600423 - Bijlage 2 - zienswijzen geanonimiseerd
Tekst van het document
Datum
24 april 2023 Zaaknummer
2023-004890 Onderwerp
Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Fort de Pol
Gemeente Zutphen
tLa.v.
de gemeenteraad
Provincieloket
026 359 99 99
Postbus 41 7200 AA
post@gelderland.nl
ZUTPHEN
Blad 1van2
Geachte raad,
Wij hebben het ontwerpbestemmingsplan ontvangen. Hierin zijn de provinciale belangen onvoldoende meegewogen. Wij gaan daarom niet akkoord met dit plan. In deze brief leggen wij u onze zienswijze uit. Met waardering hebben wij kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan voor Fort de Pol dat u als ontwerp in procedure heeft gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan maakt immers mogelijk dat er een zonneveld op deze voormalige stortplaats wordt gerealiseerd en hier kunnen we vanuit de grote opgave voor de energietransitie alleen maar voorstander van zijn. Wij constateren echter ook dat het ontwerpbestemmingsplan deels ons provinciale inpassingsplan (PIP) Windpark IJsselwind overlapt. Eén beoogde windturbine (WT3) krijgt middels uw ontwerpbestemmingsplan een nieuwe bestemmingsregeling. De juridische regeling is naar ons idee niet dekkend voor de drie windturbines van windpark IJsselwind. Daarnaast is er nog een beroepsprocedure gaande inzake ons PIP. Om strijdigheden en mogelijke (Guridische) complicaties te voorkomen, verzoeken we u dat u de betreffende windturbine voor wat betreft de
‘hoofdbestemming uit uw ontwerpbestemmingsplan haalt. Ons voorstel i ambtelijk reeds voorbesproken.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem
BNG Bank Den Haag
Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem
NL74BNGH0285010824 BIC-code
BNG
Bank:
BNGHNL2G
026 359 99 99
post@gelderland.nl www.gelderland.nl
Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer:
51468751
= provincie Gelderland
Datum
24 april 2023 Zaaknummer
2023-004890 Blad 2van2
We ontvangen graag van uw formele reactie op onze zienswijze en wensen u verder veel succes met de vaststelling van het bestemmingsplan.
Met vriendelijke groet,
namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Teammanager Ruimte en Landschap
Voor deze brief geldt: Wet ruimtelijke ordening, artikel 3.8, eerste lid
provincie
Gelderland
Wertheim mm
Zienswijze 2
N-
overheid -
advocatuur
*A A ][-AAA ruimtelijke ordening --
Postbus
Raad van de Gemeente Zutphen
8001
Postbus 41 7200 AA
b.v.
BL
8017
JM
1474
ZWOLLE
Hanzelaan
ZUTPHEN
milieu
351
ZWOLLE
info@wertheimadvocatuur.nl
T038
7601383
F 085
8768934
KvK-nr.
tevens per mail info@zutphen.nl
BTW-nr.
Zwolle,
26 april 2023
Dossiernaam:
(geanonimiseerd) -Gem
Uw kenmerk:
zaaknummer 491763 (bestemmingsplan Fort de Pol, Zutphen
Behandelddoor:
Zutphen 2023 (BP Fort de Pol) Ne 20230025
(geanonimiseerd) E (geanonimise rd)(geanonimiseerd) (geanonimiserd) .
z
(geanonimise rd)
Geachte raadsleden,
Als advocaatgemachtigde van:
gezamenlijk hierna ook aan te duiden als: cliënten, geef ik hierbij een zienswijze over uw ontwerpbesluit, zaaknummer 491763, strekkende tot vaststelling van bestemmingsplan “Fort de
Pol, Zutphen”. 2.
Het ontwerpbestemmingsplan ligt blijkens uw kennisgeving in Gemeenteblad van Zutphen van 22 maart 2023, nr. 118922, met ingang van 23 maart 2023 tot en met 3 mei voor zienswijzen ter
inzage.!
1 Zie https://zoek officielebekendmakingen.nl/gmb-2023-118922.html. Volgens uw kennisgeving is een zienswijze zowel per post als per mail aan info®@zutphen.nl mogelijk, alsmede met een formulier via www zutphen.nl/bezwaarmaken.
onze
dienstverlening
aansprakelijkheidva
zijn
62228943
NL854716798B01
Wertheim
advocatuur
m AEA overheid -
1 3.
ruimtelijke
A J[E-AAA ordening -
Inleiding
In de genoemde kennisgeving valt te lezen: “Beschrijving Het bestemmingsplan beoogt de planologische situatie voor de transformatie van het gebied Fort de Pol (een voormalige vuilstort) naar een energiepark te regelen. Voor het gebied geldt voor het overgrote deel geen ruimtelijk plan en deze situatie wordt als
ongewenst gezien. Het meest westelijk gedeelte en de zuidelijke rand van Fort de Pol zijn reeds voorzien van zonnepanelen en een windturbine. Voor het resterende deel wordt met dit bestemmingsplan een zonnepark en een windturbine mogelijk gemaakt. De nieuw
te realiseren windturbine is eind 2022 via een vastgesteld inpassingsplan Windpark IJsselwind van provincie Gelderland mogelijk gemaakt en de mogelijkheid wordt in dit bestemmingsplan (verplicht) meegenomen.” 4.
Tegen het in het citaat bedoelde provinciale inpassingsplan (PIP), te weten het PIP Windpark
IJsselwind Zutphen (op ruimtelijkeplannen.nl te vinden onder kenmerk NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1) en enkele daarmee verband houdende besluiten loopt
thans bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onder zaaknummer 202300108/1/R4 een beroepsprocedure die door cliënten en anderen aanhangig is gemaakt. Gewezen wordt op het bijgesloten beroepschrift van cliënten van 4 januari 2023 (bijlage 1).
Cliënten verzetten zich tegen het windturbinepark, Windpark IJsselwind Zutphen, dat het PIP en die andere besluiten mogelijk beogen te maken. 5.
De windturbine die uw ontwerpbestemmingsplan Fort de Pol mogelijk beoogt te maken, maakt als
windturbine 3 ook deel uit van het door cliënten bestreden PIP Windpark IJsselwind Zutphen en
de daarbij behorende besluiten.2 Cliënten zijn het dus alleen al om die reden oneens met uw ontwerpbestemmingsplan. Zij wijzen nader op het volgende.
2 21 6.
Zienswijze Bevoegdheid; artikel 3.26 lid 5 Wro; provinciale coördinatieregeling
U kunt het onderhavige plan niet, althans niet ongewijzigd, vaststellen. Voor een deel van het plangebied geldt het vastgestelde PIP Windpark IJsselwind Zutphen. In artikel 3.26, lid 5, van de
Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald: “De gemeenteraad is vanaf het moment waarop het ontwerp van het inpassingsplan ter inzage is gelegd, niet langer bevoegd tot vaststelling van een bestemmingsplan voor de
gronden waarop dat inpassingsplan betrekking heeft. De bedoelde bevoegdheid ontstaat weer tien jaar na vaststelling van het inpassingsplan, dan wel eerder, indien het
inpassingsplan dat bepaalt.”
2 Zie voor de nummering van de drie windturbines van Windpark IJsselwind Zutphen https://www. ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL .IMRO.9925. IJsselwindZutphenVST1/b NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1 rb3.pdf.
pagina 2/6
b.v. milieu
Wertheim
advocatuur
mm AEKAA overheid -
7.
ruimtelijke
][--AAA
ordening -
In artikel 16.2, van de planregels van PIP Windpark IJsselwind Zutphen is bepaald: “16.2 Bevoegdheid gemeente a. de gemeenteraad is na tien jaar na vaststelling van dit inpassingsplan bevoegd een
bestemmingsplan vast te stellen voor de gronden waarop dit inpassingsplan betrekking heeft;
b. in afwijking van 16.2 onder a kan de gemeenteraad: 1. een bestemmingsplan vaststellen onmiddellijk na vaststelling van dit inpassingsplan, indien daarbij wordt voorzien in alle (dubbel)bestemmingen en gebiedsaanduidingen bedoeld voor de bouw en gebruik van de windturbines met bijbehorende voorzieningen,
zoals neergelegd in dit inpassingsplan en bijbehorende planregels: of wanneer
niet aan
16.2 onder
b sub
1 kan worden
voldaan:
1. een bestemmingsplan vaststellen onmiddellijk na vaststelling van dit inpassingsplan,
indien deze niet ten nadele van het functioneren van het windpark is en zij hiertoe vooraf schriftelijk goedkeuring hebben gekregen van Gedeputeerde Staten.”
8.
