984062 - Bijlage 10 (motivering) - Onontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
A\49> HV u AVG Explosieven Opsporing NL .
Verkabeling Risicoanalyse
ontplofbare
OPDRACHTGEVER
: Antea Group
LOCATIE
ONS
PROJECTNR.
: Zutphen
UW
PROJECTNR.
:0476896.100
: 144000032
VERSIE
: 04d
DATUM
: 1-9-2023
° G wouwsonen
° A geponeeen
AVG Explosieven Opsporing Nederland
Veerweg 10, 5171 PW Kaatsheuvel Postbus
T
+31
160, 6590 AD
416
700220
Gennep
Zutphen
oorlogsresten
° e zr0 eo@avg.eu
WWw-avg.eu
KvK 12029421
Q v ranspor BTW-id:
NL801449455801
Betaalrekening: NL24RABO0353306797 G-rekening:
NLAGRABO0991487540
.
Distributieli
= =
Antea Group AVG Explosieven Opsporing
Dit document
is bestemd
Nederland
voor de opdrachtgever.
Opdrachtgever
Antea Group
Rapport
144000032-RA-03d
Naam
Zutphen verkabeling
Versie
04d
Datum
1-9-2023
Vrijgegeven door:
(geanonimiseerd)
Vrijgegeven door:
(geanonimiseerd) _c
Opgesteld door:
(geanonimiseerd) (GIS-coördinator / historicus)
rdinator / senior deskundige 00O)
Afbeelding voorblad.
(geanonimiseerd) °: >° Hoogspanningskabels bij Wamnsvel. oto gemaakt oo
Stentor d.d. 30 april 2021. Rechten
voorbehouden.
De in deze rapportage aanwezige informatie, waaronder de tekst en het kaartmateriaal, is eigendom van AVG. Het is de opdrachtgever toegestaan deze rapportage als één geheel aan derden kenbaarte maken, met het doel waarvoor het is vervaardigd. De verstrekking van afbeeldingen uit de rapportage, of de separaat meegestuurde digitale bijlagen die
hiertoe behoren, is zonder toestemming mogelijke (beeld)rechten.
144000032-RA-04d
van
de auteur niet toegestaan
Verkabeling Zutphen Update
in verband
met
e MANAGEMENTSAMENVATTING Uit de
risicoanalyse
is gebleken
dat
er in sommige
delen
van
het
verdacht
verklaarde
gebied bodemroeringen hebben plaatsgevonden die invloed hebben op de afbakening van de verdachte gebieden. Tevens is uit de risicoanalyse naar voren gekomen dat er in de afbakening in het gemeentebreed vooronderzoek vanwege leemten in kennis, sommige feiten niet zijn meegenomen in de afbakening. Deze feiten zijn, in overleg met de opdrachtgever, door AVG meegenomen in een nieuwe bodembelastingkaart.
De
volgende
conclusies
en
adviezen
kunnen
worden
getrokken
op
basis
van
de
risicoanalyse:
=
= =
Het gebied dat verdacht is op afwerpmunitie is vergroot n.a.v. nieuwe feiten door AVG opgenomen in de bodembelastingkaart. De nieuwe afbakening is weergegeven in de Bodembelastingkaart van AVG (bijlage 9.3). Alle werkzaamheden in niet verdacht gebied kunnen onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd. In deelgebied zuid (zie bijlage 9.7 voor de deelgebieden) vallen de bodemroeringen buiten verdacht gebied. Hier kan onder reguliere omstandigheden ontgraven worden.
=
In deelgebied midden, ter hoogte van de Wijnhofstraat, kunnen (tot een diepte van 2,3 m -mv) onder reguliere omstandigheden De grond is hier met 3,0 meter opgehoogd.
=
In de verdachte gebieden waar naoorlogse bodemroeringen zijn uitgevoerd, kan er tot de aangegeven diepte (zie bijlage 9.14) onder reguliere omstandigheden worden ontgraven. Vanaf de naoorlogs ongeroerde laag in de verdachte gebieden, dient er oppervlaktedetectie plaats te vinden.
=
In de verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden dient, ter hoogte van de open ontgravingen, oppervlaktedetectie plaats te vinden, daar de uit te voeren werkzaamheden ter hoogte van de open ontgravingen niet dieper gaan
=
de werkzaamheden worden uitgevoerd.
dan 2,3 m -mv. Met oppervlakte detectie kan er tot 4,5 m -mv gemeten worden. In de op afwerpmunitie verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden en waar de in- en uittredepunten van de HDD-boringen worden aangebracht, dient dieptedetectie plaats te vinden. De verticale afbakening van het op
afwerpmunitie verdachte gebied ligt tussen mv W.O.II t/m de 10 MPa laag. De 10 MPa laag ligt, afgaande op nabije sonderingen, gemiddeld op 10,3 m -mv (het maaiveld varieert van 7,3 meter +NAP ter hoogte van de Wijnhofstraat tot 9,0 meter +NAP ter hoogte van de Kleine Omlegging en 9,6 meter +NAP ter hoogte van de
=
=
Warsneldseweg). De betreffende werkzaamheden zullen zeker tot een diepte van 10 m -mv worden uitgevoerd. De HDD-boringen zullen voor een deel dieper dan 10 m -mv komen te liggen. Delen onder de 10 MPa laag (gemiddeld 10,3 m -mv) zullen in onverdacht gebied komen te liggen. De exacte diepte van de 10 MPa laag dient te worden onderzocht doormiddel van
sonderingen ter plaatse. HDD-boringen die onder de verdachte 10 MPa uitgevoerd, kunnen onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
laag worden
=
Er kan voor gekozen worden om bepaalde ontgravingen niet dieper uit te voeren dan de naoorlogs geroerde bodem. Als er enkel in naoorlogs geroerde bodem wordt gegraven, kunnen de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
INHOUD MANAGEMENTSAMENVATTING 1
INLEIDING
….
3
…
“9
1.1
Aanleiding …
.9
1.2
Doelstelling van
1.3
Vaststellen projectlocatie..
1.4
Relevante
1.5
Uitgangspunten
1.6
Gebiedsbenamingen
1.7
Personele deskundigheid
1.8
Leeswijzer.
2
ANALYSE
de risicoanalyse
.9
wet- en regelgeving… RA..
UITGEVOERD
risicoanalyse
VOORONDERZOEK
2.1
Gemeentebreed
2.2
Aanvullingen AVG..
2.3
Soort en verschijningsvorm …
vooronderzoek Zutphen …
2.3.1
Bombardement
2.3.2
Militaire
2.3.3
Mijnenveld/mijnen verdachte gebied
2.4
Aantallen ontplofbare oorlogsresten…
2.5
Horizontale en verticale afbakening
door jachtbommenwerpers.….
infrastructuur
…
2.5.1
Bombardement
2.5.2
Militaire
2.5.3
Mijnenveld/mijnen verdachte gebieden …
3
door jachtbommenwerpers...
infrastructuur
OMGEVINGSSCHETS
ONDERZOEKSGEBIED…
3.1
Inleiding…
3.2
Locatiespecifieke omstandigheden …
3.2.1
Kwetsbare objecten en plaatsen…
3.2.2
Omgevingsfactoren
3.2.3
Grondwaterpeil
3.2.4
Bodemverontreiniging…
3.2.5
Ecologisch advies …
3.2.6
Archeologische
144000032-RA-04d
….
….
en (water)bodemsoort…
vondsten
en rijksmonumenten
Verkabeling Zutphen Update
….
3.2.7
Maaiveld
3.2.8
Sonderingen
3.3
en NAP-hoogten….
…23
en de maximale
Relevante ontwikkelingen
indringingsdiepte…
in de na-conflict periode ….
3.3.1
Luchtfoto’s en overig kaartmateriaal
3.3.2
Na-conflict periode
3.3.3
Huidig gebruik
27
3.4
Archiefonderzoek
27
4
DEFINITIE
41
PROJECT...
Toekomstige
werkzaamheden
4.1.1
Verwijderen van objecten…
4.1.2
Graven
4.1.3
Werkwegen
4.1.4
HDD-boringen….
5
van
sleuven….
en werkstroken…
IGU-FACTOREN 5.1
…
ONDERZOEKSGEBIED
Definitie.
31
5.1.1
Identificatie
5.1.2
Identificatie gevaarsfactoren
5.1.3
Identificatie uitwerkingsfactoren
5.2
invloedsfactoren .
Invloedsfactoren
5.2.2
Gevaarsfactoren…
5.2.3
Uitwerkingsfactoren …. BEOORDELING Leemten
6.2
Risico beoordeling …
in kennis…
6.2.1
Beoordeling
I
6.2.2
Beoordeling
I.….
6.2.3
Beoordeling I.. CONCLUSIE
7.1
Inleiding
7.2
Conclusie
7.2.1
….
RISICO'S
6.1
7
.31
IGU-factoren t.p.v. het onderzoeksgebied
5.2.1
6
EN
ADVIES
…
…
Analyse vooronderzoek ….
144000032-RA-04d
.31
Verkabeling Zutphen Update
7.2.2
Omgevingsschets…
7.2.3
Contra-indicaties en de na-conflict periode ….
