352382RH 2022_BW_00444
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2022_BW_00444
GOEDGEKEURD
Vergadering van 18 oktober 2022 Team Jeugd
Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 Besluitvormend
Zaaknummer: 352382 Portefeuillehouder: Jasper Bloem Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Eva Boswinkel, Wethouder; de heer Rick Verschure, Wethouder; de heer Jasper Bloem, Wethouder; de heer Sjoerd Wannet, Wethouder; mevrouw Monique Stouten, Gemeentesecretaris; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris
Afwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit om de raad voor te stellen de bijgaande Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 vast te stellen.
Motivering Inleiding In 2014 heeft de raad, in het kader van de toen nieuwe Jeugdwet, de Verordening jeugdhulp vastgesteld. Deze verordening is in 2019 geactualiseerd. De raad heeft inmiddels (17 juli 2021) een nieuw Beleidsplan Jeugd 2021-2024 aangenomen. In het beleidsplan streven we naar meer inzet op preventie en lichte hulpverlening om geïndiceerde zorg te voorkomen. Daarvoor heeft het college onder andere besloten tot nadere uitwerking van de pilot ‘lichte jeugdhulp anders organiseren in Zutphen’ waarbij lichte jeugdhulp laagdrempelig, zonder indicatie en dichtbij inwoners wordt uitgevoerd door een team van externe partners’ (18 oktober 2022). De uitvoering van deze vrij toegankelijke algemene voorziening vraagt om nadere regelgeving in de verordening. Ook hebben we in het beleidsplan aangegeven dat de Jeugdwet een brede wet is, waarbij we keuzes willen maken voor afbakening van het zorgaanbod, te verwerken in de verordening en beleidsregels. De verordening van 2019 is daarom op een groot aantal punten hierop aangepast. Daarbij hebben we geput uit jurisprudentie en voorbeelden van verschillende andere gemeenten. De uitvoering was hierbij nauw betrokken.
1/84
Op 5 juli 2022 heeft het college een besluit genomen over de ontwerp verordening. Conform de inspraak-verordening konden inwoners en organisaties op deze ontwerp verordening reageren. De ontwerp verordening is bekendgemaakt via de gebruikelijke kanalen. Ook is de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) om advies gevraagd. Het inspraakproces heeft alleen tot een beperkt aantal ambtelijke wijzigingen geleid. De verordening kan daarmee aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd. De bijgaande vast te stellen verordening bevat de lokale regelgeving, in aanvulling op hetgeen in de Jeugdwet is vastgelegd, met in de bijlage een uitgebreide toelichting per artikel waarin tevens wordt ingegaan op de afbakening met andere wetgeving. Omdat de nieuwe verordening tekstueel een andere opzet heeft dan de oude, kunnen de hoofdstukken niet één op één worden vergeleken met de oude verordening. In bijlage 1 vindt u daarom een samenvatting met de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen. Beoogd effect Een actuele Verordening jeugdhulp die juridisch houvast geeft voor de uitvoering van het gewenste beleid op jeugd in Zutphen. Argumenten Zie bijgaand raadsvoorstel. Kanttekeningen Zie bijgaand raadsvoorstel. Communicatie Zie bijgaand raadsvoorstel. Evaluatie Zie bijgaand raadsvoorstel. Financiën Zie bijgaand raadsvoorstel. Risico’s N.v.t. Personele consequenties N.v.t.
Programmadoelen Programma 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee Toelichting programmadoelen Het betreft het sociaal domein.
Bijlagen 1. 2. 3.
2022 10 10 Raadsvoorstel verordening jeugdhulp zutphen 2022 (versie 18-10-2022).pdf 2022 10 10 Bijlage 1. Samenvatting wijzigingen verordening jeugdhulp Zutphen 2022.pdf 2022 10 10 Bijlage 2. Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 CONCEPT.pdf
2/84
VOORBLAD
ONTWERP Invulinstructie RAADSVOORSTEL
Griffienummer:
Onderwerp Programma
Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee --
Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
technisch blok (hamerstuk) Jasper Bloem Ria Meijerink 06 81425920 R.Meijerink@zutphen.nl
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: de bijgaande Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 vast te stellen.
3/84
1 van 5
TOELICHTING
Inleiding In 2014 heeft de raad, in het kader van de toen nieuwe Jeugdwet, de Verordening jeugdhulp vastgesteld. Deze verordening is in 2019 geactualiseerd. De raad heeft inmiddels (17 juli 2021) een nieuw Beleidsplan Jeugd 2021-2024 vastgesteld. In het beleidsplan streven we naar meer inzet op preventie en lichte hulpverlening om geïndiceerde zorg te voorkomen. Daarvoor hebben we onder andere besloten tot nadere uitwerking van de pilot ‘lichte jeugdhulp anders organiseren in Zutphen’ waarbij lichte jeugdhulp laagdrempelig, zonder indicatie en dichtbij inwoners wordt uitgevoerd door een team van externe partners. De uitvoering van deze vrij toegankelijke algemene voorziening vraagt om nadere regelgeving in de verordening. Ook hebben we in het beleidsplan aangegeven dat de Jeugdwet een brede wet is, waarbij we keuzes willen maken voor afbakening van het zorgaanbod, te verwerken in de verordening en beleidsregels. De verordening van 2019 is daarom op een groot aantal punten hierop aangepast. Daarbij hebben we geput uit jurisprudentie en voorbeelden van verschillende andere gemeenten. De uitvoering was hierbij nauw betrokken. Op 5 juli 2022 hebben wij een besluit genomen over de ontwerp verordening. Conform de inspraakverordening konden inwoners en organisaties op deze ontwerp verordening reageren. De ontwerp verordening is bekendgemaakt via de gebruikelijke kanalen.
Ook is de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) om advies gevraagd. Dit heeft alleen tot een beperkt aantal ambtelijke wijzigingen geleid. De verordening kan daarmee aan u ter vaststelling worden voorgelegd. De bijgaande vast te stellen verordening bevat de lokale regelgeving, in aanvulling op hetgeen in de Jeugdwet is vastgelegd, met in de bijlage een uitgebreide toelichting per artikel waarin tevens wordt ingegaan op de afbakening met andere wetgeving. Omdat de verordening tekstueel een andere opzet heeft, kunnen de hoofdstukken niet één op één worden vergeleken met de oude verordening. In bijlage 1 vindt u daarom een samenvatting met de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen.
Beoogd effect Een actuele Verordening jeugdhulp die juridisch houvast geeft voor de uitvoering van het gewenste beleid op jeugd in Zutphen.
