CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

1313738 - bijlage 1 - Factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

Bestuur en Middelen - Beeldvormend (W) 26 maart 2026, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handreiking aan de gemeenteraad26.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

maa

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering Aanvullende informatie bij de Handreiking aan de gemeenteraad. Maart 2026

Colofon Dit is een uitgave van de gemeente Zutphen Postbus 41 7200 AA Zutphen 's Gravenhof 2 www.zutphen.nl

Directie Gemeente Zutphen Versie: 1.0 Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

2 / 82

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

2. Ruimte en Economie 2.1 Integrale opgaven Ruimte en Economie 2.2 Regio Stedendriehoek 2.3 Regio Stedendriehoek - Ontwikkelperspectief 2.4 Realisatie Omgevingsvisie via Handelingsperspectief 2.5 Wonen 2.6 Economie 2.7 Mobiliteit 2.8 Omgevingswet en transitieplan 2.9 Programma Energietransitie 2.10 Grondzaken en vastgoed 2.11 Hanzehuis 2.12 Erfgoed – herhuisvesting erfgoeddepots 2.13 Klimaat, natuur, water en openbare ruimte 2.14 Cultuur 2.15 Wijkgericht werken 2.16 Programma binnenstad 2.17 Programma De Hoven Noord

5 5 7 9 11 14 18 20 22 25 27 30 32 32 35 37 38 40

3. Sociaal Domein 3.1 Integrale opgaven sociaal domein 3.2 Opgave Sterke wijken 3.3 Opgave Bestaanszekerheid 3.4 Opgave Zutphens Ontwikkelnetwerk (ZON) 3.5 Jeugd en onderwijs 3.6 Welzijn, Wmo, Sport 3.7 Participatie inkomen & schuldhulp 3.8 Participatie en werk

42 42 43 44 45 46 50 54 59

4. Openbare orde en veiligheid

63

5. Bedrijfsvoering en dienstverlening 5.1 Staat van de organisatie 5.2 Uitvoering Programma Doorontwikkeling 5.3 Uitvoering Visie op dienstverlening 5.4 Huisvestingsplan gemeentelijke organisatie 5.5 Uitvoering Programma Data gedreven werken 5.6 Informatievoorziening I-visie 5.7 Informatiebeveiliging en Privacy (IB/P) 5.8 Uitvoering participatie 5.9 Financiën

66 66 69 70 72 73 74 76 77 79

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

3 / 82

1. Inleiding De ambtelijke organisatie heeft een ‘Handreiking voor de gemeenteraad’ opgesteld, die wordt aangeboden aan de informateur en de gemeenteraadsfracties. Met deze handreiking willen we de fracties voorzien van informatie, zodat de nieuwe gemeenteraad weloverwogen keuzes kan maken in aanloop naar de coalitieonderhandelingen en gedurende de komende raadsperiode. Voor het opstellen van de handreiking is op verschillende manieren informatie verzameld. We zijn begonnen met het schrijven van zogenoemde factsheets, waarin per thema informatie vanuit de organisatie is samengebracht. Deze factsheets bevatten waardevolle en gedetailleerde achtergrondinformatie. Daarom stellen we deze, aanvullend op de handreiking, graag ter beschikking. De informatie in de factsheets geeft de stand van zaken weer zoals die bekend was in januari en februari 2026.

Leeswijzer De factsheets in dit document zijn geordend volgens de drie domeinen: Ruimte en Economie, Sociaal Domein en Bedrijfsvoering. Per thema schetsen we de actuele stand van zaken aan de hand van een vaste set vragen: • • • •

Waar staan we nu? Wat is in uitvoering? Wat is in voorbereiding? Welke aandachtspunten en ontwikkelingen vragen de komende periode om bijzondere focus?

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

4 / 82

2. Ruimte en Economie Het domein Ruimte en Economie omvat alle taken, voorzieningen, diensten en processen die bijdragen aan de fysieke ruimte in de gemeente Zutphen. Dat varieert van heel praktisch, het beheer van bermen en trottoirs, tot heel abstract, informatie inbrengen over de bevaarbaarheid van de IJssel in 2070. Of in een ander voorbeeld het verlenen van een vergunning van een dakkapel tot het plannen en aanleggen van warmtenetten. In deze factsheets focussen we niet zozeer op onze reguliere werkzaamheden, maar juist op de grote opgaven waar we meerjarig voor aan de lat staan. Opgaven die grote impact hebben op onze inwoners en organisaties. Maar ook opgaven die een grote inzet vragen in capaciteit en geld en soms grote financiële risico’s met zich meebrengen. Het gaat in alle gevallen om projecten, beleidsprocessen en activiteiten waarover in deze nieuwe raadsperiode besluiten genomen moeten worden.

2.1 •

•

• •

•

•

•

Integrale opgaven Ruimte en Economie

Met de Omgevingsvisie Zutphen 2040 is de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Zutphen vastgesteld in mei 2025. De amendementen en moties maakten de uitvoering ingewikkeld. Dankzij het Handelingsperspectief Ruimte voor Wonen en Werken en in het verlengde daarvan in februari 2026 de Uitbreiding Werklocaties gemeente Zutphen ter ondersteuning Sociaal Economische Visie kunnen we nu de vertaalslag van de Omgevingsvisie maken. Die vertaalslag maken we eerst naar beleid (omgevingsprogramma’s), dan via uitvoeringsagenda’s naar o.a. projecten en gebiedsontwikkelingen. Dit proces omvat meerdere raadsperioden, maar de besluitvorming over de beleidsbasis, de ruggengraat voor de realisatie, doen we in de komende raadsperiode. Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie en bij de doorontwikkeling van het domein hebben we meer zicht gekregen op welke thema’s grote investeringen nodig zijn. Voor een deel zijn deze thema’s en opgaven al verwerkt in de programmabegroting. Voor een deel moet dat nog gebeuren en is de nieuwe raad aan zet voor het meegeven van kaders en besluitvorming. De financiële omvang van de thema’s en opgaven is stevig en vraagt om solide planvorming met een duidelijke tijdlijn en het benutten van de kansen voor (co) financiering. De ontwikkelingen rond het Ontwikkelperspectief en de IJssel bieden hiervoor kansen.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

5 / 82

Grote opgaven 1. Realisatie Omgevingsvisie naar beleidsmatige basis en daarna in projecten. o Het gaat om het Volkshuisvestingsprogramma, de Sociaal Economische Visie, de transformatie van werklocaties, de Mobiliteitsplan en het Parkeerbeleid. Deze onderwerpen hebben een onderlinge samenhang en vragen daarom om een integrale aanpak. o De energietransitie is van groot belang; we gaan in deze periode het Warmteprogramma actualiseren. o Ook het Rijk, de provincie en de regio werken aan het geven van richting op deze onderwerpen. o Voor alle genoemde beleidsthema’s is verdiepende informatie opgenomen. 2. De invulling van de woonopgave. Daarbij focussen we op realisatie van de grote projecten binnen de woondeal en afspraken die zijn vastgesteld met derden. 3. Energieopgave. Voor de komende jaren gaat het om de oprichting van en investering in het Warmtebedrijf Zutphen en de realisatie van de warmtenetten. 4. Randvoorwaarden: Omgevingswet en strategische investeringsagenda. o Vanuit de Omgevingswet moeten de huidige omgevingsplannen voor 2032 omgezet worden. Dat is een meerjarige grote klus voor de hele organisatie, die we uitvoeren op basis van het Transitieplan. o Daarnaast vragen de opgaven rond wonen en werken om een meer strategische inzet van grondexploitatie. Alleen zo kunnen we de woonen werkopgave realiseren.

