524738 - Bijlage 1 - Biodiversiteitsplan Zutphen 2023
Tekst van het document
Voedsel; Veiligheid; Vocht; Voortplanting; Verbindingen.
Deze 5 basisbehoeftes zijn toepasbaar op vrijwel alle soortgroepen en soorten. Het vormt daarmee een belangrijk instrument om te bepalen of maatregelen voor het verhogen van de biodiversiteit ook daadwerkelijk succesvol zullen zijn. Als voorbeeld nemen we de huismus; vanuit de Wet natuurbescherming zijn de nesten beschermd. Het aanbrengen van extra nestgelegenheden heeft weinig waarde als er voor de jongen onvoldoende insecten te vinden zijn of als er nergens water te vinden is. Huismussen gedijen goed in gebieden met voldoende voedsel als zaden, broodkruimels en dergelijke. De jongen hebben echter insecten nodig, het verteren van zaden kunnen zij nog niet. Behalve plekken om te nestelen moet er ook ruimte zijn om te kunnen vluchten bij gevaar (sperwers, katten). Huismussen slapen gezamenlijk in dichte struiken. Om parasieten uit het verenkleed te krijgen nemen huismussen stofbaden op zandige plekken, maar ook badderen ze graag in waterplassen. Samen met drinkplekken zijn dit noodzakelijke elementen die allemaal aanwezig moeten zijn voor de soort. Habitateisen van de huismus (bron: IPC Groene Ruimte) Pagina 28 van 55
9.1.6
Wat doen we al voor de biodiversiteit?
Op verschillende taakniveau ’s houden we al rekening met biodiversiteit. In enkele ruimtelijke visies, met name in relatie tot klimaatadaptatie, is biodiversiteit als integraal onderdeel opgenomen zoals; Vesting van de toekomst en Zutphen stroomt. Echter met nog zeer vrijblijvende uitgangspunten. Ook is in 2018 het document Een Natuurvisie voor Zutphen opgesteld. Daarin staan wensen en doelen voor de ecologie in de gemeente Zutphen voor 2018 tot 2023. Binnen bouwprojecten volgt men normaliter de regels uit de Wet natuurbescherming. Echter deze zijn vanuit de letter van de wet, en zoals eerder vermeld dragen deze onvoldoende bij aan de totale habitateisen waarvan soorten afhankelijk zijn en richten ze zich niet op de totale biodiversiteit. Ons team Beheer en Onderhoud van de openbare ruimte werkt volgens de gedragscode bestendig beheer & onderhoud groenvoorzieningen, op basis van de Leidraad Beheer en onderhoud groenvoorzieningen voortvloeiend uit de Wet natuurbescherming. Dit uit zich o.a. in: gefaseerd maaibeheer inclusief sinusbeheer, doelsoort-gericht maaibeheer; aandacht voor gewenste of zeldzame soorten. Daarnaast ontwikkelen zij kansen in de openbare ruimte voor inzaaiacties met inheemse zadenmengsels en aanplant van ecologisch verantwoorde bollenvelden.
Particuliere initiatieven wordt gefaciliteerd door groenadoptieplannen, wat leidt tot een natuurlijker aanleg en beheer van openbaar groen. Ook maken we al jaren geen gebruik meer van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en krijgen medewerkers binnen het groenonderhoud scholing over het herkennen van beschermde soorten en de effecten van hun werkzaamheden op beschermde soorten. In het buitengebied zetten we ons in voor kruidenrijke akkerranden en beheren we de bermen ecologisch. Ook zoeken we daar naar kansen voor ecologie, bijvoorbeeld bij onze pachtgronden. We zijn ons bewust van de rol van inwoners bij het versterken van de biodiversiteit. We stimuleren daarom groene inwonersinitiatieven zoals groenadoptie en geveltuintjes. Ook gebruiken we de gemeentelijke kanalen om inwoners te informeren en inspireren over biodiversiteit. De komende jaren willen we meer inzetten op natuureducatie, dat is ook beschreven in het coalitieakkoord. Daarin staat onder andere: “Natuureducatie in zijn meest brede zin hoort wat ons betreft bij de taken van een gemeente die natuurwaarden, duurzaamheid en burgerschap stimuleert.” 9.1.7
Wat vinden de inwoners van de gemeente Zutphen van biodiversiteit?
Bij het opstellen van dit biodiversiteitsplan (en straks bij de diverse uitwerkingen) hebben we gebruik gemaakt van de lokale kennis die al in de gemeente Zutphen aanwezig is. Met een online enquête zijn de voornaamste belangenverenigingen binnen de gemeente Zutphen benaderd om mee te lezen met informatie over de natuur in diverse deelgebieden van de gemeente. Ook hebben wij hen gevraagd aanvullingen te leveren op het biodiversiteitsplan in zijn geheel. Daarnaast is de Zutphense en Warnsveldse bevolking via de panelleden van “Zutphen spreekt” bevraagd naar hun mening over de biodiversiteit binnen de gemeente Zutphen.