Deze bepaling is onverbindend, want in afwijking artikel 3.26, lid 5, Wro wordt niet volstaan met het bepalen van een kortere termijn waarbinnen de gemeenteraad weer bevoegd is, maar wordt de gemeenteraad de mogelijkheid gegeven bestemmingen uit het PIP te herhalen. Dat leidt ertoe
dat cliënten dubbel moeten procederen, zowel tegen het PIP als tegen uw (hopelijk niet vast te stellen) gemeentelijke bestemmingsplan Fort de Pol, Zutphen. Niet alleen de genoemde bepaling uit het PIP maar ook uw (hopelijk niet vast te stellen) gemeentelijke bestemmingsplan Fort de
Pol, Zutphen zal in strijd zijn met artikel 3.26, lid 5, Wro. Zelfs als dat niet zo is, zal uw bestemmingsplan niet kunnen worden vastgesteld in strijd met het beginsel van fair play, ook om de reden dat cliënten onnodig worden gedwongen twee keer te procederen tegen (althans een
gedeelte van) Windpark IJsselwind Zutphen (te weten windturbine 3 op Fort de Pol). 9.
Bovendien constateren cliënten dat in uw ontwerpplan binnen de gebieden die ook door het PIP
worden bestreken, de bestemming Bedrijventerrein — Voormalige stortplaats van het PIP wilt vervangen door een bestemming Bedrijventerrein — Zonnepark. Bovendien is hier in uw ontwerp een extra gebiedsaanduiding ten opzichte van het PIP voorzien, te weten Waarde - Archeologie
IJsselbedding (artikel 11). Voor zover artikel 16.2 van het PIP verbindend mocht zijn: niet is gebleken dat voor die afwijkende bestemming en die extra aanduiding schriftelijke goedkeuring
van gedeputeerde staten hebt verkregen. Binnen de bestemming Bedrijf — Windturbinepark van het PIP wilt u nu weliswaar voorzien in een gelijkluidende bestemming, maar hier voegt u een dubbelbestemming “Waarde — Archeologie IJsselbedding”, een functieaanduiding “specifieke
vorm van bedrijf — windturbine 2”, een gebiedsaanduiding “overige zone — parkinfrastructuur” en een gebiedsaanduiding “vrijwaringszone — windturbine” toe. Ook hiervoor hebt u niet de benodigde toestemming van artikel 16.2 van het PIP verkregen. Ook op de gronden met de
Enkelbestemming Groen rust ten opzichte van het PIP een aanvullende dubbelbestemming “Waarde — Archeologie lage verwachtingswaarde’.
pagina 3/6
b.v. milieu
Wertheim
advocatuur
m AEA overheid -
ruimtelijke
A J[E-AAA ordening -
10. De cirkel van de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone — windturbine” rondom windturbine 3 heeft bovendien een kleinere straal dan in het PIP. Ten opzichte van het PIP zijn dus in een kleiner
gebied kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten niet toegestaan, oftewel uw ontwerp stelt in een kleiner gebied beperkingen aan kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Er kunnen dus sneller ongevallen ontstaan, mogelijk met gevolgen voor cliënten, bijvoorbeeld bij domino-effecten bij het falen van de windturbine.
11. Bovendien zijn provinciale en gedeputeerde staten op grond van artikel 9f, leden 1 en 2, Elektriciteitswet 1998 bevoegd voor het verlenen van de besluiten die benodigd zijn voor Windpark IJsselwind en voor de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking hiervan. Op 18
mei 2022 hebben PS een coördinatiebesluit genomen. Hierin is aangegeven dat de voorbereiding en bekendmaking van het inpassingsplan voor Windpark IJsselwind gecoördineerd wordt met de voorbereiding en bekendmaking van in het coördinatiebesluit vermelde uitvoeringsbesluiten. Zie
Provinciaal blad van Gelderland, 2022, 5986.3 Dat heeft het provinciebestuur aan het gemeentebestuur op 22 december 2021 laten weten en het gemeentebestuur heeft daarin blijkens zijn brief van 24 december 2021 berust. Ook gelet hierop is uw gemeenteraad niet
bevoegd om bestemmingsplan Fort de Pol Zutphen (voor zover dat overlapt met het PIP) vast te stellen, althans is het rechtens te honoreren vertrouwen gewekt dat uw gemeentebestuur niet toch (een deel van) Windpark IJsselwind Zutphen planologisch zal regelen.
2.2
Herhaling beroepsgronden Windpark IJsselwind Zutphen
12. Voor zover uw ontwerp dezelfde windturbine 3 beoogt mogelijk te maken, kan die windturbine niet los worden gezien van de twee andere windturbines van Windpark IJsselwind Zutphen. De
beroepsgronden uit het genoemde beroepschrift van bijlage 1 dienen hier als integraal herhaald en ingelast en als zienswijzen tegen uw ontwerpbestemmingsplan te worden aangemerkt, in ieder geval voor zover het betreft de beroepsgronden die over het windturbinepark als geheel
gaan of die over windturbine 3 afzonderlijk gaan. Dat betreft dus in ieder geval de volgende paragrafen uit dat beroepschrift (mét dus alle subparagrafen en mét alle bij het beroepschrift gevoegde bijlagen die in die (sub)paragrafen worden genoemd):
-
85 Bezwaren algemeen
-
86 Vormvrije MER-beoordeling; passende beoordeling o
Aanvullend merken cliënten het volgende op. Op het westelijk deel van Fort de Pol staat nu al een windturbine. In juridisch opzicht beoogt uw ontwerp voor die
turbine nu voor het eerst een planologische regeling te geven. Een deel van het beoogde zonnepark bestaat feitelijk al, maar een deel zal nieuw zijn. Uw vormvrije
MER-beoordeling‘ gaat onvoldoende in op het totaal van alle milieugevolgen (van én Windpark IJsselwind Zutphen én zonnepark én windturbine op westelijk deel van Fort de Pol). Dat eerder voor het bestaande deel van het zonnepark een
vergunning is verleend, doet daar niet aan af. Een omgevingsvergunning wordt 3 Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2022-5986.html. + Zie https:/Iwww.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0301.bp0221DMFortdePolon01/b
NL.IMRO.0301.bp0221DMFortdePol-on01
tb1.pdf.
pagina 4/6
b.v. milieu
Wertheim
advocatuur
m AEA overheid -
ruimtelijke
A J[E-AAA ordening -
voor een concreet project verieend, een bestemmingsplan leent zich voor herhaalde toepassing.
-
87
HvJ EU Windturbines Aalter en Nevele; wachten op landelijke normen; bewijslast
lokale
normen
-
88 Lokale democratie
-
89 Verdrag van Aarhus; alternatievenonderzoek
-
810 Provinciaal inpassingsplan o _ Wat betreft subparagraaf 10.8 moeten de gronden die zijn gericht tegen artikel 3.2.1 PIP, geacht worden als zienswijze te zijn gericht tegen uw ontwerpartikel 32.2.
o
Ten onrechte ontbreken in uw ontwerpartikel 3.2.2 bovendien de onderdelen i en j die in artikel 3.2.1 PIP zijn opgenomen.
o
Cliënten constateren dat er nog meer verschillen zijn tussen uw ontwerpartikel 3 Bedrijf - Windturbinepark en PIP-Artikel 3 Bedrijf - Windturbinepark. Dat is reeds gelet op wat hierboven is opgemerkt niet toegestaan, maar cliënten menen dat er
onduidelijkheden en tegenstrijdigheden kunnen ontstaan als u nu voor één windturbine (windturbine 3) normen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid
en dergelijke geeft, terwijl het PIP in bepaalde gevallen niet alleen normen voor de drie individuele turbines van het PIP afzonderlijk, maar soms ook normen voor de milieugevolgen van al die drie turbines tezamen geeft. 13. Cliënten verzetten zich ook tegen het planologisch mogelijk maken van een nieuw (gedeelte van
het) zonnepark op Fort de Pol en tegen planologisch vastleggen van de windturbine op het westelijk deel van Fort de Pol. Er is onvoldoende onderzocht wat daarvan de gevolgen zijn voor bijvoorbeeld de geluidhinder voor cliënten, de externe veiligheid n relatie tot cliënten, de
(cumulatieve) slagschaduwhinder voor cliënten en de gevolgen voor de natuur (bijvoorbeeld Natura-2000-gebied Riijntakken). Bij dit alles dient bedacht te worden dat in de omgeving risicovolle bedrijven aanwezig zijn, onder ander GMB
BioEnergie aan de Oostzeestraat 3B en
een (LPG)-tankstation. 14. De bestaande windturbine op het westelijk deel van Fort de Pol maakt deel uit van een bestaand
windturbinepark van drie turbines. Cliënten hebben in het kader van het PIP richting Gelders gedeputeerde J. van der Meer meermalen aangegeven dat er bij het opwaarderen van die bestaande windturbines een integraal plan voor hun leefomgeving zou moeten komen. Zij
hebben ook eerder aangegeven dat het opwaarderen van dat bestaande park valt te verkiezen boven het plaatsen van drie extra windturbines, zoals het PIP Windpark IJsselwind Zutphen beoogt. Daarmee zou een vergelijkbare opwek gerealiseerd kunnen worden, maar met veel
minder impact voor de omgeving. Doordat u in uw onderhavige ontwerp nu één bestaande windturbine planologisch vastlegt, maakt u zo'n integrale benadering en een opwaardering van het huidige windturbinepark — in plaats van het extra windturbinepark Windpark IJsselwind
pagina 5/6
b.v. milieu
Wertheim
advocatuur
n
|[--AAA
Zutphen — in wezen onmogelijk. Uw ontwerp getuigt van een hapsnapbenadering en niet van een doordachte visie of van een goede ruimtelijke ordening. 3
Conclusie
15. U dient af te zien van uw voornemen en het bestemmingsplan niet vast te stellen. Uw berichten dienaangaande zie ik graag tegemoet. Met vriendelijke
groet,
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
pagina 6/6
b.v
Wertheim
mm
advocatuur
AEAA
b.v.
