CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

179452RH 2021_BW_00226

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland17.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 2 Openbaar Lichaam

Artikel 2 Openbaar Lichaam

Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s, genaamd ‘Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland’, gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn.

Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wvr, genaamd ‘Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland’, gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn.

2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

26/44

Hoofdstuk II Belang, taken, bevoegdheden

Hoofdstuk II Belangen, taken, bevoegdheden

Artikel 3 Belang De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening, zoals neergelegd in de Wet veiligheidsregio’s en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, en de geneeskundige hulpverlening, zoals neergelegd in artikel 2 van de Wvr en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr.

Artikel 4 Taken

Artikel 4 Taken

1. De veiligheidsregio draagt zorg voor de wettelijke taken, zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. De veiligheidsregio kan andere taken dan bedoeld in het eerste lid, uitoefenen voor of diensten verlenen aan één of meer gemeenten, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur daartoe besluit.

1.

Artikel 5 Bevoegdheden

Artikel 5 Bevoegdheden

1. De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken. 2. De veiligheidsregio is bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkingtreding van de eerste wijziging van deze regeling.

1.

2.

2.

3.

De veiligheidsregio draagt zorg voor de wettelijke taken, zoals genoemd in artikel 10 van de Wvr. De veiligheidsregio kan andere taken dan bedoeld in het eerste lid, uitoefenen voor of diensten verlenen aan één of meer gemeenten, indien deze daarom verzoekt of verzoeken en het algemeen bestuur daartoe besluit.

De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken. De veiligheidsregio is op grond van een besluit daartoe van het algemeen bestuur, bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkintreding van de eerste wijziging van deze regeling. De veiligheidsregio sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die door de 25 veiligheidsregio’s wordt opgericht om namens de besturen van de veiligheidsregio’s afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s.

Artikel 6 Samenstelling

Artikel 6 Samenstelling

Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten.

Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten.

Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken

Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken

1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s worden in ieder geval de algemeen directeur, de regionaal commandant, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris gemeenten uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te

1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen.

2 27/44

behandelen onderwerpen. 3. De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

3. De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door zowel de voorzitter als door de secretaris (mede)ondertekend.

Artikel 8 Besluitvorming

Artikel 8 Besluitvorming

1. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling: a. gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem; b. gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen; c. gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen; d. gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen; e. gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen; f. gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen. 3. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar.

1. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling: a. gemeenten beneden 20.000 inwoners: 1 stem; b. gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners: 2 stemmen; c. gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners: 3 stemmen; d. gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners: 4 stemmen; e. gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners: 5 stemmen; f. gemeenten met 100.000 of meer inwoners: 6 stemmen 3. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het nieuwe vergaderjaar.

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur

Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur

Artikel 10 Samenstelling

Artikel 10 Samenstelling

1. Het dagelijks bestuur bestaat met inbegrip van de voorzitter, uit zes leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten of, als hieraan toepassing is gegeven, de indeling van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in artikel 14.

1. Het dagelijks bestuur bestaat met inbegrip van de voorzitter, uit zes leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille.

Artikel 11 Werkwijze en ondertekening stukken

Artikel 11 Werkwijze en ondertekening stukken

1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem. 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 56 en 59 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze. 5. In ieder geval de algemeen directeur, de regionaal commandant, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris gemeenten worden uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten

1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem. 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze. 5. In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten

3 28/44

aanzien van de te behandelen onderwerpen. 6. De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

aanzien van de te behandelen onderwerpen. 6. De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.

Artikel 12 Bevoegdheden

Artikel 12 Bevoegdheden

Onverminderd de bij de wet opgedragen bevoegdheden is aan het dagelijks bestuur opgedragen: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de territoriale afstemmingsoverleggen, bedoeld in de artikelen 14, en van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van de algemeen directeur; d. het vaststellen van een instructie voor de algemeen directeur.

Onverminderd de bij de wet opgedragen bevoegdheden is aan het dagelijks bestuur opgedragen: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van algemeen directeur; d. het vaststellen van een instructie voor de secretaris; e. het vaststellen van een reglement van orde voor de eigen vergaderingen; f. het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel.

