1321256 - Bijlage 12a - Programma van Eisen Hanzehuis gebouw
Tekst van het document
3.6.5
Algemene facilitaire ruimten Dit cluster omvat de volgende ruimten: ▪ Containerberging: o Bevindt zich nabij de keuken; o is voorzien van een eigen, dubbele buitendeur die voldoende breed is voor kunststof afvalcontainers van 1100 l (breedte tot 108 cm); o basale, stootvaste wandafwerking. ▪ Patch-/serverruimte: o Is centraal gesitueerd, zodat de benodigde kabellengtes worden geminimaliseerd; o basale wandafwering. ▪ Diverse bergingen: o 3 bergingen, verdeeld over de verdiepingen; o basale wandafwerking, bijvoorbeeld met OSB-plaat, zodat eenvoudig schappen kunnen worden bevestigd. ▪ Diverse schoonmaakkasten/-magazijnen: o Het grootste schoonmaakmagazijn ligt op de begane grond, nabij de centrale toiletgroepen. o De schoonmaakkasten op de verdiepingen liggen nabij de toiletgroepen en de kleedkamers.
Programma van Eisen Hanzehuis
29
▪
o Alle te voorzien van warm- en koudwater en uitstortgootsteen. Berging buitenpodium: o Gesitueerd nabij dat podium en met een dubbele deur toegankelijk van buitenaf; o Kabeldoorvoer naar buiten. o Basale, stootvaste wandafwerking.
3.6.6
Kleine zaal c.a.
3.6.6.1
Zaal Tijdens het opstellen van dit PvE zijn er belangrijke wijzigingen voor aard, omvang en inpassing van deze zaal t.o.v. het Structuurontwerp van Mecanoo gemaakt. Naar aanleiding van een nadere studie van de Kleine Zaal op basis van de hieronder beschreven uitgangspunten, is de grootte van de zaal (publiekscapaciteit), de indeling (balkons) en de positionering in het gebouw veranderd ten opzichte van het Structuurontwerp. In bijlage 3 is het concept c.q. een principe lay-out weergegeven. Dit is nadrukkelijk nog geen afgerond ontwerp. Optimalisaties ten aanzien van de vormgeving van de uitschuiftribune en het vaste balkon, alsmede de openheid richting de ontmoetingsruimte zijn bijvoorbeeld denkbaar. Vanuit de gebruikers is er de voorwaarde om te kunnen verbinden/koppelen met de foyer. Op de schetsen in bijlage 3 is hiervoor de ‘sluis’ met glaspartijen getekend. Verder optimaliseren van de openheid/verbinding zaal-foyer is een wens en onderzoeksvraag. Zo kan gedacht worden aan één of meer grotere openingen met hefdeuren. Om de openheid te versterken zou er met daglicht kunnen worden gewerkt van zowel de voor- als achterzijde van de ruimte. Er dient een publiekstoegang naar de balkons te worden aangebracht op de eerste verdieping.
De belangrijkste programmatische uitgangspunten noemen we hier nog in het kort: ▪ Podiumkunsten, ruimte voor talent, (professionele) culturele organisaties, verenigingen. De ruimte is uitnodigend voor experiment en nieuwe vormen, ook buiten een traditionele theateropstelling; ▪ schoolvoorstellingen en laagdrempelige presentatieavond leerlingen en cursisten; ▪ popmuziek met staand publiek tot 300 bezoekers; ▪ lezingen, congressen en bijeenkomsten met flexibele zaalindelingen; ▪ ondersteunend aan andere activiteiten in het Hanzehuis zoals breakoutroom, dinerzaal, regieruimte of grote kleedkamer. Onder podiumkunsten worden nadrukkelijk ook lokale verenigingen zoals bijvoorbeeld WoestOost, Zjuust en orkesten van ’t Spult enzovoort bedoeld. Maar ook jonge makers moeten hier de ruimte hebben om in hier op creatieve wijze voorstellingen te maken. De capaciteit van de zaal in theateropstelling is bij voorkeur +200 stoelen.
Programma van Eisen Hanzehuis
30
Als lege popzaal moet de zaal ruimte bieden aan tenminste 300 staande bezoekers. Voor de vluchtwegen en klimaatinstallaties rekening houden met maximaal 600 bezoekers. Verder komen in de zaal mobiele bars. Het podium wordt opgebouwd uit losse podiumdelen. Door de zaal als verbindende schakel te positioneren, ontstaat ruimte om het backstagegebied logisch te koppelen. Bewegingen van artiesten, techniek (zeker van logistiek medewerkers), interne logistiek voor boeken en ander intern transport kunnen efficiënter en overzichtelijker georganiseerd worden. De zaal kan volledig elektrisch verduisterd zijn, maar moet ook voldoende daglicht bieden. Het moet een zaal zijn die multifunctioneel inzetbaar is. Hierbij moet maximaal gebruik gemaakt kunnen worden van de ruimte zonder beperking van speelrichting en hijspunten door de hele zaal. Een omloop/balkon boven langs biedt ruimte aan techniek voor bevestiging van lampen en projectoren. Ook te gebruiken voor publiek bij popconcert en voor stille binnenkomst van laatkomers. Een ander gebruikerswens is de zaal multimediaal in te richten. Waarbij de gedacht is dat de spreker of artiest in het midden van zijn/haar verhaal kan staan. Hierbij wordt gedacht aan voldoende projectievlakken en andere technische mogelijkheden om de zaal optimaal te gebruiken. Deze worden in het theatertechnisch programma van eisen verder omschreven. 3.6.6.2
Backstage, laad- en losruimte + perron kleine zaal Zie paragraaf 3.2.3.3.
3.6.7
Kleedkamers Buitensociëteit c.a. Dit cluster beschrijft de kleedkamers bij de Buitensociëteit. In het Structuurontwerp is dit kleedkamergebied op de eerste verdieping gesitueerd. Ligging op het podiumniveau is echter zeer wenselijk. Mocht dit niet mogelijk zijn, is een directe trap- en liftverbinding noodzakelijk. Indien mogelijk worden de kleedkamers voor de verschillende zalen zoveel mogelijk geclusterd. Beschrijving van de ruimten: ▪ Artiestenfoyer: o Voorzien van eenvoudige bar en pantry met twee magnetrons; o beeld- en geluidsvoorziening aanwezig, waarop de live activiteiten in alle zalen te volgen is; o aansluitingen voor televisie; o kwalitatieve verblijfsomgeving. ▪ Kleedkamers 4-persoons: o 2 kleedkamers voor elk 4 personen; o voorzien van grimetafels, spiegels met dimbaar grimelicht en wcd’s; o voorzien van tenminste 1 wastafel met warm- en koudwater.
Programma van Eisen Hanzehuis
31
▪ ▪ ▪
o Voorzien van een passpiegel bij de deur Toiletten kleedkamers; 2 stuks Douches kleedkamers; 2 stuks. Integraal toegankelijk toilet; 1 toilet met de gebruikelijke MIVAvoorzieningen.
Opslag kleedkisten vindt plaats in de verkeersruimte van het kleedkamergebied. Wandafwerking hierop voorzien (bescherming wand). 3.6.8
Backstage ruimten Het gaat om de volgende ruimten: ▪ Vleugelberging; hiervoor wordt geen specifieke ruimte gerealiseerd. Wel dient hiervoor een halfhoog opberghok nabij het podium van de Buitensociëteit te worden gerealiseerd. ▪ Werkplek Techniek (niet in SO): Een eenvoudige werkplek voor 1 persoon. Bij voorkeur in de nabijheid van de podia en voorzien van daglicht. Gecombineerd met werkplaats techniek onder toneel grote zaal. Goederenlogistiek: zie paragraaf 3.2.3.3.
3.6.9
Studio’s
3.6.9.1
Algemeen De studio’s bevinden zich in een aangenaam verblijfsgebied, bij voorkeur aan de ontmoetingsruimte. Het gebied is vrij toegankelijk voor alle bezoekers. Het is dus niet de bedoeling een afgescheiden zone met gangen te maken. De studio’s zijn daarom verspreid verdeeld over de 1e en 2e verdieping. Naast de functie van educatieve ruimte, kunnen de studio’s ook voor multifunctioneel gebruik worden ingezet. Dat geldt met name voor de theater- en dansstudio’s. In alle deuren of daarnaast is vanwege de sociale veiligheid glas aangebracht. De gangen rondom de studio’s moeten breed genoeg zijn om een vleugel (maat C5) of een compleet drumstel te kunnen transporten.