Pagina 29 van 55
De resultaten van de consultaties zijn meegewogen in de politieke besluitvorming om te komen tot een gedegen visie op het beleid ten aanzien van het behoud, versterking en stimuleren van biodiversiteit binnen de gemeente Zutphen. De resultaten van de enquête onder de panelleden van de gemeente Zutphen laten zien dat er veel draagvlak is als het gaat om biodiversiteit in de directe woonomgeving. Zo geeft 80% van de ondervraagden aan rekening te willen houden met diersoorten bij het uitvoeren van werkzaamheden en vindt meer dan 90% ecologische waarden zeer belangrijk tot belangrijk. Ook de bereidheid om zelf de handen uit de mouwen te steken bij onderhoud aan de natuur is groot, 52% is hiertoe bereid, waarvan 12% op structurele basis. Belangrijk om op te merken is dat de grootste respons op de enquête vanuit de leeftijdsgroep boven de 45 jaar is. Dat is eigenlijk altijd het geval bij zulke onderzoeken, dus dat ligt niet aan het onderwerp. Wel kunnen de statistieken daardoor niet helemaal representatief zijn voor de gehele bevolking van de gemeente Zutphen. Een samenvatting van de resultaten van de enquête staat in bijlage 9.5. 9.1.8 9.1.8.1
Samenhang met andere beleidsterreinen, richtlijnen en wetgeving Gemeente Zutphen
In 2018 is een natuurvisie voor de gemeente Zutphen opgesteld. Dit is gedaan in samenspraak met betrokken inwoners. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van de natuurvisie besloten om de ambitie voor behoud en ontwikkeling van de natuur nader uit te werken in een biodiversiteitsplan. In 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders de Leidraad bestendige beheer en onderhoud groenvoorzieningen vastgesteld. Deze leidraad volgt uit de ‘Gedragscode bestendig beheer en onderhoud Groenvoorzieningen’. Het doel van deze leidraad is dat een ieder die werkzaam is in en/of betrokken is bij het gemeentelijke groenbeheer in de gemeente Zutphen, zodanig praktisch te werk kan gaan op een manier waarbij geen hinder of schade ontstaat aan de huidige voorkomende flora en fauna. Deze doelstelling wordt bereikt doordat de leidraad een handleiding vormt voor de uitvoerders in de gemeente om in de praktijk te voldoen aan de richtlijnen van de gedragscodes. Biodiversiteit heeft raakvlakken met veel overige thema’s binnen de ruimtelijke ordening. Klimaatadaptie heeft vanuit het bevorderen van schaduw, het verminderen van “verstening” en het vasthouden van water ook positieve effecten voor de biodiversiteit en vice versa.
Deze ambities zijn inmiddels uitgewerkt in de doelstellingen genoemd in Zutphen een prettig klimaat; het realiseren van een aantrekkelijk(er) en klimaatbestendig vestigings- en verblijfsklimaat voor bedrijven, bewoners en bezoekers in de gemeente Zutphen. We koppelen de kansen om zodoende voor alle thema’s tot verbetering van de uitgangssituatie te komen. Ook in de deelprojecten Vesting van de toekomst en Zutphen stroomt vormt biodiversiteit een thema. Beide documenten beschrijven een visie en ambitie voor de toekomst waarin de visie uit het biodiversiteitsplan informatie biedt om tot afgewogen keuzes tussen thema’s te komen.
Pagina 30 van 55
9.1.8.2
Zutphense en Warnsveldse samenleving
Binnen de gemeente zijn talloze inwoners en groepen actief op het gebied van biodiversiteit. Zij maken geen eigen wetgeving, maar hebben wel kennis van zaken om tips of adviezen te bieden. Daar maken we al dankbaar gebruik van en zullen dat ook graag blijven doen. 9.1.8.3
Provincie Gelderland
In het natuurpact en het natuurakkoord staat dat de provincie(s) verantwoordelijk zijn voor de invulling en de uitvoering van het natuurbeleid. De Gelderse natuur wordt beschermd door de regels van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening die voortvloeit uit de omgevingsvisie. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in Nederland in het wild voorkomende soorten (voorheen Flora- en faunawet, zie hieronder bij Nederland) en de Natura 2000-gebieden (voorheen Natuurbeschermingswet, zie bij Europa). Hoewel bij ruimtelijke ontwikkelingen de Wet natuurbescherming een belangrijk instrument is, waarbij de voorgenomen ingrepen worden getoetst aan de verbodsbepalingen uit de wet, richt het zich niet op behoud van de totale biodiversiteit. De PAS regelde tot 29 mei 2019 de stikstofreductie, het versterking van de natuur en het mogelijk maken van economische ontwikkeling in de Natura 2000-gebieden. De Raad van State heeft deze regeling ongeldig verklaard. De overheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof, ten tijde van dit schrijven zijn de gesprekken daarover nog gaande. Met hun ambitiedocument Natuur geeft de provincie invulling aan de verandering naar een meer natuurinclusieve samenleving en de extra inzet die daarvoor nodig is. Op basis van vier ambities geven zij aan te werken aan de veelzijdige natuur die Gelderland rijk is. 1. 2. 3. 4.