Hoofdstuk V De voorzitter

Hoofdstuk V De voorzitter

Artikel 13

Artikel 13 De voorzitter

1. De voorzitter van het bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. 2. Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

1. De voorzitter van het bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. 2. Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

Hoofdstuk VI Territoriale afstemmingsoverleggen

Vervallen

Artikel 14 Territoriaal afstemmingsoverleg

Vervallen

1. Het algemeen bestuur is bevoegd territoriale afstemmingsoverleggen in te stellen. 2. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de samenstelling en de inrichting van deze territoriale afstemmingsoverleggen, in ieder geval met betrekking tot de afstemming van de uitvoering van de brandweertaken in het betreffende gebied, de afstemming met en tussen de gemeenten en de afstemming met de taken van de burgemeester ingevolge de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Wet veiligheidsregio’s. 3. Aan de territoriale afstemmingsoverleggen worden geen bevoegdheden op- of overgedragen.

Hoofdstuk VII Inlichtingen en verantwoording

Hoofdstuk VI Inlichtingen en verantwoording

Artikel 15 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten

Artikel 14 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten

1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de colleges en de raden alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden verlangd, op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 2. Het algemeen bestuur geeft aan de colleges en de raden ongevraagd alle informatie die voor een juiste

1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de colleges en de raden alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden verlangd, op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de colleges en de raden

4 29/44

beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze.

ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 3. Vervallen.

3. De voorgaande leden van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het dagelijks bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Artikel 16 Leden algemeen bestuur – colleges en raden gemeenten 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden.

Artikel 15 Leden algemeen bestuur – colleges en raden gemeenten 3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden. 4. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden.

Hoofdstuk VIII Vergoedingen

Hoofdstuk VII Vergoedingen

Artikel 17 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.

Artikel 16 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.

Hoofdstuk IX De organisatie

Hoofdstuk VIII De algemeen directeur

Artikel 18 Algemeen directeur

Artikel 17 Algemeen directeur

1. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken. 2. De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur vervult tevens de functie van regionaal commandant of directeur publieke gezondheid.

1. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken. 2. De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer.

Artikel 19 Rechtspositie

Vervallen

Op het personeel is naast de algemeen voor de gemeentelijke sector geldende Collectieve Arbeidsvoorwaarden Regeling de Uitwerkingsovereenkomst van de sector gemeenten van toepassing.

Hoofdstuk X Archiefbepalingen

Hoofdstuk IX Archiefbepalingen

Artikel 20 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

Artikel 18 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.

5 30/44

Hoofdstuk XI Financiële bepalingen

Hoofdstuk X Financiële bepalingen

Artikel 21 Administratie en controle

Artikel 19 Administratie en controle

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het beheer van de geldmiddelen, met inachtneming van de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet.

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet.

Artikel 22 Begroting

Artikel 20 Begroting

1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand een dertiende van de bijdrage, waarbij de gemeenten in de maand mei twee dertiende van de verschuldigde bijdrage betalen. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. 4. De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/ brandweer en rampenbestrijding wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten.

1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. 4. De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/ brandweer en rampenbestrijding wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten.

5. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/brandweer en rampenbestrijding van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van functioneel leeftijdsontslag en voor huisvestingskosten. Deze kosten worden per gemeente berekend en in rekening gebracht. 7. Voor de invoering van de verdeelsleutel geldt een overgangstermijn van vier jaar te beginnen in 2017: In 2017 wordt 2/10 van de totale bijdrage op basis van deze sleutel verrekend en 8/10 op basis van de historische bijdrage+ In 2018 wordt 4/10 van de totale bijdrage op basis van deze sleutel verrekend en 6/10 op basis van de historische bijdrage; In 2019 wordt 6/10 van de totale bijdrage op basis van deze sleutel verrekend en 4/10 op basis

5. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/brandweer en rampenbestrijding van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van functioneel leeftijdsontslag en voor huisvestingskosten. Deze kosten worden per gemeente berekend en in rekening gebracht. 7. Vervallen.

