1140610 - bijlage 3 - Ruimtelijk-economische bouwstenen regio Stedendriehoek
Tekst van het document
Ontwikkeling banen 2017-2022
1%
15% 5% -5% -15% -25% 40%
60%
80%
100%
120%
140%
160%
Specialisatiegraad Afval, energie en water Logistiek en groothandel Bouw, handel en reparatie
Dienstverlening & ICT Maak- en procesindustrie Voedingsmiddelenindustrie
Bron: PWE, 2022, BIRO gemeente Deventer, 2022; Bewerking Stec Groep, 2024
In bijlage 1 is een figuur opgenomen waarop de banen ontwikkeling in de afgelopen tien jaar binnen alle bedrijventerreinsectoren in de regio is weergeven. Ook op die langere tijdslijn zien we een kleine afname van het aantal banen in de maak- en procesindustrie. Deze afname zien we het sterkst terug komen in de gemeente Zutphen (-1.400 banen in tien jaar) en Deventer (-550 banen in tien jaar). In de gemeente Apeldoorn (+340 banen) en Lochem (+280 banen) groeide deze sector juist. Met uitzondering van de landbouw sectoren lieten de andere sectoren op de bedrijventerreinen in de regio groei zien sinds 2013. De dienstverlening en ICT groeide met +6%, deze groei zien we met name in de gemeente Apeldoorn (+600 banen) en Deventer (+730 banen). Per gemeente zien we de volgende grootste groei en krimp sectoren op de bedrijventerreinen: • Apeldoorn: groei in de voedingsmiddelenindustrie (+900 banen), consumentendiensten (+900 banen), logistiek en groothandel (+800 banen) en bouw, handel en reparatie (+700 banen).
25
Ruimtelijk-economische bouwstenen
•
•
•
• • •
Brummen: groei in de maak- en procesindustrie (+230 banen). Krimp in de bouw, handel en reparatie (-40 banen) en voedingsmiddelenindustrie (-40 banen). Deventer: groei in de logistiek en groothandel (+1.100 banen), consumentendiensten (+800 banen), dienstverlening en ICT (+700 banen). Krimp in de maak- en procesindustrie (-550 banen) en de voedingsmiddelenindustrie (-250 banen). Epe: Groei in de logistiek en groothandel (+200 banen) en consumentendiensten (+170 banen). Krimp in de voedingsmiddelenindustrie (-100 banen). Lochem: Groei in de maak- en procesindustrie (+280 banen). Krimp in de landbouw (-50 banen) en consumentendiensten (-50 banen). Voorst: groei in de logistiek en groothandel (+170 banen) en maak- en procesindustrie (+50 banen). Zutphen: Groei in de voedingsmiddelenindustrie (+130 banen). Krimp in de logistiek en groothandel (-1.370 banen) en de maak- en procesindustrie (-1.150 banen)
volgen de Circulaire, Energie en Chemieclusters. Ook hier wordt de logistieke en industriële signatuur van de regio nog eens duidelijk.
Figuur 7: Spreiding innovatie clusters
Figuur 6: Aantal banen per innovatief cluster
Werklocaties in beeld
0
2.000
4.000
Agro & food
HTSM
6.000 Bouw
8.000 Circulair
10.000 Energie
12.000 Chemie
Bron: Innovatiespotter, 2024; Bewerking Stec Groep, 2024
Deze sectorstructuur zien we ook terug in de werkgelegenheid verdeeld naar innovatieve clusters (Innovatiespotter). De agro & food, HTSM, en Bouw zijn de cluster met de meeste werkgelegenheid in de regio. Daarna
Regio Stedendriehoek kent 70 bedrijventerreinen, goed voor circa 1.510 uitgegeven netto hectare. De meest grote clusters van bedrijventerreinen zijn geconcentreerd in de noord en zuidflank van Apeldoorn, aan de zuidzijde van Deventer en ten noorden van Zutphen. De kleinere en middelgrote kernen in de regio huisvesten lokaal en regionaal mkb op kleinere locaties. Bijzondere locaties in de regio zijn: het papiercluster in Eerbeek-Loenen, de ontwikkeling van stadscampus De Kien in Deventer. In Apeldoorn wordt samengewerkt in het cluster Veiligheid & Digitalisering en binnen Apeldoorn IT. In Apeldoorn wordt nagedacht over ruimte voor het CVD en Apeldoorn IT in de spoorzone. Een aantal regionale bedrijventerreinen in (door)ontwikkeling zijn: A1 Bedrijvenpark in Deventer, De Mars in Zutphen en Ecofactorij. De regio kent twee open toegankelijke
26
Ruimtelijk-economische bouwstenen
bedrijfscampussen (het Zwitsalterrein in Apeldoorn en De Gasfabriek in Deventer).
Figuur 8: Overzichtskaart bedrijventerreinen en toplocaties • •
•
• •
(Nieuwe, door) te ontwikkelen toplocaties zijn: • Papiercluster: Het papiercluster in Eerbeek-Loenen heeft een ruime geschiedenis. De papierindustrie is niet weg te denken uit de dorpen en creëert ook een grote economische spin-off. Binnen het programma Eerbeek-Loenen 2030 wordt gewerkt aan de leefbaarheid en de energietransitie en het behoud van de (papier)industrie voor de regio. Het besluit om papierfabriek De Hoop Mill in Eerbeek te sluiten heeft gevolgen voor het geplande Logistiek Centrum Eerbeek (LCE). De centrale op- en overslaglocatie gaat niet door. Vanuit Eerbeek-Loenen 2030 blijft de focus liggen op toekomstbestendigheid en leefbaarheid. • De Kien: Stadscampus De Kien in Deventer bevindt zich tussen het NSstation en de binnenstad van Deventer. Het is een samenwerking op het
gebied van IT, techniek en onderzoek tussen bedrijven, onderwijs, overheid en andere organisaties in het gebied. De partijen werken aan innovaties en oplossingen in de fysieke leefomgeving. Het gebied van Stadscampus De Kien verandert in een gebied waar wonen, werken, studeren en recreëren en verblijven goed samengaan. Binnenhavens: de havens van Zutphen, Deventer en Lochem zijn goed bereikbaar over het water met een vaarwatercategorie van minimaal III. Cluster Veiligheid & Digitalisering: In Apeldoorn werken (semi)overheid en onderwijs samen aan een centrum voor Veiligheid en Digitalisering. Het CVD is een stichting zonder winstoogmerk die gedragen wordt door Hogeschool Saxion, de Politieacademie, de Universiteit Twente, de gemeente Apeldoorn ROC Aventus en het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid). Vliegveld Teuge: Op het vliegveld in Teuge is een clustering te vinden van bedrijven die zich (i.c.m. onderwijsinstellingen) bezig houden met elektrisch vliegen. Regionale bedrijventerreinen: A1 Bedrijvenpark en Ecofactorij zijn bijna geheel uitgegeven, Ecofactorij krijgt een tweede fase. Open bedrijfscampussen: De Gasfabriek in Deventer en het Zwitsalterrein in Apeldoorn zijn voorbeelden van open bedrijfscampussen.
Mogelijk is er op termijn ruimte in de spoorzone van Apeldoorn voor een fysieke ontmoetingslocatie van het CVD en Apeldoorn IT (netwerkorganisatie voor innoverende Apeldoornse IT organisaties dat zorgt voor verbinding van organisaties, kennisdeling en arbeidsmobiliteit).
27
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Het grote belang van bedrijventerreinen Wanneer er wordt gesproken over ‘bedrijventerreinen’ betreffen dit de formele in de IBIS-database opgenomen bedrijventerreinen.
Meer dan een derde van de totale werkgelegenheid bevindt zich op bedrijventerreinen Het economisch belang van bedrijventerreinen in regio Stedendriehoek is groot. In totaal huisvesten de bedrijventerreinen zo’n 4.300 bedrijven en circa 79.850 banen. Dit is ruim een derde van de totale werkgelegenheid in de regio. De bedrijventerreinen zijn daarmee van groot belang voor de economie in de regio. Naast deze directe werkgelegenheid zorgen de bedrijven ook voor spin-off (en indirecte werkgelegenheid). Deze creatie van indirecte werkgelegenheid wordt ook wel de multiplier genoemd. Gemiddeld gezien is de multiplier in de regio Stedendriehoek circa 1,7. Dit betekent dat voor iedere baan op een bedrijventerrein, er 0,7 baan extra ‘gecreëerd’ wordt elders (grotendeels in de regio, ook buiten de bestaande bedrijventerreinen). Deze multiplier ligt boven het Nederlandse gemiddelde van 1,4. Denk bij deze indirecte werkgelegenheid bijvoorbeeld aan dienstverlening zoals catering, schoonmaak, accountancy, onderhoud of beveiliging. Inclusief indirecte banen schatten we in dat bijna zo’n 60% van alle banen in de regio Stedendriehoek direct en indirect samenhangen met activiteiten op de bedrijventerreinen in de regio. Deze cijfers zijn bepaald op basis van CBS gegevens over de gemiddelde omvang van investeringen die bedrijfssectoren in andere bedrijfssectoren doen.