Dat vraagt om een strategische investeringsagenda, inclusief de bepaling van de gemeentelijke rol en budgetten. 5. Realisatie van het Hanzehuis. Dit is het grootste project dat we als gemeente oppakken op 1 locatie. Naast de uitvoering van de bestuursopdracht, ontwikkelen we een voorstel voor de aanpak van de openbare ruimte. 6. Verduurzaming maatschappelijk vastgoed. De Omgevingsvisie, wettelijke eisen voor verduurzaming en het beleid voor maatschappelijke doelen hebben impact op de vastgoedportefeuille en de benodigde middelen. De komende jaren gaat het - naast de vernieuwbouw van het Hanzehuis - om: o de verbouwing van het stadhuis o het vinden van een oplossing voor de erfgoeddepots; o het gefaseerd vervangen van de sportzalen; o uitvoering van het Integraal huisvestingplan; o verduurzaming van het vastgoed conform de wettelijke eisen; o een passende samenstelling van de vastgoedportefeuille. 7. Ontwikkeling en beheer van openbare ruimte. Een inventarisatie door team Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) laat zien dat: o de vervangingsinvesteringen voor een aantal kapitaalgoederen nog niet in de programmabegroting zijn opgenomen. o de indexatie voor een aantal reserveringen onvoldoende is en dit moet aangepast worden om voldoende dekking te hebben voor de werkzaamheden. Ook komt de vervanging van de IJsselbrug eraan en beginnen we met de voorbereiding hiervan.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

6 / 82

8. Lange termijn investeringen, voortvloeiend uit beleidsvorming in deze periode. Denk hierbij o.a. aan de investeringen die voortkomen uit het Mobiliteitsplan, het Parkeerbeleid. Deze investeringen zijn nog niet uitgewerkt. Ze worden meegenomen in de beleidsvoorstellen die in 2027-2028 aan college en raad worden aangeboden. De ervaring leert dat grote infrastructurele maatregelen grote kosten met zich meebrengen. Naast deze thema’s volgen we de onderwerpen weerbaarheid en preventie op de voet . Zo kunnen we ze -indien nodig- op tijd oppakken.

2.2

Regio Stedendriehoek

Waar staan we? •

•

•

In de Gemeenschappelijke Regeling Regio Stedendriehoek werken we met acht gemeenten samen: de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. Voor het Rijk en de provincie is de regio een belangrijke samenwerkingspartner. Dat zie je o.a. doordat de provincie stuurt op woningbouwplannen en plannen voor werklocaties per regio en dat onze lobby richting het Rijk sterker is als we de belangen van een hele regio aandragen. Voor veel van onze opgaven geldt dat omliggende gemeenten hier ook een rol in hebben of in kunnen spelen. Denk aan voldoende bedrijventerreinen of de bereikbaarheid van Zutphen en de regio.

Wat is in uitvoering? •

•

Het op te stellen Ontwikkelperspectief 2050 wordt de belangrijkste onderlegger voor ons werk in de regio (Zie 2.3). Vanuit dat perspectief worden een Uitvoeringsagenda en een Regionale Investeringsagenda (RIA) opgesteld. Die Uitvoeringsagenda krijgt een plek in onze lopende regionale Uitvoeringsagenda 2023-2030 en de daarin opgenomen programma’s. De Economic Board krijgt meer vorm en positie in onze regio. Naast advisering aan het algemeen bestuur, bijvoorbeeld in het proces van het Ontwikkelperspectief, geven zij richting op thema’s als ‘whole of society’ 1 of de Economische Propositie ‘Safe Society & Smart Development.2 Een belangrijke rol hebben de leden bij de lobby

1 *’Whole of society’: Een samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en maatschap-

pelijke organisaties. Dit vanuit de centrale vraag hoe weerbaar zijn wij als Regio in tijden van crisis. 2 Economische Propositie: De economische propositie Safe Society & Smart Development draait

om het versterken van brede welvaart door digitale innovatie. Door samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen worden nieuwe toepassingen ontwikkeld die bijdragen aan een veilige, leefbare en toekomstbestendige samenleving. Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

7 / 82

•

•

richting bijvoorbeeld de departementen. De intentie is om deze rollen in de komende jaren verder te versterken. De Economische Propositie ‘Safe society & Smart Development’ is opgesteld in samenwerking met de Economic Board, wordt in 2026 uitgewerkt in een Kennis- en Innovatieagenda (KIA). Samen met de onderwijs- en ondernemerspartijen in de regio wordt gesproken hoe de innovatieclusters verder ontwikkeld kunnen worden en impact kunnen hebben. In 2026 start de regio Stedendriehoek met een kwartiermaker Europa om ons, samen met de andere regio’s in Oost-Nederland, beter te positioneren in Europa op de thema’s North Sea Baltic Corridor en Innovatieclusters. De kwartiermaker introduceert onder andere de regio Stedendriehoek als actieve partner in Europese netwerken, sluit coalities met relevante andere Europese regio’s met als doel tot Europese subsidieaanvragen te komen en brengt bestuurders en leden van de Economic Board in positie op Europese podia.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

•

•

In 2026 wordt een besluit van het Rijk verwacht over maatregelen om de waterveiligheid van de IJssel te verbeteren binnen het Nationaal Programma Ruimte voor de Rivier 2.0. Ter hoogte van Zutphen is sprake van een knelpunt in de waterdoorstroming. De beperkte rivierbreedte bij de oude IJsselbrug kan volgens de landelijke prognoses vanaf circa 2070 leiden tot hogere waterstanden. In het voorgenomen besluit medio 2026 wordt een langjarige reservering rondom De Hoven voorgesteld, waarin geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Dit staat op gespannen voet met de toekomstige ontwikkelopgaven in dit gebied en in de buurgemeenten Brummen en Voorst. Het is belangrijk om, vooruitlopend op een besluit door het Rijk, tijdig in gesprek te zijn met het programma Ruimte voor de Rivier. We brengen in kaart welke mogelijkheden er zijn voor combinaties van belangen, bijvoorbeeld door kansen uit het Ontwikkelperspectief te verbinden met vraagstukken rondom rivierverruiming. Hiervoor is een goede samenwerking tussen de drie betrokken gemeenten en afstemming met hogere overheden en waterschappen essentieel. De gemeente Brummen kiest voor een fusie met de gemeente Rheden. Hierbij is het uitgangspunt van de gemeente Brummen dat zij in de nog te vormen fusiegemeente in de regio Stedendriehoek actief wil blijven.

Voor ons als buurgemeente heeft het grote meerwaarde om Brummen te behouden voor de regio Stedendriehoek. Zutphen neemt qua omvang een tussenpositie in: kleiner dan de grotere steden in de regio en groter dan de omliggende kleinere gemeenten. Deze positie vraagt om een zorgvuldige afweging van onze rol en de daarbij horende ambtelijke inzet. Voor onze gemeente is het belangrijk om per thema te bepalen welke rol we in de regionale samenwerking innemen. Een duidelijke keuze vooraf helpt om onze inzet goed te organiseren en voorbereid deel te nemen. Deze keuzes kunnen gevolgen hebben voor de benodigde capaciteit en middelen.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

8 / 82

Vastgestelde beleidsnota’s •

Uitvoeringsagenda Regio Stedendriehoek 2023 – 2030

2.3

Regio Stedendriehoek - Ontwikkelperspectief

Waar staan we? •

•

•

•

In november 2024 hebben Rijk en de regio Stedendriehoek afgesproken om een integrale verstedelijkingsstrategie richting 2050 op te stellen. Het Ontwikkelperspectief is een ruimtelijke visie op hoofdlijnen voor de regio Stedendriehoek. Het schetst richtinggevende ontwikkelingen voor de verstedelijking tot 2050 met een doorkijk naar 2100. De visie richt zich op wonen, werken, voorzieningen en bereikbaarheid in samenhang met de voorwaarden op het gebied van water, natuur, energie en landschap. Het Ontwikkelperspectief zoekt naar oplossingen die de Brede Welvaart in de regio Stedendriehoek versterken. Om te komen tot goede gedragen plannen is er een werkorganisatie opgezet met deelname van de acht regiogemeenten, de regio zelf, drie waterschappen, twee provincies en het Rijk (ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening). In 2025 zijn drie notities opgesteld: o het feitenrelaas van de regio (waar staan we nu?), o de gebiedsbiografie, o het afwegingskader Brede Welvaart Begin 2026 is de Verkenning van ruimtelijke principes (Variantenstudie) opiniërend voorgelegd aan de acht gemeenteraden. Voor het spoor ‘Verstedelijking in Balans’ zijn drie varianten opgesteld. Deze dienen als onderzoeksmiddel om de inhoudelijke keuzes waar de regio voor staat te kunnen verkennen.

