984062 - Bijlage 5 (motivering) - Natuurtoets
Tekst van het document
vijf jaar. Het gaat om de ringslang. Aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde, beschermde soorten reptielen kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden uitgesloten. Ringslang De ringslang is een sterk aan water gebonden reptiel dat met name in de directe omgeving van
beken, sloten, rivieren, meren, vijvers en poelen wordt aangetroffen. Geschikte wateren kunnen in laagveengebieden, struwelen, parken, natte heidegebieden, bossen en zelfs in bebouwd en
Blad 27 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
agrarisch gebied gelegen zijn, zolang er maar voldoende dekking en zonplekken aanwezig zijn. De
ringslang is in Nederland afhankelijk van de aanwezigheid van broeihopen waarin de eieren tot ontwikkeling kunnen komen. Deze broeihopen bestaan veelal uit hopen mest, compost, blad- en snoeiafval of in een natuurlijke situatie uit aangespoeld plantenmateriaal (RAVON, 2021). Tijdens
het veldbezoek zijn geen broeihopen aangetroffen. De aanwezige watergangen worden niet geschikt geacht als leefgebied voor de ringslang door de stedelijke ligging en het ontbreken van (natuurlijke) oevers met voldoende dekking. De omgeving van het tracé wordt gekenmerkt door
woonwijken en een klein deel met industrieel en agrarisch gebied. Essentieel leefgebied van de ringslang binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan worden uitgesloten 4.2.3.5
Vlinders Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot het projectgebied diverse beschermde, niet-vrijgestelde vlinders zijn waargenomen in de laatste
vijf jaar. Het gaat om grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en de teunisbloempijlstaart (nachtvlinder). Aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde, beschermde soorten vlinders kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden
uitgesloten. Grote
vos
De grote vos leeft met name in vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande waardbomen. De vlinder overwintert in holle bomen of stapels hout. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande
bomen. De waardplanten van deze soort zijn onder andere iep, zoete kers en enkele wilgensoorten (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn enkele waarnemingen bekend van de grote vos‚ met name in Warnsveld (NDFF, z.d.. De grote vos is een soort die over grote afstanden kan zwerven
en in toenemende mate in Nederland wordt gezien. Grotendeels gaat het daarbij om zwervende dieren, maar sinds kort is op enkele locaties na lange tijd ook weer voortplanting vastgesteld Ook de waarnemingen in de omgeving van het projectgebied hebben waarschijnlijk betrekking op
zwervende individuen, maar er is ook geschikt habitat aanwezig en er zijn geschikte waardbomen aanwezig in de omgeving. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn echter geen bomen aanwezig die kunnen dienen als waardboom of als overwinterlocatie. De aanwezigheid
van essentieel leefgebied van de grote vos binnen het projectgebied is daarmee uitgesloten. Grote weerschijnvlinder
De grote weerschijnvlinder leeft in open plekken in bossen, zoals langs bospaden en bosranden. Als waardplant worden boswilg en grauwe wilg gebruikt, de imago's leven van sap van bloedende
bomen (Vlinderstichting, z.d.. Er zijn twee waarnemingen bekend van de grote weerschijnvlinder in de ruime omgeving van het projectgebied (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden ontbreekt het aan bossen, waardoor essentieel leefgebied van de grote
weerschijnvlinder uitgesloten kan worden. Kleine
ijsvogelvlinder
De kleine ijsvogelvlinder leeft in open plekken in bossen, zoals langs bospaden en bosranden van gevarieerde bossen. Als waardplant gebruikt de kleine ijsvogelvlinder wilde kamperfoelie (Vlinderstichting, z.d.. Er zijn enkele waarnemingen bekend van de kleine ijsvogelvlinder n de
ruime omgeving ten oosten van tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is geen wilde kamperfoelie aangetroffen. Essentieel leefgebied van de kleine jsvogelvlinder is uitgesloten. Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart plant zich voort in open plekken in bossen of langs bosranden.