7.2.4
Toekomstig
7.2.5
Invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren
7.2.6
Beoordeling
project..
risico's.
7.3
Advies
7.4
Uitvoering in stappen
7.5
Leemten
8
.52
.
53
.54
in kennis .
OPSPORING... 8.1
Doel
…
8.2
Bevoegd gezag
8.3
Detectie
…
8.3.1
Oppervlakte detectie…
8.3.2
Diepte detectie
8.4
Interpretatie meetgegevens.…
8.5
Benaderen verdachte objecten
8.6
Verstoord
8.7
Veiligstellen van
8.8
Proces-verbaal
9
….
gebied… ontplofbare oorlogsresten . van oplevering
BIJLAGEN
9.1
Huidige situatie onderzoeksgebied…
9.2
Bodembelastingkaart gemeentebreed
9.3
Gecorrigeerde
9.4
Uit te voeren
bodembelastingkaart. werkzaamheden…
9.5 Archeologische vondsten projectgebied
en aanwezige
9.6
Sonderingen.
9.7
Deelgebieden
9.8
Naoorlogse veranderingen…
9.9
Kabels en leidingen
9.10
Naoorlogse
9.11
Invloedsfactoren
9.12
Uitwerkingsfactoren …
144000032-RA-04d
vooronderzoek gemeente Zutphen ……
rijksmonumenten
…
grondroeringen …
Verkabeling Zutphen Update
binnen het
62
owowvwwowo
13
Verwachtingskaart…
…87
‚14
Bodembelastingkaart
.15
_
.16
_ Bronnenlijst en geraadpleegde instanties
risicoanalyse ….
Detectiekaart
,16.1
Archieven
,16.2
Literatuur en rapporten.
16.3
_ Websites
,17
Certificaat
144000032-RA-04d
en
instanties . 93 93
.
Verkabeling Zutphen Update
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
AVG Explosieven Opsporing Nederland (hierna: AVG) heeft in opdracht van Antea Group een risicoanalyse uitgevoerd ter plaatse van de locatie Zutphen verkabeling’. (zie de kaart van
de
huidige
situatie
in
bijlage
9.1).
Aanleiding
voor
deze
risicoanalyse
is
het
gemeentebrede vooronderzoek van ExploVision uit 2015. Hieruit blijkt dat de projectlocatie gedeeltelijk verdacht is op de mogelijke aanwezigheid
van ontplofbare oorlogsresten.
Deze rapportage betreft een update van de risicoanalyse. Deze update werd noodzakelijk geacht, omdat er sprake was van een tracéwijziging, waarbij tevens de omgeving van de tennisbanen
aan
de Lage Weide dienden te worden
onderzocht.
Ter hoogte van de projectlocatie gaat TenneT (Qirion) drie bovengrondse verbindingen ondergronds brengen. Het tracé wordt aangelegd door middel van sleufloze technieken, HDD
boringen en open
1.2
ontgravingen.
Doelstelling van de risicoanalyse
Deze risicoanalyse (hierna: RA) heeft als doel het bepalen van de risico’s die mogelijk ontstaan wanneer bij toekomstige werkzaamheden in op ontplofbare oorlogsresten verdachte bodem wordt gewerkt, alsmede het uitsluiten van verdachte gebieden op basis van
contra-indicaties.
Uit
het
verdacht
gemeentebrede
is op afwerpmunitie,
granaatwerpers,
mijnen.
vooronderzoek
In
geschutmunitie,
dat
hand-
het
projectgebied
en geweergranaten,
klein kaliber munitie, ontstekingsinrichtingen, toebehoren
bijlage
vooronderzoek.
is gebleken
9.2
is
dit
weergegeven
op
De analyse van het vooronderzoek
de
gedeeltelijk
munitie
bodembelastingkaart
staat omschreven
voor
van munitie en
van
het
in hoofdstuk 2.
Indien één of meerdere ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn achtergebleven, vormt dat een risico in de uitvoeringsfase van het project. De kans dat ontplofbare oorlogsresten ongecontroleerd tot detonatie komt door effecten die kunnen optreden bij werkzaamheden is gering. Het effect is echter in de meeste gevallen groot. Achtergebleven ontplofbare oorlogsresten vormen
e
een
risico voor:
De openbare veiligheid
°
Het betrokken
°
Bestaande
personeel
(Arbo-veiligheid)
infrastructuur
Daarnaast verhoogt
het aantreffen
van
ontplofbare
oorlogsresten
kostenverhogingen
door stagnatie van werkzaamheden.
In
wij
deze
RA
willen
omschrijven waarmee mogelijk kunnen
144000032-RA-04d
de
meest
pragmatische
en
efficiënte
de kans op onrust en
manier
van
de risico's die met ontplofbare oorlogsresten gepaard
worden
beperkt.
Verkabeling Zutphen Update
onderzoek
gaan zo veel
1.3
Vaststellen
projectlocatie
Het projectgebied is gelegen dwars door Zutphen en loopt vanaf de wijk Noordveen, ongeveer ter hoogte van het Oostveensepad, naar de wijk Leesten, ongeveer ter hoogte van de Leestense Rondweg (N314). In
bijlage
9.4
staat
het
ontwerp
weergegeven
(d.d.
04-2023)
van
de
uit
te
voeren
werkzaamheden.
1.4
Relevante
wet- en regelgeving
De Arbeidsomstandighedenwet
(Arbo-wet)
is een
Nederlandse
werkgevers en werknemers om de gezondheid, de werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. veroorzaakt
door
het
werk
te
voorkomen.
De
Arbowet
wet die regels
bevat voor
veiligheid en het welzijn van Doel is om ongevallen en ziekten betekent
dat
hierin geen concrete regels staan, maar algemene bepalingen en richtlijnen over arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid). Arbo-wetgeving valt uiteen in vier delen:
het
«
De Arbeidsomstandighedenwet
« « °
Het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) De Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling) De Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving
is een
kaderwet.
Dat
(Arbobeleidsregels)
De belangrijkste regelgeving met betrekking tot het opsporen van OO volgt uit artikel 4.10 van het Arbobesluit (Staatsblad 2006, nummer 142, de wijziging op het Staatsblad 2019 nummer 471 d.d. 28 november 2019 en Staatsblad 2020 nr. 58198). Hierin staat omschreven dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van
ontplofbare oorlogsresten verrichten, in het bezit van een procescertificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dienen te zijn. Dit besluit is met ingang van 31 december 2006 (Staatsblad 2006, nummer 715) in werking getreden. Vanaf 1 januari 2021 is het WSCS-OCE vervangen door het Certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-000). Voor vooronderzoeken en risicoanalyses is sinds februari 2021 een separaat (vrijwillig) certíficatieschema opgesteld: het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). van de nieuwe regelgeving is drieledig. Het dient te bewerkstelligen dat:
« «
.
Risicovolle werkzaamheden
De
doelstelling
voldoende veilig voor het eigen personeel en derden
aanwezig op het project worden uitgevoerd Risicovolle werkzaamheden zodanig en met die deskundigheid worden uitgevoerd dat omwonenden veilig zijn en dat de openbare orde en publieke veiligheid worden gewaarborgd
Het vooronderzoek en/of de opsporing volgens de gegunde opdracht wordt/worden uitgevoerd
144000032-RA-04d
en opgeleverd
(vast te leggen
in een proces-verbaal
Verkabeling Zutphen Update
van oplevering)
e In het CS-000 worden aan het opsporen van ontplofbare oorlogsresten eisen gesteld. Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten omvat het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van: °
Detecteren,
. «
Laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten Tijdelijk veiligstellen van de situatie
*
De
«
Proces-verbaal
1.5
lokaliseren en interpreteren
overdracht
aan
de
EODD
van oplevering
Uitgangspunten
Deze RA heeft de volgende
RA
uitgangspunten:
.
Er vindt een analyse van eerder uitgevoerde vooronderzoeken vastgestelde onderzoeksgebied risicoanalyse plaats.
met betrekking tot het
«
Aan de hand van deze analyse wordt de horizontale en verticale afbakening van het onderzoeksgebied risicoanalyse (indien mogelijk) nader verfijnd aan de hand van contra-indicaties.
«
De verdachte gebieden worden in verticale zin afgebakend, waarbij onder andere aandacht aan de maximale indringingsdiepte van ontplofbare oorlogsresten wordt besteed. Dit wordt gedaan met behulp van de verkregen sonderingsgegevens en de onlangs uitgebrachte (concept)rekenmethode.
«
De geplande
civieltechnische werkzaamheden
worden
geïnventariseerd
en
beoordeeld.
«
Recente satellietbeelden,
luchtfoto’s en de GBKN
van de projectlocatie worden
met
luchtfoto's uit de Tweede Wereldoorlog vergeleken om goed zicht te krijgen op naoorlogse
. . «
bodemingrepen.