3.6.9.2
Theaterstudio/dansstudio/repetitieruimten (2 stuks) Deze studio’s worden gebruikt voor theatercursussen, danscursussen, grote ensembles, voorspeel-sessies en als kleedkamer bij grotere producties van (amateur)gezelschappen en bij festivals. De maatvoering (LXB) is bepaald, zoals in de ruimtestaat aangegeven en in het SO getekend. De studio’s zijn zo vormgegeven, dat ze een aangename verblijfssfeer hebben, omdat ze tevens als evenement-gerichte ruimte kunnen worden gebruikt. De beide ruimtes zijn deelbaar in twee aparte studio’s middels een akoestische panelenwand. De twee delen moeten elk vanuit de ontmoetingsruimte of kleedkamer(s) toegankelijk zijn. Er is minimaal een dubbele deur per studio, waardoor een vleugel in de ruimte kan worden gebracht. De toegang is overal drempelloos. De studio’s zijn voorzien van ‘vlakverende’ vloeren vanwege het gebruik voor dans. De vloerafwerking van de vlakverende vloer is nader te bepalen (hout of vinyl).
Programma van Eisen Hanzehuis
32
De studio’s zijn voorzien van een grid met eenvoudige theatertechnische voorzieningen (licht en geluid), die het multifunctioneel gebruik mogelijk maken. De ene studio wordt met name ingericht als multimediale ruimte, bedoeld voor interactieve experiences. De andere studio wordt ingericht als dansstudio. Zie hoofdstuk 5 voor inrichtingseisen. De bergingen zijn aangrenzend en drempelloos toegankelijk. De kleedkamers bevinden zicht bij voorkeur tevens aangrenzend aan de studio’s zodat deelnemers rechtstreeks de studio in kunnen. Daar waar dit ontwerptechnisch onmogelijk is moet de situering zo nabij mogelijk zijn en via een publieksluwe verkeerszone bereikbaar. Voor de theaterstudio’s zijn akoestische wensen opgenomen in het technisch PvE, zowel intern akoestisch als akoestisch naar aanpalende ruimtes. Minimaal een van beide studio’s (in principe de multimediale ruimte) heeft een wand in verbinding met de ontmoetingsruimte, die zoveel mogelijk ‘open’ gemaakt kan worden, waarbij de studio en de ontmoetingsruimte in elkaar overlopen. Een voorbeeld is getekend in het SO op de 2e verdieping (I01). Bij voorkeur zijn beide studio’s voorzien van een dergelijke mogelijkheid. 3.6.9.3
Diverse studio’s muziek (in totaal 10 stuks) Om een goed, ongestoord gelijktijdig functioneren van alle ruimten binnen het gebouw te verzekeren zijn akoestiek en geluidsisolatie van alle muziekruimten essentieel. Ook dient geluidsoverlast naar de omgeving te worden voorkomen. Voor iedere ruimte afzonderlijk dient de akoestiek in overeenstemming te zijn met het reguliere gebruik. We onderscheiden drie categorieën: ▪ Pop educatie- en oefenstudio ▪ Slagwerkstudio ▪ Muziekstudio klassiek en piano Techniekaansluitingen in de studio’s worden zoveel als mogelijk op dezelfde plek gesitueerd.
3.6.9.4
Pop educatie- en oefenstudio De popoefenruimten moeten in verband met hoge geluidsproductie uitgevoerd worden als doos-in-doos constructie of vergelijkbaar. De bijbehorende bergingen zijn afsluitbaar en liggen dichtbij de muziekruimten en zijn drempelloos toegankelijk. De luchtbehandelingsinstallaties dienen te worden voorzien van voldoende geluiddempende voorzieningen, zodat er geen hinderlijke overspraak is naar andere studio’s en verblijfsruimten. De producersruimte dient gekoppeld te worden aan een grote popstudio. Tussen deze moet een glaswand worden aangebracht zodat wederzijds zicht mogelijk is. Deze glas pui is akoestisch ‘dicht’.
Programma van Eisen Hanzehuis
33
3.6.9.5
Slagwerkstudio Het slagwerklokaal moeten in verband met hoge geluidsproductie uitgevoerd worden als doos-in-doos constructie of vergelijkbaar. In het slagwerklokaal dient een dubbele deur te zijn, waardoor een compleet drumstel kan worden in- en uitgereden (minimale breedte 2.200 mm). De vraag is of deze studio in het SO op een goede plek ligt i.v.m. overspraak (boven Kleine Zaal).
3.6.9.6
Muziekstudio klassiek en pianostudio Ook deze studio’s hebben soortgelijke akoestische eisen, als de bovengenoemde. Alleen hoeven deze niet als ‘doos in doos’ te worden gebouwd. In deze ruimtes is de interne akoestische afwerking van belang, zodat er bijvoorbeeld door zes blazers tegelijkertijd gemusiceerd kan worden. Alle studio’s worden voorzien van een piano en een van de grote studio’s wordt ingericht als pianostudio. In deze studio moet een dubbele deur worden aangebracht voor het transport van een vleugel.
3.6.10
Keukenvoorzieningen Buitensociëteit In de Buitensociëteit worden regelmatig grote partijen en evenementen georganiseerd. Daarvoor is ten opzichte van het Structuurontwerp een banquetingkeuken toegevoegd aan het ruimteprogramma. Deze dient te worden gerealiseerd ter plaatse van de huidige uitbouw van de Buitensociëteit aan de Coehoornzijde. Deze uitbouw moet zowel toegankelijk zijn vanuit de zaal, als vanuit de ontmoetingsruimte en de kelder, vanwege goederentransport tijdens events. De half verdiepte kelder met (horeca)bergingen moet van buitenaf toegankelijk zijn voor logistiek transport van grote materialen, zoals kratten en fusten. Zie ook onderzoeksvraag 3.4.2.2.
3.6.11
Gebouw gebonden buitenvoorzieningen
3.6.11.1
Terras Het theatercafé is voorzien van een buitenterras aan de parkzijde. Bezonning in de namiddag- en avonduren is een aandachtspunt.
3.6.11.2
Buitenpodium De buitenruimte wordt betrokken bij het nieuwe Hanzehuis door gebruik te maken van het park ernaast. Door het plaatsen van een buitenpodium kan er een nog meer divers aanbod gebracht worden. Dit podium dient als verlenging van de activiteiten die binnen veelvuldig plaatsvinden en kan (ook) in de zomer gebruikt worden voor bijvoorbeeld festivals, zondagochtend concerten, zomerbijeenkomsten, concertavonden, voorlezen en verhalen vertellen, openlucht optredens. Het podium is onderdeel van een veel bredere ‘buitenspeelplaats’ in het park. Het buitenpodium is onderdeel van de groene omgeving en de omgeving van het Hanzehuis zelf, kleinschalig, maar wel met uitbreidingsmogelijkheden. De contouren zijn zichtbaar, een divers aanbod qua programmering met oog voor andere organisaties en partijen binnen de cultuursector van Zutphen (en daarbuiten), verrassende producties en experiment. Juist buiten programmeren wat
Programma van Eisen Hanzehuis
34
binnen niet kan, producties maken specifiek voor de buitenruimte (dans, theater, muziek, maar ook tentoonstellingen). Aansluitend op de cultuurnota van de gemeente Zutphen: de buitenlucht als podium (of de omgeving als decor) met ruimte voor experiment en vernieuwing. Het buitenpodium wordt geïntegreerd in het landschapsontwerp en ligt nabij het horecaterras. De achterzijde is dicht of eenvoudig dicht te maken met een horizondoek (precieze oplossing uit te werken in ontwerp). Het is voorzien van ophangmogelijkheden voor theatertechnische voorzieningen (met name licht en geluid). Met betrekking tot de precieze vormgeving, zien we graag de creatieve hand van de architect hierin terug. Het ontwerp sluit aan bij het Schetsontwerp van de openbare ruimte en het kavelpaspoort. Bij de positionering, ligging, aankleding, etc. moet rekening gehouden moet worden met geluid en geluidsbelasting voor omwonenden. Bijvoorbeeld door positie geluidsbronnen, afstand tot woningen, geluidswerende maatregelen (bijvoorbeeld groen, wellicht verdiepte ligging/geluidswal). Afhankelijk van het ontwerp worden de (theater)technische voorzieningen bepaald, zoals: hellingbaan naar podium voor transport en hoogwerker, ophangvoorziening voor licht en geluid. 3.6.11.3
Parkeren artiesten en medewerkers en opstelplaatsen bus/vrachtwagen theater De huidige situatie met betrekking tot parkeerplaatsen voor auto’s, touringcar, busjes en vrachtwagens van artiesten en theatergezelschappen is krap met oog op de uitbreiding van het aantal zalen. Uitgangspunt is dat minimaal de huidige voorzieningen beschikbaar blijven. Indien nodig en desgewenst wordt dit gebied opnieuw ingericht. Zie verder de eisen ten aanzien van theaterlogistiek met nieuwe laad- en losvoorziening kleine zaal en Buitensociëteit.
