CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

183225RH 2021_BW_00234

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 202139.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

 Schulden, en vooral de chronische stress die daarmee gepaard gaat, hebben een negatief effect op opvoeding, gezondheid, werk en maatschappelijke participatie. De stress die schulden (en geldproblemen in het algemeen) bij ouders teweeg brengt, zorgt ook bij kinderen voor een mentale belasting en een gevoel van onveiligheid. Dit alles vergroot de kans op een toename in het gebruik geïndiceerde zorg en inzet van voorzieningen, waardoor de gemeentelijke lasten stijgen. Huishoudens met probleemschulden hebben relatief vaker te maken geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg.  Schulden vormen een grote kostenpost voor het MKB omdat bij een schuldregeling slechts een klein percentage van de schulden wordt terugbetaald. In tegenstelling tot grote bedrijven kunnen kleine ondernemers dit niet ondervangen. Uit de recente CBS-monitor blijkt dat het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Zutphen op 8,9% ligt, dat is 0,6 % hoger dan het landelijk gemiddelde. Van de gemeenten in de regio scoort alleen Deventer hoger (10,1%), voor omliggende gemeenten als Brummen (6,3%), Voorst (4,4%) en Lochem (4,7%) ligt dit percentage beduidend lager. Ook Apeldoorn scoort lager met 7,9%.

Tabel 1 Percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden Nederland

Zutphen

2015

8,6

9,3

2016

8,6

9,1

2017

7,8

8,4

2018

8,3

8,9

In absolute aantallen gaat het (in 2018) om 1940 huishoudens met (geregistreerde) problematische schulden in Zutphen. In dat jaar hebben zich 291 inwoners gemeld bij de schuldhulp. Er is dus sprake van een potentieel grote groep inwoners met problematische schulden die zich niet bij schuldhulpverlening meldt, dan wel die de gemeente niet weet te bereiken. Daar ligt de grootste uitdaging voor de komende jaren, om deze groep beter in beeld te krijgen, te bereiken en te overtuigen van de noodzaak om hulp in te schakelen. En vooral ook in een vroegtijdig stadium te bereiken, als de schulden nog niét problematisch zijn. Dat kan voorkomen dat er een schuldregeling of bewindvoering nodig is.

73/98 12/36

1.2 Nieuwe wetten bieden kansen om schuldhulp verder te verbeteren Schuldhulp is sinds 2012 een wettelijke taak voor de gemeenten. Dat is vastgelegd in de wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Hoe die schuldhulp er uit ziet, bepaalt de gemeente goeddeels zelf, waarbij de wet een beperkt aantal kaders stelt. De effectiviteit van schuldhulp wordt dus in hoge mate bepaald door het gemeentelijke schuldenbeleid. Vanaf 2021 worden de wettelijke kaders uitgebreid en scherper geformuleerd door de wetgever. De Wgs wordt gewijzigd op onderdelen en er komt nieuwe wetgeving die de schuldhulp raakt. Doel hiervan is om de schuldhulp in Nederland toegankelijker en effectiever te maken en de grote verschillen die er zijn tussen de gemeenten kleiner te maken. De gemeenten krijgen hiervoor een wettelijk instrumentarium aangereikt. De nieuwe wetten bieden kansen om het schuldenbeleid van onze gemeente verder door te ontwikkelen en te verbeteren. Wanneer we terugkijken op de schuldhulp in Zutphen in de periode 2017-2020, zien we dat we in die jaren belangrijke stappen hebben gezet wat betreft beleid en uitvoering. Dit zijn de grootste: 1. De toegankelijkheid van de schuldhulp is vergroot. De strenge selectiecriteria van de periode daarvoor zijn verlaten. Uitgangspunt is maatwerk. Schuldhulp is voor iedere inwoner van Zutphen mogelijk, zonder beperkende voorwaarden.

Alleen wanneer er in de laatste twee jaar sprake is geweest van eerdere schuldhulp, is weigering van schuldhulp mogelijk. Voor zelfstandige ondernemers was schuldhulp alleen mogelijk in het kader van de Bbz (bijstand van ondernemers), wat in de praktijk meestal neerkwam op bedrijfsbeëindiging. 2. Er zijn nieuwe producten geïntroduceerd om deze brede toegankelijkheid mogelijk te maken. De trajecten stabilisatie en duurzame financiële dienstverlening (DFD) zorgen er voor dat mensen die voorheen buiten de boot vielen bij schuldhulpverlening vanwege hun financieel en persoonlijk instabiele situatie, nu binnen boord worden gehouden. Na afloop van een schuldregeling wordt er bovendien gedurende een half jaar nazorg aangeboden. 3. Samen met Stichting Schuldhulpmaatje, Perspectief en MEE is Budgetondersteuning op maat (Boom) ontwikkeld, een combinatie van budgetbeheer door schuldhulpverlening en budgetcoaching door genoemde samenwerkingspartners. Dit om de financiële zelfredzaamheid van inwoners te versterken (als een vorm van schuldpreventie) en om een alternatief te kunnen aanbieden voor beschermingsbewind. Door deze samenwerking is er ook sprake van korte lijnen naar elkaar. Via deze partners is een laagdrempelige toeleiding naar schuldhulp mogelijk. 4. In de dienstverlening is er meer oog voor de persoonlijke situatie van de inwoner.

Bij de schuldhulpverleners is er het besef dat schuldenproblematiek vaak stress veroorzaakt en dat zij hiermee rekening moeten houden in de benadering van de inwoners. Uit een enquêteonderzoek uit 2019, dat onderdeel uitmaakte van de audit van de branche-organisatie NVVK, blijkt dat de klanttevredenheid hoog is: 7,9 gemiddeld. Dat neemt niet weg dat er ook zaken zijn die minder goed uit de verf zijn gekomen. Niet alle beleidsvoornemens zijn gerealiseerd en ook in de uitvoering zijn er zaken die voor verbetering vatbaar zijn. De verklaring hiervoor ligt vooral in de samenloop van twee ontwikkelingen, de opheffing van Het Plein en het terugdringen van het enorme tekort in het sociaal domein. Dat zorgde ervoor dat de focus bij management en beleid vooral bij deze twee zaken lag. Het leidde bovendien tot veel wisselingen in het (leidinggevende en uitvoerende) personeel, wat de uitvoering van het schuldenbeleid evenmin ten goede kwam. Belangrijk is om hier te constateren waar de gaten zijn gevallen in beleid en uitvoering, zodat we in het nieuwe beleid daarop kunnen inzetten. 1. Versterking van preventie en vroegsignalering was een belangrijk focuspunt in de beleidsnota Armoede en schulden.

In het kader van schuldpreventie zijn voorlichtingsactiviteiten voor maatschappelijke partners georganiseerd, zijn er incidentele contacten met het onderwijs geweest en is de cursus Omgaan met geld ontwikkeld. In het kader van vroegsignalering zijn brieven gestuurd naar mensen die betalingsachterstanden bij energie- en waterbedrijven hadden, met een zeer beperkte respons (ongeveer 5%). Preventie en vroegsignalering hebben echter niet de aandacht gekregen die nodig is. Zo is de vroeg-er-op-af aanpak van woonbedrijf Ieder1 en Perspectief bij huurachterstanden (die geleid heeft tot substantieel

74/98 13/36

minder ontruimingen) niet structureel uitgebreid naar andere sectoren. De verwachting dat het aantal meldingen met name als gevolg van de vroegsignalering zou stijgen naar 500 per jaar, is niet uitgekomen. 2. Ondanks de ontwikkeling van Budgetondersteuning op maat (Boom) als alternatief voor beschermingsbewind zijn de uitgaven van bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten niet gedaald. De verwachting was dat deze uitgaven op termijn met € 150.000,- zouden teruglopen. Dat bleek echter een niet realistische verwachting gezien de beperkte mogelijkheid van de gemeente om hierop te sturen. Wel is de alsmaar stijgende trend nu al drie jaar op rij gestabiliseerd op ruim 1,1 miljoen. De Boomtrajecten hebben een dempend effect gehad op de stijging van de kosten, omdat vrijwel alle trajecten anders tot bewindvoering hadden geleid. Intern onderzoek naar de mogelijkheden om zelf beschermingsbewind uit te voeren, heeft laten zien dat dit in de Zutphense situatie niet haalbaar is omdat hiervoor een solide juridische grondslag ontbreekt. Daarnaast ontbreekt het in Zutphen aan ervaring en expertise op dit terrein. Een aantal wetswijzigingen, die met ingang van 1-1-2021 zijn ingevoerd, biedt kansen om ons schuldenbeleid te verbeteren en met name op de hierboven genoemde punten aan te scherpen. 1.

