CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

984062 - Bijlage 10 (motivering) - Onontplofbare oorlogsresten

Raadsvergadering 23 juni 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijzigingen project verkabeling hoogspanning Zutphen19.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

A\49> HV u AVG Explosieven Opsporing NL .

Verkabeling Risicoanalyse

ontplofbare

OPDRACHTGEVER

: Antea Group

LOCATIE

ONS

PROJECTNR.

: Zutphen

UW

PROJECTNR.

:0476896.100

: 144000032

VERSIE

: 04d

DATUM

: 1-9-2023

° G wouwsonen

° A geponeeen

AVG Explosieven Opsporing Nederland

Veerweg 10, 5171 PW Kaatsheuvel Postbus

T

+31

160, 6590 AD

416

700220

Gennep

Zutphen

oorlogsresten

° e zr0 eo@avg.eu

WWw-avg.eu

KvK 12029421

Q v ranspor BTW-id:

NL801449455801

Betaalrekening: NL24RABO0353306797 G-rekening:

NLAGRABO0991487540

.

Distributieli

= =

Antea Group AVG Explosieven Opsporing

Dit document

is bestemd

Nederland

voor de opdrachtgever.

Opdrachtgever

Antea Group

Rapport

144000032-RA-03d

Naam

Zutphen verkabeling

Versie

04d

Datum

1-9-2023

Vrijgegeven door:

(geanonimiseerd)

Vrijgegeven door:

(geanonimiseerd) _c

Opgesteld door:

(geanonimiseerd) (GIS-coördinator / historicus)

rdinator / senior deskundige 00O)

Afbeelding voorblad.

(geanonimiseerd) °: >° Hoogspanningskabels bij Wamnsvel. oto gemaakt oo

Stentor d.d. 30 april 2021. Rechten

voorbehouden.

De in deze rapportage aanwezige informatie, waaronder de tekst en het kaartmateriaal, is eigendom van AVG. Het is de opdrachtgever toegestaan deze rapportage als één geheel aan derden kenbaarte maken, met het doel waarvoor het is vervaardigd. De verstrekking van afbeeldingen uit de rapportage, of de separaat meegestuurde digitale bijlagen die

hiertoe behoren, is zonder toestemming mogelijke (beeld)rechten.

144000032-RA-04d

van

de auteur niet toegestaan

Verkabeling Zutphen Update

in verband

met

e MANAGEMENTSAMENVATTING Uit de

risicoanalyse

is gebleken

dat

er in sommige

delen

van

het

verdacht

verklaarde

gebied bodemroeringen hebben plaatsgevonden die invloed hebben op de afbakening van de verdachte gebieden. Tevens is uit de risicoanalyse naar voren gekomen dat er in de afbakening in het gemeentebreed vooronderzoek vanwege leemten in kennis, sommige feiten niet zijn meegenomen in de afbakening. Deze feiten zijn, in overleg met de opdrachtgever, door AVG meegenomen in een nieuwe bodembelastingkaart.

De

volgende

conclusies

en

adviezen

kunnen

worden

getrokken

op

basis

van

de

risicoanalyse:

=

= =

Het gebied dat verdacht is op afwerpmunitie is vergroot n.a.v. nieuwe feiten door AVG opgenomen in de bodembelastingkaart. De nieuwe afbakening is weergegeven in de Bodembelastingkaart van AVG (bijlage 9.3). Alle werkzaamheden in niet verdacht gebied kunnen onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd. In deelgebied zuid (zie bijlage 9.7 voor de deelgebieden) vallen de bodemroeringen buiten verdacht gebied. Hier kan onder reguliere omstandigheden ontgraven worden.

=

In deelgebied midden, ter hoogte van de Wijnhofstraat, kunnen (tot een diepte van 2,3 m -mv) onder reguliere omstandigheden De grond is hier met 3,0 meter opgehoogd.

=

In de verdachte gebieden waar naoorlogse bodemroeringen zijn uitgevoerd, kan er tot de aangegeven diepte (zie bijlage 9.14) onder reguliere omstandigheden worden ontgraven. Vanaf de naoorlogs ongeroerde laag in de verdachte gebieden, dient er oppervlaktedetectie plaats te vinden.

=

In de verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden dient, ter hoogte van de open ontgravingen, oppervlaktedetectie plaats te vinden, daar de uit te voeren werkzaamheden ter hoogte van de open ontgravingen niet dieper gaan

=

de werkzaamheden worden uitgevoerd.

dan 2,3 m -mv. Met oppervlakte detectie kan er tot 4,5 m -mv gemeten worden. In de op afwerpmunitie verdachte gebieden waar geen naoorlogse veranderingen hebben plaatsgevonden en waar de in- en uittredepunten van de HDD-boringen worden aangebracht, dient dieptedetectie plaats te vinden. De verticale afbakening van het op

afwerpmunitie verdachte gebied ligt tussen mv W.O.II t/m de 10 MPa laag. De 10 MPa laag ligt, afgaande op nabije sonderingen, gemiddeld op 10,3 m -mv (het maaiveld varieert van 7,3 meter +NAP ter hoogte van de Wijnhofstraat tot 9,0 meter +NAP ter hoogte van de Kleine Omlegging en 9,6 meter +NAP ter hoogte van de

=

=

Warsneldseweg). De betreffende werkzaamheden zullen zeker tot een diepte van 10 m -mv worden uitgevoerd. De HDD-boringen zullen voor een deel dieper dan 10 m -mv komen te liggen. Delen onder de 10 MPa laag (gemiddeld 10,3 m -mv) zullen in onverdacht gebied komen te liggen. De exacte diepte van de 10 MPa laag dient te worden onderzocht doormiddel van

sonderingen ter plaatse. HDD-boringen die onder de verdachte 10 MPa uitgevoerd, kunnen onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

laag worden

=

Er kan voor gekozen worden om bepaalde ontgravingen niet dieper uit te voeren dan de naoorlogs geroerde bodem. Als er enkel in naoorlogs geroerde bodem wordt gegraven, kunnen de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden worden uitgevoerd.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

INHOUD MANAGEMENTSAMENVATTING 1

INLEIDING

….

3

…

“9

1.1

Aanleiding …

.9

1.2

Doelstelling van

1.3

Vaststellen projectlocatie..

1.4

Relevante

1.5

Uitgangspunten

1.6

Gebiedsbenamingen

1.7

Personele deskundigheid

1.8

Leeswijzer.

2

ANALYSE

de risicoanalyse

.9

wet- en regelgeving… RA..

UITGEVOERD

risicoanalyse

VOORONDERZOEK

2.1

Gemeentebreed

2.2

Aanvullingen AVG..

2.3

Soort en verschijningsvorm …

vooronderzoek Zutphen …

2.3.1

Bombardement

2.3.2

Militaire

2.3.3

Mijnenveld/mijnen verdachte gebied

2.4

Aantallen ontplofbare oorlogsresten…

2.5

Horizontale en verticale afbakening

door jachtbommenwerpers.….

infrastructuur

…

2.5.1

Bombardement

2.5.2

Militaire

2.5.3

Mijnenveld/mijnen verdachte gebieden …

3

door jachtbommenwerpers...

infrastructuur

OMGEVINGSSCHETS

ONDERZOEKSGEBIED…

3.1

Inleiding…

3.2

Locatiespecifieke omstandigheden …

3.2.1

Kwetsbare objecten en plaatsen…

3.2.2

Omgevingsfactoren

3.2.3

Grondwaterpeil

3.2.4

Bodemverontreiniging…

3.2.5

Ecologisch advies …

3.2.6

Archeologische

144000032-RA-04d

….

….

en (water)bodemsoort…

vondsten

en rijksmonumenten

Verkabeling Zutphen Update

….

3.2.7

Maaiveld

3.2.8

Sonderingen

3.3

en NAP-hoogten….

…23

en de maximale

Relevante ontwikkelingen

indringingsdiepte…

in de na-conflict periode ….

3.3.1

Luchtfoto’s en overig kaartmateriaal

3.3.2

Na-conflict periode

3.3.3

Huidig gebruik

27

3.4

Archiefonderzoek

27

4

DEFINITIE

41

PROJECT...

Toekomstige

werkzaamheden

4.1.1

Verwijderen van objecten…

4.1.2

Graven

4.1.3

Werkwegen

4.1.4

HDD-boringen….

5

van

sleuven….

en werkstroken…

IGU-FACTOREN 5.1

…

ONDERZOEKSGEBIED

Definitie.

31

5.1.1

Identificatie

5.1.2

Identificatie gevaarsfactoren

5.1.3

Identificatie uitwerkingsfactoren

5.2

invloedsfactoren .

Invloedsfactoren

5.2.2

Gevaarsfactoren…

5.2.3

Uitwerkingsfactoren …. BEOORDELING Leemten

6.2

Risico beoordeling …

in kennis…

6.2.1

Beoordeling

I

6.2.2

Beoordeling

I.….

6.2.3

Beoordeling I.. CONCLUSIE

7.1

Inleiding

7.2

Conclusie

7.2.1

….

RISICO'S

6.1

7

.31

IGU-factoren t.p.v. het onderzoeksgebied

5.2.1

6

EN

ADVIES

…

…

Analyse vooronderzoek ….

