610200 - bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 (1)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
25
•
•
•
De maximale geluidniveaus (LAmax) ten gevolge van alle activiteiten bedragen in de immissiepunten bij de woningen hooguit 68 dB(A) overdag, 44 dB(A) in de avond en 44 dB(A) in de nacht. De grenswaarden uit de geldende milieuvergunning worden overschreden, maar aan de maximaal te stellen grenswaarden va 70, 65 en 60 dB(A) in de dag, avond en nacht wordt wel voldaan. Bij het bedrijf is geen sprake van (eigen) dominante geluidbronnen met een onnodig hoge geluidemissie. Er is sprake van een forse afscherming van bronnen in noordelijke richting dankzij de keermuur aan die zijde van het terrein. Meer afscherming is dan ook geen optie, mede gezien de hoogte van de maatgevende beoordelingspunten (zoals het ziekenhuis). De 50 dB(A)-contour ten gevolge van verkeer van en naar de inrichting ligt op 18 meter van de wegas. Omliggende woningen en andere geluidgevoelige objecten liggen op grotere afstand van de wegas, zodat de geluidbelasting hier onder de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) ligt.
Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.5 Luchtkwaliteit Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM10), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden. Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentraties in de buitenlucht van fijnstof en stikstofdioxide ten gevolge van de uitbreiding niet de 3% grens overschrijdt. De 3% grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2).
3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie komt overeen met 1,2 µg/m3 PM10 en 1,2 µg/m3 NO2. Projectspecifiek Voor de beoogde ontwikkeling is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd door Antea Group (zie bijlage 5). Uit het rapport d.d. 12 oktober 2023 kan het volgende worden opgemaakt: • De voor luchtkwaliteit relevante emissiebronnen zijn het wegverkeer van en naar de inrichting, mobiele werktuigen op het eigen terrein, stationair draaiende vrachtwagens op het eigen terrein, de stookinstallatie en op- en overslag van stuifgevoelige materialen. • Het bedrijf draagt in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, maar er wordt op de onderzochte beoordelingspunten buiten de inrichting ruimschoots voldaan aan de voor luchtkwaliteit geldende grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Dat geldt naast NO2 en PM10 ook voor de eveneens onderzochte parameter PM2,5. • Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor verdere besluitvorming. Nu in zo ruime mate wordt voldaan de grenswaarden en rondom de projectlocatie geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer, is het woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en andere gevoelige functies aanvaardbaar te achten. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
26
4.6 Bedrijven- en milieuzonering De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is een hulpmiddel voor de beoordeling van de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen bij en rondom bedrijven. De in deze uitgave voor bedrijven opgenomen richtafstanden gelden ten opzichte van een rustig woongebied of een rustig buitengebied. De richtafstanden zijn voor drukkere gebieden (gemengd gebied) naar beneden bij te stellen. Bij het voldoen aan de richtafstanden is in beginsel sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden omliggende bedrijven niet onevenredig benadeeld in hun mogelijkheden. Aanvullend milieuonderzoek kan uitwijzen dat kleinere afstanden dan de richtafstanden mogelijk zijn. Verder hebben wettelijke afstanden voorrang op de richtafstanden.
Figuur 16: richtafstandentabel Bedrijven en milieuzonering (bron: infomil.nl)
Projectspecifiek Het is de vraag of de bedrijfsactiviteiten vanwege de op- en overslag en bewerking van afval al dan niet onder categorie 3.2 vallen, welke is toegestaan op basis van de huidige bestemming. Op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering zouden de omschrijvingen uit onderstaande tabel als passend kunnen worden beschouwd voor het bedrijf. Naar het oordeel van de gemeente Zutphen is geen sprake van een categorie 3.2.bedrijf.
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
Categorie
Omschrijving
Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m²
10
30
100
10
3.2
Vuiloverslagstations Afvalscheidingsinstallaties Gemeentewerven (afval-inzameldepots) Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.
200 200 30 10
200 200 30 10
300 300 50 30
30 50 30 10
4.2 4.2 3.1 2
Ten opzichte van woningen en andere gevoelige objecten, zoals het ziekenhuis, wordt uitgaande van de omschrijvingen ‘vuiloverslagstations’ en ‘afvalscheidingsinstallaties’ (beiden categorie 4.2) niet voldaan aan de richtafstanden voor geur, stof en geluid. Het is echter volgens de systematiek van de VNG-publicatie en hieromtrent gevormde rechtspraak mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de richtafstanden. Hieronder wordt daar per relevant aspect nader op ingegaan. Het aspect gevaar is geen relevant aspect, omdat geen sprake is van risicovolle activiteiten en ten opzichte van woningen en andere gevoelige objecten wordt voldaan aan de maximale richtafstand van 50 meter.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
27
Ten aanzien van geur kan worden opgemerkt, dat op basis van het acceptatie- en verwerkingsbeleid (zie bijlage 8) alleen afvalstoffen worden geaccepteerd die geen of slechts in beperkte mate relevant zijn in het kader van geur. In dat verband kan in eerste instantie worden verwezen naar een gemeentewerf, waar ook een dergelijke op- en overslag kan plaatsvinden, maar de richtafstand voor het aspect geur 30 meter bedraagt. Gemengd bedrijfsafval, gemengd stedelijk afval en GFT-afval wordt in principe binnen 48 uur afgevoerd. Sporadisch kan het voorkomen dat dit 72 uur is, vanwege het weekend. Dit geldt ook voor PBD (plastic, blik en drinkkartons). De op- en overslag van gemengde bedrijfsafval, gemengd stedelijk afval en PBD kan zorgen voor een lichte geuremissie. Daarnaast zorgt het ook voor enige hinder als gevolg van aantrekking van vogels (met name meeuwen). Om deze overlast tot een minimum te beperken wordt het gemengd bedrijfsval, gemengd stedelijk afval en PBD in de beoogde situatie op- en overgeslagen in de nog te bouwen loods aan de zuidzijde van het terrein. Voor deze loods is al een omgevingsvergunning bouw verleend. Nu de afstand tot omliggende woningen en andere geurgevoelige objecten buiten het bedrijventerrein ruimschoots meer dan 100 meter bedraagt, is op voorhand geen onaanvaardbare geurhinder te verwachten.
