CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

159168RH 2021_BW_00026

Raadsvergadering 1 maart 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 1728.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zicht over het plangebied vanaf de Noorderhavenstraat. Op de achtergrond het spoor en de spooronderdoorgang.

2.2 Ontsluiting Ten behoeve van de ontwikkeling van het woongebied ‘Noorderhaven’ is aan de zuidzijde van Noorderhaven de Marstunnel aangelegd. Via deze onderdoorgang, die uit komt op de Coenensparkstraat, is Noorderhaven en daarmee het plangebied ontsloten in zuidelijke richting naar 7 36/824

het centrum en via de oude IJsselbrug naar Arnhem/Apeldoorn. Het plangebied wordt in noordelijke richting via de bestaande wegenstructuur ontsloten richting Deventer. Voor langzaamverkeer is een fietstunnel onder het spoor gerealiseerd ter hoogte van het plangebied.

2.3 Geldende planologische situatie Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ (2014). Dit plan is vastgesteld op 22 april 2013 en onherroepelijk geworden op 15 januari 2014. Binnen het gebied gelden de volgende bestemmingen: -

Enkelbestemming Centrum – Uit te werken Enkelbestemming Wonen – Uit te werken Enkelbestemming Verkeer – Spoor Dubbelbestemming Waarde – archeologie 2 Dubbelbestemming Archeologische verwachting 1 Dubbelbestemming Archeologische verwachting 2

Binnen het bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen van toepassing: -

Gebiedsaanduiding Overig - veld 15 Gebiedsaanduiding Overig - veld 16 Gebiedsaanduiding Overig - veld 17 Gebiedsaanduiding Veiligheidszone – spoor Gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1 Gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 2 Gebiedsaanduiding Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 4 Gebiedsaanduiding Geluidszone - spoor Gebiedsaanduiding Geluidszone - 30 km Gebiedsaanduiding Vrijwaringszone - Spoor Gebiedsaanduiding Wro-zone-wijzigingsgebied

Deze aanduidingen zien allemaal toe op de bescherming van aanwezige waarden of het waarborgen van milieubelangen. Al deze aanduidingen komen één op één in het uitwerkingsplan terug.

Bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ (www.ruimtelijkeplannen.nl). stippellijn ligt globaal het plangebied.

Binnen

de

rode 8

37/824

Centrum - Uit te werken De voor Centrum - Uit te werken aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) het wonen, hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen; b) aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven met een maximale vloeroppervlakte van 33,3% van de vloeroppervlakte van de woning met een maximum van 50 m2; c) kantoren; d) zelfstandige (publieksgerichte) kantoren, horeca in categorie 1 en 2 als genoemd in bijlage 4 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (horeca), consumentgerichte dienstverlening, (semicommerciële) maatschappelijke dienstverlening , detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, kinderdagverblijven en bedrijven in categorie A als genoemd in bijlage 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten Functiemenging categorie A t/m C, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van centrum - voorzieningen'; e) maatschappelijke voorzieningen, cultuur; f) groen- en speelvoorzieningen; g) fiets- en wandelpaden; h) verblijfsgebieden en parkeervoorzieningen, waaronder begrepen gebouwde parkeervoorzieningen en straatmeubilair; i) buurtontsluitingswegen, woonstraten en andere voorzieningen ten behoeve van het verkeer; j) een onderdoorgang ten behoeve van de bestemming Verkeer waar dit als zodanig is aangeduid; k) waterlopen en waterpartijen; l) nutsvoorzieningen; m) duikers; n) keerwand in verband met het vervoer van

gevaarlijke stoffen over de aangrenzende spoorlijn; o) wind afschermende bebouwing en/of voorzieningen; p) transportleidingen; q) overige bouwwerken geen gebouwen zijnde. In het moederplan ‘Noorderhaven’ zijn in artikel 10.2 de algemene uitwerkingsregels opgenomen, in artikel 10.3 de specifieke uitwerkingsregels. De regels voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen om onder voorwaarden woningen toe te staan in veld 15, 16 en 17. Aan deze regels wordt in de volgende paragraaf getoetst. Woongebied - Uit te werken De voor Woongebied - Uit te werken aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) woningen hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen; b) aan huis verbonden beroepen en aan huis verbonden bedrijven met een maximale vloeroppervlakte van 33,3% van de vloeroppervlakte van de woning met een maximum van 50 m2; c) zelfstandige (publieksgerichte) kantoren, horeca in categorie 1 en 2 als genoemd in bijlage 4 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (horeca), consumentgerichte dienstverlening, (semicommerciële) maatschappelijke dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, kinderdagverblijven en bedrijven in categorie A als genoemd in bijlage 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten Functiemenging categorie A t/m C, uitsluitend op de begane grond van gestapelde woningen ter plaatse van aanduiding

'specifieke vorm van centrum voorzieningen'; d) maatschappelijke voorzieningen; 9 38/824

e) een hotel is uitsluitend toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 2'; f) ter plaatse van de aanduiding 'kantoor', is in het bestaande gebouw een kantoor toegelaten; g) buurtontsluitingswegen, woonstraten en andere voorzieningen ten behoeve van het verkeer; h) wandel- en fietspaden; i) waterlopen en voorzieningen voor de waterhuishouding; j) groen- en speelvoorzieningen; k) verblijfsgebieden en parkeervoorzieningen, waaronder begrepen gebouwde parkeervoorzieningen en straatmeubilair; l) nutsvoorzieningen; m) keerwand in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aangrenzende spoorlijn; n) transportleidingen. In het moederplan ‘Noorderhaven’ zijn in artikel 11.2 de algemene uitwerkingsregels opgenomen, in artikel 11.3 de specifieke uitwerkingsregels. De regels voorzien in de mogelijkheid voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen om onder voorwaarden woningen toe te staan in veld 15-17. Aan deze regels wordt in de volgende paragraaf getoetst. Verkeer - Spoor De voor Verkeer - Spoor aangewezen gronden zijn bestemd voor: a) b) c) d) e)

verkeers- en vervoersdoeleinden per rail en bijbehorende functies; parkeerplaatsen; werkplaatsen; calamiteitenpad; keerwand in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over de aangrenzende spoorlijn; f) geluidsafschermende voorzieningen; g) parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; h) waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en voorzieningen. Waarde Archeologie - 2 De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (in dit geval woongebied – uit te werken), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Archeologische verwachting - 1 De voor Waarde - Archeologische verwachting 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (in dit geval wonen – uit te werken), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem. Archeologische verwachting - 2 De voor Waarde - Archeologische verwachting 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen (in dit geval woongebied – uit te werken), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische resten in de bodem.

10 39/824

In het bestemmingsplan is opgenomen dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarbij sprake is van bodemingrepen de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Afhankelijk van de uitkomsten van dat onderzoek kan worden bepaald dat maatregelen getroffen moeten worden. In paragraaf 4.11 wordt aandacht geschonken aan het aspect Archeologie.

