CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

984062 - Bijlage 1 (motivering) - Archeologisch onderzoek

Raadsvergadering 23 juni 2025, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen omgevingsplanwijzigingen project verkabeling hoogspanning Zutphen10.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DE

STEEKPROEF archeologisch onderzoeks- en adviesbureau

DE/STEEKPROEF

Zutphen Leidingtracé (Gemeente Zuiphen, Gld.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2022-05/07 (versie 2.1}

DED

DE/STEEKPROEF

°

Zutphen Leidingtracé (Gemeente Zufphen, Gld.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek Een onderzoek in opdracht van Antea Group

Steekproefrapport 2022-05/07 (versie 2.1} ISSN

1871-269X

Auteur:

(geanonimiseerd)

actorreg. (geanonimiseerd)

Autorisati

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) prospector, actorreg — De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000 en bij dit onderzoek volgens protocol 4002 Foto's en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld.

© De Steekproef bv, 25 augustus 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventvele schade voortvloeiend uit de toepassing van de odviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek

De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau

adres

Hogeweg 3 9801

TG

Zuidhom

telefoon

050 - 5779784

internet

www.desteekproef.nl

e-mail kvk

info@desteekproef.nl

02067214

DE/STEEKPROEF

Inhoud Samenvatting

Gegevens van het tracé

1. Inleiding..seeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee | 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LSO1)..

2.

1.2 Locatie (KNA

4.1: LSOT, LS02)

1.3 Beleidskader

……

Bureavonderzoek (KNA 4.1: 2.1

Bronnen

….

LS06)..…eeseeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee 6

e

2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04). 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04).…… 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03). 2.6 Archeologisch verwachtingsmodel… 3. Conclusies en advies (KNA 4.1: Gebruikte

bronnen

Lijst van figuren en tabellen Appendix |: Archeologische periodes

VSO7)..sseeeeeeeeeeeeeeeeeeeeee25

DED

DE/STEEKPROEF

°

Samenvatting In opdracht van Antea Group heeft De Steekproef een archeologisch bureavonderzoek uitgevoerd voor een circa 4,6 kilometer lang kabeltracé in de gemeente Zutphen. In het tracé worden nieuwe leidingen gelegd die deels worden ingegraven (open onigraving) en deels met gestuurde boringen worden aangebracht. Bij het ingraven van de leidingen zal een sleuf worden gegraven van circa één meter breed tot een diepte van 1,6 meter in de bermen langs wegen en 2,1 meter in de weilanden. Deze graafwerkzaamheden vormen een bedreiging voor mogelijk aanwezige archeologische resten. Om de archeologische waarden te inventariseren en de orcheologische verwachting op het tracé te specificeren is dit bureavonderzoek uitgevoerd. Een eerste versie van dit onderzoek is in juli 2022 afgerond. Inmiddels hebben er enkele wijzigingen plaatsgevonden in het tracé. In deze tweede versie van het onderzoek zijn deze wijzigingen opgenomen. Hiervoor zijn de figuren aangepast en waar relevant is de tekst aangepast

Uit de resultaten van het bureauonderzoek is gebleken dat het circa 4,5 kilometer lange tracé in een relatief rijk archeologische gebied ligt. Onder invloed van de rivieren de IJssel en de Berkel is er een dynamische landschap ontstaan met lagere, notte beekdalen en hogere zandkoppen en rivierduinen. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied is er sinds de jaren negentig van de 20° eeuw veel archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat op vrijwel alle hogere delen van het landschap archeologische resten te verwachten zijn. In de omgeving van zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van het tracé zijn bij opgravingen vindplaatsen aangefroffen. Zo zijn er bij de Ooyerhoek resten gevonden van een jachtkamp uit het mesolithicum. En ook zijn er sporen gevonden van nederzettingen die dateren uit de ijzertijd tot de middeleeuwen. In het noordelijk deel op de Wolfelerenk zijn nederzettingsresten aangetroffen uit de late ijzertijd en Romeinse ftijd. Elders in de omgeving zijn ook resten aangetroffen daterend uit het neolithicum en bronstijd. Vanaf de nieuwe tijd kan de historische bewoning redelijk accuraat in beeld worden gebracht door middel van historische kaarten. Zo kruist het tracé in het zuidelijk deel het buurschap Eme (nabij de Ooyerhoek) en in het noordelijk deel, nabij de Voorsterallee, kruist het wederom een boerderij erf.

Ook in de nieuwe tijd bleef de bewoning beperkt tot de hogere delen van het landschap en werden de lagere delen gebruikt als weilanden. De hogere zandgronden werden gebruikt voor de akkerbouw (bouwland) Omdat deze gronden geleidelijk aan waren uitgeput (minder vruchtbaar) werden deze bemest met plaggen. Dergelijke plaggenlagen (of eslagen/enklagen) kunnen mogelijk ook oudere archeologische resten en lagen hebben afgedekt. Meer recente resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen vrijwel overal in het tracé worden aangetroffen. Om Zutphen te bevrijden benaderende de Geallieerden de stad vanuit het zuiden (vanaf Baak) en vanuit het oosten (vanaf Warnsveld). De Duitse verdedigingsstellingen lagen hierbij net ten westen van het tracé.

Naar aanleiding van de resulfaten van het bureawonderzoek is een advieskaart voor het iracé opgesteld (zie Figuur 14). Hierbij is gelet op het geldend beleid, de aanwezigheid van archeologische resten/vindplaatsen en eerder uitgevoerd veldonderzoek. Onderstaand wordt dit verder toegelicht. Toelichting Advieskaart (zie Figuur 14) en selectie-advies door KNA-archeoloog J.S. van der Heul Rode delen (opgraven of archeologisch begeleiden) De rode delen liggen nabij bekende en onderzochte vindplaatsen. Zo is er in het noordelijk deel, op de Wolfelerenk een vindplaats opgegraven uit de ijzertijd/Romeinse tijd en zijn er door metaaldetector-amateurs tal van vondsten gedaan op de enk. Ook voor het zuidelijk deel geldt dat het tracé langs bekende vindplaatsen op de Ooyerhoek en de Revelhorst

DE/STEEKPROEF °

gaai. Gezien de zeer grote kans op archeologische resten wordt geadviseerd om de sleuven in deze delen te onderzoeken door middel van een opgraving, omdat deze delen nog onbebouwd en onbestraat zijn. Alternatief kunnen de sleuven onder archeologische begeleiding worden uitgegraven waarbij de archeologie leidend is Oranje delen (proefsleuven) In de oranje delen gaat het iracé door zones met een middelhoge tot hoge verwachting op de beleidskaart. In deze delen is de aanwezigheid van archeologische resten nog niet vosigesteld. In overleg met de gemeente Zuiphen wordt voor deze delen gravend onderzoek geadviseerd. In eerste instantie bestaat dit uit een smalle proefsleuf over de lengte van het tracé. Indien er archeologische sporen worden aangetroffen of vondsten worden gedaan, dient de sleuf te worden uitgebreid naar een volledige opgraving van de volledige breedte van het tracé.

Groene en Grijze delen (geen verder onderzoek) Voor de grijze delen van het tracé wordt geen verder onderzoek geadviseerd. Deze delen zijn in het verleden al onderzocht waarbij de bekende vindplaatsen zijn opgegraven. Voor de groene delen van het tracé geldt dat hier een lage archeologische verwachting is. Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing en deze delen liggen in de lagere natte delen van het landschap. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Zuiphen is de

vrijstellingsoppervlakte 10.000 m? in delen met een lage archeologische verwachting Omdat de kans op archeologische resten in de groene delen laag is en de oppervlakte binnen de vrijstellingsgrens valt wordt geen verder onderzoek in deze delen geadviseerd Blauwe delen (gestuurde boringen) In de blauwe delen worden de kabels aangelegd door middel van gestuurde boringen. Verder archeologisch onderzoek is in deze delen niet nodig, omdat de gestuurde boringen op een diepte worden aangelegd onder de potentiële archeologische lagen. Voor de in- en uitgaande putten van de gestuurde boringen geldt dat waar deze liggen in delen waar geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd ook deze putien niet verder hoeven te worden onderzocht. Waar waar deze putten in delen vallen waar een archeologisch opgraving, proefsleuven of begeleiding wordt geadviseerd worden deze putten meegenomen in het desbetreffende vervolgonderzoek. Het bovenstaande betreft een advies voor het iracé.