Een bepaalde mate van geurhinder is echter niet uit te sluiten. Om die reden is zekerheidshalve een geuronderzoek uitgevoerd door Antea Group (zie bijlage 6). Uit het geuronderzoek blijkt dat in de aangevraagde situatie sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten (zie verder paragraaf 4.7). Ten aanzien van stof kan worden opgemerkt, dat binnen het bedrijf sprake is van op- en overslag van stuifgevoelige materialen (zoals grond en steenachtig bouw- en sloopafval). Op basis van de milieuwetgeving mag buiten de grenzen van de inrichting geen sprake zijn van waarneembare stofverspreiding buiten de inrichting. Uit een uitgevoerd luchtkwaliteitsonderzoek (zie bijlage 5) blijkt dat de emissie van fijnstof ten gevolge van deze stuifgevoelige materialen zeer gering is en samen met andere relevante emissiebronnen ruimschoots voldoen aan de voor luchtkwaliteit geldende grenswaarden. Zie verder paragraaf 4.5. Ten aanzien van geluid kan worden opgemerkt, dat uit akoestisch onderzoek (zie bijlage 7) is gebleken dat het bedrijf kan voldoen aan de hierbij beschouwde toetsingswaarden en dat ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Zie verder paragraaf 4.4. Op grond van het bovenstaande kan gemotiveerd voorbij worden gegaan aan de richtafstanden.
In de beoogde situatie mag redelijkerwijs worden verondersteld dat het bedrijf kan voldoen aan de milieuregels. Bovendien komt het woon- en leefklimaat in de omgeving niet in het geding door deze ontwikkeling. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.7 Geur Voor geur is van belang dat enerzijds de bedrijfsactiviteiten zelf en anderzijds omliggende bedrijven niet leiden tot een onacceptabel niveau van geurhinder. Voor de zogenaamde omgekeerde werking van de geurwetgeving zijn daarbij vooral de geurcontouren van veehouderijbedrijven van belang. Het beoordelingskader wordt daarbij gevormd door de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Projectspecifiek Zoals in paragraaf 4.6 al aan de orde is gekomen hebben de bedrijfsactiviteiten enige geurrelevantie. Gezien de afstanden tot woningen en andere geurgevoelige objecten is op voorhand geen geurhinder te verwachten van het bedrijf. Het woon- en leefklimaat is daarbij niet in het geding. Bovendien verbetert de geursituatie bij het bedrijf doordat gemengd bedrijfsafval, gemengd stedelijk afval en gemengd stedelijk verpakkingsmateriaal (PBD) zal worden opgeslagen in de nog te bouwen loods aan de zuidzijde van het bedrijfsperceel. Hiermee wordt geurhinder zoveel als mogelijk voorkomen.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
28
Zekerheidshalve is een geuronderzoek uitgevoerd door Antea Group (zie bijlage 6). Uit het rapport d.d. 12 oktober 2023 komt het volgende naar voren: • De geurbronnen bestaan in de aangevraagde situatie uit het op- en overslaan van verschillende afvalstoffen en het halen en brengen van afval met vrachtwagens. • Uit de rekenresultaten blijkt dat er in de aangevraagde situatie ter plaatse van omliggende geurgevoelige objecten wordt voldaan aan de richtwaarden uit het Gelders geurbeleid. De toename ten opzichte van de huidige situatie ligt daarbij beneden de streefwaarde uit dit beleid. • Op grond van het Gelders geurbeleid kan worden geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. Andersom zijn in de directe omgeving geen relevante geurbronnen aanwezig. Zo ligt de meest nabijgelegen veehouderij op een afstand van circa 950 meter van de projectlocatie. Het betreft een niet-intensieve veehouderij waarvoor een minimumafstand van 100 meter geldt voor geur. Intensieve veehouderijen zijn gelegen op nog grotere afstand van het bedrijf. Op deze afstand kan geurhinder ten gevolge van agrarische bedrijfsactiviteiten worden uitgesloten. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.8 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations, de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd, die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Zutphen. De beleidsvisie geeft het ambitieniveau van de gemeente aan met betrekking tot omgevingsveiligheid in de gemeente. Naast externe veiligheid in het algemeen, gaat het daarbij in het bijzonder over het omgaan met de normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, kampeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 106 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
29
Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan/projectbesluit moet worden vastgesteld of de projectlocatie is gelegen binnen de PR-contouren en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6 -contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Projectspecifiek In de beoogde situatie is geen sprake van risicovolle bedrijfsactiviteiten waarvoor veiligheidsafstanden buiten de inrichting gelden. Aan de richtafstand voor gevaar van maximaal 50 meter wordt bovendien ruimschoots voldaan (zie paragraaf 4.6). Binnen de projectlocatie worden geen nieuwe kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Zoals valt op te maken uit figuur 17 liggen risicobronnen in de omgeving op zodanige afstand dat hierdoor geen belemmeringen optreden voor de beoogde ontwikkeling.