J[-AAA
overheid --- ruimtelijke ordening - - milieu
BIJLAGE
1
Wertheim
advocatuur
N
JN
verheld
E
ruimtelijke
/\..][…/\/\/\ ordening -
gantekenen
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019 2500
EA
DEN
HAAG
tevens per fax 070 365 13 80 (zonder bijlagen) en tevens via webformulier op htps://www.raadvanstate.nl/contact/veilig-mailen/veilig-mailen-met-een-webformulier/
Zwolle,
4 januari 2023
(geanonimiseerd)
)dr(geanonimiseerd) eesiminona g( Uw
kenmerk:
Behandelddor:
Mobi
(geanonimiseerd)
n
Geacht college,
1 _ Inleiding. Appellanten en bestreden besluiten
Als advocaatgemachtigde van:
gezamenlijk hierna ook aan te duiden als: cliënten, stel ik hierbij beroep in tegen: - _ het inpassingsplan “Windpark IJsselwind Zutphen”, dat provinciale staten van Gelderland bij besluit van 17 november 2022 hebben vastgesteld; -
de omgevingsvergunning, inclusief de m.e.r.-beoordeling van 2 windturbines van Coöperatie IJsselwind (kenmerk Zaaknummer W.Z22.103215.02 OLO-nummer 6885251);
b.v. + milieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
ruimtelijke
-
_ A ordening
de verleende omgevingsvergunning, inclusief de m.e.r.-beoordeling van 1 windturbine van Waterschap Rijn en IJssel (kenmerk Zaaknummer W.Z22.103212.02 en OLOnummer 6869255).
2
Van deze besluiten is kennisgegeven in het Provinciaal Blad van Gelderland d.d. 22 november 2022, nr. 13816 (https://zoekofficielebekendmakingen.nl/prb-2022-13816.htm|). De kennisgeving vermeldt ten onrechte niet de data van de besluiten tot het afgeven van de omgevingsvergunningen en evenmin de bestuursorganen die die besluiten hebben genomen,
enkel in algemene zin dat de “provincie Gelderland, waterschap Rijn en IJssel en Omgevingsdienst regio Nijmegen” besloten hebben tot verlening van de omgevingsvergunningen.
(geanonimiseerd) 3. _ Volgens de kenni_af donderdag 24 november 2022 voor de duur van zes weken ter inzage.
Zij lggen
dus ter inzage tot en met woensdag 4 januari 2023 ter
inzage. Gelet hierop is het onderhavige beroepschrift tijdig ingediend. Conform de kennisgeving, die wijst op de toepasselijkheid van de Chw, bevat dit beroepschrift meteen beroepsgronden en wordt het dus niet “pro forma” ingesteld (wat artikel 1.6, lid 2, Chw niet toelaat). 4.
_ Cliënten hebben voorts getracht in het onderstaande meteen al hun grieven in beroepsgronden te vertalen, conform artikel 1.6a Chw. Zij zijn zich ervan bewust dat volgens dat artikel na afloop van de beroepstermijn geen nieuwe beroepsgronden meer kunnen worden aangevoerd. Niettemin behouden zij zich het recht voor te stellen dat die bepaling vanwege het recht op
toegang tot de rechter en het beginsel van effectieve rechtsbescherming onverbindend is respectievelijk in dit concrete geval buiten toepassing moet worden gelaten, omdat het hier om een zeer omvangrijk dossier gaat. De bestreden besluiten met de bijbehorende stukken beslaan,
als cliënten de stukken goed gedownload hebben, in totaal zo’n 1630 bladzijden. Een groot deel van de termijn van terinzagelegging valt bovendien in de kerstvakantie. Ingenieursbureaus waaraan cliënten om advies vragen, zijn bovendien overbelast vanwege de stikstofcrisis (0.a. de
Porthosuitspraak) en de vele procedures over omgevingsrechtelijke zaken, waar ook uw staatsraden mrs. Uylenburg en Van Ettekoven in Cobouw van 7 juni 2022 in ander verband
aandacht voor hebben gevraagd. ’ Ook de zienswijzeperiode plande het provinciebestuur in de vakantieperiode; zie hierna. Cliënten kennen de rechtspraak van uw Afdeling op dat punt, maar zij willen hier toch opgemerkt hebben dat het provinciebestuur de burger telkens op achterstand probeert te
plaatsen. Het siert het provinciebestuur niet dat het de termijn van terinzagelegging (en daarmee de beroepstermijn) thans opnieuw zeer ongelukkig heeft gekozen. 5.
_ Cliënten kunnen zich om de navolgende redenen niet met de bestreden besluiten verenigen. 1 Zie https://www.cobouw.nl/305588/raad-van-state-geen-enkele-wet-versnelt-bouwprocedures-
pagina 2/69
ieu
2
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
+.
lijke
ordening
ruim
Inhoudsopgave en gebruikte afkortingen
21
Inhoudsopgave
Dit stuk is als volgt opgebouwd:
oDN
1 _ Inleiding. Appellanten en bestreden besluite:
2 _ Inhoudsopgave en gebruikte afkortingen 21
Inhoudsopgave .
2.2
_ Gebruikte afkortingen .
2.3
_ Producties bij dit beroepschrift.
3
Zienswijze …
4 _ Inleiding. Voorgeschiedenis
41
_ Watervergunningen
(geanonimiseerd)
42
Natuui
43
Natuurontheffing
5 _ Bezwaren algemeen 51
Verzoek inschakeling STAB;
ong:
betwisting juistheid
berekeningen e.d.
6
Vormvrije MER-beoordeling; passende beoordelin
7
HvJ EU Windturbines Aalter en Nevele; wachten op landelijke normen;
normen
74
Lokale
7.2 8
…
normen
_ Helpdesk Wind op Lan
_ Lokale
democratie.
9
Verdrag van Aarhus; alternatievenonderzoek
10
Provinciaal inpassingsplan. 10.1
Gezondheid; vortex; geu!
10.2
Externe veiligheid .
10.3
Geluidhinder …
10.3.1
Algemeen.
10.3.2
Amplitudemodulatie/ritmisch karakter windturbinegeluid
10.3.3
Laagfrequent/infrasoon geluid/trillingen …
10.4
Slagschaduwhinder .
10.5
Lichtschittering
10.6
Uitvoerbaarheid
10.7
Eerdere natuurcompensatie voor aanleg N348
10.8
Afzonderlijke voorschriften en aanduidingen
10.8.1
Artikel 3.2.1 Windturbinepark …
10.8.2
Artikel 3.3.1
10.8.2.1
Geluid
_ Handhavings- en rekenmethodiek
10.8.3
Artikel 3.3.2 Slagschaduw en lichtschittering .
10.8.4
Artikel 3.3.3 Veiligheid…
pagina 3/69
bewi
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
+.
lijke
ordening
ruim
Artikel 3.3.4 Landschappelijke versterkin
10.9
… 50
Artikel 6 Groen - Landschappelijke versterking …
51
Artikel 15.1 Overige zone — parkinfrastructuur (ontwerpartikel 14.1
51
Artikel 15.3.1 Veiligheidszone — windturbine (ontwerpartikel 14.3.1) .
51
Artikel 16 Overige regels (ontwerpartikel 15) .
51
Overige onderwerpen (nieuwe paragraaf t.0.v. Zienswijze)
10.9.1
52
Watervergunningen
52
Natuurvergunning.
53
Natuurontheffing.
53
Moties in statenvergadering …
57
Afbraak windturbines en fundering
58
(geanonimiseerd)
60
Bodemverontreiniging 11
.58 60
60 11.3
Natura 2000-activiteit ontbreekt.
61
11.4
Bouwen (artikel 2.1, lid 1, onder a, Wabo)
63
11.4.1
Configuratie windturbine niet bekend
63
11.4.2
Redelijke eisen van welstand..
64
11.5
Aanvragen onvolledig voor andere activiteiten; onvolledige meldinge:
.64
11.6
Maatwerkvoorschriften.
