749889 - Bijlage 1 - Masterplan De Hoven Noord
Tekst van het document
36
6. Het vervolg 6.1 Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteit In het eerste kwartaal van 2024 wordt een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan uitgewerkt voor de eerste fase van het woongebied, beginnend in het zuidoostelijke kwadrant (zie afbeelding hiernaast). Het programma in iedere fasering van het gehele woongebied is flexibel en speelt in op de actuele en toekomstige woningvraag en overige programmering. 6.2 Meedenken Het concept stedenbouwkundige plan wordt voorgelegd aan de omwonenden en belanghebbenden. Hiervoor wordt een MeeDenkbijeenkomt georganiseerd. 6.3 Omgevingsplan De gemeente Zutphen stelt een omgevingsplan op. Hierin worden de kaders opgesteld voor mogelijke planologische ontwikkelingen, waarbij sprake is van uitnodigingsplanologie. Dat betekent dat het omgevingsplan open normen zal bevatten waarmee ruime bouw- en gebruiksmogelijkheden worden aangeboden. Op deze manier kunnen gebieden zich ontwikkelen zonder bij voorbaat een ‘star eindbeeld’ vast te stellen. Daarnaast zet de gemeente zich ook actief in om initiatiefnemers uit te nodigen en in de ‘verleiding’ te brengen om te investeren in een bepaald gebied. In het plangebied en omgeving wordt komend jaar nader onderzoek uitgevoerd naar relevante milieuaspecten voor het omgevingsplan.
Masterplan De Hoven Noord
37
Bijlagen
Bijlage 1: Typisch De Hoven Noord Identiteit van De Hoven Noord De Hoven is ontstaan op een zandrug (oeverwal) in de oude IJsselmeander. Het ligt op de plek waar de wegen vanuit Arnhem en Apeldoorn samenkomen bij de oversteek naar de stad Zutphen. Halverwege de 17e eeuw stonden op deze plek vijf huizen. Aan het einde van de 17e eeuw werd de grond als ‘hoven’ verkocht en begon de bebouwing zich over een groter gebied te verspreiden. Het was het begin van De Hoven zoals we dat nu kennen, maar dan zonder het wegenpatroon zoals we dat nu zien. Even verderop in de uiterwaarden en naast Huize De Marsch kwamen steenfabrieken. Huize De Marsch werd aan het einde van de 18e eeuw afgebroken. Met de opkomende industrialisatie nam de welvaart en daarmee de vervoersbewegingen toe. Dit geldt ook voor Zutphen en De Hoven. Dit resulteerde aan het begin van de 19e eeuw in twee Rijksstraatwegen die Zutphen met Apeldoorn en Arnhem verbond. Later die eeuw kwam daar de treinspoorverbinding met deze twee steden bij. Was de Hoven voor de industrialisatie de locatie waar reizigers konden overnachten om vervolgens de volgende dag de tocht naar de overzijde van de IJsel te vervolgen naar Zutphen, kwam deze functie met de Rijksstraatwegen en spoorverbindingen te vervallen. De Hoven groeide met deze ontwikkelingen mee en werd een ‘dorp’ doorkruist door de Rijksstraatwegen en het spoor.
Rond 1830 stonden in De Hoven ongeveer 40 huizen voor ruim 300 inwoners. Hoewel er langzaam een wijk begon te ontstaan bestond het merendeel van deze huizen uit voornamelijk boerderijen. De eerste boerderijen waren zogenoemde T-boerderijen, later kwamen er ook ‘krukhuizen’. Daarbij zijn het woonhuis en het bedrijf in een L-vorm met elkaar verbonden. Ook komen boerderijen voor waarbij het woonhuis en het bedrijf onder één dak liggen. De ontwikkeling van de boerderij-typen in De Hoven sluit daarmee aan bij die in de wijde omgeving. Een belangrijke bron van inkomsten voor de inwoners van De Hoven was tuinbouw. Helemaal toen de gemeente tuinbouwgrond in erfpacht ging uitgeven en in 1917 de groenteveiling werd geopend. De tuinbouw was in dit type landschap langs de IJssel niet zonder risico. Waar water is stroomt dit wel eens over. Langs de IJssel gebeurde dit door water dat met enige regelmaat over de dijk heen stroomde en het achterland inundeerde of door dijkdoorbraken. Deze dynamiek tussen landschap en water zorgde ook voor zeer vruchtbare afzettingen wat het landschap weer interessant maakte voor de tuinbouw. Dorps karakter Door zijn unieke ligging en de ontstaansgeschiedenis heeft De Hoven een bijzondere positie: een wijk met een dorps en groen karakter direct tegenover het centrum van de stad.
