662538 - bijlage 4 - Was-wordt lijst Algemene Subsidieverordening gemeente Zutphen 2025
Tekst van het document
Bijlage 4. Was-wordt lijst Algemene Subsidieverordening gemeente Zutphen 2025 Was
Wordt
Reden wijziging
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
Deze verordening verstaat onder:
In Artikel 1 wordt bepaald wat er wordt verstaan onder de begrippen die gebruikt worden in deze verordening. In vergelijking met de geldende verordening is een aantal begrippen gewijzigd en/ of toegevoegd.
a. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daar voor in de plaats tredende Europese regelgeving; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van de - Verordening (EU) nr. 1407/2013; - Verordening (EU) nr. 2019/316 (landbouwproductiesector); - Verordening (EU) nr. 717/2014 (visserij- en aquacultuursector), of - Verordening (EU) 2018/1923 (diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen); d. eenmalige subsidie: een niet-jaarlijkse subsidie; e. egalisatiereserve: het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de kosten van de
a. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daar voor in de plaats tredende Europese regelgeving; b. college: het college van burgemeester en wethouders; c. controleprotocol: handleiding voor de accountant, als bedoeld in artikel 21, voor de controle op de besteding van de subsidie; d. controleverklaring: verklaring waarbij de accountant een controle of beoordeling uitvoert specifiek gericht op de rechtmatigheid en besteding van de ontvangen subsidie; e. de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van de a. Verordening (EU) nr. 1407/2013; b. Verordening (EU) nr. 2019/316 (landbouwproductiesector); c. Verordening (EU) nr. 717/2014 (visserij- en aquacultuursector), of
De begrippen onder c. en d. zijn opgenomen om duidelijkheid te geven over de subsidieverantwoording bij grote subsidiepartners, vooral over de inhoud van de controleverklaring die opgesteld moet worden door een onafhankelijk accountant.
Was activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve. De reserve wordt gevormd om tot een gelijkmatige verdeling van lasten te komen. De egalisatiereserve wordt gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen; f.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 2017/1084), de Landbouw vrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 702/2014) en de Visserij vrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 1388/2014);
g. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (kalender- of boek)jaar of voor een bepaald aantal (kalenderof boek)jaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt; h. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; i.
raad: de gemeenteraad; Verdrag:
j.
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
Wordt d. Verordening (EU) 2018/1923 (diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen); f. eenmalige subsidie: een niet-jaarlijkse subsidie; g. egalisatiereserve: het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve. De reserve wordt gevormd om tot een gelijkmatige verdeling van lasten te komen. De egalisatiereserve wordt gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen; h. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 2017/1084), de Landbouw vrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 702/2014) en de Visserij vrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 1388/2014); i. jaarlijkse subsidie: subsidie die per (kalender- of boek)jaar of voor een bepaald aantal (kalender- of boek)jaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;
Reden wijziging
Was k. verordening: Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2019; l.
Wordt j. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
wet: Algemene wet bestuursrecht. k. raad: de gemeenteraad; l. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); m. verordening: Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2025; n. wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3 Bevoegdheid college 1 Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies, alsmede tot het nemen van alle overige daarmee samenhangende besluiten op grond van titel 4.2 van de wet en deze verordening. Subsidies kunnen slechts worden verstrekt voor: a. activiteiten die vallen onder de beleidsterreinen zoals vermeld in de door de raad vastgestelde begroting, of
Artikel 3 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies, alsmede tot het nemen van alle overige daarmee samenhangende besluiten op grond van titel 4.2 van de wet en deze verordening. Subsidies kunnen slechts worden verstrekt voor: a. activiteiten die vallen onder de beleidsterreinen zoals vermeld in de door de raad vastgestelde begroting, of
b. activiteiten zoals door het college geregeld in een subsidieregeling én met inachtneming van i. deze verordening,
b. activiteiten zoals door het college geregeld in een subsidieregeling, én met inachtneming van:
ii. de door de gemeenteraad in het kader van de vaststelling van de gemeentebegroting vastgestelde kaders, en iii. de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen.
i. deze verordening, ii.de door de gemeenteraad in het kader van de vaststelling van de gemeentebegroting vastgestelde kaders, en
Reden wijziging
Was
Wordt 2. Het college kan in een subsidieregeling aanvullende voorschriften vaststellen over de onderwerpen zoals geregeld in deze verordening. Het college kan in een subsidieregeling afwijkende voorschriften vaststellen. 3. Het college kan voorwaarden aan de subsidieverlening verbinden.
