159168RH 2021_BW_00026
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Besluit
2021_BW_00026
GOEDGEKEURD
Vergadering van 19 januari 2021 Team Ruimte Economie en Duurzaamheid
Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17 Besluitvormend
Zaaknummer: 159168 Portefeuillehouder: Harry Matser Openbaar Ja Embargo Nee
Samenstelling Aanwezig: mevrouw Annemieke Vermeulen, Burgemeester; de heer Harry Matser, Wethouder; de heer Mathijs ten Broeke, Wethouder; mevrouw Annelies de Jonge, Wethouder ; mevrouw Laura Werger, Wethouder; mevrouw Anja de Rouw, Adjunct-secretaris; mevrouw Monique Stouten, gemeentesecretaris
Besluit Besluitpunt 1 Het college besluit de raad voor te stellen de ‘Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021’ vast te stellen.
Besluitpunt 2 Het college besluit de raad voor te stellen het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15 -17’ (NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-vs01), gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit plan behorende toelichting, regels en verbeelding, met als onderbouwing de Reactienota, en de overige onderzoeken en bijlagen en deze, conform de gemeentelijke coördinatieregeling, ter inzage te leggen.
Besluitpunt 3 Het college besluit de raad voor te stellen geen exploitatieplan vast te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
Motivering
1/824
Aanleiding en context Een deel van voormalig bedrijventerrein De Mars ten noorden van het station Zutphen wordt geherstructureerd naar een woon-werkgebied (plangebied ‘Noorderhaven’). Voor het volledige plangebied is op 22 april 2013 het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ vastgesteld en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In samenwerking met Heijmans worden de velden 15, 16 en 17 in Noorderhaven ontwikkeld. Op deze locatie worden 110 woningen gerealiseerd, te weten 15 koopwoningen, 23 vrije sector huurwoningen, 36 sociale huurwoningen en 36 zorgwoningen (voor Habion). Binnen het moederplan Noorderhaven is de bouw van woningen op basis van een uitwerkingsplan mogelijk. De voorziene ontwikkeling van de velden 15-17 past niet binnen de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan Noorderhaven omdat het maximum aantal van 58 woningen wordt overschreden. Om het gewenste aantal woningen en het herverdelen van de woningaantallen over de verschillende velden in Noorderhaven mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening nodig. Het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’ maakt de bouw van 77 woningen mogelijk, waarbij voor de 36 zorgwoningen geldt dat 12 zorgwoningen één gemeenschappelijke wooneenheid vormen.
Op 16 december 2019 heeft u besloten de gemeentelijke coördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing te verklaren voor de velden 15, 16 en 17 (besluitnummer 2019-0119). Het ontwerpbestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’, de ontwerpomgevingsvergunning en het ontwerpbesluit hogere waarde geluid hebben vanaf 3 september 2020 tot en met 14 oktober 2020 ter inzage gelegen voor het indienen van schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen. Er is een zienswijze ontvangen tegen het ontwerpbestemmingsplan (bijlage 1). Beoogd effect Het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’ beoogt de realisatie van de woningen in veld 15, 16 en 17 Noorderhaven planologisch juridisch mogelijk te maken. Argumenten Zie raadsvoorstel. Kanttekeningen N.v.t. Communicatie / vervolgtraject / uitvoering Zie raadsvoorstel.
Rapportage / evaluatie N.v.t. Financiële consequenties Zie raadsvoorstel.
Risico’s N.v.t. Personele consequenties N.v.t. Programmadoelen Programma 3. Duurzame leefomgeving
2/824
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Raadsvoorstel_bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17.pdf 1. Zienswijze d.d. 13 oktober 2020.pdf 2. 'Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021’.pdf 3. Besluit hogere waarde veld 15 – 17 Noorderhaven, d.d. 5 januari 2021.pdf 4a. Bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’.pdf 4b. Bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’.pdf 4c. Bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’.pdf 4d. Bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’.pdf
3/824
VOORBLAD
Griffienummer:
ONTWERP RAADSVOORSTEL Onderwerp Programma
Bestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17 3. Duurzame leefomgeving --
Forum Portefeuillehouder Inlichtingen bij
technisch blok (hamerstuk) Harry Matser Marieke van Essen 14 0575 m.vanessen@zutphen.nl
Soort bevoegdheid Beleidsvrijheid Programmabegrotingswijziging
kaderstellend geen ja
controlerend beperkt
budgetrecht ruim nee
overig
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor: 1. de ‘Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021’ vast te stellen; 2. het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15 -17’ (NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-vs01), gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit plan behorende toelichting, regels en verbeelding, met als onderbouwing de Reactienota, en de overige onderzoeken en bijlagen en deze, conform de gemeentelijke coördinatieregeling, ter inzage te leggen; 3. geen exploitatieplan vast te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.
4/824
1 van 6
TOELICHTING
Inleiding/aanleiding Een deel van voormalig bedrijventerrein De Mars ten noorden van het station Zutphen wordt geherstructureerd naar een woon-werkgebied (plangebied ‘Noorderhaven’). Voor het volledige plangebied is op 22 april 2013 het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ vastgesteld en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In samenwerking met Heijmans worden de velden 15, 16 en 17 in Noorderhaven ontwikkeld. Op deze locatie worden 110 woningen gerealiseerd, te weten 15 koopwoningen, 23 vrije sector huurwoningen, 36 sociale huurwoningen en 36 zorgwoningen (voor Habion). Binnen het moederplan Noorderhaven is de bouw van woningen op basis van een uitwerkingsplan mogelijk. De voorziene ontwikkeling van de velden 15-17 past niet binnen de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan Noorderhaven omdat het maximum aantal van 58 woningen wordt overschreden. Om het gewenste aantal woningen en het herverdelen van de woningaantallen over de verschillende velden in Noorderhaven mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening nodig. Het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’ maakt de bouw van 77 woningen mogelijk, waarbij voor de 36 zorgwoningen geldt dat 12 zorgwoningen één gemeenschappelijke wooneenheid vormen.
Op 16 december 2019 heeft u besloten de gemeentelijke coördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing te verklaren voor de velden 15, 16 en 17 (besluitnummer 20190119). Het ontwerpbestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’, de ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerpbesluit hogere waarde geluid hebben vanaf 3 september 2020 tot en met 14 oktober 2020 ter inzage gelegen voor het indienen van schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen. Er is een zienswijze ontvangen tegen het ontwerpbestemmingsplan (bijlage 1).
Beoogd effect Het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’ beoogt de realisatie van de woningen in veld 15, 16 en 17 Noorderhaven planologisch juridisch mogelijk te maken.