Naast de belangrijke rol op het gebied van werkgelegenheid, vertegenwoordigen de bedrijventerreinen ook op het gebied van de bijdrage aan het Bruto Regionaal Product (BRP) een belangrijke rol. In
5
Landelijk gezien maken bedrijventerreinen zo’n 2,6% van het oppervlakte uit. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft de ambitie dit aandeel te laten groeien naar 3%.
totaal is de jaarlijkse toegevoegde waarde op de terreinen circa € 7,1 miljard (excl. indirecte werkgelegenheid). We zien wel een verschil in belang van de bedrijventerreinen als werklocatie tussen de zeven regio gemeenten. Op volgorde van hoog naar laag zien we dat de bedrijventerrein het hoogste aandeel van de banen in de gemeente huisvesten in de gemeente Brummen (39,4%), Apeldoorn (38,5%), Deventer (37%), Lochem (27%), Zutphen (23,3%), Epe (22,5%) en Voorst (18%). Zie bijlage 1 voor de sectorstructuur per gemeente op bedrijventerreinen (en voor de totale regio), figuur 17. En de ontwikkeling van het aantal banen op de bedrijventerreinen in figuur 18. We zien daarin een sterke afname van banen in Zutphen (-30%) en een sterke stijging in Apeldoorn (+18%). De afname van het aantal banen op bedrijventerreinen in Zutphen is te verklaren door het vertrek van een aantal grote bedrijven in de laatste jaren. Regionaal is het aantal banen in tien jaar met circa 10% gegroeid.
Tabel 1: Ruimtelijk-economisch belang bedrijventerreinen regio Stedendriehoek
4.500 bedrijfsvestigingen
80.000 banen
1.970 hectare bruto
Circa 10% van de in totaal 43 duizend bedrijfsvestigingen
Circa 34% van de in totaal 234 duizend banen
Circa 1,8% van de totale oppervlakte 5
Bron: IBIS Gelderland (2024), PWE (2022), bewerking Stec Groep (2024).
28
Ruimtelijk-economische bouwstenen
In de regio is gemeenten Apeldoorn goed voor ruim de helft (circa 52%) van alle banen, gevolgd door gemeente Deventer (circa 25%). Tien grootste bedrijventerreinen De tien grootste terreinen in de Regio Stedendriehoek zijn goed voor circa 70% van de totale werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Deze terreinen zijn veelal in de steden te vinden (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) en huisvesten zowel lokaal als regionaal gebonden bedrijvigheid. Zie tabel 2 voor een overzicht van de tien grootste terreinen naar werkgelegenheid en netto omvang.
Tabel 2: Top 10 grootste bedrijventerreinen in werkgelegenheid Gemeente
Bedrijventerrein
Deventer
Bergweide
171 ha
10.350
Apeldoorn
Zuid West Poort
100 ha
9.940
Apeldoorn
Malkenschoten
84 ha
9.440
Deventer
Kloosterlanden
109 ha
7.350
Apeldoorn
Apeldoorn Noord (fase 1)
54 ha
5.490
Zutphen
De Mars
146 ha
3.310
Apeldoorn
Kayersmolen Zuid
47 ha
2.900
Apeldoorn
Apeldoorn Noord (fase 2)
29 ha
2.350
Apeldoorn
Stadhoudersmolen
58 ha
1.990
Apeldoorn
Kuipersveld
27 ha
1.980
826 ha
55.100
Totaal
Netto Omvang
Werkgelegenheid*
Bron: PWE, 2022, BIRO gemeente Deventer, 2022; Bewerking Stec Groep, 2024. *Afgerond op tientallen
Bedrijventerreinen ruggengraat van lokale én regionale economie Bedrijventerreinen zijn de ruggengraat van de economie op regionaal en lokaal niveau. In iedere gemeente is lokaal geworteld mkb gevestigd die een sterke binding hebben met de gemeente en/of de kern. Binding zit in veel factoren: historie, herkomst van werknemers en het netwerk van toeleveranciers en afnemers (de keten) spelen een belangrijke rol. Hoe groter de lokale of regionale binding, hoe eerder het bedrijf opteert voor een uitbreiding of een nieuwe locatie in de directe omgeving.
Grote sectoren op bedrijventerreinen Dienstverlening en ICT grote sector De werkgelegenheid in de Dienstverlening en ICT is met zo’n 23.660 banen aanzienlijk op de bedrijventerreinen in regio Stedendriehoek. Dit komt doordat veel dienstverlenende bedrijven zijn gevestigd in kantoren op een bedrijventerrein, met name langs uitvalswegen en de snelweg. Belangrijke verklaring hiervoor is dat een deel van de kantorenstructuur van Apeldoorn (Zo is Fizzionparc is onderdeel van bedrijventerrein Malkenschoten en Europalaan onderdeel van Zuid West Poort) en Deventer (Hanzepark is onderdeel van Kloosterlanden) gevestigd zijn op een bedrijventerrein. Maakindustrie een sterke sector in de regio Hoewel de regio langzaam opschuift richting een breder dienstenprofiel is maakindustrie en HTSM nog altijd sterk vertegenwoordigd. De industrie is vrijwel in iedere gemeente een zeer relevante sector. Onderstaande kaart geeft weer waar de grote industriële bedrijven (> 250 werknemers) uit de regio gevestigd zijn. Je ziet dat vrijwel iedere grote gemeente één of meerdere grote industriebedrijven huisvesten. De industrie is een hoog productieve sector en goed voor een groot deel van investeringen in R&D en innovatie. De aanwezigheid van industrie zorgt voor een groot multipliereffect (spin-off) in andere sectoren. Het is een sector die er toe doet en de spil is in grote transities.
Denk bijvoorbeeld aan bedrijven actief in de energietransitie, de verduurzamingsopgave in de
29
Ruimtelijk-economische bouwstenen
papierindustrie en technologische bedrijven actief in het Hightech-cluster, Agrifood of de voedingsmiddelenindustrie.
gegroeid in de afgelopen jaren. Daarbij komt dat een groot deel van de groothandelsactiviteiten te duiden zijn als logistiek.
Logistiek speelt als ‘enabeler’ belangrijkere rol De logistiek heeft als sector in termen van werkgelegenheid een bescheiden rol, maar is als ‘enabeler’ van andere sectoren waar het crossovers mee heeft een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan de agrifood, industrie, groothandelsactiviteiten en natuurlijk aan de transitie naar een circulaire economie (transport van grondstoffen).
Doordat logistieke activiteiten in de bouw, groothandel, industrie niet altijd worden meegenomen in de statistieken in het kader van de logistiek, is veelal sprake van onderschatting van het logistieke belang. Veel logistieke bedrijven in Regio Stedendriehoek zijn dienstbaar aan lokaal en regionaal mkb. Logistiek speelt dus een belangrijke rol voor de doorontwikkeling van sterke clusters. Een substantieel deel van de regionale werkgelegenheid hangt samen met industriële en logistieke activiteiten. En dit zijn ook bij uitstek bedrijven die de omschakeling moeten maken in de energie en circulaire transitie. Het is dus belangrijk om deze doelgroepen goed te kunnen faciliteren.
Figuur 9: Industriële bedrijven > 250 werkzame personen
Uiteraard huisvest de regio ook regionaal en landelijk georiënteerde distributieactiviteiten, dit vanwege de gunstige ligging aan de North SeaBaltic corridor (handelsroute via weg, spoor, water). Zie figuur 10 voor een overzicht van grotere distributiecentra (> 10.000 m² bvo) in de regio. Op bedrijventerreinen is ‘logistiek’ een grote ruimtegebruiker. De exacte cijfers voor de Stedendriehoek zijn niet voorhanden, maar op landelijk schaalniveau zien we dat logistiek goed is voor zón 40% van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen.
