564694 - Bijlage 13 - Bijlagen bij de toelichting - Bijlage 13 Archeologisch PvE
Tekst van het document
Bij positieve resultaten wordt het vlak niet verder verdiept, omdat een vuursteenvindplaats met een andere opgravingsstrategie moet worden opgegraven. Indien de proefsleuf leeg is, wordt alleen de putgrens getekend en de NAP-hoogtes van het vlak en het maaiveld direct langs van de rand van de werkput bepaald. Na documentatie worden de proefsleuven weer gedicht. Omgang
Kwetsbare
kwetsbare vondsten en monsters
vondsten
en
monsters
dienen
behandeld
te worden
conform
OS11/0S11wb
en
de
KNA-
Leidraad “Eerste hulp bij kwetsbaar vondstmateriaal.”
54
_ Structuren en grondsporen
« e
Erdient te worden gewerkt conform KNA-specificatie OS03 /m OS09 (opgraven). De sporen worden getekend; de vlakken op schaal 1:50 en de eventuele coupetekeningen en profielen op schaal 1:20, graven op schaal 1:10. Verder worden de sporen gefotografeerd en wordt de hoogte ten opzichte van NAP bepaald. De vlakken mogen ook met een GPS of Total Station getekend worden. Sporen in het vlak worden gedocumenteerd: de geïdentificeerde sporen worden beschreven en vastgelegd in dag- en weekrapporten en op de daartoe geëigende formulieren, conform KNA ver-
e
sie 4.1.
PE 14691.004 versie DI
Pagina16 van29
Eco/nsu!tanc* e e
Van de aangetroffen sporen in de proefsleuven worden een selectief aantal gecoupeerd doel de kwaliteit vast te stellen, maar niet afgewerkt. Greppels en geïsoleerde sporen worden gecoupeerd en gedocumenteerd.
e
Grondsporen die deel uit maken van een (gebouw)structuur of grote concentraties grondsporen
e
e e
met als
dienen daarentegen in eerste instantie alleen (selectief) te worden gecoupeerd en niet te worden afgewerkt. Dit heeft als doel de datering en de conservering zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen, waarbij de archeologische resten zoveel mogelijk intact gehouden worden. Dit ter beantwoording van de onderzoeksvragen. Aangetroffen graven (inhumaties/crematies) worden gedocumenteerd conform KNA versie 4.1, de graven worden vooralsnog niet geborgen. In overleg met de bevoegde overheid en indien noodzakelijk een specialist, dient bepaald te worden of de aangetroffen graven wel direct geborgen worden. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. Aangetroffen funderingen, vloeren en water- of beerputten dienen behouden te blijven. Beerputten worden afgedekt om schatgraverij te voorkomen. Muurwerk moet worden ingemeten, gefotografeerd en onderzocht op constructieve aard, omvang en ouderdom conform KNA versie 4.1. Baksteengrootte, metselverband en tienlaagsmaat dient genoteerd te worden.
e « e e
e «
e
°
55
Bodemlagen moeten ten opzichte van eventueel muurwerk afzonderlijk worden beoordeeld. Bij putten dient onderscheid gemaakt te worden tussen water-, afval- en beerputten. Indien de vulling een vondstcomplex bevat, wordt al het materiaal verzameld. De coupes dienen individueel gewaterpast te worden. Ecologisch veelbelovende sporen (met een vulling rijk aan organisch materiaal, idealiter gelegen in permanent gereduceerde bodemcondities) worden bemonsterd ten behoeve van archeobotanisch en archeozoölogisch onderzoek. Gecoupeerde archeologische sporen en profielen worden door middel van foto's en tekeningen gedocumenteerd. Splitsingen en oversnijdingen van sporen dienen op een dusdanige manier vastgelegd en onderzocht te worden, dat een eventuele fasering vastgesteld kan worden. Vondsten afkomstig uit dergelijke sporen worden per spoor en eventueel daarin te onderscheiden vullingen verzameld. De gevonden lagen, grondsporen en structuren dienen zo mogelijk per periode te worden beschreven. De mate van uitwerking dient te zijn afgestemd op de vraagstellingen. Tevens dienen ze te worden meegenomen in de interpretatie en conclusie(s). Bij het aantreffen van bijzondere structuren en sporen dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de uitwerking ter hand genomen wordt. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. _ Aardwetenschappelijk
onderzoek
Het aardwetenschappelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd door een fysisch-geograaf of een archeoloog met aantoonbare ervaring op de hier verwachte bodem en geologie. Van de proefsleuven dient een lengte profiel te worden onderzocht op mogelijke verstoringen, het bewoningsniveau en de mate waarin de eventuele vindplaats is opgenomen in de enkeerdgrond/de bouwvoor. Van het lengteprofiel wordt om de 15 meter een profielkolom van een 1 m breed tot 30 cm in de schone C aangelegd en gedocumenteerd. Mochten er tussen de kolommen grote verschillen zitten dan dient het tussenliggende deel aangelegd en gedocumenteerd te worden om overgangen vast te leggen. Er dienen minimaal 2 profielopnames per proefsleuf te worden gedocumenteerd.
PE 14691.004 versie DI
Pagina17 van 29
Eco/nsu!tanc* 5.6 e
Anorganische artefacten Archeologisch
relevante
artefacten die worden
aangetroffen
worden
verzameld.
