2. Kadernota VNOG 2022-2025
Tekst van het document
veiUgheidsregio ^ Noord-enOostGelderland
Kadernota 2022 - 2025
19 november 2020
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Inhoudsopgave
1. Inleiding 1.1. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage 1.2. Leeswijzer
3
2. Beleidsontwikkelingen 2.1. Toekomstvisie VNOG 2.2. Verband Toekomstvisie en beleidsplan 2.3. Monitoring voortgang Toekomstvisie-Opdrachten 2.4. Financiele effecten Toekomstvisie-Opdrachten 2.5. Risicomanagement en uitwerking uitgangspunten
4
3. Ramingsgrondslagen begroting 2022 3.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie 3.2. Financiele kaders
6
4. Nieuw beleid 4.1. Vastgoed
8
5. Gemventariseerde autonome ontwikkelingen
9
6. Beleidsregels risico's, reserves en weerstandsvermogen 6.1. Risicomanagement 6.2. Reserves 6.3. Weerstandsvermogen
10
7. De uitgevoerde risico-inventarisatie
14
8. Risico's versus weerstandscapaciteit 8.1. Omvang huidige reserves en weerstandscapaciteit 8.2. Beschikbare weerstandscapaciteit 8.3. Conclusies
16
9. Financieel meerjarenperspectief 2022-2025
17
Bijiagen Bijiage 1. Gemeentelijke bijdragen 2022 (voorlopig) Bijiage 2. Overzicht programma 8. Bijiage 3. Verwachte verloop egalisatiereserve afschrijvingslasten Bijiage 4. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico's Bijiage 5. Beschreven risico's bij andere veiligheidsregio's
18
2
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
1. Inleiding Voor u ligt de Kadernota 2022 - 2025 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Deze Kadernota bevat de uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2022 e.v. In januari van 2020 is de Toekomstvisie voor de VNOG door bet algemeen bestuur vastgesteld. Deze visie is de basis voor bet beleid van de VNOG voor de komende jaren. De financiele vertaling is al verwerkt in de meerjarenbegroting 2021-2024. In deze Kadernota treft u dan ook geen voorstellen voor nieuw beleid aan. Deze Kadernota is geschreven terwiji bet covid-19 virus nog rondwaart. De VNOG is onverminderd betrokken bij bet bestrijden van deze crisis en bet ondersteunen van de hulpverleners en gemeenten in onze regio. Daarnaast is de VNOG op 12 September 2020 een tijd door gijzelsoftware getroffen, waardoor systemen en bestanden niet konden worden geraadpleegd. Dit heeft voor de meeste medewerkers zo'n 3V2 tot 4 weken geduurd. Deze Kadernota bevat een actualisatie van de bedrijfsrisico's. De methode waarop deze risico's worden gewaardeerd wordt met de vaststelling van deze Kadernota opnieuw vastgelegd. Tevens worden de beleidsregels over de reserves van de VNOG opnieuw vastgelegd. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2019 heeft bet algemeen bestuur namelijk besloten dat deze onderwerpen bij de Kadernota 2022 zullen worden behandeld. 1.1.
Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage Effect gemeentelijke bijdrage Loon- en priiscompensatie Autonome ontwikkelingen Nieuw beleid (vastgoed)
Structurele stijging
2022 343.000 336.000 p.m. 679.000
1.2. Leeswijzer
In hoofdstuk 2 worden de beleidsontwikkelingen uit de Toekomstvisie en de relatie naar bet financieel perspectief op middellange termijn op hoofdlijnen gememoreerd. Hoofd stuk 3 gaat in op de technische uitgangspunten voor de meerjarenbegroting 2022-2025. Hoofdstuk 4 gaat in op nieuw beleid, waarvoor geen voorstellen worden gedaan, maar wel een ontwikkeling wordt aangekondigd, die voor de financien van de gemeenten en VNOG gevolgen kan krijgen (vastgoed). Hoofdstuk 5 bevat enkele autonome ontwikke lingen. In hoofdstuk 6 worden de beleidsregels en werkwijzen ten aanzien van risico's en bet weerstandsvermogen beschreven. Het beleid dat in 2015 hierover is vastgelegd wordt geactualiseerd - inmiddels is het gebruikelijk dit in de begrotingscyclus te regelen, waarmee de specifieke beleidsnota's dienaangaande kunnen worden ingetrokken. Hoofd stuk 7 bevat de inventarisatie van de inhoudelijke en financiele risico's en de waardering daarvan. In hoofdstuk 8 worden deze risico's tegenover het beschikbare weerstandsver mogen gezet en wordt de weerstandsratio vergeleken met de daarvoor bepaalde streefwaarde. De Kadernota sluit af met hoofdstuk 9 over het meerjarenperspectief en enkele bijiagen.
3
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
2. Beleidsontwikkelingen 2.1. Toekomstvisie VNOG
Op 15 januari 2020 heeft het AB een Toekomstvisie voor de VNOG vastgesteid met bijbehorende Opdrachten. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten om deze Toekomst visie te reaiiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. De VNOG heeft hiervoor een pianning gemaakt. De Toekomstvisie beoogt op hoofdiijnen het voigende te reaiiseren: - De VNOG is de organisatie in de regio voor samenwerking aan veiiigheid. Het is een operationeie organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professioneie huipveriening aan de inwoners en bezoekers van de re gio. De VNOG is een regio waar veiiig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreeerd kan worden. De VNOG speeit in op demografische en maatschappeiijke ontwikkeiingen die van invioed zijn op hedendaagse en toekomstige veiiigheidsrisico's. De VNOG is een toekomstbestendige veiiigheidsregio.
De VNOG richt zich op: ■ Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappeiijke opdracht) ■ Zeifredzaam en risicobewust ■ Vakbekwaam en deskundig ■ Sterke informatiepositie ■ Een gezonde financieie basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) De VNOG werkt met compacte en siagvaardige posten met goed getrainde vrijwiiiigers vanuit een versterkte informatiepositie. Dit aiies moet ieiden tot een soiide veiiigheidsregio voor de iange termijn. 2.2. Verband Toekomstvisie en beieidsplan
Het regionaai beieidspian vormt het strategische beieidskader voor de VNOG en beschrijft de koers voor de komende vier jaar (2021-2024). Deze koers siuit een op een aan op de Toekomstvisie. Het beieidspian is daarmee te zien ais de verdere (detaii) uitwerking van de eerste twintig punten van de Toekomstvisie. 2.3. Monitoring voortgang Toekomstvisie-Opdrachten
Het VNOG bestuur monitort twee keer per jaar de voortgang van de ToekomstvisieOpdrachten, nameiijk in juni en oktober, samen met de reguiiere financieie verkenningen. Daarnaast wordt in de jaarrekeningen gerapporteerd op de behaaide resuitaten. Verder vormt de Toekomstvisie de basis van eike komende begroting en zijn de uit te voeren Opdrachten ook integraai in de begroting verwerkt. 2.4. Financieie effecten Toekomstvisie-Opdrachten
Uit de Toekomstvisie voigen intensiveringen op bepaaide beieidsterreinen (bijv. beter geoefend personeei), maar er zijn ook structureie besparingen (bijv. 'minder rubber en metaai')- Aan het einde van de iooptijd van de Toekomstvisie, in 2027, wordt er per saido structureei ruim € 510.000 bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begro ting 2019. Daarnaast zijn begin 2020 aanvuiiende efficiencymogeiijkheden gezocht en gevonden tot een bedrag dat opioopt tot € 450.000 in 2024. Aan de andere kant zijn in de begroting 2021-2024 onder het kopje "autonome ont wikkeiingen" extra onontkoombare uitgaven opgenomen opiopend tot € 460.000 vanaf 2023. 4
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Vender staat tegenover de netto-besparing uit de Toekomstvisie een stijging-optermijn van de kapitaallasten. Deze stijging is al meerdere jaren aangekondigd en in de meerjarencijfers verwerkt. In 2020 zijn o.a. door de coronacrisis de investeringen niet op gang gekomen, waardoor de stijging van kapitaallasten vender naan de toekomst verschuift. De stijging wordt de eerste jaren opgevangen door de egalisatiereserve kapitaallasten materieel, waarmee een ree/e (dus exclusief de loon-prijsindex) verhoging van de gemeentelijke bijdrage kan worden uitgesteld. De huidige inschatting is dat zo'n ree/e verhoging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van stijgende ka pitaallasten niet eerder dan in 2026 nodig is. Dat is een jaar later dan de planperiode van deze Kadernota 2022-2025. Bij de Meerjaren beg noting 2022-2025 wordt bet Meerjareninvesteringsprogramma (MJIP) herrekend en wordt dit nader bezien. Al deze ontwikkelingen zijn in bet meerjarenbeeld van de vastgestelde begroting 20212024 structureel verwerkt. Dit vormt de basis voor deze Kadernota en daarmee voor de begroting 2022-2025. De gemeentelijke bijdrage vanaf 2022 zal beperkt toenemen als gevolg van de toegepaste loon- en prijsindex en cao-ontwikkeling.
