CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

524738 - Bijlage 1 - Biodiversiteitsplan Zutphen 2023

Raadsvergadering 26 februari 2024, gemeente ZutphenBij agendapunt: Biodiversiteitsplan Zutphen 202313.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Biodiversiteitsplan Gemeente Zutphen 2023

1

INLEIDING................................................................................................................................................................... 2

2

WAT IS BIODIVERSITEIT EN WAAROM IS HET ZO BELANGRIJK ? ........................................................................ 3

3

WAT IS DE REIKWIJDTE EN HET DOEL VAN HET BELEIDSKADER? ..................................................................... 5 3.1 3.2 3.3

4

VISIE, MISSIE EN AMBITIE ........................................................................................................................................ 9 4.1 4.2 4.3

5

Acteren op basis van bestaande (en potentiele) waardes ...............................................................................11 Stellen van gebiedsgerichte doelen: behoud, versterken, stimuleren, koppelen ..............................................12 Meetbare doelen stellen .................................................................................................................................12

VOORSTEL TOT UITWERKING.................................................................................................................................13 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Visie ................................................................................................................................................................ 9 Missie .............................................................................................................................................................. 9 Ambitie ...........................................................................................................................................................10

STRATEGIE (DIT IS ONZE AANPAK) ........................................................................................................................11 5.1 5.2 5.3

6

Invulling behoud biodiversiteit door Natuurwetgeving ...................................................................................... 5 De natuurambities vanuit de hogere overheden vragen uitwerking op gemeentelijk schaalniveau ................... 6 Nadere uitwerking in gemeentelijk beleid ......................................................................................................... 8

Integraal ruimtelijk beleid ................................................................................................................................14 Uitwerking in omgevingsplan ..........................................................................................................................15 Beheer en onderhoud .....................................................................................................................................17 Bewustwording ...............................................................................................................................................18

REALISATIE EN DOORWERKING .............................................................................................................................19 7.1 7.2

Inleiding..........................................................................................................................................................19 Uitvoeringsprogramma ...................................................................................................................................19

8

CONCLUSIE...............................................................................................................................................................22

9

BIJLAGEN ..................................................................................................................................................................23 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Inhoudelijke informatie biodiversiteit ...............................................................................................................23 Basiskwaliteit natuur .......................................................................................................................................35 Risico per beheergroep en –activiteit ..............................................................................................................38 Opzet puntensysteem natuurinclusief werken .................................................................................................49 Samenvatting online panel “Zutphen spreekt”.................................................................................................52 Toelichting op budgetten en formatie ..............................................................................................................53

Pagina 1 van 55

1

INLEIDING

De biodiversiteit neemt steeds verder af, terwijl we het meer nodig hebben dan ooit. Ook in de gemeente Zutphen moeten we ons steentje bijdragen aan een gezonde, groene wereld. Dat doen we voor het algehele welzijn, regionaal, landelijk en globaal, maar ook om onze gemeente zelf leefbaar te houden voor iedereen die daar woont, werkt en recreëert. In het plan dat voor u ligt, leggen we uit wat biodiversiteit is en waarom het belangrijk is. Daarna gaan we in op onze eigen visie en ambities. Uiteindelijk geven we aan welke vervolgstappen we nemen om de gemeente Zutphen biodiverser, groener en gezonder te maken. Begrippenlijstje -

Biodiversiteit: De veelheid aan soorten in een gebied: planten, dieren, schimmels en overige levende wezens. Natuurinclusief: Meenemen van natuur in een ontwerp of plan. Dat kunnen (ingebouwde) nestkasten of groendaken zijn, maar slaat ook op de directe omgeving van een gebouw. Habitat: Leefgebied van één of meer soorten, heeft bepaalde eigenschappen die het geschikt maken voor die soort(en). Ecosysteem: Samenhangend geheel van een gebied met alle soorten die daar leven, veel soorten zijn direct of indirect met elkaar verbonden.

Pagina 2 van 55

2

WAT IS BIODIVERSITEIT EN WAAROM IS HET ZO BELANGRIJK ?

De term biodiversiteit kan het meest eenvoudig worden omschreven als “de verscheidenheid aan soorten”. Deze afwisseling in soorten ontstaat door de grote verscheidenheid in omstandigheden op aarde: verschillen in klimaat, bodem, water en landgebruik maken dat soorten zich moeten aanpassen. Er zijn bijvoorbeeld plantensoorten die zich helemaal hebben aangepast aan het leven op hele droge en arme zandgronden. Andere soorten gedijen juist heel goed op voedselrijke grond, of kunnen goed tegen “natte voeten”. Insecten passen zich vaak weer aan op het leven op specifieke plantensoorten. Bepaalde vogelsoorten hebben zich gespecialiseerd in het vangen van bepaalde insecten enzovoorts. Het belang van biodiversiteit wordt vaak uitgelegd aan de hand van “producten” en “diensten” die dit voor de mens oplevert zoals hout, medicijnen, voedsel, schoon drinkwater, stabiel klimaat en dergelijke. Omdat veel van deze “diensten” betrekking hebben op processen die op grote schaal spelen, lijkt het voor veel mensen wellicht een “ver van mijn bed show”. Het belang van variatie speelt echter wel degelijk een rol in de directe leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan het plezier dat we in onze vrije tijd ervaren, als we door een bos wandelen. Ziet u liever één boomsoort van één en dezelfde leeftijd, of juist een afwisselend bos? Of aan de schone lucht die we graag inademen.

Een bos met eenzijdige opbouw in leeftijd en soorten levert maar beperkte voedsel- en voortplantingsmogelijkheden voor soorten. Net zoals bij ons mensen een eenzijdig dieet niet gezond is, is een ecosysteem sterker met meer variatie.

Iedereen weet dat we een gevarieerd dieet nodig hebben om gezond te blijven. De processen die zich in ons lichaam afspelen en er voor zorgen dat alle organen goed blijven functioneren zijn te vergelijken met biodiversiteit. Het is een systeem dat onderling verbonden is en het één kan niet los functioneren van het andere. Een éénzijdig dieet lijdt tot allerlei complicaties. Dit geldt ook voor het functioneren van al het leven op aarde. Als omstandigheden veranderen (denk bijvoorbeeld aan klimaatverandering of de introductie van nieuwe soorten in een gebied) dan is er bij een grote variatie aan soorten voldoende veerkracht in het systeem om zich aan te passen. Denk bijvoorbeeld aan ziekten en plagen. In de landbouw kunnen die erg lastig zijn, maar ook in onze eigen leefomgeving. Wie kent immers inmiddels de eikenprocessierups niet? Die soort kan zich door het veranderende klimaat succesvoller voorplanten in Nederland dan vroeger en kan zich gemakkelijk verspreiden door een gebrek aan natuurlijke vijanden en een onafgebroken aanbod aan (aangeplante) eiken. In een meer biodiverse omgeving krijgt de rups minder makkelijk voet aan de grond. Biodiversiteit heeft dus een temperend effect op plagen. Op diezelfde manier zijn er nog veel meer voordelen te noemen van een gezond, biodivers ecosysteem, bijvoorbeeld als een soort plaatselijk uitsterft doordat hij een

Pagina 3 van 55

warmer klimaat niet aan kan en er een aantal andere soorten aanwezig zijn die in het ontstane gat kunnen springen. Net als hierboven wordt het belang van biodiversiteit vaak beschreven aan de hand van de voordelen die het voor de mens heeft. Het heeft echter ook waarde voor de andere levende wezens om ons heen, en een intrinsieke waarde; gevarieerd eten is nu eenmaal ook lekkerder. Die intrinsieke waarde is moeilijker weer te geven in getallen of feiten, en het verschilt van persoon tot persoon hoe sterk je die waarde ziet. Toch moeten we ook de intrinsieke waarde niet vergeten of onderschatten. Zonder dat hij expliciet wordt genoemd, telt dus ook de intrinsieke waarde mee in de maatregelen die we voorstellen. In bijlage 9.1 gaan we verder in op de staat van de biodiversiteit, wat we er al aan doen in de gemeente Zutphen en wat onze inwoners vinden. Omdat we in dit document vooral richten op de weg vooruit, focussen we nu op de visie, missie en aanpak.