Indien
mogelijk
worden verschillende lagen van elkaar gescheiden. Spoorvondsten worden per spoor verzameld. e *
Stortvondsten worden onder één nummer per proefsleuf verzameld. Archeologisch relevante vondsten en/of vondststrooïingen en/of clusters artefacten worden ter plaatse ingemeten en voorzien van een X-, Y-, en Z-waarden. Kwetsbare vondsten moeten door middel van speciale zorg en behandeling behouden (c.q. geconserveerd) worden conform KNA versie 4.1.
e
Voor conservering dient de opdrachtgever rekening te houden met een stelpost van € 1.000,-.4
°
Bij de vondst van bijzondere artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de uitwerking ter hand genomen wordt. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit.
e
Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten objecten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van wat er verwacht wordt of kan worden, is overleg nodig tussen de bevoegde overheid, de opdrachtgever en de depothouder, op
aangeven van de opdrachtnemer. De depothouder maakt zijn wensen ten aanzien van selectiedeselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Zo nodig komt ook de omgang met daarmee gemoeide extra kosten aan bod. De opdrachtnemer wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. Zo nodig informeert de depothouder (/eigenaar) tevens de depotbeheerder. Binnen twee dagen vanaf het moment van aantoonbaar melden/persoonlijk contact meV/bij de depothouder dient een reactie ten aanzien van het wel/niet meenemen van het materiaal door de depothouder te zijn gegeven. Bij het uitblijven van een reactie binnen de afgesproken termijn mogen de overige partijen beslissen of zij het materiaal wel/niet uit het veld meenemen. De bevoegde overheid neemt uiteindeijk een
e
5.7 e
e
besluit.
Uitzondering op het bovenstaande vormt de materiaalcategorie ‘bouwmateriaal, onversierd’ kan meteen in het veld door de uitvoerende archeologen representatief worden geselecteerd.
dit
Organische artefacten Archeologisch relevante artefacten die worden aangetroffen, worden verzameld. Indien mogelijk worden verschillende lagen van elkaar gescheiden. Spoorvondsten worden per spoor verzameld. Stortvondsten worden onder één nummer per proefsleuf verzameld. Kwetsbare vondsten
moeten door middel van speciale zorg en behandeling
behouden
(c.q. ge-
conserveerd) worden conform KNA versie 4.1.
e °
e
De organische artefacten dienen in het veld op zodanige wijze te worden verzameld zodat ze na determinatie en uitwerking een antwoord geven op de gestelde onderzoeksvragen. Bij de vondst van bijzondere organische artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de uitwerking en conservering ter hand genomen wordt. De bevoegde overheid neemt uiteindeijk een besluit. Voor conservering dient de opdrachtgever rekening te houden met een stelpost van € 1.000,-.'5
14 Dit is een indicatieve prijs waaraan geen rechten ontieend kunnen worden. 15 Dit is een indicatieve prijs waaraan geen rechten ontieend kunnen worden.
PE 14691.004 versie DI
Pagina18 van 29
Eco/nsuvtanc* 5.8
_ Archeozoölogische en -botanische resten
°
Uit relevante, kansrijke contexten (bijvoorbeeld sporen of vondststrooingen met veel verkoold materiaal en andere paleo-ecologische resten) dienen monsters genomen te worden ten behoeve van analyse door specialisten (archeobotanisch onderzoek).
e
Monstername ten behoeve van absolute dateringsmethoden gebeurt uitsluitend indien de aangetroffen archeologische sporen en materialen niet op andere wijze te dateren zijn.
e
De monsters worden nog niet gezeefd. In overleg met de bevoegde overheid en de opdrachtgever zal worden bepaald of analyse van de monsters noodzakelijk is. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. Analyse dient zich primair te richten op het verkrijgen van antwoorden op de boven verwoorde onderzoeksvragen. Deze werkzaamheden dienen als verrekenbare post te worden opgenomen.
e e 5.9
Overige resten
Ter beantwoording van de onderzoeksvragen dienen monsters genomen te worden voor onder meer micromorfologisch,
botanisch,
diatomeeën,
mijten,
insecten
onderzoek,
pollen
en
nonpalynomorfe
pollen (NPP) analyse en geochemisch, onderzoek. Deze monsternames dienen te geschieden op basis van interpretatie door de Senior KNA archeoloog indien noodzakelijk in samenspraak met de daartoe ter zakekundige specialist. 5.10
Dateringstechieken
Belangrijke sporen, die niet met behulp van vondsten kunnen worden gedateerd, kunnen,
indien zij
organisch materiaal bevatten, met behulp van een ’*C-datering worden gedateerd. Daartoe dienen monsters van kansrijke lagen of materialen te worden genomen. Een andere mogelijkheid om de ouderdom vast te stellen, is door midde! van Optical Stimulated Luminescence (OSL-datering). 5.11
Bouwstenen
Een bouwsteen is gedefinieerd als een logische of logistieke informatie-eenheid van de documentatie van een gravend onderzoek. Deze bouwstenen definiëren de wijze van documenteren van de basisgegevens van een specifiek (waarnemings)proces of een speifieke activiteit binnen een archeologisch onderzoek, te weten administratieve (bijvoorbeeld: project en OM-nr) en ruimtelijk-geografische (de positie en ruimtelijke begrenzing). Een bouwsteen, of een combinatie van bouwstenen, kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een analoge (papieren) list of veldtekening, maar ook van een digitaIe databasetabel of een kaartlaag in een CAD- of GIS-toepassing. Van de werkzaamheden in het veld dienen dag- en weekrapporten te worden bijgehouden. Tevens dienen sporen op spoorformulieren, vondsten op vondstformulieren, monsters op monsterformulieren, tekeningen op tekeningformulieren en foto' s op fotoformulieren te worden geregistreerd.
5.12
Complexiteit
De complexiteit van het archeologisch onderzoek is standaard. De mogelijkheid van het voorkomen van meerdere perioden is het enige dat het onderzoek gecompliceerd kan maken.