2.4 Toets aan uitwerkingsregels De uitwerking van de bestemmingen ‘Centrum -Uit te werken’ en ‘Wonen – uit te werken’ moet voldoen aan een aantal voorwaarden die zijn opgenomen in het moederplan ‘Noorderhaven’. Onderdeel van de uitwerkingsregels is dat het aantal te realiseren wooneenheden aan een maximum van 840 + 20% - 1040 is gebonden. Op dit moment dat onderliggend bestemmingsplan in procedure wordt gebracht zijn de volgende woningaantallen gerealiseerd of worden gerealiseerd, waardoor ze meegenomen kunnen worden bij de toetsing van het totaal aantal te realiseren woningen binnen Noorderhaven. Het betreft de aantallen in de kolom ‘app’. Er wordt bij enkele uitwerkingsregels verwezen naar de volgende tabel en geconcludeerd dat het maximum aantal woningen niet wordt overschreden. Daarnaast is in kolom ‘cvg’ het aantal te realiseren m2 commerciële ruimte benoemd. Projecten opgeleverd

ggb

cvg

app

veld 10 ieder1 veld 8 ieder1 veld 1314 ieder1 veld 8 kavels veld 1314 13 koop 8 huur veld 1314 12 koop veld 10 overig veld 18/19 f1 veld 1 veld 11,12

21 8 21 12 13 28 7

360 479

Totaal projecten opgeleverd:

110

Projecten actief

totaal

360

31 19 44 34 35 119

31 19 65 8 21 12 47 28 35 486

1.992

282

392

75 150 28 116 21 28 8

152 150 51 77 134 30 28 8 -

793

ggb

app

veld 21 veld 2,3 veld 9 veld 15,16,17 f1 veld 4 veld 5** veld 18/19 f2** veld 8 Zozijn veld 21 directiewoning

77 23 77 18 9 -

Totaal projecten actief:

204

1.138

426

630

Totaal Noorderhaven

314

3.130

708

1.022

284 400 270 184

-

De plannen in de geel gearceerde velden bevinden zich zijn nog in een conceptfase. De overige plannen zijn concreet.

11 40/824

Centrum - Uit te werken Toetsing aan algemene uitwerkingsregels (artikel 10.2): •

Onder a. Voor de gronden binnen het plangebied met een woonbestemming (Woongebied, Woongebied - Uit te werken en Centrum - Uit te werken) geldt voor deze bestemmingen gezamenlijk, dat maximaal 840 woningen mogen worden gerealiseerd, met dien verstande dat de wijzigingsbevoegdheid als genoemd onder 21.1 sub a en de bevoegdheid tot afwijken als genoemd onder 11.4 onder a in dit aantal niet zijn meegenomen;

Met het realiseren van 77 woningen wordt het totaal aantal woningen van 840 binnen de bestemmingen ‘Woongebied- Uit te werken’ en ‘Centrum- Uit te werken’ niet overschreden. Dit aantal is door middel van wijzigingsbevoegdheden zelfs nog op te rekken naar 1050. Voor een onderbouwing wordt verwezen naar voorgaande tabel met de gerealiseerde en nog te realiseren woningaantallen. •

Onder n. Binnen de buitenste contour van de op de verbeelding aangegeven 'geluidzone spoor' mogen geen woningen worden gebouwd, tenzij wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder;

Er heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden waaruit naar voren komt dat door de gemeente Zutphen een hogere waarde kan worden vastgesteld. Op basis van dit besluit is het plan uitvoerbaar vanuit het oogpunt van akoestiek. •

Onder o. Bebouwing langs de spoorbaan dient een geluidsafschermende functie te vervullen en derhalve overwegend parallel aan de spoorbaan te worden opgericht;

De bebouwing ligt overwegend parallel langs het spoor, zie afbeeldingen in hoofdstuk 3. Waar dat niet het geval is, worden maatregelen genomen om de geluidbelasting op de gevel ten gevolge van het spoor te reduceren. •

onder p. Voor bebouwing langs de spoorbaan dient met betrekking tot trillingshinder ten gevolge van het treinverkeer de mogelijke trillingshinder te worden onderzocht en te worden afgewogen binnen de kaders van de ‘Meet- en beoordelingsrichtlijn trillinghinder’, dan wel de vervangende, dan geldende wettelijke regeling;

In het kader van onderliggend plan heeft een onderzoek naar trillingshinder plaatsgevonden. De resultaten zijn beschreven in hoofdstuk 5. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde regelgeving. •

Onder q. Bij de toepassing van parkeernormen in het plangebied wordt de normering gehanteerd zoals opgenomen in de bij deze regels behorende ‘bijlage parkeernormen Noorderhaven’;

In het plangebied is rekening gehouden met de ‘parkeernormen Noorderhaven’. Op onderdelen wordt hier in het kader van de zorgwoningen in hoofdstuk vijf van dit bestemmingsplan beargumenteerd van afgeweken.

12 41/824

Specifieke uitwerkingsregels (artikel 10.3): •

Onder b. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overig - veld 1' en 'overige - veld 17' worden naast kantoren woningen toegelaten, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'overige - veld 1' het maximaal aantal te bouwen woningen 65 bedraagt en ter plaatse van de aanduiding 'overige - veld 17' het maximaal aantal te bouwen woningen 27 bedraagt;

Aan deze eis wordt voldaan. Het aantal woningen in veld 17 bedraagt 15 woningen. •

Onder i. Ter plaatse van de aanduiding 'overig - veld 17' bedraagt de maximale bouwhoogte aan kantoren minimaal 10,8 meter en maximaal 18 meter.

Onderliggend plan voorziet niet in kantoren binnen veld 17 en zodoende is deze uitwerkingsregel niet relevant. •

Onder j. Ter plaatse van de aanduiding 'overig - veld 17' bedraagt voor de woonbebouwing de minimale bouwhoogte van 9 meter en een maximale bouwhoogte 14,5 meter;

Het bouwplan voor de woningen binnen veld 17 voldoet aan deze verplichting doordat de bebouwing gedeeltelijk in drie en gedeeltelijk in vier lagen is gebouwd. Ter plaatse van de drie lagen is de bebouwing hoger dan 9 meter, ter plaatse van de vier lagen is de bebouwing met circa 12,5 meter lager dan 14,5 meter. •

Onder l. Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen gelegen ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor', 'geluidzone - weg' dienen voor zover een ontheffing hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder is verleend te worden voorzien van minimaal één geluidsluwe gevel;

In het kader van onderliggend plan heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden waaruit naar voren komt dat door de gemeente Zutphen een hogere waarde moet worden vastgesteld. Ten gevolge van uitgevoerd akoestisch onderzoek is het bouwplan in lijn met deze uitwerkingsregel gebracht. Het plan voorziet in een geluidsluwe gevel. •

Onder o. Bebouwing binnen de op de verbeelding aangegeven 'veiligheidszone - spoor' dient in het kader van de externe veiligheidsrisico's ter plaatse zodanig te worden uitgevoerd dat van de naar het spoor gekeerde gevel niet meer dan 50% van het oppervlak uit glas of vergelijkbaar materiaal mag bestaan en dat er in de van het spoor gekeerde gevels voldoende (nood)uitgangen worden gerealiseerd.