Waar

het nieuwe tracé binnen de

breedte en diepte van het bestaande kabels en leidingentracé blijft is archeologisch onderzoek niet zinvol. Wanneer de exacte aard, dieptes en oppervlakten van de toekomstig bodemingrepen bekend zijn kan het advies verder worden gespecificeerd. Hiervoor kan overlegd worden met de bevoegde overheid of kan er een aanvulling van dit bureavonderzoek worden opgesteld In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien tijdens toekomstig graafwerk in het plangebied toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Zutphen.

DE/STEEKPROEF °

Gegevens van het tracé Tobel 1: Administrafieve gegevens Provincie

Gelderland

Gemeenten

Zutphen

Ploatsen

Zuiphen, Warnsveld

Toponiem

Zuiphen

Kaartblod

33F

Coördinaten iracé

Storipunt noorden: 212.024 / 463.318 Eindpunt zuiden: 212.330 / 459.593

Lengte iracé onderzoeksgebied

Cirea 4,6 km

NAP-hoogte maaiveld

Tussen circg 7 en 8 meter NAP

Bestemmingsplannen

Leesten: dubbelbestemmingswaarde Laog Bekende Archeologische Waarde Warnsveld Kom Zuid: dubbelbestemmingswaorde Middelhoog Verwachte Archeologische Waarde

Huidig grondgebruik

weilanden, bermen langs wegen/paden

Soort onderzoek

bureauonderzoek

Opdrachtgever

Antea Group

Uitvoerder

De Steekproef B.V.

Bevoegde overheid

Gemeenten Zutphen

Steekproef projectcode

2022-05/07

Onderzoeksmeldingsnummer

5259211100

Datum

n

veldwerk

Moximale diepte onderzoek

nvt

Beheer en plaats documentotie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / Provinciaal Depot Gelderlond / Gemeente Zuiphen

DED

DE/STEEKPROEF

1.

°

Inleiding

1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Antea Group heeft De Steekproef B.V. een archeologisch bureguonderzoek uitgevoerd voor een circa 4,6 kilometer lang kabeliracé in de gemeente Zutphen (provincie Gelderland). In het tracé worden nieuwe leidingen gelegd die deels worden ingegraven (open ontgraving) en deels met gestuurde boringen worden aangebracht (zie Figuur 1). Bij het ingraven van de leidingen zal een sleuf worden gegraven van circa één metier breed tot een diepte van 1,6 meter in de bermen langs wegen en 2,1 meter in de weilanden. Deze bodemingrepen kunnen leiden tot het aantasting van mogelijk aanwezige archeologische resten. De gestuurde boringen leiden tot een minimale verstoring van de bodem, doordat deze gemiddeld genomen op minimaal vijf meter diepie worden aangelegd. Alleen bij de ingravings- en ontvangstputten zal een grotere put worden ingegraven waar mogelijk nog archeologische resten worden verstoord. Omdat de toekomstige bodemingrepen in het kabeltracé zeer waarschijnlijk een bedreiging vormen voor archeologische waarden heeft het bureavonderzoek als doel om de archeologische waarden vroegtijdig te inventariseren en de archeologische verwachting in het onderzoeksgebied ie specificeren Een eerste versie van dit onderzoek is in juli 2022 afgerond. Inmiddels hebben er enkele wijzigingen plaatsgevonden in het tracé.

In deze tweede versie van het onderzoek zijn deze wijzigingen opgenomen. Hiervoor zijn de figuren aangepast en waar relevant is de tekst aangepast

1.2 Locatie (KNA 4.1: LSO1, LS02]

Het tracé bestaat uit een noordelijk deel en een zuidelijk deel. Het noordelijk deel heeft twee vertakkingen in de weilanden langs het Oostveensepad. Ten oosten van de Van Essenstraat komen de vertakkingen samen om in zuidelijke richting bij de energiecentrale aan de Wijnhofstraat. Ten opzicht van het eerste tracé (juli 2022) is het tracé aangepast net ten noorden van de Kleine Omlegging (N346). Waar het tracé eerst deels in oostelijke richting ging alvorens het naar de energiecentrale gaat, loopt het tracé nu in een schuin, noordoostelijke richting, vrijwel direct naar de energiecentrale. Daarnaast is het tracé direct ten noorden van de energiecentrale, voor een lengte van circa 500 meter, ongeveer tien meter naar het oosten verplaatst. Het zuidelijk deel start bij dezelfde energiecentrale en gaat in zuidelijke richting waar het de rivier de Berkel oversteekt. Vanaf de kruising met de Kleine Omlegging loopt het tracé ongeveer twee kilometer door de weilanden ten oosten van de Den Elterweg. Bij de rotonde van de Jo Spierlaan doorkruist het tracé de woonwijk de Ooyerhoek en de Leestense Rondweg om te eindigen bij het Recycleplein Zutphen aan de Boggelderenk. Ten opzichte van het eerste tracé loopt het tracé ter hoogte van het sportcomplex Zuidveen nu parallel aan de oostzijde van de Den Elterweg.

Voorheen liep het tracé verder oostelijk, langs de achterzijde van de woningen aan de Robert van Guliklaan en de Rademakersstraat KLIC

Voor het bureauonderzoek is geen melding gedaan bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Vanwege de omvang van het onderzoeksgebied zouden er vele meldingen moefen worden gedaan. Over het algemeen kan er vanuit worden gegaan dat er in de delen van het tracé in de berm langs wegen of in de weg kabels en leidingen aanwezig zijn. De diepte van de te graven sleuven (1,6 tot 2,] meter onder het maaiveld) is zeer

DED

DE/STEEKPROEF

waarschijnlijk dieper dan de bestaande kabels en leidingen waardoor eventuele archeologische resten nog kunnen worden aangetast. Bij mogelijk toekomstig vervolgonderzoek (in de vorm van boringen) zal een KLIC melding worden gedaan voor de relevante delen van hei tracé.

°

m 0

DE/STEEKPROEF arnesapse

a

onderzoks

n anesurea

DSIJ

Tracé gestuurde boringen —

Tracé open ontgraving 3 Zone rond tennisbanen

025

05

Figuur 1: Zutphen: Topografische kaart van de ligging van het tracé. In zwart zijn de delen aangegeven waar een nieuwe sleuf wordt gegraven. In de groene delen worden gestuurde boringen gezet. Het noordelijk deel van het tracé loopt vanuit het weiland ten noorden van het Oostveensepad naar de energiecentrale aan de Wijnhofstraat. Het zuidelijk deel van het tracé gaat vanuit de centrale langs de Den Elterweg naar de Recycleplein Zutphen net ten zuiden van de Leestense Rondweg. In de rode gestippelde zone (bij de tennisbanen) is de exacte locatie van het tracé nog niet bekend en wordt de hele zone onderzocht. Bron: Opentopo. 3

DED

DE/STEEKPROEF

°

1,3 Beleidskader

Het tracé gaat door de bestemmingsplannen Leesten, Warnsveld Kom Zuid, Warnsveld Kom Noord en Deventerweg Voorsteralleekwartier (via ruimtelijkeplannen.nl). Bij de laatste twee plannen (Warnsveld Kom Noord en Deventerweg Voorsteralleekwartier) zijn geen zones met dubbelbestemmingen zichtbaar. In de eerst genoemde plannen (Leesten, Warnsveld Kom Zuid) kruist het tracé respectievelijk zones met een dubbelbestemmingswaarde Laag Bekende Archeologische Waarde en een Middelhoog Verwachte Archeologische Waarde. Deze waarden komen overeen met de waarden op de archeologische beleidskaart van de gemeente Zutphen (zie Figuur 2). Op de waardenkaart is te zien dat het noordelijk deel van het tracé door een zones met een middelhoge verwachting en een hoge bekende waarden gaat. Het middelste deel van het tracé gaat voornamelijk door een zone met een lage verwachtingswaarde. Een circa 300 meter lang deel langs de Lage Weide heeft echter een hoge verwachtingswaarde. Ten zuiden hiervan gaat het weer deels langs zones met een lage verwachtingswaarde en reeds verstoorde zones. Echter een klein deel, circa 40 meter, gaat door een zone met een hoge bekende archeologische waarde.

Vanaf de Jo Spierlaan rotonde tot het eindpunt gaat het tracé door een zone die verstoord is als gevolg van de aanleg van de woonwijk en de rondweg Afhankelijk van de verwachtingswaarde zijn er verschillende vrijstellingsgrenzen voor archeologische onderzoek. Een overzicht van de geldende vrijstellingsgrenzen van de zones waardoor het tracé gaat i in Tabel 2 weergegeven. Om versnippering van een onderzoekgebied te voorkomen dient het hele oppervlak van het tracé te worden gehanteerd

(circa 5.000 m.