Mensen dichter bij de natuur brengen Natuurinclusief werken is de norm Natuur en klimaat: logische partners Meer variatie in planten en dieren genereren (biodiversiteit)
De provincie verwacht met het realiseren van deze ambities ook de samenwerking met de gemeenten. Het ambitiedocument Natuur vormde tevens de bouwsteen voor de actualisatie van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. In deze visie geven zij met behulp van zeven ambities op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat richting aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Ten aanzien van biodiversiteit wil Gelderland onder andere dat het in 2050 goed gaat met de biodiversiteit, dat er natuurinclusief wordt gewerkt. En dat de biodiversiteit overal waar mogelijk wordt versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden, zoals in de stedelijke gebieden. In de omgevingsverordening zijn de regels vastgelegd ter bescherming van de natuur, het Gelders Natuurnetwerk, waarvan de Natura 2000-gebieden deel uitmaken en ontwikkelingsmogelijkheden van het Gelders Natuurnetwerk, genaamd Groene Ontwikkelingszones (GO).
Pagina 31 van 55
De provincie Gelderland beschrijft in hun Natuurbeheerplan wat de huidige en de gewenste beheerdoelen zijn voor de Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuur Netwerk (GNN), agrarische gebieden met natuurwaarden en agrarische gebieden met waterdoelen. In dit plan begrenst en beschrijft de provincie de gebieden waar subsidiëring van beheer en ontwikkeling van natuur, natuurbeheer, agrarisch natuur-, landschaps-, en waterbeheer en beheer van landschapselementen kan plaatsvinden. De begrenzing is aangeduid op vier kaarten: de beheertypenkaart, ambitiekaart, de leefgebieden agrarisch natuurbeheer en de kaart zoekgebied water en bodem. De provincie past dit plan jaarlijks aan. 9.1.8.4
Nederland
De invulling en uitvoering van de Wet Natuurbescherming (een samenvoeging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet), is middels het natuurpact en het Bestuursakkoord natuur gedecentraliseerd naar de provincies. Het Rijk heeft daar geen rol meer in. Wel investeert het Rijk samen met provincies in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische HoofdStructuur EHS). Dit is het netwerk van bestaande en toekomstige natuurgebieden waaronder ook de Natura 2000-gebieden. In de provincie Gelderland is dit netwerk overgenomen in het Gelders natuurnetwerk (GNN). Op 1 januari 2024 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt straks de richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. De regels blijven hetzelfde dan in de huidige wetgeving. De wet beschrijft onder meer het volgende: • regels voor overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers over hoe zij om moeten gaan met de natuur (zorgplicht); • maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen om de natuur te beschermen; • specifieke onderwerpen, zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren; • regels over hoe overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers om moeten gaan met niet-inheemse dieren en planten.
Met de Natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) wordt de beweging voortgezet die met de natuurvisie ‘Natuurlijk verder’ (2014) gestart is. Het natuurbeleid wordt verbreed en verbonden met de grote maatschappelijke opgaven van dit moment, zoals kringlooplandbouw, de energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder stikstofuitstoot. De Rijksoverheid wil de Nederlandse natuur behouden en versterken. En de verschillende plant- en diersoorten (biodiversiteit) behouden. Verschillende ministeries ontwikkelen hiervoor natuurbeleid. Door de algehele achteruitgang van de biodiversiteit richt het Rijksnatuurbeleid zich niet meer alleen op natuurbehoud in aangewezen natuurgebieden, maar ook op natuur in stad dorp. Er moet meer natuur in steden en stedelijke gebieden komen. Groen in de gebouwde omgeving draagt bij aan voorkomen of mitigeren van de problemen veroorzaakt door klimaatveranderingen, zoals overlast van water en hitte. Een groene omgeving helpt bovendien bij het behoud en herstel van biodiversiteit. Ook in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die is ontwikkeld in nauwe samenwerking met overheden en maatschappelijk partijen is veel aandacht voor de bevordering van natuur en biodiversiteit in stad
Pagina 32 van 55
en dorp. Bijvoorbeeld met groene daken, speciale dakpannen waarin vogels kunnen nestelen of nestkasten voor vleermuizen. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt.
9.1.8.5
Landelijke maatschappelijke beweging
In het eerder genoemde Deltaplan biodiversiteitsherstel heeft een brede maatschappelijke beweging haar aanpak voor natuurherstel in Nederland gepresenteerd. De deelnemers zijn kennisinstituten, landbouwvertegenwoordigers, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties, (semi-)overheden en een bank. Door een betere samenwerking en het stimuleren en waarderen van grondgebruikers werken zij aan het “samen natuurverlies ombuigen naar herstel”. De doelstellingen voor natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte zijn: •
•
•
9.1.8.6
Door het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied voor planten en dieren en gebiedsgerichte samenwerking zijn in 2030 natuurgebieden effectief met elkaar verbonden en kunnen ze optimaal worden beheerd. Door het stimuleren van nuttige insecten en een vruchtbare bodem, het creëren van gunstige leefomstandigheden voor wilde dieren en planten op boerenland en het regionaal sluiten van kringlopen krijgt biodiversiteit op boerenland meer ruimte. Door de natuurvriendelijke inrichting van bermen, dijken, bedrijventerreinen en ander openbaar groen ontstaat een fijnmazig netwerk waar wilde dieren en planten kunnen floreren.