6 31/44

-

-

van de historische bijdrage; In 2020 wordt 8/10 van de totale bijdrage op basis van deze sleutel verrekend en 2/10 op basis van de historische bijdrage; Met ingang van 2021 wordt de totale bijdrage op basis van deze sleutel verrekend

Artikel 23 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Artikel 24 Bestemmingsreserve

Artikel 21 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio Vervallen

1. Het algemeen bestuur kan besluiten tot het instellen van een bestemmingsreserve. 2. Het algemeen bestuur kan besluiten een batig saldo geheel of ten dele aan een bestemmingsreserve te doteren. 3. Het algemeen bestuur kan besluiten over de besteding van de gelden uit de bestemmingsreserve. Artikel 25 Financiële middelen 1. De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 2. Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 22 Financiële middelen 5. De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 6. Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Hoofdstuk XII Gevolgen taakoverdracht

Hoofdstuk XI Gevolgen taakoverdracht

Artikel 26 Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken

Artikel 23 Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken

1. De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de brandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de brandweerzorg. 2. De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken. 3. De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de brandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen.

1. De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de brandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de brandweerzorg. 2. De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken. 3. De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de brandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen of de beheerovereenkomsten.

4. Tot de nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten van de

4. Tot de nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten

7 32/44

van de betreffende gemeenten.

betreffende gemeenten. Artikel 27 Verplichtingen van de colleges

Artikel 24 Verplichtingen van de colleges

1. De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 26, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a. bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen; b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie; c. informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke; d. informatie over relevante vergunningen en ontheffingen; e. voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten; f. alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen.

1.

2. Alle archiefbescheiden die betrekking hebben op de 2. taken, genoemd in artikel 4, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden op verzoek tot minimaal vijf jaar na vaststelling van deze regeling kosteloos aan de veiligheidsregio ter beschikking gesteld.

De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 23, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a. bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen; b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie; c. informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke; d. informatie over relevante vergunningen en ontheffingen; e. voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten; f. alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen. Alle archiefbescheiden die betrekking hebben op de taken, genoemd in artikel 4, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden op verzoek tot minimaal vijf jaar na vaststelling kosteloos aan de veiligheidsregio ter beschikking gesteld.

Artikel 28 Claims

Artikel 25 Claims

1. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met de uitvoering van de basisbrandzorgweertaken en hun oorsprong vinden in de periode vóór 1 januari 2011 gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente. 2. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met het eigendomsrecht van enige voorziening als bedoeld in artikel 26 en hun oorsprong vinden in de periode vóór de eigendomsoverdracht gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

1.

Hoofdstuk XIII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Hoofdstuk XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 29 Toetreding en uittreding

Artikel 26 Toetreding en uittreding

1. Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. 2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding.

1.

Artikel 30 Wijziging 1. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

Artikel 27 Wijziging 6. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

2.

2.

8 33/44

Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met de uitvoering van de basisbrandzorgweertaken en hun oorsprong vinden in de periode vóór 1 januari 2011 gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met het eigendomsrecht van enige voorziening als bedoeld in artikel 23 en hun oorsprong vinden in de periode vóór de eigendomsoverdracht gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.

Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding.

2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 4. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 5. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

7. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 8. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 9. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 10. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.

Artikel 31 Opheffing

Artikel 28 Opheffing

1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dat op grond van de Wet veiligheidsregio´s mogelijk is. Indien de Wet veiligheidsregio’s niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

1.

Hoofdstuk XIV Geschillen

Hoofdstuk XIII Geschillen

Artikel 32 Geschillenregeling 1. Alvorens ten aanzien van een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie. 2. Het dagelijks bestuur benoemt deze commissie in overleg met de betrokken gemeente of gemeenten. 3. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit. 4. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen, dat het in het derde lid bedoelde advies van de geschillencommissie bindend zal zijn.

Artikel 29 Geschillenregeling 6. Alvorens ten aanzien van een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie. 7. Het dagelijks bestuur benoemt deze commissie in overleg met de betrokken gemeente of gemeenten. 8. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit. 9. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen, dat het in het derde lid bedoelde advies van de geschillencommissie bindend zal zijn.

2.

3.

4. 5.

6.

9 34/44

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dat op grond van de Wvr mogelijk is. Indien de Wvr niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.