Artikel 6 Aanvraag om subsidie 1. Een aanvraag om subsidie moet door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten die met activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een voldoende gespecificeerd(e) en toegelicht(e) begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
iii. de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen. 2. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, aanvullende voorschriften vaststellen over de onderwerpen zoals geregeld in deze verordening. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, afwijkende voorschriften vaststellen.
Reden wijziging
Een gedeelte van het tweede lid is gewijzigd om meer flexibel te kunnen zijn.
3. Het college kan voorwaarden aan de subsidieverlening verbinden. Artikel 6 Aanvraag om subsidie 1. Een aanvraag om subsidie moet schriftelijk door middel van een daartoe door het college vastgesteld aanvraagformulier worden ingediend. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten die met de activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; c. een voldoende gespecificeerd(e) en toegelicht(e) begroting van en dekkingsplan voor de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen voor dezelfde activiteiten,
Tweede lid, onder d. ii is gewijzigd!
Was d. als de aanvrager een onderneming is: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de deminimisverordening (deminimisverklaring); e. als het een subsidie betreft die per (kalender- of boek)jaar of voor een bepaald aantal (kalender- of boek)jaren aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3.Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: a. een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten; b. een exemplaar van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, afwijken van dit artikel, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel d.
Wordt onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. als de aanvrager een onderneming is: i. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; ii.een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de de-minimisverordening (deminimisverklaring), tenzij dit op grond van een subsidieverordening of -regeling niet vereist is; e. als het een subsidie betreft die per (kalender- of boek)jaar of voor een bepaald aantal (kalender- of boek)jaren aan een rechtspersoon wordt verstrekt: de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: a. een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten; b. een exemplaar van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, afwijken van dit artikel, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel d..
Reden wijziging
Was
Wordt Artikel 6a Goed bestuur
Reden wijziging
1. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet de aanvrager ter beoordeling van het college genoegzaam aantonen te voldoen aan de eigen branche specifieke Governance Code, of bij gebreke daarvan aan: a. de door het college vastgestelde Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening, of b. de beginselen, zoals neergelegd in de algemene Governane Code dan wel de Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening. 2. Het college beoordeelt in voorkomend geval of de aanvrager aan de beginselen, als bedoeld in het eerste lid, onder b., voldoet en betrekt hierbij onder meer: a. de statuten van de aanvrager; b. de - schriftelijk vast te leggen voorschriften dan wel te maken afspraken bij de eventuele subsidieverlening dan wel aan te gane uitvoeringsovereenkomst op grond van artikel 4:36 Awb; c. een eventuele ANBI-status of andere keurmerkregistratie van de aanvrager; d. overige feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat aanvrager aan de beginselen voldoet. 3. Een aanvrager waarvoor een eigen branche specifieke Governance Code geldt, houdt zich hier altijd aan, of bij gebreke daarvan aan de Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij
Artikel 6a is nieuw opgenomen over voorwaarden voor goed bestuur. Op grond van dit artikel moet een aanvrager aan de in het eerste lid vermelde voorwaarde voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Het college krijgt de bevoegdheid om de Zutphense voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening in dit kader vast te stellen.
Was
Wordt Reden wijziging subsidieverlening. De aanvrager ondertekent daartoe jaarlijks een verklaring. In voorkomend geval overlegt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie de meest recente eigen branche specifieke Governance Code. 4. Een subsidieaanvrager/ -ontvanger aan wie de zorg over kinderen en/ of volwassenen is toevertrouwd, hanteert verplicht de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. 5. Als een aanvrager niet (meer) aan het bepaalde in dit artikel voldoet, kan het college de subsidie weigeren dan wel intrekken. 6. Als een subsidieontvanger niet (meer) aan het bepaalde in het vierde lid voldoet, kan het college de subsidie intrekken.