De varianten zijn niet bedoeld als volledige uitwerking maar helpen om openstaande vragen en discussiepunten inzichtelijk te maken. Na het doorleven van de lessen en effecten, bouwen we in 2026 aan een voorkeursrichting (Ontwikkelperspectief) waar de beste bouwstenen in samenkomen op basis van draagvlak en gewenst effect. Er wordt dus niet gekozen tussen één van de varianten. Variant 1. Regionale optelvariant Uitgangspunt is bestaande plannen (hard en zacht) en het oplossend vermogen van de individuele gemeenten. De ontwikkelingen hebben draagvlak op gemeentelijk niveau en zijn een weergave van lokale afweging en afstemming. Hoe rijmt de ingezette ontwikkeling met de grens overstijgende transitievragen voor economie, mobiliteit, energie, water en bodem en wat betekenen de individuele plannen voor de lange termijn voor het daily urban system en functioneren van de regio als geheel? Variant 2. Lokaal versterken Belangrijke regiokernen voor de Veluwe, Achterhoek en Salland zijn Apeldoorn, Deventer, Zutphen en Lochem. Nieuwe ontwikkelingen komen terecht in bestaand bebouwd gebied en rondom OV-knopen. Welke verdichtingskansen zijn er in de regio? En wat is het laadvermogen van de OV-knopen? We onderzoeken nieuwe

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

9 / 82

sprinterstations in Eefde, Bathmen, Teuge, Diepenveen en Apeldoorn-Zuidoost. En spoorverdubbeling tussen Zwolle-Deventer en Zutphen-Apeldoorn. Variant 3. Stedelijke schaalsprong In deze variant draait alles om stedelijke nabijheid. Apeldoorn, Deventer en Zutphen bouwen compact, kennen een grote banengroei en complementaire stedelijke voorzieningen. Groen en blauw groeien mee. Wat is de benodigde massa en kwaliteit in stad en corridors in relatie tot het nationaal stedelijk netwerk? Kan de sprong over de IJssel samengaan met meer ruimte voor de rivier?

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

•

•

•

In 2026 worden de inhoudelijke bevindingen uit de Variantenstudie en de Gebiedsbiografie, met het Afwegingskader als hulpmiddel, gebruikt om te bouwen aan een Ontwikkelperspectief 2050 voor de regio Stedendriehoek. Een gedragen voorkeursrichting van de ruimtelijke ontwikkeling van de regio bezien vanuit verstedelijking, met uitgewerkte uitgangspunten voor verstedelijking en afspraken om die verstedelijking vorm en uitvoering te geven. We koersen erop om voor de zomer 2026 de bouwstenen voor het Ontwikkelperspectief gereed te hebben. In juni wordt een brede bestuurlijke bijeenkomst gepland, zodat we in het najaar van 2026 in het Bestuurlijk Overleg met het Rijk - in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) - een uitwerking van het Ontwikkelperspectief kunnen presenteren. De haalbaarheid is afhankelijk van de uitkomsten van diverse deelonderzoeken in combinatie met het draagvlak bij de samenwerkende partijen en stakeholders. Vanaf eind 2026 zal ook gewerkt worden aan participatie van de inwoners van de regio. Naast de betrokken partijen is het belangrijk om het draagvlak in de regio te verkennen. Uiteindelijke besluitvorming in de gemeenteraden wordt begin 2027 verwacht. Gedurende de gehele periode worden colleges regulier betrokken en worden raden uitgenodigd om actief te participeren zoals ook de afgelopen twee jaar is gebeurd.

Uiteindelijk zal het Ontwikkelperspectief de denkrichting zijn voor de regionale ontwikkeling en de inzet daarbij door regio en Rijk. Van belang is natuurlijk dat het Ontwikkelperspectief verwerkt gaat worden in de lokale omgevingsvisies en onderdeel wordt van het lokaal beleid.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

10 / 82

2.4

Realisatie Omgevingsvisie via Handelingsperspectief

Waar staan we? Op 26 mei 2025 is de Omgevingsvisie gemeente Zutphen vastgesteld door de gemeenteraad. In de Omgevingsvisie (2025) staan drie kernambities centraal. Deze ambities vormen het fundament voor de keuzes in de Omgevingsvisie van de gemeente Zutphen. • Zutphen bloeit: een gezonde stadse en dorpse leefomgeving met een sterke sociale verbondenheid. • Zutphen onderneemt: een vitale en duurzame economie die slim verbonden is. • Beleven in Zutphen: historische Hanzestad van de 21e eeuw in een groenblauwe jas. Het toekomstverhaal wordt daarnaast gekenmerkt door vijf zogenaamde ‘structurerende basisprincipes’. Deze zijn altijd in een bepaalde mate terug te vinden in de drie kernambities. De vijf structurerende basisprincipes worden hieronder toegelicht: •

•

•

•

•

Compacte stad: De gemeente Zutphen kenmerkt zich al decennialang als compacte stad. We zetten in op het versterken van dit ruimtelijke concept, met als doel het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteiten van het landelijk gebied, het beperken van verkeersstromen en het nabij houden van voorzieningen voor inwoners. Centrumpositie: De gemeente Zutphen speelt van oudsher een rol van betekenis in de regio. De gemeente bedient met een deel van haar voorzieningen de omliggende regio en bekleedt hierdoor een centrumpositie. We blijven als gemeente investeren in regionale voorzieningen, bedrijvigheid en de sterke positie van de binnenstad. Schaalsprong: We streven ernaar dat Zutphen in de toekomst een prettige en leefbare gemeente blijft met minimaal het huidige brede aanbod aan voorzieningen, zoals gezondheidzorg, onderwijsinstellingen en culturele instellingen. Om de landelijke trends van schaalvergroting en centralisatie van deze voorzieningen op te vangen zijn meer inwoners nodig. Zonder voldoende instroom van jonge gezinnen en werkende huishoudens verkleint het draagvlak voor deze voorzieningen en kan de vitaliteit en leefbaarheid van Zutphen en Warnsveld afnemen. Groenblauwe longen: Wij willen ons inzetten voor de ontwikkeling en versterking van groenblauwe longen als ruimtelijke dragers.

De groenblauwe longen zorgen voor een stevige verbinding tussen het groen en water in het landelijk gebied en de groenstructuren in stad en dorp. De groenblauwe longen zorgen voor klimaat adaptieve gebieden in het stedelijk gebied, bieden ruimte voor het verbeteren van de waterkwaliteit en dragen bij aan de biodiversiteit. Landelijk gebied op maat: We richten ons op een landelijk gebied met een goede balans tussen de verschillende functies die aansluiten bij de eigenschappen van het landschap.

De realisatie van de omgevingsvisie vindt plaats in afzonderlijke beleidsnota’s, (omgevings-)programma’s en projecten.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

11 / 82

Wat is in uitvoering? Basis: het Handelingsperspectief Ruimte voor wonen en werken Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie zijn 19 amendementen aangenomen. Als gevolg hiervan zijn het vaststellingsbesluit en de Omgevingsvisie gewijzigd. Daarnaast zijn zes moties aangenomen met een opdracht aan het college. De amendementen en moties op de besluitvorming van de Omgevingsvisie hebben geleid tot complexe afhankelijkheden en dilemma’s. Deze zetten de ambities en de uitvoerbaarheid van de Omgevingsvisie onder druk. Het college heeft gekeken wat de handelingsruimte is om de Omgevingsvisie uit te werken, waarbij de ambities worden behaald. Hiertoe is het ‘Handelingsperspectief – Ruimte voor Wonen en Werken’ opgesteld. Het handelingsperspectief is een leidraad/stappenplan om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie voor de onderwerpen wonen en werken, waarbij de raad indien nodig om separate besluitvorming wordt gevraagd. Dit handelingsperspectief is in januari 2026 positief besproken in de gemeenteraad.