Een van de uitgangspunten die bet VNOG bestuur namelijk in de Toekomstvisie heeft vastgesteld, is dat de VNOG een gezonde financiele basis moet hebben en dat daar onder andere een jaarlijks doorgevoerde realistische loon- en prijsindex bij hoort. Deze stijging blijft voor 2022 beperkt, omdat de in de begroting 2021 verwerkte aanname (op basis van cijfers van het CPB) over de stijging van de loonkosten neerwaarts is gecorrigeerd. Deze correctie is in lijn met de aanbevelingen van de gemeentelijke commissie Van der Jagt / Van Arkel en met het FAO doorgesproken werkwijze. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3. In deze Kadernota wordt geen nieuw beleid opgenomen. In het betreffende hoofdstuk worden weliswaar belangrijke ontwikkelingen op het gebied van vastgoed en huisvesting genoemd, maar het is prematuur om dit te vertalen in een mogelijke stijging van de gemeentelijke bijdrage. Verwezen wordt naar hoofdstuk 4. Voor het jaar 2022 e.v. worden slechts enkele kleinere autonome ontwikkelingen opge nomen met een beperkt effect op de gemeentelijke bijdrage. Zie hiervoor hoofdstuk 5. De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeente lijke bijdragen tot gevolg kunnen hebben.
Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, eerst in de Kadernota's worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden. 2.5. Risicomanagement en uitwerking uitgangspunten
Vanuit de doorstart van het risicomanagement in 2019, is in de Programmabegroting 2021-2024 een eerste uitwerking gepresenteerd van de geinventariseerde en beoordeelde risico's. Dit werk is zoals toegezegd nu in deze Kadernota compleet gemaakt. Bij de AB besluitvorming op 25 juni 2019 over het resultaat van de jaarrekening 2019 is voorts aangegeven dat de uitgangspunten voor de financiele weerbaarheid bij VNOG verder dienden te worden uitgewerkt. Concreet gaat het daarbij om het uitwerken van beleid omtrent risico's, weerstandvermogen, reserves en de bijbehorende inventarisatie van risico's met de te nemen (financiele) maatregelen. Hieraan in nu in deze Kadernota invulling gegeven. Met de uitwerking is voldoende voortgang geboekt om inzicht te geven in de grootte van de (aan te houden) reserves. Natuurlijk geldt dat risicomanagement 'going concern' zal blijven. Het beoordelen van de risico's heeft derhalve een cyclisch karakter en loopt mee met het verschijnen van de P&C documenten. 5
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
3. Ramingsgrondslagen begroting 2022 Dit hoofdstuk beschrijft de financiele uitgangspunten voor de begroting 2022. 3.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie
In de Kaderbrief 2021 is de systematiek vastgelegd voor bet bepalen van de hoogte van de loon- en prijscompensatie. Basis hiervoor was bet rapport van de gemeentelijke commissie Van der Jagt / Van Arkel. Deze systematiek wordt ook voor 2022 toegepast. 1. Looncompensatie: De looncompensatie wordt berekend op basis van bet percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2020 van bet Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende of teveel was om de stijging van de lonen zowel als gevolg van de afgesloten CAO alsook als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen. 2. Brede DoelUitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede DoelUitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van bet Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste bescbikking. Voor de begroting voor 2022 is dit de bescbikking die de VNOG ontvangt in december 2020 voor 2021. De BDUR bedraagt ongeveer 15% van de inkomsten van de VNOG.
Als de uitkering in 2021 en 2022 (in juni wordt dit bekendgemaakt door bet ministerie van Justitie en Veiligbeid) wordt verboogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van bet betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van bet jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvioeien naar de gemeenten. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van bet percentage in de september circulaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. 3.2. Financiele kaders
1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2021 plus de mutaties voor 2021 en 2022 uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening boudend met: a. de daarbij beborende functiescbalen op de boogste ancienniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen bet genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken (buidige cao loopt tot eind 2020); d. bet loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 van bet gemeentefonds “loonvoet sector overbeid". Voor 2022 is dit 1,5% (zie in de tabel bierna de berekening); e. bet gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2020. Over 2021 en 2022 zijn de percenta ges voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende bet begrotingsjaar 2021 wordt bij de financiele verkenningen en de jaarrekening een begrotingsbrede toelicbting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verscbillen door onder- en/of overbezetting toegelicbt; g. bet opieidingsbudget bedraagt 2% van de loonsom; b.
de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2022. 6
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
3. Voor de naming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2021 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste cao-afspraken; b. plus 1,5% ("loonvoet sector overheid") voor de loonindex in 2022 (zie in de tabel hierna de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2022. 4. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2021) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2020, die nog niet in de primitieve begroting 2021 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2020 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel", voor het jaar 2022: 1,5%; d. de begroting 2022 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. 5. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toe komstvisie, die is verwerkt in het jongste Meerjaringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT.
Voor 2022-2025 is de egalisatiereserve kapitaallas ten materieel naar verwachting nog van voldoende omvang om de stijging van de kapitaallasten te kunnen dekken. Bij de meerjarenbegroting wordt een nieuw meerjarig beeld geschetst (MJIP) inch de gevolgen op termijn voor de gemeentelijke bijdragen. 6. Voor investeren & activeren gelden als uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annui'tair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatie reserve kapitaallasten materieel gebracht. 7. Het rente-omsiagpercentage voor de begroting 2022 is berekend op 0,8%. Voor de berekening van de kapitaallasten voor de drie overgenomen kazernes wordt uitge gaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen. 8. Voor de producten RBS en dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Ingaande 2022 valt deze taak naar alle waarschijnlijk uit de begroting (zie au tonome ontwikkelingen, hoofdstuk 5). 9. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt.
Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren. De loon- en prijscompensatie voor het jaar 2022 zijn als voIgt: Berekening percentage verhoging loonsom en opleidingsbudget 2022 Looncompensatie 2022: 0,4%
loonsom
110.000
vrijwilligersverg.
30.000
Loonindex 2021 (septembercirculaire 2020)
1,80%
Loonindex 2021 (septembercirculaire 2019)*
2,90%
Loonindex 2021 voor begroting 2022
-1,10%
Stijging opleidingsbudget 2% van de loonsom
Loonindex 2022 (septembercirculaire 2020)
1,50%
Prijscompensatie 1,5%: overige exploitatiekosten
200.000
Verhoging gerreentelijke bijdrage voor loonsom en opleidingsbudget 2022
0,40%,
Totaal loon- en prijscompensatie
343.000,
*Globaal berekend i.v.m. de hack. Mogelijk aanpassen in begroting.
7
3.000
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4. Nieuw beleid 4.1. Vastgoed
Uitbreiding formatie beheer vastgoed: PM In 2021 zal in samenwerking met gemeenten een onderzoek worden afgerond, dat eind 2020 is gestart, naar de functionele en technische staat van de opstallen in gebruik bij de VNOG (nul- en conditiemeting). Tevens zal de 1-post-gedachte Apeldoorn worden onderzocht. Tenslotte zullen er over bet beheer van het vastgoed met de gemeenten, op basis van een door het bestuur nog vast te stellen huisvestingsvisie, praktische afspraken worden gemaakt over de taken en financiele verantwoordelijkheden en stromen. Een mogelijkheid hierbij is dat de VNOG de beheerstaken op zich neemt - en overneemt van de ge meenten (een variant hierop is dat deze taken belegd worden bij de vastgoedafdeling van een van de deelnemende gemeenten, die daarvoor door de VNOG betaald wordt). In dat geval zou er meer werk komen bij de VNOG (c.q. de gemeente waar deze taak be legd wordt) en minder bij de deelnemende gemeenten. Voor een dergelijke inpassing zullen de deelnemende gemeenten tijd nodig hebben. Uiteindelijk betreft dit een vraag naar de governance: wie gaat er over de staat van het vastgoed in gebruik bij de VNOG? - welke invioed heeft de VNOG als gebruiker? - is wie betaalt, ook wie bepaalt? Al deze zaken zullen tot bestuurlijke voorstellen moeten leiden.
Vooruitlopend daarop is een besluit om met ingang van 2022 (financieel) structureel ruimte te maken voor extra vastgoed-taken niet aan de orde. Hiervoor is de tijd gedurende 2021. In 2021 kan worden besloten of en welk jaar structurele aanpassingen van de begroting noodzakelijk zijn. Voorts is de omvang van de taken nog niet duidelijk: de ze kan pas goed worden bepaald als bovengenoemde onderzoeken zijn gedaan. Tenslotte zijn binnen de VNOG medewerkers actief, die nu op projectbasis een goede bijdrage leveren op het gebied van vastgoed. Of en in hoeverre deze medewerkers blijvend hier voor inzetbaar zijn, zal blijken uit de organische veranderaanpak van de VNOGorganisatie. Hoe dan ook lijkt het erop dat de capaciteit voor huisvesting & vastgoed van de VNOG, gegeven bovenstaande uitdagingen, nu ontoereikend is. Mede daarom is een ingehuurde kwartiermaker op dit gebied actief en is in het VNOG bestuur een voorstel behandeld over de dekking van de kosten voor de nul- en conditiemeting" (€ 400.000 incidenteel). Ook in 2021 zullen extra kosten gemaakt moeten worden. Hiervoor ontvangt u een separaat voorstel met begrotingswijziging. Bij de uitvoering van deze voorstellen zullen geen onomkeerbare stappen gezet worden, over vraagstukken die nog van een bestuurlijk antwoord moeten worden voorzien.
De VNOG heeft dus de kans om samen met de gemeenten de vastgoed zaken beter te organiseren. Daarom is in dit hoofdstuk nieuw beleid een vooraankondiging met een P.M. post gedaan. Indien bovengenoemde stappen op tempo gezet worden en het AB eind 2022 tot besluiten komt over uitgangspunten, organisatie en financien kan dit meegenomen worden in de Kadernota 2023-2026. Alsdan kan voor het jaar 2022 naar een incidentele tussenoplossing gezocht worden (Bedrijfsvoeringreserve).
8
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
5. Geinventariseerde autonome ontwikkelingen Bijdrage lOV verdwijnt; compensatie via Gemeentefonds.
67.000
In de begroting 2020 is een bedrag aan te ontvangen subsidie begroot van € 113.526. In de Kaderbrief 2021 is rekening gehouden met een structurele veriaging van de subsidie met € 38.000 ingaande 1 januari 2021 tot bet bedrag van € 75.526. De Provincie beeindigt de subsidiering van de externe veiligheidsprojecten ingaande 2021. De hiervoor beschikbare middelen worden overgeheveld naar het Gemeentefonds. Dit is opgenomen in de septembercirculaire Gemeentefonds 2020. De extra per 1 januari 2021 aan de gemeenten uit te keren bedragen hebben betrekking op activiteiten van de omgevingsdiensten (60%) en van de veiiigheidsregio's (40%). De 22 aan VNOG deeinemende gemeenten krijgen in totaai een bedrag aan € 168.000 extra. Het aandeel voor de VNOG van 40% bedraagt afgerond € 67.000. Voorgesteid wordt de gemeentelijke bijdrage met € 67.000 te verhogen. Het verschil met de huidige inkomst van de provincie wordt binnen de VNOG begroting opgeiost. Voor het jaar 2021 wordt dit opgeiost via de post onvoorzien (zie voorstel "Diverse begrotingswijzigingen"). 150.000
Beeindiging Regionaal Brandmeld Systeem
Zoals reeds eerder is aangekondigd, komt deze taak voor de VNOG te vervalien in de loop van 2021. Deze taak is in de begroting met een voordelig saldo opgenomen. Na het schrappen van de directe uitgaven en inkomsten voor deze taak (excl. personeel), ontstaat een nadeel van € 150.000. Daarnaast wordt voor twee medewerkers van de VNOG die hierop zijn ingezet, gezocht naar ander werk inci. financiering. Dit leidt tot een financieel risico (niet te verwarren dit batig saldo), hetwelk in het hoofdstuk over risico's is op genomen. Later betrekken nieuw hoofdkantoor?
De politie heeft een brief aan de VNOG gestuurd, waarin zij aangeeft ervan uit te gaan dat de VNOG per 1 december 2023 het pand aan de Europaweg veriaat. In dat geval zou de in de begroting vanaf 2022 opgenomen taakstelling van € 195.000 niet worden gehaald in de jaren 2022 en 2023. Een vertrek per 1 december 2023 zou dus tot een incidenteie tegenvaller van 2 x € 195.000 = € 390.000 leiden. Dit zou dan gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de bedrijfsvoeringreserve van € 390.000. Bestuuriijk moet nog worden overwogen hoe (tussen) opiossingen voor de "hoofdkantoor" functies die nu op de Europaweg gehuisvest zijn, eruit komen te zien. De te realiseren opiossing bepaait mede de datum van een vertrek uit de Europaweg. De uitkomsten van het onderzoek naar de 1-post-gedachte Apeldoorn zulien hierbij worden betrokken. p.m.