‘Waardplanten voor deze soort zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart
Blad 28 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
(Vlinderstichting, z.d.. Er zijn drie waarnemingen bekend van de teunisbloempijlstaart op ruime
afstand van het tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer ontbreekt het aan voortplantingslocaties voor de teunisbloempijlstaart in de vorm van bosranden. Essentieel leefgebied van de teunisbloempijlstaart kan uitgesloten worden, 4.2.3.6
Libellen Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot
het projectgebied twee beschermde, niet-vrijgestelde libellensoorten zijn waargenomen in de laatste vijf jaar. Het gaat om de beekrombout en de rivierrombout. Aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde, beschermde soorten libellen kan op basis van bekende verspreidingsgegevens
‚en aanwezige habitats worden uitgesloten. Beekrombout
De beekrombout leeft langs grotere beken en kleine rivieren. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet aan het wateropperviak. De larven leven in de beek- of rivierbodem, op ondiepe, traag
stromende plaatsen waar veel slib of fijn zand is afgezet (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn twee waarnemingen bekend van de beekrombout bij de Berkel op circa 2 kilometer afstand tot het tracé (NDFF, z.d.). De Berkel vormt geschikt voortplantingshabitat voor de beekrombout waardoor essentieel leefgebied van de beekrombout niet uitgesloten kan worden. Mogelijke consequenties van de ingreep op de beekrombout worden behandeld in hoofdstuk 5 Rivierrombout
De rivierrombout komt n Nederland voornamelijk voor rond de grote rivieren, vooral op plaatsen waar zand of slib is afgezet (Vlinderstichting, z.d.). Er zijn twee waarnemingen bekend van de
rivierrombout bij de IJssel (NDFF, z.d.). De IJssel vormt geschikt voortplantingshabitat voor de rivierrombout. De IJssel ligt buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden waardoor essentieel leefgebied van de rivierrombout uitgesloten kan worden. 4.2.3.7
Vaatplanten Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot
het projectgebied acht beschermde, niet-vrijgestelde vaatplanten zijn waargenomen in de laatste vijf jaar. Het gaat om de akkerogentroost, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, kluwenklokje, kartuizer anjer, tengere veldmuur, vroege ereprijs en wilde ridderspoor. Aanwezigheid van
andere niet-vrijgestelde, beschermde soorten vaatplanten kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden uitgesloten.
Akkerogentroost Akkerogentroost groeit met name op vrij voedselarme, vochtige en kalkrijke akkers, op de wortels van verschillende soorten grassen (FLORON verspreidingsatlas, z.d.). Er is één
waarneming bekend van akkerogentroost in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). De agrarische percelen langs het tracé worden intensief beheerd en gemaaid n worden waarschijnlijk ook bemest. Vanwege de voedselrijkheid van de akkers wordt de
aanwezigheid van akkerogentroost hier uitgesloten. Groot spiegelklokje
Het groot spiegelklokje groeit op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond in akkers, open plekken in bermen en dijken, braakliggend grond en langs spoorwegen (FLORON verspreidingsatlas, z.d.). Er zijn twee groeiplaatsen bekend van het groot spiegelklokje
in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer ontbreekt het aan geschikte groeilocaties door de voedselrijkheid van de bodem en het
Blad 29 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
intensieve beheer. De aanwezigheid van het groot spiegelklokje binnen de invloedsfeer van de
werkzaamheden is uitgesloten. Grote
leeuwenklauw
De grote leeuwenklauw groeit op open plaatsen in bermen, akkers, waterkanten en braakliggende terrein op kalkhoudende, matig voedselrijke en vochtige tot droge grond (FLORON verspreidingsatlas, z.d.) Er is 6én waarneming bekend van grote leeuwenklauw in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden ontbreekt het aan geschikte groeilocaties door de voedselrijkheid van de bodem
en het intensieve beheer. De aanwezigheid van de grote leeuwenklauw binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. Kluwenklokje
Het kluwenklokje groeit op zonnige, matig droge tot vaak vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende en humushoudende grond in bermen, kalkgrasland, ruderale plaatsen, rivierdijken,
zandige ruggen in uiterwaarden, bosranden en struwelen (FLORON verspreidingsatlas, z.d.). Er is één waarneming van het kluwenklokje bekend bij een bosrand ten noordoosten van het tracé
(NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer ontbreekt het aan geschikte groeilocaties door de voedselrijkheid van de bodem en het intensieve beheer. De aanwezigheid van het kluwenklokje binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. Kartuizer anjer
De Kartuizer anjer groeit op droge, schrale en warme plaatsen, zoals in kalkgrasland, maar ook in droge, kalkhoudende, matig voedselarme graslanden in bermen en op dijken (FLORON
verspreidingsatlas, z.d.). Er zijn twee waarnemingen van de Kartuizer anjer bekend bij een industrieterrein en op een dijk van de IJssel (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer ontbreekt het aan geschikte groeilocaties door de voedselrijkheid van de bodem en het intensieve beheer. De
aanwezigheid van de Kartuizer anjer binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten.
Tengere veldmuur Tengere veldmuur groeit op graanakkers, akkerranden, open, droge en stenige plekken, steile kalkhellingen, oude muren en langs spoorwegen op zonnige, open plaatsen op matig voedselrijke
en kalkrijke grond (FLORON verspreidingsatlas, z.d.). Er is één waarneming bekend van de tengere veldmuur in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden ontbreekt het aan geschikte groeilocaties voor de
tengere veldmuur. De aanwezigheid van tengere veldmuur binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. Vroege ereprijs De vroege ereprijs groeit op zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselrijke,
meestal verstoorde grond bij akkers, rivierduinen, open plekken in bermen, dijken en braakliggende grond. Er is één waarneming bekend van vroege ereprijs in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden
ontbreekt het aan geschikte groeilocaties voor de vroege ereprijs. De aanwezigheid van vroege ereprijs binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten.