Bevind je je in De Hoven dan voelt het qua maatschaal en atmosfeer aan als een dorp. Begeef je je op de Rijksstraatweg dan kom je meer in de stedelijke sfeer van Zutphen terecht. De bijzondere positie van De Hoven komt door de IJssel die tussen De Hoven en Zutphen ligt en maakt dat je de sprong over de IJssel moet maken om in Zutphen of in De Hoven te komen. Juist de combinatie van rivier en stad geeft De Hoven gemengde stadse en dorpse kwaliteiten, oftewel haar identiteit: • stadse elementen als ‘voorpost’ van Zutphen, bijvoorbeeld de herbergen; • landelijke elementen, bijvoorbeeld de boerenwoningen en het stratenpatroon van de oude ruilverkaveling (de hoven).
Masterplan De Hoven Noord
1
Tijdlijn ontwikkeling De Hoven Noord
Masterplan De Hoven Noord
2
De Hoven: oorsprong op een kruispunt van wegen De Hoven is ontstaan op een zandrug (oeverwal) in de Oude IJsselmeander, op de plek waar de wegen vanuit Arnhem in het zuiden en Apeldoorn en verder in het westen/noorden samenkomen bij de oversteek naar de stad Zutphen. Halverwege de 17e eeuw stonden op de plek van het huidige De Hoven vijf huizen. Aan het eind van de 17e eeuw werd de grond als hoven verkocht en begon de bebouwing zich over een groter gebied te verspreiden. Het was het begin van De Hoven zoals we dat nu kennen, maar dan nog zonder het huidige wegenpatroon. In de uiterwaarden en naast Huize De Marsch kwamen steenfabrieken. Huize De Marsch werd aan het einde van de 18e eeuw afgebroken. Aan het begin van de 19e eeuw verbonden twee Rijks straatwegen Zutphen met Apeldoorn en Arnhem. Later die eeuw kreeg Zutphen ook een spoorverbinding met deze twee steden. De Hoven groeide met deze ontwikkelingen mee. Rond 1830 stonden in De Hoven ongeveer 40 huizen voor ruim 300 inwoners en ontstond er langzaam een echte wijk. De eerste boerderijen waren T-boerderijen, later kwamen er ook ‘krukhuizen’, waarbij het woonhuis en het bedrijfsgedeelte in een L-vorm geschakeld werden. En boerderijen waarbij zowel het woonhuis als het bedrijfsgedeelte onder hetzelfde dak zijn ondergebracht. De ontwikkeling van de boerderijtypen in De Hoven sluit daarmee aan bij die in de wijde omgeving.
Tuinbouw was voor de inwoners een belangrijke bron van inkomsten. Helemaal toen de gemeente tuinbouwgrond in erfpacht ging uitgeven en in 1917 de groenteveiling werd geopend. (Bron: Wijkontwikkelingsplan De Hoven, 2015)
Masterplan De Hoven Noord
3
De dualiteit tussen enerzijds het dorpse karakter van De Hoven en anderzijds de ontstane stedelijkheid toont zich in de concentratie van de ruimtelijke structuur bij de brug over de IJssel. Hier ligt het zogeheten scharnierpunt tussen ‘stad en land’. Naar het achterland van De Hoven waaieren de wegen uit en ligt de bebouwing verspreid in het landschap en bevinden we ons duidelijk in de meer landelijke omgeving met een dorps karakter. Boerennederzetting De Hoven ontstond als boerendorp. De gebouwen in het oudere gedeelte zijn van oorsprong dan ook boerderijen, waar grote stukken land omheen lagen. Door uitbreidingen in De Hoven met nieuwe woningen zijn deze stukken land steeds kleiner geworden. Aan de grote tuinen van de oudere woningen is deze structuur nog steeds herkenbaar. Vanuit De Hoven werden groente en etenswaren geproduceerd voor de stad Zutphen. Als er markt was in het centrum van Zutphen dan gingen de boeren uit De Hoven met platte wagens hun waren verkopen in de binnenstad. Onafhankelijke nederzetting De Hoven functioneerde lang - en misschien nog steeds wel - als een onafhankelijk dorp. Hierbij hoorden eigen gewoonten. Zo had iedereen in De Hoven een bijnaam, omdat er veel mensen van dezelfde familie (en dezelfde naam) in de wijk woonden. Ook kende De Hoven een eigen variant op Sint Maarten, Vastenavond geheten. De Hoven kent een eigen feest, het Heufs Volksfeest.