Wat is in uitvoering Beleidsmatig en projectmatig •

•

Op dit moment lopen diverse beleidsprocessen: o kadernota ‘Hoogbouw en Verdichting’ (aangehouden) o beleidskader ‘Koersdocument voor een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied’ (geplande besluitvorming 2026) o planvorming voor de Sociaal Economische Visie (zie 2.6) o kadernota Horeca (aangehouden, wordt opnieuw gepland, zie 2.6) o onderzoek mobiliteit en parkeeropgave voor de Mobiliteitsplan en Parkeerbeleid (zie 2.7) o participatietraject ring 50 naar 30 km, als inbreng voor de Mobiliteitsplan (zie 2.7) o Voorbereiding en onderzoek Volkshuisvestingsprogramma (zie 2.5) Ook zijn we bezig met diverse gebiedsontwikkelingen voor woningbouw, zoals De Hoven-Noord, Leesten Schouwbroek en Zeeheldenbuurt.

Wat is in voorbereiding? In het ‘Handelingsperspectief – Ruimte voor Wonen en Werken’ zijn de vervolgstappen beschreven die nodig zijn om de ambitie uit de omgevingsvisie te halen: • Korte termijn (2026) o Besluitvorming door de raad over werklocaties conform regionale afspraken en provinciale kaders (vastgesteld februari 2026) o Opstart verkenning uitbreiding van de Revelhorst o Opstarten van een verkenning voor de transformatie van De Stoven en hiervoor een voorbereidingskrediet te verstrekken. o Opstart verkenning Bufferzone. Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

12 / 82

o o •

Opstart verkenning uitbreidingslocatie Kerkpad Actualisatie Visie Landelijk gebied

Middellange termijn (2027-2030) o Verkenning overige transformatielocaties o Gebiedsvisie De Mars (na vaststelling Sociaal Economische Visie) o Herziening Omgevingsvisie met heroverweging van geschrapte en uitgestelde locaties. Hierin worden ook nieuwe uitgangspunten als gevolg van het Ontwikkelperspectief Regio Stedendriehoek meegenomen. De raad neemt het besluit om de Omgevingsvisie te herzien.

In het Handelingsperspectief is alleen gesproken over wonen en werken. De uitwerking voor de mobiliteitsopgave is in dezelfde periode gepland via het omgevingsprogramma Mobiliteit met o.a. het Mobiliteitsplan en het Parkeerbeleid.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

•

•

De kernambitie van de Omgevingsvisie is het behoud van het goede voorzieningenniveau in de gemeente Zutphen. We willen een centrumgemeente zijn en blijven waar inwoners kunnen rekenen op goede zorg, onderwijs, sport, cultuur en een aantrekkelijk centrum met een breed aanbod aan winkels en horeca. Daarnaast willen wij voldoende werkgelegenheid bieden voor onze inwoners. Dit vraagt o.a. om inzet rond ons maatschappelijk vastgoed, een meer strategische en langjarige samenwerking met onze partners in en buiten de stad en een stabiliteit in beleidsontwikkeling, projecten en gebiedsontwikkeling. Om het voorzieningenniveau te kunnen behouden is het daarnaast nodig om voldoende nieuwe gezinnen aan te trekken. Hiervoor is een aanzienlijke woningbouwopgave aan de orde. Er moeten de komende jaren voldoende nieuwe woningen worden gerealiseerd voor verschillende doelgroepen – zoals starters, jonge gezinnen, werkenden en senioren - zodat iedereen passend kan wonen binnen de gemeente. Dit is uitgewerkt in de woonopgave. Na een periode met weinig woningbouw, onder andere door eerdere bezuinigingen en beperkte projectvoorbereiding, beschikt de gemeente Zutphen op dit moment over onvoldoende direct uitvoerbare ‘harde' plancapaciteit. Dit bemoeilijkt adequaat inspelen op de actuele woningvraag.

Om het risico van vertragingen of het wegvallen van projecten te verkleinen, is het nodig een strategische reserve aan plancapaciteit op te bouwen. Daarbij is het belangrijk dat deze capaciteit aansluit bij de kwalitatieve vraag, met name de behoefte aan betaalbare grondgebonden woningen voor jonge gezinnen. Daarnaast is er behoefte aan meer ruimte voor bedrijvigheid voor de vervangingsvraag, de autonome groei van de economie, de mix van schuifruimte en ruimte voor transities en om onze inwoners voldoende werkgelegenheid te bieden. Bedrijventerreinen zijn van belang voor een gezonde economie en aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ook dragen ze bij aan arbeidsplaatsen binnen de gemeentegrenzen. Om dit in de toekomst zo te houden, is extra ruimte nodig. Naast het bestaande tekort aan passende bedrijfsterreinen, vraagt ook de transformatie van

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

13 / 82

•

•

binnenstedelijke bedrijfsterreinen om extra ruimte. Tegelijkertijd gaat de groei van inwoners gepaard met een toenemende vraag naar ruimte om te werken. Naast wonen en werken staan in de Omgevingsvisie ook richtinggevende uitspraken over onderwerpen zoals mobiliteit, energietransitie, de kwaliteit van de leefomgeving, de inrichting van de openbare ruimte en het behoud van erfgoed. In onderzoeken en de ontwikkeling van visies worden de integrale opgaven van de Omgevingsvisie meegenomen, van wonen tot klimaatadaptatie, van ruimte voor bedrijven tot mobiliteit. De realisatieslag die hieruit voortvloeit vraagt om voldoende middelen, bijvoorbeeld om middelen om gronden te verwerven, bedrijven te verplaatsen, de onrendabele top in gebiedsontwikkelingen te dekken, wegen en openbare ruimte aan te passen in het kader van de verschillende opgaven. Deze kosten zijn nog niet opgenomen in de begroting.

2.5

Wonen

Waar staan we? •

•

•

De komende jaren zal de trend van vergrijzing en huishoudensverdunning doorzetten. Als niet wordt ingezet op extra instroom van gezinnen van buiten de gemeente, dan zal het effect van deze trend groter zijn en leiden tot een lage basis voor het behoud van voorzieningen zoals scholen, sportlocaties en cultuurvoorzieningen. Het woonklimaat, kan bij de realisatie van de juiste woning op de juiste plek, interessant zijn voor gezinnen om zich te vestigen. Dit kan gerealiseerd worden door geschikt aanbod voor hen toe te voegen, vooral in de koopsector (grondgebonden). Verder is van belang om voldoende kwalitatief aanbod voor ouderen toe te voegen om doorstroming op gang te brengen, zowel in de koop als in de huur (appartementen).

In de volgende afbeelding is de huishoudensontwikkeling weergegeven bij extra instroom van jonge huishoudens/gezinnen (schaalsprong scenario), waardoor de trend van huishoudensverdunning en vergrijzing licht gedempt wordt.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

14 / 82

•

•

•

Het centrale woonbeleid moet herijkt worden. De woonvisie (2019-2024) wordt opgevolgd door het volkshuisvestingsprogramma op basis van nieuwe Wet Versterken regie op de volkshuisvesting, die nog moet worden vastgesteld. Op dit moment wordt gestuurd door middel van het afwegingskader woningbouw en op basis van de vastgestelde woondeal (2025-2034). Het toekomstbeeld, inclusief de woonambitie, is opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze dient (inclusief de aangenomen amendementen en moties) vertaald te worden in het woonbeleid. Daarnaast is in het Handelingsperspectief ‘Ruimte voor wonen en werken’ de uitvoering ten aanzien van het woningbouwprogramma voor de korte en middellange termijn opgenomen (tot en met 2032).