In de gewijzigde Wgs is de gemeente verplicht om een gesprek aan te bieden aan inwoners met betalingsachterstanden bij huur, energie, water en zorgverzekering. Deze betalingsachterstanden vormen significante signalen van mogelijke problematische schuldenproblematiek. De signaalpartners –woningbouwverenigingen, particuliere verhuurders, water- en energiebedrijven en zorgverzekeraars – zijn verplicht deze signalen door te geven. De gemeente maakt met elke signaalpartner hierover afspraken. De gemeente (schuldhulp) moet een gesprek aanbieden uiterlijk vier weken nadat de gemeente een signaal van een betalingsachterstand heeft ontvangen. In de wet is vastgelegd dat in verband met deze vroegsignalering gegevens mogen worden uitgewisseld tussen gemeente en de signaalpartners. Daardoor kunnen we méér inwoners met schulden sneller te bereiken, zodat beginnende schulden niet verder oplopen. Schuldhulp wordt zo pro-actief, outreachend en meer gericht op preventie. 2. De tweede belangrijke wijziging van de Wgs is dat het aanvraagproces duidelijk omschreven is. Uiterlijk vier weken nadat de inwoner zich gemeld heeft bij de gemeente moet een gesprek hebben plaatsgevonden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Daarna moet binnen uiterlijk 8 weken een besluit zijn genomen of iemand schuldhulpverlening krijgt.

In een plan van aanpak, dat onderdeel van het besluit uitmaakt, wordt vastgelegd hoe de schuldhulpverlening eruit ziet. De schuldhulpverlener concentreert zich in deze fase op de verduidelijking van de hulpvraag en mogelijke achterliggende problematiek en haalt noodzakelijke gegevens (zo veel mogelijk) uit bestaande systemen. In deze fase ligt de nadruk op het ontzorgen van de inwoner met schulden en het verminderen van de stress. De kans op het succesvol opstarten en doorlopen van een schuldregeling wordt hierdoor vergroot. 3. De wet Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind geeft de gemeente de mogelijkheid om de rechtbank te adviseren bij het instellen van schuldenbewind. De gemeente kan een (lichter) alternatief voorstellen door het inzetten van producten als stabilisatie, budgetbeheer en budgetcoaching in het kader van de schuldhulpverlening. Op basis van dit advies kan de rechtbank een genuanceerde(re) afweging maken wat in de situatie van de inwoner ‘de meest passende en de minst ingrijpende voorziening’ is. De gemeente heeft zo meer invloed op de instroom in beschermingsbewind, waardoor de uitgaven voor bijzondere bijstand naar verwachting op termijn structureel afnemen. 4. De wet Vereenvoudigde beslagvrije voet moet waarborgen dat beslagleggers de juiste (vereenvoudigde) beslagvrije voet hanteren.

Voordeel is dat de inwoner de gegevens niet meer zelf moet aanleveren bij de beslaglegger. Die haalt de gegevens via een rekentool geautomatiseerd op uit diverse administraties. Daardoor is de berekening van de beslagvrije voet eenvoudiger controleerbaar en worden inwoners beter beschermd in hun bestaansminimum. De gemeente moet deze beslagvrije voet opnemen in het plan van aanpak van schuldhulpverlening.

75/98 14/36

5. De wet Stroomlijning keten voor derdenbeslag verbreedt de toegang tot het beslagregister. Wanneer alle beslagleggende partijen zijn aangesloten op het register – dat gebeurt in fasen kan samenloop van beslagleggingen en verrekeningen worden voorkomen en de beslagvrije voet correct worden gehanteerd. Door een beter inzicht in de afloscapaciteit worden extra incassokosten voorkomen. Dat is een grote verbetering met de huidige situatie en maakt de schuldhulpverlening makkelijker uitvoerbaar en efficiënter. De invoering van de wet was aanvankelijk gepland voor 2021, maar is verschoven naar 2022. 1.3 De mens centraal, niet de schulden en het proces De afgelopen jaren zijn er vele onderzoeksrapporten verschenen waaruit naar voren komt dat schuldhulp, de weg daarnaartoe en het schuldhulptraject zelf, door inwoners vaak worden ervaren als een hindernisbaan met veel obstakels. Belangrijk uitgangspunt van dit beleidsplan is om deze ervaren drempels zo veel mogelijk te slechten. We willen de mens achter de schulden centraal stellen, en niet de schulden en het schuldentraject. Waar lopen mensen met schulden vooral tegen aan? En hoe bieden wij ze een perspectief op een toekomst zonder schulden? Rondkomen lukt niet Mensen hebben problemen om inkomsten en uitgaven in balans te houden. Daaraan liggen uiteenlopende oorzaken ten grondslag.

Voor mensen met een laag inkomen maken de alsmaar oplopende vaste lasten het steeds lastiger om de eindjes aan elkaar te knopen. Deze groep is sterk afhankelijk van diverse vormen van inkomensondersteuning, met name belastingtoeslagen en heffingskortingen, als ook gemeentelijke minimaregelingen en kwijtscheldingen. De complexiteit van het stelsel van inkomensondersteuning maakt dat de financiële gevolgen hiervan lastig te overzien zijn, zeker bij tijdelijke, laagbetaalde contracten op flexibele basis. Beide zaken, een laag inkomen en afhankelijkheid van inkomensondersteuning, maken mensen kwetsbaar voor het ontstaan van schulden. De recente CBS-monitor laat zien dat er een duidelijke samenhang is tussen het hebben van problematische schulden en een zwakkere economische positie. Diezelfde monitor laat ook een duidelijk verband zien tussen het ontstaan van schulden en ingrijpende life-events, zoals verlies van een baan en daarna in de bijstand terecht komen, stoppen met onderwijs zonder een startkwalificatie en uit elkaar gaan of scheiden. De kans op het ontstaan van schulden is in deze situaties ongeveer tien keer zo groot als voor mensen die niet in deze situaties terecht komen. Mensen overzien onvoldoende de gevolgen van deze life-events en slagen er niet (tijdig) in om hun bestedingspatroon aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid.

Begrijpen is moeilijk Daarnaast zijn er meer in de persoon gelegen factoren die er voor zorgen dat rondkomen niet lukt. Bij mensen met een licht verstandelijke beperking komen schulden bovengemiddeld voor. Dat heeft te maken met hun doorgaans zwakke arbeidspositie, maar vooral ook met hun inschattingsvermogen. Zij schatten hun situatie vaak rooskleuriger in dan dat die feitelijk is. Ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven komen vaak in financiële problemen. Dat kan te maken hebben met laaggeletterdheid, analfabetisme of onvoldoende taalbeheersing (b.v. bij vergunninghouders). Deze mensen begrijpen brieven vaak niet en hebben moeite met rekenen en digitale vaardigheden, waardoor de financiële zelfredzaamheid onvoldoende is. Uit een gevoel van schaamte, ongemak of onzekerheid zwijgt men hierover of wordt er juist geëmotioneerd gereageerd op verzoeken of opmerkingen van professionals. Schaamte en argwaan Schaamte is een belangrijke reden waarom mensen veel te lang blijven rondlopen met schulden. Dat blijkt uit veel studies (zie bijlage 5) en komt ook naar voren in het klanttevredenheidsonderzoek uit 2019 van de schuldhulp in Zutphen. Schuldenproblematiek is lastig bespreekbaar, zowel privé als in contacten met hulpverlening.

