610200 - bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 (1)
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING OMGEVINGSVERGUNNING VERLENGDE OOYERHOEKSEWEG 9 7207 BJ ZUTPHEN
Opdrachtgever Wissels Groep Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen
Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
1
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding .......................................................................................................................................................... 4 1.2 Projectlocatie .................................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende planologische regeling ................................................................................................................. 5 1.4 Leeswijzer .......................................................................................................................................................... 7 2 Het project ............................................................................................................................................................................ 8 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................................... 8 2.2 Huidige situatie .................................................................................................................................................
8 2.3 Toekomstige situatie ..................................................................................................................................... 10 3 Beleid ................................................................................................................................................................................... 14 3.1 Rijksbeleid........................................................................................................................................................ 14 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)............................................................................................. 14 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening...................................................................... 15 3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking ............................................................................................ 15 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................................... 16 3.2.1 Algemeen ....................................................................................................................................... 16 3.2.2 Omgevingsvisie .............................................................................................................................
16 3.2.3 Omgevingsverordening .............................................................................................................. 17 4 Omgevingsaspecten ......................................................................................................................................................... 19 4.1 Bodem ............................................................................................................................................................... 19 4.2 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................................... 22 4.3 Flora en fauna ................................................................................................................................................. 23 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 ........................................................................................... 23 4.3.2 Gebiedsbescherming GNN/GO ................................................................................................... 24 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................................................. 25 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................
25 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................. 26 4.6 Bedrijven- en milieuzonering ....................................................................................................................... 27 4.7 Geur ................................................................................................................................................................... 28 4.8 Externe veiligheid ........................................................................................................................................... 29 4.9 Water ................................................................................................................................................................. 31 4.10 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................... 32 4.11 Kabels en leidingen...................................................................................................................................... 33 4.12 Milieueffectrapportage ...............................................................................................................................
33 5 Uitvoerbaarheid van het project ................................................................................................................................... 35 5.1. Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 35 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................ 35
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
2
5.3 Conclusie .......................................................................................................................................................... 35 Bijlagen ................................................................................................................................................................................... 36 Bijlage 1 Tekening aangevraagde situatie Bijlage 2 Landschappelijke inpassing Bijlage 3 Bodemonderzoek Bijlage 4 Stikstofonderzoek Bijlage 5 Luchtkwaliteitsrapport Bijlage 6 Geuronderzoek Bijlage 7 Akoestisch onderzoek Bijlage 8 Acceptatie- en verwerkingsbeleid Bijlage 9 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
3
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Wissels Groep is een familiebedrijf dat bestaat sinds 1920. Het bedrijf is al tientallen jaren gevestigd aan de Verlengde Ooyerhoekseweg te Zutphen. Voorheen was het bedrijf gevestigd op het adres Verlengde Ooyerhoekseweg 13, wat het huidige adres van de bedrijfswoning is. Sinds 2012 is het bedrijf actief vanuit het nieuwe pand aan de Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen. Het bedrijf houdt zich bezig met de volgende drie hoofdactiviteiten: 1. verhuur van afvalcontainers aan bedrijven en particulieren; 2. transport en inzameling van afval, waarbij met name op- en overslag plaatsvindt; 3. verkoop van zand, grind en grond. Het bedrijf is in de loop der tijd steeds meer gegroeid en dan met name voor wat betreft de inzameling en op- en overslag van afval. Vanwege de circulaire economie en duurzaamheid in het algemeen (steeds meer hergebruik van afval) wordt afvalinzameling steeds belangrijker. Wissels Groep wil daarom de capaciteit van haar bestaande bedrijfsactiviteiten vergroten om in te kunnen spelen op de stijgende marktvraag. Er is geconstateerd dat sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: 1. de gronden met de bestemming ‘Groen’ aan de noordzijde van het terrein zijn in gebruik voor bedrijfsdoeleinden; 2.
de bedrijfsactiviteiten passen naar het oordeel van de gemeente niet volledig in de hier maximaal toegestane milieucategorie 3.2. Om de strijdigheid op te lossen wordt een omgevingsvergunning aangevraagd om buitenplans af te wijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo (“handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening”). Er moet worden gemotiveerd dat de omgevingsvergunningaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiertoe is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Daarbij is het zo dat onder meer een nieuwe, al eerder vergunde opslagloods voor afvalstoffen een positieve bijdrage levert aan het woon- en leefklimaat in de omgeving. Anders dan momenteel het geval is zal dit afval niet meer in de open lucht worden opgeslagen.. Hieronder in figuur 1 een weergave van de bedrijfslocatie.