Het bouwplan voldoet aan deze eis. Deze zijde van het bouwplan bestaat voor een belangrijk deel uit steen. Tevens is hier een nooduitgang aanwezig. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het bouwplan dat gelijktijdig met dit bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Wonen – Uit te werken’ Toetsing aan algemene uitwerkingsregels (artikel 11.2): •

Onder a. Voor de gronden binnen het plangebied met een woonbestemming (Woongebied, Woongebied - Uit te werken en Centrum - Uit te werken) geldt voor deze bestemmingen gezamenlijk, dat maximaal 840 woningen mogen worden gerealiseerd, met dien verstande 13 42/824

dat de wijzigingsbevoegdheid als genoemd onder 21.1 sub a en de bevoegdheid tot afwijken als genoemd onder 11.4 onder a in dit aantal niet zijn meegenomen; Met het realiseren van 77 woningen wordt het totaal aantal woningen van 840 binnen de bestemming ‘Woongebied- Uit te werken’ en ‘Centrum- Uit te werken’ niet overschreden. Voor een onderbouwing wordt verwezen naar voorgaande tabel met de gerealiseerde en nog te realiseren woningaantallen. •

Onder g. de totale oppervlakte aan zelfstandige (publieksgerichte) kantoren, horeca in categorie 1 en 2 als genoemd in bijlage 4 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (horeca), consumentgerichte dienstverlening, (semi-commerciële) maatschappelijke dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, kinderdagverblijven en bedrijven in categorie A als genoemd in bijlage 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten Functiemenging categorie A t/m C voor het gehele plangebied bedraagt maximaal 6350 m2 bruto-vloeroppervlakte, waarbij de bruto vloeroppervlakte in de gebouwen met de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' niet worden meegerekend en ook de extra bruto vloeroppervlakte genoemd onder 11.2 lid i niet wordt meegerekend;

Het plan bouwplan voorziet in circa 400 m2 bruto vloeroppervlak aan commerciële/maatschappelijke ruimten. Met dit oppervlakte wordt het maximum aantal van 6350 m2 uit het bestemmingsplan niet overschreden. Voor een onderbouwing wordt verwezen naar voorgaande tabel met de gerealiseerde oppervlakten aan commerciële ruimten. In de kolom ‘cvg’ is het aantal gerealiseerde en voorziene vierkante meters commerciële ruimten benoemd. Het aantal van 6350 m2 wordt niet overschreden. •

Onder l. Binnen de buitenste contour van de op de verbeelding aangegeven 'geluidzone - weg' en de as van de wijkontsluitingsweg mogen geen woningen worden gebouwd, tenzij wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder;

Akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat het plan (na vaststelling van een hogere grenswaarde) voldoet aan de wettelijke akoestische kaders. •

Onder n. Binnen de buitenste contour van de op de verbeelding aangegeven 'geluidzone spoor' mogen geen woningen worden gebouwd, tenzij wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder;

Ten aanzien van de woningen die binnen de buitenste contour van de op de verbeelding aangegeven ‘geluidzone - spoor’ vallen, is op basis van akoestisch onderzoek aangetoond dat wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarden en/of de hogere grenswaarde. Dit wordt nader onderbouwd in hoofdstuk 5. •

Onder o. Bebouwing langs de spoorbaan dient een geluidsafschermende functie te hebben en derhalve overwegend parallel aan de spoorbaan te worden opgericht.

De bebouwing ligt overwegend parallel langs het spoor, zie afbeeldingen in hoofdstuk 3. Waar dat niet het geval is, worden maatregelen genomen om de geluidbelasting op de gevel ten gevolge van het spoor te reduceren. •

Onder p. Voor bebouwing langs de spoorbaan dient met betrekking tot trillingshinder ten gevolge van het treinverkeer de mogelijke trillingshinder te worden onderzocht en te worden 14 43/824

afgewogen binnen de kaders van de ‘Meet- en beoordelingsrichtlijn trillinghinder’, dan wel de vervangende, dan geldende wettelijke regeling; In het kader van onderliggend plan heeft een onderzoek naar trillingshinder plaatsgevonden. De resultaten zijn beschreven in hoofdstuk 5. Hieruit blijkt dat het plan voldoet aan de gestelde regelgeving. •

Onder q. Bij de toepassing van parkeernormen in het plangebied wordt de normering gehanteerd zoals opgenomen in de bij deze regels behorende ‘bijlage parkeernormen Noorderhaven’;

In het plangebied is rekening gehouden met de ‘parkeernormen Noorderhaven’. Op onderdelen wordt hier in het kader van de zorgwoningen in hoofdstuk vijf van dit bestemmingsplan beargumenteerd van afgeweken. •

onder r. Woningen en andere hindergevoelige objecten zijn uitsluitend toegelaten indien genoegzaam is aangetoond dat feitelijk en op grond van de juridisch vergunde situatie de milieuruimte van binnen en buiten het plangebied gelegen bedrijven zodanig is aangepast dat daarmee ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Bij uitwerking wordt rekening gehouden met: o de geluiduitstraling van de binnen en buiten het plangebied gelegen bedrijven, waarbij pas buiten de 50 dB(A) contour wordt voorzien in de bestemming Wonen; o dan wel wordt bij de uitwerking afgewogen of ook bij een geluidbelasting van maximaal 53 dB(A) ten gevolge van binnen of buiten het plangebied gelegen bedrijven, woningbouw kan worden toegelaten. Hierbij dient de geluidruimte van 53 dB(A) op grond van de feitelijke en juridische situatie te worden vastgelegd en dient bij de uitwerking van de bouwvlakken rekening gehouden wordt met de geluidbelasting vanwege de bedrijven. De geluidbelasting van maximaal 53 dB(A) wordt alleen acceptabel geacht, vanwege de al aanwezige geluidbelasting vanwege wegverkeer en de aanwezigheid van een geluidluwe gevel.

Aan deze eis wordt voldaan. In hoofdstuk vijf wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Specifieke uitwerkingsregels (artikel 11.3): •

Onder b. de totale oppervlakte aan zelfstandige (publieksgerichte) kantoren, horeca in categorie 1 en 2 als genoemd in bijlage 4 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (horeca), consumentgerichte dienstverlening, (semi-commerciële) maatschappelijke dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen, kinderdagverblijven en bedrijven in categorie A als genoemd in bijlage 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten Functiemenging categorie A t/m C, is uitsluitend toegelaten ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van centrum voorzieningen' waarbij de functies bovendien uitsluitend op de begane grond zijn toegelaten;

Binnen het geldende bestemmingsplan is geen aanduiding 'specifieke vorm van centrum voorzieningen' opgenomen, waarmee de commerciële ruimten/maatschappelijke voorzieningen niet te realiseren zijn. Het bestemmingsplan wordt op dit punt gewijzigd. •

Onder j. Ter plaatse van de aanduiding 'overig - veld 15' en 'overig - veld 16' gezamenlijk geldt maximaal aantal te bouwen woningen van 31; 15 44/824

Aan deze eis wordt voldaan. Het aantal woningen overstijgt het aantal van 31 woningen niet. In veld 15 worden 64 woningen gerealiseerd. Hiervan tellen 36 woningen als 3 woningen vanwege de zorgfunctie. In het moederplan Noorderhaven (artikel 9.2 lid n) is daarover opgenomen dat iedere 12 zorgwoningen één gemeenschappelijke wooneenheid vormen. Er is daarom feitelijk sprake van 28+3 = 31 woningen in veld 15 en veld 16. •

Onder m. Het hoofdgebouw dient gebouwd te worden binnen het bouwvlak op maximaal 1,5 meter van de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak met dien verstande dat deze voorste bouwgrens uitsluitend mag worden overschreden door een balkon en ondergeschikte bouwonderdelen, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt;

