179452RH 2021_BW_00226
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Ontwerpbesluit
Vergadering van 20 april 2021 Team Veiligheid Anja van Veldhuisen 06-53375951 Mede-auteur:
2021_BW_00226 - Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland - Besluitvormend - openbaar Zaaknummer: 179452 Portefeuillehouder: Annemieke Vermeulen Openbaar Ja Embargo Nee
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegde concept wijziging van de regeling, onder het voorbehoud dat de raad hiervoor toestemming aan het college geeft.
Besluitpunt 2 Het college besluit de raad voor te stellen om aan het college toestemming te geven de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegde concept wijziging van de regeling.
Beschrijving Aanleiding en context Op 10 december 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland (VNOG) ingestemd met een voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Deze GR is aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden, met het verzoek deze voor te leggen aan de gemeenteraden. Uit de reacties van de gemeenteraden blijkt dat veel raden vraagtekens hebben gezet bij dezelfde onderwerpen in de voorgestelde wijziging. Voor een drietal raden, waaronder Zutphen, is dat reden geweest geen toestemming te geven. Voor het dagelijks bestuur van de VNOG was dit een voldoende signaal om het AB een gewijzigde versie voor te leggen, aangepast aan de wensen van de raden. Het AB heeft op 25 maart 2021 met deze versie ingestemd. Vanwege de wijzigingen moet deze versie opnieuw aan de gemeenteraad worden voorgelegd om toestemming te vragen.
1/44
Beoogd effect Zie raadsvoorstel. Argumenten
1. Het betreft een regeling van de colleges van burgemeesters en wethouders Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het aan de colleges van burgemeester en wethouders om een wijziging van de tussen hen geldende gemeenschappelijke regeling vast te stellen. Het is dus een bevoegdheid van het college om dit besluit te nemen. Echter, de gemeenteraad moet het college hiervoor wel toestemming geven. Om deze reden wordt dit besluit nu onder het voorbehoud van toestemming van de gemeenteraad genomen.
2. Het is de raad die toestemming aan het college moet geven op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen Zie raadsvoorstel. Kanttekeningen Zie raadsvoorstel. Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadsvoorstel. Rapportage / evaluatie Zie raadsvoorstel. Financiële consequenties Zie raadsvoorstel. Risico’s Zie raadsvoorstel. Personele consequenties Zie raadsvoorstel. Procedure raad Raadsstuk (raadsvoorstel) Programmadoelen Programma 2. Veilige stad Toelichting programmadoelen We werken intensief samen met de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en houden goed zicht op het functioneren. We bewaken en monitoren de prestaties van de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Raadsvoorstel GR VNOG (versie 14-4-2021).pdf 1. Brief aan college en raden 01.04.2021.pdf 2. Concept wijziging Gemeenschappelijke Regeling VNOG 2010.pdf 3. Toelichting wijziging Gemeenschappelijke Regeling VNOG 2010.pdf
2/44
5. 6.
4. Overzicht GR 2017 vs wijziging GR 2021.pdf 5. AB besluit wijziging GR VNOG maart 2021.pdf
3/44
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
Wijziging gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland 2. Veilige stad keuzelijst technisch blok (hamerstuk) Annemieke Vermeulen Anja van Veldhuisen 06-53375951 a_vanveldhuisen@zutphen.nl kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt voor:
4/44
1 van 5
het college toestemming te geven de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegde concept wijziging van de regeling.
5/44
2 van 5
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding Op 10 december 2020 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) ingestemd met een voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). Deze GR is aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden, met het verzoek deze voor te leggen aan de gemeenteraden. Uit de reacties van de gemeenteraden blijkt dat veel raden vraagtekens hebben gezet bij dezelfde onderwerpen in de voorgestelde wijziging. Voor een drietal raden, waaronder Zutphen, is dat reden geweest geen toestemming te geven. Voor het dagelijks bestuur van de VNOG was dit een voldoende signaal om het AB een gewijzigde versie voor te leggen, aangepast aan de wensen van de raden. Het AB heeft op 25 maart 2021 met deze versie ingestemd. Vanwege de wijzigingen moet deze versie opnieuw aan de gemeenteraad worden voorgelegd om toestemming te vragen. Beoogd effect Met toestemming van de gemeenteraad wordt het mogelijk om de gemeenschappelijke regeling VNOG te wijzigen. Argumenten 1.1. In de gewijzigde versie GR VNOG blijft een aantal bevoegdheden bij de gemeenteraden.
De raden hebben vraagtekens gezet bij de volgende thema’s: Alle bevoegdheden voor regeling, bestuur en beheer voor de uitvoering van buitenwettelijke taken; De bevoegdheid tot het deelnemen in of oprichten van gemeenschappelijke regelingen of andere rechtspersonen; De bevoegdheid tot het onder voorwaarden wijzigen van de verdeelsleutel als het cluster brandweer en rampenbestrijding bij de herijking van het gemeentefonds komt te vervallen De bevoegdheid om bij begrotingswijzigingen te putten uit de algemene reserve van de VNOG. Deze voorgestelde wijzigingen zijn weer teruggedraaid in de aangeboden versie. De genoemde bevoegdheden blijven dus bij de gemeenteraad. Als er wijzigingen noodzakelijk zijn, zoals na herijking van het gemeentefonds of behoefte aan deelname aan een rechtspersoon, komt het AB van de VNOG met een nieuw wijzigingsvoorstel van de GR VNOG. 1.2. Wijziging van de GR VNOG is onder meer nodig om aan te kunnen sluiten bij een werkgeversvereniging. De voorgenomen deelname aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio is in oktober 2020 aan de gemeenteraden voorgelegd. Raden hebben de gelegenheid gehad om wensen of bedenkingen in te dienen. Op 10 december 2020 heeft het AB vastgesteld dat er op dat moment geen wensen of bedenkingen kenbaar zijn gemaakt en heeft het AB ingestemd met de deelname aan de werkgeversvereniging.
