Uit de informatie blijkt dat de onttrekking buiten gebruik zijn. Negatieve effecten zijn daarom uit te sluiten. Natuur
Door tijdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijk droogteschade optreden aan de natuurgebieden binnen het invloedsgebied. Droogteschade hangt sterk af van de periode van de werkzaamheden en de
voorkomende soorten. In het groeiseizoen zal de invloed van de bemaling
op de natuur het grootst zijn. De
aanwezige natuurgebieden binnen het invloedsgebied zijn geïnventariseerd met beschikbare kaartlagen van de Provincie Gelderland en in Figuur 5-4 weergegeven.
behulp
van
de
digitaal
Aan de hand van deze kaarten blijkt dat binnen de invloedsgebieden (GHG situatie) van de bemalingen geen Natura2000
gebieden
aanwezig
zijn. Wel
zijn
enkele
gebieden
aanwezig
welke
behoren
tot
het
Gelders
Natuurnetwerk en/of het Natuurbeheerplan 2024. De gebieden behorende tot het Gelders Natuurnetwerk zijn ten noorden van de projectlocatie gelegen. Uit het Natuurbeheerplan 2024 blijkt dat voor de terreinen de beheertypen ‘Poel en klein historische wateren’, ‘Droog bos met productie’, ‘Park- of stinzenbos’ of ‘Houtwal en
houtsingel’ van toepassing zijn. In een GHG situatie wordt de grondwaterstand met circa 0,1 m verlaagd. In een GLG situatie wordt de grondwaterstand ter plaatse van de gebieden niet beïnvloed. Negatieve effecten worden daarom
niet verwacht.
blad 28 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkaeling Zuphen
)
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
De Berkel is eveneens onderdeel van zowel het Gelders Natuurnetwerk als het Natuurbeheerplan 2024. Als gevolg van de bemaling wordt het waterpeil in de Berkel niet beïnvloed. Negatieve effecten zijn daarom uit te sluiten.
Binnen het invloedsgebied komen tot slot nog twee gebieden door welke behoren tot het Natuurbeheerplan 2024 ‚en waarvoor het natuurbeertype ‘Rivier en beekbegeleidend
bos’ van
toepassing is. Het gebied ter hoogte van
sectie 3 ligt binnen de 0,5 m verlagingscontour. Aanbevolen wordt om dit bosgebied te monitoren op droogteschade gedurende de werkzaamheden. Bij het optreden van droogteverschijnselen dienen mitigerende maatregelen
te
worden
getroffen.
Ter
plaatse
van
het
gebied
ten
oosten
van
sectie
7
is
de
grondwaterstandsverlaging kleiner dan 0,5 m. Aanvullende maatregelen worden niet noodzakelijk geacht. Binnen het invloedsgebied van de bemalingen zijn diverse groenstroken met gras, struiken en
bomen aanwezig.
Aanbevolen wordt om bomen binnen de 0,5 m verlagingscontour (GLG-situatie) te monitoren en mitigerende maatregelen te treffen indien droogteschade dreigt op te treden.
Legenda EZD
Eebied behorende tot Gelders Natuunetwerk
Beheergebied Natuurbeheerplan 2024
IE
0101 Poel on Kleine historische wateren
B
No3.01 geekn Gron
IE T
B [&sn N conteot
N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N16.03 Droog bos met productie
N17.03 Parke of stinzenbos L01.02 Houtwal en houtsingel
Figuur 5-4: Gebieden behorende tot het Gelders Natuurnetwerk en het Natuurbeheerplan 2024 en verlagingscontouren (0,5 en 0,05 m} GHG (zwart) en GLG (rood) situatie.
