1140610 - bijlage 3 - Ruimtelijk-economische bouwstenen regio Stedendriehoek
Tekst van het document
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Ruimtelijk-economische bouwstenen Regio Stedendriehoek 27 januari 2025
1
2
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Inhoudsopgave Samenvatting
3
Inleiding
4
Aanleiding Afbakening Leeswijzer
5 5 5
Bouwsteen 4: prognose bedrijventerreinen Situatie bedrijventerreinenmarkt
40
Bouwsteen 5: beleidsrichting
42
Landelijke beleidsrichtingen Provinciale beleidsrichting Uitvoeringagenda 2023-2030 Stedendriehoek Regio arrangement 2023 Stedendriehoek
Bijlage 1 Sectorverdeling en ontwikkeling werkgelegenheid
Toekomst ruimtelijke economie Regionale opgaven Ambitie Strategische keuzes Leeswijzer bouwstenen
Bouwsteen 1: brede welvaart en transities
6 7 7 10 13
14
Brede welvaartsdenken
15
Bouwsteen 2: regionale foto
21
Ruimtelijk-economische structuur MKB als banenmotor Sectoren en innovatieve clusters Werklocaties in beeld Het grote belang van bedrijventerreinen Grote sectoren op bedrijventerreinen Marktbeeld bedrijventerreinen Grootschalige bedrijven in beeld Situatie overige werklocaties
Bouwsteen 3: regionale dynamiek Regio in breder perspectief
22 23 24 25 27 28 30 31 32
34 35
39
43 45 46 47
48 49
3
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Samenvatting De regionale opgaven waar de bedrijventerreinen in de Stedendriehoek voor staan, onze regionale ambitie hierop en de strategische keuzes die we hebben gemaakt om de ambitie te bereiken vatten we kort samen. Meer toelichting en context staat beschreven in de volgende hoofdstukken en achterliggende bouwstenen. Regionale opgaven • Tot en met 2040 resteert er een beleidsneutrale behoefte van maximaal 210 hectare netto. Naast aanzienlijke vraag vanuit regulier mkb is er een groot deel van de ruimtevraag afkomstig van grootschalige ruimtevragers.
De genoemde resterende behoefte betreft een beleidsneutrale raming. Een extra groei van het hoeveelheid woningbouwplannen in het kader van het Regionaal Ontwikkelperspectief 2050 (en dus het aantal inwoners en aantal werkenden) kan invloed hebben op de hoeveelheid bedrijventerreinvraag in de toekomst.
• •
• •
Er moeten stappen gezet worden in het toekomstbestendig maken van de bestaande voorraad. Er is veel ruimte winst te boeken door het beter benutten van de ruimte op de bedrijventerreinen met oog voor ruimte voor groen, blauw en klimaatadaptatie. De transitie naar een circulaire economie vraagt ruimte op bedrijventerreinen. Naast de ruimtevraag vanuit de bestaande economische activiteiten in de regio komt er ook additionele ruimtevraag op de regio af.
Ambitie ruimte voor economie regio Stedendriehoek Een sterke regionale economie en goed functionerende bedrijven die werk en inkomen creëren. De beroepsbevolking en de werkgelegenheid in de regio zijn met elkaar in balans. Dat is belangrijk voor de bestaanszekerheid van onze inwoners en de leefbaarheid van onze kernen. Het midden- en kleinbedrijf zijn en blijven de drijvende kracht van onze regionale economie en werkgelegenheid. Om de gewenste groene en digitale groei door te maken werken we richting 2040 aan toekomstbestendige ruimte voor economie. Strategische keuzes Om de beschreven ambitie te bereiken maken we strategische keuzes: 1 We leggen de focus op maakindustrie met ruimte voor hoogwaardige kenniseconomie 2 We maken werk van het doorlopen van transities 3 We richten ons primair op de lokale en regionale economie 4 We faciliteren grootschalige ruimtevraag op goed bereikbare plekken 5 We beschermen ruimte voor werk, economie en inkomen: economische ontwikkeling moet minimaal gelijk opgaan met de groei van het aantal inwoners. NB: Deze strategische keuze kan (wanneer er bijvoorbeeld naar verhouding meer banen op bedrijventerreinen terecht gaan komen) zorgen voor een toename van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen. 6 Extra ruimte voor economie biedt kans voor kwaliteit en betere leefbaarheid
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Inleiding
4
5
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Aanleiding Hoge ruimtebehoefte, transities en kwaliteitsslag Regio Stedendriehoek staat voor een grote opgave om o.a. wonen en werken op een passende manier te accommoderen. Vanuit economisch perspectief zijn er veel ontwikkelingen die vragen om een nieuwe regionale afspraken om te werken aan de regionale economie van de toekomst. Vanwege onder andere de grote verstedelijkingsopgave, hoge ruimtebehoefte en transities is behoefte aan een nieuw Regionaal Programma Werklocaties (RPW). In het RPW willen we passende antwoorden geven op de hoge ruimtevraag van bedrijven (zowel door uitbreidings- als vervangingsvraag), de veranderende economie en toenemende druk op de ruimte in de regio. Door opgaven als het behouden en herstellen van natuur en klimaat, de energietransitie, stikstofruimte, bereikbaarheid en een toename van het aantal inwoners door de bouw van tienduizenden woningen (de huidige ambitie van de regio is 40.000 woningen tot 2040 1) stijgt de vraag om strategische keuzes voor het ruimtelijk economisch beleid.
Afbakening Strategische keuzes maken in ruimtelijk-economische bouwstenen (REB) Om goede afspraken te maken is er behoefte aan ruimtelijk-economische bouwstenen (REB) met een focus op de bedrijventerreinen. De REB moet inzicht geven in de uitgangssituatie en het huidige profiel van de regio en beschrijft de ambities en keuzes voor de toekomst. Hierin moet aandacht zijn voor de belangrijke rol van bedrijventerreinen voor de brede welvaart en grote maatschappelijke en economische transities (de energietransitie, grondstoffen en circulaire transitie, digitalisering en de landbouw en voedseltransitie). De regionale uitvoeringsagenda 2023-2030 van Regio Stedendriehoek met daarin de ambitie ‘een regio in balans’ dient als basis. Binnen de regio wordt op dit moment ook gewerkt aan het Economisch 1
De opgave wordt mogelijk nog groter, aangezien het Rijk de Regio Stedendriehoek als kansrijk gebied ziet om o.a. extra woningbouw toe te voegen. Zie dit bericht.
Perspectief. Dat is breder dan bedrijventerreinen maar kan onze focus wel verder aanscherpen. Het Economisch Perspectief wordt bij de uitvoering van het RPW betrokken en in de volgende actualisatie meegenomen. Regionale context: Stedendriehoek is één Daily Urban System De regio Stedendriehoek functioneert op dit moment als een Daily Urban System (DUS). Het gebied is één netwerk van steden en dorpen dat met elkaar verweven is. Dit zien we concreet terug in de bedrijfsverplaatsingen, de opschaling van bedrijven en de verkeersbewegingen in onze economie. Om dit Daily Urban System richting de toekomst te versterken streeft de regio er naar om het lokale het regionaal-georiënteerde bedrijfsleven op een geschikte plek in de regio te kunnen accommoderen. Naast dynamiek vanuit bedrijfsverplaatsing is het Daily Urban System ook zeer zichtbaar in de dagelijkse arbeidspendel. Inwoners van de regio Stedendriehoek werken ook vaak binnen de regio. We willen onze inwoners met de wens om dichtbij huis te werken faciliteren, omdat daardoor pendel en congestie in het verkeersnet wordt beperkt. Steeds meer mensen willen graag met de fiets naar het werk. Concreet betekent dit dat we moeten werken aan het scheppen van de juiste randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn.
Leeswijzer In deze rapportage beschrijven we de regionale ruimtelijk-economische bouwstenen op de bedrijventerreinen in de Stedendriehoek, soms zoomen we hierbij uit en kijken we naar alle werklocaties (bedrijventerreinen, kantoorgebieden en centra van kernen). Hiervoor zijn een aantal bouwstenen uitwerkt, hierover leest u meer in het volgende hoofdstuk.