Waar staan we t.a.v. de woningbouwprogrammering?: Woningbouwopgave in de periode 2022- 2024 (grondslag Woondeal 2022-2030) Jaar 2022 2023 2024 Totaal Percentage betaalbaar

Opgave 260 260 260 780

Opgeleverd 353 211 124 688 49%

Woningbouwopgave in de periode 2025- 2034 (grondslag Woondeal 2025-2034) Jaar 2025

Opgave 111

2026 2027

154 300

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

Opgeleverd Verwachting 150 – 175 woningen, waarvan 104 sociale huurwoningen

15 / 82

Jaar 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034

Opgave 300 300 300 300 285 200 200

Opgeleverd

Wat is in uitvoering? • • • • • •

Woondeal 2025-2034 (inclusief woon-zorg afspraken voor de periode tot 2031) Afwegingskader woningbouw (beleid betaalbaarheid) Woonvisie 2019-2024 (wordt herijkt in Volkshuisvestingsprogramma) Starterslening (financieringsinstrument betaalbaar wonen) Lokale wooncoach t.b.v. doorstroming Meldpunt Goed Verhuurderschap

Wat is in voorbereiding? •

• • • • •

Volkshuisvestingsprogramma met daarin in ieder geval het overkoepelend woningbouwprogramma met een uitwerking naar locaties en de woon-zorg visie/strategie. Urgentieverordening en uitvoeringsregeling (regionaal) voor de sociale huur Beleid Collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Beleid voor beter benutten van de bestaande woningvoorraad (splitsing, kamerverhuur). Woonwagenstandplaatsenbeleid Doorstroombeleid/-instrumenten

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren • • •

De woon-zorg opgaven in samenwerking met het sociaal domein (langer zelfstandig thuis wonen faciliteren). Verduurzaming en beter benutten bestaande woningvoorraad. Voldoende woningbouw realiseren (termijn t/m 2032) met de volgende locaties: o Leesten Schouwbroek realiseren (onherroepelijk 420 woningen) o De Hoven Noord (800 – 900 woningen) o De Kleine Linie en Veld 18 (225 - 250 woningen) o Zeeheldenbuurt (350 – 390 woningen waarvan 240 sloop-nieuwbouw) o Afronden binnenstedelijke transformatielocaties (waaronder Baudartius)

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

16 / 82

•

•

•

•

•

Inzetten op de volgende werkzaamheden om na 2032 en de lange termijn te voorzien in voldoende woningbouw, in lijn met de tijdlijn vanuit het Handelingsperspectief Wonen en werken: o Verkenning haalbaarheid Gelrelocatie met permanente woningbouw o Verkenning uitbreiding werklocatie Revelhorst t.b.v. de compensatie werklocaties (De Stoven en Lage Weide) in verband met transformatie o Verkenning De Stoven en Lage Weide transformatie werken naar gemengd stedelijk gebied o Verkenning Bufferzone De Mars naar gemengd stedelijk gebied o Voorbereidingskrediet vragen bij de raad ten behoeve van starten integrale gebiedsvisie Kerkepad o Verkenning winkelcentrum De Brink o Opstellen van een afgewogen groslijst op haalbaarheid en laadvermogen van potentiële inbreidingslocaties In de Omgevingsvisie is de stip om te groeien naar 60.000 inwoners ten behoeve van de voorzieningen via amendementen gewijzigd in een groei ambitie om de voorzieningen in stand te houden. Dat compliceert de opgave. In de praktijk moet bij het vaststellen van programma's en omgevingsplannen voor wonen de nut en noodzaak van toekomstige plannen onderbouwd worden. Dit gebeurt via beleid door het aantonen van de woonbehoefte, uitgedrukt in woningbouw aantallen. Hierbij wordt niet gewerkt met een onderbouwing op voorzieningenniveau, maar met demografische prognoses en huishoudensontwikkelingen.

Deze worden daarna vertaald naar doelgroepen en vastgelegd in de Omgevingsvisie, gekoppeld aan de beoogde ambities. Momenteel wordt in de regio Stedendriehoek gewerkt aan het Ontwikkelperspectief Regio Stedendriehoek 2050 (zie 2.3). Dit is een integrale verstedelijkingsstrategie die de koers bepaalt voor de ruimtelijke en economische inrichting van de regio (Apeldoorn, Deventer, Zutphen en omliggende gemeenten) tot 2050. De kern van dit perspectief rust op drie pijlers. Eén pijler bevat de woningbouwopgave die is opgenomen in de ‘Contourennotitie Regio Stedendriehoek’: ongeveer 24.000 extra woningen tot 2030, oplopend naar 40.000 woningen in 2040. Het Ontwikkelperspectief zal voorgelegd worden aan de gemeenteraad en kan een aanpassing van de Omgevingsvisie tot gevolg hebben. Deze ontwikkeling kan betekenen dat er aanvullende woningbouwlocaties gezocht moeten worden, wellicht eerder dan nu is opgenomen in de Omgevingsvisie. Door de vaststelling van het Handelingsperspectief kan gewerkt worden aan woningbouwplannen op de korte en middellange termijn. Om de volledige ambitie (behoud van voorzieningen) te behalen zullen naar de toekomst toe aanvullende woningbouwlocaties aangewezen moeten worden.

Voor verdere beleidsvorming (regionaal en lokaal) of opstellen van omgevingsplannen is het noodzakelijk de ambitie specifieker vast te leggen als nu gedaan is met het criterium “handhaven van het voorzieningenniveau”. Dit kan op termijn aanleiding zijn voor verdere bespreking in de gemeenteraad. Wanneer de raad geen instemming kan geven aan een - op aantallen onderbouwde - groeiambitie en de daarvoor benodigde locaties, kan dit gevolgen hebben voor de uitvoering van de afspraken uit de Woondeal 2025- 2034.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

17 / 82

Vastgestelde beleidsnota’s • • • • • •

Woondeal 2025 – 2034 Afwegingskader woningbouw Woonvisie 2019-2024 Verordening Starterslening gemeente Zutphen 2024 Lokale wooncoach Wet goed verhuurderschap

2.6

Economie

Waar staan we? •

•

•

•

• •

De gemeente Zutphen heeft een diverse economie. De gezondheidszorg levert binnen onze gemeente de meeste banen op, samen met de detailhandel/autohandel, industrie en het onderwijs. Recreatie en toerisme leveren economische waarde via bestedingen en werkgelegenheid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat en dragen ook bij aan maatschappelijke doelen en het voorzieningenniveau. Aantal banen in de gemeente Zutphen (Provinciale Werkgelegenheid enquête Gelderland) was 22.610 in 2024. Na een behoorlijke daling van de werkgelegenheid is sinds 2023 sprake van een licht herstel. Daarbij wijkt de ontwikkeling van het aantal banen in de gemeente Zutphen negatief af t.o.v. andere gemeenten van de regio Stedendriehoek. Het aantal banen is o.a. belangrijk voor de doelstellingen rond bestaanszekerheid, maar ook voor de onderwijsinstellingen. Ruimtedruk waarbij politiek (nationaal – lokaal) veel urgentie ligt bij woningbouw en niet op ruimte voor bedrijfsleven. Transitieopgaven o.a. energietransitie, watervoorziening en circulariteit vragen ook ruimte. Bedrijven ervaren krapte op de arbeidsmarkt. Geopolitieke spanningen hebben invloed op economische ontwikkelingen. Tegelijkertijd ontstaan kansen voor bedrijven en overheden door toenemende investeringen in defensie en aanverwante voorzieningen, 5% van het bruto nationaal product.

Onze strategische ligging aan de vaarwegen en de industriehaven kunnen een relevante rol spelen binnen de North-Sea Baltic Corridor.

Wat is in uitvoering? • •

•

De keuzes uit de Omgevingsvisie worden vertaald in integraal beleid. In 2026 heeft de gemeenteraad ingestemd met 40 hectare netto uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen in de Omgevingsvisie conform regionale afspraken en provinciale kaders. In 2026 heeft de gemeenteraad het college opdracht gegeven om te starten met projectvoorbereiding voor de uitbreiding van De Revelhorst. En om na vaststelling van de Sociaal Economische Visie, een voorstel voor wijziging van het omgevingsplan ter besluitvorming aan de raad aan te bieden.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

18 / 82

•

De Kadernota horeca is begin 2026 oordeelsvormend besproken met de gemeenteraad. Deze oordeelsvormende vergadering is geschorst en er wordt een vervolg gepland.