Op basis hiervan zou er alleen onderzoek nodig zijn in de delen met een

middelhoog tot hoge bekende of verwachte archeologische waarde. Het bureauonderzoek is echter voor het hele tracé uitgevoerd om een gespecificeerd advies te geven voor mogelijk vervolgonderzoek. Tobel 2: Overzicht van de voorschriften van de gemeente Zutphen.

Bron: Erfgoed Centrum Zutphen.

Waarde

Voorschrift

Hoog, bekende waarde

onderzoek bij ingrepen >50 m? en dieper dan 50 cm -Mv.

Hoog, verwachte waarde

onderzoek bij ingrepen >50 m? en dieper dan 50 cm -Mv.

Middelhoog, verwachte waarde

_ onderzoek >500 m? en dieper dan 50 cm -Mv.

Laag, verwachte waarde

onderzoek bij bodemingrepen > 10000 m? en dieper dan 50 cm -My.

Verstoord

geen onderzoek nodig Bij voorkeur behoud n situ

DE STEEKPROEF 211000

n

—

Onderzoeksgebied

B

Verstoord

213000

7

p

Eís|

Laag, verwachte waarde Middelhoog, verwachte waarde M

Hoog, verwachte waarde Laag, bekende waarde

460 0 Middelhoog, bekende waarde Hoog, bekende waarde

M Ze r hoog, bekende waarde

o

e :

£

: *

20 40 60 800m ® r Í„i LL =

1

' ä?‚’= í m

€&

Figuur2: Zutphen: Uitsneden van de archeologische beleidskaart van de gemeente Zuiphen. Het noordelijk deel van hef tracé doorkruist zones met een lage tof hoge archeologische verwachting. Hef zuidelijk deel goat voor een deel door een reeds verstoorde zone. Bron: Erfgoed Centrum Zutphen (beleidskaart versie 11 mei 2022}

DED

DE/STEEKPROEF

2.

Bureavonderzoek (KNA 4.1: L506)

2.1

Bronnen

°

Tijdens het bureavonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzomeld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3: het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Culiureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Een andere bron is Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), een dienst van de overheid met opendatasets van actuele geo-informatie. Daarnaast heeft er overleg plaatsgevonden met de gemeente archeoloog van Zuiphen om gedetoilleerde informatie over de omgeving van het tracé te verkrijgen

2.2 Fysische geografie KNA 4.1: LS04) Het iracé ligt in een van oorsprong pleistoceen dekzandgebied ten oosten van het oude noordelijke stroomgebied van de Rijn. Het noordelijk en zuidelijk deel wordt doorsneden door de twee beekdalen, waarvan de meeste noordelijke nog steeds actief is als de huidige rivier de Berkel (zie Figuur 3). Vanaf het laat-neolithicum (omstreeks 2750 vC) begint de waterafvoer in het stroomgebied van de Rijn te stagneren als gevolg van de stijgende zeespiegel. De lagere delen van het landschap worden natter en geleidelijk aan raakt het gebied bedekt met veen. Omstreeks 500 vC lag het noordelijk deel van het iracé op de grens van het veengebied en de drogere zandgronden (zie Figuur 3). Het zuidelijk deel was al bedekt geraakt met veen. De paleogeografische reconstructies van het gebied zijn relatief grof. In werkelijke zal het landschap veel fijnmaziger zijn gewees! met lokaal hogere dekzandruggen en rivierduinen. De slechte watergfvoer zou in de vroege middeleeuwen (omstreeks 500 vC) voor zorgen het water naar het noorden doorbrak. Hierdoor onistond een nieuwe aftakking van de Rijn, de IJssel die in noordelijke richting uitmondde in het Flevomeer (het latere IJsselmeer). Door de aanvoer van water uit de Rijn kon de IJssel uitgroeien tot een brede en diepe rivier die goed bevaarbaar was.

De IJssel zou een belangrijke vaarroute worden waarlangs meerdere handelssteden onistonden. Al in de middeleeuwen (rond 1250 vC) was de rivier bedijkt om het achterliggende land ie beschermen tegen overstromingen (zie Figuur 3) De hoogte in het tracé ligt tussen de 7 en 8 meter boven NAP (zie Figuur 4). In het zandgebied ten oosten van het tracé ligt een grillig gebied met hogere zandkoppen en (parabool) duinen die doorsneden zijn door rivieren en beken. Ten westen van het tracé is het grootste deel van het gebied bebouwd. Het oorspronkelijke centrum van de stad Zutphen ligt hier op een hogere plek in het landschap bestaande uit een pleistocene rivierduin of donk

Op de geomorfologische kaart ligt het tracé voornamelijk in gebieden die als beekdalbodems (code R42) zijn gekarteerd (zie Figuur 5). Volgens de bodemkaart bestaat de bodem hier uit kalkloze poldervaaggronden (code Rn62c, zie Figuur 5). In het noordelijk en zuidelijk deel van het iracé liggen rivierduinen (code B57) en dekzandwelvingen (code L51) waar de bodems bestaan uit hoge bruine enkeerdgronden (bEZ21/23, zie Figuur 5) Enkeerdgronden zijn ontstaan als gevolg van de bemesting van de zandgronden met graszoden en bosstrooisel. Het onderliggende dekzand kan hierdoor zijn afgedekt en nog intact zijn. Op de hogere en langdurig droge plekken in het dekzandgebied kan

DE/STEEKPROEF areneslpsc

onderzois

n siesureas

bodemvorming zijn opgetreden. Bodemvorming, of podzolering, kenmerkt zich door de aanwezigheid van minerale in- en uitspoelingslagen (horizonten). De gaafheid van de bodem kan worden bepaald aan de hand van aan- of afwezigheid van dergelijke lagen. Op basis van de reeds uitgevoerde archeologische opgravingen blijkt de bodem veelal te

bestaan uit een bouwvoor met daaronder plaggenlagen direct op de C-horizont. De top van de bodem is vermengd met deze plaggenlagen, maar in de C-horizont zijn de diepere archeologische sporen nog goed bewaard (zie 0.a. Fermin 201 1, Prangsma en Obdam 2013).

=—= Tracé

[]

Dekzand Pleistoceen B

Veen

ij

E Beekdal J Riverdonk

D Ingedijkt

Z

Kwelder

D

Water

E

-

0

1

2

3

4

5km

N

Stad

Figuur 3: Zutphen: Uitsnede van de paleogeografische reconstructies van de omgeving van het tracé. Het tracé ligt in het pleistocene dekzandgebied ten oosten van het stroomgebied van de IJssel. Na het ontstaan van de IJssel lag het tracé op de grens van het overstromingsgebied van de rivier en de zandgronden. In de middeleeuwen kwam het tracé in een ingedijkt gebied te liggen. Bron: Vos et al. 2018.

DE STEEKPROEF areneslpsc onderzois

n siesureas

212000

6m

—

NAP

Tracé

Figuur 4: Zutphen: Hoogtekaart van de omgeving van het tracé. De hoogte in het gebied ligt tussen circa 7 en 8 meter NAP. Verder oostelij zijn meerder hogere zandkoppen en ruggen zichtbaar. De stad Zutphen ligt op een van oorsprong hogere rivierdonk (zie Figuur 3). Bron: Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (AHN3).

°ë

DED

DE/STEEKPROEF

211000

213000

211000

213000

Bodemkaart

Geomorfologische kaart

M

Veldpodzolgronden (Hn21)

_

Rivierduin (B57)

E

Akkereerdgronden (£Zd23)

E

Dekzandwelvingen (L51)

B

Hoge bruine enkeerdgronden (bEZ23)

E

Beekdalbodem (R42)

M

Kalkloze poldervaaggronden (Rn62C)

I

Beckdalbodem met

75 Beekeerdgronden (pZg23) B

meanderruggen en geulen (R46)

Hoge bruine enkeerdgronden, leemarm (bEZ21) Water

Bebouwing —

0

05

15

2km

Tacé

Figuur 5: Zutphen: Uitsnede van de bodemkaart (inks} en geomorfologische koort (rechts) van de omgeving van het tracé, De bodem bestaat voornamelijk uit poldervaaggronden in de oorspronkelijke beekdalbodems en enkeerdgronden op de rivierduinen en dekzondwelvingen. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart.