Europa
Een netwerk van natuurgebieden met Europese bescherming bestaat onder de naam Natura 2000. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De gebieden die hiervoor zijn aangewezen staan in de: • Europese Vogelrichtlijn (beschermingsgebieden voor vogels); • Habitatrichtlijn (bescherming natuurgebieden). In de gemeente Zutphen gelden de IJsseluiterwaarden (de Stokebrandsweerd en Tichelbeeksewaard) als waardevol natuurgebied. Zij zijn onderdeel van Natura 2000. In Nederland zijn de internationale verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn vanaf 1 januari 2017 verwerkt in de Wet natuurbescherming. Dat gaat per 1 januari 2024 over in de Omgevingswet. De Kaderrichtlijn Water is opgesteld om de waterkwaliteit in Europa te verbeteren. De richtlijn is sinds 2000 van kracht. In de richtlijn staan afspraken die ervoor moeten zorgen dat uiterlijk in 2027 het water in alle Europese landen voldoende schoon en gezond is.
9.1.8.7
Wereld
Internationaal zijn er afspraken tussen landen over het behoud en duurzaam gebruik van planten, dieren en micro-organismen. De belangrijkste afspraken staan in het Biodiversiteitsverdrag (CBD). Regelmatig vinden nieuwe conferenties plaats binnen het platform om regels en doelen aan te
Pagina 33 van 55
scherpen. Dit platform richt zich op alle plaatsen om de biodiversiteit te ondersteunen, juist ook de bodem en water. Het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) is een internationale overeenkomst, die in 1974 werd gesloten. Het doel van het CITES-verdrag is het uitsterven van dier- en plantensoorten als gevolg van de handel in de soorten te voorkomen.
Pagina 34 van 55
9.2
Basiskwaliteit natuur
Bron: Vogelbescherming Nederland
Pagina 35 van 55
Bron: Vogelbescherming Nederland
Pagina 36 van 55
Bron: Vogelbescherming Nederland
Pagina 37 van 55
9.3
Risico per beheergroep en –activiteit
Beheergroep Zutphen
Activiteit
Beheergroep Gedragscode BB
Risicoperiode
Soortgroep
Risico
Hakhout
Snoeien langs paden
3
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Planten, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
2
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Planten, Vleermuizen, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
2
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Planten, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
3
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders,
Verstoring, Doden
Afvoer Snoeihout Uitmaaien Afvoeren maaisel Papier prikken Afzetten/verjongen Oprillen/afvoeren snoeihout
Bos
Snoeien langs paden Afvoer snoeihout Inboet lichte/middz. grond Papier prikken Afzetten/verjongen Oprillen/afvoer snoeihout
Bosje
Snoeien langs paden Afvoer snoeihout Afzetten/verjongen Oprillen/afvoer snoeihout Papier prikken
Open struweel
Snoeien langs paden
Pagina 38 van 55
Afvoer snoeihout
Planten, Zoogdieren, Reptielen
Uitmaaien Uitharken maaisel Afvoeren maaisel Inboet Afzetten/verjongen Versnipperen Afvoer snippers Plukken onkruiden incidenteel Papier prikken
Gesloten struweel
Snoeien langs paden
3
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Planten, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
3
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Planten, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
Afvoer snoeihout Uitmaaien Uitharken maaisel Afvoeren maaisel Papier prikken Afzetten/verjongen Afvoer papier naar container
Bosplantsoen smal
Snoeien langs paden elektrisch Afvoer snoeisel Plukken onkruiden incidenteel Rooien voor herplant Afvoer gerooid materiaal
Pagina 39 van 55
Inboet lichte/middelzware grond Versnipperen langs paden Afvoer snippers Uitmaaien Uitharken maaisel Afvoeren maaisel Afzetten/verjongen Papier prikken
Heesters
Wintersnoei
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren
Verstoring, Doden
Afvoer takhout Snoeien langs paden Afvoer snoeisel Onkruid plukken Afvoeren onkruiden Inboeten lichte grond Papier prikken
Maaibare heesters
Verlagen heesters Snoeien langs paden Afvoer snippers Plukken onkruiden incidenteel Afvoeren onkruiden Inboeten lichte grond
Pagina 40 van 55
Papier prikken
Bodembedekkers
Verlagen bodembedekkers
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
Verzamelen en laden Onkruid plukken Afvoeren onkruiden Inboeten lichte grond Papier prikken
Bodem vaste planten
Afvoeren onkruiden Onkruid plukken Inboeten kluitgoed Papier prikken
Botanische rozen
Snoeien botanische rozen Verzamelen en laden Inboeten lichte grond Onkruid plukken Afvoeren onkruiden Papier prikken
Heesterrozen
Wintersnoei Afvoer snoeihout Mechanisch onkruidbestrijden Afvoeren onkruiden
Pagina 41 van 55
Papier prikken Inboeten lichte grond
Sierbeplanting
Planten rooien
4
maart – augustus
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