Wat is in voorbereiding? • • •

• •

Opstart van de Sociaal Economische Visie, met als basis de Omgevingsvisie. In lijn met het Handelingsperspectief (2.4) starten we in 2026 verkenningen voor de Stoven, de Bufferzone en de uitbreiding van de Revelhorst. Aansluitend op de besluitvorming van de Sociaal Economische visie pakken we op de gebiedsvisie De Mars, de nieuwe toeristische visie en actualisatie van het evenementenbeleid. Samen met Stichting Binnenstadsmanagement Zutphen en Stichting Zutphen Promotie werken we aan een nieuwe meerjarige visie op de binnenstad. Gekoppeld aan de Sociaal Economische Visie wordt onderzocht of een gemeente breed ondernemersfonds haalbaar is, als alternatief voor de twee huidige ondernemersfondsen voor respectievelijk de binnenstad en de bedrijventerreinen.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

• •

• •

Economische versterking van de gemeente Zutphen: uit te werken in de Sociaal Economische Visie. Met de Sociaal Economische Visie bepaalt de gemeenteraad welke economie we richting 2040/2050 willen faciliteren en op welke manier we ons economisch profiel kunnen versterken. Bereikbaar voorzieningenniveau: vertaalslag Omgevingsvisie naar bereikbaar voorzieningenniveau voor alle inwoners. Voor economie gaat het met name om supermarkten en het faciliteren van bedrijvigheid in de wijken waaronder maatschappelijke en zorgfuncties. Uitbreiding en optimaal benutten van bestaande werklocaties met juiste bedrijf op de juiste plek. Kansen benutten op De Mars: de hoge milieu categorie, het strategische belang van de ligging aan water zijn van belang voor bedrijven, maar ook voor de positie van Zutphen in de regio en landelijk (IJssel, Ontwikkelperspectief, geopolitieke spanning). Revitalisering en toekomstbestendig maken van de bestaande werklocaties, inclusief financiering hiervan. De kaders staan in het Regionaal Programma Werklocaties. Ontwikkeling bedrijventerrein naar gemengd stedelijke gebied, zoals de Stoven (zie 2.4).

Vastgestelde beleidsnota’s • • • •

Omgevingsvisie Zutphen 2040 (2025) Regionaal Programma Werklocaties Regio Stedendriehoek (2025 – 2028) Handelingsperspectief Ruimte voor Wonen en Werken Uitbreiding werklocaties gemeente Zutphen ter ondersteuning van de Sociaal Economische Visie – 26 februari 2026

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

19 / 82

2.7

Mobiliteit

Waar staan we? •

•

De regio Stedendriehoek staat voor een forse regionale woningbouwopgave, zowel vanuit bestaande Woondeals als het Ontwikkelperspectief 2050. Deze groei leidt onvermijdelijk tot een hogere vervoersvraag en meer mobiliteit. Hierdoor is het belangrijk om toe te werken naar een toekomstbestendig mobiliteitssysteem in Zutphen. In de Omgevingsvisie zijn voor mobiliteit de nodige uitgangspunten vastgelegd. Zutphen heeft gekozen voor een compacte 15-minutenstad met het STOMP principe als leidend ontwerpuitgangspunt (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, deelmobiliteit, privéauto). Dat betekent hoogwaardige fiets- en looproutes tussen de wijken, de binnenstad en het station, een autoluwe binnenstad en een centrumring met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Daarnaast werkt de gemeente aan multimodale knooppunten en aan betere oversteekmogelijkheden van het spoor en de IJssel. Verder legt de Omgevingsvisie nadruk op bereikbare werklocaties, deelmobiliteit en laadinfrastructuur, fietsparkeren, fietsveiligheid en slimme stadslogistiek.

Wat is in uitvoering? •

•

•

• •

Na de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt beleidsmatig aan de volgende zaken gewerkt: Centrumring 50km/h naar 30km/h, Mobiliteitsplan Zutphen, en het Parkeerbeleid Zutphen. Hierbinnen zal eerst worden gestart met de participatie rondom de centrumring. Het college heeft besloten om te gaan participeren aan de hand van drie uitgangspunten: o De centrumring wordt veranderd van 50 km/h naar 30 km/h, o De centrumring wordt ingericht volgens het STOMP principe, o Er blijven voldoende parkeerplaatsen aanwezig. De participatie rondom de centrumring kan direct starten zodra het nieuwe college is aangetreden. Een aantal scenario's zal na de participatie verder worden uitgewerkt. De maatregelen voor de centrumring worden onderdeel van het Mobiliteitsplan Zutphen. In het eerste kwartaal van 2026 start een groot parkeeronderzoek in de binnenstad van Zutphen. Dit parkeeronderzoek richt zich op de parkeerbalans nu en in 2040. Er zullen aanbevelingen uit volgen voor een goed netwerk van fietsenstallingen en parkeergarages of grootschalige parkeervoorzieningen. Daarnaast doen we onderzoek naar passende parkeernormen. We werken aan een beleidswijziging ‘Geen recht op parkeren’ voor de binnenstad en het dorp Warnsveld.

Dit betekent dat toekomstige bewoners van getransformeerde woningen (zoals woningen boven winkels) of nieuwbouwwoningen in deze gebieden geen parkeerrecht kunnen krijgen in de openbare ruimte. De pilot voor vergunningparkeren aan de Hobbemakade en omgeving is gestart. Een aantal fysieke herinrichtingen is in uitvoering of planvormingsfase. Dit zijn de nieuwe woonwijken in De Hoven Noord, De Kleine Linie en Leesten-Schouwbroek, de herontwikkeling van de Zeeheldenbuurt en diverse inbreidingslocaties in de

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

20 / 82

binnenstad. Ook lopen er projecten rondom een nieuwe kruising Bronsbergen – N314 – Gelrehorst, het herinrichten van de “Wibrakruising” (Gerard Doustraat – Van Heemstrastraat – Jan Vermeerstraat), de Nieuwstadkruising, de Stationsstraat, de Thorbeckesingel, de Troelstralaan, en de Burgemeester Dijckmeesterweg.

Wat is in voorbereiding? •

• •

Na de vaststelling van de Omgevingsvisie is het proces gestart om twee beleidsstukken voor te gaan bereiden. Dit zijn het Mobiliteitsplan en het Parkeerbeleid, die in 2026 en 2027 verder uitgewerkt worden. Daarnaast zijn meerdere infrastructurele projecten in voorbereiding met name rondom de centrumring. De Oude IJsselbrug heeft binnen afzienbare tijd onderhoud nodig. Het onderhoud van de brug brengt een aanzienlijke kostenpost met zich mee. Hier reserveren we geld voor. Daarnaast brengt het tijdelijk een bereikbaarheidsopgave met zich mee.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

•

•

•

Een belangrijk aandachtspunt is dat er een besluit moet komen over de toekomst van de Oude IJsselbrug, de spoorbrug en het omliggende gebied. Dit gaat onder andere over de beide bruggen in relatie tot de bevaarbaarheid van de IJssel en de bereikbaarheid per spoor. In de huidige situatie zijn beide bruggen al een knelpunt en dit neemt toe naarmate Zutphen en de regio verder groeien. Een verbetering van dit gebied vraagt om aanzienlijke investeringen, waarvoor de samenwerking met zowel het Rijk en als regio noodzakelijk is. De openbare ruimte is beperkt. Door de gewenste groei van Zutphen neemt de druk op de openbare ruimte toe. Nieuwe woningen en werklocaties zorgen voor een hogere vervoersvraag en ruimteclaims voor verkeer en parkeren. Het vraagstuk parkeren (ruimtevraag en betaalbaarheid) is bij elke woningbouwontwikkeling een uitdaging en kan leiden tot vertraging. We streven naar een leefbare gemeente, waar wonen en werken goed samen gaan. Een belangrijke vraag daarbij is hoe iedereen zich veilig kan verplaatsen, terwijl de verkeershinder zo beperkt mogelijk blijft. In het mobiliteitsbeleid wordt onderzocht hoe verschillende vervoersmiddelen – zoals lopen, fiets, openbaar vervoer en auto – optimaal kunnen worden gecombineerd om tot een toekomstbestendige inrichting van het mobiliteitssysteem te komen.

Voor een toekomstbestendige inrichting van het mobiliteitssysteem zijn infrastructurele aanpassingen nodig. Dergelijke ingrepen in de openbare ruimte vragen tijd en brengen aanzienlijke kosten met zich mee, waardoor het noodzakelijk is om prioriteiten te stellen en helderheid over de financiële kaders. De Omgevingsvisie geeft een duidelijke richting. De vraag is welke route we precies gaan bewandelen om daar te komen. Hoe passen we het STOMP-principe toe in de praktijk? Hoe organiseren we het parkeren in de binnenstad? Welke fietsroutes verbeteren we als eerste? Hoe en waar gaan we aan de slag met mobiliteitshubs? Dit zijn ingewikkelde keuzes, die we meenemen in het proces rond Mobiliteitsplan en het Parkeerbeleid.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

21 / 82

Vastgestelde beleidsnota’s • • • • • •

Omgevingsvisie 2040 (2025) Programmaplan Binnenstad 2024-2026 Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren, STEP (Parkeernormen) Beleidsregel transformatie naar wooneenheid gemeente Zutphen 2023 (Parkeernormen binnenstad) Inwonersberaad Uitvoeringsagenda Regio Stedendriehoek 2023 – 2030

2.8

Omgevingswet en transitieplan

Waar staan we? Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet bundelt 26 bestaande wetten en honderden regelingen tot één geïntegreerd wettelijk kader, gericht op de ontwikkeling en bescherming van de fysieke leefomgeving. De wet introduceert daarbij een aantal belangrijke instrumenten, zoals: • de Omgevingsvisie; • omgevingsprogramma’s; • het omgevingsplan; • de omgevingsvergunning (zie afbeelding).