144000032-RA-04d

.31

Verkabeling Zutphen Update

7.2.2

Omgevingsschets…

7.2.3

Contra-indicaties en de na-conflict periode ….

7.2.4

Toekomstig

7.2.5

Invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren

7.2.6

Beoordeling

project..

risico's.

7.3

Advies

7.4

Uitvoering in stappen

7.5

Leemten

8

.52

.

53

.54

in kennis .

OPSPORING... 8.1

Doel

…

8.2

Bevoegd gezag

8.3

Detectie

…

8.3.1

Oppervlakte detectie…

8.3.2

Diepte detectie

8.4

Interpretatie meetgegevens.…

8.5

Benaderen verdachte objecten

8.6

Verstoord

8.7

Veiligstellen van

8.8

Proces-verbaal

9

….

gebied… ontplofbare oorlogsresten . van oplevering

BIJLAGEN

9.1

Huidige situatie onderzoeksgebied…

9.2

Bodembelastingkaart gemeentebreed

9.3

Gecorrigeerde

9.4

Uit te voeren

bodembelastingkaart. werkzaamheden…

9.5 Archeologische vondsten projectgebied

en aanwezige

9.6

Sonderingen.

9.7

Deelgebieden

9.8

Naoorlogse veranderingen…

9.9

Kabels en leidingen

9.10

Naoorlogse

9.11

Invloedsfactoren

9.12

Uitwerkingsfactoren …

144000032-RA-04d

vooronderzoek gemeente Zutphen ……

rijksmonumenten

…

grondroeringen …

Verkabeling Zutphen Update

binnen het

62

owowvwwowo

13

Verwachtingskaart…

…87

‚14

Bodembelastingkaart

.15

_

.16

_ Bronnenlijst en geraadpleegde instanties

risicoanalyse ….

Detectiekaart

,16.1

Archieven

,16.2

Literatuur en rapporten.

16.3

_ Websites

,17

Certificaat

144000032-RA-04d

en

instanties . 93 93

.

Verkabeling Zutphen Update

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

AVG Explosieven Opsporing Nederland (hierna: AVG) heeft in opdracht van Antea Group een risicoanalyse uitgevoerd ter plaatse van de locatie Zutphen verkabeling’. (zie de kaart van

de

huidige

situatie

in

bijlage

9.1).

Aanleiding

voor

deze

risicoanalyse

is

het

gemeentebrede vooronderzoek van ExploVision uit 2015. Hieruit blijkt dat de projectlocatie gedeeltelijk verdacht is op de mogelijke aanwezigheid

van ontplofbare oorlogsresten.

Deze rapportage betreft een update van de risicoanalyse. Deze update werd noodzakelijk geacht, omdat er sprake was van een tracéwijziging, waarbij tevens de omgeving van de tennisbanen

aan

de Lage Weide dienden te worden

onderzocht.

Ter hoogte van de projectlocatie gaat TenneT (Qirion) drie bovengrondse verbindingen ondergronds brengen. Het tracé wordt aangelegd door middel van sleufloze technieken, HDD

boringen en open

1.2

ontgravingen.

Doelstelling van de risicoanalyse

Deze risicoanalyse (hierna: RA) heeft als doel het bepalen van de risico’s die mogelijk ontstaan wanneer bij toekomstige werkzaamheden in op ontplofbare oorlogsresten verdachte bodem wordt gewerkt, alsmede het uitsluiten van verdachte gebieden op basis van

contra-indicaties.

Uit

het

verdacht

gemeentebrede

is op afwerpmunitie,

granaatwerpers,

mijnen.

vooronderzoek

In

geschutmunitie,

dat

hand-

het

projectgebied

en geweergranaten,

klein kaliber munitie, ontstekingsinrichtingen, toebehoren

bijlage

vooronderzoek.

is gebleken

9.2

is

dit

weergegeven

op

De analyse van het vooronderzoek

de

gedeeltelijk

munitie

bodembelastingkaart

staat omschreven

voor

van munitie en

van

het

in hoofdstuk 2.

Indien één of meerdere ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn achtergebleven, vormt dat een risico in de uitvoeringsfase van het project. De kans dat ontplofbare oorlogsresten ongecontroleerd tot detonatie komt door effecten die kunnen optreden bij werkzaamheden is gering. Het effect is echter in de meeste gevallen groot. Achtergebleven ontplofbare oorlogsresten vormen

e

een

risico voor:

De openbare veiligheid

°

Het betrokken

°

Bestaande

personeel

(Arbo-veiligheid)

infrastructuur

Daarnaast verhoogt

het aantreffen

van

ontplofbare

oorlogsresten

kostenverhogingen

door stagnatie van werkzaamheden.

In

wij

deze

RA

willen

omschrijven waarmee mogelijk kunnen

144000032-RA-04d

de

meest

pragmatische

en

efficiënte

de kans op onrust en

manier

van

de risico's die met ontplofbare oorlogsresten gepaard

worden

beperkt.

Verkabeling Zutphen Update

onderzoek

gaan zo veel

1.3

Vaststellen

projectlocatie

Het projectgebied is gelegen dwars door Zutphen en loopt vanaf de wijk Noordveen, ongeveer ter hoogte van het Oostveensepad, naar de wijk Leesten, ongeveer ter hoogte van de Leestense Rondweg (N314). In

bijlage

9.4

staat

het

ontwerp

weergegeven

(d.d.

04-2023)

van

de

uit

te

voeren

werkzaamheden.

1.4

Relevante

wet- en regelgeving

De Arbeidsomstandighedenwet

(Arbo-wet)

is een

Nederlandse

werkgevers en werknemers om de gezondheid, de werknemers en zelfstandige ondernemers te bevorderen. veroorzaakt

door

het

werk

te

voorkomen.

De

Arbowet

wet die regels

bevat voor

veiligheid en het welzijn van Doel is om ongevallen en ziekten betekent

dat

hierin geen concrete regels staan, maar algemene bepalingen en richtlijnen over arbeidsomstandighedenbeleid (arbobeleid). Arbo-wetgeving valt uiteen in vier delen:

het

«

De Arbeidsomstandighedenwet

« « °

Het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit) De Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling) De Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving

is een

kaderwet.

Dat

(Arbobeleidsregels)

De belangrijkste regelgeving met betrekking tot het opsporen van OO volgt uit artikel 4.10 van het Arbobesluit (Staatsblad 2006, nummer 142, de wijziging op het Staatsblad 2019 nummer 471 d.d. 28 november 2019 en Staatsblad 2020 nr. 58198). Hierin staat omschreven dat bedrijven die werkzaamheden samenhangende met het opsporen van

ontplofbare oorlogsresten verrichten, in het bezit van een procescertificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dienen te zijn. Dit besluit is met ingang van 31 december 2006 (Staatsblad 2006, nummer 715) in werking getreden. Vanaf 1 januari 2021 is het WSCS-OCE vervangen door het Certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-000). Voor vooronderzoeken en risicoanalyses is sinds februari 2021 een separaat (vrijwillig) certíficatieschema opgesteld: het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (CS-VROO). van de nieuwe regelgeving is drieledig. Het dient te bewerkstelligen dat:

« «

.

Risicovolle werkzaamheden

De

doelstelling

voldoende veilig voor het eigen personeel en derden

aanwezig op het project worden uitgevoerd Risicovolle werkzaamheden zodanig en met die deskundigheid worden uitgevoerd dat omwonenden veilig zijn en dat de openbare orde en publieke veiligheid worden gewaarborgd

Het vooronderzoek en/of de opsporing volgens de gegunde opdracht wordt/worden uitgevoerd

144000032-RA-04d

en opgeleverd

(vast te leggen

in een proces-verbaal

Verkabeling Zutphen Update

van oplevering)

e In het CS-000 worden aan het opsporen van ontplofbare oorlogsresten eisen gesteld. Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten omvat het geheel van organisatie en uitvoering binnen het opsporingsgebied van: °

Detecteren,

. «

Laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede ontplofbare oorlogsresten Tijdelijk veiligstellen van de situatie

*

De

«

Proces-verbaal

1.5

lokaliseren en interpreteren

overdracht

aan

de

EODD

van oplevering

Uitgangspunten

Deze RA heeft de volgende

RA

uitgangspunten:

.

Er vindt een analyse van eerder uitgevoerde vooronderzoeken vastgestelde onderzoeksgebied risicoanalyse plaats.

met betrekking tot het

«

Aan de hand van deze analyse wordt de horizontale en verticale afbakening van het onderzoeksgebied risicoanalyse (indien mogelijk) nader verfijnd aan de hand van contra-indicaties.

«

De verdachte gebieden worden in verticale zin afgebakend, waarbij onder andere aandacht aan de maximale indringingsdiepte van ontplofbare oorlogsresten wordt besteed. Dit wordt gedaan met behulp van de verkregen sonderingsgegevens en de onlangs uitgebrachte (concept)rekenmethode.

«

De geplande

civieltechnische werkzaamheden

worden

geïnventariseerd

en

beoordeeld.

«

Recente satellietbeelden,

luchtfoto’s en de GBKN

van de projectlocatie worden

met

luchtfoto's uit de Tweede Wereldoorlog vergeleken om goed zicht te krijgen op naoorlogse

. . «

bodemingrepen.