Er wordt op de risico’s van de vermoedelijke ontplofbare oorlogsresten in relatie tot het toekomstige gebruik van de locatie ingegaan. Er wordt een advies met betrekking tot de noodzaak om wel/niet over te gaan op de opsporing van ontplofbare oorlogsresten uitgebracht. Indien er noodzaak is om tot het uitvoeren van opsporingswerkzaamheden over te gaan, wordt een advies gegeven over welke opsporingsmethode voor de omschreven
werkzaamheden
1.6
als meest doeltreffend wordt gezien.
Gebiedsbenamingen
Binnen deze RA wordt van verschillende gebiedsbenamingen de volgende benamingen: °
°
.
gebruik gemaakt.
Het betreft
Onderzoeksgebied: het gebied dat is gehanteerd in het vooronderzoek. Het onderzoeksgebied omvat in de regel een groter gebied dan het uiteindelijke civieltechnische werkgebied. Projectgebied: het gebied dat is gehanteerd in de risicoanalyse. Dit is het gebied waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden.
Het op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebied: vooronderzoek naar voren is gekomen
144000032-RA-04d
het gebied dat uit het
als verdacht op ontplofbare oorlogsresten.
Verkabeling Zutphen Update
e Binnen het op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebied dient vooraf aan grondroerende werkzaamheden een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten plaats te vinden.
1.7
Personele deskundigheid
risicoanalyse
De risicoanalyse vereist een multidisciplinaire aanpak. Hierbij is personeel (of zijn derden) betrokken die deskundige zijn op het gebied van meerdere expertises. Voor de risicoanalyse dient één, of dienen meerdere, deskundige(n) betrokken te zijn die tenminste beschikken over de volgende expertises: deskundigheid op het gebied van ontplofbare oorlogsresten, deskundigheid op het gebied van de civiele techniek, deskundigheid op het gebied van risicoanalyse en deskundigheid op het gebied van geografische informatiesystemen (GIS). In de onderstaande tabel staat weergegeven wie er bij deze risicoanalyse betrokken zijn en op welk gebied zij deskundige zijn. Deskundigheid
ontplofbare
ivi
Wouter van
den Brandhof
‘ Gijs den Braven Menno Abee Jef ry van den Bout 1.8 «
x x
Risicoanalyse
rnformatiesystemen
x
x
x x x
x x x
|
oorlogsresten
‘ ‘ ‘
Geografische
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een analyse van een eerder uitgevoerd vooronderzoek. Er wordt nagegaan of dit vooronderzoek aan de eisen conform paragraaf 6.5 van de CS-VROO voldoet.
«
°
In hoofdstuk 3 wordt een omgevingsschets van het onderzoeksgebied risicoanalyse weergegeven.
van de
De definitie van het project, met daarin de identificatie van het toekomstige gebruik van
de
locatie wordt
in hoofdstuk
4 behandeld.
« «
In hoofdstuk 5 worden de invloeds-, gevaar- en uitwerkingsfactoren besproken. Hoofdstuk 6 voorziet in een overzicht van de vijf verschillende conclusies, inclusief
« «
argumentatie. De rapportage van de bevindingen is in hoofdstuk 7 terug te vinden. In hoofdstuk 8 worden de vervolgstappen met betrekking tot opsporing ontplofbare oorlogsresten besproken.
*
De bijlagen deze
RA
inclusief drie Risicoanalyse
Bodembelastingkaarten
af.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
van
in hoofdstuk
9 sluiten
0}
d 2
2.1 AVG
ANALYSE
UITGEVOERD
Gemeentebreed heeft
navraag
vooronderzoek.
gedaan
VOORONDERZOEK
vooronderzoek Zutphen
bij de
gemeente
Dit gemeentebreed
Zutphen
vooronderzoek,
betreffende
opgesteld
het
gemeentebreed
door
ExploVision
dient als basis voor deze RA. Dit onderzoek is niet opgesteld conform
WSCS-OCE.
in 2015,
AVG heeft vanuit de gemeente enkel uitsneden van de bodembelastingkaart ontvangen. De volledige rapportage en/of bodembelastingkaart wordt niet door de gemeente verstrekt aan
derden.
Derhalve
bodembelastingkaart
heeft
AVG
onderzocht.
enkel
de
uitkomsten
Controle
van
onderliggende
op
de
uitsnede
bronnen
van
de
is daarom
niet
mogelijk geweest.
In bijlage 9.2 is de projectlocatie geprojecteerd op de Bodembelastingkaart van het gemeentebreed vooronderzoek,
ontplofbare oorlogsresten zodat te zien is waar de op
ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden zich bevinden. Hieruit blijkt dat het projectgebied gedeeltelijk verdacht is verklaard op afwerpmunitie, geschutmunitie, handen geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, klein kaliber munitie, ontstekingsinrichtingen, toebehoren van munitie en mijnen.
2.2 AVG
Aanvullingen
AVG
heeft tijdens het uitvoeren van deze Risicoanalyse vastgesteld dat er op luchtfoto's in
het bezit van AVG verschillende kraters te zien zijn die, bij afbakening, niet overeenkomen met de bodembelastingkaart uit het gemeentebreed vooronderzoek Zutphen. Deze kraters zijn in het verleden vastgesteld tijdens een luchtfotoanalyse ten behoeve van de uitvoering van
het rapport:
Onderstation
Zutphen
d.d. 1-7-2021.
Projectnummer:
2162017.
AVG heeft in overleg met de opdrachtgever besloten om de bevindingen van AVG mee te nemen in de afbakening van de verdachte gebieden. Naast het anders afbakenen van het op afwerpmunitie verdachte gebied heeft AVG ook de afbakening van de geschutsopstellingen aangepast. Ten tijde van het WSCS-OCE werd er een afbakening van 25 meter rondom de locatie van de geschutsopstellingen aangehouden als verdacht gebied. Tegenwoordig hanteert AVG enkel de contouren van de geschutsopstelling zelf als verdacht
gebied. Daaraan wordt de afwijking opgeteld die is ontstaan tijdens het positioneren van de luchtfoto waarop de geschutsopstellingen zijn waargenomen. AVG heeft een gecorrigeerde bodembelastingkaart opgesteld. Hierop zijn de bevindingen uit het gemeentebreed vooronderzoek en de bevindingen van AVG samengebracht. Deze kaart is weergegeven in bijlage 9.3.
2.3 De
Soort en verschijningsvorm resultaten
bevindingen
van
het
door
Explovision
uitgevoerde
vooronderzoek
en
van AVG zijn in de hierop volgende paragraaf weergegeven.
in deze paragraaf welke soort(en) ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn en in welke vorm zij kunnen worden aangetroffen.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
de
aanvullende
Daarnaast staat aanwezig
kunnen
2.3.1
[]
Bombardement
door jachtbommenwerpers
De afworp van geallieerde vliegtuigbommen met een gewicht van (vermoedelijk) 250 1b./500 Ib. Er was sprake van tactische duikbombardementen
Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet door AVG worden achterhaald op basis van de ontvangen gegevens uit het gemeentebreed vooronderzoek. Gezien de aard van de tactische luchtaanvallen (ondersteuning
grondtroepen) is het aannemelijk dat er impact ontstekers (ook wel bekend als direct werkende ontstekers) zijn gebruikt, aangezien vliegtuigbommen met een chemische lange tijdsvertraging ontsteker een gevaar zouden vormen voor de eigen grondtroepen. Direct werkende ontstekers werden ingezet bij doelen waar een directe uitwerking van het explosief noodzakelijk is (bijvoorbeeld een aanval op een spoorbrug, gebouwen, bewegende doelen zoals vaar- en voertuigen etc.). Dit scenario is echter een aanname die niet wetenschappelijk valt te onderbouwen zonder extra archiefonderzoek. AVG acht zich daarom niet aansprakelijk als op basis van deze
scenariovorming vervolgwerkzaamheden De
volgende
soorten
gevechtshandelingen
Soort explosief Afwerpmunitie 2.3.2
Militaire
ontplofbare
wordt uitgevoerd.
oorlogsresten
mogelijk in de bodem
Nationaliteit Geallieerd
zijn
+
als gevolg
van
de
bovengenoemde
aanwezig?:
250 Ib., 500 Ib.
Verschijningsvorm Afgeworpen
infrastructuur
De volgende hoofdsoorten ontplofbare oorlogsresten zijn mogelijk ter plaatse van de (voormalige luchtafweer)stellingen en/of het verdedigingswerk in het onderzoeksgebied aanwezig: soort explosief
i
Type / kaliber
Verschijningsvorm
Handgranaten
Duits
steelhandgranaten,
B
Gedumpt/achtergelaten
Geweergranaten
Duits
Geweergranaten No. 30
Gedumpt/achtergelaten
| Klein kaliber munitie (KKM) _ Duits
9 mm, 792 mm
Gedumpt/achtergelaten
Geschutgranaten
2emsem 75m 8Bm 105 _ gedumpt/achtergelaten
!