Artikel 8 Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie, als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen dertien weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college de beslissing eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen. 4. Van een beslissing tot verdaging stelt het college de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid, op de hoogte onder vermelding van de reden tot verdaging. 5. In een subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 8 Beslistermijn 1. Het college beslist op een aanvraag om subsidie, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Het college beslist op een aanvraag om subsidie, als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen dertien weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Het college kan de beslissing, als bedoeld in het eerste en tweede lid, eenmaal voor ten hoogste zes weken verdagen. 4. Van een beslissing tot verdaging stelt het college de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid, op de hoogte onder vermelding van de reden tot verdaging. 5. In een subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Technische correctie!
Was 6. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Wordt 6. Bij aanvragen om subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Reden wijziging
Artikel 10 Weigerings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet, weigert het college de subsidie in ieder geval, als: a. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; b. het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat op grond van een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, weigert het college de subsidie in ieder geval als het verstrekken van subsidie in strijd is met een Europees steunkader, omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of 3. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, kan het college de subsidie in ieder geval weigeren, als:
Artikel 10 Weigerings- en terugvorderingsgronden Derde lid, onder h. is gewijzigd! 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet, weigert het college de subsidie in ieder geval, als: a. de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; b. het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat op grond van een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, weigert het college de subsidie in ieder geval ook als het verstrekken van subsidie in strijd is met een Europees steunkader, omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden en het bepaalde in artikel 6a, vijfde lid, kan het college de subsidie in ieder geval ook weigeren, als:
Was
Wordt a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd, waaronder – onder meer – wordt begrepen het geval dat de aanvrager ook zonder gemeentelijke subsidie over voldoende gelden – hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden – kan beschikken om de activiteiten uit te voeren; c. de aanvraag niet voldoet aan regels die gesteld zijn om voor subsidie in aanmerking te komen; d. de te subsidiëren activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid; e. de te subsidiëren activiteiten overwegend een partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter hebben; f. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; g. de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteiten niet aannemelijk heeft kunnen maken; h. als redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager voor de aangevraagde subsidie reeds door enig bestuursorgaan subsidie is verstrekt; i. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen;
Reden wijziging a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd, waaronder - onder meer - wordt begrepen het geval dat de aanvrager ook zonder gemeentelijke subsidie over voldoende gelden - hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden - kan beschikken om de activiteiten uit te voeren; c. de aanvraag niet voldoet aan regels die gesteld zijn om voor subsidie in aanmerking te komen; d. de te subsidiëren activiteiten niet verenigbaar zijn met het gemeentelijke beleid; e. de te subsidiëren activiteiten overwegend een partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk karakter hebben; f. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; g. de aanvrager de behoefte aan de te subsidiëren activiteiten niet aannemelijk heeft kunnen maken; h. er redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager voor de aangevraagde subsidie al door enig bestuursorgaan subsidie is verstrekt;
Was
Wordt j.
Reden wijziging
de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. 4. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen; j. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. 4. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Artikel 14 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.
Artikel 14 Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies hoger dan € 50.000,- verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.
2. Bij subsidieregeling of -verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan vermeld in artikel 4:37, eerste lid van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling of de motivering van de subsidieverleningsbeschikking wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor
i.
2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan vermeld in artikel 4:37, eerste lid van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling of de motivering van de subsidieverleningsbeschikking wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
Was zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. 4. Bij subsidieregeling of –verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Wordt subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen gaan over de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 5. Het college kan in nadere regels, subsidieregeling of de verleningsbeschikking aan een subsidieontvanger verplichtingen, als bedoeld in het tweede lid, opleggen en/ of aan de subsidie verplichtingen, als bedoeld in het derde lid, verbinden, die onder andere betrekking hebben op: a. de inzet voor social return (‘SROI’); b. duurzaamheid. In de toelichting bij de nadere regels, subsidieregeling of in de motivering van de verleningsbeschikking wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.
Artikel 15 Egalisatiereserve 1. Bij subsidieverleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger van een per (kalender- of boek)jaar verstrekte subsidie die meer
Reden wijziging
Artikel 15 Egalisatiereserve 1. In een verleningsbeschikking kan het college bepalen dat de subsidieontvanger van een per (kalender- of boek)jaar verstrekte subsidie die meer
Het vijfde lid over Social return on investment (SROI) is nieuw toegevoegd. Het doel hiervan is om extra werk(ervarings)plaatsen mogelijk te maken voor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Eerste lid is gewijzigd!