Naast de specifieke bedrijven (transport- en opslagbedrijven en logistiek dienstverleners) vinden immers (nog steeds) veel logistieke activiteiten plaats bij productiebedrijven, handelsbedrijven, bouwbedrijven en bij bedrijven in de zorg- en nutssector. De vervoer en opslagsector is explosief
30
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Figuur 10: Distributiecentra > 10.000 m² bvo Deventer beschikt over een grote binnenhaven en biedt sinds kort naast bulkoverslag ook mogelijkheden voor containeroverslag (Inland Terminal Deventer). Dit is een belangrijke asset voor bedrijven in de gemeente en de hele Stedendriehoek. De Industriehaven van Zutphen biedt eveneens mogelijkheden voor op- en overslag voor bulkgoederen, maar grote vrachtschepen kunnen de haven niet aandoen. Daarvoor zou de haven uitgediept moeten worden. De gemeente is aan het onderzoeken of dit (financieel) haalbaar is en wat de maatschappelijk-economische meerwaarde is. Tot slot zijn de bedrijventerreinen in de gemeente Lochem zeer gunstig gelegen aan het Twentekanaal op de route tussen IJssel en logistieke hotspot Twente. Schepen die de sluis bij Eefde passeren kunnen doorvaren naar Lochem. De haven van Lochem maakt onderdeel uit van Port of Twente. Dit is een samenwerkingsverband tussen gemeenten Almelo, Enschede, Hengelo, Hof van Twente en Lochem.
Marktbeeld bedrijventerreinen Bron: Database Distributiecentra Nederland, Stec Groep, 2024
Watergebonden locaties in Deventer, Lochem en Zutphen De beschikbaarheid van watergebonden locaties in de regio zijn in Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen. Hoewel het gaat om goed bereikbare plekken is ruimte aan het water schaars. Vooral omdat in de huidige situatie niet alle ruimte daadwerkelijk wordt benut door bedrijven die voor bedrijfsactiviteiten gebruik maken van de kade. Watergebonden locaties worden vaak genoemd als plekken die een grote bijdrage kunnen leveren aan het omzetten van de lineaire economie naar een grotendeels circulaire economie. Een circulaire economie gaat uit van zo lang mogelijk gebruik maken van primaire grondstoffen. In een circulaire economie neemt het belang van grondstoffenstromen (met een kritische massa) toe. Deze grote hoeveelheden grondstoffen kunnen makkelijker (en duurzamer) over waterwegen worden vervoerd dan over de weg.
Ruimtevraag van bedrijven landt op verschillende soorten locaties. Uitgifte van nieuwe bedrijventerreinen (greenfield) is feitelijk ongeveer de helft van de ruimtevraag. De rest vindt zijn weg in de bestaande voorraad, door huur/koop van bestaand vastgoed, nieuwbouw binnen de bestaande voorraad (intensivering) en herontwikkeling (brownfields).
Tabel 3: Waar landt de ruimtevraag naar bedrijventerreinen? Categorie
Gelderland & Overijssel
RS3H
Landelijk
Bestaand vastgoed
29%
25%
23%
Intensivering
5%
6%
6%
Brownfield
14%
10%
17%
31
Ruimtelijk-economische bouwstenen
52%
Greenfield
59%
54%
Bron: Database Locatiebeslissingen Nederland, Stec Groep, 2024.
Figuur 11: Jaarlijkse uitgifte bedrijventerreinen in hectare 35 30 25 20 15 10 5 2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
0
Bron: PWE Gelderland, MOB gemeente Deventer, 2022, Bewerking Stec Groep, 2024
•
•
•
Regio Stedendriehoek heeft zeven goede jaren achter de rug. De uitgifte in de periode 2017 t/m 2023 bedroeg 135 hectare (+13% op de voorraad bedrijventerrein). De gemiddelde jaarlijkse uitgifte in de regio ligt langjarig rond de 13 á 17 hectare per jaar. In de uitgifte zijn duidelijke golfbewegingen zichtbaar. De conjuncturele golven van de economie spelen hierin een rol. Met name uitgifte aan grootschalige logistiek zorgt met name in de afgelopen 10 jaar voor pieken. Het gaat hierbij om uitgifte op A1 Bedrijvenpark (Deventer), Ecofactorij (Apeldoorn) en Apeldoorn Noord. Daarnaast heeft het gebrek aan uitgeefbaar aanbod ook een dempend effect op de opname. Daarnaast constateren we dat gemengde gebieden (wonen, werken, verblijven en recreëren) sterk in opkomst zijn. Over het algemeen gaat het om lichtere bedrijvigheid met een hogere arbeidsintensiteit.
Grootschalige bedrijven in beeld In de Stedendriehoek zijn veel bedrijven te vinden die op een grootschalige kavel (groter dan twee hectare) gevestigd zijn. In totaal gaat het om ruim 130 bedrijven, ongeveer 100 van deze bedrijven zijn gevestigd op een
bedrijventerrein. Er zijn ongeveer 33 bedrijven die zelfs op een kavel gevestigd zijn van minimaal vijf hectare. Dertien van deze bedrijven behoren tot de grootste categorie en gebruiken zelfs een kavel van minstens 8 hectare. Naast het ruimtebeslag hebben deze bedrijven samen ook een belangrijk economisch aandeel in de regio, de bedrijven met een kavel van minstens twee hectare zijn samen goed voor circa 12% van alle banen (op en buiten bedrijventerreinen). Een groot deel van de grootschalige bedrijven die op dit moment in de regio gevestigd zijn, zijn actief in de sectoren maak- en procesindustrie & voedings- en genotmiddelenindustrie en logistiek & groothandel. In figuur 12 zijn de grootschalige bedrijven uit deze sector op kaart weergegeven. De (verhuis)dynamiek die zich in de laatste jaren heeft voorgedaan vanuit grootschalige kavels laat zien dat de meeste grootschalige partijen historisch in de regio zijn gegroeid. Er is maar een klein aantal nieuwe grootschalige partijen van buiten de regio (footloose) naar de regio getrokken.
Figuur 12: Grootschalige bedrijven (twee sectoren)
32
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bron: inventarisatie Stec Groep, 2024
Situatie overige werklocaties Kantoren Een kleine 20% van de werkgelegenheid in Regio Stedendriehoek vindt in een kantoor plaats (bron: PWE 2022, BIRO 2022, BAG 2024 6). Ook kantoren en kantorenlocaties zijn van groot economisch belang voor de regio. Vooral de sectoren zakelijke (en overige) dienstverlening en ICT hebben een sterke voorkeur voor kantorenlocaties. In Regio Stedendriehoek is ruim 95% van de kantorenvoorraad in de drie steden te vinden. Apeldoorn is in omvang de belangrijkste kantorenstad van de regio. Circa 55% van het totale kantoorvastgoed is hier te vinden. Deventer heeft met ongeveer een derde deel ook een aanzienlijk aandeel kantoormeters. Op grote afstand volgt Zutphen met circa 8%. De gemeenten Lochem en Voorst hebben veel kleinere voorraden en in de gemeenten Epe en Brummen zijn nauwelijks kantoorlocaties. De kantorenmarkt (in Nederland. maar ook in Regio Stedendriehoek) is aan veel trends en ontwikkelingen onderhevig. Snel veranderende eisen van eindgebruikers (o.a. type ruimte, zoals mogelijkheden tot thuiswerken en hybride werkvormen, flexconcepten en mixed-use, gezonde werk- en leefomgeving en hogere duurzaamheidseisen kantoorpand) zorgen er in toenemende mate voor dat de polarisatie tussen incourante en courante kantoren verder wordt vergroot. Per saldo is er ook een overschot aan kantoormeters in de regio.
Echter, de kantoren staan niet altijd op de meest toekomstbestendige plek. Dit maakt dat het nodig is om de kantoorstructuur te verbeteren en tegelijk ook het vestigingsklimaat en de waarde van kantoorlocaties voor de economische structuur en de algehele brede welvaart te waarborgen.
6
Koppeling databestanden werkgelegenheid met verblijfsobject gebruiksdoel kantoor.
