984062 - Bijlage 5 (motivering) - Natuurtoets
Tekst van het document
O
anteagroup
WE Verkabeling Zutphen Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 0: definitief
revisie O(
5 oktober 20
Improving tomorrow
'o}
anteagroup
Natuurtoets Verkabeling Zutphen Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer
0486826.100
documentnummer
0486826-NT-100
definitief revisie 00 5 oktober 2023
Auteur
(geanonimiseerd) Opdrachtgever Girion B.V.
Dijkgraaf 4 6921
RL
Duiven
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk
Groene Bureaus
NGB De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
estum wijave
5102023
beschrijingrevisie OD
_ | defintief
(geanonimiseerd)
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 5 oktober 2023 reviie
ation
00
8..
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding 11
Aanleiding en planvoornemen
12
Doel en onderzoeksvragen
13
Leeswijzer
v
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
10 10
22
Algemeen Soortbescherming
23
Gebiedsbescherming
u
231
Natura
u
2.3.2
Gelderse
Natuurnetwerken
u
2.3.3
Groene Ontwikkelingszone
12
2.3.5
Beschermingszone natte landnatuur
13
236
Bescherming van houtopstanden
13
Methodiek
14
31
Algemeen
14
32
Bureauonderzoek
14
33
Terreinbezoek
15
34
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
15
Resultaten
16
Gebiedsbeschrijving
16
Beschermde
20
21
10
2000
Resultaten
soorten bureauonderzoek
20
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen
21
Vogels
22
Vleermuizen
23
Overige zoogdieren
24
Amfibieën
27
Reptielen
27
Viinders
28
Libellen
29
Vaatplanten
29
Samenvatting beschermde soorten
31
Beschermde gebieden
32
Natura 2000-gebieden
32
GNN
33
Groene Ontwikkelingszone
34
Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden
35
Beschermingszone natte landnatuur
36
Toetsing
37
Effectbepaling plan
37
Blad 1 van 42
Natuurtoets
o
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 5 oktober 2023 reviie
ation
anteagroup
00
8..
52
Effecten op beschermde soorten
37
521
Jaarrond
37
522
Algemene broedvogels
38
beschermde
nesten
5.2.3
Vleermuizen
38
524
Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter
39
525
Beekrombout
53
Effecten op beschermde gebieden
41
531
Effecten op Natura 2000-gebieden
41
532
Effecten op Gelderse Natuurnetwerken
41
533
Effecten op Groene Ontwikkelingszone
41
Bronnen
a2
Bijlage 1: Wettelijk kader
Blad 2 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
Conclusies
en advies
In opdracht van Qirion B.V. is door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De opdrachtgever i voornemens om drie bovengrondse hoogspanningsverbindingen te verkabelen, dit houdt in dat
deze ondergronds worden gebracht. Het betreft de volgende drie lijnverbindingen: e _ Zutphen-Woudhuis vanaf mast 43 t/m 46 (lijncode ZP-WHS150); e _ Zutphen-Lochem vanaf mast 1 t/m 4 (lijncode ZP-LC150); e
Zutphen-Langerak vanaf mast 55 -65 (lijncode ZP-LGK150).
Het tracé is gelegen in Zutphen, gemeente Zutphen in de provincie Gelderland. Het uitvoeren van
dit project zal in twee fasen
gebeuren. In de eerste fase worden de kabels gelegd, in de tweede jderd. Het verwijderen van de masten zal pas over drie tot vier jaar
gebeuren. De precieze planning van het aanleggen van het kabeltracé staat nog niet vast. Ten
behoeve van de werkzaamheden worden geen gebouwen of watergangen aangetast. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is datde ingrepen niet in strijd zijn met de Wet
natuurbescherming en provinciaal beleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies
gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde natuurtoets.
Conclusies: Beschermde gebieden Het tracé
loopt
ganzenrustgebied het Gelders Natura
niet door
een
N2000-gebied,
Groene
Ontwikkelingszone,
of beschermingszone natte landnatuur. Wel
Natuurnetwerk
weidevogelgebied,
passeert het tracé op één locatie
.
2000
Uit de bureaustudie blijkt dat Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 1,2 kilometer afstand
tot het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trilingen op Natura 2000-gebieden
op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. Voor effecten door verzuring en vermesting door stikstofdepositie dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Gelderse Natuurnetwerken
Het tracé passeertde watergang de Berkel welke is aangewezen als GNN-gebied. De Berkel word gekruist middels een gestuurde boring. De provincie Gelderland kent geen externe werking en er
zijn dus geen negatieve effecten op dit GNN-gebied. Overig provinciaal beleid
Groene Ontwikkelingszone Het tracé ligt niet gelegen binnen een Groene Ontwikkelingszone. Er zijn geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van deze groene ontwikkelingszones. Ganzenrustgebied en weidevogelgebied Het tracé ligt op circa 1,2 kilometer van een ganzenrustgebied en op ongeveer 6 kilometer van
het dichtstbijzijnde weidevogelgebied. Vanwege de afstand en tussenliggende elementen kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten.
Blad 3 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
S oktober 2023 revisi 00 drofeemummer
anteagroup
0286826100
aiionDv.