Was dan € 100.000,- bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Wordt dan € 100.000,- bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid van de wet vormt. 2. De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het college verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Reden wijziging
Artikel 17 Betaling en bevoorschotting 1. Als een subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel a. wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats. 2. Als een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b. wordt gegeven, wordt een voorschot van 100% verstrekt. 3. Als besloten wordt tot het verstrekken van voorschotten op de subsidie, worden in het besluit tot subsidieverlening de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. 4. Het college kan in een subsidieregeling afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Artikel 17 Betaling en bevoorschotting 1. Als een vaststellingsbeschikking als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a. wordt gegeven, vindt de betaling van de gehele subsidie in één keer plaats. 2. Als een verleningsbeschikking als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder b. wordt gegeven, wordt een voorschot van 100% verstrekt. 3. Als besloten wordt tot het verstrekken van voorschotten op de subsidie, worden in de verleningsbeschikking de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald. 4. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Eerste, tweede, derde en vierde lid zijn gewijzigd!
Artikel 18 Wijze van verstrekking en verantwoording subsidies tot en met € 5.000,1. Een subsidie tot en met € 5.000,- wordt door het college: a. direct vastgesteld, of b. verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid - binnen dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2. Als bij de subsidieverleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij
Artikel 18 Wijze van verstrekking en verantwoording subsidies tot en met € 5.000,1. Een subsidie tot en met € 5000,- wordt door het college: a. direct vastgesteld, of b. verleend en - tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid - binnen dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.
Tweede en vierde lid zijn gewijzigd!
Was aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht én dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen dertien weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt of een aanvraag om subsidievaststelling is ingediend. 3. Bij verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000,- wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. 4. Het college kan in een subsidieregeling afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Wordt 2. Als bij de verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht én dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen dertien weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt of een aanvraag om subsidievaststelling volledig is ingediend. 3. Bij verlening van een subsidie van ten hoogste €5.000,- wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. 4. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling of beschikking, afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Reden wijziging
Artikel 19 Verantwoording subsidies tussen € 5.000,en € 100.000,1. Bij een subsidie van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 100.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar of uiterlijk vier maanden na afloop van het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
Artikel 19 Verantwoording subsidies tussen € 5.000,en € 100.000,1. Bij een subsidie van meer dan € 5.000,- en ten hoogste € 100.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar of uiterlijk vier maanden na afloop van het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn
Derde, vierde en vijfde lid zijn gewijzigd!
Was
Wordt
b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). 3. Het college kan al dan niet in een subsidieregeling bepalen dat ook andere, of minder dan die in dit artikel bedoelde, gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden verlangd. 4. Het college kan in een subsidieregeling bepalen dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 5. Het college kan in een subsidieregeling afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). 3. Het college kan bepalen dat andere termijnen worden vastgesteld of dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde, gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden verlangd. 4. Het college kan bepalen dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan. 5. Het college kan in een subsidieregeling of verleningsbeschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Reden wijziging
Artikel 20 Verantwoording subsidies van meer dan € 100.000,1. Bij een subsidie van meer € 100.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar of uiterlijk vier maanden na afloop van het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:
Artikel 20 Verantwoording subsidies van meer dan € Derde, vierde en zesde lid zijn 100.000,gewijzigd! 1. Bij een subsidie van meer dan € 100.000,-, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a. bij een eenmalige subsidie: uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; b. bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar of uiterlijk vier maanden na afloop van het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn
Was
3.
4.
5.
6.
a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; e d. en controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Het college kan al dan niet in een subsidieregeling bepalen dat andere termijnen worden vastgesteld of dat andere, of minder dan die in dit artikel bedoelde, gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden verlangd. Het college kan in een subsidieregeling bepalen dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Het college kan de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten (tussenrapportage). Dit geldt alleen voor activiteiten die meer dan een (kalender- of boek)jaar in beslag nemen en wordt niet vaker dan één keer per (kalender- of boek)jaar gevraagd. Het college kan in een subsidieregeling afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Wordt
3.
4. 5.
6.