Duits
Ontstekingsinrichtingen | Duits
Diversen
Gedumpt/achtergelaten
e
Panzerfaust
Gedumpt/achtergelaten
Munitie voor
s
Duits ij
* De explosievenbranchevereniging EVN en opdrachtgevers als RWS hechten er waarde aan dat op basis van beschikbare kennis en praktijkervaring een uitspraak over het type ontstekers wordt gedaan. Daarom is er een Afwegingskader trillingen in afwerpmunitie verdacht gebied (versie april 2019) opgesteld door praktijkdeskundigen onder de EVN-leden. In dit afwegingskader wordt aan het onderzoeksbureau gevraagd om
een aannemelijk scenario vast te stellen als er geen specifieke informatie beschikbaar is over het gebruikte type ontsteker. Aan deze voorwaarde
is met de voorgaande
tekst voldaan.
? Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet worden achterhaald op basis van de geanalyseerde
144000032-RA-04d
bronnen.
Verkabeling Zutphen Update
Soort explosief
Nationaliteit
Munitie voor granaatwerpers
Type / kaliber
Duits
8 cm raket, 8,8 cm ("Püppchen”), 8,8 cm Panzerschreck Gedumpt/achtergelaten
Toebehorenvan munitie | Duits 2.3.3
Verpakkingen
Mijnenveld/mijnen
De volgende (voormalige) aanwezig:
verdachte gebied
hoofdsoorten ontplofbare oorlogsresten zijn mogelijk ter plaatse van de mijnenvelden/op landmijnen verdachte gebieden in het onderzoeksgebied
Soort explosief
Nationaliteit
Landmijnen
Duits
| Landmijnen / boobytraps
| Brits
2.4
Gedumpt/achtergelaten
Aantallen
Schümijnen
Biegelmijnen, Telrmijnen,
Gedumpt/achtergelaten
Hawkins mijnen, boobytraps
Gedumpt/achtergelaten
ontplofbare oorlogsresten
De volgende aantallen ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. E.e.a. is gebaseerd op een inschatting van AVG, omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Soort explosief
Aantal mogelijk
aan te treffen ©
Afwerpmunitie | Geschutmunitie | Ontstekingsinrichtingen | Klin kaliber munitie Handgranaten | Geweergranaten Landmijnen Munitie voor granaatwerpers
Eén U/m enkele Eén /m enkele Eén U/m enkele Tientallen i/m honderden Eén U/m enkele Eén U/m enkele Eén U/m enkele Eén U/m enkele
| Toebehoren van munitie
Eén Um enkele
2.5
Horizontale en verticale afbakening
Er is vanuit de gemeente Zutphen geen informatie aan AVG beschikbaar gesteld betreffende de afbakenmethoden die zijn gebruikt in het gemeentebreed vooronderzoek. AVG kan derhalve geen bindende uitspraken doen over de horizontale en verticale
afbakeningen uit het gemeentebreed vooronderzoek. De afbakeningen opgesteld door AVG zullen om deze reden als uitgangspunt worden
2.5.1
Bombardement
gebruikt.
door jachtbommenwerpers
Een jachtbommenwerper is een jachtvliegtuig dat is aangepast om tactische bombardementen uit te kunnen voeren. Een tactisch bombardement is met name gericht op vijandelijke troepen, aanvoerlijnen en commandocentra in de onmiddellijke nabijheid
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
d van
het
front
of
jachtbommenwerpers
het
vijandelijke
mee
konden
achterland. voeren
De
was
zeer
bommenladingen
die
deze
beperkt.
van
een
De
inzet
jachtbommenwerper was hoofdzakelijk gericht op gelegenheidsdoelen die zich tijdens de vlucht zelf presenteerden. Maar het gebeurde ook dat jachtbommenwerpers met een omschreven
opdracht op pad werden
Spitfires en Typhoons
zijn op
gestuurd.
Nederlands
grondgebied
door de geallieerden
het vaakst
ingezet als jachtbommenwerpers. De afbakeningsmethode is gebaseerd op het uitgevoerde onderzoek zoals beschreven in bijlage CS-VROO-02.B02.02 en vormt een leidraad om luchtaanvallen van deze toestellen op een gefundeerde en herleidbare wijze te analyseren en een verwachtingsgebied af te bakenen. Conform
=
bijlage CS-VROO-02.B02.02
is de volgende afbakening
toegepast:
Er was sprake van een Spitfire met een mogelijke bommenlast van één 500 ponder en twee 250 ponders.
De bomkraters zijn afgebakend
met een straal van 87 meter +
8 meter in verband met de ondergrondse horizontale verplaatsing + 5 meter in verband met afwijkingen als gevolg van het georefereren van de luchtfoto Afwerpmunitie
van
250
en
500
Ib.
kan
in de
vastgestelde
verdachte
gebieden
worden
aangetroffen tot een maximale conusweerstand van 10 MPa met een minimale laagdikte van 1 meter. Uit de resultaten van reeds uitgevoerde sonderingen opgevraagd bij DINOloket (zie hoofdstuk 3.2.8) blijkt dat de gemiddelde diepte van de 10 MPa laag op 10,3 meter -mv ligt. Ten opzichte van het NAP komt dit neer op ca. 2,6 meter -NAP ter hoogte van de Wijnhofstraat tot 0,8 meter -NAP ter hoogte van de Warnsveldseweg. De exacte indringingsdiepte kan voorafgaand aan de uitvoeringsfase van een project met behulp van aanvullende sonderen in het projectgebied worden bepaald. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De maaiveldhoogte tijdens de Tweede Wereldoorlog lag op 7 m +NAP. Dit is gelijk aan de huidige maaiveldhoogte. 2.5.2
De
Militaire
aanwezigheid
infrastructuur
van
verdedigingswerken,
leiden tot verwachtingsgebieden. Bij deze zijn geweest of zijn opgeslagen. Deze achtergebleven dan wel gedumpt. =
stellingen militaire munitie
en
de
bijbehorende
objecten
kan
infrastructuur kan munitie aanwezig kan in de directe nabijheid zijn
Geschutopstelling: conform de originele afbakening uit het gemeentebreed vooronderzoek werd een gebied van 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling afgebakend op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare
oorlogsresten gebied
binnen
+
5 meter de
luchtfotoafwijking.
contouren
van
de
AVG
waargenomen
hanteert
tegenwoordig
geschutsopstelling
alleen
als
het
verdacht
gebied. De marge van 5 meter voor de luchtfotoafwijking wordt daaraan toegevoegd. De ondergrens van de op gedumpte
munitie verdachte gebieden
is de toenmalige
bodem
van het militaire object in de Tweede Wereldoorlog. De maximale diepte waarop ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen is naar onze inschatting 2 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De op gedumpte munitie verdachte
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
d gebieden zijn afgebakend op basis van waargenomen
sporen op luchtfoto's uit de Tweede
Wereldoorlog.
2.5.3
Mijnenveld/mijnen
verdachte gebieden
Een mijnenveld is een al dan niet afgebakend stuk grond waar landmijnen zijn geplaatst. Van een geregistreerd mijnenveld werden legrapporten opgemaakt die informatie bevatten met betrekking tot aantallen, legpatronen en type mijn. Daarnaast waren er nog gebieden waarvan het vermoeden bestond dat er landmijnen waren gelegd, dit noemen we ‘op
mijnen verdachte gebieden’. In de regel zijn alle mijnenvelden geruimd. Hiervan zijn ruimrapporten beschikbaar.
in en na conflictperiode
Landmijnen kunnen op maximaal 0,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog is de bovengrens van het verdachte gebied. Het maaiveld is niet noemenswaardig veranderd sinds de Tweede
144000032-RA-04d
Wereldoorlog.
Verkabeling Zutphen Update
0}
d 3
OMGEVINGSSCHETS
3.1
Inleiding
In
hoofdstuk
dit
besproken.
worden
de
Hierbij worden
voor
de
de volgende
ONDERZOEKSGEBIED
RA
relevante
onderwerpen
locatie
specifieke
omstandigheden
behandeld:
«
Aanwezigheid
van ondergrondse en bovengrondse
kwetsbare infrastructuur;
« ° «
Omgevingsfactoren die een detectieonderzoek kunnen verstoren of hinderen; Grondwaterpeil en (water)bodemsoort, en in geval van waterbodem de waterdiepte; Beschikbare informatie over bodemverontreiniging en te verwachten archeologische vondsten.
In de volgende paragraaf worden bovenstaande onderwerpen met betrekking tot het onderzoeksgebied risicoanalyse nader toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op eventuele relevante ontwikkelingen binnen het onderzoeksgebied risicoanalyse gedurende de naconflict periode.
3.2
Locatiespecifieke omstandigheden
3.2.1
Kwetsbare objecten en plaatsen
Infrastructuur betreft de voorzieningen die nodig zijn om een samenleving in de brede zin van het woord, zoals op landelijk of lokaal niveau, bedrijven en instellingen, goed te kunnen laten functioneren. Het gaat hierbij om boven- en ondergronds verbindingen, op land en in de lucht. In het geval van kwetsbare infrastructuur moet met name worden gedacht aan wegen, bekabeling voor verschillende doeleinden, riolering en drinkwaterleidingen. Deze infrastructuur kan een grote invloed hebben op de uitvoering van detectieonderzoek en de resultaten
die daaraan
worden
verbonden.