Beschermingszone natte landnatuur
Het dichtstbijzijnde gebied aangewezen als beschermingszone natte landnatuur is gelegen op 3,5 kilometer afstand tot het tracé. Vanwege de tijdelijke aard van de werkzaamheden en de tussenliggende elementen kunnen negatieve effecten op deze gebieden worden uitgesloten. Tabel1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming N2000 en GNN.
Aanwezig binnen de
invloedssfeer? i Effecten? ten gevolge van stikstofdepos Vereiste Vereiiitappenzande _ AERIUS-berekeningi benodigdi
” Nee
Mogelijk vermesting en verzuring
M
wee
en mogelijke vervolgstappen.
Is het plan uitvoerbaar
AE gebiedsbescherming?
m
ij
Afhankelijk van uitkomsten AERIUS-berekening.
n
Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming overig provinciaal beleid. Ove Groene
| Weidevogel gebied
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Nee Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
gszone
Vereiste vervolgstappen aan de orde?
d
Ganzenrust gebied
ontwikkelin
e n Effecten?
provinciaal bel
_
_
_
|
Bescherming natte landnatuur
_
Is het plan uitvoerbaar n het kader van
de
isbescherming?
Blad 4 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
Conclusies:
Beschermde
soorten
Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig mogelijk verwacht worden in het projectgebied: © _ Jaarrond beschermde nesten (actieve roekenkolonie, mogelijk nesten buizerd, slechtvalk
n boomvalk, huismus, gierzwaluw, en spechten); Algemene broedvogels (nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (paar-, zomer-, winter- of kraamverblijfplaats van gebouw- en
boombewonende soorten en essentiële vliegroute over de Berkel); e _ Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter (mogelijk verblijfplaatsen in dichte vegetatie aan het begin van het tracé); e _ Beekrombout (mogelijk essentieel leefgebied langs de Berkel).
In Tabel 3 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake
is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk5 van
deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies.
Blad 5 van 42
Naturtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
S oktober 2023 revisi 00 drofeemummer
anteagroup
0286826100
QrionBV.
Tabel 3. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Essentieel leefgebied in
Nader
projectgebied?
Jaarrond
beschermde
…
L
lijke nestlocati la, mogelijke nestlocaties in
Ja,
N
onderzoek
TE
lee (wanneer d de
mesten i (buizerd, de hoogspanningsmastaan _ masten verwijderd slechtvalk en
boorvalk)
de Boggelderenk.
E
Ja, actieve roekenkolonie
(roekenkolonie)
Elterweg.
beschermde n
ten westen van de Den
gaan wordenwel).
Nee
Jaarrond
beschermde _ Ja, mogelijke nestlocaties in 7 nesten (huismus, woningen langs tracé.
eierzwaluw) arrond
beschermde
_
nesten (spechten)
Ja, mogelijke nestlocatie in
een boom aan de
Rademakersstraat.
Nee
Nee
e
overtreding?
EE
noodzakelij
Vervolgstappen
Nee
Geen
verstoringÁ door
Nee
Geen
MEasEeae verstoring e (eeldoor
Nee
Geen
E3 Ï;e"c;‘íîane"e
Nee
Geen
Nee, geen extra e
verstoring door
werkzaamheden
(leggen van de kabel). EE
Nee, geen extra
werkzaamheden. werkzaamheden. í
Werken
buiten
het broedseizoen
(15 maart t/m 15 julij Nee, mits er wordt
Algemene broedvogels
Ja, nestgelegenheid
gewerkt buiten het
Indien tijdens het
i nabij# en struiken, DEE watergangen, in agrarische percelen en op platte daken.
broedseizoen en/óf
broedseizoen
aanwezig in bomen, heggen
Nee
voorafgaand aan de werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels.
gewerkt i wordtvoorafgaand dient gecontroleerd te worden op broedvogels en
het projectgebied vrijgegeven te zijn.
Blad6van 42
Natuurtoets
o
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
anteagroup
5 oktober 2023 revisie 00 Qrion B
Essentieel Ieefgebied in projectgebied?
Nader
onderzoek
e
e
Tijdensf actieve
mits er
soorten
periode van
periode van h
kraamverblijfplaats van gebouw- en
noodzak
tijdens de actieve :
winter- of
boombewonende
Vervolgstappen
overtreding?
Mogelijke paar-, zomer-,
Vleermuizen
Iseer sprake van een | I een ontheffing
|
Mogelijk
Veemden (15 april t/m 15 oktober) na zonsondergang geen
en mogelijk essentiële vliegroute over de Berkel.
<
vleermuizen na
Nee, mits j
zonsondergan erBaNB
vervolgstappen _ _geenrichten 7 verlichting op
wordengevolgd.
r eEaE ! verlichting gericht
gebouwen, bomen
wordt op gebouwen, bomen en de Berkel.
en de
CE r
Nader onderzoek door middel van
plaatsing van struikrover en cameraval.
Bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter
Mogelijke verblijfplaatsen in de dichte vegetatie rondom de hoogspanningsmast aan
-
Ja
Afhankelijkvan de i
uitkomsten van het
nader onderzoek.
de Boggelderenk.
-
Afhankelijk
de
NPankelijkvan de uitkomsten van het nader
onderzoek.
In de
periode maart
4/m ij augustus dient de
apparatuur zes weken
te worden
geplaatst, buiten deze periode dient 12 weken worden
aangehouden.