Wilde ridderspoor Wilde ridderspoor groeit op matig voedselrijke kalkhoudende zandige klei in wintergraanakkers en op ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond (FLORON Verspreidingsatlas, z.d.). Eris één
waarneming bekend van wilde ridderspoor in de uiterwaarden van de IJssel ten zuiden van het tracé (NDFF, z.d.). Langs het tracé ontbreken geschikte groeiplaatsen. Aanwezigheid van wilde ridderspoor is uitgesloten.
Blad 30 van
42
Natuurtoets
o
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
anteagroúp
5 oktober 2023 revisie 00 Qrion B
424
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het
projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2.
Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. soort
Toelichtin
Actieve roekenkolonie, mogelijk gebruik Jaarrond beschermde nesten
nest in hoogspanningsmast door Artikel3.1
Ja/Mogelijk
boomvalk, slechtvalk, buizerd, enkele
geschikte woningen voor huismus en
gierzwaluw, en een spechtenhofte. Broedbiotoop in bomen, heggen en Algemene broedvogels
Artikel3.1
Waarschijnlijk
Vleermuizen
Artikel3.5
Mogelijk
Artikel3.10
Mogelijk
Bunzing, wezel,
hermelijn en
vegetatie onder de mast bij de Boggelderenk.
steenmarter
Beekrombout
struiken, watergangen, agrarische percelen en op platte daken. Mogelijke verblijfplaatsen boom- en gebouwbewonende soorten en essentiële vliegroute langs de Berkel. Mogelijk verblijfsplaatsen bij dichte
Artikel3.10
Mogelijk
Blad 31 van 42
Mogelijk leefgebied langs de Berkel.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen bofeemummer
(@}
28682100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
Giiongy.
43
Beschermde gebieden
431
Natura 2000-gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-
gebied, de ‘Rijntakken’, is gelegen op ongeveer 1,2 kilometer ten westen van het tracé Natura 2000-gebied ‘Landgoederen Brummen’ is daarnaast gelegen op circa 5 kilometer ten westen van het tracé in Angerlo (Figuur 4.22). Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand tot het projectgebied. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ omvat vier deelgebieden namelijk, ‘Uiterwaarden IJssel’,
‘Uiterwaarden Neder-Rijn’, ‘Gelderse Poort’ en ‘Waal’. Het is aangewezen als zowel een Vogelals Habitatrichtlijngebied, met doelstellingen voor de habitattypen meren met krabbenscheeren fonteinkruiden, beken en rivieren met waterplanten, slikkige rivieroevers, stroomdalgraslanden,
ruigten en zomen, glashaver- en vossenstaarthooilanden, beuken-eikenbossen met hulst, vochtige alluviale bossen en droge hardhoutooibossen. De habitatrichtlijnsoorten zijn zeeprik, rivierprik, elft, zalm, bittervoorn, grote modderkruiper, kleine modderkruiper, rivierdonderpad,
kamsalamander, meervleermuis en bever. Broedvogels aangewezen voor de Rijntakken’ zijn dodaars, aalscholver, roerdomp, woudaap, porseleinhoen, kwartelkoning, watersnip, zwarte stern, ijsvogel, oeverzwaluw, blauwborst en grote karekiet. De aangewezen niet-broedvogels zijn
fuut, aalscholver, kleine zwaan, wilde zwaan, kolgans, grauwe gans, brandgans, bergeend, smient, krakeend, wintertaling, wilde eend, pijlstaart, slobeend, tafeleend, kuifeend, nonnetje, meerkoet, scholekster, goudplevier, kievit, kemphaan, grutto, wulp, tureluuren toendrarietgans.
#
A
A
e
v
E S
f
o
®
s
Landgoederen Brummen _
Figuur 4.22. Globale ligging het tracé (rood/geel} ten opzichte Natura 2000-gebieden (rood gearceerd) (Bron achtergrond: Esri).
Blad 32 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airionBV.
432
GNN
Het tracé passeert de rivier de Berkel, welke onderdeel uitmaakt van het GNN (Figuur 4.23). De Berkel zal gepasseerd worden door middel van een gestuurde boring.
Figuur 4.23. Globale ligging het tracé (rood/geel} ten opzichte van het GNN (blauw gearceerd) (Bron achtergrond: Esri).
Blad 33 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airionBV.
433
Groene Ontwikkelingszone Het tracé valt niet binnen de Groene Ontwikkelingszone, wel grenst het meest noordelijke eind van het tracé aan de Groene Ontwikkelingszone (Figuur 4.24).
achtergrond: Esri).
Blad 34 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 5 oktober 2023 revisie 00 ation
434
8..
Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Het tracé ligt op circa 1,2 kilometer van een ganzenrustgebied en op ongeveer 6 kilometer van het dichtstbijzijnde weidevogelgebied (Figuur 4.25).