Langdurige gevolgen corona
De roi van de VNOG in de bestrijding van de coronacrisis zal worden geevalueerd met een mogelijke bijsteliing van het risicoprofiei tot gevoig (bij het scenario pandemie). De VNOG moet zich ais werkorganisatie aanpassen aan de 1,5 meter samenleving en dit kost meer geid. Herijkte financiering LCMS en netcentrisch werken
p.m. -32.000
Naar aanieiding van de groeiende samenwerking op het gebied van netcentrisch werken en LCMS tussen veiiigheidsregio's en crisispartners is in 2019 een zogenaamde gateway review uitgevoerd. De gateway review commissie heeft onder andere geadviseerd de financieringssystematiek ten aanzien van netcentrisch werken en LCMS te herijken. Dit resuiteert in een daling van het aandeei van de VNOG hierin. 51.000
ICT-crash
De VNOG is medio September 2020 getroffen door gijzeisoftware. Als gevoig hiervan moest een van de servers vervangen worden en een tijdelijke back-up omgeving ingekocht worden. Dit brengt kapitaailasten met zich mee. In samenhang hiermee waren licenties nodig. Uitwijkpiatform ICT
100.000
Tijdens bovengenoemde crash is gebleken dat de VNOG, gegeven de technische specificaties van het huidige ICT-platform, niet beschikt over een toereikende uitwijkvoorziening. Onderzocht wordt weike mogelijkheden hiervoor bestaan bij commerciele partijen of bij andere veiiigheidsregio's of deeinemende gemeenten. Een eerste kostenschatting is € 50.000 tot € 150.000. Totaai
336.000
9
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
6. Beleidsregels risico's, reserves en weerstandsvermogen Dit hoofdstuk beschrijft de beleidsregels en werkwijzen die worden toegepast voor de risico's, bet weerstandsvermogen en bet bepalen van de ratio weerstandsvermogen. Het buidig beleid is vastgelegd in 2015 in de nota 'Weerstandsvermogen en risicomanagement' (W&R). Daarin stond dat deze nota, evenals de note's over Reserves en voorzieningen (R&V) en over Investeren en afscbrijven (I&A) eens per vier jaar berzien worden. De beleidslijnen over deze onderwerpen kunnen ook in de betreffende paragrafen van de begroting en jaarrekening worden opgenomen. Daarmee kan bet in procedure brengen van (vrij omvangrijke) separate note's acbterwege blijven. De boofdlijnen van bet beleid blijven in stand. In overleg met de gemeentelijke financieel ambtenaren (FAO) worden enkele praktiscbe aanpassingen gedaan. 6.1. Risicomanagement
1. Het wettelijk kader voor risicobebeersing is artikel 9 en 13 van bet BBV. Het betreft de in de begroting en rekening vereiste paragraaf'Weerstandsvermogen en Risicobe beersing'. 2. De VNOG moet voorbereid zijn op de mogelijke (financiele) gevolgen van risico's die zicb kunnen voordoen binnen de bedrijfsvoering. Het gaat bij risico's om gebeurtenissen die zicb mogelijk kunnen voordoen en die bet realiseren van de doelstellingen kunnen verstoren. 3. Het treffen van bebeersingsmaatregelen ter vermijding en vermindering van risico's staat centraal. De te nemen maatregelen op risico's kunnen zijn: bet matigen (door maatregelen); bet overdragen (door bijv. verzekeren); bet vermijden (door bet scbrappen van doelstellingen) en bet accepteren ervan. 4. Het managen van risico's is een verantwoordelijkbeid van bet MT. De afdelingsboofden betrekken teamleiders en andere medewerkers bij bet benoemen van relevante risico's en bij bet treffen en uitvoeren van de maatregelen. De afdelingsboofden rapporteren bierover in de Financiele verkenningen en de Jaarstukken. 5. De gei'nventariseerde risico's worden gekwantificeerd op basis van 5 percentages die de kans weergeven dat bet risico zicb kan voordoen. De percentages zijn: 10%, 30%, 50%, 70% en 90%.
Bij een kans van 90% op bet zicb voordoen van een risico wordt overwogen bierop de begroting aan te passen, indien kan worden aangegeven (vanaf) wanneer bet risico zicb waarscbijnlijk voordoet. 6. Bij bet berekening van bet benodigde weerstandscapaciteit, worden de voor de maat regelen benodigde financiele middelen vermenigvuldigd met de genoemde percenta ges die de kans op bet risico weergeven. 7. Structurele risico's worden voor maximaal 3 jaar berekend bij de benodigde weer standscapaciteit. Daarna wordt geacbt dat de effecten kunnen worden afgewend, begroot, dan wel anderszins kunnen worden opgevangen. 8. Financiele en niet-financiele risico's worden gei'nventariseerd. Ook de bebeersings maatregelen zijn zowel financieel als niet-financieel van aard. 6.2. Reserves
1. De VNOG bescbikt over een Algemene Reserve, een Bedrijfsvoering reserve, (tijdelijke) bestemmingsreserves en egalisatiereserves. 2. De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiele verordening 2019) en beeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit bet jaarrekeningresultaat bij besluit van bet AB over de resultaatsbestemming, of an derszins door AB besluiten. 3. De boogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve (zie bierna) gezamenlijk is zodanig, dat de weerstandsratio zicb in een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 bevindt. Indien deze ratio buiten deze bandbreedte is of dreigt te raken, voIgt een AB-voorstel (bijv. bij Kadernota) over de wijze waarop dit voorkomen of bersteld wordt (zie bierna ook § 6.3 punt 6). 10
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
4. De Bedrijfsvoeringreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor bet tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bed rijfsvoering reserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit (telt mee voor de afdekking van risico's). De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal. 5. De bestemmingsreserves, waaronder egalisatiereserves zijn voor een specifiek doel ingesteld ("beklemd"); zij tellen niet mee voor afdekking van overige risico's en maken geen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit. 6. Er zijn bestemmingsreserves van onbepaalde duur en tijdelijke bestemmingsreser ves. 7. Resultaatsonafhankelijke stortingen en onttrekkingen (gelijk aan reeds begrote dotaties en onttrekkingen) maken geen deel uit van het bestemmingsvoorstel saldo jaarrekening. 8. Stortingen en onttrekkingen aan egalisatiereserves maken geen deel uit van het be stemmingsvoorstel saldo jaarrekening. Artikel 12 van de Financiele verordening 2019 bepaalt dat bij het instellen van bestem mingsreserves (door het AB) het doel, de (maximale) hoogte, de duur en de wijze van voeding en onttrekking worden aangegeven. Dit is bij het bestemmen van het resultaat 2019 formeel nog niet gebeurd voor de hierna genoemde bestemmingsreserves 7 en 8. Daarom wordt dit hierna aangegeven. 1.
Uitgangspunten Egalisatiereserve kapitaallasten - Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. -verliezen a.g.v. afstoten van materieel* (= bestaand beleid). Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. - Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling. - Hoogte: geen minimum, geen maximum. - Duur: geen einddatum. * verkoopsom -/- afwaardering -i- uitkering polis
2. Uitgangspunten Egalisatiereserve uitruk - Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). - Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het bud get uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. - Hoogte: max. € 400.000. - Duur: geen einddatum. 3. Tijdelijke reserve organisatieontwikkeling - Doel: ter dekking van programma "De Expeditie" (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). - Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) -l- € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. - Duur: tot eind 2023. - Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 4. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan - Doel: ter dekking van 'flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan' (AB 25-62020).