Beekrombout
Mogelijk essentieel leefgebied langs de Berkel.
MD
Nee, watergang wordt niet aangetast.
.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Blad 7 van 42
em
te
Natuurtoets
Verkabeling zutphen
@
projectnummer 0486826100
3 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
airion8V.
Inleiding 11
Aanleiding en planvoornemen In opdracht van Qirion B.V. is door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De opdrachtgever is
voornemens om drie bovengrondse hoogspanningsverbindingen te verkabelen, dit houdt in dat deze ondergronds worden gebracht. Het betreft de volgende drie lijnverbindingen: e _ Zutphen-Woudhuis vanaf mast 43 t/m 46 (lijncode ZP-WHS150); * _ Zutphen-Lochem vanaf mast 1 t/m 4 (lijncode ZP-LC150); * _ Zutphen-Langerak vanaf mast 55 -65 (lijncode ZP-LGK150). Infiguur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven. Het uitvoeren van dit project zal in twee fasen gebeuren. In de eerste fase worden de kabels gelegd, n de tweede fase zullen de masten worden verwijderd. Het verwijderen van de masten zal pas over drie tot vier jaar gebeuren. Het verwijderen van de masten wordt daarom niet getoetst in onderliggend rapport. Het kabeltracé zal deels in open ontgraving en deels middels HDD-boringen worden aangelegd. In totaal bedraagt het tracé circa 4,5 kilometer. Het werkterrein wordt circa 8 meter breed. De
graafsleuf zal circa 2.10 meter bedragen. De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Er worden ten behoeve van de werkzaamheden geen gebouwen of watergangen aangetast. Wel worden delen van struiken en heggen.
6;
Figuur 1.1. De globale ligging van het tracé te Zutphen (rode lin) (bron achtergrond: Esri.
Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet
natuurbescherming, Natuurnetwerk Nederland en overig provinciaal beleid). Ontwikkelingen
Blad 8 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde
natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven. 12
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen
ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord:
e _ Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? [s het noodzakelijk om mitigerende maatregelen
te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden?
e _ Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden
voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden?
Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer). 13
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: e _ De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets;
e _ Hoofdstuk 1 geeftde aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; e _ Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; e _ Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; e _ Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de
beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; e _ Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming en het GNN.
Blad 9 van 42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets. 21
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden,
bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb,
zijn e ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het
betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland' (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). 22
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën:
1.
soorten van de Vogelrichtlijn;
2.
soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en I uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels;
3.
‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna' en onderdeel B ‘flora).
De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen
rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt
tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen,
opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke
invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een
ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie.
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijkte doden of te
vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen ofte rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In
tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet
Blad 10 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van
instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden
uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop
een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere
soorten
Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of
Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlageA geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste
voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt
verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassingte zijn. Ook zijn de
provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen! is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies.
Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient
gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijkom een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een
uitgebreide toelichting. 23
Gebiedsbescherming
231
Natura
2000
Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn
aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden
dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. 232
Gelderse Natuurnetwerken In de provincie Gelderland heet het NNN het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In de
Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018) zijn regels voor het NNN opgenomen. In Artikel 2.39 zijn regels opgenomen voor het GNN. Voor de natuurgebieden die behoren tot het GNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe . Het ‘nee, tenzij’-principe betekent in de provincie Gelderland dat n het GNN nieuwe bestemmingen anders dan natuur niet mogelijk zijn als deze
1 https://uww.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten:-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en:rolverdeling-bevoegdheden
Blad 11 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. De overblijvende effecten moeten in de provincie Gelderland gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met bijlage 8 Gelijkwaardige natuurbeheertypen (Geconsolideerde
Omgevingsverordening (december 2018)). De mogelijkheden voor compensatie staan in de artikelen 2.43-2.46 uiteengezet. Afwijkend van het bovenstaande geldt in het GNN dat de volgende gebieden met de
natuurbeheertypen niet anders bestemd mogen worden: bron, gemaaid rietland, hoogveen, trilveen en zwak gebufferd ven (Artikel 2.39, lid 2). In Artikel 2.40, van de Geconsolideerde Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor gronden die geheel omsloten worden door
het Gelders natuurnetwerk. Voor deze gronden zijn tevens niet alle activiteiten/bestemmingen zonder meer mogelijk. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Gelderland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het GNN
gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op GNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. 2.3.3
Groene Ontwikkelingszone Ook buiten de GNN zijn natuurgebieden en landschapselementen als beschermd aangewezen
door de provincie Gelderland; de zogeheten Groene Ontwikkelingszone, verder GO genoemd. Voor deze gebieden zijn in de Omgevingsverordening beleidsregels opgenomen om die gebieden te beschermen. Een GO-gebied betreft een gebied met een andere bestemming dan natuur dat
ruimtelijk is vervlochten met het Gelders natuurnetwerk, waaronder weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. Binnen deze gebieden geldt dat zowe! bij nieuwvestiging als bij een grootschalige uitbreiding er, naast een goede landschappelijk inpassing, sprake moet zijn van
een per saldo substantiële versterking van de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone. In de Geconsolideerde Omgevingsverordening (december 2018) zijn in Artikel 2.52 regels opgenomen voor de omgang met gebieden die aangewezen zijn als Groene ontwikkelzone.