5. Onder geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door één partij als zodanig wordt beschouwd.

10. Onder geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door één partij als zodanig wordt beschouwd.

Hoofdstuk XV Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk XIV Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 33 Sociale statuten voormalige regio’s

Vervallen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 19 geldt met betrekking tot het personeel, dat op 31 december 2003 werkzaam was ten behoeve van de Regionale Brandweer-, GHOR- en Centrale Post Ambulancevervoertaken van de Regio Achterhoek, alsmede ten behoeve van de Regionale Brandweer en GHOR-taken van het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek, het Sociaal Statuut, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur van de Regio Achterhoek op 14 december 1998, door het algemeen bestuur van het ISV Noordwest-Veluwe op 4 oktober 2000 en door het algemeen bestuur van de Regio Stedendriehoek op 26 maart 2003. Artikel 34 Rechtsopvolging

Artikel 30 Rechtsopvolging

1. De veiligheidsregio treedt, met ingang van 1 april 2004, in de rechten en plichten van de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek voor wat betreft de in artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling 2004 omschreven Regionale Brandweer-, GHOR- en Centrale Post Ambulancevervoer-taken. 2. De rechten en plichten worden door het bestuur van de veiligheidsregio uitgeoefend dan wel voldaan ten behoeve of ten laste van de gemeenten van de in het eerste lid genoemde toenmalige regio’s met inachtneming van het bepaalde in het volgende lid.

1. De veiligheidsregio is, met ingang van 1 april 2004, in de rechten en plichten van de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek getreden voor wat betreft de in artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling 2004 omschreven Regionale Brandweer-, GHOR- en Centrale Post Ambulancevervoer-taken. 2. De rechten en plichten worden door het bestuur van de veiligheidsregio uitgeoefend dan wel voldaan ten behoeve of ten laste van de gemeenten van de in het eerste lid genoemde toenmalige regio’s.

3. De voor de Regio Achterhoek, het ISV NoordwestVeluwe en de Regio Stedendriehoek vastgestelde begrotingen voor het dienstjaar 2004 zijn bepalend voor de in het tweede lid genoemde rechten en plichten.

3. De voor de Regio Achterhoek, het ISV NoordwestVeluwe en de Regio Stedendriehoek vastgestelde begrotingen voor het dienstjaar 2004 zijn bepalend voor de in het tweede lid genoemde rechten en plichten.

Artikel 35 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 31 Werkingsduur Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 36 Inwerkingtreding

Artikel 32 Inwerkingtreding

De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking op 1 januari 2017.

De wijziging van de regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking.

Artikel 37

Artikel 33 Overgangsrecht

Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van de eerste wijziging van deze regeling en waarvoor de gewijzigde regeling overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens de gewijzigde regeling.

Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van de eerste wijziging van deze regeling en waarvoor de eerste wijziging overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling.

Artikel 38 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010’.

Artikel 34 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010’.

10 35/44

11 36/44

Nota voor

:

vergadering algemeen bestuur

Datum

:

25 maart 2021

Onderwerp

:

Wijziging Gemeenschappelijke Regeling VNOG

Agendapunt

:

11

Kenmerk

:

AB/2108

Portefeuillehouder:

A.J.M. Heerts

Bijlage: 1. Aangepaste concept Gemeenschappelijke Regeling VNOG 2. Aangepaste Toelichting 3. Aangepast overzicht tekst huidige GR (2017) en te wijzigen GR (2021) 4. Aanbiedingsbrief 5. Concept college- en raadsvoorstel Inleiding Op 10 december 2020 heeft uw bestuur ingestemd met een gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) en deze voorgelegd aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Bij het aangaan of het wijzigen van een GR dienen de gemeenteraden immers hun college hiertoe toestemming te geven. Om de wijziging te kunnen aangaan moet tenminste 2/3e van colleges, die 2/3e van het aantal stemmen in het AB vertegenwoordigen, met toestemming van hun raden, tot de wijziging hebben besloten. Aanleiding voor de voorgenomen wijziging was de bestuurlijke wens om deel te nemen aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s. Om dit mogelijk te maken moet de GR worden gewijzigd. Deze wijziging is gepaard gegaan met ‘groot onderhoud’ van de GR. Uit diverse gemeenteraden zijn signalen en vragen gekomen over de voorgelegde versie. Voor de gemeenteraden van Ermelo, Harderwijk en Zutphen waren de vragen aanleiding om geen toestemming te geven aan hun college om de gewijzigde regeling aan te gaan. In plaats daarvan dienen Ermelo en Harderwijk gezamenlijk een viertal amendementen in.