Binnen een verdacht gebied grondroerende werkzaamheden
waar naoorlogse leidingen zijn gesitueerd en waar gaan plaatsvinden is het van belang om te weten wat voor
soort ondergrondse kwetsbare infrastructuur aldaar aanwezig is. Aan de hand van deze informatie kan worden ingeschat hoe groot de uitgegraven sleuf is rondom de leidingen en in welke mate de leidingen op detectiewerkzaamheden van invloed zijn. Dit laatste heeft te maken met het verstorend magnetisch moment van de ijzerhoudende leidingen. Na het uitvoeren van een KLIC-melding
is bekend geworden dat er in de bodem
van het onderzoeksgebied van de risicoanalyse bekabeling aanwezig « .
Gemeente Zutphen: riolering Ziggo: datatransport
«
Reggefiber Operatior: datatransport
« °
KPN: datatransport Eurofiber Nederland: datatransport T-Mobile: datatransport
.
Trent Infrastructuur:
.
Alliander Telecom:
144000032-RA-04d
datatransport
datatransport
Verkabeling Zutphen Update
is:
ter plaatse
d Relined: datatransport Vitens: waterleidingen Liander
N.V.
Provincie
Pac:
elektriciteit
Gelderland:
ProRail:
electriciteit
e
TenneT:
elektriciteit
«
Waterschap
elektriciteit
Rijn en IJssel: overige kabels en leidingen
Tijdens toekomstige bodemingrepen dient op voorzichtige wijze met dergelijke kwetsbare infrastructuur te worden omgegaan. Verkeerd ingrijpen kan grote schade aanrichten, zowel lichamelijk als materieel, met alle gevolgen van dien. AVG gaat ervan uit dat deze kabels en leidingen zijn aangelegd in een sleuf van maximaal 60 centimeter diep en 30 centimeter
breed. Uitzondering hierop is de riolering. Deze wordt aan de hand van verkregen informatie ingetekend op daadwerkelijke diepte op het bovenaanzicht en de beschikbare dwarsprofielen. De sleuven zijn meegenomen als onverdacht gebied op de Bodembelastingkaart Risicoanalyse. 3.2.2
Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren zijn potentieel risicovolle objecten of situaties en kunnen een detectieonderzoek verstoren of verhinderen. Een analyse van het projectgebied heeft aangetoond dat dergelijke omgevingsfactoren ter hoogte van de verdacht verklaarde gebieden aanwezig zijn. Het betreft hier rijen bomen, bebouwing en infrastructuur. Voordat met detectiewerkzaamheden kan worden aangevangen, is het noodzakelijk dat er opruimwerkzaamheden plaatsvinden. De kabels en/of leidingen die zich onder de grond bevinden kunnen het detectieonderzoek verstoren, mits de kabels en/of leidingen ijzerhoudend materiaal bevatten. Datzelfde geldt voor objecten op het maaiveld. Denk daarbij aan bijvoorbeeld: hekwerk, lantaarnpalen,
verkeersborden en andere objecten die mogelijk verstorend werken
Afb. 1 - Foto. Kruising van de N348 en Warnsveldseweg,
144000032-RA-04d
bij detectie.
gezien in de richting van de Rijksstraatweg
Verkabeling Zutphen Update
(rechts).
Afb. 3 - Foto. Omgeving tennisbanen.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
0}
d 3.2.3
Grondwaterpeil
en (water)bodemsoort
Het Nederlandse landschap heeft in de loop der duizenden jaren zijn vorm gekregen en is erg gevarieerd. Binnen Nederland zijn er verschillende landschappelijke zones te onderscheiden, geordend op basis van de aard van het landschap. De aard van het landschap brengt mogelijkheden en beperkingen met zich mee, die invloed op het gebruik
van het landschap hebben. Binnen beekdalbodems en dekzandruggen.
!
het projectgebied
ï
ï
ï
1
i
beek
H
100 m
zones:
2
-
dekzand beekafzettingen
0
-
ten dele verspoelde
4
/
liggen de landschappelijke
dekzanden
hoogte
T
in m
Afb.
4 - Dwarsdoorsnede.
Een
schematische
doorsnede
van
een
beekdalbodem
en dekzand.
Uit navraag bij het DINO loket blijkt dat het grondwaterpeil zich op om en nabij de 6,0 m +NAP bevindt. Gemiddeld genomen bevindt de grondwaterspiegel zich daarmee op ongeveer 1,0 m -mv. Omdat de toekomstige werkzaamheden ter plaatse van de open ontgravingen plaats vinden tot een diepte van ca. 2,3 m -mv, dient er rekening mee te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van grondwater in de te graven sleuven.
Tevens bestaat de kans op hinder van objecten. 3.2.4
Het
grondwater tijdens het benaderen
van
verdachte
Bodemverontreiniging
nieuwe
tracé
wordt
aangebracht
in
bodem
met
de
bodemfunctieklassen
wonen,
industrie en landbouw en natuur. Dit is gebaseerd op de bodemgegevens van de gemeente Zutphen (Lievense, 2020). Tevens is er informatie opgevraagd betreffende bodemverontreiniging binnen gebleken dat er ter hoogte van 3.2.5
Ecologisch
advies
Er is door de opdrachtgever beschikbaar gesteld. 3.2.6
het projectgebied bij Provincie Gelderland. Hieruit is het projectgebied geen bodemverontreiniging bekend is.
Archeologische
ter
plaatse
vondsten
van
het
projectgebied
geen
ecologisch
advies
en rijksmonumenten
Tijdens grondroerende werkzaamheden
kunnen
artefacten worden
aangetroffen.
De aard
van het landschap kan een indicatie zijn voor de artefacten die er te vinden zijn. Locaties met een hoge verwachting dienen planologisch te worden beschermd door opname in het bestemmingsplan. Indien er geen gegevens beschikbaar zijn of is geconstateerd dat er
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
binnen een werkgebied geen verhoogd risico is op het aantreffen van archeologische artefacten, dan wil dit niet zeggen dat ze niet kunnen worden aangetroffen. De volgende m
12793
locatie met archeologische
Ooyerhoekse
waarde
bevindt zich in het projectgebied:
weg
Naast het aantreffen van archeologische vondsten in de grond, dient er ook rekening te worden gehouden met rijksmonumenten boven de grond. Binnen het projectgebied bevinden zich enkele locaties die bij het Riijjksdienst voor het Cultureel Erfgoed geregistreerd staan als rijksmonument. De volgende momenten bevinden zich binnen het projectgebied: =
529000
De
=
512101
t Klaphek
Voorst
=
510050
Den
Dam
In de hierna volgende tabel rijksmonumenten samengevat.
is
de
informatie
betreffende
deze
(archeologische)
Mogelijk aan
Monumentnr.
te treffen Terrein
met
sporen
van
bewoning
uit de 2de tot en met de 8ste eeuw.
Het terrein ligt onder een esdek, op een duidelijke verhoging. In dit terrein liggen de resten van een nederzetting uit de 2de tot en met 8ste eeuw na Chr. Er zijn hier
127
Ooyerhoekse |
weg
j loog
Romeins -
Middeleeuws
detectorvondsten andere
gedaan,
fibulae
en
onder
munten.
Ten
| Munten, fibulae
noorden van deze vindplaats zijn opgravingen gedaan hierbij zijn nederzettingsporen uit de Dzertijd
‚en Romeinse tijd gevonden. Aan de oostzijde
van
het
terrein
is een
Mesolithische
_/
_ Neolithische
vindplaats met stratigrafie.
vermoedelijk
een
Park De Voorst vormt het prototype
van
de
zogenaamde
classicistische
Nederland.
529000
De Voorst
_
e
_ Frans
tuinarchitectuur
Het
pand
in
zelf,
de
historische tuin en de parkaanleg
eeuws
| Geen toelichting
behoren tot het algemeen historisch | bekend belang vanwege de landschapstijl, de
structuur
van
lanen
en
waterlopen en de geschiedenis voor tuin- en landschapsarchitectuur. Een
buitenplaats
met
historisch
belang vanwege de fraai inpassing
512101
‘t Klaphek
-
e en
î…î's‘ w
19°
van
het
landschapspark
in
een
en de aanwezigheid
van
bestaande agrarische omgeving, de Êíï'flä“°""“"“«‘ afwisseling van open en gesloten gebieden
opstallen die de aanleg versteken.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
Monumentnr.
Toponiem
Waarde
Datering
Historische 510050
Den Dam
—
|
Mogelijk
Beschrijving
te
tuin-
en
aan
treffen
parkaanleg
behorende tot de buitenplaats Den | een toelichting Dam. Historisch belang vanwege het
18eeuws
18°
eeuwse
lanenstelsel
en
de
bekend.
landschapstijl.
De locaties van bijlage 9.5.
de betreffende monumenten
Een monumentenvergunning
zijn verwerkt
in een
kaart, weergegeven
is verplicht wanneer een archeologisch
in
rijksmonument wordt
verstoort. Vergunningsplichtige ingrepen betreffen onder andere het graven van sleuven, het egaliseren van land en de aanleg van verhardingen. 3.2.7
Maaiveld en NAP-hoogten
Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) voorziet in een kaart waarop gedetailleerde en precieze hoogtegegevens voor heel Nederland kunnen worden afgelezen. Hiermee kunnen onder andere hoogteverschillen in het landschap worden bepaald. Met kennis van deze informatie kan eventueel de verticale afbakening van verdacht gebied worden gereduceerd.