64
11.6.1 11.6.2
Maatwerkvoorschriften geluid . _ Maatwerkvoorschriften slagschaduw en lichtschittering .
.6.3 11.7 12
65
Maatwerkvoorschrift externe veiligheid
Vergunningduur; afbraak windturbines en fundering (nieuwe paragraaf
Conclusie …
2.2
67 .67
-68 68
Gebruikte afkortingen
In dit beroepschrift zullen de volgende afkortingen worden gebruikt; algemeen gebruikelijke afkortingen worden niet genoemd:
Aanmeldnotitie
J. van de Lagemaat, M. Pigge, Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling, Windpark IJsselwind, IJsselwind | Waterschap Rijn en
IJssel, 721131 | 3.0, Arnhem: Pondera 29 maart 20222 Abm
Activiteitenbesluit milieubeheer
ABRS
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
ABRS
Delfzijl
ABRS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1395 (Windpark Delfzijl Zuid
Uitbreiding 2020)3 2 Te vinden op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphenVST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb1.pdf.
3Te vinden op https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:1395. pagina 4 /69
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
…
ordening
nlieu
ruimtelijke
ABRS Harderwijk
ABRS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285 (Harderwijk)*
al.
alinea
Arm
Activiteitenregeling milieubeheer
Awb
Algemene wet bestuursrecht
Besluit MER
Besluit milieueffectrapportage
Bevi
Besluit externe veiligheid inrichtingen
Bor
Besluit omgevingsrecht
Chw
Crisis- en herstelwet
DGMR
Geluid
J.D. Pondman, Review akoestiek windpark IJsselwind, Beschouwing van het akoestisch onderzoek en de onderbouwing van de lokale
normstelling voor geluid, versie 002, Arnhem: DGMR Verkeer en Milieu
B.V.
28 december
Industrie,
2022
(geanonimiseerd)
Gs
HvJ EU Namur-Est
HvJ EU 24 februari 2022, ECLI:EU:C:121
(Namur-Est
Environnement/Waals Gewest)5 HvJ EU Windturbines
HvJ EU 25 juni 2020, ECLI:EU:C:2020:503 (Windturbines Aalter en
Aalter en Nevele
Nevele)$
MER
milieueffectrapport/milieueffectrapportage”
MER-
MER-beoordelingsnotitie van ORN?
beoordelingsnotitie Motivering lokale
W. Verweij, S. Velthuijsen, Motivering lokale milieunormen, Windpark
normen
IJsselwind - ontwerp inpassingsplan, Utrecht: Bosch & van Rijn 31 mei 2022°
OBM
omgevingsvergunning beperkte milieutoets (in de zin van artikel 2.2a Bor)
Omgevingsvergunning IJsselwind
| Besluit van GS Gelderland d.d. 23 november 2022, kenmerk D221190470/W.Z22.103215.02, strekkende tot verlening van een
omgevingsvergunning aan IJsselwind B.V. voor Windturbines WT1 en WT2 met inkoopstation van Windpark IJsselwind ten noorden van het Twentekanaal op het perceel kadastraal bekend gemeente
Zutphen sectie K Nummers 1290, 1291, 1687, 1688 en 1691
+ Te vinden op https://
link.rechts
ik.nl/uitspraak?id=ECL!
5 Te vinden op https://eur-lex.europa.ew/legal-content/NU/TXT/?ur 6 Te vinden op https://eur-lex.europa.ew/legal-conteny/NUTXT/?ur 7 Het onderscheid tussen MER (milieueffectrapport) en m.e.r. (milieueffectrapportage) dat in de literatuur wel gebruikelijk is, wordt hier vereenvoudigd tot MER. 8 Zie https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL..IMRO.9925.IJsselwindZutphenVST1/b NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1 tb1.pdf. 3
9 Te vinden op https://www.ruimtelijkeplannen.nl'documents/NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphenVST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb2.pdf
pagina 5 /69
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
+.
lijke
ordening
nlieu
ruim
gemeente Zutphen sectie K nummer 1299, 1382, 1512, 1514, 1683, 1686, 1688 en 1691 plaatselijk bekend als nabij Meijerinkstraat 40
Omgevingsvergunning
Besluit van GS Gelderland d.d. 23 november 2022, kenmerk
Wis
D221190432/W.Z22.103215.02, strekkende tot verlening van een
omgevingsvergunning aan Waterschap Rijn en IJssel voor het realiseren van een windturbine met inkoopstation, traforuimte en de bijbehorende wegen, kraanopstelplaats en kabeltracé ten zuiden van het Twentekanaal op het perceel kadastraal bekend gemeente Zutphen sectie K nummers 1391, 1703, 1708 en 1714 plaatselijk bekend als Doggersbank, voorlopig ongenummerd
(nabij zonnepark
“Fort de Pol") te Zutphen.
(geanonimiseerd) jio Nijmegen
ORN
provinciaal inpassingsplan
PIP Pondera
Akoestiek
en
Slagschaduw
S. Flanderijn, M. Rijntalder, Akoestisch onderzoek en onderzoek naar slagschaduw, Windpark IJsselwind, IJsselwind B.V., 721131, v2.0, Arnhem: Pondera 9 maart 20221°
Pondera
Externe
Veiligheid
B. Vogelaar, Rapportage Externe Veiligheid Windpark IJsselwind,
IJsselwind | Waterschap WRIJ 721131, v2.0, Arnhem: Pondera 2 maart 2022'!
PS
provinciale staten
STAB
Stichting Advisering Bestuursrechtspraak
STAB Delfzijl
J. Koedoot, J.N. Schinkel, A.J. Verheijke, Verslag ex artikel 8:47 Algemene wet bestuursrecht, Wijziging Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020, STAB-41443, Opdrachtgever Raad van State, kenmerk opdrachtgever 20200882/3/R3, Den Haag: STAB 31 maart 2022 (concept)
Stb. Stort.
Staatsblad Staatscourant
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
WHO
World Health Organization (Wereldgezondheidsorganisatie)
Windturbinebepalingen
de bepalingen van $ 3.2.3 Abm, resp. $ 3.2.3 Arm, zoals deze bepalingen golden tot de inwerkingtreding van de Tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken, Stb. 2022, 181, resp. de Tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken, Stcrt. 2022, 15886
Wm
Wet
milieubeheer
10 Te vinden op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documentg/NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphenVST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb3.pdf.
1! Te vinden op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL .IMRO.9925.IJsselwindZutphenVST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb4.pdf.
pagina 6 /69
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
+.
lijke
ordening
ruim
Wnb
Wet natuurbescherming
Zienswijze
Zienswijze van cliënten van 1 augustus 2022 over de ontwerpen van de thans
Zienswijzennota
bestreden
besluiten
Nota van antwoord zienswijzen Windpark IJsselwind Zutphen,
Ontwerp inpassingsplan, Ontwerp omgevingsvergunningen, d.d. 6
september 202212
2.3
8.
Producties bij dit beroepschrift
_ Cliënten brengen de volgende producties in: Overzicht gronden Lubberding c.s. (productie 1); Uittreksel kadastrale gegevens perceler
(productie 2);
Overzicht (geanonimiseerd)
(productie 3);
STAB Delfzijl (productie 4); DGMR Geluid (productie 5); Schriftelijke zienswijze van cliënten d.d. 21 september 2022 over de ontwerpwijzigingen van de watervergunning en de natuurontheffing (productie 6); Schippers P, Buij R, Schotman A, Verboom J, van der Jeugd
H, Jongejans E. Mortality
limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts of wind farms on bird populations. Eco/ Evol. 2020; https://doi.org/10.1002/ece3.6360 (productie 7) Kees Bastmeijer, Onderzoek naar de betekenis van ‘de gunstige staat van instandhouding’, met name in het kader van de beoordeling van ontheffingsaanvragen onder de Wet natuurbescherming. Een onderzoek in opdracht van de Provincies Gelderland en Utrecht, in afstemming met de Provincie Overijssel, Legal Advice for
Nature 2018 (productie 8, uittreksel);'? Schermafdruk ruimtelijke plannen “bestaande windturbines” (als bedoeld in PIP, planvoorschrift 1.11) (productie 9);
Foto bestaande onderdoorgang spoorbrug Mettrayweg (productie 10); R.W.J. Meester, Contraexpertise modellering (geluids)hinder windturbines, Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam 29 december 2022 (productie 11);
D. Bijl, Beoordeling van de uitwerking en analyse gezondheidseffecten in: Dossier PIP Windpark IJsselwind Zutphen, 2 januari 2023 (productie 12); W. Alteveer, Industriële Wind Turbines: Lawaai nader beschouwd, (productie 13); D.E. Suichies, Gezondheidsaspecten industriële windturbines, (productie 14);
12 Te vinden op https://www.ruimtelijkeplannen.nl'documents/NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen: VST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb27.pdf.