Op basis van de signalen en de amendementen heeft het DB vastgesteld dat de versie van december niet rijp is voor definitieve besluitvorming. Daarom wordt het AB een gewijzigde versie voorgelegd, waarin de diverse signalen zijn verwerkt. Advies-besluit 1. De voor te stellen wijzigingen van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en de daarbij behorende Toelichting, zoals weergegeven in het bij dit besluit behorende concept van wijziging van de regeling, op basis van signalen uit diverse gemeenteraden vast te stellen; 2. De colleges van de deelnemende gemeenten voor te stellen de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, en de daarbij behorende Toelichting, met toestemming van de respectievelijke raden, te wijzigen conform het bijgaande concept van wijziging van de regeling.

37/44 1

Beoogd effect Beschikken over een actuele GR VNOG die voldoet aan de wensen van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Argumenten 1.1. Gemeenteraden vormen belangrijke stakeholders van de VNOG, hun signalen en wensen worden meegenomen in besluitvorming van het AB. 1.2.

Hiermee wordt de bevoegdheidsverdeling tussen gemeente en AB VNOG in balans gebracht met de wens van een aantal gemeenteraden. Er zijn ingebrachte amendementen van twee gemeenteraden. Ook de gemeenteraad van Zutphen heeft ervoor gekozen het college geen toestemming te geven, omdat zij de bevoegdheidstoedeling voor het deelnemen in of oprichten van rechtspersonen te groot vindt. Andere gemeenteraden hebben hier ook vragen over gesteld. Deze bevoegdheidstoedeling aan het AB VNOG gaat over de volgende onderwerpen: - Alle bevoegdheden voor regeling, bestuur en beheer voor de uitvoering van buitenwettelijke taken; - De bevoegdheid tot het deelnemen in of oprichten van gemeenschappelijke regelingen of andere rechtspersonen; - De bevoegdheid tot het onder voorwaarden wijzigen van de verdeelsleutel als het cluster brandweer en rampenbestrijding bij de herijking van het gemeentefonds komt te vervallen - De bevoegdheid om bij begrotingswijzigingen te putten uit de algemene reserve van de VNOG. 1.3.

De bevoegdheid om de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s op te richten of daarin deel te nemen moet in de Gemeenschappelijke regeling zijn opgenomen Op 10 december 2020 heeft het AB VNOG ingestemd met de deelname aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s. Daarvoor moet artikel 5 van de GR VNOG worden aangepast. Het oorspronkelijke voorstel luidde dat het AB VNOG de bevoegdheid krijgt om deel te nemen aan andere rechtspersonen, met inachtneming van artikel 31a van de Wgr. Dit is volgens gemeenteraden teveel bevoegdheidstoedeling, de toestemming kan worden gegeven op de deelname aan de werkgeversvereniging. Artikel 5 wordt daarom ten opzichte van de versie van 10 december 2020 aangepast en luidt als volgt. Artikel 5, tweede en derde lid. Tweede lid Op basis van de ingebrachte amendementen is de oorspronkelijke tekst van dit lid gehandhaafd. Derde lid De Wet gemeenschappelijke regelingen staat het toe dat een gemeenschappelijke regeling andere rechtspersonen kan oprichten of daarin kan deelnemen, mits dit is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Voor de VNOG is dat nu niet het geval. Met het oog op deelname aan de werkgeversvereniging moet de Regeling op dit punt worden aangepast. Artikel 5 Bevoegdheden 1.

De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken.

38/44 2

2.

3.

De veiligheidsregio is op grond van een besluit daartoe van het algemeen bestuur, bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkintreding van de eerste wijziging van deze regeling. De veiligheidsregio sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die door de 25 veiligheidsregio’s wordt opgericht om namens de besturen van de veiligheidsregio’s afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s.

NB: Tot 10 december 2020 heeft het AB VNOG geen wensen en bedenkingen van de gemeenteraden ontvangen en op basis daarvan besloten tot deelname aan de werkgeversvereniging. 1.4. Er worden andere inhoudelijke wijzigingen voorgesteld De Gemeenschappelijke regeling van de VNOG kan nog op meerdere punten geactualiseerd en aangepast worden. Een aantal hiervan wordt hier nader toegelicht. De geamendeerde artikelen worden expliciet benoemd. Daarnaast zijn enkele bepalingen teruggezet en enkele andere wijzigingen opgenomen. De nummering van de hoofdstukken en de artikelen wordt op de gewijzigde tekst aangepast. Wijziging artikel 1, onder g.: Deze wijziging is gelijk aan de versie van 10 december 2020. De redactie van deze bepaling is anders geformuleerd om daarmee voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) voor de veiligheidsregio’s. Artikel 1 Begripsbepalingen g. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;