Uit onderzoek
naar de huidige
maaiveldhoogte
binnen
het projectgebied
blijkt dat deze
vanaf het noordwesten naar het zuiden afloopt van 8,5 m + NAP tot 6,7 m + NAP. Dit is weergegeven in onderstaande afbeelding. De hoge pieken en dalen zichtbaar in de grafiek betreffen bomen en hoogspanningsmasten watergangen op het maaiveld.
EMlevitaetnirosn
0
1
2
Distance
3
4
in Kilometers
Afb. 5 - Lengteprofiel. Het lengteprofie! van het projectgebied.
3.2.8
Bij
Sonderingen
DINOloket
zijn
en de maximale
gegevens
van
indringingsdiepte
sonderingen
aanwezig
nabij
de
verdacht
verklaarde
gebieden binnen de projectlocatie. Uit onderzoek naar deze reeds uitgevoerde sonderingen opgevraagd bij DINOloket blijkt dat de 10 MPa laag nabij het op afwerpmuntie verdachte gebied gemiddeld tussen de 0,0 m +NAP en 6,0 m -NAP schommelt. Zie tabel 1. voor de
sonderingsgegevens en de daarbij behorende maximale indringingsdiepte. In bijlage 9.6 is
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
d een kaart weergegeven sonderingen.
met
daarop
zichtbaar
de
locaties
Sondering
Maaiveldhoogte
Weerstandslaag
S33H00066 S33H00070 S33H00081 53300083 S33H00022 S33H00091
83m+NAP 74m +NAP 68m +NAP 80m +NAP 78m +NAP 77 m+NAP
0,0m+NAP 15m-NAP 0,6m-NAP 3,0 m -NAP 6,0 m -NAP 45m -NAP
Tabel
1. - Sonderingsgegevens
3.3
Relevante
Om
de
horizontale
en maximale
de
geraadpleegde
8,3 meter 8,9 meter 74 meter 11,0 meter 13,8 meter 12,2 meter
indringingsdiepte.
ontwikkelingen
en/of
van
verticale
afbakening
in de na-conflict periode van
het
verdachte
gebied
ontplofbare
oorlogsresten mogelijk te kunnen reduceren is het van belang om de ontwikkelingen gedurende de na-conflict periode in kaart te brengen. Een locatie waar grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden is tot de betreffende diepte vrij van ontplofbare
oorlogsresten. Luchtfoto's, kaartmateriaal en bestekstekeningen voor dergelijke informatie. In dit hoofdstuk is enkel gekeken naar de verdacht projectgebied. Deze gebieden zijn opgesplitst in drie
zijn belangrijke bronnen
verklaarde gebieden binnen het deelgebieden; deelgebied noord,
deelgebied midden en deelgebied zuid. Deze drie deelgebieden zijn weergegeven
in bijlage
9.7.
3.3.1
Luchtfoto's en overig kaartmateriaal
Op luchtfoto's en historische kaarten is te zien welke ontwikkelingen er door de jaren heen op een projectlocatie hebben plaatsgevonden. Via Dotka Report zijn luchtfoto's besteld uit 1963 en 2005. Daarnaast is er een luchtfoto uit 1945 aangeschaft bij de Luftbilddatenbank: sortie 19-BS-9027-22, nr. 102. Tot slot is de actuele luchtfoto van Esri uit 2022 geraadpleegd. Deze luchtfoto's hebben betrekking op het projectgebied en zijn geanalyseerd. Het jaar 1945 (met behulp van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog) fungeert als het startpunt, de huidige situatie (via satellietbeelden en Google Streetview) als het eindpunt van de analyse. Voor het overzicht is in bijlage 9.8 een collage met de
historische luchtfoto’s opgenomen, waarop de ontwikkeling van de situatie rond de Tweede Wereldoorlog
3.3.2
tot de huidige situatie te zien is.
Na-conflict periode
In de bijlage 9.10
is een
kaart weergegeven
waarop
de veranderingen
gedurende
de na-
conflict periode zijn ingetekend, en hoe deze zich verhouden tot het onderzoeksgebied. De relevante naoorlogse veranderingen die gedurende de na-conflict periode hebben
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
0}
d plaatsgevonden in bijlage 9.13. 3.3.2.1
zijn hieronder omschreven.
Veranderingen
Deze zijn opgenomen
in de verwachtingskaart
van de maaiveldhoogte
Ter hoogte van de huidige Wijnhofstraat is de maaiveldhoogte opgehoogd. Een klein gebied lag hier ten tijde van
gebieden +NAP.
de Tweede
(rond de 7,0 m
+NAP).
Dit is een verhoging
Wereldoorog
lager (4,3 m
Tegenwoordig
+NAP)
dan
de aangrenzende
bedraagt de maaiveldhoogte
hier 7,3 m
van 3,0 meter.
Ook het gebied ter hoogte de huidige Piet Heinstraat is verhoogd. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag dit gebied op 6,3 m +NAP. Tegenwoordig is dit 6,7 m +NAP. Dit is een verhoging van 0,4 meter. 3.3.2.2 Kabels en leidingen Zoals eerder aangegeven zijn er bij het Kadaster gegevens aangaande aanwezige kabels en leidingen opgevraagd binnen het projectgebied. In bijlage 9.9 is een kaart weergegeven met daarop zichtbaar de kabels en leidingen ter plaatse van
het projectgebied.
AVG gaat er op basis van ervaring vanuit dat de betreffende kabels en leidingen naoorlogs zijn aangelegd op een diepte van minimaal 60 centimeter in een sleuf van maximaal 30 centimeter
breed.
3.3.2.3 Tennet onderstation Zutphen Het projectgebied is gelegen aan een onderstation van Zutphen. Met de aanleg, en latere vernieuwingen en/of aanpassingen, is de grond ter hoogte van dit onderstation diverse keren geroerd. AVG gaat er van uit dat tijdens de bouw en het onderhoud van dit onderstation grondroeringen van minimaal 1,0 meter diepte hebben plaatsgevonden. 3.3.2.4
Verdwijnen
van
de
Koeverboomsche
weg
Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag er ter hoogte van de huidige Leestense rondweg
de Koeverboomsche weg. Vermoedelijk heeft deze plaats moeten maken toen er plannen op tafel kwamen voor de N314. Met de verwijdering van deze voormalige weg hebben er grondroeringen plaatsgevonden. Deze liggen echter ten noorden van het gebied verdacht op mijnen(deelgebied zuid). Derhalve zijn deze grondroeringen niet nader geanalyseerd. 3.3.2.5 Aanleg Van Essenstraat In 1970 zijn de eerste huizen gebouwd die tegenwoordig de Van Essenstraat vormen. De tuinen behorend bij deze woningen liggen nog net in het projectgebied. De tuinen van perceel 44 t/m 58 liggen binnen verdacht gebied (deelgebied noord). Achter de tuinen zijn wandelpaden aangelegd. Deze wandelpaden zijn zandpaden. De aanleg van tuinen en zandpaden betreffen geen grondroerende werkzaamheden. 3.3.2.6 Verlenging van de Wijnhofstraat Eind jaren '70, begin jaren ‘80 is er een verlengde van de Wijnhofstraat aangelegd, oostelijke richting. Deze weg is aangelegd ten gunste van het nieuwe schoolgebouw 1981; het huidige Kompaan college.
in in
Voor de aanleg van bestrating wordt alvorens een cunet gegraven. De volgde tabel laat de standaard verhardingsopbouw voor de aanleg van wegen (Handboek ontwerpcriteria wegen, 2012).
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
Laag
Type
Asfalt aag
-
150 mm
Funderin
Hydraulisch menggranulaat (of
250 = 400 om
-
Minimaal 500 mm
g
3
gelijkwaardig)
Zandbed Tabel 2. - Verhardingsopbouw
wegen.
Dit betekent dat er ten gunste van deze weg tot minimaal 1,0 m -mv.
3.3.2.7
naoorlogse
bodemroeringen
zijn uitgevoerd
Aanleg van de N346
In de jaren 70 is tevens de N346 aangelegd. Met de aanleg van deze nieuwe provinciale weg zijn er bodemroeringen uitgevoerd. Tabel 2 laat de standaard verhardingsopbouw voor de aanleg van wegen. Hieruit blijkt dat er ten gunste van de aanleg van deze provinciale weg naoorlogse bodemroeringen zijn uitgevoerd op minimaal 1,0 meter diepte. Ook zijn er naast de N346 sloten aangelegd. De waterbodems van deze sloten hebben een gemiddelde hoogte van 6,5 m +NAP. De voormalige maaiveldhoogte, en de omliggende
maaiveldhoogte bedraagt 7,0 m
NAP. Dit is een afgraving van 0,5 m -mv.