Wanneer er wordt gesproken over ‘bedrijventerreinen’ betreffen dit de formele in de IBIS-database opgenomen bedrijventerreinen.
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Toekomst ruimtelijke economie
6
7
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Regionale opgaven Regionale opgaven in het kort Kort opgesomd zijn de regionale opgaven wat betreft de bedrijventerreinen in de regio Stedendriehoek de volgende: • Tot en met 2040 resteert er een beleidsneutrale behoefte van maximaal 210 hectare netto. De totale ruimtevraag (uitbreidingsvraag + vervangingsvraag) voor de periode t/m 2040 beslaat maximaal 236 hectare netto. Daar staat circa 26 hectare netto hard planaanbod tegenover. Circa 236 minus 26 hectare resulteert in een te programmeren opgave van circa 210 hectare. • Het betreft ruimtevraag vanuit verschillende type werkmilieus: campus/innovatiedistrict, gemengd stedelijk, regulier, grootschalige distributie en grootschalige productie. Naast aanzienlijke vraag vanuit regulier mkb is er een groot deel van de ruimtevraag afkomstig van grootschalige ruimtevragers (veelal groter dan 3 hectare). Het bruto ruimtebeslag dat hoort bij het aantrekkelijk en toekomstbestendig inrichten van deze resterende behoefte is uiteraard nog groter.
De genoemde resterende behoefte betreft een beleidsneutrale raming. Een extra groei van het hoeveelheid woningbouwplannen in het kader van het Regionaal Ontwikkelperspectief 2050 (en dus het aantal inwoners en aantal werkenden) kan invloed hebben op de hoeveelheid bedrijventerreinvraag in de toekomst.
•
•
•
•
•
De bestaande bedrijventerreinportefeuille in de regio is aan een kwalitatieve verbeterslag toe. Er moeten stappen gezet worden in het toekomstbestendig maken van de bestaande voorraad. Het ruimtegebruik op de bestaande terreinen is vaak (onnodig) extensief. Er is veel ruimte winst te boeken door het beter benutten van de ruimte op de bedrijventerreinen met oog voor ruimte voor groen, blauw en klimaatadaptatie. De transitie naar een circulaire economie vraagt veel (hogere milieu categorie, hierna HMC) ruimte, bedrijventerreinen zijn vaak de meest passende plekken voor (experimenteer) ruimte voor de circulaire economie. Naast de ruimtevraag vanuit de bestaande economische activiteiten in de regio komt er ook additionele ruimtevraag op de bedrijventerreinen in de regio af. Dit betreft ruimtevraag op bedrijventerreinen vanuit nieuwe concepten, denk bijvoorbeeld aan nieuwe bedrijfsactiviteiten of ruimtevraag vanuit de energietransitie (smart energy hub, tussenstation of transformatorstation, batterijopslag, etc.) of circulaire economie (bijvoorbeeld een circulaire hub voor bouwmaterialen). De additionele vraag is vanwege de vele onzekerheden lastig te kwantificeren. Omliggende regio’s zijn parallel aan de regio Stedendriehoek bezig met de programma’s werklocaties.
Het goed op elkaar af laten stemmen van deze RPW’s vraagt vaak interregionale afstemming, bijvoorbeeld over grootschalige ruimtevraag.
Ambitie Een economie die ten dienste staat aan de samenleving Regio Stedendriehoek wil werken aan een regio die in balans is. Waar het ook voor volgende generaties goed leven is. De uitdagingen van de regio zijn in twee woorden samen te vatten: leefbaarheid en vestigingsklimaat. De regio wil vooral ambities realiseren op het gebied van brede welvaart en wil werken aan leefbaarheid en vestigingsklimaat: • Leefbaarheid: Leefbaarheid gaat over aantrekkelijkheid van een gebied voor onze inwoners, om er te leven én voldoende voorzieningen te
8
Ruimtelijk-economische bouwstenen
•
hebben als scholen, winkels, groen, openbaar vervoer, sportfaciliteiten, onderwijs cultuur en zorg. Vestigingsklimaat: Vestigingsklimaat gaat over de mogelijkheid om hier een bedrijf te vestigen en/of te laten groeien. Dat vraagt om zaken als fysieke ruimte, de beschikbaarheid van medewerkers, goede bereikbaarheid (over weg, water, spoor maar ook digitaal), krachtig mkb en de aanwezigheid van onderwijs.
Regio Stedendriehoek wil zoals beschreven in het Regio Arrangement 2023 in balans een verstedelijking doormaken. Dit vraagt óók om toekomstbestendige ruimte voor economie. De regio wil ruimte voor diverse doelgroepen creëren. Denk aan voldoende ruimte voor bestaande en sterk gewortelde, lokale en regionale mkb bedrijven, evenals (experimenteer)ruimte voor duurzaam en circulair ondernemen. Daarnaast speelt ook het vraagstuk van het clusteren van grootschalige bedrijvigheid op de goed bereikbare (multimodale) locaties. Onze corridors (A1/A50 en IJssel/Twentekanaal) vervullen hierin een belangrijke rol. Naast passende ruimte op bedrijventerreinen is ook ruimte nodig voor de doorontwikkeling/ realisatie van ‘open’ bedrijfscampussen, stadscampussen en innovatiedistricten. Bijvoorbeeld in de stationsomgeving van Apeldoorn, Deventer en Zutphen. Maar denk ook aan duurzame kansen voor het papiercluster in Eerbeek-Loenen en Vliegveld Teuge (E-campus, elektrisch vliegen). Dit sluit goed aan bij de verschillende innovatieve clusters/bedrijven die aanwezig zijn. Hierdoor werkt de regio ook aan een gediversifieerde economie die minder kwetsbaar is voor conjunctuurschommelingen en werk biedt aan verschillende type banen en opleidingsniveaus. De regio scoort een hoge score op brede welvaart, mede vanwege het welzijn van de inwoners en de groene omgeving.
Regio Stedendriehoek wil het open en groen(blauwe) landschap en de multimodale bereikbaarheid behouden en benutten. Zowel in brede welvaart als op de kernkwaliteiten zit een onderscheidend vermogen ten opzichte van andere regio’s. Juist werklocaties en in het bijzonder bedrijventerreinen vormen een belangrijke pijler onder deze brede welvaart. Voldoende ruimte voor economie is namelijk randvoorwaardelijk voor de leefbaarheid, aantrekkelijkheid en het zijn van een regio in balans. Voldoende ruimte voor economie borgt
namelijk het behoud van voorzieningen, perkt mobiliteitsstromen in en biedt inwoners een inkomen. Ook zorgt voldoende ruimte voor economie voor meer inclusiviteit. Wanneer dichtbij huis werk te vinden is scheppen we randvoorwaarden voor een hoge arbeidsparticipatie. Het is belangrijk dat mensen mee kunnen doen en een rol hebben in de samenleving. Regio Stedendriehoek wil een aantrekkelijke en leefbare regio zijn voor bewoners en ondernemingen in steden en dorpen. Om houvast te geven bij keuzes die we in de toekomst maken zijn vier leidende principes opgesteld: 1 Brede welvaart 2 Identiteit als basis 3 Zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik 4 Het natuurlijk systeem als basis Zuinig op toekomstbestendige ruimte op bedrijventerreinen De economie en samenleving staan voor grote maatschappelijke uitdagingen en transities. Veel veranderingen en ontwikkelingen maken onderdeel uit van een bredere transitie naar een nieuwe economie. Op werklocaties komen grote transities (energietransitie, grondstoffen en circulaire transitie, digitalisering en de landbouw en voedseltransitie) samen. Dit vraagt om het toekomstbestendig inrichten van de ruimte op goed gekozen locaties, beredeneerd vanuit brede welvaart. We vinden het belangrijk dat met name de samenleving profiteert van een goed functionerende en duurzame economie.
Regio Stedendriehoek wil graag bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving en duurzame, circulaire en vooruitstrevende economie. In de afgelopen jaren lag in de regio veel focus op het ontwikkelen van regionale bedrijventerreinen (A1 Bedrijvenpark, Ecofactorij en Apeldoorn Noord) in de steden. In de overige (landelijkere) gemeenten is daarom beperkt tot geen ontwikkeling van bedrijventerrein areaal beschikbaar gekomen om ruimtevraag te accommoderen. Er heeft veel gronduitgifte plaatsgevonden, maar de ruimtebehoefte is toegenomen. Richting de toekomst verwachten we dat vooral het kwantitatief tekort aan ruimte voor bedrijventerreinen hard gaat oplopen. Het knelt momenteel al in vrijwel alle regiogemeenten.