Argumenten 1.1. De nieuwe verordening biedt de juridische basis voor meer inzet op preventie en lichte hulpverlening, zoals we met het beleidsplan Jeugd Zutphen 2021-2024 beogen. In het Beleidsplan Jeugd Zutphen 2021-2024 kiezen we voor het versterken van de pedagogische samenleving en voor preventie zodat kinderen en jongeren evenwichtig opgroeien. We willen onnodig problematiseren en medicaliseren voorkomen. Zorg wordt ingezet als het echt nodig is; zo licht als mogelijk en intensief en duurzaam als het moet. We willen de lichte hulpverlening op een andere, meer laagdrempelige manier inrichten zonder indicatie, met externe partners in een strategisch partnerschap en vindplaatsgericht, op scholen, bij huisartsen en in de buurt. Daarnaast zetten we in op een sterke eerste lijn waarbij de gemeentelijke toegang zich met name richt op regievoering op complexe casuïstiek. De toegang verleent zelf geen hulp. In de nu voorliggende verordening bieden we de handvatten om een lokaal team in te richten voor vrij toegankelijke lichte hulpverlening én toeleiding naar en regie op geïndiceerde 4/84
2 van 5
maatwerkoplossingen. Daarbij worden hulpvragen beoordeeld in de volgorde: 1. eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van het gezin en het netwerk; 2. mogelijkheden voor ondersteuning vanuit overige en/of algemene preventieve voorzieningen; 3. mogelijkheden voor lichte hulpverlening vanuit het lokale team; 4. indicatiestelling voor een maatwerk voorziening gezien de aard en ernst van de hulpvraag. In de verordening leggen we vast dat het lokaal team voor lichte hulp voorliggend is op geïndiceerd maatwerk. 1.2. De verordening biedt kansen voor de afbakening van de jeugdhulpplicht. De Jeugdwet is een brede wet die de gemeenten verantwoordelijk stelt voor preventie en jeugdgezondheidszorg, maar ook voor curatieve jeugdzorg en kinderbeschermings- en reclasseringsmaatregelen. We hebben onderzocht hoe wij de jeugdhulpplicht kunnen afbakenen. Het traject lichte hulpverlening anders organiseren draagt hieraan bij. Daarnaast hebben we voor een nadere afbakening geput uit ervaringen van andere gemeenten (onder andere Groningen). Ook is er inmiddels jurisprudentie over de afstemming met andere voorzieningen, zoals de Zorgverzekeringswet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz), (passend) onderwijs en de Participatiewet. In de verordening hebben we hier artikelen over opgenomen. 1.3.
De toelichting bij de verordening biedt handvatten voor de uitvoering. In de toelichting wordt eerst ingegaan op de doelstellingen van het beleidsplan Jeugd en de rol van het lokaal team voor lichte hulpverlening. Daarna volgt een artikelsgewijze uitleg. Meerwaarde heeft ook (de toelichting op) hoofdstuk 7 Afstemming andere voorzieningen, waarbij uitgebreid wordt aangegeven wat onder de Jeugdwet valt en wat onder andere voorzieningen en wetgeving. De toelichting bij de verordening kan daarmee ook als een instructie voor de jeugdconsulenten worden benut, wanneer er sprake is van een ‘grijs gebied’. 1.4. Er zijn geen inspraak reacties binnengekomen. De bekendmaking van de ontwerp verordening heeft niet geleid tot reacties. De BASD is uitvoerig bijgepraat over actuele ontwikkelingen jeugd op 8 juni 2022. De BASD heeft geen advies uitgebracht. 1.5 Er heeft een correctie plaatsgevonden op het artikel over het Persoonsgebonden Budget (PGB). Tijdens de inspraakperiode is ambtshalve opgemerkt dat een deel van de PGB regelgeving uit de oude verordening niet was overgenomen in de nieuwe verordening. Dit is in de definitieve versie hersteld (artikel 5.3). 1.6 De raad is bevoegd om de verordening vast te stellen. Op grond van artikel 2.9 Jeugdwet is het de raad die een Verordening jeugdhulp vast moet stellen.
Kanttekeningen 1.1 De verordening wordt op sommige punten nog opgevolgd met (beleids)regels. De verordening is het algemene juridische kader. Waar beleid aan verandering onderhevig is, en/ of met name uitvoerend is wordt dit vastgelegd in door ons als college vast te stellen (beleids)regels. Sommige beleidsregels gaan we herzien en/of opstellen op korte termijn, onder andere over de hoogte van het persoonsgebonden budget (PGB). 1.2 De landelijke Hervormingsagenda Jeugd kan leiden tot noodzakelijke wijzigingen. Wij hebben ons gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving en meest actuele jurisprudentie. De landelijke Hervormingsagenda kan tot wijzigingen in wet- en regelgeving leiden. Daar wordt in deze nieuwe
5/84
3 van 5
verordening al op ingespeeld (o.a. lichte hulpverlening vrij toegankelijk, maatwerk alleen voor complexe/ specialistische problematiek, afbakening producten). Financiën Het vaststellen van deze verordening heeft op zich geen financiële consequenties. De nieuwe verordening maakt ‘lichte hulpverlening anders organiseren’ mogelijk. De begroting van deze pilot is budgetneutraal. De verdere afbakening van de jeugdhulpplicht kan in principe tot besparingen leiden. Communicatie Het besluit tot vaststelling van de Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 wordt op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt. De communicatie over de uitvoering ervan koppelen we aan het traject ‘lichte hulpverlening anders organiseren’ (zie communicatieplan in het collegebesluit 18 oktober 2022, dit heeft u ter kennisname ontvangen). De gemeentelijke toegang heeft actief bijgedragen aan de nieuwe verordening, en word uiteraard geïnformeerd over de definitieve versie. Uitvoering Wij stellen aan het Presidium voor om de verordening in het technisch blok van 28 november 2022 te bespreken, zodat de raad de verordening nog voor het eind van het jaar kan vaststellen en deze op 1 januari 2023 in werking kan treden.
Evaluatie We blijven actuele ontwikkelingen volgen. Als dit nodig is, leggen wij een wijziging van de verordening ter besluitvorming aan de raad voor en/of stellen wij nadere (beleids)regels vast, als dat onze bevoegdheid is.