Reden wijziging
uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Het college kan bepalen dat andere termijnen worden vastgesteld of dat ook andere, of minder dan de in dit artikel bedoelde, gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden verlangd. Het college kan bepalen dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan. Het college kan de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten (tussenrapportage). Dit geldt alleen voor activiteiten die meer dan een (kalender- of boek)jaar in beslag nemen en wordt niet vaker dan één keer per (kalender- of boek)jaar gevraagd. Het college kan in een subsidieregeling of verleningsbeschikking afwijken van het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Artikel 21 Controleprotocol Het college kan een controleprotocol vaststellen voor de inrichting en uitvoering van de controle van de
Artikel 21 is nieuw toegevoegd om duidelijkheid te geven over de subsidieverantwoording bij grote subsidiepartners, vooral over de
Was
Wordt financiële verantwoording door de accountant, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onder d.
Artikel 21 Vaststelling subsidie van meer dan € 5.000,1. Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000,vast binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in een subsidieregeling anders is bepaald. 2. Het college kan deze termijn eenmalig voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, bij (categorieën van) subsidies of subsidieontvangers bepalen dat de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet vóór het in de artikelen 19, eerste lid en 20, eerste lid vermelde tijdstip is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 22 Vaststelling subsidie van meer dan €5.000,1. Het college stelt een subsidie van meer dan €5.000,vast binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in een subsidieregeling of verleningsbeschikking anders is bepaald. 2. Het college kan deze termijn eenmalig voor ten hoogste zes weken verdagen. 3. Het college kan bij (categorieën van) subsidies of subsidieontvangers bepalen dat de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft in te dienen. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet vóór het in de artikelen 19, eerste lid en 20, eerste lid vermelde tijdstip of niet volledig is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de volledige aanvraag niet binnen de nieuw gestelde termijn is ingediend, kan het college - vanwege het niet naleven van deze verplichting - de subsidie 5% lager vaststellen dan het bedrag waarop de subsidie zou zijn vastgesteld als aan de verplichting zou zijn voldaan.
Artikel 22 Hardheidsclausule Het college kan één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 4 en 10, eerste en tweede lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op het
Artikel 23 Hardheidsclausule Het college kan één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 4 en 10, eerste en tweede lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op het
Reden wijziging controleverklaring die opgesteld moet worden door een onafhankelijk accountant. Een gedeelte van het eerste lid is gewijzigd om meer flexibel te kunnen zijn.
Een gedeelte van het derde is gewijzigd om meer flexibel te kunnen zijn.
Een gedeelte van het vierde lid is gewijzigd. Bij niet naleven van de verplichtingen bij subsidie verantwoording kan het college de subsidie 5% lager vaststellen dan het bedrag waarop deze zou zijn vastgesteld. De verwachting is dat subsidieontvangers hiermee tijdig aan hun verantwoordingsplicht voldoen. Dit artikel is gewijzigd.
Was belang van het verstrekken van subsidies, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Wordt belang van het bereiken van de gemeentelijke doelstellingen door het verstrekken van subsidies, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Was Toelichting
Wordt Toelichting
Algemene toelichting Subsidieverstrekking vormt een belangrijk instrument voor de gemeente Zutphen om haar beleid te realiseren. De vorige Algemene subsidieverordening (ASV) was uit 2012 en sinds de vaststelling hiervan zijn de inzichten over subsidies gewijzigd. Zo wil de gemeente meer sturen op maatschappelijke effecten van subsidies. Verder vroegen de (Europese) regels met betrekking tot staatssteun om aanpassing van de ASV. Voldoende redenen om een nieuwe ASV te maken. De ASV 2019 is een sterk procedureel en technisch stuk en geldt voor alle gemeentelijke subsidies. De ASV is gebaseerd op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en bevat bevoegdheden van het college ten aanzien van het verlenen en vaststellen van subsidies en de voorwaarden en verplichtingen die daarmee samenhangen. Aansluiting is gezocht bij de modelverordening ASV van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) die in de zomer 2019 verscheen. Op grond van de ASV kan het college subsidieregelingen vaststellen per beleidsterrein. Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel is een aantal begripsomschrijvingen opgenomen. Deze omschrijvingen gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren regelingen. Deze begripsomschrijvingen hoeven dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen
Algemene toelichting Subsidieverstrekking vormt een belangrijk instrument voor de gemeente Zutphen om haar beleid te realiseren. De Algemene subsidieverordening gemeente Zutphen 2025 (hierna: ASV) is een procedureel en technisch stuk en geldt voor alle gemeentelijke subsidies. De ASV is gebaseerd op Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en bevat bevoegdheden van het college voor het verlenen en vaststellen van subsidies en de voorwaarden en verplichtingen die daarmee samenhangen. Volgens de ASV kan het college subsidieregelingen vaststellen per beleidsterrein.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven. Deze omschrijvingen gelden niet alleen voor deze verordening, maar ook voor de hierop te baseren
Reden wijziging
Was opgenomen te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken. Onder het begrip ‘Europees steunkader’ vallen in ieder geval zowel de in dit artikel vermelde algemene groepsvrijstellingsverordeningen als de in dit artikel vermelde verordeningen op basis waarvan deminimissteun kan worden verstrekt. Er is geen omschrijving opgenomen van subsidie. Wat onder een subsidie moet worden verstaan, is immers omschreven in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Kenmerken van een subsidie zijn dat er aanspraak is op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
Wordt regelingen. Deze begripsomschrijvingen hoeven dus niet nogmaals in de verschillende subsidieregelingen opgenomen te worden. Ook kan hier niet van worden afgeweken.
Artikel 2 Reikwijdte Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegekend om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de ASV van toepassing is. Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, onder c. van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is.
Artikel 2 Reikwijdte Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de ASV van toepassing is. Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen, en subsidies waar overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, onder c. van de Awb geen wettelijke grondslag voor nodig is.
Bij subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, onder c. van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is, is de ASV niet van toepassing. Overigens kan in incidente gevallen, mits de subsidie voor ten hoogste vier
Bij laatstgenoemde subsidies is de ASV dus niet van toepassing. Overigens kan in incidentele gevallen, als de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt, ook buiten deze ASV om subsidie worden verstrekt. Het
Reden wijziging
Onder het begrip ‘Europees steunkader’ vallen in ieder geval zowel de in dit artikel vermelde algemene groepsvrijstellingsverordeningen als de in dit artikel vermelde verordeningen op basis waarvan deminimissteun kan worden verstrekt. Er is geen omschrijving opgenomen van subsidie omdat de omschrijving van subsidie al in artikel 4:21 van de Awb staat. Kenmerken van een subsidie zijn dat er aanspraak is op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
De tekst in deze toelichting is gewijzigd!.
Was jaren wordt verstrekt, ook buiten deze ASV om subsidie worden verstrekt. Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. Artikel 3 Bevoegdheid college Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om in een subsidieregeling de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dan moet dit eveneens in de subsidieregeling gebeuren. In andere artikelen van de ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Voor zover het college geen gebruik maakt van deze bevoegdheid is het slechts in beperkte mate mogelijk om subsidies te verstrekken. De hoofdregel van de Awb is namelijk dat subsidieverstrekking gebaseerd moet zijn op een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling, waarin de te subsidiëren activiteiten staan vermeld. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb, bestaan hierop maar vier uitzonderingen: a. de spoedeisende subsidieverstrekking (tijdelijk, vooruitlopend op de vaststelling van een wettelijk voorschrift); b.
de Europese subsidies; c. de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost (de begroting moet de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermelden);
Wordt Reden wijziging tweede lid geeft het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. Artikel 3 Bevoegdheid college Met dit artikel krijgt het college de bevoegdheid om in een subsidieregeling de te subsidiëren activiteiten te bepalen. Als het college iets wil regelen voor de doelgroepen die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze van uitbetalen, dan moet dit eveneens in de subsidieregeling gebeuren. In andere artikelen van de ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die gaan over de inhoud van de subsidieregeling zoals: • het afwijken van termijnen, • het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, • de wijze van verdelen van het subsidieplafond. Als het college geen gebruik maakt van deze bevoegdheid is het slechts in beperkte mate mogelijk om subsidies te verstrekken. De hoofdregel van de Awb is namelijk dat subsidieverstrekking gebaseerd moet zijn op een wettelijk voorschrift, zoals een subsidieregeling, waarin de te subsidiëren activiteiten staan vermeld. Op grond van artikel 4:23, derde lid, van de Awb, bestaan hierop maar vier uitzonderingen: a. de spoedeisende subsidieverstrekking (tijdelijk, vooruitlopend op de vaststelling van een wettelijk voorschrift); b. de Europese subsidies; c. de subsidieverstrekking op grond van een begrotingspost (de begroting moet de
De tekst in deze toelichting is gewijzigd!.