Er wordt op de risico’s van de vermoedelijke ontplofbare oorlogsresten in relatie tot het toekomstige gebruik van de locatie ingegaan. Er wordt een advies met betrekking tot de noodzaak om wel/niet over te gaan op de opsporing van ontplofbare oorlogsresten uitgebracht. Indien er noodzaak is om tot het uitvoeren van opsporingswerkzaamheden over te gaan, wordt een advies gegeven over welke opsporingsmethode voor de omschreven

werkzaamheden

1.6

als meest doeltreffend wordt gezien.

Gebiedsbenamingen

Binnen deze RA wordt van verschillende gebiedsbenamingen de volgende benamingen: °

°

.

gebruik gemaakt.

Het betreft

Onderzoeksgebied: het gebied dat is gehanteerd in het vooronderzoek. Het onderzoeksgebied omvat in de regel een groter gebied dan het uiteindelijke civieltechnische werkgebied. Projectgebied: het gebied dat is gehanteerd in de risicoanalyse. Dit is het gebied waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden.

Het op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebied: vooronderzoek naar voren is gekomen

144000032-RA-04d

het gebied dat uit het

als verdacht op ontplofbare oorlogsresten.

Verkabeling Zutphen Update

e Binnen het op ontplofbare oorlogsresten verdachte gebied dient vooraf aan grondroerende werkzaamheden een onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten plaats te vinden.

1.7

Personele deskundigheid

risicoanalyse

De risicoanalyse vereist een multidisciplinaire aanpak. Hierbij is personeel (of zijn derden) betrokken die deskundige zijn op het gebied van meerdere expertises. Voor de risicoanalyse dient één, of dienen meerdere, deskundige(n) betrokken te zijn die tenminste beschikken over de volgende expertises: deskundigheid op het gebied van ontplofbare oorlogsresten, deskundigheid op het gebied van de civiele techniek, deskundigheid op het gebied van risicoanalyse en deskundigheid op het gebied van geografische informatiesystemen (GIS). In de onderstaande tabel staat weergegeven wie er bij deze risicoanalyse betrokken zijn en op welk gebied zij deskundige zijn. Deskundigheid

ontplofbare

ivi

Wouter van

den Brandhof

‘ Gijs den Braven Menno Abee Jef ry van den Bout 1.8 «

x x

Risicoanalyse

rnformatiesystemen

x

x

x x x

x x x

|

oorlogsresten

‘ ‘ ‘

Geografische

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een analyse van een eerder uitgevoerd vooronderzoek. Er wordt nagegaan of dit vooronderzoek aan de eisen conform paragraaf 6.5 van de CS-VROO voldoet.

«

°

In hoofdstuk 3 wordt een omgevingsschets van het onderzoeksgebied risicoanalyse weergegeven.

van de

De definitie van het project, met daarin de identificatie van het toekomstige gebruik van

de

locatie wordt

in hoofdstuk

4 behandeld.

« «

In hoofdstuk 5 worden de invloeds-, gevaar- en uitwerkingsfactoren besproken. Hoofdstuk 6 voorziet in een overzicht van de vijf verschillende conclusies, inclusief

« «

argumentatie. De rapportage van de bevindingen is in hoofdstuk 7 terug te vinden. In hoofdstuk 8 worden de vervolgstappen met betrekking tot opsporing ontplofbare oorlogsresten besproken.

*

De bijlagen deze

RA

inclusief drie Risicoanalyse

Bodembelastingkaarten

af.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

van

in hoofdstuk

9 sluiten

0}

d 2

2.1 AVG

ANALYSE

UITGEVOERD

Gemeentebreed heeft

navraag

vooronderzoek.

gedaan

VOORONDERZOEK

vooronderzoek Zutphen

bij de

gemeente

Dit gemeentebreed

Zutphen

vooronderzoek,

betreffende

opgesteld

het

gemeentebreed

door

ExploVision

dient als basis voor deze RA. Dit onderzoek is niet opgesteld conform

WSCS-OCE.

in 2015,

AVG heeft vanuit de gemeente enkel uitsneden van de bodembelastingkaart ontvangen. De volledige rapportage en/of bodembelastingkaart wordt niet door de gemeente verstrekt aan

derden.

Derhalve

bodembelastingkaart

heeft

AVG

onderzocht.

enkel

de

uitkomsten

Controle

van

onderliggende

op

de

uitsnede

bronnen

van

de

is daarom

niet

mogelijk geweest.

In bijlage 9.2 is de projectlocatie geprojecteerd op de Bodembelastingkaart van het gemeentebreed vooronderzoek,

ontplofbare oorlogsresten zodat te zien is waar de op

ontplofbare oorlogsresten verdachte gebieden zich bevinden. Hieruit blijkt dat het projectgebied gedeeltelijk verdacht is verklaard op afwerpmunitie, geschutmunitie, handen geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, klein kaliber munitie, ontstekingsinrichtingen, toebehoren van munitie en mijnen.

2.2 AVG

Aanvullingen

AVG

heeft tijdens het uitvoeren van deze Risicoanalyse vastgesteld dat er op luchtfoto's in

het bezit van AVG verschillende kraters te zien zijn die, bij afbakening, niet overeenkomen met de bodembelastingkaart uit het gemeentebreed vooronderzoek Zutphen. Deze kraters zijn in het verleden vastgesteld tijdens een luchtfotoanalyse ten behoeve van de uitvoering van

het rapport:

Onderstation

Zutphen

d.d. 1-7-2021.

Projectnummer:

2162017.

AVG heeft in overleg met de opdrachtgever besloten om de bevindingen van AVG mee te nemen in de afbakening van de verdachte gebieden. Naast het anders afbakenen van het op afwerpmunitie verdachte gebied heeft AVG ook de afbakening van de geschutsopstellingen aangepast. Ten tijde van het WSCS-OCE werd er een afbakening van 25 meter rondom de locatie van de geschutsopstellingen aangehouden als verdacht gebied. Tegenwoordig hanteert AVG enkel de contouren van de geschutsopstelling zelf als verdacht

gebied. Daaraan wordt de afwijking opgeteld die is ontstaan tijdens het positioneren van de luchtfoto waarop de geschutsopstellingen zijn waargenomen. AVG heeft een gecorrigeerde bodembelastingkaart opgesteld. Hierop zijn de bevindingen uit het gemeentebreed vooronderzoek en de bevindingen van AVG samengebracht. Deze kaart is weergegeven in bijlage 9.3.

2.3 De

Soort en verschijningsvorm resultaten

bevindingen

van

het

door

Explovision

uitgevoerde

vooronderzoek

en

van AVG zijn in de hierop volgende paragraaf weergegeven.

in deze paragraaf welke soort(en) ontplofbare oorlogsresten in de bodem zijn en in welke vorm zij kunnen worden aangetroffen.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

de

aanvullende

Daarnaast staat aanwezig

kunnen

2.3.1

[]

Bombardement

door jachtbommenwerpers

De afworp van geallieerde vliegtuigbommen met een gewicht van (vermoedelijk) 250 1b./500 Ib. Er was sprake van tactische duikbombardementen

Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet door AVG worden achterhaald op basis van de ontvangen gegevens uit het gemeentebreed vooronderzoek. Gezien de aard van de tactische luchtaanvallen (ondersteuning

grondtroepen) is het aannemelijk dat er impact ontstekers (ook wel bekend als direct werkende ontstekers) zijn gebruikt, aangezien vliegtuigbommen met een chemische lange tijdsvertraging ontsteker een gevaar zouden vormen voor de eigen grondtroepen. Direct werkende ontstekers werden ingezet bij doelen waar een directe uitwerking van het explosief noodzakelijk is (bijvoorbeeld een aanval op een spoorbrug, gebouwen, bewegende doelen zoals vaar- en voertuigen etc.). Dit scenario is echter een aanname die niet wetenschappelijk valt te onderbouwen zonder extra archiefonderzoek. AVG acht zich daarom niet aansprakelijk als op basis van deze

scenariovorming vervolgwerkzaamheden De

volgende

soorten

gevechtshandelingen

Soort explosief Afwerpmunitie 2.3.2

Militaire

ontplofbare

wordt uitgevoerd.

oorlogsresten

mogelijk in de bodem

Nationaliteit Geallieerd

zijn

+

als gevolg

van

de

bovengenoemde

aanwezig?:

250 Ib., 500 Ib.

Verschijningsvorm Afgeworpen

infrastructuur

De volgende hoofdsoorten ontplofbare oorlogsresten zijn mogelijk ter plaatse van de (voormalige luchtafweer)stellingen en/of het verdedigingswerk in het onderzoeksgebied aanwezig: soort explosief

i

Type / kaliber

Verschijningsvorm

Handgranaten

Duits

steelhandgranaten,

B

Gedumpt/achtergelaten

Geweergranaten

Duits

Geweergranaten No. 30

Gedumpt/achtergelaten

| Klein kaliber munitie (KKM) _ Duits

9 mm, 792 mm

Gedumpt/achtergelaten

Geschutgranaten

2emsem 75m 8Bm 105 _ gedumpt/achtergelaten

!