Planten
4
15 maart – 15 juli
Vogels, Bodembroeders, Zoogdieren, Reptielen
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
4
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
4
Maart – Augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
4
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Afvoeren onkruiden Mechanisch onkruidbestrijden Afknippen Papier prikken Inboeten kluitgoed
Losse haag
Afzetten Inboet hagen Afvoeren Schoonmaken haagvoet Papier prikken
Geschoren haag 1+2
Knippen hagen Afvoeren knipsel Inboet hagen Schoonmaken haagvoet Afvoeren onkruiden
Klimplanten
Snoeien Afvoeren snoeihout
Pagina 42 van 55
Aanbinden Onkruidvrij houden
4
Maart – Augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
6
Geen
Geen
Geen
6
Januari – augustus / November – december
Amfibiën
Aandacht voor migratie
6
Geen
Geen
Geen
6
Gehele jaar
Kleine zoogdieren, reptielen
Verstoring, Doden
Geen
Geen
Geen
Afvoeren onkruiden
Gazon
Terrein afzoeken op stenen Maaien Herstel grasmat (inzaaien) Bijmaaien rond obstakels Mulchen voor blad op gazon Papier prikken Kantsteken
Wadi
Maaien Maaien met bosmaaier Blad verwijderen (vegen, harken, laden) Papier prikken
Gras sportveld
Maaien oppervlak Bestrijding onkruiden, ongedierte en ziekten Drainagesysteem doorspuiten
Kunstgrasveld
Alle
Pagina 43 van 55
Atletiekbaan
Alle
Bermgras 1
Berm maaien en opzuigen
Geen
Geen
Geen
5
15 maart – 15 juli + Groei- en bloeiperiode specifieke soorten
Bodembroeders, kleine zoogdieren, amfibieën, standplaats beschermde planten
Verstoring, Doden
5
15 maart – 15 juli + Groei- en bloeiperiode specifieke soorten
Bodembroeders, kleine zoogdieren, amfibieën, standplaats beschermde planten
Verstoring, Doden
5
15 maart – 15 juli + Groei- en bloeiperiode specifieke soorten
Bodembroeders, kleine zoogdieren, amfibieën, standplaats beschermde planten
Verstoring, Doden
Berm maaien Harken Opraapwagen Bijmaaien rond opstakels Papier prikken
Bermgras 2
Berm maaien en opzuigen Berm maaien Harken Opraapwagen Bijmaaien rond opstakels Papier prikken
Talud
Doorzaaien Bezanden in handkracht Slepen Bemesten handmatig Topbeluchten werkbreedte 1 Blad verwijderen blazen Blad verwijderen Inbrengen blad in beplanting
Pagina 44 van 55
Bomen in gazon
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Snoeien laan- en parkbomen
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Steken boomspiegels
1
Geen
Geen
Geen
Onkruidvrij houden boomspiegels
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Paal verwijderen
1
Geen
Geen
Geen
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Snoeien laan- en parkbomen
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Bijmaaien boomspiegels
1
Maart – Augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Paal verwijderen
1
Geen
Geen
Geen
Sleuf graven + watergeven boom
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Geen
Geen
Geen
Frezen stobbe Inboet boom Bemesten kunstmest
Bomen in berm
Frezen stobbe Inboet boom Bemesten kunstmest
Bomen in beplanting
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Snoeien laan- en parkbomen
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Paal verwijderen
1
Geen
Geen
Geen
Sleuf graven +
1
Maart –
Kleine
Verstoring,
Pagina 45 van 55
watergeven boom
augustus
zoogdieren
Doden
1
Geen
Geen
Geen
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Snoeien laan- en parkbomen
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Paal verwijderen
1
Geen
Geen
Geen
Sleuf graven + watergeven boom
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Bemesten kunstmest
1
Geen
Geen
Geen
Boomspiegels onkruid verwijderen
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Verwijderen opschot en laaghangende takken
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Bijmaaien boomspiegels
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Knotten wilg
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Versnipperen snoeihout
1
Geen
Geen
Geen
Verwijderen opschot en laaghangende takken
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Afvoer snoeihout
1
Geen
Geen
Geen
Bijmaaien boomspiegels
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Bemesten kunstmest Inboet boom
Bomen in verharding
Knotboom
Afvoer snippers
Pagina 46 van 55
Leibomen
Wisselbakken
Algemene boomcontrole
1
Geen
Geen
Geen
Snoeien
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Afvoeren vrijkomend materiaal
1
Geen
Geen
Geen
Aanbinden
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Boomspiegel onkruid verwijderen
1
Geen
Geen
Geen
Bijmaaien boomspiegels
1
Maart – augustus
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Onderhoud frame
1
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Watergeven bloembakken
6
Geen
Geen
Geen
Inboeten potplanten
6
15 maart – 15 juli