Argumenten 1.1 Er is een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. In de ‘‘Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021” is de zienswijze samengevat en van reactie voorzien (bijlage 2). Onderwerpen die naar voren zijn gebracht zijn industrielawaai en trillingen. Naar aanleiding van deze zienswijze is het akoestisch onderzoek aangepast. Het onderdeel industrielawaai is hierin opgenomen. Conclusie is dat de geluidsbelasting voldoet aan de grenswaarde voor railverkeer en de waarde hiermee aanvaardbaar kan worden geacht. Naar aanleiding van de reactie op het onderwerp trillingen is de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ d.d. 13 november 2020 opgesteld. Hieruit blijkt dat de conclusie uit het eerder uitgevoerde trillingsonderzoek geldig blijft, namelijk dat de verwachte trillingsniveaus voor Vmax en Vper voldoen aan de grenswaarden van de SBR-richtlijn, deel B. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de reactienota die onderdeel uitmaakt van het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. De reactie vormt geen aanleiding het plan niet verder in procedure te brengen.
5/824
2 van 6
2.1 Het plan past binnen het gemeentelijk beleid. De ontwikkeling van Noorderhaven is beschreven in de Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020, het masterplan De Mars en de Binnenstadsvisie 2030. De verdere ontwikkeling van Noorderhaven draagt bij aan de verbetering van het leefklimaat. 2.2 De gewenste ontwikkelingen kunnen met een (herziening van het) bestemmingsplan worden gerealiseerd. De velden 15 en 16 hebben momenteel in het bestemmingsplan Noorderhaven de bestemming Wonen – Uit te werken en veld 17 heeft de bestemming Centrum – Uit te werken. Op basis van deze bestemmingen zijn maximaal 58 woningen toegestaan. Aan de realisatie van het gewenste woningbouwplan kan planologisch medewerking worden verleend door een herziening van het bestemmingsplan. 2.3 De ontwikkeling van de velden 15-17 past binnen de afspraken gemaakt in de Woonagenda Clean Tech Regio 2018. De ontwikkeling van de velden 15-17 Noorderhaven staan op de planningslijst voor woningbouw zoals die bekend is bij de provincie Gelderland, het plan past hiermee in de gemaakte afspraken in de Woonagenda Clean Tech Regio 2018. Het vastleggen van het maximum aantal woningen waarbij geldt dat 12 zorgwoningen één gemeenschappelijke wooneenheid vormen is in lijn met de gemaakte afspraken. 2.4 Met de zorgwoningen wordt voorzien in de behoefte van de huisvesting van de zorgdoelgroep ouderen dementerende in Zutphen.
Als onderlegger voor de Woonvisie 2019 - 2024 is in 2018 door BMC een rapport gemaakt voor inzicht in het lokale aanbod aan huisvesting voor zorgdoelgroepen en wat er nog nodig is om te voldoen aan de vraag c.q. behoefte binnen onze gemeente. Op basis van die informatie is onder andere berekend hoeveel zorgwoningen voor ouderen tot en met 2026 nodig zijn. Initiatieven die pasten binnen die berekening zijn in 2019 zorgvuldig en integraal afgewogen. Dit is gedaan vanuit de trekker van het convenant huisvesting zorgdoelgroepen in samenspraak met wonen en zorg. Het project van Habion in Noorderhaven en een project dat nog gerealiseerd gaat worden in het voormalig Rabobankpand aan het Hagepoortplein zijn de bouwplannen die in dat verband tot dit moment alleen nog mogen voorzien in de huisvesting van de zorgdoelgroep ouderen - dementerende. Dit alles is vastgelegd in een Afwegingskader huisvesting zorgdoelgroepen dat binnenkort aan ons college wordt voorgelegd. 2.5 Voor een aantal woningen in het zuidoostelijke deel gelegen nabij de spoorlijn is een hogere grenswaarde geluid verleend. De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van een ruimtelijke procedure.
Uit het onderzoek is gebleken dat voor een aantal woningen in het zuidoostelijke deel vanwege de nabij gelegen spoorlijn er sprake is van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De zuidelijke hoekappartementen van blok 1.1 en blok 3 hebben een geluidsbelasting van ten hoogste 57 en 59 dB. Dit is boven de voorkeursgrenswaarde (van 55 dB) voor railverkeerslawaai, maar onder de maximale waarde (van 68dB). Daarom is voor deze woningen een hogere grenswaarde vastgesteld (bijlage 3). Bij het verlenen van de omgevingsvergunning wordt hieraan getoetst en moet de binnenwaarde voldoen aan het Bouwbesluit 2012. 3.1 Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. In artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Volgens het tweede lid van dit artikel kan de gemeenteraad besluiten af te wijken van het vaststellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Begin 2011 heeft de gemeente, in het kader van het geldende bestemmingsplan 'Noorderhaven', een samenwerkingsovereenkomst met de ontwikkelaar gesloten.
Na 2011 zijn op verschillende momenten aanvullende afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in afsprakenbrieven en in de Allonge op de samenwerkingsovereenkomst Noorderhaven uit 2019. Deze overeenkomst inclusief 6/824
3 van 6
aanvullingen mag beschouwd worden als exploitatieovereenkomst, in die zin, dat hierin afspraken gemaakt zijn over de grondexploitatie in algemene zin en kostenverhaal specifiek. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plangebied begrepen gronden anderszins is verzekerd. Hierdoor hoeft geen (apart) exploitatieplan te worden vastgesteld. De raad heeft in 2011 de grondexploitatie Noorderhaven voor het eerst vastgesteld (geopend). Het initiatief is onderdeel van het grondexploitatiegebied Noorderhaven.
Kanttekeningen N.v.t. Risico’s N.v.t.
Communicatie/Vervolgtraject/Uitvoering Na besluitvorming worden het vastgestelde bestemmingsplan, de omgevingsvergunning en het besluit hogere waarde geluid met de verschillende bij de besluiten behorende bijlagen voor zes weken ter inzage gelegd conform de gemeentelijke coördinatieregeling. Belanghebbenden, die eerder zienswijzen hebben ingebracht, kunnen in deze periode beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De terinzagelegging van bovengenoemde besluiten wordt bekendgemaakt op de gemeentepagina van het Contact, het digitale Gemeenteblad, in de Staatscourant, op de website van de gemeente en op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Rapportage/evaluatie N.v.t.
Financiën De kosten voor de realisatie van de woningen in de velden 15, 16 en 17 (waaronder het opstellen van het bestemmingsplan en het uitvoeren van de daarbij behorende onderzoeken evenals verschuldigde plankosten, planschade en bouwleges) zijn voor rekening van de initiatiefnemers.