Duits

Ontstekingsinrichtingen | Duits

Diversen

Gedumpt/achtergelaten

e

Panzerfaust

Gedumpt/achtergelaten

Munitie voor

s

Duits ij

* De explosievenbranchevereniging EVN en opdrachtgevers als RWS hechten er waarde aan dat op basis van beschikbare kennis en praktijkervaring een uitspraak over het type ontstekers wordt gedaan. Daarom is er een Afwegingskader trillingen in afwerpmunitie verdacht gebied (versie april 2019) opgesteld door praktijkdeskundigen onder de EVN-leden. In dit afwegingskader wordt aan het onderzoeksbureau gevraagd om

een aannemelijk scenario vast te stellen als er geen specifieke informatie beschikbaar is over het gebruikte type ontsteker. Aan deze voorwaarde

is met de voorgaande

tekst voldaan.

? Gegevens betreffende het type ontstekingsinrichtingen, alsmede het aantal, konden niet worden achterhaald op basis van de geanalyseerde

144000032-RA-04d

bronnen.

Verkabeling Zutphen Update

Soort explosief

Nationaliteit

Munitie voor granaatwerpers

Type / kaliber

Duits

8 cm raket, 8,8 cm ("Püppchen”), 8,8 cm Panzerschreck Gedumpt/achtergelaten

Toebehorenvan munitie | Duits 2.3.3

Verpakkingen

Mijnenveld/mijnen

De volgende (voormalige) aanwezig:

verdachte gebied

hoofdsoorten ontplofbare oorlogsresten zijn mogelijk ter plaatse van de mijnenvelden/op landmijnen verdachte gebieden in het onderzoeksgebied

Soort explosief

Nationaliteit

Landmijnen

Duits

| Landmijnen / boobytraps

| Brits

2.4

Gedumpt/achtergelaten

Aantallen

Schümijnen

Biegelmijnen, Telrmijnen,

Gedumpt/achtergelaten

Hawkins mijnen, boobytraps

Gedumpt/achtergelaten

ontplofbare oorlogsresten

De volgende aantallen ontplofbare oorlogsresten kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. E.e.a. is gebaseerd op een inschatting van AVG, omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Soort explosief

Aantal mogelijk

aan te treffen ©

Afwerpmunitie | Geschutmunitie | Ontstekingsinrichtingen | Klin kaliber munitie Handgranaten | Geweergranaten Landmijnen Munitie voor granaatwerpers

Eén U/m enkele Eén /m enkele Eén U/m enkele Tientallen i/m honderden Eén U/m enkele Eén U/m enkele Eén U/m enkele Eén U/m enkele

| Toebehoren van munitie

Eén Um enkele

2.5

Horizontale en verticale afbakening

Er is vanuit de gemeente Zutphen geen informatie aan AVG beschikbaar gesteld betreffende de afbakenmethoden die zijn gebruikt in het gemeentebreed vooronderzoek. AVG kan derhalve geen bindende uitspraken doen over de horizontale en verticale

afbakeningen uit het gemeentebreed vooronderzoek. De afbakeningen opgesteld door AVG zullen om deze reden als uitgangspunt worden

2.5.1

Bombardement

gebruikt.

door jachtbommenwerpers

Een jachtbommenwerper is een jachtvliegtuig dat is aangepast om tactische bombardementen uit te kunnen voeren. Een tactisch bombardement is met name gericht op vijandelijke troepen, aanvoerlijnen en commandocentra in de onmiddellijke nabijheid

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

d van

het

front

of

jachtbommenwerpers

het

vijandelijke

mee

konden

achterland. voeren

De

was

zeer

bommenladingen

die

deze

beperkt.

van

een

De

inzet

jachtbommenwerper was hoofdzakelijk gericht op gelegenheidsdoelen die zich tijdens de vlucht zelf presenteerden. Maar het gebeurde ook dat jachtbommenwerpers met een omschreven

opdracht op pad werden

Spitfires en Typhoons

zijn op

gestuurd.

Nederlands

grondgebied

door de geallieerden

het vaakst

ingezet als jachtbommenwerpers. De afbakeningsmethode is gebaseerd op het uitgevoerde onderzoek zoals beschreven in bijlage CS-VROO-02.B02.02 en vormt een leidraad om luchtaanvallen van deze toestellen op een gefundeerde en herleidbare wijze te analyseren en een verwachtingsgebied af te bakenen. Conform

=

bijlage CS-VROO-02.B02.02

is de volgende afbakening

toegepast:

Er was sprake van een Spitfire met een mogelijke bommenlast van één 500 ponder en twee 250 ponders.

De bomkraters zijn afgebakend

met een straal van 87 meter +

8 meter in verband met de ondergrondse horizontale verplaatsing + 5 meter in verband met afwijkingen als gevolg van het georefereren van de luchtfoto Afwerpmunitie

van

250

en

500

Ib.

kan

in de

vastgestelde

verdachte

gebieden

worden

aangetroffen tot een maximale conusweerstand van 10 MPa met een minimale laagdikte van 1 meter. Uit de resultaten van reeds uitgevoerde sonderingen opgevraagd bij DINOloket (zie hoofdstuk 3.2.8) blijkt dat de gemiddelde diepte van de 10 MPa laag op 10,3 meter -mv ligt. Ten opzichte van het NAP komt dit neer op ca. 2,6 meter -NAP ter hoogte van de Wijnhofstraat tot 0,8 meter -NAP ter hoogte van de Warnsveldseweg. De exacte indringingsdiepte kan voorafgaand aan de uitvoeringsfase van een project met behulp van aanvullende sonderen in het projectgebied worden bepaald. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De maaiveldhoogte tijdens de Tweede Wereldoorlog lag op 7 m +NAP. Dit is gelijk aan de huidige maaiveldhoogte. 2.5.2

De

Militaire

aanwezigheid

infrastructuur

van

verdedigingswerken,

leiden tot verwachtingsgebieden. Bij deze zijn geweest of zijn opgeslagen. Deze achtergebleven dan wel gedumpt. =

stellingen militaire munitie

en

de

bijbehorende

objecten

kan

infrastructuur kan munitie aanwezig kan in de directe nabijheid zijn

Geschutopstelling: conform de originele afbakening uit het gemeentebreed vooronderzoek werd een gebied van 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling afgebakend op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare

oorlogsresten gebied

binnen

+

5 meter de

luchtfotoafwijking.

contouren

van

de

AVG

waargenomen

hanteert

tegenwoordig

geschutsopstelling

alleen

als

het

verdacht

gebied. De marge van 5 meter voor de luchtfotoafwijking wordt daaraan toegevoegd. De ondergrens van de op gedumpte

munitie verdachte gebieden

is de toenmalige

bodem

van het militaire object in de Tweede Wereldoorlog. De maximale diepte waarop ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen is naar onze inschatting 2 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De op gedumpte munitie verdachte

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

d gebieden zijn afgebakend op basis van waargenomen

sporen op luchtfoto's uit de Tweede

Wereldoorlog.

2.5.3

Mijnenveld/mijnen

verdachte gebieden

Een mijnenveld is een al dan niet afgebakend stuk grond waar landmijnen zijn geplaatst. Van een geregistreerd mijnenveld werden legrapporten opgemaakt die informatie bevatten met betrekking tot aantallen, legpatronen en type mijn. Daarnaast waren er nog gebieden waarvan het vermoeden bestond dat er landmijnen waren gelegd, dit noemen we ‘op

mijnen verdachte gebieden’. In de regel zijn alle mijnenvelden geruimd. Hiervan zijn ruimrapporten beschikbaar.

in en na conflictperiode

Landmijnen kunnen op maximaal 0,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog is de bovengrens van het verdachte gebied. Het maaiveld is niet noemenswaardig veranderd sinds de Tweede

144000032-RA-04d

Wereldoorlog.

Verkabeling Zutphen Update

0}

d 3

OMGEVINGSSCHETS

3.1

Inleiding

In

hoofdstuk

dit

besproken.

worden

de

Hierbij worden

voor

de

de volgende

ONDERZOEKSGEBIED

RA

relevante

onderwerpen

locatie

specifieke

omstandigheden

behandeld:

«

Aanwezigheid

van ondergrondse en bovengrondse

kwetsbare infrastructuur;

« ° «

Omgevingsfactoren die een detectieonderzoek kunnen verstoren of hinderen; Grondwaterpeil en (water)bodemsoort, en in geval van waterbodem de waterdiepte; Beschikbare informatie over bodemverontreiniging en te verwachten archeologische vondsten.

In de volgende paragraaf worden bovenstaande onderwerpen met betrekking tot het onderzoeksgebied risicoanalyse nader toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op eventuele relevante ontwikkelingen binnen het onderzoeksgebied risicoanalyse gedurende de naconflict periode.

3.2

Locatiespecifieke omstandigheden

3.2.1

Kwetsbare objecten en plaatsen

Infrastructuur betreft de voorzieningen die nodig zijn om een samenleving in de brede zin van het woord, zoals op landelijk of lokaal niveau, bedrijven en instellingen, goed te kunnen laten functioneren. Het gaat hierbij om boven- en ondergronds verbindingen, op land en in de lucht. In het geval van kwetsbare infrastructuur moet met name worden gedacht aan wegen, bekabeling voor verschillende doeleinden, riolering en drinkwaterleidingen. Deze infrastructuur kan een grote invloed hebben op de uitvoering van detectieonderzoek en de resultaten

die daaraan

worden

verbonden.