Getuige het bijgevoegde bouwplan wordt aan deze eis voldaan. •

Onder w. Ter plaatse van de aanduiding 'overig - veld 15', 'overig - veld 16' en 'overig - veld 19', geldt een minimale bouwhoogte van 9 meter en de maximale bouwhoogte 14,5 meter;

Het bouwplan voor de woningen voldoet aan deze verplichting doordat de bebouwing gedeeltelijk in drie en gedeeltelijk in vier lagen is gebouwd. Ter plaatse van de drie lagen is de bebouwing hoger dan 9 meter, ter plaatse van de vier lagen is de bebouwing met circa 12,5 meter lager dan 14,5 meter. •

Onder aa. Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen gelegen ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor', 'geluidzone - weg' dienen voor zover een ontheffing hogere waarden op grond van de Wet geluidhinder is verleend te worden voorzien van minimaal één geluidsluwe gevel;

In het kader van onderliggend plan heeft akoestisch onderzoek plaatsgevonden waaruit naar voren komt dat door de gemeente Zutphen een hogere waarde moet worden vastgesteld. Ten gevolge van uitgevoerd akoestisch onderzoek is het bouwplan in lijn met deze uitwerkingsregel gebracht. Het plan voorziet in een geluidsluwe gevel.

2.5 Conclusie Het voorziene bouwplan is niet in lijn met alle in het moederplan ‘Noorderhaven‘ opgenomen uitwerkingsregels. Het aantal woningen per veld wijkt af van de regels en commerciële/maatschappelijke ruimten zijn niet mogelijk binnen het moederplan. Daarom wordt het bestemmingsplan gewijzigd om het voorziene bouwplan mogelijk te maken. Het plan voorziet onder andere in zorgwoningen. Binnen de uitwerkingsregels is dit type woning niet uitgesloten. Desondanks worden de voorziene zorgwoningen in onderliggend bestemmingsplan, in lijn met andere zorgwoningen binnen Noorderhaven, specifiek aangeduid.

16 45/824

3. Beschrijving van het initiatief 3.1 Achtergrond Het plangebied waarop dit bestemmingsplan van toepassing is, maakt onderdeel uit van een groter plan: gebiedsontwikkeling Noorderhaven. In dit hoofdstuk wordt, om de context van dit bestemmingsplan te duiden, vanuit het overkoepelende plan ingezoomd op het plangebied.

3.2 Ontwikkeling Noorderhaven Op bedrijventerrein De Mars, gelegen ten noorden van de spoorweg Deventer-Arnhem, vindt een herstructurering plaats. Het noordelijke deel van dit bedrijventerrein blijft als bedrijventerrein in gebruik maar het zuidelijke deel, Noorderhaven (direct ten noorden van het stationsgebied) krijgt in de vorm van woningen een nieuwe functie. In het masterplan De Mars (2004) is dit gebied gereserveerd voor centrumfuncties, wonen en kantoren. Ten behoeve van de planvorming is voor dit gebied een stedenbouwkundig plan opgesteld waarin de invulling van het gebied op hoofdlijnen is uitgewerkt (KCAP, 2010). Dit stedenbouwkundig plan vormde de basis voor het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ waarin de beoogde functies binnen het plangebied zijn bestemd. Het bestemmingsplan is globaal van aard. Het heeft tot doel de grote lijnen voor het gebied vast te leggen ten einde dit op een later moment per deelgebied uit te werken. Ook voor onderliggend plangebied zijn uitwerkingsregels opgesteld. Op basis van gewijzigde marktomstandigheden kan niet meer aan de uitwerkingsregels worden voldaan. Dit is reden om voor het plangebied een apart bestemmingsplan op te stellen. Op onderstaande afbeelding is een impressie van het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan voor Noorderhaven weergegeven, met in de zuidoosthoek het plangebied, destijds nog aangeduid als veld 15 en 16.

Het plangebied is opgedeeld waardoor veld 17 is toegevoegd.

Plangebied binnen het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan. 17 46/824

3.3 Beschrijving voorziene plan In 2019 heeft een herijking van het stedenbouwkundig plan voor onder andere de velden 15, 16 en 17 plaatsgevonden. Dit is vastgesteld door het college van de gemeente Zutphen. Op onderstaande afbeelding is dat weergegeven.

Herijking stedenbouwkundig plan veld 15 – 17. Op basis van dit nieuwe stedenbouwkundige plan is het voorziene bouwplan afgestemd. Het programma voor het plangebied bestaat zowel uit woningbouw als uit commerciële/maatschappelijke ruimten die binnen de vastgelegde velden uit het moederplan Noorderhaven zijn gelegen. Concreet gaat het daarbij om: -

15 koopwoningen 23 vrije sector huurwoningen (op begane grond en verdiepingen) 36 sociale huurwoningen (op begane grond en verdiepingen) 36 zorgwoningen (op begane grond en verdiepingen) Een gebouw met een fietsenstalling en bergingen Circa 400 m2 ruimte voor commerciële/maatschappelijke voorzieningen: deels op de begane grond, deels boven het gebouw met fietsenstalling en bergingen

Op de volgende afbeelding is de stedenbouwkundige invulling weergegeven.

18 47/824

Stedenbouwkundige invulling plangebied. Bron: Van Veen architecten BV. Het plan bestaat uit drie bebouwingsblokken met appartementen die een gezamenlijk binnenterrein omsluiten. Grenzend aan het binnenterrein bevindt zich een gebouw met fietsenstallingen en bergingen en een ontmoetingsruimte. Tussen deze berging en het spoor ligt een strook parkeerplaatsen. In het westelijk gelegen bouwblok bevinden zich zorgwoningen (36) en huurwoningen (36). Op de begane grond van dit bouwblok bevindt zich aan de zijde van de Noorderhavenstraat een commerciële plint met daarboven appartementen. De commerciële plint wordt gebruikt voor sociaal-maatschappelijke functies ten behoeve van de zorgwoningen en/of de buurt. De exacte invulling volgt op basis van input van de voorziene huurder. Aan de Noorderhavenstraat worden tevens 23 vrije sector huurwoningen gerealiseerd. De koopwoningen bevinden zich aan de oostzijde van het plangebied. Op de volgende afbeelding is een impressie van de voorziene bebouwing ten opzichte van de omgeving weergegeven.

19 48/824

Impressie voorziene bebouwing. Bron: Van Veen architecten BV.

3.4 Conclusie Onderliggend plan voorziet in de realisatie van 77 appartementen en circa 400 m2 commerciële/maatschappelijke ruimte. Het plan is afgestemd op de voorziene verkaveling van Noorderhaven als geheel en de reeds bebouwde omgeving. De bebouwing ligt in het verlengde van de bestaande wegenstructuur en omsluit een gemeenschappelijk binnenterrein dat wordt ingericht met groen en parkeren. Hierdoor is de bebouwing zo ver mogelijk van het spoor gelegen.

20 49/824

4. Beleidskader 4.1 Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ruimtelijke ingrepen of initiatieven in meer of mindere mate getoetst aan rijks-, provinciaal en/of gemeentelijk beleid. In dit hoofdstuk vindt deze toetsing voor zover relevant plaats.