3.6.11.4
Kiss & ride Te voorzien in een kiss & ride nabij de hoofdentree. Deze is tevens beschikbaar voor bijvoorbeeld docenten met zware/grote instrumenten et cetera.
3.6.11.5
Parkeervoorzieningen bezoekers De huidige parkeervoorzieningen voor bezoekers op het terrein achter de Hanzehal worden gehandhaafd.
3.6.11.6
Parkeervoorzieningen mindervaliden Er dienen voldoende parkeerplekken voor mindervaliden dichtbij de hoofdentree te worden gesitueerd.
3.6.11.7
Parkeervoorzieningen medewerkers Hanzehuis Er wordt niet specifiek voorzien in auto parkeerplekken voor medewerkers. Zij maken gebruik van de algemene parkeervoorzieningen voor bezoekers.
Programma van Eisen Hanzehuis
35
3.6.11.8
Fietsenstalling bezoekers en medewerkers Hanzehuis Dichtbij de hoofdentree dient te worden voorzien in een fietsenstalling voor bezoekers en medewerkers van het Hanzehuis. De capaciteit dient te zijn afgestemd op reguliere bezoekersaantallen overdag en bij theatervoorstellingen in de avond. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met extra capaciteit bij grotere evenementen c.q. popmuziekactiviteiten in de Buitensociëteit en de kleine zaal. Naar verwachting zullen bij dit soort activiteiten meer mensen op de fiets naar het Hanzehuis komen. De fietsenstallingen dienen te worden voorzien van goede verlichting, voorzieningen om de fietsen veilig te kunnen stallen en laadvoorzieningen voor elektrische fietsen.
Programma van Eisen Hanzehuis
36
4
Technische eisen
4.1
Eisen op gebouwniveau
4.1.1
Wet- en regelgeving Het gebouw en de daarin aanwezige installaties dienen te voldoen aan de geldende eisen en regelgeving. Voor het gebouw zijn de eisen welke gesteld worden door de overheid, nutsbedrijven en brandweer van toepassing. Aanvullend aan de in het Bouwbesluit genoemde NEN-normen worden de in dit programma van eisen NEN-normen van toepassing verklaard. Hiervoor geldt dat moet worden uitgegaan van de meest recente versies inclusief eventuele wijzigingsbladen. Zowel voor de grote zaal als de buitensociëteit zal de capaciteit van de vluchtwegen moeten worden afgestemd op het beoogde nieuwe aantal gebruikers. Indien de bestaande situatie blijft gehandhaafd moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende regelgeving bij de boogde bezetting.
4.1.2
Richtlijnen Bestaande gebouwdelen die opnieuw worden ingericht dienen te voldoen aan het activiteitenbesluit en de Wet Milieubeheer. Dit betekent dat rendabele energiebesparende maatregelen dienen te worden uitgevoerd, zoals het vervangen van de bestaande TL-verlichting voor LED verlichting of andere duurzame oplossingen. Tevens zijn van toepassing de op grond van de genoemde regelgeving vastgestelde voorschriften zoals het bestemmingsplan en de bouwverordening. Het vernieuwde Hanzehuis dient te voldoen aan de eisen voor ITS basis.
4.1.3
Tabel van technische eisen In de Tabel technische eisen (bijlage 1) zijn per ruimte de uitgangspunten met betrekking tot bouwfysische en installatietechnische aspecten beschreven. Deze tabel is gebaseerd op de ruimtestaat. Bij te handhaven gebouwdelen dient elk onderdeel minimaal te voldoen conditiescore 3, conform NEN 2767. De aanpassingen aan en de uitbreidingen van het gebouw dienen in het ontwerp door architect en adviseurs te worden uitgewerkt, op basis van het beschikbare SO en dit programma van eisen. Indien aspecten worden aangeduid met ‘ntb’, dan dienen de exacte eisen nog te worden uitgewerkt door het ontwerpteam in vervolgfasen.
4.1.4
Flexibiliteit Nieuw te realiseren gebouwdelen dienen te beschikken over een flexibele indeelbaarheid, door de binnenwanden niet dragend uit te voeren. Uitzondering hierop vormt de kleine zaal.
Programma van Eisen Hanzehuis
37
4.1.5
Bouwfysische condities
4.1.5.1
Behaaglijkheid Temperaturen In de tabel van technische eisen zijn voor de verschillende ruimten de vereiste operatieve temperaturen weergegeven. De gewenste ruimte temperaturen dienen binnen 2 uur te worden bereikt. Uitgangspunten hierbij zijn een nachtverlaging van 4K, een windsnelheid van 5 m/sec en een buitentemperatuur van -8 C. Opwarming in de zomer dient te worden vermeden door toepassing van: • Buitenzonwering • Zomernachtventilatie • Mechanische koeling voor ruimten met een hoge warmtebelasting. Gestreefd wordt naar een binnenklimaat conform comfortklasse B of beter volgens NEN-ISO 7730. Luchtvochtigheid In de bergingen voor muziekinstrumenten dient een luchtvochtigheid te worden gehandhaafd van 40 tot 60%. Indien nodig daarvoor lokale luchtbevochtigers/ontvochtigers toepassen. Ventilatie Nieuwe installaties voor ventilatie dienen CO2-gestuurd te worden uitgevoerd. Voor te handhaven installaties is CO2 regeling niet vereist. Voor de Buitensoos dienen de luchtbehandelingskasten te worden hergebruikt, waarbij regeltechnisch wordt aangesloten op de bestaande situatie. De hoeveelheid verse luchttoevoer moet voldoen aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). Daarnaast worden aan het ventilatiesysteem de volgende eisen gesteld: ▪ Emissiebronnen als kopieermachines en printers dienen niet in de werkruimte geplaatst te worden.
In de ruimten waar deze apparatuur geplaatst wordt, dient separate mechanische afzuiging plaats te vinden, indien mogelijk voorzien van warmteterugwinning; ▪ Er geldt een rookverbod in het gehele gebouw, inclusief buiten nabij entree; ▪ Sanitaire ruimten dienen separaat afgezogen te worden; ▪ De afvalruimte/containerberging dient te worden voorzien van afzuiging; ▪ Voor zover het Besluit Bouwwerken Leefomgeving over specifieke ruimten geen uitsluitsel geeft geldt NEN 1087 als uitgangspunt. Lucht- en waterdichtheid Indien bestaande gevels blijven gehandhaafd en dienen deze minimaal op conditiescore 2 te worden gebracht. Voor nieuw te realiseren bouwdelen gelden de luchtdichtheidseisen conform het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Energetische aspecten (Trias energetica) Energiebesparende maatregelen in het kader van de wet milieubeheer moeten gebaseerd worden op een drie-stappen-strategie, namelijk:
Programma van Eisen Hanzehuis
38
▪ ▪ ▪
Minimaliseer energiegebruik (bijvoorbeeld voldoende isolatie); Toepassing duurzame energie (afstemmen met specialist/adviseur); Efficiënt gebruik (resterende) niet-duurzame energie (bijv. energieterugwinning).
Als eis geldt: Gestreefd wordt om het gehele Hanzehuis te laten voldoen aan de BENG eisen voor nieuwbouw, waarbij de Buitensoos eventueel apert kan worden beschouwd. Het gebouw als geheel dient bij de gezamenlijke ingebruikname in ieder geval minimaal energielabel A te hebben. Dit betekent dat voor het gebouw als geheel, met een mogelijke uitzondering voor de monumentale Buitensoos, een energielabel verkregen dient te worden. 4.1.5.2
Licht Daglicht/kunstlicht In de behoefte aan verlichting dient te worden voorzien door daglicht (ontwerp optimaliseren) aangevuld met kunstlicht. In alle verblijfsruimten waar mensen meer dan 2 uur per dag verblijven dient daglicht aanwezig te zijn. Zie tevens eis met betrekking tot daglicht in de theaterzaal aanwezig in hoofdstuk 3. Visueel comfort (kunstlicht) Bij vervanging of nieuw aanbrengen van de verlichting geldt het volgende: De in de tabel van technische eisen gespecificeerde verlichtingsniveaus dienen te worden gerealiseerd, na veroudering (depreciatie, volgens NEN-EN 12464) op 750 mm. boven vloerniveau. De waarden die bij de oplevering gehaald moeten worden liggen ca. 10% boven de in de tabel van technische eisen aangegeven minimum waarden, gemeten volgens NEN 1891: 2016. Alle verlichting uit te voeren in LED. De theaterverlichting wordt separaat beschreven in hoofdstuk 5.