Voorop staat dat de kernkwaliteiten van de GO-gebieden niet aangetast mogen worden. Is dit toch het geval dan kan onder bepaalde voorwaarden (inclusief compensatie, groot belang etc.) een ontwikkeling mogelijk gemaakt worden (zie ook paragraaf 2.6.3 van de Geconsolideerde
Omgevingsverordening (december 2018). In Artikel 2.54 zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de kap en compensatie van in de
Wnb-beschermde houtopstanden binnen Groene ontwikkelingszones. Een dergelijke kap is alleen mogelijk als wordt voorzien in een extra compensatie voor het areaal bos dat verloren gaat. In het artikel worden voorwaarden aan de compensatie uiteengezet. 234
Ganzenrustgebied en weidevogelgebieden Ganzenrustgebieden zijn rustgebieden voor overwinterende ganzen. Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Ganzenrustgebied laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt
uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt en na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende Ganzenrustgebied overblijft. Weidevogelgebieden zijn broedgebieden voor weidevogels. Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Weidevogelgebied laat het in ieder geval een nieuwe windturbine of
Blad 12 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
nieuw zonneveld niet toe en een andere nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als deze
geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de functie als broedgebied voor weidevogels. 2.3.5
Beschermingszone natte landnatuur De provincie beschermt de natte landnatuur door hydrologische beschermingszones aan te
wijzen. Binnen deze gebieden streeft de provincie naar het op orde brengen en houden van de waterhuishoudkundige omstandigheden om zo de ecologische diversiteit van de natte landnatuur in het Gelders
2.3.6
NatuurNetwerk
duurzaam
in stand te houden.
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben
van meer dan 1.000 m? (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden
die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m?. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: 3a) _ Houtopstanden op erven of in tuinen;
b) <)
_ Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; _ Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar;
d)
_
Kweekgoed;
e)
_
Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en
fl
_
eenrijjge beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand;
g)
_ Het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden).
Voor houtopstanden groter dan 1.000 m? is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en
is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant
wordt in principe ter plekke ingevuld.
Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.
Blad 13 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (oaragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In
paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie. 31
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1.
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en
ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. 3.2
Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artike! 3.1, soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij
vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die n het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn n Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern
.en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze
soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het
uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd. Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van
werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen
Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij
is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas z.d.). Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De
soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzichte krijgen in de ligging van
het projectgebied t.0.v. het GNN is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 14 van
42
Natuurtoets
Verkabeling zutphen
@
projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revsie 00
anteagroup
aionBV.
33
Terreinbezoek
Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan
aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten
flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en} kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis
van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 15 april 2022 is van 11:00 tot 16:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd doo
(geanonimiseerd)
deskundig ecoloog bij JM ecologie, bij droog, bewolkt weer, een temperatuur van circa 8°C en een windkracht van circa 3 Bft. Op 14 september 2023 is een tweede veldbezoek uitgevoerd
(geanonimiseerd) wegens een wijzigingweer,in heteen tracé. Dit terreinbezoek is tevenseenuitgevoerd dauIJbu droog, onbewolkt temperatuur van circa 18°C windkracht v: Bft.Tijdens de terreinbezoeken is het projectgebied en de omgeving van het projectgebied
bekeken op aanwezige soorten en habitats om een beeld te krijgen van aanwezige en mogelijke aanwezige beschermde flora en fauna. 34
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden
geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 15 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of
verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt. 41
Gebiedsbeschrijving Het tracé start aan de Boggelderenk ten oosten van Circulus recycleplein Zutphen, waarbij het
een ruigtestrook passeert. Het tracé loopt vervolgens richting het noorden en passeert middels een gestuurde boring de N314 en een watergang. De gestuurde boring komt uit op een speelveld ten westen van de Caro van Eycklaan, waarna het tracé via het noorden verder loopt via open
ontgraving. Ter hoogte van de Aletta Jacobshoeve
wordt een tweede gestuurde boring gebruikt
om een watergang te passeren. Bij de Ooyerhoekseweg ligt het uittredepunt van de tweede gestuurde boring. Enkele meters richting het noorden wordtde derde gestuurde boring ingezet
om een rotondete passeren. Het uittredepunt van de derde gestuurde boring ligt in een weiland aan de Jan Brugmanstraat. Het tracé vervolgt verder haar weg door dit weiland. Ter hoogte van de Ida Gerhardtsingel wordt een vierde gestuurde boring ingezet om een watergang en een
bosschage te passeren. In de westelijke berm van de Lage Weide ligt het uittredepunt van deze boring en loopt het tracé verder richting het noorden. De tennisbanen aan de Lage Weide worden vervolgens gepasseerd middels de vijfde gestuurde boring, waarbij het uittredepunt op
het grasveld ten noorden van de tennisbanen ligt. Een watergang en de wegen de Draaiomsdreef en het Spikerpad worden gepasseerd middels de zesde gestuurde boring. Het tracé loopt vervolgens richting het noorden door het Warnsveld. De Rijksstraatweg, een inrit van een
weiland en de Kleine Omlegging worden gepasseerd middels de zevende, achtste en negende gestuurde boringen. Via een weiland loopt het tracé richting het oosten en vervolgens richting het noorden. Natuurspeeltuin Wijhofpark en een watergang worden gepasseerd middels de
tiende gestuurde boring. Het tracé komt vervolgens uit bij het hoogspanningsstation aan de Wijnhofstraat. Het tracé loopt na dit hoogspanningsstation verder richting het noorden, waarbij de weg Voorsterallee wordt gepasseerd middels de elfde gestuurde boring. Het tracé vervolgt
haar weg
richting het noorden via een park. Bij het Oostsveensepad splitst het tracé in tweeën, n deel verder richting het noorden gaat en één deel richting het oosten gaat. Het
Oostveensepad en een bosschage aan het Oostveensepad worden vervolgens ook gepasseerd middels een gestuurde boring. Het noordelijke deel van het opgesplitste tracé eindigt vervolgens in een weiland. Het oostelijke deel van het opgesplitste tracé eindigt in een akkerland.