Bijlagen 1. Samenvatting Verordening jeugdhulp 2. Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022
Stukken die ter inzage liggen
6/84
4 van 5
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2022 met nummer 352382; gelet op artikel(en) 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1., derde lid van de Jeugdwet; besluit: de bijgaande Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022 vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
7/84
5 van 5
Bijlage 1 Samenvatting wijzigingen verordening jeugdhulp Zutphen 2022 Hierna volgt een samenvatting van de verordening jeugdhulp Zutphen 2022, en de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de verordening 2019. Tekstueel zijn de meeste artikelen geactualiseerd en ook anders geordend. De artikelen zijn dus niet één op één vergelijkbaar met de vorige verordening. De term lokaal team is in de hele verordening doorgevoerd. Dit is een landelijk gebruikte term voor teams op gemeentelijk of wijkniveau die zijn aangewezen voor jeugdhulpvragen en als toegang voor direct beschikbare jeugdhulp en/of een indicatie voor een maatwerkvoorziening. Hoofstuk 7 is in zijn geheel nieuw en doet enerzijds recht aan het streven naar een integrale aanpak en anderzijds afbakening met aanpalende wetgeving. De onderstaande samenvatting refereert alleen aan de nu voorliggende concept verordening 2022. Per artikel geven we op inhoud aan wat er nieuw of aangevuld is ten opzichte van de vorige versie. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen De definities zijn waar nodig aangepast aan de termen zoals die nu in de Jeugdwet staan en zoals we die in Zutphen hanteren. De belangrijkste begrippen zijn hieronder schematisch weergegeven. Begrip:
Andere voorzieningen
Daaronder Sociale basis verstaan we: (o.a. school, sport, cultuur)
Algemene voorzieningen (vrij toegankelijk)
Preventie aanbod van partners
Lokaal team (lichte hulp en toegang)
Maatwerk voorzieningen (geïndiceerd) Zorgaanbieders
Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen 2.1 2.2
Sociale basis en preventie aanbod jeugd Lokaal team
2.3
Opvoed- en opgroei-ondersteuning
2.4
Op veiligheid en spoedeisende zorg gerichte algemene voorzieningen
Nieuw: preventie aanbod (conform Beleidsplan jeugd 20212024) Nieuw: Dit maakt een lokaal team voor lichte hulp mogelijk: rol en taakverdeling, inrichtingsvorm (conform concept Uitvoeringsplan lichte hulpverlening anders organiseren 2022). Nieuw: om aanbod voor specifieke hulpvragen en doelgroepen mogelijk te maken (niet vrij-toegankelijk) Ongewijzigd met toevoeging van lokaal team.
Hoofdstuk 3 Maatwerk voorzieningen 3.1
Specialistische jeugdhulp
Geactualiseerd: de vormen van (specialistische) jeugdhulp wij regionaal, bovenregionaal en/of landelijk inkopen (sluit aan bij regionale raamovereenkomst Midden IJssel Oost Veluwe).
3.2
Zorg voor ernstige dyslexie
3.3
Jeugdwet vervoer
Nieuw: een nadere duiding van dyslexiezorg (conform landelijke richtlijnen 2022). Nieuw
1 8/84
3.4
Overige maatwerkvoorzieningen jeugd
Nieuw: bedoeld om niet regionaal gecontracteerde zorg mogelijk te maken (bijvoorbeeld voor landelijke aanbieders, ontbrekend aanbod in de regio en voor nieuwe aanbieders als gevolg van het woonplaatsbeginsel 2022)
Hoofdstuk 4 Toegankelijkheid voorzieningen 4.1
Toegankelijkheid algemene en maatwerkvoorzieningen
Grotendeels ongewijzigd Nieuw: mandaat voor lokaal team om bij lichte hulpvragen direct laagdrempelige hulp in te zetten, of bij complexe vragen te ondersteunen bij aanvragen indicatie. Nieuw: termijn behandeling aanvraag voor maatwerk is 8 weken vanaf de ontvangstdatum van de aanvraag.
4.2
Beoordelingsregels naar aard en complexiteit van hulpvragen
4.3 4.4
Het gesprek en het gezinsplan Algemene criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van jeugdhulp.
Nieuw: rol van lokaal team bij beoordelen van de hulpvraag, en beoordeling als het gaat om een verwijzing door de huisarts, gecertificeerde instelling, jeugdarts of medisch specialist Ongewijzigd Nieuw: Met name dit artikel, lid 1 is belangrijk voor het inrichten van lichte jeugdhulp als algemene voorziening, voorliggend op een maatwerkvoorziening. Het artikel luidt als volgt: “De bevoegde professional van het lokaal team kent jeugdhulp toe indien en voor zover vastgesteld is dat: a. de jeugdige zelf, of met gebruikelijke hulp van zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; b. een beroep op een algemene voorziening als bedoeld in 2.1 t/m 2.4 niet adequaat is voor oplossing van de hulpvraag; c. de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag afdoende te beantwoorden; d. indicatiestelling voor een maatwerk voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag’
4.5
De inhoud en geldigheidsduur van het indicatiebesluit.
4.6
Toegankelijkheid zorg bij ernstige dyslexie Toegankelijkheid overige maatwerkvoorzieningen jeugdhulp
4.7
Ongewijzigd met toevoeging van: - mogelijkheid voor verlenging als aanvraag herindicatie binnen drie maanden na afloop jeugdhulptraject is ingediend; - mogelijkheid voor intrekken indicatie als aanbieder of PGB houder niet binnen drie maanden is gestart met zorg. Nieuw: proces bij toekenning maatwerkvoorziening bij ernstige dyslexie (na controle leesdossier en diagnostiek). Nieuw: het college besluit over inzet van overige maatwerkvoorzieningen jeugdhulp, op grond van een aanvraag van het lokaal team (of een andere wettelijke verwijzer)
Hoofdstuk 5 Aanvullende regels persoonsgebonden budget 5.1
PGB plan
Wijziging: de termijn voor inzet van het PGB is verminderd van zes maanden na afgifte van de indicatie naar drie maanden.
2 9/84
5.2 5.3
5.4
Onderscheid formele en informele hulp Vaststellen hoogte PGB
Verstrekken PGB formele en informele hulp
Ongewijzigd. Wijziging: tarief informeel PGB is voor jeugdigen onder de 21 jaar gelijk aan het wettelijk minimumloon (jurisprudentie). Nadere indeling van tarieven wordt nog vastgesteld in beleidsregels. Nieuw: lid 2. Daarbij worden nadere voorwaarden gesteld voor de inzet van een PGB voor informele ondersteuning (onder andere VOG en gebruik meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling).