DED

DE/STEEKPROEF

°

2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Het tracé ligt in een rijk archeologische gebied. Vanaf de jaren negentig heeft er veel archeologisch onderzoek plaatsgevonden voor de uitbreiding van de woonwijken en industrieterreinen. Uit het archeologische onderzoek blijk dat er in de omgeving van het tracé archeologische resten zijn gevonden die duiden op bewoning vanaf het mesolithicum (zie Appendix |). Een overzicht van de in de nabijheid uitgevoerde archeologische onderzoeken uit Archis, de bekende vondstmeldingen en de terreinen op de archeologische monumentenkaart (AMK) staat in Tabel 3. De locaties hiervan zijn weergegeven in Figuur 6 Uit het archeologisch onderzoek blijkt er een sterke samenhang te zijn tussen de hoger gelegen zandkoppen en duinen en de aanwezigheid van archeologische nederzettingen. Deze hogere plekken bestaan vervolgens weer uit (middeleeuwse) enken waardoor de archeologische resten zijn afgedekt door plaggenlagen en daardoor goed bewaard zijn gebleven. De vroegste bewoningssporen zijn aangetroffen in het zuidelijk deel van het tracé op de Leestense Enk, in het gebied van de Ooyerhoek. Bij het archeologisch onderzoek op de Ooyerhoek werden in 1998 en 1999 vuursteenresten gevonden. Uit de analyse van het vuursteen bleek dat het voornamelijke bewerkingsafval van jachigereedschappen gaat rondom een centrale (haard)kuil.

Deze resulfaten duiden op een mesolithisch jachikomp (zie Bouwmeester 2000, Peeters en Verneau 2001, Groenewoudt en Deeben 2001, AMK-terrein

12793). Ook elders in de omgeving zijn vuursteenresten aangetroffen met een mesolithische datering. Hoewel er buiten de Ooyerhoek nog geen duidelijke sporen of resten van mesolithische kampen ontdekt zijn, was de mens wel actief in het gebied. Op met name de hogere zandkoppen in het tracé kunnen nog nog resten worden verwacht uit het mesolithicum

Naast vuursteenresten uit het mesolithicum zijn er vuursteenvondsten gedaan die mogelijk uit het neolithicum dateren. Omdat de vondsten echter vaak los worden gevonden (zonder context) is de datering hiervan echter moeilijk te bepalen. Bovendien blijf vuursteen zeker tot in de ijzertijd in gebruik. Op de Ooyerhoek en de Leestense Enk zijn wel vondsten van zowel vuursteen als aardewerk, en een mogelijk graf, aangetroffen daterend uit het neolithicum. Daadwerkelijke nederzettingen zijn nog niet ontdekt (Groothedde 1996) Wat voor het neolithicum geldt, geldt in zekere mate ook voor de bronstijd. Hoewel er in de omgeving wel resten zijn aangetroffen van aardewerk en sporen daterend uit de bronstijd (0.a. op de Ooyerhoek en in het noorden op de Wolfelerenk) zijn er nog geen complete nederzetingen gevonden. Nederzettingsresten uit de ijzertijd zijn zowel in de nabijheid van het noordelijk deel als in het zuidelijk deel aangetroffen. Zo zijn er in het zuidelijke deel bij het industrieterrein Revelhorst sporen van een uit de vroege en late ijzertijd (Bouwmeester 2001). De sporen en structuren (spiekers en waterpui) lagen landschappelijk gezien op de flank van een hogere zandrug.

Waar in voorgaande periode de bewoning waarschijnlijk op de top van de zandruggen heeft plaaisgevonden, lijkt er in de ijzertijd ook bewoning op de relatief lagere en natte delen von de zandruggen aanwezig te zijn. Bij de opgravingen in de Ooyerhoek zijn eveneens sporen aangetroffen en vondsten gedaan uit de ijzertijd en vroeg Romeinse tijd (Groothedde 1996). Het merendeel van de resten van een nederzetting uit deze periode lag echter buiten de opgraving en zal inmiddels door nieuwbouw verloren zijn geraakt. In de onbebouwde delen kunnen echter nog archeologische resten uit deze periode bewaard zijn gebleven. Ook ten westen van het tracé zijn bij de een opgraving tussen de zwembaden van het Graaf Ottobad sporen aangetroffen van bewoning uit de vroege ijzertijd (Fermin en Van Dalfsen 2018). In het noordelijk deel van het tracé werden er bij het onderzoek voor de 10

DE/STEEKPROEF °

uitbreiding van het crematorium aan de Voorsterallee op de Wolfelerenk meerdere structuren van huizen en bijgebouwen aangetroffen daterend uit de vroege ijzertijd tot vroeg Romeinse tijd (Fermin 2011 en 2017). De aanwezigheid van sporen en vondsten uit het neolithicum en de bronstijd duiden op een mogelijk lange bewoningsgeschiedenis van de Enk. Onlangs (31 mei 2022) werd er bij een rioolbegeleiding in de Oranjelaan te Warnsveld (circa 700 meter ten oosten van het tracé) een wel zeer bijzondere vondst gedaan uit de ijzertijd. Het betreft

een kuil en een verdiepte houten bak. De *C datering van de houten balken dateren de structuur in 692/691 vC. Hoewel de interpretatie nog allerminst zeker is is de huidige hypothese dat het een kookkuil betreft, waarin vlees werd gaar gemaakt door kokend hete stenen in een bak te plaatsen. Ook werd er een groot aantal scherven aardewerk aangetroffen in de kuil, waarvan 80% verbrand was. De kuil en het aardewerk zijn mogelijk

de resten van een feest in de ijzertijd! Zoals uit de opgraving op de Wolfelerenk blijkt liep de bewoning in de late ijzertijd door tot in de vroeg Romeinse tijd. Met de komst van de Romeinen in Nederland rond 1° eeuw vC en nC en vervolgens het instellen van een (permanente) grens van het Romeinse Rijk, de limes, langs de Rijn, kwam de omgeving onder sterke invloed te staan van de Romeinen. Deze invloed is vooral merkbaar in vondsten van import aardewerk, zoals terra sigilata, maar ook in de aanwezigheid van Romeinse munten. Dergelijke munten zijn in grote getallen gevonden door metaaldetector-amateurs op de Wolfelerenk (0.a. AMK- terreinen 12812 en 12813), maar in het zuidelijk deel van het iracé in hef gebied van de Revelhorst zijn losse (muni) vondsten bekend uit de vroege en midden Romeinse tijd. Deze vondsten duiden op de aanwezigheid van een of meerdere nederzettingen uit de Romeinse tijd in het gebied. Nederzettingssporen uit de vroege en midden Romeinse tijd zijn nog niet aangetroffen in de nabijheid van het tracé. Een laat Romeinse nederzetting en grafveld, bestaande uit crematiegraven, werd ontdekt in het zuidelijk deel van het tracé (Bouwmeester 2000). Terwijl de nederzetiing een continue bewoning heeft van de 4° tot de 7° eeuw nC dateert het grafveld uitsluitend in de eerste fase, de 4° eeuw nC.

Mogelijk vindt er een verandering plaats in de wijze van begraving, van inhumatie naar crematie. In de 7° eeuw komt er een eind aan de bewoning, mogelijk veroorzaakt door vijandige buitenstaanders gezien de aanwijzingen van een brand. De eerdere opgravingen op de Ooyerhoek, van het verdwenen buurschap Eme, tonen echter aan dat er waarschijnlijk wel een langdurige bewoning in de ze omgeving heeft plaatsgevonden vanaf de laat Romeinse tijd tot in de nieuwe tijd (Groothedde 1996). Er werden resten gevonden van huisplatiegronden uit de laat Romeinse tijd (vanaf 4° eeuw nC) iot en met de late middeleeuwen (14°/15° eeuw). De bewoning in de vroege middeleeuwen (6° tot 10° eeuw) werd hier vooral aangetroffen in het vondstmateriaal in sporen van bijvoorbeeld spiekers en waterputten. Met de opgravingen bij de Ooyerhoek werd het verdwenen buurschap Eme weer teruggevonden. Dit buurschap was reeds bekende uit historische bronnen, maar de fysieke resten waren grotendeels verdwenen.

In de nieuwe tijd zijn de locaties van bewoning grotendeels bekend door de historische kaarten. In het tracé kunnen nog resten worden verwacht van enkele historische boerderijplaatsen. In de volgende paragraaf wordt dit aan de hand van historisch kaartmateriaal verder toegelicht. Ook resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen in de omgeving van het tracé aanwezig zijn gezien de bombardementen in 1944 en gevechtshandelingen voor de bevrijding van Zutphen in 1945

hitps://erfgoedcentrumzutphen.nl/ontdekken/ontdek/nieuws/668-bijzondere-vondst-uit-de-vroegeijzertijd-in-wornsveld 11

DE/STEEKPROEF

Tobel 3: Doefinchem Slaghout:

Bekende archeologische waarden (AMK-terreinen en

vondstmeldingen) in de omgeving van het tracé. Voor de locaties zie Figuur 6.

Zooknr.