De neiging om uit schaamte geen hulp in te roepen wordt bovendien nog eens versterkt door de argwaan die veel mensen hebben naar de overheidsinstanties. Dat maakt dat de stap naar de gemeentelijke schuldhulp voor veel mensen moeilijk te zetten is. Stress in het gezin door geldzorgen Geldproblemen (schulden, langdurige armoede) zijn van invloed op het gedrag van mensen. Zij zorgen voor (vaak chronische) stress. Mensen leggen de focus op wat nu urgent is en verliezen

76/98 15/36

daardoor het lange termijn perspectief. Je laat een sollicitatie lopen omdat het vervoer geld kost dat je die week nodig hebt om te eten. Je leent onderhands van vrienden of kennissen om snel een schuld te voldoen terwijl de andere schulden blijven en er een nieuwe bijkomt. Naast de focus op de korte termijn dragen financiële problemen er ook aan bij dat de kwaliteit van de besluiten minder wordt (letterlijk, doordat het IQ daalt) en het ‘doenvermogen’ afneemt. De executieve functies (plannen, monitoren, verlangens reguleren) zijn in die situatie minder goed ontwikkeld. Dat vergroot het risico op verdere financiële problemen of terugval. De geldzorgen veroorzaken stress in het gehele gezin en gaan het gezinsleven domineren. Gevolgen voor kinderen Als er thuis geldproblemen zijn, heeft dat ook invloed op hoe kinderen zich voelen. Ze schamen zich, maken zich zorgen over hun ouders en/of hun toekomst. Door dat gepieker kunnen ze flink last hebben van stress. Ook op school kan het minder goed gaan. Kinderen kunnen zich niet goed concentreren en thuis huiswerk maken lukt vaak ook niet. Soms denkt de school daardoor dat deze kinderen minder goed kunnen leren. Thuis hebben de ouders soms minder tijd en aandacht voor hun kinderen, omdat ze worden opgeslokt door hun eigen problemen. Geldproblemen van ouders kunnen het leven van kinderen een stuk moeilijker maken.

Bijvoorbeeld als gas, water en licht worden afgesloten omdat ouders de rekening niet meer kunnen betalen. Of omdat de ouders hun huis kwijtraken, tijdelijk ergens anders moeten wonen of naar de opvang moeten. Geldproblemen kunnen er ook toe leiden dat er geen geld is voor dingen die kinderen nodig hebben, zoals een fiets of een laptop. Of dat kinderen niet met de bus of de trein kunnen reizen. Of niet naar de sportclub gaan. Of niet met vrienden afspreken, omdat ze geen geld meer hebben om samen iets leuk te doen. Er is ook geen geld voor gezond eten, waardoor er mogelijk gezondheidsproblemen ontstaan. Chronische stress laat sporen na in het brein. Omdat bij kinderen de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn, kan chronische stress op de lange termijn extra schadelijk zijn. Het vermogen tot zelfregulatie, doelgericht handelen en verantwoordelijkheid nemen, kan blijvend minder worden. Dat kan leiden tot een negatief zelfbeeld en gevoelens van uitzichtloosheid. Die gevoelens kunnen weer in verband worden gebracht met zaken als drugsgebruik, criminaliteit en psychische ziektebeelden zoals depressie en angststoornissen. In Zutphen willen we dat kinderen gezond en veilig opgroeien, onder een positief ouderschap, dat ze hun talenten kunnen ontplooien en dat ze volwaardig meedoen in de samenleving.

Door te voorkomen dat schuldenproblematiek het gezinsleven gaat overheersen, leveren we een belangrijke bijdrage aan deze doelstelling.

(Gebaseerd op website van de Kinderombudsman, de publicatie ‘Mobility Mentoring (2017) en de beleidsnota van de gemeente Zutphen ‘Echt doen wat nodig is’. Aan de slag met preventie, 2019) Volhouden is moeilijk Schuldhulp biedt een perspectief op een schuldenvrije toekomst. Het is belangrijk dat mensen dit perspectief zien en voor ogen blijven houden. Het beeld rondom schuldhulp is niet zelden negatief: ingewikkelde procedures, veel onduidelijkheid in het proces, het duurt lang voordat er een schuldregeling is opgestart en je ‘mag niets meer’. Dat is deels realiteit en deels beeldvorming. Ook in het klanttevredenheidsonderzoek van de schuldhulp blijkt dat mensen – ondanks de algehele tevredenheid over de dienstverlening – op deze punten verbetermogelijkheden zien. Het is zaak om de schuldhulp zo in te richten dat er zo min mogelijk bureaucratische drempels zijn en de motivatie om de schulden op te lossen overeind blijft. Al deze zaken hebben gemeen dat het belangrijk is om de mens achter de schulden te zien, omdat daar de sleutel tot een oplossing voor de schuldenproblematiek ligt. Uiteraard is bij de schuldhulpverleners kennis van zaken vereist over schulden en alles wat daarmee te maken heeft. Daarnaast is uit bedrijfsmatig oogpunt een efficiënt werkproces noodzakelijk.

Maar wil je als schuldhulpverlener effectief zijn, dan is het van essentieel belang om te weten wat er speelt bij de inwoner, hoe hij of zij de schuldenproblematiek ervaart. Dat betekent voor de schuldhulp dat je toegankelijk bent, outreachend, schulden- en andere problematiek bespreekbaar maakt en in het

77/98 16/36

gesprek vooral kijkt naar de (gezins-)situatie en de mogelijkheden van de inwoner en daarop je plan (en handelingen afstemt). Daarmee is er meer oog voor de menselijke maat in de schuldhulp en wordt de effectiviteit van de schuldhulp vergroot. Hoofdstuk 2. Financieel gezond weer meedoen en meetellen. Ambitie en uitgangspunten

schuldhulp 2.1 Ambitie schuldhulp: minder schulden en meer financieel gezonde inwoners in Zutphen In de strategische visie voor het sociaal domein in Zutphen staat een ‘sterke, inclusieve samenleving’ centraal. Dat is een samenleving waarin inwoners met elkaar verbonden zijn, naar elkaar omkijken en waarin iedereen van betekenis is en meetelt. De gemeente ziet het als haar missie om te stimuleren dat inwoners, verenigingen en buurten actief oppakken wat zij zelf kunnen. Zij ondersteunt waar dit tijdelijk niet lukt. Daarmee wil de gemeente een beweging maken van zorgen voor naar zorgen dat. Schuldenproblematiek en geldzorgen vormen een belemmering voor zo’n inclusieve samenleving, het belemmert dat mensen meedoen en van betekenis kunnen zijn voor anderen. Financiële problematiek raakt mensen in hun bestaanszekerheid en levert daardoor voortdurende stress op. Dat zorgt er weer voor dat mensen zich terugtrekken op zichzelf en gericht zijn op overleven. Het vermogen om hun (geld)probleem echt aan te pakken neemt door deze (geld)stress juist af. Het is daarom van vitaal belang om schuldenproblematiek te verminderen en geldzorgen weg te nemen. Beter nog is het om te voorkomen dat ze ontstaan.

De beweging die de gemeente in het sociaal domein wil maken, van zorgen voor naar zorgen dat, is bij uitstek ook de beweging die gemaakt moet worden om schuldenproblematiek duurzaam op te lossen. Dat betekent dat we zo veel mogelijk moeten stimuleren dat inwoners financieel gezond zijn. Waar mogelijk sturen we op financiële zelfredzaamheid, waarbij de inwoner de regie heeft over zijn of haar financiële huishouding. We bieden daarbij tijdelijke ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld budgetbeheer in combinatie met budgetcoaching. Waar nodig bieden we bescherming door het laten instellen van bewind en financieren we de kosten hiervoor. We kijken steeds wat in de situatie van de inwoner het meest passend, het minst ingrijpend is en de grootste kans biedt om de regie weer in eigen handen te nemen. Zo creëren we een financieel gezonde samenleving waarin de inwoners voldoende rust en ruimte hebben om mee te doen. De ambitie van schuldhulp is om de schuldenproblematiek in Zutphen sterk te verminderen. Inwoners met (kleine en grote) schulden bieden wij financiële rust en perspectief op een financieel gezonde en duurzaam schuldenvrije toekomst, waarin zij in staat zijn zelf hun financiën te regelen. Door het ervaren van financiële rust wordt de chronische stress, die schuldenproblematiek met zich meebrengt, opgeheven.