Deze onafhankelijkheid en de daarbij behorende identiteit zijn nog altijd diep verankerd in De Hoven en voelbaar als je je in De Hoven begeeft. Een karakteristiek kenmerk waarvan de huidige bewoners graag zien dat dit in de toekomstige gebiedsontwikkeling een plek krijgt. Historisch gezien heeft De Hoven veel winkels en bedrijfjes. Met onder andere een kruidenier, bakkers, slagers, kappers, fietsenmakers, melk- en groenteboeren, een schoenmaker, pompstations, taxibedrijf, café en een postkantoor/bank, was in vroeger tijden alles verkrijgbaar in De Hoven. Het zou voor de toekomstplannen interessant zijn deze voorzieningen op een hedendaagse wijze terug te laten komen.
Masterplan De Hoven Noord
4
Landschapstypenkaart De Hoven Noord
Landschapstypenkaart met hoogtekaart en landschappelijke elementen (Bron: BügelHajema Adviseurs)
Waarden en karakteristiek De waarden en identiteit van de Hoven tonen zich zowel in cultuurhistorische context als in landschappelijke context. Natuurlijk heeft het een invloed op het ander. Er wordt (van oorsprong) op de hoger en droger gelegen gronden gewoond en op lager gelegen gronden vindt vaak landbouw plaats. Echter in ieder landschapstype gebeurt dit weer op geheel eigen wijze. Vandaar dat voor de waarden en identiteit van De Hoven zowel gekeken wordt naar de landschappelijk ontwikkeling vanuit bodem, water en geomorfologie als naar de cultuurhistorische component waarin de mens en zijn handelen in het landschap centraal staan. Het landschap Het landschap staat centraal in De Hoven Noord. Het is het landschap waarin de mensen geboren zijn of wonen. Het is het landschap waarmee ze zich verbonden voelen en het is het landschap waar ze op uitkijken, doorheen dwalen, een bedrijf hebben ze hun herinneringen hebben. Het plangebied is gelegen in het landschapstype oeverwallenlandschap en grenst aan het uiterwaarden landschap (in het oosten) en kampenlandschap (in het westen). Oeverwallenlandschap Dit type landschap ontstaat door natuurlijke processen in rivierengebieden zoals bij de rivier de IJssel. De oeverwal ontstaat door overstromingen van de rivier waarbij sedimenten worden afgezet. De zandafzettingen bestaan vooral uit grof en fijn zand.
De ontstane langgerekte oeverwallen langs de rivieren functioneren als natuurlijke dijken die het achterland beschermen tegen het buiten de oevers treden van de rivier en zorgen dat de rivier in zijn stroombedding blijft. Bij hoogwater treedt de rivier opnieuw buiten zijn oevers. Dit heeft ertoe bijgedragen dat de oeverwallen een gelaagde structuur hebben. Iedere laag staat voor een overstroming die geleid heeft tot een sedimentafzetting. Een onbedijkte rivier is zogezegd altijd ‘aan de wandel’. Dit betekent concreet dat de bedding van de rivier door het opslibben van sedimenten of het uitschuren (eroderen) van bochten verplaatst. Zo zijn de Oude IJssel en Emper Meander ontstaan. Tussen oeverwallen bevinden zich de lagere delen. Hier verzamelde zich vaak het water tijdens overstromingen. Omdat het water zijn stroomsnelheid kwijtraakt worden de fijnere sedimenten afgezet. Het landschap van de oeverwallen is daardoor vaak een heel vruchtbaar landschap. Deze vruchtbare gronden worden veelal gebruikt voor landbouw en de klei voor het maken van bakstenen. Het kenmerkende verkavelingspatroon voor dit landschap is een onregelmatige blokverkaveling met grillige perceelvormen. Uiterwaardenlandschap Het uiterwaarden landschap is een specifiek type landschap dat zich kenmerkt door de ligging langs rivieren en de dynamische interactie tussen water en land.