Om deel te kunnen nemen moet dit worden opgenomen in de GR VNOG. Het oprichten van de werkgeversvereniging is voorzien in het najaar van 2021. De formele start van de werkgeversvereniging is met ingang van 1 januari 2022. 1.3. Voor het wijzigen van de GR is toestemming van de gemeenteraad vereist. De GR VNOG is een regeling die door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten is getroffen. Voor het wijzigen van de GR is ook een collegebesluit nodig. Het college heeft wel eerst toestemming van de gemeenteraad nodig voordat de wijziging van de GR vastgesteld kan worden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6/44
3 van 5
Kanttekeningen Het is te verwachten dat in de toekomst meer aanpassingen volgen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de uitkomst van de evaluatie Wet veiligheidsregio's. Risico’s Niet van toepassing. Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering Het vervolgtraject ziet er als volgt uit: Tot 1 juni 2021: Colleges van de deelnemende gemeenten: besluiten over de wijziging van de GR VNOG, met toestemming van de raad; 24 juni 2021: AB VNOG: Nagaan of de wijziging van de GR VNOG tot stand is gekomen (met de genoemde meerderheid van de colleges en de stemmen in het AB). 25 juni DB VNOG: colleges informeren over de wijziging van de GR VNOG; Kennisgeving van de wijziging in de Staatscourant (dat doet de gemeente Apeldoorn voor de hele regio, omdat de rechtspersoon GR VNOG in die gemeente is gevestigd).
Rapportage/evaluatie Niet van toepassing. Financiën Niet van toepassing. Bijlagen 1. Brief colleges voorstel wijziging GR VNOG. 2. Voorstel wijziging gemeenschappelijke regeling VNOG. 3. Toelichting wijziging gemeenschappelijke regeling VNOG. 4. Overzicht GR 2017 versus GR 2021. 5. AB-voorstel wijziging GR VNOG 2021. Stukken die ter inzage liggen N.v.t.
7/44
4 van 5
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van gelet op
met nummer
;
besluit: het college toestemming te geven de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland met bijbehorende toelichting vast te stellen, conform bijgevoegde concept wijziging van de regeling. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
8/44
5 van 5
yeuigneiasregio Noord-en OostGelderland Postbus234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl
Aan decollegesvandedeelnemende gemeenten vande Veiligheidsregio Noord-en Oost-Gelderland
Datum Ons kenmerk Onderwerp
Bijlage(n) Behandeld door
1 april2021 20-54181/21-076027/BdG Voorsteltot wijzigingvande Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord-en OostGelderland, inclusieftoelichting 5 F. Starke
Geachtecolleges, Op 11 december 2020 hebtu van onseenvoorsteltot hetwijzigenvande Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de VNOG ontvangen. Dit voorstelis aande gemeenteraden voorgelegd en de reactiesuit de radenzijn aanonstoegezonden. Uit deverzamelde reactiesis gebleken datveel radenkritischevragenhebben gesteld overdezelfde onderwerpen. Vooreendrietalradenis dataanleiding geweestom geen toestemming te geven.Weliswaarheefteenmeerderheid van de radeningestemd met de voorgelegde GR, uit al dezesignalen bleekeenbeperkt draagvlak voorde voorgestelde wijzigingen. Op 25maart2021 heefthetalgemeen bestuur van deVNOG besloten om dezesignalen ter hartete nemen.Daaromleggen wij nu eenaangepast voorstelvooraanu en uw gemeenteraad. Dat aangepaste voorstelontvangt u bij deze brief.
Bevoegdhedenblijven bij de raad De aanpassingen zijn aangebracht in deoverdracht van bevoegdheden aande VNOG. Ten opzichtevan de versievan december 2020 zal dit betekenen datdeVNOG vaker met eenvoorstelangsdegemeenteraad zal moetenof bij voorgenomen beleidom eenwijzigingvan de GR moetverzoeken. Dit betekent datdehandelingen meertijd zullenkosten,maarwij hechten ookaandewensvan radenom opdie manierinvloed op hetbeleidte hebben.
WerkgeversverenigingSamenwerkendeVeiligheidsregio's Aanleiding voordewijzigingvandeGR was hetvoornemen om met deandere veiligheidsregio's eenwerkgeversvereniging opte richten.Deze zal namensde veiligheidsregio's overleggen met devakbonden overdetoekomstige arbeidsvoorwaarden van hetpersoneel van de veiligheidsregio's. Zowel voorhet beroepspersoneel als de brandweervrijwilligers. Dezeontwikkeling hangt samenmet de inwerkingtreding van deWet normalisering rechtspositie ambtenaren. Het AB van deVNOG heeftop 10 december, na eentoetsbij degemeenteraden, ingestemd met
9/44
hetvoorstelom dezewerkgeversvereniging opte richten.De gemeenteraad van de gemeente OudeIJsselstreekheefthierbijgevraagd om rekening te houden met de positievan brandweervrijwiiligers. Dit verzoekwordtna deoprichting van de werkgeversvereniging doordevertegenwoordiger van deVNOG bij hetnieuwebestuur neergeiegd.
Overige wijzigingen De voorgenomen wijzigingom deVNOG in staatte stellendeelte nemenaande werkgeversvereniging gaatgepaard met onderhoud aandeGR. Deze is weeractueel gemaaktmet veranderde wetgeving en feitelijkesituaties.Vooreenoverzichtvande wijzigingen verwijzenwe u naarhetbijgevoegde AB-voorstelen debijlagewaarinwe de bestaande GR (inwerkinggetreden in 2017) en hetvoorstelmet elkaarvergelijken.
Procedureen tijdpad De Gemeenschappelijke regeling Veiiigheidsregio Noord-en Oost-Gelderland is getroffen doordecollegesvandedeelnemende gemeenten, met toestemming vande resp. raden.Het wijzigenvande regeling is aandecolleges,waarbijtoestemming van de radennodigis. Hiervoorzenden we u eenvoorstelmeedie u kuntgebruiken in de besluitvorming in uw eigencollegeen gemeenteraad. Een wijzigingvan de Gemeenschappelijke regeling Veiiigheidsregio Noord-en OostGelderland komt tot standindientenminste tweederde vandecolleges(15 vande 22), dietezamentenminste tweederde van hetaantalin hetalgemeen bestuur uit te brengen stemmenvertegenwoordigen (33 van de50 stemmen),tot dewijziging hebben besloten. Wij zien hetvolgende tijdspadvoorons: 1 april 2021 toezending vandevoorstellen tot wijzigingvande regeling aan decollegesvandedeelnemende gemeenten Tot 1 juni2021 besluitvorming doordecollegesen de radenvan dedeelnemende gemeenten 24juni2021 vaststellingdoorhetalgemeen bestuur VNOG Geziende bovenstaande planning streefthetAB ernaar om in zijn vergadering van 24 juni2021 na te gaanof de wijzigingvande regeling op basisvandebenodigde meerderheid tot standis gekomen. Met hetooghieropverzoeken wij u ons, indien mogeiijk,voor1 juni2021 in kenniste stellenvan hetbesluitvan uw collegeen van uw gemeenteraad.