Bijlagen 1. Zienswijze d.d. 13 oktober 2020 2. ‘Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021’ 3. Besluit hogere waarde veld 15 – 17 Noorderhaven, d.d. 5 januari 2021 4. Bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15-17’
7/824
4 van 6
Stukken die ter inzage liggen --
8/824
5 van 6
ONTWERP BESLUIT Griffienummer:
De raad van de gemeente Zutphen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
met nummer
;
gelet op artikelen 3.1, 3.8 en 6.12 van de Wet ruimtlijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht besluit: 1. de ‘Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17, d.d. 5 januari 2021’ vast te stellen; 2. het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15 -17’ (NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-vs01), gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit plan behorende toelichting, regels en verbeelding, met als onderbouwing de Reactienota, en de overige onderzoeken en bijlagen en deze, conform de gemeentelijke coördinatieregeling, ter inzage te leggen; 3. geen exploitatieplan vast te stellen zoals bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zutphen, gehouden op:
De voorzitter,
de griffier,
9/824
6 van 6
10/824
11/824
Reactienota zienswijzen gecoördineerde ontwerpbesluiten voor het project Noorderhaven veld 15 – 16 – 17 Hoofdstuk 1. Inleiding Achtergrond Een deel van voormalig bedrijventerrein de Mars ten noorden van het station Zutphen wordt geherstructureerd naar een woon-werkgebied (plangebied ‘Noorderhaven’). Voor het volledige plangebied is op 22 april 2013 het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ vastgesteld en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In samenwerking met Heijmans worden de velden 15, 16 en 17 in Noorderhaven ontwikkeld. Deze velden zijn gelegen aan het Statenbolwerk en de Noorderhavenstraat te Zutphen. Op deze locatie worden appartementen gerealiseerd. Ter inzage gelegde ontwerpbesluiten Ten behoeve van de realisatie van de woningen in veld 15, 16 en 17 Noorderhaven hebben vanaf donderdag 3 september 2020 tot en met woensdag 14 oktober 2020 de volgende stukken ter inzage gelegen: - Ontwerpbestemmingsplan Noorderhaven veld 15 - 17, gemeente Zutphen (NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-on01), inclusief ‘MER-beoordeling Noorderhaven veld 15-17’, d.d. 10 maart 2020 (zaaknummer 159167); - Ontwerpbesluit omgevingsvergunning (zaaknummer 161981); - Ontwerpbesluit hogere waarde geluid (zaaknummer 159167). Tijdens de ter inzage periode kon een ieder mondeling (op afspraak) of schriftelijk een zienswijze indienen op deze ontwerpbesluiten.
De bevoegde gezagen zijn voor: - Bestemmingsplan: de gemeenteraad van Zutphen; - Omgevingsvergunning en besluit hogere waarde geluid: het college van burgemeester en wethouders van Zutphen. Er is een zienswijze ontvangen tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijze is tijdig ontvangen en dus ontvankelijk. In hoofdstuk 2 wordt de inhoud van de zienswijze samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 3 worden ten slotte in paragraaf 3.1 de ambtshalve wijzigingen en in paragraaf 3.2 de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen op de ontwerpbesluiten aangegeven.
Hoofdstuk 2. Zienswijzen Indiener 1. Prorail
Datum 13 oktober 2020
Ontvangen op 14 oktober 2020
Zaaknummer 159167
Inhoud en beantwoording zienswijzen a.
In het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is het aspect industrielawaai niet opgenomen. Indiener verzoekt de invloed en de aanwezigheid van het emplacement “Zutphen” te verantwoorden in het bestemmingsplan.
Beantwoording Naar aanleiding van deze zienswijze is het akoestisch onderzoek aangepast, de Haan ‘akoestisch onderzoek veld 15-16-17 Noorderhaven’, d.d. 26 november 2020. Het onderdeel industrielawaai is hierin opgenomen. Hieruit blijkt dat vanwege het emplacement de geluidsbelasting maximaal 56
1 12/824
dB(A) is. Daarnaast is sprake van cumulatie zoals omschreven in hoofdstuk 2, bijlage van het Reken en meetvoorschrift geluid 2012 vanwege rail- en industrielawaai (emplacement). De cumulatie bedraagt hoogstens 59 dB. Deze waarde voldoet aan de grenswaarde door railverkeer en kan hiermee aanvaardbaar worden geacht. Het akoestisch onderzoek d.d. 26 november 2020 is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (zie bijlage) en conclusie is dat op basis van de vigerende vergunning het spoorwegemplacement niet wordt belemmerd door de woningbouw op veld 15, 16, 17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct. b.
De conclusie van het aspect trillingen is naar mening van de indiener niet volledig. Indiener verzoekt de aanbevelingen van het rapport van Witteveen+Bos op te nemen in de toelichting en als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan.
Beantwoording Naar aanleiding van deze zienswijze is door Witteveen+Bos de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ d.d. 13 november 2020 opgesteld. Hieruit blijkt dat uit een vergelijking tussen het uitgevoerde trillingsonderzoek, de uitgewerkte bestekstekeningen en aanvullende berekeningen voor de opslingering in vergelijkbare gebouwen trillingsgevoeligheid van de bouwwerken op veld 15-17 aan de Noorderhaven in Zutphen in de lijn van de eerder aangehouden richtlijnen ligt. Daarmee blijft de conclusie uit het eerder uitgevoerde trillingsonderzoek geldig, namelijk dat de verwachte trillingsniveaus voor Vmax en Vper voldoen aan de grenswaarden van de SBR-richtlijn, deel B. De notitie van Witteveen+Bos is beoordeeld door de Omgevingsdienst Achterhoek (zie bijlage) en conclusie is dat de aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen (als voorwaardelijke verplichting) in de regels op te nemen. c.
In de conclusie van paragraaf 5.11 van de toelichting en in paragraaf 5.2 sub 1 “Aanbevelingen” in het rapport van Witteveen+Bos is aangegeven dat een toetsing heeft plaatsgevonden. Indiener ontvangt graag ter toetsing deze gegevens.
Beantwoording De notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ d.d. 13 november 2020 bevat de toetsing van het uitgewerkte ontwerp op trillingsgevoeligheid in overeenstemming met de in het trillingsonderzoek aangehouden uitgangspunten. Kortheidshalve wordt naar deze notitie verwezen. Conclusie De zienswijze wordt niet overgenomen. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze wordt het volgende aangepast: - De toelichting in hoofdstuk 5.5 Geluid is aangevuld op het onderdeel industrielawaai en hoofdstuk 5.11 Trilling onderzoek is aangevuld met de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17.
Hoofdstuk 3. Wijzigingen in besluiten In dit hoofdstuk worden in paragraaf 3.1 de ambtshalve wijzigingen per ontwerpbesluit en in paragraaf 3.2 de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen per ontwerpbesluit aangegeven.