PE 14691.004 versie DI
Pagina18 van 29
Eco/nsu!tanc* 5.13
Beperkingen
Vanwege het inventariserende karakter van het proefsleuvenonderzoek mogen grotere structuren (bijvoorbeeld beschoeïingen, muurresten en putten) niet verwijderd worden. Door deze beperking kan mogelijk niet op alle onderzoeksvragen een duidelijk antwoord gegeven worden. Het nader uitwerken van materiaalgroepen en het conserveren van artefacten gebeurt nadat er een selectie- en waarderingsrapport is geschreven waarin de voorgenomen uitwerkingen worden verwoord en beargumenteerd. Uiteindelijke uitwerking en conservering wordt in overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever en de bevoegde overheid gedaan. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit.
6
_ UITWERKING
EN
CONSERVERING
61
_ Structuren, grondsporen en vondstspreidingen
e
De structuren en grondsporen worden zodanig uitgewerkt dat de vraagstelling en de onderzoeksvragen kunnen worden beantwoord. De analyse van de sporen is gericht op het herkennen van structuren, het toekennen van een betekenis aan de individuele sporen en/of structuren, het vinden van patronen in de materiële cultuur en het dateren van de betreffende sporen. Beschrijving structuren en grondsporen:
e
e
- verspreiding en diepteligging;
- beschrijving aard, fysieke kwaliteit en ouderdom (zo mogelijk). «
«
De aangetroffen lagen, grondsporen en structuren dienen per periode te worden beschreven. De mate van uitwerking dient te zijn afgestemd op de onderzoeksvragen. Tevens dienen de lagen, grondsporen en structuren te worden meegenomen in de interpretatie en in de conclusie(s). Alle sporen en structuren worden afgebeeld op een allesporenkaart voorzien van het landelijke coördinatengrid en topografie. Daarnaast wordt per periode een overzichtskaart gemaakt van alle sporen en structuren.
6.2
_ Analyse aardewetenschappelijke gegevens
Aardwetenschappelijke analyse vindt plaats in het veld op basis van het bestudeerde profiel. Deze analyse zal in de regel worden uitgevoerd door de KNA-archeoloog. Bij ingewikkelde profielen dient een fysisch geograaf de profielopnames te maken. De veldgegevens van het viak en de profielen moeten uitgewerkt worden n tekeningen met een overzichtelijke codering conform KNA versie 4.1. De bodemlagen moeten duidelijk worden aangegeven in de profielen met daaraan gekoppeld een (globale) datering. 6.3 « e
e
Anorganische artefacten De primaire vondstverwerking bestaat uit het wassen van vondsten, het administreren van de vondsten per vondstnummer en het scheiden in verschillende materiaalcategorieën. De anorganische artefacten dienen te worden uitgewerkt tot op het niveau dat nodig is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen * Aardewerk: determinatie per periode, eventueel op type. * Natuursteen: determinaties op gesteentesoort en op werktuig/gebruikstype. + Metaal: op metaalsoort, zo mogelijk op artefacttype en periode. Vondsten uit de bouwvoor en losse vondsten van de stort of het vlak worden oppervlakkig bekeken en slechts bij bijzondere vondsten nader beschreven en geanalyseerd.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 20 van 29
Eco/nsu!tanc* «
Bij bijzondere artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de bevoegde overheid voordat de verdere uitwerking ter hand genomen wordt. De bevoegde over-
e
Vondsten worden beschreven conform het Archeologisch Basis Register (ABR). De vondsten wor-
heid neemt uiteindelijk een besluit. den per materiaalcategorie beschreven en gewaardeerd.
« «
e
Bijzondere vondsten worden door een specialist bekeken. Niet te determineren metaalklompen of klompen van metaaloxide die in een archeologische context worden gevonden, worden geröntgend ten behoeve van de determinatie, selectie ([.v.m. mogelijke conservering) en screening van de inhoud. De vondsten worden tijdelijk dusdanig opgeslagen dat de kwaliteit van het materiaal niet achteruit gaat.
6.4 e
«
Organische artefacten Organische artefacten worden door specialisten geanalyseerd tot op het niveau dat noodzakelijk is om de vraagstelling uit het PVE te beantwoorden. * Bewerkt hout (artefacten en constructiehout): determinatie op houtsoort, artefacttype, beschrijving van bewerkingssporen, eventueel datering. « Bot: determinatie op diersoort, botelement, artefacttype, eventueel datering. Bij bijzondere artefacten of zeer grote hoeveelheden vondsten dient eerst te worden overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid voordat de verdere uitwerking ter hand genomen wordt. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit.
e
Vondsten
e
Vondsten worden beschreven en gewaardeerd.
e
worden
beschreven
conform
het ABR.
De vondsten worden tijdelijk dusdanig opgeslagen dat de kwaliteit van het materiaal niet achteruit gaat.
6.5 e
Archeozoölogische en -botanische resten Voor de specifieke eisen die aan de uitwerking archeozoölogische en botanische resten worden gesteld, wordt verwezen naar de KNA versie 4.1. In aanvuling daarop, wanneer het voor het onderzoek relevant is, worden van dateerbare (grond)sporen met mogelijk goed geconserveerd archeologisch materiaal en van relevante vondstlagen (bijvoorbeeld uit beerputten) monsters geno-
men voor botanisch, 'C dendrochronologisch en paleo-ecologisch onderzoek. e
Van de kwalitatief goede grondmonsters zal een specialist samen met de KNA monsters scannen op potentie in relatie tot de beantwoording van de vraagstelling.
Archeoloog
de
e
N afloop van het veldwerk zal n overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid worden vastgesteld welke monsters dienen te worden geanalyseerd. Analyse dient zich primair te richten
op het verkrijgen van antwoorden op de boven verwoorde onderzoeksvragen. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit.
e ° °
66
Het specialistenrapport dient (integraal) in de eindrapportage te worden opgenomen. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van botanische resten en/of archeozoölogische resten uit de aangetroffen perioden. Het specialistenrapport dient (integraal) in de standaardrapportage te worden opgenomen en geintegreerd te worden in beantwoording van onderzoeksvragen en synthese van het onderzoek. _ Beeldrapportage (objecttekeningen, foto’s, kaarten e.d.)