Voorvragenoverdevoorgestelde wijzigingen kuntu contactopnemen met mevrouw LeonieSegers,managementsecretaris, telefoon: (088) 310 6995;email: i.seaers@vnoQ.nl Wij zien uw besluitmet belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
10/44
Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 De voorgestelde wijzigingen zijn geel gearceerd.
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn maken overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, tweede lid juncto vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend dat het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland in zijn vergadering van (datum) heeft vastgesteld dat de colleges van burgemeester en wethouders van de 22 deelnemende gemeenten (Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen) tot de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 hebben besloten. Hiermee is conform artikel 30 van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 gehandeld en is daarmee de vaststelling van de tweede wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 tot stand gekomen. De Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010 luidt na de tweede wijziging als volgt:
Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 9 van de Wvr; b. gemeente: een gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders deelneemt aan deze regeling; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. raad: de raad van een gemeente; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr; g. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; h. commandant brandweer: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de Wvr; i. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wvr; j. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; k. Wvr: Wet veiligheidsregio’s. 2. Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Artikel 2 Openbaar Lichaam Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 9 van de Wvr, genaamd ‘Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland’, gevestigd en kantoorhoudende te Apeldoorn.
Hoofdstuk II Belangen, taken, bevoegdheden Artikel 3 Belangen De veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van de brandweerzorg, de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, en de geneeskundige hulpverlening, zoals neergelegd in artikel 2 van de Wvr en draagt bij de behartiging van deze belangen zorg voor afstemming met de taken van de gemeenten in het kader van de bevolkingszorg, bedoeld in artikel 18, eerste lid sub c. van de Wvr.
1 11/44
Artikel 4 Taken 1. De veiligheidsregio draagt zorg voor de wettelijke taken, zoals genoemd in artikel 10 van de Wvr. 2. De veiligheidsregio kan andere taken dan bedoeld in het eerste lid, uitoefenen voor of diensten verlenen aan één of meer gemeenten, indien deze daarom verzoekt of verzoeken en het algemeen bestuur daartoe besluit.
Artikel 5 Bevoegdheden 1. De veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio in artikel 4, eerste lid, opgedragen taken. 2. De veiligheidsregio is op grond van een besluit daartoe van het algemeen bestuur, bevoegd om deel te nemen aan een gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de wet, voor zover zij daar reeds deelnemer van is op de dag van inwerkintreding van de eerste wijziging van deze regeling. 3. De veiligheidsregio sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s die door de 25 veiligheidsregio’s wordt opgericht om namens de besturen van de veiligheidsregio’s afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s.
Hoofdstuk III Het algemeen bestuur Artikel 6 Samenstelling Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten.
Artikel 7 Werkwijze en ondertekening stukken 1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt, dan wel indien tenminste één vijfde deel van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur bestaat dit schriftelijk, met opgave van redenen, verzoekt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12, tweede lid, van de Wvr worden in ieder geval de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd bij de vergaderingen aanwezig te zijn. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van te behandelen onderwerpen. 3. De stukken die uitgaan van het algemeen bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.
Artikel 8 Besluitvorming 1. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 2. Er is sprake van een gewogen stemverhouding. Het nemen van besluiten door het algemeen bestuur vindt plaats volgende de volgende stemverdeling: a. gemeenten beneden 20.000 inwoners : 1 stem; b. gemeenten met 20.000 tot 40.000 inwoners : 2 stemmen; c. gemeenten met 40.000 tot 60.000 inwoners : 3 stemmen; d. gemeenten met 60.000 tot 80.000 inwoners : 4 stemmen; e. gemeenten met 80.000 tot 100.000 inwoners : 5 stemmen; f. gemeenten met 100.000 of meer inwoners : 6 stemmen. 3. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan het nieuwe vergaderjaar.
Artikel 9 Reglement van orde Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
2
12/44
Hoofdstuk IV Het dagelijks bestuur Artikel 10 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat met inbegrip van de voorzitter, uit zes leden. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige geografische afvaardiging vanuit de deelnemende gemeenten en met de inhoudelijke betrokkenheid bij een toe te wijzen portefeuille.
Artikel 11 Werkwijze en ondertekening stukken 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste tien keer per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2. In de vergadering van het dagelijks bestuur heeft elk lid één stem. 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 58 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. 4. De leden van het dagelijks bestuur bepalen gezamenlijk de onderlinge taakverdeling en werkwijze. 5. In ieder geval worden de algemeen directeur, de commandant brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd de vergaderingen bij te wonen. In de vergaderingen kunnen zij hun zienswijze geven ten aanzien van de te behandelen onderwerpen. 6. De stukken die uitgaan van het dagelijks bestuur worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.
Artikel 12 Bevoegdheden Onverminderd de bij de wet opgedragen bevoegdheden is aan het dagelijks bestuur opgedragen: a. het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio en de gemeenten bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen waarmee contact voor de veiligheidsregio van belang is; b. de coördinatie van de werkzaamheden van de adviescommissies, bedoeld in artikel 24 van de wet; c. het regelen van de vervanging van de algemeen directeur; d. het vaststellen van een instructie voor de secretaris; e. het vaststellen van een reglement van orde voor zijn vergaderingen; f. het vaststellen van de rechtspositieregelingen voor het personeel.
Hoofdstuk V De voorzitter Artikel 13 De voorzitter 1. De voorzitter van het bestuur wordt bij koninklijk besluit, gehoord het algemeen bestuur, benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten. De voorzitter kan bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. 2. Het algemeen bestuur wijst een of meer van zijn leden aan die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.
Hoofdstuk VI Inlichtingen en verantwoording Artikel 14 Algemeen bestuur, dagelijks bestuur, voorzitter – colleges en raden gemeenten 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de colleges en de raden alle inlichtingen die door één of meer leden van die colleges of raden worden verlangd, op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de colleges en de raden ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is op een nader bij reglement van orde door het algemeen bestuur te bepalen wijze.
3
13/44
Artikel 15 Leden algemeen bestuur – colleges en raden gemeenten
1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden. 2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. Het college respectievelijk de raad bepaalt de wijze waarop dit zal geschieden.