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

22 / 82

Wat is in uitvoering? • •

Uitvoering Omgevingsvisie (26-05-2025) in diverse beleidsnota’s, (omgevings)programma’s en projecten. Omgevingsvergunningen: Proces voor ruimtelijke initiatieven, participatiebeleid en adviesrecht geïmplementeerd.

Wat is in voorbereiding? •

•

Er wordt een Handboek ‘Werken met Omgevingsprogramma’s’ opgesteld, waarin beschreven staat hoe we binnen de gemeentelijke organisatie omgaan met omgevingsprogramma’s. Definitief Omgevingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan gekregen. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar een definitief, integraal en gemeente dekkend omgevingsplan. Dit is een wettelijke

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

23 / 82

•

verplichting en vraagt de komende tijd veel capaciteit en middelen. Hoe de transitie van het tijdelijke omgevingsplan naar een gemeente dekkend omgevingsplan wordt vormgegeven en welke opgaven er liggen wordt beschreven in het ‘Transitieplan Omgevingsplan’ (Dit plan is nog in ontwikkeling). De beleidscyclus onder de omgevingswet. Het dynamische karakter van de Omgevingsvisie stelt de gemeente in staat flexibel te reageren op ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Monitoring en evaluatie vormen een belangrijke pijler in het doelgericht uitvoeren van de Omgevingswet. Hoe we de monitoring en evaluatie gaan vormgeven wordt momenteel uitgedacht door de kerngroep Omgevingswet.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

Ons tijdelijke omgevingsplan bestaat uit 91 verschillende bestemmingsplannen uit verschillende periodes en enkele honderden afwijkingsvergunningen. Hierdoor zijn veel verschillende planregels niet overal hetzelfde en vaak verouderd. Een nieuw integraal omgevingsplan helpt om de planregels beter te laten aansluiten bij huidige inzichten en behoeften en om omgevingsplanwijzigingen, indien nodig, voor nieuwe ontwikkelingen efficiënter en klantvriendelijker te laten verlopen. Deze transitie neemt komende jaren veel capaciteit van de gehele organisatie in beslag. Het is wenselijk om tijdig met de transitie te starten volgens het Transitieplan, zodat voor 2032 aan de wettelijke eisen kan worden voldaan. De samenwerking binnen de organisatie en met het college en de raad vraagt aandacht. Het is belangrijk dat alle betrokken partijen goed inzicht hebben in het proces rondom de instrumenten van de Omgevingswet, zodat zij gezamenlijk en goed voorbereid aan de opgaven kunnen werken en hierover besluiten kunnen nemen.

Om de transitie succesvol te laten verlopen, spelen verschillende inhoudelijke en organisatorische keuzes een rol: • Het omzetten van bestaande regels kan beleidsarm of beleidsrijk plaatsvinden. Een beleidsarme omzetting ligt het meest voor de hand en wordt ambtelijk aanbevolen. Bij een beleidsarme omzetting worden de huidige regels vrijwel ongewijzigd overgenomen in het nieuwe omgevingsplan. Er worden geen nieuwe inhoudelijke keuzes gemaakt en er vinden geen grote aanpassingen plaats. De regels worden uitsluitend aangepast aan de structuur en terminologie van de Omgevingswet, zodat ze goed aansluiten op het nieuwe stelsel. • Sturingsfilosofie: bepalen op welke onderwerpen regels worden vastgelegd en op welke punten meer ruimte wordt gelaten. • Afwegingsruimte: vaststellen in welke situaties de gemeenteraad keuzes maakt en waar ruimte wordt gelaten voor besluiten van het college. • Structuur van organisatie en omgevingsplan: kiezen voor een opbouw die een duidelijke samenhang biedt tussen de Omgevingsvisie, de programma’s en het omgevingsplan, zodat alle betrokkenen weten hoe deze instrumenten zich tot elkaar verhouden.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

24 / 82

•

•

Inhoud van de planregels: vormgeven van regels die toepasbaar zijn, zodat het landelijke Omgevingsloket informatie begrijpelijk kan presenteren en aanvragen correct verwerkt kunnen worden. Prioritering en fasering: bepalen welke gebieden en onderwerpen als eerste worden opgenomen in het omgevingsplan en in welke volgorde vervolgstappen worden gezet.

2.9

Programma Energietransitie

Waar staan we? • • • •

In ons programma Energietransitie richten we ons op uitvoering van het nationale Klimaatakkoord. We streven naar 55% CO2-reductie in 2030 en 95% in 2050. In 2024 was de reductie 44% ten opzichte van het peiljaar 1990. De energietransitie realiseren we in Zutphen rechtvaardig en wijkgericht. We werken langs vier sporen: besparen, opwek, warmte en netcapaciteit.

Wat is in uitvoering? •

•

• • •

•

•

We ondersteunen en subsidiëren in de periode 2023-2028 minimaal 2.200 huiseigenaren bij het isoleren van hun woning. Per januari 2026 deden al 593 huishoudens mee. Vanaf 2026 kunnen koopwoningen en Verenigingen van Eigenaren weer verduurzaamd worden met de ‘Toekomstbestendig Wonen Lening gemeente Zutphen’. We subsidiëren ZutphenEnergie voor de energiewinkel, energiecoaches en energiefixers. Inwoners kunnen hier met vragen over de verduurzaming terecht. Het inwonersberaad heeft in 2025 een rapport met 25 aanbevelingen aan de raad aangeboden om de CO2-footprint in Zutphen met 95% terug te brengen in 2050. In 2024 heeft het college een verfijning vastgesteld van de ‘Transitievisie Warmte’. Hiermee geven we inzicht in de planning van de uitvoering van deze visie. In de eerste wijken zijn we gestart met het aardgasvrij maken. De raad heeft in december 2025 het college richtinggevende uitspraken meegegeven voor de oprichting van het Warmtebedrijf Zutphen. Het Warmtebedrijf gaat de aanleg en het beheer van de warmtenetten verzorgen. Zowel de oprichting van het Warmtebedrijf als de realisatie van de warmtenetten vragen om stevige investeringen. Het ‘Regionaal Programma Energievoorziening’ (RPE) is vastgesteld. In het RPE gaat het over de hele energievoorziening in plaats van alleen over de opwek (Regionale Energie Strategie 1.0).

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

25 / 82

Wat is in voorbereiding? •

•

• •

• • • • •

We werken aan het ‘Warmteprogramma’ als opvolger van de ‘Transitievisie Warmte’ uit 2021. Dit wordt een routekaart naar een aardgasvrije gemeente in 2050 en beschrijft welke wijken de komende 10 jaar van het aardgas gaan. We werken aan het ontwerp van warmtenetten op basis van aquathermie. In Zutphen komt een warmtenet dat gevoed wordt met warmte uit de IJssel (Thermische Energie Oppervlaktewater). Na de financiële besluitvorming is de buurt Helbergen (Componistenbuurt) de eerste waar we tot realisatie overgaan. In de wijk Noordveen is de rioolwaterzuivering (Thermische Energie Afvalwater) de bron voor het warmtenet. In de wijk Leesten en de buurt Overkamp (Warnsveld) zijn we met de bewoners in gesprek over de overstap naar volledig elektrisch verwarmen van de woningen. Een van de opties is een kleinschalig warmtenet voor een straat. Hiervoor lopen de eerste twee pilots samen met bewoners. Beleidsmatig worden kaders opgesteld voor windenergie en (batterij)opslag. Om het stroomnet te versterken, plaatst Liander tot 2050 circa 160 extra trafo-huisjes in Zutphen. Hiervoor hebben we een overeenkomst gesloten met Liander. Om woningisolatie natuurvriendelijk en efficiënt te kunnen blijven doen, stellen we in 2026 een SoortenManagementPlan op. We werken aan de opdracht van de raad om een uitvoeringsagenda op te stellen voor de aanbevelingen uit het inwonersberaad.