13 Het stuk is ook te vinden op https://www.researchgate.net/publication/323446971 Onderzoek naar de betekenis van %27de gu nstige staat van instandhouding%27 met name in het kader van de beoordeling van ontheffing saanvagen onder de Wet natuurbescherming.
pagina 7 /69
ieu
Wertheim
advocatuur
n
A
erheid
A -…
_ A J[-AAA
ruimtelijke
ordening
L. Mishnaevsky (Jr.), Toolbox for optimizing anti-erosion protective coatings of wind turbine blades: Overview of mechanisms and technical solutions. Wind Energy. 2019;22:1636-1653. https://doi.org/10.1002/we.2378 (productie 15); -
M.H. Keegan, D.H. Nash, M.M. Stack, On erosion issues associated with the leading edge of wind turbine blades, Journal of Physics D: Applied Physics, 2013; 46(38),
https://doi.org/10.1088/0022-3727/46/38/383001 (productie 16); - _ Verslag OmgevingAdviesRaad Windpark IJsselwind, bijeenkomst 8 oktober 2019 (productie 17);
- _ Motie VVD e.a. in statenvergadering van 16 november 2022 (productie 18); - _ Motie PvdA e.a. in statenvergadering van 16 november 2022 (productie 19). Cliënten wijzen op het volgende 3 10.
Zienswijze
(geanonimiseerd) n
Cliënten hebben op 1 augustus 2022 tijdig hun Zienswijze over de ontwerpen van de bestreden besluiten gegeven, zoals deze ontwerpen met bijbehorende stukken blijkens de kennisgeving in het Provinciaal Blad van Gelderland 2022, 7151 (https://zoek.officielepekendmakingen.nl/prb-
2022-7151.html), tot donderdag 4 augustus 2022 ter inzage lagen. 4 1.
Inleiding.
Voorgeschiedenis
De drie bestreden besluiten hangen samen met de door Waterschap Rijn en IJssel (Wts Rijn en IJssel) en IJsselwind B.V. (IJsselwind) gewenste realisatie van windpark IJsselwind in het gebied Eefde-West/Twentekanaal.
In de genoemde kennisgeving vermeldt het provinciebestuur:
“Het Windpark IJsselwind Zutphen betreft de realisatie van 3 windturbines langs het Twentekanaal bij Zutphen en Eefde door twee
initiatiefnemers: een energiecoöperatie
onder de naam IJsselwind en het Waterschap Rijn en IJssel. Provincie Gelderland voert voor dit plan de ruimtelijke procedure, vooral gezien het grote belang van dit project voor de energietransitie. Het plangebied is binnen de Regionale Energie Strategie van de Cleantech Regio (de RES 1.0) aangewezen als locatie voor windenergie. Meer informatie over het project vindt u op www.gelderland.nl/windparkijsselwind.” 12.
Eerder heeft het gemeentebestuur van Zutphen voor dat windpark besluiten genomen. Een deel van de daartoe genomen besluiten van verschillende bestuursorganen is door de ABRS vernietigd in haar uitspraak van 12 mei 2021, zaaknummer 201908401/1/R1. Dat betrof een bestemmingsplan en twee omgevingsvergunningen. De ABRS heeft het gemeentebestuur niet met een zogeheten bestuurlijke lus (artikel 8:514 Awb) in de gelegenheid gesteld gebreken in de besluiten te herstellen, maar die besluiten “kaal” vernietigd. Zij overwoog onder meer als volgt: “Nu het de bedoeling is om de drie turbines als één project te realiseren ziet de Afdeling aanleiding het besluit waarbij het plan is vastgesteld en de daarmee samenhangende omgevingsvergunningen geheel te vernietigen. De Afdeling ziet zich op grond van artikel 8:41a van de Awb voor de vraag gesteld of het geschil zoveel mogelijk definitief kan pagina 8/ 69
b.v.
ieu
Wertheim
advocatuur
b.v.
n
A
J[-AAA
A
ruimtelijke
_ A ordening
worden beslecht. De aard van de gebreken leent zich in dit geval er niet voor om zelf in de zaak voorzien of de rechtsgevolgen in stand laten. Daarnaast ziet de Afdeling ervan af om
overeenkomstig artikel 8:51 a van de Awb toepassing te geven aan een bestuurlijke Ius. Gelet op de hierboven genoemde gebreken zal de raad moeten bepalen of en waar de turbines ruimtelijk aanvaardbaar worden geacht. Niet is uitgesloten dat belanghebbenden
die niet als partij aan het geding hebben deelgenomen, onevenredig kunnen worden benadeeld door een eventueel nieuw vast te stellen plan waarin voor andere posities van de turbines wordt gekozen.”
41 13.
Watervergunningen
Twee watervergunningen van het college van dijkgraaf en heemreden van Wts Rijn en IJssel d.d. 10 oktober 2019 zijn nog van kracht.
14.
(geanonimiseerd) Bij afzonderlijke besluiten van ! Juni !!!!! weigerde het college van dijkgraaf en heemraden op het (in verband met het arrest ‘Windturbines in Aalter en Nevele” gedane) verzoek van cliënten om de bij besluiten van 10 oktober 2019 verleende watervergunningen voor windturbines 1, 2 en
3 in te trekken.’* Tegen die weigeringen hebben cliënten beroep ingesteld. In haar uitspraak van 17 augustus 2022 (zaaknummer 202105872/1/R1) heeft de ABRS dat beroep ongegrond verklaard.
15.
GS Gelderland hebben op 10 augustus 2022 in Provinciaal Blad 2022, 9519, kennisgegeven van
ontwerpbesluiten tot wijziging van de twee genoemde watervergunningen.'° Cliënten hebben hierover bij brief van 21 september 2022 tijdig een zienswijze gegeven (genoemde productie 6).
Tot op heden is niet kennisgegeven van genomen wijzigingsbesluiten. 4.2 16.
Natuurvergunning
GS Gelderland hebben ten behoeve van Windpark IJsselwind, zoals dat door het gemeentebestuur in procedure is gebracht, bij besluit van 14 oktober 2020 een vergunning op grond van artikel 2.7 Wnb afgegeven.
17.
Uw Afdeling vernietigde dat besluit na vereenvoudigde behandeling in haar uitspraak van 14 juni 2021 (zaaknummer 202006446/2/R1), maar na verzet heeft zij de zaak inhoudelijk behandeld. Bij uitspraak van 17 augustus 2022 (zaaknummer 202006446/1 /R1) heeft uw Afdeling: *
het besluit van 14 oktober 2020 vernietigd voor zover daarbij niet een voorschrift over de hoogte van de beoogde windturbines was verbonden;
&
bepaald dat aan dat besluit het volgende voorschrift werd verbonden: “De vergunning wordt in overeenstemming met de aanvraag verleend voor de realisatie en exploitatie van windturbines met een tiphoogte van maximaal 185 m, een ashoogte van maximaal 125 m en een rotordiameter van maximaal 120 m”;
14 HvJ EU 25 juni 2020, C-24/19, EU:C:2020:503 (“Windturbines in Aalter en Nevele"). 15 Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2022-9519.html. pagina 9/ 69
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
ruimtelijke
*
_ A ordening
en bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats trad van het besluit voor zover dat was vernietigd.
18.
In de al genoemde uitspraak van dezelfde datum (zaaknummer 202105872/1/R1) heeft uw Afdeling het beroep tegen de weigering deze natuurvergunning in te trekken ongegrond verklaard.
43 19.
Natuurontheffing
Bij besluit van 7 oktober 2019, zaaknummer 2018-12088, hebben GS Gelderland op grond van hoofdstuk 3 Wnb ontheffing verleend in verband met het mogelijk overtreden van de verboden voor 59 vogelsoorten en 4 vleermuissoorten. Deze ontheffing is verleend ten behoeve van de voorgenomen bouw en exploitatie van Windpark IJsselwind. In het dictum van haar uitspraak van
(geanonimiseerd) 12 mei 2021, zaa—d ontheffing niet genoemd, hoewel de ook daartegen richtten.deze '®
beroepen van cliënten zich 20.
In haar uitspraak van 17 augustus 2022, zaaknummer 202105872/1/R1, heeft uw Afdeling zich onbevoegd geoordeeld om te oordelen over de weigering van GS Gelderland de ontheffing op verzoek van cliënten (in verband met HvJ EU Windturbines in Aalter en Nevele) in te trekken.
21.
GS Gelderland hebben op 10 augustus 2022 in het genoemde Provinciaal Blad 2022, 9519, ook
kennisgegeven van een ontwerpbesluit tot wijziging van de natuurontheffing.'7 In de genoemde zienswijze van 21 september 2022 (genoemde productie 6) hebben cliënten ook hierover tijdig een zienswijze gegeven. Tot op heden is niet kennisgegeven van een genomen wijzigingsbesluit.