9
Ruimtelijk-economische bouwstenen
De kwalitatieve mismatch is nog groter. Er gaat een groot tekort ontstaan in de werkmilieus ‘regulier’, ‘grootschalige distributie’ en ‘grootschalige productie (waaronder HMC 2). Er is ook ruimtebehoefte aan het werkmilieu gemengd stedelijk en campus/innovatiedistrict (dit type ruimtevraag manifesteert zich over het algemeen meer in steden dan in kleinere kernen), maar daar kunnen binnenstedelijke transformatielocaties en stationsomgevingen naar verwachting goed in voorzien. Toekomstbestendige leefomgeving Het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen, het beter benutten van bestaande locaties en hogere regionale ambities zijn knoppen om aan te draaien voor een toekomstbestendige leefomgeving. Er moet voorzichtig worden omgegaan met transformatie van bedrijventerreinen, omdat de bestaande voorraad hierdoor afneemt en pendelstromen kunnen toenemen. En waar nog uitgebreid wordt, wil de regio inzetten op toekomstbestendige werklocaties met aandacht voor duurzaamheid, het natuurlijk systeem als basis, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik en inpassing in de groene omgeving. En uiteraard moet er binnen de regio voldoende ruimte zijn voor het faciliteren van de energietransitie, voldoende ruimte voor groen en blauw en circulaire transitie (in veel gevallen gaat het hier om additionele ruimtevraag). Dat vraagt in veel gevallen om anders denken en handelen dan voorheen.
Een nieuwe locatie ontwikkelen is vaak geen eenvoudige oplossing door bijvoorbeeld acute problematiek, zoals de stikstofopgave en het gebrek aan netcapaciteit. Maar ook omdat er in de groene ruimte meer dan ooit een strijd tussen ruimteclaims plaatsvindt, juist ook vanuit het perspectief van woningbouw. Duurzaam, circulair en vooruitstrevend Bij een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein zijn er op het gebied van duurzaamheid en de transitie naar een circulaire economie aanvullende kansen te pakken. Zowel in de publieke ruimte, maar ook voor private kavels kunnen eisen/regels worden gesteld vanuit het omgevingsplan, beeldkwaliteitsplan en de uitgiftecriteria. Denk hierbij aan eisen op het
2
Hogere milieucategorie (dit zijn bedrijven met een milieucategorie ≥ 4)
gebied van duurzaamheid, gezondheid en welzijn, circulaire bouwvormen, of bijvoorbeeld de afhandeling en opvang van regenwater op eigen kavel. De regio beschikt al over ‘Duurzame Principes’ die gelden voor de Gelderse gemeenten in de regio. De gemeente Deventer heeft in West-Overijssels verband ook al afspraken gemaakt over onder andere het duurzaam ontwikkelen van nieuw bedrijventerreinareaal. De gemeente Deventer legt doet in haar eigen uitgiftevoorwaarden nog een schepje bovenop de WestOverijsselse voorwaarden. Regionale principes voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen zoals afgesproken door de Gelderse Stedendriehoek gemeenten waren in 2021 uniek in Nederland, maar we willen als Stedendriehoek de lat nog wat hoger leggen. We willen bij locatieontwikkeling water en bodem als vertrekpunt hanteren om in de planvorming al rekening te houden met de effecten van klimaatverandering. We willen daarnaast afspraken maken over de begrippen ‘lokale binding’ (dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de kavelomvang minder belangrijk is) en ‘regionale meerwaarde’. Doel hiervan is dat ruimte die beschikbaar komt voor bedrijventerrein een maximale bijdrage levert aan de regionale brede welvaart.
Samen werken aan regionale ambities In de Uitvoeringsagenda 2023-2030 van Regio Stedendriehoek staat al prominent beschreven dat steeds meer maatschappelijke opgaven vragen om samenwerking omdat ze op bovenlokale schaal spelen. Op steeds meer thema’s is strategische en economische samenwerking onmisbaar. De regio moet het ‘samen doen’. Dit maakt dat de gemeenten een deel van het ‘zoet’ en een deel van het ‘zuur’ toebedeeld kunnen krijgen. Overheden, ondernemers, onderwijs en maatschappelijke partners hebben elkaar nodig om aan regionale ambities te werken en de balans in de regio te bewaken. Binnen de regio heeft iedere gemeente haar eigen profiel en kenmerken. Dit maakt ook dat iedere gemeente een andere rol heeft richting de toekomst. Iedere gemeente is onderdeel van het regionale ecosysteem en heeft een gemeentelijk aandeel in de regionale opgave. Om richting onze
10
Ruimtelijk-economische bouwstenen
ambitie te werken zijn strategische keuzes nodig voor de ruimtelijke economie van de toekomst.
Ambitie ruimte voor economie regio Stedendriehoek Een sterke regionale economie en goed functionerende bedrijven die werk en inkomen creëren. De beroepsbevolking en de werkgelegenheid in de regio zijn met elkaar in balans. Dat is belangrijk voor de bestaanszekerheid van onze inwoners en de leefbaarheid van onze kernen. Het midden- en kleinbedrijf zijn en blijven de drijvende kracht van onze regionale economie en werkgelegenheid. Om de gewenste groene en digitale groei door te maken werken we richting 2040 aan toekomstbestendige ruimte voor economie.
Strategische keuzes Om onze ambitie te behalen maken we een aantal strategische keuzes voor de ruimtelijke economie van de toekomst. Deze strategische keuzes gelden voor onze regio als geheel maar hebben soms een specifieke uitwerkingen die kan verschillen per gemeente. De regionale opgaven zijn groot. Welke bijdrage kunnen individuele gemeenten leveren? Met andere woorden: wat vraagt dit van de gemeenten? En wat betekent dit voor de randvoorwaarden? We leggen de focus op maakindustrie met ruimte voor hoogwaardige kenniseconomie Onze regio heeft een breed economisch palet met lokale specialisaties en clusteringen. We kiezen als regio de focus op een moderne maakeconomie met een hoog aandeel praktische beroepen en een grote innovatieve maakindustrie die onder andere gedreven wordt door transities als de grondstoffentransitie (circulair), energietransitie en voedseltransitie. We zetten op dezelfde voet voort met de keuze voor focus op de maakeconomie met ruimte voor de hoogwaardige kenniseconomie. De economie is namelijk maar zeer beperkt maakbaar. Regio Stedendriehoek
beschikt al over een sterke maakindustrie, daarnaast vormt de regio een belangrijke logistieke corridor. Ruimte voor logistiek is vaak ook een belangrijke randvoorwaarde voor (door)ontwikkeling van de maakindustrie, denk bijvoorbeeld aan het vervoer van grondstoffen en reststromen. Deze economische kernkwaliteiten willen we ook in de toekomst blijven behouden. Grootschalige bedrijvigheid waarvoor onvoldoende aantoonbaar van is dat ze aansluiten bij bestaande bedrijvigheid, het economisch profiel of regionale meerwaarde zal in principe geen ruimte worden gefaciliteerd. Met deze keuze behouden we voldoende (ruimte voor) werk voor onze mbo-geschoolden. Hiermee gaat wel de opgave gepaard om de bestaande bedrijventerreinen te intensiveren, verduurzamen en waar nodig te herontwikkelen. Als onderliggende ‘kraamkamer’ van deze maakeconomie willen we ook ruimte blijven bieden voor onze kenniseconomie. Hiervoor halen we de banden met onze onderwijsinstellingen verder aan en ontwikkelen we locaties met een goede (OV-)bereikbaarheid verder door. De start-ups die voortkomen uit de bedrijven en samenwerkingen in onze kenniseconomie bieden we ruimte op campuslocaties, scale-ups bieden we ruimte op onze bedrijventerreinen. Het economisch profiel van de regio wordt mogelijk verder aangescherpt op basis van het Economisch Perspectief dat de regio op dit moment opstelt.