3.3.2.8 Warnsveld kom zuid: Welgelegen Ten zuiden van Warnsveld is er een nieuwe wijk ontstaan, met de gebieden Welgelegen, Lage Weide, Dreiumme, Scheperkamp en Overkamp. Deze wijk is ontstaan doordat er in
de jaren ‘60 een grote woningbouwbehoefte was. In de jaren '70 werd daarom ten zuiden van Warnsveld een nieuwe wijk gerealiseerd. Met de aanleg van deze nieuwe wijk zijn er tevens nieuwe waterwegen en infrastructuur aangelegd. De watergang die door het projectgebied loopt, is hier een voorbeeld
van.
De bodem van de betreffende watergang is gelegen op 5,8 m ++NAP. De maaiveldhoogte van dit gebied ten tijden van de Tweede wereldoorlog bedroeg 6,3 m +NAP. Dit betekent dat de sloten tot 0,5 m -mv zijn afgegraven.
3.3.2.9
Herinrichting van de rivier Berkel
In 2013 zijn er binnen het huidige projectgebied werkzaamheden uitgevoerd ten gunste van het verleggen van de rivier Berkel. De verlegging vond plaats in het kader van de herinrichting van het Wijnhofpark. Hierbij is de oude loop gedempt en zijn er nieuwe meanders uitgegraven. Aanwezige elektra is omgelegd en de oude rioolpersleiding en het slibdepot zijn verwijderd. De schone grond uit dit slibdepot is gebruikt voor het dempen van de oude ligging van de Berkel.
Voor de exacte bodemroeringen is aanvullend archiefonderzoek gepleegd. Dit is verwerkt in hoofdstuk 3.4. Hierin zijn ook de ophogingen en afgravingen meegenomen. 3.3.2.10
Vernieuwingen
aan
De N348 bij Zutphen is in het vernieuwd. Deze veranderingen
de
N348
verleden verschillende keren aangepast, omgelegd en hebben een nieuwe verkeerssituatie opgeleverd bij de
kruising van de N348 met de Warnveldseweg - Rijksstraatweg en de kruising N348 - N346. Tijdens de werkzaamheden zijn er twee sloten langs de Rijksstraat aangelegd en de N346. Ook is zijn er nieuwe kruispunten aangelegd.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
De waterbodem van de sloten langs de Rijksstraatweg hebben een gemiddelde hoogte van 6,0 m +NAP. De voormalige maaiveldhoogte, en de omliggende maaiveldhoogte bedraagt 7,0 m +NAP. Dit is een afgraving van 1,0 m -mv. De huidige kruisingen betreffen een VRI-kruising (verkeersregelinstallatie). De volgende tabel laat de standaard verhardingsopbouw zien die wordt gehandhaafd voor een VRI kruising. Laag
Type
te
Combinatie deklaag / Scorepave
Deklaag
Afstrooien met steenslag 1/3 (2,0 kg/m2)
50 mm
AC 16 bind TL -B
40-50 mm
AC 22 bind TL-B
60 mm
Onderlagen
AC 22 bade OL-B
60-90 mm (per laag)
Fundering
Hydraulisch menggranulaat (of
aeijkwaardig)
250 - 400 mm
Zandbed
-
Minimaal 500 mm
Tussenlaag
_
Tabel 3. — Verhardingsopbouw VRI kruispunt.?
Dit betekent dat er ten gunste van uitgevoerd tot minimaal 1,0 m -mv. 3.3.3
deze
kruising
naoorlogse
bodemroeringen
zijn
Huidig gebruik
Binnen het projectgebied wordt een deel van de hoogspanningslijnen in de toekomst ondergronds gebracht (verkabeld). Er worden 3 tracés langs de N348 verkabeld. Hiervan liggen twee tracés ten noorden van het verdeelstation (tussen de Wijnhofstraat en Voorsterallee) en één tracé ten zuiden van het verdeelstation. De totale lengte is ruim 4 km. De maximale ontgravingsdiepte tijdens deze werkzaamheden bedraagt 2,3 m -mv.
3.4
Archiefonderzoek
AVG heeft aanvullend archiefonderzoek gedaan naar de verlegging van de rivier Berkel. Bij Erfgoedcentrum Zutphen is het volgende stuk geraadpleegd: Stadsbibliotheek Zutphen (na 1900). Toegang 0381
Periode
ZAP90 Denkend aan Zutphen.… zie( ik de Berkel stromen : Archeologisch proefsleuvenonderzoek in verband met de aanleg van het Wijnhofpark
Daarnaast is bij Gelders Archief het volgende
stuk geraadpleegd:
Kaartenverzameling Rijksarchief in Gelderland, Toegang 0509 362-0001 Het stroomdal der Berkel:
3 REDDYN, Tracétekening 12-12-2022.
Kenmerk:
144000032-RA-04d
2014
metde overstromingen
g 430, Zutphen - Lochem. Tracé
RTE-260-
Verkabeling Zutphen Update
Periode 1844-1850
150KV Kabels OS Zutphen-Mast 4A d.d.
d Ten gunste van de herinrichting van de rivier Berkel is er destijds voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch onderzoek uitgevoerd. AVG heeft bij Erfgoedcentrum Zutphen het archeologisch rapport kunnen inzien. Hieruit blijkt dat er twee proefsleuven zijn aangelegd. Deze sleuven hebben een minimale diepte gehad van 9,4 meter. Een van deze sleuven is aangebracht nabij een gedocumenteerde inslagkrater. Nabij deze bomkrater is een granaathuls van een luchtdoelkanon 40 mm Bofors gevonden. In het vrije veld is tevens nog een staart van een 3-inch hulzen PAK 40 (7,5 cm) gevonden.
mortiergranaat aangetroffen
en zijn er twee
Aanvullend is gekeken naar de voormalige diepte van de oude ligging van de Berkel. Deze heeft, gebaseerd op rivierkaarten uit het Gelders Archief, gelegen rond de 5,40 m ++NAP. De huidige hoogte bedraagt 6,9 m +NAP. De bodem is daarmee minimaal opgehoogd met 1,5 meter. Hoe diep de huidige ligging van de Berkel ter hoogte van het projectgebied ligt is onbekend. Deze gegevens zijn nog niet verwerkt bij ANH.
Afb. 6 - Kaart. De ligging van de beide proefsleuven en de beide onderzochte bomkraters.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
4
DEFINITIE
PROJECT
In dit hoofdstuk wordt het toekomstig
gebruik van
het onderzoeksgebied
risicoanalyse in
beeld gebracht en geïnventariseerd.
4.1
Toekomstige
werkzaamheden
Ter plaatse van het projectgebied worden grondroerende werkzaamheden uitgevoerd om de aanleg van een nieuwe kabeltracé te verwezenlijken. Hiervoor worden sleuven gegraven, waarbij de maximale ontgravingsdiepte maximaal 2,3 meter minus het maaiveld is. De volgende « «
(mogelijke)
grondroerende
werkzaamheden
worden
hierbij verwacht:
Verwijderen objecten, zoals lantaarnpalen, verkeersborden, hekwerken Graven sleuven t.b.v. (tijdelijk) verwijderen kabels en leidingen
«
Sleuven graven t.b.v. nieuwe tracé tot 2,3 m -mv
«
Tijdelijke werkwegen plaatsvinden
«
HDD-boringen,
en werkstroken,
waarbij
mogelijk graafwerkzaamheden
inclusief in- en uittrede punten tot minimaal
10 m -mv
jderen van objecten
4.1.1
Objecten die zich momenteel
binnen de scope van het nieuwe te realiseren kabeltracé
bevinden dienen te worden verwijderd indien zij bijvoorbeeld: «
In de weg staan ter plaatse van de grondroerende werkzaamheden graven sleuven en putten)
«
Een verstorend effect hebben op mogelijke aanvullend een ferrometalen component bevatten)
4.1.2
Graven
Er worden
van
sleuven
(bijvoorbeeld:
explosievenonderzoek
(als zij
sleuven
gegraven,
enerzijds worden
kabels en leidingen (tijdelijk) moeten worden
bestaande
sleuven
open
gegraven
indien
verwijderd of verlegd, anderzijds worden er
sleuven gegraven ten behoeve van het aanleggen van de kabels van het nieuwe tracé. Deze sleuven worden
aangelegd
4.1.3
en werkstroken
Werkwegen
op een maximale diepte van 2,3 m -mv.
Mogelijk worden er ter plaatse van de werkwegen en werkstroken nog grondroerende werkzaamheden uitgevoerd. Denk hierbij aan het aanbrengen van een tijdelijk cunet (tot ca. 0,3 m -mv). Maar ook andere nader te bepalen, mogelijk onvoorziene, grondroerende werkzaamheden.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
4.1.4
HDD-boringen
Naast het leggen van kabels in nieuw te graven sleuven, worden
te realiseren worden
tracé middels HDD-boringen
gebruikt
aangetast.
om
te zorgen
Er is ter plaatse
van
dat de een
in de bodem
omliggende
HDD-boring
grote delen van het nieuw
aangelegd.
infrastructuur
altijd een
Dergelijke
boringen
niet hoeft te worden
in- en uittredepunt,
waar het
tracé vanaf het maaiveld de diepte ingaat en aan de andere zijde weer boven komt. werkzaamheden
144000032-RA-04d
vinden
plaats op een minimale diepte van
Verkabeling Zutphen Update
10 m -mv.