Blad 16 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100
anteagroup
5 oktober 2023 revisie 00 ation
8..
Figuur 4.2. Start tracé aan de Boggelderenk.
Figuur 4,3.
Figuur 4.4. Te passeren watergang eerste gestuurde boring.
Figuur 4.5. Speelveld t.h.v de Caro van Eycklaan.
Blad 17 van
42
Ruigtestrook aan de Boggelderenk.
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826.100 5 oktober ation
2023
reviie
00
8..
Figuur 4.6
Vervolg tracé richting noorden
Figuur 4.7.
Uittredepuntin het weiland aan de Jan
Brugmanstraat.
Figuur 4.8. Vervolg tracé weiland middels open. ontgraving.
Figuur 4.10. Locatie intredepunt vierde gestuurde boring.
Figuur 4.9. Vervolg tracé weiland middels open ontgraving.
__ Figuur 4.11. Vervolg tracé langs de Lage Weide.
Figuur 4.12. Vervolg tracé.
Figuur 4.13. Vervolg tracé via het Warnsveld.
Blad 18 van
42
Natuurtoets
Verkabeling zutphen
@
projectnummer 0486826100
5 oktober 2023 revisie 00
anteagroup
aionBV.
Figuur 4.14.
Vervolg tracé via het Warnsveld.
Figuur 4.15. Te passeren heg middels open ontgraving.
Figuur 4.16. ontgraving.
Figuur 4.18. Hoogspanningsstation noordzijde.
Figuur 4.19. Vervolg tracé door park.
Figuur 4.20. Eindpunt noordeli
Figuur 4.21. Eindpunt oostelijk deel tracé.
Blad 19 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen projectnummer 0486826100 5 oktober 2023 revisie 00 QrionBV.
42
Beschermde soorten
421
Resultaten
bureauonderzoek
Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen
beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (binnen
een straal van 2,5km) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), listen A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X' (NDFF, 2018-2023).
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele
Kwikstaart
Havik Huismus
Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek
Slechtvalk
Sperwer Steenuil
Wespendief
Bever
KxAKAA x
Boommarter
xx
Bunzing Damhert Das
Eekhoorn Otter
x
Steenmarter
x x
Wezel
Hermelijn Vleermuizen*
x
Kamsalamander
x
Poelkikker
x
Ringslang
x x x
Grote
vos
Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder
Teunisbloempijlstaart Beekrombout Rivierrombout
Blad 20 van 42
x
x
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
(@}
S oktober 2023 revisi 00 drofeemummer
anteagroup
0286826100
aiiondy.
e E
CT
Akkerogentroost
Vroege ereprijs
x
Wilde ridderspoor
x
Groot spiegelklokje Grote
Vaatplanten
leeuwenklauw
Kluwenklokje Kartuizer anjer Tengere veldmuur
*Vleermuizen: Baard-/ brandtsvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig zijn, maar mogelijk wel verwacht aanwezig worden, toegevoegd. 422
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. Gedurende het terreinbezoek is een zone rondom het plangebied bezocht om de aanwezige natuurwaarden te inventariseren. Deze zone wordt gehanteerd, omdat werkzaamheden die
plaatsvinden binnen het plangebied effecten kunnen hebben op de omgeving. Deze zone wordt door de ter zake kundige ecoloog tijdens het terreinbezoek bepaald.
Blad 21 van 42
Natuurtoets
brofectnummer 86826100 S oktober 2023 reuisie 00
)
Verkabeing ztphen
anteagroup
aonsy.
423
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd.
Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rust-
en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 tot en met 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012).
Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn er categorie 5vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of
ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1 tot en met 5 zijn vermeld in tabel 4.2. Tabel 4.2. Jaarrond beschermde nesten in de provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland,
Gelderland,
Drenthe
en Utrecht.