Dat vergroot de kans op arbeidsdeelname en maatschappelijke participatie en vermindert de kans op het inzetten van voorzieningen en op financiële en maatschappelijke schade. Schuldhulp levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het realiseren van een inclusieve lokale samenleving. 2.2 Uitgangspunten schuldhulp Om deze ambitie te realiseren kent de schuldhulp in Zutphen vier uitgangspunten, die nauw aansluiten bij de leidende principes van de strategische visie voor het sociaal domein. Schuldhulp in alle fasen van de schuldenproblematiek, met focus op preventie Schuldenproblematiek kan in vier fasen worden opgedeeld: zorgenvrij zijn en blijven, tijdelijke disbalans, betalingsproblematiek en problematische schulden. Schuldhulp richt zich op al deze fasen. De focus ligt hierbij steeds op preventie: het voorkomen dat schulden ontstaan, oplopen en uitgroeien tot problematische schulden en opnieuw ontstaan na schuldhulp.

Schuldhulp is dichtbij, letterlijk en figuurlijk Mensen met schulden weten schuldhulp vaak niet te vinden of ervaren het als lastig om de stap naar schuldhulp te maken. Daarom moet schuldhulp dichtbij zijn: de weg er naar toe is kort en goed aangeven. Schuldhulp is ook dichtbij in figuurlijke zin. De schuldhulpverlener staat naast de persoon met schulden. Hij begint met een persoonlijk gesprek en stuurt niemand weg. Hij maakt

78/98 17/36

schuldenproblematiek bespreekbaar en geeft heldere informatie. Hij biedt rust en overzicht en biedt de ondersteuning stapsgewijs aan, in een behapbaar tempo. Schuldhulp is effectief en efficiënt en heeft een duurzaam effect Schuldhulp kijkt wat mensen echt nodig hebben. Schuldhulp biedt een passende voorziening aan, licht waar het kan, zwaar waar nodig. We kijken daarbij vooral ook naar een duurzaam effect van de ingezette schuldhulp. Als we schulden oplossen is de schuldhulp er óók op gericht om te voorkomen dat mensen weer in de schulden komen. Schuldhulp is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen Het verminderen van de schuldenproblematiek in Zutphen kan de gemeente niet alleen. Dat vraagt van alle betrokken partijen dat zij zich achter deze ambitie scharen en hun verantwoordelijkheid nemen.  De gemeente voert uit hoofde van haar wettelijke taak regie over het proces van schuldhulp en is verplicht aan elke inwoner schuldhulp aan te bieden.  Van de maatschappelijke partners in het sociaal domein wordt gevraagd alert te zijn op signalen en mensen met financiële problematiek aan te sporen actie te ondernemen en naar de goede plek te verwijzen;.  Van bewindvoerders wordt gevraagd bij schuldenproblematiek tijdige afstemming met de gemeente te zoeken, waarbij het belang van de inwoner voorop staat.

 Van schuldeisers vraagt het een sociaal incassobeleid - persoonlijk contact, betalingsregeling aanbieden, doorverwijzing naar schuldhulp - en de bereidheid om op een coulante manier mee te werken aan een schuldregeling, onder andere door het opschorten van incassomaatregelen.  Ten slotte vraagt het van mensen met schulden om inzet en motivatie om de schulden op te lossen en zich daarbij te houden aan gemaakte afspraken met schuldhulp. Schuldhulp ondersteunt de inwoner hierbij door de dienstverlening zo in te richten dat de motivatie van de betrokkene overeind blijft tijdens het gehele schuldhulptraject. Hoofdstuk 3. Passende schuldhulp Speerpunten van beleid 2021-2024. Wat gaan we doen? In dit hoofdstuk benoemen we een viertal speerpunten van schuldenbeleid voor de komende jaren. Bij elk speerpunt zetten we drie beleidslijnen uit die aangeven wat we gaan doen om dit speerpunt inhoud te geven. Daarmee worden de speerpunten concreet voor de uitvoering. Op hoofdlijnen komen de speerpunten overeen met de focuspunten in de nota Armoede en schulden. In dit beleidsplan kiezen we voor een aanscherping van beleid dat meer in lijn is met de nieuwe wetgeving (wat moet, wat kan) en de strategische visie in het sociaal domein van Zutphen en dat beter inspeelt op de door inwoners ervaren drempels bij schuldenproblematiek.

Daarbij kijken we naar wat de afgelopen jaren goed is gegaan en wat we voort willen zetten. Zaken die onvoldoende uit de verf zijn gekomen, pakken we waar nodig actief op. Er is steeds een scherp oog voor hoe we zaken slimmer kunnen organiseren. 3.1 Schuldpreventie en financiële educatie Schuldpreventie en vroegsignalering vormen belangrijke onderdelen van de schuldhulp. Waar in het beleidsplan Armoede en schulden ‘preventie en vroegsignalering verstevigen’ één focuspunt was, maken we in dit beleidsplan expliciet onderscheid tussen deze zaken om aan beide beter recht te doen. Schuldpreventie is gericht op het voorkomen van schulden en het bevorderen van financiële zelfredzaamheid. Het gaat om zaken als bewustwording van goed gedrag en het vergroten van budgetvaardigheden en het onderkennen van risico’s van financiële producten en van situaties die tot schulden kunnen leiden. Het belang van schuldpreventie wordt breed onderschreven. Immers, voorkomen is beter dan genezen. De effectiviteit van schuldpreventie is echter lastige materie. Dat komt omdat schuldpreventie te maken heeft met gedragsbeïnvloeding. Mensen zijn doorgaans niet geneigd om bestaand gedrag aan te passen. Het is daarom belangrijk om bij het inzetten preventie-activiteiten steeds rekening te houden met inzichten uit de gedragswetenschap en de effectiviteit van de activiteiten goed te monitoren.

Gecoördineerde aanpak van schuldpreventie

79/98 18/36

Om te voorkomen dat de aandacht voor schuldpreventie ondergesneeuwd raakt tussen reguliere uitvoeringstaken van de schuldhulp, komt er binnen schuldhulp een aandachtfunctionaris en aanspreekpunt voor schuldpreventie. Dit leidt tot een gecoördineerde aanpak van schuldpreventie, die in ieder geval de volgende zaken bevat: a. Gericht aanbieden van informatie en actieve voorlichting over het voorkomen van schulden, het managen van eigen financiën en mogelijkheden van inkomensondersteuning. Daarbij wordt vooral gekeken naar groepen die een relatief groot risico op schulden lopen, zoals mensen met een laag inkomen, gezinnen met kinderen, jongeren en zzp-ers. Hier ligt een belangrijke relatie met het gemeentelijke armoedebeleid. Schulden ontstaan mede doordat inwoners niet gebruik maken van inkomensondersteunende regelingen. In de wetenschap dat een kleine betalingsachterstand al snel kan leiden tot een problematische schuld, kan het aanvragen van een minimaregeling – ook al gaat het niet om grote bedragen - er voor zorgen dat dit niet gebeurt. Het is dus belangrijk dat mensen die de inkomensondersteuning nodig hebben, weten hoe ze die kunnen aanvragen. Voorlichting, advisering en communicatie over schulden én over minimabeleid moet daarom steeds goed op elkaar worden afgestemd. b.

Gerichte informatieverschaffing bij ingrijpende life events met (potentieel) grote financiële gevolgen, zoals scheiding, verandering in gezinssamenstelling, ziekte, werkloosheid en kinderen die volwassen worden. Dit brengt veel administratieve rompslomp met zich mee en vaak extra kosten plus disbalans in inkomsten en uitgaven. Een sterke inkomensterugval vergroot het risico op schulden. Een life event is een risicovol moment en tegelijk ook een goed moment om bewustzijn te creëren over financiën; mensen zijn er dan (meer) ontvankelijk voor. We zoeken daarom contact met organisaties die bij inwoners in beeld komen bij een life-event – denk aan het UWV, banken, advocaten, huisartsen, werkgevers - om meer gerichte voorlichting te kunnen geven. Ook inkomensstijging kan soms tot schulden leiden door verlies van (of het terugvorderen van) inkomensondersteunende maatregelen als huurtoeslag. Dat risico is aanwezig bij werkaanvaarding vanuit de uitkering. Door het inzetten van de rekentool WerkloonT bij de beëindiging van de uitkering kunnen deze effecten vroegtijdig in beeld worden gebracht. c. Verhogen kennis en deskundigheid met betrekking tot financiële problematiek en schuldenproblematiek bij maatschappelijke partners in het sociaal domein en consulenten werk en inkomen, Wmo en Jeugd.

