CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

183225RH 2021_BW_00234

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen beleidsnota Passende schuldhulp, 2021-2024; vaststellen Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 202139.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

32 43/98

-Een open deur? Onderzoek naar de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening onder 251 Nederlandse gemeenten (Nationale ombudsman, 2018). -Op weg naar financiële zelfredzaamheid. Rode draden inspectieonderzoeken schuldhulpverlening en aandachtspunten vervolgonderzoek (Inspectie SZW, 2020). -Preventiebundel. Acht werkwijzers voor effectieve schuldpreventie (Hogeschool Utrecht, 2017). -Saneren versus bemiddelen. Onderzoek naar de meerwaarde van schuldsaneren en een Borgfonds (M. Schut, 2018). -Toegankelijheid schuldhulpverlening 2017, Inspectie SZW, 2018). -Vroegsignalering problematische schulden door gemeenten. Verkennende studie (Inspectie SZW, 2016). -Vroegsignalering schulden, lessen uit de praktijk (rapport voor Schouders Eronder, 2018). -Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op raadzaamheid (WRR, 2017). Handleidingen VNG, DIvosa, Stimulansz, NVVK, Schouders Eronder -Aandachtspunten beleid. Beleidsruimte bij de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (VNG, 2020). -De eindjes aan elkaar knopen. Cruciale vragen bij financiële problematiek in de wijk (Platform 31, 2017). -Leidraad prioriteren en opvolgen vroegsignalen. Wijziging Wet gemeentelijke schuldhulpverlening(VNG, 2020). -De regierol van gemeenten bij schuldenbewind (VNG, 2019). -Vroegsignalering schulden.

Lessen uit de praktijk (rapport voor Schouders Eronder, 2018). -Wat werkt bij schuldhulpverlening? (Movisie). -Werkwijzer Ondernemers en schulden (Schouders Eronder, 2019). -Wetswijzigingen in het schuldendomein (VNG, 2020).

33 44/98

Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over de beslistermijn schuldhulpverlening (Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021) De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021 met nummer 183225; gelezen het advies van de Brede Adviesraad Sociaal Domein (BASD) van 5 april 2021; gelet op artikel(en) 108, tweede lid juncto artikel 147 van de Gemeentewet, 4a, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de: Verordening van de raad van de gemeente Zutphen houdende bepalingen over de beslistermijn schuldhulpverlening (Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. college: college van burgemeester en wethouders; b. eerste gesprek: het eerste gesprek waarin de schriftelijke of mondelinge hulpvraag wordt vastgesteld.

Artikel 2 Beslistermijn De beschikking tot schuldhulpverlening, zoals bedoeld in artikel 4a, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, dan wel de afwijzing of beëindiging ervan, geeft het college binnen een termijn van maximaal acht weken na de dag waarop het eerste gesprek, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, heeft plaatsgevonden.

Artikel 3 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2021.

45/98

Artikel 4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beslistermijn schuldhulpverlening gemeente Zutphen 2021.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op: datum

De voorzitter,

de griffier,

Toelichting

Algemene toelichting Per 1 januari 2021 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (wgs) gewijzigd. De Tweede Kamer nam op 10 maart 2020 namelijk een amendement aan (Kamerstuk 35 316, vergaderjaar 2019-2020) met daarin het voorstel om het advies van de Nationale ombudsman op te volgen en een wettelijke termijn in de gemeentelijke verordening op te nemen, waarbinnen de gemeente na het eerste gesprek over de hulpvraag moet besluiten of iemand voor een schuldenregeling in aanmerking komt. In de toelichting stellen de indieners: ‘Niet alleen burgers dienen zich aan wettelijke termijnen te houden. Ook van een dienende overheid mag verwacht worden dat zij op een verzoek van een burger binnen een redelijke, door de gemeenteraad in een gemeentelijke verordening vastgestelde, termijn reageert.’

46/98

Dit amendement heeft geresulteerd in een wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Door de wijziging krijgen gemeenten nadrukkelijk en expliciet de opdracht om een beschikking af te geven voor schuldhulpverlening. De maximale beschikkingstermijn is acht weken volgens artikel 4a, derde lid, van de Wgs.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen In dit artikel worden de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven. Begrippen die al zijn omschreven in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening.

Artikel 2 Beslistermijn De Wgs regelt dat inwoners met problematische schulden bij de gemeente terecht kunnen voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Het uitgangspunt is dat schuldhulpverlening (ook wel schuldhulp genoemd) breed toegankelijk is. Daarbij is van belang dat het voor de inwoner duidelijk is binnen welke termijn na het eerste gesprek over de hulpvraag wordt besloten of diegene voor een schuldenregeling in aanmerking komt.

In de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening krijgen gemeenten nadrukkelijk en expliciet de opdracht om in een verordening de termijn vast te leggen waarbinnen een beschikking voor schuldhulpverlening wordt gegeven. De maximale beschikkingstermijn is 8 weken volgens artikel 4a, derde lid Wgs. Dit is gelijk aan de maximale redelijke termijn die genoemd wordt in artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht .

Artikel 3 Inwerkingtreding 47/98

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2021. Vanaf 1 januari 2021 geldt namelijk de in artikel 4a, derde lid van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening opgenomen plicht om in een verordening een beslistermijn vast te stellen.

Artikel 4 Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

48/98

Advies BASD Beleidsplan Passende schuldhulp (5-4-2021) Advies aanvraag ingediend door Advies afgegeven Advies gegeven door BASD leden

Charles Verkuylen, gemeente Zutphen 5 april 2021 A.Rotman, W. vd Meiden, J. Wisseborn

Inhoud advies Complimenten

Pag 8 Alleen wanneer er in de laatste twee jaar sprake is geweest van eerdere schuldhulp, is weigering van schuldhulp mogelijk En 3.3 STRESS In lijn met het hierboven genoemde beleid bij fraude, kan schuldhulp geweigerd worden als sprake is geweest van een verwijtbare beëindiging van een opgestart schuldhulptraject, waarbij we niet verder terug gaan dan twee jaar.

Op de volgende punten wil de BASD het college complimenteren:  De infographic is verhelderend  Reflectie op eigen handelen van de gemeente afgelopen jaren  De wettelijk voorgeschreven termijnen worden niet als minimum gehanteerd maar aangepast aan de Zutphense situatie (denk aan contact huurschuld na 1 maand)  Kinderen krijgen een belangrijke plaats in de preventieve aanpak, zo wordt generatie overdracht verminderd Hierna volgen een aantal vragen cq opmerkingen vanuit de BASD  De BASD vraagt aandacht voor dit gedeelte  Ook in deze situaties is het van groot belang de menselijke maat te blijven toepassen. Ook hierin dus op maat de besluiten nemen!  De regel toepassen waar het moet maar oog blijven houden voor de mens

2. (blz. 10) Uiterlijk vier weken nadat de inwoner zich gemeld heeft bij de gemeente moet een gesprek hebben plaatsgevonden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld

Hoe wordt de hulpvraag vastgesteld? Want niet iedereen is bij machte zijn eigen hulpvraag goed te formuleren, definiëren en/of vast te stellen.

Daarna moet binnen uiterlijk 8 weken een besluit zijn genomen of iemand schuldhulpverlening krijgt En

De termijnen worden bij huurachterstand wel aangepast, echter de termijn van 8 weken blijft behouden. In de notitie lezen we dat er inderdaad aandacht voor is. Als iemand de stap zet om hulp te vragen op dit beladen thema is het

Goed dat de termijn bij huurachterstand niet vier weken is maar slechts 1 week.

49/98

2. Wij kiezen voor een maximale termijn van 8 weken. Een kortere termijn legt een forse druk op de uitvoeringsorganisatie en heeft als risico dat het plan van aanpak slechts in grove contouren wordt opgesteld en daardoor weinig houvast biedt voor de aanvrager.

wachten een grote frustratie. Graag extra aandacht hiervoor in de uitvoering.