Een gevarieerd dieet is te vergelijken met een variatie aan soorten in de natuur. Het zorgt voor groei en weerstand tegen ziektes.

Plaagsoorten Natuurlijk is niet alle natuur even handig voor de mens. Terwijl veel soorten bijdragen aan een fijne leefomgeving, zijn er een paar die soms voor lastige situaties zorgen. Denk daarbij aan wolven, ganzen of roeken. Ook in die gevallen zal een stevige basis qua biodiversiteit al helpen. Verder kijken we per soort wat de beste aanpak is. Daarvoor volgt later in 2023 een herziene versie van het document “lust, last en overlast”.

Pagina 4 van 55

3

WAT IS DE REIKWIJDTE EN HET DOEL VAN HET BELEIDSKADER?

Voor het schrijven van dit biodiversiteitsplan hadden we geen specifiek beleid ten aanzien van het behoud van biodiversiteit. Wel is in 2018 een natuurvisie voor de gemeente Zutphen opgesteld. Dit is gedaan in samenspraak met betrokken inwoners. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van de natuurvisie besloten om de ambitie ten aanzien van behoud en ontwikkeling van de natuur nader uit te werken in een biodiversiteitsplan. Doel van dit beleidskader is om hier nader invulling aan te geven om de volgende redenen: 1. 2. 3. 4.

3.1

De natuurwetgeving geeft onvoldoende invulling aan het behoud van biodiversiteit op gemeentelijk schaalniveau; De natuurambities vanuit de hogere overheden vragen uitwerking op gemeentelijk schaalniveau; In de Nationale Omgevingsvisie- en omgevingswet wordt meer aandacht gevraagd voor biodiversiteit; Het college van Burgemeester en Wethouders heeft ambities voor natuur en biodiversiteit, te vinden in het coalitieakkoord Natuurlijk betrokken, gelijk vooruit. Die vragen verdere uitwerking.

Invulling behoud biodiversiteit door Natuurwetgeving

De natuurwetgeving, vastgelegd in de Wet natuurbescherming gebaseerd op Europese richtlijnen, ligt bij de Rijksoverheid. Zij heeft de uitvoering ervan neergelegd bij de Provincie(s). De natuurwetgeving biedt bescherming op onderstaande punten. Verdere uitwerking van de wetgeving en kaders op provinciaal niveau of daarboven staat in bijlage 9.1.8 a. Soorten: De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in Nederland in het wild voorkomende soorten (voorheen Flora- en faunawet). Hoewel bij ruimtelijke ontwikkelingen de Wet natuurbescherming een belangrijk instrument is, waarbij de voorgenomen ingrepen worden getoetst aan de verbodsbepalingen uit de wet, richt de wet zich vooral op een aantal bepaalde soorten en in mindere mate op biodiversiteit in brede zin. b. Gebieden: De Wet natuurbescherming regelt ook de bescherming van de Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) en het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Binnen de gemeente Zutphen liggen die gebieden aan de rand van stad en dorp. Ze worden door veel mensen gebruikt om te wandelen of de hond uit te laten. Dat levert lastige vraagstukken op. •

De Natura 2000-gebieden; in gemeente Zutphen zijn de IJsseluiterwaarden (de Stokebrandsweerd en Tichelbeeksewaard) waardevol natuurgebied in de zin van Natura 2000. Hiervoor gelden instandhoudingsdoelstelling die zijn vastgelegd in de wet waar het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een onderdeel van uitmaakte. De PAS regelde tot 29 mei 2019 de stikstofreductie, het versterken van de natuur en het mogelijk maken van economische ontwikkeling in de Natura 2000-gebieden. De Raad van State heeft deze regeling ongeldig verklaard. Op het moment van schrijven werkt de overheid aan een nieuwe aanpak stikstof.

Pagina 5 van 55

•

Het Gelders Natuurnetwerk: In de gemeente Zutphen gelegen in een deel van het buitengebied en beschermd via de regels in de omgevingsverordening gebaseerd op de uitgangspunten uit de omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

Gebieden waar de functie “natuur” beschermd is volgens de omgevingsverordening van de provincie Gelderland (Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene ontwikkelingszone (lichtgroen)).

3.2

De natuurambities vanuit de hogere overheden vragen uitwerking op gemeentelijk schaalniveau

a. Rijksambitie: Met de Natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) wordt de beweging voortgezet die met de natuurvisie ‘Natuurlijk verder’ (2014) gestart is. Het natuurbeleid wordt verbreed en verbonden met de grote maatschappelijke opgaven van dit moment, zoals kringlooplandbouw, de energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en vermindering van de stikstofuitstoot. De Rijksoverheid wil de Nederlandse natuur behouden en versterken en de verschillende plant- en diersoorten behouden. Verschillende ministeries ontwikkelen hiervoor natuurbeleid. Door de algehele achteruitgang van de biodiversiteit richt het natuurbeleid van het Rijk zich niet meer alleen op natuurbehoud in aangewezen natuurgebieden, maar ook op natuur in de stad en dorp. De ambities op het gebied van brede biodiversiteit staan ook in het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, waarin het Rijk een van de partners is. De ambitie vanuit het Rijk is dat er meer natuur in steden en stedelijke gebieden komt. Groen in de stad draagt bij aan het oplossen van problemen veroorzaakt door klimaatveranderingen, zoals overlast van water en hitte. Een groene omgeving helpt bij het behoud en herstel van biodiversiteit. In het uitvoeren daarvan ligt een rol voor gemeenten.

In het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de Geldersche uitwerking daarvan Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (het VLGG) wordt gewerkt aan een vitaal landelijk gebied met een

Pagina 6 van 55

gezonde natuur waarbij met een gebiedsgerichte aanpak de stikstofmaatregelen slim gecombineerd worden met maatregelen om de natuur, bodem en waterkwaliteit te verbeteren. b. Natuurambitie provincie Gelderland: Met het ambitiedocument Natuur geeft de provincie invulling aan de verandering naar een meer natuurinclusieve samenleving en de extra inzet die daarvoor nodig is. Op basis van de volgende vier ambities geven zij aan te werken aan de veelzijdige natuur die Gelderland rijk is: 1. 2. 3. 4.

Mensen dichter bij de natuur brengen; Natuurinclusief werken is de norm; Natuur en klimaat: logische partners; Meer variatie in planten en dieren genereren (biodiversiteit).

De provincie wil bij het realiseren van deze ambities samenwerken met gemeenten. Het ambitiedocument Natuur is ook een bouwsteen voor de actualisatie van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. In deze visie geeft de provincie met behulp van zeven ambities op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat richting aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. c. Nationale Omgevingsvisie- en omgevingswet: Ook in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), die is ontwikkeld in nauwe samenwerking met overheden en maatschappelijk partijen, is veel aandacht voor de bevordering van natuur en biodiversiteit in de gebouwde omgeving. Bijvoorbeeld met groene daken, speciale dakpannen waarin vogels kunnen nestelen of nestkasten voor vleermuizen. Behalve schuilplekken moet aan alle eerder genoemde behoeften van soorten worden voldaan. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. Op 1 januari 2024 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt straks richtlijnen voor regels en maatregelen die de natuur beschermen. De wet beschrijft onder meer: • • • •

regels voor overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en inwoners over hoe zij om moeten gaan met de natuur (zorgplicht); maatregelen die provincies en het Rijk moeten nemen om de natuur te beschermen; specifieke onderwerpen, zoals de jacht, bomenkap en de bestrijding van schadelijke dieren; regels over hoe overheden, bedrijfsleven, natuurorganisaties en burgers om moeten gaan met niet-inheemse dieren en planten.