4.1.5.3
Geluid Nagalmtijd Ten behoeve van een goede spraakverstaanbaarheid zijn de maximale nagalmtijden (in ingerichte ruimten) in het middenfrequentiegebied (125 t/m 2000 Hz) voor de verschillende ruimten in de tabel van technische eisen weergegeven. De voorgeschreven nagalmtijd kan worden gerealiseerd met bouwkundige afwerkingen zoals plafonds of baffles maar ook met grotere (vaste) inrichtingselementen. Indien de bestaande ruimten niet voldoen dienen hiervoor aanvullende maatregelen getroffen te worden. In de zalen dienen specifieke voorzieningen te worden getroffen voor een goede weergave van muziek en spraak. Geluidsisolatie In de tabel van technische eisen zijn de geluidsisolatiewaarden weergegeven (Dnta) van de verschillende ruimten naar verkeersruimten en naar andere verblijfsruimten. De in de tabel opgenomen waarden zijn hoger naarmate er sprake is van meer privacy of juist van meer geluidsproductie in de ruimte. Voor de zalen is de verwachte geluidproductie in de tabel van technische eisen aangegeven.
Programma van Eisen Hanzehuis
39
Vermijden hinderlijke reflecties Hinderlijke reflecties van bouwkundige en inrichtingselementen, zoals balkons en balustrades, dienen te worden vermeden. Installatiegeluid Het maximaal toelaatbare achtergrondniveau 'L95' in dB(A) ten gevolge van installatiegeluid is voor alle ruimten weergegeven in de tabel van technische eisen. Indien eventuele her te gebruiken installaties een meer dan 5 dB(A) hoger geluidsniveau produceren zijn aanpassingen vereist. Buitengeluid De bestaande gevels van de theaterzaal, mat name de toneeltoren en de buitensoos blijven gehandhaafd en dienen minimaal in conditie 2 te worden gebracht, hetgeen betekent dat daarmee ook de oorspronkelijke geluidwering van de gevel wordt behaald. De geluidwering van de gebouwomhulling van nieuwe bouwdelen moet zodanig zijn dat, ongeacht de bron van het geluid en/of de onderhavige locatie, voldaan wordt aan de eisen, gesteld in het Bouwbesluit. Geluid naar omgeving Voor wat betreft geluidsoverlast naar de omliggende percelen dient te worden voldaan aan geldende eisen uit de Wet Milieubeheer. Voor de Buitensoos moet, mede op basis van geluidmetingen vooraf, worden onderzocht welke maatregelen er haalbaar zijn met behoud van de monumentale waarde en welk geluidsniveau er dan binnen de wettelijke kaders binnen geproduceerd kan worden. 4.1.6
Onderhoud en exploitatie Het huidige gebouw en de daaraan toe te voegen elementen voor de herinrichting en uitbreiding dienen als één geheel te kunnen worden onderhouden: ▪ Alle te verwerken materialen en alle aan te brengen installaties en gebouwdelen moeten zoveel mogelijk van een vergelijkbaar en uitwisselbaar type zijn; ▪ De regelinstallaties dienen als één geheel te functioneren. De bestaande Priva installatie dient hiervoor te worden uitgebreid en geactualiseerd. Voor alle inrichtingselementen en nieuw toe te voegen bouwdelen geldt bovendien dat deze onderhoudsarm moeten zijn, zowel qua bouwkundig en installatietechnisch onderhoud als qua schoonmaak.
4.1.7
Duurzaamheid Voor duurzaamheid gelden de volgende eisen en uitgangspunten: ▪ Er wordt voor het vernieuwde Hanzehuis voor een belangrijk deel gebruik gemaakt van het bestaande gebouw (Buitensoos en grote zaal), met hergebruik de daarin aanwezige voorzieningen (met name het hergebruik van de luchtbehandeling van de buitensoos moet nader onderzocht worden).
Programma van Eisen Hanzehuis
40
▪ ▪ ▪ ▪ 4.1.8
De bestaande warmtepompen en CV-ketels dienen te worden hergebruikt, inclusief het buffervat. Voor het gehele gebouw moet worden voldaan aan de verplichtingen conform de geldende wetgeving. Het gebouw moet bij ingebruikname minimaal voldoen aan de BENG eisen voor volledige nieuwbouw. Uitkomende materialen door sloop moeten zoveel mogelijk op de locatie worden hergebruikt.
Bouwkundige aanpassingen bestaande gebouwdelen In het gebouw moeten alle ten behoeve van de aanpassingen en uitbreidingen van de installaties benodigde bouwkundige voorzieningen worden aangebracht, zoals: ▪ Schachten, bouwkundige kanalen, eventuele dakopbouwen en installatieruimten ▪ Alle benodigde opstortingen en (brandwerende) doorvoeringen. De brandcompartimentering in de nieuwe situatie dient te voldoen aan de wet- en regelgeving en te worden vastgesteld in overleg met het bevoegd gezag. Alle bestaande bouwkundige voorzieningen ten behoeve van deze compartimentering dienen te worden geïnspecteerd en waar nodig aangepast of nieuw aangebracht te worden. Brandcompartimentering zodanig dat de verplichting om sprinklers toe te passen wordt vermeden.
4.1.9
Bijzondere voorzieningen Naast de gebruikelijke, uit het functioneel programma volgende voorzieningen, dienen de volgende bijzondere voorzieningen in het gebouw aanwezig te zijn: ▪ Bewegwijzering met ruimte aanduiding. ▪ Alle sloten in het gebouw op te nemen in een sleutelplan met nader te bepalen onderverdeling.
4.2
Eisen op ruimteniveau In de integrale ruimtestaat is, in overleg met de gebruikers, het nuttig oppervlak per ruimte vastgesteld. De tabel van technische eisen toont de eisen op hoofdlijnen op het niveau van ruimtesoorten t.a.v.: ▪ Thermisch comfort ▪ Akoestiek ▪ Visueel comfort ▪ Constructie ▪ W-installaties ▪ E-installaties De architect en installatieadviseurs dienen binnen de kaders van dit document in overleg met de gebruiker de eisen op ruimte niveau vast stellen ten aanzien van: ▪ Benodigde wandcontactdozen; ▪ Eventuele geluidsinstallaties (zie ook hoofdstuk 5) ▪ Eventueel benodigde extra data-aansluitingen;
Programma van Eisen Hanzehuis
41
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Afwerking vloer, wanden, plafonds; Eventuele transparantie van wanden; Eventuele flexibele scheidingswanden; Vaste inrichting, zoals keukenblokken, wastafels, werkbladen enz.; Voorzieningen in de kantoorruimten.
4.3
Eisen op elementniveau
4.3.1
Onderbouw (bodem, fundering etc.)
4.3.1.1
Bodemvoorzieningen (11) Grondonderzoek Voor uitbreidingen en nieuw te realiseren bouwwerken op de locatie geldt: Ten behoeve van het funderingsontwerp dienen voldoende sonderingen (conform NEN 6740) als mede een bodemonderzoek, schone grond verklaring en een funderingsadvies te worden uitgevoerd. Indien nodig dient ook een bemalingadvies uitgevoerd te worden. Ten behoeve van de geo-technische gegevens dienen de grondwaterstanden te worden vastgesteld t.o.v. van NAP. Bestaande grondonderzoeken kunnen worden toegepast, mits voldoende aan de huidige eisen.
4.3.1.2
Vloeren op grondslag (13) Indien nieuwe vloeren op grondslag worden toegepast dienen hieronder geen rioleringen of ander leidingwerk aanwezig te zijn.
4.3.1.1
Funderingsconstructies (16) De onder de begane grondvloer aanwezige kruipruimten dienen te voldoen aan de volgende eisen: ▪ De kruipruimte dient goed bereikbaar te zijn ten behoeve van ontstoppen van leidingen en inspectie; ▪ De kruipruimte dient droog te zijn, voorzien van schoon zandbed van 100mm, zo nodig een drainage aanleggen; ▪ Er dienen zo weinig mogelijk leidingen in de kruipruimte verwerkt te worden; ▪ Inrichting van de kruipruimte zodanig dat de daarin benodigde onderhoudswerkzaamheden conform de arbo-wetgeving uitgevoerd kunnen worden. De bestaande kruipruimte moet hierop worden gecontroleerd. Indien nodig aanvullende kruipluiken plaatsen.