Omschrijving

Archeologische Monumentenkaart (AMK) terreinen 12791

Hoge orcheologische waarde. Gebouwd

12793

in 1456

Terrein met de funderingen van een Francisconerklooster

en verwoest in 1572.

Hoge orcheologische waarde. Terrein met sporen van bewoning uit de 4e tot en met 8e eeuw: Het ligt onder een esdek, op een duidelijke verhoging. Er zin hier deleclorvondsten gedaan, onder andere fibulae en munten. Ten noorden van deze vindplaats zijn opgravingen gedaan hierbij zijn nederzeingssporen uit de ijzerlijd en Romeinse tijd gevonden. Aan de oostzijde van het terrin is een mesolithische/neolilhische vindplaats

12798

Hoge archeologische waarde. Terrein met mogelijk sporen van een grafveld.

Langs de rond van

het grasveldje zijn bij de bouw van huizen verploegde urnen gevonden.

12800

Hoge orcheologische waarde. Terrein met sporen van bewoning uit de middeleeuwen Oppervlakievondsten gedoan, daterend vanaf de 15e eeuw. Uit historisch onderzoek blijkt dt hier een middeleeuwse boerderij heeft gestaan.

12801

Hoge orcheologische waarde. Terrein met sporen en vondsen van bewoning vit het mesolithicum, de vroege- en lafe middeleeuwen. In de 1 1e en 12e eeuw was hier de woonplaats van de Heer van Leesten, een ministeriaal van de graven von Zuiphen.

12806

Hoge orcheologische waarde. Terrein met mogelijk sporen van bewoning of een grafveld uit de ijerlijd. In de buurt van het terrein zijn fragmenten von kogelpolien en Pingsdorf gevonden en reslanlen van een urn mef cremafieresten uit de lJzerijd. In 1996 zijn opgravingen gedaan {en zuiden van het terrein. Hierbij werden sporen van een nederzeffing uit de 8e eeuw gevonden. Archeologische waarde. De oude dorpskern van Warnsveld, met een tufstenen kerk uit de Î le en

12807

12e

eeuw.

12812

Hoge orcheologische waarde. Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Door metaaldetectoramateurs zouden hier veel Romeinse munlen zijn gevonden. Bi oppervloktekartering zijn hier frogmenten oordewerk en glas aangefroffen

12813

Archeologische waarde. Terrein met grafsporen uit de Romeinse tijd. Door metaaldetectoramateurs zijn hier veel Romeinse munten gevonden. Vermoedelijk ligt hier een grafveld.

12834

Hoge archeologische waarde.

Terrein waarin sporen uit de ijzerijd en bronslijd te vinden zijn.

Vondstmeldingen

2871534100

|[Opgraving 1994. Vondsten en sporen (grafheuvel) uit het laat-neolithicum — vroeg bronstijd

2871559100

|[Opgraving 1995. Nederzetingssporen uit de vroeg Romeinse lijd — vroege middeleeuwen

2871615100

He klooster Galilea op de Worl, Franciscaner observontenklooster. Grolendeels verwoest in 1572 door de Staalse troepen. In 1827 werd het oostelike deel vergraven voor de aanleg van de huidige begraafplaats |Losse metaaldelectorvondsten, inclusief aardewerk, uit de Romeinse tijd — |ate middeleeuwen

2871623100 2871631100

Veldkartering met metaalvondsten vit de Romeinse tijd en — late middeleeuwen, alsook een mesolithische vuursteenkling.

2874191100

|Bofresten uit een dichtgegooide sloot. Nabij lag een boerderijplaats.

2874207100 2898127100

Melding van grondsporen uit de vroeg middeleeuwen C tot late middeleeuwen. omstondigheden onbekend [Opgraving van grafveld met tien graven uit de midden-loat Romeinse tijd

2917526100

Metaalvondsten gedaan op een mogelijke culiusplaats. Geen sporen gevonden.

2958934100

Vondsten en muurwerk gedaon bij de aanleg van de A314. Betreft laat middeleeuws moteriaal. Waarschjnlik gerelateerd aan het adellijke leengoed ‘+ Meyerink.

2961777100

Vondsten ui de ijzerlijd - Romeinse tijd, gedaon bij booronderzoek onder een esdek

2987568100 | Huisplatiegronden doterend uit de Romeinse tijd en vroege middeleeuwen. opgrovingen sinds de jaren negentig.

3030609100

Aard en

Gevonden

bij

|Nederzettingsresten uit de 11e-12e eeuw, behorende bij de bewoning rond de middeleeuwse 12

DE/STEEKPROEF °

kerk van Wornsveld 3034173100 3064598100

Metaaldetectievondsten uit de Romeinse tijde en vroege middeleeuwen. Gedoon op een lerrein waar meerdere vondsten zijn gedaan. Betreft het verdwenen middeleeuwse buurischap Wolflare Vondsten gedaan bij booronderzoek uit de nieuwe lijd. Mogelij batreft het resten gerelateerd aan vestingwerken

3134970100

Vondst van een bronzen haarnaald vit de laat Romeinse lijd B

3147963100

Vondsten en waarnemingen gedaon in een bouwput in de dorpsken van Warnsveld. De vondsten vit de ijzerlijd duiden op nabij gelegen bewoning

3152425100

Vondsten en muurwerk gedaan daterend vonof de 12e eeuw op het perceel van de voormalige pastorie van de Morlinuskerk Vondsten gedaon bij verkennend booronderzoek, betreft oordewerk daterend uit de late

3204638100

middeleeuwen - nieuwe tijd 3204946100

Handgevormd aardewerk, datering lat neolithicum — ijzerlijd, gedoon bij verkennend booronderzoek

3213572100

Vondsten uit de |ate middeleeuwen gedaan bij boor- en weerstandsonderzoek bij Huis Den Dam

3213604100

Melding von bokstenen, uit de late middeleeuwen, gevonden bij Huis Den Dom Metalen speld gevonden tijdens graafwerkzaamheden. Betreft mogelijk een embleem van het

4720553100

leger, datering nieuwe tijd laat Onderzoeksmel: dingen 2007311100

ROB? onderzoek in hef kader von het 'Essen' programmo. Op de Ooyerhoek werd een opgroving en proefsleuvenonderzoek itgevoerd op de overgang tussen het dekzondlandschap en rivierdal. Er werden resten gevonden von een kompement uit het vroeg mesolithicum. Peeters en Vemeau 2001, Groenewoudt en Deeben 2001

2024549100

Idem als 2007311100.

2027676100

Booronderzoek ' Laakse Veld. Ter plaatse van de Brinker Poll was de bodem verstoord. Bij het Jolinckomp was nog een esdek aanwezig met een gave bodem. Hier kunnen nog orcheologische sporen bewaard zin. Ook werden er vondsten gedaan zoals aardewerk en vuursteen. Marinelli 1998

2029141100

Booronderzoek Omlegging N348. Ter hoogte van de Wolfelerenk werden meerdere vondstenclusters gedaan uit de prehistorie tot middeleeuwen. Gezien de omlegging archeologische resten zol aontasten is proefsleuvenonderzoek nodig, of dient een altematieve omlegging te worden genomen. Scholte Lubberink 2000.

2153955100

Booronderzoek Rondweg N348. Vindplaatsen (prehistorie, Romeinse tjd, lote middeleeuwen) aangetroffen op de Eefsche Enk, circa 1,5 kilometer ten noordwesten van het huidig onderzoeksgebied, Goosens 2007

2204733100

Opgrovingen in 1990-91 in de Ooyerhoek uitgevoerd door de gemeente Zuiphen en BAAC Voortgezet in de aangrenzende terreinen in 1998-2000. Mesolithisch jachtkamp en een nederzetfing en grafveld vit de laat Romeinse lijd/vroege middeleeuwen. Bouwmeester 2000. Veldkartering voor slibopslag aan de Berkel. Eén votief vondst van een bronzen hielbijl (midden-

2208532100

brondfijd].

Verder 17e-19e eeuws materiaal, de vele loden kogels duiden op gebruik als

oefenveld van de schutterij. Groothedde 2007 2208784100

Proefsleuvenonderzoek Voorsterallee. Er werden nederzeffingsresten en een cremotiegraf gevonden daterend uit de midden-ijzerijd. Vindploots dient e worden opgegraven. Von Straten 2008.