blad 29 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
>
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Conclusie
Als gevolg van de bemalingen is droogteschade aan landbouw, natuur en groenvoorzieningen
sluiten. Wanneer droogteschade (bijvoorbeeld beregenen). 54
dreigt te ontstaan
dienen
mitigerende
te
regelgeving
maatregelen
niet geheel uit te
te worden
getroffen
Watersysteem De
verkabeling
dient
rekening
oppervlaktewatersysteem
houden
uit de legger van
met
de
waterbeheerder
uit
de
Waterschap
Waterschapsverordening
en
Rijn en IJssel. Onderstaand
het
zijn de
locaties waar de verkabeling in aanraking komt met het oppervlaktewatersysteem van het waterschap individueel toegelicht en uitgewerkt. Het is daarnaast belangrijk te benoemen dat diverse smalle watergangen en waterlopen niet in de legger van waterbeheerder waterschap Rijn en IJssel staan opgenomen. nadere uitwerking van het ontwerp.
Hiermee moet rekening worden
gehouden
bij de
De Waterschapsverordening maakt onderscheid tussen twee vormen van verkabeling, het leggen van kabels parallel aan en kruisend met een waterstaatswerk. Het beleid van toepassing wordt in Tabel 5-1 weergegeven
per deellocatie. Tabel 5-1:
Beleid uit de Waterschapsverordening van toepassing.
Locatie
Naam
Type beleidsregels
1
Berkel, Wijnhofpark
Kruisend en parallel
2
Bonenlaak, Rijksstraatweg
Kruisend
3
Afw.
Kruisend
Van de Vijver, Draaiomsdreef
4
BERS6.106, Ida Gerhardtsingel
B
Ooierhoekselaak, Betsy Kerlenpad' & "Afw.
Kruisend v.d. Eme, Betsy Kerlenpad
Kruisend en parallel
In het geval van kruisende verkabeling moet rekening worden gehouden met de volgende beleidsregels: e de kabel wordt gelegd of behouden in een kernzone van een oppervlaktewaterlichaam buiten kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone waterkering of zomerkade; en
1 van een
primaire
waterkering,
de
regionale
e _ de kabel wordt niet aangelegd door een damwand, duiker of inspectieput; en e _ de kabel wordt niet aangelegd binnen 10 m van een bestaand of gepland kunstwerk; en e _ de kabel heeft een buitendiameter van maximaal
e
de
kabel
wordt
aangelegd
op
een
diepte
van
0,3 m; en
minimaal
1
m
onder
het
leggerprofiel
van
het
oppervlaktewaterlichaam of kade, gemeten vanaf de bovenzijde van de kabel; en e
de kabel wordt aangelegd op een diepte van minimaal 1 m onder de vaste bodem van het oppervlaktewaterlichaam; en e _ de kabel wordt bij het kruisen van een duiker aangelegd op minimaal 1 m onder de binnenonderkant
van een duiker of wordt aangelegd aan de bovenzijde van een duiker met tussenliggende gronddekking van minimaal 0,2 m en een gronddekking van minimaal 0,5 m op de kabel; en e _ de kabel wordt niet met een open ontgraving aangelegd, tenzij deze een duiker aan de bovenzijde kruist; en
e _ de kabel wordt haaks op het oppervaktewaterlichaam of de kade aangelegd, dwars op de as van het oppervlaktewaterlichaam of kade; en
e _ de kabel over een duiker wordt aangelegd met een mantelbuis.
blad 30 van 38
Weging van het Waterbelang
g
z nen
)
projectnummer 0486826.100 12 juní 2024 reviie 00
anteagroup
Girion 8.
In het geval van parallele verkabeling moet rekening worden gehouden met de volgende beleidsregels: e
de kabel mag
niet worden
gelegd
buiten
een oppervlaktewaterlichaam
met de functie HEN
(hoogst
ecologische niveau), SED (specifiek ecologische doelstelling) of natte EVZ (ecologische verbindingszone). Daarnaast dient deze buiten de kern- of beschermingszone van een primaire, regionale, zomerkade of kade te liggen; en
e _ de kabel mag niet worden aangelegd door een damwand, een duiker of inspectieput; en e _ de kabel wordt niet aangelegd binnen een afstand van 10 m van een bestaand of gepland kunstwerk; en e de kabel wordt op ten minste 1 m van de insteek van het oppervlaktewater aangelegd en heeft een gronddekking van minimaal 0,7 m. Uitwerking locaties Bij locatie 1, ‘Berkel, Wijnhofpark'’, komen de kabels zowel parallel aan als kruisend met de watergang te liggen.