Figuur 1: luchtfoto bedrijfslocatie (bron: kadastralekaart.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
4
1.2 Projectlocatie De projectlocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Zutphen, op bedrijventerrein De Revelhorst. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Zutphen, sectie O, nummers 2869, 2871, 3789, 3790, 3791, 3792, 3793, 3794, 3796, 3797 en 3798. Hieronder een weergave van de projectlocatie ten opzichte van omliggend gebied.
Figuur 2: projectlocatie bij rode marker (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldende planologische regeling De projectlocatie is gelegen binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Revelhorst – De Stoven 2011’ (vastgesteld op 3 juni 2013). De gronden hebben hierin de enkelbestemmingen ‘Bedrijventerrein’ (figuur 3) en ‘Groen’ (zie figuur 4). Voor alle gronden binnen de projectlocatie geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Hoog Verwachte Archeologische Waarde’. Voor de gronden met de enkelbestemming ‘Bedrijventerrein’ geldt de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’. Daarbij gelden binnen het bouwvlak eisen aan de maatvoering (maximum bebouwingspercentage terrein van 70% en maximum bouwhoogte van 10 meter). Verder is een functieaanduiding aangegeven voor de bedrijfswoning.
Figuur 3: weergave huidige bedrijventerreinbestemming met in rood de projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
5
Figuur 4: weergave huidige groenbestemmingen met in rood de projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Daarnaast geldt voor de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren’ (vastgesteld op 30 januari 2023). De gronden hebben hierbinnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone – parkeernormen Revelhorst – De Stoven’ (zie figuur 5).
Figuur 5: weergave huidige gebiedsaanduiding parkneernormen met in rood de projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
6
1.4 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing worden de ruimtelijke consequenties van het project op de omgeving beschreven. Hierbij worden alle relevante deelaspecten behandeld. Hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing bevat de beschrijving van de huidige situatie van de projectlocatie en de met deze omgevingsvergunningaanvraag beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante omgevingsaspecten op de projectlocatie en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
7
2 HET PROJECT 2.1 Ontstaansgeschiedenis Wissels Groep is een familiebedrijf dat bestaat sinds 1920. In eerste instantie werd met paard en wagen zand en grind vervoerd. In 1936 kocht de grootvader van de huidige directeur zijn eerste truck, een belangrijke mijlpaal in de historie van het bedrijf. In de jaren ’60 van de vorige eeuw nam de tweede generatie Wissels het bedrijf over. Het bedrijf werd uitgebreid met grondverzet en kiepertransport. Het bedrijf is al tientallen jaren gevestigd aan de Verlengde Ooyerhoekseweg te Zutphen. Voorheen op het adres Verlengde Ooyerhoekseweg 13, wat het huidige adres van de bedrijfswoning is. Het bedrijf is sinds 2012 actief vanuit het nieuwe pand aan de Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen. Het bedrijf houdt zich bezig met de volgende drie hoofdactiviteiten: 1. verhuur van afvalcontainers aan bedrijven en particulieren; 2. transport en inzameling van afval, waarbij met name op- en overslag plaatsvindt; 3. verkoop van zand, grind en grond. Het bedrijf is in de loop der tijd steeds meer gegroeid en dan met name voor wat betreft de inzameling en op- en overslag van afval. Vanwege de circulaire economie en duurzaamheid in het algemeen (steeds meer hergebruik van afval) wordt afvalinzameling steeds belangrijker.
Wissels Groep wil daarom de capaciteit van haar bestaande bedrijfsactiviteiten vergroten om in te kunnen spelen op de stijgende marktvraag. De gemeente Zutphen heeft geconstateerd dat de bedrijfsactiviteiten niet passen binnen de ter plaatse maximaal toegestane milieucategorie 3.2. De bedrijfsactiviteiten met betrekking tot afval vallen volgens de gemeente in milieucategorie 4.2. De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Groen’ zijn door het bedrijf al meerdere decennia in gebruik voor bedrijfsdoeleinden.
Figuur 6: plangebied rond 2012 (links) en 2022 (rechts) (bron: topotijdreis.nl)
2.2 Huidige situatie De projectlocatie ligt op het noordelijke gedeelte van bedrijventerrein De Revelhorst. Dit is het jongste bedrijventerrein van Zutphen. Het bedrijventerrein ligt aan de N314, ten zuiden van de stad Zutphen. De projectlocatie is aan drie zijden omsloten door bedrijventerrein, waarbij zich direct ten zuidoosten van de projectlocatie een justitiële inrichting bevindt. Aan de noordzijde van de projectlocatie bevindt zich de Leestense Rondweg (N314), die aan de zuidzijde is voorzien van een brede berm/groenstrook. Ten noordwesten van de projectlocatie, aan de overzijde van de N314 bevindt zich het Gelre ziekenhuis. Ook aan de overzijde van de N314, maar dan ten noorden en noordoosten van de projectlocatie, bevindt zich de woonwijk Leesten.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
8
De eerste woningen in deze wijk bevinden zich op een afstand van circa 119 meter vanaf de grens van de projectlocatie. In de directe omgeving van de projectlocatie bevinden zich buiten de woningen in de woonwijk geen andere bedrijfswoningen of reguliere woningen. De projectlocatie wordt ontsloten op de Verlengde Ooyerhoekseweg. Deze weg leidt in noordelijke richting over een viaduct over de N314 naar de woonwijk Leesten. In zuidelijke richting leidt deze weg over bedrijventerrein De Revelhorst naar onder meer de N314.