Hoofdstuk VII Vergoedingen Artikel 16 Tegemoetkoming in de kosten Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 van de wet, nadere regels vaststellen betreffende het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten, die de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur maken in de uitoefening van hun functie.
Hoofdstuk VIII De algemeen directeur Artikel 17 Algemeen directeur
1. De algemeen directeur staat als secretaris het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij in de uitoefening van hun taken. 2. De bepalingen van de Gemeentewet betreffende de secretaris zijn zo veel mogelijk van toepassing op de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur vervult tevens de functie van commandant brandweer.
Hoofdstuk IX Archiefbepalingen Artikel 18 Archief
1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de bewaring van de archiefbescheiden. 2. Bij opheffing van de veiligheidsregio of organisatieonderdelen daarvan worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Apeldoorn.
Hoofdstuk X Financiële bepalingen Artikel 19 Administratie en controle
Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle op het financiële beheer, met inachtneming van de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet.
Artikel 20 Begroting
1. De begroting geeft inzicht in de door elke gemeente voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage. 2. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot maandelijks voor de 16 e van elke maand één twaalfde (1/12) van de verschuldigde bijdrage. 3. Als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage geldt de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding. 4. De verhouding per gemeente wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Bij de herijking wordt de toename van de fictieve wooneenheden uit de septembercirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten. 5.
Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/brandweer en rampenbestrijding in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/brandweer en rampenbestrijding van kracht zijn. 6. De verdeelsleutel geldt niet voor de gemeentelijke bijdragen voor de kosten van functioneel leeftijdsontslag en voor huisvestingskosten. Deze kosten worden per gemeente berekend en in rekening gebracht. 4
14/44
Artikel 21 Begrotingswijzigingen De bepalingen met betrekking tot de ontwerpbegroting zijn mede van toepassing op wijzigingen van de begroting, met uitzondering van het bepaalde in artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet, voor zover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de gemeenten budgettair neutraal zijn, zowel wat betreft de exploitatie-uitgaven als de investeringen en die geen invloed hebben op de omvang van de algemene reserve en het weerstandsvermogen van de veiligheidsregio. Artikel 22 Financiële middelen 1. De gemeenten zullen er steeds voor zorgdragen dat de veiligheidsregio over voldoende middelen beschikt om tijdig aan al zijn verplichtingen jegens derden te voldoen. 2. Indien het algemeen bestuur constateert dat de raad van een gemeente weigert de uitgaven voor de veiligheidsregio op de gemeentebegroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van het bepaalde in de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk XI Gevolgen taakoverdracht Artikel 23 Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken
1. De veiligheidsregio maakt bij de uitoefening van de brandweerzorg gebruik van de roerende en onroerende zaken, die in eigendom toebehoren aan ieder van de gemeenten en klaarblijkelijk zijn bestemd voor de uitoefening van de brandweerzorg. 2. De veiligheidsregio maakt nadere afspraken met de gemeenten, ieder voor zover bevoegd, met betrekking tot het gebruik van de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken. 3. De colleges, ieder voor zover bevoegd, houden de in het eerste lid bedoelde roerende en onroerende zaken in stand ten behoeve van de uitoefening van de brandweerzorg tot het moment dat nadere afspraken zijn gemaakt met de veiligheidsregio over de eigendomsverhoudingen of de beheerovereenkomsten. 4. Tot de nadere afspraken behoren in ieder geval afspraken over de wijze waarop en de mate waarin de veiligheidsregio treedt in de rechten en plichten van de betreffende gemeenten.
Artikel 24 Verplichtingen van de colleges
1. De colleges stellen, met inachtneming van de gemaakte afspraken bedoeld in artikel 23, voor de uitvoering van de brandweerzorg kosteloos de volgende faciliteiten en informatie ter beschikking aan de veiligheidsregio: a. bereikbare en bruikbare blusvoorzieningen; b. toegang tot geografische en bouwkundige informatie; c. informatie over wegomleggingen en afsluitingen en dergelijke; d. informatie over relevante vergunningen en ontheffingen; e. voor de veiligheidsregio relevante informatie voortvloeiende uit handhaving en toezicht door de gemeenten; f. alle overige informatie, die redelijkerwijs nodig is om de opgedragen taken te kunnen vervullen. 2. Alle archiefbescheiden die betrekking hebben op de taken, genoemd in artikel 4, voor zover deze niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, worden op verzoek tot minimaal vijf jaar na vaststelling kosteloos aan de veiligheidsregio ter beschikking gesteld.
Artikel 25 Claims
1. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met de uitvoering van de basisbrandzorgweertaken en hun oorsprong vinden in de periode vóór 1 januari 2011 gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente. 2. Reeds bestaande en toekomstige claims, in welke vorm ook, die samenhangen met het eigendomsrecht van enige voorziening als bedoeld in artikel 23 en hun oorsprong vinden in de periode vóór de eigendomsoverdracht gaan niet mee over naar de veiligheidsregio, maar blijven voor rekening en risico van de betreffende gemeente, tenzij schriftelijk anders wordt overeengekomen.
5
15/44
Hoofdstuk XII Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 26 Toetreding en uittreding
Toetreding tot en uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wvr. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding.
Artikel 27 Wijziging
1. Zowel het dagelijks bestuur als een college kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel toekomen aan de colleges. 3. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer ter vergadering van het algemeen bestuur blijkt dat de colleges van tenminste tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, tot deze wijziging hebben besloten. 4. In aansluiting op het bepaalde in het derde lid bepaalt het algemeen bestuur de datum van inwerkingtreding van de wijziging. 5. Het dagelijks bestuur stelt de colleges en de raden zo spoedig mogelijk in kennis van de tot stand gekomen wijziging.
Artikel 28 Opheffing
1. De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dat op grond van de Wvr mogelijk is. Indien de Wvr niet tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling verplicht maar opheffing wel mogelijk maakt en opheffing wenselijk is, wordt een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling niet genomen voordat de colleges van tweederde van de gemeenten, die tezamen tenminste tweederde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, daarmee hebben ingestemd. 2. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor een liquidatieplan vast. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 3. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. 4. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 5. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de veiligheidsregio. 6. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.