De toekomstige behoefte aan kantoorruimte verandert van traditioneel naar nieuwe type omgeving, gebouwen en concepten. Dit is het gevolg van onder meer technologische ontwikkelingen, gelimiteerde tijd en de voorkeur voor een mix van functies (wonen, werken, recreëren en verblijven) en het feit dat het welzijn van werknemers steeds belangrijker wordt voor werkgevers gaan kantoorhoudende organisaties steeds meer nadenken over hun locatievoorkeur. Vooral OV-knooppunten nemen sterk in belang toe. Concentratie van kantoren op de meest toekomstbestendige plekken is nodig om te werken aan toekomstbestendige kantorenmarkt. Bedrijfs- en (stads)campussen De regio ontwikkelt zich door. Naast reguliere bedrijventerreinen ontstaat er een grotere behoefte aan locaties waar ontmoeten en kennisdeling voorop staat. In Regio Stedendriehoek zien we binnen dit profiel een tweetal type locaties. Enerzijds zien we realisatie/doorontwikkeling van innovatieve ‘open’ bedrijfscampussen (zoals De Gasfabriek in Deventer en het Zwitsalterrein in Apeldoorn) en anderzijds zien we de inzet op de ontwikkeling van stadcampussen op OV-knooppuntlocaties in de stationsomgeving (concreet voorbeeld is De Kien in Deventer, spoorzone van Zutphen en de spoorzone van Apeldoorn).
Richting de toekomst verwachten we dat de stationsomgevingen van de drie steden verder aan belang gaan toenemen binnen de ruimtelijkeconomische structuur van de regio. In de regio zijn ook veel kleine kernen met een station. Deze goede OV-bereikbaarheid maakt de kernen aantrekkelijk, en is een sterkte/kans voor bijvoorbeeld de economische doorontwikkeling van Lochem, Twello en Brummen. Bedrijven in het buitengebied Regio Stedendriehoek beschikt over een groot buitengebied. In dit gebied zijn ook bedrijven gevestigd. Veel bedrijven in het buitengebied zijn daar op hun plaats en hebben toekomstperspectief. Voor locaties waarvoor dit niet of in mindere mate geldt kunnen gemeenten beleidsmatig sturen om bedrijven te verplaatsen naar bedrijventerreinen en de bedrijfsfunctie op de
33
Ruimtelijk-economische bouwstenen
bestaande locatie te schrappen. Dit betekent een extra vraag naar kavels op bedrijventerreinen. Vooral bedrijven die een agrarische of economische binding hebben met het buitengebied kunnen prima passend zijn op de huidige plek. Pas als deze bedrijven vanwege verkeersbewegingen of bedrijfsactiviteiten niet meer goed aansluiten bij het karakter van het gebied komt verplaatsing naar een bedrijventerrein aan de orde. Relevant is wel het perspectief met betrekking tot vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB). Op sommige plekken kan – indien gewenst – transformatie naar een bedrijfsfunctie aan de orde zijn. Op deze plekken kan zich dan reguliere bedrijvigheid vestigen. Het is de vraag in hoeverre VAB’s passende locaties zijn voor een groot deel van de vraag naar bedrijventerreinen. Zie de toelichtende box op de volgende pagina. Grote solitaire bedrijven In de regio Stedendriehoek zijn ook een aantal grootschalige bedrijfslocaties te vinden die niet op een formeel bedrijventerrein zijn gevestigd, denk hierbij bijvoorbeeld aan Terwolde Beton, VMI in Epe, Royal Vaassen Packaging, etc. Dit zijn vaak omvangrijke ruimtegebruikers die ook een belangrijke werkgeversrol vervullen in en rondom de kernen waar zij gevestigd zijn.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) De regio krijgt in toenemende mate te maken met vrijkomende voormalig agrarische bedrijfsbebouwing (VAB). Dit heeft mogelijk invloed op de ruimtevraag naar bedrijventerrein. Op sommige plekken kan – indien gewenst – transformatie naar een bedrijfsfunctie aan de orde zijn. Op deze plekken kan zich dan reguliere bedrijvigheid vestigen. We verwachten niet dat een groot deel van de vraag naar bedrijventerrein gaat landen in de VAB’s. Het kan wel gaan om startende ondernemers die in een later stadium naar een bedrijventerreinen doorschuiven. De exacte invulling (en effect op de ruimtevraag) hangt af van de beleidskeuzes. De regiogemeenten kunnen in specifieke gevallen besluiten VAB’s in te zetten voor bedrijvigheid. Denk onder andere kleinschalige bedrijven in de sectoren bouw, handel of reparatie. Hier moeten duidelijke regels voor worden vastgelegd. Het is van belang dat er een bovengrens is voor de omvang en het moet klip en klaar zijn dat uitbreiding daarboven niet op een VAB-locatie mogelijk is. Een uitbreiding van de hoeveelheid bedrijfsbebouwing op een VAB-locatie is sowieso niet gewenst. Voor een bedrijf betekent dit concreet dat bij groei van het bedrijf, verplaatsing naar een bedrijventerrein moet plaatsvinden.
Vanwege het ontstaan van extra vervoersbewegingen en het behouden van natuurwaarden zijn grotere uitbreidingen in het buitengebied vaak niet wenselijk (denk hierbij aan ongewenste vervoersbewegingen door kleine kernen of over smalle wegen). Kortom, de opname/in gebruik name van VAB-locaties door bedrijven is doorgaans ongewenst. In het RPW dient hier rekening mee gehouden te worden.
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bouwsteen 3: regionale dynamiek
34
35
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Regio in breder perspectief Regio Stedendriehoek is in oppervlakte een grote regio, maar wel een regio waarbij gemeenten sterk met elkaar verbonden zijn. Het aandeel natuur en groen/blauwe landschapskenmerken in de regio is groot. Mede door haar aantrekkelijke geografische ligging met de Veluwe en het stroomgebied van de IJssel (de IJsselvallei). Mensen werken graag dicht bij huis, met name de mbo-geschoolde doelgroep die vaker op een bedrijventerrein werkt. Een regio is aantrekkelijk als deze goed bereikbaar is en een goede mix en balans heeft tussen wonen, werken, verblijven en recreëren.
We zien daarnaast veel interactie (pendelstromen) tussen de steden in Regio Stedendriehoek. Er is een sterke wederzijdse pendelrelatie tussen Apeldoorn en Deventer. Gemeenten Apeldoorn en Deventer hebben ook een bovenregionale functie. Het pendelsaldo in deze gemeente is positief. Dit betekent dat er per saldo meer werknemers naar deze steden komen voor werk, dan vanuit de gemeenten vertrekken naar andere gemeenten.
Figuur 13: Totale woon-werk pendel tussen gemeenten
Daily Urban System Arbeidspendelstromen geven een goed inzicht in de Daily Urban Systems van mensen (het gebied waarin mensen zich dagelijks verplaatsen). Het gaat daarbij vanzelfsprekend vaak om woon-werkverkeer. Daily Urban Systems zijn daarmee logische samenwerkingsverbanden tussen gemeenten op het gebied wonen, werken en mobiliteit. Op basis van pendelstromen (woon-werkverkeer) kunnen we vaststellen dat Regio Stedendriehoek te definiëren is als een eigen Daily Urban System. Tegelijkertijd zien we ook pendelstromen met omliggende regio’s, vooral met buurgemeenten en grotere steden. Opvallend hierin is dat we geen grote pendelstromen zien vanuit de gemeenten op de Veluwe naar Apeldoorn. Hierbij speelt de mentale/fysieke ‘barrière’ van de Veluwe naar verwachting een belangrijke rol. Een vergelijkbare barrièrewerking zien we ook bij de IJssel. Op plekken waar de IJssel overbrugt wordt (per spoor of voor werverkeer) zijn er overigens wel arbeidsmarktpendelstromen. In zijn geheel zien we een tweeledig beeld binnen de regio. Doordat alle gemeenten in hun eigen gemeente beschikken over werklocaties zien we dat een deel van de arbeidsmarkt werkt in de eigen woongemeente. Verder zien we een behoorlijk open arbeidsmarkt tussen de gemeenten onderling, met wederzijdse pendelstromen tussen gemeenten. De uitgaande stromen van landelijke gemeenten blijven veelal in de regio.
Dit geldt overigens ook voor de uitgaande stromen van de stedelijke gemeenten, maar hier zien we ook een sterke relatie met grotere omliggende steden, zoals Zwolle en Arnhem.