4.2 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Per 1 oktober 2012 is deze ladder als motiveringseis in artikel 3.1.6, tweede en derde lid van het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. De ladder is een instrument waarmee vraag en aanbod van stedelijke functies goed op elkaar afgestemd worden. Per 1 juli 2017 heeft een wijziging opgetreden in de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Daar waar de ladder voorheen uit drie treden bestond (bepalen regionale vraag naar ruimte, bouwen binnen bestaand stedelijk gebied en goede (multimodale) ontsluiting), bevat de ladder nu geen treden meer. De treden ‘bepalen regionale vraag naar ruimte’ en ‘bouwen binnen bestaand stedelijk gebied’ zijn samengevoegd en ‘een goede multimodale ontsluiting’ is geschrapt. Daarnaast geldt dat de termen ‘actuele’ en ‘regionale’ zijn geschrapt. Onderzocht moet worden of er wel behoefte is aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wordt niet al elders voorzien in deze behoefte? En is er wel vraag naar deze voorziening? Blijkt er behoefte te zijn waarin al voorzien wordt, dan geldt de regel dat inbreiden gaat boven uitbreiden. Herstructurering en verbetering van bestaande terreinen dan wel transformatie van bestaande gebouwen heeft de voorkeur boven het ontwikkelen van nieuwe terreinen en gebouwen.

De gemeente zal bij nieuwe ontwikkelingen moeten onderbouwen op welke manier met deze voorwaarden rekening is gehouden en waarom voor een bepaalde ontwikkeling op de voorgestelde locatie is gekozen. Dat is in onderliggend plan gedaan. Het plan is een uitwerking van een groter ontwikkelingsplan, plan ‘Noorderhaven’. Dit project is regionaal afgestemd en daarmee opgenomen in de regionale structuurvisie. Geconcludeerd kan worden dat het onderliggende plan, als onderdeel van Noorderhaven, past binnen de regionale afspraken en het bestaande ruimtelijke beleid. Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. De rijksvaarwegen en grote rivieren maken onderdeel uit van dit nationale belang. Het plangebied ligt in de buurt van de IJssel. De IJssel maakt onderdeel uit van de rijksvaarwegen en betreft een grote rivier, waarmee het projectgebied een relatie heeft met de Barro. In het kader van bestemmingsplan Noorderhaven is in het kader van externe veiligheid en het aspect water gekeken naar de invloed van het plan op de IJssel en andersom.

Uit de beoordeling komt naar voren dat het plan niet voorziet in maatregelen die een belemmering vormen voor transport over de IJssel, voor de doorstroming van de IJssel en voor de veiligheid.

21 50/824

4.3 Provinciaal beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Gelderland (2018) In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur, wonen en landbouw. Zutphen ligt in de Cleantech Regio (voorheen Stedendriehoek), een gebied dat expliciet is benoemd in de Omgevingsvisie. Daarin is het volgende opgenomen. Een goed vestigingsklimaat is een belangrijke troef van de Cleantech Regio. De regio is goed bereikbaar en ligt in het unieke landschap van de Veluwe, Salland, Achterhoek en de IJsselvallei. De voordelen van stad, dorp en platteland worden er gecombineerd. Maat en schaal van het gebied zijn overzichtelijk en de sociale betrokkenheid is groot. Centrale opgave is een nog verdere versterking van het vestigingsklimaat in de regio. Daaraan liggen vier deelopgaven ten grondslag: -

innovatie krachtig maken; sociaal kapitaal beter benutten; blijven werken aan bereikbaarheid; de leefomgeving met kwaliteit versterken.

De inzet van de gemeenten, maatschappelijke organisaties, ondernemers in beide provincies (Gelderland en Overijssel) is nodig om invulling te geven aan de opgaven in de Cleantech Regio. De gezamenlijke inspanningen richten zich onder andere op het versterken van de leefomgeving met kwaliteit, op basis van de volgende speerpunten: -

afstemmen van wonen, werken en voorzieningen; landschappen en cultuurhistorische identiteit beter ontsluiten en beleven; kwaliteit van de leefbaarheid vasthouden.

Onderliggend bestemmingsplan voorziet hierin door een bedrijventerrein te transformeren naar een woonlocatie waar kwaliteit wordt toegevoegd waardoor de leefbaarheid wordt vergroot.

4.3.2 Afsprakenkader Woningbouwprogrammering Stedendriehoek 2015-2024 De 8 gemeenten (Deventer, Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) van de Clean Tech Regio hebben gezamenlijk en in afstemming met de provincies Gelderland en Overijssel een Regionale Woonagenda 2018-2026 opgesteld. Deze Woonagenda is in november 2018 door de betrokken gemeenten vastgesteld en vervangt daarmee het vorige Afsprakenkader Woningbouwprogrammering Stedendriehoek 2015-2024. Uitgangspunt voor de Woonagenda is om recht te doen aan de variëteit aan kwaliteiten in de Clean Tech regio. De Woonagenda past binnen de kaders van de koers van de provincie Gelderland zoals vastgelegd in ‘Ruimte voor goed wonen’. In de Woonagenda 2015 tot en met 2024 was voor de gemeente Zutphen een netto woningbouwaantal voor 1.100 woningen vastgelegd. Netto houdt in dat bij het woningbouwaantal al rekening is gehouden met sloop en administratieve onttrekkingen van woningen. In de nieuwe Woonagenda 2018 kan worden gebouwd binnen een maximale bandbreedte en is er meer aandacht voor maatwerk. Hierbij gaat het om wat is kwalitatief goed voor Zutphen is als het om bouwen en wonen gaat. Voor de gemeente Zutphen betekent dat op basis van de bevolkingsprognose (Primos 22 51/824

2016), actuele migratiecijfers en de noodzaak om de zwakke sociaal economische positie te versterken netto 225 woningen meer dan de vorige 1100 woningen mogen worden gebouwd. Het gaat in de Woonagenda 2018-2026 om maximaal 1325 woningen netto. Aan de hand van deze nieuwe maximale bandbreedte zijn keuzes gemaakt. De kwalitatieve afspraken in de nieuwe regionale woonagenda m.b.t. Sterke steden, Verduurzamen, Wonen en Zorg, maar ook beleidsmatige, ruimtelijke, juridische en financiële aspecten van onze lokale woningbouwplannen zijn integraal afgewogen. De planontwikkeling Noorderhaven veld 15-17 past binnen de gemaakte afspraken.

4.4 Regionaal beleid Het plan Noorderhaven is als ontwikkelingsplan genoemd in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030. Het onderliggende plan betreft een uitwerking van het plan Noorderhaven en levert een bijdrage aan een realisatie hiervan. Onderliggend plan is hierdoor in lijn met het regionale beleid.

4.5 Waterschap Rijn en IJssel Het beleid van het waterschap werkt door in het beleid van lagere overheden. In hoofdstuk 5 is de watertoets met de toekomstige waterhuishouding in het projectgebied beschreven. De toekomstige waterhuishouding wordt vormgegeven binnen de beleidskaders van het waterschap.

4.6 Gemeentelijk beleid 4.6.1 Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020 De gemeente Zutphen heeft een Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020. In de visie wordt gesteld dat Zutphen zijn bestaande identiteit wil behouden en versterken, maar zich tegelijkertijd verder wil ontwikkelen als een moderne stad, waarin historie en dynamiek hand in hand gaan. De gemeente wil zich profileren als een duurzame gemeente, met een sterke sociale en economische structuur en burgers die tevreden zijn over het woon- en leefklimaat. De ontwikkeling van Noorderhaven draagt bij aan de verbetering van het leefklimaat.