ONDER 3 Zij schatten hun situatie vaak rooskleuriger in dan dat die feitelijk is. Ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven komen vaak in financiële problemen. Dat kan te maken hebben met laaggeletterdheid, analfabetisme of onvoldoende taalbeheersing (b.v. bij vergunninghouders HOOFDSTUK 2 Schuldhulp is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen en 3.2 Naast deze verplichte signalen zijn er nog twee andere ingangen om signalen van financiële problematiek te onderkennen, namelijk signalering door partners in de keten en door medewerkers van de gemeente in het sociaal domein en De wetgever beperkt zich bij de verplichte vroegsignalering vooralsnog tot de vaste-lastensignalen. Die wettelijke signalen kunnen in de toekomst uitgebreid worden Aandachtsfunctonaris pag. 15

Wij merken op dat hier als voorbeeld vergunningshouders worden genoemd. Uiteraard is het voor deze mensen complex. Echter wij vragen ook aandacht voor de mensen die met laaggeletterdheid en analfabetisme te maken hebben. Is daar onderzoek naar gedaan in Zutphen? Mogelijk dat hierop ook nog een aktie kan worden geformuleerd. Heeft Perspectief bv in samenwerking met bibliotheek aanpak op laaggeletterdheid?

Onder 1.1. lezen wij:  Schulden veroorzaken schaamte en chronische stress, waardoor mensen minder productief worden en hun arbeidsdeelname daalt. Uit onderzoek blijkt dat schuldenproblematiek remmend werkt op het arbeidsvermogen en het ziekteverzuim doet toenemen en dat werkzoekenden gemiddeld langer gebruik maken van een uitkering. Bedrijven Wij willen opmerken dat een preventieve aanpak met bedrijven in stad en regio ook onder de aandacht zou kunnen komen in deze notitie/aanpak. Door inzet van bv Perspectief medewerkers die, in bedrijven waar de meest kwetsbare groep uit de Zutphense samenleving werkt, een spreekuur te houden kan ook via werkgevers preventief worden ingezet. Daar zijn signalen mbt gerelateerd ziekteverzuim of beslaglegging loon  advies de aandachtsfunctionaris meer verantwoordelijkheid te geven ( mits dit bij deze persoon past) om de prestaties te volgen en waar mogelijk bij te sturen.  De rol lijkt wat vrijblijvend, want wie is verantwoordelijk voor het totaal? Deze functionaris ( of een andere functionaris) zou niet alleen de prestaties van de gemeentefunctionarissen kunnen volgen maar ook de cijfers van de keten partners/ schuldhulpmaatjes .

50/98

Hoofdstuk 3: waarbij de woonconsulenten van Ieder1 met een sociaal werker van Perspectief op huisbezoek gaan. Gezien het verwachte grote aantal signalen is het onmogelijk om dat bij alle signalen te doen. Dat houdt bovendien het risico in van een overkill die door de betrokkene al snel als bemoeizucht ervaren kan worden 4. Naast de genoemde huisbezoeken in het kader van huurschulden vindt een huisbezoek plaats bij (a) een samenloop van twee of meerdere signalen en (b) als het om gezinnen met minderjarige kinderen gaat communicatie c. Pro-actieve informatievoorziening over de voortgang van de schuldhulp, in begrijpelijke taal. Geef aan wat de inwoner kan verwachten. Benoem daarbij ook potentiële hobbels op weg naar een schuldregeling. Zorg dat de inwoner het einddoel voor ogen blijft houden

d. Informatie over geldproblemen op plaatsen waar mensen komen: wijkcentra, winkels, bibliotheek, huisartsen, voedselbank, scholen, woningcorporaties, inlooplocaties, bedrijven

Op die manier is deze functionaris ( samen met de uitvoerders) verantwoordelijk voor het adequaat uitvoeren van de acties.  En heel belangrijk.....informeer de medewerkers / vrijwilligers / ketenpartners continue over de resultaten en neem ze mee in successen. Zij moeten het namelijk doen. Hoe beter zij ook gefaciliteerd worden hoe beter ze kunnen functioneren ten gunste van de klant. Vragen:  Waarom gaat de sociaal werker samen met woonconsulent op pad. Ons inziens is het mogelijk dat de sociaal werker mandaat krijgt van de corporatie om bezoeken af te leggen. Corporatie ligt hierover de huurder in. Als de consulent en de sociaal werker los van elkaar opereren kun je de helft meer bezoeken afleggen.  Opgemerkt zei dat het natuurlijk een mate van bemoeizorg is. Komt er een nieuwe hulpverlener bij in het gezin? Is een integrale aanpak bij aanvang van de problematiek mogelijk?

 Denk aan het gebruik van infographics voor mensen die kampen met laaggeletterdheid en analfabetisme of licht verstandelijke beperking  Inderdaad komen klanten vaak te laat uit schaamte/onwetenheid etc en ja zij weten ook de weg vaak niet want : ....".waar moet ik zijn". dit is ook wat ik dagelijks zie als klantmanager bijstand . Advies is inderdaad om een brede campagne op te zetten zowel on- als offline en op de gemeente site prominenter aanwezig en ook herhalen. transparant maken van de tijdlijn is heel belangrijk want de klant heeft NU een probleem en wil graag NU geholpen worden.  Goede voorlichting op vooral praktische zaken is noodzaak. Misschien een open deur maar wordt er gedacht aan:  Gebruik social media van de gemeente Zutphen  Makkelijk te vinden tool/link op de site van de gemeente Zutphen?

51/98

Saneringskrediet: • de situatie van de persoon met schulden niet stabiel genoeg is Zorgmijders

Tips over het stuk

Wat zijn de criteria voor ‘niet stabiel genoeg’

In deze notitie wordt niet gesproken over mensen met zorgmijdend gedrag. Vooral die groep die zowel de post niet openen alsook vaak de voordeur niet openen. Ook deze groep is gebaat bij een stuk ondersteuning op maat. Is er binnen het welzijnswerk oog voor deze groep? Is er een aanpak voor? Zodat ook deze mensen uiteindelijk verleid worden tot hulpverlening mbt hun schulden  Het is een ambitieus plan wat breder is dan alleen schuldhulp  Een duidelijk stuk in de opbouw van verleden, heden en toekomst  De infographic laat in begin van de notitie al zien wat de bedoeling is

52/98

Brede Adviesraad Sociaal Domein t.a.v. mevrouw J. Wisseborn-Remigius p.wisseborn@gmail.com

Inlichtingen bij: Team: Onderwerp:

Charles Verkuylen Telefoon: 14 0575 Inkomen Zaaknummer: 183225 Beleidsnota Passende schuldhulp Datum: 20 april 2021

Bijlage(n): Uw bericht van: 5 april 2021 Uw nummer:

Geachte Brede Adviesraad, Op 5 april ontvingen wij uw advies inzake de beleidsnota Passende schuldhulp. Wij danken u voor dit advies. In deze brief leest u onze reactie. Wij hebben er voor gekozen om onze reactie te verwerken in uw tabel met vragen en adviezen. Die tabel vindt u als bijlage bij deze brief. Wij lezen in uw advies vooral instemming met de uitgangspunten en speerpunten van het beleid en met de opzet van de beleidsnota. Uw vragen en adviezen richten zich vooral op deelaspecten die volgens u sterker benadrukt mogen of moeten worden in de nota. Dat is voor ons aanleiding geweest om de nota op onderdelen aan te vullen of aan te scherpen. In de tabel staat aangegeven op welke plekken dit gebeurd is. Wij zijn van mening dat de beleidsnota dankzij uw advies completer is geworden. Daarvoor hartelijk dank. Vragen Als u nog vragen heeft over deze brief, neemt u dan contact op met Charles Verkuylen, team Inkomen. Dit kan via telefoonnummer 14 0575 (zonder kengetal) of info@zutphen.nl. Wilt u als u een bericht stuurt het zaaknummer vermelden?