-
Hoogte: € 360.000. Duur: tot eind 2027. Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 11
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
5. -
Tijdelijke reserve frictiekosten LMS Doel: dekking frictiekosten vorming LMS (AB 27-6-2019). Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). Duur: 2020-2026. Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
6. -
Reserve Jeugdbrandweer Doel: jeugdgroep Oost Gelre. Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidate Stichting). Duur: n.t.b. Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang.
7. -
Tijdelijke Reserve Frictiekosten Omgevingswet / RB Doel: dekken personele frictiekosten transitie Risicobeheersing i.r.t. Omgevingswet. Hoogte: € 485.000, uit overschot p-budget RB 2020. Duur: 2021-2024, onttrekking voor inhuur ter vervanging gedurende opieidingen en tijdelijke overbezetting van nieuwe medewerkers, in te werken door vertrekkende medewerkers. Mutaties: via AB-besluit door vaststelling van de begroting 2021-2024, waarin voor vier jaar een onttrekking van € 121.000 is opgenomen.
8. -
Tijdelijke Reserve Dienstkieding Doel: dekking vervanging dienstkieding. Duur: 2022-2024. Hoogte: € 100.000, uit overschot 2020-2021. Mutaties: AB besluit (door vaststelling van de begroting).
6.3. Weerstandsvermogen
1. Het beschikbare weerstandsvermogen wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve en de post Onvoorziene uitgaven. 2. Tot het beschikbare weerstandsvermogen behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. 3. De weerstandsratio =
beschikbare weerstandsvermogen benodigde weerstandscapaciteit
4. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 ("matig") en 1,4 ("voldoende"). 5. Het beschikbare weerstandsvermogen, de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. 6. Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geeigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer te bereiken. Toelichting op bovenstaande punten: 1. Geen verandering van beleid. 2. BBV technisch behoren alle bestemmingsreserves tot het weerstandsvermogen, vanuit de gedachte dat het AB altijd kan besluiten om een de bestemming (bestedingsdoel) van een reserve te halen (bijv. LMOfrictiegelden gebruiken voor de kosten als zich een nieuwe hack zou voordoen). De nieuwe accountant heeft informeel laten weten geen moeite te hebben met de VNOG werkwijze, mits dit in de jaarstukken transparant wordt toegelicht. Voorts spoort deze handelwijze met het door de provincie Gelderland vastgestelde financieel toezichtkader. 3. BBV definitie. 4. Naast een minimum ratio is een maximum ratio toegevoegd. Deze ratio 1,0 tot 1,4 komt overeen met die van deelnemende gemeenten en veel veiligheidsregio's.
De voormalige bepaling om 50% van het weer standsvermogen bij de gemeenten aan te houden vervalt, omdat de ratio uitdrukt in welke mate de VNOG zijn eigen broek kan ophouden. De ervaringen uit het tekort-jaar 2018 hebben geleerd dat dit belangrijk is.
12
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
5. 6.
Een weerstandsratio van 1,0 tot 1,4, gecombineerd met bepalingen over de hoogte van de Algemene en Bedrijfsvoeringreserve (zie § 6.2, punt 2) zijn in lijn met bet advies van de gemeentelijke Commissie Van der Jagt / Van Arkel. Dit bevordert duidelijkheid en onderstreept bet eigenaarschap voor bet reduceren van risico's van de VNOG. Het FAO (financieel ambtenaren overleg van gemeentelijke financieel ambtenaren) heeft expliciet tot deze lijn geadviseerd. BBV. De bandbreedte is als richtsnoer bedoeld. Maatregelen om het vermogen te versterken of de gemeenten terug te betalen, zullen altijd gewogen worden in de beleidsinhoudelijke en financiele context van VNOG en gemeenten op enig moment.
13
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
7. De uitgevoerde risico-inventarisatie Sinds begin 2020 zijn binnen de VNOG de risico's op een hj gezet en geduid. In de Pro gram m a beg rating 2021-2024 is in de risicoparagraaf een tussenstand opgenomen. De inventarisatie is in deze Kadernota nu "compleet" gemaakt. Bij dit "compleet" hoort uiteraard de aantekening, dat risico's zich matig laten voorspellen. Gekwantificeerde risico's Risico's
Kans in %
Effect in Weereuro's standscapaciteit (euro's) Kbedrag
Kosten voor muiti-opschaling (CACO-functie) na schaalvergroting
90%
670.000
603.000
50%
375.000
187.500
90%
288.000
259.200
70%
312.000
218.400
30%
50.000
15.000
70%
150.000
105.000
90%
150.000
135.000
90%
150.000
135.000
70%
150.000
105.000
Noodzakeiijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ instaliaties voortvioeiende uit de Risico-inventarisatie en -Evaluatie (RI8tE).______________________________________________________________ Kosten (tijdeiijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneei.
90%
80.000
72.000
Onzekerheid (terrniin)toekomstiqe definitieve kantoorlocatie, na Europaweq. Aanoassinoen kantoorfaciliteiten en fmeerl thuiswerken fcoronal._________ Uitval faciliteiten op de posten, geen (gemeentelijke) middelen voor vervanqinq van facilitaire zaken en meubilair.___________________________ Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedriifsmatiqe activiteiten door uitval ICT- systemen. Te hoge personeie kosten (beroeps en vrijwiiiigers) dooronjuiste qeqevens, - berekeninqen en ontoereikende kennis en controles.__________
90% en 30% 70% 70%
300.000 150.000 150.000
360.000 105.000 105.000
90%
500.000
450.000
30%
350.000
105.000
10%
100.000
10.000
10%
600.000
60.000
30%
10%
60.000 1.080.000
18.000 108.000
10%
100.000
10.000
(reqionale) meidkamers in 2022 i.c.m. landeliike beheersorqanisatie (LMS).
Stoppen Openbaar Brand-/Regionaai meidsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers.______________________________
Hogere personeie kosten (beioning/vergoeding) represieve inzet vrijwiiiigers brandbestrijding door gelijkschakeling van rechtspostionele aanspraken van beroepspersoneel en vrijwiiiigers i.v.m. landelijke veranderde wet-/reqelqevinq.________________________________________
Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwiiiigers brandbestrijding door verloop/uitstroom vrijwiiiigers (mede a.g.v. verlies lokale 'eiqenheid'j___________________________________________________
Teveei (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestriidino (ArbeidstHdenl___________________________________ Gebrekkige marktwerking brandweermaterieel. Hoqere prijzen; boven prijsindex, exploitatie.___________________________ Met (tijdig) reaiiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanqinq materieel._______________________________________________ Met (tijdig) reaiiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personeie kosten behorende bij (nog niet gerealiseerde) besparingen vervanging materieel (vorig punt).
Uitval materieei repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of qebrek onderdelen voertuiqen/brandweermiddelen.________
Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek._____________________________
Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en qewijziqde moqeliikheden van dekkinq.________________________________ Stijging reele bijdrage aan IFV door bijv. nieuwe taken.______________
Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijqinq van het rentepercentaqe.____________________ Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtrading van de alqemene verordeninq qeqevensbescherminq (AVG)).
3.166.100
De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt minimaal € 3.166.100.