5 _ Bezwaren algemeen 22.
Cliënten verzetten zich tegen de komst van Windpark IJsselwind Zutphen. De dichtstbijzijnde windturbine komt op circa 400 m van de woonkavel van Lubberding c.s., de meest oostelijk gelegen windturbine is op circa 650 m van de woonkavel gesitueerd en de meest westelijk gelegen windturbine (windturbine 3, gelegen op de locatie Fort de Pol) op circa 800 m. Ten
zuiden van het windpark ligt een industriegebied. De huiskavel van . ist ten noorden van het windpark. N nebben een grondgebonden melkveehouderij. Verschillende tot het bedrijf behorende gronden liggen binnen de begrenzing van het
bestemmingsplan dan wel in de buurt ervan (zie genoemde producties 1 n 2. zijn deels eigenaar en deels pachter van die gronden. Voor de eigendomspercelen verwijzen cliënten naar het bijgesloten overzicht (productie 2). Onder andere de in dat overzicht genoemde percelen Gorssel L 4442, L 4441 en C 302 liggen in Natura-2000-gebied Rijntakken. Wat betreft de pachtgronden gaat het om de volgende percelen:
16 Hierover hebben cliënten nadien nog met uw Afdeling gecorrespondeerd, maar uw Afdeling heeft geen aanleiding gezien het dictum aan te passen. 17 Zie https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2022-9519.html.
pagina 10/69
ieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
A
_ A
J[-AAA
overheid
+.
lijke
ordening
ruim
langlopende pachtgronden Gorssel L 1226, L1247, en L 460, gepacht van de gemeente Zutphen; perceel L 460 ligt vrijwel direct aan de overzijde van het Twentekanaal en dus
vlak bij de gronden die in de ontwerpstukken werden aangeduid als “Locatie 1 — Fort de Pol” en daar nog een bedrijfsbestemming kregen, en thans worden aangeduid als Fort de Pol; perceel L 460 ligt ook vlak bij de noordelijke windturbine 1;
liberale pachtgronden Zutphen K 1342, K 1511 en K 1514 ged. (alle gelegen binnen het plangebied, en met name Zutphen K 1511 vlak bij windturbine 2), ook gepacht van de gemeente Zutphen.
liberale pachtgronden Gorssel L 622, L 242, L 1202 en L 232, liberale pachtgrond Zutphen K 1301 —
23. - is eveneens eigenaar van percelen !|e op geringe afstand van het bestemmingsplan (geanonimiseerd)
en de windturbines liggen. Zie het bijgesloten overzicht met percelen (genoemde productie 3). De grens van zijn huiskavel Gorssel L 241 ligt op zo’n 480 m van windturbine 1. Tot zijn perceel Gorssel L 242 is de afstand maar zo’n 330 m. Perceel Gorssel L 232 ligt op zo’n 390 m van windturbine 1. Perceel Gorssel L 1202 grenst net als Gorssel L 232 aan Natura-2000-gebied Rijntakken. De percelen Gorssel L 1094, 1095 en 1096 liggen binnen dat gebied. 24.
B
wonen op circa 1,5 km van de noordelijke windturbine 1 en exploiteren daar een bed-
and-breakfast.
25.
De beroepsgronden van cliënten laten zich n algemene zin als volgt omschrijven: a
Het windpark leidt voor cliënten tot onevenredige geluidhinder.
b.
Cliënten zullen onevenredige lichtschittering en slagschaduw als gevolg van de draaiende
wieken
van de windturbines
ondervinden.
Die hinder treedt niet alleen in hun
woningen en op de gevel daarvan op, maar ook als zij in hun bedrijfsgebouwen, op hun erven, in hun tuinen en op hun land werken of vertoeven. De windturbines zullen leiden tot luchtwervelingen (vortex) die ervoor zorgen dat
vervuilde lucht uit de schoorsteenpijpen op het (reeds bestaande) industrieterrein zullen neerslaan op de landbouwgronden en de huiskavels van cliënten. Door de heersende zuid-/zuidwestenwindrichting worden cliënten zwaar getroffen door zowel geluidhinder,
geurhinder en (ultra)fijnstof (0.a. nanodeeltjes (plastic, polyester, coating), PB(A), bioaerosolen). De erosie van de materialen van de windturbines (m.n. van de bewegende delen
daarvan) (coating e.d.) zal tot verontreiniging van de lucht nabij cliënten en van hun percelen leiden. Cliënten vrezen ook voor aantasting van hun gezondheid, maar eveneens voor de gezondheid van hun melkvee. Hun gezondheid zal te lijden hebben onder de te verwachten geluidhinder, slagschaduwhinder, lichthinder en luchtverontreiniging. pagina 11/69
: - milieu
Wertheim
advocatuur
b.v.
n
A
J[-AAA
A
_ A
ruimtelijke
f.
ordening
De windturbines zullen voorts leiden tot aantasting van de in het gebied aanwezige natuurwaarden. In de omgeving ligt bijvoorbeeld Natura-2000-gebied
Rijntakken, waar
Lubberding c.s. enkele percelen in eigendom hebben en waar zij vanaf hun huiskavel vrij uitzicht op hebben. Ook Ter Avest heeft vrij uitzicht over het Natura-2000-gebied. g.
Cliënten zijn verder bevreesd voor onevenredige waardevermindering van hun onroerend goed.
h.
Cliënten Bron c.s. vrezen voorts voor verminderde exploitatiemogelijkheden van hun bed-and-breakfast, omdat het uitzicht vanuit de bed-and-breakfast door de komst van
de hoge windturbines minder fraai zal worden en er hinder zal optreden. Doordat de windturbines volgens het nieuwe plan een maximale tiphoogte hebben van 187,5 meter komen ze ruim uit boven de bomengordels en struwelen in het landschap. Hiermee vormen ze een enorm verstorende factor voor omwonenden en aanwezige toeristen.
(geanonimiseerd) AanvanMaximale hoogte van circa 135 meter waarmee men onder
de
bomengordels
bleef.
i _ Ook de overige cliënten worden met verslechtering van hun uitzicht geconfronteerd. Zelfs als de zon niet schijnt, zorgen draaiende windturbines voor verstoring van het rustige uitzicht, zoals cliënten dat tot nog toe hebben. j _ Ten onrechte is geen deugdelijke afbraak van het windturbinepark gewaarborgd. 26.
Cliënten wijzen meer in het bijzonder op het volgende. De indeling van dit beroepschrift volgt zoveel mogelijk de indeling van de Zienswijze. 5.1
Verzoek inschakeling STAB; ongelijkheidscompensatie; betwisting juistheid berekeningen e.d.
27.
Cliënten hebben binnen de beroepstermijn niet de gelegenheid gehad de vele technische aspecten te (laten) beoordelen, laat staan dat zij de financiële middelen hebben om die allemaal extern te laten toetsen. Zij hebben zich nu moeten beperken tot een toets van enkele
geluidsaspecten; zie het hierna te bespreken rapport DGMR Geluid. Aspecten als slagschaduw, gezondheid en externe en waterveiligheid hebben zij niet extern kunnen laten toetsen. Het provinciebestuur heeft ettelijke duizenden euro's aan onderzoeken kunnen financieren, cliënten
niet. Cliënten verzoeken uw Afdeling, ook in het kader van ongelijkheidscompensatie, de technische aspecten van deze zaak te laten beoordelen door STAB. 28.
Cliënten zijn hierna bij verschillende onderwerpen genoodzaakt de juistheid van (technische) berekeningen en beoordelingen bij gebrek aan eigen expertise te betwisten. Dat doen zij niet uit laksheid, maar omdat het eenvoudigweg voor hen niet mogelijk is alles zelf en alles nu, binnen
de beroepstermijn, te beoordelen.
pagina 12/69
ieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
_ A
ruimtelijke
ordening
Vormvrije MER-beoordeling; passende beoordeling 29.
GS Gelderland hebben op 20 april 2022 besloten dat er geen MER noodzakelijk is.'8 Volgens hen is er, in weerwil van wat cliënten en anderen in de zienswijzen hebben aangevoerd, geen sprake van belangrijke nadelige gevolgen die reden geven voor een MER als bedoeld in hoofdstuk 7 Wm. GS Gelderland baseren zich op de MER-beoordelingsnotitie van ORN die achter hun besluit is opgenomen.
30.
Om de navolgende redenen is naar het oordeel van cliënten een MER nodig: De MER-beoordelingsnotitie is ondeugdelijk gemotiveerd en bevat lacunes, te weten op de volgende punten:
i
Volgens p. 5 en 14 zou het aspect productie van afvalstoffen niet relevant zijn omdat tijdens het in gebruik zijn van de windturbines geen afvalstoffen vrijkomen. De
(geanonimiseerd) komen afvalstoffen vrij. Zie ook $ 10.1 rotorl—ij hierol ë ï.