Bron: CBS Statline, cijfers hebben betrekking op 2022, Bewerking Stec Groep, 2024
Dagelijks pendelen 146 duizend mensen binnen de regio Stedendriehoek voor werk. Dat is circa 70% van de totale inkomende arbeidspendelbewegingen. Bij de uitgaande arbeidspendel ziet we dat bijna 75% van de bewegingen binnen de regio Stedendriehoek blijft.
36
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Regio in balans Er zitten grote verschillen tussen de regiogemeenten wanneer we kijken naar de verhouding tussen het aantal banen en inwoners per gemeente. Gemiddeld is er in de regio 0,55 baan per inwoner. Op de kaart in figuur 13 is de verhouding tussen banen en inwoners per gemeente weergegeven. Apeldoorn heeft binnen regio Stedendriehoek een duidelijke werkgevers rol in de regio met circa 0,65 baan per inwoner. De gemeente Deventer zit ongeveer op het regionaal gemiddelde. De landelijkere gemeenten en de gemeente Zutphen zitten onder het regionale gemiddelde met circa 0,39 tot 0,49 baan per inwoner.
willen en/of kunnen werken. Met deze vergelijking filteren we de effecten van vergrijzing uit de vergelijking. We zien net als in figuur 13 een sterke werkgevers functie (boven gemiddeld hoog aantal banen per persoon in de (niet) beroepsbevolking voor de gemeente Apeldoorn en Deventer. Het gemiddelde in de regio is 0,74 baan per persoon in de (niet-) beroepsbevolking.
Figuur 15: Verhouding tussen banen en (niet-)beroepsbevolking
Figuur 14: Verhouding tussen banen en inwoners
Bron: CBS (2022), PWE (2022)
Bron: CBS (2022), PWE (2022)
In figuur 14 is het aantal banen per gemeente afgezet tegen het aantal personen in de (niet-)beroepsbevolking. Dit zijn de mensen in de leeftijdscategorie 15 tot 75 jaar, ongeacht of deze personen wel of niet
Interessant is ook te bezien welke banenontwikkeling zichtbaar is in de regio. Zie figuur 18 in bijlage 1. We zien dat het aantal banen in gemeente Deventer en gemeente Epe sterk is gegroeid in de afgelopen tien jaar. Het betreft respectievelijk 17% en 16% groei. Op enige afstand gevolgd door gemeente Voorst (+12%) en Lochem (+10%). Apeldoorn bevindt zich met circa 8% groei rond het regionaal gemiddelde (+9% groei). In gemeente Brummen was de groei met circa 5% lager dan het regionaal gemiddelde.
37
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Alleen in gemeente Zutphen constateren we een afname van het totaal aantal banen (-4%). Dit wijkt af van het beeld in de regio. Verhuisdynamiek bedrijven Op de bedrijventerreinenmarkt zien we dat de dynamiek (verhuizingen van bedrijven) vooral binnen de regio plaatsvindt. De bedrijventerreinenmarkt kenmerkt zich ook door een regionale markt. Er is veel onderlinge dynamiek zichtbaar tussen gemeenten in de regio. NB: onderstaande kaart laat alleen de verhuisstromen binnen de regio zien. Van alle inkomende verhuizingen op bedrijventerreinen is ruim 60% van zowel de vestigingen als de banen afkomstig vanuit de eigen regio. Er zijn enige relaties met de Achterhoek, Salland en regio Arnhem-Nijmegen. Daarnaast geeft deze kaart geen inzicht in eventuele samenvoeging van meerdere vestigingen naar één locatie.
Figuur 16: Verhuizingen naar bedrijventerreinen in aantal bedrijven
Bovenregionale aantrekkingskracht vanuit logistiek is sterk Bovendien is de regio ook aantrekkelijk voor organisaties/bedrijven die bovenregionaal zoeken naar een vestigingslocaties. Concrete voorbeelden van bovenregionale locatiedynamiek (> 50 banen en verhuizing over minimaal 25 km) van de afgelopen tien jaar zijn: • • • • •
Sligro naar A1 Bedrijvenpark (Deventer) Welkoop naar Apeldoorn Noord (Apeldoorn) Aldi naar A1 Bedrijvenpark (Deventer) Picnic naar Ecofactorij (Apeldoorn) Hörmann Nederland naar Apeldoorn Noord (Apeldoorn)
Het gaat om vier bedrijven actief in het segment Retail & Consumer voor de distributie/groothandelsfunctie. Hörmann opent in 2024 haar deuren in Apeldoorn met haar hoofdkantoor. De bedrijven zijn bijna allemaal op een regionaal bedrijventerrein in Apeldoorn en Deventer geland. Bovendien is de regio vanwege haar ligging aantrekkelijk voor partijen die op een bovenregionaal schaalniveau zoeken naar strategische locatie, zoals PostNL, DHL of DPD.
Samenhang historische verhuisdynamiek en prognose Bovenstaande opsomming betreft historische bovenregionale bewegingen in de regio. De toekomstige ruimtevraag naar een grootschalig distributie werkmilieu komt ook veelal voort uit de bestaande (productie) bedrijven. Bijvoorbeeld door bedrijven die de eigen logistiek naar zich toe (terug) trekken, toename in vervoer van reststromen en grondstoffen, etc. Deze op de recente historie gebaseerde analyse vormt dus geen indicator voor de toekomstige ruimtevraag binnen dit werkmilieu.
Bron: PWE, 2022 en Vastgoeddata, 2024. Periode: 2012 t/m 2021
38
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Versterken van het Daily Urban System belangrijk doel Voor met name het midden- en kleinbedrijf wordt het marktgebied waarin zij zich verplaatsen juist bepaald door het daily urban system van hun werknemers en hun (regelmatig) bovenlokale structuur van toeleveranciers en afzetmarkt. Dat blijkt ook uit de analyse van historische verhuizingen en uitbreidingen. Binnen de regio zijn op bovenlokaal niveau subregio’s met een duidelijke samenhang en interactie op het vlak van arbeidsmarkt, forensenstromen en bedrijfsverplaatsingen. Een geografische verdeling (naar rato van bestaand areaal en inwoners) van bedrijventerreinenaanbod binnen Regio Stedendriehoek is daarmee verstandig voor bedrijventerreinenbeleid- en programmering. Niettemin, voor diverse ontwikkelingen en opgaven is afstemming op hoger schaalniveau ook relevant. In het bijzonder wanneer het bedrijven zijn met een groot verzorgingsgebied en/of bedrijven die moeilijk in te passen zijn op een regulier bedrijventerrein. Denk aan grootschalige bedrijvigheid (in bijv. logistiek/productie). Verbindingen met andere regio’s Regio Stedendriehoek is vanwege haar ligging goed bereikbaar en heeft sterke verbindingen met andere regio’s. •
Per binnenvaart heeft regio Stedendriehoek een sterke uitgangspositie. In de regio is watergebonden bedrijvigheid aanwezig in Deventer, Lochem en Zutphen. De binnenvaart is een onmisbare draaischijf in (inter)nationale logistieke ketens. Het belang van de binnenvaart is beschreven in position paper ‘binnenvaart in de Stedendriehoek (Ecorys, 2024). Binnen de regio is de Stedendriehoek via het Twentekanaal verbonden met de Port of Twente, en via de IJssel is verbonden met de Port of Zwolle. Via de IJssel staat de Stedendriehoek in verbinding met grote havens, zoals Rotterdam en Amsterdam.
•
Per (vracht)auto zijn Regio Zwolle, Salland, Regio Achterhoek, Regio Twente, Regio Amersfoort en de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen goed bereikbaar. De A1 en A50 spelen hierbinnen een belangrijke rol. Maar ook de N-wegen zijn van belangrijke waarde.
•
Per trein zijn steden buiten de regio goed en snel bereikbaar. Er zijn goede verbindingen met het westen (Amersfoort, Utrecht, Amsterdam), het noorden (Zwolle, Assen, Groningen), het oosten (Almelo, Hengelo, Enschede) en het zuiden (Arnhem, Nijmegen).
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bouwsteen 4: prognose bedrijventerreinen
39
40
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Situatie bedrijventerreinenmarkt In 2023 is in opdracht van de regio door Stec Groep een nieuwe bedrijventerreinen prognose voor de regio Stedendriehoek opgesteld. In deze paragraaf updaten we deze prognose waarmee we de marktsituatie per Q1 2024 op de bedrijventerreinen in de regio kunnen illustreren. Totale ruimtevraag in 2024 t/m 2030 bestaat uit max. 136 hectare netto De totale ruimtevraag van bedrijven bestaat uit de uitbreidingsvraag plus vervangingsvraag. De bandbreedte van de totale ruimtevraag in de regio Stedendriehoek in de periode 2024 t/m 2030 is 75 tot 136 hectare netto. Kijken we naar de periode 2024 t/m 2040 gaat het om een totale ruimtevraag van 129 tot 236 hectare netto.