De uiterwaarden zijn de gronden tussen het zomerbed van een rivier en de hoge winterdijk. Bij hoogwater mogen de uiterwaarden onderstromen. Hierdoor krijgt de rivier bij hoogwater meer ruimte om te stromen en worden de bewoners achter de winterdijk beschermd tegen het hoge water in de rivier. Over het algemeen zijn uiterwaarden vlakke stukken land. Door het overstromen met rivierwater is het ook vruchtbaar land omdat hier fijnere sedimenten worden afgezet. In uiterwaarden zijn vaak nog mee stromende nevengeulen te vinden. Vanwege de vruchtbare grond worden de uiterwaarden vaak gebruikt voor landbouw en vooral de nattere delen meer voor veeteelt.
Masterplan De Hoven Noord
5
Oeverwallenlandschap in plangebied De Hoven Noord Masterplan De Hoven Noord
Uiterwaardenlandschap van de IJssel, grenzend aan het plangebied 6
Geomorfologische kaart (Bron: BügelHajema Adviseurs)
Hoogtekaart (peilen in N.A.P., Bron: ahn.nl)
Bodemkaart met hoogtekaart (Bron: BügelHajema Adviseurs)
Masterplan De Hoven Noord
8
Geomorfologie, bodem, hoogte en water Geomorfologie en bodem De geomorfologische kaart toont heel helder wat de invloed van de rivier op het landschap is geweest. Het dal van de IJssel betreft van oorsprong een loop van de Oer-Rijn. De Oer-Rijn heeft grote hoeveelheden grind en zand afgezet. Het dal is tussen 60.000 en 40.000 jaar geleden geleidelijk aan verlaten. Het IJsseldal zelf fungeerde vanaf dat moment alleen nog als een regionaal afwateringssysteem met diverse beekjes. In het daarop volgende periode tussen 30.000 tot 14.000 jaar geleden werd de verlaten riviervlakte in het IJsseldal grotendeels afgedekt met een dun pakket dekzand. In het IJsseldal ontstonden vlakke afvoerloze laagtes, dekzandkopjes en langgerekte ruggen. De jongste dekzandafzettingen die op grote schaal in het IJsseldal worden aangetroffen, zijn gedurende de laatste koude fase in het Weichselien (IJstijd) gevormd. Het zijn voornamelijk verstuivingen van al aanwezige dekzandruggen. Het zand is vermoedelijk in latere perioden grotendeels door de Gelderse IJssel opgeruimd. In het Vroeg- en Midden Holoceen zijn in dit gebied ook verscheidene beken actief geweest. Deze waterden vanaf de stuwwallen in het oosten richting de laagste punten in het IJsseldal af. Ook deze afzettingen zijn vermoedelijk (groten)deels opgeruimd door de Gelderse IJssel.
Ter hoogte van De Hoven was oorspronkelijk sprake van een oost-west gerichte zijarm van de IJssel. De vorming daarvan wordt over het algemeen in de periode 900 -1200 AD gedateerd. De IJssel heeft zich in dit gebied halverwege de 14e eeuw vertakt in meerdere kleinere rivierarmen. Het gehele plangebied ligt in feite in de binnenkant van een grote oude meander van de IJssel, waar ook kronkelwaardruggen en kronkelwaardgeulen zijn ontstaan. In de Late Middeleeuwen is mogelijk lokaal verstuiving van rivierzand opgetreden. (Bron: ‘N345 Rondweg De Hoven, Zutphen, inventariserend veldonderzoek (booronderzoek), ADC, 2014) Langs de IJssel is de afzetting van de oeverwal zichtbaar. Ten westen van de oeverwal zijn stroomruggen te zien in de oude IJssel meander. Stroomruggen zijn ontstaan op plaatsen waar de rivier stroomde, welke regelmatig buiten de oevers trad. In de loop van de tijd nam de rivier een andere route en bleef een hoger gedeelte in het landschap achter. De hogere rug waar De Hoven op is ontstaan is een restant van een oud dekzandterras. In het gebied zijn er verschillende bodemsoorten aanwezig. Het Uiterwaardenlandschap heeft veelal kalkhoudende poldervaaggronden die zavelhoudend zijn. In het oeverwallenlandschap zijn veelal kalkhoudende ooigronden met zware en lichte klei aanwezig.