Figuur 4.25. Ligging van het tracé (rooa/geel) ten opzichte van de weidevogelgebieden (rood) en ganzenrustgebieden (groen) (Bron achtergrond: EsriJ.
Blad 35 van 42
Natuurtoets
Verkabeling zutphen
@
projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revsie 00 ation
435
anteagroup
8..
Beschermingszone natte landnatuur Het dichtstbijzijnde gebied aangewezen als beschermingszone natte landnatuur is gelegen op 3,5 kilometer afstand tot het tracé (Figuur 4.26).
Figuur 4.26. Ligging van het tracé (rooa/geel) ten opzichte van de beschermingszone natte landnatuur (blauw) (Bron achtergrond:
Esri)
Blad 36 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
5 oktober 2023 reviie 00
anteagroup
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde
zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb). 51
Effectbepaling plan Van de volgende aspecten van de werkzaamheden moet het effect op de aanwezige beschermde natuurwaarden bepaald worden: e _ Het graven van sleuven van 2,10 meter breed;
e _ Het gebruiken van een werkterrein van 8 meter breed; e _ Het aanleggen van gestuurde boringen; e _ Het verwijderen van (delen van) struiken, heggen en bomen; e _ Toename aan bedrijvigheid langs het projectgebied. De precieze planning van de werkzaamheden is nog onbekend. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen gebouwen aangetast. 5.2
Effecten op beschermde soorten
5.21
Jaarrond
beschermde
nesten
Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is er in de hoogspanningsmast bij het startpunt van het tracé aan de Boggelderenk een mogelijk jaarrond beschermd nest waargenomen. Mogelijk wordt dit nest gebruikt door de boomvalk, slechtvalk of de buizerd. De masten zullen
pas over 3 tot 4 jaar verwijderd worden. Tegen de tijd dat de masten verwijderd worden dient er opnieuw een natuurtoets uitgevoerd te worden en een mogelijk nader onderzoek naar het gebruik van dit nest. Rondom de mast zullen struiken gerooid worden en zullen er
graafwerkzaamheden plaatsvinden. Echter is de mast gelegen naast een afvalbrengstation en een drukke weg (Rondweg Zutphen, Warnsveld). Het aanleggen van de kabels zal niet tot extra verstoring van deze nesten leiden gezien de al aanwezige achtergrondverstoring. Ten westen van de Den Elterweg, ter hoogte van de Berkenlaan, is op circa 40 meter afstand tot het tracé een roekenkolonie van ongeveer 25 nesten aangetroffen. De N348, Den Elterweg is een
drukke weg die gelegen is tussen het tracé en de roekenkolonie. Het aanleggen van de kabels zal niet tot extra verstoring van deze nesten leiden gezien de al aanwezige achtergrondverstoring.
Langs het tracé zijn weinig woningen die dienst kunnen doen als broedlocatie van de huismus of gierzwaluw. Bijna alle woningen hebben platte daken. Alleen de woningen aan de Caro van Eycklaan, Betsy Perkhoeve, Aletta Jacobshoeve, Robert van Guliklaan en de Voorsterallee zijn
woningen met pannendaken waar mogelijk
de huismus en gierzwaluw tot broeden kunnen
komen. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen gebouwen aangetast. Effecten op nesten van de huismus en gierzwaluw zijn uitgesloten vanwege de afstand van deze nesten tot de
werkzaamheden, de al aanwezige achtergrondstoring van de wegen waarnaast gewerkt wordt en de recreatie in de parken. De genoemde soorten zijn in hoge mate aangepast aan urbane
omstandigheden en bijbehorende verstoringen. In een boom aan de Rademakersstraat is een spechtenholte waargenomen op circa 100 meter
afstand tot het tracé. Volgens een omwonende werd deze holte vorig broedseizoen gebruikt door de grote bonte specht dit jaar is er een groene specht waargenomen bij de holte. Deze
Blad 37 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
boom wordt niet verwijderd en bevindt zich op voldoende afstand tot de werkzaamheden
waardoor verstoring van eventuele broedgevallen uitgesloten is. 5.22
Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet
natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter relatief eenvoudig rekening gehouden worden door eventuele werkzaamheden niet uit te voeren n de broedtijd en
indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. De omgeving van het projectgebied is geschikt voor een groot aantal algemene broedvogelsoorten. In bomen, heggen en struiken kunnen diverse zangvogels tot broeden komen, in de watergangen kunnen watervogels als wilde eend en meerkoet tot broeden komen,
in de agrarische percelen verschillende soorten weidevogels en op platte daken kan de scholekster
tot broeden
komen.