Figuur 17: uitsnede risicokaart met plangebied bij blauwe stip (bron: risicokaart.nl)
Volgens de risicokaart zijn in de omgeving van de projectlocatie de volgende risicobronnen aanwezig: • twee LPG-tankstations ten noordwesten en zuiden van de projectlocatie, waarbij de projectlocatie ruimschoots buiten de PR 10-6-contouren, invloedsgebieden GR en effectafstanden ligt; • vaarroute met gevaarlijke stoffen over de IJssel, waarbij de projectlocatie ruimschoots buiten de PR 106 -contouren, invloedsgebieden GR en effectafstanden ligt; • ondergrondse hogedruk aardgasleidingen, waarbij de projectlocatie ruimschoots buiten de PR 10-6contouren, invloedsgebieden GR en effectafstanden ligt. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
30
4.9 Water Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Water Programma.
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: o vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. o schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod.
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning.
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Dit staat in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: • •
de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan.
Projectspecifiek In de projectlocatie liggen volgens de legger van het Waterschap Rijn en IJssel geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A-watergangen). Wel is hier sprake van duikers, die in verbinding staan met de retentievijvers op De Revelhorst. Direct ten oosten van de projectlocatie bevindt zich zo’n retentievijver. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot een wijziging in de afvalwatersituatie zoals vergund in 2013. Nietverontreinigd hemelwater afkomstig van daken wordt geïnfiltreerd in de bodem door te lozen op wadi's op eigen terrein.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
31
Hemelwater afkomstig van het zuidelijk verhard terreindeel wordt eveneens geïnfiltreerd in de bodem via wadi's op eigen terrein. Hemelwater afkomstig van het noordelijk verhard terreindeel wordt via een zandvangput en OBAS met coalescentiescheider gezuiverd alvorens het via een wadi geïnfiltreerd wordt in de bodem. Huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op het vuilwaterriool. Bedrijfsafvalwater afkomstig van de was- en tankplaats wordt via een zandvangput en OBAS geloosd op het vuilwaterriool. Hemwelwater ter plaatse van de stalling van vrachtwagens (naast de was- en tankplaats) wordt eveneens via deze zandvangput en OBAS geloosd op het vuilwaterriool. De ontwikkeling raakt geen essentiële waterbelangen. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.
Figuur 18: uitsnede legger Waterschap Rijn en IJssel met plangebied rood omcirkeld
Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.10 Verkeer en parkeren Verkeer Alle vrachtwagens en overige gemotoriseerde voertuigen moeten bij het verlaten van het eigen terrein verplicht in zuidelijke richting rijden. Afslaan in noordelijke richting is niet toegestaan vanwege het verbod om hier met gemotoriseerde voertuigen in te rijden (met uitzondering van lijnbussen, ambulances, tractoren en taxi’s). Dat betekent dat er geen aan het bedrijf te relateren verkeer via deze kant langs of door de woonwijk komt. Andersom geldt dat uiteraard ook voor aanrijdend verkeer.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
32
Figuur 19: inrijverbod gemotoriseerd verkeer
Het verkeer dat de inrichting verlaat rijdt in zuidelijke richting en gaat via de aansluiting van de Gelderhorst met de Den Elterweg (N314) op in het heersende verkeersbeeld. Dit is een korte route over het bestaande bedrijventerrein. Daarbij neemt de verkeersintensiteit van aan- en afrijdend verkeer niet zodanig toe dat hierdoor problemen met de verkeersafwikkeling in de omgeving te verwachten zijn.
Parkeren Gemeentelijk beleid gaat uit van parkeren op eigen terrein. Op het eigen terrein zijn in de aangevraagde situatie 28 parkeerplaatsen aanwezig. Er zijn in de beoogde situatie maximaal 10 werknemers die met de auto naar het werk komen. Het aantal bezoekers dat gebruik maakt van een parkeerplaats is ruimschoots minder dan het resterende aantal parkeerplaatsen. Dat betekent dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor eigen personeel en bezoekers. Conclusie Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.11 Kabels en leidingen Binnen de projectlocatie liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klic-melding krijgt initiatiefnemer alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Conclusie Eventuele kabels en leidingen vormen geen belemmering voor aangevraagde ontwikkeling.
4.12 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsplicht voor bepaalde activeiten kan bij plannen en/of besluiten op verschillende gronden ontstaan: a. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3) Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen).
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
33
c.
Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4) Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het besluit genoemd is in kolom 4 (besluiten).
De eerste twee gronden kunnen voor een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan niet tot een m.e.r.(beoordelings)plicht leiden. De omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan is geen wettelijk of bestuursrechtelijk plan. Alleen in gevallen waarbij in onderdeel A van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan wordt gelijkgesteld aan een bestemmingsplan kan de tweede grond leiden tot m.e.r.-(beoordelingsplicht). De derde grond kan voor een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan alleen van toepassing zijn als tevens sprake is van een besluit waarop afdeling 3.4 Awb en één of meer artikelen van afdeling 13.2 Wet milieubeheer van toepassing zijn. Projectspecifiek De omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan is in dit geval niet gelijk te stellen aan een bestemmingsplan, omdat geen sprake is van een activiteit, waarbij het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 4 van bijlage C of D. Wel worden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage de volgende op de aangevraagde situatie van toepassing zijnde activiteiten genoemd. Daarnaast is sprake van een besluit waarop afdeling 3.4 Awb en één of meer artikelen van afdeling 13.2 Wet milieubeheer van toepassing zijn.