Hoofdstuk 6 Feiten en omstandigheden 6.1
6.2 6.3
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik Opschorting betaling uit PGB
Ongewijzigd. Toevoeging van de mogelijkheid tot intrekken als PGB niet is aangewend binnen drie maanden. Ongewijzigd Ongewijzigd
Hoofdstuk 7 Afstemming andere voorzieningen. Dit hoofdstuk is geheel nieuw. 7.1 7.2 7.3 7.4
7.6
Overgang naar volwassenenheid Afstemming gezondheidszorg Afstemming langdurige zorg Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht Afstemming maatschappelijke ondersteuning Afstemming werk en inkomen
7.7
Afstemming wonen
7.5
Afstemming Overgang 18-/naar 18+ Afstemming Jeugdwet-Zorgverzekeringswet Afstemming Wet Langdurige Zorg Contactpersonen lokaal team en afstemming in gezinsplan
Inzet jeugdwet-Wmo binnen het gezin Afstemming Jeugdwet-Wmo na het 18 de jaar Integrale afstemming bij het signaleren van inkomensproblematiek. Integrale afstemming bij jeugd gerelateerde woonproblematiek
Hoofdstuk 8 Kwaliteit en beleidsparticipatie 8.1 8.2
Verhouding prijs-kwaliteit Kwaliteitsborging
8.3
Inspraak
ongewijzigd Nieuw: referentie aan Algemene voorwaarden sociaal domein (zoals vastgesteld door het college in het kader van de inkoop van jeugdhulp). Klachtenregeling is ongewijzigd. Ongewijzigd
Hoofdstuk 9 Slotbepalingen 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Hardheidsclausule Intrekken oude regeling Inwerkingtreding Overgangsrecht Citeertitel
Ongewijzigd De verordening jeugdhulp 2019 wordt ingetrokken Datum gewijzigd Datum gewijzigd Datum gewijzigd
Toelichting In de toelichting wordt in de inleiding eerst ingegaan op de doelstellingen van het Beleidsplan Jeugd Zutphen 2021-2024 en de rol van het lokale team. Daarna volgt een artikelsgewijze uitleg. In de toelichting bij hoofdstuk 7, afstemming andere voorzieningen, wordt aangegeven wat onder de Jeugdwet valt en wat onder andere voorzieningen en wetgeving. 3 10/84
Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over hulp aan jeugdigen (Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022) Ons kenmerk: 352382
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2022 met nummer 352382; overwegende, dat: de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft belegd; het uitgangspunt daarbij is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; het noodzakelijk is om regels vast te stellen over: o de door het college te verlenen maatwerk voorzieningen en overige voorzieningen. o de voorwaarden voor toekenning, de wijze van beoordeling van en de afwegingsfactoren bij een maatwerk voorziening; o de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een maatwerk voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen; o de wijze waarop de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld; o de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerk voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet; o de waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van jeugdhulp of de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan; het verder ook wenselijk is te bepalen onder welke voorwaarden degene aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt de jeugdhulp
kan betrekken van een persoon die behoort tot diens sociale netwerk; gelet op artikel(en) 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1. derde lid van de Jeugdwet; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over hulp aan jeugdigen (Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022)
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Dit hoofdstuk vormt de inleiding tot de Verordening jeugdhulp gemeente Zutphen 2022. Deze verordening bevat de regels van de gemeente ter uitvoering van de Jeugdwet en door de gemeenteraad vastgesteld gemeentelijk beleid voor Jeugdzorg.
11/84
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Deze verordening verstaat onder: a. aanvraag: een schriftelijk of digitaal ondertekend verzoek van de hulpvrager of gemachtigde van de hulpvrager om een maatwerkvoorziening op grond van deze verordening; b. algemene voorziening: voorziening op grond van de Jeugdwet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling; hieronder vallen in opdracht van de gemeente georganiseerde preventieve activiteiten, onderzoeksactiviteiten door professionals van het lokaal team alsook vormen van directe hulpverlening welke door de gemeente beschikbaar zijn gemaakt, zonder dat daarvoor een aanvraag zoals bedoeld onder a. nodig is; c. andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, die niet onder de Jeugdwet valt; d. budgethouder: de jeugdige of zijn ouders aan wie een maatwerk voorziening is toegekend in de vorm van een persoonsgebonden budget; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. formele hulp: er is sprake van formele hulp als voldaan wordt aan een limitatief aantal criteria, zoals beschreven in artikel 4.2 van deze verordening; g.
gebruikelijke hulp: hulp die mensen elkaar normaal gesproken geven als zij een gezin vormen of samenleven; h. gecertificeerde instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert; i.
gemeente: de gemeente Zutphen en door de gemeente Zutphen gemandateerde of gevolmachtigde vertegenwoordigers;
j.
gesprek: gesprek tussen hulpvrager en de gemeente waarin de jeugdige en/ of zijn ouders zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het effect dat hij wil bereiken bespreekt;
k. gezinsplan: het familiegroepsplan waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/ of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de doelen en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart
12/84
gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken; l.
hulpverleningsplan: plan betreffende de verlening van jeugdhulp als bedoeld in artikel 4.1.3 en hoofdstuk 6 van de wet;
m. hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning van een jeugdige of zijn ouders in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid van de wet; n. indicatiebesluit: een besluit van het gemeentebestuur op de schriftelijke of digitale aanvraag van een hulpvrager voor een maatwerkvoorziening na afronding van het daarvoor benodigde onderzoek; o. informele hulp: er is sprake van informele hulp, als de hulpverlener niet voldoet aan de criteria voor formele hulp zoals omschreven in artikel 5.2 van deze verordening; p. jeugdhulp: i.
ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen;
ii. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en iii. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht; q. jeugdige: persoon die: i.
de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt,
ii. de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of
13/84
iii. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: 1. is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1°, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is, hetgeen in ieder geval geldt voor kinderen in pleeggezinnen en gezinshuizen tot hun 21e jaar; 2. vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of 3. is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is; r. lokaal team: team van professionals, zoals bedoeld in artikel 2.2, dat door het college is aangewezen om de behoefte aan en noodzaak voor jeugdhulp op te sporen, te beoordelen, direct beschikbare jeugdhulp te verlenen dan wel een indicatie voor een maatwerkvoorziening in natura of in PGB af te geven; s. maatwerkvoorziening: de op de jeugdige en/ of zijn ouders toegesneden individuele voorziening die door het college in natura of bij PGB wordt verstrekt op basis van een aanvraag en een daarop gebaseerd indicatiebesluit; t.
melding: registratie door de professional van het lokaal team van een jeugdhulpvraag van een jeugdige en/ of zijn ouders waarvoor toeleiding naar preventieve activiteiten en een algemeen advies onvoldoende is en nadere onderzoeksactiviteiten nodig zijn voor het bepalen en inzetten van passende hulp; u. onderwijszorgarrangement: een gecombineerde inzet van jeugdhulpvoorzieningen en onderwijsondersteuning die geboden wordt in een schoolse setting als aanvulling op het reguliere en speciaal (basis- en voortgezet) onderwijs; v. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; w. persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van het gezin die van belang zijn, inclusief de behoefte van de jeugdige en zijn ouders en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging; x. PGB: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hem in staat stelt de jeugdhulp die tot de maatwerk voorziening behoort van derden te betrekken;
14/84
y. PGB-plan: een plan van de budgethouder waarin hij de besteding van het PGB aangeeft inclusief de wijze waarop hiermee de gestelde doelen worden bereikt. Het PGB-plan bestaat uit een plan van aanpak, een begroting, de voorgenomen zorgovereenkomsten en de zorgbeschrijvingen per hulpverlener; z. professional: een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid zorg verleent en in de regel geregistreerd staat in het Kwaliteitsregister Jeugd of het register Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); aa. specialistische jeugdhulp: maatwerk voorzieningen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 zijnde voorzieningen voor jeugdhulp die een specifieke expertise vragen; bb. wet: Jeugdwet.
Artikel 1.2 Doelgroep 1. De algemene en maatwerkvoorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen die conform de wet hun woonplaats in de gemeente hebben en hun ouders. 2. Het college kan bij nadere regeling besluiten dat de algemene voorzieningen zoals geregeld in artikel 2.1 tot en met 2.3 ook toegankelijk zijn voor jeugdigen die woonachtig zijn in bij nadere regeling aan te wijzen buurgemeenten voor zover deze jeugdigen staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling in de gemeente Zutphen, en hun ouders.
Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Sociale basis en preventieaanbod Jeugd 1. Vragen over opvoeden en opgroeien worden door ouders samen met school, kinderopvang en partners in de wijk opgelost. 2. Er is een goed afgestemd preventieaanbod waarmee we de zelfredzaamheid van kinderen, jongeren en ouders versterken en we voorkomen dat een onveilige omgeving voor de jeugdige, psychische, psychosociale en gedragsproblemen van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders ontstaat. 3. De preventieve activiteiten jeugd zijn gericht op: a. het vergroten van de zelfredzaamheid, veerkracht en veiligheid van kinderen, jongeren en ouders; b. het versterken van een gezonde relatie tussen ouder en kind bij echtscheiding;
15/84
c. een doorlopende ketensamenwerking voor de eerste 1000 dagen van een kind; d. een sluitende aanpak in voor- en vroegschoolse educatie (VVE) om taalen onderwijsachterstanden te voorkomen; e. professionele samenwerking met schoolbesturen en Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs om ondersteuning van kinderen in en buiten de scholen integraal op te pakken; f. een integrale aanpak om thuiszitten, schooluitval en jeugdwerkloosheid te voorkomen; g. extra ondersteuning van kwetsbare kinderen binnen het speciaal onderwijs en buitenschoolse opvang met een Plus; h. adequate en toegankelijke informatie voor inwoners én professionals over waar men met welke hulpvragen terecht kan (Hulpwijzer).
Artikel 2.2 Lokaal team 1. Het college draagt zorg voor een dekkend aanbod van professionals in de gemeente, werkzaam als lokaal team waar jeugdigen en/ of ouders met hun hulpvragen terecht kunnen. 2. Het college kan een of meer rechtspersonen aanwijzen aan wie de opdracht wordt verleend om professionals voor het lokaal team te organiseren, gericht op het opsporen, beoordelen en directe ondersteuning bij enkelvoudige problematiek waarvoor passende hulp laagdrempelig en zonder indicatie beschikbaar is. 3. Het college kan bepaalde taken en bevoegdheden van het lokaal team voorbehouden aan professionals in dienst van de gemeente of in dienst van gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente deelneemt. 4. Het college stelt bij nadere regeling de taakverdeling en bevoegdheden vast voor de verschillende professionals van het lokaal team en de daarbij passende bevoegdheden aan aangewezen rechtspersonen die professionals voor het lokaal team organiseren.
Artikel 2.3 Opvoed- en opgroeiondersteuning 1. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, kan het college voor veel voorkomende specifieke hulpvragen een laagdrempelig aanbod aan opvoed- en opgroeiondersteuning in de gemeente organiseren voor jeugdigen en hun ouders, in groepsverband en individueel.
16/84
2. Wanneer het aanbod zoals bedoeld in het eerste lid zich richt op specifieke doelgroepen, stelt het college bij nadere regeling vast onder welke voorwaarden jeugdigen en hun ouders zich rechtstreeks tot de hiervoor gecontracteerde zorgaanbieder kunnen wenden zonder tussenkomst van een professional van het lokaal team. 3. Het college kan voor de in lid 2 bedoelde zorgaanbieder nadere regels vaststellen met betrekking tot de toegangsbeoordeling met het oogmerk de beschikbaarheid te garanderen voor hulpvragen met een hoge urgentie en beheer van eventuele wachtlijsten.
Artikel 2.4 Op veiligheid en spoedeisende zorg gerichte algemene voorzieningen 1. Er is een dekkend aanbod van intensieve vrijwillige zorg voor gezinnen waarvan de ouders onvoldoende zorgdragen voor een veilige opvoedingssituatie of meewerken aan de noodzakelijke hulpverlening. Het college stelt hiervoor nadere regels vast. 2. De toegankelijkheid tot het aanbod als bedoeld in het eerste lid kan worden opgedragen aan: a. Veilig Thuis: advies- en meldpunt met brede kennis op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling; b. Meldpunt Spoedeisende zorg: 24 uur per dag 7 dagen per week beschikbaarheid van een professional die interventiehulp biedt in het gezin; c. daartoe aangewezen professionals van het lokaal team in de gemeente.