Wijziging artikel 10 Samenstelling dagelijks bestuur Deze wijziging is nagenoeg gelijk aan de versie van 10 december 2020. De oorspronkelijke tekst, na de wijziging van 2017, luidde dat er bij de samenstelling van het dagelijks bestuur onder meer rekening moest worden gehouden met de territoriale afstemmingsoverleggen. Van deze overleggen wordt geen gebruik (meer) gemaakt, waardoor deze passage kan vervallen. Zie ook het vervallen artikel 14. Als aanvullend criterium wordt opgenomen de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille. Artikel 10 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat met inbegrip van de voorzitter, uit zes leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met zowel een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten als de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille.

Wijziging artikel 14 Territoriaal Afstemmingsoverleg Van het Territoriaal Afstemmingsoverleg wordt geen gebruik meer gemaakt. In de versie van 10 december 2020 werd voorgesteld om hiervan een bepaling te maken over het Multidisciplinair Afstemmingsoverleg. Bij nadere beschouwing is dit een ambtelijk afstemmingsoverleg dat al wordt beschreven in de Organisatieregeling VNOG en niet genoemd hoeft te worden in de GR om van toegevoegde waarde voor de samenwerking in de regio te zijn. Bevoegdheid artikel 12 en schrappen artikel 19 Om voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Wnra wordt voorgesteld artikel 19 Rechtspositie, inclusief het eerder voorgestelde tweede lid te schrappen en aan de bevoegdheden van het DB in artikel 12 een sub f. toe te voegen. Deze

39/44 3

bevoegdheid sluit aan op de bevoegdheid van artikel 33b, eerste lid onder c. van de Wet gemeenschappelijke regelingen: Aanvullend wordt voorgesteld sub. b. te wijzigen door het vervallen van artikel 14 over de territoriale afstemmingsoverleggen. De toevoeging onder e. brengt samenhang met artikel 9 van de regeling, waarin deze bevoegdheid voor het AB is opgenomen. Artikel 12 Bevoegdheden (vanwege schrappen artikel 19 Rechtspositie) Onverminderd de bij de wet opgedragen bevoegdheden is aan het dagelijks bestuur opgedragen: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van de algemeen directeur; d. het vaststellen van een instructie voor de secretaris; e. het vaststellen van een reglement van orde voor zijn vergaderingen; f. het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel.

Wijziging artikel 22 Begroting (wordt artikel 20) Tweede lid Deze bepaling regelt de betaling van voorschotten door de deelnemende gemeenten. Deze is nu gebaseerd op 13 gelijke delen, waarvan in de maand mei 2/13 wordt bevoorschot. Deze dubbele betaling hield verband met het in de maand mei uitkeren van het vakantiegeld. Deze gelden zijn nu opgenomen in het budget voor het IKB (Individueel Keuze Budget), dat door werknemers het gehele jaar door opgenomen kan worden. Derde lid In dit artikel is de verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Op twee aspecten wordt een wijziging voorgesteld: Ten opzichte van de wijziging versie 10 december 2020 is dit artikel samengevoegd met het voorgestelde artikel 23 en is bij het bepalen van de grondslag voor de verdeelsleutel terug gegaan naar de oorspronkelijke tekst. Ten opzichte van de GR VNOG 2017 is het zevende lid dat het ingroeimodel bepaalt vervallen. Met ingang van 2021 geldt de verdeelsleutel voor de totale bijdrage en is de ingroeiperiode voorbij. De tekst met betrekking tot het ingroeimodel kan daarmee vervallen. Voor het artikel met betrekking tot de begroting blijft voor het overige de oorspronkelijke tekst in stand. Artikel 20 Begroting 1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2.

De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. 4.. De verhouding per gemeente, zoals genoemd in het derde lid, wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten.

40/44 4

5. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het derde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/brandweer en rampenbestrijding van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van functioneel leeftijdsontslag en voor huisvestingskosten. Deze kosten worden per gemeente berekend en in rekening gebracht.