Vraag-aanbodconfrontatie laat krapte zien Onderstaand figuur laat de vraag-aanbodconfrontatie zien. De figuur laat zowel de situatie in de periode 2024 t/m 2030 als in de periode 2024 t/m 2040 zien. Ongeacht het scenario is de vraag fors hoger dan het harde planaanbod.
Tabel 4: Totale ruimtevraag regio Stedendriehoek in hectare netto Type vraag
2024 t/m 2030
2031 t/m 2040
Tekort aan (hard) planaanbod in de regio Binnen de regio is er nog nauwelijks aanbod beschikbaar. Verspreid over de regio is er per 1 januari 2024 nog zo’n 26 hectare aan harde plannen. Dit zijn plannen die al zijn onherroepelijk zijn vastgelegd in het gemeentelijk Omgevingsplan. Een deel van het planaanbod is niet direct uitgeefbaar, bijvoorbeeld omdat de grond nog niet bouwrijp is. Van de in totaal 26 hectare hard aanbod is een deel al in optie/reservering. Naast harde plannen onderscheiden we ook zachte plannen. Dit zijn plannen waarvan het plan nog niet onherroepelijk is opgenomen in het Omgevingsplan, maar nog in ideefase, (voor)ontwerp status of alleen is vastgesteld door de gemeenteraad (zonder onherroepelijke status). De regio heeft zo’n 270 hectare aan zachte planvoorraad.
2024 t/m 2040
Figuur 17: Vraag-aanbodconfrontatie regio Stedendriehoek in de periode 2024 t/m 2030 en in de periode 2024 t/m 2040
Uitbreidingsvraag
55 tot 116
34 tot 80
89 tot 196
Vervangingsvraag
20
20
40
250
75 tot 136
54 tot 100
129 tot 236
200
Totaal
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen regio Stedendriehoek, Stec Groep (2023). Update: Stec Groep (2024)
De verwachte uitbreidingsvraag kan kwalitatief uitgesplitst worden naar type werkmilieu. Circa 40% van de uitbreidingsvraag gaat uit naar een regulier werkmilieu (regulier mkb). Circa 15% gaat naar verwachting uit naar grootschalige HMC-locaties en ruim 40% van de vraag doet zich voor in het XXL-logistieke milieu. Tot slot gaat zo’n 5% van de vraag uit naar stedelijk gemengd of een campus/innovatie werkmilieu.
40
150
20
100 50 0
40
20 55
116
EIB laag
EIB hoog
196
89 26
2024 t/m 2030 Uitbreidingsvraag
EIB laag
EIB hoog
2024 t/m 2040 Vervangingsvraag
Planaanbod
Hard planaanbod
Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen regio Stedendriehoek, Stec Groep (2023). Update: Stec Groep (2024)
41
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Uit de kwalitatieve confrontatie concluderen we dat: • Innovatiemilieu/campus: Vraag en aanbod voor het werkmilieu innovatiemilieu/campus zijn min of meer in evenwicht. Hierbij benadrukken we dat de ruimtevraag voor een innovatiemilieu/campus zich minder goed laat ramen via de gebruikte prognosemethodiek. Juist additionele vraag kan voor dit milieu een belangrijke vraagcomponent zijn, denk aan acquisitie van nieuwe buitenlandse bedrijven. Daarnaast is het groeipad van de bedrijven (deels start-ups en scale-ups) dat een voorkeur heeft voor dit type werkmilieu vaak heel grillig en daardoor minder goed te voorspellen door langjarige macro-economische groeiverwachtingen. Op dit moment kent de regio geen volwaardige (volwassen) campuslocaties die dit vraagsegment kan bedienen. • Gemengd stedelijk: Kwantitatief is er voor dit milieu voldoende aanbod om in de vraag te voorzien. In Deventer en Apeldoorn is geen tot beperkt planaanbod voor dit vraagsegment. Wel zal door beoogde transformatie van bestaande bedrijventerreinen naar gemengde woonwerkgebieden ruimte worden vrijgespeeld om grotendeels in deze vraag te voorzien. • Regulier: Het reguliere werkmilieu bestaat veelal uit mkb bedrijvigheid met een (boven)lokale oriëntatie. Dit zijn bedrijven die veelal gebonden zijn aan eigen kern en/of gemeente. Kwantitatief voorziet het aanbod in de vraag in het hoge scenario.
Echter, dit aanbod is geconcentreerd op een beperkt aantal locaties (en zijn die locaties veelal in reservering). Er is sprake van een geografische mismatch: gemeenten als Brummen, Lochem, Epe en Voorst beschikken niet of nauwelijks over hard planaanbod om lokale bedrijven in hun groei te voorzien van ruimte. • Grootschalige distributie: Dit werkmilieu kent duidelijk het grootste tekort in de regio. Grootschalige distributie heeft het grootste aandeel in de vraag, maar er is nauwelijks nog aanbod in de regio. Typerend voor ruimtevragers in dit segment is dat zij zich (boven)regionaal oriënteren, waarbij locatiekwaliteiten als uitstekende (multimodale) bereikbaarheid, bouwmogelijkheden (o.a. in de hoogte) en beschikbare kavelomvang belangrijke vestigingseisen zijn en er dus in mindere mate sprake is van gebondenheid aan kern of gemeente. De ontwikkelopgave voor dit werkmilieu is een opgave die regionaal afgestemd moet worden.
•
Grootschalige productie: Ook in dit werkmilieu bestaat er een omvangrijke resterende behoefte, met name kwalitatief. Er is namelijk nauwelijks beschikbaar aanbod dat kan voorzien in vraag naar hogere milieucategorieën (HMC). Dit terwijl dat soort type locaties in belang toe gaan nemen in de transitie naar een circulaire economie. Voldoende geschikte ruimte bieden aan dit soort bedrijven kan ook een herontwikkelingsopgave betekenen van bestaande bedrijventerreinen. Te bezien valt in hoeverre het op middellange termijn haalbaar is om de watergebonden en HMC-kavels beter te benutten door de juiste bedrijven (juiste bedrijf op juiste plek).
Aanvullende grootschalige ruimtevraag boven de markt vanuit Overijssel Buiten de grootschalige ruimtevraag vanuit regio Stedendriehoek hangt vanuit de prognose voor provincie Overijssel een aanzienlijke hoeveelheid grootschalige ruimtevraag boven de markt voor totale regio WestOverijssel (verdeeld over regio’s Zwolle, Hardenberg en Stedendriehoek). Deze ruimtevraag vanuit grootschalige logistiek en industrie (> 3 ha) is nog niet verdeeld en gekwantificeerd over de drie genoemde deelregio’s. Vanuit historische ontwikkeling en locatiekenmerken (clustering, vervoersprofiel, goede bereikbaarheid, multimodaliteit) is het best aannemelijk dat de regio Stedendriehoek hier een rol in kan vervullen. Echter, het zoeken en vinden van geschikte fysieke ruimte is indien wenselijk een regionale opgave in Stedendriehoek. Nieuwe programmeringsafspraken Inzet bij het maken van nieuwe programmeringsafspraken in het kader van het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is om op een andere manier te programmeren dan tot op heden gebruikelijk was. Dit vraagt minder nadruk op kwantiteit (hectares), maar meer nadruk op adaptief en flexibel programmeren met oog voor kwaliteit op regionaal en lokaal niveau. Het is belangrijk om een ander soort programmeringsafspraken te maken.
Er is een groot dreigend tekort aan ruimte, op lokaal niveau is er krapte en de verstedelijkingsopgave maakt dat individuele gemeenten in met name de steden anders zijn gaan kijken naar binnenstedelijke terreinen. Tot voor kort monofunctioneel bedrijventerrein gaat door transformatie verkleuren naar gemengde gebied.