Mensen met financiële problematiek en schulden zijn vaak eerder in beeld bij deze organisaties dan bij de gemeente. Het is belangrijk dat de medewerkers van deze organisaties voldoende toegerust zijn om de problematiek te herkennen en bespreekbaar te maken en doorverwijzen naar de juiste instanties. Maar ook voor de consulenten geldt dat zij signalen van schuldenproblematiek moeten herkennen en effectief bespreekbaar moeten kunnen maken. d. De schuldpreventie wordt afgestemd met andere preventie-activiteiten in het sociaal domein, zoals onder andere beschreven in de preventienota Jeugd en de gezondheidsnota van de gemeente Zutphen. Dit biedt kansen om met name in het (preventieve) voorveld tot een (meer) integrale aanpak te komen, met name ook daar waar het kinderen betreft. Intensiveren inzet vrijwilligers bij financiële problematiek Budgetcoaching door (geschoolde) vrijwilligers is een belangrijk instrument om de financiële zelfredzaamheid van onze inwoners te versterken. Deze aanpak wordt als laagdrempelig ervaren en geeft mensen het vertrouwen dat nodig is om hun financiën weer zelf te kunnen regelen. De persoonlijke één-op-één benadering biedt de meeste kans op schuldpreventie met een blijvend effect. Budgetcoaching kan ingezet worden in alle fasen van financiële problematiek.

Preventief om te voorkomen dat betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden, als lichter alternatief voor schuldenbewind (in combinatie met budgetbeheer), ter bevordering van de uitstroom uit bewindvoering, ter ondersteuning van een schuldregeling of op het einde van een schuldregeling om na afloop terugval naar nieuwe schulden te voorkomen. De afgelopen jaren hebben Stichting SchuldHulpMaatje Zutphen (SHM) en Stichting Perspectief zich als kernpartners op dit gebied gemanifesteerd, waarbij de budgetcoaching door de vrijwilligers van

80/98 19/36

Perspectief vooral wordt ingezet ter ondersteuning van het reguliere sociaal werk bij financiële problematiek. In het kader van de thematafel Armoede en Schulden wordt subsidie verstrekt aan SHM om jaarlijks minimaal 100 trajecten budgetcoaching op te starten. Met het oog op de ambitie om meer financiële gezonde inwoners in Zutphen te hebben, willen we inzet van vrijwilligers op dit gebied intensiveren. Dat is ook in lijn met het Rijksbeleid van de Brede schuldenaanpak, waarin een impuls wordt gegeven aan een landelijk dekkend netwerk van vrijwilligersprojecten gericht op schuldhulp en financiële begeleiding. Mede op basis van de opgedane ervaringen willen we in Zutphen de volgende accenten plaatsen:  Alle vrijwillige budgetcoaches worden vanuit één organisatie, te weten Schuld Hulp Maatje, aangestuurd. Perspectief en Schuld Hulp Maatje hebben hierover inmiddels afspraken gemaakt.  Bij de inschakeling van vrijwilligers hebben we meer oog voor specifieke doelgroepen, zoals statushouders, jongeren en zelfstandigen. Voor wat betreft de statushouders levert de pilot van High Five die in het kader van het innovatiebudget in 2020 is opgestart, belangrijke aanknopingspunten voor financiële begeleiding van deze doelgroep. In 2021 start een pilot voor budgetcoaching voor jongeren. In beide gevallen is er nauwe afstemming met Schuld Hulp Maatje.

Op deze manier willen we de inzet van vrijwilligers niet alleen intensiveren maar ook meer divers maken en aansluitend bij de belevingswereld van die doelgroep. Financiële educatie jongeren Omgaan met geld is voor veel jongeren een belangrijk onderwerp. Jongeren zijn extra kwetsbaar omdat ze zich vaak onvoldoende bewust zijn van wat zij te besteden hebben, statusgevoelig zijn en verleidingen (reclame) lastig weerstaan. Bovendien verandert er vanaf 18 jaar veel: jongeren moet zelf een zorgverzekering afsluiten of studiefinanciering aanvragen. Uit de CBS-statistiek blijkt dat het risico op schulden onder jongeren groter is dan gemiddeld. We gaan daarom meer aandacht bestreden aan financiële educatie voor jeugd (12-18 jaar) en jongeren (18-27 jaar) die aansluit bij de behoefte en de belevingswereld van deze groepen. Samen met onder andere scholen, jongerenwerkers en lokale organisaties als Walhallab en het Dagelijks Bestaan gaan we de bewustwording rondom het omgaan met geld bevorderen. 3.2 Vroegsignalering van geldproblemen Vroegsignalering is het in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld brengen van mensen met financiële problemen om vroegtijdige hulpverlening mogelijk te maken door gebruik te maken van daadwerkelijke signalen en outreachende hulpverlening. Als inwoners sneller bereikt worden en geholpen worden zijn de financiële problemen nog relatief beheersbaar.

De achterstanden zijn dan nog te overzien en de contacten met de schuldeisers zijn nog niet vertroebeld door toezeggingen die uiteindelijk niet nagekomen kunnen worden. Ook hebben mensen dan nog relatief veel mentale ruimte tot helder denken, rationeel handelen en zelfcontrole. Het water staat nog niet tot aan de lippen. Vanaf 2021 is in de Wgs geregeld dat de gemeente verplicht is een gesprek voor schuldhulp aan te bieden binnen (uiterlijk) vier weken na ontvangst van signalen van betalingsachterstanden bij de vaste lasten (huur, water, energie en zorgverzekering). Naast deze verplichte signalen zijn er nog twee andere ingangen om signalen van financiële problematiek te onderkennen, namelijk signalering door partners in de keten en door medewerkers van de gemeente in het sociaal domein. Ons beleid is er op gericht alle drie ingangen optimaal te benutten om beginnende schulden zo vroeg mogelijk op te sporen en te voorkomen dat ze uitgroeien tot problematische schulden. Pro-actief aanbieden van schuldhulp bij signalen van betalingsproblemen In het kader van de wettelijke verplichting tot vroegsignalering neemt Zutphen deel aan het Landelijk Convenant Vroegsignalering. Dat convenant is ondertekend door de VNG en de diverse brancheorganisaties van de signaalpartners.

Op basis van dit convenant maakt de gemeente afspraken met de afzonderlijke signaalpartners die actief zijn in Zutphen over onder andere het moment van melding van het signaal en de terugkoppeling van het resultaat. De uitwisseling van gegevens geschiedt via een applicatie, dat tevens als monitoring systeem dienst doet. Afhankelijk van de gemaakte afspraken met de signaalpartners bedraagt het verwachte aantal signalen in Zutphen 160-455 per maand,

81/98 20/36

gemiddeld 277. Dit zijn cijfers die gebaseerd zijn op ervaringen van andere gemeenten, vertaald naar Zutphen. Groep Minimaal Gemiddeld Maximaal Zorgverzekeraars 103 142 177 Waterbedrijven 22 50 127 Woningcorporaties 28 71 113 Energieleveranciers 8 13 33 Totaal 160 277 450 Het is aan de gemeente om te bepalen op welke wijze zij het aanbod voor een gesprek wil doen, via een brief, digitaal, telefonisch of via een huisbezoek. Uit onderzoek en lokale pilots blijkt dat een ’érop-af-aanpak’ via een huisbezoek verreweg het meeste resultaat oplevert. Dit positieve effect zien we ook bij vroegsignalering van huurschulden in Zutphen, waarbij de woonconsulenten van Ieder1 met een sociaal werker van Perspectief op huisbezoek gaan. Gezien het verwachte grote aantal signalen is het onmogelijk om dat bij alle signalen te doen. Dat houdt bovendien het risico in van een overkill die door de betrokkene al snel als bemoeizucht ervaren kan worden. Hieronder wordt een aantal richtinggevende criteria genoemd voor de vormgeving van de vroegsignalering. Deze worden uitgewerkt in een uitvoeringsplan van het team Schuldhulp. 1. Het aanbod voor een gesprek vindt plaats op het moment dat (ingeschat kan worden dat er) enige urgentie aanwezig is maar nog geen escalatie heeft plaatsgevonden. Dat vergroot de kans op een reactie en de bereidheid om in gesprek te gaan. 2.