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zutphen, de burgemeester,

de secretaris,

53/98

BIJLAGE: Reactie college op advies BASD bij beleidsplan Passende schuldhulp (20-42021) Advies aanvraag ingediend door Advies afgegeven Advies gegeven door BASD leden

Charles Verkuylen, gemeente Zutphen 5 april 2021 A.Rotman, W. vd Meiden, J. Wisseborn

Inhoud advies Complimenten

Op de volgende punten wil de BASD het college complimenteren:  De infographic is verhelderend  Reflectie op eigen handelen van de gemeente afgelopen jaren  De wettelijk voorgeschreven termijnen worden niet als minimum gehanteerd maar aangepast aan de Zutphense situatie (denk aan contact huurschuld na 1 maand)  Kinderen krijgen een belangrijke plaats in de preventieve aanpak, zo wordt generatie overdracht verminderd Hierna volgen een aantal vragen cq opmerkingen vanuit de BASD Dank hiervoor.  De BASD vraagt aandacht voor dit gedeelte  Ook in deze situaties is het van groot belang de menselijke maat te blijven toepassen. Ook hierin dus op maat de besluiten nemen!  De regel toepassen waar het moet maar oog blijven houden voor de mens

Antwoord college Pag 8 Alleen wanneer er in de laatste twee jaar sprake is geweest van eerdere schuldhulp, is weigering van schuldhulp mogelijk En 3.3 STRESS In lijn met het hierboven genoemde beleid bij fraude, kan schuldhulp geweigerd worden als sprake is geweest van een verwijtbare beëindiging van een opgestart schuldhulptraject, waarbij we niet verder terug gaan dan twee jaar. Antwoord college Wij onderschrijven dat het in alle situaties van belang is de menselijke maat toe te passen. Dat is een van de belangrijkste uitgangspunten van deze nota. De wet biedt de mogelijkheid om bij ‘recidive’ en fraude schuldhulp te weigeren. Van deze mogelijkheid willen we gebruik (kunnen) maken als er sprake is van duidelijk verwijtbaar gedrag.

2

54/98

2. (blz. 10) Uiterlijk vier weken nadat de inwoner zich gemeld heeft bij de gemeente moet een gesprek hebben plaatsgevonden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld Antwoord college

Daarna moet binnen uiterlijk 8 weken een besluit zijn genomen of iemand schuldhulpverlening krijgt En 2. Wij kiezen voor een maximale termijn van 8 weken. Een kortere termijn legt een forse druk op de uitvoeringsorganisatie en heeft als risico dat het plan van aanpak slechts in grove contouren wordt opgesteld en daardoor weinig houvast biedt voor de aanvrager. Antwoord college

Onder speerpunt 3.3 (punt 4) hebben wij dit expliciet benoemd en toegelicht. Daar staat onder andere: ‘Uitgangspunt van de schuldhulp in Zutphen is maatwerk. Wanneer iemand schuldhulp nodig heeft en gemotiveerd is om de schulden op te lossen, is fraude noch recidive een belemmering voor schuldhulp’. Hoe wordt de hulpvraag vastgesteld? Want niet iedereen is bij machte zijn eigen hulpvraag goed te formuleren, definiëren en/of vast te stellen. Goed dat de termijn bij huurachterstand niet vier weken is maar slechts 1 week. Het vaststellen van de hulpvraag gebeurt in het gesprek tussen de inwoner die zich bij schuldhulp heeft gemeld en de schuldhulpverlener. Dit gesprek moet duidelijkheid verschaffen over enerzijds de ernst van de financiële problematiek en anderzijds de ondersteuning die noodzakelijk is en bij deze inwoner past. Beide zaken bepalen uiteindelijk de hulpvraag. We zijn ons ervan bewust dat niet iedereen bij machte is die hulpvraag goed te formuleren, bijvoorbeeld vanwege aanwezig stress of beperkte verstandelijke vermogens. Daarom vinden wij het belangrijk dat dit gesprek laagdrempelig is en gericht op het ontzorgen van de inwoner. Onder speerpunt 3.3 (aanvraag zonder stress) staat een aantal voorbeelden van hoe zo’n gesprek er uit kan zien.

Uiteindelijk wordt de hulpvraag vastgelegd in het plan van aanpak, waardoor deze voor beide partijen – de inwoner en de schuldhulpverlener – duidelijk is. De termijnen worden bij huurachterstand wel aangepast, echter de termijn van 8 weken blijft behouden. In de notitie lezen we dat er inderdaad aandacht voor is. Als iemand de stap zet om hulp te vragen op dit beladen thema is het wachten een grote frustratie. Graag extra aandacht hiervoor in de uitvoering.

Wij zijn ons bewust van het feit dat een lange wachttijd tot frustratie kan leiden. Dat is vervelend voor de betreffende inwoner én verkleint de kans op het succesvol opstarten van 3

55/98

een schuldregeling. In de beleidsnotitie is aangegeven dat wij er naar streven om het eerste gesprek waar mogelijk sneller te houden dan de maximale termijn van 4 weken (speerpunt 3.3, aanvraag zonder stress). Ook de beslistermijn van 8 weken willen wij waar mogelijk korter houden. Dat moet echter niet ten koste gaan van de zorgvuldigheid. Door in het eerste gesprek goed aan te geven hoe het vervolgproces eruit ziet, denken wij dat gevoelens van frustratie zo veel mogelijk achterwege blijven. Wij merken op dat hier als voorbeeld vergunningshouders worden genoemd. Uiteraard is het voor deze mensen complex. Echter wij vragen ook aandacht voor de mensen die met laaggeletterdheid en analfabetisme te maken hebben. Is daar onderzoek naar gedaan in Zutphen? Mogelijk dat hierop ook nog een actie kan worden geformuleerd. Heeft Perspectief bv in samenwerking met bibliotheek aanpak op laaggeletterdheid?

ONDER 3 Zij schatten hun situatie vaak rooskleuriger in dan dat die feitelijk is. Ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven komen vaak in financiële problemen. Dat kan te maken hebben met laaggeletterdheid, analfabetisme of onvoldoende taalbeheersing (b.v. bij vergunninghouders Antwoord college We weten dat bij schuldenproblematiek laaggeletterdheid en analfabetisme een belangrijke rol spelen. Uit landelijk onderzoek (Nibud) blijkt dat 50,3% van de mensen met ernstige betalingsproblemen deze problemen heeft doordat zij de informatie niet begrijpen. In het Regioplan Laaggeletterdheid van de Stedendriehoek en Noord Veluwe (2020-2024) wordt geletterdheid gezien als een fundamentele voorwaarde voor zelfredzaamheid, sociale inclusie en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Eén van de doelen van het beleid is om - door bevordering van de geletterdheid - méér inwoners financieel zelfredzaam te maken. De gemeente heeft de regierol bij de uitvoering van dit beleid en heeft de uitvoering daarvan belegd bij het Taalhuis. Het Taalhuis is onder meer verantwoordelijk voor het opzetten en onderhouden van een netwerk van partners die laaggeletterden in hun werkzaamheden tegenkomen, maar daar zich niet of minder van bewust zijn. Via onder meer het aanbieden van signaleringstrainingen wordt de bewustwording onder professionals en vrijwilligers vergroot. In dit netwerk zijn o.a.