De bedrijfsactiviteiten blijven voor categorie D18.8 onder de drempelwaarde, maar leiden voor categorie D18.1 tot een overschrijding van de drempelwaarde. Dat betekent dat voor deze ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling nodig is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 9). Hieruit kan worden opgemaakt, dat gelet op de kenmerken, de plaats en de mogelijke effecten van de ontwikkeling op basis van de beoordeling kan worden uitgesloten, dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden. Dit betekent dat er geen aanleiding of noodzaak bestaat voor een milieueffectrapportage. Conclusie Er is geen sprake van directe m.e.r.-plicht, maar wel van m.e.r.-beoordelingsplicht. Op grond van de daartoe opgestelde aanmeldingsnotitie en de beoordelingsbeslissing van de gemeente Zutphen kan worden geconcludeerd, dat geen aanleiding of noodzaak bestaat voor een milieueffectrapportage.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
34
5 UITVOERBAARHEID VAN HET PROJECT 5.1. Economische uitvoerbaarheid Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit project, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond. Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst afgesloten.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op 11 april 2023 heeft er op de bedrijfslocatie een informatieavond plaatsgevonden voor omwonenden. Hierbij zijn omwonenden ingelicht over de plannen van het bedrijf. Er is toegezegd dat er nog een tweede informatieavond zal worden gehouden na verdere uitwerking van de plannen. Die informatieavond zal worden gehouden op 14 november 2023. De resultaten hiervan zullen nog worden toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. De ontwerpvergunning zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kunnen door een ieder zienswijzen worden ingediend. Daarna zullen eventuele zienswijzen worden beoordeeld en volgt de definitieve besluitvorming. Tegen het definitieve besluit kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Rechtbank en daarna hoger beroep bij de Raad van State.
5.3 Conclusie Gelet op de inhoud van deze ruimtelijke onderbouwing is het initiatief niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en is er sprake van een aanvaardbare ruimtelijke ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
35
BIJLAGEN Bijlage 1 Tekening aangevraagde situatie Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Bijlage 3 Bodemonderzoek Bijlage 4 Stikstofonderzoek Bijlage 5 Luchtkwaliteitsrapport Bijlage 6 Geuronderzoek Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Acceptatie- en verwerkingsbeleid Bijlage 9 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
36
BIJLAGE 1
;7 7
4738 8-6
)!'#$44
<3 38 0-#&#$4467889
,$$41 77 479 7
$
37
0
32968 0𐤱
+++
978 27757
56,37963321
56,31
33672
479 7=(/083678
2473273 397
288 979
3 8867 ,$$41
7776979
* 8233
0+
$
0+
10
479 777
56,3895861
(8233
3296 55693 7857>9877978748 769 736373277563789377 7578 ,33 74?$$41 43 747 787 75693 76887974 7 77476748 769 3 9687-796373879 )3393375693 774&84673296 287868775)07678589976947774)
56,281
11+�+4#
1
44 #&47689'0#$ #%
56 7269747863296
"33
3 7
93783 44 0#$ 9' 68 7 #&4
#$%
!
77
!
! !
(87)!'#$
$
3879
8 8
!
!
6 5
!
!
38789976269
9 926 3 8 563789
345*
!
3879
44 #&47689'0#$
(7678233
!
!
!
!
!
!
!
0
!
!
2342 5637893 8 ,53758345*1 7863573276
1
35796 9(893 76887956
1
79 79 ,28571
1
041 041
#
6
633 9 0$&14#
879763687 5376788
01
3296 393 7,8 6 7 1
#
79 77 88938
+
44 8+7'+ 7 79(:7
7+
44 #&47689'0#$
#%
0
3296 4879 78579747867 ,77561
=33 779 79887
)!'0#$44
,#366-799537678799787 ./.0/.$1
0#41 $41 563789377 75637 536873296
6 6 6 6 669
BCDDEFDGHIJEK 47637 79? )767 733>737977 7 #4@A27 76$$0$#+ &$$0$##7$$
669 669
)/:LM..2.L
899769L372 55 543 A27 .8779887,5798788##11
45#07
4 N
0#0$
#0##1 5
0?#
BIJLAGE 2
Houtsingel
Groene wand
Wissels groep wil de noordzijde van het bedrijventerrein vergroenen wegens compensatie van het ingebruiknemen van grond met de bestemming 'Groen'.
De bestaande betonnen legoblokken ogen grijs en niet fraai. Om dit mooi te camoufleren worden tegen deze blokken klimplanten geplant. Deze zullen zichzelf vastgroeien tegen de betonnen wand. Daarnaast bieden de klimplanten voedsel voor vogels en insecten. De soort die kan worden toegepast:
Analyse Uit analysekaarten, zoals de geomorfologische- en bodemkaart blijkt dat het terrein waar Wissels Groep op is gevestigd, gelegen is op een oude rivierduin. Daaraan grenst aan de noordzijde van het terrein een beekdal. Het gedeelte waar de plantstrook wordt gerealiseerd, is gelegen op een beekdal die gedeeltelijk wordt doorkruist door een rivierduin.
- Hedera helix (voorkeur: deze blijft wintergroen en biedt veel voedsel voor bijen). Daarnaast is er nog een optie, alleen dit soort sluit landschappelijk minder mooi aan op de omgeving. - Parthenocissus quinquefolia.
Op de bodemkaart is zichtbaar dat de hoger gelegen zandduin destijds geschikt was als akker. Middels het potstalsysteem werd mest vermengd met heideplaggen, op de zandduin verspreid waardoor er een dikke humeuze laag is ontstaan. Dit wordt op de bodemkaart aangeduid als: 'Hoge Zwarte Enkeerdgrond'. Dit wordt ook wel een es of enk genoemd. Het gedeelte dat nu wordt aangeduid als beekdal, was destijds een lager gelegen deel. Door afzettingen van rivier de IJssel is hier ook leem en/of klei afgezet. De bodem is hier rijk en kan daarnaast nat of vochtig zijn. De houtsingel die wordt gerealiseerd dient circa 5.00m breed te worden. Dit betekent dat boomvormers hier in mindere mate moeten worden aangeplant. Om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, is het belangrijk dat de beplanting bestaat uit gedoornde beplanting. Daarnaast is het belangrijk dat de beplanting ook voedsel kan bieden voor vogels en insecten. Tot slot is het belangrijk dat de soorten aansluiten op het omliggende landschap en de standplaatsfactoren. De houtsingel dient te bestaan uit de volgende soorten:
Vruchten van de Sleedoorn (Prunus Spinosa).