Binnen een verdacht gebied grondroerende werkzaamheden

waar naoorlogse leidingen zijn gesitueerd en waar gaan plaatsvinden is het van belang om te weten wat voor

soort ondergrondse kwetsbare infrastructuur aldaar aanwezig is. Aan de hand van deze informatie kan worden ingeschat hoe groot de uitgegraven sleuf is rondom de leidingen en in welke mate de leidingen op detectiewerkzaamheden van invloed zijn. Dit laatste heeft te maken met het verstorend magnetisch moment van de ijzerhoudende leidingen. Na het uitvoeren van een KLIC-melding

is bekend geworden dat er in de bodem

van het onderzoeksgebied van de risicoanalyse bekabeling aanwezig « .

Gemeente Zutphen: riolering Ziggo: datatransport

«

Reggefiber Operatior: datatransport

« °

KPN: datatransport Eurofiber Nederland: datatransport T-Mobile: datatransport

.

Trent Infrastructuur:

.

Alliander Telecom:

144000032-RA-04d

datatransport

datatransport

Verkabeling Zutphen Update

is:

ter plaatse

d Relined: datatransport Vitens: waterleidingen Liander

N.V.

Provincie

Pac:

elektriciteit

Gelderland:

ProRail:

electriciteit

e

TenneT:

elektriciteit

«

Waterschap

elektriciteit

Rijn en IJssel: overige kabels en leidingen

Tijdens toekomstige bodemingrepen dient op voorzichtige wijze met dergelijke kwetsbare infrastructuur te worden omgegaan. Verkeerd ingrijpen kan grote schade aanrichten, zowel lichamelijk als materieel, met alle gevolgen van dien. AVG gaat ervan uit dat deze kabels en leidingen zijn aangelegd in een sleuf van maximaal 60 centimeter diep en 30 centimeter

breed. Uitzondering hierop is de riolering. Deze wordt aan de hand van verkregen informatie ingetekend op daadwerkelijke diepte op het bovenaanzicht en de beschikbare dwarsprofielen. De sleuven zijn meegenomen als onverdacht gebied op de Bodembelastingkaart Risicoanalyse. 3.2.2

Omgevingsfactoren

Omgevingsfactoren zijn potentieel risicovolle objecten of situaties en kunnen een detectieonderzoek verstoren of verhinderen. Een analyse van het projectgebied heeft aangetoond dat dergelijke omgevingsfactoren ter hoogte van de verdacht verklaarde gebieden aanwezig zijn. Het betreft hier rijen bomen, bebouwing en infrastructuur. Voordat met detectiewerkzaamheden kan worden aangevangen, is het noodzakelijk dat er opruimwerkzaamheden plaatsvinden. De kabels en/of leidingen die zich onder de grond bevinden kunnen het detectieonderzoek verstoren, mits de kabels en/of leidingen ijzerhoudend materiaal bevatten. Datzelfde geldt voor objecten op het maaiveld. Denk daarbij aan bijvoorbeeld: hekwerk, lantaarnpalen,

verkeersborden en andere objecten die mogelijk verstorend werken

Afb. 1 - Foto. Kruising van de N348 en Warnsveldseweg,

144000032-RA-04d

bij detectie.

gezien in de richting van de Rijksstraatweg

Verkabeling Zutphen Update

(rechts).

Afb. 3 - Foto. Omgeving tennisbanen.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

0}

d 3.2.3

Grondwaterpeil

en (water)bodemsoort

Het Nederlandse landschap heeft in de loop der duizenden jaren zijn vorm gekregen en is erg gevarieerd. Binnen Nederland zijn er verschillende landschappelijke zones te onderscheiden, geordend op basis van de aard van het landschap. De aard van het landschap brengt mogelijkheden en beperkingen met zich mee, die invloed op het gebruik

van het landschap hebben. Binnen beekdalbodems en dekzandruggen.

!

het projectgebied

ï

ï

ï

1

i

beek

H

100 m

zones:

2

-

dekzand beekafzettingen

0

-

ten dele verspoelde

4

/

liggen de landschappelijke

dekzanden

hoogte

T

in m

Afb.

4 - Dwarsdoorsnede.

Een

schematische

doorsnede

van

een

beekdalbodem

en dekzand.

Uit navraag bij het DINO loket blijkt dat het grondwaterpeil zich op om en nabij de 6,0 m +NAP bevindt. Gemiddeld genomen bevindt de grondwaterspiegel zich daarmee op ongeveer 1,0 m -mv. Omdat de toekomstige werkzaamheden ter plaatse van de open ontgravingen plaats vinden tot een diepte van ca. 2,3 m -mv, dient er rekening mee te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van grondwater in de te graven sleuven.

Tevens bestaat de kans op hinder van objecten. 3.2.4

Het

grondwater tijdens het benaderen

van

verdachte

Bodemverontreiniging

nieuwe

tracé

wordt

aangebracht

in

bodem

met

de

bodemfunctieklassen

wonen,

industrie en landbouw en natuur. Dit is gebaseerd op de bodemgegevens van de gemeente Zutphen (Lievense, 2020). Tevens is er informatie opgevraagd betreffende bodemverontreiniging binnen gebleken dat er ter hoogte van 3.2.5

Ecologisch

advies

Er is door de opdrachtgever beschikbaar gesteld. 3.2.6

het projectgebied bij Provincie Gelderland. Hieruit is het projectgebied geen bodemverontreiniging bekend is.

Archeologische

ter

plaatse

vondsten

van

het

projectgebied

geen

ecologisch

advies

en rijksmonumenten

Tijdens grondroerende werkzaamheden

kunnen

artefacten worden

aangetroffen.

De aard

van het landschap kan een indicatie zijn voor de artefacten die er te vinden zijn. Locaties met een hoge verwachting dienen planologisch te worden beschermd door opname in het bestemmingsplan. Indien er geen gegevens beschikbaar zijn of is geconstateerd dat er

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

binnen een werkgebied geen verhoogd risico is op het aantreffen van archeologische artefacten, dan wil dit niet zeggen dat ze niet kunnen worden aangetroffen. De volgende m

12793

locatie met archeologische

Ooyerhoekse

waarde

bevindt zich in het projectgebied:

weg

Naast het aantreffen van archeologische vondsten in de grond, dient er ook rekening te worden gehouden met rijksmonumenten boven de grond. Binnen het projectgebied bevinden zich enkele locaties die bij het Riijjksdienst voor het Cultureel Erfgoed geregistreerd staan als rijksmonument. De volgende momenten bevinden zich binnen het projectgebied: =

529000

De

=

512101

t Klaphek

Voorst

=

510050

Den

Dam

In de hierna volgende tabel rijksmonumenten samengevat.

is

de

informatie

betreffende

deze

(archeologische)

Mogelijk aan

Monumentnr.

te treffen Terrein

met

sporen

van

bewoning

uit de 2de tot en met de 8ste eeuw.

Het terrein ligt onder een esdek, op een duidelijke verhoging. In dit terrein liggen de resten van een nederzetting uit de 2de tot en met 8ste eeuw na Chr. Er zijn hier

127

Ooyerhoekse |

weg

j loog

Romeins -

Middeleeuws

detectorvondsten andere

gedaan,

fibulae

en

onder

munten.

Ten

| Munten, fibulae

noorden van deze vindplaats zijn opgravingen gedaan hierbij zijn nederzettingsporen uit de Dzertijd

‚en Romeinse tijd gevonden. Aan de oostzijde

van

het

terrein

is een

Mesolithische

_/

_ Neolithische

vindplaats met stratigrafie.

vermoedelijk

een

Park De Voorst vormt het prototype

van

de

zogenaamde

classicistische

Nederland.

529000

De Voorst

_

e

_ Frans

tuinarchitectuur

Het

pand

in

zelf,

de

historische tuin en de parkaanleg

eeuws

| Geen toelichting

behoren tot het algemeen historisch | bekend belang vanwege de landschapstijl, de

structuur

van

lanen

en

waterlopen en de geschiedenis voor tuin- en landschapsarchitectuur. Een

buitenplaats

met

historisch

belang vanwege de fraai inpassing

512101

‘t Klaphek

-

e en

î…î's‘ w

19°

van

het

landschapspark

in

een

en de aanwezigheid

van

bestaande agrarische omgeving, de Êíï'flä“°""“"“«‘ afwisseling van open en gesloten gebieden

opstallen die de aanleg versteken.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

Monumentnr.

Toponiem

Waarde

Datering

Historische 510050

Den Dam

—

|

Mogelijk

Beschrijving

te

tuin-

en

aan

treffen

parkaanleg

behorende tot de buitenplaats Den | een toelichting Dam. Historisch belang vanwege het

18eeuws

18°

eeuwse

lanenstelsel

en

de

bekend.

landschapstijl.