2 13/824
3.1 Ambtshalve wijzigingen/addenda (per besluit): Bestemmingsplan: Paragraaf 5.8 (Externe veiligheid) van de toelichting is aangevuld.
Omgevingsvergunning: Geen.
Besluit hogere waarde: Het aangevulde akoestisch onderzoek d.d. 26 november (met de toevoeging van het onderdeel industrielawaai) is verwerkt in het besluit.
3.2 Wijzigingen op grond van ingediende zienswijzen ten aanzien van de ontwerpbesluiten: Bestemmingsplan: Het aangepaste akoestisch onderzoek d.d. 26 november 2020 en de notitie ‘Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17’ zijn verwerkt in de toelichting en als bijlage toegevoegd.
Omgevingsvergunning: Geen.
Besluit hogere waarde: Geen.
Conclusie De volgende zienswijzen worden overgenomen: - De zienswijze van inspreker 1 welke ziet op trillingen en het opnemen van de voorwaardelijke verplichting in de regels is overgenomen. De overige zienswijzen geven geen aanleiding het plan aan te passen. Voorgesteld wordt het bestemmingsplan “Noordenhaven veld 15 - 17” ten aanzien van de regels en toelichting gewijzigd en de verbeelding ongewijzigd vast te stellen.
5 januari 2021 Team Ruimte, Economie en Duurzaamheid
3 14/824
Vooradvies geluid bestemmingsplanprocedure
Aan Zaaknummer Onderwerp Behandeld door Datum
: Gemeente Zutphen, t.a.v. : 2019EA1256 : Noorderhaven Veld 15-16-17 Zutphen : : 22 december 2019
Advies 1. De aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen in de regels op te nemen. 2. Op basis van de vigerende Omgevingsvergunning wordt het spoorwegemplacement niet belemmerd door de woningbouw op veld 15,16,17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct. 3. Wanneer er een scherm langs het spoor over een lengte van circa 200 meter met een hoogte van 3 meter wordt aangelegd wordt binnen de verleende hogere waarden gebleven en is een nieuw besluit hogere grenswaarden niet nodig. Is dit scherm niet zeker dan moeten de hogere waarden opnieuw worden vastgesteld omdat de nieuw berekende waarden hoger zijn de vastgestelde hogere waarden.
Inleiding Voor het plangebied Noorderhaven Veld 15-16-17 (gelegen aan de Dreef en Statenbolwerk in Zutphen) is een wijzigingsplan in de maak.
Figuur 1: situering plangebied
Figuur 2: plangebied
ProRail heeft een zienswijze ingediend over trillingen. Witteveen en Bos heeft hierop de notitie 'Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17' van 13 november 2020 opgesteld. De gemeente Zutphen verzoek om een beoordeling van de notitie en input voor een inhoudelijke reactie op de zienswijze voor het onderdeel trillingen. Is deze notitie voldoende en/of moet alsnog de voorgestelde voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen? In dit advies komen de volgende onderwerpen aan de orde. 1. Trillingen spoorweg naar aanleiding van de zienswijze ProRail. 2. Rangeergeluid spoorwegemplacement naar aanleiding zienswijze ProRail. 3. Aanpassing akoestisch onderzoek en vaststellen hogere waarde.
15/824
1. Trilling Zienswijzen ProRail 13 oktober 2020 kenmerk LJV/PLA/ZW/#5946 Aspect Trillingen In de toelichting van het bestemmingsplan is het aspect trillingen (paragraaf 5.11) verwoord. Echter is naar mening van ProRail de conclusie niet volledig. In het rapport van Witteveen+Bos (115217/19-100.593 | Concept 01 d.d. 26 juni 2019) worden conclusies en aanbevelingen gedaan die hinder niet uitsluiten. ProRail verzoekt u de gestelde aanbevelingen “als randvoorwaarden worden meegenomen in het ontwerp” op te nemen in de toelichting en door te laten werken als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Onderzoek van 26 juni 2019 van Witteveen en Bos. Vernieuwing trillingsonderzoek Noorderhaven Zutphen Velden 15-17
Op basis van trilling metingen zijn de verticale trillingen die worden veroorzaakt door het railverkeer berekend in de verschillende gebouwen A t/m E.
Predictie Vmax voor appartementencomplex veld 15/17 meetrichting verticaal Gebouw Vmax Vmax Vmax A1 A2 maaiveld fundering vloer streefwaarde grenswaarde gebouw A/B 0,2 0,088 0,088 0,1 0,2 gebouw C 0,14 0,045 0,045 0,1 0,2 gebouw D 0,32 0,083 0,083 0,1 0,2 gebouw E 0,7 0,18 0,18 0,15 0,6 Gebouw E is geen woongebouw maar betreft een commercieel gebouw en fietsenstalling. Bij dit gebouw wordt niet voldaan aan de streefwaarde maar wel aan de grenswaarde. Het niveau van het periodieke trillingsniveau Vper voldoet ruimschoots aan de grenswaarde A3 van de SBR-richtlijn voor onderwijs en kantoor. De verwachte trillingsniveaus in de geplande gebouwen zijn berekend door een overdrachtsfactor van 0,7 van bodem naar fundering te gebruiken afhankelijk van het type bouwwerk en fundering. De resulterende verwachte maximale trillingsniveaus Vmax in de gebouwen zijn lager dan de grenswaardes volgens SBR-richtlijn deel B behorend bij de functie van de gebouwen. Het verwachte periodieke trillingsniveau ligt zonder correctie onder de grenswaarde A3 van 0,05. Er is rekening gehouden met eventuele opslingering van de vloeren, waarbij er met een opslingeringsfactor van 1,4 gerekend is. Hierbij wordt verwacht dat de berekende trillingsniveaus aan de richtlijnen van de SBR voldoen, zolang de opslingering van de vloeren binnen de opslingeringsfactor van 1,4 blijft.