Randvoorwaarden: Randvoorwaardelijk voor het richten op de maakeconomie is het perspectief op voldoende arbeidskrachten, nu en in de toekomst. Er is op dit moment sprake van een tekort aan mbo- en specifiek technisch geschoolde arbeidskrachten. De verstedelijkingsstrategie van de regio en het type woningen dat gebouwd gaat worden zal invloed hebben op de potentiële arbeidsmarkt en beroepsbevolking in de regio. Naast voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten is ook geschikte ruimte voor dit type bedrijf een belangrijke randvoorwaarde. Denk aan mogelijkheid tot milieuhinder, goede en het liefst multimodale bereikbaarheid, verschillende kavelomvang, etc. Veel bedrijventerreinen in de regio bieden deze ruimte, waaronder ruimte met een hogere milieucategorie (categorie ≥ 4). Deze ruimte wordt lang niet altijd benut door de aanwezigheid van lichte
11
Ruimtelijk-economische bouwstenen
bedrijfsfuncties. Dit vraagt op terreinniveau om aanpassingen in het omgevingsplan (minimale milieuhindercategorie). Verder is met name voor bedrijvigheid die werk maakt van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie bereikbaarheid over water ook erg belangrijk. Brownfield herontwikkeling (herontwikkeling van een reeds uitgegeven bedrijfskavel voor een ander bedrijf) biedt kansen, maar daarbij is het van belang te sturen op het type herontwikkeling. Het gros van de herontwikkeling die momenteel plaatsvindt in de regio is afkomstig vanuit de logistiek. Dit terwijl niet iedere plek hiervoor geschikt is (verkeersafwikkeling, ligging) en/of hierdoor kansen onbenut blijven. Denk aan beschikbare milieuhinderruimte die ingezet kan worden voor lokale/regionale maakbedrijven. We maken werk van het doorlopen van transities Regio Stedendriehoek ontwikkelt zich autonoom – op basis van bestaand en nog te ontwikkelen regionaal, provinciaal, nationaal en Europees beleid – naar een duurzame economie in relatie tot de grote transities (energietransitie, grondstoffen- en circulaire transitie, digitalisering, landbouw- en voedseltransitie). We houden daarbij nadrukkelijk vast aan onze regionale ambities en doelen zoals opgenomen in de Uitvoeringsagenda Regio Stedendriehoek 2023-2030. Dit betekent onder meer dat: • We stimuleren dat ondernemers meedoen rondom hubs, fieldlabs etc.
gericht op digitalisering en verduurzaming, reden hiervoor is het aanjagen van clustervorming voor innovatie rondom deze thema’s. • We bieden de randvoorwaarden voor bedrijven voor het implementeren van slimme en schone mobiliteit. • We helpen bedrijven om een circulaire bedrijfsvoering te implementeren. Op prioritaire locaties gaan we optimaal benutten door een minimale milieuhindercategorie in te stellen. • Faciliteren en ondersteunen we bedrijventerreinen met het ontwikkelen van smart energy hubs (decentrale opwek, opslag en distributie van energie) en bouwen daarin een kennispositie op, ook als het gaat om de gemeentelijke rolneming in dergelijke decentrale energiesystemen.
Randvoorwaarden: Geschikte ruimte voor dit type activiteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het doorlopen van de circulaire transitie. Denk aan mogelijkheid tot hogere milieuhinder, goede en het liefst multimodale bereikbaarheid, grotere kavelomvang, energievoorziening (in de vorm van aansluiting of via slimme oplossingen zoals een Smart Energy Hub). Hierbij is bereikbaarheid over water met name voor de transitie naar een circulaire economie extra belangrijk. Om de bereikbaarheid ook op langere termijn te kunnen borgen zijn op sommige plekken in de regio investeringen in de infrastructuur nodig, denk bijvoorbeeld aan sluizen en bruggen om de waterwegen bevaarbaar te houden. Hier ligt ook een koppeling met het logistiek ecosysteem van de A1 en IJssel. Het is verstandig om in de regio af te spreken welke bedrijventerreinen een beschermde status krijgen. Dit ook als zodanig borgen in de lokale omgevingsplannen. We richten ons primair op de ontwikkeling van onze lokale en regionale economie Regio Stedendriehoek is primair gericht op lokale (en regionale) gemeenschappen. Dit betekent dat decentrale overheden en/of lokale coöperaties een grote mate van invloed hebben op de ruimtelijke inrichting en ruimtelijke economie in de regio. We willen het begrip Brede Welvaart zo veel mogelijk omarmen en leidend maken bij ruimtelijk-economische afwegingen.
Een toekomstbestendige economie krijgt op regionaal niveau gestalte door lokale initiatieven te ondersteunen en te ontwikkelen. We wegen daarom (economische) perspectieven zo veel mogelijk in de breedte af. We bieden met name ruimte voor bedrijven die bijdragen aan onze regionale meerwaarde. Dat wil zeggen bedrijven die qua bedrijfsactiviteit, verbindingen in de bedrijfsketen, personeel, etc., aan onze regio verbonden zijn. Randvoorwaarden: Hier moet de gemeente/regio bereid zijn tot investeringen (denk bijvoorbeeld aan de toevoeging van bruggen of versterking van rondwegen) en eventuele onontkoombare andere negatieve effecten
12
Ruimtelijk-economische bouwstenen
(toename verkeershinder, afbreuk landschap, etc.) accepteren wanneer deze is afgewogen op basis van maatschappelijk-economische meerwaarde. Door op lokaal niveau extra ruimte te faciliteren is een goede bereikbaarheid een absolute vereiste. Bedrijventerreinontwikkeling zorgt voor extra verkeersbewegingen, ook op plekken die de extra druk mogelijk nog niet aankunnen. Concreet gaat het om ontsluitingen op A- en N-wegen en de bevaarbaarheid van de IJssel en het Twentekanaal. Daarnaast is goede OV bereikbaarheid erg belangrijk, versterking van bestaande OV verbindingen is dus vaak wenselijk. Voor kortere afstandsverkeer zijn goed (snel)fietsverbindingen ook essentieel. We faciliteren grootschalige vraag op goed bereikbare plekken Een aanzienlijk deel van de resterende ruimtebehoefte gaat uit naar grootschalige kavels met een omvang van meer dan 3 hectare 3. Indicatief gaat het om afgerond 50 tot 110 hectare t/m 2040. In de regio is momenteel geen planaanbod meer dat markttechnisch geschikt is voor deze groep bedrijven (lees: grotere kavels met een goede bereikbaarheid). De ruimtevraag vanuit grootschalige bedrijven is tweeledig. Het gaat om ruimtezoekers uit het werkmilieu grootschalige productie. Deze groep bedrijven heeft behoefte aan milieuruimte en is doorgaans erg honkvast.
Daarnaast gaat het om ruimtevraag in het grootschalig distributie werkmilieu, dit zijn vaak regionaal gebonden bedrijven die een grootschalige kavel zoeken voor diens opslag en logistiek. Deze doelgroep heeft voor dit type kavel een excellente bereikbaarheid nodig, over de weg en/of via spoor/water en zonder omvangrijke congestieproblematiek. In ruimtebeslag kost het faciliteren van deze groep veel ruimte, die ruimte is zoals al eerder benoemd schaars. Regio Stedendriehoek erkent het belang van grootschalige bedrijven voor onze regio en ziet urgentie om de ruimtevraag van grootschalige bedrijven (onder nader uit te werken voorwaarden) te accommoderen in de regio. Het belang van deze grootschalige bedrijven is groot omdat deze groep voor 3
Het gaat om alle vraag naar het werkmilieu grootschalige distributie kavels van > 3 hectare en een deel van de vraag naar het grootschalige productie werkmilieu, namelijk die van > 3 hectare.
een groot deel bestaat uit bestaande, in de regio gewortelde, bedrijven. Ook bedrijven van buiten de regio die het economische profiel van de regio Stedendriehoek kunnen versterken (innovatieve maakindustrie en hoogwaardige kenniseconomie) kunnen we faciliteren bij voldoende aantoonbare regionale meerwaarde voor de regio. Voor grootschalige bedrijvigheid waarvan onvoldoende aantoonbaar is dat ze aansluiten bij bestaande bedrijvigheid, het economisch profiel of regionale meerwaarde zal geen ruimte worden gefaciliteerd. Zo werken we aan een robuuste regionale economie. Randvoorwaarden: Logischerwijs vraagt het huisvesten van grootschalige bedrijven veel ruimte. Binnen de context van schaarse ruimte en vele omvangrijke ruimteclaims moet de afweging gemaakt worden wat er met de ruimte die beschikbaar is gedaan wordt. We beschermen ruimte voor werk, economie en inkomen: economische ontwikkeling moet gelijk opgaan met de groei van het aantal inwoners Door nieuwe ruimte voor economie, in de vorm van bedrijventerreinen, te ontwikkelen borgen we ruimte voor werk en inkomen. We willen dit zoveel mogelijk dichtbij huis voor de mbo-geschoolde doelgroep doen. Deze doelgroep werkt namelijk het vaakst op een bedrijventerrein. Door ruimte voor werk en inkomen te bieden in de steden maar zeker ook in de kleinere kernen, dragen we bij aan het leefbaar houden van alle kernen.