Het oppervlaktewaterlichaam de Berkel heeft ter plaatse van het Wijnhofpark een bodemhoogte van NAP +5,5 tot +5,6 m. Door de minimale vereiste diepte uit de Waterschapsverordening van 1,0 m onder de vaste bodem, komt de kabel te liggen op minimaal NAP +4,5 m. Daarnaast moet de kabel n een haaks op de as van het
waterlichaam komen te liggen. Het deel van de verkabeling wat doorloopt aan de noordzijde van de locatie dient parallel te worden aangelegd langs de watergang. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een minimale
afstand van 1 meter van de insteek van de watergang en minimale gronddekking van 0,7 m. Bij
locatie
2,
‘Bonenlaak,
oppervlaktewaterlichaam
Riijksstraatweg’,
de
Bonenlaak
komen
heeft
de
ter
kabels
plaatse
kruisend
van
de
met
de
watergang
Riijksstraatweg
een
liggen.
Het
bodemhoogte
te
van
NAP +4,7 m. Door de minimale vereiste diepte uit de Waterschapsverordening van 1,0 m onder de vaste bodem, komt de kabel te liggen op minimaal NAP +3,7 m. Daarnaast moet de kabel haaks op de as van het waterlichaam
komen te liggen. Bij locatie 3, ‘Afw. Van de Vijver, Draaiomsdreef’,
komen
de kabels kruisend
met de watergang te liggen. Het
oppervlaktewaterlichaam de Afw. Van de Vijver heeft ter plaatse van de Draaiomsdreef een bodemhoogte van NAP +4,7 m. Door de minimale vereiste diepte uit de Waterschapsverordening van 1,0 m onder de vaste bodem, komt de kabel te liggen op minimaal NAP +3,7 m. Daarnaast moet de kabel haaks op de as van het waterlichaam
komen te liggen. Bij locatie
4, 'BERS6.106,
oppervlaktewaterlichaam
Ida Gerhardtsingel’,
BERS6.106
heeft
komen
de
ter plaatse
kabels
van
de
kruisend
Ida
met
de watergang
Gerhardtsingel
een
te liggen.
Het
bodemhoogte
van
NAP +5,7 m tot +4,7 m. Door de minimale vereiste diepte uit de Waterschapsverordening van 1,0 m onder de vaste bodem, komt de kabel te liggen op minimaal NAP +3,7 m. Daarnaast moet de kabel haaks op de as van het
waterlichaam komen te liggen. Bij locatie 5, ‘Ooierhoekselaak,
Betsy Kerlenpad’ en ‘Afw. v.d. Eme,
Betsy Kerlenpad'’, komen
de kabels zowel
parallel aan als kruisend met de watergang te liggen. Het oppervlaktewaterlichaam de Ooierhoekselaak heeft ter plaatse van het Betsy Kerlenpad een bodemhoogte van NAP +4,2 m. Het ondergelegen oppervlaktewaterlichaam Afw. v.d. Eme heeft ter plaatse van het Betsy Kerlenpad een bodemhoogte van NAP +5,2 m. Door de minimale
vereiste diepte uit de Waterschapsverordening van 1,0 m onder de vaste bodem, minimaal NAP +3,2 m. Daarnaast
komt de kabel te liggen op
moet de kabel in een haaks op de as van het waterlichaam komen te liggen. Het
deel van de verkabeling wat doorloopt aan de noordzijde van de locatie dient paralle! te worden aangelegd aan de watergang. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een minimale afstand van 1 meter van de insteek van de watergang en minimale gronddekking van 0,7 m.