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart
4 23
Havik
4
Huismus
2
Kerkuil Oehoe
Em
Categorie
Blauwe reiger Boerenzwaluw Bontevliegenvanger Boomkever
Wsvogel 5 Kleine bonte specht 55 _ Kleinevliegenvanger Koolmees
Boomkruiper
5
Bosuil
5
3
Briduiker
5
Pimpelmees
5
3
Draathals
5
Raaf
5
Ooievaar
3
Eidereend
5
Ruigpootuil
5
Ransuil
4
Ekter
5
Spreeuw
5
Zwarte wouw
4
Hop
5
Zwarteroodstaart
5
5
Zwartespecht
Roek Slechtvalk sperwer Steenuil Wespendief
2 3 4 1 4
_
_ Gekraagde roodstaart Glanskop _ Grauwevliegenvanger _ Groenespecht _ Grotebonte specht Huiszwalaw
Jaarrond beschermde
_ _
5 5 5 5
Kortsnavelboomkruiper
5
Oeverwaluw
s
5 Tapuit 5 Toremak 5 Zeearend S Zwartekraai 5 _ Zwartemees
5 5 5 5 5 5
nesten (categorie 1 t/m 4}
In de omgeving van het projectgebied komen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) voor. Tijdens het terreinbezoek is gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten of geschikte broedlocaties in bomen, masten palen,
nestkasten en gebouwen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is in de hoogspanningsmast bij het startpunt van
het tracé aan de Boggelderenk een mogelijk jaarrond nest waargenomen. Mogelijk wordt dit nest gebruikt door boomvalk, slechtvalk of buizerd. Overige nesten zijn niet waargenomen waardoor ransuil, ooieveaar en sperwer uitgesloten kunnen worden.
Ten westen van de Den Elterweg, ter hoogte van de Berkenlaan is op circa 40 meter afstand tot het tracé een roekenkolonie van ongeveer 25 nesten aangetroffen.
Langs het tracé zijn weinig woningen die dienst kunnen doen als broedlocatie van de huismus of gierzwaluw. Bijna alle woningen hebben platte daken. Alleen de woningen aan de Caro van Eycklaan, Betsy Perkhoeve, Aletta Jacobshoeve, Robert van Guliklaan en de Voorsterallee zijn
woningen met pannendaken waar mogelijk de huismus en gierzwaluw tot broeden kunnen komen.
Voor de kerkuil en steenuil ontbreekt het aan geschikte broedlocaties in de vorm van geschikte schuren en boerderijen. Vanwege de afwezigheid van een bosrijke omgeving worden nesten van
havik en wespendief uitgesloten. De Berkel vormt mogelijk geschikt broedhabitat voor de grote gele kwikstaart. Op de [ocatie waar het tracé de Berkel kruist, zijn echter geen geschikte
Blad 22 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen
@}
rofecnummer 0496826100
Soktober 2023 reusie 0 ation
anteaigroúp
8..
broedgelegenheden vanwege de verstoring door recreatie en de afwezigheid van geschikte
broedplekken aan de oever zoals boomwortels of bruggen. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd
nest (categorie 5)
Er kunnen diverse jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 aanwezig zijn in de omgeving van het projectgebied. Tijdens het veldbezoek zijn vijf actieve nesten van de ekster in de hoogspanningsmasten waargenomen. Tevens zijn meerdere vogelnestkasten aan bomen
waargenomen, waar soorten als koolmees of pimpelmees kunnen broeden. In een boom aan de Rademakersstraat is een spechtenholte waargenomen. Volgens een omwonende werd deze
holte vorig broedseizoen gebruikt door de grote bonte specht en dit jaar is een groene specht waargenomen bij de holte. Deze boom staatop circa 100 meter van het tracé. Er zijn voor de eksternesten en de nestkasten geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die
jaarronde bescherming onder categorie 5 rechtvaardigen, doordat er ruimschoots voldoende nestgelegenheid aanwezig is in de omgeving. Er zijn echter geen andere geschikte bomen in de omgeving waargenomen met spechtenholten,
waardoor deze boom met een mogelijk nest van
een groene specht/grote bonte specht wel wordt aangemerkt als een jaarrond beschermd nest. Algemene broedvogels
Het projectgebied is geschikt voor een groot aantal algemene broedvogels. In bomen, heggen en struiken kunnen diverse soorten zangvogels tot broeden komen, in de watergangen kunnen diverse watervogels tot broeden komen, op platte daken kan de scholekster tot broeden komen
en op de agrarische percelen kunnen weidevogels tot broeden komen. Mogelijke consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten van boomvalk,
slechtvalk, buizerd, roek, huismus, gierzwaluw, spechtensoorten en algemene broedvogels worden behandeld in hoofdstuk 5. 4.23.1
Vleermuizen
Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn).
Vleermuizen kunnen een projectgebied gebruiken als verblijfplaats, vaste
vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paaren winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen
gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in
het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen.
Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de
paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te Iokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst,
waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren.
Sommige soorten
migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.
Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen Iangdurig gebruik van vaste routes die ze
onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken.
Blad 23 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
Ten slotte kunnen vleermuizen een projectgebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken
vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel.