Er blijft namelijk voldoende draagkracht voor voorzieningen en mobiliteitsstromen (woon-werkverkeer met de auto) worden voor een belangrijk deel ingeperkt. Regio Stedendriehoek vindt het belangrijk dat de balans tussen wonen en werken wordt gewaarborgd. Relevant hierin is de factor 0,55. In de regio is er 0,55 baan per inwoner. Per regiogemeente verschilt deze factor. We vinden het belangrijk dat economische ontwikkeling op regionaal
13
Ruimtelijk-economische bouwstenen
schaalniveau minimaal gelijk moet opgaan met de groei van het aantal inwoners. De uitwerking van het Regionaal Ontwikkelperspectief 2040 / 2050 is hierin erg belangrijk, de ruimtelijke spreiding en toename van het aantal inwoners heeft veel invloed op de uiteindelijk woonwerkbalans per gemeente en de resulterende druk op de mobiliteit door forensenverkeer. Uitgangspunt is dat de beroepsbevolking en werkgelegenheid zowel in aantallen als kwalitatief met elkaar in balans zijn. We willen onze inwoners met de wens om dichtbij huis te werken faciliteren, omdat daardoor pendel en congestie in het verkeersnet wordt beperkt. Met een korte reisafstand in het woon-werkverkeer wordt de werknemer eerder verleidt een andere mobiliteitsvorm te kiezen dan de auto 4. Randvoorwaarden: Het beschermen van ruimte voor economie en dus werk en inkomen kan juridisch geborgd worden. Bijvoorbeeld door als regio af te spreken niet alle transformatie initiatieven (zo maar) toe te staan of door af te spreken hoge milieucategorie ruimte niet (zo maar) af te waarderen en juist te kiezen voor een minimale milieuhindercategorie. Een actueel en concreet voorbeeld van het juridisch borgen van ruimte voor economie is het voorbereidingsbesluit van de gemeente Voorst dat ontwikkeling van kleinschalige units op bedrijventerreinen weert (en in de tussentijd een actueel en passend Omgevingsplan opstelt).
Gemeente Apeldoorn wil onderzoeken of het maximeren van de individuele kavelomvang van 3 hectare voldoende werkt om de grootschalige logistiek te weren op bestaande bedrijventerrein die daar niet geschikt voor zijn. Extra ruimte voor economie biedt kans voor kwaliteit en betere leefbaarheid Nieuw te ontwikkelen ruimte op bedrijventerreinen heeft naast de eerder genoemde sociaal-maatschappelijke voordelen (denk aan versterking van de leefbaarheid door het op peil houden van voorzieningen, onderwijs, werkgelegenheid dichtbij huis) ook een positief effect op de bestaande 4
De provincie Gelderland hanteert het zogenaamde STOMP-principe in haar beleid. Hiermee wordt prioriteit gegeven aan duurzame mobiliteitsvormen. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en Privéauto,
voorraad. Door nieuwe ruimte te ontwikkelen bieden we namelijk schuifruimte voor de ondernemers die op de huidige terreinen gevestigd zijn. Achtergebleven plekken bieden zo ruimte voor herontwikkelingen en het maken van intensiveringsslagen. Daarnaast biedt het creëren van ademruimte op de bedrijventerreinenmarkt ruimte voor het doorlopen van transities (energietransitie, ruimte om te vergroenen/verblauwen, klimaatadaptie, duurzame mobiliteit, grondstoffen- en circulaire transitie, digitalisering, landbouw- en voedseltransitie). Randvoorwaarden: Het bewerkstelligen van een kwaliteitsslag (toekomstbestendiger, klimaatadaptiever, duurzamer, groener, beter bereikbaar, intensiever benut, etc.) door ondernemers om een faciliterende rol door de gemeente. Mogelijk vraagt het zelfs een (mee)financierende rol.
Leeswijzer bouwstenen In de eerste bouwsteen zoomen we in op brede welvaart en transities. In de tweede beschrijven we de economische uitgangssituatie van de regio, met inzicht in de ruimtelijk-economische structuur, met speciale aandacht voor het belang van de bedrijventerreinen en de positie van de diverse sectoren en segmenten. In de derde bouwsteen plaatsen we de regio in breder perspectief. Vervolgens geven aan wat de inzichten zijn vanuit de prognose bedrijventerreinen in de vierde bouwsteen. We schetsen de beleidsrichtingen vanuit het Rijk, provincies Gelderland en Overijssel en Regio Stedendriehoek in de vijfde bouwsteen.
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bouwsteen 1: brede welvaart en transities
14
15
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Brede welvaartsdenken De regio richt zich op het verbeteren van de brede welvaart. Economische ontwikkeling is belangrijk om de inwoners van Regio Stedendriehoek welvaart te bieden. Het ‘Bruto Regionaal Product’ moet meegroeien met de bevolking om de welvaart minimaal op hetzelfde niveau te houden of te laten groeien. Door economische groei is in de afgelopen decennia het welzijn van de inwoners toegenomen. Het idee dat we altijd beter worden door economische groei staat de laatste jaren sterk onder druk. Naast de positieve effecten worden ook negatieve effecten van economische groei ervaren. Denk aan congestie op verkeersnetwerk, huizentekort, aantasting van het landschap en een ongelijke verdeling van de groei.
van de regio zijn binnen Gelderland het meest tevreden met het leven. Ook is men gelukkig met de groene leefomgeving. Aandachtspunten zijn vergrijzing en een lagere score op gezondheid en arbeidsparticipatie.
Figuur 1: Hoge brede welvaart (2023)
De focus is de laatste jaren opgeschoven van ‘bbp-denken’ (bruto binnenlands product) naar ‘brede welvaartsdenken’. Waar economische groei zich concentreert op de materiële aspecten van onze samenleving, zoals hoeveel we consumeren en produceren en hoeveel geld we daarmee verdienen, gaat brede welvaart over alles wat van belang is voor een goede kwaliteit van leven. Materiële welvaart is in zeker mate onmisbaar, maar uiteindelijk zijn het voor de meeste mensen juist immateriële zaken die bepalen of ze tevreden zijn met hun leven. Denk aan een goede gezondheid, een prettige leefomgeving en toekomstperspectief. Dit maakt dus dat niet alleen het BRP kan worden meegenomen als leidraad voor toekomstige economische ontwikkeling maar ook een toekomstbestendige regio met een brede welvaart in de toekomst.