Pagina 7 van 55

3.3

Nadere uitwerking in gemeentelijk beleid

Dit biodiversiteitsplan beschrijft de ambitie van de gemeenteraad Zutphen om op gemeenteniveau biodiversiteit te beschermen en/of te verbeteren. Na het vaststellen van de ambities in het biodiversiteitsplan stellen we een uitvoeringsagenda op met concrete acties voor de komende vijf jaar. Dat zal gaan over fysieke aanpassingen in de openbare ruimte, maar ook over onze rol in het versterken van de biodiversiteit op andere manieren. Samenwerking tussen het ambtelijk apparaat en inwoners is daarin essentieel en in het bijzonder willen we inzetten op de betrokkenheid van jongeren bij de natuur. Uiteraard kunnen we ons al gelukkig prijzen met veel betrokken inwoners die allerlei acties hebben ondernomen. Het biodiversiteitsplan grijpt rechtstreeks in op de leefomgeving van inwoners, bedrijven en instellingen in de gemeente. Het beeld van de buitenruimte zal onder invloed van biodiversiteitsmaatregelen veranderen. Een voorbeeld hiervan is het uiterlijk van bermen door ecologisch maaibeheer. Niet iedereen vindt een ecologisch beheerde berm mooi, maar het leven dat een dergelijke berm in zich heeft, draagt bij aan de instandhouding van insecten; de basis voor verder leven. Ook bij het ontwerp van ruimtelijke projecten zoals zonneparken, bedrijventerreinen en nieuwe woonwijken wordt gevraagd om biodiversiteit een integrerend onderdeel te maken bij de uitvoering van plannen.

De gestelde doelen moeten uiteraard realistisch, meetbaar en in de tijd uitgezet zijn. Dit wordt bereikt door gebiedsgericht en soortgericht te werk te gaan. In factsheets geven we per deelgebied een beknopt beeld van de natuur en doelen daar. In vervolg op het biodiversiteitsplan maken we een kaart met belangrijke groengebieden, beoogde groene verbindingen en groene ontwikkelingszones. Voor een goede uitvoering van het biodiversiteitsbeleid is het belangrijk om aan te sluiten bij bestaande beleidsvisies en –richtlijnen op het gebied van Cultuurhistorie en Monumentenzorg. Bij ontwikkelingen en planvorming in de rijks- of gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten, dient een toetsing en integrale afweging plaats te vinden. Dit geldt niet alleen voor de bebouwde omgeving maar ook voor de beschermde historische groenmonumenten. Ook het beleidsdocument ‘Vesting van de toekomst’ en is van groot belang bij het maken van een integrale afweging bij de planvorming en het uitvoeringsproces. Veranderingen op het gebied van biodiversiteit kunnen verrassend snel plaatsvinden, zowel in positieve als negatieve zin. De doelstellingen zijn daarom voorzien van een tijdspad (zie de tabel op pagina 20).

Pagina 8 van 55

4

VISIE, MISSIE EN AMBITIE

4.1

Visie

In het Coalitieakkoord spreekt het college van burgemeester en wethouders als ambities uit: We hebben als doel om vanuit de gemeente vol in te zetten op vergroening, klimaatadaptatie en de natuurwaarden van stad, dorp en buitengebied. Ook benoemt het coalitieakkoord het belang van brede biodiversiteit: Het gaat overigens lang niet alleen om de bijzondere soorten. Het gaat ook om de totale groene kwaliteit van onze leefomgeving, met alle planten en dieren die daar bij horen. In de natuurvisie uit 2018 stonden al de volgende punten: a. We willen dat er in al het functioneren van de taken van de gemeentelijke organisatie met zorg wordt omgegaan met de bijzondere ecologische kwaliteiten van stad, dorp en buitengebied. Dit vraagt een flexibele houding, waarbij de inzet is dat de biodiversiteit er, ondanks alle ruimtelijke ontwikkelingen, per saldo niet op achteruit, maar juist op vooruit gaat. b. We willen dat zo veel mogelijk kansen worden gegrepen om de biodiversiteit te vergroten. c. We willen dat mensen – in het bijzonder jongeren – zich meer bij de natuur betrokken voelen.

4.2

Missie

Met de acties die we ondernemen zorgen we voor gezonde, leefbare habitats in alle delen van de gemeente. Welke habitats dat op welke plek zijn hangt uiteraard af van de aard van het gebied. Op plekken waar geen ruimte is voor leefgebied zorgen we voor groene verbindingen zodat plant en dier van en naar geschikte gebieden kunnen verplaatsen Op alle plaatsen in de gemeente streven we naar een gezonde leefomgeving voor plant, mens en andere dieren. Dat geldt niet alleen voor stad en dorp, maar juist ook voor het buitengebied. De rol van het college van Burgemeester en Wethouders hierin is informerend, stimulerend en sturend: • • •

Informerend voor het vergroten van de bewustwording van de noodzaak van een grote biodiversiteit naar de inwoners en de eigen organisatie; Stimulerend voor het bevorderen van maatregelen ten gunste van biodiversiteit bij initiatieven en kleine projecten; Sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Natuurinclusief ontwikkelen is de norm, niet de uitzondering. Biodiversiteit is een thema dat direct vanaf de start van een planontwikkeling wordt meegenomen.

Pagina 9 van 55

Wij richten ons op het voorkomen van de golf 'biodiversity collapse'

4.3

Ambitie

Onze ambitie is dat de biodiversiteit verbetert of er in minimale gevallen niet op achteruit gaat. We zorgen er samen met de inwoners, initiatiefnemers van ruimtelijke projecten en beheerders van het groen voor dat zowel in stad en dorp als in het buitengebied kansen ontstaan voor soorten om zich te voeden, voort te planten, te verschuilen en zich te verplaatsen. We zetten daarbij in op biodiversiteit in brede zin, om een gezond, veerkrachtig ecosysteem te creëren.

Pagina 10 van 55

5

STRATEGIE (DIT IS ONZE AANPAK)

Om onze visie te bereiken moeten we integraal werken. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (en beleid) spelen veel factoren, waaronder biodiversiteit. In alle ruimtelijke acties die we doen, nemen we vanaf het begin biodiversiteit mee. Zo komen we met de minste inspanning en kosten tot het beste resultaat voor alle partijen. We letten op drie punten:   

Biodiversiteit maakt vanaf de beginfase deel uit van ruimtelijke processen; Natuurinclusief ontwerpen is de norm; We werken gebiedsgericht (nader uitgewerkt hieronder).

Bij ruimtelijke acties gaan we uit van de bestaande ecologische waarden op die plek en hoe we die kunnen verbeteren. Door op de bestaande situatie, en potentie, in te spelen halen we het beste uit een gebied met de minste moeite en meeste kans op blijvend succes. Bij dit biodiversiteitsplan hoort een kaart met deelgebieden en een set factsheets. Elke factsheet bevat beknopte informatie over de natuur in een van de deelgebieden. Die informatie kunnen wij gebruiken als startpunt bij het maken van plannen voor de biodiversiteit bij een project. We doen dat met drie aandachtspunten, die we hieronder beschrijven. Ook voeren we de komende jaren een eigen nulmeting uit van de openbare ruimte, waarbij we kijken wat er al is en wat nog beter kan.