Deze
d 5
IGU-FACTOREN
ONDERZOEKSGEBIED
De risico's die de opsporing van ontplofbare oorlogsresten met zich meebrengen worden beschreven aan de hand van invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren. Invloedsfactoren zijn alle factoren die van buitenaf tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten kunnen leiden. Ook gevaarsfactoren kunnen tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten leiden en hebben betrekking op het ontplofbare oorlogsrestant zelf. Uitwerkingsfactoren vinden plaats na het in werking treden van ontplofbare oorlogsresten. In dit hoofdstuk worden deze drie categorieën geïnventariseerd en geëvalueerd. De conclusies van dit hoofdstuk zijn verwerkt op twee kaarten. « .
Bijlage 9.11: Bodembelastingkaart met daarop weergegeven gespecificeerd naar risicogebieden invloedsfactoren. Bijlage 9.12: Bodembelastingkaart met daarop weergegeven
het risicogebied het risicogebied
gespecificeerd naar risicogebieden uitwerkingsfactoren.
5.1
Definitie
5.1.1
Identificatie
Binnen
deze RA wordt een onderscheid
invloedsfactoren gemaakt tussen de volgende
e
Beweging
°
Toucheren
°
Trillingen
e
Slag/schok op de ontplofbare oorlogsresten
/ deformeren
e
Brand/temperatuur
°
Barometrische
e
(Statische-) elektriciteit
e e
Akoestische signalen Wijziging van de afwijking van het aardmagnetisch veld
e
Veroudering
5.1.1.1
invloedsfactoren:
druk
Beweging
Met beweging wordt een ongewenste positieverandering van ontplofbare oorlogsresten bedoeld, waardoor een ontstekingsinrichting in werking kan worden gesteld. Het bewegen van ontplofbare oorlogsresten kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door grondverplaatsing, graafwerkzaamheden of contact van de ontplofbare oorlogsresten met een funderingspaal of damwandplank tijdens drukken, intrillen of heien.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
0}
5.1.1.2
Toucheren
/ deformeren
Het toucheren /deformeren van ontplofbare oorlogsresten of ontstekingsinrichting leiden tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten. 5.1.1,3
kan
Trillingen
Het is mogelijk dat een ontstekingsinrichting ongecontroleerd tot uitwerking komt als er werkzaamheden plaatsvinden die zorgen voor een trilling met een frequentie van, of groter
dan, '80
1 m/s2. en
Deze maatstaf is afkomstig
uit een
rapportage die is opgesteld
in de jaren
'90.
Deze rapportage is als richtlijn gaan dienen voor onderzoek naar het effect van grondtrillingen die vrijkomen bij onder andere heiwerkzaamheden op niet gesprongen ontplofbare oorlogsresten (met name blindgangers van afwerpmunitie) uit de Tweede Wereldoorlog. Als uitgangspunt geldt dat de bodem door trillingen met een versnelling die
groter is dan 1 m/s? en een trillingsfrequentie van ca. 15 Hz niet langer zijn samenhang kan
vasthouden.
Het gevolg
is verdichting van de grond,
waardoor objecten die in de bodem
met de verschuivende grond gaan meebewegen
en tot uitwerking zouden
aanwezig
kunnen
zijn
komen.
De vuistregel is dat bij een versnelling van 1 m/s? of groterde bodem tot 10 meter van de werklocatie en tot 3 meter diep door de trillingen gelijk beïnvloed wordt. Daarna neemt de kracht en het effect van de trilling af. De EODD heeft op basis van deze informatie aangegeven dat blindgangers van afwerpmunitie met gevoelige ontstekers (met name ontstekingsinrichtingen met een voorgespannen slagpinveer) bij dergelijke grondtrillingen tot uitwerking zouden kunnen komen. 5.1.1.4
Slag op/stoot op de ontplofbare oorlogsresten
Het toucheren van ontplofbare oorlogsresten kan de ontstekingsinrichting in werking laten treden met een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten als gevolg. Toucheren kan variëren van een simpele aanraking van het object tot grovere beroering, bijvoorbeeld als gevolg van graafwerkzaamheden. 5.
5
Brand/temperatuur
Het is niet toegestaan
ontplofbare
oorlogsresten
aan
brand
en/of extreme
hitte
bloot te
stellen. Om dit te voorkomen dienen ontplofbare oorlogsresten van (directe of indirecte) opwarming door de zon te worden afgewend; het ontstaan van hitte, bijvoorbeeld door wrijving,
te
worden
tegengegaan
en
maatregelen
met
betrekking
tot
algemene
brandpreventie te worden toegepast. 5.1.1.6
Barometrische
druk
Het is mogelijk dat ontstekingsinrichtingen van ontplofbare oorlogsresten een werkingsprincipe hebben op basis van barometrische druk. Middels het principe van hoge en lage luchtdruk kan het voorkomen dat de blokkering van een voorgespannen slagpin door het samendrukken van een balg wordt opgeheven. Als gevolg hiervan kan de explosieketen in werking treden.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
Afb. 7 - Barometrische ontsteker (schema).
5.1.1.7
Blootstelling aan de buitenlucht
Ontplofbare oorlogsresten waarin witte fosfor is opgenomen komt tot ontbranding wanneer de witte fosfor met zuurstof uit de buitenlucht in aanraking komt. Dergelijk contact kan bijvoorbeeld door graaf- of baggerwerkzaamheden worden veroorzaakt. Indien de ontplofbare oorlogsresten van en springstoflading is voorzien kan het contact van de witte fosfor met zuurstof tot een over tientallen meters verspreid. 5.1.1.8
Statische
ongewenste
explosie leiden.
De fosfor wordt vervolgens
elektriciteit
Ontstekingsinrichtingen van ontplofbare oorlogsresten die worden geïnitieerd door middel van een elektrische spanning zijn tevens gevoelig voor statische elektriciteit. De spanning die vrijkomt bij statische elektriciteit kan voldoende zijn om een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten te veroorzaken. 5.1.1,9
Akoestische signalen
Sommige ontplofbare oorlogsresten (b.v. zeemijnen) zijn voorzien van ontstekingsinrichtingen die werken op akoestische (geluid-) signalen. Door het veroorzaken van bepaalde geluiden bestaat er een kans op een ongecontroleerde
uitwerking van ontplofbare oorlogsresten. 5.1.1.10
Wijziging
van
de afwijking
van
het (aard-)magnetisch
veld
Sommige ontplofbare oorlogsresten (b.v. zeemijnen) zijn voorzien van ontstekers die werken op het verstoren van het (aard-)magnetisch veld. Door dit te wijzigen bestaat er een
kans op een ongecontroleerde
51.1.11
uitwerking van
het ontplofbare oorlogsrestant.
Veroudering
Sommige ontplofbare oorlogsresten zijn voorzien van chemische ontstekers, die werken op basis van chemische reacties. Veroudering kan ervoor zorgen dat deze chemische lading
instabiel
wordt,
waardoor
ontplofbare
oorlogsresten
komen.
144000032-RA-04d
Verkabeling Zutphen Update
“spontaan”
tot uitwerking
kunnen
5.1.2
Identificatie gevaarsfactoren
Binnen deze RA wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende gevaarsfactoren: °
(Gevoeligheid
e
Voorgespannen slagpinveer
e
Vertragingsinrichting
e
Pyrotechnische of brandladingen
°
Witte
e e
Veroudering Antistoringsinrichting (valstrik)
°
Wapeningstoestand
5.1.2.1
van-)
Explosieve stoffen
fosfor
(Gevoeligheid
van de ontsteker. van)
Explosieve
stoffen
Springstof is een explosieve stof die berust op de eigenschap, dat zij kan detoneren. Ze heeft altijd een brisante werking (allesvernietigende werking). De mate van brisante werking is geheel afhankelijk van het soort springstof. afhankelijk van de gevoeligheid van de springstof.
Gevoeligheid
wil zeggen:
de neiging tot detonatie.
Hoe gevaarlijk een springstof is, is
Hoe minder gevoelig een springstof is,
hoe gemakkelijker en veiliger een springstof gefabriceerd, verwerkt, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt kan worden, De gevoeligheid, of de beter gezegd de hoeveelheid energie die moet worden toegevoerd om de detonatie te laten beginnen is verschillend.
Voor enkele ontplofbare oorlogsresten (bijvoorbeeld joodstikstof) is de kleinste aanraking genoeg, voor andere zoals nitroglycerine volstaat een kleine stoot of wrijving, voor weer andere ontplofbare oorlogsresten is een flinke mechanische schok, een elektrostatische ontlading, of zelfs een kleine explosie van een ander materiaal nodig. Minder gevoelige springstoffen kunnen in veel gevallen de inslag van geweervuur doorstaan. In het algemeen kan men stellen detonatie worden gebracht. 5.1.2.2
Voorgespannen
dat
bijna
alle
springstoffen
door
middel