Doordat mogelijk struiken en heggen gerooid worden en doordat het tracé op diverse locaties door parken en agrarische percelen loopt is het onvermijdelijk dat ergens een broedgeval zal zitten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Het verdient daarom de aanbeveling om
de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maarer bestaan, afhankelijk van het weer en de
vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel. Vanwege de lengte van het tracé is het niet mogelijk om de omgeving het gehele tracé
voorafgaand aan het broedseizoen broedvogelvrij te houden. Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen, dient het plan- en
verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plan- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke
maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn. 5.2.3
Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het
kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen opgesteld die in principe niet overtreden mogen worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. De woningen rond het tracé dienen mogelijk als paar-, zomer-, winter- of kraamverblijfplaats voor vleermuizen. Tevens kunnen er boombewonende soorten aanwezig zijn in de aangetroffen
boomholte. De Berkel kan daarnaast dienen als essentiële vliegrouteondersteuning voor soorten als meervleermuis en watervleermuis. Door de beoogde werkzaamheden kunnen deze mogelijke verblijfplaatsen en essentiële vliegroute verstoord worden wanneerer in de actieve periode van
vleermuizenna zonsondergang verlichting gericht wordt op deze verblijfplaatsen en vliegroute. Het verstoren van dergelijke verblijfplaatsen en vliegroutes is een overtreding van de verbodsartikelen in de Wet natuurbescherming.
Blad 38 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
Om effecten van lichtuitstraling te voorkomen wordt geadviseerd om de gebruikte verlichting
weg te draaien van de Berkel en bebouwing langs het tracé. Dit is zeker noodzakelijk in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst) gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa 15 april t/m 15 oktober). Dit houdt in dat de verlichting naar beneden gericht dient te zijn op de ontgraving, zodat er geen licht naar de omgeving kan uitstralen. In onderstaande figuur is een dergelijke werkwijze schematisch weergegeven. De V n de tekening geeft weer hoe de lichtuitstraling naar de
omgeving zoveel mogelijk kan worden beperkt kan worden. In de situatie met een X s er sprake van significante lichtuitstraling naar de omgeving waardoor een mogelijk effect op vliegroutes
van vleermuizen niet is uit te sluiten. Bij voorkeur wordt er bij het plaatsen van een licht gekozen voor amberkleurige verlichting. Daarnaast zou er in de aangetroffen spechtenholte tevens een verblijf van een boombewonende vleermuissoort kunnen zitten. Deze bevindt zich echter op 100 meter afstand van het tracé waarbij bosschages een afschermend element zijn. Hierdoor zijn negatieve effecten op een
mogelijke verblijfplaats in de boom uitgesloten. 5.24
Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter Rondom de hoogspanningsmast bij de Boggelderenk bij de start van het tracé zijn prooiresten
van vermoedelijke de bunzing of de steenmarter aangetroffen. Tevens is op deze locatie veel dichte vegetatie aanwezig in de vorm van bramenstruiken. Hier bevinden zich mogelijke
verblijfplaatsen van de bunzing, wezel, hermelijn en/of de steenmarter. Deze dichte vegetatie zal ten behoeve van de werkzaamheden verwijderd worden. Het aantasten van verblijfplaatsen van de bunzing, wezel, hermelijn en de steenmarter is een overtreding op de Wet natuurbescherming. Er dient daarom nader onderzoek gedaan te worden naar mogelijke
verblijfplaatsen van de bunzing, wezel, hermelijn en de steenmarter op de desbetreffende locatie (zie Figuur 5.3). Op basis van de oppervlakte van het plangebied en omdat er verblijfplaatsen van meerdere soorten kunnen zijn, dient er minimaal één struikrover en één cameraval te worden ingezet. In de periode van maart tot en met augustus dient de apparatuur zes weken te worden geplaatst.
Buiten deze periode is een onderzoeksperiode van 12 weken noodzakelijk. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn (en deze worden aangetast en/of de functionaliteit ervan wordt verstoord ten gevolge van de werkzaamheden) van één of meerdere
soorten, dan dient een ontheffingte worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt mogelijk verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode (15 maart tot en met augustus) wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat marterachtigen afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.
Blad 39 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
3 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airion8V.
| Figuur 5.3. Locatie van mogelijke bunzing-, wezel- hermelijn(Bron achtergrond: Esri).
5.2.5
en/of steenmarterverblijfplaatsen (paarse vlak)
Beekrombout De Berkel vormt mogelijk geschikt voortplantingshabitat van de beekrombout. De Berkel wordt
middels een HDD gekruist waarbij de in- en uittredepunten op ruim voldoende afstand van de oevers vandaag liggen. Hierdoor zijn negatieve effecten op mogelijk voorplantingshabitat van de beekrombout uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen ten behoeve van de beekrombout.
Blad 40 van 42
Natuurtoets
Verkabeling zutphen
@
projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revsie 00
anteagroup
aionBV.