De beeldrapportage van de uitwerking bestaat (minimaal) uit de volgende afbeeldingen:
«
Uitsnede topografische kaart met het onderzoeksgebied.
PE 14691.004 versie DI
Pagina21 van 29
Eco/nsu!tanc* « «
Kaarten met de ligging van het plangebied en de belangrijkste structuren en grondsporen. Allesporenkaart (ASK), weergegeven per periode.
°
Eventueel coupetekeningen en/of foto's.
e
Tekeningen en/of foto's van de belangrijkste vondsten (na overleg met en goedkeuring van de bevoegde overheid, de bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit). Toevoegen indien relevant: Een afbeelding van het plangebied met daarop weergegeven de zones die in aanmerking komen voor behoud in situ/vervolgonderzoek en/of vrijgave.
e
7
7.1 °
RAPPORTAGE
Uitvoeringsperiode uitwerking; opleveringstermijn (concept)eind-/evaluatierapport Direct aansluitend aan het veldwerk dient met de uitwerking van de veldgegevens te worden begonnen.
e
e
Indien archeologische waarden zijn aangetroffen dient er een evaluatierapport te worden opgesteld, met kosten van eventueel meerwerk. Dit plan dient voorgelegd te worden aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid ter goedkeuring. Binnen 16 weken na einde van het veldwerk of de goedkeuring van het uitwerkingsplan dient een conceptrapport te worden opgeleverd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Van deze planning kan in overleg worden afgeweken, in het bijzonder wanneer analyse van vondstmateriaal meer tijd vraagt.
72
_ Procedure toetsing standaard-/conceptrapport door de bevoegde overheid
Opdrachtgever en bevoegde overheid ontvangen ieder een digitaal exemplaar (pdf) van het conceptrapport ter keuring. De op- en aanmerkingen van beide partijen dienen verwerkt te worden en leiden tot de definitieve versie van het rapport. 7.3
Inhoud standaard-/evaluatierapport
Het rapport dient minimaal de volgende onderdelen te bevatten.
« «
° e
e
Een korte samenvatting van de resultaten van het voorgaand onderzoek. Een paragraaf waarin staat vermeld wat voor soort plan het betreft, welke ontwikkelingen er gaan plaatsvinden en tot welke diepte verstoring gaat plaatsvinden en in welke fase van de planprocedure het plan zich bevindt. Een overzichtskaart - met landelijke coördinaten - met de begrenzingen van het plangebied (minímaal 1:25.000). Een gedetailleerde (overzichts)kaart - met landelijke coördinaten - met de ligging van de proefsleuven (en de eventuele opgraving), waarop de hoofdstructuren van de archeologische sites herkenbaar staan aangegeven. Een kaart van het plangebied waarop: ° °
° . *
hetareaal van de archeologische sites staat aangegeven (indien van toepassing) het areaal van verstoorde bodemprofielen in het plangebied staat aangegeven (indien van toepassing)
Een paragraaf met (verantwoording) methode en technieken. Een paragraaf met de vraagstelling en de doelstelling van het archeologisch onderzoek. Een paragraaf over eerder gedane archeologische vondsten in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 22 van 29
Eco/nsu!tanc* e
e
Een paragraaf over de fysische-geografie van het plangebied.
De resultaten van het onderzoek dienen te worden geleverd in de vorm van een standaardrapport inclusief vlaktekeningen (zie hieronder) en indien noodzakelijk profieltekeningen, vondstenlijsten
(zie hieronder), sporenlijsten (zie hieronder) en monsterlijsten. e ° *
De vlaktekeningen van de proefsleuven - met landelijke coördinaten - waarop de grondsporen (uitgesplitst naar periode) herkenbaar staan afgebeeld inclusief hun nummer. Relevante coupetekeningen en/of foto's. De vondstenlijst waarin per archeologisch artefact (AF) staat aangegeven: 1. het spoor waarin het AF is aangetroffen, 2. de conserveringstoestand van het AF (verbrand, vorst schade, geërodeerd, etc.), 3.
e
de determinatie,
4. de datering van het AF en 5 een beschrijving van het AF (l. x b. x h., baksel/materiaal, versiering, bewerkingssporen, etc.). De sporenlijst waarin staat aangegeven: 1. het soort spoor, 2. 3.
de (conserverings-)toestand van het spoor, de datering van spoor en
e e e e
4. welke vondstnummers er in aanwezig zijn. Een paragraaf van vindplaatsbeschrijvingen met daarin in ieder geval de volgende thema's: de omvang en ligging, de datering, de vondstomstandigheden, de aard van de vondsten, de conservering en de diepteligging. Tekeningen en/of foto's van de belangrijkste vondsten. De eventuele beperkingen van de toegepaste methode. Een paragraaf met de antwoorden op de onderzoeksvragen Een waardering van de nieuwe sites volgens de KNA versie 4.1.
e
Een paragraaf met conclusies en aanbevelingen ten aanzien van mogelijk vervolgonderzoek.
«
7.4
Kwaliteit
De auteurs zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de rapportage Het archeologische onderzoek vindt plaats op basis van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid en maatschappelijk integer handelen. e
Aanbevelingen en waardeoordelen van de auteurs zijn onafhankelijk ten opzichte van alle partijen
en niet onderhevig aan goedkeuring van de opdrachtgever er/of de bevoegde overheid. e
De opdrachtgever kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de inhoud, de conclusies en de aanbevelingen.
e
De bevoegde overheid kan alleen verbeteringen eisen bij aantoonbare tekortkomingen in de wetenschappelijke kwaliteit van de verslaglegging. Wanneer toetsende overheid en auteur tot verschillende conclusies komen, worden beide met wetenschappelijke argumentatie in het eindrapport weergegeven.