4.3.1.2
Paalfunderingen (17) In overleg met de constructeur dient te worden bepaald welk type funderingsconstructie is vereist voor eventuele uitbreidingen of nieuwe bouwwerken op de locatie. Eventueel toegepaste betonnen funderingspalen dienen te zijn uitgevoerd met minimaal 20% puingranulaat of ander duurzaam materiaal. In de grond gevormde palen toepassen.
Programma van Eisen Hanzehuis
42
4.3.2
Bovenbouw
4.3.2.1
Buitenwanden (21) De bestaande buitenwanden dienen minimaal op conditiescore 2 gebracht te worden voor ingebruikname. Aan nieuwe buitenwanden worden de volgende eisen gesteld: ▪ De buitenwanden dienen stootvast te zijn. ▪ Voor buitengevels en wanden dienen onderhoudsarme materialen te worden toegepast. ▪ De buitenwanden dienen een Rc-waarde van minimaal 6,3 m2K/W te hebben. ▪ De licht doorlatende delen in de gevel dienen voor verwarmde ruimten een U-waarde < 1,1 te hebben.
4.3.2.2
Binnenwanden (22) De bestaande binnenwanden die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname. Aan nieuwe binnenwanden worden de volgende eisen gesteld: ▪ De binnenwanden dienen zodanig te worden uitgevoerd dat de ruimteindeling kan worden gewijzigd zonder aanpassing van de draagconstructie van het gebouw; ▪ De binnenwanden dienen aan te sluiten tegen de vloerconstructie van de bovengelegen verdieping boven verlaagde plafonds; eventuele leidingdoorvoeren moeten worden afgedicht; ▪ Bij toepassing van metal-stud binnenwanden moeten op gewaarmerkte plekken geschikt zijn voor ophanging van apparatuur en sanitaire toestellen. ▪ Binnenwanden dienen geschikt te zijn voor de bevestiging van platen/schilderijen en waar nodig andere voorzieningen; afhankelijk van de functie kan er gekozen worden voor een railsysteem aan het plafond; ▪ De wanden van de toiletten dienen geschikt te zijn voor toepassing/bevestiging van vrij hangende toiletpotten en stootvast klasse 4 uitgevoerd te worden. ▪ Bij wanden met een hoge eis voor de geluidsisolatie dient extra aandacht uit te gaan naar de aansluitingen op de gevel en de onder- en bovengelegen vloeren en aan de afdichting van eventuele doorvoeringen.
4.3.2.3
Vloeren (23) De bestaande vloeren die blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname (met een nieuwe afwerking op conditiescore 1). Nieuwe vloeren dienen aan de volgende eisen te voldoen: ▪ Vanwege de geluidsisolatie en ten behoeve van warmteaccumulatie dienen de vloeren inclusief de dakvloer in steenachtig materiaal uitgevoerd te worden; ▪ Uitgangspunt is een vloer met daarin installaties geïntegreerd; bij het aanbrengen van installatieonderdelen/mantelbuizen en sparingen moet de
Programma van Eisen Hanzehuis
43
▪ ▪ 4.3.2.4
betonsterkte en de betondekking op de wapening voldoende gewaarborgd zijn; De contouren van mantelbuizen en leidingen mogen in de afgestorte betonvloer (of wand) niet aan de oppervlakte herkenbaar zijn, de benodigde dekking bepalen op basis van de gekozen vloerafwerking; De begane grond vloer dient een Rc-waarde van minimaal 4,7 m2K/W te hebben.
Trappen en hellingen (24) Bestaande trappen en hellingbanen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname (met een nieuwe afwerking met conditiescore 1). Voor nieuwe trappen gelden de volgende eisen: ▪ Trappen uitvoeren overeenkomstig NEN 3509-1. ▪ Buitentrappen dienen in natte toestand een stroefheid te hebben van µ = 0,45 bepaald conform NEN 7909. ▪ In verband met geluidsoverlast dienen trappen niet in staal te worden uitgevoerd, evt. vluchttrappen buiten wel. ▪ Locatie en uitvoering van de trappen vaststellen in overleg met de plaatselijke brandweer. De trappen worden benut als vluchtwegen. ▪ Gevelladders en hekwerken opleveren met een schriftelijke eerste keuring EBI
4.3.2.5
Daken (27) Bestaande daken die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 2 gebracht te worden voor ingebruikname. Aan nieuwe daken worden de volgende eisen gesteld: ▪ Accumulatie van water op platte daken (zowel nieuwe als te handhaven daken) en beperkt hellende dient te worden voorkomen. Hiertoe dienen benodigde overstort voorzieningen in de constructie te worden opgenomen. De benodigde overstortvoorzieningen moeten worden bepaald op basis van berekeningen door de constructeur. ▪ De Rc-waarde van daken bedraagt minimaal 6,3 m2K/W. Indien bestaande daken worden nageïsoleerd, dan geldt als uitgangspunt dat het maximaal mogelijke dient te worden gerealiseerd zonder ingrijpende aanpassingen aan de constructie, dakranden of aansluitingen met andere bouwdelen. ▪ Platte daken dienen geschikt te zijn voor het aanbrengen van zonneenergiesystemen. ▪ Alle daken dienen geïsoleerd te worden met een brandvertragend isolatiemateriaal i.v.m. verzekerbaarheid in combinatie met de zonnepanelen op het dak.
4.3.2.6
Hoofddraagconstructies (28) Bestaande draagconstructies die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname.
Programma van Eisen Hanzehuis
44
Nieuwe draagconstructies dienen te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving voor nieuwbouw, permanente bouw. (Eurocode met gevolgklasse CC3). 4.3.3
Afbouw
4.3.3.1
Buitenwandopeningen (31) Bestaande buitenwandopeningen die gehandhaafd blijven minimaal op conditiescore 2 gebracht te worden voor ingebruikname. Ten aanzien van nieuwe gevelopeningen gelden de volgende eisen: ▪ De materialisering dient aan te sluiten op de huidige bestaande gebouwdelen; ▪ In alle verblijfsruimten dienen de ramen te kunnen worden geopend, met uitzondering van de ruimten met een hoge geluidsproductie (>95 dB(A); ▪ De toetreding van warmte door zonintreding via gevelopeningen (behoudens die aan de noordzijde) dient te worden voorzien beperkt. Mogelijkheden zijn een vaste of beweegbare buitenzonwering of andere bouwkundige maatregelen. Eventuele beweegbare zonwering is elektrisch bediend met zon en wind regeling. Lokale bediening per ruimte moet daarbij mogelijk zijn, met centrale (veeg) sturing vanuit ruimte beheerder.
▪ In ruimten op de verdiepingen dienen de ramen te worden vastgezet op een kiepstand ter voorkoming van doorklimmen; ▪ Er dient blank isolerend glas toegepast te worden (LTA > 0,55 / U < 1,1 W/m2K), of glas met een hogere isolatiewaarde; ▪ Glas in en naast deuren moet worden uitgevoerd in veiligheidsglas conform NEN 3569; ▪ Er dienen meerpuntssluitingen met verbeterde kierdichting in draaiende delen toegepast te worden, overeenkomstig de water- en wind dichtheidseisen conform NEN-EN 12207 en NEN-EN 12208; ▪ Hang en sluitwerk corrosievrij uit te voeren met keur SKG** zonder scherpe randen ter voorkoming van verwondingen; ▪ Mogelijke geluidsoverlast van buitenzonwering bij hogere windsnelheden dient te worden voorkomen; ▪ Houten buitenkozijnen uitvoeren in hardhout met duurzaamheids klasse II en duurzaam geproduceerd, voorzien van door SKH erkend keurmerk. ▪ Bij aluminium of kunststof kozijnen dient te worden gekozen voor materialen met een zo laag mogelijke milieubelasting volgens de Nationale Milieu Database versie 3.0. ▪ Buitendeuren: uitsluitend veiligheidsscharnieren en inbraakwerende sloten toepassen of 3-puntssluitingen, cilinderbediend, SKG 2** en politiekeurmerk veilig wonen).