Opgemerkt wordt dat bij het bepalen van het exacte tracé van de kabels getracht wordt om zoveel als mogelijk de watergangen
haaks
te kruisen
maar
dat dit ook
afhankelijk
is van de
mogelijkheden
voor
een
boor
en
en
dit toekomstige
ook
niet krijgen.
ontvangstput. 5.5
Vuilwater Het
planvoornemen
heeft
geen
afvalwaterproducerende
functie
gaat
Hierdoor is er geen afwatering naar het gemeentelijk DWA-systeem benodigd.
blad 31 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
>
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juní 2024 reviie 00 Girion 8.
Er is aangegeven door waterschap Rijn en IJssel dat een persleiding van het waterschap moet worden gekruist. Bij verdere uitwerking van het planvoornemen dient rekening te worden gehouden met deze persleiding. 5.6
Hemelwater Door
het verwijderen
van
de hoogspanningsmasten
en toebehorende
betonnen
voetstukken,
verdwijnt
het
verhard oppervlak. Hierdoor is er geen waterbergingseis van de gemeente of het waterschap van kracht. 57
Waterkwaliteit Ten opzichte van de huidige situatie heeft de herontwikkeling van het plangebied weinig
tot geen invloed op de
waterkwaliteit. Om hemelwater dt in de bodem wordt geïnfiltreerd langs de kabels te laten lopen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: e _ Vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper
of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen. 58
Het planvoornemen
bevindt zich niet binnen
de kern- of beschermingszone
van een
primaire of regionale
waterkering. Hierdoor zijn geen bijkomende wet- en of regelgeving voor de waterveiligheid. 5.9
Natuur
Als gevolg van de bemalingen
is droogteschade
aan natuur niet geheel uit te sluiten. Wanneer droogteschade
dreigt te ontstaan dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen (bijvoorbeeld beregenen). 5.10
Conclusie weging van het waterbelang Ter conclusie van de weging van het waterbelang zorgt de eindsituatie met het ondergronds verkabelde tracé niet voor negatieve effecten, echter zijn er in de aanlegfase nog wel aandachtspunten met betrekking tot de
benodigde bemaling.
blad 32 van 38
Lokale bodemopbouw
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 Girion 8.
Bijlage 1 Lokale bodemopbouw Tabel 5-2: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 1 en mantelbuis Wijnhofstraat.
+7,80 tot +6,00
+600tot+4,00
Zand, matig grof tot matig fijn (k 0,2 tot 1)
|_ Klei met zandagen (gelaagd)
+4,00 tot -4,00
Zand, mati
-4,00 tot-8,00
Klei
-8,00 tot -32,00
Zand, matig fijn tot uiterst grof
boring LAO t/m LAO3
e
in ot uiterst grof k tot 35)
833F0030, B33F0284
Tabel 5-3: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 2.
+6,80 +6,00
Klei (sterk zandig) of leem
boring LAO4 t/m LA12
+6,00tot+3,50
|
Zand, mati fijn tot matig grof
n
33,S0tots3,00
|
Keiofzand
833H1207, B33H1271, B33H1276,
+3,00tot-2,00
|
Zand, matigtot iterst grof
8330050
-2,00 tot -7,00
-7,00tot-25,00
Klei of leem
|
Zand, matigtot uiterst grof
Tabel 5-4: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 3 en moflocatie
1.
+7,00 tot +5,00
Zand, matig fijn tot matig grof (k 0,1 tot 4)
boring LA13 t/m LA21
+5,00 tot +4,00
Zand, plaatselijk laagjes klei
DINOloket
+4,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot uiterst grof (k 0,1 tot 7)
B33H0051, B33HO052, B33H1209
50 tot-10,00
-10,00tot-22,00
boring: _ B33H0216,
Klei
|
Zand, matig tot uiterst grof, plaatselijk grind
Tabel 5-5: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 4 .