Kramsvogel eet de bessen van een meidoorn.
Een bij op een bloem van Klimop.
Muur begroeid met klimop.
Heestervormers: Crataegus monogyna; Prunus spinosa; Prunus padus; Frangula alnus; Corylus avellana; Sorbus aucuparia. Boomvormers. Fraxinus excelsior; Alnus glutinosa; Salix alba. Houtsingel in het voorjaar. Bloeiende Sleedoorns.
Houtsingel, breedte 5.00m1 Bestaande legoblokken laten begroeien met klimplanten.
Kadastrale grens
Opslag Kantoor
Weegbrug
wadi wadi
ng
dva
zan
ts
containerwisselplaats
plaa
was
AS
OB
vlo
fd eisto
icht
pomp vloeistofdicht
13
nieuwe loods 15x30 m2
portaalcontainers bestaande schuur
Wissels Groep
datum
2 november 2023
betreft
Vergroenen bedrijventerrein Wissels Groep
schaal
1 : 500
adres
Verlengde Ooyerhoekseweg 9, Zutphen
formaat A2
N
Deze tekening is en blijft eigendom van Luijendijk Hoveniers B.V., verspreiding is zonder schriftelijke toestemming niet toegestaan.
BIJLAGE 3
De Klinker Milieu Adviesbureau
VERKENNEND BODEMONDERZOEK volgens NEN 5740 Verlengde Ooyerhoekseweg 9 Zutphen
Datum:
5 september 2023
Adviesbureau:
De Klinker B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K2320149-V2
Opdrachtgever:
Wissels Groep, bedrijfsonderdeel WAZ B.V. Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen
Auteur: J.F. Eggink / W. Wilbrink
Paraaf
Gecontroleerd door N. Looman
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................3 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................4 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................4 2.2 Locatie-inspectie........................................................................................................................5 2.3 Historische kaarten....................................................................................................................6 2.4 Informatie tanks ........................................................................................................................7 2.5 Bodemkwaliteitskaart ...............................................................................................................7 2.6 Asbestdakenkaart ......................................................................................................................7 2.7 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................8 2.8 Uitgevoerde bodemonderzoeken .............................................................................................8 2.9
Bodemonderzoek noodzakelijk? ............................................................................................ 10 2.10 Hypothese en strategie .......................................................................................................... 11 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ......................................................... 12 3.1 Onderzoeksopzet.................................................................................................................... 12 3.2 Veldonderzoek........................................................................................................................ 13 3.3 Chemisch onderzoek .............................................................................................................. 14 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................................................ 16 4.1 Globale bodemopbouw .......................................................................................................... 16 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ..................................................................................................... 16 4.3 Veldmetingen .........................................................................................................................
16 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ................................................... 17 4.5 Toetsingskader ....................................................................................................................... 17 4.5.1 Wet bodembescherming ................................................................................................ 17 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit................................................................................................... 18 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 19 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 19 4.6.1 A. Werkplaats ................................................................................................................. 19 4.6.2 B. Wasplaats ................................................................................................................... 20 4.6.3 C. OBAS ........................................................................................................................... 20 4.6.4 D. Pompen en tankplaats ............................................................................................... 21 4.6.5 E.
Tanks en olieopslag..................................................................................................... 21 4.6.6 F. Op- en overslag stortgoed .......................................................................................... 22 4.6.7 G. Coalecentieafscheider ................................................................................................ 22 4.6.8 H. Overkapping ............................................................................................................... 23 4.6.9 J. Bestemmingsplanwijziging .......................................................................................... 23 4.6.10 Overig terrein ................................................................................................................. 24 4.6.11 Asbest (locatie D en E) .................................................................................................... 24 4.7 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 25 4.7.1 Interpretatie toetsing hypothese ................................................................................... 25 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................................
27 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 27 5.1.1 A. Werkplaats ................................................................................................................. 27 5.1.2 B. Wasplaats ................................................................................................................... 27 5.1.3 C. OBAS ........................................................................................................................... 28 5.1.4 D. Pompen en tankplaats ............................................................................................... 28 5.1.5 E. Tanks en olieopslag..................................................................................................... 28 5.1.6 F. Op- en overslag stortgoed .......................................................................................... 28 5.1.7 G. Coalecentieafscheider ................................................................................................ 29 Rapportnummer: K2320149
1
5.1.8 H. Overkapping ............................................................................................................... 29 5.1.9 Bestemmingsplanwijziging ............................................................................................. 29 5.1.10 Overig terrein ................................................................................................................. 30 5.1.11 Asbest (locatie D en E) .................................................................................................... 30 5.2 Algemeen................................................................................................................................ 30
BIJLAGEN Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek Foto’s onderzoek
Rapportnummer: K2320149
2
1 INLEIDING In opdracht van Wissels Groep, bedrijfsonderdeel WAZ B.V., is door De Klinker Milieu Adviesbureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op de locatie Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen (gemeente Zutphen). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 15.190 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen vergunningsverplichtingen voor de te voeren bedrijfsactiviteiten op de locatie en bestemmingsplanwijziging voor het noordelijke deel van de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu Adviesbureau gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NEN-EN-ISO 9001:2015. Tussen De Klinker Milieu Adviesbureau en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek.
In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven. Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K2320149
3
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie Het perceel waar het onderzoek heeft plaatsgevonden is kadastraal bekend als: Kadastrale gemeente Zutphen (ZPN00)
Sectie O O O O O O O O
Perceelnummer 2869 3789 3790 3792 3793 3794 (ged.) 3796 3798
Totaal Bron: Kadaster
Oppervlakte 1.330 m2 560 m2 1.960 m2 10.335 m2 325 m2 350 m2 310 m2 20 m2 ±15.190 m2
Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken.