Gelre Werkt!, Team Schuldhulp en SchuldHulpMaatje opgenomen. De aandacht (en verantwoordelijkheid) voor laaggeletterdheid is in Zutphen dus goed belegd, waarbij ook de relatie met schuldenproblematiek nadrukkelijk meegenomen is. Dat neemt niet weg dat wij met u van mening zijn dat het aspect 4

56/98

van laaggeletterdheid onvoldoende tot uitdrukking komt in de beleidsnota. Daarom hebben we dit aspect op vier plaatsen in de beleidsnota als aandachtspunt opgenomen: a. Samenwerking met het Taalhuis (en bibliotheek) bij de preventieaanpak (hoofdstuk 3.1). b. Taalhuis (en bibliotheek) wordt benoemd als relevante partners bij de vroegsignalering (versterken signalerend vermogen van partners bij schuldenproblematiek (hoofdstuk 3.3). c. Aandacht voor laaggeletterdheid bij de communicatie in begrijpelijke taal (bijvoorbeeld gebruik infographics) d. Kwaliteitsborging, vakkundigheid schuldhulpverleners en vrijwilligers (bijlage 2). HOOFDSTUK 2 Onder 1.1. lezen wij: Schuldhulp is een gezamenlijke  Schulden veroorzaken schaamte en chronische stress, verantwoordelijkheid van alle waardoor mensen minder productief worden en hun betrokken partijen en arbeidsdeelname daalt. Uit onderzoek blijkt dat 3.2 Naast deze verplichte signalen schuldenproblematiek remmend werkt op het zijn er nog twee andere ingangen arbeidsvermogen en het ziekteverzuim doet om signalen van financiële toenemen en dat werkzoekenden gemiddeld langer problematiek te onderkennen, gebruik maken van een uitkering.

namelijk signalering door partners in de keten en door Bedrijven medewerkers van de gemeente in Wij willen opmerken dat een preventieve aanpak met het sociaal domein bedrijven in stad en regio ook onder de aandacht zou kunnen en komen in deze notitie/aanpak. Door inzet van bv Perspectief De wetgever beperkt zich bij de medewerkers die, in bedrijven waar de meest kwetsbare verplichte vroegsignalering groep uit de Zutphense samenleving werkt, een spreekuur te vooralsnog tot de vaste-lastenhouden kan ook via werkgevers preventief worden ingezet. signalen. Die wettelijke signalen Daar zijn signalen mbt gerelateerd ziekteverzuim of kunnen in de toekomst uitgebreid beslaglegging loon. worden Antwoord college Terecht wijst u op de mogelijkheden van schuldpreventie en vroegsignalering via bedrijven in stad en regio. Ziekteverzuim en beslaglegging kunnen belangrijke signalen zijn van schuldenproblematiek. We hebben dit als aandachtspunt opgenomen in de preventie-aanpak. Aandachtsfunctonaris pag. 15  advies de aandachtsfunctionaris meer verantwoordelijkheid te geven ( mits dit bij deze persoon past) om de prestaties te volgen en waar mogelijk bij te sturen.  De rol lijkt wat vrijblijvend, want wie is verantwoordelijk voor het totaal? Deze functionaris ( of een andere functionaris) zou niet alleen de prestaties van de gemeentefunctionarissen kunnen 5

57/98

Antwoord college

Hoofdstuk 3: waarbij de woonconsulenten van Ieder1 met een sociaal werker van Perspectief op huisbezoek gaan. Gezien het verwachte grote aantal signalen is het onmogelijk om dat bij alle signalen te doen. Dat houdt bovendien het risico in van een overkill die door de betrokkene al snel als bemoeizucht ervaren kan worden Antwoord college

volgen maar ook de cijfers van de keten partners/ schuldhulpmaatjes . Op die manier is deze functionaris ( samen met de uitvoerders) verantwoordelijk voor het adequaat uitvoeren van de acties.  En heel belangrijk.....informeer de medewerkers / vrijwilligers / ketenpartners continue over de resultaten en neem ze mee in successen. Zij moeten het namelijk doen. Hoe beter zij ook gefaciliteerd worden hoe beter ze kunnen functioneren ten gunste van de klant. De aandachtfunctionaris is binnen het Team Schuldhulp onder aansturing van de teamleider - verantwoordelijk voor een gecoördineerde aanpak van schuldpreventie. Deze aanpak wordt langs de lijnen van het beleidsplan nader uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Een belangrijke taak van de aandachtfunctionaris is dit plan tot uitvoering te brengen. Voor zover in dit plan targets worden neergelegd is het de taak van de aandachtfunctionaris om er op toe te zien dat deze gehaald worden. De functionaris legt hierover verantwoording af bij de teamleider. De bereikte resultaten worden gemeld in de voortgangsrapportage aan de gemeenteraad. Op dit moment verricht de functionaris ook werkzaamheden als schuldhulpverlener. De functie van aandachtfunctionaris wordt verder doorontwikkeld. Wij nemen daarbij uw opmerkingen ter harte. Vragen:  Waarom gaat de sociaal werker samen met woonconsulent op pad.

Ons inziens is het mogelijk dat de sociaal werker mandaat krijgt van de corporatie om bezoeken af te leggen. Corporatie ligt hierover de huurder in. Als de consulent en de sociaal werker los van elkaar opereren kun je de helft meer bezoeken afleggen.  Opgemerkt zei dat het natuurlijk een mate van bemoeizorg is.

Wij zijn in gesprek met woonbedrijf Ieder1 over de manier waarop de vroegsignalering van huurachterstanden het beste vorm gegeven kan worden binnen de kaders van het landelijk Convenant Vroegsignalering. De huidige aanpak vloeit voort uit een pilot die in 2015 en 2016 is gehouden en zeer succesvol bleek. Het aantal uithuiszettingen vanwege

6

58/98

schulden bij Ieder1 is hierdoor sterk afgenomen (in 2020 nihil). We willen deze aanpak zo optimaal mogelijk laten aansluiten bij het Landelijk convenant Vroegsignalering. Daarbij moet rekening gehouden worden met twee zaken. Ten eerste dat de signalen van alle signaalpartners gelijkwaardig behandeld worden. Dat betekent dat je als gemeente niet alleen maar op huisbezoek kunt gaan bij huurschulden. Ten tweede moeten alle signaalpartners de achterstanden op het hetzelfde tijdstip aanleveren in het elektronische registratiesysteem (RIS). Dat vraagt om een goede afstemming met het gevoerde incassobeleid van de signaalpartners. De definitieve vormgeving van de vroegsignalering krijgt in de loop van 2021 gestalte, mede op basis van de opgedane ervaringen. Hierover wordt gerapporteerd in de eerste voortgangsrapportage aan de raad, begin 2022. Op grond van het bovenstaande is de passage over de richtinggevende criteria bij vroegsignalering (hoofdstuk 3.2) enigszins aangepast.

4. Naast de genoemde huisbezoeken in het kader van huurschulden vindt een huisbezoek plaats bij (a) een samenloop van twee of meerdere

We zijn er ons van bewust dat vroegsignalering door sommige inwoners kan worden gezien als een vorm van ongewenste bemoeizucht van de overheid. Daarover vier opmerkingen. (1) In het kader van de (verplichte) sociale incasso moeten signaalpartners bij hun eerste herinnering/aanmaning aangeven dat zij de betalingsachterstand doorgeven aan de gemeente. De aangeschrevene kan echter laten weten dat hij dit niet wil. In dat geval mag de signaalpartner de gemeente niet inlichten. (2) Het aanbod van de gemeente voor een gesprek naar aanleiding van een signaal, kan uiteraard geweigerd worden. (3) De ervaringen met de huisbezoeken van woonbedrijf Ieder1 zijn (zeer) positief. Er zijn nauwelijks negatieve reacties geweest. (4) In de communicatie naar de inwoners zijn we zeer zorgvuldig. We geven aan waarom we het aanbod doen en dat het aan de inwoner is om hier al of niet gebruik van te maken. Komt er een nieuwe hulpverlener bij in het gezin? Is een integrale aanpak bij aanvang van de problematiek mogelijk?

7

59/98

signalen en (b) als het om gezinnen met minderjarige kinderen gaat Antwoord college

communicatie c. Pro-actieve informatievoorziening over de voortgang van de schuldhulp, in begrijpelijke taal. Geef aan wat de inwoner kan verwachten. Benoem daarbij ook potentiële hobbels op weg naar een schuldregeling. Zorg dat de inwoner het einddoel voor ogen blijft houden

Antwoord college d. Informatie over geldproblemen op plaatsen waar mensen komen: wijkcentra, winkels, bibliotheek, huisartsen, voedselbank, scholen, woningcorporaties, inlooplocaties, bedrijven Antwoord college

Saneringskrediet: • de situatie van de persoon met schulden niet stabiel genoeg is Antwoord college

Op het moment dat een signaal van een betalingsachterstand bij de gemeente (team Schuldhulp) binnenkomt zijn wij niet op de hoogte van de gezinssituatie. We mogen hierover pas informatie inwinnen in onze eigen registraties (P-wet, Wmo, Jeugdwet) als de betrokkene ingaat op het aanbod voor een gesprek. Vanaf dat moment is het (beter) mogelijk om tot een integrale aanpak te komen, als er tenminste sprake is van meerdere problematieken.  Denk aan het gebruik van infographics voor mensen die kampen met laaggeletterdheid en analfabetisme of licht verstandelijke beperking  Inderdaad komen klanten vaak te laat uit schaamte/onwetendheid etc en ja zij weten ook de weg vaak niet want : ....".waar moet ik zijn". dit is ook wat ik dagelijks zie als klantmanager bijstand . Advies is inderdaad om een brede campagne op te zetten zowel on- als offline en op de gemeente site prominenter aanwezig en ook herhalen. transparant maken van de tijdlijn is heel belangrijk want de klant heeft NU een probleem en wil graag NU geholpen worden.  Goede voorlichting op vooral praktische zaken is noodzaak. Wij nemen uw suggesties mee in onze communicatie-aanpak. Misschien een open deur maar wordt er gedacht aan:  Gebruik social media van de gemeente Zutphen  Makkelijk te vinden tool/link op de site van de gemeente Zutphen?