De locaties van bijlage 9.5.

de betreffende monumenten

Een monumentenvergunning

zijn verwerkt

in een

kaart, weergegeven

is verplicht wanneer een archeologisch

in

rijksmonument wordt

verstoort. Vergunningsplichtige ingrepen betreffen onder andere het graven van sleuven, het egaliseren van land en de aanleg van verhardingen. 3.2.7

Maaiveld en NAP-hoogten

Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) voorziet in een kaart waarop gedetailleerde en precieze hoogtegegevens voor heel Nederland kunnen worden afgelezen. Hiermee kunnen onder andere hoogteverschillen in het landschap worden bepaald. Met kennis van deze informatie kan eventueel de verticale afbakening van verdacht gebied worden gereduceerd.

Uit onderzoek

naar de huidige

maaiveldhoogte

binnen

het projectgebied

blijkt dat deze

vanaf het noordwesten naar het zuiden afloopt van 8,5 m + NAP tot 6,7 m + NAP. Dit is weergegeven in onderstaande afbeelding. De hoge pieken en dalen zichtbaar in de grafiek betreffen bomen en hoogspanningsmasten watergangen op het maaiveld.

EMlevitaetnirosn

0

1

2

Distance

3

4

in Kilometers

Afb. 5 - Lengteprofiel. Het lengteprofie! van het projectgebied.

3.2.8

Bij

Sonderingen

DINOloket

zijn

en de maximale

gegevens

van

indringingsdiepte

sonderingen

aanwezig

nabij

de

verdacht

verklaarde

gebieden binnen de projectlocatie. Uit onderzoek naar deze reeds uitgevoerde sonderingen opgevraagd bij DINOloket blijkt dat de 10 MPa laag nabij het op afwerpmuntie verdachte gebied gemiddeld tussen de 0,0 m +NAP en 6,0 m -NAP schommelt. Zie tabel 1. voor de

sonderingsgegevens en de daarbij behorende maximale indringingsdiepte. In bijlage 9.6 is

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

d een kaart weergegeven sonderingen.

met

daarop

zichtbaar

de

locaties

Sondering

Maaiveldhoogte

Weerstandslaag

S33H00066 S33H00070 S33H00081 53300083 S33H00022 S33H00091

83m+NAP 74m +NAP 68m +NAP 80m +NAP 78m +NAP 77 m+NAP

0,0m+NAP 15m-NAP 0,6m-NAP 3,0 m -NAP 6,0 m -NAP 45m -NAP

Tabel

1. - Sonderingsgegevens

3.3

Relevante

Om

de

horizontale

en maximale

de

geraadpleegde

8,3 meter 8,9 meter 74 meter 11,0 meter 13,8 meter 12,2 meter

indringingsdiepte.

ontwikkelingen

en/of

van

verticale

afbakening

in de na-conflict periode van

het

verdachte

gebied

ontplofbare

oorlogsresten mogelijk te kunnen reduceren is het van belang om de ontwikkelingen gedurende de na-conflict periode in kaart te brengen. Een locatie waar grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden is tot de betreffende diepte vrij van ontplofbare

oorlogsresten. Luchtfoto's, kaartmateriaal en bestekstekeningen voor dergelijke informatie. In dit hoofdstuk is enkel gekeken naar de verdacht projectgebied. Deze gebieden zijn opgesplitst in drie

zijn belangrijke bronnen

verklaarde gebieden binnen het deelgebieden; deelgebied noord,

deelgebied midden en deelgebied zuid. Deze drie deelgebieden zijn weergegeven

in bijlage

9.7.

3.3.1

Luchtfoto's en overig kaartmateriaal

Op luchtfoto's en historische kaarten is te zien welke ontwikkelingen er door de jaren heen op een projectlocatie hebben plaatsgevonden. Via Dotka Report zijn luchtfoto's besteld uit 1963 en 2005. Daarnaast is er een luchtfoto uit 1945 aangeschaft bij de Luftbilddatenbank: sortie 19-BS-9027-22, nr. 102. Tot slot is de actuele luchtfoto van Esri uit 2022 geraadpleegd. Deze luchtfoto's hebben betrekking op het projectgebied en zijn geanalyseerd. Het jaar 1945 (met behulp van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog) fungeert als het startpunt, de huidige situatie (via satellietbeelden en Google Streetview) als het eindpunt van de analyse. Voor het overzicht is in bijlage 9.8 een collage met de

historische luchtfoto’s opgenomen, waarop de ontwikkeling van de situatie rond de Tweede Wereldoorlog

3.3.2

tot de huidige situatie te zien is.

Na-conflict periode

In de bijlage 9.10

is een

kaart weergegeven

waarop

de veranderingen

gedurende

de na-

conflict periode zijn ingetekend, en hoe deze zich verhouden tot het onderzoeksgebied. De relevante naoorlogse veranderingen die gedurende de na-conflict periode hebben

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

0}

d plaatsgevonden in bijlage 9.13. 3.3.2.1

zijn hieronder omschreven.

Veranderingen

Deze zijn opgenomen

in de verwachtingskaart

van de maaiveldhoogte

Ter hoogte van de huidige Wijnhofstraat is de maaiveldhoogte opgehoogd. Een klein gebied lag hier ten tijde van

gebieden +NAP.

de Tweede

(rond de 7,0 m

+NAP).

Dit is een verhoging

Wereldoorog

lager (4,3 m

Tegenwoordig

+NAP)

dan

de aangrenzende

bedraagt de maaiveldhoogte

hier 7,3 m

van 3,0 meter.

Ook het gebied ter hoogte de huidige Piet Heinstraat is verhoogd. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag dit gebied op 6,3 m +NAP. Tegenwoordig is dit 6,7 m +NAP. Dit is een verhoging van 0,4 meter. 3.3.2.2 Kabels en leidingen Zoals eerder aangegeven zijn er bij het Kadaster gegevens aangaande aanwezige kabels en leidingen opgevraagd binnen het projectgebied. In bijlage 9.9 is een kaart weergegeven met daarop zichtbaar de kabels en leidingen ter plaatse van

het projectgebied.

AVG gaat er op basis van ervaring vanuit dat de betreffende kabels en leidingen naoorlogs zijn aangelegd op een diepte van minimaal 60 centimeter in een sleuf van maximaal 30 centimeter

breed.

3.3.2.3 Tennet onderstation Zutphen Het projectgebied is gelegen aan een onderstation van Zutphen. Met de aanleg, en latere vernieuwingen en/of aanpassingen, is de grond ter hoogte van dit onderstation diverse keren geroerd. AVG gaat er van uit dat tijdens de bouw en het onderhoud van dit onderstation grondroeringen van minimaal 1,0 meter diepte hebben plaatsgevonden. 3.3.2.4

Verdwijnen

van

de

Koeverboomsche

weg

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag er ter hoogte van de huidige Leestense rondweg

de Koeverboomsche weg. Vermoedelijk heeft deze plaats moeten maken toen er plannen op tafel kwamen voor de N314. Met de verwijdering van deze voormalige weg hebben er grondroeringen plaatsgevonden. Deze liggen echter ten noorden van het gebied verdacht op mijnen(deelgebied zuid). Derhalve zijn deze grondroeringen niet nader geanalyseerd. 3.3.2.5 Aanleg Van Essenstraat In 1970 zijn de eerste huizen gebouwd die tegenwoordig de Van Essenstraat vormen. De tuinen behorend bij deze woningen liggen nog net in het projectgebied. De tuinen van perceel 44 t/m 58 liggen binnen verdacht gebied (deelgebied noord). Achter de tuinen zijn wandelpaden aangelegd. Deze wandelpaden zijn zandpaden. De aanleg van tuinen en zandpaden betreffen geen grondroerende werkzaamheden. 3.3.2.6 Verlenging van de Wijnhofstraat Eind jaren '70, begin jaren ‘80 is er een verlengde van de Wijnhofstraat aangelegd, oostelijke richting. Deze weg is aangelegd ten gunste van het nieuwe schoolgebouw 1981; het huidige Kompaan college.

in in

Voor de aanleg van bestrating wordt alvorens een cunet gegraven. De volgde tabel laat de standaard verhardingsopbouw voor de aanleg van wegen (Handboek ontwerpcriteria wegen, 2012).

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

Laag

Type

Asfalt aag

-

150 mm

Funderin

Hydraulisch menggranulaat (of

250 = 400 om

-

Minimaal 500 mm

g

3

gelijkwaardig)

Zandbed Tabel 2. - Verhardingsopbouw

wegen.

Dit betekent dat er ten gunste van deze weg tot minimaal 1,0 m -mv.

3.3.2.7

naoorlogse

bodemroeringen

zijn uitgevoerd

Aanleg van de N346

In de jaren 70 is tevens de N346 aangelegd. Met de aanleg van deze nieuwe provinciale weg zijn er bodemroeringen uitgevoerd. Tabel 2 laat de standaard verhardingsopbouw voor de aanleg van wegen. Hieruit blijkt dat er ten gunste van de aanleg van deze provinciale weg naoorlogse bodemroeringen zijn uitgevoerd op minimaal 1,0 meter diepte. Ook zijn er naast de N346 sloten aangelegd. De waterbodems van deze sloten hebben een gemiddelde hoogte van 6,5 m +NAP. De voormalige maaiveldhoogte, en de omliggende

maaiveldhoogte bedraagt 7,0 m

NAP. Dit is een afgraving van 0,5 m -mv.