16/824
Aanbevolen wordt om het ontwerp, wanneer beschikbaar, te toetsen op trillingsgevoeligheid en om te bepalen of de aangenomen factoren en eigenschappen overeenkomen met de hierboven genoemde aannames. Opmerking De berekening en beoordeling is gebaseerd op de verticale trillingen die zijn gemeten. De horizontale trillingen zijn hoger, maar kunnen volgens het onderzoek niet toegerekend worden aan het spoorweglawaai. Toch wordt in het onderzoek aanbevolen dat de oorzaak van de hoge horizontale niveaus wordt bepaald. Hieraan wordt verder geen aandacht besteed. Notitie 'Ontwerptoets trillingsgevoelige bebouwing veld 15-17' van 13 november 2020 Witteveen en Bos. In de notitie van 13 november 2020 is uitgevoerd naar aanleiding van de aanbeveling om het beschikbare ontwerp te toetsen op trilingsgevoeligheid. Uit een vergelijking tussen het uitgevoerde trillingsonderzoek, de uitgewerkte bestekstekeningen en aanvullende berekeningen voor de opslingering in vergelijkbare gebouwen blijkt dat de trillingsgevoeligheid van de bouwwerken op veld 15-17 aan de Noorderhaven in Zutphen in de lijn van de eerder aangehouden richtlijnen ligt. Daarmee blijft de conclusie uit het eerder uitgevoerde trillingsonderzoek geldig, namelijk dat de verwachte trillingsniveaus voor Vmax en Vper voldoen aan de grenswaarden van de SBR-richtlijn, deel B.
Reactie op zienswijze De aanbeveling met een trillingsonderzoek op basis van het beschikbare bouwontwerp is uitgevoerd en leidt tot de conclusie dat voldaan wordt aan de trillingsnormen. De aanbeveling dat onderzoek wordt gedaan naar horizontale trillingen moet worden gezien als een breder onderzoek en staat niet in verband met de verticale trillingen van het spoor de zijn onderzocht en beoordeeld. Omdat zonder maatregelen wordt voldaan aan de normen bestaat er geen aanleiding om de aanbevelingen in de regels op te nemen.
17/824
2. Industrielawaai. Zienswijzen ProRail 13 oktober 2020 kenmerk LJV/PLA/ZW/#5946 Aspect Industrielawaai In het bestemmingsplan Noorderhaven (Moederplan), vastgesteld 22-04-2013, is onderstaande opgenomen: “Voor industrielawaai geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar geluidsbelasting. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in nieuwe geluidgevoelige functies. Voor het bestemmingsplan zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai relevant.” In het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan “Noorderhaven veld 15 -16 -17” is het aspect Industrielawaai niet opgenomen. ProRail verzoekt u de invloed en aanwezigheid van het emplacement “Zutphen" te verantwoorden in het ontwerpbestemmingsplan. De inrichting van het emplacement van ProRail ligt in de nabijheid van het plan en zou een rol van betekenis spelen. In de omgevingsvergunning van het emplacement zijn beoordelingspunten met beoordelingsniveaus opgenomen.
Beoordelingspunt Omschrijving referentiepunt Mars 1 referentiepunt Mars 5
Beoordelingshoogte (m) 7,5 12,5
Dagperiode (07.00-19.00) 46 46
Avondperiode (19.00-23.00) 47 45
Nachtperiode (23.00-07.00 ) 48 48
Doordat er referentiepunten zijn opgenomen en geen geluidwaarden bij woningen is er geen sprake van belemmering van de vergunde bedrijfsvoering. (in de volgende figuur zijn de rekenpunten aangegeven).
Rekenpunt Mars 5 ligt op enige afstand van de woningen op Veld 15,16,17 zoals uit onderstaande figuur blijkt.
18/824
In blauwe cirkel beoordelingspunt Mars 5 van de vergunning (ongeveer) Akoestisch Onderzoek adviesbureau De Haan Veld 15-16-17 Noorderhaven 25 februari 2020, AH.2017.0110.05.R001 Uit de figuur blijkt duidelijk het spoorweglawaai op de rangeersporen in de berekening is meegenomen. Overigens is een de Aanvullingswet geluid opgenomen dat rangeerterreinen onder het spoorweglawaai komen te vallen. Het geluid wordt net als bij spoor met geluidplafonds naast het emplacement/spoor aangegeven. De aanvullingswet kan binnenkort in werking treden, deze hoeft niet te wachten op de Omgevingswet. Vanaf dat moment zijn de beoordelingsniveaus op de beoordelingspunten van de Omgevingsvergunning dus niet meer van toepassing. Reactie op zienswijze Op basis van de vigerende vergunning wordt het spoorwegemplacement niet belemmerd door de woningbouw op veld 15,16,17. In het akoestisch onderzoek is het spoorweglawaai van rijbewegingen op de rangeersporen meegenomen. De berekende geluidniveaus op de gevels van de woningen op veld 15,16,17 zijn derhalve correct.
19/824
3. Hogere waarde Wet geluidhinder naar aanleiding van aangepast akoestisch onderzoek. Verkeerslawaai In de omgeving van het plan bevinden zich geen wegen met een wettelijk zone. Voor wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt geen wettelijke geluidzone. De 30 km/uur wegen hebben een gevelbelasting op de woningen in Veld 15,17,17 van hooguit 51 dB. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden maar een hogere waarde is niet aan de orde omdat het 30 km/uur wegen betreft waarvoor de Wet geluidhinder niet van toepassing is.
Uit figuur 3 volgt dat voor de woningen aan de west- en noordzijde (aan het Statenbolwerk en de Noorderhavenstraat) sprake is van een geluidsbelasting tot 51 dB. Deze waarden hoeven formeel niet getoetst te worden aan de Wet Geluidhinder: als dat wel wordt gedaan, is er sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 3 dB. Vanuit het geluidbeleid moet gekeken worden naar geluidluwe gevels en buitenruimten. Voor wegverkeerslawaai is geen hogere waarde aan de orde. Railverkeerslawaai
20/824
Voor de geel gemarkeerde gevelbelastingen moet een hogere waarde worden aangevraagd. Er is bij deze woningen sprake van een geluidluwe gevel omdat de gevelbelasting van het wegverkeer lager is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai uit de Wet geluidhinder.
Na het treffen van een schermmaatregel wordt op de meeste gevels voldaan aan de voorkeurswaarde. Er is enkel sprake van een overschrijding op de zuidgevels van de meest zuidelijke woningen in blok 1.1 en blok 3. Hiervoor is een hogere waarde van 57 dB nodig. Als deze gevel doof wordt uitgevoerd, is deze hogere waarde niet meer nodig. Als deze schermmaatregel op bezwaren stuit, zijn voor de zuidelijke woningen van blok 1.1 en blok 3 hogere waarden nodig om het voorgenomen plan uit te voeren. In tabel 2 zijn de benodigde waarden voor het weg- en railverkeer weergegeven. Deze zijn hoger dan de vastgestelde hogere waarden. (ONTWERP)BESLUIT Vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder voor het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 in Zutphen. Voor het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.N001, gedateerd: 20 juni 2019). Geen maatregelen. Omschrijving objecten Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer Zuidgevel van het westelijk bouwblok
57
Zuidgevels van het oostelijk bouwblok Zuidgevel van het zuidelijk bouwblok
58 58
Voor de situering van de waarneempunten wordt verwezen naar figuur 2 van het akoestisch onderzoek (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.N001, gedateerd: 20 juni 2019). De betreffende waarneempunten waarvoor de hogere waarde geldt zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd (zie ook de figuur in bijlage 1 van dit besluit).