Was
Wordt subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermelden); d. subsidies in incidentele gevallen (mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt).
Reden wijziging
Artikel 4 Staatssteunregels Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd. Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (zo bepaalt het vierde lid). Net zo goed als dat bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking komen als de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader (vijfde lid).
Artikel 4 Staatssteunregels Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt het college daartoe bevoegd.
De tekst in deze toelichting is gewijzigd!.
Artikel 6 Aanvraag om subsidie In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie met gebruikmaking van een vastgesteld aanvraagformulier gedaan moet worden.
Artikel 6 Aanvraag om subsidie In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag om subsidie schriftelijk met een door het college vastgesteld aanvraagformulier moet worden ingediend. Als er onverhoopt geen aanvraagformulier is vastgesteld, dan
d. subsidies in incidentele gevallen (mits de subsidie voor ten hoogste vier jaren wordt verstrekt).
Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld. Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in aanmerking komen als die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het betreffende steunkader (zo bepaalt het vierde lid). Net zo goed als dat bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, ondernemingen alleen in aanmerking komen als de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader (vijfde lid). De tekst in deze toelichting is gewijzigd!.
Was Een aanvraag kan schriftelijk of digitaal worden gedaan. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag in elk geval overgelegd moeten worden. Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Daarom zijn een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d., onder i.). Een subsidie kan namelijk ook uit een garantie, lening, korting op de grondprijs, etc. bestaan. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te kunnen verlenen moet de onderneming om een deminimisverklaring gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d., onder ii.). Op basis van een ingeleverde deminimisverklaring moet het college controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening.
Bij subsidieregeling kan het college besluiten hiervan af te wijken (vierde lid), bijvoorbeeld door voor aanvragen om bepaalde subsidies meer of andere gegevens en bescheiden te verlangen.
Wordt moet de aanvraag ook schriftelijk worden ingediend bij het college; dat volgt immers uit artikel 4:2 van de Awb. Bij voorkeur wordt een aanvraag via de website met een digitaal formulier ingediend. Een aanvraag om subsidie kan niet mondeling worden gedaan. In het tweede en derde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag in elk geval overgelegd moeten worden. Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Daarom zijn twee aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden. Ten eerste wordt, om ontoelaatbare stapeling te voorkomen, een overzicht gevraagd van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d., onder i.). Een subsidie kan namelijk ook uit een garantie, lening, korting op de grondprijs, etc. bestaan. Ten tweede moet, om subsidie onder de deminimisverordening te kunnen verlenen, de onderneming om een de-minimisverklaring gevraagd worden (tweede lid, onderdeel d., onder ii.).
Op basis van een ingeleverde de-minimisverklaring moet het college controleren of verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de de-minimisverordening. Het college kan, al dan niet in een subsidieregeling, besluiten af te wijken van het bepaalde in dit artikel, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel d.,
Reden wijziging
Was
Wordt bijvoorbeeld door voor aanvragen om bepaalde subsidies meer of andere gegevens en stukken te vragen.
Reden wijziging
Artikel 6a Goed bestuur Het gemeentebestuur van Zutphen hecht groot belang aan een goed bestuur van organisaties/ instellingen die gemeentelijke subsidie ontvangen. Een goed bestuur van organisaties/ instellingen waaraan subsidie wordt verstrekt, draagt ook bij aan het behalen van de doelstellingen met de activiteiten waar de subsidie voor wordt verstrekt.
Toelichting Artikel 6a is nieuw opgenomen over voorwaarden voor goed bestuur. Op grond van dit artikel moet een aanvrager aan de in het eerste lid vermelde voorwaarde voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. Het college krijgt de bevoegdheid om de Zutphense voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening in dit kader vast te stellen.