75
_ Verschijning en oplage standaardrapport en/of specialistisch deelrapport
e e
Het rapport wordt uitgegeven door de uitvoerende instantie en in de huisstil van deze instantie. Van het conceptrapport wordt een digitaal exemplaar (pdf) aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid geleverd. De opdrachtgever wordt in de gelegenheid gesteld commentaar te leveren op de rapportage. De bevoegde overheid zal het rapport toetsen aan het PVE en de KNA 4.1. Na verwerking van eventuele op- of aanmerkingen wordt het definitieve rapport aan de opdrachtgever opgeleverd.
e
PE 14691.004 versie DI
Pagina 23 van 29
Eco/nsu{tanc* e
De rapportage wordt uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van opmerkingen door de bevoegde overheid definitief opgeleverd. Van deze planning kan in overleg worden afgeweken.
e
Na het verwerken van opmerkingen zal het standaardrapport digitaal worden verstuurd aan de opdrachtgever, de gemeente Zutphen (de heer M. Groothedde) en het gemeentelijk depot van
Zutphen. «
Digitaal dient het eindrapport verstrekt te worden aan het ARCHIS meldpunt.
8
(DE)SELECTIE EN CONSERVERING
8.1
Selectie materiaal voor uitwerking
De selectie van vondsten en monsters wordt gedaan in het licht van de vraagstelling, onder verantwoording van de Senior KNA Archeoloog. De gemaakte selectie wordt in het evaluatierapport beschreven.
8.2 °
Selectie materiaal voor deponering en verwijdering Alle organische en anorganische artefacten die hiervoor in aanmerking komen, zoals houten en leren objecten en metalen voorwerpen, dienen te worden geconserveerd. Hiervan kan alleen wor-
den afgeweken met instemming van de eigenaar van de vondsten, de gemeente Zutphen. De Se-
« «
8.3 e
nior KNA
Archeoloog
aangeeft,
waarom
kan een voorstel tot de selectie maken,
bepaalde
voorwerpen
niet hoeven
waarin
te worden
hij op onderbouwde
gedeponeerd.
wijze
Als het depot
daarmee instemt kunnen deze voorwerpen verwijderd worden. Voorwerpen die niet gedeponeerd worden hoeven niet geconserveerd te worden. Tijdelijke opslag van geselecteerde vondsten dient zo te geschieden dat de kwaliteit ervan niet achteruit gaat. (Eerste) selectie vindt plaats door de uitvoerende instantie (Senior KNA Archeoloog, dan wel materiaalspecialis!). Selectie materiaal voor conservering In overleg met de bevoegde overheid wordt bepaald welke voorwerpen voor conservering
in aan-
merking komen. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. e
9
9.1 «
Voor de conservering gelden bovendien de aanleveringseisen van het Archeologisch Depot van de gemeente Zutphen.
DEPONERING
Eisen betreffende depot Alle vondsten zijn vanaf het moment van vinden eigendom van de provincie (Erfgoedwet Artikel 5,7. Eigendom van archeologische vondsten), tenzij ij gedaan zijn in een gemeente met een eigen erkend depot (zie ook Erfgoedwet Artikel 5.7. Eigendom van archeologische vondsten) dan wel van de Staat indien zij buiten het grondgebied van enige gemeente zijn gevonden. In deze gevallen valt het eigendom toe aan respectievelijk gemeente of Staat. De projectleider kan na de uitwerking het depot voorstellen een deel van de vondsten te selecteren voor definitieve verwijdering uit
de collectie, mits wetenschappelijk verantwoord en op advies van een deskundige specialist. De selectie dient representatief te zijn voor het geheel van het verzameld materiaal binnen de aange-
PE 14691.004 versie DI
Pagina 24 van 29
Eco/nsu!tanc* troffen materiaalcategorie. Het is wenselijk om van het materiaal dat wordt verwijderd bepaalde basisinformatie te registreren (zoals aantal, gewicht etc.), alvorens het te deselecteren. Deze representatieve selectie maakt deel uit van het evaluatierapport en dient altijd ter goedkeuring voorgelegd worden aan depothouder (/eigenaar). Het is aan de beheerder van het depot om over de definitieve verwijdering te beslissen. Uitzondering op het bovenstaande vormt de materiaalcategorie 'bouwmateriaal, onversierd’; dit kan meteen representatief worden geselecteerd.
e
in het veld door de uitvoerend archeologen
Opgegraven vondstcomplexen (onderzoeksdocumentatie en vondsten) worden zo compleet mogelijk aangeleverd.
e
De vondsten, monsters en documentatie dienen binnen een periode van 2 jaar na afronding van het veldwerk te worden overgedragen aan het Archeologisch Depot van de gemeente Zutphen, conform de deponeringseisen van het depot en de desbetreffende specificaties van de KNA versie 44.
«
De (eind)resultaten van het onderzoek worden verwerkt in ARCHIS.
9.2
_ Te leveren product
Standaard-/conceptrapport is een rapport volgens de vigerende versie van de KNA-speificatie volgens onderstaande bepalingen in ît hoofdstuk van dît PVE. Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie.
9.3
E-depot
Conform KNA 4.1 wordt ook een digitale versie van het rapport aangeleverd aan en opgenomen het zogenaamde E-depot onder vermelding van het onderzoeksmeldingsnummer.
10
RANDVOORWAARDEN
10.1
e
Personele
EN
AANVULLENDE
in
EISEN
randvoorwaarden
Het onderzoek moet worden verricht door een daarvoor gecertificeerd bedrijf conform BRL 4000 en de protocollen 4003 en 4004, onder leiding van personeel dat in het beroepsregister is ingeschreven.