4.3.3.2
Binnenwandopeningen (32) Bestaande binnenwandopeningen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname. Voor nieuwe binnenwandopeningen gelden de volgende eisen:
Programma van Eisen Hanzehuis
45
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ 4.3.3.3
De vrije doorgang van deuren dient minimaal 900 mm te zijn, bij dubbele deuren 1700 mm; de hoogte 2300 mm; Doorgangen tussen laad/los en tonelen minstens 3500 mm hoog, 2500 mm breed; Voor doorgangen van podiumelementen en dergelijke moeten de afmetingen in overleg met de gebruiker worden vastgesteld; De deuren uit te voeren in stootvast materiaal met een onderhoudsvrije afwerking; Glas in deuren dient te bestaan uit veiligheidsbeglazing conform NEN 3569; Zo min mogelijk deuren toepassen in wanden waaraan eisen worden gesteld voor geluidsisolatie (zoals muziekruimten onderling). Daar waar wel deuren worden toegepast in dergelijke wanden, dienen deuren met voldoende geluidsisolatie te worden aangebracht, waarmee de vereiste geluidsisolatie blijft gewaarborgd; Hang en sluitwerk uit te voeren zonder scherpe randen ter voorkoming van het risico op verwondingen; Een eventuele glasopening in binnenwanden dient tot een hoogte van 1,5 m te worden uitgevoerd in veiligheidsglas; In brandcompartimentering wanden dienen brandwerende deuren/kozijnen te worden toegepast, passend bij de vereiste brandwerendheidsklasse. Brandwerende deuren die bij regulier gebruik open blijven staan moeten worden voorzien van vrijloopdrangers of kleefmagneten en automatisch te sluiten bij brandsignalering. Schakeling per sectie/zone, lokaal te bedienen.
In natte ruimten de sloten volledig uitvoeren in RVS; Alle toegangsdeuren bij de ingang en toiletruimten voorzien van deurdrangers. De deurdrangers bij de ingang, en technische ruimte moeten voorzien zijn van een vastzetinrichting. Toegangsdeuren entree binnenzijde voorzien van schopplaten; Deurkozijnen in natte ruimten zodanig uitvoeren dat deze bestand zijn tegen inwerking van vocht nabij de vloer. Sloten en cilinders dienen ingepast te kunnen worden in het sleutelplan van het bestaande gebouw.
Vloeropeningen (33) Bestaande vloeropeningen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname. Nieuwe vloeropeningen moeten worden aangebracht waar dit Arbo technisch is vereist. Aan deze nieuwe vloeropeningen worden de volgende eisen gesteld: ▪ Vloeropeningen in de begane grondvloer (kruipluiken) dienen zodanig te zijn uitgevoerd dat aan de eisen voor luchtdichtheid in het Bouwbesluit wordt voldaan. ▪ T.p.v. luikranden dienen geïsoleerde kunststenen vloerluiken met een minimale Rc-waarde van 3,7m2K/W te worden toegepast met gegalvaniseerde hoekprofielen en luikring. Voor vloeropeningen in bestaande vloeren geldt dat de RC-waarde minimaal gelijk dient te zijn aan die van de betreffende vloer.
Programma van Eisen Hanzehuis
46
4.3.3.4
Balustrades en leuningen (34) Bestaande balustrades en leuningen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden voor ingebruikname. Nieuwe balustrades en leuningen dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de daarvoor geldende eisen in het bouwbesluit.
4.3.3.5
Dakopeningen (37) Bestaande dakopeningen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 2 gebracht te worden voor ingebruikname. Eventuele dakopeningen dienen te voldoen aan de volgende eisen: ▪ Bij platte daken inbraak werende lichtkoepels toepassen; ▪ Lichtkoepels dienen doorvalveilig te zijn; ▪ Eventuele dakopeningen dienen te voldoen aan de eisen op het gebied van brandoverslag in het Bouwbesluit/ de bouwverordening; ▪ Warmtedoorgangscoëfficiënt U < 1,0 m2K/W.
4.3.3.6
Inbouwpakketten (38) Zie de eisen bij de verschillende elementen voor inbouw.
4.3.4
Afwerkingen
4.3.4.1
Buitenwandafwerkingen (41) Buitenwandafwerkingen die gehandhaafd blijven dienen minimaal op conditiescore 2 gebracht te worden voor ingebruikname. Nieuwe buitenwandafwerking dient aan de volgende eisen te voldoen: ▪ Qua materiaalkeuze zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande bouwdelen; ▪ De gevels dienen eenvoudig te kunnen worden gereinigd (i.v.m. graffiti); ▪ De gevels dienen bestand te zijn tegen mechanische invloeden (slag en stootvast); ▪ De gevels aan de interieurzijde dienen vlak afgewerkt te worden ter plaatse van mogelijke binnenwandaansluitingen alsmede ten behoeve van een eenvoudige doorvoering van wandgoten. ▪ De gevel dient aan de binnenzijde voldoende mogelijkheden te hebben voor de bevestiging van installatieonderdelen, vensterbanken e.d.
4.3.4.2
Binnenwandafwerkingen (42) Bestaande, te handhaven binnenwandafwerkingen worden minimaal op conditiescore 2 gebracht. Voor nieuwe wandafwerking gelden de navolgende eisen: ▪ Qua materiaalkeuze zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande bouwdelen; ▪ Wandafwerkingen dienen functioneel, onderhoudsvrij en eenvoudig reinigbaar te zijn;
Programma van Eisen Hanzehuis
47
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ 4.3.4.3
De afwerking van de wanden dient i.v.m. gelijkmatigheid van de verlichting en ter voorkoming van hinderlijke helderheidverschillen licht van kleur te zijn; De diffuse lichtreflectiefactor (r) van de afwerking van de binnenwanden dient bij een vervuilingsfactor van 10% dient tenminste 0,7 te zijn; De lichtreflectiefactor in de kleine zaal af te stemmen op gebruik, uitgangspunt is vooralsnog een diffuse lichtreflectiefactor (r) van ten hoogste 0,2. De wanden en de afwerking dienen bestand te zijn tegen mechanische beschadigingen (slag- en stootvast); In of naast de deuren een glasstrook in de gangwanden aanbrengen, uit te voeren in veiligheidsglas (zie ook functioneel PvE) De binnenwanden dienen geen scherpe hoeken of randen te hebben, in verband met het voorkomen van verwondingen; Muurverf dient te voldoen aan schrobvastheidsklasse 1; Wandtegelwerk of dezelfde principe kunststofwand afwerking waterdicht aan te brengen tot aan plafond in de navolgende (natte) ruimten: o Sanitaire ruimten o Kleedruimten en doucheruimten o Keukens/pantry o Was- en droogruimte o In werkkasten: achter de uitstortgootsteen vanaf de vloer tot 0,5 m boven de gootsteen Bij de toepassing van plinttegels aansluitend op een schoonwerk wand, moeten deze terugliggend ten opzicht van de wand worden aangebracht.
Vloerafwerkingen (43) Alle vloerafwerkingen dienen te worden vernieuwd, tenzij deze recent zijn aangebracht, minimaal in conditie 2 verkeren en functioneel en esthetisch aansluiten bij de nieuwe situatie. Voor nieuwe vloerenafwerking gelden de volgende eisen: ▪ Qua materiaalkeuze zoveel mogelijk aansluiten op de bestaande bouwdelen; ▪ Ter plaatse van publieksruimten dient gekozen te worden voor een vloerafwerking. met een hoge slijtvastheid, goede stroefheid (in natte toestand minimaal µ = 45 conform NEN 7909), antistatisch en dient geschikt te zijn voor het berijden met kleine wagentjes (koffie, magazijngoederen, schoonmaak); ▪ De vloerafwerking dient vochtbestendig te zijn in verband met het eventueel nat reinigen. Inwerking van vocht op de wanden door natte schoonmaak van de vloer dient vermeden te worden, bijvoorbeeld door toepassing van een plint. ▪ Bij de keuze van vloer afwerkingen dient aandacht geschonken te worden aan reinigbaarheid, krasvastheid en duurzaamheid in relatie tot de functie van de ruimte; ▪ Vloeren inclusief afwerkvloer moeten geschikt zijn voor zachte vloerbedekking (projecttapijt), vloeibaar aan te brengen afwerkingen en elastische vloerbedekking (linoleum);
Programma van Eisen Hanzehuis
48
▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪ ▪
4.3.4.4
Ter plaatse van alle ingangen dienen schoon- en droogloop matten te worden voorzien. De vloerafwerking moet doorlopen onder eventueel verplaatsbare scheidingswanden. Naadloze kunststof vloerafwerking of tegels: goede slijtvastheid, grote oppervlaktehardheid; wateropneming < 3%; bestand tegen huishoudchemicaliën; goede stroefheid: o Sanitaire ruimten o Keukens/pantry’s o Werkkasten o Overige natte ruimten Linoleum of naadloze kunststof; kwaliteitsgarantie bij normaal gebruik gedurende 10 jaar: o Kantoorruimten o Spreekkamers/vergaderkamers In de zalen en op de podia een specifieke vloerafwerking in overleg met de gebruiker; De emissie van Vluchtige Organische Stoffen door de vloerafwerking dient vermeden de worden; Betonvloeren in technische ruimten en patchkasten afwerken met een stofwerende (olie) afwerking of daarvoor geschikte gladde en niet brandbare vloerafwerking, zoals vloertegels
Trap en hellingafwerkingen (44) De afwerking van trappen en hellingbanen dient te worden vernieuwd. De afwerking van binnentrappen en hellingbanen dient te beschikken over een hoge slijtvastheid en een goede stroefheid (in natte toestand minimaal µ =30 conform NEN 7909). Dit geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande trappen en hellingbanen. Er dient een goed reinigbare vloerafwerking te worden gebruikt. Tapijt mag niet worden toegepast op trappen en hellingbanen. Losse hoekprofielen op tredes mogen niet worden toegepast.