Bodembroeders, kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Berm maaien
5
15 maart – 15 juli + Groei- en bloeiperiode specifieke soorten
Bodembroeders, kleine zoogdieren, amfibieën, standplaats beschermde planten
Verstoring, Doden
7
Maart – augustus
Vaatplanten, vissen,
Verstoring, Doden
Bemesten organische mengmest spreiden Afknippen, verzamelen, laden
Kruidenvegetatie
Verzamelen gras Bijmaaien rond obstakels Afvoeren gras opraapwagen Papier prikken
Watergang droog
Maaien/korven
Pagina 47 van 55
Maaien talud vingerbalk
amfibieën, broedende watervogels
Afvoeren maaisel Maaien rond obstakels Snoeien opslag
7
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
7
Maart – augustus
Vaatplanten, vissen, amfibieën, broedende watervogels
Verstoring, Doden
7
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
7
15 maart – 15 juli
Broedvogels
Verstoring, Doden
Afvoer vrijkomend materiaal
Watergang nat
Maaien/korven Maaien talud vingerbalk Afvoeren maaisel Maaien rond obstakels Snoeien opslag Afvoer vrijkomend materiaal Beschoeiing
Helofytenfilter Warnsveld
Uitmaaien vingerbalk
Hekwerken
Tuinmuurtjes, stenen vastzetten
Hele jaar
Vaatplanten
Verstoring, Doden
Wildroosters / raster / spiegels
Hele jaar
Kleine zoogdieren
Verstoring, Doden
Schanskorven repareren
Hele jaar
Vaatplanten
Verstoring, Doden
Pagina 48 van 55
9.4
Opzet puntensysteem natuurinclusief werken
Een puntensysteem voor natuurinclusief werken vraagt uitwerking op verschillende punten. Hieronder maken we een begin met de richting van het systeem. Deze informatie dient vooral om een beeld te geven wat een puntensysteem inhoudt en welke richting we er ongeveer me op willen. Gedetailleerde uitwerking volgt na vaststelling van het biodiversiteitsplan. 9.4.1 Het definiëren van ruimtelijke ontwikkelingen qua type en schaalgrootte Ontwikkelingen zijn lastig in te delen op basis van type of schaalgrootte, maar dat is wel noodzakelijk. De maatregelen die bij ontwikkelingen worden gevraagd (gerichte bijdrage aan de lokale biodiversiteit) moeten in verhouding staan tot de schaal van de ontwikkelingen, het ruimtebeslag en de financiële mogelijkheden. Globaal maken we een eerste indeling op basis van het investeringsbedrag. • Kleinschalige particuliere ontwikkelingen (< € 200.000,-) bijvoorbeeld een uitbouw of na-isolatie; • Kleinschalige projecten (€ 200.000,- – € 500.000,-) bijvoorbeeld het oprichten van één woning; • Middelgrote projecten (€ 500.000,- - € 1.000.000,-) bijvoorbeeld het aanpassen van een rijbaanprofiel; • Grootschalige projecten (> € 1.000.000,-) bijvoorbeeld het oprichten van een nieuwe woonwijk.
9.4.2 Inzicht in het nut van de ontwikkelingslocatie voor soorten en habitats Het is noodzakelijk om te weten welke soorten en habitats er op een ontwikkellocatie voorkomen, om de werkwijze gericht te kunnen laten plaatsvinden daar waar het de meeste bijdrage levert aan de biodiversiteit. De biodiversiteitskaart geeft per deelgebied inzicht in deze informatie en aanvullend kan op de locatie zelf onderzoek worden gedaan. Dat laatste geldt vooral bij grotere ontwikkelingen. Uiteraard blijft ecologisch onderzoek altijd nodig voor het krijgen van een vergunning voor ontwikkelingen. 9.4.3 De mate waarin de ontwikkeling invloed heeft op de leefbaarheid voor soorten Elk type ontwikkeling is anders door haar schaalgrootte, ruimtebeslag en de locatie waar deze plaatsvindt. Evenals de invloed die een ontwikkeling heeft op de kwaliteit van de functies voor biodiversiteit. Afhankelijk van de invloed zijn meer of minder maatregelen nodig om de biodiversiteit te steunen. Bij een grote invloed (nieuwe woonwijk) zijn meer maatregelen nodig dan een kleine invloed (na-isoleren van één woning). Ook wisselt welke maatregelen geschikt zijn, afhankelijk van de soort ontwikkeling, de schaal en de (mogelijke) functie van de plek voor de biodiversiteit.
Een maatregelentabel met daarin de te nemen maatregelen gerangschikt naar thema’s, zoals bijvoorbeeld bebouwing, natte omgeving, tuinen en erven, groene buitenruimte en verharding, gekoppeld aan de soort of habitat waaraan de maatregel ten gunste komt biedt inzicht in beide elementen. Als er vervolgens een waardering qua schaal en omvang aan de maatregelen wordt gekoppeld kan ecologische sturing plaatvinden. Bijvoorbeeld de waarde van het ophangen van een nestkastje heeft in relatie tot een kleine ontwikkeling meer waarde dan tot een grote ontwikkeling. Zie voorbeeld uitsnede maatregeltabel thema bouwen van de gemeente Ede, dit is puur om een idee te geven hoe een puntensysteem er uit kan zien.
Pagina 49 van 55
Het systeem van Ede werkt aan de hand van een catalogus met meer dan 70 voorbeeldmaatregelen, verdeeld over de thema’s bebouwing, natte omgeving, tuinen en erven, groene buitenruimte en verhardingen.