+6,70 tot +6,00
Klei, matig zandig
+6,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes klei
450 tot-10,00
Klei
boring LA22
t/m
LA29, 107 t/m
11
-10,00tot-24,00
Tabel 5-6:
|
DINOloket boring: 833H1203, 833H1474, B33H1461
Zand, matig tot uiterst grof
Geschematiseerde bodemopbouw sectie 5, mantelbuis inrit 1 en mantelbuis
inrit 2.
+7,50 tot +6,00
Zand, matig tot zeer fijn, plaatselijk klei
boring LA25 t/m LA29, 110, 111
+6,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot zeer grof, laagjes klei
DINOIeket
Klei
833H1474, B33H1461
‚50 tot-10,00 -10,00tot-24,00
|
boring:
B33H203,
Zand, matig tot uiterst grof
blad 34 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
anteagroup
projectnummer 0486826100 12 juní 2024 revisie 00 airionB.V.
Tabel 5-7: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 6, mantelbuis inrit 3 en moflocatie 2.
+7,40 tot +6,00
Kleiof zand met laagjes klei
boring LA30 t/m LA36, 112 /m 117
+6,00 tot +3,00
Zand, mati fijn tot grof (k 2 tot 8}
DINOloket
+3,00 tot +2,50
Klei, zwak zandig
+2,50 tot -15,00 -15,00tot-16,00
boring:
_ 833H0015,
833H1135, B33H1143
Zand, matig tot zeer grof (k 7} _
Klei
Tabel 5-8: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 7.
+7,80 tot +6,80
+6,80 tot +5,80
Zand, matig fijn
boring
Klei, zwak zandig
120
+5,80tot-15,00
_
Zand, matig fjn tot zeer grof
-15,00tot-22,00
|
Kleiof leem
-22,00tot-30,00
|
Zand, zeer grof, matig grindig
LA37
DINOloket
t/m
LA39,
boring:
833HO014, B33H015,
118 U/m
B33H0013, B33H0007,
833H0206
Tabel 5-9: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 8.
+7,00 tot +5,00
Kleiof zand
+5,00 tot-15,00
Zand, matig fijn tot zeer grof
-15,00tot-22,00
|
Kleiof leem
boring LA4O /m LAA2, 121 /m 123 DINOloket
boring:
833H0013,
833HO014,
B33H0015,
B33H0007,
833H0206
-22,00tot-30,00
|
Zand, zeer grof, matig grindig
Tabel 5-10: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 9.
+7,80tot+5,20
Zand, matig fijn (k 0,3 tot 6)
boring LO1, LO2 en WO1
+5,20 tot +5,00
Klei, matig zandig
DINOloket
+5,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot matig grof (k 0,7 tot 10)
-4,50 tot-8,00
Klei
-800tot-25,00
|
|
boring:
_ 835F030,
83SFO61, B35062, 833F0156
Zand, matig tot uiterst grof
Tabel 5-11: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 10
+8,00 tot -4,50
Zand, matig fijn tot matig erof(k 0,1 tot 7}
boring 103 /m 107
-4,50 tot-8,00
Klei
DINOloket
-8,00tot-25,00
|
Zand, matig tot uiterst grof
_ boring:
_ B35F030,
83SFO61, B35062, B33F0156
Tabel 5-12: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 11.
+7,80 tot -4,50
Zand, matig fijn tot matig grof (k 0,1 tot 25)
-4,50 tot-8,00
Klei
-8,00tot-25,00
|
Zand, matig tot uiterst grof
boring L08 /m L14 DINOloket
boring:
_ 835F030,
835FO61, B35062, 833F0156
blad 35 van 38
Weging van het Waterbelang Verkabeling Zutphen
anteagroup
projectnummer 0486826100 12 juní 2024 revisie 00 airionB.V.
Tabel 5-13: Geschematiseerde bodemopbouw sectie 12.