Wijziging artikel 23 Begrotingswijzigingen teruggedraaid (wordt artikel 21) Dit artikel maakt het het algemeen bestuur mogelijk om begrotingswijzigingen, die budgettair-neutraal zijn, vast te stellen zonder de raden van de deelnemende gemeenten om een zienswijze te vragen. De aanduiding ‘budgettair-neutraal’ was in de oude gemeenschappelijke regeling nader geduid: budgettair-neutraal zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en geen invloed op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Aan de raden is voorgesteld om, uit oogpunt van het minder belasten van raden en het versnellen van besluitvormingsprocessen, geen zienswijze voor te leggen als uit de algemene reserve wordt geput. Dit stuit bij meerdere raden op bezwaar, zij ervaren de huidige situatie niet als belastend. Het geeft raden juist grip op de weerstandspositie van de VNOG. In de voorgestelde versie daarom de tekst uit de GR VNOG 2017.

Artikel 21 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatieuitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio.

Artikel 24 Bestemmingsreserve (vervallen) Deze bepaling kan vervallen omdat op de VNOG het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van toepassing is. artikel 25 Financiële middelen (wordt artikel 22) Deze beide bepalingen zijn teruggeplaatst en ondergaan geen wijziging. De bepaling van artikel 25 (22) geeft een extra zekerheid met betrekking tot de kredietwaardigheid van de VNOG. Artikel 33 Sociale statuten voormalige regio’s (vervallen) In de huidige regeling zit nog een bepaling opgenomen die het overnemen van de sociale statuten van de rechtsvoorgangers regelt. Deze zijn niet meer geldig, dit artikel kan daarmee vervallen. 2.1.

De colleges zijn, met toestemming van de raden, bevoegd tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling De Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is getroffen door de colleges van de deelnemende gemeenten. Zij hebben dit gedaan met toestemming van hun raden, zoals de Wet gemeenschappelijke regelingen dat voorschrijft. Deze wet bepaalt, dat het college ook voor het wijzigen van een gemeenschappelijke regeling de toestemming van de raad nodig heeft. De wijziging van de regeling is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten (15 van de 22), die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur

41/44 5

uit te brengen stemmen vertegenwoordigen (34 van de 50 stemmen), tot deze wijziging hebben besloten. Kanttekeningen 1.1. In de toekomst kunnen verdere aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling nodig zijn. De aanpassing van de gemeenschappelijke regeling moet nú plaatsvinden, om deelname aan de werkgeversvereniging mogelijk te maken. Het is te verwachten dat in de toekomst meer aanpassingen zullen volgen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de uitkomst van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s. Uitvoering/ communicatie/ inwerkingtreding De procedure is als volgt: - 25 maart 2021: AB VNOG: de colleges van de deelnemende gemeenten voorstellen de gemeenschappelijke regeling, met toestemming van de raden, te wijzigen; - 26 maart 2021 – 1 juni 2021: Colleges van de deelnemende gemeenten: besluiten over de wijziging van de GR, met toestemming van de raad; - 24 juni 2021: AB VNOG: Nagaan of de wijziging van de GR tot stand is gekomen (met de genoemde meerderheid van de colleges en de stemmen in het AB) en de datum van inwerkingtreding van de wijziging bepalen; - 25 juni 2021 DB VNOG: colleges informeren over de wijziging van de GR; - College van de gemeente Apeldoorn: kennisgeving van de wijziging in de Staatscourant. Rapportage/ evaluatie N.v.t. Personele consequenties N.v.t. Financiële consequenties N.v.t.

42/44 6

Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland; Bijeen in de vergadering d.d. 25 maart 2021; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 25 februari 2021; Besluit: 1. De voor te stellen wijzigingen van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en de daarbij behorende Toelichting, zoals weergegeven in het bij dit besluit behorende concept van wijziging van de regeling, op basis van signalen uit diverse gemeenteraden vast te stellen; 2. De colleges van de deelnemende gemeenten voor te stellen de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, en de daarbij behorende Toelichting, met toestemming van de respectievelijke raden, te wijzigen, conform het bijgaande concept van wijziging van de regeling.

De secretaris

De voorzitter

drs. D.G.L. Kransen

A.J.M. Heerts

Apeldoorn, 25 maart 2021

43/44 7

44/44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=5eee2aae-693f-48f3-8215-38508ff52d2a