21/824
Overzicht rekenresultaten/waarneempunten (bron akoestisch onderzoek). De waarneempunten waarvoor de hogere waarde wordt verleend zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd.
Herberekende waarde Akoestisch Onderzoek Veld 15-16-17 Noorderhaven (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd: 25 februari 2020)
De zuidelijke hoekappartementen van blok 1.1 en blok 3 hebben een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde door het spoor, maar onder de maximale waarde. De geluidsbelasting van ten hoogste 57 en 59 dB op blok 1.1 en blok 3 is wel onder de maximale grenswaarde. Voor deze hoekappartementen moet door de gemeente Zutphen een hogere waarde worden vastgesteld. Omschrijving objecten Veld 16 Blok 1.1 (westelijk bouwblok) Zuidgevel
Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer 57
Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Zuidgevel Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Westgevel 57
59 57
De zuidelijke hoekappartementen van blok 1.1 en blok 3 hebben een geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde door het spoor, maar onder de maximale waarde. De geluidsbelasting van ten hoogste 57 en 59 dB op blok 1.1 en blok 3 is wel onder de maximale grenswaarde. Voor deze hoekappartementen moet door de gemeente Zutphen een hogere waarde worden vastgesteld.
22/824
Het plaatsen van een brengt de geluidsbelastingen op de meeste gevels terug tot de voorkeurswaarde. Op de bovenste verdieping van de zuidgevel van blok 3 blijft met 57 dB een overschrijding van de voorkeurswaarde aanwezig.
Conclusie Wanneer er een scherm langs het spoor over een lengte van circa 200 meter met een hoogte van 3 meter wordt aangelegd wordt binnen de verleende hogere waarden gebleven en is een nieuw besluit niet nodig. Is dit scherm niet zeker dan moeten de hogere waarden opnieuw worden vastgesteld omdat de nieuw berekende waarden hoger zijn de vastgestelde hogere waarden. Nieuw vast te stellen hogere waarden. Omschrijving objecten Veld 16 Blok 1.1 (westelijk bouwblok) Zuidgevel
Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer 57
Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Zuidgevel Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Westgevel 57
59 57
23/824
WET GELUIDHINDER VASTSTELLING HOGERE WAARDEN BESLUIT
Nr. Zutphen, 5 januari 2021 Aanleiding Het voornemen bestaat om in het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 in Zutphen appartementen te realiseren. Om deze woningen mogelijk te maken is het bestemmingsplan ‘Noorderhaven veld 15 – 17’ in voorbereiding. De woningen betreffen geluidsgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. De locatie ligt binnen de invloedsfeer van het railverkeerslawaai. Voor deze geluidgevoelige objecten zal een hogere grenswaarde moeten worden vastgesteld. 1
Overwegingen
Beoordelingskader Op grond van artikel 4.1 Besluit geluidhinder (railverkeerslawaai) worden bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de hoogst toelaatbare waarden voor de geluidbelasting vanwege het railverkeerslawaai uit de Wet geluidhinder in acht genomen. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om in afwijking van de voorkeursgrenswaarde een hogere waarde vast te stellen. Het vaststellen van een hogere waarde wordt getoetst aan de Wet geluidhinder, het Besluit geluidhinder en de nota hogere waarden geluid 2015-2025 van augustus 2015. Railverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs spoorwegen geluidzones. Binnen de geluidzone van een spoorweg dient de geluidbelasting aan de gevel van nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. Het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 ligt in de geluidzone van de spoorbaan. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor een geluidgevoelig object is 55 dB voor railverkeerslawaai (artikel 4.9 van het Besluit geluidhinder). Ingevolge artikel 4.10 van het Besluit geluidhinder kan voor de verwachte geluidbelasting vanwege een spoorweg een hogere waarde dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van de in artikel 4.9 van het besluit aangegeven waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde 68 dB niet te boven mag gaan.
Akoestisch onderzoek Voor het plan Noorderhaven, veld 15-16-17 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd: 20 juni 2019 en aangevuld d.d. 26 november 2020).
___________________________________________________________________________________________________________________ Besluit vaststelling hogere waarden voor woningen veld 15 – 17 Noorderhaven
24/824
1
Toetsing aan wettelijk kader Railverkeerslawaai In het akoestisch onderzoek is bekeken of er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. De berekende geluidbelasting bedraagt bij de woongebouwen maximaal 59 dB. De wettelijke maximaal te verlenen hogere waarde van 68 dB wordt hiermee niet overschreden. Maatregelen Ingevolge artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder kan er alleen een hogere waarde worden vastgesteld wanneer maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zullen zijn dan wel overwegende bezwaren hebben van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld maatregelen bij de bron of maatregelen in het overdrachtsgebied. Met bronmaatregelen (b.v. het toepassen van raildempers) is de geluidbelasting op de woningen waarschijnlijk enigszins te reduceren. Echter de kosten voor het aanbrengen van raildempers zijn echter hoog en behoeft tevens de medewerking van ProRail. Gelet op met name de kosten van deze maatregel in verhouding met het aantal woningen waarvoor deze maatregel dan moet worden getroffen is deze maatregel niet doeltreffend en stuit deze maatregel vooral op bezwaren van financiële aard. Met overdrachtsmaatregelen (b.v.
aanleg van een geluidscherm) kan doorgaans vooral bij woningen op de begane grond een geluidreductie worden behaald. Uit het akoestisch onderzoek blijkt echter dat de woningen op begane grond voldoen aan de voorkeurswaarde. Zonder gedetailleerde berekeningen uit te voeren kan worden geconcludeerd dat een geluidscherm geen effect heeft op woningen die op een hogere verdieping zijn gelegen. De te behalen geluidreductie zal zich niet verhouden tot enerzijds de hoogte en lengte van een geluidscherm, en anderzijds de kosten hiervan zodat deze maatregel niet doeltreffend is. Maatregelen zijn redelijkerwijs niet mogelijk en/of zijn onvoldoende doeltreffend. Ook vanuit met name financieel- en stedenbouwkundige overwegingen is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidbelasting terugbrengt tot een waarde die gelijk of lager is dan de voorkeursgrenswaarden van 55 dB voor railverkeerslawaai. In verband hiermee zal voor de woningen een hogere grenswaarde moeten worden vastgesteld. Beleid hogere waarden Uit het gemeentelijke beleid blijkt dat een hogere waarde alleen mag worden vastgesteld wanneer maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn dan wel overwegende bezwaren hebben van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard.