De door u genoemde aspecten maken onderdeel uit van onze communicatie-aanpak. Op onze site komt onder andere een link naar de Nederlandse schuldhulproute, zoals aangegeven in hoofdstuk 3.4.

Wat zijn de criteria voor ‘niet stabiel genoeg’ Wij kunnen deze vraag in relatie tot een saneringskrediet niet helemaal plaatsen. Een saneringskrediet is een vorm van schuldregelen. Voor alle schuldregelingen geldt dat iemand 8

60/98

Zorgmijders

Antwoord college

Tips over het stuk

Antwoord college

stabiel moet zijn, omdat er anders geen afspraken met schuldeisers gemaakt kunnen worden. Dat wil zeggen dat de inkomsten en uitgaven in evenwicht zijn, maar ook bijvoorbeeld dat er geen nieuwe schulden ontstaan. Als iemand nog niet stabiel genoeg is om een schuldregeling op te starten, wordt eerst een stabilisatietraject van 4 tot 6 maanden opgestart om er voor te zorgen dat deze stabiliteit gewaarborgd is. In deze notitie wordt niet gesproken over mensen met zorgmijdend gedrag. Vooral die groep die zowel de post niet openen alsook vaak de voordeur niet openen. Ook deze groep is gebaat bij een stuk ondersteuning op maat. Is er binnen het welzijnswerk oog voor deze groep? Is er een aanpak voor? Zodat ook deze mensen uiteindelijk verleid worden tot hulpverlening mbt hun schulden. Binnen het welzijnswerk (Perspectief) is zeker oog voor zorgmijders. Perspectief werkt hierbij ook samen met het Samenwerkend OGGZ-team Zutphen (bemoeizorgers van GGNet, Tactus, Trajectum en Dimence) en het Vangnet (samenwerking met GGD, bemoeizorgers GGNet, Tactus, Trajectum en Dimence, woonbedrijf Ieder1, gemeente). Doel is contact leggen met deze zorgmijders en hen toe te leiden naar passende hulpverlening. Toeleiding naar schuldhulpverlening is hiervan een onderdeel, als er schuldenproblematiek speelt. Wij zien deze partijen als belangrijke partners voor ons schuldenbeleid.

In de beleidsnota is in dit verband vooral relevant het versterken van het signalerend vermogen bij deze partners (hoofdstuk 3.3).  Het is een ambitieus plan wat breder is dan alleen schuldhulp  Een duidelijk stuk in de opbouw van verleden, heden en toekomst  De infographic laat in begin van de notitie al zien wat de bedoeling is We zien uw opmerkingen meer als feitelijke constateringen dan als tips. Dat maken wij op uit uw formuleringen.

9

61/98

College van burgemeester en wethouders Besluit

2021_BW_00117

GOEDGEKEURD Vergadering van 2 maart 2021 Team Inkomen

Vaststellen concept beleidsnota Passende schuldhulp - Besluitvormend

Zaaknummer: 183225 Portefeuillehouder: Laura Werger Openbaar Ja Embargo Nee

Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris; mevrouw Nienke Visschers, Adjunct-secretaris

Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de bijgaande nota ‘Passende schuldhulp. Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 2021-2024’ in concept vast te stellen.

Besluitpunt 2 Het college besluit de BASD advies te vragen over de bijgaande concept-beleidsnota.

Motivering Aanleiding en context Op basis van de Wet gemeentelijk schuldhulpverlening (Wgs) moet er tenminste één keer in de vier jaar een beleidsplan schuldhulpverlening worden vastgesteld door de gemeenteraad. De looptijd van het vorige beleidsplan Armoede en schulden (2017-2020) is inmiddels verstreken. Daarnaast is er aanleiding om het beleid te actualiseren vanwege een aantal wetswijzigingen op het gebied van schulden met ingang van 1 januari 2021: wijziging van de Wgs, de invoering van het gemeentelijke adviesrecht bij schuldenbewind en de invoering van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. Deze beleidsnota legt het schuldenbeleid van de gemeente Zutphen voor de jaren 2021-2024 vast in lijn met deze nieuwe wetgeving. In dit beleidsplan is er voor gekozen om de term schulddienstverlening los te laten en de steeds meer gangbare term schuldhulp te introduceren.

62/98 1/36

Beoogd effect Optimalisering van het schuldhulp van de gemeente Zutphen door een brede integrale schuldenaanpak. Deze aanpak is gericht op het voorkomen van (beginnende en problematische) schulden via preventie en financiële educatie en vroegsignalering, een schuldhulp zonder drempels bij de toegang en tijdens het schuldhulptraject en het inzetten van passende, minst ingrijpende voorzieningen. Argumenten

1.1 De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om het Zutphense schuldenbeleid te optimaliseren. In de jaren 20217-2020 is de schuldhulp in Zutphen toegankelijker geworden. Er zijn nauwelijks selectiecriteria voor de toelating tot schuldhulp en er zijn nieuwe producten geïntroduceerd waardoor er meer mensen met schulden geholpen kunnen worden. Een aantal beleidsvoornemens is echter minder uit de verf gekomen, vooral preventie en vroegsignalering. De nieuwe schuldenwetten bieden kansen om de schuldhulp met name op deze gebieden te optimaliseren. Door de in de gewijzigde Wgs vastgelegde verplichting voor de gemeente om bij signalen van betalingsachterstanden bij huur, gas, water, licht en de zorgverzekering een gesprek voor schuldhulp aan te bieden, kunnen we méér inwoners in een eerder stadium bereiken. Het adviesrecht bij schuldenbewind geeft de gemeente een instrument om te voorkomen dat mensen met problematische schulden onnodig instromen in beschermingsbewind. Daardoor kan de gemeente beter sturen op het inzetten van een passende voorziening en het stimuleren van de financiële zelfredzaamheid van de inwoner.

1.2 De beleidsnota vormt een vertaling van de strategische visie voor het sociaal domein naar de gemeentelijke schuldhulp. De beweging die de gemeente wil maken in het sociaal domein, van "zorgen voor" naar "zorgen dat", is ook de beweging die gemaakt moet worden om de schuldenproblematiek in Zutphen duurzaam te verminderen. Door te stimuleren dat de inwoner – waar mogelijk - de regie heeft over zijn eigen financiële huishouding, levert schuldhulp een belangrijke bijdrage aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. De uitgangspunten van schuldhulp sluiten nauw aan bij de strategische visie voor het sociaal domein: focus op preventie; schuldhulp is dichtbij; schuldhulp is effectief, efficiënt en heeft een duurzaam effect; schuldhulp is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.

1.3 In het nieuwe schuldenbeleid staat de mens centraal, niet de schulden en het proces. In het nieuwe beleid zetten we versterkt in op een mensgerichte schuldhulp, waarin de menselijke maat centraal staat. In dit beleid houden we rekening met de drempels die mensen ervaren om schuldhulp aan te vragen en schuldhulp te doorlopen. Zowel in de communicatie als de dienstverlening sluiten wij zoveel mogelijk aan bij de belevingswereld van de mensen met schulden. Schaamte en argwaan richting overheid zijn belangrijke redenen om geen schuldhulp in te roepen. Onze communicatie- en preventie-activiteiten zijn erop gericht dit te overwinnen en de weg naar schuldhulp te vinden. Onze dienstverlening is meer dan nu al het geval is gericht op het zo snel mogelijk bieden van perspectief, het wegnemen van de stress die de schuldensituatie veroorzaakt en het voorkomen van uitval tijdens én na het schuldhulptraject. Daarbij willen wij vooral voorkomen dat schuldenproblematiek negatieve gevolgen heeft voor gezinnen met jonge kinderen.