Hoofdstuk XIII Geschillen Artikel 29 Geschillenregeling
1. Alvorens ten aanzien van een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, wordt de zaak voorgelegd aan een geschillencommissie. 2. Het dagelijks bestuur benoemt deze commissie in overleg met de betrokken gemeente of gemeenten. 3. De geschillencommissie onderzoekt de mogelijkheden om partijen alsnog tot overeenstemming te brengen en brengt aan partijen advies uit. 4. Betrokken partijen kunnen van tevoren overeenkomen, dat het in het derde lid bedoelde advies van de geschillencommissie bindend zal zijn. 5. Onder geschil wordt hier mede begrepen een aangelegenheid, die door één partij als zodanig wordt beschouwd.
6
16/44
Hoofdstuk XIV Overgangs- en slotbepalingen. Artikel 30 Rechtsopvolging
1. De veiligheidsregio is, met ingang van 1 april 2004, in de rechten en plichten van de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek getreden voor wat betreft de in artikel 5 van de Gemeenschappelijke Regeling 2004 omschreven Regionale Brandweer-, GHOR- en Centrale Post Ambulancevervoer-taken. 2. De rechten en plichten worden door het bestuur van de veiligheidsregio uitgeoefend dan wel voldaan ten behoeve of ten laste van de gemeenten van de in het eerste lid genoemde toenmalige regio’s. 3. De voor de Regio Achterhoek, het ISV Noordwest-Veluwe en de Regio Stedendriehoek vastgestelde begrotingen voor het dienstjaar 2004 zijn bepalend voor de in het tweede lid genoemde rechten en plichten.
Artikel 31 Werkingsduur
Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 32 Inwerkingtreding
De wijziging van de regeling treedt in met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de wet in werking.
Artikel 33 Overgangsrecht
Besluiten, genomen krachtens deze regeling die golden op het moment van de eerste wijziging van deze regeling en waarvoor de eerste wijziging overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze regeling.
Artikel 34 Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 2010’.
7
17/44
Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland 2010 De voorgestelde wijzigingen zijn geel gearceerd. Algemeen Als gevolg van de wijzigingen in de Wet gemeenschappelijk regelingen (Wgr) per 1 januari 2015 en in verband met de uitkomsten van MOED en VNOG Risicogericht is het noodzakelijk om de gemeenschappelijke regeling, zoals die op zoals vastgesteld op 1 januari 2010, te wijzigen. Dit betrof de eerste wijziging van de regeling. De Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) brengt veranderingen in de rechtspositieregeling voor het personeel van veiligheidsregio’s en de totstandkoming daarvan. In dat kader zullen de 25 veiligheidsregio aansluiten bij een werkgeversvereniging. Deze ontwikkeling en de uitkomsten van VNOG Toekomstgericht maken het noodzakelijk om de Gemeenschappelijke Regeling VNOG 2010 te wijzigen. Daarnaast zijn wijzigingen verwerkt die bepalingen verduidelijken en wijzigingen die de leesbaarheid van de regeling vergroten. Dit betreft de tweede wijziging van de regeling. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1: Begripsbepalingen Art. 1, onder f: Met de GHOR wordt in de Wvr niet hetzelfde als oorspronkelijk bedoeld in de Wet GHOR. Omdat deze gemeenschappelijke regeling (hierna: de regeling) gestoeld is op de Wvr wordt in de begripsomschrijving de bepaling van de Wvr (art.
1) gehanteerd: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied. Het begrip GHOR is in de wereld van de rampenbestrijding en crisisbeheersing een ingeburgerd begrip. Oorspronkelijk verwezen de letters naar een handeling: geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, en ruim opgevat is op dat terrein de GHOR nog steeds een speler. De GHOR-vlag dekt evenwel de letterlijke lading niet (meer). De geneeskundige hulpverlening als zodanig geschiedt immers niet door de GHOR, maar door diverse soorten professionals in de medische sector, en bovendien niet alleen bij ongevallen en rampen, maar ook bij crises. Die ontwikkeling houdt in dat «GHOR» niet gezien moet worden als een afkorting, maar als een zelfstandig begrip. De GHOR is een bijzonder onderdeel van de rampen- en crisisbestrijdingsorganisatie van de veiligheidsregio. Het bestuur van de regio heeft als aparte taak het organiseren van de geneeskundige hulpverlening in hun regio met het oog op zware ongevallen, rampen en crisissituaties. Om deze taak uit te voeren richt het bestuur een GHOR-organisatie in. De GHOR wijkt als organisatie af van diensten als brandweer en politie. De GHOR is namelijk niet een staande organisatie die aan dagelijkse hulpverlening doet.
De GHORtaak van het bestuur van de regio houdt in het maken van afspraken met de in de regio aanwezige instellingen als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen en zorgaanbieders als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg alsmede met de regionale ambulancen gezondheidsdiensten over hun voorbereiding op en inzet bij zware ongevallen, rampen en crisissituaties. Instellingen of diensten die hier niet onder vallen, kunnen door de ministers worden aangewezen dan wel aangezocht. Ook hun voorbereiding en inzet in geval van nazorg na een calamiteit nodig is, kan onderdeel uitmaken van de afspraken.
1
18/44
Artikel 1, onder g: Met de redactie van deze bepaling is rekening gehouden met de inwerkingtreding, op enig moment. van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) voor de veiligheidsregio’s. Artikel 2: Openbaar lichaam Artikel 9 van de Wvr verplicht tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding ‘veiligheidsregio’. Omdat de naam van deze regio Noord- en Oost-Gelderland is, wordt de naam dus ‘Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland’. Het grondgebied van de regio is het gezamenlijke grondgebied van de 22 deelnemende gemeenten. De veiligheidsregio is een rechtspersoon. Dit is bepaald in artikel 8, eerste lid, van de Wgr. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de veiligheidsregio (artikel 12, tweede lid, van de Wgr). Artikel 3: Belangen De belangen zijn de beleidsterreinen, waarop kan worden samengewerkt. De wet vereist dat deze belangen duidelijk in de regeling worden geformuleerd (art.10, eerste lid van de Wgr). Dit artikel gaat eveneens in op de samenhang met de gemeentelijke taken in het kader van bevolkingszorg. Dit raakt aan de inbedding ‘oranje kolom’. Artikel 4: Taken Eerste lid. In artikel 10 van de Wvr is bepaald dat de in dit artikel genoemde taken bij de gemeenschappelijke regeling aan het bestuur van de veiligheidsregio worden overgedragen.