Bron: RaboResearch, Universiteit Utrecht, 16 juni 2023
Hoge score op brede welvaart De regio richt zich op het verbeteren van de brede welvaart. Dit gaat over het leven hier en nu, maar ook over de toekomst. In de Stedendriehoek moet het goed leven zijn voor toekomstige generaties. De regio scoort in de recente Brede Welvaartsindicator (BWI) van de Rabobank hoog (zie hier en figuur 1). De Stedendriehoek wordt in de studie genoemd als gebied met een hoge score op brede welvaart. De Stedendriehoek valt binnen de Corop regio’s Veluwe (score 0,63), Zuidwest-Overijssel (score 0,65) en Achterhoek (score 0,63). Uit de monitor brede welvaart van de Provincie Gelderland in 2022 blijkt dat de regio hoog scoort op welzijn. De inwoners
Werklocaties belangrijke pijler onder brede welvaart Werklocaties, bedrijventerreinen in het bijzonder, vormen een belangrijke pijler onder de brede welvaart in de regio. In materiële zin omdat hier veel geld wordt verdiend voor de economie en omdat meer dan een derde van de banen in de regio zich op de bedrijventerreinen bevinden. Veel inwoners uit de regio werken op de bedrijventerreinen in de regio. Dit maakt dat een groot deel van het besteedbaar inkomen van huishoudens op deze formele werklocaties wordt verdiend. Maar ook immaterieel omdat deze banen zorgen voor identiteit, meedoen en een plek in de samenleving, sociale contacten, structuur een doel en ontwikkelperspectief. De economische
16
Ruimtelijk-economische bouwstenen
activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarentegen ook negatieve effecten, zoals een hoog energie- en grondstoffenverbruik, milieuhinder, een groot aandeel fossiele brandstoffen en activiteiten die door inzet van arbeidsmigranten gebeuren, zoals het toevoegen van druk op de al overspannen woningmarkt. Werklocaties hotspots voor de grote transities Tegelijkertijd liggen er veel kansen voor de grote transities op de werklocaties, zoals de energie en circulaire transitie, digitalisering en klimaatadaptatie. Steeds meer bedrijven zijn bezig met deze transities en ontwikkelen producten en diensten hierop. De Corop regio’s Veluwe (ca. 22% van bedrijven behoort tot de koplopers en 33% tot de achterblijvers) en Achterhoek (20% koplopers en 44% achterblijvers) scoren gemiddeld. De samengevoegde Corop regio Noord- en Zuidwest-Overijssel scoort licht onder gemiddeld (15% koplopers en 41% achterblijvers). Dit blijkt uit een recente analyse van de Rabobank (zie hier en figuur 2).
Figuur 2: Score op NE-xT indicator (2023)
Bron: RaboResearch, 18 september 2023
Bedrijven in regio Stedendriehoek zijn niet als regio onderzocht. Wel blijkt uit de analyse dat stedelijke regio’s (wat de regio Stedendriehoek in
toenemende mate is) voorop lopen in de transitie naar een duurzame en inclusieve economie. In Regio Stedendriehoek is een grote opgave in de transitie naar een nieuwe, duurzame en inclusieve economie. De stand van de transitie meet de Rabobank aan de hand van zeven dimensies: nieuwe rijkdom (succes niet alleen afmeten in financieel waarde maar ook in sociale en ecologische waarde), echte prijzen (negatieve externe effecten doorberekenen in prijzen en investeringsbeslissingen), transparante ketens (inzicht in wat elders plaatsvindt in de keten, hier verantwoordelijkheid voor nemen en eerlijke communicatie), inclusief ondernemen (medewerkers zijn een afspiegeling van de samenleving), groene energie (in hoeverre gebruik gemaakt wordt van hernieuwbare energie), biodiversiteit en natuurlijke ecosystemen (soortenrijkdom niet bedreigen en er daarmee voor zorgen dat natuurlijke ecosystemen, zoals drinkwater en schone lucht, mensen kunnen blijven voorzien), circulair ondernemen (niet-hernieuwbare grondstoffen niet langer uitputten en reststoffen opnieuw inbrengen in systeem van productie en consumptie). De grote transities zoals de energietransitie, circulaire economie, digitalisering en voedseltransitie hebben impact en zijn aanjagers van de vraag naar bedrijventerreinen (zie kader hierna). Tegelijkertijd is de exacte ruimtelijke impact nog ongewis.
Niemand weet precies hoe de transities op lange termijn zullen uitwerken en wat dit per saldo ruimtelijk betekent. De prognose bedrijventerreinen van provincie Gelderland doet op basis van de nu beschikbare kennis daarover enkele richtinggevende uitspraken. Maar dit is bijvoorbeeld nog exclusief de ruimte die nodig is voor een duurzame energie-infrastructuur, zoals hoogspanningsstations en batterijopslag. Komende jaren wordt hierin fors geïnvesteerd om ruimte te maken op het overvolle Gelderse stroomnet. Regelmatig doen deze functies een ruimteclaim op bedrijventerreinen, die bovenop de vraag van gewone bedrijven komt (zoals geraamd in de prognose). Verder vragen de transities, zoals de circulaire economie, ook schuifruimte. Schuifruimte die nodig is om in de overgangsfase fossiele, lineaire activiteiten af te bouwen en bestaande plekken te herontwikkelen naar nieuwe circulaire activiteiten, zo stelt recent PBL-onderzoek. Wat dit onder de streep aan extra ‘netto
17
Ruimtelijk-economische bouwstenen
ruimtevraag’ betekent is nu nog lastig te voorspellen en hangt van vele factoren en (beleids)keuzes af.
Transities uitgelicht Energietransitie Vanuit het klimaatakkoord werken we in Nederland aan de energietransitie. We doen dit om de opwarming van de aarde tegen te gaan (CO2-uitstoot verminderen), een gezonder leefmilieu te realiseren en de afhankelijk van energie uit het buitenland te verminderen. De energietransitie is een overgang naar een nieuw systeem. In dit systeem is de energievoorziening structureel anders van aard en vorm dan nu. Het gaat om een overgang van fossiele naar duurzame energie en van een centrale naar een meer decentrale energieopwekking. De energietransitie heeft een grote maatschappelijke impact. De gebouwde omgeving, zoals huizen, kantoren en bedrijfspanden, moeten verduurzaamd worden. Denk aan betere isolatie en het vervangen van CV-ketels op aardgas door warmtepompen, aardwarmte of industriële restwarmte. Ook het vervoer moet emissieloos worden door elektrisch rijden of op waterstof. De enorme elektrificatie van productie en transport vraagt ook grote
investeringen in uitbreiding van de netcapaciteit. Op dit moment kan het netwerk al deze elektriciteitsvraag en -aanbod niet aan. In grote delen van Regio Stedendriehoek is sprake van netcongestie. Grootverbruikers van energie kunnen daardoor geen aansluiting krijgen en het is niet mogelijk om bestaande aansluitingen te verzwaren. Dit remt verduurzaming van bedrijven, maar ook potentiële economische groei. Grondstoffen- en circulaire transitie Het grondstoffenverbruik in Nederland is goed voor 45% van de uitstoot van broeikasgassen. Door het gebruik te verminderen (afzien, heroverwegen of efficiënter maken van producten), verlengen (hergebruik, reparatie, opknappen, etc.), vervangen (duurzame alternatieven, zoals plantbased grondstoffen) en door hoogwaardige verwerking (recyclen) kan deze impact fors worden verlaagd. Daarmee kan dus een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de klimaatdoelen. Daarnaast gaat de grondstoffentransitie over de toenemende vraag naar grondstoffen en de leveringszekerheid ervan. De grootste tekorten concentreren zich in zogenoemde ‘zeldzame metalen’. Dit zijn metalen die nodig zijn voor bijvoorbeeld de productie van windmolens, zonnepanelen en elektrische auto’s. China heeft de helft van de bewezen voorraden in handen en produceert 97% van de wereldmarkt.