Hoogte en water Op de hoogtekaart is de geschiedenis van de rivier de IJssel ook goed af te lezen. Zoals treffend in de structuurvisie wordt aangegeven meanderde deze door het dal tussen de Veluwe en Salland. Hoewel de huidige rivier (door bedijking) een minder ‘dynamisch leven leidt’, zijn deze oude meanders nog goed terug te vinden in de landschappelijke geschiedenis. De hoogtekaart biedt hier waardevolle informatie over en toont fraai de oude meander van de rivier. Deze zijn blauw van kleur op de kaart. De gele en oranje kleuren duiden op de verhoogde stroomrug en dekzandterras. Op dit moment heeft een deel van de oude meander een waterafvoerende functie. In de lagere delen van de Overmarsch wordt het gebied ontwaterd door een patroon van sloten die afwateren op de oude IJsselarm. Een belangrijke waterloop in het gebied is de Hoendernesterbeek. Daar waar de oude IJssel meander zich het Veluwe massief insnijdt is sprake van een bijzondere waterhuiskundige situatie. Hier komt heel veel schoon kwelwater aan het oppervlak wat leidt tot bijzondere flora en fauna leef-biotopen.
Masterplan De Hoven Noord
9
Natuurkaart De Hoven Noord
(Bron: BugelHajema) BügelHajema Adviseurs)
Natuur De oude meanderbochten in de IJssel en de doorsnijding van de zandgronden zijn ontstaan in tijden van grotere afvoer. In het traject van de Midden-IJssel monden veel beken uit in de rivier. Bij de Hoven is de Voorstondense Beek verbonden met de oude IJsselmeander die via de Hoendernesterbeek noordelijk van de zandrug uitkomt in de IJssel. De IJssel meander is een natuurgebied met Veluws grondwater. Deze bijzondere situatie met invloeden van schone kwel in combinatie met de natuurlijke gradiënt zorgt voor een natuurrijk gebied met zeldzame planten en diersoorten. In en nabij het plangebied liggen beschermde natuurgebieden: Gelders natuurnetwerk (donkergroen) en Natura 2000 (uiterwaarden). Ten noorden van het plangebied is een Groene ontwikkelingszone gelegen (zie afbeelding hiernaast). Dit betreft onder andere de Empermeander, een natuurgebied dat wordt gevoed door de Voorstondense Beek. Deze valt op in het landschap door de aanwezige boombeplantingen. Daarbij geldt dat het deel grenzend aan het Veluwe massief zoals eerder aangegeven extra waardevol is vanwege de uitzonderlijke schone kwel die hier naar boven komt. De Empermeander bestaat uit open, deels verland water met rietlanden en bospercelen. De Overmarsch en de Sprabanen kennen erfbeplantingen bestaande uit populieren en meidoorns. Natuurwaarden zijn gekoppeld aan de Empermeander (o.a.
moerasvogels, steenuil en kamsalamander) en aan het open, nagenoeg onbebouwde landbouwgebied ten westen van de spoorlijn.
Masterplan De Hoven Noord
10
Archeologische waardenkaart Uitsnede uit archeologische waardenkaart Zutphen (25 september 2018)
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Het plangebied ligt in het IJsseldal, ten westen van de huidige loop van de IJssel. Uit archeologisch bureauonderzoek voor het geplande wegtracé voor de rondweg zijn in het plangebied van De Hoven zones aanwezig van middelhoge (zandrug) en lage archeologische verwachting (lagere delen). De oude zijarmen van de IJsselarm zijn aangeduid als IJsselbedding met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor de zones van de middelhoge verwachtingswaarde gaat het om zones waar met name op dekzandruggen/koppen sporen en vondsten uit de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd worden verwacht. Verder is binnen het plangebied sprake van oude zijarmen van de IJssel. Het dal van de IJssel betreft van oorsprong een loop van de Oer-Rijn. De Oer-Rijn heeft grote hoeveelheden grind en zand afgezet. Het dal is tussen 60.000 en 40.000 jaar geleden geleidelijk aan verlaten. Het IJsseldal zelf fungeerde vanaf dat moment alleen nog als een regionaal afwateringssysteem met diverse beekjes. In de daarop volgende periode tussen 30.000 tot 14.000 jaar geleden werd de verlaten riviervlakte in het IJsseldal grotendeels afgedekt met een dun pakket dekzand. In het IJsseldal ontstonden vlakke afvoerloze depressies, dekzandkopjes en langgerekte ruggen.