4.6.2 Binnenstadsvisie 2030 Het projectgebied maakt ook onderdeel uit van de ruimere begrenzing van de Binnenstadsvisie 2030. De Binnenstadsvisie doet uitspraken over ingrepen die de ruimtelijke kwaliteit en het economisch, sociaal, verkeerskundig en ecologisch functioneren verbeteren. Ontwikkelingen op onder andere De Mars (waarbinnen het projectgebied Noorderhaven ligt) zijn in de Binnenstadsvisie beschreven. De uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan Noorderhaven, en daarmee onderliggend projectgebied, sluiten aan bij de Binnenstadsvisie 2030.

4.6.3 Woonvisie Zutphen: daar wil ik wonen 2019-2024 De woonvisie is in juli 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. De visie gaat uit van drie woonambities die onderling sterk met elkaar samenhangen, elkaar ondersteunen en/of versterken: Ambitie 1: Sterke positie als centrumgemeente Ambitie 2: Ambitieus in energietransitie en verlaging van woonlasten Ambitie 3: Sociaal-economisch evenwicht in woonwijken. 23 52/824

Deze ambities dragen allemaal bij aan de vier doelen van het gemeentelijke Focustraject om ook met wonen de sociaal economische kracht van de gemeente en haar inwoners te versterken. Voor de uitvoering van de ambities is een aantal strategische acties (16) benoemd. Als het gaat om de ontwikkeling van Noorderhaven dan draagt het plan bij aan alle 3 de ambities. We maken daarvoor gebruik van een strategisch woningbouwprogramma waarin plannen staan en/of worden toegevoegd die bijdragen aan de door de gemeente gewenste kwaliteitsslag. Dit doen we door het toevoegen van woningen in het duurdere segment (huur en koop) om het evenwicht in de woningvoorraad (verhouding sociaal en vrije marktsector) en de bevolkings- en inkomensdifferentiatie beter in balans te brengen. Zutphen heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Een onderdeel daarvan is het maken van een routeplan voor verduurzaming. Daarmee willen we enerzijds inzetten op fossielvrij en energiezuinig wonen. We investeren in bewustwording en verandering van houding en gedrag bij energiegebruik, isoleren van woningen en het ondersteunen bij de aanpak. Nieuwbouw wordt (zoveel) mogelijk energieneutraal. We streven naar gebalanceerde wijken met een mix van inkomensgroepen en leefstijlen. Tot slot stellen we eisen aan gezonde en groene woonwijken.

4.6.4 Welstand Ten behoeve van de Gebiedsontwikkeling Noorderhaven is een kwaliteitsteam opgericht. Dit kwaliteitsteam bewaakt de ruimtelijke en beeldkwaliteit van de gehele ontwikkeling van Noorderhaven. Het kwaliteitsteam heeft ingestemd met de stedenbouwkundige invulling van de velden 15, 16 en 17.

4.6.5 Geluid Geluidsplan Zutphen 2015-2025 De geldende geluidsnormen zijn op landelijk niveau vastgesteld, maar geluidhinder komt veelal lokaal voor. Lokaal komen situaties voor waarbij de normen geen recht doen aan de specifieke situatie en een integrale belangenafweging. Het gemeentelijke geluidsplan faciliteert, vergemakkelijkt en geeft richting aan de besluitvorming voor vraagstukken over geluid. Het doel van het geluidsplan is als volgt: Een vastgesteld gebiedsgericht geluidsplan, bestaande uit een analyse van de huidige geluidssituatie, een toetsingskader voor bedrijven, wegverkeer, railverkeer, bouw- en sloopwerkzaamheden, ruimtelijke ordeningsprocedures en hogere toelaatbare geluidsbelastingen, dat bijdraagt aan bescherming van huidige en toekomstige gevoelige bestemmingen en zorgt voor het behoud van de huidige bedrijfsactiviteiten en het bieden van ruimte voor nieuwe bedrijfsactiviteiten. Bij dit geluidsplan horen de separate nota’s ‘Hogere waarden geluid’ en ‘Bouw-/slooplawaai en trillingen’. Dit zijn actualisaties van al bestaande nota’s waarbij onder andere een versoepeling van geluidniveaus (nota `Bouw-/slooplawaai en trillingen’) en van enkele criteria zoals vervanging van bestaande bebouwing (‘Hogere waarden geluid’) heeft plaatsgevonden.

Nota hogere waarden geluid 2015-2025 Met de wijziging van de Wet geluidhinder is sinds 1 januari 2007 de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen na) gedecentraliseerd van de provincie naar de gemeente. 24 53/824

Voor het geven van eenduidig beleid voor het college van burgemeester en wethouders, inwoners en projectontwikkelaars is op 17 juli 2007 door het college de ‘Beleidsregel hogere geluidswaarden’ vastgesteld. De nota Hogere waarden geluid 2015-2025 is een actualisatie van de beleidsregel van 2007. De beleidsregel van 2007 is ingetrokken. Bij de nieuwe nota is kritisch gekeken naar criteria die niet meer nodig zijn. Zo zijn de oude wettelijke locatie specifieke criteria voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai die in de voorgaande nota waren opgenomen, in deze nota niet meer opgenomen. Door het woningbeleid (restrictie op het aantal te bouwen woningen) en borging via het ruimtelijk beleid is het niet meer nodig om deze criteria op te nemen. In de ‘Nota hogere waarden geluid’ is de gemeente verdeeld in acht verschillende gebiedstypen. Voor deze gebieden zijn streef- en grenswaarden opgenomen voor nieuwe geluidgevoelige objecten. Deze indeling sluit meer aan dan de voorgaande beleidsregel met alleen het gebiedstype binnen en buiten bebouwde kom. Bij onderliggend plan is rekening gehouden met zowel het geluidsplan als de bijbehorende separate nota’s. In hoofdstuk 5 wordt hier dieper op ingegaan.

4.6.6 Externe veiligheid Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zutphen Met de Beleidsvisie Externe Veiligheid zet de gemeente in op een duurzame en veilige ontwikkeling van de gemeente Zutphen. Enerzijds moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk blijven, terwijl tegelijkertijd de gemeente zorg draagt voor een veilige woon-, werk- en leefomgeving. De visie gaat in op de samenhang tussen ruimtelijke ordening enerzijds en beheersing en verantwoording van risico's anderzijds. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Zutphen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico’s dient te worden omgegaan. De beleidsvisie bestaat uit: Deel A: Kaders voor externe veiligheid in omgevingsvergunning en bestemmingsplan; Deel B: Toelichting begrippen en kaders Deel C: Beschrijving van risicobronnen in hun omgeving Deel D: Richtlijnen voor de organisatie Bij onderliggend plan is rekening gehouden met de kaders en de doelstellingen zoals beschreven in de beleidsvisie externe veiligheid. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de wijze waarop externe veiligheid op onderliggend plan van toepassing is.

4.7 Conclusie De voorziene ontwikkeling is in lijn met relevant ruimtelijk beleid. Met de realisatie van 77 woningen en circa 400 m2 commerciële/maatschappelijke ruimte wordt invulling gegeven aan een behoefte. 25 54/824

Daarnaast sluit het aan op het gemeentelijk woonbeleid dat als doel heeft om te komen tot een passend woningaanbod voor eenieder.