2

2229358100

Booronderzoek Lonsinkweg Er werden archeologische indicatoren (aordewerk] aangefroffen afkomstig op een dekzandkopje. Proefsleuvenonderzoek is nodig om de gemeentelijke verwachting te toetsen. Louwe ef al. 2009

2262438100

Proelsleuvenonderzoek Trace N348. Er werden zes vindplaatsen onderzocht met een dotering late bronstijd - vroeg Romeinse lijd en late middeleeuwen — nieuwe tijd. De bij het huidige onderzoekgebied nabij gelegen vindplaatsen 7 e 7 dateerden uit de late middeleeuwen nieuwe tijd en werden niet behoudenswaardig geacht. Geen verder onderzoek was hier noodrakelijk. Mostert 2010.

iksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek, voorganger van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ROB:

13

DE/STEEKPROEF

2264609100

Proefsleuvenonderzoek Revelhorst, Lansinkweg. Er werden drie vindplaatsen aangefroffen uit de izertijd en Korolingische tid (vroege middeleeuwen). Omdat de behoudenswaardigheid en begrenzing nog niet goed kon worden bepaald werd aonwllend proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Prangsmo en Hazen 2010.

2286099100

Opgraving Cremotorium Voorsterollee. Er werden vondsten gedaan en sporen oongefroffen daterend vanaf het neolithicum, Resten van gebouwen werden alleen uit de ijzerlijd en vroeg Romeinse d aangetroffen. Fermin 2011

2325829100

Begeleiding Transportsysteem Lochem-Zuiphen.

Er werden sporen von bewoning uit de late

bronsfjd tot nieuwe tijd C aangetroffen. Het grootsle deel van de sporen is op basis von het aardewerk te dateren in de izerlijd. Ten noorden van het Twentekanaal en Eefde. Niet in de nabijheid van het huidige onderzoeksgebied.

Deitch-van der Meulen 2013

2330501100

Booronderzoek Revelhorst 4 fase I. Er werd een vuile (bewonings} laag aangetroffen met moteriaal uit de ijzerijd/Romeinse tjd. Proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Louwe en Luz 2011

2344280100

Opgroving Lansinkweg/Revelhorst 4. Er werden sporen aangetroffen uit de ijzerlijd en middeleeuwen / nieuwe tijd. Er konden geen structuren worden herkend. Prangsma en Obdam 2013

2369723100

2386588100

2419498100

Begeleiding Transporlsysteem Lochem-Zuphen (deel Zutphen). De begeleiding richtte zich op de localie 3, ten noorden van de N346, Er werden resten aangeroffen uil de ijzerijd en middeleeuwen, voornamelijk in het esdek. Holl en Deitch-van der Meulen 2014 Booronderzoek Wijnhofpark.In de zandige beekafzefingen worden ofvoldumps en resten van visserij verwacht. Geadviseerd om een begeleiding conform hef protocol inventariserend veldonderzoek voor proefsleuven uit t laten voeren. Holl 2013 Proefsleuvenonderzoek Berkelpark. Er wegen geen resten van bewoning aangetroffen. Wel werd r veel huishoudelijk ofval moteriaal aongetroffen in bomkraters uit de Tweede Wereldoorlog. Kastelein en Kok 2014.

2463391100

Begeleiding. Rioolbegeleiding in de Van Suchtelenstraat. gevonden in een akkerlaag. Brouweref /. 2014.

Er werd een scherf kogelpot aordewerk

4017627100

Uitbreiding opgraving Crematorium Voorsterallee. De reultofen sluiten goed aan bij de eerste opgroving. Er werd bewoningsresten uil de ijzerlijd/vroeg Romeinse tijd aangelroffen. Fermin 2017

4598000100

Proefsleuvenonderzoek Groaf Ottobad. Van

4602569100

Zie opgroving 4602569100 voor resultaten.

Fermin en

Dalfsen 2018.

Opgroving Graaf Oftobod. Tussen de zwembaden werden resten gevonden van een nederzetting uit de vroege izeriijd, loat middeleeuwse sporen (greppel met polen) en sporen uit de 18e eeuw Fermin en Von

Dalfsen 2018

4930854100

Begeleiding Voorsterallee-Oostveensepad nieuwe tjd. Fermin 2021

5127813100

Begeleiding Van Essenstroat. De bodem was volledig afgetop!. Geen orcheologische resten meer aanwezig. Fermin en Van Dalfsen 2019 Opgraving von een Romeinse grafveld en bewoningsactiviteiten daterend vanaf het mesolithicum

5164530100

tof de vroege middeleeuwen. 5371437100

Er zijn vondsten gedaan uit de middeleeuwen en

Zie ook 2204733100.

Bouwmeester 2000

Bureauonderzoek Antea Group. Onderzoek recentelijk aangemeld en nog niet afgerond

14

DE/STEEKPROEF areeslpsc

onderzeks

n anesurens

212000

2262438100}

(2463391100}

15127813100

12)

12369723100 ÉE

00 12386588100}

TE AMK-terrein van archeologische waarde E AMKterrein van hoge archeologische waarde T Onderzoeksmeldingen

© Vondstmeldingen

G 025 05 075

— Onderzoeksgebied

Im

®

Figuur 6: Zuiphen: Uitsnede van de archeologische waarden zoals deze bekend zijn in Archis. In de nabije omgeving zijn cirea tien terreinen bekend die op de Archeologische Monumentenkaart liggen. Veel van de vondstmeldingen zijn gedaan in, of nobij, deze terreinen. Alleen de locaties van de onderzoeksmeldingen in de directe omgeving van het tracé zijn weergegeven. Bron: Archis 3.

15

DED

DE/STEEKPROEF

°

2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03] De oudste historische kaart van Zutphen bestaat uit de stadskaart van Jacob van Deventer uit omstreeks 1550. Het noordelijk deel van het tracé ligt nog binnen deze kaart (zie Figuur 7). Het tracé doorkruist zowel lagere hooilanden (de groene delen op de kaart) als hogere zandgronden (de lichtgele delen op de kaart). De dichtstbijzijnde bebouwing in bestaat uit het leprozenhuis vlak ten westen van het tracé. Dit leprozenhuis stond aan de Warnsveldseweg waar tegenwoordig een begraafplaats ligt. De latere stadskaarten uit de 17® en 18° eeuw zijn beperkt tot de stad en de omliggende vestingwerken. Delen van het tracé worden voor het eerst afgebeeld in de 18° eeuw. Op de kaart van de straten en erven in de buurschap Eme in het kerspel Warnsveld uit 1737 is een deel van het zuidelijk iracé weergegeven. Deze kaart werd opgesteld naar aanleiding van een langdurig proces tussen de morke Leesten en het Bornhof (eigenaar van het erf Bettink). De kaort geeft een relatief nauwkeurig beeld van de wegen en erven in het gebied (zie Figuur 8). Het tracé doorkruist de weg en gaat langs het erf van de boerderij Het Ooy en het erf lolinc of Bettink.

Bij opgravingen in nabije omgeving zijn de resten aangetroffen van de middeleeuwse huisplattegronden van het buurschap Eme (Groothedde 1996) Het noordelijk deel van het tracé is deels gedetailleerd afgebeeld op de “Caarte van den Rivier den Berkel" (Berkelkaart) uit 1763. Structuren of waterwerken zijn niet aanwezig in de nobijheid van het tracé. Wat opvalt is de haakse loop van de Berkel direct ien westen van het tracé (zie Figuur 9) Op de Hottinkerkaart uit 1773-1794 is het gehele gebied ten oosten van de stad Zutphen redelijk goed afgebeeld (zie Figuur 10). Zowel het wegennet als de individuele boerderijen en buitenplaatsen zijn afgebeeld. In het zuiden gaat het tracé door het buurschap Eme en langs Het Ooy, dat inmiddels is uitgegroeid tot een buitenplaais met grote tuinen. Het middelste deel van het tracé gaat voornamelijk door de onbebouwde bouwlanden en weilanden. In het noordelijk deel, langs de Voorsterallee doorsnijdt het een boerderij erf. In Figuur 11 is de gedigitaliseerde kadasterkaart van het begin van de 19° eeuw weergegeven. Ten opzichte van de iets oudere Hottingerkaart zijn er geen grote verschillen waar te nemen. De kaart geeft wel een duidelijker overzicht van het landgebruik. De stad Zutphen was tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de Frans-Nederlandse Oorlog in de 16° en 17° eeuw regelmatig het doelwit van belegeringen.