Pagina 50 van 55
9.4.4 Hoe maatregelen van invloed zijn op het nut van het gebied voor soorten en habitats Door het aantal gevraagde punten te koppelen aan de ontwikkeling qua type en schaalgrootte past de gevraagde inzet bij de beoogde ontwikkeling. Als voorbeeld; een kleinschalige particuliere ontwikkeling kan de invloed op de biodiversiteit met minder maatregelen beïnvloeden dan een grootschalig project. Door een minimum te behalen punten toe te kennen aan verschillende schaalgrootten van ontwikkelingen vindt een evenredige ecologische sturing plaats. Denk bijvoorbeeld aan:
Kleinschalige particuliere ontwikkelingen (< € 200.000,-) Kleinschalige projecten (€ 200.000,- – € 500.000,,-) Middelgrote projecten (€ 500.000,- -€ 1.000.000,-) Grootschalige projecten (> € 1.000.000,-)
minimaal 15 punten minimaal 25 punten minimaal 55 punten minimaal 100 punten
Binnen dit gegeven zijn verschillende ambitieniveaus denkbaar die sturing geven aan deze inzet op tijd, capaciteit en kosten voor alle betrokken partijen. Het betreft de inzet van;
het puntensysteem op basis van indeling in ontwikkelingen qua type en schaalgrootte; het puntensysteem op basis van de omvang van de maatregelen; de werkwijze op basis van vrijwilligheid of verplichting.
Qua ambitieniveaus kunnen we denken aan grofweg drie keuzes: Minimale inzet: alleen vragen wat wettelijk nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming Middenweg: Bij elke ontwikkeling vragen om een extra inspanning zodat de biodiversiteit erop vooruit gaat Maximale inzet: Vragen om een aanpak waarbij natuur altijd lijdend is in het ontwerp De globale werking van een puntensysteem is weergegeven in onderstaande figuur. De verdere uitwerking volgt na vaststelling van dit biodiversiteitsplan.
stap 1: raadpleeg de website met uitleg van het aantal te behalen punten
stap 2:
stap 3:
stap 4:
stap 5
raadpleeg de biodiversiteitskaart, check de natuur in je deelgebied
raadpleeg de maatregelencatalogus voor gebiedsgerichte maatregelen
kies maatregelen en bepaal het totale aantal punten dat te behalen is
beoordeling, eventuele bijsturing en registratie van de maatregelen
Pagina 51 van 55
9.5
Samenvatting online panel “Zutphen spreekt”
Pagina 52 van 55
9.6
Toelichting op budgetten en formatie
9.6.1 Uitvoerbaar binnen beschikbare financiën en formatie De volgende onderdelen zijn te realiseren met de financiële middelen die we op dit moment beschikbaar hebben of die we makkelijk vrij kunnen maken. Ad 0. Basis:
Biodiversiteitskaart
0.0 Basisgegevens op orde Samen met partners in de gemeente stellen we een biodiversiteitskaart op met de belangrijkste groengebieden in Zutphen en Warnsveld, en de ambities voor uitbreiding en groene verbindingen. Ad Spoor 1:
Integraal ruimtelijk beleid
1.1 Omgevingsvisie stedelijk gebied De uitgangspunten uit het biodiversiteitsplan vormen input voor de omgevingsvisie stedelijke gebied. 1.2 Omgevingsvisie landelijk gebied De uitgangspunten uit het biodiversiteitsplan integreren in de visie landelijke gebied na vaststelling van het biodiversiteitsplan door de gemeenteraad. Ad Spoor 2:
Uitwerking in omgevingsplan
2.2 Verbetermaatregelen Met het opstellen van het omgevingsplan formuleren we regels ten gunste van de biodiversiteit die gelden bij nieuwe ontwikkelingen. Het betreft een bijdrage aan verbetering van biodiversiteit als voorwaarde bij de omgevingsvergunning. Die bijdrage is fysiek en er worden geen regels gesteld aan de financiële investering. De aard en hoeveelheid maatregelen die een initiatiefnemer moet treffen worden bepaald door een puntensysteem. 2.4 Tijdelijke natuur We richten ons op voorlichting over en stimulering van het inzetten van braakliggende terreinen voor verbetering van biodiversiteit. De kans bestaat dat op enkele locaties een provinciale ontheffing tijdelijke natuur nodig is. Hiervoor worden kosten (leges) in rekening gebracht maar daarmee is de aanvraag dan expliciet getoetst door het bevoegd gezag. Soms volstaat een melding en het volgen van de Gedragscode tijdelijke natuur. Ad Spoor 3:
beheer en onderhoud
3.1 Verbetermaatregelen
Pagina 53 van 55
Een nog op te stellen beheermaatregelen-catalogus vormt de basis voor het gericht versterken van gebiedsspecifieke natuurwaarden. Ad Spoor 4:
Bewustwording
4.1 Digitaal informatie register Op de gemeentelijke website kunnen inwoners zelf de biodiversiteitskaart inzien, met de bijbehorende factsheets. 4.2 Stimuleren van initiatieven We hebben een actieve rol bij het stimuleren van initiatieven van derde partijen. Zoals het faciliteren van particuliere initiatieven via de groenadoptieplannen. 4.3 Communicatie We ondernemen zelf acties die voor bewustwording en enthousiasme voor de biodiversiteit zorgen.