Afbeelding 1: Overzicht onderzoekslocatie Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
De onderzoekslocatie betreft het bedrijfsterrein behorende tot de Wissels Groep en is gevestigd aan de Verlengde Ooyerhoekseweg gelegen op het bedrijventerrein ‘De Revelhorst’ ten zuiden van Zutphen. De Wissels Groep is sinds 2012 gevestigd in het huidige bedrijfspand. De historie van het bedrijf gaat terug naar 1912. Destijds is begonnen met de handel en vervoer van zand en grind, toen nog met paard en wagen. Midden jaren dertig kwam de eerste vrachtwagen binnen het bedrijf. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het bedrijf verder uitgebreid met grondverzet en kiepertransport. Rapportnummer: K2320149
4
Met de verhuizing naar de huidige bedrijfslocatie is de overslag en recycling van afval toegevoegd aan de bedrijfsactiviteiten. Het achterterrein van de bedrijfslocatie is begin jaren negentig opgehoogd. Het ophoogmateriaal (puin) was afkomstig van het reststoffencentrum, de gegevens zijn bekend bij de opdrachtgever. Op het terrein achter het bedrijfspand is een ruim opgezet op- en overslagterrein ingericht voor het gesorteerd op-/overslaan van afvalstoffen en het stallen van containers, materialen en materieel. 2.2 Locatie-inspectie Voorafgaand aan het veldonderzoek op 15 juni 2023 heeft een locatie-inspectie plaatsgevonden. Op het perceel is een bedrijfspand gesitueerd bestaande uit kantoren en een bedrijfshal. In de bedrijfshal vindt opslag en kleine reparaties plaats. Op het terrein achter het bedrijfspand zijn sorteervakken ingericht voor de opslag van afvalstoffen, bouw- en sloopafval (diverse soorten hout, puin, groenafval, riet), zand en steenslag. Centraal op het perceel is een wasplaats en tankplaats gesitueerd. Voor de tankplaats zijn bovengrondse brandstoftanks en een afleverzuil (met pompen) aanwezig. Aan de noordzijde van het bedrijfspand worden materialen opgeslagen en materieel gestald alsmede een container voor de opslag van oliën. Het buitenterrein is nagenoeg volledig verhard met een elementenverharding (klinkers) en/of betonplaten (stelcon).
Ten hoogte van het bedrijfspand is een vijver gesitueerd welke dient als overstort van regenwater van het bedrijfspand bij extreme neerslag. Onderstaande foto’s geven een indruk tijdens de locatie-inspectie.
foto 1
foto 2
foto 3
foto 4
foto 5
Foto 6
foto 7
foto 8
Foto 9
Rapportnummer: K2320149
5
foto 10
foto 11
Foto 12
2.3 Historische kaarten Historische kaarten, afkomstig van www.topotijdreis.nl, tonen aan dat de percelen voorheen in gebruik waren als weilanden behorende bij boerderij ‘Zonnehoeve’. De boerderij bestond uit een woongedeelte met achterhuis, wederopgebouwd in de jaren zeventig van de vorige eeuw, een werktuigenberging, een schuur en een ligboxenstal. Op de kaarten is eveneens te zien dat midden jaren zeventig de zandwinning is gestart voor de aanleg van de Den Elterweg (huidige N314). De zandwinput is bekend als ‘Gat van Roelofs’ alwaar nu bungalowpark ‘De Bronsbergen’ is gevestigd. De nieuwe rondweg van Zutphen is vanaf 1997 op kaartmateriaal zichtbaar. In hetzelfde jaar zijn de eerste bedrijfsgebouwen alsmede de gevangenis op het bedrijfsterrein ‘De Revelhorst’ aanwezig. Er zijn geen verdachte zaken waar te nemen op de historische kaarten die betrekking hebben op het voorkomen van bodembedreigende activiteiten, anders dan de bedrijfsactiviteiten. Op basis van kaartmateriaal uit Toptijdreis blijkt dat het terrein van onderhavige onderzoekslocatie niet in gebruik is geweest als boomgaard. Binnen het onderzoeksgebied zijn eveneens geen watergangen gesitueerd welke gedempt zijn. De onderzoekslocatie ligt op een enk (Boggelder Enk) in het landschap.
2022
2005
1995
1975
1950
1900
Rapportnummer: K2320149
6
2.4 Informatie tanks Voor het eigen wagenpark zijn brandstoftanks in gebruik. Centraal op het perceel is een tankplaats ingericht met bovengrondse tanks en een afleverzuil met pompen. Het tankenpark bestaat uit twee bovengrondse dieseltanks (5 m3 + 12 m3) en een bovengrondse Ad-Blue tank (3 m3). 2.5 Bodemkwaliteitskaart De locatie is volgens de bodemkwaliteitszonekaart gelegen in een beleidszone met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: Landbouw/natuur (boven- en ondergrond) - Bodemfunctieklasse: Industrie - Toepassingsklasse: Landbouw/natuur (bovengrond) (bron: Regionale Bodemkwaliteitskaart Stedendriehoek, gemeente Zutphen 15 mei 2017 + Bodemkwaliteitskaart Nota Bodembeheer Achterhoek en div. gemeenten, 2020). 2.6 Asbestdakenkaart Onderstaande kaart is een uitsnede van de asbestdakenkaart Provincie Gelderland van onderhavige locatie. Op de kaart is het onderzoeksgebied weergegeven. Op de onderzoekslocatie zijn geen bebouwingen (meer) aanwezig welke verdacht zijn op een asbestverdachte dakbedekking. Het huidige bedrijfspand is in 2012 gebouwd. De toenmalige ligboxenstal (later in gebruik genomen voor opslag en stalling), gesitueerd achter de boerderij, is medio 2017 gesloopt. Voorafgaand aan de sloop is het golfplaten dak gesaneerd door een erkend asbestverwijderingsbedrijf. Het terrein rondom de stal was destijds verhard.