°
Het team dat het onderzoek uitvoert staat onder leiding van een Senior KNA Archeoloog als projectleider, met ervaring met onderzoeken in het Overijssels-Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio's. In het veld worden de werkzaamheden uitgevoerd door minimaal een KNA Archeoloog, als dagelijks wetenschappelijk leider, met ervaring met onderzoeken in het Overijssels-Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio's, en minimaal een veldtechnicus/archeoloog. De metaaldetector dient te worden gehanteerd door een medewerker met ervaring.
e
e
°
De door de archeologisch uitvoerder in te zetten functionarissen zoals Projectleider, KNA Archeoloog en specialisten dienen over aantoonbare kennis te beschikken over nederzettingen en vondstmateriaal van de aan te treffen archeologische periode(n). De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring op de Overijssels-Gelderse zandgebied zandgronden. Indien deze niet voorhanden is, dient de machinist te worden begeleid door een Senior KNA Archeoloog. De veldploeg dient qua samenstelling te voldoen aan de KNA versie 4.1. Dit is minimaal een KNA Archeoloog Ma en een KNA Archeoloog Ba, Senior veldtechnicus.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 25 van 29
Eco/nsu!tanc* e
Een fysisch geograaf met een specialisatie in Overijssels-Gelderse zandgebied zandgronden of een archeoloog met relevante fysisch-geografische ervaring wordt ingezet voor de interpretatie van ingewikkelde bodemprofielen.
« e
e
De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van materiële cultuur, botanische en archeozoölogische resten uit de te verwachten perioden. Zowel voor veldwerk als voor de uitwerking, conservering en rapportage is de aanwezigheid van een Senior KNA Archeoloog en een specialist met periode-/materiaal- of gebiedspecifieke kennis en/of ervaring vereist. Uitwerking en rapportage dienen te geschieden door materiaal- en diachrone-specialisten (zoals fysisch-geograaf, fysisch-antropoloog, aardewerkdeskundige, archeozoöloog, archeobotanicus) met aantoonbare ervaring op het gebied van de door hen te onderzoeken materiaalgroep/categorie.
10.2
Overlegmomenten
Indien tijdens het veldwerk sporen, structuren of vondsten worden aangetroffen waarvan de aard, omvang of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Er vindt dan op korte termijn een bijeenkomst plaats, waarop de archeologisch uitvoerder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid een vervolgstrategie bepalen. 10.3
e
« e
Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie
Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA versie 4.1 en dit PVE. In alle gevallen waarin dit PVE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA versie 4.1 van toepassing. Het veldwerk wordt uitgevoerd onder leiding van een KNA Archeoloog. Er is een Senior KNA Archeoloog als eindverantwoordelijke betrokken bij het project. Ten aanzien van de conditie, kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.
*
Indien de resultaten van het veldwerk niet van dien aard zijn dat er reden is voor het opstellen van een evaluatierapport kan dit achterwege blijven.
«
Bij de evaluatiefase wordt in een evaluatierapport een voorstel gedaan voor de te deponeren en te verwijderen vondsten. Aan de depothouder van de gemeente Zutphen wordt het evaluatierapport tjdens de evaluatiefase ter goedkeuring voorgelegd. Pas na goedkeuring van het evaluatierapport door de depothouder kunnen vondsten en monsters op controleerbare wijze worden verwijderd. Indien na 15 werkdagen geen reactie is gekomen van de depotbeheerder kan het werk zonder goedkeuring voortgezet worden. Na afloop van het veldwerk wordt een kort (telefonisch) overleg gehouden met de opdrachtgever en de bevoegde overheid over de resultaten. Te deponeren vondsten en monsters worden ingekrompen tot een minimale hoeveelheid benodigd voor herinterpretatie en/of uitgebreider onderzoek, gebaseerd op wetenschappelijke criteria.
e e
«
Het rapport wordt in eerste instantie n conceptvorm in enkelvoud (digitaal als pdf) aangeboden aan de opdrachtgever en aan de bevoegde overheid, die de resultaten dient te laten toetsen aan dit PVE. Het rapport krijgt na goedkeuring van de conceptrapportage door de opdrachtgever en de bevoegde overheid een definitief karakter.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 26 van 29
Eco/nsuvtanc* 10.4
Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen
De externe communicatie rondom het archeologisch onderzoek ligt geheel in handen van de opdrachtgever. Vanuit de archeologische uitvoerder zal alle medewerking worden verwacht voor het verschaffen van inhoudelijke informatie die voor de externe communicatie van belang kan zijn. Indien het wenselijk wordt geacht dat er een informatiemoment wordt georganiseerd
archeologische
en de inzet vanuit de
uitvoerder hiervoor niet vanuit de verleende opdracht i te realiseren, dan worden
hiervoor eerst aanvullende afspraken gemaakt.
11
WIJZIGINGEN
11.1
TEN
OPZICHTE
VAN
HET
VASTGESTELDE
PVE
Wijzigingen tijdens het veldwerk
«
Indien tjdens het veldwerk bijzondere vondsten worden gedaan of (complexe) sporen of structuren worden aangetroffen die niet in het onderzoeksvoorstel zijn voorzien, wordt contact opgenomen met de bevoegde overheid. In overleg zal dan eventueel kunnen worden gekozen voor een andere aanpak. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. e Indien het gaat om belangrijke wijzigingen, zullen deze te allen tijde aantoonbaar voorgelegd worden aan de opdrachtgever, bevoegde overheid en de depothouder. Belangrijke wijzigingen zijn: o Significante afwijkingen van verwachte vondstmateriaal/vondsten (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). ° Wijzigingen die (de)selectie en conservering vondsten beïnvloeden. « Wijzigingen op het PVE worden overlegd met de bevoegde overheid. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. Ook in geval van minderwerk of het eventueel uitvoeren van meerwerk, wordt eerst overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. « Mutaties op het PVE worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten. « Bij ingrijpende wijzigingen is altijd toestemming van de bevoegde overheid nodig.