De huidige afspraken met woningbedrijf Ieder1 en Perspectief vormen de basis om bij huurschulden (snel) tot actie over te gaan. Daarbij wordt na één maand huurachterstand een huisbezoek gepland. We kiezen voor de voortzetting van deze aanpak omdat de urgentie bij huurschulden groot is. Om twee redenen: ten eerste vanwege het risico op huisuitzetting (na twee tot drie maanden volgt een aanzegging tot ontruiming). Ten tweede omdat onderzoek uitwijst dat achter een huurschuld vaak andere schulden schuilgaan. Het niet betalen van de huur wordt zo lang mogelijk uitgesteld. De afspraken met Ieder1 worden uitgebreid tot de andere woningcorporaties (Ons Huis, Warnsveld, Mooiland). 3. We willen voorkomen dat inwoners van Zutphen in de bestuursrechtelijke bronheffing (‘wanbetalersregeling’) terecht komen vanwege het niet betalen van de zorgpremie. De premie voor de basisverzekering en een boete van € 30,-, worden dan (verplicht) ingehouden op loon of uitkering. Mensen zijn niet meer aanvullend verzekerd. Dat leidt tot zorgmijding en vergroot de kansen op schulden. Voor een werkgever kan het beslag op het loon aanleiding zijn om een contract niet te verlengen omdat hij hierdoor het vertrouwen in de werknemer verliest.

Gezien deze ongewenste effecten wordt uiterlijk na drie maanden (instroom volgt na 6 maanden achterstand) een geïntensiveerde inzet gedaan om met de inwoner in contact te komen. 4. Naast de genoemde huisbezoeken in het kader van huurschulden vindt een huisbezoek plaats bij (a) een samenloop van twee of meerdere signalen en (b) als het om gezinnen met minderjarige kinderen gaat. We zien een samenloop van signalen als een indicatie van een problematische schuldenproblematiek, die zo snel mogelijk moet worden opgepakt. Waar kinderen in het spel zijn, willen wij voorkomen dat schuldenproblematiek lang voortduurt en zo tot nadelige gevolgen voor de ontwikkeling van het kind leidt of andere (bijvoorbeeld opvoedings-) problematiek veroorzaakt of verergert. De aanpak van schulden biedt kansen om andere problematiek beter in beeld te krijgen en zo nodig de juiste hulpverlening in te zetten. De wetgever beperkt zich bij de verplichte vroegsignalering vooralsnog tot de vaste-lasten-signalen. Die wettelijke signalen kunnen in de toekomst uitgebreid worden. De gemeente kan er voor kiezen dit nu al te doen, bijvoorbeeld door afspraken met de gemeentebelastingen hierover te maken.

Een andere mogelijkheid is om de bij CAK geregistreerde ‘wanbetalers’ van zorgpremie te betrekken bij de vroegsignalering om zo uitstroom uit de wanbetalersregeling mogelijk te maken (en daarmee de mogelijkheid weer aanvullend verzekerd te worden). Beide opties worden onderzocht zodra de

82/98 21/36

vroegsignalering goed loopt en mede op basis van de daar opgedane ervaringen een weloverwogen beslissing hierover genomen kan worden.

Versterken signalerend vermogen partners Naast de wettelijke signalen willen we signalen van financiële problematiek die maatschappelijke (keten)partners in het sociaal domein opvangen, betrekken bij de vroegsignalering. Denk aan Perspectief, zorgpartijen in het kader van de Wmo en de Jeugdzorg, onderwijs en vrijwilligersorganisaties. Deze organisaties hebben vaak rechtstreeks contact met inwoners en kennen de (gezins-)situatie. Deze (laagdrempelige) relatie maakt het makkelijker en kansrijker om schuldenproblematiek bespreekbaar te maken en mensen in beweging te krijgen. Het oplossen van schuldenproblematiek is een gedeeld belang, omdat dit ook een belemmering wegneemt voor de ‘eigen’ hulpverlening. We gaan de samenwerking met de maatschappelijk partners versterken, waardoor deze partijen in staat zijn om een bijdrage te leveren aan een samenleving met meer financieel gezonde inwoners. We organiseren voorlichtingsbijeenkomsten op locatie en stellen hulpmiddelen (bijvoorbeeld toolkits) ter beschikking. De focus ligt hierbij op drie zaken: a. Schulden-sensitieve hulpverlening: bewustwording en herkennen van signalen van financiële problematiek en bespreekbaar maken; b. Kennisdeling: voorlichting over aspecten van schuldenproblematiek, mogelijkheden van schuldhulp en inkomensondersteuning; c.

Juiste doorverwijzing en toeleiding naar schuldhulp (of beschermingsbewind, zie 4.2): Versterken integrale aanpak bij signalen Participatiewet, Wmo, Jeugdwet Het contact met inwoners dat consulenten van de gemeente hebben in het kader van de P-wet, Wmo en de Jeugdwet, biedt een uitgelezen mogelijkheid om financiële problematiek te signaleren, bespreekbaar te maken en hierover vervolgens afspraken te maken. Vroegsignalering ligt hier feitelijk voor het oprapen. Alle genoemde ‘doelgroepen’ zijn – bijvoorbeeld door een laag inkomen - extra kwetsbaar en lopen een verhoogd risico op schulden. In de Zutphense uitvoeringspraktijk van de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet is er zeker aandacht voor financiële problematiek en vindt regelmatig verwijzing over en weer plaats, maar hier is nog winst te boeken door nog sterker in te zetten op een integrale aanpak. In het herontwerp van het aanvraagproces van bijstand voor levensonderhoud is het signaleren en oppakken van schuldenproblematiek structureel ingebouwd. In het handhavingsplan 2021 voor het sociaal domein staat regelmatig contact met de inwoners die een beroep doen op gemeentelijke voorzieningen, centraal. Ook dat vergroot de mogelijkheid om schuldenproblematiek op het spoor te komen.

Aansluitend bij de systematiek van de verplichte vroegsignalering is het een optie om bij een signaal een concreet aanbod voor een gesprek van schuldhulp te doen, in afstemming met het team schuldhulp. Als een verzoek tot schuldhulp heeft plaatsgevonden is uitwisseling van (bepaalde) gegevens tussen Participatiewet, Wmo, Jeugdwet en schuldhulp toegestaan op basis van de Wgs. Vroegsignalering van geldproblemen bij de uitvoering van de gemeentelijke taken in het sociaal domein vormt een sterke impuls om te komen tot een betere afstemming tussen de domeinen en een integrale aanpak bij inwoners met meerdere problemen. De toeleiding naar schuldhulp vanuit de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet maakt een integrale schuldenaanpak makkelijker. En het werkt ook andersom: schuldhulp ondersteunt de vanuit deze wetten ingezette trajecten. Minder geldstress, perspectief op een schuldenvrije toekomst en het gevoel van trots en vrijheid na afronding van een schuldentraject, hebben een positief effect op de gehele gezinssituatie. Het draagt ook bij aan een veilige opvoeding van kinderen. Het geeft toeleiding naar werk een stevige boost. De inzet van dure maatwerkvoorzieningen blijft zo beperkt tot wat echt nodig is. 3.3 Schuldhulp zonder drempels Eén van de focuspunten van de beleidsnota Armoede en schulden is een ‘laagdrempelige, integrale schuldhulp aansluitend bij de inwoner’.