1.4 Met het nieuwe beleid willen we schuldhulp slimmer organiseren. Door het proces van schuldregelen slimmer te organiseren spelen we ruimte vrij om beter invulling te kunnen geven aan met name preventie en vroegsignalering en ook aan schuldhulp voor ondernemers. We doen dit onder andere door meer saneringskredieten in te zetten, collectieve schuldregelingen te treffen met de belangrijkste schuldeisers en uitwisseling van gegevens over schulden via een ‘schuldenknooppunt’. Dat zorgt ervoor dat schuldregelingen sneller tot stand komen, waardoor de

63/98 2/36

uitvoeringskosten (per regeling) lager zijn. De mensen die schuldhulp hebben aangevraagd, weten daardoor sneller waar ze aan toe zijn, wat de kans op uitval weer verkleint. De financiële situatie in Zutphen maakt het ook noodzakelijk om de schuldhulp zo effectief en efficiënt mogelijk te organiseren.

2.1 De BASD heeft adviesrecht De BASD heeft de taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over onderwerpen die de vormgeving, de uitvoering en de evaluatie van het gemeentelijke beleid in het sociaal domein betreffen. Daarom wordt de beleidsnota ter advisering aan de BASD voorgelegd. Het is wenselijk dat het college voorafgaand aan het verzoek tot advisering instemt met de concept-beleidsnota. Het advies van de BASD leidt eventueel tot aanpassingen van de nota. Het college legt het (eventueel aangepaste) beleidsplan daarna via een afzonderlijk besluit ter vaststelling aan de raad voor. Kanttekeningen

1. De verordening over de beslistermijn bij schuldhulp is nog niet vastgesteld. In de gewijzigde Wgs is (voor het eerst) een verordeningsplicht opgenomen met betrekking tot de beslistermijn. Dit om de rechtspositie van de aanvrager te versterken. In de beleidsnota is al expliciet aangegeven dat wordt aangesloten bij de maximale (redelijke) termijn van 8 weken, zoals die in het algemeen bestuursrecht van toepassing is. Een kortere termijn legt een (te) forse druk op de uitvoeringsorganisatie en heeft als risico dat het plan van aanpak (bij toekenning) slechts in grove contouren wordt opgesteld en daardoor weinig houvast biedt voor de aanvrager. Daarom wordt niet gekozen voor een kortere termijn. De (uiterst summiere) verordening wordt samen met de nota ter vaststelling naar de raad gestuurd. De verordening wordt vastgesteld met terugwerkende kracht naar 1 januari 2021. Dit is niet bezwaarlijk, omdat in de huidige uitvoeringspraktijk deze termijn gewaarborgd is via het algemeen bestuursrecht.

2. Het college stelt na vaststelling van de beleidsnota nieuwe beleidsvoorschriften vast. De huidige beleidsvoorschriften schulddienstverlening zijn door de wetswijzigingen en het nieuwe beleid niet meer actueel. Zodra de raad de nota en de verordening heeft vastgesteld worden de gewijzigde beleidsregels ter vaststelling aan het college voorgelegd. De uitvoeringspraktijk anticipeert op de wijziging van beleidsregels door de aanvraagprocedure conform de Wgs uit te voeren en zelfstandige ondernemers niet meer uit te sluiten van schuldhulp zolang zij hun bedrijf niet beëindigd hebben.

3. Voor uitvoering van het nieuwe beleid is de dekking in 2022-2024 ontoereikend. Voor 2021 is er dekking vanuit de programmabegroting, Voor de jaren daarna is die dekking ontoereikend (zie voor toelichting onder Financiële consequenties). Dat betekent dat het beleid niet ten volle kan worden uitgerold en dat de beleidsambities mogelijk bijgesteld moeten worden. Dan is het goed hierbij twee zaken te bedenken. Ten eerste: Hoewel vroegsignalering in eerste instantie leidt tot een (fors) hoger beroep op schuldhulp, omdat hierdoor problematische schulden zichtbaar worden, leidt vroegsignalering op termijn juist tot een afnemend beroep op schuldhulp. Dat komt omdat betalingsachterstanden niet meer escaleren tot problematische schulden, waardoor minder schuldregelingen nodig zijn. Ten tweede: Investeren in schuldhulp levert een besparing op van maatschappelijke kosten. Denk hierbij aan kosten voor ontruimingen, extra uitkeringen, inzetten maatwerkvoorzieningen en criminaliteit etc. Uit onderzoek blijkt dat elke euro die geïnvesteerd wordt in schuldhulp een besparing van twee euro aan maatschappelijke kosten oplevert. En inwoners die geen geldzorgen of schuldenstress meer hebben, voelen zich veel beter en daardoor in staat om weer mee te doen in de samenleving.

64/98 3/36

Communicatie / vervolgtraject / uitvoering  De concept-beleidsnota wordt ter kennisname doorgestuurd naar de raad. Na eventuele verwerking van het BASD-advies (over vier weken) wordt de definitieve nota ter vaststelling naar de raad gezonden.  Inwoners van Zutphen met betalingsachterstanden bij de huur, nutsvoorzieningen en zorgverzekeringen ontvangen bericht van de gemeente, waarin ze worden uitgenodigd voor een gesprek om hun financiële situatie te bespreken. We onderzoeken hoe en met welke communicatiemiddelen we onze inwoners het beste kunnen bereiken, zodat we vroegsignalering zo effectief mogelijk inzetten. Rapportage / evaluatie Jaarlijks wordt aan de raad gerapporteerd over de voortgang van het beleid. Zo nodig kan het beleid op basis van deze voortgangsrapportages worden bijgesteld. Verder conform P&C cyclus. Financiële consequenties Het beschikbare budget voor schuldhulp binnen de programmabegroting bestaat uit vier budgetten. Ten eerste de personele kosten voor schuldhulp. Ten tweede het budget Schulddienstverlening, bestaande enerzijds uit inkomsten uit financieel beheer en budgetbeheer (ten behoeve van schuldregelingen) en anderzijds uitgaven voor noodzakelijke lidmaatschapen en abonnementen. Ten derde de extra gelden van de Rijksoverheid voor intensivering van het armoede- en schuldenbeleid, die op incidentele basis kunnen worden ingezet.

Ten slotte zijn er subsidiegelden in het kader van de Thematafel Armoede en schulden beschikbaar voor de financiering van budgetcoaching door Schuldhulpmaatje. Voor 2021 zijn de beschikbare budgetten toereikend om het nieuwe beleid vorm te geven. Naast genoemde intensiveringsbudget kan een deel van het verwachte incidentele voordeel binnen het minimabeleid in 2021 hiervoor worden aangewend. Hierdoor is in 2021 in totaal € 193.000,incidenteel beschikbaar voor de uitvoering van het nieuwe beleid. Om volledig uitvoering te kunnen geven aan het nieuwe beleid is naar verwachting ongeveer € 300.000,- nodig voor extra personele uitgaven. Vanwege de stapsgewijze invoering van het nieuwe beleid is dit bedrag naar verwachting niet nodig in 2021 en kan volstaan worden met de genoemde (incidentele) dekking ter hoogte van € 193.000,-. Voor de jaren daarna moet extra dekking worden gevonden. De dan beschikbare intensiveringsgelden bedragen maximaal € 137.000,- en zijn dus niet toereikend. De berekening van de extra benodigde formatie is vooral gebaseerd op de geprognosticeerde signalen in het kader van vroegsignalering (ruim 3000 per jaar) en de daaruit voortvloeiende stijging van dossiers schuldhulp (ruim 500). In de loop van 2021 ontstaat op basis van opgedane ervaringen een duidelijker en nauwkeuriger beeld van wat echt nodig is.