Bij de taak “het instellen en instandhouden van de brandweer” zijn tevens de taken van de brandweer genoemd. Deze zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van de Wvr. In artikel 3, tweede lid Wvr staat dat de gemeenteraad regels stelt in een brandbeveiligingsverordening over het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. Deze brandbeveiligingsverordening is grotendeels komen te vervallen door het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop). Overige onderwerpen zijn door gemeenten zelf in te regelen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dan wel de Legesverordening. Tweede lid. Hiermee wordt een bestaande mogelijkheid geformaliseerd. Artikel 5: Bevoegdheden Artikel 10, tweede lid van de Wgr, bepaalt dat een regeling waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld aangeeft welke bevoegdheden de deelnemende gemeenten aan het openbaar lichaam toekennen; verder is bepaald dat de regeling bepalingen kan inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden gebracht in de toegekende bevoegdheden. Bevoegdheden kan een openbaar lichaam in de eerste plaats ontvangen van de deelnemende gemeenten (artikel 30 van de Wgr). Deze worden door de gemeenten overgedragen waarna zij zelf niet langer over deze bevoegdheden beschikken.
2
19/44
Naast door gemeenten overgedragen bevoegdheden heeft het openbaar lichaam van rechtswege de bevoegdheid om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen (bijvoorbeeld het verwerven van goederen en het benoemen van personeel). Gemeenten kunnen in de regeling op deze bevoegdheid wel beperkingen aanbrengen (art. 31 van de Wgr). Tot slot heeft een openbaar lichaam ook de bevoegdheden die annex zijn aan de bevoegdheden die door de gemeenten worden overgedragen, bijvoorbeeld het toepassen van bestuursdwang of het voeren van overleg met derden omtrent een overgedragen bevoegdheid. Ook aan deze annexe bevoegdheden kunnen door de gemeenten in de regeling beperkingen worden gesteld (artikel 31 van de Wgr). De bevoegdheden die de bestuursorganen van de veiligheidsregio toekomen om tot een goede uitvoering van de in de artikelen 3 en 4 omschreven belangen en taken te kunnen komen, vloeien specifiek voort uit artikel 10 van de Wvr. Tweede lid. Om niet meer afstand te creëren tussen de deelnemende gemeenten en de veiligheidsregio is het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen beperkt tot de organisaties waaraan de veiligheidsregio nu reeds deelneemt. Om dezelfde reden is aan het algemeen bestuur niet de bevoegdheid gegeven om te besluiten deel te nemen aan stichtingen e.d. Omdat het besluit tot deelnemen aan stichtingen e.d.
onder de Wgr zoals die voor 1 januari 2015 gold, was toegestaan zonder dat die bevoegdheid expliciet in de gemeenschappelijke regeling aan het algemeen bestuur was toegekend kan de veiligheidsregio blijven deelnemen aan stichtingen e.d. waaraan zij reeds voor 1 januari 2015 deelnam. Derde lid Omdat de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) per 1 januari 2020 maakt dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) geen werkgeversvertegenwoordiging voor de Veiligheidsregio kan zijn, is door de veiligheidsregio’s gekozen voor het oprichten van een werkgeververeniging, die in de positie is om bindende afspraken te maken met de vakbonden over een rechtspositieregeling voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De bevoegdheid tot deelname aan deze vereniging is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Artikel 6: Samenstelling algemeen bestuur Artikel 11, eerste lid, van de Wvr verplicht dat het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Hiermee wordt afgeweken van de Wgr. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is verbonden aan de functie van burgemeester. Dat betekent dat het lidmaatschap van rechtswege eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn. Een nieuwe burgemeester wordt vervolgens van rechtswege lid op het moment van zijn benoeming.
Artikel 7: Werkwijze en ondertekening stukken Eerste lid. Uitgangspunt is dat de vergaderingen openbaar zijn (artikel 22, derde lid van de Wgr). De deuren worden gesloten als de voorzitter of een vijfde deel van de aanwezige leden daarom verzoeken (vierde lid). Het algemeen bestuur moet vervolgens beslissen of er met gesloten deuren wordt vergaderd (vijfde lid). Hierbij moet een afweging gemaakt worden tussen het belang van openbaarheid en het belang van vertrouwelijkheid. Vergaderen achter gesloten deuren dient een uitzondering te blijven.
3
20/44
Er kan geheimhouding worden opgelegd omtrent hetgeen in een besloten vergadering aan de orde is geweest en omtrent de stukken die daartoe zijn overgelegd. Dit kan alleen als de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur in geding zijn. Artikel 23 van de Wgr bevat hiervoor een regeling. Tweede lid. In artikel 12 van de Wvr is bepaald dat de hoofdofficier van justitie en de voorzitter van het waterschap dat binnen het grondgebied van de veiligheidsregio ligt, uitgenodigd worden deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. Ook andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen. In dit verband is in het tweede lid bepaald dat in ieder geval de algemeen directeur, de regionaal commandant, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris uitgenodigd worden bij de vergadering aanwezig te zijn. Op grond van artikel 13 van de Wvr wordt ook de Commissaris van de Koning uitgenodigd om bij de vergaderingen aanwezig te zijn. Derde lid. Voor deze bepaling is aansluiting gezocht bij de Gemeentewet. De functie van secretaris wordt uitgevoerd door de algemeen directeur (zie hiervoor artikel 17 van de regeling).
Artikel 8: Besluitvorming De definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van een vergaderjaar worden pas per september van datzelfde vergaderjaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vastgesteld. Dit maakt dat het vaststellen van de stemverhoudingen aan het begin van het vergaderjaar op basis van de definitieve cijfers van september onmogelijk is. Daarom is gekozen voor de definitieve bevolkingscijfers per 1 januari van het voorafgaande jaar. Artikel 10: Samenstelling dagelijks bestuur Eerste lid. De gekozen omvang is ingegeven door de wens om te komen tot een slagvaardig dagelijks bestuur en als basis voor de te verdelen portefeuilles. Het is niet mogelijk om vervangers aan te wijzen voor de leden van het dagelijks bestuur. Dit blijkt uit de Memorie van Toelichting van de Wgr. Bij vervanging met een incidenteel of tijdelijk karakter kan worden volstaan met een interne vervangingsregeling binnen het dagelijks bestuur. Bij langdurige afwezigheid kan een ad interim bestuurder worden aangewezen of een opvolger. Tweede lid. Om een evenwichtige samenstelling van het dagelijks bestuur te behouden nadat de clusters zijn opgeheven, is ervoor gekozen om bij de samenstelling van het dagelijks bestuur rekening te houden met een evenwichtige geografische afvaardiging.