Dit zorgt voor een grote afhankelijkheid en dat kan verschillende transities door geopolitieke instabiliteit in gevaar brengen. Dit is een van de redenen waarom de EU inzet op vergroting van de strategische autonomie. In het verlengde van de grondstoffentransitie staat de transitie naar een circulaire economie. Kern hiervan is de transitie naar een nieuw economisch systeem waarin het gebruik van grondstoffen, materialen en onderdelen en producten wordt geminimaliseerd in gesloten kringlopen waarin ze steeds opnieuw gebruikt kunnen worden. Producten en grondstoffen
18
Ruimtelijk-economische bouwstenen
krijgen zo een tweede leven. Dit in tegenstelling tot het huidige lineaire systeem waarin (de grondstoffen van) een product na gebruik op de afvalberg belandt. De circulaire transitie vraagt een andere manier van producten ontwerpen (circulair ontwerp), waarde behoud van grondstoffen (materiaal paspoorten, urban mining, circulair slopen, ambachtscentra) en het terugdringen van de vraag naar grondstoffen (R-ladder, circulaire verdienmodellen, minimalisme). Daarbij horen dus de eerder genoemde strategieën van verminderen, verlengen, vervangen en hoogwaardige verwerking. Digitalisering Door globalisering, de komst van het internet en het toegenomen gebruik van slimme elektronische apparaten is digitalisering een transitie die al enige tijd gaande is. Digitalisering richt zich in essentie op zowel het digitaal maken van fysieke documenten en papieren processen, als op het steeds sneller digitaal verwerken van informatie. Hiermee wordt het mogelijk om processen veel slimmer, efficiënter en met minder handmatige handelingen (en papier) uit te voeren. Digitalisering gaat tegenwoordig veel verder. Mensen werken meer en meer thuis, al dan niet in een hybride werkvorm. Mede versneld door de COVID-19 pandemie, staan we aan de vooravond van een vierde industriële revolutie.
Daarin worden machines en algoritmes steeds slimmer (zelfsturende robots, 3Dprinting, artificial intelligence (kunstmatige intelligentie), machine/deep learning, quantum computing), worden er meer toepassingen met elkaar verbonden (cloud technology, internet of things, smart cities, blockchain, metaverse), is er steeds meer aandacht voor beveiliging (biometrics, privacy & cyber security) en raakt de digitale wereld vervlochten met de fysieke en biologische wereld (mixed/augmented reality, neuro-implantaten, genetische manipulatie). Digitalisering en automatisering zorgt
voor een toenemend belang van online communicatie, dataopslag en online datagebruik. Landbouw- en voedseltransitie De huidige manier van voedselproductie zorgt wereldwijd voor circa 25% van de CO2-uitstoot. Ook gaat het om een enorme ruimtelijke impact (bijna 40% van het bebouwbare land) en een grote bijdrage aan het verlies van biodiversiteit (Wageningen University & Research, 2022). De landbouw is nu georganiseerd op basis van grootschalige en industriële landbouw. Denk aan grote akkers, waar maar één soort voedsel op wordt geteeld (monocultuur). Internationaal wordt zelfs 70% van de landbouwgronden gebruikt voor de productie van veevoer. Deze manier van landbouw- en voedselproductie is niet houdbaar op de lange termijn. Zeker niet met de groeiende wereldbevolking en de gevolgen van klimaatverandering. De landbouw- & voedseltransitie is daarmee een transitie naar een duurzaam systeem dat minder negatieve impact heeft op de omgeving, de biodiversiteit versterkt en anders omgaat met de ‘veestapel’. In deze transitie wordt ingezet op o.a. precisie landbouw (plukmachines, drones en slimme robots), polycultuur (stroken teelt en voedselbossen), kringloop landbouw (biologische bestrijdingsmiddelen, voedsel van reststromen), alternatieve voedingsbronnen (kikkererwten, krekels en algen) en alternatieve productiemethoden (verticale landbouw, insect-farming en zeeboerderijen).
De landbouw kan een sleutelrol spelen in de productie van biobased bouwmaterialen (zoals vlas, riet, hennep, stro, vezels etc.). Dit zijn bouwmaterialen gemaakt van levende organismen. Biobased bouwmaterialen winnen terrein ten koste van gangbare materialen die voor veel CO2-uitstoot zorgen.
19
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Puzzelen met de schaarse ruimte Transities vragen om ruimte. De laatste prognoses bedrijventerreinen voor Regio Stedendriehoek en provincie Gelderland/Overijssel laten een flinke uitbreidingsvraag zien tot en met 2030. En ook in de tien jaren daarna (t/m 2040) blijft naar verwachting een substantiële uitbreidingsvraag vanuit bedrijven voortbestaan. Er wordt daarnaast vervangingsvraag verwacht, doordat bedrijventerreinareaal wordt onttrokken aan de voorraad. In de regio is op dit moment onvoldoende hard planaanbod om aan de ruimtevraag te voldoen. Daarnaast spelen er nu en komende jaren verschillende belemmeringen voor (het faciliteren van) de ruimtevraag: •
Economische groei: er zijn steeds meer tekenen die wijzen op een afkoeling van de economie. Het CPB verwachte in september 2023 in haar Macro Economische Verkenning (MEV) 2024 voor 2024 circa 1,5% economische groei. In een eerder conceptraming gaat het CPB voor de periode 2025 t/m 2028 uit van een jaarlijkse groei van circa 1%. Op korte termijn is De Nederlandsche Bank (DNB) negatiever. De najaarsraming van december 2023 verwacht een beperkte economische groei van 0,3% voor 2024 en 1% voor 2025. De Rabobank verwacht voor 2024 en 2025 lichte groei. Circa 0,5% in 2024 en 1% in 2025. De koopkracht herstelt van de inflatiecrisis, waardoor huishoudens meer gaat uitgeven. Daar staat tegenover dat bedrijfsinvesteringen naar verwachting wat zullen afnemen. Dit kan overigens ook welkom zijn als demper van de inflatie en voor iets meer ‘lucht’ zorgen op de krappe arbeidsmarkt. Op korte termijn kan een periode van laagconjunctuur (met een licht oplopende werkeloosheid) en onzekerheid leiden tot afnemende investeringen en ruimtevraag van bedrijven. Deze ontwikkelingen geven bovendien op korte termijn een knauw aan het vertrouwen, wat een belangrijke basis is voor investeringen en economische groei. Aangezien bedrijventerreinontwikkelingen projecten van een lange adem zijn is het nog de vraag in hoeverre een korte dip in het vertrouwen effect heeft.
•
Arbeidsmarkt: arbeidskrachten zijn, naast technologische ontwikkeling, een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van bedrijven en daarmee de ruimtevraag. De arbeidsmarkt in Gelderland en Overijssel is krap (zie CBS) en de komende jaren neemt de krapte naar
verwachting nog verder toe, dit kan een aanzuigend effect op arbeidsmigratie als gevolg hebben. We willen daarom inzetten op automatisering en robotisering. Hiermee kunnen we onze concurrentiepositie behouden. •
Netcongestie: grootverbruikers met plannen voor uitbreiding krijgen in Gelderland sinds eind vorig jaar (voorlopig) geen nieuwe of zwaardere aansluiting. Het hoge tempo waarin er extra transportcapactiteit wordt gevraagd overstijgt de snelheid waarmee netbeheerders het net kunnen uitbreiden, aldus Liander. Voor Overijssel (Deventer) speelt hetzelfde blijkt uit berichtgeving van de NOS. Netcongestie levert beperkingen op voor verhuis- en/of uitbreidingswensen van bedrijven en/of elektrificatie en verduurzaming van bedrijfsprocessen. Dit zet mogelijk een (tijdelijke) rem op de economische ontwikkeling en daarmee op de ruimtevraag. Er wordt door netbeheerders fors ingezet en miljarden geïnvesteerd in het elektriciteitsnet. Dit is ook nodig, want ondernemers staan op de wachtlijst bij netbeheerders waardoor hun verduurzaming in de knel komt (zie o.a. VNO-NCW). Tegelijk levert dit naar verwachting een additionele ruimteclaim op door bijvoorbeeld nieuwe hoogspanningsen onderstations en oplossingen om netcongestie te omzeilen, zoals batterijen, realisatie smart energy hubs, off-gridsystemen, etc. Ook neemt de ruimtelijke wisselwerking tussen energie-infrastructuur en (vraag naar) bedrijventerreinen toe. Daar waar nieuwe energie-infra is voorzien neemt de economische attractiviteit toe, in combinatie met opwek en opslag.
De regio heeft in haar Regionale Energie Strategie (RES) onder andere een aantal stappen geformuleerd waarmee de ambities uit de RES 2.0 (1,07 TWh aan hernieuwbare energie per 2030) ondanks de netcongestie behaald kan worden. Op dit moment wordt er in de regio gewerkt aan een RES 2.0 waarin zij naast een perspectief op het regionale energiesysteem van de toekomst ook handelingsperspectief wil bieden om de komende jaren in te spelen op de netcongestie.