Figuur 7: zicht op bedrijfslocatie vanaf Verlengde Ooyerhoekseweg (bron: Google Streetview)
Figuur 8: zicht op bedrijfslocatie vanaf N314 (bron: Google Streetview)
Binnen de projectlocatie is sprake van een bedrijf met meerdere gebouwen, buitenopslagen, een containerwisselplaats, losse containers, een weegbrug en een bedrijfswoning bevinden. Aan het bedrijf is op 14 augustus 2013 een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en inwerking hebben van een inrichting ten behoeve van: • transport van (gevaarlijke) afvalstoffen; • op- en overslag van (gevaarlijke) afvalstoffen, met inbegrip van schroot; • afleveren van dieselolie aan motorvoertuigen; • wassen van eigen personenwagens, vrachtwagens en materieel. Het bedrijf is in de loop der jaren gegroeid tot de huidige omvang, waarbij door de gemeente Zutphen is geconstateerd dat sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan op de volgende onderdelen: 1. de gronden met de bestemming ‘Groen’ aan de noordzijde van het terrein zijn in gebruik voor bedrijfsdoeleinden; 2. de bedrijfsactiviteiten passen niet volledig in de hier maximaal toegestane milieucategorie 3.2.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
9
2.3 Toekomstige situatie De Wissels Groep is vooral actief op het gebied van inzameling en de op- en overslag van afval. Dit gebeurt in containers los op het terrein of in depots tussen de keerwanden. Naast inzameling en op- en overslag vinden ook bewerkingen plaats in de vorm van sorteren, opbulken, splitsen en verkleinen van houtafval (A- en B-hout). Incidenteel worden conform het AV-beleid (zie bijlage 8) andere stoffen verkleind (groenafval met een shredder).. De Wissels Groep beschikt op de bedrijfslocatie over twee kranen en één shovel. Daarnaast worden er diverse vrachtwagens gebruikt voor het transport van en naar de inrichting. Op incidentele basis wordt een shredder (langzaamdraaier) ingezet voor het verkleinen van groenafval. Deze machine wordt ingehuurd. Wissels gebruikt alleen machines, die aan de laatste stand der techniek voldoen en waarbij de milieubelasting, op gebied van bijvoorbeeld geluid en trillingen, tot een minimum beperkt wordt. Met de voorliggende omgevingsvergunningaanvraag wordt voorzien in het oplossen van de strijdigheid met het bestemmingsplan (gebruik bestemming ‘Groen’ voor bedrijfsdoeleinden en bedrijfsactiviteiten in hogere milieucategorie dan 3.2). De aanvraag heeft betrekking op het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo (“handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening”).
Daarnaast is voorzien in een nieuwe loods voor de overslag van PMD (Plastic, Metaal en Drankkartons), huishoudelijk restafval en bedrijfsrestafval met een oppervlak van 450 m2. Voor deze loods is al een omgevingsvergunning bouwen verleend. Voordeel van deze loods is dat de genoemde afvalstromen niet meer in de open lucht hoeven te worden opgeslagen, wat een positief effect heeft op met name de geuremissie. Verder is er minder overlast door meeuwen. Deze maatregel komt dus het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijf ten goede. Verder worden de bestaande uit legioblokken bestaande keerwanden iets verplaatst ten opzichte van de huidige situatie, zodat een betere afscherming plaatsvindt voor wat betreft geluid afkomstig uit de inrichting. Ook dit heeft een gunstig effect op het woon- en leefklimaat. In de paragrafen 4.4 (geluid) en 4.7 (geur) wordt hier nader op ingegaan (inclusief een uiteenzetting van de hiervoor uitgevoerde onderzoeken). Daarnaast wordt met de verplaatsing van de keerwanden beoogd om deze niet langer bovenop de duiker (inclusief onderhoudszone) te hebben staan. Voor de landschappelijke inpassing is voorzien in de aanleg van een houtsingel met een breedte van 5 meter aan de noordgrens van de projectlocatie. Tegen de bestaande betonnen legioblokken worden klimplanten geplant. Deze groeien zichzelf vast tegen de betonnen wand.