Maatregelen zijn echter niet mogelijk en/of doeltreffend voor de woningen om de bovengenoemde redenen. Voor het verlenen van een hogere waarde gelden op basis van het beleid ook een aantal voorwaarden. Als voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde geldt dat woningen een geluidsluwe gevel moeten hebben en dat minimaal één buitenruimte is gelegen aan een geluidsluwe zijde. Door het toepassen van een aantal geluidwerende voorzieningen (uitvoeren balkons met een verhoogd balkonscherm/gesloten borstwering en het absorberend uitvoeren van het plafond van het balkon) wordt aan deze voorwaarden voldaan. Een andere voorwaarde is dat de gecumuleerde geluidbelasting van alle bronsoorten inzichtelijk gemaakt moet worden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er geen sprake is van cumulatie zoals omschreven in de Wet geluidhinder. Er zijn geen woningen met een geluidbelasting boven de voorkeurswaarde van zowel weg- als verkeerslawaai. ___________________________________________________________________________________________________________________ Besluit vaststelling hogere waarden voor woningen veld 15 – 17 Noorderhaven
25/824
2
Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat voldaan wordt aan de voorwaarden uit het gemeentelijke beleid om een hogere waarde vast te stellen. Procedure De voorbereiding van het besluit tot het vaststellen van de hogere waarden maakt onderdeel uit van de gemeentelijke coördinatieprocedure waartoe de raad op 16 december 2019 heeft besloten. Dit betekent dat op basis van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbestemmingsplan, de ontwerp-omgevingsvergunning en het ontwerpbesluit hogere grenswaarde gedurende zes weken ter inzage liggen. Gedurende die periode kan iedereen een zienswijzen indienen. Na de terinzagelegging worden de zienswijzen gezamenlijk en in afstemming afgewogen. Terinzagelegging ontwerp-beschikking Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen van 3 september 2020 tot en met woensdag 14 oktober 2020. Zienswijzen Naar aanleiding van het ontwerp-besluit zijn geen zienswijzen kenbaar gemaakt. 2
Besluit
Wij zijn van plan om, op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder, voor de woningen, Noorderhaven, veld 1516-17 in Zutphen een hogere waarde vanwege het railverkeerslawaai vast te stellen van: Omschrijving objecten Vast te stellen hogere in dB waarde railverkeer Veld 16 Blok 1.1 (westelijk bouwblok) Zuidgevel 57 Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Zuidgevel 59 Veld 16 Blok 3 (oostelijk bouwblok) Westgevel 57 57 Voor de situering van de waarneempunten wordt verwezen naar figuur 4 van het akoestisch onderzoek (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd:26 november 2020). De betreffende waarneempunten waarvoor de hogere waarde geldt zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd (zie ook de figuur in bijlage 1 van dit besluit).
Het akoestisch onderzoek (adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd: 26 november 2020) maakt onderdeel uit van dit besluit (bijlage 2 van dit besluit). In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen vastgelegd voor de karakteristieke geluidswering van de gevels. De hoogte van de karakteristieke geluidwering voor railverkeerslawaai is in het Bouwbesluit 2012 gedefinieerd als de vastgestelde hogere grenswaarde minus 33 dB. De vastgestelde hogere waarde is het gevolg van een akoestische afweging en toetsing aan de Wet geluidhinder. Zij heeft geen betrekking op andere toetsingskaders en afwegingen die in het kader van de Ruimtelijke Ordening (kunnen) worden gemaakt.
Namens burgemeester en wethouders van Zutphen, de teamleider van het team Ruimte Economie Duurzaamheid,
C.J. Fledderus
___________________________________________________________________________________________________________________ Besluit vaststelling hogere waarden voor woningen veld 15 – 17 Noorderhaven
26/824
3
Bijlage 1
FIGUUR
Overzicht rekenresultaten/waarneempunten (bron akoestisch onderzoek). De waarneempunten waarvoor de hogere waarde wordt verleend zijn per verdieping aangegeven en in geel gemarkeerd.
___________________________________________________________________________________________________________________ Besluit vaststelling hogere waarden voor woningen veld 15 – 17 Noorderhaven
27/824
4
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek, adviesbureau de Haan, kenmerk: AH.2017.0110.05.R001, gedateerd: 26 november 2020
___________________________________________________________________________________________________________________ Besluit vaststelling hogere waarden voor woningen veld 15 – 17 Noorderhaven
28/824
5
TOELICHTING
NOORDERHAVEN VELD 15-17
29/824
COLOFON TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN NOORDERHAVEN ZUTPHEN, VELD 15-16-17
IBAN: NL84 RABO 0308 1446 51 Btw-nr.: NL139099268 KvK nr. : 65329732 P/A Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Heijmans Vastgoed BV Bureau voor Planvorming & Advies | Zwolle
Opgesteld door Datum Versie Imro code
T. Melenhorst 1 december 2020 Definitief NL.IMRO.0301.bp0219Veld15tm17-VS01
30/824
Inhoud 1. Inleiding ................................................................... 5 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................5 1.2 Bij het plan behorende stukken .................................................................................................5 1.3 Leeswijzer .................................................................................................................................5 2. Huidige situatie plangebied ...................................... 6 2.1 Ligging .......................................................................................................................................6 2.2 Ontsluiting ................................................................................................................................7 2.3 Geldende planologische situatie ................................................................................................8 2.4 Toets aan uitwerkingsregels .................................................................................................... 11 2.5 Conclusie................................................................................................................................. 16 3. Beschrijving van het initiatief .................................
17 3.1 Achtergrond ............................................................................................................................ 17 3.2 Ontwikkeling Noorderhaven.................................................................................................... 17 3.3 Beschrijving voorziene plan ..................................................................................................... 18 3.4 Conclusie................................................................................................................................. 20 4. Beleidskader ........................................................... 21 4.1 Algemeen ................................................................................................................................ 21 4.2 Rijksbeleid ............................................................................................................................... 21 4.3 Provinciaal beleid .................................................................................................................... 22 4.3.1 Omgevingsvisie Gelderland (2018) .................................................................................... 22 4.3.2 Afsprakenkader Woningbouwprogrammering Stedendriehoek 2015-2024 .......................
22 4.4 Regionaal beleid ...................................................................................................................... 23 4.5 Waterschap Rijn en IJssel ........................................................................................................ 23 4.6 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................ 23 4.6.1 Ontwikkelingsvisie Zutphen 2020...................................................................................... 23 4.6.2 Binnenstadsvisie 2030 ...................................................................................................... 23 4.6.3 Woonvisie Zutphen: daar wil ik wonen 2019-2024 ............................................................ 23 4.6.4 Welstand .......................................................................................................................... 24 4.6.5 Geluid............................................................................................................................... 24 4.6.6 Externe veiligheid ............................................................................................................. 25 4.7 Conclusie................................................................................................................................. 25 5.