Hoofdstuk 3 Maatwerk voorzieningen Artikel 3.1 specialistische jeugdhulp 1. In aanvulling op de algemene voorzieningen zoals bedoeld in artikel 2.1 tot en met 2.4 draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp in de vorm van een maatwerkvoorziening. 2. De specialistische jeugdhulp als bedoeld in het eerste lid kan bestaan uit: a. Begeleiding individueel: activiteiten waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven; b. Begeleiding groep: een structurele tijdsbesteding binnen een agogisch klimaat met meetbare, duidelijk omschreven doelen, waarbij de begeleiding is
17/84
gericht op een zinvolle dagbesteding of het in groepsverband aanleren van vaardigheden of leren omgang met een beperking; c. Verblijf: opname en verblijf met een vorm van jeugdhulp in een instelling; d. Zorgcoördinatie: coördinatie van de ondersteuning en zorg als meerdere professionals en informele ondersteuners betrokken zijn en de jeugdige en zijn ouders naar het oordeel van het college niet in staat zijn de zorg en ondersteuning zelf te coördineren; e. Ondertoezichtstelling: een rechterlijke maatregel gericht op het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging en de bedreiging van de fysieke en psychische veiligheid met als doel het realiseren van stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie; f. Landelijke Transitiearrangement: vormen van hoog specialistische jeugdhulp die landelijk worden gecontracteerd; g. Crisishulp: vormen van jeugdhulp in situaties waar sprake is van een niet uitstelbare hulpvraag en acute problematiek; h. Behandeling individueel: individuele behandeling gericht op het opheffen dan wel verminderen van of leren omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen die de ontwikkeling van de jeugdige stagneren of leiden tot disfunctioneren; i.
Behandeling groep: behandeling op locatie van de aanbieder en in een groep gericht op het opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen die de ontwikkeling van de jeugdige stagneren of leiden tot disfunctioneren;
j.
Pleegzorg: opvang van jeugdigen, waarbij jeugdigen niet door hun eigen (biologische) ouders, maar door vervangende ouders verzorgd en opgevoed worden;
k. Gezinshuis: opvang van een jeugdige in een stabiele gezinssituatie met professionele begeleiding en behandeling van de jeugdige met een ernstige opvoed- of behandelvraag; l.
Specialistische Geestelijke gezondheidszorg: diagnostiek, behandeling en/ of verblijf van jeugdigen met psychische en psychiatrische basale stoornissen, ernstige psychische aandoeningen en in crisissituaties;
18/84
m. Respijtopvang Jeugd: opvang voor de jeugdige die permanent toezicht nodig heeft, waarbij de zorgtaken van ouders tijdelijk door anderen wordt overgenomen. 3. Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de keuzevrijheid van jeugdigen en hun ouders voor een zorgaanbieder op bovenstaande categorieën.
Artikel 3.2 Jeugdbescherming Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van jeugdhulp bij een maatregel die de rechter dwingend oplegt wanneer een gezonde en veilige ontwikkeling van de jeugdige (ernstig) wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet (voldoende) helpt.
Artikel 3.3 Jeugdreclassering Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van hulp voor jongeren tussen 12 en 23 jaar, die met politie en/ of justitie in aanraking zijn gekomen. De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 jaar is, als de jongere minderjarig was bij het plegen van het strafbare feit.
Artikel 3.4 Zorg voor ernstige dyslexie 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van ernstige dyslexiezorg, bestaande uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. behandeling van ernstige dyslexie. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep.
Artikel 3.5 Vervoer 1. Het college draagt zorg voor beschikbaarheid van vervoer van jeugdigen naar de locatie waar jeugdhulp wordt verleend, voor zover na onderzoek blijkt dat ouders en het sociaal netwerk hierin niet kunnen voorzien. 2. Het college bepaalt bij nadere regeling onder welke voorwaarden een beroep kan worden gedaan op een vorm van vervoersvoorziening.
Artikel 3.6 Overige maatwerk voorzieningen jeugdhulp 1. In aanvulling op de maatwerkvoorzieningen genoemd in artikel 3.1 draagt het college in bijzondere gevallen zorg voor een alternatief aanbod van jeugdhulp
19/84
wanneer geen passende zorg kan worden geboden door zorgaanbieders die door de gemeente voor de in artikel 3.1 genoemde zorg gecontracteerd zijn. 2. De in het eerste lid vermelde jeugdhulp betreft: a.
jeugdhulp voor jeugdigen die buiten de regio Zutphen verblijven maar volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van het college vallen, en voor wie de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders geen passende hulp kunnen organiseren of hulp die voldoende in de nabijheid van de jeugdige geboden kan worden;
b. jeugdhulp die geboden wordt door jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten afgesloten landelijke raamcontracten; c.
jeugdigen die hun woonplaatsbeginsel krijgen in Zutphen en waarvan de continuering van de jeugdhulp door een niet door de gemeente gecontracteerde aanbieder wordt voortgezet;
d. jeugdhulp die de rechter heeft opgenomen als verplichting in het vonnis; e.
jeugdhulp aan jeugdigen in buitengewone omstandigheden waarvoor geen passend aanbod beschikbaar is binnen het gecontracteerde aanbod.
3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde jeugdhulp.
Hoofdstuk 4 Toegankelijkheid tot voorzieningen Artikel 4.1 Toegankelijkheid van algemene en maatwerkvoorzieningen 1. Een jeugdige of zijn ouders met een hulpvraag kunnen deze rechtstreeks voorleggen aan door het college georganiseerde ondersteuningspunten voor algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 2.1 tot en met 2.4. 2. Hulpvragers kunnen verzoeken om een gesprek met professionals van het lokaal team bij het verkennen en verhelderen van de hulpvraag. 3. De professional van het lokaal team geeft de hulpvrager informatie en advies over eigen mogelijkheden om oplossingen te vinden, zo nodig met ondersteuning vanuit beschikbare algemene voorzieningen en andere voorzieningen. 4. De professional van het lokaal team kan bij lichte hulpvragen direct laagdrempelige hulp inzetten of bij complexere hulpvragen ondersteunen bij het indienen van een schriftelijke aanvraag voor een maatwerk voorziening bij de gemeente.
20/84
5. Het college neemt het besluit op een aanvraag voor een maatwerkvoorziening uiterlijk binnen acht weken, waarbij als startdatum geldt de ontvangstdatum van het aanvraagformulier door de gemeente. 6. Het college legt het besluit op een aanvraag voor een maatwerk voorziening vast in een beschikking. 7. Een aangewezen professional van het lokaal team draagt zorg voor de inzet van de goedkoopst passende voorziening voor jeugdhulp na verwijzing door: a. de huisarts, medisch specialist of jeugdarts, als en voor zover de jeugdhulpaanbieder van oordeel is dat de inzet van jeugdhulp nodig is; b. de rechter of gecertificeerde instelling, als hij dit nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel; c. de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële instelling als dit nodig is bij de uitvoering van de opgelegde maatregel jeugdreclassering. 8. Spoedeisende zorg kan zowel het college als de gecertificeerde instelling inzetten. In spoedeisende situaties kan het college of de gecertificeerde instelling ook een spoedmachtiging tot opname in een gesloten instelling aanvragen conform artikel 6.1.3 van de wet. 9.