Zie verder paragraaf 4.13 en bijlage 2. De ontsluiting vindt net als nu plaats via de bestaande inrit aan de Verlengde Ooyerhoekseweg. Het verkeer gaat via de ontsluiting van de Gelderhorst met de Den Elterweg (N314) op in het heersende verkeersbeeld. In figuur 9 is de aangevraagde bedrijfssituatie weergegeven (zie bijlage 1 voor een grotere weergave).
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
10
Figuur 9: aangevraagde situatie (milieutekening)
Stedenbouwkundige beschouwing De stedenbouwkundige structuur ter plaatse van de projectlocatie en omgeving is ten zuiden van de N314 te kenmerken als een bedrijventerrein met relatief ruime kavels en volumineuze gebouwen. Daarbij is vanaf de N314 gezien sprake van ver doorlopende terreinafscheidingen, die vooral ter plaatse van de projectlocatie het karakter hebben van een massieve wand. Op een naastgelegen perceel aan de westzijde van het bedrijf is sprake van een maximum bouwhoogte van 15 meter. Op de projectlocatie zelf en de ten oosten daarvan gelegen percelen is sprake van een maximum bouwhoogte van 10 meter. Deze bouwhoogte kan via een afwijking bij omgevingsvergunning worden verhoogd naar 12 meter. Ter plaatse van de naastgelegen percelen is nergens sprake van een als zodanig bestemde groenstrook parallel aan de N314. Wel is sprake van een dergelijke groenstrook ter plaatse van de over het bedrijventerrein lopende hoogspanningslijn. Het beeld aan deze zijde van de N314 op het bedrijventerrein wordt ter hoogte van het projectgebied als het ware enigszins verzacht door de bomen en verdere aanplant langs de weg.
Figuur 10: beeld vanaf N314 op bedrijventerrein (bron: Google Streetview)
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
11
Aan de overzijde van de N314 (ten noordwesten van de projectlocatie) bevindt zich het ziekenhuis. Voor deze locatie geldt een maximum bouwhoogte van 30 meter. Ten oosten van het ziekenhuis is sprake van een bosje en een verder parallel aan de N314 doorlopende groenstrook met geluidwal, waarachter zich de woonwijk Leesten bevindt. Vanuit de woonwijk is er geen rechtstreeks zicht op de projectlocatie.
Figuur 11: beeld vanaf N314 op ziekenhuis (bron: Google Streetview)
Landschappelijke inpassing Ter compensatie van het in gebruik nemen van de gronden met de bestemming ‘Groen’ is voorzien in een landschappelijke inpassing aan de noordzijde van de projectlocatie. Hiermee wordt beoogd het bedrijf te laten opgaan in de bestaande groenstrook tussen de noordzijde van de projectlocatie en de provinciale weg N314. Om de uit betonnen legioblokken opgetrokken keerwand te camoufleren worden hier klimplanten tegenaan geplant. Deze planten zullen zichzelf vastgroeien tegen de betonnen wand. Daarnaast wordt een groenstrook in de vorm van een houtsingel aangelegd van circa 5 meter breed (zie figuur 12 en bijlage 2). De landschappelijke inpassing is akkoord bevonden door de gemeente Zutphen. Toelichting op landschappelijke inpassing: • Wissels groep wil de noordzijde van het bedrijventerrein vergroenen wegens compensatie van het in gebruik nemen van grond met de bestemming 'Groen'. • De houtsingel die wordt gerealiseerd dient circa 5.00m breed te worden. Dit betekent dat boomvormers hier in mindere mate moeten worden aangeplant. • Om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit, is het belangrijk dat de beplanting bestaat uit gedoornde beplanting. Daarnaast is het belangrijk dat de beplanting ook voedsel kan bieden voor vogels en insecten. Tot slot is het belangrijk dat de soorten aansluiten op het omliggende landschap en de standplaatsfactoren.
De houtsingel dient te bestaan uit de volgende soorten: o heestervormers: Crataegus monogyna, Prunus spinosa, Prunus padus, Frangula alnus, Corylus avellana, Sorbus aucuparia; o boomvormers: Fraxinus excelsior, Alnus glutinosa, Salix alba. • Om de bestaande betonnen legioblokken te camoufleren worden tegen deze blokken klimplanten geplant. Deze zullen zichzelf vastgroeien tegen de betonnen wand. Daarnaast bieden de klimplanten voedsel voor vogels en insecten. De soorten die kunnen worden toegepast zijn Hedera helix (voorkeur: deze blijft wintergroen en biedt veel voedsel voor bijen) en Parthenocissus quinquefolia.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
12
Figuur 12: landschappelijke inpassing
Figuur 13: Impressies lanschappelijke inpassing
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
13
3 BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.
Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.
Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; 2. Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Naar sterke en gezonde steden en regio's; 4. Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied; Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
14
Toetsing van de ontwikkeling De NOVI gaat niet concreet in op lokale ontwikkelingen, zoals voorliggende bedrijfsontwikkeling in Zutphen. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van deze ontwikkeling. In algemene zin draagt het initiatief bij aan een duurzaam economisch groeipotentieel, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met onder meer omgevingskwaliteit, bodem en milieukwaliteit. Verder past het initiatief goed in de ontwikkeling van een duurzame en circulaire economie.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn. Het gaat om onder andere de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, grote rivieren, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Het Barro is concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming. Toetsing van de ontwikkeling De aangevraagde ontwikkeling heeft geen betrekking op nationale belangen en is daarmee niet in strijd met het Barro.
3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna ook: Ladder) is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De Ladder wordt in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de Ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Toetsing van de ontwikkeling Voor de uitbreiding van het bedrijf is het noordelijk gelegen, aangrenzende perceel aangewend. De aard van de voorgenomen bedrijfsactiviteiten past binnen het karakter van het bedrijventerrein en er hoeft geen uitbreiding van het bedrijventerrein zelf plaats te vinden. De uitbreiding van het bedrijf zorgt voor een optimalere bedrijfsvoering.
Deze vindt plaats binnen het beschikbare ruimtebeslag van het bestaande bedrijventerrein, waardoor géén sprake is van uitbreiding van het bedrijventerrein maar enkel van uitbreiding van een bestaand ter plaatse gevestigd bedrijf. Met de uitbreiding van het bedrijf ter plaatse van het aangrenzende perceel wordt aan dit perceel ook geen nieuwe invulling gegeven, het perceel is al zodanig in gebruik. Het aantal vierkante meter bedrijventerrein neemt door deze ontwikkeling per saldo niet toe. Gelet op bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van duurzaam ruimtegebruik en dat aan de Laddertoetsing wordt voldaan.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
15
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Algemeen Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden. Op 14 januari 2023 is de laatste wijziging van de Omgevingsverordening onder de huidige wetgeving gepubliceerd. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.
3.2.2 Omgevingsvisie De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gezond en veilig is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
De visie geeft zeven ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland, onder andere op het terrein van economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Met vier spelregels of Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
16
De provinciale hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, die zijn onderverdeeld in drie thema's. Het thema Divers Gelderland betreft de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten. Onder het thema Dynamisch Gelderland staan de provinciale ambities die zich afspelen op met name ruimtelijk-economisch vlak, bijvoorbeeld wonen, werken, mobiliteit. Het derde thema, Mooi Gelderland, betreft de Gelderse kwaliteiten die bescherming dan wel ontwikkeling nodig hebben en die tegelijk richting geven aan ontwikkelingen. Voor dit initiatief is vooral de ambitie economisch vestigingsklimaat van belang. Gestreefd wordt naar een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. De provincie wil haar concurrerende positie in het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. Om onderscheidend te blijven wordt in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten gehaald. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is koploper in Nederland. Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling is in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
De ontwikkeling draagt niet alleen bij aan de Gelderse economie, maar is, zoals blijkt uit hoofdstuk 4, ook in lijn met de randvoorwaarde dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en andere milieugevoelige functies in de omgeving.
3.2.3 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Toetsing van de ontwikkeling In algemene zin legt de Omgevingsverordening geen beperkingen op ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.
Gebiedsbescherming De projectlocatie ligt niet in de beschermingszone van een in de Omgevingsverordening aangewezen gebied, zoals Gelders Natuurnetwerk, Nationaal landschap of een waterwingebied.
Klimaatadapatie In het 8ste actualisatieplan is een nieuw artikel opgenomen over klimaatadaptatie. Op grond van artikel 2.65b van de Omgevingsverordening moet in de toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, worden ingegaan op de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken (inclusief de afweging die daarbij is gemaakt). Op basis van de Klimaatatlas Zutphen is in beeld gebracht welke risico's zich zouden kunnen voordoen op de projectlocatie als gevolg van klimaatverandering. • Wateroverlast: uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de projectlocatie geen zodanige plasvorming wordt verwacht na een korte piekbui of een lange extreemhevige bui, dat hierdoor de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten in gevaar komt. • Hittestress: uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in de projectlocatie iets minder hoog is dan op andere delen in het stedelijk gebied van Zutphen. Warmte in de nachtelijke periode is geen item, omdat geen sprake is van ruimten met als doel een zoveel mogelijk ongestoorde nachtrust (met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, waaraan verder niets verandert). • Droogte: de projectlocatie is beperkt droogtegevoelig.