•
Stikstof: Blijvende impasse rondom het stikstofdossier en daarmee de rem op investeringen van bedrijven (vraaguitval/-vertraging door geen vergunningverlening). Een gebrek aan stikstofruimte levert problemen
20
Ruimtelijk-economische bouwstenen
op bij uitbreiding, nieuwvestiging en herstructurering van bedrijven en heeft dus een negatief effect op de doorlooptijd van nieuwe ontwikkelingen. Om aan een ruimtelijk-economisch sterke regio van de toekomst te werken zijn ook korte termijn acties nodig. Zoals aanpak van de energievoorziening door bijvoorbeeld te investeren in lokale oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan smart energy hubs (SEH) waarbij bedrijven die energie opwekken
Foto Industriehaven Zutphen
enover hebben samenwerken met bedrijven die meer energie nodig hebben, in combinatie met conversie van energie en opslag van energie. Maar ook innovatie en een slimme koppeling tussen energie en de ruimtelijke planning en inrichting/invulling of herstructurering van bedrijventerreinen.
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Bouwsteen 2: regionale foto
21
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Ruimtelijk-economische structuur
• • •
• •
Regio Stedendriehoek bestaat uit acht gemeenten: Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. De driehoek van steden (Apeldoorn, Deventer en Zutphen) is omgeven door landelijk gebied met kleine en middelgrote kernen. Twee autoverbindingen lopen dwars door de regio: de A1 (Amsterdam-Hengelo) en de A50 (Arnhem-Zwolle). Deze autosnelwegen zorgen voor uitstekende autoverbindingen in alle windrichtingen. Ook de provinciale wegen N348, N345, N312 en N314 zijn belangrijke vervoersaders. De IJssel vormt een belangrijke vaarroute voor de regio, die Deventer, Zutphen, Voorst en Lochem (via het Twentekanaal). Deventer heeft een binnenhaven en sinds kort een barge terminal voor containervervoer (Inland Terminal Deventer). Ook Zutphen, Voorst en Lochem kennen watergebonden bedrijvigheid. Via het spoor zijn er snelle verbindingen richting o.a. Utrecht, Zwolle, Hengelo en Arnhem. In de stationsgebieden van Apeldoorn, Deventer en Zutphen is een ontwikkelopgave naar een gemengd stedelijk gebied met ruimte voor een mix van werken, campussen, voorzieningen, onderwijs en wonen. Het middelbaar en hoger beroepsonderwijs is geconcentreerd in de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, met Saxion Hogescholen, Aventus en het Zone college (beroepsonderwijs). De regio huisvest een theologische universiteit in Apeldoorn.
22
23
Ruimtelijk-economische bouwstenen
MKB als banenmotor In de regio Stedendriehoek is het mkb dé absolute banenmotor. In totaal valt 74% van de banen in de regio onder de definitie van het mkb. Binnen de brede mkb-doelgroep onderscheiden we microbedrijven (tot deze doelgroep behoren ook zzp’ers), het kleinbedrijf en het middenbedrijf.
Wanneer in de rapportage wordt gesproken over ‘mkb’ hanteren we de definitie van het CBS. Deze luidt: ‘het mkb betreft bedrijven tot 250 werkzame personen. Daarbinnen wordt onderscheid gemaakt tussen microbedrijf (tot en met 9 werkzame personen), het kleinbedrijf (10 tot en met 49 werkzame personen) en het middenbedrijf (50 tot en met 249 werkzame personen)’.
Mkb is overal belangrijk, maar aandeel mkb groter in landelijke gemeenten De sociaaleconomisch en maatschappelijk belang van het mkb is groot voor iedere gemeente in regio Stedendriehoek. We zien wel dat het aandeel banen binnen het mkb groter is in de landelijkere gemeenten.
Figuur 3: Aandeel mkb in de regio en per gemeente in 2022 3% 36% 25%
35%
25% 28%
18% 22%
26%
33%
21% 28%
11%
16%
13%
17%
23%
23%
27%
22%
32%
24%
28%
28%
34%
38%
32%
33%
100% 26%
80%
25%
60%
22%
40%
27%
20% 0%
Micro
Klein
Bron: PWE (2022) BIRO gemeente Deventer, 2022;
Midden
Groot
Mkb vervult naast een economische ook een grote maatschappelijke rol Dit type bedrijf vervult vaak naast een belangrijke economische rol ook een belangrijke maatschappelijke rol. Doordat er werkgelegenheid in de kleinere kernen te vinden is blijft het voorzieningenniveau hoger en kan de leefbaarheid op peil blijven. Daarnaast vervullen deze bedrijven vaak een belangrijke maatschappelijke rol in de vorm van bijvoorbeeld sponsoring van sportverenigingen. Aantal microbedrijven groeit sterk, maar werkgelegenheidsbelang beperkt Circa 27% van alle banen in de regio betreft een microbedrijf. In absolute aantallen gaat het om ruim 40 duizend bedrijven. Het aantal microbedrijven (zzp’ers en bedrijven tot en met 9 werkzame personen) in de regio is sinds 2013 sterk aan het toenemen. De groei bedraagt 29% in de periode 2013 tot 2022. De grootste groei binnen de doelgroep over de afgelopen tien jaar is de toename van zzp’ers. Het aantal microbedrijven dat gevestigd is op een bedrijventerrein is in dezelfde periode ook toegenomen (+34%). Op bedrijventerreinen is de groei dus nog net wat hoger. In 2022 is circa 8% van alle microbedrijven in de regio gevestigd op een bedrijventerrein. Vanuit werkgelegenheidsperspectief zijn microbedrijven van minder groot belang. Slechts 11% van alle werkgelegenheid op een bedrijventerrein is afkomstig van een microbedrijf.
Met andere woorden bijna 60% van alle banen komt van mkb-bedrijven met 10 of meer werknemers (klein- of middenbedrijf). Het klein- en middenbedrijf realiseert een zeer sterke banenontwikkeling Het klein- en middenbedrijf (van 10 tot 250 banen) is sinds 2013 sterk aan het toenemen. De groei van het aantal bedrijven bedraagt circa 7% in de periode 2013 tot 2022. In 2013 waren er ruim 2.900 mkb bedrijven (10 werknemers tot 250 werknemers) en dit zijn er 3.160 in 2022. In termen van werkgelegenheid is de doelgroep middenbedrijf (50 tot 250 banen) van groot belang voor de economie. Deze doelgroep is in 2022 goed voor bijna de helft (47%) van alle banen in de regio. Een belangrijk deel van het kleinen middenbedrijf is gevestigd op een bedrijventerrein. Het gaat om circa 36% van deze bedrijven.
24
Ruimtelijk-economische bouwstenen
Figuur 4: Aantal vestigingen (links) en aantal banen (rechts) naar bedrijfsomvang op bedrijventerreinen
Figuur 5: belangrijkste bedrijventerreinsectoren
25%
11%
6% 32%
19%
24%
74% 34% Micro
Klein
Micro
Klein
Midden
Groot
Midden
Groot
Bron: PWE, 2022, BIRO gemeente Deventer, 2022; Bewerking Stec Groep, 2024
Sectoren en innovatieve clusters Industrie en dienstverlening en ICT belangrijk op bedrijventerreinen De maak- en procesindustrie (19% van de banen op bedrijventerreinen in de regio) en (zakelijke en consumenten) dienstverlening en ICT (30% van de banen op de bedrijventerreinen in de regio) zijn veruit de belangrijkste sectoren op de bedrijventerreinen in regio Stedendriehoek. Logistiek en groothandel is bovendien een sterke en groeiende sector. De ligging, uitstekende multimodale ontsluiting maken de regio een interessante regio voor logistiek. Opvallend sterke vertegenwoordiging is de HTSM (High Tech Systemen en Materialen, zoals: Wila, Remeha, KME, VMI Holland) en bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie (Friesland Campina, VanDrie Groep, Gosschalk, ForFarmers, CRV Delta, Feed) huisvest de regio grote bedrijven. Opvallend is de sterke vertegenwoordiging van de papier industrie in Eerbeek. De regio huisvest enkele zeer grote spelers in dit segment, waaronder DS Smith Packaging & Recycling, Smurfit Kappa en Coldenhove.