11.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid: « Afwijking van de archeologische verwachting, « Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode, « «
Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden, Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten.
11.3 Zie
Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk 11.4
PE 14691.004 versie DI
Pagina27 van 29
Eco/nsu!tanc* 11.4 e
Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering
Na afloop van het veldwerk wordt contact opgenomen met de opdrachtgever en de bevoegde overheid om dit te melden en vindt er indien nodig een voorlopige evaluatie plaats van de behaal-
de resultaten en de mogelijk aangetroffen archeologische waarden. Tijdens dit overleg bepalen de Senior KNA Archeoloog en de bevoegde overheid samen de verdere strategie bij de uitwerking en stellen ze de noodzaak vast van de analyse van eventuele monsters en van mogelijke laboratori-
umdateringen. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit. e
Alle vondsten en uitgewerkte monsters moeten geconserveerd worden aangeleverd aan het archeologisch depot, tenzij schriftelijk en op grond van een evaluatierapport voor conservering anders is aangegeven door de desbetreffende depothouder. In een conserveringsrapport dient te worden vastgelegd welke vondsten op welke wijze en met welke middelen zijn geconserveerd. Ten aanzien van de conditie kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA Archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dît nodig is.
e
12
AANVULLENDE
12.1 e
EISEN
Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk
De uitvoerdatum
en uitvoeringstermijn van het veldwerk wordt in overleg met de opdrachtgever
vastgesteld.
e
De archeologisch uitvoerder dient zorg te dragen voor het aanmelden van het onderzoek bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk.
e
De bevoegde overheid wordt tijdig door de archeologische aannemer geïnformeerd over de start van het onderzoek. In nauw overleg tussen de archeologische aannemer en de adviseur van de bevoegde overheid kan in het veld besloten worden om de onderzoeksstrategie te wijzigen. Dit ten einde om met het onderzoek de archeologische waarden zo goed mogelijk in beeld te brengen. De bevoegde overheid neemt uiteindelijk een besluit.
12.2 °
Uitvoeringscondities veldwerk
Toegankelijkheid,
vergunningen,
betredingstoestemming
en bereikbaarheid
dienen
door de op-
drachtgever te worden geregeld.
e
«
e e
Tevens draagt de opdrachtgever zorg voor gelegenheid tot het plaatsen van een schaftwagen, een container voor opslag van materiaal en een chemisch toïlet. De opdrachtgever verzorgt de contacten met andere belanghebbenden. Tenzij door de opdrachtgever nadere bepalingen zijn gesteld, worden de proefsleuven tijdens of onmiddellijk na het onderzoek gedicht en aangereden volgens met de opdrachtgever gemaakte afspraken. Additionele deelname van amateurarcheologen aangesloten bij een lokale of regionale/landelijke vereniging op het gebied van de archeologie i welkom, mits onder begeleiding van de archeologische uitvoerder en tijdens reguliere werkuren. Voorwaarde hieraan is dat ze een positieve bijdrage kunnen leveren aan het veldwerk en/of inhoud van het onderzoek. De aanwezigheid van amateurarcheologen wordt vastgelegd in de dag- en weekrapporten. Het goedgekeurde PVE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn. De archeologische uitvoerder zorgt dat grote/belangrijke archeologische sporen en resten aan het eind van de dag zijn veilig gesteld voor “schatgravers”.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 28 van 29
Eco/nsu!tanc* e
De opdrachtgever informeert de archeologische uitvoerder over de ligging van kabels en leidingen
e
in het onderzoeksgebied. De gravende civieltechnische uitvoerder doet een graafmelding bij het KLIC indien de gegevens van kabels en leidingen niet voorhanden zijn bij de opdrachtgever.
e e e
De opdrachtgever verstrekt indien gewenst kopieën van de milieurapporten. De uitvoerder neemt preventieve maatregelen tegen inbraak en vandalisme. Opgravingdocumentatie en waardevolle vondsten mogen niet onbeheerd in de keten achterblijven.
12.3 e .
Niet gesprongen explosieven (NGE) en veldgraven
Indien er NGE worden aangetroffen worden de veldwerkzaamheden direct gestaakt en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen genomen. Het aangetrofien projectiel dient, indien het niet dezelfde dag geruimd wordt, weer afgedekt te worden met grond.
e
In een straal van minimaal
100 meter rond het aangetroffen projectiel dient het terrein te worden
ontruimd.
« «
De politie dient te worden ingelicht. Deze zal een proces verbaal opstellen en de vondst bij de explosieven opruimingsdienst defensie (EOD) melden. Op basis van aangeven van de politie/EOD kunnen mogelijk in delen van het terrein de werkzaamheden
.
hervat worden.
Bij het aantreffen van veldgraven zal het bergings- en identificatieteam van de landmacht worden ingeschakeld. Zij nemen het bergen van het veldgraf over. © Telefoonnummer (tjdens kantooruren): (033) 466 24 41 © Telefoonnummer (buiten kantooruren): 06-53 41 52 07 o
email: bidkl@mindet.nl
© _ https//wwwdefensie.nl/onderwerpen/berging-en-identificatieoorlogsslachtoffers/de-bergings--en-identificatiedienst
«
Uw eigen veiligheid gaat boven alles.
PE 14691.004 versie DI
Pagina 29 van 29
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen Nederland (ron: Legenda
LD
Pengeted
16 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)
PVE 1461.004
VERSIE
DI
Aip:gis kademo.nlgs2/wms)
Y
Eco, nsu!tan(à( Figuur 3.