26 55/824

5. Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten 5.1 Algemeen Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat moet worden ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. In dat kader dient te kunnen worden aangetoond dat de wijziging van het bestemmingsplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt onder meer het toekomstige gebruik afgezet tegen ruimtelijke en milieukundige omstandigheden ter plaatse en in de omgeving. In het volgende hoofdstuk vindt deze toets plaats voor aspecten die voor onderliggend initiatief relevant zijn.

5.2 Archeologie en cultuurhistorie Beleidskader In de Erfgoedwet stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Analyse archeologie Binnen het moederplan Noorderhaven kent een deel van het plangebied een archeologische dubbelbestemming archeologie – 2. De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprichten van een bouwwerk waarbij sprake is van bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,5 meter, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Op basis van onderliggende coördinatieregeling wordt een omgevingsvergunning voor het oprichten van bouwwerken aangevraagd.

Daarom dient het aspect archeologie behandeld te worden. Daarbij wordt enerzijds gekeken naar het reeds uitgevoerde onderzoek in het kader van moederplan Noorderhaven en anderzijds naar de archeologische waardenkaart van de gemeente Zutphen. Archeologische waardenkaart De gemeente Zutphen beschikt over een archeologische waardenkaart (2017). De gemeente gebruikt de waardenkaart voor bestemmingsplannen en om aanvragen van (omgevings)vergunningen te beoordelen. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de waardenkaart opgenomen.

27 56/824

Binnen het plangebied zijn de waarden op basis van reeds uitgevoerd onderzoek in het kader van moederplan Noorderhaven reeds bekend. Er gelden in het plangebied hoge, middelhoge en lage verwachtingswaarden. In de volgende paragraaf wordt onderbouwd op welke wijze deze waarden een rol spelen bij onderliggend plan. Moederplan Noorderhaven Voor de planontwikkeling in het gebied Noorderhaven is een archeologisch bureauonderzoek en grondradaronderzoek uitgevoerd (2011). Het resultaat van het onderzoek is dat het plangebied Noorderhaven in vier categorieën is ingedeeld. In het grootste deel van het onderzochte plangebied zijn geen behoudens waardige archeologische resten aangetroffen. Er kan echter geen zekerheid worden gegeven over al dan niet aanwezige archeologische resten beneden 5,5 meter + NAP. Voor dit gebied blijft de archeologische bescherming beneden de 5,5 meter + NAP gehandhaafd. Onderliggend plangebied ligt voor het grootste deel in de categorie ‘vrijgeven tot 5,5 m NAP’, gedeeltelijk in de categorie ‘nog te onderzoeken’. Zie onderstaande afbeelding.

Indeling Noorderhaven op basis van archeologisch onderzoek, april 2011. Het gedeelte ‘nog te onderzoeken’ ligt aan de zuidzijde van het plangebied. In maart 2017 heeft het team archeologie van de gemeente Zutphen een archeologisch onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek verricht in dit deel van het plangebied langs het spoor tussen de Kostverlorentunnel en de oude spoorovergang de Overweg. Het onderzoeksrapport archeologisch onderzoek ‘Het Statenbolwerk doorbroken’ is als bijlage 1 opgenomen. Tijdens het onderzoek zijn twee sleuven gegraven. Daarbij zijn diverse vondsten gedaan. De vondsten hebben een overwegend militair karakter (kanonskogels, musketkogels, een mondstop van een kanonsloop, een lontstok, een schroef van een pistool, een degen). Geconcludeerd mag worden dat onder de ophogingen voor het spoorwegemplacement de basis van het Statenbolwerk ruim twee meter hoog uitstekend behouden is gebleven en dat de grachten, waaronder de middeleeuwse gracht onder het bolwerk, eveneens uitstekend behouden zijn gebleven in de bodem. Deze structuren zijn door middel van dit onderzoek goed in beeld gebracht, waarbij nieuwe inzichten zijn verkregen over 28 57/824

de ontwikkeling van de verdedigingswerken en de precieze ligging ervan. Ook de militaire vondsten geven inzicht in het functioneren van de stadsverdediging. Op basis van het onderzoek is een sectieadvies gegeven. Dit is tevens het sectiebesluit: Voorafgaand aan de aanleg van de nieuwe woonwijk wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. De heipalen die zullen worden geslagen en de ondergrondse infrastructuur zullen de grote verdedigingswerken beperkt verstoren. Bij diepe ontgravingen onder het grondwaterniveau (dieper dan 6,50 m +NAP), bijvoorbeeld voor waterpartijen en parkeerkelders, moet wel een vorm van archeologisch onderzoek plaatsvinden. Hierbij zullen de grachten namelijk worden geraakt en de conservering van de eventuele aanwezige archeologische resten is buitengewoon hoog in deze zones. Analyse cultuurhistorie In het kader van het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ heeft divers onderzoek plaatsgevonden ten aanzien van cultuurhistorie. Voor de planontwikkeling op De Mars (waar Noorderhaven onderdeel van uitmaakt) is een quick scan cultuurhistorie opgesteld. De quick scan is geen effectrapportage, maar een inventarisatie van de kenmerkende waarden in het gebied De Mars. In de quick scan wordt gesteld dat de relatief goed afleesbare chronologische gelaagdheid van het gebied De Mars opvallend is.

De oudste bebouwing is gesitueerd bij het station van Zutphen, de jongste grenzend aan het Twentekanaal, buiten het plangebied Noorderhaven. De Mars kenmerkt zich als gevolg van de geleidelijke expansie voorts door een mengeling van wonen en bedrijvigheid langs de IJssel. In het plangebied zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Op De Mars staan echter wel panden die kenmerkend zijn voor de historie van het gebieden een status als karakteristiek object hebben. In het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ blijft het historische stratenpatroon grotendeels behouden. Enkele bestaande bedrijfspanden worden ingepast. Zo vormen de in te passen panden aan de historische Havenstraat en de nieuwe Noorderhavenstraat de aanzet voor de verdere uitwerking in een industriële pakhuisachtige opzet langs deze straten. De panden worden gebruikt voor een mix tussen wonen en werken, bijvoorbeeld in de vorm van ateliers en pakhuizen worden gebruikt. Binnen het onderhavige bestemmingsplangebied bevinden zich geen rijks- of gemeentelijke monumenten of waardevolle panden waar bij de planvorming rekening gehouden moet worden. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van onderliggend initiatief. Voor werkzaamheden beneden de 6,5 m + NAP bestaat een sectieadvies.

Dit is voor onderliggend plangebied gezien de voorziene diepte van de bodemingrepen niet van toepassing.

5.3 Flora en fauna Beleidskader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) in werking getreden. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd 29 58/824

gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling. De werkzaamheden kunnen alleen starten als de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Wnb, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Het is van belang om onder de huidige situatie en wetgeving na te gaan of de beoogde ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde soorten van de Wnb. Analyse soortenbescherming In het kader van de ontwikkeling van onderliggend plangebied heeft in 2012 en in 2016 ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Deze onderzoeken zijn in 2019 geactualiseerd. De rapportage ’Quickscan ecologie Noorderhaven Zutphen ontwikkeling veld 2-3 & 15-17’ is als bijlage 2 opgenomen. Het doel van de actualisatie is toetsing van de beoogde ontwikkeling aan de Wet natuurbescherming, die de Flora- en faunawet sinds 2017 heeft vervangen. De natuurtoets betreft een quickscan waarmee een goede indruk over de actuele natuurwaarden in het plangebied wordt verkregen. De quickscan heeft uitgewezen dat de beoogde ontwikkeling niet strijdig is met de Wnb. Het voornemen is daarmee niet ontheffing plichtig. Behalve de huismus, worden er geen beschermde soorten van de Wnb in het plangebied verwacht.