Veel branches kennen een eigen branche specifieke Governance Code. Dit is een leidraad voor een goede kwaliteit van bestuur, integriteit, transparantie, toezicht en verantwoording. Het gemeentebestuur realiseert zich dat niet in alle gevallen de eigen Governance Codes integraal toepasbaar zijn, maar afhankelijk zijn van het type organisatie/ instelling, de grootte ervan en de mogelijkheid van interne functiescheiding. Het gemeentebestuur realiseert zich ook dat niet alle regels in statuten en dergelijke kunnen worden vastgelegd. En dat niet elke branche dus een Governance Code kent. Met de zogeheten Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening wil het gemeentebestuur stimuleren dat er binnen alle organisaties/ instellingen ruime aandacht is voor goed bestuur, integriteit, transparantie, toezicht en verantwoording. Uiteraard is het gemeentebestuur terughoudend in het uitoefenen van invloed op het bestuur; dat verhoudt zich immers ook niet met de vrijheid van vereniging. Wel stelt zij eisen aan het goed functioneren van de organisatie/ instelling
Was
Wordt en haar bestuur, wil men in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
Reden wijziging
Als een organisatie/ instelling voldoet aan de eisen van de eigen branche specifieke Governance Code, voldoet zij hiermee ook aan de Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening. Een organisatie/ instelling moet ook inzichtelijk maken dat de verplichte voorwaarden voor goed bestuur deugdelijk zijn geïmplementeerd binnen de eigen organisatie/ instelling. Als een organisatie/ instelling niet onder een eigen branche specifieke Governance Code valt, dan moet men voldoen aan de Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur. Als dat niet lukt, dan moet men voldoen aan de beginselen van goed bestuur, zoals deze voortvloeien uit de Governance Code en Zutphense Voorwaarden voor goed bestuur bij subsidieverlening, dit tet beoordeling door het college. In het vierde lid is tot slot opgenomen dat als aan een subsidieaanvrager/ -ontvanger de zorg over kinderen en/ of volwassenen is toevertrouwd, deze verplicht is de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren. In het vijfde en zesde lid zijn is vermeld wat de gevolgen zijn als een subsidieaanvrager/ -ontvanger niet voldoet aan het bepaalde in dit artikel. Artikel 7 Aanvraagtermijn De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of subsidies die per boekjaar worden
Artikel 7 Aanvraagtermijn De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of subsidies die per boekjaar
De tekst in deze toelichting is gewijzigd!.
Was verstrekt, en andersoortige subsidies. Bij subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid (vierde lid). De uiterste aanvraagtermijn is verschoven naar 1 oktober. In de ASV 2012 was dat 1 april maar deze datum bleek voor veel organisaties moeilijk haalbaar. Ook bleek dat in de periode 1 april – 1 oktober er niet veel met de ingekomen aanvragen werd gedaan. Daarnaast worden er sinds 2018 om tot een verdeling van de beschikbare geldmiddelen te komen thematafels georganiseerd. Ook om die reden is het wenselijk en dus nu dus ook mogelijk om de datum naar 1 oktober te verschuiven. Het college kan overigens ontheffing verlenen de aanvraagtermijnen, als dat nodig is.
Wordt worden verstrekt, en andersoortige subsidies. In een subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid (vierde lid).
Artikel 8 Beslistermijn Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen op een aanvraag om subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of subsidies per boekjaar, en andere. In de subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid, zo volgt uit het derde lid. De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (zesde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
Artikel 8 Beslistermijn Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college moet beslissen op een aanvraag om subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Ook hierbij is onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of subsidies per boekjaar, en andere. In een subsidieregeling kan het college besluiten af te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede lid, zo volgt uit het vijfde lid.
De uiterste aanvraagtermijn voor een subsidie per kalenderjaar is 1 oktober voorafgaande aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. In de regel/ praktijk wordt er geen subsidie per boekjaar verstrekt (een dergelijke aanvraag om subsidie moet uiterlijk dertien weken voorafgaand aan het boekjaar worden ingediend). Andere aanvragen om subsidie moeten worden ingediend uiterlijk dertien weken voordat met de uitvoering van de activiteiten wordt gestart. Het college kan overigens ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid, als dat in de praktijk nodig blijkt.
De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen (zesde lid). Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend die niet in
Reden wijziging
Was Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient te worden.
Wordt overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd moet worden.