Verblijfen rustplaatsen De woningen rond het tracé kunnen mogelijk verblijfsplaatsen bieden aan gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis (kraam-, paar-, zomer- en winterverblijf), ruige dwergvleermuis (paar-, zomer-en winterverblijf) en laatvlieger (kraam-, paar-, zomer- en winterverblijf). Tevens is een boom met spechtenholte waargenomen, waar zich mogelijk verblijfsplaatsen van boombewonende soorten kunnen bevinden, zoals rosse dwergvleermuis
(kraam-, paar- zomer- en winterverblijf) en watervleermuis (kraam-, paar-, zomeren winterverblijf). Deze boom bevindt zich op circa 100 meter afstand tot het tracé De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuissoorten langs
het tracé kan niet uitgesloten worden. Vliegrouteondersteuning
Er bevinden zich in de omgeving van het projectgebied diverse lijnvormige landschapselementen die mogelijk dienst doen als vliegrouteondersteuning, zoals bebouwing, bomenrijen en de watergang de Berkel. Voor de bebouwing en bomenrijen zijn voldoende alternatieven, waardoor
deze niet als essentieel worden aangemerkt. Wel kan de Berkel mogelijk dienen als essentiële vliegrouteondersteuning voor meervleermuis en watervleermuis. Er zijn geen alternatieve watergangen die als vliegrouteondersteuning kunnen dienen. De aanwezigheid van een
essentiële vliegroute kan dus niet worden uitgesloten. Foerageergebied
De volledige omgeving van het projectgebied is zeer geschikt als foerageergebied voor vleermuizen. Er is in de directe omgeving voldoende alternatiefen minstens even geschikt foerageergebied aanwezig, waardoor het foerageergebied rondom het projectgebied als niet
essentieel kan worden aangemerkt. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende
vleermuizen en een mogelijk essentiële vliegroute worden behandeld in hoofdstuk 5. 4.23.2
Overige zoogdieren Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot het projectgebied diverse beschermde, niet-vrijgestelde zoogdieren zijn waargenomen in de laatste vijf jaar. Het gaat om de bever, boommarter, bunzing, damhert, das, eekhoorn, otter,
steenmarter, wezel en hermelijn. Aanwezigheid van andere niet-vrijgestelde, beschermde soorten zoogdieren kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden uitgesloten. Bever
De bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, langs beken,
rivieren en meren. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Bevers zijn vooral 's nachts actief. Overdag slapen ze op legers, in holen of in burchten (Zoogdiervereniging, z. zijn meerdere waarnemingen bekend van de bever bij de IJssel. De IJssel en aftakkingen hiervan
kunnen door de bever gebruikt worden als foerageergebied en mogelijk zijn hier ook
Blad 24 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
verblijfplaatsen van de bever aanwezig. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn geen
aftakkingen van de IJssel aanwezig. Andere geschikte verblijfplaatsen of foerageergebieden voor de bever ontbreken binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden door de stedelijke omgeving. De aanwezigheid van verblijfplaatsen en essentieel foerageergebied van de bever kan daarmee
worden uitgesloten. Boommarter
De boommarter is een soort van een bosrijke omgeving. Verblijfplaatsen van de soort bevinden zich vaak in oude spechten- en inrottingsholten van bomen.
De boommarter kan echter ook
verblijfplaatsen hebben onder takkenhopen. Rustplaatsen bevinden zich ook op andere plekken, zoals in konijnen- en vossenholen en tussen boomwortels (Zoogdiervereniging, .d.). Er zijn twee waarnemingen bekend van de boommarter, waarvan er één waarneming een verkeersslachtoffer
betreft (NDFF, z.d.). Het tracé s gelegen in een stedelijke omgeving, er zijn wel bosschages aanwezig maar niet groot en aaneengesloten genoeg voor de boommarter, waardoor de aanwezigheid van de boommarter kan worden uitgesloten. Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor
kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten
met overhangende vegetatie, ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied. Een bunzing maakt zijn schuilplaats in oude holen van bijvoorbeeld konijn, mol, vos en das. Maar ook onder steenhopen, houtmijten, in holle bomen of onder boomwortels. Hij
bekleedt zijn hol met gras en mos. In de winter maakt de bunzing zijn schuilplaats op warmere plaatsen, zoals onder stro- en hooibalen bij boerderijen. De bunzing graaft soms zelf een hol. (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn drie waarnemingen bekend van de bunzing rond het tracé
(NDFF, z.d.). Tijdens het veldbezoek zijn prooiresten van een marterachtige aangetroffen bij de start van het tracé aan de Boggelderenk. Op deze locatie is dichte vegetatie aanwezig in de vorm van braamstruiken, waar mogelijke verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Aanwezigheid van
verblijfplaatsen van de bunzing kan niet worden uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de bunzing worden behandeld in
hoofdstuk 5. Wezel
Wezels leven bij voorkeur in open, droge natuur-en cultuurlandschap maar verder in veel verschillende biotopen (zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Meestal in droger gebied dan de hermelijn. Echter overal waar woelmuizen ontbreken, ontbreekt ook de wezel.
Ze zoeken graag
dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren.
Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt (Zoogdiervereniging, d.. Er zijn twee waarnemingen bekend van de wezel in het agrarische gebied buiten Zutphen (NDFF, z.d.). Bij de start van het tracé aan de Boggelderenk is dichte vegetatie aanwezig in de vorm van braamstruiken, waar mogelijke verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van de wezel kan niet worden uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblij hoofdstuk 5.