Er is geen sprake van aantasting van functioneel leefgebied van de huismus dat nodig is om de verblijfplaatsen in de omgeving succesvol te laten functioneren. Er is geen nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing in het kader van de Wnb benodigd. Analyse gebiedsbescherming In het kader van onderliggend plan is geen sprake van fysiek ruimtebeslag of verstoring als gevolg van trillingen, geluid, licht en menselijke aanwezigheid op Natura 2000-gebieden, gebieden van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of groene ontwikkelingszones van de Provincie Gelderland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken ligt aan de andere kant van de rivier de IJssel. Een toetsing aan houtopstanden is niet uitgevoerd en niet nodig, omdat er geen bomen in het plangebied aanwezig zijn. Om aan te tonen dat er per saldo geen sprake is van toename in stikstofdepositie op natura2000gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De resultaten van de AERIUS zijn als bijlage 3 opgenomen. Samengavat leidt het onderzoek tot de volgende resultaten. Indien op voorhand kan worden uitgesloten dat een plan of project, rekening houdend met alle effecten hiervan, significant negatieve effecten heeft op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden, dan is géén toestemming op grond van de Wet natuurbescherming nodig.

Beoordeling significante gevolgen De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied/de betreffende Natura 2000-gebieden. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor de betreffende gebieden. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het 30 59/824

gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan of project mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij dient rekening te worden gehouden met alle samenhangende effecten van een plan of project. Dit betekent dat ook rekening moet worden gehouden met de gevolgen van het beëindigen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken, voor zover het beëindigen van deze activiteiten een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg is van het plan of project. Indien er, rekening houdend met deze effecten, geen sprake is van een toename van stikstofdepositie of zelfs sprake is van een afname van stikstofdepositie, behoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld (en geldt er dus ook geen verplichting om een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming te verkrijgen). In dit kader is van belang, dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat het rekening houden met de (positieve) effecten van een plan of project niet kan worden aangemerkt als een mitigerende maatregel (omdat deze effecten geacht worden deel uit te maken van het plan of project).

Effectbeoordeling Ten behoeve van de herontwikkeling van (een gedeelte van) bedrijventerrein De Mars heeft een groot aantal van de bestaande bedrijven de bedrijfsvoering gestaakt en is bebouwing gesloopt. Het beëindigen van deze activiteiten en het slopen van deze bebouwing hangt onlosmakelijk samen met de ontwikkeling van (een gedeelte van) bedrijventerrein De Mars voor woningbouw. Het bestaan van deze directe samenhang volgt onder meer uit het Masterplan De Mars, dat ziet op de revitalisering en herstructurering van (onder meer dit deel van) het bedrijventerrein De Mars. De directe samenhang wordt ook beschreven in de toelichting op het bestemmingsplan ‘Noorderhaven.’ Resultaat De voormalige activiteiten zijn afgezet tegen de voorziene activiteiten. Deze zijn voor onderliggend plan in samenhang met ontwikkelingen in de velden 2-3, veld 5, veld 18 en veld 21 beoordeeld. Dat leidt tot de volgende conclusie ten aanzien van de stikstofdepositie in de aanleg- en gebruiksfase. De uitstoot van stikstof als gevolg van het toekomstig gebruik leidt, rekening houdende met alle samenhangende effecten, niet tot een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/j op Natura 2000-gebieden. Er is zelf sprake van een afname. Van belang hierbij is dat de bestaande bedrijvigheid is gestaakt en de bestaande gebouwen zijn gesloopt ten behoeve van de onderhavige woningbouwontwikkeling.

Deze bedrijfsbeëindiging en deze sloop zijn rechtstreekse, onlosmakelijk samenhangende effecten van de woningbouw, waarmee in de effectbeoordeling rekening mag worden gehouden en die tot de conclusie leiden dat er géén sprake is van een toename (maar zelfs van een afname) van stikstofdepositie . Conclusie Onderliggend project is op basis van de aspecten flora en fauna (soorten en gebiedsbescherming) uitvoerbaar.

31 60/824

5.4 Bodem Bodemonderzoek 2009 In het kader van het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ heeft bodemonderzoek plaatsgevonden (Heijmans Infra Techniek BV, oktober 2009). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Bij het onderzoek is aangesloten bij de norm NEN 5740 Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek. Het doel van het onderzoek is de actuele verontreinigingssituatie ter plaatse van de onderzoekslocatie vast te stellen. Tevens wordt inzicht verkregen in de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de onderzoekslocatie. Het bestemmingsprojectgebied ‘Noorderhaven’ is ingedeeld in deelgebieden, waarbij onderliggend projectplan onderdeel uitmaakt van deelgebied D, zie onderstaande afbeelding.

Globale ligging plangebied. De resultaten van het onderzoek en de conclusie ten aanzien van dit deelgebied zijn als volgt. Aan de westkant van deelgebied D zijn in de bovengrond lichtverhoogde gehalten zink en PAK aangetoond. In het midden van deelgebied D is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte PAK aangetoond. Ten oosten van deelgebied D zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten kobalt, zink, PAK en minerale olie aangetoond. In de puinhoudende bovengrond zijn lichtverhoogde gehalten zink en PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. De bovengrond ten oosten van deelgebied D wordt bij toetsing aan de analyseresultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als klasse industrie. De puinhoudende bovengrond wordt bij toetsing aan de analyseresultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als klasse wonen. De overige boven- en ondergrond van deelgebied D wordt bij toetsing aan de analyseresultaten aan het Besluit Bodemkwaliteit indicatief beoordeeld als grond die voldoet aan de achtergrondwaarde. In het grondwater van Deelgebied D zijn matig verhoogde gehalten benzeen en licht verhoogde gehalten barium, nikkel, zink, benzeen, tolueen, xylenen, naftaleen en 1, 1, 2-trichloor ethaan aangetoond. 32 61/824

Op basis van de onderzoeksresultaten is er ter plaatse van de onderzochte locatie geen sprake van matige of sterke bodemverontreiniging. Nader bodemonderzoek betreffende de reeds onderzochte parameters is op basis van de verkregen onderzoeksgegevens niet noodzakelijk. Partijkeuring bodem 2016 In 2016 heeft een partijkeuring van een deel van de grond in het plangebied plaatsgevonden. Het betreft het gedeelte tussen Overweg en Kostverloren. Uit dit onderzoek ‘In situ partijkeuringen spoorzone tussen Overweg en Kostverloren te Zutphen’ (zie bijlage 5) blijkt dat de grond geschikt is voor de afvoer. Bodemonderzoek 2019 Ter plaatse van een deel van het plangebied (veld 17) heeft Heijmans Infra in 2019 een aanvullend ‘Verkennend bodemonderzoek veld 17’ uitgevoerd (zie bijlage 6). Het doel van het verkennend bodemonderzoek was het vaststellen van de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit. Uit het onderzoek blijkt dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit in voldoende mate is vastgesteld. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit in onderhavig onderzoek vormt geen belemmering in voorgenomen herontwikkeling. Wel dient de actuele wetgeving inzake PFAS nageleefd te worden bij grondverzet ter plaatse van de voorziene ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=2e8ca8aa-3015-4805-a14c-865f3434dd98