3.3.2.8 Warnsveld kom zuid: Welgelegen Ten zuiden van Warnsveld is er een nieuwe wijk ontstaan, met de gebieden Welgelegen, Lage Weide, Dreiumme, Scheperkamp en Overkamp. Deze wijk is ontstaan doordat er in

de jaren ‘60 een grote woningbouwbehoefte was. In de jaren '70 werd daarom ten zuiden van Warnsveld een nieuwe wijk gerealiseerd. Met de aanleg van deze nieuwe wijk zijn er tevens nieuwe waterwegen en infrastructuur aangelegd. De watergang die door het projectgebied loopt, is hier een voorbeeld

van.

De bodem van de betreffende watergang is gelegen op 5,8 m ++NAP. De maaiveldhoogte van dit gebied ten tijden van de Tweede wereldoorlog bedroeg 6,3 m +NAP. Dit betekent dat de sloten tot 0,5 m -mv zijn afgegraven.

3.3.2.9

Herinrichting van de rivier Berkel

In 2013 zijn er binnen het huidige projectgebied werkzaamheden uitgevoerd ten gunste van het verleggen van de rivier Berkel. De verlegging vond plaats in het kader van de herinrichting van het Wijnhofpark. Hierbij is de oude loop gedempt en zijn er nieuwe meanders uitgegraven. Aanwezige elektra is omgelegd en de oude rioolpersleiding en het slibdepot zijn verwijderd. De schone grond uit dit slibdepot is gebruikt voor het dempen van de oude ligging van de Berkel.

Voor de exacte bodemroeringen is aanvullend archiefonderzoek gepleegd. Dit is verwerkt in hoofdstuk 3.4. Hierin zijn ook de ophogingen en afgravingen meegenomen. 3.3.2.10

Vernieuwingen

aan

De N348 bij Zutphen is in het vernieuwd. Deze veranderingen

de

N348

verleden verschillende keren aangepast, omgelegd en hebben een nieuwe verkeerssituatie opgeleverd bij de

kruising van de N348 met de Warnveldseweg - Rijksstraatweg en de kruising N348 - N346. Tijdens de werkzaamheden zijn er twee sloten langs de Rijksstraat aangelegd en de N346. Ook is zijn er nieuwe kruispunten aangelegd.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

De waterbodem van de sloten langs de Rijksstraatweg hebben een gemiddelde hoogte van 6,0 m +NAP. De voormalige maaiveldhoogte, en de omliggende maaiveldhoogte bedraagt 7,0 m +NAP. Dit is een afgraving van 1,0 m -mv. De huidige kruisingen betreffen een VRI-kruising (verkeersregelinstallatie). De volgende tabel laat de standaard verhardingsopbouw zien die wordt gehandhaafd voor een VRI kruising. Laag

Type

te

Combinatie deklaag / Scorepave

Deklaag

Afstrooien met steenslag 1/3 (2,0 kg/m2)

50 mm

AC 16 bind TL -B

40-50 mm

AC 22 bind TL-B

60 mm

Onderlagen

AC 22 bade OL-B

60-90 mm (per laag)

Fundering

Hydraulisch menggranulaat (of

aeijkwaardig)

250 - 400 mm

Zandbed

-

Minimaal 500 mm

Tussenlaag

_

Tabel 3. — Verhardingsopbouw VRI kruispunt.?

Dit betekent dat er ten gunste van uitgevoerd tot minimaal 1,0 m -mv. 3.3.3

deze

kruising

naoorlogse

bodemroeringen

zijn

Huidig gebruik

Binnen het projectgebied wordt een deel van de hoogspanningslijnen in de toekomst ondergronds gebracht (verkabeld). Er worden 3 tracés langs de N348 verkabeld. Hiervan liggen twee tracés ten noorden van het verdeelstation (tussen de Wijnhofstraat en Voorsterallee) en één tracé ten zuiden van het verdeelstation. De totale lengte is ruim 4 km. De maximale ontgravingsdiepte tijdens deze werkzaamheden bedraagt 2,3 m -mv.

3.4

Archiefonderzoek

AVG heeft aanvullend archiefonderzoek gedaan naar de verlegging van de rivier Berkel. Bij Erfgoedcentrum Zutphen is het volgende stuk geraadpleegd: Stadsbibliotheek Zutphen (na 1900). Toegang 0381

Periode

ZAP90 Denkend aan Zutphen.… zie( ik de Berkel stromen : Archeologisch proefsleuvenonderzoek in verband met de aanleg van het Wijnhofpark

Daarnaast is bij Gelders Archief het volgende

stuk geraadpleegd:

Kaartenverzameling Rijksarchief in Gelderland, Toegang 0509 362-0001 Het stroomdal der Berkel:

3 REDDYN, Tracétekening 12-12-2022.

Kenmerk:

144000032-RA-04d

2014

metde overstromingen

g 430, Zutphen - Lochem. Tracé

RTE-260-

Verkabeling Zutphen Update

Periode 1844-1850

150KV Kabels OS Zutphen-Mast 4A d.d.

d Ten gunste van de herinrichting van de rivier Berkel is er destijds voorafgaand aan de werkzaamheden een archeologisch onderzoek uitgevoerd. AVG heeft bij Erfgoedcentrum Zutphen het archeologisch rapport kunnen inzien. Hieruit blijkt dat er twee proefsleuven zijn aangelegd. Deze sleuven hebben een minimale diepte gehad van 9,4 meter. Een van deze sleuven is aangebracht nabij een gedocumenteerde inslagkrater. Nabij deze bomkrater is een granaathuls van een luchtdoelkanon 40 mm Bofors gevonden. In het vrije veld is tevens nog een staart van een 3-inch hulzen PAK 40 (7,5 cm) gevonden.

mortiergranaat aangetroffen

en zijn er twee

Aanvullend is gekeken naar de voormalige diepte van de oude ligging van de Berkel. Deze heeft, gebaseerd op rivierkaarten uit het Gelders Archief, gelegen rond de 5,40 m ++NAP. De huidige hoogte bedraagt 6,9 m +NAP. De bodem is daarmee minimaal opgehoogd met 1,5 meter. Hoe diep de huidige ligging van de Berkel ter hoogte van het projectgebied ligt is onbekend. Deze gegevens zijn nog niet verwerkt bij ANH.

Afb. 6 - Kaart. De ligging van de beide proefsleuven en de beide onderzochte bomkraters.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

4

DEFINITIE

PROJECT

In dit hoofdstuk wordt het toekomstig

gebruik van

het onderzoeksgebied

risicoanalyse in

beeld gebracht en geïnventariseerd.

4.1

Toekomstige

werkzaamheden

Ter plaatse van het projectgebied worden grondroerende werkzaamheden uitgevoerd om de aanleg van een nieuwe kabeltracé te verwezenlijken. Hiervoor worden sleuven gegraven, waarbij de maximale ontgravingsdiepte maximaal 2,3 meter minus het maaiveld is. De volgende « «

(mogelijke)

grondroerende

werkzaamheden

worden

hierbij verwacht:

Verwijderen objecten, zoals lantaarnpalen, verkeersborden, hekwerken Graven sleuven t.b.v. (tijdelijk) verwijderen kabels en leidingen

«

Sleuven graven t.b.v. nieuwe tracé tot 2,3 m -mv

«

Tijdelijke werkwegen plaatsvinden

«

HDD-boringen,

en werkstroken,

waarbij

mogelijk graafwerkzaamheden

inclusief in- en uittrede punten tot minimaal

10 m -mv

jderen van objecten

4.1.1

Objecten die zich momenteel

binnen de scope van het nieuwe te realiseren kabeltracé

bevinden dienen te worden verwijderd indien zij bijvoorbeeld: «

In de weg staan ter plaatse van de grondroerende werkzaamheden graven sleuven en putten)

«

Een verstorend effect hebben op mogelijke aanvullend een ferrometalen component bevatten)

4.1.2

Graven

Er worden

van

sleuven

(bijvoorbeeld:

explosievenonderzoek

(als zij

sleuven

gegraven,

enerzijds worden

kabels en leidingen (tijdelijk) moeten worden

bestaande

sleuven

open

gegraven

indien

verwijderd of verlegd, anderzijds worden er

sleuven gegraven ten behoeve van het aanleggen van de kabels van het nieuwe tracé. Deze sleuven worden

aangelegd

4.1.3

en werkstroken

Werkwegen

op een maximale diepte van 2,3 m -mv.

Mogelijk worden er ter plaatse van de werkwegen en werkstroken nog grondroerende werkzaamheden uitgevoerd. Denk hierbij aan het aanbrengen van een tijdelijk cunet (tot ca. 0,3 m -mv). Maar ook andere nader te bepalen, mogelijk onvoorziene, grondroerende werkzaamheden.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

4.1.4

HDD-boringen

Naast het leggen van kabels in nieuw te graven sleuven, worden

te realiseren worden

tracé middels HDD-boringen

gebruikt

aangetast.

om

te zorgen

Er is ter plaatse

van

dat de een

in de bodem

omliggende

HDD-boring

grote delen van het nieuw

aangelegd.

infrastructuur

altijd een

Dergelijke

boringen

niet hoeft te worden

in- en uittredepunt,

waar het

tracé vanaf het maaiveld de diepte ingaat en aan de andere zijde weer boven komt. werkzaamheden

144000032-RA-04d

vinden

plaats op een minimale diepte van

Verkabeling Zutphen Update

10 m -mv.