Dit wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting voor 2022. Tot slot. Het nieuwe beleid vraagt om een investering in digitale ondersteuning bij het slimmer schuldregelen en het inzetten van algemene voorzieningen. De daarmee gepaarde abonnementskosten bedragen (ongeveer) € 28.000,- en kunnen structureel gedekt worden uit het (werk)budget Schulddienstverlening. Risico’s

1. Afbreukrisico Met dit beleid wordt vooral geïnvesteerd in een preventieve, laagdrempelige en outreachende schuldhulp. Communicatie en dienstverlening is erop gericht dat inwoners met schulden zich eerder bij

65/98 4/36

de gemeente melden en erop kunnen vertrouwen dat zij goed geholpen worden. Er dreigt een fors afbreukrisico als dit niet waargemaakt kan worden omdat schuldhulp onvoldoende bemenst is om tegemoet te komen aan de (toegenomen) vraag voor schuldhulp.

2. Toename van verzoeken tot schuldhulp De gevolgen van de Coronacrisis leiden volgens landelijke prognoses tot een toename van ongeveer 30% van verzoeken tot schuldhulp. Dit effect komt boven op de toename als gevolg van wettelijke verplichtingen en nieuw beleid, al is het waarschijnlijk lastig om dit onderscheid in de praktijk aan brengen. De gemeente heeft extra gelden ontvangen in verband met de gevolgen van Covid 19. Die worden eventueel ingezet bij een forse toename van verzoeken tot schuldhulp. Personele consequenties Zijn er in de toekomst personele consequenties, dan komen we hier te zijner tijd op terug. Programmadoelen Programma 4. Een vitale samenleving, iedereen doet mee Toelichting programmadoelen Schuldhulp draagt bij aan een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet, door problematische schulden te verminderen en de financiële zelfredzaamheid van inwoners van Zutphen te bevorderen.

Bijlagen 1.

Passende schuldhulp concept nota def met infographics 23-2-2021.docx

66/98 5/36

PASSENDE SCHULDHULP Beleidsplan voor een brede integrale schuldenaanpak in Zutphen 20212024

Zutphen, maart 2021

67/98 6/36

Inhoudsopgave Voorwoord Leeswijzer Samenvatting (infographic) Hoofdstuk 1. Kansen voor schuldhulp in Zutphen. Bouwstenen voor het beleidsplan 1.1 Problematische schulden in Zutphen 1.2 Schuldenwetten bieden kansen om schuldhulp verder te verbeteren 1.3 De mens centraal, niet de schulden en het proces Hoofdstuk 2. Financieel gezond weer meedoen en meetellen. Ambitie en uitgangspunten van

de schuldhulp 2.1 Ambitie schuldhulp: minder schulden en meer financieel gezonde inwoners in Zutphen 2.2 Uitgangspunten schuldhulp: focus op preventie, dichtbij, effectief, gezamenlijke verantwoordelijkheid Hoofdstuk 3 Passende schuldhulp. Speerpunten van beleid 2021-2024. Wat gaan we doen? 3.1 Speerpunt 1: Schuldpreventie en financiële educatie- voorkomen dat schulden ontstaan 3.2 Speerpunt 2: Vroegsignalering van geldproblemen – voorkomen dat schulden problematisch worden 3.3 Speerpunt 3: Schuldhulp zonder drempels – schuldhulp is toegankelijk voor iedereen 3.4 Speerpunt 4: Inzetten passende voorziening – licht als het kan, zwaar als het moet, aansluitend bij situatie inwoner Hoofdstuk 4 Resultaten 5.1 Maatschappelijke effecten 5.2 Prestatie-indicatoren schuldhulp Bijlagen: 1. Financiën en planning 2. Kwaliteitsborging 3. Cijfers schuldhulp Zutphen 2017-2020 4. Overzicht wettelijke verplichtingen en keuzes 5. Publicaties

68/98 7/36

Voorwoord De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht gemeenten om tenminste één keer in de vier jaar een beleidsplan vast te stellen waarin de hoofdzaken staan van het gemeentelijke schuldenbeleid. Het beleidsplan dat voor u ligt is een vervolg op het beleidsplan Armoede en schulden voor wat betreft het schuldenbeleid. Dit beleidsplan uit 2017 brak met het restrictieve toelatingsbeleid van de jaren daarvoor en zette in op een breed toegankelijke schuldhulpverlening met een focus op financiële zelfredzaamheid, versterking van preventie en vroegsignalering, aandacht voor de gevolgen van ‘geldstress’ en samenwerking met maatschappelijke partners. Het voorliggende plan is niet zo zeer een breuk met dit beleid maar een versterkte voortzetting ervan, met nieuwe accenten. Insteek hierbij is om voort te zetten wat goed werkt, te verbeteren wat beter moet en slimmer te organiseren waar mogelijk. De wijziging van de Wgs per 1 januari 2021 biedt kansen om de onderdelen die voor verbetering vatbaar zijn goed op te pakken en verder door te ontwikkelen. Dat geldt met name voor vroegsignalering, die als verplichting is opgenomen in de Wgs. De nieuwe bepalingen met betrekking tot de inlichtingen- en medewerkingsplicht dwingen om het aanvraagproces mensgerichter te organiseren. Ook andere nieuwe ‘schuldenwetten’ bieden kansen voor verbetering.

Het adviesrecht bij schuldenbewind bijvoorbeeld vergroot de mogelijkheid om de financiële zelfredzaamheid van inwoners te bevorderen bij problematische schulden. Hoewel er ogenschijnlijk geen groot inhoudelijk verschil is met het oude beleid, is het effect van het nieuwe beleid, waarin de nieuwe wettelijke opdrachten en mogelijkheden zijn vertaald, aanzienlijk. Kwalitatief vindt er een omslag plaats van een re-actieve naar een pro-actieve en outreachende schuldhulp, van een meer procesgerichte naar een mensgerichte schuldhulp. Kwantitatief heeft dit tot gevolg dat veel meer inwoners met schulden in beeld komen voor schuldhulp. Preventie en vroegsignalering zorgen er voor dat het inzetten van schuldregelingen op termijn afneemt. Daaraan vooraf gaat echter een periode waarin onvermijdelijk sprake is van een fors stijgend beroep op schuldhulp, los van de verwachte toeloop als gevolg van de Corona-crisis. Het nieuwe beleid is bovenal een investering in een toekomst met minder inwoners met problematische schulden en meer inwoners die financieel gezond zijn en kunnen bijdragen aan een inclusieve Zutphense samenleving. De opbrengsten moeten in de tweede helft van de beleidsperiode 2021-2024 zichtbaar worden.

Daar waar we in 2017 ervoor hebben kozen om armoedebeleid en schuldenbeleid samen te brengen in één beleidsplan, kiezen we nu voor een aangescherpte focus op schuldenbeleid in een aparte beleidsnota. In 2019 is het minimabeleid van Zutphen genormaliseerd en meer in lijn gebracht met het minimabeleid in de regio. De noodzaak om het tekort in het sociaal domein terug te dringen heeft geleid tot een versobering van het minimabeleid: van een ruimhartig verstrekkingenbeleid naar een focus op wat echt nodig is. Daarmee is een deel van de beleidsnota Armoede en schulden als het ware geactualiseerd. Het voorliggende beleidsplan actualiseert het schuldenbeleid van de gemeente en maakt daarbij een beweging naar optimalisering van de schuldhulpverlening. Daartoe dwingt de nieuwe wetgeving, maar het is bovenal een weloverwogen keuze die voortvloeit uit de uit de strategische visie voor het sociaal domein voortvloeiende keuze voor een sterke inclusieve lokale samenleving. Schulden staan die in de weg, en de uitdaging is dat obstakel met behulp van een duurzame schuldenaanpak weg te nemen. De cijfers laten zien dat het om een forse uitdaging gaat.