De overwegingen onder de respectieve kopjes “Verontreiniging en hinder” (p. 5-6, 14-15) en “De risico's voor
de menselijke gezondheid
…” zijn onvolledig en onjuist
beoordeeld. Er is wél sprake van emissies van luchtverontreinigende stoffen (de zojuist bedoelde erosie). Onder het de kopjes “Verontreiniging en hinder” wordt ten onrechte bovendien niet ingegaan op hinderaspecten als geluid, trilingen en
slagschaduw. Die aspecten worden in de MER-beoordelingsnotitie, p. 8, 9, 17, 19, respectieve kopjes “De orde van grootte …” en “De cumulatie van effecten
…, wel
genoemd, alsmede in andere nu mee ter inzage gelegde stukken, maar cliënten
merken op dat thans onder het mom van “lokale normen” de oude Windturbinebepalingen weer worden gebruikt, terwijl die normen zijn gebaseerd op een achterhaalde en niet meer wetenschappelijk verantwoord te achten
onderbouwing. STAB heeft dat onlangs in STAB Delfzijl bevestigd en heeft gesteld dat er meer onderzoek nodig is, ook in relatie tot gezondheid, een aspect dat uitdrukkelijk in wordt genoemd in de MER-richtlijn, Bijlage II, punt 1, onder g. De
milieugevolgen van lokaal ontwikkelde normen dienen derhalve in een MER te worden onderzocht. Zie ook hieronder de $ 10.2 Externe veiligheid, 10.3 Geluidhinder, 10.4 Slagschaduwhinder en 10.5 Lichtschittering. Ï.
Ook het risico op ongevallen e.d. (p. 6 en 15) is onjuist beoordeeld. Zie hierna de opmerkingen over de hoogspanningskabels, de buisleidingen, de bestaande en de toekomstige bedrijvigheid en het feit dat het planologische regime op Fort de Pol ten
tijde van de bestreden besluiten geen beperkingen aan uitbreiding van de bestaande industrie stelde en nog steeds niet stelt ($ 10.2 hieronder). iv.
In de MER-beoordelingsnotitie, p. 7 en 16, respectieve kopjes “Het bestaande
grondgebruik”, en respectieve kopjes “Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu …”, wordt ten onrechte niet vermeld dat windturbine 1 staat op grond die onderdeel 18 Zie https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL..IMRO.9925. IJsselwindZutphenVST1/b
NL.IMRO.9925.IJsselwindZutphen-VST1
tb1.pdf.
pagina 13/69
ieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
_ A
ruimtelijke
ordening
is van een natuurcompensatiegebied voor de aanleg van de provinciale weg N348. In de Aanmeldnotitie, p. 17, $ 5.3, wordt dat wel genoemd, maar in die paragraaf wordt
op dat feit ten onrechte verder niet inhoudelijk ingegaan. In de Aanmeldnotitie, p. 51 wordt opgemerkt dat het grasland met de bestemming natuurcompensatie in het kader van de aanleg van de rondweg geen onderdeel van GNN en GO zijn, dat daar ook geen plannen voor zijn en dat daarmee effecten in de vorm van ruimtebeslag zijn uitgesloten. Deze redenering is onbegrijpelijk. Ook zonder aanduiding als GNN en GO zorgt windturbine 1 voor vermindering van de oppervlakte van de natuurcompensatie die is voorzien voor de N348. Zie over de natuurcompensatie ook $ 10.7 hieronder. In de MER-beoordelingsnotitie, p. 7 en 16, de respectieve kopjes “De relatieve rijkdom
…, en “Gebieden die … Vogelrichtlijn … Habitatrichtlijn …”, wordt volstaan
(geanonimiseerd) met —;: grond van de Wnb (soortenbescherming) en met de stelling
dat
daarin is geconcludeerd dat de aan te vragen activiteiten geen
dusdanige effecten hebben dat dit verstorend werkt op dit gebied. De effecten van die ontheffing hadden echter thans tezamen en in onderlinge samenhang met de effecten van het hele project Windpark IJsselwind beoordeeld moeten worden. VgI. HvJ EU Namur-Est, r.0. 60. De bedoelde ontheffing is bovendien voor de onderhavige plannen niet toereikend en zal nog worden gewijzigd. De effecten van die wijziging kunnen niet pas na afloop van de beoordeling van de effecten van de thans bestreden besluiten worden beoordeeld; vgl. HvJ EU Namur-Est, r.0. 59 en 60. De effecten moeten in hun totaliteit kunnen worden beoordeeld. Zie verder $ 10.9.3 en Vi.
11.2
hieronder.
Ook de natuurvergunning (gebiedsbescherming, Natura 2000) zal nog moeten worden gewijzigd. Daarvoor geldt hetzelfde betoog. Zie ook $ 10.9.2 en 11.3 hieronder.
vii.
Het betoog geldt ook voor de watervergunningen, die nu niet voor beroep ter inzage
liggen, maar die als gezegd nog gewijzigd zullen worden. Die wijzigingen moeten integraal met alle overige gevolgen beoordeeld kunnen worden, hier dan met name in het kader van het criterium van de MER-richtlijn, Bijlage III, punt 1, onder f, “het
risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis” (denk aan overstromingen bij een
dijkdoorbraak) en onder g, “de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling)” (denk aan een dijkdoorbraak of calamiteiten op bedrijventerrein De Mars of op Fort de Pol; zie hierna onder
andere $ 10.2 Externe veiligheid). Viil.
Op p. 7 en 16, respectieve kopjes “Gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen”, wordt geen melding gemaakt van het feit dat zich in Natura
2000-gebied Rijntakken in de nabijheid van de te plaatsen windturbines met stikstofverbindingen overbelaste hexagonen voorkomen. Vgl. ABRS pagina 14/69
17 augustus
ieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
_ A
ruimtelijke
2022, zaaknummer 202006446/1
ordening
/R1, r.o. 17 e.v. Zelfs als de stelling van het
provinciebestuur gelet op die uitspraak mocht zijn dat er geen significant negatieve
effecten optreden, laat dat onverlet dat de nabijheid van overbelast Natura 2000gebied hier in de MER-beoordelingsnotitie vermeld had moeten worden. Bovendien dient als gezegd de natuurvergunning die in die uitspraak voorwerp van geschil
vormde, nog aangepast te worden. ix.
Opp.7 en 16, respectieve kopjes “Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid” wordt gesteld dat het projectgebied niet in de directe nabijheid van een gebied met
hoge bevolkingsdichtheid ligt. Echter, binnen de drie stralen van 10 keer de tiphoogte rondom de drie windturbines — het voor belanghebbendheid gebruikelijke afstandscriterium — zijn er zo’n 3.500 woningen, met nog meer bewoners. Er is hier sprake van een hoge bevolkingsdichtheid.
(geanonimiseerd) x Volg_ch‚ cultureel of archeologisch belang” (p. 7 en 16) zou er geen sprake
zijn van aantasting van historische, culturele of
archeologische belangen. Cliënten kunnen dat niet rijmen met het feit dat windturbine 1 (de meest noordelijke) op grond met een dubbelbestemming Waarde - Archeologie middelhoge verwachtingswaarde (artikel 11) komt te staan. De MERbeoordelingsnotitie is dus ook op dit punt onjuist en onvolledig. xi.
Opp. 8 en 17, wordt onderde al genoemde respectieve kopjes “De orde van grootte …” ook ingegaan op het landschap. Ook hier concludeert het provinciebestuur dat het project niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen van het milieu die een MER noodzakelijk maken. Reeds uit het feit dat er een negatief
welstandsadvies is afgegeven’® en het feit dat het provinciebestuur zelf — in de woorden van de Zienswijzennota, $ 2.1.4, p. 15 — een ‘“uitgebreide landschappelijke beoordeling” nodig heeft geoordeeld, valt af te leiden dat er, anders dan GS Gelderland hier in de MER-beoordelingsnotitie lijken aan te nemen, een grote impact op de beleving van het landschap is. Los van de vraag of er uiteindelijk gegronde redenen blijken te zijn om die impact aanvaardbaar te achten, is die impact, ook bezien in het licht van de andere voor een MER-beoordeling relevante criteria, reden
voor het verlangen van een MER. Anders dan hier in de MER-beoordelingsnotitie wordt gesteld, blijft de openheid
in het buitengebied hier niet bestaan. Cliënten
krijgen op korte afstand van hun woningen hoge windturbines, die afbreuk doen aan de openheid van het landschap, in hun zichtveld. xii.