Na deze periode werd de stad als vestingstad sterk uitgebreid met nieuwe vestingwerken ontworpen door Menno van Coehoorn. Als gevolg hiervan kon de stad zich niet buiten deze vestingwerken uitbreiden. De Vestingwet van 1874 bepaalde dat verschillende vestingwerken overbodig waren geworden, zo ook die van Zuiphen. Geleidelijk kon de stad zich nu uitbreiden buiten de vestingwerken. Aanvankelijk vond dit plaais langs de hoofdwegen, maar reeds in de 21° eeuw is vrijwel het volledige gebied ten oosten van de stad bebouwd (zie Figuur 12) Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er in september-oktober 1944 bombardementen uitgevoerd op Zutphen. Pas in april 1945 konden de Geallieerden beginnen met de bevrijding van Zutphen en het omliggende gebied. De Duitsers hadden zich inmiddels goed ingegraven. Op de luchtfoto's van, nobij het zuidelijk deel van het tracé, is een brede tankgracht te zien met daarachter loopgraven. Op verschillende plekken zijn ook de resten te zien van de ingeslagen bommen en granaten (zie Figuur 13). De stad werd vanuit het zuiden en oosten benaderd. Nabij de Ooyerhoek had een groep Duitser zich ingegraven en werd heftig gevochten. Op 8 april 1945 werd Zutphen bevrijd. Naast de aangegeven tankgracht en loopgraven kunnen er in het iracé ook kleinere resten, zoals schuttersputjes en militaria worden aangetroffen.

DE/STEEKPROEF areneslpsc

onderzois

n siesureas

Tracé i

0,25

05

0,75

Ikm

N

®

,

Figuur 7: Zutphen: Uitsnede van de kaart van Zutphen van Jacob van Deventer uit 1550. Alleen het noordelijk deel van hef tracé in de omgeving van Wamnsveld valt nog binnen het bereik van de kaar. Vlak ten westen von hef tracé ter plaatse van een huidige begraafplaats aan de Warnveldseweg stond een Leprozenhuis. De groene delen op de kaart bestonden uit de lager gelegen hooilanden. De hogere zandgronden zijn aangegeven mef de de lichtgele vlekken. Bron: Gelders Archief 1551 - 25, Facsimileuitgave van de atlas in Madrid. 17

DE/STEEKPROEF areneslpsc

onderzois

n siesureas

46050

460 0

Figuur 8: Zutphen: Zuidelijk deel van het tracé op een uitsnede van de Kaart van de straten en erven in de buurschap Eme in het kerspel Warnsveld uit 1737. Het tracé gaat langs de boerderij erven van Het Ooy en de het erf van lolinc of Bettink. Bron: Regionaal Archief Zuiphen, inventarisnummer 193.

18

DE/STEEKPROEF areneslpsc

211500

212000

T

onderzois

n siesureas

212500 T

Figuur9: Zuiphen: Uitsneden van de "Caarte van den Rivier den Berkel" uit 1763. Het tracé doorsnijdt de rivier de Berkel. In de nobije omgeving zijn geen specifieke waterwerken (kolken, bruggen, etc.) weergegeven. Bron: Regionaal Archief Zutphen, inventarisnummer

1899.

19

DE/STEEKPROEF areneslpsc

075

onderzois

n siesureas

Ikm

Figuur 10: Zutphen: Uitsneden van de Hottingerkaart uit 1773-1794 van de omgeving van het tracé. Het grootste deel van het gebied bestaat uit akkers en weilanden. In het zuidelijk deel doorsnijdt het tracé het buurschap Eme. Het noordelijk deel gaat door een boerenerf. Aan de noordzijde van de zone bij de tennisbonen (open rode vlak) is een boerderij te zien gelegen langs de zuidzijde van de weg. Op de |atere (nauwkeurigere) kaarten (zie Figuur 11 en 12) is te zien da de weg verder naar het noorden lag. In werkelijkheid zal de ze boerderij daarom buiten het plangebied van het tracé hebben gelegen. Bron: Versfelt 2003.

20

DE/STEEKPROEF areneslpsc

211000

onderzois

n siesureas

213000

4630 0

4610 0

B

Gebouwen

Erf

Wegen

Heide

_

Kerkelijk (kerkhof]

ES

Bouwland

E

Water

E

Bos/hakhout 7

Vesting

0

025

05

075

N

lkm®

Figuur 11: Zutphen: Uitsneden van de HISGIS kaart, de gedigitaliseerde kadastergegevens Uit 1811-1832, van hef gebied. Het landgebruik is redelijk accuraat weergegeven. Voor het groofste deel gaat het fracé door bouwlanden en weilanden. In het zuidelijke deel goat het door het buurschap Eme en het noordelijk deel doorsnijdt een boerderij erf. Circa 200 mefer ten westen van Warnsveld doorsnijdt het een weg (de huidige Wansveldseweg) een belangrijke handelsweg vonuit Zutphen naar het oosten. Bron: HISGIS

21

DE/STEEKPROEF areneslpsc

onderzois

n siesureas

212000

—

Tracé

0

05

1

15

2km

Figuur 12: Zutphen: Uitsneden van de historisch-topografische kaarten uit 1935 en 1985. Langs de hoofdwegen en rond Warnsveld is de bebouwing geleidelijk aan gegroeid. Na de Tweede Wereldoorlog is er sprake van grote bevolkingsgroei en breidt Zutphen zich sterk uit. In het begin van de 21° eeuw is, met uitzondering van een strook langs de Den Elterweg (ten oosten van het middelste deel van het tracé), vrijwel het hele gebied bebouwd. Bron: Topotijdreis.

22

DE/STEEKPROEF

211000

213000

4630 0 73 a

n

g 3

&

P

<

D

8

D<

h|

g

C 1190

ä

5

, à

á

&

N

é

à

)

Tracé

L

Bomkraters

—— Loopgraven

025

05

075

N

km ®

Figuur 13: Zutphen: Luchtfoto's van de Royal Air Force (RAF). De noordelijke foto's zijn gemaakt ten tijde van de bombordementen van Zutphen in oktober 1944. De zuidelijke foto's dateren uit maort 1945 en zijn genomen voor de bevrijding van Zutphen. Hierop zijn de Duitse verdedigingswerken goed te zien: ten westen van het tracé was een tankgracht gegraven (witte lijn) met daarachter loopgraven (blauwe streepjeslijn). Nabij het tracé zijn ook gebieden met bomkraters te herkennen (blauw omcirkeld). Bron: Topotijdreis (achtergrondkaart 1935) en Geoportal RAF aerial photographs van de Universiteit van Wageningen. 23

DE/STEEKPROEF °

2.6 Archeologisch verwachtingsmodel In het onderzoeksgebied van het iracé kunnen archeologische resten worden verwacht daterend vanaf het mesolithicum tot de nieuwe tijd (inclusief resten uit de Tweede Wereldoorlog). Sinds de jaren negentig van de 20° eeuw is er in de omgeving veel archeologisch onderzoek uitgevoerd. Vindplaatsen uit de verschillende perioden zijn in de omgeving van het iracé bekend (zie paragraaf 2.3). Uit de vele archeologische onderzoek kan inmiddels wel gesteld worden dat op vrijwel alle hogere zandkoppen in het gebied archeologische resten te verwachten zijn. Uit de steentijd (mesolithicum-neolithicum) kunnen deze resten bestaan uit (iacht)kampen. Indicatoren hiervoor bestaan voornamelijk uit vuursteenresten, houtskool en botresten (verbrand). Vanaf het neolithicum tot de middeleeuwen kunnen er resten worden aangetroffen van nederzettingen en grafvelden. Vondsten uit deze perioden kunnen onder meer bestaan uit aardewerk, vuur/natuursteen artefacten, verbrand bot, metaal, glas en hout/houiskool. Bij gravend werk kunnen ook archeologische grondsporen worden aangetroffen, zoals onder meer kuilen, greppels en paalsporen van structuren. Uit de nieuwe tijd kunnen er in het noordelijk deel, langs de Voorsterallee resten worden aangetroffen van een boerderijerf.