5.1

Acteren op basis van bestaande (en potentiele) waardes

Via de kaart en factsheets geven we per deelgebied aan welk type natuur daar voorkomt en globaal met welke soorten we te maken hebben. De deelgebieden zijn zo gekozen dat zij het meest accuraat de verschillende typen omgeving weergeven. De eigenschappen van een deelgebied bepalen welke soorten er vooral voorkomen, en op basis daarvan hebben wij de grenzen van de gebieden aangegeven. Uiteraard hebben veel van de deelgebieden ook specifieke kenmerken in andere thema’s, zoals welzijn, economie en fysieke factoren.

Indeling van de gemeente in deelgebieden binnen de biodiversiteitskaart.

Pagina 11 van 55

Per deelgebied geven we een paar voorbeelden van manieren om de biodiversiteit te versterken, meestal op kleine schaal. Deze biodiversiteitskaart met bijbehorende factsheets is de basis van waaruit wij starten. Let wel dat de factsheets niet alomvattend zijn. Ze geven een beeld van de biodiversiteit per deelgebied, maar zijn geen vervanger van ecologisch veldonderzoek bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ook noemen we vooral kleine aanpassingen die inwoners zelf kunnen nemen, grotere gewenste verbetering van de biodiversiteit werken we uit op de eerder genoemde kaart met verbindingen en groene zones.

5.2

Stellen van gebiedsgerichte doelen: behoud, versterken, stimuleren, koppelen

Doordat we gebiedsgericht werken, kunnen we rekening houden met de ecologische waardes die bescherming nodig hebben, waar herstelmaatregelen nodig zijn en waar verbetermaatregelen getroffen kunnen worden. Bij projecten houden we rekening met de waardes die we willen behouden, die we willen versterken en nieuwe ontwikkelingen die we willen stimuleren. Ook proberen we zo veel mogelijk gebieden aan elkaar te koppelen, zodat meer uitwisseling tussen groene gebieden mogelijk is. Op alle plaatsen geldt dat we minstens zorgen dat er netto geen biodiversiteit verloren gaat, desnoods via compensatie elders, maar we streven naar een vooruitgang van de biodiversiteit. De natuur verandert continu, net als onze ervaring. We blijven daarom de beschikbare informatie aanpassen en onze werkwijzen regelmatig evalueren. Zo zorgen we dat we de beste resultaten boeken voor de natuur, de gemeente en onszelf.

5.3

Meetbare doelen stellen

De doelen die we stellen (per gebied, project of plant- of diersoort) moeten zo veel mogelijk meetbaar zijn. Op die manier kunnen we tijdens het werk en achteraf nagaan of we het doel hebben behaald en in hoeverre het een passend doel was. Zo blijven we leren van wat we doen. Uiteraard moeten de doelen ook haalbaar zijn, wat vooraf beter in te schatten is bij concrete, meetbare plannen.

Pagina 12 van 55

6

VOORSTEL TOT UITWERKING

Voor de uitwerking maken we onderscheid in een viertal sporen, omdat de te behalen doelstellingen en de te stellen regels voor deze sporen verschillend zijn: Spoor 1. Spoor 2. Spoor 3. Spoor 4.

Integraal ruimtelijk beleid; Verankering in omgevingsvisie (landelijk en stedelijk gebied). Uitwerking in omgevingsplan; Natuurinclusief bouwen is de norm. Beheer en onderhoud; Ecologisch beheer concretiseren in doelstellingen. Bewustwording van bewoners en plaatselijke ondernemers; Wij geven het goede voorbeeld, wij denken en handelen biodivers.

In onderstaande tabel is de uitwerking samengevat weergegeven. In de rest van dit hoofdstuk lichten we per spoor de acties verder toe.

Spoor 1, Integraal ruimtelijk beleid

Spoor 2, Omgevingsplan

Spoor 3, Beheer en onderhoud

Stedelijk gebied Landelijk gebied - Hoofdlijnen kwaliteit fysieke leefomgeving op basis van biodiversiteitskaart - Biodiversiteit opgenomen bij hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen, gebruik en beheer - Biodiversiteit onderdeel van te voeren integraal beleid - Natuurinclusief ontwerpen is de norm bij ontwikkelingsplannen - Puntensysteem natuurinclusief werken (zie 6.2.1) - Grootschalige (niet-agrarische) initiatieven hanteren in ontwerpfase ruimte voor behoud bestaande waardes - Maatregelen (voor niet-agrarische ontwikkelingsplannen) zijn gebiedsgericht op basis van de biodiversiteitskaart - De factsheets geven een indicatie van de soort natuur in een gebied - Een maatregelencatalogus laat zien welke maatregelen zinvol en gewenst zijn - Schaal en omvang van - Biodiversiteit onderdeel een ruimtelijk initiatief pachtbeleid zijn bepalend voor de - Ruimte maken voor gevraagde inzet agrariërs die biodiversiteit willen steunen - Opschalen huidig - Verruiming en ecologisch bermbeheer versterking ecologisch - Beheer en onderhoud bermbeheer overige groen - Behoud gebiedsgericht op basis landschapselementen van biodiversiteitskaart - Gebruik beheermaatregelen middels catalogus bij

Pagina 13 van 55

Spoor 4, Bewustwording

-

-

6.1

bestekken van aanbestedingen Wij geven voorlichting over biodiversiteit Wij nemen een beperkte rol bij stimuleren initiatieven van derde partijen Wij ondernemen eigen initiatieven zoals monitoring van de biodiversiteit en onderzoeken resultaten biodiversiteitsbeleid Stimuleren initiatieven van derde partijen, zoals ontstenen en vergroenen, stimuleren natuurinclusief handelen

-

Stimuleren initiatieven van derde partijen, zoals agrarische natuurverenigingen, natuurbeherende organisaties, stimuleringsprojecten voor erfbeplanting

Integraal ruimtelijk beleid

De omgevingsvisie is een middel om maatschappelijke en economische ontwikkelingen en grootschalige thema’s die op ons af komen, en de ruimte die deze ontwikkelingen vragen, op een evenwichtige manier vorm te geven en te prioriteren. Biodiversiteit is een dergelijk grootschalig thema, dat (na vaststelling) terug komt in de Visie Landelijk Gebied en de Omgevingsvisie Stedelijk Gebied. Voor de visies geldt dat:   

De hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit nemen de beschrijvingen uit de biodiversiteitskaart mee. Biodiversiteit is opgenomen bij de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen, gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving. Biodiversiteit vormt onderdeel van het te voeren integrale ruimtelijke beleid.

De visie gaat uit van de hoofdlijnen en niet van individuele plannen in het landelijke of stedelijk gebied. Nadere uitwerking vindt plaats in het omgevingsplan.

Verhouding tussen de Omgevingsvisie, het biodiversiteitsplan en de uitvoering Pagina 14 van 55

6.2

Uitwerking in omgevingsplan

Dit biodiversiteitsplan verwoordt onze visie en biedt tegelijk aanknopingspunten voor het omgevingsplan. De omgevingswet biedt ruimte om regels rondom natuurbescherming op te stellen. De norm natuurinclusief ontwikkelen is de uitwerking van een dergelijke regel, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met het creëren en/of behouden van functies voor soorten en habitateisen. Dit is een manier om een gerichte bijdrage aan de lokale biodiversiteit te bewerkstelligen. Er zijn meerdere manieren om te komen tot een omgevingsplan. Hiervoor geldt een overgangsfase van 2024 tot 2032. In deze fase wijzigen we onze regels ten gunste van de biodiversiteit aan de hand van nieuwe ontwikkelingen. Om invulling te geven aan de norm natuurinclusief ontwikkelen, ter voorbereiding op integratie hiervan binnen het omgevingsplan, starten we binnen de huidige procedure voor omgevingsvergunningen met het vragen van een bijdrage aan verbetering van de biodiversiteit. Wij geven zelf ook het goede voorbeeld middels het natuurinclusief handelen bij haar eigen initiatieven. In beide gevallen gebruiken we een puntensysteem om de hoeveelheid benodigde maatregelen te controleren. Hieronder staat kort beschreven hoe het puntensysteem ongeveer werkt, een uitgebreidere toelichting vindt u in bijlage 9.4. Het daadwerkelijke puntensysteem wordt als apart document vastgesteld. NB.