Het college legt de beslissing als bedoeld in het achtste lid over de inzet van de hulp in de vorm van een maatwerkvoorziening zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp, vast in een beschikking. 10. Een jeugdige en/ of zijn ouders die menen een beroep te kunnen doen op een andere voorziening, kunnen zich rechtstreeks hiertoe wenden. 11. Het college wijst de jeugdige of zijn ouders bij melding van een hulpvraag waarmee een beroep wordt gedaan op de inzet van jeugdhulp, op de mogelijkheid om gebruik te maken van ondersteuning door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.
Artikel 4.2 Beoordelingsregels naar aard en complexiteit van hulpvragen 1. De professional van het lokaal team bepaalt op grond van de ontvangen informatie bij melding van de hulpvraag met de jeugdige en/ of zijn ouders of sprake is van een lichte of complexe hulpvraag en informeert de hulpvrager over de beoordelingsprocedure. Op basis van de beschikbare informatie bij het optekenen van een hulpvraag wordt bepaald welke professional met de hulpvrager in gesprek gaat en deze initiële beoordelingstaak uitvoert. 2. In afwijking van het gestelde in het vorige lid, kan het gesprek, zoals bedoeld in artikel 4.3, achterwege gelaten worden, wanneer:
21/84
a. de huisarts, gecertificeerde instelling, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van een lokaal team– conform artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g. van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 3. In de in het tweede lid, onderdeel a. vermelde gevallen neemt de professional van het lokaal team het beoordelingsbesluit als bedoeld in het eerste en tweede lid op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp. 4. Wanneer de huisarts, gecertificeerde instelling, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokale team - conform artikel 2.6, eerste lid, onderdeel g. van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp als bedoeld in artikel 3.2, neemt het college het besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid op grond van het bericht van de betrokken jeugdhulpaanbieder dat er een hulpverleningsplan is opgesteld en hierin de ondersteuningsbehoeften op de verschillende levensgebieden voldoende in kaart zijn gebracht om een effectieve uitvoering van de specialistische jeugdhulp mogelijk te maken. 5. Het college kan nadere regels vaststellen voor de beoordeling van hulpvragen voor jeugdhulp door professionals van het lokaal team. 6.
Het college legt in nadere regels vast welke gecontracteerde zorgvormen beschikbaar zijn voor de in hoofdstukken 2 en 3 vermelde algemene en maatwerkvoorzieningen. Daarbij kan het college verwijzen naar catalogi en contractvoorwaarden die in samenwerking met andere gemeenten zijn gecontracteerd voor bepaalde voorzieningen.
Artikel 4.3 Het gesprek en het gezinsplan 1. De bevoegde professional van het lokaal team stelt namens het college in een of meer gesprek(ken) samen met de jeugdige en/ of zijn ouders vast: a.
wat de hulpvraag is en met welke beperkingen en kwaliteiten van de jeugdige en het gezin, op de verschillende leefgebieden, rekening gehouden moet worden om de hulpvraag te beantwoorden;
b. wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden (eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen); c.
wat de mogelijkheden zijn om gebruik te maken van een andere voorziening;
22/84
d. of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen; e.
of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een maatwerk voorziening;
f.
op welke wijze de ondersteuning bedoeld onder b., c., d. en e. wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;
g. wat de doelen (beoogde resultaten) zijn van de ondersteuning. 2. Wanneer uit het gesprek blijkt dat de inzet van specialistische jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.2 nodig is, wordt met de te betrekken jeugdhulpaanbieder overleg gevoerd over de in te zetten jeugdhulp door de professional die bevoegd is tot beoordeling van de inzet van deze jeugdhulp. 3. Wanneer de jeugdige en/ of zijn ouders al een voorstel voor een gezinsplan opgesteld hebben, vormt dit het uitgangspunt voor het gesprek zoals beschreven in het eerste lid. 4. De bevoegde professional van het lokale team en de jeugdige en/ of zijn ouders leggen de zaken vermeld in het eerste lid vast in een gezinsplan. Bij het ontbreken van overeenstemming worden de zaken vermeld in het eerste lid vastgelegd in een door de professional van het lokaal team opgesteld gespreksverslag. Het gezinsplan en/ of gespreksverslag wordt aan de jeugdige en/ of zijn ouders voor akkoord toegezonden. 5. In het gezinsplan worden afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van dit plan met de jeugdige en/ of zijn ouders, het lokaal team en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 6. Het gezinsplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, wordt door de professional van het lokaal team opgeslagen in de eigen administratie. 7.
Het gezinsplan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de specialistische jeugdhulp, door de jeugdige en/ of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door de professional van het lokaal team, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 8. Het college kan in overleg met de jeugdige en/ of zijn ouders afzien van een gesprek. 9. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.
23/84
Artikel 4.4 Algemene criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning van jeugdhulp 1. De bevoegde professional van het lokaal team kent jeugdhulp toe als en voor zover vastgesteld is dat: a. de jeugdige zelf, of met gebruikelijke hulp van zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; b. een beroep op een algemene voorziening als bedoeld in artikel 2.1 tot en met 2.4 niet adequaat is voor oplossing van de hulpvraag; c. de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag afdoende te beantwoorden; d. indicatiestelling voor een maatwerk voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag. 2. De bevoegde professional van het lokaal team kan een door het college daartoe aangewezen adviesinstantie of gecontracteerde professionele zorgaanbieder om advies vragen als dit van belang wordt geacht voor het maken van een zorgvuldige afweging over een passende voorziening. 3. Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals vermeld in het eerste lid of ter aanvulling met specifieke criteria voor afzonderlijke maatwerk voorzieningen voor jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 3.
Artikel 4.5 Inhoud en geldigheidsduur van besluit toekenning maatwerk voorziening 1. In het besluit tot toekenning van een maatwerk voorziening wordt vastgelegd: a.
of sprake is van specialistische jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.1 tot en met 3.4;
b. als het gaat om een maatwerk voorziening de zorgvorm, frequentie en duur; c.
in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend.