De aangrenzende watergang valt droog in de zomerperiode. Er is niet of nauwelijks sprake van risico’s op natuurbranden. • Overstroming: de bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er een kleine kans op een overstroming is.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
17
Volgens de Klimaatatlas Zutphen is gezien het bovenstaande geen sprake van zodanige lokale klimaateffecten dat hiervoor in de omgevingsvergunning specifieke regels moeten worden gesteld.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
18
4 OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Bodem Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door De Klinker Milieu Adviesbureau. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het rapport is als bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd. Uit het bodemrapport d.d. 5 september 2023 kan het volgende worden opgemaakt, waarbij voor wat betreft de onderscheiden deellocaties kan worden verwezen naar de hierin opgenomen bijlage 5: • De bodem bestaat overwegend uit zandlagen. Het zand is zeer fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig. Plaatselijk is een matig siltige kleilaag aanwezig. • Op het maaiveld en in de bodem is op zintuiglijke wijze geen bijmenging met asbestverdacht materiaal aangetroffen. • Ter plaatse van de verharding is plaatselijk een fundatie met menggranulaat aanwezig. • In het fundatiemateriaal is eveneens zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. • In de bodem zijn plaatselijk bijmengingen met sporen baksteen tot matig baksteenhoudend, sporen en resten kooldeeltjes, resten beton en zwak tot uiterst puinhoudend aangetroffen.
• Uit de analyseresultaten ter plaatse van de werkplaats kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmengmonster MMA (bodemlaag 0,75-1,25 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het grondwater uit peilbuis Pb13 is een sterke verontreiniging met nikkel, matige verontreiniging met kobalt en lichte verontreiniging met barium en cadmium aangetroffen. Het betreft naar verwachting natuurlijk verhoogde concentratie, een aanvullend onderzoek is in dit stadium niet noodzakelijk; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met diverse stoffen’ dient aangenomen te worden. • Uit de analyseresultaten ter plaatse van de wasplaats kan het volgende worden geconcludeerd: o in het bovengrondmengmonster MMB (bodemlaag 0,07-0,57 m-mv) is een sterke verontreiniging met minerale olie gemeten. Door het aangetroffen van de sterke verontreiniging heeft aansluitend een uitsplitsing van het mengmonster plaatsgevonden waarbij de monsters waaruit het mengmonster is samengesteld separaat zijn onderzocht op minerale olie. Uit deze analyses blijkt dat het bovengrondmonster B1-1 sterk verontreinigd is met minerale olie.
In de overige bovengrondmonsters B2-1 en B3-1 is minerale olie niet verhoogd aangetroffen; o in het grondwater uit peilbuis Pb17 is een lichte verontreiniging met xylenen gemeten; o het gebruik van de wasplaats heeft geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit ten opzichte van 2013; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met diverse stoffen’ dient aangenomen te worden; o aanbevolen wordt om een nader onderzoek uit te voeren naar de sterke verontreiniging met minerale olie ter plaatse van boring B1-1 om daarmee de omvang en ernst van de verontreiniging vast te stellen. • Uit de analyseresultaten ter plaatse van de OBAS (olie-benzineafscheider) kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmonster MC (bodemlaag 1,50-2,00 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het grondwater uit peilbuis PbC1 zijn geen van de onderzochte stoffen verhoogd gemeten; o het gebruik van de OBAS heeft niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit ten opzichte van 2013; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met diverse stoffen’ dient verworpen o te worden;
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
19
•
•
•
•
•
o een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De nulsituatie is vastgelegd. Uit de analyseresultaten ter plaatse van de pompen en tankplaats kan het volgende worden geconcludeerd: o in het bovengrondmengmonster MMD is minerale olie niet verhoogd aangetroffen; o het component ureum is aangetroffen in een concentratie van 2,5 mg/kg ds.; o in het grondwater uit peilbuis PbC1 is het component N-Kjeldahl gemeten in een gehalte van 1,9 mgN/liter; o in het grondwater is eveneens een licht verhoogd gehalte aan xylenen aangetroffen; o de bodemkwaliteit ten opzichte van 2013 is daarmee ‘licht verslechterd’. Er kan echter niet worden gesproken van een significante verslechtering; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met minerale olie en vluchtige aromaten’ dient formeel aangenomen te worden; o een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De nulsituatie is vastgelegd Uit de analyseresultaten ter plaatse van de tanks en olieopslag kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmengmonster MMD (bodemlaag 0,50-0,80 m-mv) is minerale olie niet aangetroffen in een concentratie boven de detectiegrens; o de bodemkwaliteit is vergelijkbaar met 2013; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met minerale olie kan daarmee verworpen worden; o een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De nulsituatie is vastgelegd.