Luchtfoto van het plangebied'®
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 Luchtfoto van het plangebied (bron: gspotLUFO_2016)
Legenda Plangebied
18 Pyblieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)
PVE 1461.004
VERSIE
DI
Ecijnsultan*
PVE
14691.004 VERSIE
D
E:ijnsul(ancy% Figuur 5.
Situering van het plangebied binnen de archeologische waardenkaart van de gemeente Zutphen (versie 3 april 2017)?
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de archeologische waardenkaart van de gemeente Zutphen (versie 3 april 2017) Legenda
IC
Plangetied
Archeologische Waardenkaart Zutphen (versie 3 april 2017) legenda B oo t e
de
E EE
t n mm n
a
B
e
T B
boon
r
c
IW DZ EEB
eeteateg n AM « Weebosieg
'* Gemeente Zutphen, 2017
PVE
14691.008 VERSIE
DI
Gm
em
a
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Geomortologische kaart van Nederland
Legenda L
Plangebied
B Wanden
IT Piateau-achtige vormen
I Bebouwng
B Netwaservomige gooingen I Matg depe dalen
B
Hogeheuwersenruggen
E Hoge dinen E Piteaus D Terassen
B
Waseromigegooingen
B Laagen
_ B
Ondepe dalen
Etegerggenenrenes _ B Diepedaien D Weringen E wae D Vaen B Overige
formatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
ID Plangebied AHNI-Zuid(em +NAP)
E
600
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederiand (AHN) Legenda
LT
Plangebiea
PVE 1461.004
VERSIE
DI
Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland?
Figuur 8.
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Legenda
TT
Plangebied m
g
? Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amerstoort
Y
co, n5u\\:ar\cy’.( Figuur 9.
Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met het AHN als achtergrondf>
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeoiogisch informatiesysteem Archis3)
Pangebied [ em
Waarmemingen, Vondsten otegore Periode
noge archeclogsche waorde
van zeerhogearcheclogsche waarde beschermd
+
Nedezetng
©
Gafcomest
e
Verdedgngswek
+
Orbepaald
+ Reigezeontet
Paectioum Mesoithem
2
Neoltham
# Bronstid =
Dzetid
Onderzoeksmeidngen
=
tomeimetijd
[mm]
« Middeleeuwen Nieuwetijd onbepaaid
PVE
1461.004
VERSIE
DI
e
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 17731794 (bron: De Hotinger atlas van Noord- en Oost:Nederiand} Legenda
LCO Plangeiea
? Versfelt, 2003
PVE
14691.008 VERSIE
DI
Figuur 11.
Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1830 (Minuutplan}*
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Kadastrale Kaart uit 1830 (Minuutplan) (ron: wrw.beeldbank ouureelerigoed.n} Legenda
DC
Piangebied
? https://beeldbank cultureelerfgoed.nl/tag
PVE
14691.008 VERSIE
DI
Eco/nsu!tanc* Figuur 12.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1885 (Bonneblad)*
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115
si
ing van het plangebi
Legenda
LC
Plangepiea
?5 Kadaster Topotijdreis
PVE 1461.004
VERSIE
DI
binnen
de
Mil
topografische kaart uit 1885 (Bonneblad) (bronzww.topotijdreis.nl)
Figuur 13.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1907 (Bonneblad}”
WE
SL
AP
x
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Miltire topografische kaart uit 1907 (Bonneblad) (ron:winw opotijrei.nl} Legenda
LC
Pangebiea
? Kadaster Topotijdreis
PVE
14691.004 VERSIE
D
Eco/nsultanc*y Figuur 14.
Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1933 (Bonneblad)*
Ecofsulameyin} Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Miltire topografische kaart uit 1933 (Bonneblad) (ronzwinw opotijrei.nl} Legenda
LC
Plangebiea
?3 Kadaster Topotijdreis
PVE 1461.004
VERSIE
DI
*
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1957 (bronzwwtopotdreis.n) Legenda
LC
Pangebiea
? Kadaster Topotijdreis
PVE
14691.008 VERSIE
DI
j
f
-
L
-
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 situering van het plangebied binnen de Topografische kaar uit 1976 (bronzwwtopotidreis.n) Legenda
S
Plongetiea
“ Kadaster Topotijdreis
PVE
14691.008 VERSIE
DI
Eco, nsultancy{( Figuur 17.
Advieskaart aan te leggen proefsleuven
Warnsveld (gemeente Zutphen) — Breegraven 101-115 ‚advieskaart aan te Ieggen proefsleuven Legenda Plangebied
IT
PVE
Locaties aa te ieggen proefsteuwen
14691.004 VERSIE
D
Bijlage 1: Tabel met de verwachtte aantallen*
Onderzoek
Verwachting
Breegraven 101-103 te Warnsveld
Middeleeuwen
Circa 2.500 m2
Aardewerk Bouwmateriaal
Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen
'Overig naluursteen Ges
Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand
Dierljk botmateriaal onverbrand Dierljk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld] Schelpen Hour
Houtskoolmonsters) Textiel Leer
Submodeme
materialen
Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA
Dendrochronologisch monster
31 Aan deze aantallen kunnen geen rechten worden ontieend.
PVE
14691.004 VERSIE
D
Laat-Paleolithicum /m
Late-
Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen
Aardewerk Bouwmateraal
Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen
Overig natuursteen Glas
Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk
botmateriaal verbrand
Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk
botmateriaal verbrand
Visresten Hout
Houtskoolmonsters) Textiel Leer ‘Submoderne
materialen
Algemeen biologisch monster (ABM) zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor
isch chemisch onderzoek
Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor TOS Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA
Dendrochronologisch monster
PVE
14691.008 VERSIE
DI
3/8/8/3/5/8/5|8/E/3/E/8/8|8/E/2/E/8|8 32/8/E8/|3/È8/8