We houden rekening met de mogelijkheid dat er een hulpvraag komt van IJsselwind. De verwachting is dat hiervoor een raadsbesluit nodig is.

Aandachtspunten m.b.t. de ontwikkelingen en opgaven komende jaren •

•

• •

•

Er zijn grote investeringen nodig. Realisatie van warmtenetten en woningisolatie vragen - naast ambtelijke inzet - ook financiële investeringen van de gemeente. De komende jaren worden de benodigde investeringsbesluiten voorgelegd aan college en raad. Netcongestie en claim op openbare ruimte. De overstap van fossiele naar schone energie zorgt voor meer vraag naar elektriciteit (tot 3x groter dan nu). Netwerkcapaciteit kan langdurig schaars blijven en de energietransitie vertragen. Dit vraagt om technische en innovatieve oplossingen. Deze leggen een claim op de openbare ruimte Energieneutraal in 2050 vraagt de nodige uitdagingen in energie opwek. Zorgvuldige participatie. De energietransitie is niet uit te voeren zonder medewerking van inwoners, bedrijven en instellingen terwijl het hen ook geld kan kosten. Dit vraagt een zorgvuldige participatie-aanpak. Aandacht voor duurzaam bouwen. CO2-uitstoot komt niet alleen voort uit energie, maar ook uit het gebruik van materialen, vooral in de bouwsector. De bouw van een gebouw vraagt net zoveel CO2 als 50 jaar gebruik ervan. Vanaf 2030 gelden er strengere Europese CO2-regels voor gebouwen. Om verdere stappen te zetten in CO2-reductie moeten we hier als gemeente meer aandacht en beleid voor hebben.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

26 / 82

•

•

Onze rol bepalen bij energie-initiatieven. Lokale initiatieven voor opwek en opslag (of: buffering), zoals SmartEnergyHubs en windmolens, willen we blijven ondersteunen. We zien ze als een deeloplossing voor de netcongestie. De gemeente wordt steeds vaker vanwege de complexiteit en kostbare investeringen in de voorbereiding- en uitvoeringsfase gevraagd om hierin een rol te nemen. Dit vraagt om visie en strategie op rolneming van de gemeente en ook om beschikbare middelen. De energietransitie is programmatisch georganiseerd. Hier moeten duidelijke en strategische doelen aan gekoppeld worden. Voor nu ligt de nadruk op besparen, opwek en warmte. Om na 2030 de CO2-reductie te realiseren is op termijn mogelijk een verbreding naar duurzaamheid (o.a. energie, mobiliteit, circulariteit, vergroening) noodzakelijk. Integrale afweging ten aanzien van doelstellingen in andere beleidsterreinen is hierbij belangrijk, evenals een zorgvuldige kosten/baten onderbouwing.

Scenario

Behalen Energietransitie-doelen

Behalen CO2 -doelen

Afschalen

Nee

Nee

Doorgaan

Misschien

Nee

Opschalen

Ja

Ja

Vastgestelde beleidsnota’s • • • •

Zon op land Verfijning TVW RPE Inwonersberaad

2.10 Grondzaken en vastgoed Waar staan we? •

•

•

• •

Het vaststellen van de Omgevingsvisie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Om dat te kunnen realiseren zijn er aanpassingen nodig in de processen en de werkwijze van grondzaken. Landelijk is er een wettelijke verplichting tot verduurzaming van (maatschappelijk) vastgoed. Dat heeft o.a. invloed op de vastgoedportefeuille van de gemeente Zutphen. Dit brengt grote investeringen met zich mee, die nog niet verwerkt zijn in de programmabegroting. Er is in de afgelopen periode beleidsmatig koers gezet voor de sportaccommodaties en scholen. Dit heeft impact op de samenstelling van de vastgoedportefeuille. Er wordt nog gewerkt aan beleid voor cultuur (broedplaatsen) en erfgoed (erfgoeddepots, mogelijke invulling Witte Vleugel). De gemeente Zutphen bezit 64 panden. De oppervlakte hiervan bedraagt 91.530 m2 bruto vloeroppervlak (BVO); de verzekerde waarde is € 306 miljoen. De boekwaarde van de gronden en gebouwen per 31 december 2024 bedraagt: € 18,7 miljoen.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

27 / 82

• •

De jaarlijkse opbrengst van grond en gebouwen bedraagt € 4,5 miljoen. Het totaal (negatief) resultaat van grondexploitaties is € 3,1 miljoen (op eindwaarde), volgens de Meerjarenprognose Grondbedrijf 2025-1. Grondexploitatie Noorderhaven Noorderhaven veld 18 Helbergen Zuid Fort de Pol Achtermars Totaal

Eindwaarde (bedragen * 1000) € 3.997 € 770 -€ 2.822 € 852 € 326 € 3.125

Wat is in uitvoering en voorbereiding? Grondzaken • Als gevolg van de vastgestelde Omgevingsvisie en de daaraan gekoppelde doelen is herziening nodig van de kaders die we gebruiken voor het handelen op de grondmarkt. Dat geldt ook voor het beheer van de bestaande portefeuille. Het gaat om het Grondbeleid, Grondprijsbeleid en het daarbij behorende uitvoeringskader. • Ook is kaderstelling nodig voor het gemeentelijk kostenverhaal, als verplicht programma onder de Omgevingswet en als uitwerking van de Omgevingsvisie. Inzet is vaststelling eind 2026 / begin 2027. • De jaarlijkse Meerjarenprognose grondbedrijf (MPG) – die inzicht biedt in ontwikkeling en risico’s van de actieve grondexploitaties - wordt mogelijk gefaseerd verbreed naar een Meerjarenprognose Grond en Vastgoed. Vastgoed In de collegeperiode 2026-2030 is een herziening nodig van de kaders die de gemeente hanteert voor vastgoed en voor het beheer van de bestaande portefeuille. Om te voldoen aan de wettelijke kaders vraagt dit om een flinke investering. Het gaat om: • Herijking van de samenstelling, indeling en omvang van de vastgoedportefeuille. Dat wordt op dit moment verder uitgewerkt. Inzet is besluitvorming eind 2026. • Het project ‘Verduurzaming vastgoedportefeuille’ wordt verder uitgewerkt en in besluitvorming gebracht.

Inzet is besluitvorming eind 2026.De wettelijke kaders voor de verduurzaming hebben de volgende deadlines: o de verduurzaming naar label A in 2030 (gemeente breed 55% Co2 reductie) o energieneutraal in 2050 (gemeente breed 95% Co2 reductie).

Voorlopige indicatie van de benodigde investeringen*: 2030 label A € 6.772.431** 2050 Energie neutraal € 20.585.950** *) **)

Dit zijn de benodigde investeringen voor de verduurzaming van de huidige kernportefeuille. Dit zijn de totale kosten waarin nog geen rekening is gehouden met de eventuele subsidies, afschrijvingstermijnen en omzetting naar kapitaallasten.

Bundel factsheets Ruimte, Sociaal en Bedrijfsvoering

28 / 82

•

•

Van 13 sportaccommodaties (onder andere gymzalen) is een groot deel economisch afgeschreven vanwege de levensduur. Ook technisch en functioneel voldoen veel zalen niet meer. Er is een voorlopig vervangingsplan opgesteld waarvoor het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen de leidraad is. Om de komende jaren de vernieuwing van de sportaccommodaties te kunnen realiseren is een grote investering noodzakelijk over een periode van 12 jaar. Deze is nog niet opgenomen in de programmabegroting. Daarnaast voeren we het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen uit. In de gemeente Zutphen worden de komende jaren (tot 2030) vier nieuwe toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen gerealiseerd voor speciaal onderwijs (1) en basisonderwijs (3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=efaf3113-58ef-434b-831a-e87af240d8b4