14
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
De hiervoor gepresenteerde doorrekening heeft plaatsgevonden "met de reader van de bestuurlijke tweedaagse (September 2019, die de basis van de Toekomstvisie vormde) in de hand"; bij bv. bet risico van een vertraging in de vervanging van voertuigen is gekeken naar de effecten op de latere en lagere besparing op bet onderhoud, bet aantal vrijwilligers, kleding, vakbekwaamheid etc. Uit de door Berenschot in 2019 uitgevoerde benchmark bleek dat de VNOG de paraatheid organiseert met een relatief groot aantal vrijwilligers. Zoals uit voorgaand overzicht blijkt, liggen hierin risico's besloten, die de VNOG bovengemiddeld kunnen raken: • De financiele compensatie voor mogelijk stijgende werkgeverslasten via bv. bet gemeentefonds kan de VNOG een nadelig herverd eel effect opieveren; • De maatschappelijke trend van daling van de bereidheid om zich langdurig te binden aan vrijwilligerswerk - mogelijk gecombineerd met een gevoeld gebrek aan lokale identiteit van de posten; • De WNRA / taakdifferentiatie en de verandering in rechtspositie kan de bereidheid om in posten te participeren verminderen ("verplichte opkomst"); • Vertraging in de implementatie van de Toekomstvisie leidt tot een vertraging in de geraamde daling van bet aantal vrijwilligers. De niet te kwantificeren risico's zijn hieronder aangegeven: Met gekwantificeerde risico's Risico's en oorzaken
Kans in,°/o__Effect in |[bedrag
Omgevingswet werkt anders uit dan verwacht, keuzes
30%
Risicobeheersing van de VNOG matchen niet met keuzes van de gemeenten.
Extra kosten VNOG bij opschaiing meidkamerorganisatie. Bij de schaalvergroting van de meidkamers ontstaan frictiekosten waarvoor een reservering is gemaakt. Met risico is dat dit ontoereikend is._____________ Met (tijdig) reaiiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiele kosten. Egalisatiereserve materieel wordt vooralsnog toereikend geacht voor prijsstijgingen en hogere kapitaallasten bij vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten bij vervanging materieel.
30%
Pandemie, het scenario pandemie zal n.a.v. COVID-19 worden herzien in bet risicoprofiel. De consequenties voor de VNOG zijn nog niet te kwantificeren.
90%
90%
Er bestaat een kleine kans dat door de VNOG genomen besluiten in het kader van de handhaving van de Covid-19 maatregelen (GRIP-4) met succes worden aangevochten door bedrijven en instellingen en dat claims toegewezen worden. Dit risico laat zich nu niet kwantificeren. Een uitgebreider overzicht van de gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico's, waarin ook de oorzaken, beheersmaatregelen en - waar van toepassing - de getalsmatige onderbouwing is opgenomen, treft u aan in Bijiage 4. Met twee aangrenzende veiligheidsregio's wordt contact onderhouden over zowel de aanpak als over de uitkomsten van de risico-inventarisatie. Voorts zijn de uitkomsten van onze inventarisatie getoetst aan die van alle andere 24 veiligheidsregio's. De onderkende risico's van de VNOG komen in behoorlijke mate overeen met die van de andere regio's, zowel naar thema, oorzaak, voorgenomen beheersingsmaatregelen, als kansen en bedragen. Een overzicht is opgenomen in Bijiage 5.
15
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
8. Risico's versus weerstandscapaciteit 8.1. Omvang huidige reserves
De huidige omvang* van de reserves is als voIgt: Reserves
stand
Algemene reserve
1.135.114
Bedrijfvoeringsreserve Best, reserve J e ugd brandwee r Dost Geire Egalisatiereserve afschrijvingen Bestemmingsreserve frictiekosten IMS Reserve incidentele veranderkosten organisatie-ontwikkeling
weerstandsvermogen ja
1.135.114
3.000.000
ja
3.000.000
5.435
nee
1.252.595
nee
500.000
nee
1.040.000
nee
Reserve frictiekosten risicobeheersing
485.000
nee
Reserve fiankerende kstn dekkings- en spreidingspian
360.000
nee
Reserve vervanging operationeel uniform
50.000
nee
250.000
nee
Egaiisatiereserve 'inzetten (uitruk)'
Totaal
8.078.144
Post onvoorzien
250.000
250.000
ja
totaal Onttrekking 2 jaar huur Europaweg (voorstel Kadernota 2022 e.v.)
4.385.114 -390.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
3.995.114
Benodigde weerstandscapaciteit
3.166.100
Weerstandsratio:
1,26
* Stand na resultaattoevoeging 2019 resp. begroting 2020
8.2. Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat conform de beleidsregels (zie hoofdstuk 6) uit de Algemene Reserve -i- de Bedrijfsvoeringsreserve -i- de post Onvoorzien (deze bedraagt € 250.000) en bedraagt momenteel: € 1.135.114 -I- € 3.000.000 -l- € 250.000 = € 4.385.114 Voorzien wordt echter dat het niet realiseren van de taakstelling Europaweg voor 2022 en 2023 een onttrekking aan de Bedrijfsvoeringreserve van € 390.000 vergt. Daarmee komt de beschikbare weerstandscapaciteit uit op € 3.995.114. De benodigde weerstandscapaciteit (hoofdstuk 7) bedraagt minimaal € 3.166.100. De huidige weerstandsratio komt daarmee uit op 1,26. Dit betekent dat de VNOG mo menteel een matige tot voldoende weerstandscapaciteit heeft. 8.3. Conclusies
In de beleidsregels in hoofdstuk 6 wordt de streefwaarde van de weerstandsratio gesteld op een bandbreedte tussen 1,0 tot 1,4. De huidige ratio (van 1,26) valt daar binnen. Op dit moment is er derhalve geen aanleiding om de reserves van de VNOG te verkleinen door een terugbetaling aan de gemeenten. Een logische gelegenheid om een terugbetaling aan gemeenten te overwegen, is bij het voorstel over de bestemming van het resultaat van de jaarrekening 2020. Het FAO (overleg met de gemeentelijke financieel ambtenaren) ondersteunt deze lijn (unaniem).