Volgens p. 9 en 17, respectieve kopjes “De verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect” zullen de windturbines aan het eind van hun levensduur worden afgebroken. Dit is echter in het PIP en de omgevingsvergunningen niet geregeld; naar het oordeel van cliënten overigens ten onrechte (zie hierna $ 10.9.5 en 11.7). In de bewuste passage wordt verder geschreven dat “nu nog niet vaststaat dat er dan weer nieuwe windturbines op
1 Telkens bijlage 9 bij de beide omgevingsvergunningen pagina 15/69
ieu
Wertheim
advocatuur
bv.
n
A
J[-AAA
A
_ A
ruimtelijke
ordening
dezelfde locatie komen.” Als het provinciebestuur dat thans niet wenst uit te sluiten, had het meer aandacht moeten besteden aan het criterium van MER-richtlijn, Bijlage
III, punt 3, onder d. Cliënten menen overigens dat de exploitatie van het windpark een duidelijke einddatum gekoppeld had moeten; zie verder $ 10.9.5 en 11.7. Cliënten hebben er in de Zienswijze, p. 8/23, randnummer 18, op gewezen dat de natuurvergunning niet één-op-één in het bestreden PIP is ingepast en gesteld dat ook (overigens) significante negatieve effecten op Natura-2000-gebied Rijntakken niet zijn uit te sluiten. In de Zienswijzennota, $ 2.3.6, p. 36, handhaaft het provinciebestuur,
zonder gedetailleerd op de Zienswijze n te gaan, de stelling dat er sprake is van een één-op-één-inpassing, dat op basis van een voortoets significante effecten zijn uitgesloten en dat de werkzaamheden vallen onder de bouwvrijstelling. Het provinciebestuur wijst er verder op dat de natuurvergunning met de uitspraak van 17
(geanonimiseerd) auguslu…s 2022, 202006448/1/R1) onherroepelijk is
geworden.
Anders
dan
het provinciebestuur meent, dient er wel degelijk alsnog een
passende beoordeling en daarmee gelet op artikel 7.2a Wm een (plan-JMER gemaakt te worden.
i.
Uw Afdeling heeft in de genoemde uitspraak, zelf in de zaak voorziend, de natuurvergunning verleend voor een tiphoogte van maximaal 185 m, een ashoogte van maximaal
125 m en een
rotordiameter van maximaal
120 m. Het PIP maakt nu
echter windturbines met een hogere tiphoogte mogellijk (thans 187,5 m), met een andere maximale ashoogte (120 m) en een grotere maximale rotordiameter (138,25 m) mogelijk. Zie PIP, planvoorschrift 3.2.1. Van een één-op-één-inpassing is dus geen sprake. Hier is dus ten onrechte gebruik gemaakt van de uitzondering van
artikel 2.8, lid 2, Wnb. Vgl. ABRS 11 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1185, r.0. 5.7.29 i.
De voortoets is gebaseerd op de oude maatvoering en geeft dus geen uitsluitsel. Het is zeer wel denkbaar dat het transport van grotere en zwaardere wieken — de
rotordiameter is immers vergroot — tot een grote uitstoot en daarmee neerslag van stikstofverbindingen leidt. De voortoets is ook overigens onvolledig. Ì.
De bouwvrijstelling kan niet meer worden toegepast. Zie ABRS 2 november 2022,
ECLI:NL:RVS:2022:3159 (“Porthos").2' iv.
Aan de door het provinciebestuur genoemde uitspraak ABRS 17 augustus 2022, 202006446/1
/R1, komt geen betekenis meer toe, nu het PIP immers leidt tot een
gewijzigde maatvoering van de windturbines. v.
Zie verder hieronder $ 10.9.2, Natuurvergunning, en $ 11.3, Natura 2000-activiteit ontbreekt.
31.
Cliënten menen dat vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die Windpark IJsselwind voor het milieu kan hebben, een MER gemaakt moet worden, althans dat de MER-beoordelingsnotitie en de Aanmeldnotitie — in strijd met artikel 7.17, leden 3 en 4, Wm — zodanig onvolledig zijn en 2 Te vinden op https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details’ 21 Te vinden op https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?i pagina 16/69
izECLI:NL:RVS:2018:1185. CLI:NL:RVS:2022:3159.
ieu
Wertheim
advocatuur
n
A
A
erheid
-…
ruimtelijke
_ A J[-AAA ordening
zodanig ondeugdelijk gemotiveerd dat de tegenovergestelde conclusie thans niet door GS c.q. PS Gelderland getrokken had kunnen worden, ook gelet op het bepaalde in artikel 7.2a Wm. Een (gecombineerd plan- en project-JMER is bij uitstek het middel om integraal de gevolgen van Windpark IJsselwind, dus inclusief de gevolgen van de te wijzigen natuurvergunning, te beoordelen
conform
de eisen van
HvJ
EU
Namur-Est.
Reeds
om
deze
redenen
kunnen
de
bestreden besluiten niet in stand blijven. g2.
De MER-beoordelingsnotitie en de Aanmeldnotitie zijn bovendien opgesteld voordat het
provinciebestuur lokale normen had vastgesteld, althans in die stukken wordt ten onrechte geen relatie gelegd met de lokale normen die het provinciebestuur nu hanteert. De MER-beoordeling is ook om die reden niet zorgvuldig en niet volledig.
7 7.1 33.
(geanonimiseerd) HWEU wln_anmen lokale normen
op landelijke normen; bewijslast
Lokale normen
Blijkens ABRS Delfzijl, r.0. 65 (gelezen in samenhang met r.0. 18.3), kan een gemeenteraad, in plaats van de gelding van de windturbinebepalingen te veronderstellen of redengevend te achten voor zijn beoordeling dat een plan ruimtelijk aanvaardbaar is en in plaats van bij die bepalingen aan te sluiten, kiezen voor het hanteren van zelfgekozen normen, mits zij zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering.
34.
Uit de genoemde motiveringsplicht volgt dat in het onderhavige geval op het provinciebestuur de
last rust om op basis van de beste wetenschappelijke inzichten van dit moment te bewijzen welke hinder en gezondheidsschade als gevolg de toegepaste lokale normen zullen optreden. Dat bewijs dient dus valide te zijn en bovendien voor de buitenwacht (cliënten, uw Afdeling)
verifieerbaar te zijn. Dat kan het provinciebestuur bijvoorbeeld doen door te verwijzen naar recente wetenschappelijke literatuur in gerenommeerde tijdschriften, van auteurs die de juiste wetenschappelijke achtergronden hebben. Immers, pas als op de voet van artikel 3:2 Awb de
gevolgen van het besluit onderzocht en inzichtelijk gemaakt zijn en ook de af te wegen belangen geïnventariseerd zijn, kan worden toegekomen aan de vraag of die gevolgen voor cliënten (en anderen) onevenredig zijn in verhouding tot de met de doelen die het provinciebestuur met de
bestreden doelen zegt na te streven, oftewel aan de vraag of de bestreden besluiten voldoen aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4, lid 2, Awb. 35.
Zie over de wetenschappelijke waarde van de onderbouwingen die het provinciebestuur nu geeft
met betrekking tot de gezondheids- en andere effecten van Windpark IJsselwind, ook de stukken van Meester, Bijl, Alteveer en Suichies (genoemde producties 11 tot en met 14). Deze stukken dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Cliënten brengen de daarin genoemde
pagina 17/69
b.v.
ieu
Wertheim
advocatuur
b.v.
n
A
J[-AAA
A
ruimtelijke
_ A ordening
argumenten dus ook als hun eigen argumenten in, dus ook voor de andere onderwerpen die in die producties worden besproken. 38.
Dat evenredigheidsbeginsel zal getoetst moeten worden conform het stappenplan van ABRS Harderwijk.
37.
Met andere woorden, voordat wordt toegekomen aan het stappenplan van de toetsing van het
evenredigheidsbeginsel, zal beoordeeld moeten worden of is voldaan aan artikel 3:2 Awb. Dat laatste gaat hier reeds fout. Dat zal hierna blijken bij de bespreking van de verschillende hinderaspecten. De verschillende hinderaspecten zijn niet beoordeeld op basis van de beste
wetenschappelijke inzichten van dit moment. Een bevestiging van die stelling zien cliënten in het rapport STAB Delfzijl, dat zij hierna per onderwerp zo nodig nader zullen bespreken. 38.
(geanonimiseerd) de nu ter inzage liggende stukken en In algemene zin w onderzoeksrapporten dezelfde gebreken vertonen die STAB Delfzijl constateert voor de stukken die in die kwestie een rol spelen: a)
In de thans bestreden stukken ontbreekt een zelfstandige beoordeling van de verschillende onderzoeken over windturbinegeluid. De gehanteerde dosis-effectrelatie is gebaseerd op relatief oude onderzoeken. Er is onderzoek nodig naar de steeds hoger wordende windturbines. De keuze voor een norm uitgedrukt in Lden en Lnignt geeft mogelijk slechts een matige akoestische beschrijving van het te verwachten windturbinegeluid. De berekening van het aantal ernstig gehinderden heeft, net als in Delfzijl, hier geen wetenschappelijke waarde. Er is nader onderzoek nodig naar het effect bij de blootstelling