Wanneer we spreken over verbetermaatregelen bedoelen we daarmee dat de biodiversiteit in principe vooruit moet gaan, en in elk geval nooit achteruit mag gaan. 6.2.1 Puntensysteem natuurinclusief werken Of het nu gaat om het plaatsen van een dakkapel, het bouwen van een woonwijk of het vervangen van een riool, in iedere ontwikkeling liggen kansen voor het verbeteren van de biodiversiteit. Het kan gaan om: a) het behouden van bestaande waarden in ruimtebeslag en kwaliteit; b) het aanbrengen van nieuwe voorzieningen voor soorten (verbetermaatregelen); c) het achterwege laten van mogelijk schadelijke maatregelen in overgangssituaties, zodat tijdelijke natuur kan ontstaan . De schaal van de ingreep is mede bepalend voor het mogelijke effect en daarmee ook op de te leveren bijdrage aan biodiversiteit. Doordat het biodiversiteitsplan betrekking heeft op zeer uiteenlopende grootten van ingrepen in de fysieke ruimte is onderscheid noodzakelijk. Niet overal kan dezelfde bijdrage verlangd worden. De maatregelen zijn daarom via het puntensysteem gewaardeerd en het benodigd aantal punten is schaalafhankelijk. Het daadwerkelijke puntensysteem moet nog opgesteld worden en daar kunnen nog keuzes in worden gemaakt. Voorlopig is de ambitie om met het puntensysteem meer te doen dan het minimale, om zo een echt verschil te kunnen maken voor de biodiversiteit.

Wel letten we op dat de gevraagde inzet haalbaar blijft. a) Behoud bestaande waarden Waardering van bestaande waarden is niet op voorhand voor iedere toekomstige ontwikkeling te bepalen. Vanuit de omgevingsvisie is bepaald dat bestaande ecologische waarden van belang zijn voor het behoud van biodiversiteit. Dit heeft voor ruimtelijke ontwikkelingen gevolgen als het gaat om de inrichting. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een gebied zeer belangrijk is voor bepaalde soorten of soortgroepen. Dat kan extra eisen voor de inrichting vragen of een deel van de grond nodig hebben. Er kan dan een verminderde (grond)opbrengst zijn bij een project.

Pagina 15 van 55

b) Verbetermaatregelen Het puntensysteem werkt op basis van verbetermaatregelen. Dat gaat in grote lijnen zo in zijn werk:  

 

Afhankelijk van de schaal van een ingreep geldt een te behalen punten aantal voor verbetermaatregelen; Op de factsheets van de biodiversiteitskaart staat algemeen aangegeven welke natuur in een gebied voorkomt en een aantal soorten die er leven. Zo kan een initiatiefnemer een idee krijgen van geschikte maatregelen. Toch is, vooral bij grotere ontwikkelingen, extra onderzoek naar de voorkomende soorten en kansen (voor huidige of nieuwe soorten) nodig; De mogelijke verbetermaatregelen en bijbehorende punten zijn aangegeven in een catalogus. Het gaat dan om verbeteringen op alle vlakken van behoeften van soorten, dus niet alleen nestkasten; In de catalogus staat aangegeven welke maatregelen geschikt zijn voor welke habitateisen; De bevoegde ambtenaren van de gemeente controleren of de geplande maatregelen voldoen.

Op deze wijze krijgt een initiatiefnemer inzicht in de maatregelen die zinvol zijn voor een specifieke ingreep in een specifiek deelgebied van de biodiversiteitskaart. De globale werking van een puntensysteem is weergegeven in onderstaande figuur.

stap 1: raadpleeg de website met uitleg van het aantal te behalen punten

stap 2:

stap 3:

stap 4:

stap 5

raadpleeg de biodiversiteitskaart, check het type natuur in je deelgebied

raadpleeg de maatregelencatalogus voor gebiedsgerichte maatregelen

kies maatregelen en bepaal het totale aantal punten dat te behalen is

beoordeling, eventuele bijsturing en registratie van de maatregelen

c) Achterwege laten van mogelijk schadelijke maatregelen in overgangssituaties zodat tijdelijke natuur kan ontstaan Tijdelijk omstandigheden bieden kansen voor bepaalde soorten om zich voort te planten. Het gaat hierbij om specifieke pionierssoorten, die gespecialiseerd zijn in het koloniseren van gebieden die tijdelijk geen functie hebben en braak liggen. Door het aanbod aan dergelijke braakliggende terreinen als één geheel leefgebied te beschouwen is er altijd voldoende ruimte voor soorten om zich te handhaven. Beheer dat is gericht op het voorkomen van vestiging van soorten, zoals vroegtijdig

Pagina 16 van 55

maaien en klepelen verkleint de kans op behoud van de biodiversiteit op deze specifieke terreinen. We richten ons op voorlichting en stimulering van het inzetten van braakliggende terreinen voor verbetering van biodiversiteit.

6.3

Beheer en onderhoud

Voor het beheer van het openbaar groen hanteren we min of meer dezelfde uitgangspunten als bij ruimtelijke ontwikkelingen (echter zonder puntensysteem). Een beheermaatregelen-catalogus (nog op te stellen) vormt de basis voor het bepalen van gebiedsgericht beheer en onderhoud. Als uitgangspunt voor de catalogus geldt de tabel, zoals deze is opgenomen in bijlage B van het bijlageboek “Leidraad bestendig beheer en onderhoud groenvoorzieningen”. De tabel is ook te vinden in bijlage 9.3 van dit biodiversiteitsplan. Hierin staan per beheergroep de activiteiten die invloed kunnen hebben op bepaalde soortgroepen. Deze leidraad is verwerkt in de lopende bestekken tot en met 2023. Daarna is aanscherping of aanpassen mogelijk voor een volgend bestek. Randvoorwaarden en aanbevelingen, ten gunste van de habitateisen voor bepaalde specifieke doelsoorten, zijn zo te voegen bij de uitvoering van de activiteit.

Om het gemeentelijk ecologisch beheer en onderhoud gericht te versterken op gebiedsspecifieke natuurwaarden is inzicht nodig in de volgende onderdelen: a) De kwaliteit van de functies voor soorten en habitats op de locatie waar het beheer en onderhoud plaatsvindt; b) De beheeractiviteiten, binnen de verschillende beheergroepen, die in het deelgebied plaatsvinden; c) Met welke werkwijze het beheer en onderhoud de functies van het gebied kan verbeteren voor de doelsoort en de biodiversiteit in het algemeen. Op dit moment voorzien we al (deels) in deze informatie: a) De biodiversiteitskaart geeft per deelgebied gedeeltelijk inzicht in de informatie over soorten, habitateisen en functies. Elk deelgebied verdient een nadere uitwerking voor het stellen van gerichte meetbare doelen voor specifieke soorten en habitats ter behoud, bescherming en versterking van belangrijke ecologische waarden. b) Binnen het groenbeheer van de gemeente Zutphen bestaan verschillende beheergroepen. Elk van deze beheergroepen kent een aantal werkzaamheden en activiteiten. Het verkrijgen van inzicht in welke werkzaamheden en activiteiten waar plaatsvinden geeft de mogelijkheid ze te koppelen aan de natuurwaarden in de gemeente. c) We stellen een tabel op met beheermaatregelen per beheergroep, gekoppeld aan habitateisen per soort of habitat.

