564694 - Bijlage 14 - T en R bestemmingsplan Breegraven 101-115
Tekst van het document
de omgevingsvergunning, waaronder: a.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw: of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen
van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b.
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of;
c.
de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen.
5.5.6
_ Deskundig advies
Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische
waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Breegraven 101-115
81
56
_
Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming
'Waarde - Hoog Verwachte archeologische Waarde’, indien op basis van nader archeologisch onderzoek i aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
82
Breegraven 101-115
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan:
a.
een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud;
b.
een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van een of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onder- houd;
c
een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostituti
d.
het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning.
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van: 3.
de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten,
afmetingen en percentages; b.
de regels en toestaan dat het bouwvlak met maximaal 2 m wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
c.
de regels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits:
d.
1.
de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 50 m?;
2.
de bouwhoogte niet meer dan bedraagt dan 4 m.
de regels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de
bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot:
e.
1.
ten behoeve de bouw van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal S m;
2.
ten behoeve van de bouw van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot maximaal 6 m;
3.
ten behoeve van de bouw van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot 6 m.
het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers,
lichtkappen en technische ruimten wordt vergroot, mits: 1.
de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer bedraagt dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
2.
de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw.
f
de regels en toestaan dat antennes worden gerealiseerd, met dien verstande dat:
1.
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 40 m;
2.
de noodzaak van plaatsing is aangetoond;
3.
is aangetoond dat de plaatsing van een antenne niet mogelijk is op bestaande hoogbouw of een
bestaande (hoogspannings)mast;
Breegraven 101-115
8
4.
de locatie in overeenstemming is met het plaatsingsplan, waarbij plaatsing bij voorkeur plaatsvindt op
bedrijventerreinen, sportterreinen en/of groene gebieden, dan wel nabij kantoren en bij voorkeur niet in de nabijheid van onderwijsinstellingen; S.
is aangetoond dat de antenne inpasbaar is gelet op de ruimtelijke, landschappelijke of ecologische kwaliteit van het terrein, in relatie tot de kwaliteit van de aangrenzende gebieden. In de afweging
omtrent de verlening van omgevingsvergunning worden in ieder geval de beschermde soorten krachtens de Flora- en faunawet betrokken, zodanig dat dient te zijn aangetoond dat redelijkerwijs i te verwachten dat een ontheffing op grond van deze wet, indien vereist, zal worden verleend;
6.
de bouwkundige inpasbaarheid van de antenne is aangetoond;
7.
aan de omgevingsvergunning kunnen voorwaarden gesteld omtrent de kleur en de exacte locatie van de antennemast c.a. en het aanbrengen van afschermende beplanting.
Artikel 9
Algemene wijzigingsregels
Het bevoegd gezag is bevoegd: a.
de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van
bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is n verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;
b.
de in het plan opgenomen bouwvlakken te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bouwvlakgrenzen, voor zover zuiks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de
overschrijdingen mogen niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
84
Breegraven 101-115
Hoofdstuk 4 Artikel 10 101 3.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
_ Overgangsrecht
bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in
uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal
10%.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van
inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2
_ Overgangsrecht
3.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het
gebruik
bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen
ofte laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een
periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten
d.
hervatten.
Het eerste lid s niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende
bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als bestemmingsplan 'Breegraven 101-115' van de gemeente Zutphen. Aldus vastgesteld in de Raadsvergadering van met het nummer
Breegraven 101-115
85
86
Breegraven 101-115
Verbeelding
88
Breegraven 101-115
Breegraven 101-115
89