Dat betekent onder meer maatwerk en geen toelatingseisen of weigeringsgronden. Bij dit maatwerk wordt vooral gekeken naar de financiële zelfredzaamheid en ondersteuningsbehoefte van degene die schuldhulp nodig heeft. In de dienstverlening houden we

83/98 22/36

bovendien rekening met de impact van armoede en schulden op het gedrag van mensen (‘geldstress’). Dit eerder ingezette beleid zetten we de komende jaren versterkt voort, in overeenstemming met de nieuwe wettelijke taken. Dat doen we in de vorm van een laagdrempelige toegang, een proces zonder stress en communicatie met de nadruk op klantbeleving. Laagdrempelige toegang De stap naar schuldhulp is voor veel mensen te groot. Daarom willen we (een) laagdrempelige locatie(s) organiseren waar mensen met vragen over geld en schulden terecht kunnen. Ervaringen in andere gemeenten met dergelijke ‘inlooplocaties’ laten zien dat schuldenproblematiek op deze manier beter bespreekbaar wordt en het voor mensen makkelijker maakt om hulp te zoeken. Een laagdrempelige toegang kan ook een preventief effect hebben, omdat mensen eerder tot actie overgaan. Het draagt ook sterk bij aan een beeld van een outreachende schuldhulp. Voor dergelijke locaties zijn meerdere opties. Bijvoorbeeld aansluiten bij bestaande inlooplocaties zoals Waterkracht, waar verschillende professionals aanwezig zijn om mensen met vragen te woord te staan en waar een schuldhulpverlener aan toegevoegd wordt. Een andere optie is om aanwezig te zijn op plekken waar de ‘doelgroep’ komt, een netwerk aan vindplaatsen.

Dat kunnen medewerkers van het team Schuldhulp zijn, maar ook samenwerkingspartners als SchuldHulpMaatje, Humanitas en MEE. Zo’n ‘vindplaats’ is bijvoorbeeld de Voedselbank of Lighthouse, waar Wie Goed Doet Goed Ontmoet activiteiten organiseert. We onderzoeken samen met deze partners de mogelijkheden voor een laagdrempelige toegang tot schuldhulp in Zutphen. Proces zonder stress Als iemand de weg naar schuldhulp eenmaal heeft gevonden, is het belangrijk dat hij niet ontmoedigd wordt tijdens het proces van schuldhulp, waardoor hij uitvalt en alsnog verstoken blijft van noodzakelijke hulp. De wetgever heeft er mede daarom bewust ervoor gekozen het aanvraagproces uit te tekenen in wetgeving. Het dwingt de gemeente tot maximale toegankelijkheid en transparantie en ontzorgt de aanvrager, vooral de minder zelfredzame aanvrager. In dit proces zit een aantal beleidskeuzes ingebouwd. 1. Tussen melding bij schuldhulp en eerste gesprek zit een periode van maximaal 4 weken. Bij het eerste gesprek wordt de hulpvraag in beeld gebracht, gekeken naar de noodzaak van schuldhulp en duidelijkheid verschaft over het proces van schuldhulp. Wij kiezen voor een maximale termijn van vier weken. Waar mogelijk proberen we het eerste gesprek sneller in te regelen, vooral daar waar de situatie vraagt om snel handelen. We zijn extra alert bij gezinnen met minderjarige kinderen.

In een crisissituatie – ontruiming, afsluiting – is de gemeente verplicht binnen 3 dagen een gesprek organiseren. 2. Tussen het eerste gesprek en een besluit tot schuldhulp zit maximaal 8 weken. Het besluit bestaat uit een weigering of een toelating in de vorm van een plan van aanpak (beschikking). In dit plan van aanpak is in ieder geval opgenomen waaruit de schuldhulp bestaat, welke voorwaarden gelden voor het recht op schuldhulp en hoe hoog de beslagvrije voet is. Wanneer sprake is van achterliggende problematiek wordt in overleg met partners gestuurd op een integrale aanpak. Wij kiezen voor een maximale termijn van 8 weken. Een kortere termijn legt een forse druk op de uitvoeringsorganisatie en heeft als risico dat het plan van aanpak slechts in grove contouren wordt opgesteld en daardoor weinig houvast biedt voor de aanvrager. 3. Informatie die nodig is om tot een besluit te komen, wordt door de gemeente ontsloten. Een aanvraag kan zowel schriftelijk als mondeling worden gedaan. De aanvrager heeft in deze fase geen inlichtingen- en medewerkingsplicht, die is pas van toepassing na het besluit. De gemeente mag informatie die zij zelf kan ontsluiten niet opvragen bij aanvrager. De wetgever heeft vastgelegd van welke bronnen van informatie de schuldhulpverlener gebruik mag maken.

Op deze wijze wordt vooral voor de minder zelfredzame personen een belangrijke drempel voor schuldhulp weggenomen.

4. Weigering van schuldhulp kan bij verwijtbare fraude en recidive; maatwerk is uitgangspunt Er is feitelijk maar één absolute weigeringsgrond in de Wgs, namelijk als de inwoner geen verblijfsstatus heeft. De gemeente kan schuldhulp weigeren bij (uitkerings-)fraude of als er eerder schuldhulp heeft plaatsgevonden (recidive). Uitgangspunt van de schuldhulp in

84/98 23/36

Zutphen is maatwerk. Wanneer iemand schuldhulp nodig heeft en gemotiveerd is om de schulden op te lossen, is fraude noch recidive een belemmering voor schuldhulp. Schuldhulp bij fraude is echter niet wenselijk wanneer sprake is geweest van kwader trouw, wanneer willens en wetens de inlichtingenplicht geschonden is. Dan is er bij de boeteoplegging vastgesteld dat sprake is van opzet of grove schuld. Gedeeltelijke kwijtschelding van de fraudeschuld is overigens niet aan de orde. Een fraudeschuld kan – mits de schuldeiser akkoord gaat – voor een deel worden meegenomen in een schuldregeling. Na afloop van de schuldregeling moet echter het resterende bedrag volledig worden afgelost. In lijn met het hierboven genoemde beleid bij fraude, kan schuldhulp geweigerd worden als sprake is geweest van een verwijtbare beëindiging van een opgestart schuldhulptraject, waarbij we niet verder terug gaan dan twee jaar. Dit beleid schept de (formele) voorwaarden voor een aanvraagproces zonder stress. Belangrijk is vooral dat deze ‘harde waarborgen’ ook worden ondersteund door een ‘zachte’ – stress-sensitieve – dienstverlening. Neem tijd voor een persoonlijk gesprek. Maak schuldenproblematiek bespreekbaar. Toon begrip. Realiseer je dat schuldenproblematiek stress veroorzaakt in het gezin en dat dit een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van opgroeiende kinderen.

Geef aan dat het geen schande is om schulden te hebben en dat stress in deze situatie heel begrijpelijk is. Geef aan wat mensen kunnen verwachten - hoe ziet het schuldhulptraject eruit? Biedt zo snel mogelijk overzicht, zodat de stress minder wordt en frustratie wordt voorkomen. Maak afspraken die mensen kunnen nakomen, herinner mensen er aan als dat nodig is. Vraag wat mensen belangrijk vinden in het leven (bijvoorbeeld dat hun kinderen het goed hebben) en stem daar je plan van aanpak op af. In het vorige beleidsplan is deze stress-sensitieve aanpak geïntroduceerd en voor een deel ook ingebouwd in de uitvoeringspraktijk. In komende jaren wordt deze aanpak verder gestimuleerd onder de medewerkers van schuldhulp. Ook in het traject na de aanvraag is het belangrijk dat mensen hun motivatie vasthouden en dat de focus bij dienstverlening ligt op het ont-stressen. De periode tussen het plan van aanpak en het tot stand komen van een schuldregeling is cruciaal. De kans op uitval is reëel. Mensen worden moedeloos, boos of gefrustreerd omdat ze onvoldoende overzicht hebben of niet weten waar ze aan toe zijn, schuldeisers zich nog steeds blijven melden en er nog geen perspectief is op een schone lei. Deze periode wordt vaak ervaren als onnodige wachttijd en zorgt voor onzekerheid en onrust.