laatsen
van de
wezel
worden
behandeld
in
Hermelijn
De hermelijn komt in alle habitats voor, in open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers
en vochtig terrein. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn en dat er voldoende prooidieren in de vorm van (woel)muizen te vinden zijn. Verblijfplaatsen bevinden zich op plaatsen met voldoende dekking, zoals in bosschages, takkenbulten en in holen
Blad 25 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
van muizen, ratten, konijnen, mollen, dassen en vossen (Zoogdiervereniging, z.d.. Er is één
waarneming bekend van de hermelijn buiten Zutphen (NDFF, z.d.). Bij de start van het tracé aan de Boggelderenk is dichte vegetatie aanwezig n de vorm van braamstruiken, waar mogelijke verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van de hermelijn kan
niet worden uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de hermelijn
worden behandeld in
hoofdstuk 5. Steenmarter
De steenmarter is een typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd
gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holtes of in openingen tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, z.d.). Er zijn meerdere waarnemingen bekend van de steenmarter langs het tracé. Mogelijk heeft de steenmarter
verblijfplaatsen in bosschages langs het tracé. Tevens zijn prooiresten van een marterachtige aangetroffen bij de start van het tracé aan de Boggelderenk. Op deze locatie is dichte vegetatie aanwezig in de vorm van braamstruiken waar mogelijke verblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn. De
aanwezigheid van de steenmarter kan niet worden uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de steenmarter worden
behandeld in hoofdstuk 5. Das
De das leeft in allerlei biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied moet voldoende dekking bevatten, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze kunnen graven, met een
grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld (Zoogdiervereniging z.d.). Er zijn enkele waarnemingen van de das buiten Zutphen (NDFF, z.d.). Langs het tracé is geen geschikt leefgebied aanwezig voor de das, door het stedelijke gebied en de verstoring die hierbij hoort.
Aanwezigheid van de das binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. Eekhoorn
Eekhoorns komen voor in bosachtige biotopen. Ze leven n verschillende bostypen maar ook in tuinen, parken en houtwallen. Zolang er voldoende voedsel beschikbaar is komen ze ook voor in bebouwd gebied (Zoogdiervereniging, z.d.). E zijn meerdere waarnemingen bekend van de
eekhoorn rond het het tracé. Er zijn in de bomen langs het tracé geen nesten waargenomen van de eekhoorn. Mogelijk gebruikt de eekhoorn de omgeving van het tracé als foerageergebied. Er is
in de directe omgeving echter genoeg en minstens even geschikt foerageergebied aanwezig waardoor dit niet als essentieel foerageergebied wordt aangewezen. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de eekhoorn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is
uitgesloten.
Blad 26 van
42
Natuurtoets
Verkabeling Zutphen drofeemummer
(@}
0286826100
S okiober 2023 reúsie 00
anteagroup
aonsy.
Otter
Otters leven in oeverzones met voldoende dekking en rust van allerlei soorten stromende wateren, zoals meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Overdag verblijft de otter in een dagrustplaats die zich bevindt op oevers in dichte oevervegetaties (0.a. riet), struwelen en
bosschages,
maar ook in kunstmatige holten. De nesten waar de jongen worden geworpen,
liggen vaak in overstromingsvrije oeverholtes in een rustig gebied en worden regelmatig door de moeder verplaatst (Zoogdiervereniging, z.d.). Er is één waarneming bekend van de otter rond het
tracé (NDFF, z.d.). De watergangen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vormen echter geen geschikt leefgebied en hebben geen geschikte verblijfplaatsen voor de otter door de
stedelijke omgeving met de daarbij behorende verstoring. Mogelijk dat incidenteel een zwervend dier de watergangen passeert. Essentieel leefgebied voor de otter binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. 4.2.3.3
Amfibieën Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot het projectgebied twee beschermde, niet-vrijgestelde amfibieën zijn waargenomen in de laatste
vijf jaar. Het gaat om de kamsalamander en de poelkikker. Aanwezigheid van andere nietvrijgestelde, beschermde soorten amfibieën kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden uitgesloten. Kamsalamander
De kamsalamander plant zich voort in geïsoleerde, relatief grote en diepe, visvrije poelen, vennen
en vijvers met in de directe omgeving geschikt landhabitat in de vorm van bossen en struwelen (RAVON, z.d.). het tracé
Er zijn enkele waarnemingen bekend van de kamsalamander ten zuidwesten van
in de uiterwaarden
van
de
IJssel. Binnen
de invloedsfeer
ontbreekt
het echter
aan
geschikte voortplantingswateren voor de kamsalamander, waardoor ook landhabitat uitgesloten kan worden. De aanwezigheid van de kamsalamander kan worden uitgesloten. Poelkikker
De poelkikker komt voor in schone, stilstaande, vrij voedselarme wateren zoals vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden, uiterwaarden, agrarisch gebied en laagveen. Niet alleen
tijdens de voortplanting, waterte vinden.
maar een groot deel van het zomerhalfjaar is de poelkikker in en om het
De soort overwintert meestal op het land, bijvoorbeeld ingegraven in de grond,
n muizenholletjes, onder stronken of in dammetjes waar puin aanwezig is (BIJ12, 2017; RAVON, z.d.). Er is één waarneming bekend van een dood exemplaar van de poelkikker ten oosten van het tracé in de Berkel. De Berkel vormt echter geen schoon, stilstaand water. Ook andere
watergangen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vormen geen geschikt leefgebied voor de poelkikker door het ontbreken van schone, vrij voedselarme wateren. Essentieel leefgebied van de poelkikker binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is uitgesloten. 4.2.3.4
Reptielen Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2.5 kilometer tot het projectgebied één beschermde, niet-vrijgestelde reptielensoort is waargenomen in de laatste