Afbeelding 2: Uitsnede asbestdakenkaart (bron: provincie Gelderland)
Rapportnummer: K2320149
7
2.7 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B33H1048 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Afbeelding 3: Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is west-/noordwestelijk gericht (bron: grondwatertools). 2.8 Uitgevoerde bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie hebben in het verleden diverse bodemonderzoeken en/of saneringen plaatsgevonden. Onderstaand een opsomming van de onderzoeken en een korte beschrijving van de resultaten. Indicatief bodemonderzoek, De Klinker BV, rapportnr. 1-910211, dd. 11 februari 1991 Een grondonderzoek specifiek gericht op olie-achtige producten ter plaatse van de werkplaats, dieseltank, bovengrondse dieseltank en voormalige wasplaats. In de twee grondmengmonsters welke zijn onderzocht zijn geen minerale olie of vluchtige aromaten aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 921022WW.510, dd. 23 oktober 1992 Het betreft een verkennend onderzoek op het gehele (destijds in gebruik zijnde) terrein. Er zijn geen aparte deellocaties onderzocht. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met PAK (10 van VROM), minerale olie en zink aangetroffen. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met tolueen, xyleen en fenolen. Verkennend bodemonderzoek conform BOOT, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 971104VZ.210, dd.
28 november 1997 Het onderzoek heeft betrekking op de ondergrondse tank in de voortuin van de woning (Verlengde Ooyerhoekseweg 13) en is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sanering van de tank. Er zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Bemonstering monitoringssysteem, 23 februari 1998, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnummer 980206VZ.010 Het betreft de monstername van het grondwater ter plaatse van de motorvloeistoffen-opslag in het kader van de milieuvergunning. Het grondwater van PB1 is bemonsterd en geanalyseerd op minerale olie en vluchtige aromaten, deze zijn niet aangetroffen.
Rapportnummer: K2320149
8
Verkennend bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 030214OZ.510, dd. 8 april 2003 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vastlegging van de bodemkwaliteit op het terrein. De volgende deellocaties zijn geselecteerd: Wasplaats met zandvangput, olie-benzineafscheider en de stalling van het eigen wagenpark. Ter plaatse van de wasplaats is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In het grondwater is geen verontreiniging aangetroffen. Aanbevolen wordt een nader onderzoek uit te voeren naar de omvang van de verontreiniging met minerale olie. Ter plaatse van de overige onderzochte deellocaties zijn maximaal lichte verontreinigingen in grond en grondwater aangetroffen. Aanvullend bodemonderzoek, november 2003, Van der Poel Consult BV, rapportnummer 1.310.306 Nader onderzoek naar de omvang van de verontreiniging ter plaatse van de wasplaats. In zowel de grond als het grondwater zijn sterke verontreinigingen aangetroffen. De verontreiniging is aangetroffen tot minimaal 4 m-mv. De omvang van de verontreiniging is nog niet exact in beeld. Aanvullend bodemonderzoek fase II, Van der Poel Consult BV, rapportnr. 1.310(fase II).306, dd. juni 2004 Vervolgonderzoek in het kader van de verontreiniging met olie ter plaatse van de wasplaats naar de omvang van de verontreiniging. Er zijn tevens boringen verricht rondom de olieopslag.
De verontreiniging met minerale olie in de grond en het grondwater is afgeperkt. Uit het onderzoek blijkt 510 m3 grond en grondwater verontreinigd te zijn. De horizontale omvang van de verontreiniging bedraagt ca. 170 m2. De verontreiniging bevindt zich van ca. 150- cm-mv tot een diepte van 450 cmmv. Saneringsplan, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 040823OZ.710, dd. 12 juli 2004 Naar aanleiding van de aangetroffen verontreiniging is een plan opgesteld voor de grondsanering. De verontreiniging wordt tot 450 cm-mv ontgraven. Als terugsaneerwaarde wordt de streefwaarde gehanteerd. De gemeente Zutphen heeft als bevoegd gezag ingestemd met het saneringsplan. Evaluatie grondsanering, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. W040823OZ, dd. 22 november 2004 De grondsanering is uitgevoegd in september 2004 en heeft bestaan uit het verwijderen van de bestrating en het selectief ontgraven van de verontreiniging tot maximaal 325 cm-mv. Er is totaal 571.02 ton verontreinigde grond afgevoerd. De ontgravingsput is aangevuld met schone grond. In de wanden en bodem van de saneringsput is geen minerale olie of vluchtige aromaten aangetroffen boven de streefwaarde. Na afloop van de grondsanering is er een grondwateronderzoek uitgevoerd, ook in het grondwater is geen minerale olie of vluchtige aromaten aangetroffen boven de streefwaarde.
Verkennend onderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 080715VZ.510, 5 september 2008 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bouw van een bedrijfshal op de locatie. De voorgenomen bouwlocatie beslaat de huidige werkplaats (voormalige stal en mestgoten) en olieopslag. Ter plaatse een boring nabij de olieopslag is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Middels aanvullende boringen is de verontreiniging afgeperkt. De omvang van de verontreiniging beperkt zich tot de bovengrond van boring 16. Ter plaatse van de mestgoten is een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Het grondwater is matig verontreinigd met koper en kobalt. Verkennend onderzoek, Van der Poel Milieu BV, rapportnr. 11107.286, dd. augustus 2011 Verkennend onderzoek in het kader van de voorgenomen nieuwbouw van het huidige bedrijfspand. In de grond zijn geen verontreinigingen aangetroffen, het grondwater is licht verontreinigd met xylenen en barium. Er zijn geen belemmeringen voor voorgenomen nieuwbouw. Nulsituatie bodemonderzoek, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. 213042VZ11, dd. 1 augustus 2013 Aanleiding tot het bodemonderzoek zijn de voorschriften vanuit de geldende Omgevingsvergunning.