4.3.4.5
Plafondafwerkingen (45) Te handhaven plafondafwerkingen dienen minimaal op conditiescore 3 te worden gebracht voor ingebruikname. Voor nieuw aan te brengen plafonds gelden de volgende eisen ▪ Qua materiaalkeuze zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande bouwdelen; ▪ Systeemplafonds moeten eenvoudig uitneembaar zijn; ▪ Bij de keuze van het type plafond moet rekening worden gehouden met de gewenste/vereiste akoestiek in de betreffende ruimte; het behalen van de juiste akoestiek moet zo worden ingevuld dat de toepassing van losse akoestiek panelen niet nodig is; ▪ De lichtreflectiefactor van de afwerking van de plafonds dient tenminste ≥ 0,7 te zijn; ▪ In natte ruimten dienen de plafonds vochtbestendig te zijn;
Programma van Eisen Hanzehuis
49
▪ ▪ 4.3.4.6
In de zalen en boven het podium dient het plafond geschikt te zijn voor de bevestiging van diverse theatertechnische voorzieningen; In de keuken dient het plafond nat reinigbaar te zijn.
Dakafwerkingen (47) De dakafwerkingen dienen te worden vernieuwd, met uitzondering van de hellende daken van de Buitensoos. Deze dienen minimaal op conditiescore 1 gebracht te worden voor ingebruikname. De hellende daken van de Buitensoos moeten minimaal op conditie 3 worden gebracht. Te vernieuwen platte daken dienen te worden afgewerkt met een tweelaags EPDM of APP dakbedekking, beloopbaar en geschikt voor het aanbrengen van zonneenergiesystemen. Bij voorkeur dienen nieuwe daken te worden voorzien van een vegetatiedak. Hiervoor worteldichting geïntegreerd in dakbedekking toepassen.
4.3.4.7
Afwerkingspakketten (48) Zie de beschrijving hiervoor bij de afzonderlijke elementen (41 t/m 47). Voor de Buitensoos geldt dat de ingrepen dienen te worden afgestemd op de monumentale waarde, in overleg met het bevoegd gezag.
4.3.5
Werktuigbouwkundige installaties De werktuigbouwkundige installaties in de te handhaven bouwdelen dienen waar nodig te worden aangepast en uitgebreid ten behoeve van de nieuwe situatie. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk bestaande elementen van de installatie hergebruikt worden. Deze dienen voor ingebruikname minimaal op conditiescore 3 gebracht te worden. Regeltechnisch dienen de installaties na de aanpassingen één geheel te vormen. De keuze voor merken en typen van de installaties dient zodanig te zijn dat de installaties ook als één geheel zijn te onderhouden (zoals bijvoorbeeld afstemming van typen filters, kranen etc.) Voor de nieuwe, aangepaste en uitgebreide installaties moeten integrale onderhouds- en bedieningsvoorschriften worden opgesteld.
4.3.5.1
Warmteopwekking (51) De warmteopwekking wordt vernieuwd en in een nieuw in te richten technische ruimte geplaatst. Uitgangspunt is een hybride systeem met warmtepompen en pieklastketels in cascade. De bestaande gasketels, warmtepompen en buffervat dienen daarbij te worden hergebruikt.
4.3.5.2
Afvoer (52) Bestaande binnenriolering die gehandhaafd blijft wordt minimaal op conditiescore 3 gebracht. Aanpassingen en uitbreidingen dienen qua materiaalkeuze aan te sluiten op de bestaande afvoeren. Voor het geheel dient de capaciteit van eventuele verzamelleidingen, aansluitingen op het gemeentelijk riool etc. te worden getoetst en indien nodig uitgebreid.
Programma van Eisen Hanzehuis
50
Voor hemelwaterafvoeren gelden dezelfde uitgangspunten als voor de vuilwaterafvoer. Bovendien noodspuwers op eventuele platte daken voorzien ter voorkoming van wateraccumulatie. 4.3.5.3
Water (53) Te handhaven tapwaterinstallaties worden minimaal op conditiescore 3 gebracht. Aanpassingen en uitbreidingen dienen qua materiaalkeuze aan te sluiten op de bestaande systemen. Voor het geheel dient de capaciteit van eventuele verzamelleidingen, de hoofdwateraansluiting etc. te worden getoetst en indien nodig uitgebreid. Tappunten warm en koud water Koud- en warmwatertappunten aanbrengen (voor zover niet reeds aanwezig) in: ▪ Keuken en pantry’s; ▪ Werkkasten (uitstortgootsteen); ▪ MIVA toilet; ▪ Kleed- en doucheruimten; ▪ Ruimten voor schoonmaak materialen. De opwekking van warm tapwater geschiedt met behulp van (close-in) boilers, of met een energetisch gunstigere oplossing met een gelijkwaardige capaciteit, wachttijd en temperatuurverloop. Koudwatertappunten aanbrengen (voor zover niet reeds aanwezig) in: ▪ In toilet(ten)voorruimten; ▪ In installatieruimten; ▪ Ten behoeve van vaatwassers; ▪ Ten behoeve van drankautomaten; ▪ Ten behoeve van gevelreiniging; ▪ Ten behoeve van brandslanghaspels. Opdrachtgever/gebruikers zullen in overleg met de installatieadviseur de situering van koud- en warmwatertappunten bepalen.
Voor watertappunten gelden verder de volgende eisen: ▪ Bij het hoogstgelegen tappunt moet voldoende voordruk aanwezig zijn conform eisen waterleverend bedrijf en/of brandweer; ▪ Warmwater tappunten dienen water met een temperatuur van tenminste 60°C te kunnen leveren; ▪ Tappunten altijd circulerend aansluiten, "dode" leidinggedeelten dienen te allen tijde voorkomen te worden. Tapwaterinstallaties dienen te voldoen aan de geldende eisen met betrekking tot legionellapreventie. Tijdens het ontwerp en uitvoeringsfase dient een risico/beheersplan te worden opgesteld. De tap waterinstallatie dient zodanig te worden ontworpen dat zo min mogelijk beheersmaatregelen noodzakelijk zijn. De bestaande installaties dienen op deze uitgangspunten voor legionellapreventie te worden getoetst en waar nodig aangepast.
Programma van Eisen Hanzehuis
51
Verder dient de gehele drinkwaterinstallatie te voldoen aan Drinkwaterwet. Brandbestrijding De brandbestrijding moet worden ingericht om te voldoen aan de nieuwe situatie, waarbij het gebruik van sprinklerinstallaties moet worden vermeden. Daarbij worden waar mogelijk de bestaande voorzieningen in de te handhaven bouwdelen hergebruikt, die daartoe minimaal op conditiescore 3 gebracht dienen te worden. De brandbeveiliging- en brandbestrijdingsinstallatie moet worden uitgevoerd overeenkomstig en in overleg met de brandweer te ontwikkelen brandbeveiligingsconcept. Daar waar nodig schuimblustoestellen plaatsen (technische ruimten e.d.). Gecombineerde inbouwkasten voor blustoestellen en brandslanghaspels toepassen. Keerkleppen in het zicht aanbrengen. Alle brandslangen moeten middels een controleerbare keerklep worden aangesloten op de waterleiding; Indien vereist door het bevoegd gezag dienen er droge blusleidingen aangebracht te worden. Op de locatie dient op een door het bevoegd gezag aangewezen plaats een hydrant aanwezig te zijn. 4.3.5.4
Gassen (54) Bestaande gasinstallaties dienen aangepast te worden ten behoeve van de vernieuwde warmte-opwekking. Nieuwe warmte-opwekking wordt hybride uitgevoerd, waarmee capaciteitsuitbreiding van de huidige aardgasinstallaties niet wordt voorzien. De vernieuwde keukens dienen aardgasvrij uitgevoerd te worden.
4.3.5.5
Koudeopwekking en distributie (55) Koelsystemen in de buitensoos en de grote zaal blijven waar mogelijk gehandhaafd en worden op conditiescore 3 gebracht. In nieuwe gebouwdelen worden koelinstallaties aangebracht, om het thermisch comfort in overeenstemming te brengen comfortklasse B volgens NEN-ISO 7730.