Het is zaak dat de gemeente de inwoner ondersteunt en tijdig informeert over ontwikkelingen in het traject. Communicatie die inspeelt op de beleving van mensen met schulden Schuldhulp zonder drempels vraagt om een communicatieaanpak waarin vooral rekening gehouden wordt met gedragsmatige aspecten. Welke boodschap willen we overbrengen? Wie is de boodschapper? Hoe zorgen we dat de boodschap de juiste mensen bereikt en dat zij ontvankelijk zijn voor deze boodschap? Hoe zorgen we dat ze aan de boodschap gehoor geven en actie ondernemen? En hoe houden we de aandacht vast? In de communicatie over schulden leggen we daarom de focus op beleving van de inwoner. Inspelen op de emoties van mensen met schulden zorgt er voor dat zij meer openstaan voor hulp, waardoor de kans op effectieve schuldhulp groter is. a. Aansluiten bij de landelijke overheidscampagne ‘Kom jij eruit?’ (www.komjijeruit.nl). Deze campagne is opgezet om mensen aan te sporen de financiële problematiek bespreekbaar te maken (letterlijk: praat erover) en eerder de stap naar schuldhulp te zetten. Ervaringsdeskundigen worden als ‘ambassadeurs’ ingezet om de boodschap kracht bij te zetten (bijvoorbeeld op onze website) en voorlichting te geven. b. Hanteren van ‘klantprofielen’ Met alleen de inwoner informeren bereiken we niet het gewenste resultaat. Daar is meer voor nodig.

We verdiepen ons in de inwoner, zijn of haar beleving staat centraal. Wat is zijn of haar emotie, motivatie, vaardigheid, norm en weerstand. Zo kunnen we efficiënte en effectieve communicatietechnieken en –middelen inzetten. Het juiste middel, voor de juiste persoon, op het juiste moment. De middelen bieden ook de consulenten ondersteuning bij de klantgesprekken. c. Pro-actieve informatievoorziening over de voortgang van de schuldhulp, in begrijpelijke taal.

85/98 24/36

Geef aan wat de inwoner kan verwachten. Benoem daarbij ook potentiële hobbels op weg naar een schuldregeling. Zorg dat de inwoner het einddoel voor ogen blijft houden. d. Informatie over geldproblemen op plaatsen waar mensen komen: wijkcentra, winkels, bibliotheek, huisartsen, voedselbank, scholen, woningcorporaties, inlooplocaties, bedrijven etc. 3.4 Inzetten passende voorzieningen In deze paragraaf kijken we naar de meest passende voorzieningen die we in het kader van schuldhulp inzetten. Uitgangspunt daarbij is: licht als het kan, zwaar als het moet en altijd aansluitend bij de situatie van de inwoner. Dat sluit aan bij de strategische visie voor het sociaal domein, waarbij de inzet van de gemeente gericht is op normaliseren en voorkomen dat er (zware) geïndiceerde hulp en ondersteuning nodig is. Voor schuldhulp betekent dit in de eerste plaats dat door het inzetten van algemene voorzieningen zo veel mogelijk wordt voorkomen dat een (dure) schuldregeling nodig is. Bij problematische schulden betekent ‘passend’ dat voor de minst ingrijpende voorziening gekozen wordt. Dat wil zeggen schuldhulp met budgetbeheer wanneer dit kan en iemand op termijn weer financiële zelfredzaamheid kan zijn. Binnen de aangeboden schuldhulp betekent ‘passend’ dat gekozen wordt voor de meest effectieve en efficiënte manier van schuldregelen die perspectief biedt op een schuldenvrije toekomst.

We zetten daarbij in op drie trajecten (schuldhulp voor ondernemers, saneringskredieten, intensivering nazorg) en digitaal schuldregelen. Waar mogelijk inzetten van algemene voorzieningen De gemeente maakt een beweging van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen bieden een steuntje in de rug aan inwoners die niet gemakkelijk zelf de weg weten te vinden in onze samenleving en met behulp van lichtere en laagdrempelige ondersteuning kunnen blijven meedoen. Het inzetten van algemene voorzieningen ondersteunt de missie en visie voor het sociaal domein: van zorgen naar zorgen dat. Algemene voorzieningen hebben een preventieve werking op het inzetten van duurdere specialistische ondersteuning in de vorm van (geïndiceerde) maatwerkvoorzieningen. Daardoor leveren ze ook een bijdrage in het terugdringen van kosten in het sociaal domein. Voor schuldhulp betekent dat we aansluiten bij de Nederlandse schuldhulproute (www.nederlandseschuldhulproute.nl). Dat is een digitale toeleiding naar de juiste vorm van schuldhulp aansluitend op de lokale situatie. De toeleidingroute kent een viertal afslagen, oplopend van licht naar zwaar.

Op basis van een toets (Geldfit; Geldfitzakelijk voor ondernemers) worden mensen toegeleid naar zelfhulpsites (eerste afslag), digitale buddies van Geldfiks (tweede afslag) of vrijwillige budgetcoaches in de gemeente (derde afslag) en ten slotte, als laatste afslag, de gemeentelijke schuldhulp. Er is een centraal (landelijk) telefoonnummer, waar wordt doorverwezen naar passende schuldhulp op lokaal niveau. De Nederlandse schuldhulproute is een digitaal hulpmiddel dat de gewenste beweging van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening ondersteunt doordat zij mensen naar de juiste plek toeleidt. Ook voor hulpverleners in het sociaal domein is het een handig hulpmiddel. Schuldhulp als het kan, beschermingsbewind als het moet Mensen met problematische schulden kunnen twee wegen bewandelen. Melding bij de gemeentelijke schuldhulp of beschermingsbewind in verband met problematische schulden aanvragen bij de rechtbank. Beschermingsbewind is een zeer ingrijpende maatregel. De inwoner mag dan niet meer zelfstandig beschikken over geld en goederen. De bewindvoerder richt zich primair op het stabiliseren van de situatie, het zeker stellen van basisvoorzieningen als huur, water, elektra en zorgverzekering. Hij is gemachtigd om belastingaangifte te doen en inkomensvoorzieningen aan te vragen.

Hij heeft ook de mogelijkheid om een koopovereenkomst terug te laten draaien, zodat er geen nieuwe schulden ontstaan. Zodra er sprake is van stabiele financiën is het de taak van de bewindvoerder de klant naar schuldhulp toe te leiden voor een schuldregeling. Van de bewindvoerder wordt ten slotte ook verwacht dat hij financiële zelfredzaamheid van zijn klant bevordert. Het inzetten van beschermingsbewind bij problematische schulden is niet altijd nodig. Ook de gemeentelijke schuldhulp biedt mogelijkheden voor het stabiliseren van de financiën. Dat kan via een stabilisatietraject dat voorafgaat aan het feitelijke schuldregelen en tijdens de schuldregeling zelf. In beide gevallen wordt budgetbeheer ingezet, waarbij de vaste lasten en eventuele andere

86/98 25/36

betalingsverplichtingen worden betaald. Omdat budgetbeheer op vrijwillige basis geschiedt en de budgetbeheerder een koopovereenkomst niet kan terugdraaien, bestaat er bij budgetbeheer een risico op nieuwe schulden. Daarnaast is er een risico dat iemand niet alle inkomensvoorzieningen aanvraagt waarop hij recht heeft. Dat kan ondervangen worden door budgetcoaching in te zetten naast het budgetbeheer. Als iemand voldoende leerbaar en gemotiveerd is om aan zijn budgetvaardigheden te werken, is de route via schuldhulp meer passend en minder ingrijpend dan de route via beschermingsbewind. Bijkomend voordeel is dat er meteen een schuldregeling kan worden opgestart. Niet zelden gebeurt de toeleiding naar schuldhulp door bewindvoerders pas na ruim één jaar, waardoor de duur van schuldenbewinden langer is dan noodzakelijk. Met de invoering van het adviesrecht bij schuldenbewind heeft de gemeente een wettelijk middel in handen om beter te sturen op passende ondersteuning bij problematische schulden van haar inwoners. Doordat de gemeente via het adviesrecht invloed kan uitoefenen op de instroom in (schulden)bewind, worden de uitgaven voor bijzondere bijstand voor beschermingsbewind ook meer beheersbaar. Het is de vraag of het adviesrecht in de huidige vorm – een voorlopige instelling van het bewind - het juiste middel is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=bd965eaa-3fc6-487f-8983-45aa02dec334