53
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 1,2 kilometer afstand
tot het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trilingen op Natura 2000-gebieden
op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de ucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. Voor effecten door verzuring en vermesting door stikstofdepositie dient een AERIUS-berekening te worden
uitgevoerd. 5.3.2
Effecten op Gelderse Natuurnetwerken Het tracé passeert de Berkel, welke is aangewezen als GNN-gebied. De Berkel wordt gepasseerd
middels een gestuurde boring, waardoor de rivier niet wordt aangetast en negatieve effecten dus uitgesloten zijn. De provincie Gelderland kent geen externe werking, waardoor effecten alleen beoordeeld dienen te worden wanneer deze binnen de grenzen van het GNN vallen. Er zijn dus
geen negatieve effecten op deze GNN-gebieden. 5.3.3
Effecten op Groene Ontwikkelingszone Het tracé valt niet binnen een Groene Ontwikkelingszone. Er zijn geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van deze Groene Ontwikkelingszones.
5.3.4
Effecten op ganzenrustgebied en weidevogelgebieden Het tracé ligt op circa 1,2 kilometer van een ganzenrustgebied en op ongeveer 6 kilometer van
het dichtstbijzijnde weidevogelgebied. Vanwege de afstand en tussenliggende elementen kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten. 5.3.5
Effecten op beschermingszone natte landnatuur Het dichtstbijzijnde gebied aangewezen als beschermingszone natte landnatuur is gelegen op 3,5 kilometer afstand tot het tracé. Vanwege de tijdelijke aard van de werkzaamheden en de tussenliggende elementen kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten.
Blad 41 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
5 oktober 2023 reviie 00
anteagroup
Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009.
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (.d.). Informatiepagina Natura 2000gebieden. Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000.
SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Creemers, Raymond C.M. & Jeroen J.C.W.
van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van
Nederland. RAVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. FLORON verspreidingsatlas (z.d.). Informatiepagina's soorten.
Geraadpleegd van
https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten
RAVON (z.d.).
Informatiepagina's soorten. Geraadpleegd van
https://wwwravon.nl/Soorten/Soortinformatie,
Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina's libellen. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen
Vlinderstichting (z.d.).
Informatiepagina's vlinders. Geraadpleegd van
https://www.vlinderstichting.nl/vlinders
Zoogdiervereniging (2.d.). Informatiepagina's soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten
NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Geraadpleegd 17 mei 2022.
Bij12 (2017). Kennisdocumenten.
Bij12, Utrecht.
Blad 42 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen brojecnummer
(@}
a86826100
S okiober 2023 resi 00
anteagroup
aonsy.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is
bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden
toegebracht aan beschermde
soorten, tenzij dit uitdrukkelijk i
toegestaan (het ‘nee, tenzij — principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk.
Hieronder
wordt
uitgelegd
welke
verbodsbepalingen
gelden,
welke
vrijstellingen
elke
categorie
er
gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb
is soortbescherming
opgedeeld
in drie categorieën.
Voor
verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1,
gelden
3.5 en 3.10 van de
Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: e _ soorten van de Vogelrichtlijn;
e _ soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en I! uit Verdrag van Bern en bijlage ! uit Verdrag van Bonn; e
‘andere
soorten’
(onderdeel
A ‘fauna'
en onderdeel
B ‘flora’), oftewel
de
Nationale
soorten.
Voor
soorten
vallend
(opzettelijk) gedood
onder
bovenstaande
en verstoord
mogen
beschermingsregimes
worden,
geldt dat ze in principe
ook verblijfplaatsen
mogen
niet
niet vernietigd
worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit
geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage | Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere
soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze
Natuurtoets
>
Verkabelng Zutphen
projectrummer 0486826100
#)
5 oktober 2023 revsie 00 ation
anteagroup
8..
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel3.1
1. 2. 3. 4. 5.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn
_ Het s erboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild Ievende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. _ Het i verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. _ Het i verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. _ Hetis verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijkte storen. _ Het verbod, bedoeld in het vierde d, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed s op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
1.
Het s verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd n bijlage IV, onderdee , bij de Habitatrichtlijn, bilage I bijhet Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in
2. 3.
artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk erspreidingsgebied opzettelijkte doden of te vangen. _ Hetis verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. _ Hetis verboden eferen van dieren als bedoeld in het eerste lid n de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
4.
_ Hetis verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te
3.
_ Hetis verboden planten van soorten, genoemd n bijlage IV, onderdee! b, bj de Habitatrichtlijn of bijlage ! bij het
vernielen,
Verdrag van Bern, in hun natuurljke verspreidingsgebied opzettelijkte plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Artikel 3.10 Beschermingsregime 1.
andere soorten
_ Onverminderd artikel 3. erste, ierde en vijfde ld,is het verboden: 3. in het wildlevende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders belen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; , de aste voortplantingsplaatsen of ustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of . vaatplanten van de soorten, genoemd n de bijage, onderdeel B, ij deze wet,in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijkte plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
2
_ Artikel3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid,is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste d, met dien verstande dat,in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde d, onderdeel b, de noodraak voor de ontheffing f vristeling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen . ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter
plaatsen in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade ofin verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodigljden van zieke of gebrekkige dieren; . in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen,
3.
waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of n het kader van natuurbeheer; & in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste id, onderdelen 3, e b, zin niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis ‚en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
S oktober 2023 revisie 00
anteagroup
aion 8.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage I!, Bonn bijlage I). B
Nederlandse
naam
‘boomkikker
B
Nederlandse
naam
geelbuikvuurpad heikikker
otter bever
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
brede geelrandwaterroofkever
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
kleine dwergvleermuis
Juchtleerkever vermiljoenkever mercuurwaterjuffer bronslibel eatfelibel
kleine hoefijzerneus laatviieger meervleermuis mopsvleermuis noordse vieermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
kamsalamander knoflookpad rugstreeppad vroedmeesterpad poelkikker moerasparelmoervlinder apollovlinder ‘boszandoog pimpernelblauwtje tijmblauwtje zilverstreephooibeestje oeveraas
hazelmuis ynx noordse woelmuis wilde kat wolf baardvieermuis bechsteins vleermuis bosvleermuis gewone grootoorvleermuis grijze grootoorvleermuis grote hoefijzerneus grote rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijstaart Dikkopschildpad, kemp's zee-
walrus Bultrug, gewone vinvis
schildpad, lederschildpad, soepschilpad
bruinvis dwergpotvis
gladdeslang
gestreepte dolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
tonghaarmuts
kleine zwaardwalvis
Kleine vlotvaren
narwal
steur houting
orka tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
muurhagedis zandhagedis
gewone dolfijn gewone spitsdolfijn
iggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
kruipend moerasscherm
spitsdolfjn van gray
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
Natuurtoers
Verkabelng zutphen projectnummer 486826.100
S oktober 2023 revisie00
anteagroup
aion 8.
Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a.
Soortgroep
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Kleine watersalamander*
Soortgroep
Nederlandse naam
Beekdonderpad
Europese ivierkreeft
Meerkikker*
Gestippelde alver
Middelste groene kikker®
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
TEm
Vuursalamander Aardbeivlinder
Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis®
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
e
Kleine isvogelwlinder
Gewone bosspitsmuis®
Spiegeidikkopje
Haas*
Kommavlinder Pimpernelblauwtje sleedoompage Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldpareimoervlinder
Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Hermelin** Huisspitsmuis® Konijn® Molmuis
Ziveren maan
Ondergrondse woelmuis®
Hazelworm
Rosse woelmuis®
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Adder
Ringslang Beekkrombout Bosbeekjuffer
Ree*
Tweekleurige bosspitsmuis* Veldmuis* Veldspitsmuis®
Donkere wateriutfer
Vost
Geviekte glanslibel
Waterspitsmuis
Gewone
Wezelr*
bronlibel
Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Speerwateruffer
Wild zwijn Woelratt Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vristellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airionBV.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c.
Soortgroep
Nederlandsenaam | Nederlandse naam | Nederlandse naam Akkerboterbloem Groensteel Roggelelie Akkerdoornzaad Groot spiegelklokje Rood peperboompje Akkerogentroost Grote bosaardbei Rozenkransje Beklierde ogentroost Groteleeuwenklauw __ Ruw parelzaad Berggamander Honingorchis Scherpkruid Bergnachtorchis Kalkboterbloem Schubvaren Blaasvaren Kalketrip Schubzegge Blauw guichelheil Karthuizeranjer Smalle raai Bokkenorchis Karwijselie Spits havikskruid Bosboterbloem Kleine ereprijs Steenbraam Bosdravik Kleine Schorseneer stijve wolfsmelk Brave hendrik
Kleine wolfsmelk
Stofzaad
Brede wolfsmelk
Kluwenklokje
Tengere distel
Geplooide vrouwenmantel
_ Moerasgamander
Wilde weit
Breed wollegras Knollathyrus Bruinrode wespenorchis _ Knolspirea Dennenorchis Korensia Dreps Kranskarwij Echte gamander Kruiptijm Franjegentiaan Lange zonnedauw Geelgroene wespenorchis _ Liggende ereprijs Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene
nachtorchis
Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse komoelie
Natuurtoets
Verkabelng Zutphen
@
projectnummer 0486826100
S oktober 2023 reusie 00
anteagroup
aionBV.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven.
de
zorgplicht
opgenomen.
In het tekstkader
Artikel 1.11
1.
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval n dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen
worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of
c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Heteerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.
3.
De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijkte beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen
en
het kan
nodig
zijn om
soorten
te verplaatsen
(bijvoorbeeld
planten
en amfibieën).
Deze
algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing
hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin
de
activiteit
plaatsvindt.
Hiertoe
worden
verschillende
beschermingsregimes
onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook vari tussen
provincies.
Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het
voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets
Verkabelng Zutphen
@
projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airion8V.
Ontheffingen Indien
een
soort
niet onder
een
vrijstelling valt of niet gewerkt
kan
worden
volgens
een
gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het
bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossin 2.
De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en
3.