2. Het besluit tot toekennen van een maatwerk voorziening wordt afgegeven: a.
als het gaat om zorg in natura, met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur of tot een moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder zoveel eerder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld;
b. als het gaat om een persoonsgebonden budget, met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur.
24/84
3. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid, onderdeel a. kan de in het besluit voor een maatwerk voorziening vastgestelde geldigheidsduur, verlengd worden op verzoek van de jeugdige en/ of zijn ouders - ofwel de door hen gemachtigde jeugdhulpaanbieder – als een aanvraag tot herindicatie met dezelfde hulpvraag binnen drie maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject, dat gericht was op herstel, bij de bevoegde professional van het lokaal team is ingediend. 4. Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen drie maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg. Wanneer wachtlijsten ontstaan kan de jeugdhulpaanbieder of PGB-houder het college verzoeken om verlenging van deze termijn. 5. Het besluit wordt genomen: a.
als er overeenstemming is tussen het lokaal team en de jeugdige en/ of zijn ouders over de in te zetten maatwerk voorziening, direct na toezending van het definitieve gezinsplan;
b. als er geen overeenstemming is tussen het lokaal team en de jeugdige en/ of zijn ouders over de in te zetten jeugdhulpvoorziening, binnen vijf werkdagen na toezending van het gespreksverslag; c.
als een gesprek en gezinsplan op grond van artikel 4.2, tweede lid niet nodig is, binnen vijf werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder;
d. met vermelding of de maatwerking voorziening in natura of als PGB wordt verstrekt. 6. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels.
Artikel 4.6 Toegankelijkheid zorg bij ernstige dyslexie 1. Het college kent een maatwerk voorziening voor ernstige dyslexiezorg toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige dyslexie, en behandeling, als uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie. 2. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de dyslexieaanbieder na een controle van het leesdossier van de jeugdige op de basisschool. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de controle van het leesdossier moet worden uitgevoerd en de eisen waaraan het leesdossier moet voldoen.
25/84
Artikel 4.7 Toegankelijkheid overige maatwerk voorzieningen jeugdhulp 1. Het college kan in bijzondere omstandigheden besluiten tot inzet van een overige maatwerk voorziening jeugdhulp: a. op grond van een aanvraag van het lokaal team of een andere op grond van de wet daartoe bevoegde professional, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel a., c. en d.; b. op grond van het verzoek tot zorgtoewijzing van een landelijke jeugdhulpaanbieder, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel b.. 2. Het college kan bij nadere regeling regels stellen over de inhoud en de wijze van indienen van de aanvraag zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a..
Hoofdstuk 5 Aanvullende regels persoonsgebonden budget Artikel 5.1 Het PGB-plan 1. Als de jeugdige en/ of zijn ouders zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 4.3 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de geïndiceerde maatwerk voorziening die wordt geleverd door de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders niet passend achten, kunnen zij financiering in de vorm van een persoonsgebonden budget aanvragen. 2. De jeugdige en/ of zijn ouders moeten hiertoe in aanvulling op het gezinsplan en de aanvraag voor een maatwerk voorziening een financieringsaanvraag in de vorm van een PGB-plan indienen waarin is opgenomen: a. de motivering waarom zorg in natura niet passend en een persoonsgebonden budget gewenst is; b. het voorgenomen hulpverleningsplan en de naam van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening; c. de kosten, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief, van de uitvoering; d. de kwalificaties van de uitvoerder van de maatwerkvoorziening.
Artikel 5.2 Onderscheid formele en informele hulp 1. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp.
26/84
2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a.
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/ werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of
b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het PGB uit te voeren taken/ werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of c.
personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/ of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp.
3. Als de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er altijd sprake van informele hulp. 4. Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het tweede lid, onder a., b. of c., is sprake van informele hulp.
Artikel 5.3 Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de maatwerk voorziening nodig is vermenigvuldigt met een vast tarief per zorgvorm. 2. Voor de berekening van het persoonsgebonden budget stelt het college bij nadere regeling afzonderlijke tijdseenheidstarieven vast voor formele en informele hulp op basis van de geïndiceerde zorgvorm. Voor formele zorg geldt een maximum van de gemeentelijk geldende inkooptarieven voor vergelijkbare zorg in natura. Voor informele hulp bedraagt het tarief maximaal € 20,00 per uur, tenzij in nadere regels anders is vermeld. Is de informele hulp jonger dan 21 jaar dan is het tarief gelijk aan het wettelijk minimumjeugdloon inclusief vakantietoeslag. 3. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een PGB: a.
kosten voor bemiddeling;
b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers;
27/84
c.
kosten voor het voeren van een PGB administratie;
d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een PGB; e.
kosten voor feestdagenuitkering en eenmalige uitkering;
f.
reiskosten van de PGB hulpverlener van en naar de locatie waar de hulp wordt verleend.
4. Een PGB is niet mogelijk en mag niet worden gebruikt voor: a. kosten die de jeugdige en/ of zijn ouders voorafgaand aan de indiening van de aanvraag hebben gemaakt; b. als er sprake is van jeugdhulp in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, onder b. van de wet (crisishulp, crisisopvang, spoedhulp, spoedopvang); c. voor besteding tijdens een verblijf in het buitenland langer dan 13 weken per jaar of een aaneengesloten periode langer dan zes weken, tenzij het college vooraf schriftelijk toestemming heeft gegeven; d. voor het inkopen van andere en algemeen gebruikelijke goederen en diensten; e. voor besteding aan voorzieningen die zijn uitgesloten op grond van een door het college vastgestelde PGB vergoedingenlijst.
Artikel 5.4 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp 1. Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp enkel toe als de zorgverlener: a.
voldoet aan het Kwaliteitskader Jeugd, wat onder andere een registratie bij het SKJ (Stichting Kwaliteitszorg Jeugd) of een inschrijving in het BIGregister inhoudt;
b. werkt op basis van een hulpverleningsplan; c.
werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking;
d. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; e.
een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren.
2. Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe: a.
voor geïndiceerde zorg zoals vermeld in artikel 3.1, tweede lid, onder a.;
b. als wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp;
28/84
c.
als de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale kwaliteitscriteria: I.
de zorgverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden en middelen om verantwoorde hulp te bieden;
II.
de zorgverlener beschikt over een VOG (behalve als de zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de wet);
III.
de zorgverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij gebruik van de Meldcode Huiselijk geweld;
IV.
de zorgverlener meldt calamiteiten die de opdrachtuitvoering van jeugdhulp verhinderen direct aan de voor het gezin verantwoordelijke professional van het lokaal team;