Zo krijgen we inzicht in welke maatregelen/beheer op welke locatie geschikt is. Dit kunnen we vervolgens ook zo nodig verwerken in beheerbestekken. De beheermaatregelen-catalogus zal vooral aan het begin eenmalig een inspanning vergen, evenals het gebieds-specifiek aangeven van de maatregelen die van toepassing zijn. Na het opstellen moeten we de beheermaatregelen-catalogus uiteraard eens in de zoveel tijd bijstellen, al naar gelang de nieuwe inzichten en de ervaringen uit het veld. Ook het (uitbestede) beheer van de wegbermen komt in deze catalogus. Bij het uitwerken hiervan komen we voor dilemma’s te staan, bijvoorbeeld wanneer

Pagina 17 van 55

we kijken naar de oude stad. Die heeft nu de kwaliteitsnorm IBOR-A, dat betekent richten op schoon, heel en veilig. Ecologisch gezien is dat niet altijd passend. We kijken daarom naar een geschikte middenweg.

6.4

Bewustwording

We plaatsen de biodiversiteitskaart en de factsheets op de gemeentelijke website. Zo kan iedereen die daar belang bij heeft, of geïnteresseerd is, er makkelijk naar kijken. Uiteraard communiceren we op verschillende manieren over de biodiversiteitskaart naar de inwoners. Naast het presenteren van de biodiversiteitskaart nemen we een actieve rol bij het stimuleren van initiatieven van derde partijen, zoals: • • •

bewonersinitiatieven voor gezamenlijk onderhoud van stukjes groen of grotere gebiedjes; natuur- en milieueducatie in samenwerking met IVN en andere werkgroepen; onderzoek naar de biodiversiteit in de gemeente Zutphen en publicatie daarover.

Buiten de overheid zijn tal van natuurgroepen actief in gemeente Zutphen. Een aantal van hun activiteiten zijn: • • • • • •

Excursies in stedelijk en landelijk gebied Monitoring van soorten (professioneel of met hulp van inwoners) Brede of specialistische cursussen over natuur Jeugdclubs en –activiteiten Lezingen Gastlessen op scholen

Pagina 18 van 55

7

REALISATIE EN DOORWERKING

7.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is de visie, ambitie en strategie beschreven van het biodiversiteitsplan. Samen met de biodiversiteitskaart vormt dit het beleidskader waarbinnen we toewerken naar meer biodiversiteit binnen de fysieke leefomgeving. De biodiversiteitskaart biedt het inspiratiekader voor de kansen die er zijn om de biodiversiteit te vergroten en de maatregelen die initiatiefnemers in praktijk kunnen brengen. We nemen biodiversiteit als integraal beleidsonderdeel op in onze omgevingsvisie stedelijk- en landelijk gebied. De uitgangspunten krijgen een concrete doorvertaling in het omgevingsplan, wat leidt tot een natuurlijke opname van biodiversiteit in alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen de fysieke leefomgeving. Daarnaast zoeken we een nadrukkelijke koppeling met maatregelen die worden ingezet ten gunste van klimaatadaptatie en gezondheid. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte krijgt meer sturing door het gericht werken met gebiedsspecifieke natuurwaarden. We maken daarvoor een apart document met afspraken en hoe te handelen. Zo ontstaat duidelijkheid in de weg die we kiezen, en voorkomen we botsingen van ouder beleid en nieuwe doelen. Door verschillende communicatiekanalen te gebruiken, zorgen we voor draagvlak en vergroten we de bewustwording van de noodzaak van biodiversiteit. We doen dat zowel richting onze inwoners, als de eigen organisatie.

We delen daarbij kennis over de natuur in stad en dorp, en de kansen daarvoor, en haken aan bij thema’s als klimaatadaptatie en gezondheid.

7.2

Uitvoeringsprogramma

De uitvoering van het biodiversiteitsplan is mede afhankelijk van lopende en toekomstige ontwikkelingen en/of projecten. De financiële draagkracht van de gemeente Zutphen is beperkt. Het voorgesteld ambitieniveau is hoog. De financiële en formatieve gevolgen van het ambitieniveau zijn op onderdelen lastig in te schatten maar vragen om een structurele bijdrage voor herinrichtings- en beheersmaatregelen. In de tabel hieronder geven we een beeld van de bijkomende kostenposten. Een toelichting op deze kosten staat in bijlage 9.6. In 2025 houden we een evaluatie van de voortgang van de acties uit dit plan. Een deel van de kosten kunnen we voldoen uit bestaand budget, zoals het opstellen van een beheermaatregelencatalogus, stimuleringsmaatregelen en andere zulke projecten. Voor het aangepaste beheer is extra budget nodig. Dat budget vragen we aan via de Voorjaarsnota 2023. Afhankelijk van de afweging in de Voorjaarsnota moeten we onze beheersambities bijstellen of een jaar doorschuiven. Extra kosten die voortkomen uit het natuurinclusief bouwen vragen we aan bij de Voorjaarsnota 2024 of later.

Pagina 19 van 55

Realisatie en uitvoering biodiversiteitsplan Onderwerp

Subdoel

0. Basis 0.0 Basisgegevens op Biodiversiteitskaart orde

Spoor 1. Integraal ruimtelijk beleid

Uitvoeringstaak

Informatie aanvullen Opstellen maatregelencatalogus

Personeel

Gemeente 2024

Regulier

Regulier

Strategische vertaling in omgevingsvisie stedelijk gebied

2025Gemeente 2026

Regulier

Regulier

1.2 Omgevingsvisie landelijk gebied

Strategische vertaling in omgevingsvisie landelijk gebied

Gemeente 2024

Regulier

Regulier

2.2 Verbetermaatregelen

Opnemen in Gemeente 2023omgevingsplan en derden 2024 Formulering regels voor omgevingsplan met 2023maatregelencatalogus Gemeente 2029

Verminderde grondopbrengst Regulier

2024 en Gemeente verder

Regulier

2.3 Implementeren regels Gemeente 2024 en Uitvoeringsmaatregelen vergunningsaanvraag en derden verder

Regulier

Regulier Extra formatie, afhankelijk van keuzes bij opstellen puntensysteem Extra formatie, afhankelijk van keuzes bij opstellen puntensysteem

2.4 Tijdelijke natuur

Stimuleren tijdelijke natuur

Gemeente 2023 en en derden verder

Regulier

Regulier

3.1 Verbetermaatregelen

Opstellen beheermaatregelencatalogus

2023Gemeente 2024

Regulier

Regulier

Toetsen regels vergunningsaanvraag

Aanpassen gebiedsgericht beheer 2023deelgebieden Gemeente 2025 Aanscherpen Spoor 3. Beheer en 3.2 ecologisch onderhoud Uitvoeringsmaatregelen maaibeheer Spoor 4. Bewustwording

Regulier

1.1 Omgevingsvisie Stedelijk gebied

2.1 Behoud bestaande waarden

Spoor 2. Uitwerking in omgevingsplan

Door wie? Wanneer Financiën Inwoners van gem. Zutphen en 2023 en gemeente verder Regulier

4.1 Biodiversiteitskaart digitaal

Digitale beschikbaarheid biodiversiteitskaart

Regulier

2023Gemeente 2025

Structureel €1.250,- per ha extra Eenmalig €11.500,- en structureel €1.000,- extra

Gemeente 2024

Regulier

Regulier

Regulier

Regulier

Pagina 20 van 55

4.2 Stimuleren initiatieven 4.3 Monitoring en communicatie

Groenadoptieplannen, excursies etc Monitoring en voortgang natuurbeleid

Gemeente 2023 en en derden verder

Regulier

Regulier

Gemeente 2023 en en derden verder

Regulier

Regulier

Pagina 21 van 55

8

CONCLUSIE

Biodiversiteit is essentieel voor ons welzijn, voor de toekomst en ook al voor de huidige tijd. We vinden het daarom belangrijk om flink in te zetten op het versterken daarvan. We richten daarbij op biodiversiteit in brede zin, waarbij een robuust natuurlijk systeem het doel is, in plaats van puur naar bijzondere soorten te kijken. In dit biodiversiteitsplan hebben we onze ambitie aangegeven. Vanaf hier gaan we verder om het beleid concreet uit te werken en toe te passen.