Eris sprake van een in de wet genoemd
In tabel D worden
belang.
de belangen waaronder een ontheffing kan worden
aangevraagd, opgesomd.
Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen
worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de
mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie
(artikel3.1, 3.5 en 3.10).
Ù
ii ‚
2
n E
ë
Soorten van de
W
Andere
| EES | Bonn & Bern
em
Erbestaatgeen andere bewredigende
x
x
x
van instandhouding
ë
ä
ä
Opsomming van:
x
x
x
x
Nee
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Nee
x
x
Nee
Nee
x
Nee
Nee
310236
oplo Leiden niet tot erslechtering van de staat
volksgezondheid en openbare veiligheid van luchtverkeer ter oorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna
voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt 3
Soorten van de
dwingende reden van groot openbaar
belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie,ter bestrijding van ljden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen
in de provinciale vrijstellingen
geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld,
dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
brojecnummer a86826100
S okiober 2023 resi 00
anteagroup
aonsy.
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode
er een vrijstelling geldt. U hoeft
geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen
om de functionaliteit van de
voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is?
Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien
u geen
aangevraagd
mitigerende
maatregelen
kunt
nemen,
dan
dient
een
ontheffing
te
worden
bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten
welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak
voor mitigatie beschreven wordt,
een zogenoemde
‘verklaring van geen
bedenkingen’
(vvgb)
afgeven. Daarmee zegt zij n feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de
uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden voorschriften,
als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. beperkingen en voorwaarden gelden. Dit
Daarbij blijven dezelfde geldt eveneens voor
omgevingsvergunningen en vvgb's. Op
het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb
ingediend
vóór
inwerkingtreding,
conform
de
zullen de onafgeronde
ontheffing aanvragen,
nieuwe
behandeld.
wet
worden
Ontheffing
aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die |ater ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk).
De
gedragscodes
worden
verlengd
tot
het
moment
van
in werking
natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
treden
van
de
Wet
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen rofecnummer
@}
49682600
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term
EHS werd
ministerie
van
in 1990 geïntroduceerd
Landbouw,
gedecentraliseerd
naar
de
Natuur
en
provincies.
in het Natuurbeleidsplan
(NBP) van het toenmalige
Voedselkwaliteit
(LNV).
In
In hetzelfde
hebben
de twaalf
jaar
2013
is het
natuurbeleid
provincies
met
de
staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS' vervangen door ‘NNN' Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie.
De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuurte beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen,
kunnen
natuurgebieden
met elkaar
worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN).
al deze
gebieden
en
de
Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden
hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN
e
bestaat
bestaande
uit:
natuurgebieden,
reservaten,
natuurontwikkelingsgebieden
en
zogenaamde
robuuste verbindingen; e _ landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); e _ grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur
in te richten vóór
2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb
zijn bepalingen
vanuit de
Europese
Vogelrichtlijn
Europese richtlijnen verplichten de lidstaten beschermingszones (de Natura 2000-gebieden).
gebieden Het doel
en
Habitatrichtlijn verwerkt.
De
aan te wijzen met speciale hiervan is om de aangewezen
habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.
De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten
niet te laten verslechteren of te voorkomen
dat er geen storende factoren
optreden voor de
soorten waarvoor de zones zijn aangewezen.
Voor
activiteiten
of
projecten
die
schadelijk
zijn
voor
de
beschermde
natuur,
geldt
een
vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de
vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum
niet meer
in betekenende
mate
zijn gewijzigd
is het
niet meer
noodzakelijk
om
een
vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een |ater tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen profeetnummer
186826
(@}
100
S oktober 2023 reuisie 00
anteagroup
aonsy.
Overgangsrecht In de Wnb (artikel9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb's. Beschermde beschermde
Natuurmonumenten hebben status. Daardoor zijn deze
vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro,
bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet.
Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden
aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan
aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
anteagroup
5 oktober 2023 revisie00 QrionBV.
E
Checkist vra Nee, zeker geen oo o
OecistVr2
Oedistvrs
a
T
negtief em =
ofn habitypen
e
T Oordeet
a
prjct
Ohecistvia
I
T
e
Geen vergening nodig
B
w
n
e Ze de geremeng oo
_
Kans op megatie aefeet SE zeer t
HABITATTOETS
Versiecnterngstoets Fase ofectenanlyse predsee
miigmemoetwerdeneegeronen
ZE z== e
Vergunningveriening ‚onder
voorzhrten
©-
ij
E e oz e v verorg) z o bratgpe() Passerde beoordeing Fasesfecerrje
Proee
# Cerdate * Mitgste
Verdepngsslag Voortoets
Verdiepingssiag Voortoets
vm
dEE z
Oordee
bevoegd gezag
Kans op (nie signicant)
O
r
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443
DV
HEERENVEEN
Postbus
24
8440 AA
HEERENVEEN
T. 0513-634567
c (geanonimiseerd) www.anteagroup.nl