#7,10 tot-4,50
Zand, matig fijn tot matig grof (k0,3 tot 10}
-4,50 tot-8,00
Klei
00 tot -25,00
Zand, matig tot uiterst grof
boring WO2 t/m WOS DINOloket
_ boring:
_ 835F030,
83SFO61, B35062, B33F0156
blad 36 van 38
Weging van het Waterbelang
Verkabeling Zutphen
projectnummer 0486826.100
o
D anteagroup
12 juni 2024 revisie 00 Girion 8.
Bijlage 2 Uitgangspuntennotitie Water in ruimtelijke plannen
blad 37 van 38
Water in ruimtelijke plannen; Uitgangspunten van waterschap Rijn en IJssel juni 2022 Over dit document
Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit
en een duurzame leefomgeving. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 hebben we onze doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema's: klimaatrobuust gebied, veilig gebied, circulaire economie en energietransitie, gezonde leefomgeving.
De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met onze partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruiken we de (digitale) watertoets.
In deze uitgangspuntennotitie worden de beleidsdoelen uit het waterbeheerprogramma uitgewerkt tot concrete uitgangspunten voor de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (watertoets). Doelgroep en toepassing Deze uitgangspuntennotitie is een zelfstandig leesbaar en openbaar document en is bedoeld voor onze
waterschapscollega's die verantwoordelijk zijn voor de adviesverlening bij ruimtelijke plannen. Onze ambitie is hiermee praktische handvatten en eenduidigheid binnen het waterschap te scheppen. Daarnaast is de uitgangspuntennotitie geschikt om voorafde beelden en verwachtingen van collega's bi
gemeenten en initiatiefnemers voor ruimtelijke plannen te managen. Deze notitie kan daarom actief verspreid worden binnen het waterschap en onder onze relaties.
De uitgangspunten in dit document vormen het vertrekpunt voor het overleg tussen waterschap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het watersysteem. Wanneer gebiedsspecifieke omstandigheden hier aanleiding toe geven kan worden besloten
maatwerk toe te passen. Uiteraard is een goede onderbouwing hiervoor noodzakelijk. Leeswijzer Per thema wordt beschreven welke uitgangspunten het waterschap hanteert in de weging van het waterbelang bij ruimtelijke plannen (Watertoets). Vervolgens wordt in de volgende paragrafen toegelicht hoe in de
watertoets met het betreffende thema wordt omgegaan. 1.
Doel
2.
Uitgangspunten
3. 4.
Vragen voor de bepaling van de weging van het waterbelang Welke ontwikkelingen voorzien we de komende jaren?
Ontwikkelingen en vervolg Bij het opstellen van deze notitie is rekening gehouden met de aankomende invoering van de Omgevingswet. Andere ontwikkelingen zijn meer digitaal werken, met
links naar achtergronddocumenten, bijlagen,
beeldmateriaal. Daar waar mogelijk zullen locatie-specifieke uitgangspunten worden gekoppeld aan GISkaarten en beschikbaar
worden gemaakt via www.dewatertoets.nl
Ervaringen uit de praktijk en nieuwe ontwikkelingen kunnen leiden tot wijzigingen van deze uitgangspunten. Wij zullen daarom de uitgangspuntennotitie eind 2023 evalueren.
1.
De weging van het waterbelang
In dit hoofdstuk gaan we in op de bedoeling van de weging van het waterbelang en hoe we dat vormgeven. 11.
_
Doel
Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water, dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Essentieel is dat het aspect water vanafde start van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed
aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateraspecten integraal mee te nemen, zodat de doestellingen van het plan optimaal gerealiseerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlast.
De Watertoets is één van de instrumenten om dit te bereiken. De watertoets is het middel om de afweging van waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium
van de planvorming met elkaar in gesprek brengt.! In het gezamenlijk gesprek kan ook onderzocht worden of er kansen zijn om andere maatschappelijke doelen mee te koppelen.
Waterbeheerprogramma Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit
en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon wateren voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu n beweging. Dat doen we door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken.
Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 zien we de opgave om ons gebied veerkrachtigerte maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werken we toe naar een andere balans van vasthouden-bergenafvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van