Hoewel het aantal huishoudens met problematische schulden onder invloed van de economische voorspoed van de afgelopen jaren licht gedaald is, gaat het in Zutphen – volgens de CBS-statistiek – om bijna 2000 huishoudens die schulden hebben die ze zelf niet meer kunnen oplossen. De discrepantie met het aantal mensen dat zich jaarlijks meldt bij schuldhulpverlening is groot, dat aantal bedraagt slechts zo’n 200 tot 250. De uitdaging voor de gemeente is om mensen met problematische schulden te bereiken en te overtuigen van de noodzaak om hulp te vragen. Belangrijk is vooral ook om ze in een eerder stadium in beeld te krijgen en te bereiken, wanneer een betalingsachterstand nog niet is opgelopen naar een problematische schuld. Die uitdaging is des te groter in de context van de huidige financiële situatie in Zutphen. Die situatie dwingt om scherpe keuzes te maken in beleid en uitvoering, maar vooral ook slimme keuzes. Alleen dan kunnen we met beperkte financiële middelen een brede schuldenaanpak – van preventie tot nazorg – voor alle inwoners in Zutphen neerzetten.

69/98 8/36

Tegen de achtergrond van deze uitdaging willen we voortaan de term schuldhulp gebruiken. In 2012 is er voor gekozen om te spreken van schulddienstverlening. Daarmee wilde de gemeente toen aangeven dat ze geen hulpverleners maar - meer zakelijk - dienstverleners zijn. De laatste tijd is de term schuldhulp steeds gebruikelijker, ook in stukken van de Rijksoverheid. Schuldhulp klinkt toegankelijker en is meer uitnodigend dan schulddienstverlening. Het gebruik van deze term draagt er wellicht aan bij dat mensen schuldenproblematiek eerder bespreekbaar maken en sneller, inderdaad, hulp inroepen. Schuldhulp als centraal begrip maakt het makkelijker deze boodschap te communiceren. De nieuwe naamgeving markeert tevens de genoemde omslag naar een pro-actieve, outreachende en mensgerichte gemeentelijke schuldhulp. Schuldenproblematiek veroorzaakt in de eerste plaats persoonlijk leed. Het kan een ontwrichtende werking hebben op het gezinsleven. Niet alleen de ouders maar ook de kinderen gaan gebukt onder de (chronische) stress, schaamtegevoel, frustratie en uitzichtloosheid, heftige emoties die vaak worden opgeroepen door schuldenproblematiek. De ondersteuning bij schulden die de gemeente biedt, moet niet bijdragen aan deze emoties, laat staan deze versterken. Schuldhulp moet als het ware deze gemoederen tot bedaren brengen en perspectief bieden op een financieel gezonde toekomst.

Het is mooi als op het einde van de beleidsperiode 20212024 Schuldhulp Zutphen een ingeburgerd begrip wordt, waar inwoners van Zutphen met schulden zich vol vertrouwen tot kunnen wenden.

70/98 9/36

Leeswijzer Hoofdstuk 1 draagt de bouwstenen aan voor het nieuwe schuldenbeleid. In de eerst paragraaf wordt de schuldensituatie in Zutphen geschetst en geduid. In de tweede paragraaf wordt kort teruggeblikt op de voornaamste resultaten van het schuldenbeleid in de afgelopen jaren. We laten zien dat de nieuwe wetgeving op het gebied van schulden kansen biedt om de schuldhulp verder te verbeteren, te optimaliseren, vooral op de onderdelen die minder goed uit de verf zijn gekomen. In de laatste paragraaf wordt ingezoomd op de hobbels die mensen met (beginnende en geëscaleerde) schuldenproblematiek moeten nemen op weg naar een schuldenvrije toekomst. We willen zo meer oog voor de mens achter de schulden hebben, omdat vooral daarin de sleutel voor de oplossing van schuldenproblematiek ligt. Hoofdstuk 2 vertaalt de strategische visie, missie en leidende principes van het sociaal domein in Zutphen naar de ambitie en uitgangspunten voor schuldhulp voor de jaren 2021-2024. Het schuldenbeleid krijgt daardoor richting en focus. Preventieve, outreachende en effectieve schuldhulp, waarbij alle betrokken partijen hun rol nemen, draagt bij aan een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet, in het eigen levensonderhoud en dat van het gezin kan voorzien, zelf regie voert over het leven en bijdraagt aan het welbevinden van anderen.

Hoofdstuk 3 benoemt vier speerpunten van beleid voor de periode 2021-2024, op basis van de bouwstenen uit hoofdstuk 1 en de geformuleerde ambitie van schuldhulp. De volgorde wordt bepaald door de cyclus van schuldenproblematiek die mensen doorlopen: van vrij van geldzorgen, via betalingsachterstanden en problematische schulden, naar duurzaam schuldenvrij. Het belang van schuldpreventie en vroegsignalering wordt onderstreept door twee afzonderlijke speerpunten. Een laagdrempelige en toegankelijke schuldhulp staat centraal in speerpunt 3, ‘schuldhulp zonder drempels’. Speerpunt 4 ten slotte, benadrukt het belang van het inzetten van een passende voorziening, waarbij het uitgangspunt is: licht als het kan, zwaar als moet, altijd aansluitend bij de situatie van de inwoner. Bij elk speerpunten wordt een drietal beleidslijnen uitgezet, die het beleid concreet maakt. Hoofdstuk 4 benoemt een aantal prestatie-indicatoren aan de hand waarvan de resultaten van beleid afgelezen worden. Het gaat hierbij zowel om maatschappelijke effecten, zoals het verminderen van het aantal huishoudens met problematische schulden, als om indicatoren die de effectiviteit van de interventies als vroegsignalering, schuldregelen en budgetcoaching moeten aantonen.

Op het eind van de beleidsperiode zijn de effecten duidelijk merkbaar geweest voor de inwoners van Zutphen door een zichtbare en breed toegankelijke schuldhulp. In bijlagen treft de lezer belangrijke aanvullende informatie. Bijlage 1 laat de financiële dekking en de planning van de beleidsvoornemens zien. In bijlage 2 is de kwaliteitsborging (een verplichting van de Wgs) ogenomen. Bijlage 3 geeft een cijfermatig overzicht van onder andere meldingen en de diverse trajecten van schuldhulp in de periode 2017-2020. Bijlage 4 geeft een overzicht van de wettelijke verplichtingen en keuzemogelijkheden (wat moet, wat kan, wat gaan we doen). In bijlage 5 ten slotte een overzicht van de voornaamste publicaties die geraadpleegd zijn voor deze beleidsnota. De beleidsnota begint met een samenvatting in de vorm van een infographic.

71/98 10/36

72/98 11/36

Hoofdstuk 1. Kansen voor schuldhulp in Zutphen. Bouwstenen voor het beleidsplan 1.1 Problematische schulden in Zutphen Het aantal huishoudens in Nederland met problematische schulden neemt al jaren toe. Van de 7,9 miljoen huishoudens in Nederland hebben ruim 550.000 een problematische schuld. Schulden zijn problematisch als ze zo ernstig zijn dat mensen ze niet meer zelf kunnen oplossen en dat schuldhulpverlening nodig is. Het aantal huishoudens dat zich meldt bij schuldhulpverlening is echter zeer beperkt. Landelijke schattingen gaan uit van ongeveer 10-15%. Gemiddeld wacht een huishouden vijf jaar voordat ze hulp inschakelen. De gemiddelde schuld is dan inmiddels opgelopen tot bijna € 40.000,-, verdeeld over gemiddeld 14 schuldeisers. Maatschappelijk gezien is dit om meerdere redenen een ongewenste situatie:  Schulden veroorzaken meer schulden waardoor de situatie escaleert en een oplossing steeds lastiger (en duurder) wordt. Niet alleen is een schuldregeling noodzakelijk, vaak moet er ook flankerend beleid en bijbehorende voorzieningen worden ingezet.  Schulden veroorzaken schaamte en chronische stress, waardoor mensen minder productief worden en hun arbeidsdeelname daalt. Uit onderzoek blijkt dat schuldenproblematiek remmend werkt op het arbeidsvermogen en het ziekteverzuim doet toenemen en dat werkzoekenden gemiddeld langer gebruik maken van een uitkering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=bd965eaa-3fc6-487f-8983-45aa02dec334