Pagina 22 van 55

9 BIJLAGEN 9.1 Inhoudelijke informatie biodiversiteit 9.1.1

Hoe gaat het met de biodiversiteit?

Op allerlei schaalniveaus is te zien dat soorten er in aantallen op achteruit gaan en soorten zelfs uitsterven. In Nederland doen we het helaas niet goed als het gaat om het behoud van zowel het aantal verschillende soorten als de aantallen individuen binnen die soorten. Geschat wordt dat sinds 1900 meer dan zeshonderd diersoorten zijn verdwenen in Nederland. De aantallen van één van de meest algemene soorten in Nederland, de huismus is sinds 1975 gehalveerd. Ook op het boerenland nemen vogelsoorten sterk af. Een zeer zorgwekkende trend is het verlies van de hoeveelheid insecten. Mogelijk is het totaal aantal insecten met 60 % gedaald in de afgelopen decennia. Menigeen (van een zekere leeftijd) herinnert zich de moeite die het koste om de voorruit van de auto vrij van insecten te krijgen na een lange nachtelijke rit in de zomer. Wellicht is het u nog niet eens opgevallen hoe weinig insecten er tegenwoordig op de kentekenplaat achterblijven. Het aantal andere dier- en plantensoorten dat afhankelijk is van insecten is enorm en daarmee is de mogelijke impact zorgwekkend. Bij het verlies aan biodiversiteit en de noodzaak om deze trend te stoppen gaat het niet om het behoud van soorten omwille van de natuur alleen. Het gaat hierbij ook om behoud van de voedselvoorziening, schoon drinkwater en schone lucht. Om wereldwijde achteruitgang te stoppen is actie nodig.

Het tij is volgens het rapport van het IPBES - het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten - nog te keren, maar vraagt urgente, ingrijpende acties. Dit betekent ingrijpen op verschillende schaalniveaus en ingrijpen in een combinatie van maatregelen gericht op zowel de bescherming van de natuur, als het tegengaan van verspilling en het beter omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen. Er is een groeiend besef op verscheidene schaalniveaus (nationaal en internationaal) dat verlies aan biodiversiteit een bedreiging vormt die aangepakt moet worden (zie ook Deltaplan Biodiversiteitsherstel, www.samenvoorbiodiversiteit.nl).

Pagina 23 van 55

9.1.2

Wat zijn de voornaamste oorzaken van de achteruitgang van biodiversiteit?

Er is niet één eenduidige oorzaak van de achteruitgang aan soorten. Het is een complex geheel van oorzaken en gevolgen die een zelfversterkend effect hebben. De volgende factoren spelen in elk geval een rol: • • • • • • • •

Verlies van leefgebied; Versnippering van leefgebied; Klimaatverandering; Verzuring; Vermesting; Verdroging; Gebruik van bestrijdingsmiddelen; Intrede van invasieve soorten (exoten).

Het verlies van leefgebied is in Nederland een belangrijke factor. Nederland is een dichtbevolkt land en met name in (de loop van) de jaren ’60 van de vorige eeuw is er veel in het landschap veranderd. De steden (ook Zutphen) zijn flink gegroeid en de landbouw heeft de noodzakelijke productiviteit op weten te schroeven door schaalvergroting. Vergelijk de topografische kaart uit 1953 maar eens met die van heden ten dage en zichtbaar wordt hoe het landschap is gewijzigd.

1953

2020

Het landschap is sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw sterk veranderd.

Versnippering hangt nauw samen met het probleem dat er voor soorten minder leefgebied is, omdat de mens meer ruimte gebruikt om te wonen en te werken en ons voedsel te verbouwen. Versnippering wil zeggen dat de leefgebieden die nog intact zijn gebleven te ver uit elkaar liggen voor bepaalde soorten om te kunnen bereiken. Er ontstaan eilandjes waar kleine populaties van soorten nog enige tijd kunnen blijven bestaan, maar uiteindelijk uitsterven door gebrek aan genetische afwisseling of gebrek aan voedsel. In sommige gevallen kan versnippering leiden tot bijzondere leefomstandigheden die voor bepaalde soorten waardevol zijn. Dat is echter niet altijd zo, en ook die gebiedjes zijn kwetsbaar. De gevolgen van klimaatverandering zijn heel divers, maar gevreesd wordt dat sommige soorten zich niet snel genoeg kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Andere soorten profiteren juist. Het ontstaan van plagen, zoals de letterzetter die vooral de lariks belaagt, hangt samen met de opwarming en de droogte, die het gevolg zijn van de klimaatverandering.

Pagina 24 van 55

De stikstofproblematiek is veel in het nieuws. De gevolgen van de uitstoot door industrie en verkeer op de biodiversiteit zijn anders dan die van de uitstoot van stikstof uit de mest van landbouwdieren, maar worden vaak als één probleem beschouwd. In beide gevallen grijpt het in op het functioneren van de bodem. Deze wordt te rijk met stikstof en te zuur. Het eerste leidt tot te uitbundige groei van bepaalde planten, waardoor soorten die zich specialiseerden in het groeien op arme gronden in het geding komen. Een aantal soorten die van rijkere grond houdt, profiteert juist en vormt grote gebieden met slechts een aantal soorten. De stikstof afkomstig uit mest zorgt er voor dat kalk en allerlei mineralen uitspoelen en niet meer beschikbaar zijn voor gewassen en planten. Sommige invasieve exoten verdringen andere soorten doordat ze fysieke ruimte innemen, inlandse soorten opeten en/of zelf geen voedselbron vormen voor inlandse soorten. Ook kunnen het voedselconcurrenten van andere soorten zijn, of ziektes overbrengen. Denk hierbij de Japanse duizendknoop , exotische vissen en Amerikaanse rivierkreeft. Een laatste mogelijke oorzaak is het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De relatie tussen gebruik van insecticiden en fungiciden en het verlies van biodiversiteit in landbouwgebieden is middels wetenschappelijk onderzoek op Europese schaal statistisch aangetoond. 9.1.3

Helpt de huidige natuurwetgeving bij het behoud van biodiversiteit?

De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in Nederland in het wild voorkomende soorten. Omdat de wet vooral verbodsbepalingen bevat en richt op een select aantal beschermde soorten, heeft hij ook vooral effect op die punten. De wet voelt voor ontwikkelende partijen vaak als een extra drempel bij het realiseren van ontwikkelingen. Aanvullend op de Wet natuurbescherming willen we creatieve, pro-actieve initiatieven stimuleren om de biodiversiteit te vergroten. De wet kent een “top-down” benadering, dat wil zeggen dat van een geselecteerd aantal soorten de nesten, of de verblijfplaatsen zoals holen beschermd zijn. Het voedsel van de beschermde soorten, of de routes die soorten moeten afleggen om voedselgebieden te bereiken zijn meestal niet, of indirect, beschermd. De Wet natuurbescherming richt zich qua soorten vooral op de top van de zogenaamde voedselpiramide en qua bescherming vooral op de verblijfplaatsen en minder op de leefgebieden. Hoewel bij ruimtelijke ontwikkelingen de Wet natuurbescherming een belangrijk instrument is, waarbij de voorgenomen ingrepen worden getoetst aan de verbodsbepalingen uit de wet, lost dit het probleem van verlies van biodiversiteit niet op. Aan de basis van de voedselketen, het bodemleven en de insecten zijn er geen bij wet beschermde soorten.