Doel van het onderzoek is het vaststellen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de bodembedreigende bedrijfsactiviteiten om een referentieniveau te bepalen voor eventuele toekomstige veranderingen in de bodemsituatie. Tijdens het onderzoek zijn de volgende deellocaties als verdacht aangemerkt: A. Werkplaats B. Wasplaats C. OBAS D. Pompen en tankplaats E. Olieopslag F. Op- en overslag stortgoed G. Coalecentieafscheider
Rapportnummer: K2320149
9
Tijdens de veldwerkzaamheden is op zintuiglijke wijze bodemvreemd materiaal in de vorm van sporen puin tot uiterst puinhoudend aangetroffen. Opgemerkt wordt dat een deel van het terrein is verhard met een puingranulaat en dat plaatselijk repac als fundatie onder de verharding is toegepast. Er zijn geen asbestverdacht materialen op het maaiveld en in de bodem aangetroffen. Op basis van de analyseresultaten kan geconcludeerd worden dat: Ter plaatse van de werkplaats in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetroffen. Het grondwater bevat een verhoogd gehalte aan barium. Bij de wasplaats zijn in het bovengrondmengmonster geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetoond. In het grondwater ter plekke is eveneens een verhoogd gehalte aan barium gemeten. Ter plaatse van de OBAS is in de meeste verdachte bodemlaag (1,00-1,80 m-mv) geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetroffen. Het grondwater bevat een licht verhoogd gehalte aan barium. In de bovengrond alsmede in het grondwater ter plaatse van de pompen en tankplaats is geen minerale olie en/of vluchtige aromaten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens. Ter plaatse van de olieopslag is eveneens geen verhoging aan olieachtige componenten in de grond gemeten. De nul-situatie voor bovengenoemde deellocatie is daarmee vastgelegd.
Ter plaatse van de op- en overslag stortgoed is in de bovengrond plaatselijk een matige verontreiniging met zink en lichte verontreinigingen met barium, kobalt, koper, minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB gemeten. Het grondwater bevat een matig verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan barium en kwik. Op basis van de analyseresultaten dient de hypothese ‘de locatie is verdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ aangenomen te worden. Aanbevolen is om nader onderzoek uit te voeren naar de matige verontreinigingen in de grond en het grondwater. Desondanks is de nulsituatie voor het terreindeel vastgelegd. Ter plaatse van de coalecentieafscheider zijn in de ondergrond geen van de onderzochte stoffen verhoogd gemeten. Het grondwater bevat een matig verhoogd gehalte aan barium en een licht verhoogd gehalte aan zink. Formeel dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden na de matige verontreiniging. Aanbevolen wordt een heranalyse uit te voeren. De nulsituatie is voor de afscheider vastgelegd. Bodemonderzoek ter plaatse van overkapping, De Klinker Milieu Adviesbureau, rapportnr. K2220031, niet gerapporteerd In 2022 is een onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de overkapping aan de noordzijde van het pand. Er zijn 2 boringen geplaatst tot 2 m-mv en er is een peilbuis geplaatst.
Van de grondmonsters is de bovengrond geanalyseerd op het standaardpakket aangevuld met cyanide en chloride. Het grondwater is niet bemonsterd. De gegevens van dit onderzoek zijn tevens verwerk in onderhavige rapportage.
2.9 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet of onvoldoende bekend. Er zijn vooraf aanwijzingen dat de bodem op de locatie ‘verdacht’ is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Hierbij is een onderzoek van de ophooglaag / puinlaag (deellocatie I) achterwege gelaten (zie paragraaf 2.1). De volgende (verdachte) deellocaties zijn op basis van het vooronderzoek vastgesteld. Een deel komt overeen met de deellocatie welke in 2013 zijn onderzocht. A. Werkplaats B. Wasplaats C. OBAS (Olie-benzineafscheider) D. Pompen en tankplaats E. Tanks en olieopslag F. Op- en overslagterrein stortgoed G. Coalecentieafscheider H. Overkapping J. Bestemmingsplanwijziging Overig terrein (excl. verdachte deellocaties)
Rapportnummer: K2320149
10
2.10 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie A. Werkplaats B. Wasplaats C. OBAS D. Pompen en tankplaats
Oppervlakte ± 235 m2 ± 100 m2 ± 10 m2 ± 90 m2
Hypothese Verdacht Verdacht Verdacht Verdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag Diverse stoffen Diverse stoffen Diverse stoffen Minerale olie Ad-Blue tank Ureum (grond) Ad-Blue tank N-Kjeldahl (grondwater) Minerale olie Diverse stoffen Diverse stoffen Cyanide en chloride -
Strategie* VED-HE/NUL VED-HE/NUL VED-HE/NUL VED-HE/NUL
E. Tanks en olieopslag ± 75 m2 Verdacht VED-HE/NUL F. Op- en overslag stortgoed ± 4.400 m2 Verdacht VED-HE/NUL G. Coalecentieafscheider ± 85 m2 Verdacht VED-HE/NUL H. Overkapping ± 30 m2 Verdacht VED-HE/NUL J. Bestemmingsplanwijziging ± 2.800 m2 Onverdacht ONV-NL Overig terrein ± 7.000 m2 Onverdacht ONV-NL Strategie: VED-HE = Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. NUL = Onderzoeksstrategie voor een toekomstige bodembelasting ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de achtergrondwaarde/streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese ‘onverdacht’ aangenomen of de hypothese ‘verdacht’ verworpen.