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bouwsteen 5: beleidsrichting
42
43
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Landelijke beleidsrichtingen Landelijk staat ‘ruimte voor werken’ op de kaart. Recent zijn er vanuit het Rijk en adviesorganen diverse beleidstukken en rapporten gepubliceerd. Revelante documenten zijn: • Contourennotitie Nota Ruimte (ruimtelijke hoofdstructuur) • Ruimte voor Economie (Rijksvisie op werklocaties). • Grip beleidslijn ‘grootschalige bedrijfsvestigingen’ (Interprovinciaal overleg (IPO) in samenwerking met ministeries) • Verduurzaming van bedrijventerreinen: Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) • Werklandschappen van de toekomst (Groeifondsproject) De belangrijkste conclusies en/of aanbevelingen uit deze beleidsrichtingen zetten we hieronder op een rij. Contourennotitie Nota Ruimte De contourennotitie Nota Ruimte benoemt de urgente keuzes op het gebied van energie, natuur, woningbouw, landbouw, economie en infrastructuur die overheden moeten maken en geeft een eerste inhoudelijke richting voor een rechtvaardige verdeling van die ruimte. Daarmee herneemt het rijk de regie op de ruimtelijke ordening. De Contourennotitie benoemt drie ‘bewegingen’: • naar een evenwicht tussen landbouw en natuur in heel Nederland: voor een toekomstbestendige landbouw en herstel van de biodiversiteit. • naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving: voor schonere energie, duurzamere vervoersstromen en het samenbrengen van vraag en aanbod.
• naar sterke regio’s, steden en dorpen in heel Nederland: toekomstperspectief voor alle gebieden. Voor zeven regio’s verspreid over het land worden al verstedelijkingsstrategieën opgesteld om de groeiopgave aan te kunnen. In de Contourennotitie schrijft het kabinet (najaar 2023) dat in meer regio’s kansen zijn voor een verdere schaalsprong, één van deze regio’s is de Stedendriehoek.
Ruimte voor Economie Het nationale programma Ruimte voor Economie legt de basis voor ruimtelijk economisch beleid als onderdeel van de nieuwe Nota Ruimte. Het is één van de nationale programma’s onder de Nationale Omgevingsvisie. In het programma wordt aandacht besteedt aan bedrijventerreinen, de havengebieden en de campussen, omdat hier de grootste opgaven liggen voor transities naar een klimaatneutrale, circulaire en natuur inclusieve economie. Kern van het programma is dat voor een dynamische, veelzijdige en weerbare economie betere, andere en meer ruimte voor activiteiten nodig is. Economie en ruimte zijn onafscheidelijk verbonden. Naar de toekomst toe is er een combinatie van een andere én toenemende vraag naar fysieke ruimte naar economische activiteit. De verschillende transities spelen hierbinnen een belangrijke rol. Gelet op de autonome groei is de verwachting dat het economisch ruimtebeslag groeit naar 3% van het landoppervlak in Nederland in 2050 (nu is dit in Nederland 2,6% en in de regio Stedendriehoek 1,8%). De ruimte in Nederland is schaars en dit maakt dat regie en ordenende keuzes nodig zijn op basis van integrale afwegingen, zodat er sprake is van gerichte toewijzing van ruimte aan verschillende ruimtevragers.
Het programma geeft prioriteit aan vier doelstellingen: 1 inrichten en faciliteren van een circulaire en CO2-neutral industrie; 2 ontwikkelruimte voor kennisclusters; 3 inpassing van grootschalige bedrijfsvestigingen; 4 goede en betaalbare vestigingsmogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf. Realisatie van de doelstellingen gebeurt aan de hand van vier actielijnen: 1 het opbouwen en in stand houden van een uniforme kennisbasis met als doel vraag en aanbod optimaal bij elkaar te brengen; 2 het zorgen voor voldoende fysieke ruimte voor cluster van nationaal belang; 3 realiseren van toekomstbestendige bedrijventerreinen;
44
Ruimtelijk-economische bouwstenen
4 sturen op een goede woon-werk balans in stedelijk gebied. Het nationale belang in dit programma is waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat door beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief hoogwaardige fysieke ruimte voor economische activiteit. In samenwerking met provincies, gemeenten, andere departementen en (publieke en private) stakeholders zal het programma worden uitgewerkt in concrete afspraken nu en richting 2030. Grip beleidslijn ‘grootschalige bedrijfsvestigingen’ Er zijn definitieve afspraken gemaakt over de landelijke gezamenlijke beleidslijn voor Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen. De beleidslijn is vastgesteld door de ministeries EZK, VRO en IenW en is bedoeld om regie te pakken op grootschalige bedrijfsvestigingen. De uitvoering van de beleidslijn draagt bij aan de noodzaak om een nieuwe balans te vinden tussen het economisch en maatschappelijk belang van grootschalige bedrijfsvestigingen enerzijds en het ruimtebeslag, de ruimtelijke kwaliteit en de (impact op) de leefomgeving anderzijds. De bestuurlijke afspraken gaan over onder meer behoefteraming, regionale meerwaarde, hergebruik van bestaande bedrijventerreinen, zorgvuldige inpassing en inrichting.
Vijf uitgangspunten waaraan gewerkt wordt zijn: • Meerwaarde genereren • Benutten • Clusteren • Inrichten • Monitoren Het Rijk ontwikkelt samen met een alliantie van gemeenten en ontwikkelaars een handreiking voor her- en nieuwbouw ontwikkeling van grootschalige bedrijfsvestigingen mét ruimtelijke kwaliteit. De handreiking bevat een routekaart, inrichtingsconcepten en instrumentarium voor de gemeenten, provincies, ontwikkelaars en bedrijven en biedt zo handelingsperspectief op gebiedsniveau.
Het uitgangspunt “clustering” vraagt nog om een integrale uitwerking, waarvoor de drie ministeries gezamenlijk verantwoordelijk zijn. Het Rijk zal hier het voortouw voor nemen en betreft daarbij ruimtelijke ordening, (energie-)infrastructuur en andere thema’s. Provincies coördineren de regionale programmeringsafspraken binnen de provincies. Voor veel provincies is dit al een regulier onderdeel van het afstemmingsproces. Nieuw in de nu afgesproken samenwerkingsprocedure Grip is dat provincies deze interprovinciaal en met het Rijk gaan delen. Hiervoor worden door provincies in 2024 afstemmingstafels ingericht. De afstemmingstafels worden ook benut voor het tijdig agenderen van ‘lastige’ ruimtelijke vraagstukken, in jargon vaak geduid als NIMBY. Voor de transitie naar een circulaire economie zal er bijvoorbeeld ook ruimte nodig zijn voor grootschalige hogere milieucategorie bedrijven (HMC). Dit perspectief wijkt af van de huidige terughoudendheid in HMC-ontwikkeling. Op de afstemmingstafels wordt geacteerd op eventuele waterbedeffecten, overlap en of inpassingsvraagstukken van nationale belang(en). De VNG en gemeenten worden intensief betrokken bij het vormgeven van deze afstemming.
Verduurzaming van bedrijventerreinen In het najaar van 2023 bracht de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) zijn advies ‘Samen werken: kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen’ uit. In dit advies betoogt de raad dat de duizenden bestaande bedrijventerreinen in Nederland essentieel zijn voor het Nederlandse bedrijfsleven en de samenleving. Helaas zijn ze te lang een blinde vlek geweest in het overheidsbeleid. De laatste jaren groeit de beleidsmatige aandacht voor bedrijventerreinen wel, maar een cruciaal aspect blijft daarbij onderbelicht: verduurzaming. De aanbevelingen en het advies dat de raad beschreef is bondig samengevat het volgende: • Het Rijk zou een toekomstbeeld moeten schetsen van duurzame bedrijventerreinen. In dit toekomstbeeld zou het Rijk ook aandacht moeten geven aan het belang van ruimtelijke ordening.
45
Ruimtelijk-economische bouwstenen
•
•
Het Rijk zou samenwerking in georganiseerd verband op bedrijventerreinen verleidelijk moeten maken en uiteindelijk verplicht moeten stellen. Het Rijk zou moeten zorgen voor een heldere rolverdeling tussen de overheden en uitvoeringsinstanties die betrokken zijn bij de verduurzaming van bedrijventerreinen.