4.3.5.6
Warmtedistributie (56) De warmtedistributie in de bestaande gebouwdelen moet worden aangepast aan de nieuwe indeling en de nieuwe locatie van de LBK’s en dient minimaal op conditiescore 3 te worden gebracht. De warmtedistributie in nieuwe gebouwdelen dient te zijn uitgevoerd als lage temperatuur verwarming met een aanvoertemperatuur van maximaal 50 graden Celsius. De zonering moet worden afgestemd op de nieuwe geïntegreerde situatie, met bijbehorende functies en gebruikstijden. De temperatuur dient per verblijfsruimte te kunnen worden nageregeld.
4.3.5.7
Luchtbehandeling (57) Onderzocht dient te worden of de LBK’s van de buitensoos kunnen worden hergebruikt, eventueel op een nieuwe locatie in het gebouw. De luchtbehandeling
Programma van Eisen Hanzehuis
52
van de grote zaal blijft gehandhaafd, deze wordt vanuit de reguliere onderhoudswerkzaamheden in goede staat gebracht. De te handhaven luchtbehandelingsinstallaties moeten minimaal op conditiescore 3 worden gebracht voor ingebruikname. Nieuw te plaatsen ventilatiesystemen: In verblijfsruimten met een wisselende bezetting, inclusief de kleedruimten bij de grote zaal, wordt een variabel volume ventilatiesysteem toegepast (VAV-systeem) waarmee de ventilatie wordt geregeld op basis van de CO2-concentratie in de ruimte. Onderzocht dient te worden of de luchtbehandeling van de kleedruimten van de grote zaal kan worden hergebruikt, in welk geval er voorafgaand aan de heropening groot onderhoud noodzakelijk is. Algemene eisen aan de nieuwe ventilatie-installatie zijn: ▪ CO2-monitoring met logfunctie in alle verblijfsruimten; ▪ Buiten gebruiksuren mag het ventilatievoud verhoogd worden voor extra vrije koeling van de gebouwmassa door nachtventilatie; ▪ Bij toepassing van nachtventilatie dient de geluidsuitstraling naar de omgeving lager te zijn dan de wettelijke eis; ▪ Warmteterugwinning toepassen, geen recirculatie; In tabel van technische eisen worden de ruimten gegeven waar separate afzuiginstallaties worden vereist. Hiermee dienen deze ruimten een onderdruk ten opzichte van de rest van het gebouw te hebben. 4.3.5.8
Regeling (58) De regelinstallatie van het heringerichte en uitgebreide gebouw moet als één geheel functioneren. Er wordt gestreefd naar maximaal hergebruik van de bestaande installaties. (onderzoeksvraag). Er wordt daarbij aangesloten op de bestaande regelinstallaties (Priva), die op conditiescore 3 dient te worden gebracht.
4.3.6
Elektrotechnische installatie De bestaande elektrotechnische installaties blijven waar mogelijk gehandhaafd. Gezien de omvang van de verwachte aanpassingen moet deze voldoen aan de geldende NEN 1010. Dit betekent tevens dat de installatie moet worden opgewaardeerd tot conditiescore 2. Nieuwe installaties vormen een integraal geheel met de bestaande installatie. Daarom moeten deze qua uitvoering, merken en types zoveel mogelijk daarop worden afgestemd.
4.3.6.1
Centrale elektrotechnische voorzieningen (61) De capaciteit van de hoofdaansluiting blijft gehandhaafd. De traforuimte en laagspanningsruimte blijven op dezelfde locatie. De hoofdverdeelinrichting moet worden aangepast aan de nieuwe situatie en indien nodig volledig vernieuwd. Nieuw toe te voegen bouwdelen en de keuken dienen elk te worden voorzien van een eigen onderverdeelinrichting.
Programma van Eisen Hanzehuis
53
PV-installatie Ten behoeve van de opwekking van duurzame energie is er een PV-installatie op het dak vereist, met een capaciteit die volstaan om te voldoen aan de BENG eisen uit het Bbl. 4.3.6.2
Laagspanningsinstallaties (62) De laagspanningsinstallaties in de te handhaven bouwdelen worden zoveel mogelijk gehandhaafd en worden op conditiescore 2 gebracht. Aan de vernieuwde installatie als geheel worden de volgende eisen gesteld: De elektrotechnische installaties moeten zo worden ingericht dat vervanging, wijzigingen of uitbreiding van de installaties op eenvoudige wijze kan geschieden. Het aantal en type wandcontactdozen per ruimte is vastgelegd in de tabel van technische eisen. In technische ruimten en daar waar vanwege de activiteiten een grote mechanische sterkte van het materiaal gewenst is, moeten slagvaste contactdozen worden toegepast met volledig verzonken montage. Krachtinstallaties De krachtinstallatie omvat de benodigde aansluitpunten, bedieningstoestellen en de bijbehorende leidingaanleg. Genoemde aansluitpunten zijn in het algemeen bestemd voor apparatuur en machines. Installaties, welke met separate verdeelinrichting(en) op de krachtinstallatie worden aangesloten, zijn: ▪ Verwarming, luchtbehandeling ▪ Werktuigkundige voorzieningen ▪ Keukens (banqueting en bij theatercafé) ▪ Transportinstallaties (liften) ▪ Theatertechnische installaties (incl. aansluitpunten 400V in ontmoetingsruimte, in kleine zaal en bij buitenpodium) ▪ Laadpunt voor vrachtwagens op nog te bepalen positie bij laad/losvoorzieningen.
Eisen aan de krachtinstallaties: ▪ De krachtinstallatie te voeden vanaf afzonderlijke verdeelkasten, welke rechtstreeks op de, hoofdverdeelinrichting zijn aangesloten; ▪ Voor de keukens/pantry’s dienen voedingen te worden opgenomen voor de in het ontwerp aangegeven toestellen; ▪ Alle toestellen worden in principe aangesloten via een CEE-form contactdoos en een CEE-formsteker; ▪ In verdeelinrichtingen dienen de groepsbeveiligingen voorzien te zijn van kortsluit-overbelastings- en aardlekbeveiliging.
Programma van Eisen Hanzehuis
54
4.3.6.3
Verlichting (63) Armaturen Eisen aan de toe te passen verlichtingsarmaturen: ▪ In verblijfsruimten afgeschermde armaturen toepassen; ▪ Alle armaturen in LED uitvoering; ▪ Verlichtingsarmaturen dienen eenvoudig vervangbaar te zijn; ▪ Gloeilampen en halogeenverlichting zijn niet toegestaan. Schakelingen De schakeling van de verlichting dient te worden aangepast aan de nieuwe indeling. Voor de schakelingen dient van het volgende uit te worden gegaan: ▪ De verlichting van alle verblijfsruimten dient per vertrek te schakelen te zijn. ▪ Schakelaars nabij de toegangsdeur opnemen; ▪ De gangen via een centrale bediening; ▪ Voor de verlichting van de toiletten, kantoorruimten, vergader- en spreekkamers, doucheruimten en toiletten schakelaars of aanwezigheidsdetectie toepassen waar mogelijk. ▪ De verlichting dient centraal per zone te kunnen worden uitgeschakeld en weer vrijgegeven. Aanvullende specifieke verlichtingseisen dienen met de gebruikers afgestemd te worden. Bijzondere verlichting In de ontmoetingsruimte dient sfeer- en werkplekverlichting toegepast te worden, afgestemd op de verschillende functies in de ruimte. Daarbij moeten met behulp van DALI sturing verschillende scenario’s ingesteld kunnen worden. De pluriformiteit van de verlichting draagt bij aan de sfeer, oriëntatie en functionaliteit Eén van de scenario’s dient geschikt te zijn als werkverlichting voor schoonmaak.
Ter plaatse van gebouwtoegangen moet buitenverlichting worden toegepast. De verlichtingsarmaturen voor buitenverlichting dienen weerbestendig en vandaalbestendig te zijn. Ter plaatse van de ingangen dient een verlichtingssterkte op het maaiveld te worden gerealiseerd van 50 lux. Nood- en vluchtweg -indicatieverlichting Voor de nieuwe indeling moeten nieuwe ontruimingsplannen met bijbehorende vluchtroutes en compartimentering worden vastgesteld. Indien nodig moet de noodverlichting hierop aangepast te worden. De volledige nood- en vluchtwegverlichting dient te voldoen aan de wet- en regelgeving en aan de eisen van het bevoegd gezag. Vluchtwegarmaturen in zalen in zwarte behuizing of blockframe.