De jongste dekzandafzettingen die op grote schaal in het IJsseldal worden aangetroffen, zijn gedurende de laatste koude fase in het Weichselien (IJstijd) gevormd. Het zijn voornamelijk verstuivingen van al aanwezige dekzandruggen. Het zand is vermoedelijk in latere perioden grotendeels door de Gelderse IJssel opgeruimd. Kleine dekzandkoppen kunnen bewaard zijn gebleven. In het Vroeg- en Midden Holoceen zijn in dit gebied ook verscheidene beken actief geweest. Deze waterden vanaf de stuwwallen in het oosten richting de laagste punten in het IJsseldal af. Ook deze afzettingen zijn vermoedelijk (groten)deels opgeruimd door de Gelderse IJssel. (Bron: ‘N345 Rondweg De Hoven, Zutphen, inventariserend veldonderzoek (booronderzoek), ADC, 2014)
Masterplan De Hoven Noord
11
Historische kaarten De Hoven Noord
Historische kaart 1850 (Bron: Topotijdreis)
Historische kaart 1901 (Bron: Topotijdreis)
Historische kaart 1950 (Bron: Topotijdreis)
Historische kaart 2000 (Bron: Topotijdreis)
Masterplan De Hoven Noord
12
Cultuurhistorie Cultuurhistorie vertelt het verhaal van de menselijke invloed in een gebied. Deze menselijke invloed is over het algemeen ingegeven op basis van de geomorfologische ondergrond en de daarbij behorende landschapstypen, bodem, water en hoogtes. Op de historische kaarten van 1850, 1901 en 1950 is achtereenvolgens te zien dat het verkavelingslandschap nagenoeg onveranderd is gebleven tot aan het ruilverkavelingslandschap van circa 1970. Vanaf 1970 is te zien dat er een bepaalde ordening in de kavelrichting gaat komen die meer noord-zuid is georiënteerd. Op alle kaarten is de Weg naar Voorst naar zichtbaar. Deze weg, die vervolgens doorloopt naar Apeldoorn, is één van de oudste structuren in het gebied. Deze weg loopt logischerwijze over de zandige rug in het gebied. Zowel de oude weg als de zandrug hebben een belangrijke rol gespeeld in de situering van bebouwing en de oriëntering van de verkaveling in het landschap. Hoewel de bebouwing in het gebied aanvankelijk schaars was en zich hoofdzakelijk op de stroomrug bevond is deze vooral in de twintigste eeuw sterk uitgebreid. Een andere belangrijke verandering is de aanleg van de rondweg. De hoofdweg volgt niet langer de natuurlijke hoogte van de stroomrug. De Weg naar Voorst is afgeschaald naar 30 km en is weer een weg van het dorp geworden.
In het plangebied zijn een aantal markante plekken en in het oog springende structuren te benoemen die de dragers van het gebied zijn en het zijn specifieke identiteit geven.
Belangrijke structuren zijn: - De IJssel met uiterwaarden en dijken. - De oude IJssel meander met zijn landschappelijke laagte. - De Empermeander, Voorstondensebeek en Hoendernesterbeek en omringend uniek natuurgebied. - De oost-west georiënteerde zandrug. - De oude Weg van Voorst naar Zutphen. - De spoorlijn. - Het oude bebouwingslint langs de Weg naar Voorst. Belangrijke markante plekken in het gebied zijn: - Voormalig kasteel de Marsch. - Vlietberg met de oude hoeve / voormalige plek steenoven. - De oude tuinderijen ontstaan rond de 19de eeuw. - Het natuurgebied bij de Empermeander. - Sprabanen met meidoornhagen. - De oude lanen en houtwallen in het gebied.
Masterplan De Hoven Noord
13