Vanuit het oogpunt van biodiversiteit kan, bij wijze van spreken, worden volstaan met het beschermen van de regenworm. Deze soort zorgt voor het ontstaan van leefomstandigheden van veel ander bodemleven en zorgt zodoende voor een goede plantengroei. Bovendien vormt het basisvoedsel van veel soorten. Toch wordt deze soort niet genoemd in de Wet natuurbescherming. We willen daarom meer aandacht besteden aan de zogenaamde “basisnatuur”, de gewone soorten die in hun bescheidenheid

Pagina 25 van 55

onmisbaar zijn voor het ecosysteem. Dat concept heeft landelijk de aandacht onder de noemer Basiskwaliteit Natuur (bijlage 9.2).

De regenworm zorgt voor het ontstaan van leefomstandigheden voor veel andere soorten.

9.1.4

Wat is het belang van biodiversiteit voor de gemeente Zutphen?

Dat het verlies aan biodiversiteit niet alleen gaat om het uitsterven van de neushoorn of de ijsbeer moge duidelijk zijn. Ook binnen de gemeente Zutphen speelt het probleem van verlies aan biodiversiteit. De gemeente Zutphen kent, dankzij haar unieke geografische ligging en veelheid aan landschapstypen, goede basisomstandigheden voor een rijke variatie aan flora en fauna. Binnen de gemeente is de biodiversiteit in het verleden niet “gemeten”. Toch is bekend, dankzij de inzet van bijvoorbeeld de Vogelwerkgroep Zutphen e.o., dat veel weidevogelsoorten in de Tichelbeeksewaard een gestage achteruitgang in het aantal broedparen kennen. De kievit, die in 2007 met 18 paartjes vertegenwoordigd was, is sinds 2013 geheel verdwenen. Ook het werk van Kasper Reinink laat zien dat de rijkdom aan plantensoorten en mossen nu niet meer te vergelijken is met enkele decennia geleden. In zijn boek de Wilde Planten in en om Zutphen is te lezen dat meerdere plantensoorten die specifieke eisen stellen aan hun leefruimte gedurende de afgelopen 25 jaar sterk zijn achteruitgegaan of zelfs verdwenen. Een rijke biodiversiteit betekent voor de inwoners van de gemeente Zutphen ook een prettige leefomgeving. Diverse studies hebben aangetoond dat een groene omgeving positieve effecten heeft op de gezondheid.

Een groene omgeving die gezond (biodivers) is heeft daarbij meer waarde voor de gezondheid dan bijvoorbeeld alleen kort gras. Ook de ecosysteemdiensten nemen toe bij meer biodiversiteit, zoals eerder ook beschreven. Het bevorderen van de biodiversiteit gaat daarom hand in hand met belangrijke thema’s als klimaat (tegengaan hittestress) en waterhuishouding (tegengaan verdroging). Zo kan biodiversiteit soms met weinige extra moeite een rijke bijvangst zijn.

Pagina 26 van 55

9.1.5

Welke oorzaken van het verlies van biodiversiteit kunnen we binnen de gemeente Zutphen beïnvloeden?

Een aantal oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit speelt op een te grote schaal of is onvoldoende duidelijk om voor ons invloed op te kunnen uitoefenen. Klimaatverandering en landbouwgerelateerde zaken als stikstof en gebruik van bestrijdingsmiddelen vergen een aanpak op een groter schaalniveau dan het gemeentelijk niveau. Hieronder geven we per factor aan waar de invloedssfeer zich bevindt. Uiteraard geldt dat voor veel oorzaken ook binnen onze gemeente activiteiten plaatsvinden die bijdragen aan het verlies van biodiversiteit. Die activiteiten kunnen wij (deels) beïnvloeden, en daarmee de effecten ook deels. • • • • • • • •

Verlies leefgebied: op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar; Versnippering leefgebied: op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar; Klimaatverandering: een beetje op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar, gevolgen kunnen we wel deels beïnvloeden; Verzuring: deels op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar; Vermesting: deels op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar; Verdroging: deels op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar; Gebruik bestrijdingsmiddelen: deels op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar, bijvoorbeeld bij pachters; Invasieve exoten: deels op gemeentelijke schaal beïnvloedbaar.

Verlies en/of versnippering van een leefgebied hebben een duidelijke relatie met ruimtelijk beleid en zijn daarmee goede aanknopingspunten voor het verbeteren van de biodiversiteit. Deze negatieve effecten moeten elders gecompenseerd zodat in elk geval geen biodiversiteit verloren gaat, of liever groter wordt. Verdroging, het particulier gebruik van bestrijdingsmiddelen (in het beheer van de openbare ruimte gebruiken we al geen bestrijdingsmiddelen meer) en invasieve exoten zijn op kleinere schaal beïnvloedbaar. Het is duidelijk dat de hoeveelheid beschikbare ruimte voor biodiversiteit de komende tijd niet zomaar toeneemt. De bevolking blijft de komende tijd verder groeien en zorgt voor toenemende druk op de beschikbare ruimte. Woonwijken, zonneparken en dergelijke gaan steeds meer ruimte innemen. En binnen de huidige bedrijfsvoering van agrariërs in het buitengebied is de inpasbaarheid van biodiversiteit daar sterk afhankelijk van subsidieregelingen. De centrale gedachte als het gaat om verbeteren van de biodiversiteit is dat het juist niet gaat om het behoud van soorten in natuurgebieden alleen. Om de biodiversiteit te verbeteren is het volgende nodig: 1. 2. 3.

Biodiversiteit ontwikkelen binnen de huidig beschikbare ruimte én; Het verbinden van gebieden met goede biodiversiteit in ruime zin én; Onderhoud en beheer richten op behoud en verbinding van leefgebieden.

Dit gaat verder dan het beschermen van specifieke soorten of gebieden. Het ecosysteem wordt alleen robuuster en gezonder als ook buiten de natuurgebieden kansen ontstaan voor natuur in allerlei vormen. Zo krijgen we meer biodiversiteit in onze leefomgeving, wat weer alle genoemde voordelen biedt. Maar voordat allerlei (gewone) soorten de nieuwe ruimte in de gebouwde omgeving weten te

Pagina 27 van 55

vinden, moeten ze er wel kunnen komen door groene verbindingen. Ook kwetsbare en beschermde soorten profiteren van die aanpak. Het isoleren van populaties in natuurgebieden maakt ze kwetsbaar in meerdere opzichten. Wanneer die soorten via verbindingen genen kunnen uitwisselen met andere populaties, zijn ze beter in staat aan te passen aan veranderende omstandigheden. Ook is een geïsoleerde groep kwetsbaar voor verstoring in hun gebied. Denk bijvoorbeeld aan een klein weidevogelreservaat. Een overstroming kan daar een heel broedseizoen laten mislukken of roofdieren kunnen leren dat er veel makkelijke prooi te krijgen is, waardoor het reservaat ineens juist niet meer veilig is. Om de biodiversiteit te verbeteren conform de hierboven genoemde drie punten, moeten we inzetten op de verbetering van kwaliteit van leefgebieden en het verbinden van leefgebieden. Veel extra oppervlakte voor natuur is immers niet haalbaar op korte termijn, hoewel we ook steeds moeten kijken waar wél ruimte is. Bij het creëren van kansen voor biodiversiteit is het belangrijk een beeld te hebben van de eisen die verschillende soorten stellen aan hun leefgebied. De specifieke eisen zijn voor iedere soort anders, maar voor vrijwel alle soorten zijn de eisen samen te vatten in vijf basisbehoeften. We noemen deze basisbehoeftes ook wel habitateisen.

Binnen het gebied waarin een soort voorkomt heeft die behoefte aan: 1. 2. 3. 4. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=877a6a0b-2642-4a26-845b-29635bdafb84