9.6.2 Niet uitvoerbaar binnen beschikbare financiën en formatie De onderstaande onderdelen zijn niet uitvoerbaar zonder extra formatie en/of middelen. Ad Spoor 2:
Uitwerking in omgevingsplan
2.1 Behoud bestaande waarden Het kan voorkomen dat een gemeentelijk perceel niet volledig ontwikkeld kan worden door aanwezig natuurwaarden. In dat geval neemt de grondprijs van dat perceel uiteraard af. Dat geldt ook voor particulier terrein. Overigens geldt dit nu al door de bescherming vanuit de Wet Natuurbescherming. Om welke waarde dit gaat, hangt van de plekken en situatie af, dat is vooraf niet te zeggen. Dit wordt uitgewerkt in het omgevingsplan. Daar waar er in werkgebieden een opgave is ten aanzien van biodiversiteit worden hier extra regels aan verbonden voor functies en activiteiten Vervolgens kan bij vergunningverlening worden gezorgd dat deze voorwaarden als voorwaardelijke verplichting in de omgevingsvergunning komt. Door het toepassen van deze voorwaarden in de juridische instrumenten, is de bestuursrechtelijke koppeling gelegd en bestaat de mogelijkheid tot handhaving. 2.3 Uitvoeringsmaatregelen Aanvragers van een omgevingsvergunning moeten naast de regels uit de Wet Natuurbescherming maatregelen treffen die een extra bijdrage leveren aan de biodiversiteit. We toetsen de maatregelen aan een nog op te stellen puntensysteem. Dit vraagt om extra
Pagina 54 van 55
inzet voor toetsing en advies binnen de procedure van een omgevingsvergunning (advisering en toetsingskader). Het zal waarschijnlijk om maximaal 0.5 fte gaan, mogelijk minder. Wanneer dit gaat spelen vragen we dit budget aan via de Voorjaarsnota. Dat zal in 2024 of later zijn. Spoor 3:
beheer en onderhoud
3.2 Uitvoeringsmaatregelen Aan het gebiedsgericht beheer en onderhoud en het aanscherpen van het ecologisch maaibeheer zijn kosten verbonden die niet binnen het reguliere onderhoudsbudget passen. Het aanscherpen van het ecologisch maaibeheer vraagt een investering in nieuw materieel. Daarnaast vergt dit maaibeheer de inzet van extra werkgangen en het opleiden van mensen en wijzigingen in de werkwijze. Het beheer van de overige openbare ruimte is geregeld via groenbestekken op basis waarvan aannemers het werk uitvoeren. Hierin bestaat de mogelijkheid meer gericht ecologisch beheer in te voeren via de voorgestelde maatregelentabel. In de gemeente Zutphen beheert de gemeentelijke organisatie in totaal 346 hectare openbaar groen binnen de bebouwde kom. Het invoeren van de gebiedsspecifieke werkzaamheden kost meer dan het beheer voorheen deed. Deze kostenverhoging komt naast het eerder genoemde aanscherpen van het ecologisch maaibeheer ook door het omvormen van de bestaande openbare groenvlakken en verharde vlakken naar meer en diverser groen. Willen we ons bermbeheer gericht versterken op gebiedsspecifieke natuurwaarden dan vraagt dat extra investeringskosten op het gebied van materieel, opleidingen van mensen en een wijziging in de werkwijze (bijvoorbeeld hooiland). De extra kosten zijn geraamd op een incidentele bijdrage van € 11.500,-. voor de aanschaf van nieuw materieel.
De structurele kosten zijn geraamd op € 1.000,- per jaar voor het opleiden van mensen en wijzigingen in de werkwijze. Het beheer van de overige openbare ruimte is geregeld via groenbestekken op basis waarvan aannemers het werk uitvoeren. Hierin bestaat de mogelijkheid meer gericht ecologisch beheer in te voeren via de voorgestelde maatregelentabel. Het invoeren van gebiedsspecifieke werkzaamheden werkt kostenverhogend. De structurele kosten zijn geraamd op € 1.250,- per hectare. Het totale oppervlak openbaar groen van de gemeente Zutphen is ongeveer 322 ha. Kiezen we ervoor om een kwart van het groen dat nu regulier beheerd wordt ecologisch te gaan beheren, dan kost dat rond €100.000 extra per jaar. De eerste jaren zullen we langzaam het oppervlak ecologisch beheerd groen uitbreiden, zodat die jaren de extra beheerskosten lager zijn dan het uiteindelijke bedrag. De extra kosten voor de uitvoering passen niet binnen de huidige budgetten en zullen dus extra aangevuld moeten worden. Daarvoor maken we een afweging bij de Voorjaarsnota 2023. Afhankelijk daarvan zetten we vol in op biodiversiteit, of stellen we onze ambities op het gebied van beheer bij.
Pagina 55 van 55