Uit de analyseresultaten ter plaatse van de op- en overslag van stortgoed kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmengmonster MMF1 (bodemlaag 0,07-0,40 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het grondmengmonster MMF2 (bodemlaag 0,40-1,30 m-mv) is een matige verontreiniging met lood en een lichte verontreiniging met kobalt en minerale olie aangetroffen; o in het grondmengmonster MMF3 (bodemlaag 0,90-1,80 m-mv) zijn eveneens geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het grondwater uit peilbuis PbF2 is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten; o het gebruik van deze locatie heeft niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit ten opzichte van 2013; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met diverse stoffen’ dient aangenomen te worden; o formeel dient middels nader onderzoek de ernst en omvang van de matige verontreiniging met lood in de grond in beeld gebracht te worden.
Opgemerkt kan worden dat de aangetroffen matige verontreiniging met lood voldoet aan de maximale waarde industrie en voor het huidige gebruik geen belemmering vormt; o de nulsituatie is hiermee in voldoende mate vastgesteld. Uit de analyseresultaten ter plaatse van de coalescentieafscheider kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmonster MG (bodemlaag 0,80-1,30 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket verhoogd aangetroffen; o in het grondwater uit peilbuis PbG1 is een licht verhoogd gehalte aan barium en nikkel gemeten; o het gebruik van deze locatie heeft niet geleid tot een verslechtering van de bodemkwaliteit ten opzichte van 2013; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met diverse stoffen’ dient verworpen te worden; o een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De nulsituatie is vastgelegd. Uit de analyseresultaten ter plaatse van de overkapping kan het volgende worden geconcludeerd: o in de grond zijn geen van de onderzochte compontenten aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde;
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
20
o
•
•
•
in het grondwater uit peilbuis Pb01 een gehalte aan chloride van 52 mg/liter is gemeten. Het gehalte aan cyanide (<2 µg/liter) is niet aangetroffen in een concentratie boven de detectiegrens; o de deellocatie is in 2013 nog niet aanwezig en onderzocht; o de hypothese ‘de locatie is verdacht verontreinigd te zijn met cyanide en chloride’ kan verworpen worden; o een nader onderzoek is niet noodzakelijk. De nulsituatie is vastgelegd. Uit de analyseresultaten ter plaatse van de gronden buiten de bestemming ‘Bedrijventerrein’ kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmengmonster MMJ1 (bodemlaag 0,40-1,40 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het ondergrondmengmonster MMJ2 (bodemlaag 0,90-2,50 m-mv) zijn eveneens geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket verhoogd aangetroffen; o in het grondmonster MJ3 (boring W1-2, bodemlaag 0,50-0,65 m-mv) is een lichte verontreiniging met kobalt, koper, zink en PCB aangetroffen; o in het grondwater uit peilbuis Pb100 is een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten; o de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ dient formeel verworpen te worden; o de aangetroffen concentraties zijn echter van dient aard dat de onderzoeksinspanning niet
hoeft te worden herzien. De nulsituatie is vastgelegd. Uit de analyseresultaten ter plaatse van het overige terrein overkapping kan het volgende worden geconcludeerd: o in het grondmengmonster MMO1 (bodemlaag 0,23-1,40 m-mv) is een licht verhoogd gehalte aan PAK (10 VROM), PCB en minerale olie aangetroffen; o in het grondmengmonster MMO2 (bodemlaag 0,30-1,20 m-mv) zijn geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket aangetroffen in een concentratie boven de streefwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof; o in het grondmengmonster MMO3 (bodemlaag 0,40-1,40 m-mv) is een licht verhoogd gehalte aan het zware metaal lood en zink, PAK (10 VROM), PCB en minerale olie gemeten; o in het bovengrondmengmonster MMO4 (bodemlaag 0,00-0,50 m-mv) is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen; o in het ondergrondmengmonster MMO5 (bodemlaag 0,90-2,50 m-mv) zijn eveneens geen van de onderzochte stoffen uit het standaard analysepakket verhoogd aangetroffen; o het grondwater is niet expliciet onderzocht; o de hypothese ‘de locatie is onverdacht op de aanwezigheid van verontreinigingen’ dient formeel verworpen te worden; o de aangetroffen concentraties zijn echter van dient aard dat de onderzoeksinspanning niet hoeft te worden herzien. De nulsituatie is vastgelegd.
Uit de analyseresultaten voor het onderzoek naar asbest kan het volgende worden geconcludeerd: o in de puinhoudende grond, aangetroffen bij boring D1, E1 en E2, is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond.
Uit het bodemonderzoek kan ondanks de aangetroffen verontreinigingen worden opgemaakt dat de bodemkwaliteit niet leidt tot gebruiksbeperkingen in relatie tot het beoogde gebruik. Wel moet een nader onderzoek worden uitgevoerd naar de sterke verontreiniging met minerale olie ter plaatse van boring B1-1 (bij de wasplaats) om daarmee de omvang en ernst van de verontreiniging vast te stellen. Dit traject loopt separaat van het traject voor de omgevingsvergunning. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
21
4.2 Archeologie en cultuurhistorie In elk bestemmingsplan of afwijking van een bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie.
Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.
Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen voor afwijking van het bestemmingsplan geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Projectspecifiek
Cultuurhistorie De projectlocatie is onderdeel van bedrijventerrein De Revelhorst. Binnen de projectlocatie is geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Er bevinden zich hier geen monumenten. Wel is sprake van enkele voor 1832 aanwezige wegen, waarvan er één is verschoven en één is verdwenen.
Archeologie Op basis van de archeologische beleidskaart geldt er een onderzoeksplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,5 meter vanaf maaiveld.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
22
Figuur 14: uitsnede archeologische beleidskaart
In de aangevraagde situatie is geen sprake van bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,5 meter vanaf maaiveld. Om die reden is geen archeologisch onderzoek vereist. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.3 Flora en fauna Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten flora en fauna niet worden verstoord. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming. Daarnaast is sprake van gebiedsbescherming vanuit de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden bevinden zich op korte afstand van de projectlocatie. Voor projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het project mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
23
Projectspecifiek De projectlocatie ligt op circa 960 meter afstand van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, is Rijntakken. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van de projectlocatie weergegeven.
Figuur 15: planlocatie t.o.v. Natura 2000 gebied (bron: aerius.nl)
Met uitzondering van het aspect stikstof, kan een negatief effect op Natura 2000-gebieden vanwege de afstand op voorhand worden uitgesloten. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen is een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de bouw- als gebruiksfase. Uit door Antea Group uitgevoerde berekeningen met AERIUS Calculator (zie bijlage 4) blijkt dat het initiatief ter hoogte van kwetsbare habitattypen in Natura 2000-gebieden niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Conclusie Het aspect gebiedsbescherming Natura 2000 vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.3.2 Gebiedsbescherming GNN/GO In de Omgevingsverordening Gelderland is de gebiedsbescherming voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene ontwikkelingszone (GO) geregeld. Daarnaast is hierin ook de bescherming voor andere gebieden geregeld, zoals beschermingszone natte landnatuur, weidevogelgebied en nationaal landschap. Projectspecifiek De projectlocatie behoort niet tot GNN of GO. Vanwege de ligging buiten GNN en GO hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de hiervoor gestelde provinciale regels. Voor deze gebieden geldt geen externe werking. Ook voor het overige is geen sprake van ligging in een op grond van de Omgevingsverordening beschermd gebied. Conclusie Het aspect gebiedsbescherming GNN/GO vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Verlengde Ooyerhoekseweg 9 te Zutphen
24
4.3.3 Soortenbescherming Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Projectspecifiek De bestaande inrichting bestaat rondom de gebouwen en bouwwerken volledig uit verhard terrein, ook het gedeelte ter plaatse van de groenbestemming.
De inrichting van het terrein en de continue bedrijfsactiviteiten maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten en ook niet tot geschikt functioneel leef- of foerageergebied voor beschermde dieren. Het voornemen voorziet bovendien niet in sloop van gebouwen. Gelet hierop zijn effecten op beschermde soorten op voorhand uit te sluiten en is geen verder onderzoek nodig. Compenserende of mitigerende maatregelen zijn daarom niet aan de orde. Conclusie Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor de aangevraagde ontwikkeling.
4.4 Geluid Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden: railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen. Andersom moet bij bedrijfsontwikkelingen rekening worden gehouden met geluidhinder op omliggende woningen en andere geluidgevoelige objecten. Daarbij kan sprake zijn van een zonetoets bij ligging op een gezoneerd industrieterrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, of van toetsing op lokaal geluidbeleid of andere toetsingswaarden. Deze toetsingswaarden zijn gebaseerd op de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Projectspecifiek Het bedrijf bevindt zich niet op een gezoneerd industrieterrein, zodat toetsing aan de geluidzone niet aan de orde is.
In verband met de aanwezigheid van de iets verderop gelegen woonwijk Leesten is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Adviesburo Van der Boom (zie bijlage 7). Uit het rapport d.d. 29 juli 2023 kan het volgende worden opgemaakt: • Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) ten gevolge van alle activiteiten in de representatieve bedrijfssituatie (RBS) bedraagt in de immissiepunten 001 en 002 bij de woningen Caro van Eycklaan 55 en Laakse Oever 12 hooguit 40 dB(A) overdag, 24 dB(A) in de avond en 21 dB(A) in de nacht. Daarmee worden de grenswaarden uit de geldende milieuvergunning niet overschreden. • De incidentele bedrijfssituatie (IBS) heeft betrekking op de inzet van een versnipperaar (maximaal 12 keer per jaar). De IBS leidt bij de woningen (inclusief de geluidbronnen uit de RBS) tot een langtijdgemiddelde geluidbelasting van hooguit 44 dB(A) in punt 002.