Daarnaast zijn leden van het dagelijks bestuur ook vanuit hun achtergrond en/of andere rollen/taken te koppelen aan een bepaalde portefeuille. Vandaar dat beide afwegingen een rol spelen bij het aanwijzen van de leden van het dagelijks bestuur. Artikel 11: Werkwijze en ondertekening stukken dagelijks bestuur De artikelen van de Gemeentewet, waarnaar in het derde lid wordt verwezen betreffen regelingen met betrekking tot stemmingen en vergaderingen.
4
21/44
Artikel 12: Bevoegdheden dagelijks bestuur De Wgr benoemt in artikel 33b de bevoegdheden van het dagelijks bestuur. De bevoegdheid tot het vaststellen van rechtspositieregelingen betreft de bevoegdheid, genoemd in artikel 33b, eerste lid, onder c. Het opnemen van deze bevoegdheid in artikel 12 van de regeling hangt samen met de aanstaande verandering van de rechtspositieregeling voor het personeel van de veiligheidsregio, die samenhangt met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Voor het personeel van de veiligheidsregio’s geldt tot nader order de CAR/UWO. Wel is met deze ontwikkeling artikel 19 van de regeling vervallen. De wens om te komen tot een slagvaardige besluitvorming binnen de veiligheidsregio is met gebruikmaking van onder meer de rechtsfiguren delegatie (zie hiervoor artikel 33a van de Wgr) en mandaat te realiseren. Daarmee kan gekomen worden tot een verdergaande bevoegdheidsverdeling tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Tevens is het mogelijk bevoegdheden te mandateren aan ambtenaren. Artikel 13: De voorzitter Eerste lid. Het bepaalde in het eerste lid is ontleend aan artikel 11, tweede lid van de Wvr. In artikel 11 Wvr is ook bepaald dat de voorzitter de veiligheidsregio in en buiten rechte vertegenwoordigt. Tweede lid.
Artikel 11, derde lid, van de Wvr bepaalt dat het algemeen bestuur één van zijn leden aanwijst die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. Artikelen 14 en 15: Inlichtingen en verantwoording Deze artikelen zijn een direct uitvloeisel van de Wgr en het daarin beoogde aanhalen van de banden met de gemeenten. Deze artikelen moeten gelezen worden in relatie met de artikelen 16 t/m 19 van de Wgr. De inlichtingen en verantwoordingsplicht van het dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen bestuur is sinds 1 januari 2015 geregeld in artikel 19a van de Wgr en hoeft niet meer in deze regeling te worden opgenomen. De feitelijke uitwerking van de artikelen 14 en 15 moet plaatsvinden in de reglementen van orde van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur als en van de gemeenteraden. In het laatste geval is het van belang dat de diverse gemeenten niet op zodanig verschillende wijze vragen om informatievoorziening, dat verzameling van de inlichtingen het apparaat van de regio bovenmatig belast. Artikel 16: Tegemoetkoming in de kosten Op grond van artikel 25, eerste lid, jo artikel 21 van de Wgr kan in de regeling worden bepaald dat het algemeen bestuur kan besluiten dat leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur een tegemoetkoming in de kosten ontvangen als die mogelijkheid in de gemeenschappelijke regeling wordt geopend.
Daarom wordt in dit artikel die mogelijkheid geboden. Andere kosten of vergoedingen worden niet verstrekt omdat in het algemeen en dagelijks bestuur alleen burgemeesters zitting hebben en artikel 21 van de Wgr hen van vergoeding van andere kosten uitsluit.
5
22/44
De mogelijkheid om aan leden van adviescommissies een vergoeding te verstrekken voor het bijwonen van vergaderingen vloeit rechtstreeks voort uit artikel 24, vierde lid van de Wgr. Artikel 19: Administratie en controle Hier wordt gedoeld op de regels inzake de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden (de financiële verordening en het treasury statuut), en de regels met betrekking tot de controle (de controleverordening en controleprotocol). Hiertoe wordt ook verwezen naar artikel 35, zesde lid, van de Wgr. Artikel 20: Begroting Vierde lid. De verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/ brandweer en rampenbestrijding wordt één maal per vier jaar vastgesteld op basis van de laatste septembercirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en geldt als verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdragen in de volgende vier jaren. Om ook in de toekomst rekening te blijven houden met de extra compensatie voor zorg, welke is verdisconteerd in het onderdeel woonruimte, wordt voor alle 22 gemeenten , de toename van wooneenheden van de septembercirculaire 2015 t.o.v. de meicirculaire 2015 in mindering gebracht bij het bepalen van de omvang van de woonruimten.
Op deze manier wordt altijd (structureel) recht gedaan aan de extra compensatie die vanaf de septembercirculaire 2015 is opgenomen. (Er wordt recht gedaan aan het door het Ministerie toegezegde effect van de overgang op het gebruik van gegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) verder te verkleinen voor gemeenten met studentenflats en/of zorginstellingen). Vijfde lid. Als de verhouding per gemeente, zoals vastgesteld op grond van het vierde lid van dit artikel, in enig jaar als gevolg van wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde en veiligheid/ brandweer in het gemeentefonds meer dan 5% afwijkt, dan zal de verhouding opnieuw worden vastgesteld; de nieuwe verhouding zal gelden met ingang van het jaar dat de wijzigingen van de maatstaven voor het cluster openbare orde/ brandweer van kracht zijn. Artikel 21: Begrotingswijzigingen In dit artikel is een eenvoudige, en daardoor efficiënte procedure opgenomen voor begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage. Deze zogenaamde budgettair neutrale begrotingswijzigingen kunnen rechtstreeks door het algemeen bestuur worden vastgesteld zonder tussenkomst van de gemeenteraden. Ook hoeft de termijn voor het inbrengen van zienswijzen van acht weken in deze gevallen niet te worden aangehouden.
Artikel 35, vijfde lid, van de Wgr maakt een dergelijke, vereenvoudigde begrotingsprocedure mogelijk. Artikel 22: Financiële middelen Dit artikel is opgenomen omdat is gebleken dat instellingen de kredietwaardigheid van openbare lichamen op grond van de Wgr als minder beoordelen als in de regeling niet met zoveel woorden de aansprakelijkheid is geregeld van de deelnemers aan het openbaar lichaam voor verplichtingen die door het openbaar lichaam worden aangegaan.