Daarnaast lopen ook een aantal landelijke trajecten op het gebied van werklocaties en bedrijventerreinen in het bijzonder. Dit zijn: • Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB); • Werklandschappen van de Toekomst (Groeifondsproject). Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ruim € 22 miljoen beschikbaar gesteld voor de verduurzaming van bedrijventerreinen binnen het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen. Elf regio’s en provincies, waaronder de Stedendriehoek, richten zich binnen dit programma op het versnellen van de verduurzaming van bedrijventerreinen. Voor ondernemers die zich bevinden op een bedrijventerrein is het belangrijk om hierin gezamenlijk op te trekken, en voor sommige verduurzamingsstappen zelfs essentieel. Hoe beter bedrijventerreinen georganiseerd zijn, hoe gemakkelijker verduurzaming op gang komt. Daarom richt dit programma zich op samenwerkingsverbanden op bedrijventerreinen. Werklandschappen van de toekomst In 2022 kende het Nationaal Groeifonds € 26 miljoen uit aan Werklandschappen van de Toekomst. Het programma werkt in negen jaar toe naar een nieuw normaal, waarin bedrijventerreinen transformeren naar groene, gezonde, energie-efficiënte en klimaatbestendige werklandschappen van de toekomst. Het programma draagt bij aan: • • • •
het beperken van risico’s van hitte- en wateroverlast; het realiseren van een aantrekkelijke werkomgeving; het bijdragen aan biodiversiteitsherstel; het bevorderen van de energietransitie;
•
het bevorderen van de innovatie- en implementatiekracht van de groensector.
Dit vraagt innovatie op meerdere terreinen. De werkwijze van Werklandschappen van de Toekomst bestaat uit 5 oplossingsrichtingen, die samen de status quo doorbreken: • onderbouwen en verspreiden van de business cases voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen; • verbinden van publieke en private belangen teneinde gezamenlijk te financieren; • verhogen van inzicht in de waarde en opbrengsten van het groen; • innovatieve fysieke oplossingen ontwikkelen, testen en toepassen; • versterken van de groene sector door een nieuwe arbeidsmarktaanpak. Er wordt gewerkt met een opschalingsaanpak. Met de bijdrage van het Nationaal Groeifonds start Werklandschappen van de Toekomst met een groot onderzoeksprogramma, de aanpak wordt ontwikkeld op 4 living labs en 10 ambassadeursterreinen. Er worden Green Deals gesloten met 6 provincies en een groot aantal gemeenten. Aanpakken en werkwijzen worden breed ontsloten. Het doel: binnen 10 jaar sluiten minimaal 1.000 bedrijventerreinen zich aan bij deze beweging.
Provinciale beleidsrichting Tijdens een interprovinciaal bestuurlijk startgesprek hebben de provincie Gelderland bij monde van gedeputeerde Helga Witjes en de provincie Overijssel bij monde van Erwin Hoogland een aantal thema’s en onderwerpen aangeven die zij belangrijk vinden. Deze kaders liggen in lijn met de Provinciale Omgevingsverordeningen van de twee provincies. Provincie Gelderland: Omgevingsverordening en inhoud RPW De provincie Gelderland heeft als randvoorwaarde meegegeven dat de inhoud van het Regionaal Programma Werklocaties dient te voldoen aan de Omgevingsverordening Gelderland. De provincie Gelderland vraagt de regio bij het opstellen van het RPW in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende thema’s:
46
Ruimtelijk-economische bouwstenen
1 De regio dient een economisch profiel op te stellen waarin antwoord wordt gegeven op de vraag: waar zijn we van? Met een economisch profiel kan vervolgens invulling worden gegeven aan een afwegingskader regionale meerwaarde. 2 De regio dient een ambitie te formuleren op het intensief gebruikmaken van bestaande bedrijventerreinen. 3 Bij onttrekking van bestaande bedrijventerreinen, dient deze ruimte gecompenseerd te worden. De provincie moet positief instemmen met een transformatie initiatief. Dit kan geborgd worden met afspraken in het RPW. De provincie vraagt in het bijzonder aandacht voor HMClocaties en watergebonden kavels. Mede vanwege het beperkt aantal locaties in de regio en de waarde van deze locaties in de transitie naar een circulaire economie. 4 Bij het toevoegen van nieuwe bedrijventerreinen is voldoende aandacht voor circulariteit, klimaatadaptatie en vergroening belangrijk. Een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling moet toekomstbestendig zijn. 5 De provincie ziet XXL logistiek als een activiteit die veelal onlosmakelijk verbonden is met de andere economische activiteiten in de regio. In het geval van XXL logistiek ziet de provincie graag dat de regio kijkt naar de mogelijkheden in regio Stedendriehoek. De provincie ziet met name mogelijkheden langs de A1/IJssel/het Twentekanaal.
De afweging van regionale meerwaarde van grootschalige logistieke bedrijfslocaties moet bij voorkeur aantoonbaar zijn. De provincie Gelderland heeft haar Omgevingsverordening per 1 januari 2024 aangepast zodat wijzigingen van bestaande bedrijventerreinen (zoals een transformatie) moeten passen binnen de afspraken uit het RPW. De provincie wil hiermee borgen dat bedrijventerreinen alleen van functie veranderen als regio en provincie dit samen wenselijk vinden. Provincie Overijssel: Omgevingsverordening en inhoud RPW De provincie Overijssel vraagt aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen; 1 De regio moet aandacht besteden aan de afspraken die reeds zijn vastgesteld voor gemeente Deventer via de Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio West-Overijssel 2023 t/m 2026.
2 De regio dient een profiel op te stellen waarin antwoord wordt gegeven op de vraag: waar zijn we van? Daarin dient het regionale DNA en de gemeenschappelijke basis van de Stedendriehoek te worden beschreven. 3 Het RPW dient voldoende aansluiting te vinden op de woningbouwplannen die spelen op basis van de Regio Deal. Provincie Gelderland: Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen De provincie Gelderland merkt dat het voor partijen lastig is om bedrijventerreinen aantrekkelijker en duurzamer te maken. Daarom ondersteunt de provincie haar partners met de Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen. De provincie zet de opgave in een gebied centraal en neemt alle provinciale belangen mee. Dit doet de provincie door regioaccounthouders en provinciale specialisten aan te stellen. Provincie Overijssel: Aanpak Toekomstbestendige werklocaties De provincie Overijssel verzamelt in haar aanpak Toekomstbestendige werklocaties informatie om gemeenten, ondernemers en andere partijen te helpen met het vinden van de juiste kennisbronnen. Denk bijvoorbeeld aan een overzicht van beschikbare subsidies of hulp bij locatiekeuzes.
Uitvoeringagenda 2023-2030 Stedendriehoek Regio Stedendriehoek wil werken aan een regio die in balans is. Waar het ook voor volgende generaties goed leven is. De uitdagingen van Regio Stedendriehoek zijn in twee woorden samen te vatten: leefbaarheid en vestigingsklimaat. De regio wil vooral ambities realiseren op het gebied van brede welvaart. De regio wil werken aan leefbaarheid en vestigingsklimaat. Met andere woorden: hoe houden we balans in de regio? Drie uitgangspunten uit de Uitvoeringsagenda 2023-2030 zijn: 1 Slimme Groene Verstedelijking 2 Vitaal Landelijk Gebied 3 Regionale Economie van de Toekomst Het derde uitgangspunt staat voor het opstellen van de REB en het RPW centraal, maar er zijn directe raakvlakken met uitgangspunten één en twee.
47
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Immers, voldoende kwalitatief geschikte ruimte voor economie is een belangrijk element in de regionale ruimtelijke puzzel. Regionale Economie van de Toekomst Een sterke regionale economie en goed functionerende bedrijven creëren werk en inkomen. Dit is belangrijk voor de bestaanszekerheid van inwoners uit de regio. Het midden- en kleinbedrijf is een drijvende kracht van de regionale economie. Toekomstbestendige werklocaties zijn een basisvoorwaarde. Om die sterke regionale economie te behouden moet blijvend gewerkt worden aan het vestigingsklimaat. Regio Stedendriehoek gaat aan de slag om de economie toekomstbestendig te maken en te houden. Doelen voor 2030 zijn: 1 Ruimte voor werk door uitbreiding van bedrijventerreinen 2 Toekomstbestendige bedrijventerreinen 3 Een veerkrachtige arbeidsmarkt 4 Logistiek ecosysteem A1/IJssel 5 Kweekplaats voor groene en digitale groei in het mkb De economische agenda heeft een looptijd tot 2030. Nieuwe initiatieven en plannen die invulling geven aan de doelen en passen bij de focus van de agenda kunnen worden toegevoegd. Daarmee blijft de regio flexibel en wordt ruimte geboden aan innovatie.