16
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
9. Financieel meerjarenperspectief 2022-2025 Onderstaande meerjaren beg rating bevat de cijfers uit de vastgestelde primitieve begroting 2021 aangevuld met de voorlopige bedragen voor loon- en prijscompensatie 2022, de autonome ontwikkelingen 2022 en nieuw beleid 2022. Voor de jaren 2023 en vender is zoals gebruikelijk nog geen loon- en prijscompensatie berekend. SA LDO Programma
1.0 - Risico- en crisisbeheersing
Begroting primitief
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2021
2022
2023
2024
2025
6.499.974
6.557.974
6.484.974
6.468.974
6.286.974
30.438.560
67.000 30.924.560
67.000 31.244.560
67.000 31.466.560
67.000 31.883.560
150.000
150.000
150.000
150.000
autonome ontwikkeling: verdwijnen subsidie lOV
2.0 - Incidentbestrijding (wordt: Brandweerzorg) autonome ontwikkeling: beeindiging RBS autonome ontwikkeling: huur Europaweg
195.000
195.000
dekking huurt.I.v. bedrijfsvoeringsreserve
-195.000
-195.000
3.0 - GHOR
1.782.000
1.792.000
1.862.000
1.911.000
1.911.000
4.0 - MON
1.055.000
1.055.000
1.055.000
1.055.000
1.055.000
5.0 - Directie en control 6.0 - Bedrijfsvoering
816.000
796.000
791.000
771.000
791.000
12.299.500
11.658.500
11.541.000
11.444.000
11.482.000
-32.000
-32.000
-32.000
-32.000
autonome ontwikkeling: herijkte financiering LCMS en netcentrisch werken autonome ontwikkeling: ict-crash
51.000
51.000
35.000
uitwijkplatformICT
100.000
100.000
100.000
7.0 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
100.000
-52.553.932 -52.553.932 -52.553.932 -52.553.932 -52.553.932 343.000
343.000
343.000
343.000
-679.000 0
-679.000
0
-663.000 0
-628.000
0 337.102
230.102
424.602
562.602
855.602
Risico- en crisisbeheersing
-152.000
-153.000
-152.000
Bedrijfsvoering
-435.000
-50.000
-40.000
-40.000
-30.000
Algemene dekkingsmiddelen
249.898
-27.102
-232.602
-402.602
-825.602
0
0
0
0
0
loon- en prijscompensatie 2022 (voorlopig) verhoging gemeentelijke bijdragen
8.0 - Kazernes in eigendom en overgangsrecht Totaal
0
mutaties reserves
17
120.000
-
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Bijiage 1. Gemeentelijke bijdragen 2022 (voorlopig)
De bijdragen voor de VNOG worden bij de gemeenten in rekening gebracht met als verdeelsleutel de procentuele verdeling tussen de gemeenten uit bet verdeelmodel. Het verdeelmodel is op zijn beurt gebaseerd op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en heeft een ingroeipad gekend. Per 2021 is het verdeelmodel volledig van kracht. Verder is het verdeelmodel per 2021, conform de gemeenschappelijke regeling VNOG, nog herijkt. Dit is opgenomen in artikel 22, lid 4 van de gemeenschappelijke regeling VNOG: "De verhouding per gemeente (...) wordt een maal per vierjaar vastgesteld op basis van de iaatste septembercircuiaire (...) en geidt a/s verdeeisieutei voor de gemeen telijke bijdragen in de volgende vier jaren." De percentages van het verdeelmodel in onderstaande tabel gelden dus vanaf 2021 voor vier jaren. De bijdrage voor 2022 is geba seerd op de bijdrage voor 2021 met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2022. Bijdragen 2021
47.585.000
Effect Kadernota: Loon- en prijscompensatie
343.000
Autonome ontwikkelingen
336.000
Nieuw beleid
p.m.
679.000
Effect Kadernota Bijdragen 2022
679.000 48.264.000
Percentage
Bijdrage 2021
Voorlopige bijdrage 2022
Stijging 2022 t.o.v. 2021
Aalten
3,23%
1.539.000
1.559.000
20.000
Apeldoorn
21,17%
10.076.000
10.217.000
141.000
Berkelland
5,61%
2.669.000
2.707.000
38.000
Bronckhorst
4,80%
2.284.000
2.316.000
32.000
Brummen
2,42%
1.151.000
1.168.000
17.000
Doetinchem
6,60%
3.140.000
3.185.000
45.000
Elburg
2,60%
1.239.000
1.255.000
16.000
Epe
4,06%
1.932.000
1.959.000
27.000
Ermelo
3,35%
1.593.000
1.617.000
24.000
Harderwijk
5,13%
2.439.000
2.476.000
37.000
Hattem
1,23%
587.000
593.000
6.000
Heerde
2,02%
961.000
975.000
14.000
Lochem
4,69%
2.230.000
2.263.000
33.000
Montferland
4,27%
2.030.000
2.061.000
31.000
Nunspeet
3,13%
1.488.000
1.510.000
22.000
Oldebroek
2,65%
1.263.000
1.279.000
16.000
Oost Geire
3,60%
1.714.000
1.737.000
23.000
Oude IJsselstreek
4,39%
2.087.000
2.119.000
32.000
Putten
2,71%
1.288.000
1.308.000
20.000
Voorst
3,05%
1.451.000
1.472.000
21.000
Winterswijk
3,62%
1.722.000
1.747.000
25.000
Zutphen
5,68%
2.702.000
2.741.000
39.000
100,00%
47.585.000
48.264.000
679.000^
18
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Bijiage 2. Overzicht programma 8.
Het programma 8 ('Kazernes en overgangsrecht') wordt een op een met alleen de betrokken gemeenten verrekend. Het gaat hier om drie kazernes die in eigendom van de VNOG zijn (Apeldoorn-Saba, Doetinchem, Harderwijk). In 2013 heeft de VNOG uit fiscale overwegingen een aantal kazernes overgenomen, met als doel die na de herzieningsperiode van 10 terug te verkopen aan de gemeenten. Begin 2023 zullen deze kazernes worden terug verkocht aan de gemeenten. Daarnaast lopen er exploitatiekosten van de kazernes binnen de gemeente Epe en Zutphen over de VNOG-rekening, welke 1:1 aan die gemeenten worden doorberekend. Voorts gaat het om de afwikkeling van de financiele gevolgen van individuele afspraken met gemeenten inzake het overgangsrecht met de gemeenten Apeldoorn en Doetin chem. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verre kend. Gemeente
Individueel per gemeente af te rekenen overgangsrecht
kazernes
Apeldoorn
590.000
1.011.000
Doetinchem
159.000
526.000
Epe
56.000
Harderwijk
502.000
Zutphen
Totaal:
82.000
749.000
2.177.000
19
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Bijiage 3. Verwachte verloop egalisatiereserve afschrijvingslasten Stand jaarrekening 2019
1.202.595
Verwachte toevoeging op grond van de Tweede Financiele Verkenning 2020 Verwachte stand jaarrekening 2020
887.000 2.089.595
Mutaties 2021 op grond van de vastgestelde begroting 2021 Verwachte stand ultimo 2021
249.898 2.339.493
Mutaties 2022 op grond van de vastgestelde begroting 2021 Verwachte stand ultimo 2022
-27.102 2.312.391,
20
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Bijiage 4. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico's, oorzaken, beheersmaatregelen en onderbouwing Risico's en oorzaken
Gekwantificeerde risico's Beheersmaatregeien
Kans in %
Effect in euro's
toeiichting berekening berek.: 1 min. deien door 5 regio's 603.000 voor 3 jaar, conform begroting 20212024;__________________________ 375.000 Personeie kosten over jaren: 187.500 2022:€ 150.000 2023:€ 150.000; 2024:€ 150.000; Tot.: €.450.000 288.000 Mogelijke hogere personeelskosten 259.200 bij dienstverband voor relatief hoger aandeel (3%) vrijwiiiigers VNOG voor 3 jaar.____________________ 312.000 Kosten opieiden 10% meer te 218.400 werven vrijwiiiigers: 8 per jaar. Kosten vrijw. € 13.000 p.j.,voor3 jaar.