6
23/44
Artikel 23: Gevolgen voor de roerende en onroerende zaken Bij de uitoefening van de brandweertaken maakt de veiligheidsregio gebruik van roerende en onroerende zaken (materieel en materiaal in de zin van voertuigen, blus- en hulpverleningsmiddelen, verbindingsmiddelen, specialistische kleding en gebouwen / inventaris). Deze middelen zijn deels in eigendom van dan wel in bruikleen (vanwege het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beschikbaar gesteld) bij de veiligheidsregio en deels in eigendom bij de deelnemende gemeenten. Gelet op de overdracht van de taken door de colleges aan de veiligheidsregio kunnen aanvullende rechtshandelingen nodig zijn om, indien gewenst, de eigendom van gemeentelijke roerende en onroerende zaken te doen overgaan naar de veiligheidsregio. Het enkel overdragen van de taken door de colleges aan de veiligheidsregio leidt niet van rechtswege tot wijzigingen in de eigendomsverhoudingen of de beheerovereenkomsten. Artikel 24: Verplichtingen van de colleges Hier is een beschrijving opgenomen van faciliteiten en informatie die binnen een gemeente beschikbaar zijn en noodzakelijk zijn voor een goede taakoefening van de brandweer en GHOR. Met de regeling worden de brandweertaken overgedragen door de gemeenten aan de veiligheidsregio en is het noodzakelijk om afspraken vast te leggen over de beschikbaarstelling hiervan.
Artikel 25: Claims Op grond van de Wet Veiligheidsregio’s zijn de colleges onder meer belast met de primaire brandweerzorg. Deze taak dragen zij over aan de veiligheidsregio. Tot de inwerkingtreding van de Wet Veiligheidsregio’s berustte de taak en de uitoefening ervan bij de individuele colleges. Het uitvoeren van brandweertaken geschiedde onder verantwoordelijkheid van de individuele colleges. Derden die aanspraken (menen te) hebben vanwege de taakuitvoering door de gemeentelijke brandweer kunnen trachten deze via rechterlijke procedures af te dwingen. De gemeente is daarbij de instantie die aangesproken kan worden. Vanwege de nadrukkelijke samenhang met de wijze waarop de wetgever in de taaktoedeling van de brandweertaken voorzag is deze bepaling opgenomen. Artikel 26: Toetreding en uittreding Gelet op de verplichting om een gemeenschappelijke regeling te treffen is toe- en uittreding alleen mogelijk als de indeling van de veiligheidsregio’s wordt gewijzigd. Voordat tot toe- of uittreding van een gemeente wordt overgegaan is toestemming van de gemeenteraden nodig. Deze kan alleen geweigerd worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel 27: Wijziging regeling Voordat tot wijziging van de regeling kan worden overgegaan is toestemming van de gemeenteraden nodig. Deze kan alleen geweigerd worden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Artikel 29: Geschillenregeling Beslechting van geschillen is in artikel 28 van de Wgr aan gedeputeerde staten opgedragen. Om niet ieder geschil onmiddellijk aan gedeputeerde staten te hoeven voorleggen is een tussenregeling opgenomen. 7
24/44
Aanvullend is de bepaling opgenomen, dat partijen die bij het geschil zijn betrokken, van te voren overeen kunnen komen dat het advies van de door het dagelijks bestuur benoemde geschillencommissie bindend zal zijn. Artikel 30: Rechtsopvolging De Veiligheidsregio is met ingang van 1 april 2004 in de rechten en plichten van de drie destijds fuserende regio’s getreden voor wat betreft de Regionale Brandweer-, GHOR- en CPA-taken. Voor de beschrijving van de betreffende taken wordt verwezen naar de tekst van de regeling zoals die gold per 1 april 2004. Bepalend voor deze rechten en plichten zijn de vastgestelde begrotingen voor het dienstjaar 2004 van de voormalige regio’s (eerste tot en met derde lid). Het bepaalde in dit artikel hangt samen met het ontstaan van de veiligheidsregio per 1 april 2004.
8
25/44
Overzicht GR VNOG 2017 vs. wijziging GR VNOG 2021 In dit overzicht vindt u de tekst van de Gemeenschappelijke regeling VNOG, zoals die geldt na de eerste wijziging van de regeling per 1 januari 2017 tegenover de tekst van de nu voorgestelde wijziging. De voorgestelde wijzigingen zijn vet gemaakt en onderstreept. De bepalingen die geen wijziging ondergaan zijn niet in dit overzicht opgenomen. Daarvoor wordt verwezen aan de tekst van de regeling, waarin de wijzigingen in geel zijn aangegeven.
Gemeenschappelijke regeling VNOG 2017 Gemeenschappelijke regeling VNOG 2021 De wijziging leidt tot een hernummering van de artikelen: De artikelen 15 t/m 18 worden hernummerd in artikelen 14 t/m 17; De artikelen 20 t/m 23 worden hernummerd in artikelen 18 t/m 21; De artikelen 25 t/m 32 worden hernummerd in artikelen 22 t/m 29; De artikelen 34 t/m 38 worden hernummerd in artikelen 30 t/m 34. Hoofdstuk I Algemene Bepalingen
Hoofdstuk I Algemene Bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2; b. gemeente: een gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders deelneemt aan deze regeling; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. raad: de raad van een gemeente; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s; g. personeel: de bij de veiligheidsregio aangestelde ambtenaren en personen met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten, dan wel personen die op grond van enig ander verbindend voorschrift in dienst zijn van de veiligheidsregio; h. regionaal commandant: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s; i. algemeen directeur: de algemeen directeur bedoeld, in artikel 18; j. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid Wet veiligheidsregio’s; k. coördinerend functionaris gemeenten: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s. 2.
Waar artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester onderscheidenlijk de veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de veiligheidsregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 9 van de Wvr; b. gemeente: een gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders deelneemt aan deze regeling; c. college: het college van burgemeester en wethouders van een gemeente; d. raad: de raad van een gemeente; e. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; f. GHOR: de GHOR, bedoeld in artikel 1 van de Wvr; g. personeel: de werknemers in dienst van de veiligheidsregio op grond van een publiekrechtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; h. commandant brandweer: de commandant, bedoeld in artikel 25, derde lid van de Wvr; i. vervallen i. directeur publieke gezondheid: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wvr; j. coördinerend functionaris: de coördinerend functionaris, bedoeld in artikel 36 van de Wvr; k. Wvr: Wet veiligheidsregio’s.