Toets aan ruimtelijke en milieukundige aspecten .. 27 5.1 Algemeen ................................................................................................................................ 27 2 31/824
5.2 Archeologie en cultuurhistorie ................................................................................................ 27 5.3 Flora en fauna ......................................................................................................................... 29 5.4 Bodem .................................................................................................................................... 32 5.5 Geluid ..................................................................................................................................... 33 5.6 Water ...................................................................................................................................... 35 5.7 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................... 38 5.8 Externe veiligheid .................................................................................................................... 40 5.9 Luchtkwaliteit.......................................................................................................................... 46 5.10 Verkeer en parkeren..............................................................................................................
47 5.11 Trilling onderzoek .................................................................................................................. 49 5.12 Mer-beoordeling ................................................................................................................... 50 5.13 Conclusie............................................................................................................................... 51 6. Uitvoerbaarheid ..................................................... 52 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .......................................................................................... 52 6.2 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................. 52 7. Toelichting op de regels ......................................... 54 7.1 Inleiding .................................................................................................................................. 54 7.2 Opzet regels ............................................................................................................................ 54 7.2.1 Inleidende regels ..............................................................................................................
54 7.2.2 Bestemmingsregels .......................................................................................................... 54 7.2.3 Algemene regels ............................................................................................................... 55 7.2.4 Overgangs- en slotregels................................................................................................... 55 7.3 Nadere toelichting op de regels ............................................................................................... 55 Bijlagen ...................................................................... 56 Bijlage 1. Archeologisch onderzoek ‘Het Statenbolwerk doorbroken’, 2018................................... 56 Bijlage 2. Ecologisch onderzoek, 2019 ........................................................................................... 57 Bijlage 3. Onderzoek gebiedsbescherming, 2020 ........................................................................... 58 Bijlage 4. Actualiserend bodemonderzoek, 2009 ........................................................................... 59 Bijlage 5. Partijkeuringen Spoorzone, 2016 ................................................................................... 60 Bijlage 6. Verkennend bodemonderzoek Veld 17, 2019 ................................................................. 61 Bijlage 7.
Asbestonderzoek, 2009 .................................................................................................. 62 Bijlage 8. Akoestisch onderzoek .................................................................................................... 63 Bijlage 9. Onderzoek externe veiligheid ......................................................................................... 64 Bijlage 9 a. Advies Veiligheidsregio ................................................................................................ 65 Bijlage 10 Trilling onderzoek ......................................................................................................... 66 3 32/824
Bijlage 10a. Aanvullend trilling onderzoek ..................................................................................... 67 Bijlage 11. Vormvrije MER-beoordeling ......................................................................................... 68
4 33/824
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Een voormalig bedrijventerrein de Mars, ten noorden van het station Zutphen, wordt geherstructureerd naar een woon-werkgebied (plangebied Noorderhaven). Voor het volledige plangebied is op 22 april 2013 het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ vastgesteld (onherroepelijk geworden in januari 2014) en is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Binnen het bestemmingsplan is voor verschillende velden een uitwerkingsmogelijkheid voor onder andere woningbouw opgenomen. Heijmans Vastgoed ontwikkelt gefaseerd enkele velden binnen het plan ‘Noorderhaven’. Op basis van artikel 10.2 (algemene uitwerkingsregels) en artikel 10.3 (specifieke uitwerkingsregels) van de bestemming ‘Centrum-uit te werken’ en artikel 11.2 (algemene uitwerkingsregels) en artikel 11.3 (specifieke uitwerkingsregels) van de bestemming ‘Woongebied-uit te werken’ uit het bestemmingsplan ‘Noorderhaven’ is het college van de gemeente Zutphen bevoegd om een uitwerkingsplan vast te stellen. De voorziene ontwikkeling van de velden 15 t/m 17 past echter niet binnen de uitwerkingsregels van het uitwerkingsplan. Daarom wordt het bestemmingsplan gewijzigd.
Op 16 december 2019 heeft de gemeenteraad besloten de gemeentelijke coördinatieregeling, als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), van toepassing te verklaren voor het realiseren van appartementen in Noorderhaven op de velden 15-16-17. De coördinatieregeling maakt het mogelijk om de benodigde besluiten voor deze ontwikkeling gezamenlijk voor te bereiden en te coördineren. Voor deze ontwikkeling gaat het om het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de bouw van 77 woningen, waaronder zorgwoningen. Uitgangspunt daarbij is dat iedere 12 zorgwoningen een gemeenschappelijke wooneenheid vormen. Dit is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Het college van burgemeester en wethouders verzorgt de coördinatie tussen de vaststelling van het bestemmingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning. De bevoegdheid tot vaststelling van het bestemmingsplan blijft in handen van de gemeenteraad.
1.2 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en onderliggende toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan dient in samenhang te worden gezien met de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van 77 woningen. Uitgangspunt daarbij is dat iedere 12 zorgwoningen een gemeenschappelijke wooneenheid vormen.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingezoomd op het plangebied. Hierbij wordt ingegaan op de huidige ruimtelijke en functionele kenmerken van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 vormt een overzicht van het relevante beleidskader. De ruimtelijke- en milieukundige aspecten die ten grondslag liggen aan het plan worden in hoofdstuk 5 toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan toegelicht.
5 34/824
2. Huidige situatie plangebied 2.1 Ligging De velden 15, 16 en 17 maken onderdeel uit van het stedenbouwkundig plan ‘Noorderhaven’ (KCAP, 2010). Op onderstaande afbeelding is het volledige plan ‘Noorderhaven’ weergegeven, met daarbinnen met rood omcirkeld de globale ligging van het plangebied.
Plangebied Noorderhaven. Bron: Stedenbouwkundig plan KCAP (2010). Op onderstaande afbeelding is de indeling van Noorderhaven in velden weergegeven.
Indeling ‘Noorderhaven’ in velden. Bron: bestemmingsplan Noorderhaven (2014). 6 35/824
Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Noorderhavenstraat, waar in het kader van de uitvoering van Noorderhaven reeds woningen zijn gebouwd. Aan de zuidoostzijde ligt het spoor. Ten westen ligt het Statenbolwerk. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt een groenstrook met speelvoorziening. De volgende foto’s geven een impressie van het plangebied.
Zicht op het plangebied richting het zuidoosten. Rechts het spoor dat het zuid oosten van het plangebied begrenst.