Ook in het zuidelijke deel (nabij de Ooyerhoek) kunnen resten worden aangetroffen die hebben behoord tot de boerenerven van het buurschap Eme. Voor het hele tracé geldi dat er ook resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen worden aangetroffen, zoals munitieresten en andere militaria. Het grooiste deel van het gebied was nog tot laat in de 20° eeuw in gebruik als akker weiland. Met name op de Enken (essen) kunnen de archeologische niveau's nog zijn afgedekt door een laat-middeleeuwse/nieuwe tijdse plaggenlagen, waardoor deze nog goed bewaard zijn gebleven. De ondiepere resten, met namen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen hierdoor zijn aangetast. In de reeds bebouwde en bestrate delen van het tracé zal de top van de bodem al deels zijn aangetast door de bebouwing en door de aanleg van kabels en leidingen

24

DE/STEEKPROEF

Tobel 4:

Specificafie archeologische verwachting

paleolihicumcomplextype: (iacht]kampen

neolithicum - middeleeuwen nederzetfingen, grafvelden, okkercomplesen

datering

mesolithicum

nieuwe tjd (inclusief Tweede Wereldoorlog) Boerderijen (erven), wegen, oorlogsrestanten

onbekend (enkele tientallen meters)

onbekend (enkele tientallen meters)

onbekend (von enkele tientallen meters tot kilometers)

diepteligging

onder de bouwvoor

onder de bouwvoor

direct onder het maaiveld

goafheid en

mogelik afgedekt door

omvang

conservering:

plaggenlagen

_ mogelijk afgedekt door

plaggenlagen

onbekend, ondiepe resten waorschjnijk aangetost, diepere resten kunnen nog (beter bewaard zijn

locati

metnome op de hoger _ zondkoppen, vindplaatsen reeds bekend in het zuidelijk deel (Ooyerhoek}

voornomelijk op de hogere zondkoppen, vindplaatsen bekend nobij de Ooyerhoek, Revelhorst en de Voorsteraliee

boerderij langs de Voorsterallee, mogelik resten b het buurschop Eme (nobij Ooyerhoek), oorlogsresten in vrjwel het hele tracé

uiterlijke

archeologische

archeologische indicatoren

archeologische indicatoren [0.0

kenmerken:

indicatoren (.0.

(0.0. aordewerk,

aordewerk, bouwmateriaal

vuur/natuursteen artefacten,

(boksteenpuin), natuursteen artefacten, verbrand bof, metaal, glas, houi/houiskool), munitieresten, militorig, funderingsresten

vuursteen/natuursteen

artefacten, verbrond bot,

houtskool]

mogelijke verstoringen

_ verbrand bof, metaal, glas,

hout/houiskool)

bestaond kobeliracé, aonleg wegen, woonwijken en woterwegen, egalisotie, londbouwoctiviteiten, verspoeling

25

DED

DE/STEEKPROEF

3.

°

Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Uit de resuliaten van het bureauonderzoek is gebleken dat het circa 4,6 kilometer lange tracé in een relatief rijk archeologische gebied ligt. Onder invloed van de rivieren de IJssel en de Berkel is er een dynamische landschap ontstaan met lagere, natie beekdalen en hogere zandkoppen en rivierduinen. In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied is er sinds de jaren negentig van de 20° eeuw veel archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat op vrijwel alle hogere delen van het landschap archeologische resten te verwachten zijn. In de omgeving van zowel het noordelijk als het zuidelijk deel van het tracé zijn bij opgravingen vindplaatsen aangefroffen. Zo zijn er bij de Ooyerhoek resten gevonden van een jachtkamp uit het mesolithicum. En ook zijn er sporen gevonden van nederzettingen die dateren uit de ijzertijd tot de middeleeuwen. In het noordelijk deel op de Wolfelerenk zijn nederzettingsresten aangetroffen uit de late ijzertijd en Romeinse ftijd. Elders in de omgeving zijn ook resten aangetroffen daterend uit het neolithicum en bronstijd. Vanaf de nieuwe tijd kan de historische bewoning redelijk accuraat in beeld worden gebracht door middel van historische kaarten.

Zo kruist het tracé in het zuidelijk deel het buurschap Eme (nabij de Ooyerhoek) en in het noordelijk deel, nabij de Voorsterallee, kruist het wederom een boerderij erf. Ook in de nieuwe tijd bleef de bewoning beperkt tot de hogere delen van het landschap en werden de lagere delen gebruikt als weilanden. De hogere zandgronden werden gebruikt voor de akkerbouw (bouwland) Omdat deze gronden geleidelijk aan waren uitgeput (minder vruchtbaar) werden deze bemest met plaggen. Dergelijke plaggenlagen (of eslagen/enklagen) kunnen mogelijk ook oudere archeologische resten en lagen hebben afgedekt. Meer recente resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen vrijwel overal in het tracé worden aangetroffen. Om Zutphen te bevrijden benaderende de Geallieerden de stad vanuit het zuiden (vanaf Baak) en vanuit het oosten (vanaf Warnsveld). De Duitse verdedigingsstellingen lagen hierbij net ten westen van het tracé.

De recente wijzigingen (juli 2023) in het iracé hebben inhoudelijk geen grote gevolgen voor de resuliaten van het onderzoek ten opzichte van de eerste versie (april 2022). Bodemkundig gat het aangepaste tracé door dezelfde type bodems en geomorfologische entiteiten. In de nabijheid van het tracé is er in Archis één nieuwe onderzoek bijgekomen. Dit onderzoek is echter nog niet afgerond waardoor de resultaten nog niet bekend zijn. Op de historische kaarten zijn er ook geen aanwijzingen dat de nieuwe tracédelen door historische bebouwing loopt. Naar aanleiding van de resulfaten van het bureawonderzoek en de laatste aanpassingen van het tracé is een nieuwe advieskaart voor het tracé opgesteld (zie Figuur 14). Hierbij is gelet op het geldend beleid, de aanwezigheid van orcheologische resten/vindplaatsen en eerder uitgevoerd veldonderzoek. Onderstaand wordt dit verder toegelicht.

26

DE

STEEKPROEF °

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)Advieskaart (zie Figuur 14) en selectie-advies door KNA-archeoloog Toe/|chhni N lelen (opgraven of archeologisch begeleiden) De rode delen liggen nabij bekende en onderzochte vindplaatsen. Zo is er in het noordelijk deel, op de Wolfelerenk een vindplaats opgegraven uit de ijzertijd/Romeinse tijd en zijn er door metaaldetector-amateurs tal van vondsten gedaan op de enk. Ook voor het zuidelijk deel geldt dat het tracé langs bekende vindplaatsen op de Ooyerhoek en de Revelhorst gaai. Gezien de zeer grote kans op archeologische resten wordt geadviseerd om de sleuven in deze delen te onderzoeken door middel van een opgraving, omdat deze delen nog onbebouwd en onbestraat zijn. Alternatief kunnen de sleuven onder archeologische begeleiding worden uitgegraven waarbij de archeologie leidend is Oranje delen (proefsleuven) In de oranje delen gaat het iracé door zones met een middelhoge tot hoge verwachting op de beleidskaart. In deze delen is de aanwezigheid van archeologische resten nog niet vosigesteld. In overleg met de gemeente Zuiphen wordt voor deze delen gravend onderzoek geadviseerd. In eerste instantie bestaat dit uit een smalle proefsleuf over de lengte van het tracé.

Indien er archeologische sporen worden aangetroffen of vondsten worden gedaan, dient de sleuf te worden uitgebreid naar een volledige opgraving van de volledige breedte van het tracé.

Groene en Grijze delen (geen verder onderzoek) Voor de grijze delen van het tracé wordt geen verder onderzoek geadviseerd. Deze delen zijn in het verleden al onderzocht waarbij de bekende vindplaatsen zijn opgegraven. Voor de groene delen van het tracé geldt dat hier een lage archeologische verwachting is. Er zijn geen aanwijzingen voor historische bebouwing en deze delen liggen in de lagere natte delen van het landschap. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Zutphen is de

vrijstellingsoppervlakte 10.000 m? in delen met een lage archeologische verwachting. Omdat de kans op archeologische resten in de groene delen laag is en de oppervlakte binnen de vrijstellingsgrens valt wordt geen verder onderzoek in deze delen geadviseerd Blauwe delen (gestuurde boringen) In de blauwe delen worden de kabels aangelegd door middel van gestuurde boringen. Verder archeologisch onderzoek is in deze delen niet nodig, omdat de gestuurde boringen op een diepte worden aangelegd onder de potentiële archeologische lagen. Voor de in- en uitgaande putten van de gestuurde boringen geldt dat waar deze liggen in delen waar geen vervolgonderzoek wordt geadviseerd ook deze putien niet verder hoeven te worden onderzocht. Waar waar deze putten in delen vallen waar een archeologisch opgraving, proefsleuven of begeleiding wordt geadviseerd worden deze putten meegenomen in het desbetreffende vervolgonderzoek. Het bovenstaande betreft een advies voor het iracé.

Waar

het nieuwe tracé binnen de

breedte en diepte van het bestaande kabels en leidingentracé blijft is archeologisch onderzoek niet zinvol. Wanneer de exacte aard, dieptes en oppervlakten van de toekomstig bodemingrepen bekend zijn kan het advies verder worden gespecificeerd. Hiervoor kan overlegd worden met de bevoegde overheid of kan er een aanvulling van dit bureavonderzoek worden opgesteld In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien tijdens toekomstig graafwerk in het plangebied toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=60d46333-61b4-4c55-ae9a-b3bf4550a1d4