Kosten voor muiti-opschaiing (CACO-functie) biijven t.i.v. de VNOG (en de regio's). De kosten van multi-opschaling worden pas duidelijk na schaalvergroting (regionale) meidkamers in 2022 i.c.m. landeliike beheersorqanisatie (LMS).____________ Stoppen Openbaar Brand-/Regionaai meidsysteem (OMS/RBS) met gevaar voor discontinui'teit meidingen. De VNOG raakt de huidige taaken systemen kwijt. Het risico is dat twee medewerkers niet ingepast kunnen worden in de formatie. De zekerheid dat deze winstgevende activiteit uit de begroting valt is structureel opgenomen bij de autonome ontwikkeiingen.________________________________________________________ Hogere personeie kosten (beioning/vergoeding) represieve inzet vrijwiiiigers brandbestrijding i.c.m. geen voiiedige compensatie (via gemeentefonds). Verpiichting van bv. ZZP-ers tot opkomen ieidt tot minder vrijwiiiigheid. Gelijkschakeiing van rechtspostioneie aanspraken van beroepspersoneel en vritwilliqers door iandeiijke veranderde wet-/reqelqevinq.____________________________ Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwiiiigers brandbestrijding. Toename verloop/uitstroom vrijwiiiigers door verlies iokale 'eigenheid'/aantrekkeiijkheid bij uniformering *)/professionalisering afspraken/regelingen op VNOG niveau. Daarnaast neemt de binding die vrijwiiiigers hebben met het werken aan veiiigheid af (maatschappelijke trend). *) a.g.v.
verschiiien tussen gemeenten/regio's vanuit het verieden. Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitvai en sancties (Arbeidstijden). Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personeie repressieve capaciteit (m.n. vrijwiiiigers).
Aandeel VNOG voor mogelijke kosten multi-opschaling (voor Oost-5: 1 min. euro per jaar) bij weerstandscomponent berekenen. Tijdig anticiperen, door de medewerkers een plekte geven in de formatie. De kans dat niet lukt (zonder meerkosten) neemt met de jaren af en wordt ingeschat op gemiddeld 50%.
90%
Afstemming problematiek op landelijk niveau en uitwerken mogelijke taakdifferentiatie ter onderbouwing ongelijke posities vrijwiiiigers en beroeps.
90%
Organiseren van activiteiten en participeren in acties die de binding van vrijwiiiigers (met ruimte voor Iokale eigenheid) bevorderen.
70%
Gerichte werving repressieve (vrijwiiiigers) capaciteit en verbetering sturing op aantallen en regierol van HR daarbij.
30%
50.000
Gebrekkige marktwerking brandweermaterieei. Hogere priizen._______________________________________________________________________________ Net (tijdig) reaiiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieeispreidingspian brandbestrijding t.a.v. materieie kosten. Vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten bij vervanging materieel kunnen leiden tot latere besparingen op de exploitatiekosten.________________________________________________________________________ Net (tijdig) reaiiseren besparingen Toekomstvisie 2020 e.v. jaren, opdracht materieeispreidingspian brandbestrijding t.a.v. personeie kosten. Vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten bij vervanging materieel kunnen leiden tot een vertraagde of minder grote krimp van het repressief beroepspersoneel en/of de vrijwiiiigers, met gevolgen voor de verwachte besparingen op verqoedingen en kosten vakbekwaamheid/oefeninqen.__________________________________ Uitvai voor repressieve inzet brandbestrijding door defect materieei en/of gebrek onderdeien voertuigen/brandweermiddeien. Onvoldoende (voorraad) onderdeien (intern en extern) en beperkt aantal (overqebleven) leveranciers brandweermaterieei.___________________________________________________ Noodzakeiijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ instaiiaties voortvioeiende uit de Risico-Inventarisatie en -Evaiuatie (RI&E).
De status van de (uitvoering van de) wettelijke vereiste keuringen van de (gemeentelijke) kazernes is onduidelijk, daarbij is onzeker wie de kosten voor noodzakeiijke aanpassingen qaat betalen.
Aanbesteden in IFV verband. Nieuwe wijzen van aanbesteden. Versnellen implementatie. Doorrekenen financiele gevolgen (voor weerstandscapaciteit) bij mogelijke vertraging/wijziging uitvoering Opdrachten Toekomstvisie voor materieie kosten. Versnellen implementatie. Doorrekenen financiele gevolgen (voor weerstandscapaciteit) bij mogelijke vertraging/wijziging uitvoering Opdrachten Toekomstvisie voor personeie kosten.
70%
150.000
90%
150.000
90%
150.000
70%
150.000
90%
80.000
Op voorraad zetten/houden en alloceren van extra (vervangend) materieel (w.o. onderdeien) voor brandbestriidinq.________________________________ Afspraken maken met gemeenten in het kader van demarcate. Voor mogelijke spoedeisen kosten, financiele middelen opnemen.
21
50%
Weerstandscapaciteit (euro's)
670.000
Mogelijke boete i.h.k.v. de arbeidstijden-wet. Berek.: max. 50 medew. , boete € 200 p.dag (max. 5 dagen)
15.000
105.000 Materieie kosten bij opschuiving vervangingsplan materieel van 2021 naar 2022 (bouwstenen). Kosten uitstel€ 150.000 euro. Materieie kosten bij opschuiving vervangings-plan materieel van 2021 naar 2022 (o.b.v. bouwstenen). Kosten uitstel € 150.000 Berekening inhuurkosten benodigd voor vervangend materieel (bijv. hooqwerker)€.50.000 p.j._______ Conform begroting 2021: €.72.000
135.000
135.000
105.000
72.000
Kadernota 2022-2025, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Extra verhuiskosten tijdelijke huisvesting) en faciliteiten kantoorpersoneel. Mogelijkheden van (toekomstbestendige) huisvesting 90% en 30% medewerkers Europaweg; koppeien aan onderzoeken situering kazerne(s) Apeidoorn.______________________ Aanpassingen benodigde kantoorfaciiiteiten en (meer) thuiswerken a.g.v. corona. Mogeiijkheden van (toekomstbestendige) huisvesting voor 70% medewerkers uitwerken en opnemen risico extra kosten thuiswerken. Uitval faciliteiten op de posten. De benodigde kosten van (vervanging) kantoorinrichting/70% Gemeenten hebben bij overgang taken en gebruik gemeenteiijke gebouwen geen rriddeien beschikbaar gesteid faciiiteiten meerjarig in beeid brengen en begroten. Reiatie voor vervanging van faciiitaire zaken en meubiiair. met op te steiien pian over toekomst van huidige werkpiekken Europaweg en IV2 meter samenievinq.______ Hack. Met kunnen uitvoeren crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door Voorzien in uitwijkmogeiijkheden voor (aiternatie) uitvoering 90% uitval van de systemen voor de informatie - en communicatietechnologie. kritische ICT processen. Baseiine informatieveiiigheid VNOG ICT omgeving wordt geraakt door defecten infrastructuur of hardware, ieverancier kan niet ieveren, cybercrime. up to date houden. Bij medewerkers/partners (ICT) awareness organisateren en medewerkers opieiden in de aspecten van (technische) security.
300.000
Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers). Door onjuiste (aansiuiting) basisgegevens; personeie wisseiingen HRM; onjuiste toepassing cao -/fiscaie regeiingen en onvoidoende controies/ - kennis, kunnen berekende saiarissen/vergoedingen te hoog zijn en/of ieiden tot boetes / eindheffinq (ATW, WKR, FLO, reiskosten, IKB)._____________________________________ Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorvuaarden (w.o. aanbestedingen). De inkoopdiscipiine wordt niet aitijd tijdig betrokken in het proces van inkoop en inhuur. Bij de huisvestings- en faciiitaire kosten komt hierbij de onduideiijkheid over de demarcatie. Het gevoig hiervan zijn mogeiijke ciaims van ieveranciers. Deze zijn, met inzet van externe juristen, tot op heden onterecht gebieken.