Deze

d 5

IGU-FACTOREN

ONDERZOEKSGEBIED

De risico's die de opsporing van ontplofbare oorlogsresten met zich meebrengen worden beschreven aan de hand van invloeds-, gevaars- en uitwerkingsfactoren. Invloedsfactoren zijn alle factoren die van buitenaf tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten kunnen leiden. Ook gevaarsfactoren kunnen tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten leiden en hebben betrekking op het ontplofbare oorlogsrestant zelf. Uitwerkingsfactoren vinden plaats na het in werking treden van ontplofbare oorlogsresten. In dit hoofdstuk worden deze drie categorieën geïnventariseerd en geëvalueerd. De conclusies van dit hoofdstuk zijn verwerkt op twee kaarten. « .

Bijlage 9.11: Bodembelastingkaart met daarop weergegeven gespecificeerd naar risicogebieden invloedsfactoren. Bijlage 9.12: Bodembelastingkaart met daarop weergegeven

het risicogebied het risicogebied

gespecificeerd naar risicogebieden uitwerkingsfactoren.

5.1

Definitie

5.1.1

Identificatie

Binnen

deze RA wordt een onderscheid

invloedsfactoren gemaakt tussen de volgende

e

Beweging

°

Toucheren

°

Trillingen

e

Slag/schok op de ontplofbare oorlogsresten

/ deformeren

e

Brand/temperatuur

°

Barometrische

e

(Statische-) elektriciteit

e e

Akoestische signalen Wijziging van de afwijking van het aardmagnetisch veld

e

Veroudering

5.1.1.1

invloedsfactoren:

druk

Beweging

Met beweging wordt een ongewenste positieverandering van ontplofbare oorlogsresten bedoeld, waardoor een ontstekingsinrichting in werking kan worden gesteld. Het bewegen van ontplofbare oorlogsresten kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door grondverplaatsing, graafwerkzaamheden of contact van de ontplofbare oorlogsresten met een funderingspaal of damwandplank tijdens drukken, intrillen of heien.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

0}

5.1.1.2

Toucheren

/ deformeren

Het toucheren /deformeren van ontplofbare oorlogsresten of ontstekingsinrichting leiden tot een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten. 5.1.1,3

kan

Trillingen

Het is mogelijk dat een ontstekingsinrichting ongecontroleerd tot uitwerking komt als er werkzaamheden plaatsvinden die zorgen voor een trilling met een frequentie van, of groter

dan, '80

1 m/s2. en

Deze maatstaf is afkomstig

uit een

rapportage die is opgesteld

in de jaren

'90.

Deze rapportage is als richtlijn gaan dienen voor onderzoek naar het effect van grondtrillingen die vrijkomen bij onder andere heiwerkzaamheden op niet gesprongen ontplofbare oorlogsresten (met name blindgangers van afwerpmunitie) uit de Tweede Wereldoorlog. Als uitgangspunt geldt dat de bodem door trillingen met een versnelling die

groter is dan 1 m/s? en een trillingsfrequentie van ca. 15 Hz niet langer zijn samenhang kan

vasthouden.

Het gevolg

is verdichting van de grond,

waardoor objecten die in de bodem

met de verschuivende grond gaan meebewegen

en tot uitwerking zouden

aanwezig

kunnen

zijn

komen.

De vuistregel is dat bij een versnelling van 1 m/s? of groterde bodem tot 10 meter van de werklocatie en tot 3 meter diep door de trillingen gelijk beïnvloed wordt. Daarna neemt de kracht en het effect van de trilling af. De EODD heeft op basis van deze informatie aangegeven dat blindgangers van afwerpmunitie met gevoelige ontstekers (met name ontstekingsinrichtingen met een voorgespannen slagpinveer) bij dergelijke grondtrillingen tot uitwerking zouden kunnen komen. 5.1.1.4

Slag op/stoot op de ontplofbare oorlogsresten

Het toucheren van ontplofbare oorlogsresten kan de ontstekingsinrichting in werking laten treden met een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten als gevolg. Toucheren kan variëren van een simpele aanraking van het object tot grovere beroering, bijvoorbeeld als gevolg van graafwerkzaamheden. 5.

5

Brand/temperatuur

Het is niet toegestaan

ontplofbare

oorlogsresten

aan

brand

en/of extreme

hitte

bloot te

stellen. Om dit te voorkomen dienen ontplofbare oorlogsresten van (directe of indirecte) opwarming door de zon te worden afgewend; het ontstaan van hitte, bijvoorbeeld door wrijving,

te

worden

tegengegaan

en

maatregelen

met

betrekking

tot

algemene

brandpreventie te worden toegepast. 5.1.1.6

Barometrische

druk

Het is mogelijk dat ontstekingsinrichtingen van ontplofbare oorlogsresten een werkingsprincipe hebben op basis van barometrische druk. Middels het principe van hoge en lage luchtdruk kan het voorkomen dat de blokkering van een voorgespannen slagpin door het samendrukken van een balg wordt opgeheven. Als gevolg hiervan kan de explosieketen in werking treden.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

Afb. 7 - Barometrische ontsteker (schema).

5.1.1.7

Blootstelling aan de buitenlucht

Ontplofbare oorlogsresten waarin witte fosfor is opgenomen komt tot ontbranding wanneer de witte fosfor met zuurstof uit de buitenlucht in aanraking komt. Dergelijk contact kan bijvoorbeeld door graaf- of baggerwerkzaamheden worden veroorzaakt. Indien de ontplofbare oorlogsresten van en springstoflading is voorzien kan het contact van de witte fosfor met zuurstof tot een over tientallen meters verspreid. 5.1.1.8

Statische

ongewenste

explosie leiden.

De fosfor wordt vervolgens

elektriciteit

Ontstekingsinrichtingen van ontplofbare oorlogsresten die worden geïnitieerd door middel van een elektrische spanning zijn tevens gevoelig voor statische elektriciteit. De spanning die vrijkomt bij statische elektriciteit kan voldoende zijn om een ongecontroleerde uitwerking van ontplofbare oorlogsresten te veroorzaken. 5.1.1,9

Akoestische signalen

Sommige ontplofbare oorlogsresten (b.v. zeemijnen) zijn voorzien van ontstekingsinrichtingen die werken op akoestische (geluid-) signalen. Door het veroorzaken van bepaalde geluiden bestaat er een kans op een ongecontroleerde

uitwerking van ontplofbare oorlogsresten. 5.1.1.10

Wijziging

van

de afwijking

van

het (aard-)magnetisch

veld

Sommige ontplofbare oorlogsresten (b.v. zeemijnen) zijn voorzien van ontstekers die werken op het verstoren van het (aard-)magnetisch veld. Door dit te wijzigen bestaat er een

kans op een ongecontroleerde

51.1.11

uitwerking van

het ontplofbare oorlogsrestant.

Veroudering

Sommige ontplofbare oorlogsresten zijn voorzien van chemische ontstekers, die werken op basis van chemische reacties. Veroudering kan ervoor zorgen dat deze chemische lading

instabiel

wordt,

waardoor

ontplofbare

oorlogsresten

komen.

144000032-RA-04d

Verkabeling Zutphen Update

“spontaan”

tot uitwerking

kunnen

5.1.2

Identificatie gevaarsfactoren

Binnen deze RA wordt een onderscheid gemaakt tussen de volgende gevaarsfactoren: °

(Gevoeligheid

e

Voorgespannen slagpinveer

e

Vertragingsinrichting

e

Pyrotechnische of brandladingen

°

Witte

e e

Veroudering Antistoringsinrichting (valstrik)

°

Wapeningstoestand

5.1.2.1

van-)

Explosieve stoffen

fosfor

(Gevoeligheid

van de ontsteker. van)

Explosieve

stoffen

Springstof is een explosieve stof die berust op de eigenschap, dat zij kan detoneren. Ze heeft altijd een brisante werking (allesvernietigende werking). De mate van brisante werking is geheel afhankelijk van het soort springstof. afhankelijk van de gevoeligheid van de springstof.

Gevoeligheid

wil zeggen:

de neiging tot detonatie.

Hoe gevaarlijk een springstof is, is

Hoe minder gevoelig een springstof is,

hoe gemakkelijker en veiliger een springstof gefabriceerd, verwerkt, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt kan worden, De gevoeligheid, of de beter gezegd de hoeveelheid energie die moet worden toegevoerd om de detonatie te laten beginnen is verschillend.

Voor enkele ontplofbare oorlogsresten (bijvoorbeeld joodstikstof) is de kleinste aanraking genoeg, voor andere zoals nitroglycerine volstaat een kleine stoot of wrijving, voor weer andere ontplofbare oorlogsresten is een flinke mechanische schok, een elektrostatische ontlading, of zelfs een kleine explosie van een ander materiaal nodig. Minder gevoelige springstoffen kunnen in veel gevallen de inslag van geweervuur doorstaan. In het algemeen kan men stellen detonatie worden gebracht. 5.1.2.2

Voorgespannen

dat

bijna

alle

springstoffen

door

middel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=455d643b-9380-4125-9dd2-ee0fddbca660